← Nederland

Landschapsvisie Vijfheerenlanden 2040 (Vijfheerenlanden)

Landschapsvisie Vijfheerenlanden 2040VOORWOORD Met trots presenteer ik u onze landschapsvisie. Dit verhaal is tot stand gekomen in samenwerking met betrokken partners, ondernemers/agrariërs en inwoners van onze gemeente. We hebben als nieuwe gemeente één visie ontwikkeld voor het buitengebied van Vijfheerenlanden. Vijfheerenlanden is van oorsprong een prachtig, typisch Hollands landschap. In de afgelopen 80 jaar verdween echter een groot deel van het oorspronkelijke diverse en kleurrijke landschap en daarmee ook vele planten en dieren. Houtwallen, hagen, hoogstamboomgaarden moesten wijken voor wegen, woningbouw, en bedrijventerreinen. Dit kan zo niet doorgaan, dus tijd voor verandering. Nu het nog kan. Of zoals de schrijver-filosoof George Santayana (1863-1952) formuleerde: “Wie de geschiedenis niet kent is gedoemd haar te herhalen”. Dat is precies wat we niet moeten doen. Gemeente Vijfheerenlanden wil met trots op onze geschiedenis en onze traditie investeren in een duurzame toekomst voor ons kostbare landschap. We staan voor grote opgaven op het gebied van doorontwikkeling van de landbouw, bodemdaling, toekomstbestendig waterbeheer, energietransitie, recreatie en biodiversiteit. Visievorming is nodig om antwoord te geven op de grote vragen van deze tijd, voor een stip op de horizon, een wervend toekomstperspectief voor het buitengebied. Ik ben trots op ons gebied. Deze trots voel ik ook bij onze inwoners, agrariërs en ondernemers. Het is geen gemakkelijke opgave, maar ons eeuwenoude open landschap biedt ons anno 2021 unieke kansen om de grote maatschappelijke opgaven van de 21e eeuw op te lossen met behoud van het unieke karakter. Oplossingen die grote impact zullen hebben op de ruimte. Niet alles kan, dus zullen we keuzes moeten maken om de landschappelijke waarden te behouden. Dit vraagt tijd en een zorgvuldige aanpak. Voorliggende visie beoogt een duurzame balans tussen landbouw, natuur, waterbeheer, bodemdaling, recreatie, het opwekken van duurzame energie en alle andere belangen. Met als doel het ontwikkelen van ons gebied naar een aantrekkelijk, vitaal en toekomstbestendig landschap. Deze landschapsvisie gebruiken we om richting te geven aan ontwikkelingen in het buitengebied. De visie gaat ons helpen om keuzes te maken. Alleen samen kunnen we dit realiseren. Samen met inwoners, agrariërs, ondernemers en andere betrokkenen, zoals het waterschap, de LTO en de agrarische natuurvereniging. Ik ben trots op de verbondenheid in ons gebied en kijk vol enthousiasme uit naar een goede samenwerking. Ik wens u veel leesplezier en inspiratie toe voor de toekomst van ons mooie buitengebied! Ik sluit af met het beroemde gedicht van Hendrik Marsman uit 1936 ‘Herinnering aan Holland’. Dit gedicht beschrijft beeldend het Nederlandse landschap en de eeuwige strijd tegen het water. Maks van Middelkoop Wethouder Duurzaamheid/Landbouw SAMENVATTING Het buitengebied van de Vijfheerenlanden is een prachtig, typisch Hollands landschap. We staan in het buitengebied voor grote opgaven waaronder een omvangrijke transitie van de landbouw, een energietransitie en klimaatadaptie die samen komen met de specifieke gebiedsopgaven zoals de bodemdaling in het veen en de zorg voor de weidevogels en biodiversiteit. Voor een duurzame toekomst is naast duurzame voedselproductie ook de zorg voor de kwaliteit van de bodem, het grondwater, de biodiversiteit en het landschap essentieel. Het buitengebied van Vijfheerenlanden is toe aan een nieuwe grote stap. Het toekomstbeeld voor 2040 gaat uit van een landschap waarin agrarische productie wordt gecombineerd met het realiseren en behouden van een gezonde bodem, schoon water, schone lucht, hoge mate van biodiversiteit en een aantrekkelijk landschap. Het buitengebied van Vijfheerenlanden is veranderd in een veelkleurig landschap. Door een nieuwe balans tussen landbouw, klimaatadaptatie, natuur, biodiversiteit, water, recreatie, energie, cultuurhistorie en de verschillende belangen is een aantrekkelijk, vitaal en toekomstbestendig landschap ontstaan waar de boeren en bewoners van Vijfheerenlanden trots op zijn en zich sterk verbonden mee voelen. Doel van de visie Er komen diverse opgaven op ons buitengebied af. Deze landschapsvisie is de eerste stap in het komen tot een beleid gericht op een goede balans tussen landbouw, natuur, waterbeheer, bodemdaling, recreatie, het opwekken van duurzame energie en alle andere belangen die spelen in het landelijk gebied. Deze landschapsvisie is ervoor bedoeld om al deze ontwikkelingen op elkaar af te stemmen en ervoor te zorgen dat de kwaliteiten van het landschap daarbij behouden of versterkt worden. De visie is een kader voor de uitwerking van het omgevingsbeleid van de gemeente en voor de toetsing van ruimtelijk plannen en projecten. Het uiteindelijke doel is het ontwikkelen van een aantrekkelijk, vitaal en toekomstbestendig buitengebied in Vijfheerenlanden. De visie legt geen ontwikkelingen vast, maar inspireert en nodigt particulieren, organisaties en (andere) overheden uit te komen met passende initiatieven en investeringen. Totstandkoming van de visie Om te komen tot de visie is een analyse gemaakt van de ontstaansgeschiedenis en is het huidige karakter van het buitengebied beschreven: wat zijn waardevolle kwaliteiten en wat zijn de aandachtspunten en opgaven die er nu spelen en op het gebied afkomen? Zaken zoals aanwezige landschapstypen, bodemsoorten, bestaande functies en bodemdaling zijn in kaart gebracht. Vervolgens is een uitgebreide beleidsanalyse uitgevoerd