← Nederland

Nota Riolering Zoetermeer 2023 t/m 2026 (Zoetermeer)

Nota Riolering Zoetermeer 2023 t/m 2026Deraad van de gemeente Zoetermeer; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 29 november 2022 besluit De Nota Riolering Zoetermeer 2023 t/m 2026 vast te stellen, met in grote lijnen de volgende aanpak: Er wordt jaarlijks ongeveer 6,5 km rioolleidingen aangepakt. Daarvan wordt maximaal 20% vervangen. De overige leidingen worden gerelined. Er worden klimaatmaatregelen genomen zodat overtollig hemelwater makkelijker kan worden afgevoerd. Dit gebeurt door aanpassingen aan het rioolstelsel (ondergronds) of door middel van bovengrondse maatregelen, zoals verbetering van afstroming en infiltratie van het hemelwater. Er wordt meer gecommuniceerd richting de bewoners hoe om te gaan met het riool. Het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) Zoetermeer 2016-2020 in te trekken. Ten behoeve voor het uitvoeren van het groot onderhoud een extra onttrekking uit de voorziening Riolering te doen van € 1.687 .586,- in 2023, € 1.250.018,- in 2024, € 1.243.898,- in 2025 en € 1.289.229,- in 2026. Jaarlijks de inflatiecorrectie toe te voegen aan de voorziening. De hieruit voortvloeiende begrotingswijziging vast te stellen. Overonderdeel 5 van dit besluit geen referendum mogelijk te maken, omdathet een begrotingswijziging betreft. Dit besluit treedt in werking twee weken na de bekendmaking daarvan. Tenzij over de overige onderdelen van dit besluit een inleidend verzoek tot het houden van een referendum wordt gedaan. 1Inleiding Water speelt een belangrijke rol in de toekomst van Zoetermeer. Door klimaatverandering en verstedelijking is het water- en rioolbeheer een grote opgave. Samen met betrokken partijen verkleinen we de kans op wateroverlast en zorgen we voor een goede afvoer van vuilwater en hemelwater. Dit draagt bij aan de aantrekkelijkheid van de stad. Het doel van deze Nota Riolering is om te beschrijven hoe de gemeente Zoetermeer de gemeentelijke watertaken uitvoert. Daarbij wordt naar de toekomst gekeken en waar nodig bijgestuurd. De volgende onderdelen worden in deze Nota Riolering behandeld: Afvalwater; Hemelwater; Oppervlaktewater; Grondwater. De onderdelen hebben een duidelijke relatie met elkaar, maar verschillende partijen gaan over de afzonderlijke onderdelen. Deze partijen moeten dan ook met elkaar samenwerken. De gemeente gaat over het (transport van) afvalwater, het hemelwater en het grondwater. De zorg voor het oppervlaktewater ligt voornamelijk bij de Hoogheemraadschappen (waterschappen) en de zorg voor het drinkwater ligt bij de drinkwaterbedrijven. 1.1Zorgplichten Gemeenten hebben drie zorgplichten volgens de Wet milieubeheer en de Waterwet: De zorg voor inzameling en transport van stedelijk afvalwater; De zorg voor doelmatige inzameling en verwerking van hemelwater (regenwater, hagel, sneeuw en dergelijke); De zorg voor het grondwater. In bijlage 2 zijn de Wet milieubeheer en de Waterwet beschreven en zijn aangevuld met regionale en lokale wet- en regelgeving. In deze nota staat hoe de gemeente Zoetermeer aan de zorgplichten voldoet en welke (financiële) middelen nodig zijn. Deze vormen de basis voor de rioolheffing. De onderbouwing van de hoogte van de rioolheffing is een belangrijke uitkomst van deze nota. 1.2Korte terugblik In de afgelopen periode van het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2016-2020 zijn jaarlijks de volgende werkzaamheden uitgevoerd: 6,5 Km leidingen inwendig van een kous voorzien (gerelined) of (in beperkte mate) gerepareerd; 122,9 Km leidingen gereinigd; 47,8 km leidingen geïnspecteerd; De gemalen geïnspecteerd; Klein onderhoud gepleegd aan de gemalen. Een uitgebreide toelichting over de periode 2016-2020 staat in bijlage 4 van het bijlagenrapport. In de komende periode verwachten wij gelijkblijvende werkzaamheden te verrichten. De jaarlijkse exploitatiekosten in periode 2016- 2020 bedroegen gemiddeld € 2.758.000 (cijfers jaarrekeningen). De jaarlijkse geraamde exploitatiekosten over de periode 2023-2026 bedragen gemiddeld € 3.119.000. 1.3Van GRP naar Nota Riolering Het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2016-2020 beschrijft de werkzaamheden die gemoeid zijn met het beheer en onderhoud aan de riolering. Daarnaast komt aan bod hoe er door gebruikers mee omgegaan dient te worden. Het hier vernieuwde GRP heet vanaf nu Nota Riolering. Voor een naamswijziging is gekozen om daarmee voorbereid te zijn op de aankomende Omgevingswet. De Nota Riolering maakt in de nabije toekomst onderdeel uit van het beleidsprogramma voor de fysieke leefomgeving. Dit beleidsprogramma moet nog verder uitgewerkt worden en heeft nog geen definitieve naam. In totaal komen er zes beleidsprogramma’s, met diverse onderliggende nota’s. De zes beleidsprogramma’s hangen rechtstreeks onder de Omgevingsvisie Zoetermeer 2040. Bijlage 9 beschrijft de relatie tussen de Omgevingsvisie Zoetermeer 2040 en Riolering/Water en geeft daarmee inzicht in de visie op de langere termijn. 1.4Participatie Bij het maken van de nota is afstemming geweest tussen de gemeente en de hoogheemraadschappen. Vervolgens is het concept van de Nota Riolering officieel voor commentaar gezonden naar de genoemde hoogheemraadschappen en de provincie Zuid-Holland. Deze nota heeft de status van een “Gemeentelijk Rioleringsplan”. In bijlage 8 is de reactie van bovenstaande instanties opgenomen. 1.5Geldigheidsduur en vaststelling Nota Riolering De geldigheidsduur van deze nota is vier jaar: 2023 tot en met 2026. Dit is volgens artikel 8 van de financiële verordening van de gemeente Zoetermeer (financiele-verordening-gemeente-zoetermeer-2021.pdf ) Hierin is geregeld dat voor 1 maart in het jaar na de verkiezingen een nota over de riolering aan de raad moet worden voorgelegd. In artikel 19, lid 2 staat wat tenminste in de nota moet komen. Alle genoemde bedragen zijn op prijspeil 1 januari 2022. Vanaf dit prijspeil zijn de bedragen geïndexeerd en opgenomen in de doorrekening van de kosten vanaf 2023. De prijscorrectie voor 2023 is 4,85 % ten opzichte van 2022. Deze is samengesteld uit een (tussentijdse) correctie van 2,5 % in 2022 en 2,3% die opgenomen is in de programmabegroting. Evaluatie van de voortgang en (eventuele) tussentijdse bijstelling van de Nota Riolering wordt gedaan als er grote veranderingen zijn geweest. De Nota Riolering wordt door de gemeenteraad vastgesteld. Na vaststelling wordt het toegezonden aan de hoogheemraadschappen en de Provincie Zuid-Holland. Ook wordt de vaststelling van de Nota Riolering op internet gepubliceerd, zodat belanghebbenden de nota kunnen inzien. 1.6Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de stand van zaken behandeld. Er wordt teruggekeken naar de uitvoering in de afgelopen GRP-periode, benoemd wat de opgaven voor de nabije toekomst zijn en welke ontwikkelingen er aan komen. In hoofdstuk 3 wordt de methode van het beheer beschreven. De activiteiten, nodig voor een goed beheer, worden getoetst en indien nodig worden maatregelen genoemd om bij te sturen. De uitkomsten van deze methode zijn inhoudelijk te lezen in bijlage 3. Hoofdstuk 4 gaat over de kosten die voortkomen uit de zorgplichten die de gemeente heeft voor riolering en water. In bijlage 11 is een begrippenlijst opgenomen van gebruikte vaktaal in de tekst van dit rapport. 2Wat we gaan doen (prestaties) In paragraaf 2.1 wordt eerst de bestaande situatie beschreven. Daarna worden in paragraaf 2.2 de werkzaamheden benoemd die we de komende periode gaan doen. Ook wordt de gewijzigde aanpak van het groot onderhoud aan het riool beschreven. De bijlagen 3, 4 en 5 gaan meer in op de details. 2.1Bestaande voorzieningen In deze paragraaf staat een korte beschrijving van de tastbare onderdelen (voorzieningen) voor hemelwater, grondwater en afvalwater die bij gemeente Zoetermeer in beheer zijn. De tabel geeft een samenvatting van de gegevens in het beheersysteem. voorziening aantal eenheid Riolering: 764 Km Gemengd 3 Km DWA (Droog weer afvoer/vuilwater riool)) 358 Km HWA (Hemelwater afvoer/regenwaterriool) 398 Km HWA vgs (verbeterd gescheiden stelsel) 5 Km IBA’s particulier (individuele behandeling afvalwater) 3 Stuks Drukriolering 16,4 Km Drukriolering units 133 Stuks Berg(bezink)voorzieningen 2 Stuks Gemalen: DWA 54 Stuks HWA 27 Stuks Grondwater 0 Stuks Persleidingen bij gemalen 62 Km Overstorten (gemengd systeem) 3 Stuks Overstorten en uitlaten (HWA) 642 Stuks Zinkers (riolering) 2 Stuks Fonteinen 10 Stuks Aansluitpercentage De afvalwaterzorgplicht geldt voor het hele beheergebied van de gemeente. In de gemeente zijn per 1 januari 2022 in totaal 59.265 aansluitingen van percelen op het rioolstelsel. Dit zijn bedrijven en woonhuizen. 99,9% van de percelen, die bij deze adressen horen, is aangesloten op de riolering. 0,1% van de percelen is niet aangesloten. Deze percelen hebben een eigen afvalwaterbehandeling, zoals een natuurlijk waterfilter (helofytenfilter) of zijn onbewoond. Ongeveer 99,7% van de aangesloten percelen loost het afvalwater via het vrijverval riool en ongeveer 0,3% van de aangesloten percelen loost het afvalwater via drukriolering. Duurzaam systeem Zoetermeer investeert sinds de jaren 60 van de vorige eeuw in een duurzaam rioolstelsel. Nagenoeg alle riolen (99,9%) in de gemeente zijn onderdeel van een gescheiden rioolsysteem. Zo’n hoog percentage is uniek in Nederland. Door het gescheiden stelsel zijn vuil water en regenwater van elkaar gescheiden, waardoor bij regenval geen schoon water bij het vuil water wordt gemengd. Deze scheiding van regen- en vuilwater voorkomt dat, wanneer het regent, rioolwater de straat op stroomt. Gescheiden riool Oppervlaktewater De zorg voor het oppervlaktewater ligt grotendeels bij de waterschappen. Zoetermeer ligt in het beheergebied van drie Hoogheemraadschappen: Hoogheemraadschap van Rijnland; Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard; Hoogheemraadschap van Delfland. Zie ook het kaartje in bijlage 2 in het bijlagenrapport: De hoofdwatergangen (primaire watergangen) zijn in beheer bij de hoogheemraadschappen. De Zoetermeerse plas is geheel in beheer bij de gemeente Zoetermeer. De Zoetermeerse plas, ook wel bekend als Noord Aa, is openbaar zwemwater dat wordt gecontroleerd op zwemwaterkwaliteit. Het Hoogheemraadschap van Rijnland ziet toe op de monitoring van de waterkwaliteit. De gemeente heeft een aantal vijvers en watergangen (sloten) in beheer. Duikers Sloten en waterpartijen zijn onderling verbonden door duikers (ondergrondse buizen). De duikers maken wél onderdeel uit van het watersysteem, maar vallen niet onder de Nota Riolering. De duikers zijn, net als de bruggen, onderdeel van de civieltechnische kunstwerken. 2.2De opgave De opgave voor de komende planperiode (2023 t/m 2026) bestaat uit het borgen van de huidige prestaties en deze op een aantal punten te verbeteren. Borgen van de huidige prestaties De huidige prestaties zijn getoetst of ze voldoen aan de regels voor de fysieke leefomgeving. Deze regels voor de fysieke leefomgeving zijn de uitgangspunten die gelden voor de watertaken in bestaande gebied en zijn voorschriften die gelden voor nieuw gebied (zie overzicht bijlage 3). De uitkomst van de toetsing staat in bijlage 3. Bij veel watertaken is geen actie vereist. Bij een aantal wel en die zijn opgenomen in de activiteitenplanning (zie bijlage 1). In grote lijnen gaan de activiteiten over het mogelijk maken van verbeteringen aan het riool i.v.m. klimaatveranderingen, beoordeling van de kwaliteit van het riool en meer samenwerking tussen verschillende beheerdisciplines (integraal aanpakken van projecten). In hoofdstuk 4 wordt de systematiek beschreven van het toetsen van maatregelen. Bijlage 4 geeft aan hoe wij de bestaande watervoorzieningen beheren. In bijlage 5 staat wat de gemeente Zoetermeer in de afgelopen planperiode heeft uitgevoerd. Verbeteringen Voorbereiding voor beleid en planvorming (zie bijlage 4); Professionaliseren van het beheer van de openbare ruimte; Betere afweging tussen vervangen en renoveren (relinen) van riolen. Inspectie van de riolering (met een door het riool rijdende camera) is een belangrijke basis voor het nemen van beslissingen over wel of niet vervangen, renoveren of repareren van leidingen en putten. We hanteren daarvoor de Europese inspectiemethode NEN-EN 13508-2:2003. Controle van de afvoercapaciteit van alle hemelwaterriolen. Deze controle vindt plaats binnen de berekening van de OAS (Optimalisatie Afvalwatersysteem) Harnaschpolder. Met name in de wijk Meerzicht is op specifieke locaties wateroverlast ontstaan na hevige regenbuien. Klimaatbestendigheid vergroten. Vergroten van de rioolbuizen is op een aantal specifieke locaties nodig om snel piekbuien af te kunnen voeren. Wijk- en buurtgerichte aanpak Rioolvervangingen en/of verbeteringen worden de komende periode (2023 t/m 2026) zo veel mogelijk per wijk of buurt gedaan. Dit sluit aan bij hoofdstuk 7 van het coalitieakkoord ‘werken in en aan de wijken’. Bij de opgaven voor groot onderhoud en vervanging van riolering worden ook vervangingen van andere onderdelen in wijken of buurten zoveel mogelijk meegenomen. Denk hierbij aan wegvervanging, openbaar groen, verlichting, etc. Hierbij wordt rekening gehouden met de kwaliteit van de afzonderlijke onderdelen. Dit om te voorkomen dat onderdelen te vroeg worden vervangen (kapitaalvernietiging). Naast het vervangen van het riool, zie meerjarenplanningen bijlage 1, werken we aan onderstaande onderwerpen. Deze onderwerpen worden uitgebreider beschreven in bijlage 4. Stadsvernieuwing; Bereikbaarheid; Veiligheid & gezondheid; Duurzaamheid en klimaat; Kosten en opbrengsten; Verbeterpunten voor water; Wensen voor afvalwatersysteem; Meekoppelkansen (riolering in combinatie met wegen en groen aanpakken); Natuurvriendelijke oevers Wadi ’s en greppels. De aanleg van natuurvriendelijke oevers in het Westerpark. 2.2.1Uitgangspunten groot onderhoud In het beleid van de afgelopen jaren is uitgegaan van 100% relinen van de riolering. In de praktijk blijkt dat ongeveer 15% van het riool niet te relinen is. De kwaliteit van 15% van de riolering is dusdanig slecht dat deze vervangen moet worden. De meeste riolen in Zoetermeer zijn vanaf de jaren 60 van de vorige eeuw aangelegd. Uitgaande van de standaard levensduur van 80 jaar wordt vanaf 2043 jaarlijks een deel van de riolering vervangen en/of gerenoveerd (relinen). Rioolleidingen kunnen eerder of later dan de standaard levensduur van 80 jaar aan de beurt zijn voor vervanging of renovatie. Door periodieke rioolinspecties wordt de kwaliteit van de rioolleidingen gemeten. Daaruit wordt bepaald of het nodig is om riolen te vervangen of te renoveren. 