Beleidsregel financiële overbrugging Participatiewet Goeree-Overflakkee Burgemeester en wethouders van Goeree-Overflakkee; overwegende dat het gewenst is om beleid met betrekking tot een financiële overbrugging bij de aanvang van een uitkering op grond van de Participatiewet vast te stellen; gelet op artikel 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 7, eerste lid, onderdeel b, artikel 18, eerste lid, artikel 48, eerste, tweede en vierde lid, en artikel 58, tweede lid, onder b, van de Participatiewet; besluiten vast te stellen de volgende beleidsregel: Beleidsregel financiële overbrugging Participatiewet Goeree-Overflakkee. Artikel1Definities In deze beleidsregel wordt verstaan onder: belastingtoeslagen: de inkomensafhankelijke toeslagen van de Belastingdienst waarop mogelijk aanspraak bestaat; bijstandsnorm: bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5, onder c, van de wet; inkomen: totaal netto inkomen van de alleenstaande, de alleenstaande ouder met zijn ten laste komende kinderen of het gezin als bedoeld in de artikelen 31, 32 en 33 van de wet dan wel in artikel 6 van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004; vermogen: vermogen als bedoeld in artikel 34 van de wet; wet: de Participatiewet; woonadres: woonadres in gemeente Goeree-Overflakkee waarop de aanvrager staat ingeschreven in de Basisregistratie Personen. Begrippen die in deze beleidsregel gebruikt worden en die niet anders omschreven worden dan in de wet, hebben dezelfde betekenis als in de wet. Artikel2Overbruggingsuitkering Burgemeester en wethouders kunnen op verzoek aan een persoon die over geen of onvoldoende middelen beschikt om in de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien vanaf de aanvang van de bijstandsverlening tot de eerste uitbetaling van de algemene bijstand, een overbruggingsuitkering verlenen. De hoogte van de uitkering als bedoeld in het eerste lid wordt vastgesteld op de van toepassing zijnde bijstandsnorm, zulks onder aftrek van het bedrag aan vakantietoeslag. Op de overbruggingsuitkering worden de volgende middelen in mindering gebracht: beschikbaar inkomen; en vermogen, voorzover dat meer bedraagt dan de van toepassing zijnde bijstandsnorm exclusief vakantietoeslag, waarover de aanvrager redelijkerwijs direct kan beschikken. De overbruggingsuitkering wordt verleend als algemene bijstand. De overbruggingsuitkering wordt om niet verleend, tenzij de noodzaak tot het verlenen van een overbruggingsuitkering het gevolg is van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan. Artikel3Overbrugging belastingtoeslagen Burgemeester en wethouders kunnen op verzoek aan een persoon die over geen of onvoldoende middelen beschikt vanaf de aanvang van de bijstandsverlening niet zijnde de eerste van de vestigingsmaand tot en met het einde van die maand, bijstand verlenen naar rato van de belastingtoeslagen. Deze bijstand wordt verleend als onbelaste bijzondere bijstand. Artikel4Inwerkingtreding Deze beleidsregel treedt in werking na de datum van bekendmaking. Artikel5Citeertitel Deze beleidsregels wordt aangehaald als: Beleidsregel financiële overbrugging Participatiewet Goeree-Overflakkee. Aldus vastgesteld op 21 maart 2023 doorburgemeester en wethouders van Goeree-Overflakkee,secretaris, burgemeester,W.M. van Esch mr. A. Grootenboer-DubbelmanToelichting Beleidsregel financiële overbrugging Participatiewet Goeree-Overflakkee Algemeen De wettelijke grondslag voor het verlenen van een overbruggingsuitkering is te vinden in de artikelen 7, lid 1, onderdeel b en 18, lid 1, van de wet. Daarin staat dat iemand recht heeft op bijstand als hij niet over de middelen beschikt om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien. De hoogte van die bijstand stemmen burgemeester en wethouders af op de middelen van de aanvrager. De bijstandsuitkering wordt maandelijks achteraf uitbetaald. Bij een dergelijk betalingsritme is het voor sommige bijstandsgerechtigden niet mogelijk zelf de periode te overbruggen tot de eerste betaling van de bijstandsuitkering. Met deze beleidsregel willen burgemeester en wethouders invulling geven aan de mogelijkheden om algemene bijstand als overbruggingsuitkering te verstrekken. De wettelijke grondslag voor het verlenen van bijstand ter overbrugging op de belastingtoeslagen is te vinden in artikel 48, lid 2, onderdeel a, van de wet. Daarin staat dat de bijstand in de vorm van een geldlening kan worden verleend als redelijkerwijze kan worden aangenomen dat de aanvrager op korte termijn over voldoende middelen zal beschikken om over de betreffende periode in de noodzakelijke kosten van bestaan te voorzien. Met de uitbetaling van de belastingtoeslagen is dit het geval. Het verstrekken van bijstand om niet ter hoogte van de belastingtoeslagen gedurende de eerste niet volledige vestigingsmaand vindt zijn wettelijke grondslag in artikel 18, lid 1, van de wet. Artikelsgewijs Artikel 1 Definities In dit artikel is een aantal begrippen gedefinieerd. Wanneer een begrip niet is gedefinieerd, dient te worden teruggevallen op hetgeen hieronder in de wet en de Algemene wet bestuursrecht wordt verstaan. Artikel 2Overbruggingsuitkering Lid 1 Bij een beroep op de overbruggingsuitkering, moet de noodzaak individueel bepaald worden. Een aanvrager die bijvoorbeeld alleenstaande is en inwonend bij zijn ouders, zal minder overbruggingsproblemen hebben als een alleenstaande ouder met kinderen die onlangs verlaten is door de partner. Een overbruggingsuitkering zal in de volgende situaties het meest aan de orde zijn: statushouders; ex-gedetineerden; verlating door partner. Over de afhandeling van de aanvraag om bijstand hebben burgemeester en wethouders contact met de aanvrager. Als uit deze contacten blijkt dat de aanvrager te maken heeft met een overbruggingsprobleem tot de datum van eerste uitbetaling van de bijstand, dan bestaat er mogelijk recht op een overbruggingsuitkering en/of overbrugging ter hoogte van de toeslagen van de Belastingdienst. Hiertoe wordt een schriftelijke aanvraag ingediend. Hij kan deze aanvraag bijvoorbeeld doen tijdens het intakegesprek voor de aanvraag levensonderhoud. Lid 2 De hoogte van de overbruggingsuitkering bedraagt eenmaal de van toepassing zijn bijstandsnorm minus het bedrag van de vakantietoeslag. Lid 3 Op de overbruggingsuitkering worden eigen middelen in mindering gebracht. Inkomen waarover de aanvrager beschikt wordt volledig in mindering gebracht. De zak- en leefgeldvergoeding van het AZC wordt niet op de overbruggingsuitkering in mindering gebracht. Dit bedrag wordt met de reguliere bijstandsuitkering verrekend. Voor vermogen geldt dit alleen als het gaat om vermogen waarover de aanvrager direct kan beschikken, zoals zijn betaal- en spaarrekeningen en contant geld. Bovendien geldt bij vermogen dat de van toepassing zijn bijstandsnorm (exclusief vakantietoeslag) wordt vrijgelaten. Zo is de aanvrager niet gelijk al zijn vermogen kwijt als hij zelf moet overbruggen. Voorbeeld 1: Ingangsdatum uitkering 10 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.