naar relevant beleid en visies over de thema’s landschap, landbouw, klimaat en economie. Hiervoor is lokale input gebruikt, maar ook regionaal en landelijk beleid. Tegelijkertijd is een participatieproces doorlopen met de partners in het gebied: de Streekhouders. Samen met de streekhouders zijn eerst de aanwezige kwaliteiten en knelpunten benoemd en is nagedacht over kansen en bedreigingen. Deze inbreng is samen met de gebiedsanalyse, het vigerend beleid en onderzoeken vertaald in zes kaarten met de koers per thema en de integrale landschapsvisiekaart. Landschapsvisie buitengebied Vijfheerenlanden In deze landschapsvisie doen we een voorstel voor de ontwikkelrichting (koers) voor de lange termijn voor het buitengebied van Vijfheerenlanden: welke koers gaan we varen op weg naar 2040, wat is onze stip op de horizon? Uitgangspunt voor de koers voor de komende jaren is het behouden en waar mogelijk versterken van de bestaande kwaliteiten. Daarbij is het belangrijk op een goede manier in te spelen op de verschillende maatschappelijke trends, ontwikkelingen en andere aandachtspunten. De Landschapsvisie formuleert onze belangrijkste ambities voor het buitengebied aan de hand van een zestal thematische principes en uitgangspunten: Sterke, toekomstbestendige landbouw: de landbouw blijft ook in de toekomst de belangrijkste drager van ons landelijk gebied. De ambitie is een transitie naar een duurzame en volhoudbare inrichting en beheer van het landelijk gebied en de landbouw in 2040 - met een goed perspectief voor de boer, ruimte voor planten en dieren en met een lage belasting van de omgeving en het klimaat. Met als basis een gezond natuurlijk bodem- en watersysteem. Daarbij kan het gaan om innovaties en technische oplossingen om nadelige effecten van de (reguliere) bedrijfsvoering te verkleinen. Waar mogelijk gaan we een stap verder en gaan we samen op zoek gaan naar (nieuwe) duurzame verdienmodellen en koppelkansen. Samenwerking met provincie en waterschap is daarbij essentieel. Er zijn verschillende mogelijkheden om hier te komen die kansrijk zijn in Vijfheerenlanden en waar we ruimte aan bieden: natuurinclusieve kringlooplandbouw; innovatieve vormen van ‘nat’ agrarisch gebruik; agroforestry; landbouwproductie in combinatie met landschapsverbetering; boeren belonen voor ecosysteemdiensten; verduurzaming en continuïteit in de fruitteelt; op naar plattelandsbedrijvigheid. Robuuste en gevarieerde natuur: de aanwezigheid van een gevarieerde en robuuste natuur is noodzakelijk voor een gezonde leefomgeving en versterkt de landbouwkundige en de recreatieve waarde van het gebied. De uiterwaarden van de Lek en Linge zijn van groot belang voor de natuur. We willen ‘buitendijkse natuur verbinden en versterken’, zodat zoveel mogelijk aaneengesloten natuurgebieden ontstaan langs de rivieren, met een natuurlijk systeem en bijbehorende dynamiek. Daarnaast is het ‘verbinden en versterken van binnendijkse natuur’ een ambitie. Ook de binnendijkse landschappen van Vijfheerenlanden bieden een grote verscheidenheid aan flora en fauna. Uitgangspunt is het ontwikkelen van gebiedseigen of kenmerkende natuurtypen. We hebben de ambitie (lokale) ecologische verbindingen te doen ontstaan: tussen de Zouweboezem en de Viaanse grienden; aansluitend daarop zuidelijk langs Vianen (‘van Lek tot Lek’) en langs de Diefdijk (tussen de Lek en de Linge). Klimaatbestendig en waterrobuust: Het ‘klimaatbestendig worden en het zoveel mogelijk tegengaan van klimaatverandering’ pakken we waar mogelijk in regionaal verband op. In 2050 willen wij als gemeente een klimaatbestendig, adaptief en robuust bodem- en watersysteem hebben in ons buitengebied. In het landschap bieden we ruimte aan innovatieve maatregelen en experimenten die hieraan bij kunnen dragen zoals: verhogen van waterpeilen, vastleggen van CO2 en creëren van schaduwrijke plekken. De mate waarin de ‘bodem’ daalt varieert per gebied. Het is daarom belangrijk maatwerk te leveren per bodemtype. Door de ligging tussen de grote rivieren is ‘waterveiligheid’ een belangrijk aandachtspunt. In overleg met partners zoeken we bij dijkverbeteringen ook in de toekomst naar mogelijkheden om deze te combineren met dynamische (rivier) systeemmaatregelen, versterking van ruimtelijke kwaliteiten en andere opgaven. Energie uit het gebied: We willen dat Vijfheerenlanden in 2050 energieneutraal is. De strategie hiervoor is om ten eerste flink energie te besparen. Daarnaast is het van belang dat de resterende energievraag wordt opgewekt met duurzame technieken. Interessant is dat het opwekken van duurzame elektriciteit in het gebied een financiële drager kan zijn voor bijvoorbeeld de beoogde transities in de landbouw, natuurontwikkeling en landschapsversterking. In het kader van de RES zetten we voor de periode tot 2030 maximaal in op zonnepanelen op daken, waarmee we de opgave gedeeltelijk kunnen realiseren. Daarnaast zijn er tot 2030 naar verwachting drie extra (grote) windturbines nodig (naast de drie bestaande windturbines nabij Autena) om de tussentijdse doelstelling voor 2030 te halen of vele kleinere windturbines ten behoeve van lokaal gebruik. Voor de langere termijn (2030-2050) gaan we op zoek naar aanvullende innovatieve maatregelen, zoals zon op de (agrarische) daken en kleine windturbines bij agrarische bedrijven. Met het toepassen van zonneakkers zijn we terughoudend. Voorwaarden zijn in alle gevallen een goede landschappelijke inpassing en meervoudig ruimtegebruik en een bijdrage aan de landschapskwaliteit. Ruimte voor recreatie: Vijfheerenlanden biedt ‘rust en ruimte in een dichtbevolkte