2.2.2De vervangingsopgave Deze paragraaf beschrijft eerst de situatie (probleem) waar we tegenaan lopen bij groot onderhoud aan het rioolstelsel. Vervolgens wordt de huidige aanpak besproken en wat wij voorstellen voor de toekomst. Situatie vervanging riolering Uit inspecties van de periode 2016-2020 blijkt dat vooral asbest cement leidingen (AC-leidingen) - en in mindere mate de gres-leidingen (steengoed van geperste ijzeraarde) - schades vertonen, waardoor het nodig is de riolen in de komende jaren te renoveren of te vervangen. Schades ontstaan door wortelgroei, verzakking bij aansluitingen, verhoogde gronddruk en slijtage. Huidige aanpak (relinen) De huidige aanpak is gebaseerd op het GRP 2016-2020. De kosten voor de vervangingen uit het GRP 2016-2020 zijn de basis voor de budgetten in de gemeentelijke begroting. In de berekening is ervan uitgegaan dat de riolen oneindig worden gerelined en dat er geen vervangingen plaats vinden. Bij het geheel relinen van de riolering zijn een aantal kanttekeningen te plaatsen. Er zijn nog geen ervaringscijfers dat leidingen die gerelined worden 80 jaar meegaan. Deze techniek wordt daarvoor nog te kort toegepast. De techniek leent zich ook niet voor het doen van aanpassingen aan de riolering om de gevolgen van het veranderende klimaat op te vangen (adapteren). Verder geldt dat 100% relinen van leidingen technisch onmogelijk is. De kwaliteit is in ongeveer 15% van het leidingwerk dusdanig slecht dat relinen geen optie is. De leidingen van slechte kwaliteit moeten worden vervangen. In de praktijk betekent het bovenstaande dat jaarlijks 6,5 km vuilwaterriool (AC leidingen) wordt aangepakt. Hiervan wordt 85% gerelined en 15 % vervangen. Dit relinen is nog voor het einde van de levensduur. Vanaf 2043 komen de oudste leidingen van 80 jaar (aanleg 1963) in aanmerking om vervangen te worden. Dit zijn overige leidingen (niet AC leidingen) die dan aan het einde van de (theoretische) levensduur zijn. Leidingen in goede toestand worden niet per definitie vervangen of gerenoveerd. Rioolbuis voorzien van nieuwe binnenkant d.m.v. relinen. Gewijzigde aanpak voor de toekomst Aanpak: 80% relinen en 20% vervangen van riolering tot en met 2026. Vanaf 2027 t/m 2043 lineair oplopende stijging vervanging naar 100% Concreet betekent dit: Per jaar wordt ongeveer 6,5 km riool aangepakt; Tot en met 2026 vervangen we 20% en relinen we 80%; Vanaf 2027 loopt het percentage vervanging lineair op tot 100% in 2043. De komende planperiode wordt de kwaliteit van de asbestcementleidingen gemonitord en kan mogelijk dit percentage nog wijzigen; We nemen bij vervanging het riool voor regenwater mee wanneer dit nodig is. Dit behoort bij de 6,5 km jaarlijks aan te pakken riool. Waarom deze nieuwe werkwijze? Het biedt mogelijkheden om wijzigingen aan het riool te doen om wateroverlast als gevolg van klimaatverandering tegen te gaan. Denk hierbij aan vergroten van hemelwaterriool of het bijleggen van drainage om hoge grondwaterstanden tegen te gaan. Meer aansturen op vervanging van riool is noodzakelijk om de kwaliteit van het stelsel te waarborgen. Met name de AC riolen halen veelal de levensduur van 80 jaar niet. Nu al moet 15 % bij een leeftijd van 60 jaar vervangen worden. Door in te zetten op meer vervanging kunnen we de slechter wordende toestand voor blijven. Door meer riool te vervangen zijn werkzaamheden te combineren met de aanpak van o.a. de wegen en groen. Dit biedt daarmee de mogelijkheid om binnen één project in één keer een buurt of woonwijk volledig bij de tijd te maken (revitaliseren). Bij de actualisatie van de Nota Riolering in 2026 (voor 2027 t/m 2030) wordt deze opgave opnieuw bekeken. Vooral de kwaliteit van het riool en de klimaatopgaven bepalen een eventuele bijsturing. De komende planperiode 2023-2026 wordt gebruikt om de kwaliteit van de AC leidingen te beoordelen en zicht te krijgen op de restlevensduur van betreffende leidingen (activiteit beschreven in bijlage 1) 2.2.3Werken aan de toekomst (uitdagingen) De uitdagingen van de toekomst zijn de opgaven van morgen. Deze staan dus vandaag al op de agenda. De Visie Zoetermeer 2040 is richtinggevend. In deze paragraaf worden kort de uitdagingen benoemd. In bijlage 9 zijn deze verder uitgewerkt en verbonden met de maatschappelijke thema’s uit de omgevingsvisie. Klimaatverandering De komende periode (2023 t/m 2026) wordt bij rioolvervanging en nieuwe aanleg de klimaatopgave meegewogen. Bij het herinrichten van de openbare ruimte wordt gekeken of extra inspanningen nodig zijn. Te denken valt aan het maken van extra waterberging, extra kolken en directe afvoer van de straat naar het oppervlaktewater. Om voor de toekomst klimaatbestendig te zijn wordt bij het bepalen van de afvoercapaciteit van nieuwe hemelwaterriolen rekening gehouden met zwaardere buien. Bij de aanleg van verharding (bij herinrichting en nieuwbouw) wordt kritisch gekeken naar de noodzaak ervan. Verharding draagt bij aan wateroverlast omdat water niet de grond in kan en daardoor langer op straat blijft staan of afstroomt naar laaggelegen gebieden. Water op straat aan de Olof Palmelaan Energie(transitie) Vanuit de samenwerkingsverbanden dragen we bij aan het verkennen van de overgang naar een structureel andere energievoorziening ten opzichte van het huidige systeem (energietransitie). Deze overgang heeft ook gevolgen voor de riolering. Nu al ontwerpen we energiebewust (bij voorkeur vrijverval in plaats van gemalen en als toch gemalen nodig zijn dan energiezuinige en storingsvrije pompen toepassen). De ontwikkelingen van een warmtenet volgen we op de voet. Ook de mogelijkheden om warmte uit het riool (riothermie) te benutten als energiebron wordt bij nieuwbouw meegewogen. Riothermie is één van de potentiële warmtebronnen voor gebieden waar een collectieve alternatieve oplossing voor aardgas te verwachten is. In de Transitievisie warmte zijn deze gebieden op een kaart aangegeven. De grootste uitdaging zit vooral in het inpassen van nieuwe systemen in de volle ondergrond. Hierbij speelt een planning van werkzaamheden, tezamen met wegen en rioolvervanging, een belangrijke rol. Riothermie: warmte uit het riool als energievoorziening 3Toetsing van de zorgplichten Bij de zorg voor het afval-, hemel- en grondwater moeten diverse taken door de beheerder uitgevoerd worden. Het uitvoeren van de taken wordt op een doelmatige en efficiënte wijze aangepakt. De taken zijn te verdelen over onderstaande onderdelen (systemen): De riolering (het bestuurde systeem), ofwel het geheel aan voorzieningen voor de inzameling en transport van afvalwater; Het oppervlaktewatersysteem, ofwel het geheel aan voorzieningen voor de berging en transport van hemelwater; Het grondwatersysteem, ofwel het geheel aan voorzieningen voor de monitoring en eventuele regulering van het grondwaterpeil; De beheerder (de gemeente Zoetermeer) die de voorwaarden moet scheppen, zodat het gewenste functioneren van de riolering en het stedelijk water kan worden gerealiseerd; De omgeving, waaronder de Hoogheemraadschappen, die naast de transportgemalen, transportleidingen en de afvalwaterzuivering, het merendeel van het stedelijk oppervlaktewater beheert. Om te komen tot een eenduidige beschrijving van zowel het gewenste functioneren als de hiervoor noodzakelijke voorwaarden voor een effectief beheer wordt de systematiek van doelen, functionele eisen, maatstaven en meetmethoden gebruikt. Dit is de zogenaamde DoFeMaMe methode. De methode is gebaseerd op de methode voor afvalwater in de Kennisbank Riolering van RIONED. In onderstaande figuur is een voorbeeld gegeven van de DoFeMaME systematiek. Met een eenduidige beschrijving van de gewenste situatie krijgen het gemeentebestuur en andere betrokkenen inzicht in de achtergrond van bepaalde activiteiten en de bestemming van middelen. Daarnaast wordt door middel van toetsing bekeken of de taken worden uitgevoerd of met de beschikbare middelen doelmatig wordt omgegaan en welke maatregelen eventueel nog nodig zijn. Kortom, met deze systematiek zijn de taken toetsbaar. In bijlage 3 zijn van diverse aspecten van het (riool)watersysteem, zoals reguliere beheertaken, stelsel-typen, functioneren van het systeem, de functionele eisen en maatstaven beschreven. Deze zijn vervolgens getoetst en indien nodig zijn daar acties aan gekoppeld om te (blijven) voldoen aan de functionele eisen die vooraf gesteld zijn. Leeswijzer In dit hoofdstuk wordt achtereenvolgens een toelichting gegeven op de volgende zaken: De toetsingsmethode; De doelen die na worden gestreefd met het beheer van de riolering, het stedelijk water en het grondwater; De toetsing aan de hand van maatstaven en het resultaat van de toetsing. 3.1Toetsingsmethode Doelen De doelen en werkkaders (zie paragraaf 4.2) beschrijven de gewenste situatie. Als het over riolering, stedelijk water en grondwater gaat, beschrijft het doel het gewenste functioneren (gedrag) van het watersysteem. Functionele eisen Functionele eisen zijn de specificaties van de doelen die voor de riolering, het stedelijk water en grondwater zijn geformuleerd. Er kunnen meerdere functionele eisen bij een doel horen. Maatstaven Maatstaven zijn de getalsmatige precisering van de functionele eisen. Een maatstaf maakt de functionele eis in kwantitatieve zin toetsbaar. Voor de riolering bijvoorbeeld, moet volgens de Nederlandse Praktijkrichtlijn Beheer Buitenriolering (NPR 3220) onderscheid worden gemaakt tussen maatstaven die betrekking hebben op de toestand van objecten (riolen, putten, randvoorzieningen, persleidingen, rioolgemalen) en maatstaven die verband houden met het functioneren van het totale rioleringssysteem. Niet voor alle functionele eisen zijn de maatstaven eenduidig vast te leggen. Ervaring en verdere ontwikkeling van kennis op lokaal en nationaal niveau zijn nodig om alle maatstaven nader in te vullen en aan te scherpen. Meetmethoden Om de huidige situatie op een eenduidige en reproduceerbare manier aan de maatstaven te kunnen toetsen, zijn meetmethoden gebruikt. De meetmethoden geven aan hoe wordt bepaald of iets voldoet aan de gestelde maatstaf. 3.2Doelen Doel riolering De rioleringszorg heeft één hoofddoel. Dit is het duurzaam beschermen van de volksgezondheid. Het aanleggen en het onderhouden van adequate rioolsystemen is een wettelijke verplichting die voortvloeit uit de gemeentelijke zorgplicht voor afvalwater (artikel 10.33 uit de Wet milieubeheer). Naast het hoofddoel van de riolering zijn er twee nevendoelen. Het op peil houden van de kwaliteit van de leefomgeving; Het duurzaam beschermen van natuur en milieu (bodem, grond- en oppervlaktewater). 3.3De toetsing Indeling De maatstaven waaraan getoetst wordt zijn verdeeld in twee situaties: Bestaand gebied; Nieuw gebied; Zowel het bestaande als het nieuwe gebied worden gerelateerd aan de drie zorgplichten. U leest in elk deel de regels voor de fysieke leefomgeving (functionele eisen en maatstaven) die de gemeente Zoetermeer hanteert om te voldoen aan de afvalwaterzorgplicht, de hemelwaterzorgplicht en de grondwaterzorgplicht. Toetsing huidige situatie Achter de beschrijving van de regels voor de fysieke leefomgeving voor het bestaande gebied leest u het resultaat van de toetsing van de huidige situatie aan deze regels. Daar weer achter leest u of er actie nodig is om de huidige situatie aan de gestelde regels te laten voldoen. (bijlage 3) Acties Het resultaat van de toetsing van de bestaande situatie zijn acties, die ertoe moeten leiden dat de gemeente Zoetermeer blijvend voldoet aan de zorgplichten. Een actie kan zijn het maken van een plan en/of een fysieke maatregel om zaken te verbeteren. De acties staan beschreven achter de resultaten van de toetsing van de huidige situatie. Voorschriften De resultaten van de toetsing van de nieuwe situatie levert een opsomming van de voorschriften op die gelden voor de inrichting van nieuw stedelijk gebied. Deze voorschriften staan genoemd in bijlage 3 (par. 3.5.1 en 3.5.2) van het Bijlagenrapport. 4Wat het gaat kosten (financiën) Jaarlijks worden kosten gemaakt om het riool in goede conditie te houden. Deze kosten bestaan uit uitgaven voor het dagelijkse beheer en klein onderhoud en de storting in de voorziening voor het groot onderhoud. De kosten zijn, ten opzichte van het eerdere GRP 2016 -2020, herzien en aangevuld met kosten voor aanpassingen aan het rioolstelsel mogelijk te maken. Dit laatste om klimaatmaatregelen mee te kunnen nemen. De Nota Riolering geeft een doorkijk in de verwachte kosten over de komende 80 jaar. De kosten van de komende vier jaar zijn tot en met 2026 nauwkeuriger berekend. Voor deze jaren is bekend welke werkzaamheden worden uitgevoerd. De werkzaamheden staan benoemd in bijlage 1 (meerjarenprogramma). Na uitvoering van deze werkzaamheden wordt er opnieuw geëvalueerd. Deze evaluatie wordt gebruikt voor de volgende Nota Riolering. In paragraaf 4.5 staat de samenvatting van de financiële cijfers en grafieken. 4.1De uitgaven In deze paragraaf komen aan bod: de kosten voor exploitatie, groot onderhoud en de verbrede watertaken. Exploitatie De exploitatiekosten bestaan uit de jaarlijks terugkerende kosten voor het inspecteren, repareren en schoonhouden van het rioolstelsel en de gemalen. Onder exploitatie behoren ook de kosten voor personeel, onderzoek, planvorming en beheer van het grondwatermeetnet. Groot onderhoud De kosten voor groot onderhoud bestaan uit het vervangen of renoveren van het (vrijverval)riool, gemalen en persleidingen. Hieronder worden de kosten behandeld. Vervanging/ renovatie vrijvervalriolering Er is een meerjarenprogramma gemaakt om meerjarig inzicht te hebben in de kosten van groot onderhoud. De onderstaande grafiek geeft de te verwachten vervangingskosten van de huidige aanpak en het nieuwe voorstel voor de komende 80 jaar weer. De lijn van de vervangingsgrafiek, vertoont vanaf 2043 een grillig verloop. De voorziening is ingesteld om een gelijkmatig lastenniveau in de begroting te realiseren (zonder pieken en dalen). In de grafiek is zichtbaar dat in het nieuwe voorstel tot 2043 de investeringen oplopen. Dit komt door het hogere percentage vervangingen van asbestcementleidingen. Tussen 2043 en 2102 ligt het investeringsniveau lager ten opzichte van de huidige werkwijze. Dit heeft de volgende redenen: De vervanging van de asbestcementleidingen (en in mindere mate de Gres leidingen) is naar voren gehaald (voor 2043). Dit is een belangrijke verbetering van de kwaliteit, omdat deze leidingen nu verantwoordelijk zijn voor de meeste schadebeelden bij inspecties; De kwaliteit van de betonbuizen is zeer goed, als gevolg van stabiele ligging. Vervanging tussen 2043 en 2100 is maar deels noodzakelijk. Meer dan 50% van de leidingen van het (vrijverval) rioolstelsel is voor de afvoer van regenwater. Deze leidingen hebben weinig last van schadelijke stoffen uit het riool. Het gevolg is dat leidingen nauwelijks aangetast worden, waardoor een behoorlijk deel van de vervangingen later plaats kan vinden. Investeringskosten per jaar in €x1.000.000 Kosten per meter riool Voor het berekenen van de kosten die bij het aanpakken van de vrij-vervalriolen horen, werken we met onderstaande kostenkengetallen. De kosten-kengetallen zijn afkomstig uit het GRP 2016 -2020, vermeerderd met de indexatie over de afgelopen 5 jaar. In de berekening voor de komende jaren is de inflatie meegerekend. Kostenkengetal vervanging (V+A): € 663,- per meter riool Kostenkengetal relinen: € 253,- per meter riool Totale kosten Bijgevoegde grafiek hieronder geeft het verloop weer van de totale kosten (uitgaven per jaar incl. exploitatie, groot onderhoud) bij de huidige werkwijze en bij de nieuwe aanpak. Ontwikkeling kosten Vervangen gemalen Gemalen bestaan uit een bouwkundig deel (kelder met eventueel opbouw), een mechanisch deel (pompen, afsluiters en terugslagkleppen) en een elektrisch deel (besturing, bedrading en schakelkast). De verschillende onderdelen kennen een eigen levensduurverwachting. Er wordt onderscheid gemaakt tussen schoonwatergemalen (HWA-gemalen) en vuilwatergemalen (DWA-gemalen en drukrioleringsunits) Bouwkundig: 45 jaar Mechanisch, vuilwater: 12 jaar Mechanisch, hemelwater: 15 jaar Elektrisch: 15 jaar De vervangingskosten gemalen en drukrioleringsunits zijn in onderstaande grafiek tot en met het jaar 2102 in beeld gebracht. De kosten voor het vervangen van de verschillende onderdelen van de gemalen zijn ingeschat op basis van ervaringscijfers van gemeente Zoetermeer. Vervangen persleidingen De persleidingen hebben een verwachte levensduur van 80 jaar. De vervangingsplanning volgens onderstaande grafiek. Het kostenkengetal waar mee gerekend is, is € 150 per meter. Bij een verwachte levensduur van 80 jaar is uitgegaan van vervanging vanaf jaar 2057. Verbrede watertaken De verbrede watertaken zijn de (extra) taken voor grondwater en regenwater waar de gemeente naast riolering ook verantwoordelijk voor is. Door het grondwatermeetnet en het regenwaterstelsel geeft de gemeente al deels invulling aan deze taken. In de nieuwe aanpak (paragraaf 2.2.2) worden rioolverbeteringen mogelijk, dit om een teveel aan regenwater op te nemen. Verder loopt er op dit moment het proces voor een uitvoeringsagenda klimaatadaptatie (vanuit Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie-DPRA). Hieruit kunnen ook water en riolering gerelateerde voorstellen komen die niet direct om rioolverbetering gaan (denk hierbij aan groene daken, waterdoorlaatbare verharding, aanbrengen extra berging). De kosten daarvoor kunnen, omdat deze maatregelen nog niet bekend zijn, nu niet meegenomen worden in deze nota. Daarvoor zal bij een actualisatie van de nota budget gevraagd moeten worden. In bijlage 1 van het bijlagenrapport zijn overigens al wel een aantal activiteiten, meest intern, opgenomen die nodig zijn om stappen te kunnen zetten naar klimaatadaptatie. De kosten van de activiteitenplanning zijn onderdeel van het exploitatiebudget. 