Beleidsregels Vervoer Jeugdwet gemeente Bergen (L) 2023Het college van Burgemeesters en Wethouders van de gemeente Bergen (L); gelet op artikel 2.3, tweede lid van de Jeugdwet en de artikelen uit de Verordening jeugdhulp gemeente Bergen (L) 2019; overwegende dat het wenselijk is om nadere regels vast te stellen over het vervoer van en naar een locatie waar jeugdhulp wordt geboden; besluit vast te stellen de Beleidsregels Vervoer Jeugdwet gemeente Bergen (L) 2023. Algemene toelichting Artikel 2.3, tweede lid van de Jeugdwet en artikel 3 van de ‘Verordening jeugdhulp gemeente Bergen (L) 2019’ bepalen dat het college aan de jeugdigen aan wie een individuele voorziening is verstrekt een vervoersvoorziening toe kan kennen ten behoeve van het vervoer van een jeugdige van en naar de locatie waar de jeugdhulp wordt geboden, mits dit naar het oordeel van het college noodzakelijk is in verband met een medische noodzaak of beperkingen in de zelfredzaamheid. De begrippen die in deze beleidsregels gebruikt worden zijn hetzelfde als omschreven in de Jeugdwet en de ‘Verordening jeugdhulp gemeente Bergen (L) 2019’. Artikel1.Uitgangspunten 1.Voor de toekenning van een vervoersvoorziening gelden de navolgende uitgangspunten: Het college betrekt bij de beoordeling van de hulpvraag ook eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen, als genoemd in het eerste lid, van artikel 2.3 van de Jeugdwet. Het halen en/of brengen van een jeugdige is gebruikelijk en daarmee ook de bijbehorende kosten. Vergoeding voor jeugdvervoer vanuit deze beleidsregels kan dan ook alleen wanneer ouders/verzorgers de jeugdige vanuit eigen kracht en/of het sociale netwerk de hulp niet zelf kunnen regelen. Het vervoer van de jeugdige is en blijft de eigen verantwoordelijkheid van ouders/verzorgers, de jeugdige en het eigen sociale netwerk. Onder het sociale netwerk wordt in elk geval verstaan naaste familieleden (zoals broers, zussen, opa’s, oma’s, ooms, tantes, neven en nichten) en kennissen (zoals buren) en vrienden. Pas wanneer vast is komen te staan dat ouders/verzorgers en/of de jeugdige op basis van eigen kracht en het eigen sociaal netwerk niet in staat zijn zelf vervoer van en naar de voorziening van jeugdhulp te organiseren, zijn deze beleidsregels van toepassing. 2.Het college beoordeelt of er sprake is van eigen kracht zoals genoemd in lid 1 onder d van dit artikel aan de hand van de volgende criteria: Is de ouder/verzorger en/of het netwerk in staat de noodzakelijke hulp te bieden? Is de ouder/verzorger en/of het netwerk beschikbaar om de noodzakelijke hulp te bieden? Levert het bieden van de hulp door de ouder/verzorger en/of het netwerk geen overbelasting op? Blijft de ouder/verzorger en/of het netwerk de hulp zonder vergoeding bieden? En zo ja, komt de ouder/verzorger en/of het netwerk daardoor niet in de problemen? 3.Als uit onderzoek naar deze factoren volgt dat de ouders/verzorgers en/of het netwerk de benodigde hulp kunnen bieden zonder dat dit tot problemen leidt op één van deze terreinen, dan kan het college concluderen dat sprake is van voldoende eigen kracht. Artikel2.Doelgroep en moment van toekenning 1.De regeling is alleen van toepassing als het gaat om een vervoersvraag voor: een jeugdige, die een indicatie heeft voor een individuele voorziening jeugdhulp, de vervoersvraag is voor vervoer van en/of naar een jeugdhulplocatie, er geen recht op vervoer is vanuit een voorliggende voorziening. 2.De voorziening wordt toegekend vanaf de datum dat de jeugdhulp is gestart of zal starten. Verstrekking van de vervoersvoorziening vóór de datum van de aanvraag en toekenning, is niet mogelijk. Artikel3.Verschillende vervoersvoorzieningen 1.De volgende vormen van een vervoersvoorziening vervoer Jeugdwet worden onderscheiden: Een vergoeding voor openbaar vervoer, voor vervoer naar of vanaf een jeugdhulpvoorziening. Een vergoeding voor openbaar vervoer met begeleiding, met als doel zelfstandig leren reizen, voor vervoer naar of vanaf een jeugdhulpvoorziening. Een vergoeding voor eigen vervoer, voor vervoer van naar of vanaf een jeugdhulpvoorziening. Aangepast vervoer (taxivervoer) dat in natura wordt geboden door de jeugdhulpaanbieder of het door het college aangewezen taxibedrijf. Het inzetten van aangepast vervoer (taxi/taxibus) wordt pas mogelijk als alle bovengenoemde opties naar het oordeel van het college niet mogelijk zijn. 2.Een combinatie van deze voorzieningen behoort tot de mogelijkheden, mits door de aanvrager onderbouwd wordt waarom hiervoor wordt gekozen. Artikel4.Afwegingskader 1.Indien sprake is van een risico op het niet krijgen van noodzakelijke jeugdhulp (artikel 3) vanwege een belemmering in de vervoerssituatie, dan wordt op de volgende volgorde een afweging voor een passende voorziening gemaakt. Pas als een jeugdige niet op de beschreven manier (per optie) kan reizen, komt de volgende, daaronder beschreven optie in beeld. Het inzetten van aangepast vervoer (taxi/taxibus) is pas mogelijk als alle onderstaande opties naar het oordeel van het college niet mogelijk zijn: De jeugdige fietst naar de jeugdhulplocatie. De jeugdige fietst naar de jeugdhulplocatie onder begeleiding van ouder(s)/verzorger(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.