regio’. Een mooi landschap is in de eerste plaats waardevol voor bewoners van Vijfheerenlanden, maar ook recreanten en toeristen van buiten de gemeente kunnen er van genieten. Een ‘gevarieerd recreatieaanbod’ kan de aantrekkingskracht vergroten. We willen particulieren de ruimte geven om het aanbod van dagrecreatieve activiteiten en verblijfsrecreatieve voorzieningen - mits deze passen in het landschap - te vergroten. Met ‘gebiedspromotie’ willen we ervoor zorgen dat de recreatieve trekkers goed bekend zijn in de regio en daarbuiten. Het landschap ontsloten: we willen de kernen via logische, veilige en aantrekkelijke groene wandel-en fietsroutes verbinden met het landschap van de uiterwaarden van de Lek en Linge en met de Vijfheerenlandse polders. We streven naar het opheffen van barrières in recreatieve routes , zodat een aantrekkelijk en samenhangend recreatief netwerk ontstaat. Wanneer mogelijkheden zich voordoen willen we ontbrekende schakels in routestructuren van de stad naar het platteland toevoegen. Ook zetten we in op het toevoegen van nieuwe fiets-, wandel- en vaarverbindingen. Deelgebieden De thematische principes en uitgangspunten zijn verder integraal uitgewerkt voor de verschillende deelgebieden binnen de gemeente met een eigen karakter. Samen vormen de deelgebieden het landschappelijk raamwerk dat de basis vormt voor toekomstige ontwikkelingen in het buitengebied van Vijfheerenlanden. We onderscheiden de volgende deelgebieden met elk een eigen karakter: uiterwaarden; stroomruggen; halfopen griendenlandschap; veenweidelandschap met rivierinvloeden; stads- en dorpsranden; linten. Van elk deelgebied zijn de karakteristieken beschreven die samen de huidige identiteit vormen. Vervolgens beschrijven we de koers op hoofdlijnen op weg naar 2040: hoe willen we de bestaande kwaliteiten van het deelgebied behouden en versterken, en welke typen ontwikkelingen kunnen daaraan bijdragen, rekening houdend met de thematische principes en uitgangspunten? Hiermee hopen we inwoners en partijen te stimuleren met passende initiatieven te komen. Uitvoeringsperspectief In het laatste hoofdstuk wordt een eerste indicatie gegeven voor de manier waarop deze landschapsvisie uitgevoerd kan worden. De rolneming van de gemeente Vijfheerenlanden wordt beschreven, de partners die nodig zijn bij de uitvoering en een eerste schets van de uitwerking van de visie in concrete projecten en maatregelen en financiering. De landschapsvisie is een belangrijke bouwsteen voor de (in 2022) op te stellen Omgevingsvisie Vijfheerenlanden. De bedoeling is om na vaststelling van de landschapsvisie een meer concreet uitvoeringsprogramma op te stellen, waarin ook de personele en budgettaire consequenties worden aangegeven. Het uitvoeringsprogramma zal dan ook in de beleidscyclus van de omgevingsvisie worden geformaliseerd. AANVULLING LANDSCHAPSVISIE VIJFHEERENLANDEN 2040 Aanvulling d.d. februari 2023 op de Landschapsvisie Vijfheerenlanden 2040 (d.d. oktober 2021) Reden aanvulling in relatie tot huidige landschapsvisie De landschapsvisie is tijdens de vorige raadsperiode opgesteld in samenspraak met de inwoners, agrariërs, ondernemers en de gemeenteraad. Dit is gebeurd via de participatierondes van de Strategische visie Vijfheerenlanden, gesprekken met agrariërs, bewoners, ondernemers en initiatiefnemers in het gebied (ook wel ‘streekhouders’ genoemd) en er is een online enquête gehouden. Tijdens dit participatietraject is expliciet ingegaan op de toekomst van het buitengebied. In september 2021 zijn de streekhouders gevraagd om hun mening op de ontwerpvisie te geven. De opmerkingen van de streekhouders zijn meegenomen bij uitwerking van deze landschapsvisie. Vervolgens is op 9 november 2021 de Landschapsvisie Vijfheerenlanden 2040 in het college besproken. Er is besloten om de raad voor te stellen de Landschapsvisie Vijfheerenlanden 2040 vast te stellen. Voorafgaand aan de raad van 14 december 2021 is echter, vanwege de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2022, door het presidium besloten om de landschapsvisie niet meer door de ‘oude’ raad te laten behandelen, maar deze voor te leggen aan de ‘nieuwe’ raad. In het coalitieakkoord is het volgende opgenomen: “Wij stellen de raad voor om de Landschapsvisie Vijfheerenlanden 2040 als inspiratiedocument vast te stellen. Als uitvloeisel van deze visie maken we samen met belanghebbenden en de gemeente Molenlanden een landbouwvisie met een concrete uitvoeringsagenda die gericht is op het behoud en waar mogelijk de versterking van de agrarische sector en haar economische waarde.” Op basis van het coalitieakkoord is ervoor gekozen de landschapsvisie gecombineerd met het startdocument voor de op te stellen landbouwvisie aan de raad voor te leggen. In januari 2023 is de landschapsvisie opnieuw aan de raad aangeboden ter vaststelling. Geconstateerd is dat er in de tussentijd een aantal ontwikkelingen heeft plaatsgevonden, waardoor de landschapsvisie op een aantal punten niet meer actueel is. We vinden het als gemeente echter niet gepast om na uitgebreide participatie nu eenzijdig de landschapsvisie aan de meest recente ontwikkelingen aan te passen. Vandaar deze aanvulling met daarin kort de meest recente ontwikkelingen beschreven in relatie tot de voorliggende landschapsvisie. Deze aanvulling wordt als inlegvel aan de Landschapsvisie Vijfheerenlanden 2040 toegevoegd. Relevante ontwikkelingen die van invloed zijn op de landschapsvisie Beleidskader Energietransitie In november 2022 is het Beleidskader Energietransitie (BET) vastgesteld. Dit beleidskader is leidend in hoe de