4.2De inkomsten De gemeente heft rioolheffing en ontvangt bijdragen van de hoogheemraadschappen en bijdragen door aanleg van riolering. Hieronder staat het overzicht van de inkomsten die begroot zijn in 2022. Inkomsten bewoners en bedrijven € 6.394.000 Inkomsten groot verbruik € 322.000 Inkomsten bijdrage nieuwe huisaansluitingen € 113.000 Bijdragen Hoogheemraadschappen € 61.000 In figuur 4 zijn voor de huidige werkwijze en de nieuwe aanpak het verloop van de inkomsten weergegeven. Het uitgangspunt hierbij is 100% kostendekking. De patronen zijn een logisch gevolg van de uitgavenpatronen. Voor de huidige werkwijze komen de investeringspieken in de tweede helft van de beschouwde periode, voor de nieuwe aanpak komen deze eerder omdat vervangingen (AC-leidingen) naar voren zijn gehaald. Figuur 4: Inkomstenpatronen Rioolheffing Bij het opleggen van de rioolheffing passen we een gestaffeld tarief toe. Grote lozers (aansluitingen met lozingen > 500 m3) worden aangeslagen voor de extra m3. Bij elke 100 m3 extra lozing wordt extra rioolheffing opgelegd. Tot 500 m3 afvalwater betaalt iedereen een vast bedrag en een variabel bedrag afhankelijk van de WOZ-waarde van het onroerende goed. De hoeveelheid geloosd afvalwater door een gebruiker wordt bepaald aan de hand van de hoeveelheid ingenomen drinkwater of opgepompt grondwater. De rioolheffing is 100% kostendekkend. Verdere informatie hierover staat in de ‘Verordening op de heffing en invordering van de rioolheffing 2022’ van de gemeente Zoetermeer. Voorziening riolering De stand van de voorziening groot onderhoud rioleringen bedraagt op 1 januari 2022 € 25.080.178. De voorziening behoort feitelijk niet aan de inkomstenkant, maar is in dit hoofdstuk opgenomen omdat het een bron is waaruit werkzaamheden betaald worden. Dit ter vergelijk met de inkomsten uit de rioolheffing waaruit werkzaamheden en ook de dotatie aan dezelfde voorziening betaald worden. De voorziening moet steeds voldoende hoog zijn, zodat de groot onderhoudskosten daaruit kunnen worden betaald. Onder een putdeksel gaat vaak meer schuil dan je denkt. Bijdrage andere partijen Het aanleggen van een nieuwe rioolaansluiting bij particulieren wordt via een factuur bij betreffende particulier in rekening gebracht. We ontvangen een bijdrage van het Hoogheemraadschap van Rijnland als vergoeding voor het transporteren van hun afvalwater door onze persleidingen. Uitbreiding van het areaal aan watervoorzieningen ten behoeve van nieuwbouw (zoals nieuwe riolering, gemalen maar ook de wadi’s/ bergingsvijver en natuurvriendelijke oevers die ingezet worden voor waterberging) worden bekostigd uit de exploitatie van de nieuwbouw. Cofinanciering hoogheemraadschappen Voor (water)projecten zoeken we naar mogelijkheden om de hoogheemraadschappen mee te laten betalen (cofinanciering). Een voorbeeld hiervan is de samenwerking met het Hoogheemraadschap van Rijnland bij het aanleggen van natuurvriendelijke oevers en het ‘omkeren’ van het watersysteem van Meerzicht. Dit is het project ‘Ons blauwe goud’. Hiervoor is in 2020 de overeenkomst ‘Uitvoering maatregelen- pakket Kader Richtlijn Water Zoetermeer’ getekend tussen het Hoogheemraadschap en de gemeente. Cofinanciering is kansrijk wanneer in groot onderhoud projecten van de gemeente aanvullende klimaatmaatregelen worden genomen. Grondexploitatie Riool – en watervoorzieningen in woningbouwplannen worden betaald uit de inkomsten van de grond- en woningverkoop. 4.3Kostenonderbouwing uitgaven Nota Riolering Zoetermeer maakt gebruik van de mogelijkheid uit het Besluit Begroting en Verantwoording om bedragen te doteren aan een spaarvoorziening (BBV art. 44.1.d.) en deze spaarbedragen in mindering te brengen op de vervangings- en verbeteringsinvesteringen voor de drie water-zorgplichten (zie ook BBV-notitie Riolering – nov. 2014). Deze toepassing is bekend als het Ideaal Complex, een methode die met name bij grotere gemeenten toegepast wordt. Basisgegevens In onderstaand overzicht staan de gehanteerde basisgegevens voor de financieringsberekeningen: Startjaar 2023 Beschouwde periode 80 jaar Prijspeil 1 januari 2022 Rioolheffing startjaar 2022 € 108,95 (basistarief) Aantal heffingseenheden 59.265 Saldo voorziening riolering op 1 januari 2022 € 25.080.178 Waardeaanpassing 2,0% 1 Afwaarderingspercentage (inflatie) 2,0% Grondslag BTW compensatie Uitgaven BTW percentage 21% Voorwaarden spaarvoorziening Voor het bepalen van de hoogte van de voorziening gelden de volgende voorwaarden: De levensduurverwachtingen van de objecten zijn: Vrijverval riolering en persleidingen: 80 jaar Rioolgemalen bouwkundig: 45 jaar Elektromechanische installaties: 12-15 jaar Voorzieningen mogen uitsluitend positieve saldi bevatten; Het saldo van de voorziening blijft waardevast door een dotatie vanuit de algemene middelen. UITGAVEN De uitgaven van de huidige en de nieuwe aanpak bestaan uit exploitatiekosten en vervangingen. In onderstaande tabel zijn de bedragen weergegeven, zowel voor de planperiode 2023-2026 als voor de gehele beschouwde periode 2023-2102. Scenario Planperiode 2023-2026 Beschouwde periode 2023-2102 exploitatie investeringen Totaal exploitatie investeringen Totaal Nieuwe aanpak € 12.479 € 11.553 € 24.032 € 249.779 € 249.164 € 498.942 Tabel 3: Gesommeerde uitgaven planperiode en beschouwde periode (bedragen x €1.000) OVERIGE FINANCIËLE GRAFIEKEN In bijlage 10 van het bijlagenrapport worden de saldi voorzieningen en waarde-aanpassing toegelicht. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad op 30 januari 2023de griffier,drs. R. Blokland MCMde voorzitter,drs. M.J. BezuijenBijlage1Planning activiteiten Actiepunt uitleg planning Kosten Introduceren Assetmanagement Nieuw aanleg, beheer & onderhoud, verbetering: telkens in samenhang beschouwen. Onderbouwd verstandige keuzes maken. Dat is assetmanagement. We doen al veel goed, we leggen het nog niet altijd vast. We huren extern expertise in om ons te ondersteunen. Vanuit de Nota Riolering is hiervoor een jaarlijks budget gereserveerd. 2023 - 2026 € 10.000 per jaar Communicatie naar inwoners gebruik regenwater en vuilwaterriool Integrale planning; Afwegen relinen of vervangen Communicatie naar inwoners over autowassen op straat en gevolgen voor watersysteem. Inwoners informeren over gebruik toilet en schoonmaakdoekjes Onderdeel van Assetmanagement. Afgelopen periode is ingezet op relinen uit oogpunt van kostenbesparing. Vervangen ligt echter meer voor de hand als de bestrating er toch al uitgaat, huisaansluitingen worden vervangen, er een DPRA-opgave is. Wat doen we met bestaande/brekende gresleidingen? De zorg over de kwaliteit van de asbest cementleidingen speelt ook een rol. Halen deze de levensduur van 80 jaar? 2023-2024 2023-2024 Intern intern Wijkgerichte aanpak; Integrale beheeropgave in beeld We werken volgens een wijkgerechte en buurtgerichte aanpak. Dat betekent dat we de opgaven voor het openbare gebied zo veel mogelijk per wijk of buurt beschouwen. We kijken integraal naar de vervangingsopgave. Rioolvervangingen maken hier deel van uit, maar ook wegvervanging, openbare verlichting en zo voort. We werken de verschillende onderwerpen uit op themakaarten. Deze kaarten leggen we als lagen over elkaar heen zodat een integraal beeld van de opgave ontstaat. 2022 intern Themakaarten voor integrale aanpak Rioolvervanging Wegrenovatie Duikers/oppervlaktewater Klimaatopgave Stadsvernieuwing/schaalsprong KRW-maatregelen Zoetermeer Vergroenen en versterken biodiversiteit 2023 intern Controle afvoercapaciteit HWA-systeem Meerzicht In het kader van de OAS Harnaschpolder wordt de capaciteit voor alle riolering op strengniveau berekend en gecontroleerd. We zijn vooral benieuwd naar de hydraulische capaciteit van de HWA-riolen in Meerzicht. Mogelijk is het wenselijk om de capaciteit van deze riolen te vergroten. We kijken ook naar de aanwezige duikers. 2022 Intern Energietransitie en riothermie Quick scan om kansen in beeld te brengen 2023 Intern Verkenning kansen verbeteren bovengrondse afvoer Verkennen mogelijkheden verontreiniging vuilwaterriool Op een aantal plaatsen kan de afstroming van water over het straatoppervlak richting het oppervlaktewater worden verbeterd. We inventariseren op welke plekken dit mogelijk is en leggen dit vast op een overzichtskaart. Deze gebruiken we als input voor de integrale wijkaanpak. Zoetermeer heeft hoge kosten voor het reinigen van het vuilwaterriool. Door het type stelsel zonder regenwater op het vuilwatersysteem. We gaan de mogelijkheden na om de kosten voor het reinigen omlaag te brengen 2023 Intern Voeren van klimaatgesprekken en het opstellen van een uitvoeringsagenda Klimaat adaptieve maatregelen in beeld. Opgaven en kansen voor klimaatadaptatie in beeld brengen. Deze bespreken in klimaatgesprekken (risicodialoog), en de uitkomsten opnemen in de uitvoeringsagenda. In de OAS Harnaschpolder worden ook zwaardere buien doorgerekend. We gaan na waar we maatregelen moeten nemen om het stedelijke gebied klimaatbestendig te maken. We kijken eveneens naar kansen die ontstaan door reeds geplande werken in de openbare ruimte. We nemen een extern bureau in de arm om ons te ondersteunen bij de procesbegeleiding en de vertaling van de bevindingen in aanbevelingen en actieplan/uitvoeringsagenda. 2022 - 2023, 6-jaarlijks Deels intern, extern € 25.000 Analyse grondwatermetingen Zoetermeer heeft een grondwatermeetnet. Jaarlijks metingen bekijken en nagaan of grondwaterstand voldoet aan richtlijnen (Zorgplicht-toets) Jaarlijks Intern Actualiseren stresstest Thema’s: Waterveiligheid Wateroverlast Droogte Hitte Extern inhuur 2025 € 30.000 Opstellen aansluitverordening Hemelwaterverordening of door middel van regels in het Omgevingsplan Zoetermeer Afwegen of dit een aparte verordening wordt, of onderdeel wordt van het Omgevingsplan. Onderzoeken welke eisen we willen stellen ook vanuit het convenant Klimaatadaptief bouwen. Extern inhuren bij bureau dat juridisch onderlegd is 2023 Intern/extern € 10.000 Watergebiedsplan Zoetermeerse Plas In de Samenwerkingsovereenkomst “Uitvoering maatregelpakket KRW Zoetermeer” (die op dit moment in voorbereiding

  1. is)staan de verbeteringsmaatregelen voor de waterkwaliteit en ecologie van de Zoetermeerse Plas, de waterberging en doorstroming in de Nieuwe Driemanspolder en de biodiversiteit en ecologie in Zoetermeer. intern Meerjarenplanning 2023 t/m 2026 Meerjarenplanning vrij-vervalriolen Meerjarenplanning persleidingen Voor de periode 2023 t/m 2026 staan er geen vervangingen van persleidingen gepland Meerjarenplanning gemalen en drukrioleringsunits JAAR GEBIED NAAM GEMAAL SOORT GEMAAL MECHANISCH ELECTRISCH EXTRA BOUWKUNDIG 2023 HOOFDWEGEN CANADALAAN RIOOLGEMAAL X WESTERPARK HEUVELWEG/ HEEMTUIN VW DRUKRIOOLGEM. X NOORD AA LANGE LAND VERENIGINGEN DRUKRIOOLGEM. X X X DORP DORPSTRAAT 184 DRUKRIOOLGEM. X X X DORP DORPSTRAAT 194 DRUKRIOOLGEM. X X X PALENSTEIN VAN DER HAGENSTRAAT TUSSENGEMAAL X NOORDHOVE RUIMTEBAAN/ VEULENW.GEM # TUSSENGEMAAL X ROKKEVEEN-O SCHEGLAAN/ DEKKER DRUKRIOOLGEM. X X 2024 HOOFDWEGEN AUSTRALIEW/VAARTDR. FT. TUNNELGEMAAL X 170 gsm DRUKRIOOLGEM. X X LANSINGHAGE GOUDSTRAAT TUSSENGEMAAL X DORP PILATUSDAM DRUKRIOOLGEM. X X X PALENSTEIN VAN DER HAGENSTRAAT TUSSENGEMAAL X X NOORDHOVE DIJKMANSSCHANS TUSSENGEMAAL X NOORDHOVE MERKENSCHANS TUSSENGEMAAL X NOORDHOVE RUSESCHANS TUSSENGEMAAL X NOORDHOVE KEYZERPLAN DRUKRIOOLGEM. X ROKKEVEEN-O SPECTRUMSINGEL ONDERK.GR DRUKRIOOLGEM. X X X ROKKEVEEN-W HOUTSINGEL FT. TUNNELGEMAAL X X X ROKKEVEEN-W PLEIN VER.NATIES FONT.BOV. FONTEINPOMP X OOSTERHEEM Maasdamstraat TO 2a TUSSENGEMAAL X X X OOSTERHEEM Hofwegenstraat TO 19 TUSSENGEMAAL X X OOSTERHEEM Aleta Jacobslaan TUNNELGEMAAL X X X 2025 HOOFDWEGEN AMERIKAWEG LOCOMOTION DRUKRIOOLGEM. X HOOFDWEGEN 2E STATIONSSTRAAT/RW12 FT. TUNNELGEMAAL X ROKKEHAGE INDUSTRIEWEG/ VERB.GESCH. DRUKRIOOLGEM. X WESTERPARK HEUVELWEG/ SPEELTUIN WATERBEH.P. X X X PALENSTEIN RAKKERSVELD TUSSENGEMAAL X X SEGHWAERT SALAMANDERSLOOT # RIOOLGEMAAL X X SEGHWAERT WEIGEILIAPRK/ VISSENDR FONTEINPOMP X X X X ROKKEVEEN-O GEELGROENLAAN/ LAKPAD # TUSSENGEMAAL X ROKKEVEEN-W 3E STATIONSS 373 /DROPPERT DRUKRIOOLGEM. X X X OOSTERHEEM PUTTERSHOEKSTRAAT P1 # TUSSENGEMAAL X OOSTERHEEM Olaf Plamelaan (BRANDWEER) DRUKRIOOLGEM. X X X OOSTERHEEM SPORTACOM. DSO DRUKRIOOLGEM. X X 2026 HOOFDWEGEN CANADALAAN RIOOLGEMAAL X 230a DRUKRIOOLGEM. X X ROKKEHAGE INDUSTRIEWEG/ VERB.GESCH. DRUKRIOOLGEM. X X WESTERPARK HEUVELWEG PARKEERLUS DRUKRIOOLGEM. X WESTERPARK HEUVELWEG/ BOWLING DRUKRIOOLGEM. X WESTERPARK HEUVELWEG/ HEEMTUIN SW WATERBEH.P. X NOORDWEST BUYTENPARKLN/ PUINST. # DRUKRIOOLGEM. X NOORDWEST HOFLAAN, BEGRAAFPL. VW DRUKRIOOLGEM. X X X NOORD AA AZIEWG/ RESTAURANT AA-ZICHT DRUKRIOOLGEM. X NOORD AA LANGE LAND nr 20 DRUKRIOOLGEM. X X X PALENSTEIN PALTELAAN 3 DRUKRIOOLGEM. X X X STADSCENTRUM IERLANDLAAN DRUKRIOOLGEM. X DE LEYENS BROEKWEGKADE/HEKBK. # TUSSENGEMAAL X MEERZICHT SCHANSBOS WATERBEH.POMP X X X NOORDHOVE TON ALBERTSPLAN/AZIEWEG DRUKRIOOLGEM. X NOORDHOVE BOLSTRASCHANS DRUKRIOOLGEM. X ROKKEVEEN-W REGINAGANG # TUSSENGEMAAL X ROKKEVEEN-W KURKHOUT 100 DRUKRIOOLGEM. X X X OOSTERHEEM Moezelstroom P2 # TUSSENGEMAAL X OOSTERHEEM Capri P4 # TUSSENGEMAAL X Bijlage2Wetgeving en beleidsplannen De gemeente Zoetermeer onderschrijft de zeventien duurzame ontwikkelingsdoelstellingen ‘Global Goals’. In 2017 is daarvoor de motie 1706-42 aangenomen. Document Zoetermeer - Bijlage 2 - Aangenomen motie 1706-42 op 26 juni 2017 - iBabs RIS (bestuurlijkeinformatie.
  2. nl)Deze nota draagt bij aan drie van de zeventien doelen. De drie doelen zijn: ‘schoon water en sanitair’, ‘klimaatactie’ en ‘leven in het water’. In deze bijlage wordt de belangrijke wetgeving genoemd die bijdraagt aan deze doelen. Wetten vanuit het Rijk en de regionale en lokale beleidsstukken komen aan bod. Relevante wetgeving Wet Milieubeheer Op grond van de Wet Milieubeheer artikel 10.33 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater dat vrijkomt van de in de gemeente gelegen percelen. De zorgplicht voor stedelijk afvalwater kent in vergelijking met de andere zorgplichten weinig vrijheid: inzamelen, transporteren met een openbaar vuilwaterriool en zuiveren (door het Hoogheemraadschap) is verplicht. Europese Kaderrichtlijn Water De Kaderrichtlijn Water (KRW) is erop gericht de kwaliteit van watersystemen te verbeteren, onder meer door lozingen aan te pakken. Verder is het de bedoeling het duurzaam gebruik van water te bevorderen en de verontreiniging van grondwater aanzienlijk te verminderen. Naast een verbetering van de waterkwaliteit is het streven ook de Europese waterwetgeving te harmoniseren, uiterlijk in 2015. De KRW stelt voor alle wateren een hoge ecologische en kwaliteitsdoelstelling. Met name voor wateren met verhoogde natuurdoelstellingen kan verwacht worden dat nog grote inspanningen geleverd moeten worden. Waterwet Volgens artikel 3.5 van de Waterwet zijn gemeenten verantwoordelijk voor een doelmatige inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater. Deze verantwoordelijkheid geldt alleen als degene (particulieren en bedrijven) die zich wil ontdoen van hemelwater niet de mogelijkheid heeft om het hemelwater zelf in de bodem of op het oppervlaktewater te lozen. Volgens artikel 3.6 zijn gemeenten verantwoordelijk voor een doelmatige aanpak van structurele grondwateroverlast die het onmogelijk maakt om een perceel te gebruiken op de manier zoals het is bedoeld. Deze verantwoordelijkheid geldt alleen zolang: Degenen die de grondwateroverlast ervaart niet (redelijkerwijs) zelf de mogelijkheid heeft om de grondwateroverlast te verminderen of te voorkomen; Geen enkele partij ‘veroorzaker’ is van de overlast (zo kunnen bouwwerkzaamheden leiden tot grondwateroverlast); Het geen taak is van een andere overheid om op te treden (zo kunnen hoge standen van het oppervlaktewater leiden tot grondwateroverlast, terwijl de hoogheemraadschappen zijn verantwoordelijk voor het waterbeheer). Acht bestaande wetten (o.a. Wet op de Waterhuishouding en Grondwaterwet) voor het waterbeheer in Nederland zijn vervangen door één Waterwet. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater. De wet zal gericht zijn op het bereiken van doelstellingen van watersystemen (stroomgebieden), met een heldere verdeling van verantwoordelijkheden en taken tussen de verschillende betrokken overheden. Tevens is de wet gericht op een adequaat instrumentarium voor de uitvoering van het waterbeleid. Dit betreft dan met name een vermindering van regels, vergunningstelsels en administratieve lasten. In het kader van de Waterwet zijn zowel de overstortvergunningen als de aansluitvergunningen verdwenen. Door de Waterwet zullen Hoogheemraadschappen, gemeenten en provincies beter in staat zijn wateroverlast, waterschaarste en watervervuiling tegen te gaan. Ook voorziet de wet in het toekennen van functies voor het gebruik van water zoals scheepvaart, drinkwatervoorziening, landbouw, industrie en recreatie. Op basis van de functie worden eisen gesteld aan de kwaliteit en de inrichting van het water. Bouwbesluit Vanuit het bouwbesluit zijn eigenaren van woningen en bedrijfspanden zelf verantwoordelijk dat hun eigendom zowel aan de bovenkant als aan de onderkant waterdicht is. Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) In 2017 is het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie door het Rijk gelanceerd. In het DPRA staat het gezamenlijk doel centraal: “In 2050 is het bebouwde gebied in Nederland, inclusief vitale en kwetsbare objecten, zo goed mogelijk waterrobuust en klimaatbestendig ingericht”. Hierbij wordt gewerkt aan maatregelen om de kwetsbaarheid van de stad te verlagen voor drie opgaven: te nat (overstroming en wateroverlast), te droog (watertekort) en te warm (hittestress). Om dit te bereiken is in het DPRA afgesproken dat we vanaf 2020 water robuust en klimaatbestendig handelen. De praktische vertaling is dat klimaatbestendig bouwen een plaats krijgt in beleids- en werkprocessen. Zoetermeer heeft een stresstest gedaan, heeft klimaatgesprekken gevoerd en is bezig met het maken van een pakket aan maatregelen (uitvoeringsagenda). Dit proces loopt in de tweede helft van 2022 met een uitloop naar 2023. Het college en de raad worden hierin betrokken. Lokaal en regionaal beleid Visie Zoetermeer 2040/ strategische agenda De Visie Zoetermeer 2040is in 2022 vastgesteld en beschrijft de visie voor de lange termijn voor de stad. Centraal staat de opgave om tot een betere maatschappelijke balans en een opwaartse beweging in de samenleving te komen. Bij de omgevingsvisie hoort de strategische agenda. Inmiddels is de eerste strategische agenda een feit. De strategische agenda verbindt de lange termijnvisie met de uitvoering. In de agenda staan de programma’s opgenomen waaraan de komende jaren wordt gewerkt. Met deze programma’s wordt de visie tot uitvoering gebracht. Zoals in de inleiding beschreven gaat de Nota Riolering deel uitmaken van een nog te ontwikkelen programma voor de leefomgeving. Coalitieakkoord 2022-2026 ‘Samen doen wat nodig is’ In het coalitieakkoord is ruime aandacht voor een aantrekkelijke en leefbare woonomgeving. Hier wordt de komende tijd extra in geïnvesteerd. Er is aandacht voor duurzaamheid en biodiversiteit, waarbij rekening wordt gehouden met het veranderende klimaat. De Nota Riolering draagt met de beschreven maatregelen in bijlage 1 (activiteiten) bij aan deze uitgangspunten. Convenant klimaat adaptief bouwen Deze afspraak is in 2018 tot stand gekomen en ondertekend door gemeenten, provincie, waterschappen en bedrijven in de provincie Zuid-Holland. De provincie is penvoerder van dit convenant. Het richt zich op nieuwbouw en beschrijft wat nodig is om klimaatbestendig te bouwen. Het streven is naar: minder wateroverlast; meer biodiversiteit; minder hittestress; minder nadelige gevolgen door langdurige droogte; minder bodemdaling en minder nadelige gevolgen ervan. Het convenant geeft richting aan nieuwbouwprojecten om op de (klimaat veranderende) toekomst voorbereid te zijn. Samenwerkingsovereenkomst uitvoering maatregelenpakket Kaderrichtlijn Water (KRW) ‘Ons Blauwe Goud’ Deze samenwerkingsovereenkomst is door de gemeente afgesloten met het Hoogheemraadschap van Rijnland en komt uit de Strategische Samenwerkingsovereenkomst. Het doel van de samenwerking is om te komen tot: Verbetering van de waterkwaliteit en ecologie van de Zoetermeerse plas; Meer waterberging maken en doorstroom verbeteren door de aanleg van de Nieuwe Driemanspolder (zie paragraaf 5.3 voor verdere toelichting); Verbeteren van de biodiversiteit en ecologie van Zoetermeer. In de overeenkomst staan tastbare activiteiten (o.a. natuurvriendelijke oevers) benoemd waar samen aan gewerkt wordt. Netwerk Afvalwaterketen Delfland (NAD) In het Netwerk Waterketen Delfland (NAD) werken 12 gemeenten, 2 drinkwaterbedrijven en het hoogheemraadschap van Delfland samen aan een betrouwbare, betaalbare, toekomstbestendige en duurzame waterketen. In 2020 is een bestuurlijke overeenkomst ondertekend Bestuurlijke Overeenkomst NAD 2021 - 2027 - Netwerk Afvalwaterketen Delfland De samenwerking is gericht op het behalen van de doelen die zijn gesteld in het Bestuursakkoord Water: besparen op kosten, verhogen van de kwaliteit en verminderen van de kwetsbaarheid. Netwerk Afvalwaterketen Delfland. Via de bijgevoegde links is uitvoerig informatie te vinden over de samenwerking. Link: Netwerk Afvalwaterketen Delfland Wie is waar verantwoordelijk voor? Hieronder staan de partijen genoemd die een rol hebben bij de riolering- en watertaken. Gemeente – zorg voor een goed functionerend rioolstelsel. De gemeente biedt binnen de bebouwde kom altijd een aansluitmogelijkheid op het riool, buiten de bebouwde kom gebeurt dit op zoveel mogelijk plekken. De gemeente zorgt ervoor dat hemelwater en grondwater op en onder openbaar terrein goed wordt verwerkt. Als inwoners niet de mogelijkheid hebben om zelf hemelwater- en grondwateroverlast te voorkomen, probeert de gemeente een redelijke en passende oplossing te vinden. Bewoners blijven voor water op het eigen perceel wel altijd zelf verantwoordelijk, ook voor de kosten; Eigenaren - zorgen voor het opvangen, verwerken en indien nodig afvoeren van stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater op eigen perceel. Eigenaren zorgen ervoor dat hun gebouw waterdicht is (zowel dak als vloer), verwerken hemelwater als het kan op eigen terrein en nemen maatregelen om grondwateroverlast te voorkomen; Waterschappen - zorgen voor een goed functionerende oppervlaktewaterstelsel en het zuiveren van afvalwater. De hoogheemraadschappen van Rijnland, en Schieland en de Krimpenerwaard beheren allebei een deel van de oppervlaktewateren binnen de gemeente Zoetermeer. Al het afvalwater van de gemeente Zoetermeer wordt gezuiverd in de RWZI Harnaschpolder en de RWZI Houtrust van het Hoogheemraadschap van Delfland. Voor grondwater zijn de waterschappen verantwoordelijk voor kleine onttrekkingen, tijdelijke bronbemalingen en grondwatersanering; Provincie Zuid-Holland - betrokken bij de ruimtelijke ordening en verleent vergunningen voor grote grondwateronttrekkingen. Overzicht lokale en regionale beleidstukken Beleidsstuk Toelichting Documenten Vastgesteld Geldigheid Collegebeleid 2022-2026 Coalitieakkoord ‘Samen doen wat nodig is’ Coalitieakkoord gemeente Zoetermeer 2022-2026 2022 2026 Beheervisie 2016-2020 Samen werken aan de stad In de 'Beheervisie openbare ruimte 2016-2020, Samen werken aan de Stad' is beschreven welke thema's belangrijk zijn bij het beheer van de openbare ruimte van Zoetermeer. Beheervisie Openbare Ruimte Zoetermeer 2016-2020, Samen werken aan de stad 2016 2020 Riolering en water: Zoetermeer klimaatrobuust Gemeente Zoetermeer heeft 50 jaar geleden een zeer robuust rioolstelsel laten aanleggen, waardoor in de huidige tijd nog steeds geen wateroverlast optreedt bij hevige buien. We kunnen en mogen ons niet rijk rekenen. In het laatste gemeentelijk rioleringsplan is de onderzoeksopdracht opgenomen om knelpunten in het riool- en oppervlaktewatersysteem inzichtelijk te maken. Gemeentelijk Rioleringsplan Zoetermeer 2016-2020 2016 2020 => Nota Riolering 2023 SOK Ons Blauwe Goud Samenwerkingsovereenkomst uitvoering maatregelpakket KRW Zoetermeer samen met HHS van Rijnland Ons Blauwe Goud - Ons Blauwe Goud 2021 2026 Convenant Klimaatadaptief bouwen in Zuid-Holland Afspraken met gemeenten en bedrijven / aannemers om klimaatmaatregelen op te nemen in bouwplannen. Klimaatadaptief bouwen - Provincie Zuid-Holland 2020 Duurzaam inkopen Nota duurzaam inkopen Nota duurzaam inkopen Duurzaam en groen Programma Duurzaam en Groen Zoetermeer Raadsvoorste programma duurzaam en groen Zoetermeer Waterplan Waterplan Zoetermeer Waterplan zoetermeer 2002 Bijlage3Regels voor de fysieke leefomgeving In onderstaande figuur is schematisch weergegeven waar u de uitgangspunten, de voorschriften en de acties kunt vinden Afvalwater Hemelwater en oppervlaktewater Grondwater Bestaand gebied (par 3.4): Uitgangspunten voor de toetsing Paragraaf 3.4.1 Paragraaf 3.4.2 Paragraaf 3.4.3 Toetsing huidige situatie Acties Nieuw gebied (par 3.5): Voorschriften voor het ontwerp Paragraaf 3.5.1 Paragraaf 3.5.2 Paragraaf 3.5.3 Voorschriften zie paragraaf 3.5.1 t/m 3.5.3 3.4 Bestaand gebied Definitie Onder bestaand gebied (peildatum: 01 juli 2020) verstaan wij alle stedelijk gebied en woningen in het buitengebied inclusief de voorzieningen voor afvalwater, hemelwater, oppervlaktewater en grondwater die in het gebied aanwezig zijn die in eigendom, onderhoud en/of beheer zijn bij de gemeente. Ontwikkelingen na 1 juli 2020 zijn nog niet getoetst. Onderwerp Regels voor de fysieke leefomgeving Toetsing huidige situatie Acties Reguliere beheertaken De reguliere beheertaken richten zich op het in orde houden van de gemeentelijke water-voorzieningen. De beheertaken zijn nodig om blijvend aan de waterzorgplichten te voldoen. Onder het reguliere beheer valt een scala aan werkzaamheden. Onder andere het bijhouden van de beheergegevens. Reiniging, inspectie, reparatie en vervangingen­­­­ zijn nodig om de aanwezige voorzieningen in een goede staat te houden. Ook letten we er op of onze voorzieningen nog aan de richtlijnen voldoen en maken we beleidsplannen en plannen we de onderhoudswerken om onze taken effectief en efficiënt uit te voeren. Ook lopen de werkzaamheden omtrent vergunningen, rioolaansluitingen en klachtenafhandeling continu door. In bijlage 3 zijn de reguliere beheertaken die bij de waterzorgplichten horen uitgebreid beschreven. In orde De reguliere beheertaken worden gestructureerd en planmatig uitgevoerd. We plegen voldoende onderhoud om het functioneren van de voorzieningen te waarborgen. Het bijhouden van onze beheergegevens willen we graag op details verbeteren: Bij gerelinede leidingen: jaartallen van relining opnemen in plaats van oorspronkelijk aanlegjaar; Actie Beheerbestand doorlopen en jaartallen aanpassen; Stelsel-typen Voor de inzameling en het transport van afvalwater en hemelwater liggen in de gemeente verschillende typen stelsels. Gemengd stelsel In enkele straten in Zoetermeer ligt een gemengd rioolstelsel. In het gemengde stelsel wordt het (huishoudelijke) afvalwater samen met het hemelwater in één stelsel onder vrijverval (gravitair) afgevoerd naar het overdrachtspunt van de zuiveringsbeheerder. Als het niet regent, bevat het rioolstelsel