gemeente om wil gaan met de invulling van de Regionale energiestrategie (RES) opgave. Op 9 februari 2023 staat een aanpassing van dit beleidskader op de agenda van de gemeenteraad. Op 9 februari 2023 neemt de gemeenteraad ook een besluit over de wijze waarop Vijfheerenlanden invulling wil geven aan het opwekken van duurzame energie. Onze opgave bestaat uit het opwekken van 0,072 TWh waarvan 0,030 TWh wordt opgewekt door de drie bestaande windturbines bij Autena en 0,029 TWh wordt opgewekt door de al aanwezige zonnepanelen op daken. Er zijn nog voldoende grote daken beschikbaar waar zonnepanelen op aangebracht kunnen worden om de benodigde energie duurzaam op te wekken. Echter, we zijn daarvoor afhankelijk van inwoners en ondernemers om dit tijdig voor elkaar te krijgen. Daarom stellen we voor om te investeren in een versnellingsprogramma Zon op dak waarbij we inwoners en ondernemers stimuleren zonnepanelen aan te brengen. De gemeente Vijfheerenlanden heeft in het Beleidskader Energietransitie gekozen om geen zonnevelden op (agrarische) gronden te faciliteren. Omdat het risico bestaat dat we niet tijdig aan onze doelstelling kunnen voldoen, wordt de gemeenteraad voorgesteld om twee zoekgebieden aan te wijzen om daar een vervolg¬onderzoek te doen naar de mogelijkheden om extra windturbines te plaatsen. Omgevingsvisie Vijfheerenlanden De landschapsvisie geeft de richting aan met betrekking tot de ontwikkeling van het landelijk gebied. Deze visie legt geen ontwikkelingen vast, maar inspireert en nodigt particulieren, organisaties en (andere) overheden uit om met passende initiatieven en investeringen te komen. De verwachting is dat de Omgevingsvisie eind 2023 wordt vastgesteld. De Omgevings-visie vormt na vaststelling het kader voor ruimtelijke initiatieven. De landschapsvisie is gebruikt als één van de bouwstenen voor de Omgevingsvisie Vijfheerenlanden. Hierbij is de landschapsvisie gebruikt als inspiratiebron. In de Omgevingsvisie wordt opgenomen waar en op welke wijze uitbreidingen van het stedelijk gebied kunnen plaatsvinden voor wonen en werken. Dit is vooruitlopend op de Omgevingsvisie onderzocht in het plan-Omgevingseffectrapportage (plan-OER) in relatie tot de in de provinciale omgevingsverordening opgenomen kernrandzones. De aange¬ge-ven aantallen in de landschapsvisie zijn slechts indicatief en laten ruimte voor initiatieven in de kernrandzones. AANVULLING Uitvoeringsprogramma landelijk gebied Als aanvulling op de landschapsvisie wordt in 2023 ook een landbouwvisie 2040 opgesteld. Als uitvloeisel van beide visies maken we samen met belanghebbenden en de gemeente Molenlanden een concrete uitvoeringsagenda. De agenda is gericht op het behoud en waar mogelijk versterking van de agrarische sector naar een aantrekkelijk, vitaal en toekomstbestendig landschap voor mens, plant en dier. Met het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) wil de overheid vóór 2030 de natuur ruimte bieden voor herstel en versterking, de kwaliteit van water en bodem verbeteren en meer doen tegen klimaatverandering. De provincie is verantwoordelijk voor natuurherstel en structurele vermindering van de stikstofuitstoot en -neerslag in de provincie. Het Rijk heeft daarom aan alle provincies gevraagd om een provinciaal gebiedsprogramma op te stellen. Hierin stellen de provincies per gebied de doelen voor stikstof, natuur, water en klimaat vast. Deze plannen moeten op 1 juli 20231 klaar zijn. Dit heet de Gebiedsgerichte Aanpak (GGA). Met de uitwerking van de landbouwvisie zoekt de gemeente zoveel mogelijk aansluiting bij de Gebiedsgerichte Aanpak. Het NPLG krijgt een adaptief karakter, wat betekent dat op verschillende ijkmomenten het gebiedsprogramma bijgesteld kan worden. Dit betekent ook dat het gebiedsprogramma van juli 2023 nog geen definitief karakter hoeft te hebben. Dit zal een programma op hoofdlijnen worden waarin ook de analyse een stevige basis moet vormen. Vitaal en veelkleurig landschap met meerwaarde Het is 2040. De zon komt op en de weidevogels ontwaken in het open weidelandschap van Vijfheerenlanden. Gruttooo, gruttooo! Een heerlijk getetter, een feest om te horen! Ze gaan op zoek naar insecten en hoeven daar niet lang voor te zoeken, want in de kruidenrijke weilanden zoemt het. Ook de grazende koeien genieten van de bloemrijke weilanden en het afwisselende menu. In de zomer staan de Blaarkoppen op de natuurrijke graslanden in de uiterwaarden. Hier kun je (net als de rivier) heerlijk ‘traag door oneindig laagland’ wandelen. ’s Winters vangen de uiterwaarden overtollig regen- en smeltwater op. In elk jaargetijde bieden de dynamische uiterwaarden dan ook een andere beleving. Achter de versterkte bloemdijken liggen de prachtige hoogstamboomgaarden en zijn er verschillende akkers op de stroomruggen uitgegroeid tot voedselbossen met een diversiteit aan peren, noten, pruimen en bessenstruiken. De bossen worden afgewisseld met bloemrijke weides en natuurrijke akkers met oude gewassen zoals hennep. Het is de plek waar de buurt, stedelingen en recreanten kunnen proeven en snoepen van bessen en frambozen, aardbeien kunnen plukken en peren, pruimen en noten kunnen verzamelen. Tot diep in de herfst zijn de voedselbossen vruchtdragend. In de winter vormt de kunst van het snoeien een jaarlijks terugkerend ritueel, want snoei geeft groei en een steeds rijkere oogst. De bodems van de voedselbossen houden het regenwater vast als een spons. Het halfopen griendenlandschap is versterkt met nieuw bos, met een grote rijkdom aan flora en fauna. Het is een blauw dooraderd klimaatbos met hoge natuur- en recreatiewaarden