alleen afvalwater. Als het regent, dan stroomt het regenwater ook in het gemengde riool via regenpijpen en straatkolken. Het hemelwater, dat in principe schoon is als het op de daken en de wegen (het verharde oppervlak) valt, raakt verontreinigd doordat het zich in het riool mengt met afvalwater. Het gemende stelsel is een erfenis uit het verleden, toen het rioolwater nog ongezuiverd in het oppervlaktewater werd geloosd. Uit oogpunt van de bescherming van het milieu moet het afvalwater, samen met het hemelwater uit het gemengde riool, tegenwoordig naar de afvalwaterzuivering worden getransporteerd en worden gezuiverd. Het feit dat het regenwater vermengd raakt met afvalwater maakt dat er meer water moet worden gezuiverd dan noodzakelijk is. Het principe van het gemengde rioolstelsel is daarom vanuit het oogpunt van duurzaamheid en efficiëntie niet wenselijk. Als het hard regent, raakt het gemengde rioolstelsel overvol en ontsnapt het rioolwater via de riooloverstorten naar het oppervlaktewater. Dit is vanuit milieuoogpunt niet wenselijk. Gemengde stelsels worden dan ook niet meer aangelegd in onze gemeente. Als het gemengde riool wordt vervangen, dan wordt na het verwijderen van het versleten gemengde riool bij voorkeur een gescheiden rioolstelsel teruggelegd. Soms is het verkleinen van het vuilwaterriool nog niet mogelijk omdat er nog gemengde riolering achter zit. Verschillende kleuren Als we de riolering scheiden passen we verschillende kleuren toe om in de toekomst geen foutaansluitingen te krijgen. GROEN = REGENWATER BRUIN = AFVALWATER In orde Gemengde rioolstelsels worden in Zoetermeer al heel lang niet meer aangelegd. Inmiddels ligt in het overgrote deel van de stad een gescheiden rioolstelsel, zodat het hemelwater gescheiden van het afvalwater wordt ingezameld. Naar totale lengte riool berekend, is de verdeling als volgt: 0,1% gemengd riool 53% hemelwaterriool 47% vuilwaterriool Het gemengde rioolstelsel dat nog over is, wordt langzamerhand omgebouwd tot- of vervangen door- een gescheiden stelsel. We koppelen af wanneer de kans zich voordoet. De overstortfrequentie van het gemengde stelsel bedraagt 0 à 1 keer per jaar Actie Afkoppelen wanneer de kans zich voordoet Gescheiden rioolstelsel Het overgrote deel van de riolen in Zoetermeer is van het gescheiden stelseltype. In een gescheiden rioolstelsel wordt het afvalwater apart van het hemelwater ingezameld. Het gescheiden rioolstelsel kenmerkt zich door een ondergronds buizenstelsel dat feitelijk uit twee systemen bestaat: één voor de afvoer van afvalwater en één voor de afvoer van hemelwater. Het afvalwaterstelsel, of DWA-stelsel (droog-weer-afvoer stelsel) ligt onder de grond en heeft buizen met kleine diameters. De afvalwaterhoeveelheid is in de regel beperkt en redelijk constant. Het hemelwater kan zowel bovengronds via een systeem van goten en greppels als ondergronds via een buizenstelsel naar een bergingsvoorziening of het oppervlaktewater worden geleid. Het bovengrondse systeem kent nauwelijks capaciteitsbeperkingen. Als de goten en greppels vol raken, stromen zij over en daardoor wordt het afvoerende oppervlak automatisch vergroot, zonder dat dit direct tot overlast hoeft te leiden. Het ondergrondse systeem is beperkt in capaciteit. Bij extreme regenval raakt het riool overvol en loopt het regenwater op de laagst gelegen delen uit de leidingen op de straat. Als de openbare ruimte goed is ingericht dan leidt water-op-straat zelden of nooit tot wateroverlast. In orde Het gescheiden rioolsysteem voert het huishoudelijke afvalwater adequaat af. De gescheiden rioolstelsels zijn aangelegd volgens de geldende richtlijnen (zie paragraaf 2.4.2 over het hydraulisch en milieutechnisch functioneren) en de bovengrondse inrichting is zodanig dat er water op straat kan worden geborgen zonder dat dit tot overlast leidt (zie paragraaf 3.4.2. Extreme Situaties). De capaciteit van de HWA-riolen liet op een aantal plaatsen te wensen over. Dit gold met name voor het HWA-riool in de wijk Meerzicht. In de afgelopen jaren zijn PVC-riolen in Meerzicht en betonriolen in de Valenberg vergroot om de afvoercapaciteit te vergroten. Als de capaciteit van het HWA te klein is, ontstaat er eerder water-op-straat dan we zouden willen. Gelukkig leidt dit niet direct tot overlast. Het vergroten van de capaciteit is dan ook niet urgent. Actie Meerzicht: Interpretatie uitkomsten van OAS Harnaschpolder om te zien of de vergroting van het HWA in en om Meerzicht het gewenste effect heeft gehad. Indien nodig daarna bij rioolvervanging of herbestrating de capaciteit van het HWA-riool vergroten; Verbeterd gescheiden stelsel In sommige gebieden is de kans groot dat de verharding vervuild kan raken. Dit is bijvoorbeeld het geval op sommige bedrijventerreinen. Voor de zekerheid wordt het eerste deel van het regenwater naar de zuivering gepompt. Het overige regenwater gaat niet meer naar de zuivering maar wordt opgevangen in een berging of afgevoerd naar het open water. Hierdoor wordt enerzijds voorkomen dat het oppervlaktewater vervuild raakt en anderzijds dat er veel regenwater onnodig naar de zuivering verpompt wordt. In Zoetermeer ligt ongeveer 5 km verbeterd gescheiden riolering in orde In de Industrieweg ligt een verbeterd gescheiden stelsel. De first flush wordt door een rioolgemaal weggepompt. In Oosterheem en op het Maximaplein ligt een HWA-stelsel met filtervoorziening/afscheider. Het regenwater loopt onder vrijverval door de filtervoorzieningen. De filters worden elk half jaar gereinigd. geen actie Drukriolering In extensief bebouwde gebieden (rurale gebieden) is het aanleggen van een vrijvervalriool voor de inzameling en het transport van afvalwater vaak onevenredig duur of door de grote afstanden niet mogelijk. Daar is gekozen voor de aanleg van een rioolsysteem waarmee het afvalwater geforceerd wordt getransporteerd doormiddel van persdruk (drukriolering). In Zoetermeer zijn ongeveer 180 woningen aangesloten op drukriolering. Aansluiten van hemelwater op de drukriolering leidt tot problemen in het functioneren. In extensief bebouwde gebieden wordt de berging en de afvoer van hemelwater op de percelen of naastgelegen oppervlakte water zelf opgelost. Niet in orde De drukrioolstelsels kunnen op verschillende plekken worden verbeterd. Bij een aantal percelen is er regenwater op het drukriool aangesloten. Op een aantal locaties is er aantasting door H2S op de plek waar de persleiding van het drukrioolstelsel uitkomt in het vrijvervalriool of in een put. Hier zijn voorzieningen getroffen, dit is een aandachtspunt voor inspectie actie Hemelwater wordt zoveel als mogelijk van de drukriolering gehaald, waarbij we bij bedrijfsmatige lozingen de beleidsregels lozingen buitengebied hanteren De komende jaren wordt per lozingslocatie onderzoek gedaan naar de beste oplossing voor de aantastingsproblemen Inspectie van aangebrachte voorzieningen in lozingspunten van het drukrioolstelstel IBA Een andere methode om rioolwater te zuiveren zijn IBA’s (voorzieningen voor de Individuele Behandeling van Afvalwater). De gemeenteraad heeft in het verleden gekozen om al de percelen in het buitengebied in de gemeente aan te sluiten op de drukriolering. Destijds is toegestaan dat diegene die al en IBA of helofytenfilter hadden deze mogen behouden tot het einde van de afschrijvingstermijn. In orde 99,9 % van alle percelen aangesloten op de riolering 0,1 % is niet aangesloten, de percelen: hebben een IBA of helofytenfilter zijn onbewoond hebben uitstel i.v.m. andere redenen geen actie 3.4.1 Afvalwater Onderwerp Regels voor de fysieke leefomgeving Toetsing huidige situatie Benodigde actie / aanpassingen / maatregelen Functioneren systeem De uitgangspunten voor het functioneren van het afvalwatersysteem zijn: Inzameling van afvalwater: tenzij een IBA is toegestaan. Er dienen geen overtredingen te zijn van de lozingsvoorschriften conform de Wet milieubeheer (Wm).
  3. a)in orde 99,9 % van percelen aangesloten op de riolering 0,1 % is niet aangesloten: 1 pand aan de Bleiswijkseweg (IBA klasse 1, Septictank) 1 pand aan de Nieuwe Hoefweg (IBA klasse 1, Septictank) 1 pand aan de Eerste Stationsstraat (IBA klasse 3A) 2 panden aan de Middelweg (IBA klasse 3A) geen actie Transport van afvalwater: De DWA-stroom wordt bij voorkeur onder vrijverval afgevoerd naar het overdrachtspunt van de zuiveringsbeheerder (het hoofdrioolgemaal of het inlaatwerk van de rioolwaterzuivering). Eventueel worden tussengemalen toegepast om het afvalwater op te voeren. In extensief bebouwde gebieden wordt het afvalwater getransporteerd door een netwerk van persleidingen en pompunits (drukriolering). Bij uitval van een gemaal is de vultijd van de riolering in DWA omstandigheden minimaal 1 etmaal. Dit geeft tijd om reparatie van het gemaal uit te voeren. De DWA-gemalen worden uitgevoerd met een dubbele pompopstelling. De pompen zijn elkaars reserve. Dit geldt niet voor drukrioleringsunits. Deze hebben één pomp. De inslagpeilen van de gemalen moeten onder het bodemniveau van het laagst inkomende riool liggen. Dit geldt alleen voor rioolgemalen in het gemengde rioolstelsel en in DWA-stelsels. De ledigingstijd van het compleet gevulde stelsel mag maximaal 12 uur bedragen. De vultijd van DWA-riolen moet minimaal 24 uur bedragen.
  4. b)in orde Meer dan 99 % van de percelen is op vrijverval riool aangesloten. Ongeveer een half procent van de percelen is op drukriolering aangesloten.
  5. c)in orde We houden de pompstoringen in de gaten. Als er veel storingen zijn, dan gaan we na hoe we deze structureel kunnen verminderen.
  6. d)in orde
  7. e)in orde
  8. f)in orde
  9. g)in orde We hebben hoogwatersignalering vlak voor hoofdrioolgemaal Meerzicht. Als deze hoogwater signaleert, dan schakelen alle achterliggende/aanvoerende gemalen automatisch uit. We maken daardoor optimaal gebruik van de beschikbare berging in de DWA-riolen.
  10. b)geen actie
  11. c)geen actie
  12. d)geen actie
  13. e)geen actie
  14. f)geen actie
  15. g)actie: koppelen van gemaal Benthuizen op het uitschakelsysteem. Toestand systeem De uitgangspunten voor de kwaliteitstoestand van het afvalwatersysteem zijn: ingrijpmaatstaven voor waterdichtheid (bij gemengd en DWA), stabiliteit of afstroming mogen niet voorkomen. De riolen waar deze tóch voorkomen, dienen nader bestudeerd te worden om zo de aard, noodzaak en urgentie van herstelmaatregelen te bepalen. Aan de hand hiervan wordt reparatie, renovatie of vervanging uitgevoerd. In orde Inspectie van riolen en beoordeling van de fysieke toestand gebeurt planmatig. Leidingen waarin ingrijpmaatstaven voorkomen worden altijd nader beoordeeld. De algemene kwaliteitstoestand van de rioolleidingen wordt volgens de tabel in bijlage 3 beoordeeld op basis van de inspectiegegevens. De verklaring van de lettercoderingen is te vinden in de NEN 3399 en de NEN 3398. Opleverinspecties worden beoordeeld volgens de standaard RAW-bepalingen van het kennisplatform CROW. Geen actie Vanaf 2020 geldt de Europese EN 13508-2+A1:2011. 3.4.2 Hemelwater en oppervlaktewater Onderwerp Regels voor de fysieke leefomgeving Toetsing huidige situatie Benodigde actie / aanpassingen / maatregelen Functioneren systeem De uitgangspunten voor het functioneren van de hemelwaterriolering en het oppervlaktewatersysteem voor de verwerking van het hemelwater zijn verdeeld in: Hydraulisch functioneren voldoet de afvoercapaciteit? Milieutechnisch functioneren belast het rioolsysteem het milieu niet overmatig? Hydraulisch functioneren De perceeleigenaar is in principe zelf verantwoordelijk voor de berging en de afvoer van het hemelwater dat op het perceel valt. Alleen wanneer van de perceeleigenaar redelijkerwijs niet kan worden verwacht dat de berging en de afvoer op het perceel zelf worden opgelost, of wanneer er bij de realisatie van de woonwijk anders is gekozen dan mag het hemelwater direct via het oppervlaktewatersysteem worden afgevoerd of via het gemeentelijke systeem (gemengd riool of hemelwaterriool). Al het hemelwater wordt bij voorkeur gescheiden ingezameld, bij nieuwbouw en grootschalige verbouw is dit een verplichting; De gemengde riolering en de regenwaterriolering moet de neerslag van een regenbui die ééns in de 2 jaar voorkomt kunnen afvoeren zonder dat er water-op-straat wordt berekend. De rioolstelsels in Zoetermeer zijn ontworpen door te rekenen met 60 l/s/ha over het bruto oppervlak van het rioolgebied. Om de afvoercapaciteit van bestaande stelsels te toetsen, hanteren we bui08 en het werkelijk aangesloten verharde oppervlak. Het oppervlaktewaterpeil moet bij bui 08 bij voorkeur onder het niveau van de drempel in de overstortputten van de gemengde rioolstelsels blijven.
  16. a)in orde In alle nieuwbouwplannen wordt gescheiden riolering gerealiseerd. Bestaande gemengde riolen worden systematisch omgebouwd naar gescheiden stelsel.
  17. b)in orde De capaciteit van de HWA-riolen en van het gemengde riool voldoet aan bui08. Bij een zwaardere bui is de verwachting dat in het HWA-riool in de wijk Meerzicht als eerste overlast gaat optreden. Hierdoor ontstaat er water-op-straat. Gelukkig leidt dit niet direct tot overlast. Het vergroten van de capaciteit is dan ook niet urgent.
  18. c)onvoldoende bekend
  19. a)geen actie
  20. b)geen actie
  21. c)actie Met de Hoogheemraadschappen deze toetsing uitvoeren en waar nodig maatregelen treffen Milieutechnisch functioneren De vuiluitworp mag de doelstelling voor de oppervlaktewaterkwaliteit zo min mogelijk in gevaar brengen. De vuiluitworp uit gemengde rioolstelsels moet kleiner of gelijk zijn aan de vuiluitworp volgens de eenduidig geformuleerde CIW‑basisinspanning. De richtlijn voor de gemiddelde jaarlijkse vuiluitworp uit gemengde rioolstelsels is 50 kg CZV per hectare verhard oppervlak per jaar.
  22. d)in orde De vuiluitworp van de gemengde riolering is getoetst doormiddel van reeksberekeningen. Zie basisrioleringsplannen.