tussen de stroomruggen langs de Lek, de Diefdijk en het open veenweidelandschap. Het gebied is een proeftuin voor verschillende vormen van natte natuurontwikkeling, natte teelten en bosbouw. Hier worden de mogelijkheden onderzocht hoe nieuw bos als zoetwaterbuffer en als bouwmateriaal kan werken en er wordt geëxperimenteerd met innovatieve natte teelten, zoals Kleine en Grote lisdodde, Azolla, et cetera. Tussen de natte broekbossen en grienden grazen blaarkoppen en schapen, die kleiner zijn en ‘lichter’ op de poten staan op deze drassige weiden. Van november tot april, wanneer de wilgen geen blad dragen, zijn de griendwerkers met het hakmes aan de slag. In het voorjaar keert de rust weer. Op verschillende plekken liggen er grote stapels geoogst griendhout, klaar om lokaal verwerkt te worden tot manden, hoepels van tonnen, oeverbeschoeiing, maar ook voor het vlechten van matten ter versteviging van dijken. Het buitengebied van Vijfheerenlanden is veranderd in een veelkleurig landschap waar een reeks van belevingen mogelijk is, een landschap met meerwaarde. VERGEZICHT2040 Nieuwe balans in het buitengebied In 2040 is het buitengebied van Vijfheerenlanden gebaseerd op een robuust watersysteem en een veerkrachtige bodem. Het watersysteem deint met de seizoenen mee en het peilbeheer is gedifferentieerd en flexibel en afgestemd op basis van de verschillen in de bodemopbouw. Dit levert een veelkleurig en toekomstbestendig landschap op met verschillende vormen en intensiteiten van landgebruik. Het is een landschap met nieuwe smaken, geuren en geluiden, waarin agrarische productie gecombineerd wordt met de productie van een gezonde bodem, schoon water, schone lucht, een hoge biodiversiteit en een aantrekkelijk landschap. In 2040 is landbouw nog steeds een belangrijke drager in het gebied. De vorm van landbouw is wel anders dan twintig jaar geleden: de boeren in het gebied hebben een transitie gemaakt naar natuurinclusieve landbouw. Ze experimenteren met innovatieve vormen van ‘nat’ agrarisch gebruik, nieuwe bossen en boeren worden beloond voor ecosysteemdiensten. Meer boeren hebben de transitie van agrarische productiebedrijvigheid naar bredere plattelandsbedrijvigheid gemaakt. Bewoners zien dat de boeren tevreden hun duurzaam geproduceerde lokale energie benutten ten behoeve van hun bedrijfsvoering en energie leveren aan de inwoners van de omliggende dorpen en steden. Het buitengebied is niet alleen een landbouwgebied, maar een landschap waar landbouw, natuur, water, cultuurhistorie, recreatie, toerisme, energie, wonen, werken en zorg met elkaar verbonden zijn en elkaar versterken. De beleving vanuit boeren, inwoners en bezoekers wordt gevoeld als een warme landschapsdeken die uitnodigt om er intens in op te gaan. Boeren genieten van alles wat de natuur hen biedt en maken dankbaar gebruik van de eindeloze kringloop van al hetgeen hun bedrijfsvoering oplevert. Door dat de boeren hun bedrijfsvoering zorgvuldig afstemmen op de ontwikkeling van de natuur, groeit de biodiversiteit in de regio weer naar het niveau van de vorige eeuw. Door mozaïekbeheer met flexibel peilbeheer, gespreid maaien en weidegang ontstaan er mogelijkheden voor vernatting op perceelsniveau. De boer beweegt mee met de seizoenen. Riet en wilgentenen uit het buitengebied worden als strooisellaag gebruikt in de moderne (pot) stallen. Voedselbossen, klimaatbossen en nieuwe natte teelten verrijken het landschap. De innovatiekracht in het gebied is groot. Boeren werken integraal samen met het waterschap, de provincie, gemeente en inwoners aan een toekomstbestendig buitengebied waarin landbouwproductie wordt gecombineerd met landschapskwaliteiten. Er is - om in de termen van Panorama Nederland

(2018)te spreken - sprake van een New Deal tussen boer en maatschappij, waarbij de voedselproductie weer in evenwicht is met andere maatschappelijke belangen en met de natuur. De opbrengsten van de New Deal zijn aanzienlijk: een eerlijk inkomen voor de boeren, schoon water en een schone lucht, een gezonde bodem, meer biodiversiteit en een aantrekkelijk landschap, gezond voedsel en uiteindelijk ook een gezonde mens. Door een nieuwe balans tussen landbouw, klimaatadaptatie, natuur, biodiversiteit, water, recreatie, energie met aandacht voor de overgang stad-land, cultuurhistorie en de verschillende belangen is een aantrekkelijk, vitaal en toekomstbestendig landschap ontstaan waar de boeren en bewoners van Vijfheerenlanden trots op zijn. Stad en land verbonden Met alle cultuurhistorisch-landschappelijke waarden is het haast niet voor te stellen dat de gemeente Vijfheerenlanden onderdeel is van de drukke Metropoolregio Utrecht. Met een grootstedelijk gebied in de buurt zijn veel voorzieningen relatief dichtbij. Het landschap vormt de onderscheidende kwaliteit die er voor zorgt dat veel mensen hier willen wonen, werken en recreëren, in een gezonde groene omgeving. De stad en het landschap hebben elkaar nodig, bijvoorbeeld in de energieopgave van de steden en dorpen in de omgeving. In een aantal stads- en dorpsranden zijn door lokale initiatiefnemers kleinschalige zonneakkers landschappelijk ingepast, waar duurzame energie wordt opgewekt voor de lokale energiebehoefte. Tussen en rond de zonnepanelen is voldoende ruimte voor bloemrijk grasland en natuurlijke wateren, waar dieren als ringslang en heikikker een leefgebied hebben. De verbinding tussen stad en platteland is sterk. Er zijn steeds meer kansen voor boeren om in de nabije omgeving af te zetten. Bijna iedereen in en rond Vijfheerenlanden koopt lokale producten en betaalt daar een eerlijke prijs voor. Ook kunnen mensen uit dorp of stad een ommetje maken vanuit huis door het buitengebied. Zo kunnen ze even buiten zijn, ontspannen en genieten van de rust en de verbinding voelen met het rijke en biodiverse landschap van de polders en de rivieren. De polders zijn doorregen met kleinschalige boerderijlinten die de rivierstadjes en dorpen verbinden. De boerderijen, gelegen tussen de velden aan de linten, liggen er welvarend bij. Op de gastvrije agrarische bedrijven worden streekproducten verkocht, kunnen bedrijven bezocht worden en zijn er mogelijkheden om kort of wat langer te verblijven in het landschap van Vijfheerenlanden. Vijfheerenlanden is een aantrekkelijk, waardevol landschapsinclusief landbouwgebied, sterk verbonden met de bewoners van het omliggende stedelijk gebied. Boeren verdienen niet alleen hun geld meer met de productie van melk, fruit of de teelt van gewassen. Een deel van hun inkomsten komt uit de productie van energie, het onderhouden van het landschap en de natuur en het bieden van ervaringen aan mensen van binnen en buiten het gebied. Vijfheerenlanden biedt in 2040 een levendig buitengebied met voldoende aanbod aan recreatieve activiteiten, zowel langs de rivier als op het platteland. Bezoekers genieten van de rust, de ruimte en het afwisselende aanbod voor een dagje uit of een korte vakantie. Het recreatieve netwerk met langzaamverkeersverbindingen over land en water is verbeterd. De waterbus is doorgetrokken met extra stops, er is een snelfietsroute vanuit Gorinchem via Meerkerk en Vianen naar Utrecht gerealiseerd en het fietsrondje Dijkring 16 is een aantrekkelijke, groene fietsroute geworden. Via groene verbindingen vanuit de kernen zijn de uiterwaarden van de Lek en de Linge en het binnendijkse polderlandschap goed bereikbaar. De waterfronten en de historische steden Leerdam, Vianen en Ameide zijn toeristische knooppunten die druk worden bezocht en als uitvalsbasis worden gebruikt voor fiets- en wandeltochten in de omgeving. Vianen is het stedelijke bruggenhoofd van de Utrechtse regio en is met knooppunt(
  1. en)van hoogwaardig openbaar vervoer (HOV) een opstappunt voor reizigers uit het zuiden met bestemmingen in het stedelijk gebied van Utrecht. Naast de recreatiebehoefte is er ook voldoende ruimte in het buitengebied van Vijfheerenlanden voor andere vragen uit de stad. Er zijn bijvoorbeeld zorgfuncties, leerbedrijfjes en andere maatschappelijke activiteiten. De ondernemers en bewoners zijn zeer creatief in het bedenken van nieuwe ideeën als ergens vraag naar is. Hieruit komen steeds nieuwe dingen naar voren. Bedrijfsvoeringen worden aangepast aan de nieuwste trends en er worden bewonersinitiatieven ontplooid. Aanbieders zijn goed van elkaar op de hoogte van wat ze in het landelijk gebied leveren. Hierdoor voorkomen ze dat ze allemaal hetzelfde doen, wat heeft geresulteerd in een afwisselend aanbod. Ze kopen de producten bij elkaar in en verwijzen mensen naar elkaar door. Op deze manier is een plattelandsketen gevormd en verdienen meerdere aanbieders iets aan dezelfde klant. Dit is een goede stimulans voor de plattelandseconomie. Op deze manier wordt geld in het gebied verdiend, waarmee het landelijk gebied wordt onderhouden. Het motto van inwoners, ondernemers, organisaties uit het gebied en de gemeente is dat we elkaar nodig hebben om ons voortdurend aan te kunnen passen aan nieuwe omstandigheden, ontwikkelingen en kennis. Samen zijn we slimmer en sterker. Nieuwe vormen van samenwerking moeten we blijvend onderzoeken en stimuleren. De toekomst van het buitengebied is de toekomst van ons allemaal! 1.INLEIDING 1.1Doel van de landschapsvisie Waarom een landschapsvisie? Het landelijk gebied is dynamisch en veelkleurig. Er gebeurt enorm veel tegelijk: er is veel agrarische bedrijvigheid, er wordt gerecreëerd en het is leefgebied van flora en fauna. Tegelijk komen er diverse opgaven op ons buitengebied af. Met deze landschapsvisie willen we komen tot een beleid gericht op een goede balans tussen landbouw, natuur, waterbeheer, bodemdaling, recreatie, het opwekken van duurzame energie en alle andere belangen die spelen in het landelijk gebied. Het uiteindelijke doel is het ontwikkelen van een aantrekkelijk, vitaal en toekomstbestendig buitengebied in Vijfheerenlanden. De landschapsvisie bevat - naast een visie - een actieplan met een eerste aanzet tot een uitvoeringsprogramma dat moet bijdragen aan het daadwerkelijk realiseren van de visie. De landschapsvisie is een belangrijke bouwsteen voor de (in 2022) op te stellen Omgevingsvisie Vijfheerenlanden. Het uitvoeringsprogramma zal dan ook in de omgevingsvisie worden geformaliseerd. Inspireren en uitnodigen De landschapsvisie schetst een richting voor de toekomstige ontwikkeling van het landelijk gebied. Die richting (koers) is niet in steen gegoten. Er blijft ruimte voor flexibiliteit en aanpassingen richting 2040. De visie legt dan ook geen ontwikkelingen vast, maar inspireert en nodigt agrariërs, particulieren, organisaties en (andere) overheden uit te komen met passende initiatieven en investeringen. Met de landschapsvisie willen we vooral enthousiasmeren, verleiden en inspireren. Initiatiefnemers krijgen (indien gewenst) meer ontwikkelruimte op voorwaarde dat hun initiatief bijdraagt aan de gewenste inrichting en kwaliteit van het deelgebied (‘ja, mits’). Om inhoudelijk richting te geven aan bestaande en toekomstige initiatieven hebben we onze belangrijkste ambities voor het buitengebied aan de hand van een zestal thematische principes en uitgangspunten beschreven (zie hoofdstuk 4). Deze ambities hebben we (in hoofdstuk 5) uitgewerkt in een landschappelijk raamwerk van deelgebieden met een eigen karakter (op basis van de landschapstypen). Hierbij hebben we per deelgebied de gewenste koers (ontwikkelrichting) op weg naar 2040 beschreven, waarbij we hebben aangegeven welke typen ontwikkelingen aan die koers kunnen bijdragen. Het landschappelijk raamwerk zal onderdeel worden van de omgevingsvisie. 