  23. d)geen actie Extreme situaties Als het harder regent dan de regenbui waarop de hydraulische capaciteit van het (regenwater)riool berekend is, dan raakt het riool overvol en loopt het over. Dit leidt tot water-op-straat. In de regel is dit geen probleem: zodra de hevige regen stopt, ontstaat er weer ruimte in het riool en kan het water dat op straat bleef staan, alsnog worden afgevoerd. Als het extreem hard regent, dan kan er hinder of zelfs overlast ontstaan. We maken onderscheid naar verschillende gradaties: Waterplassen op straat Waterplassen op straat kunnen er op duiden dat het rioolstelsel tijdelijk overbelast is. De waterplassen kunnen ook het gevolg zijn van ongelijk liggende bestrating. Kleine waterplassen op straat zijn niet erg. De gemeente onderneemt geen actie. Als de plassen het gevolg zijn van verstopte straatkolken, dan volgt wel actie. De straatkolken worden schoongemaakt, zodat de waterafvoer hersteld wordt. Grote plassen op straat die langer dan een uur blijven staan kunnen ook aanleiding zijn tot actie. Dit wordt door de gemeente per situatie beoordeeld. Waterhinder Als het waterafvoersysteem echt veel regen moet verwerken, dan kan er ook waterhinder ontstaan. We spreken van waterhinder als: Regenwater, rioolwater of slootwater de belangrijke verkeersaders en doorgaande (ontsluitings)wegen en (fiets)tunnels gedurende meer dan twee uur blokkeert; Regenwater, rioolwater of slootwater langer dan 4 uur hinder oplevert voor het verkeer (gemotoriseerd, fietsers en voetgangers); Gemengd rioolwater dat langer dan 4 uur in een achterpad, plantsoen of tuin staat. We streven ernaar om alle situaties waar waterhinder ontstaat, structureel te verhelpen. De maatregelen worden uitgevoerd als er ter plaatse ook andere ingrepen in het openbare gebied nodig zijn (bijvoorbeeld rioolvervanging of herbestrating. Wateroverlast Er is sprake van wateroverlast als: Regenwater, rioolwater of slootwater via de straat huizen of gebouwen instroomt; Regenwater, rioolwater of slootwater de belangrijkste verkeersaders, doorgaande wegen of tunnels gedurende meer dan een halve dag blokkeert; Als er sprake is van wateroverlast die veroorzaakt wordt door water afkomstig van gemeentegrond dan onderneemt de gemeente sowieso actie. Als eerste wordt gezorgd dat het water wordt weggepompt. Vervolgens wordt beoordeeld of de wateroverlast veroorzaakt is door een calamiteit of dat de overlast het gevolg is van een structureel knelpunt in het watersysteem. Aan de hand hiervan wordt de urgentie voor het uitvoeren van maatregelen afgewogen. Urgente overlastsituaties worden aangepakt. De maatregelen om de wateroverlast terug te dringen worden zo snel mogelijk uitgevoerd. Bij niet-urgente wateroverlast worden de meldingen en incidenten vastgelegd in een digitaal logboek wateroverlast. Dit logboek wordt elke twee jaar geëvalueerd. Op basis hiervan wordt een planning voor de uitvoering van de maatregelen gemaakt. In orde Zie de tekst aan de linkerzijde. De gemeente handelt de verschillende situaties af volgens de beschrijving. De stresstesten zijn uitgevoerd en in 2021 volgen de risicodialogen. Actie Risicodialogen uitvoeren Aanvullende maatregelen prioriteren en inplannen Actie Nagaan of we in het kader van de klimaatverandering wellicht een andere toetsbui willen hanteren bij het beoordelen van water-op-straat. Bij bui08 en bui10 ontstaat er geen overlast. Toestand systeem Hemelwaterriolering De beoordeling van de fysieke toestand van hemelwaterriolen is dezelfde als de toestandsbeoordeling voor de afvalwaterriolen (zie bijlage 3) behalve voor de waterdichtheid voor infiltratieriolen/-voorzieningen. Deze zijn vanzelfsprekend niet waterdicht. In hemelwaterriolering wordt eerder wortelfrezen toegepast dan het vuilwaterriool. Een waterpeil van meer dan 75% in het hemelwaterriool is geen bijzonderheid bij hogere grondwaterstanden en leidt dan ook niet direct tot acties. In orde Geen actie Oppervlaktewatersysteem De uitgangspunten voor de onderhoudstoestand van het gemeentelijk oppervlaktewater-systeem zijn: De watergangen zijn schoon genoeg (baggeren en maaien) om afvoer te kunnen garanderen zonder dat een overmatige opstuwing van het water optreedt. De watergangen hebben een profiel groter of gelijk aan het profiel volgens de legger/ het onderhoudsprofiel. Beschoeiingen voor het in stand houden van het profiel/ de oever / het talud zijn stabiel en in orde. De duikers in de watergangen zijn schoon om voldoende afvoer van water te kunnen garanderen. De uitgangspunten voor de onderhoudstoestand van het oppervlaktewatersysteem van de Hoogheemraadschappen in relatie tot de gemeentelijke riolering zijn: Het oppervlaktewaterpeil moet bij hevige en langdurige regenval voorkeur onder het niveau van de drempel in de overstortputten van de gemengde rioolstelsels blijven. In orde In orde In orde Geen klachten geen actie Geen actie Geen actie
  24. d)actie: nadere toetsing van de kritische overstorten is wenselijk in relatie tot het meer vasthouden van oppervlakte water om verdroging tegen te gaan 2.4.3 Grondwater Onderwerp Regels voor de fysieke leefomgeving Toetsing huidige situatie Benodigde actie / aanpassingen / maatregelen Grondwater Ontwateringsdiepte De gewenste situatie kan worden omschreven als de situatie waarin, in het stedelijk gebied van de gemeente Zoetermeer, geen grondwateroverlast optreedt. Als richtlijn is een hoogte van de kruipruimtebodem van 0,50 m minus straatpeil gehanteerd. De kruipruimte hoort in principe droog te zijn. De grondwaterstand moet dus onder de kruipruimtebodem liggen. De werknorm is dat de (gemiddelde) grondwaterstand in het openbare gebied binnen de bebouwde kom niet langer dan 2 aaneengesloten weken 0,7 m minus straatpeil of hoger is. Voor parken geldt een afwijkende richtlijn: de grondwaterstand mag hier niet langer dan 2 aaneengesloten weken 0,50 m minus maaiveld of hoger bedragen, tenzij voor een gebied een ander ontwerp gemaakt is. Omdat de grondwaterstanden in bestaand stedelijk gebied moeilijk zijn te beïnvloeden, kunnen de genoemde grondwaterstanden in bestaande wijken niet overal gegarandeerd worden. Kwel Het Hoogheemraadschap van Rijnland heeft de kwelgevoelige gebieden in kaart gebracht. Bij werkzaamheden dieper dan 1,5 m in de grond in deze gebieden moet er bij Rijnland een vergunning worden aangevraagd en dient een opbarstberekening te worden aangeleverd. De polders liggen lager dan de bodem van de tussenboezemwatergangen (de weteringen). Hierdoor komt ook horizontale kwel voor. Er zijn kwelsloten die deze kwelstroom ondervangen. De kwelsloten hebben een belangrijke functie in de waterhuishouding. De functie van de kwelsloten dient bij ruimtelijke ontwikkelingen behouden te blijven. Onbekend De gemeente heeft recent een nieuw grondwatermeetnet operationeel. De analyse van de meetgegevens moet nog worden uitgevoerd om na te gaan of voldaan wordt aan de richtlijnen. we krijgen sporadisch klachten over grondwater (20 á 40 klachten per jaar). Deze gaan meestal over water in kruipruimten van gebouwen. Deze vallen onder de verantwoordelijkheid van de eigenaar van het gebouw. Gemeente heeft hierin géén taak. We ondersteunen/adviseren eventueel over onderzoeken en aanpak van deze waterklachten door de eigenaren zelf. In Zoetermeer wordt altijd geadviseerd om de kruipruimte door middel van zand met drainage te ontwateren omdat de oorspronkelijke bodem slecht waterdoorlatend is; indien de drainage verstopt is of ontbreekt wordt geadviseerd om dit op eigen kosten te herstellen omdat de gemeente hiervoor niet verantwoordelijk is. actie Jaarlijks analyse grondwatermetingen. 3.5 Nieuw gebied Definitie Onder nieuw gebied wordt verstaan; stadsuitbreidingen of inbreidingslocaties waarbij ook de woningen of andere gebouwen worden vervangen. Hieronder vallen niet de plannen met alleen wegvervangingen of alleen rioolvervangingen. Stelseltypen In nieuw gebied worden alle percelen voorzien van afvalwaterriolering. Er wordt altijd een gescheiden systeem aangelegd, waarbij het hemelwater bij voorkeur ondergronds wordt afgevoerd naar de singel, omdat in de winter een bovengronds systeem kan stagneren en zorgen voor gladheid. Het afvalwater wordt in alle gevallen naar de afvalwaterzuivering getransporteerd. Al of niet via de bestaande afvalwaterinfrastructuur. Het hemelwater wordt eerst conform de geldende richtlijnen (zie paragraaf 2.4.2) geborgen en daarna bij voorkeur naar het oppervlaktewater geleid. Daar wordt het geborgen of afgevoerd. Indien er geen oppervlaktewater in de buurt is wordt er een overloop naar het gemengde stelsel gemaakt. 3.5.1 Afvalwater Functioneren systeem Bij de aanleg van nieuwe riolering in de situatie van stadsuitbreiding en inbreiding zijn richtlijnen gesteld voor het functioneren van de riolering. Deze richtlijnen zijn gelijk aan de bestaande situatie. Aanleg riolering Bij de aanleg van nieuwe riolering worden de volgende uitgangspunten aangehouden: Algemeen De richtlijn voor de minimale gronddekking op de buis is 1,3 meter; De afstand tussen twee inspectieputten (strenglengte) is maximaal 100 meter; De minimale diameter van de buizen die worden gebruikt is ø 250 mm voor een DWA en ø 400 mm voor een HWA; Voor het bodemverhang van vuilwaterriolen wordt uitgegaan van 1:300 tot maximaal 1:500 bij grotere diameters en debieten; De vuilwaterriolering wordt aangelegd in een vermaasde boomstructuur. Als er een leiding verstopt raakt, dan kan het afvalwater dan via een andere route toch worden afgevoerd; Alle nieuw aan te leggen DW- putten zijn voorzien van een stroomprofiel, zodat de putten zo min mogelijk vervuilen; Het lekverlies bij afpersen van nieuwe riolen mag niet groter zijn dan volgens de standaardbepalingen van de RAW-systematiek; Het aansluiten van vuilwater (DWA en/of gemengd) op het gemeentelijke riool via een beerput /rottingsput is niet toegestaan; Opleverinspecties worden beoordeeld volgens de standaardbepalingen van de RAW. Afvalwaterhoeveelheid De hoeveelheid te verwachten afvalwater is 120 liter/persoon/etmaal. De hoeveelheid huishoudelijk afvalwater wordt berekend met een gemiddelde woningbezetting van 2,5 inwoners per woning; Als het gemaal uitvalt, dient de vultijd van het vuilwaterriool ongeveer 1 etmaal te zijn. Dit geeft tijd om het gemaal te repareren; De ledigingsduur van het compleet gevulde riool dient maximaal ongeveer 12 uur te zijn; De vullingsgraad van een DWA is in het ontwerp maximaal 50%. Persleidingen en gemalen De opjaag- en vrijverval-gemalen worden uitgevoerd met 2 pompen die elkaars reserve zijn; Belangrijke pompen worden via twee routes aangesloten op het systeem, zodat bij onderhoud of calamiteiten toch afvoer mogelijk is; De maximale schakelfrequentie van de pompen is 16 keer per uur; De maximale opvoerhoogte is 30 meter waterkolom (mwk); De persleidingen van gemeentelijke gemalen worden bij voorkeur gemaakt van HDPE. 3.5.2 Hemelwater en oppervlaktewater De uitgangspunten voor het functioneren van de riolering en het oppervlaktewatersysteem voor de afvoer van het hemelwater zijn hieronder aangegeven. Hemelwater Bij extreme neerslag kan er op geschikte locaties mogelijk gekozen worden voor bovengrondse afvoer van hemelwater, als overstort voor het ondergrondse (HWA) stelsel; Hemelwater wordt verzameld in een waterberging met een overloop naar bij voorkeur het oppervlaktewater; Waar nodig wordt het hemelwater eerst via een filterende voorziening geleid; De minimale diameter van de leidingen is ø 400 mm; HWA-riolen worden zonder bodemverhang aangelegd (de leidingen liggen waterpas), of eventueel met een gering bodemverhang van maximaal 1:500; Waterberging in de vormgeving van een wadi heeft een maximale waterdiepte van 30 cm en de oevers bij voorkeur een hellingshoek van bij voorkeur 1:5 en minimaal 1:3. Elke wadi dient vanwege de bodemopbouw in Zoetermeer te zijn voorzien van een drainagesysteem dat afwatert op het hemelwaterriool of op open water. Elke wadi en/of het voorliggende hemelwaterriool is voorzien van een overloop naar bij voorkeur open water of het HWA; Afvoercapaciteit HWA Voor het ontwerpen van nieuwe HWA-stelsels geldt dat de geometrie van het rioolstelsel zodanig moet zijn dat een regenwaterhoeveelheid van 90 l/s/ha over het bruto oppervlak van het rioolgebied kan worden afgevoerd zonder dat water-op-straat wordt berekend. Oppervlaktewater De watergangen en de duikers moeten een zodanige afmeting krijgen dat zij voldoende afvoer van water kunnen garanderen zonder dat een overmatige opstuwing van het water optreedt. Uiteraard mag de peilstijging in het nieuwe gebied niet leiden tot problemen in bestaande gebieden; Het oppervlaktewaterpeil mag niet boven het straatpeil komen bij een neerslagsituatie van T=100+10%. Uiteraard mag de peilstijging in het nieuwe gebied niet leiden tot problemen in bestaande gebieden. Ruimtelijke inrichting In het algemeen geldt dat water een mede-ordenend principe is bij het inrichten van de (openbare) ruimte. Het doel is om te komen tot een klimaatbestendig watersysteem. Waterberging in nieuwbouwplannen Binnen de gemeente gelden de regels van 3 verschillende hoogheemraadschappen. Welk van de regels moet worden toegepast is afhankelijk van in welk beheergebied het nieuwbouwplan ligt. Hoogheemraadschap van Rijnland Voor nieuwbouwplannen geldt dat 15% van het bruto oppervlak van het plangebied moet worden gereserveerd voor (oppervlakte)waterberging. Met Rijnland houden we gezamenlijk een Berging Rekening-Courant (BRC) bij. In totaal hebben we ongeveer 9000 m2 credit. Deze BRC wordt toegewezen per peilvak, de gemeente kan dit inzetten bij gebiedsontwikkelingen. De BRC is niet uitwisselbaar tussen peilvakken onderling. Voor het ontwerpen van oppervlaktewater binnen het beheergebied van het Hoogheemraadschap van Rijnland verwijzen we naar de volgende link: https://www.rijnland.net/regels/downloads-keur-en-uitvoeringsregels-2020/uitvoeringsregels-keur-2020-1 Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard Ook met HHSK houden we gezamenlijk een BRC bij. In totaal hebben we hier ongeveer 45.500 m2 credit. Net als bij Rijnland wordt de BRC toegewezen per peilvak, en kan de gemeente deze inzetten bij gebiedsontwikkelingen. De BRC is niet uitwisselbaar tussen peilvakken onderling. Hoogheemraadschap van Delfland Voor het gedeelte van de gemeente dat onder het Hoogheemraadschap van Delfland valt, is er geen BRC van toepassing. Goede inrichting voorkomt wateroverlast Met het slim inrichten van de openbare ruimte kan worden voorkomen dat de woningen onderlopen. In de gemeente Zoetermeer worden de volgende voorwaarden aangehouden: De drooglegging van het te ontwikkelen terrein bedraagt voor de wegen tussen de 1,80 m en 2,00 m en voor de bebouwingen 2,00 – 2,20 m boven het oppervlaktewaterpeil in openbaar gebied; Het bouwpeil ligt minimaal op 0,2 m boven het straatpeil. Hierdoor ontstaat er ruimte voor waterberging op straat tijdens extreme neerslag. Water kan ook worden geborgen op plaatsen waar hinder tot een minimum wordt beperkt. Als voorbeelden worden genoemd: Het aanbrengen van stoepranden, zodat een bergingsmogelijkheid ontstaat voor regenwater op de straat tussen de stoepen; Het inrichten van speelvelden en pleinen als tijdelijke bergingslocatie. Het inrichten van groenstroken en parken als tijdelijke waterberging. Waterpartijen of wadi’s aanleggen met voldoende ruimte voor waterberging. Principe-schets ideale straatprofiel, afkomstig uit Handboek Openbare Ruimte Zoetermeer 3.5.3 Grondwater Grondwater Bij de bestemmings- en inrichtingsfase geldt als richtlijn dat de ontwateringsdiepte minimaal 70 cm beneden maaiveld is, die maximaal twee aaneengesloten weken per jaar mag worden overschreden. Drainage wordt niet gekoppeld aan de gemengde- of vuilwaterriolering, maar stroomt onder vrij-verval leeg in het oppervlaktewater of is aangesloten op het HWA-riool. 