1.2Relatie met ander beleid De landschapsvisie gaat in op hoe om te gaan met het landelijke buitengebied. De opgaven die in deze visie aandacht krijgen zijn gevoed door landelijke, provinciale, regionale en lokale beleidsstukken op het gebied van landschap, landbouw en natuur. Vanuit de Rijksoverheid wordt er in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en het Klimaatakkoord urgentie gecreëerd voor een aantal grote opgaven die relevant zijn voor het Nederlandse buitengebied en de Nederlandse landbouw. Hier is door het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit verder richting aan gegeven in de visie op kringlooplandbouw ‘Landbouw, Natuur en Voedsel: Waardevol en Verbonden’. Op provinciaal niveau geven de omgevingsvisies van de provincies Utrecht en Zuid-Holland richting. Ook het Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) van de U10 schept urgentie op de vraagstukken die in deze visie behandeld worden. Bij het opstellen van de landschapsvisie zijn deze en vele andere relevante regionale beleidsstukken gebruikt om koers te bepalen. Daarnaast zijn ook beleidsvisies van belangenverenigingen en andere belanghebbenden meegenomen als input voor deze visie. In gemeente Vijfheerenlanden spelen naast het behoud en versterken van natuur en landschap ook andere opgaven. Zaken als wonen, werken en mobiliteit behoeven ook aandacht. Echter, deze ontwikkelingen vinden voornamelijk plaats in het stedelijk gebied. Dat is geen onderdeel van deze landschapsvisie. De verbinding tussen de verschillende visies wordt uiteindelijk gelegd in de omgevingsvisie Vijfheerenlanden. 1.3Interactief proces Om ons voortdurend aan te kunnen passen aan nieuwe omstandigheden, ontwikkelingen en kennis hebben we elkaar nodig (kennis, middelen, kansen koppelen, etc.). Samen zijn we slimmer en sterker om zowel de strategie te bepalen evenals deze in de praktijk tot uitvoering te brengen. In een compact en interactief proces hebben we samen met verschillende partijen uit het buitengebied gesproken om te komen tot een breed gedragen landschapsvisie. In de streek is veel deskundigheid aanwezig. Mensen uit de streek kennen het gebied als geen ander, weten wat de specifieke kwaliteiten zijn, waar welke knelpunten spelen en waar kansen liggen om tot oplossingen te komen. Deze deskundigheid is aangewend om tot een gedragen plan te komen dat kan rekenen op draagvlak en uitvoeringsbetrokkenheid. Tijdens een viertal online ‘ontmoetingstafels’ begin 2021 hebben we met agrariërs, bewoners, ondernemers en initiatiefnemers in het gebied (ook wel ‘streekhouders’ genoemd) en andere betrokkenen (zoals het waterschap, de LTO en de agrarische natuurvereniging) van gedachten gewisseld. Het doel was zoveel mogelijk lokale kennis en informatie te verzamelen. Er is gesproken over de opbouw en kwaliteiten van het landschap en over de belangrijke aandachtspunten en grote opgaven die op ons af komen en hoe we daarop kunnen inspelen. Gezamenlijk hebben we gezocht naar mogelijke oplossingsrichtingen en hebben we koppelkansen in beeld gebracht. Ook is de gemeenteraad in februari 2021 via een Vijfherenlandenplein zelf in gesprek gegaan met de verschillende streekhouders. Tijdens die avond is in co‐creatie met elkaar van gedachten gewisseld en gesproken over de actuele thema’s, zoals natuur, water/bodem, landbouw en recreatie, die van invloed zijn op de verandering en toekomst van het buitengebied. Parallel heeft participatie over duurzame opwekking van energie (windmolens en zonne-energie) plaatsgevonden. Er heeft een VHL-plein plaatsgevonden en een informatief webinar. Tot eind april kon men meedenken via een enquête over het gebruik van zonneakkers en windturbines en aangeven welke locaties men hiervoor geschikt en minder geschikt vindt. De resultaten hiervan zijn als input meegenomen bij het opstellen van de landschapsvisie. Aan de hand van alle waardevolle ideeën, wensen en opgaven die zijn meegegeven, hebben wij de onderscheidende kwaliteiten en identiteiten van het buitengebied, maar ook de specifieke vraagstukken voor de toekomst in beeld gebracht. In het voorjaar van 2021 is de landschapsvisie verder uitgewerkt tot een toe¬komstperspectief voor het buitengebied met daarin de koers voor de toekomst. De ontwerp-landschapsvisie is tot slot begin september 2021 gepresenteerd via het Vijfherenlandenplein en besproken in de vergadering van de Commissie Ruimte, Verkeer en Economie op 13 september 2021. Ook is er een terugkoppeling gegeven aan de diverse streekhouders. Op diverse punten is de landschapsvisie vervolgens aangepast en verder uitgewerkt tot voorliggende landschapsvisie voor het buitengebied van de Vijfheerenlanden met bijbehorend uitvoeringsperspectief, als één van de bouwstenen van de omgevingsvisie. Net zoals de visievorming, zullen ook de uitwerking van de visie en uitvoering van concrete maatregelen steeds in samenwerking met alle betrokken partijen plaatsvinden. Dit wordt toegelicht in hoofdstuk 7. 