3.6 Samenwerking Samenwerking Riooloverstorten bevinden zich op het snijvlak van riolering en het oppervlaktewater, ofwel op het grensvlak van taken en bevoegdheden van de rioolbeheerder en de waterbeheerder. Vanwege het werken op dit snijvlak is de samenwerking tussen de betrokken beheerders van belang. Deze samenwerking is in de volgende procedures en plannen geborgd: De Watertoetsprocedure: Om het waterbeheer en ruimtelijke ontwikkeling beter op elkaar af te stemmen, is (op landelijk niveau) de zogenaamde ‘watertoetsprocedure’ ontwikkeld. In het kort houdt de procedure in dat een initiatiefnemer (bijvoorbeeld de gemeente Zoetermeer of een particuliere instantie) in een zo vroeg mogelijk stadium contact zoekt met de waterbeheerder (de betreffende van de drie Hoogheemraadschappen) voor overleg over het plan. Het overleg dient om af te stemmen welke plaats het water in de ruimtelijke plannen gaat innemen. De Waterparagraaf: De waterparagraaf maakt deel uit van het bestemmingsplan en geeft een beschrijving van het watersysteem in de toekomstige situatie (waterkwantiteit, waterkwaliteit, waterkeringen, beheer en onderhoud van watergangen). Ook wordt een beschrijving gegeven van de gevolgen van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling voor het watersysteem. De inhoud van de waterparagraaf wordt afgestemd met het Hoogheemraadschap. Het Waterhuishoudingsplan: Het Waterhuishoudingsplan geeft het beleidskader dat vanuit de provincie wordt gesteld voor een aantal thema’s met betrekking tot water. De Hoogheemraadschappen gebruiken onder andere het provinciale kader als vertrekpunt voor het maken van strategische keuzes en werken die vervolgens uit in het Waterbeheerplan. Het Waterplan Ter verbetering van de waterhuishouding in Zoetermeer zijn in 2001 door gemeente in samenwerking met de Hoogheemraadschappen maatregelen vastgelegd in het “Waterplan”. Hoewel de acties uit dit plan niet meer actueel zijn, geeft het waterplan nog steeds aan de toekomstige invulling van de ruimtelijke vraagstukken. Bijlage4Beheer, onderhoud, renovatie en vervanging Om te waarborgen dat we aan onze water-zorgplichten volden, moeten we ervoor zorgen dat de bestaande watervoorzieningen van gemeente Zoetermeer in orde blijven. De werkzaamheden die nodig zijn om dit te realiseren, noemen we de reguliere beheertaken. De beheertaken omvatten een breed scala aan werkzaamheden. Reiniging, inspectie, reparatie en vervangingen­-­­­ zijn nodig om de aanwezige voorzieningen in een goede staat te houden. Ook moet nagegaan worden of alle voorzieningen nog goed functioneren of dat er verbetermaatregelen nodig zijn. Toetsing, beleidvorming en planvoorbereiding is nodig om de taken gestructureerd uit te kunnen voeren. Ondertussen moeten werkzaamheden omtrent vergunningen en klachtenafhandeling doorgaan. In deze bijlage zijn de reguliere beheertaken op hoofdlijnen beschreven. We geven aan wat we doen om onze voorzieningen in orde te houden. We onderscheiden de volgende deeltaken: Voorbereiden van beleid, planvorming Onderhoud en reparatie Renoveren of vervangen Afhandelen van meldingen en klachten Vergunningverlening, toezicht en handhaving 1) Voorbereiden van beleid, planvorming Om het beleid goed te kunnen voorbereiden en vormgeven, is het van belang om te weten wat we aan voorzieningen hebben, waar deze liggen, hoe groot ze zijn, wat de toestand ervan is en wanneer deze voorzieningen naar verwachting zullen worden gerenoveerd of vervangen. Ook is inzicht in knelpunten wenselijk om vast te kunnen stellen waar verbeteringen nodig zijn. De activiteiten die nodig zijn om bovenstaande te waarborgen staan hieronder beschreven. Databeheer Digitaal opgeslagen gegevens over de leidingen, putten en gemalen in het rioolstelsel geven een belangrijke basis voor onderzoeken, uitvoering van werkzaamheden en afhandeling van meldingen en klachten. Het is dus belangrijk dat de gegevens in het digitale beheerpakket altijd volledig en actueel zijn. We werken met het beheerpakket GeoVisia. Voor de vrij-vervalriolen houden we de gegevens bij via Kikker (Riodesk). In het programma worden de gegevens van de rioolobjecten, duikers en wadi’s bijgehouden. De gegevens van de gemalen en drukrioleringsunits (Onderhoud en storingen en keuringsrapporten - NEN-rapportages) worden bijgehouden in SAM. Telemetriegegevens van de debietmeter, regenmeter, grondwatergegevens staan in Telecontrolnet. Registratie van de metingen vindt continue plaats. Meetgegevens worden gebruikt voor inzicht en analyse wanneer wenselijk. Grondwatergegevens worden ook aangeleverd aan DINOloket. De gegevens in de beheerpakketten zijn actueel en compleet. Om het digitale beheerpakket volledig en actueel te houden verrichten wij de volgende werkzaamheden: Bijwerken van revisiegegevens (aanpassingen aan de riolering) direct na ontvangst van de revisie; Toevoegen van nieuw aangelegde riolering (nieuwbouw/afkoppelen), direct na ontvangst van revisiegegevens; Invoeren van inspectie- en reinigingsgegevens, direct na ontvangst van de gegevens; Controleren van meetgegevens (overstortmeters, debietmeter, telemetrie van gemalen, regenmeters, grondwatermeters). Periodiek naar behoefte. Kabels en leidingen Vanuit de WIBON (Wet Informatie –uitwisseling Bovengrondse en Ondergrondse Netten) bestaat een verplichting om actuele gegevens over ondergrondse netten beschikbaar te hebben, dit is een andere reden om het databeheer goed uit te voeren. Inspectie en classificatie vrijvervalriolering We laten rioolinspecties uitvoeren om de kwaliteit van de vrijverval riolen in beeld te brengen. Met behulp van een rijdende videocamera worden beelden gemaakt van de binnenkant van de rioolbuizen, deze beelden worden geclassificeerd en beoordeeld door een gemeentelijk inspecteur. Op basis van deze rioolinspecties worden toestandsaspecten vastgelegd, volgens de NEN-EN-13508-2. De vrijverval riolen worden 1 keer in de 6 jaar gereinigd en 1 keer in de 12 jaar geïnspecteerd. Voorafgaand aan de inspectie worden de riolen gereinigd, om ervoor te zorgen dat de videocamera een goed zicht heeft. Zinkers worden bij voorkeur jaarlijks gereinigd omdat deze snel vervuild raken. Berekeningen Met het uitvoeren van berekeningen wordt onderzocht hoe het rioolstelsel hydraulisch en milieutechnisch functioneert. Meestal gebeurt dit als op een specifieke locatie aanpassingen aan het rioolstelsel worden gedaan. De berekeningen met het rioolmodel moeten dan voorspellen wat het effect van de aanpassingen is op het omliggende rioolstelsel. Het gehele stelsel van een kern wordt elke 10 jaar doorgerekend. Dit vindt momenteel plaats als onderdeel van de OAS Harnaschpolder. Klimaatstresstesten (wateroverlast, droogte, hitte) elke 6 jaar Renovatie- en vervangingsplan Om inzichtelijk te hebben welke objecten er in de komende periode moeten worden gerenoveerd of vervangen, stellen we vervangingsplanningen op. We zorgen ervoor dat we doelmatig met ons geld omgaan, dus we vervangen alléén als het echt nodig is en liften mee met andere projecten. We hanteren een vaste methode om te bepalen of renovatie of vervanging nodig is. Vervanging, lange termijn De methode voor het maken van vervangingsplannen is voor alle watervoorzieningen hetzelfde. We werken met een te verwachten technische levensduur voor de (onderdelen van) objecten. Het jaar waarin de objecten moeten worden vervangen wordt indicatief berekend door bij het aanlegjaar de te verwachten technische levensduur op te tellen. Dit levert een lange-termijn planning op. Voor de rioolobjecten gelden de volgende technische levensduur: Vrijverval riolen en inspectieputten: 80 jaar Gemalen en drukriolering conform tabel hieronder Persleidingen 80 jaar Mechanisch deel Pomp Vuilwater 12 Jaar Pomp Schoonwater 15 Jaar Leidingwerk RVS 15 Jaar Leidingwerk Kunststof 20 Jaar Electrisch deel Geheel 15 Jaar Extra voorzieningen 15 Jaar Bouwkundige voorzieningen 45 Jaar Vervanging, korte termijn We maken jaarlijks voor de korte termijn een vervangings- en renovatieplan waarbij we in ieder geval naar de komende 5 jaar kijken. Van de objecten die volgens de levensduurberekening op de nominatie staan om in de komende 5 jaar te worden vervangen, wordt vastgesteld wat de fysieke kwaliteit is. Dit gebeurt aan de hand van inspecties en keuringen. Op basis van de geconstateerde fysieke kwaliteit wordt nagegaan of de berekende levensduur kan worden verlengd. Als de kwaliteit daar aanleiding toe geeft, dan wordt het object opgenomen in de vervangingsplanning. We stellen vast of er nog gerenoveerd kan worden of dat vervangen wenselijk/nodig is. We stellen ook de urgentie en de planning vast. Assetmanagement We willen onze werkwijze voor het beslissen over wel of niet vervangen beter vastleggen. Hiervoor is de term assetmanagement geïntroduceerd. Het is niet nieuw maar het helpt bij de gestructureerde aanpak van het beheren van het openbare gebied. De methode van assetmanagement helpt om nieuwe aanleg, beheer & onderhoud, verbetering telkens in samenhang beschouwen. Onderbouwd verstandige keuzes maken. Dat is assetmanagement. We doen al veel goed, we leggen het nog niet altijd vast. De assetmanagement methode wordt in deze planperiode ingevoerd. Wijk- en buurtgerichte aanpak We willen de wijk- en buurtgerichte aanpak onderdeel maken van het assetmanagement. We werken toe naar een integrale planning met thema’s → integrale programmeerkamer. Dit traject is al van start. De afwegingscriteria, bedrijfswaarden/organisatiewaarden zijn er. Deze worden opgenomen in nieuwe beheervisie. De wijk- en buurtgerichte aanpak wordt integraal afgestemd met het programma voor wegonderhoud, wegreconstructies, maatregelen vanuit verkeer, groen en met de relevante afdelingen. We kijken in ieder geval naar de volgende thema’s: Rioolvervanging Wegrenovatie Duikers/oppervlaktewater Klimaatopgave en DPRA Stadsvernieuwing/schaalsprong KRW-maatregelen Zoetermeer Vergroenen en versterken biodiversiteit. De uiteindelijke ingrepen worden in overleg bepaald. Het kan bijvoorbeeld effectiever zijn dat een vervanging van de riolering enkele jaren eerder opgepakt wordt of dat juist gekozen wordt voor uitstel om een meekoppelkans te kunnen benutten. Wijk- en buurtgerichte aanpak We gaan binnen de komende planperiode werken volgens een wijk- en buurtgerichte aanpak. Dat betekent dat we de opgaven voor het openbare gebied zo veel mogelijk per wijk of buurt beschouwen. We kijken integraal naar de vervangingsopgave. Rioolvervangingen maken hier deel van uit, maar ook wegvervanging, openbare verlichting en zo voort. We werken de verschillende onderwerpen uit op themakaarten. Deze kaarten leggen we als lagen over elkaar heen zodat een integraal beeld van de opgave ontstaat. We toetsen niet alleen de vervangingsopgave, maar kijken ook naar de volgende onderwerpen: Stadsvernieuwing Schaalsprong Bereikbaarheid Economisch belang Aangenaam woon- en leefklimaat Veiligheid & gezondheid Technische veiligheid Duurzaamheid en klimaat Klimaat bestendigheid Biodiversiteit CO2 neutraal Energie(transitie) Kosten en opbrengsten T.C.O. (Total Cost of Ownership; inzichtelijk maken van alle kosten gerelateerd aan de aanschaf en het gebruik gedurende de hele levenscyclus, dus investerings- en onderhoudskosten - technisch, verzorgend en vervangend, op basis van de verwachte of geschatte levensduur) S.R.O.I. (Social Return On Investment; meetmethodiek om (toekomstig) maatschappelijk rendement van investeringen in economische èn sociale zin meetbaar en zichtbaar te maken) Verbeterpunten voor water zichtbaarheid en beleefbaarheid van water verbeteren door realiseren van bovengrondse waterafvoer en berging in greppels en wadi’s; sponswerking van de stad. Regenwater wordt nu vastgehouden in het oppervlaktewater, regenwaterriolen, ondergrondse zandcunetten en groengebieden. Op particulier terrein ontbreekt de mogelijkheid voor het water vasthouden meestal. reduceren van afvoer van regenwater via de drukriolering verminderen van H2S bij lozingspunt van drukriool op vrijvervalstelsel. Wensen voor afvalwatersysteem afvalwatersysteem verder verduurzamen door: het controleren op verkeerde aansluitingen communicatie over juist rioolgeruik stimuleren van afvalwaterbesparende maatregelen gebruik van technisch, economisch en duurzaam verantwoorde materialen en materieel; klimaatbestendigheid vergroten; maatregelen volgen uit het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie. Meekoppelkansen bij rioolvervangingen meeliften met (her)ontwikkeling en wegreconstructies om het rioolsysteem beter te maken en de openbare ruimte klimaatbestendig in te richten. Deze zijn integraal opgenomen in de vervangingslijst riolering zie bijlage 2. Natuurvriendelijke oevers waterberging (zowel voor de taakstellingen van het Hoogheemraadschap als ook de gemeente); toename van ecologie en biodiversiteit; landschappelijke meerwaarde Wadi ’s en greppels regenwaterberging; ecologie, biodiversiteit; invulling van groene stadsstructuren vergroten sponswerking. Heroverwegen renoveren of vervangen. In Zoetermeer wordt vaak gekozen voor het renoveren (relinen) van rioolleidingen. We doen dit vooral omdat relinen minder geld kost dan vervangen, de sterkte van de oude leiding volledig wordt hersteld met de nieuwe kous, de overlast bij aanleg minimaal is en dat er snel gehandeld kan worden bij een naderende calamiteit. Daarnaast is de verwachte gebruiksduur van de reliningen van 80 jaar veel langer dan andere toepassingen van polyester, zoals in de auto-industrie. Vanuit de wens om de beheeropgave in het openbare gebied integraal af te stemmen, is er behoefte om een nieuwe afweging te maken tussen relinen en vervangen. Er kan bijvoorbeeld worden gekozen voor vervangen (in plaats van relinen) als er door het vervangen meekoppelkansen ontstaan voor andere ruimtelijke ingrepen in het openbare gebied. We hebben ook behoefte aan een duurzaamheidsafweging, met een beschouwing van het verwerken van de gerelinede AC-buizen als deze aan het einde van hun levensduur zijn. Calamiteiten Periodiek worden van ALLE objecten de inspectiegegevens geautomatiseerd getoetst, ongeacht of zij op de 5-jaarplanning staan. We gaan daarmee na of er toestandsklassen zijn waargenomen die nader onderzoek of ingrijpen vereisen. De objecten waarvoor dit geldt worden vervolgens per stuk beoordeeld om vast te stellen of er actie nodig is en hoe urgent dit is. De beoordelingsmaatstaven hiervoor staan in de onderstaande tabellen. De tabellen maken onderscheid tussen AC-leidingen en leidingen van andere materialen. We kunnen het risico op falen hierdoor goed beheersen. Als er zich onverhoopt toch calamiteiten voordoen en objecten onverwacht niet functioneren (bijvoorbeeld door overbelasting, bezwijken van rioolbuis, stroomuitval), dan treden we handelend op. We werken niet met een calamiteitenplan. We nemen direct actie. We stellen de aard, ernst en het risico vast en dan volgt planning en oplossing op basis van urgentie en complexiteit. Daarbij gelden voor het vuilwaterriool (DWA) en regenwaterriool (RWA) verschillende beoordelingsmaatstaven: Beoordelingsmaatstaven DWA Code Omschrijving AE C Verandering vorm of diameter 1 2 3 4 5 AE D Verandering materiaal 1 2 3 4 5 geen ingrijpcriterium AE F Verandering lengte 1 2 3 4 5 aanpassen in rioolbeheerbestand of in inspectiebestand BAA Deformatie 1 5 BAB Scheur 1 2 4 5 BAC Breuk/Instorting 1 2 4 5 BAD Defectief Metselwerk 1 5 BAE Ontbrekend metselspecie 1 5 BAF Oppervlakte schade 1 2 3 4 5 Klasse 3 alleen bij AC-leidingen BAG Instekende inlaat 1 3 5 BAH Defectieve aansluiting 1 5 BAIA Indringende afdichtingsring 1 2 3 4 5 BAIZ Ander indringend afdichtingsmateriaal 1 2 3 4 5 geen ingrijpcriterium BAJA Verplaatste verbinding axiaal 1 5 geen ingrijpcriterium BAJB Verplaatste verbinding radiaal 1 3 5 geen ingrijpcriterium BAJC Hoekverdraaiing 1 5 geen ingrijpcriterium BAK Defectieve Lining 1 2 3 4 5 BAL Defectieve reparatie 1 5 BAM Lasfouten 1 5 BAN Poreuze buis 1 5 BAO Grond zichtbaar door defect 1 5 BAP Holle ruimte zichtbaar door defect 1 5 BB A Wortels 1 2 3 4 5 BB B Aangehechte afzetting 1 2 3 4 5 BB C Bezonken afzetting 1 2 3 4 5 BB D Binnendringen van grond 1 2 3 4 5 BB E Andere obstakels 1 2 3 4 5 BB F Infiltratie 1 2 3 4 5 BB G Exfiltratie 1 5 BB H Ongedierte 1 5 geen ingrijpcriterium BD A BD B Extra put, niet op tekening 1 5 algemene opmerking BD C Camera loopt vast op uitsteeksel 1 5 inspectie afgebroken BD D Waterdiepte 1 2 3 4 5 BD E Vloeistofstroom in de binnenkomende buis 1 5 BD F Atmosfeer in leiding % gas of concentratie ppm BD G Verlies van beeld BE X Gerepareerd 1 2 3 4 5 Nagaan of actie nodig is. Fysieke kwaliteit van de rioolleiding beoordelen aan de hand van inspectiebeelden Beoordelingsmaatstaven HWA Code Omschrijving AE C Verandering vorm of diameter 1 2 3 4 5 AE D Verandering materiaal 1 2 3 4 5 geen ingrijpcriterium AE F Verandering lengte 1 2 3 4 5 aanpassen in rioolbeheerbestand of in inspectiebestand BAA Deformatie 1 5 BAB Scheur 1 2 4 5 BAC Breuk/Instorting 1 2 4 5 BAD Defectief Metselwerk 1 5 BAE Ontbrekend metselspecie 1 5 BAF Oppervlakte schade 1 2 3 4 5 BAG Instekende inlaat 1 3 5 BAH Defectieve aansluiting 1 5 BAIA Indringende afdichtingsring 1 2 3 4 5 BAIZ Ander indringend afdichtingsmateriaal 1 2 3 4 5 geen ingrijpcriterium BAJA Verplaatste verbinding axiaal 1 5 geen ingrijpcriterium BAJB Verplaatste verbinding radiaal 1 3 5 geen ingrijpcriterium BAJC Hoekverdraaiing 1 5 geen ingrijpcriterium BAK Defectieve Lining 1 2 3 4 5 BAL Defectieve reparatie 1 5 BAM Lasfouten 1 5 BAN Poreuze buis 1 5 bij drainage geen ingrijpcriterium BAO Grond zichtbaar door defect 1 5 BAP Holle ruimte zichtbaar door defect 1 5 BB A Wortels 1 2 3 4 5 BB B Aangehechte afzetting 1 2 3 4 5 BB C Bezonken afzetting 1 2 3 4 5 BB D Binnendringen van grond 1 2 3 4 5 BB E Andere obstakels 1 2 3 4 5 BB F Infiltratie 1 2 3 4 5 BB G Exfiltratie 1 5 BB H Ongedierte 1 5 geen ingrijpcriterium BD A BD B Extra put, niet op tekening 1 5 algemene opmerking BD C Camera loopt vast op uitsteeksel 1 5 inspectie afgebroken BD D Waterdiepte 1 2 3 4 5 geen ingrijpcriterium BD E Vloeistofstroom in de binnenkomende buis 1 5 BD F Atmosfeer in leiding % gas of concentratie ppm BD G Verlies van beeld BE X Gerepareerd 1 2 3 4 5 Nagaan of actie nodig is. Fysieke kwaliteit van de rioolleiding beoordelen aan de hand van inspectiebeelden Verbeteringsplannen Op basis van analyses en berekeningen constateren we of onze systemen naar behoren presteren. Als de objecten onvoldoende functioneren, dan maken we een plan voor maatregelen waarmee het functioneren kan worden verbeterd. Vooral de werking van de drukriolering behoeft een blijvende aandacht. Uitvoeringsprogramma DPRA Veel van de verbeteringen op watergebied worden gestimuleerd vanuit het DPRA. De maatregelen zijn er op gericht om het watersysteem en het openbare gebied (water)robuuster te maken en daarmee de klimaatbestendigheid te verbeteren. Momenteel kijken we bijvoorbeeld naar verbeterpunten voor het hydraulische functioneren van riolering en oppervlaktewater (inclusief duikers) aan de hand van stresstesten voor hemelwateroverlast. We blijven inzetten op het gescheiden houden van regenwater van afvalwater. We stellen vast waar opvallende locaties zijn en waar knelpunten optreden. We gaan vervolgens na wat hiervan de oorzaak is. We organiseren klimaatgesprekken om urgentie en prioriteit van ingrepen vast te stellen. Vervolgens beoordelen we de doelmatigheid van de verbetervoorstellen en we stellen vast welke verbeteringen we doorvoeren. Archeologisch en bodemonderzoek Bij het uitvoeren van graafwerkzaamheden bestaat er soms een verplichting tot archeologisch en bodemonderzoek. De vorm en frequentie van deze onderzoeken verschilt per locatie. Bij graafwerkzaamheden langs oude weteringen, bij bruggen moet bijvoorbeeld vooraf worden nagegaan of archeologisch en/of bodemonderzoek nodig is. Bij projecten met graafwerkzaamheden kunnen er extra kosten voor deze onderzoeken. We nemen in de kostenbegroting een post voor archeologisch en bodemonderzoek op, zodat we de onderzoekskosten kunnen dekken. Verordeningen In het kader van de vergunningverlening is er behoefte aan twee nieuwe verordeningen. Deze gaan we in de komende planperiode opstellen/actualiseren. We gaan te rade bij onze collega-gemeenten om te kijken of we documenten van hen als basis kunnen gebruiken. Opstellen aansluitverordening; we gebruiken het bestaande aansluitformulier als basis. Opstellen hemelwaterverordening; we leggen in de verordening vast hoeveel berging op eigen terrein moet worden gemaakt bij inbreidingslocatie. Eventueel ook opnemen dat je de wasmachine niet aansluit op het HWA > verordenen wat je mag en moet aansluiten op HWA. + overzichtskaart om welke gebieden het gaat. Actualiseren Nota Riolering Deze Nota Riolering heeft een looptijd van 2023 t/m 2026. Dit betekent dat in 2026 moet worden begonnen met het actualiseren van het Nota Riolering. 2) Onderhoud en reparatie Gebruik van de voorzieningen heeft slijtage tot gevolg. Verstrijken van de tijd zorgt voor veroudering. Onderhoud en reparatie zijn nodig om de bestaande objecten functioneel te houden. Onderhoud vrijvervalriolering Regelmatige reiniging van de vrijverval riolen zorgt voor een goede doorstroming van de riolen. Een deel van de riolen wordt na reiniging geïnspecteerd om een beeld te krijgen van de kwaliteit van de riolering. Naar aanleiding van de inspecties worden eventuele reparaties uitgevoerd. Straatvegen en onderhoud straat- en trottoirkolken Vuildeeltjes op straten worden meegevoerd met neerslag en spoelen via de straat- en trottoirkolken het rioolstelsel in. In het rioolstelsel zorgen ze voor extra vervuiling, soms ook voor verstoppingen. Om dit te voorkomen worden straten regelmatig geveegd. De kosten voor straatvegen worden voor 50% toegerekend aan de riolering. Wanneer een kolk is verstopt, leidt dit tot waterplassen op straat. De straat- en trottoirkolken worden 1x per jaar gereinigd. Dit is nodig om te zorgen voor een goede afstroming van hemelwater. Onderhoud rioolgemalen De mechanisch-elektrische installatie van rioolgemalen wordt 4 maal per jaar gecontroleerd en indien nodig gereinigd. Eenvoudige kleine reparaties worden uitgevoerd. Onderhoud gemalen en drukriolering De drukrioleringsgemalen worden onderhouden door een gespecialiseerd bedrijf. Dit bedrijf gaat voor reiniging en inspectie 1x per jaar langs bij alle gemalen. Bij storingen reageert een medewerker van de gemeente, indien deze het probleem niet kan verhelpen wordt het onderhoudsbedrijf ingeschakeld. Het Hoogheemraadschap van Rijnland onderhoudt 1 hoofdrioolgemaal van de vrijvervalriolen van de gemeente (gemaal Meerzicht). In principe gebeurt het onderhoud 1 maal per jaar. Er zijn afspraken gemaakt over de kwaliteit en beschikbaarheid van de gemalen, het Hoogheemraadschap stemt het onderhoud per gemaal af op de situatie. De overige gemalen lopen mee in de onderhoudscontracten van de drukriolering. Onderhoud van watergangen en waterpartijen Kadastrale perceel in eigendom van gemeente, onderhoud door Hoogheemraadschap. Gemeente wel ontvangstplicht voor bagger. Geregeld in convernant. Gebied Rijnland: Gemeente betaalt aan het Hoogheemraadschep van Rijnland voor afvoeren en verwerken van baggerslib. Gebied Schieland en de Krimpenerwaard: bagger wordt in depot gezet. Gebied Delfland: bijna alle watergangen zijn in eigendom, in beheer en onderhoud van Delfland ook een particuliere waterplas. De gemeente heeft geen beheertaken en draagt ook niet bij aan onderhoudskosten. Enkele kleine watergangen zijn bij de gemeente in beheer (@zie de lijst). Voor deze watergangen geldt dat de gemeente wel beheertaken met de daarbij behorende onderhoudskosten heeft. De gemeente is verantwoordelijk voor onderhoud en functioneren van de duikers. Geldt voor alle 3 de Hoogheemraadschappen. 3) Renoveren of vervangen In de vervangingsplanning is bepaald hoeveel riolen wanneer worden vervangen of gerenoveerd. We gaan op basis van het vervangingsplan na hoe groot en complex de vervangingsopgave is en we zorgen ervoor dat het werk wordt voorbereid door onze eigen dienst (sporadisch extern) zodat de uitvoering ervan kan worden aanbesteed. We voeren het renovatie-of vervangingswerk niet zelf uit. Hiervoor contracteren we een aannemer. We houden zelf toezicht op het uitvoeringswerk, zodat we zeker weten dat er wordt gemaakt wat we willen hebben. 4) Afhandelen van meldingen en klachten Soms komen klachten/meldingen binnen. Het gaat dan bijvoorbeeld om situaties waarin afvalwater, hemelwater of grondwater niet goed wegloopt, stankoverlast oplevert of werkzaamheden die overlast veroorzaken. Na ontvangst wordt de klacht/melding onderzocht, waarna er wordt beoordeeld in hoeverre de gemeente moet en kan zorgen voor een oplossing. In principe wordt binnen één werkdag een reactie gegeven. Bij urgente klachten is er binnen 4 uur iemand ter plaatse. We streven ernaar om deze klachten binnen 24 uur opgelost te hebben. De meeste meldingen komen telefonisch binnen. Overige meldingen klachten komen in het registratiesysteem ‘Verbeter de buurt’. 5) Vergunningverlening, toezicht en handhaving De gemeente en de Omgevingsdienst Haaglanden ODH geven verschillende vergunningen uit die te maken hebben met riolering. Het vergunningsproces vraagt om een zorgvuldige omgang met en afweging van informatie en belangen. Afhankelijk van de vergunningaanvraag kan hier veel voor nodig zijn. Een belangrijk type vergunning voor de riolering is de omgevingsvergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). In de omgevingsvergunning worden verschillende zaken geregeld rondom (ver)bouwwerkzaamheden, riolering/water vormt één van deze zaken. De gemeente is vergunningverlenende instantie, maar heeft de verplichting om andere relevante overheden te betrekken in het traject. Voor het verlenen van een omgevingsvergunning is daarom vaak overleg nodig met de Hoogheemraadschappen. De ODH verzorgt toezicht en handhaving op bestaande lozingen. Voor specifieke lozingen op het gemeentelijke rioolstelsel wordt advies gevraagd bij de gemeente Zoetermeer. Toezicht en handhaving dient in nauw overleg met gemeente en de betreffende van de drie hoogheemraadschappen te gebeuren, om te bepalen waar controles uitgevoerd dienen te worden. In sommige gevallen is de provincie of het rijk de vergunningverlenende instantie. Bijlage5Evaluatie grp 2016 – 2020 In de afgelopen planperiode van het GRP 2016 – 2020 zijn de gemeentelijke watertaken naar behoren uitgevoerd. Wij voldoen aan onze waterzorgplichten. Beleid, beheer en onderhoud zijn er op ingericht om dit zo te houden. De taken bestaan op hoofdlijnen uit de volgende onderdelen: Voorbereiding voor beleid en uitvoering Reguliere beheertaken bestaande voorzieningen Verbeteringen Uitbreiding areaal Samenwerking Voorbereiding voor beleid, planvorming In 2017/2018 is een klimaatstresstest uitgevoerd. Er heeft regulier overleg plaatsgevonden met vertegenwoordigers van het Hoogheemraadschap van Rijnland. Er is een vernieuwd convenant opgesteld voor het baggeren. Op enkele plaatsen is de capaciteit van duikers vergroot. Er is onderzoek gedaan naar foutieve aansluitingen in bedrijfsterrein Lansinghage. Begin 2019 is gestart met de voorbereiding binnen het NAD voor de OAS Harnaschpolder. In 2020 is gestart met deze berekeningen voor de OAS Harnaschpolder welke volgens de planning in april/mei 2021 zijn voltooid. In 2019 heeft via regionale inkoop de aanbesteding in percelen plaatsgevonden van een bestek voor reiniging en inspectie en een bestek voor relining plaatsgevonden. De maximale looptijd van deze bestekken is 4 jaar. In kwartaal 1 van 2020 is gestart met het opstellen van de Nota Riolering (breder GRP) waarbij aansluiting wordt gezocht met de omgevingsvisie. Reguliere beheertaken bestaande voorzieningen Inspectie en reiniging wordt volgens een cyclus uitgevoerd. De meldingen via melddesk worden afgehandeld en hierin zien we fluctuatie. De laatste jaren nemen het totaal aantal meldingen toe met circa 11 %. Door het thuiswerken ontstaan er meer meldingen. Verbeteringen Het toegenomen areaal aan inspecties zorgt voor een beter en actueel inzicht in de kwaliteit van de riolering. Met dit betere inzicht wordt het programma voor relining gemaakt. In de afgelopen jaren zijn veel asbestcementleidingen gerelined. Uit de inspecties is naar voren gekomen dat in een aantal gresleidingen in Oosterheem scheuren vertoonden waarna relining is uitgevoerd. Daarnaast zijn via rioleringsbestekken grotere zonken in het rioolstelsel aangepast. Jaarlijks vinden er in de planperiode gemiddeld 2 tot 3 reparaties plaats in het hoofdriool. In 2017 is in de Eerste Stationsstraat nabij Pilatusdam een slecht functionerende duiker in de Buurtvaart vervangen. De duiker met daarin een zinker en een DWA-kruisingsput is vervangen door een nieuwe vrijliggende DWA-leiding met daar overheen een nieuwe rechte duiker zonder zinker. Hierdoor is de doorstroming in de Buurtvaart verbeterd en kan onderhoud en inspectie makkelijker plaatsvonden. In 2019 zijn in het Westerpark drie kleine duikers Ø300 mm vergroot door twee grotere duikers Ø600 mm. Hierdoor is de doorstroming van de singels in de wijk Meerzicht en het Westerpark verbeterd. Uitbreiding areaal In de wijk Palenstein is in het gebied waar stadsvernieuwing plaatsvindt de singel en de riolering gewijzigd en vervangen. Deze stadsvernieuwing is voorlopig nog niet afgerond. In de wijk Rokkeveen is het voormalig tracé voor Randstadrail bebouwd, waarvoor nieuwe riolering is aangelegd. Deze inbreiding is bijna afgerond. Aan de Van Leeuwenhoeklaan/Vlamingstraat is in 2017 uitbreiding van het riool voor de nieuwbouw van 15 woningen uitgevoerd. In de nieuwbouwwijk Oosterheem zijn nog steeds ontwikkelingen aan de gang. Langs de Zegwaartseweg en Voorweg vinden particuliere nieuwbouw ontwikkelingen in toenemende mate plaats. Daarnaast zijn er nog een aantal kleine nieuwbouwlocaties in bestaande wijken geweest waarvoor nieuwe huisaansluitingen zijn aangelegd. Samenwerking Met de hoogheemraadschappen wordt op verschillende fronten samengewerkt: Baggerwerkzaamheden HHSK en HHR; Beheer watergangen en duikers Onderzoek en plan van de aanpak voor algen in de Zoetermeerse Plas en Noordhovense Plas met HHR Samenwerking op het gebied van afvalwater via het Netwerk Afvalwater Delfland, door kennisuitwisseli

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.