1.4Opbouw landschapsvisie De landschapsvisie is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 2 vindt u een beschrijving van de kracht van het buitengebied: wat is karakteristiek voor het buitengebied van Vijfheerenlanden en waarom is dat bijzonder? In dit hoofdstuk geven we een overzicht van de belangrijkste kwaliteiten. Deze kwaliteiten willen we voor een groot deel behouden en vormen daarom het vertrekpunt op weg naar de toekomst. Ook geven we een overzicht van de historische ontwikkeling van het gebied, om te laten zien dat het gebied altijd al in ontwikkeling is geweest. In hoofdstuk 3 beschrijven we de belangrijkste aandachtspunten en ontwikkelingen voor het gebied. Welke zaken kunnen nog worden verbeterd en met welke trends en ontwikkelingen die invloed kunnen hebben op onze kwaliteiten (denk bijvoorbeeld aan bodemdaling, de energietransitie, de achteruitgang van de biodiversiteit en de toenemende vraag naar recreatiemogelijkheden) moeten we de komende jaren rekening houden? Deze ontwikkelingen hebben hoe dan ook een effect op het landschap. Als we er niet adequaat op reageren. zullen de kwaliteiten die zo gewaardeerd worden in het gebied teruglopen. In hoofdstuk 4 beschrijven we de visie voor de lange termijn: in welke richting willen we dat het buitengebied zich gaat ontwikkelen op weg naar het jaar 2040, wat is onze stip op de horizon? In dit hoofdstuk beschrijven we de belangrijkste ambities voor zes thema’s. In hoofdstuk 5 werken we ambities op de verschillende thema’s integraal uit voor verschillende deelgebieden met een eigen karakter. Voor elk deelgebied beschrijven we eerst de huidige kenmerken en geven we vervolgens aan hoe we de koers richting 2040 vorm willen geven en welke ontwikkelingen daarbij passen. In hoofdstuk 6 treft u de visiekaart. Op deze kaart ziet u de belangrijkste ambities, kansen en projecten voor/in het buitengebied, zoals die benoemd zijn in hoofdstukken 4 en 5. Tot slot vindt u in hoofdstuk 7 een toelichting op hoofdlijnen op de manier waarop we onze visie tot uitvoering willen brengen. Het uitvoeringsprogramma zal op een later moment in de omgevingsvisie worden geformaliseerd. 2.DE KRACHT VAN HET BUITENGEBIED Een prachtig, typisch Hollands landschap met grote opgaven op het gebied van doorontwikkeling van de landbouw, bodemdaling, toekomstbestendig waterbeheer, energietransitie, recreatie en biodiversiteit Een belangrijk doel van de landschapsvisie is de kracht van ons buitengebied in de toekomst te behouden en waar mogelijk te versterken. In dit hoofdstuk beschrijven we de belangrijkste kwaliteiten van het buitengebied. Deze kwaliteiten vormen een belangrijk vertrekpunt voor de koers op weg naar 2040. Daarbij kijken we ook naar de positie in de regio. Rust en ruimte in een dichtbevolkte regio De diversiteit aan fraaie landschappen en natuur maken ons buitengebied aantrekkelijk voor recreatie. Dat in combinatie met het feit dat ons buitengebied goed bereikbaar is vanuit de regio en vanuit andere delen van de Randstad, maakt het gebied in potentie tot een belangrijke recreatieve trekker. Ons landelijk gebied biedt een goed tegenwicht aan de verstedelijking in de regio: het is een geschikte plek om te ontsnappen aan de hectiek van het dagelijks leven in de stad. Afwisselend historisch landschap Vijfheerenlanden beschikt over een grote variatie aan landschapstypen met elk een eigen identiteit. De afwisseling van weidse vergezichten en meer besloten en kleinschalige landschappen maakt ons buitengebied heel aantrekkelijk. Dat geldt ook voor de afwisseling van agrarische landschappen met plekken met een meer natuurlijk karakter. De ontstaansgeschiedenis van het landschap is nog duidelijk herkenbaar, met representatieve elementen uit verschillende perioden. De bebouwingslinten zijn dragende structuren binnen het gebied. Rijke cultuurhistorie Het buitengebied is rijk aan historische landschapselementen en structuren, zoals tiendwegen, voormalige hennepakkers, achterkaden en dijken, eendenkooien en wielen. Bovendien beschikt het gebied over verschillende kenmerkende historische gebouwen. Zo zijn er verschillende oude molenplaatsen, historische boerderijen, een steenfabriek, het Dijkhuis te Ameide en het Dordtse Huis aan de Diefdijk. Rondom de Diefdijk ligt het oude militaire landschap van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Naast de hoge Diefdijk zelf zijn Fort Everdingen, het inundatiekanaal, groepsschuilplaatsen en kazematten (oostzijde) en relicten van een batterij (westzijde) nog duidelijk herkenbaar. Vianen en Ameide zijn van oorsprong kasteelstadjes. Variatie aan natuurtypen In het gebied zijn verschillende waardevolle natuurgebieden aanwezig die van Europees belang zijn (Natura 2000). De uiterwaarden van de Lek herbergen bijzondere stroomdalgraslanden, hooilanden en zachthoutooibossen die onder meer van belang zijn voor de kamsalamander. In natuurgebied de Zouweboezem wisselen graslanden, open water, zeggemoerassen, wilgengrienden en elzenbroekbossen elkaar af. Dit unieke landschap biedt onder andere ruimte aan moerasvogels, zoals de purperreiger, en is van belang voor verschillende vissen. Het Lingegebied en de Diefdijk-Zuid zijn ook Natura 2000-gebieden met bijzondere kalkmoerassen, zachthoutooibossen, meren en hooilanden. Buiten de Natura 2000-gebieden zijn er ook natuurgebieden van nationaal belang aanwezig; deze zijn onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN, de voormalige ecologische hoofdstructuur). Tot het NNN behoren grote delen van de uiterwaarden van Lek en Linge, het halfopen griendenlandschap nabij Vianen, de Huibert (wetering) met kade en enkele weides en plassen. Daarnaast zijn grote delen van het buitengebied waardevol voor weidevogels. Recreatieve waarden Het landschap, de natuur en de cultuurhistorie maken ons buitengebied tot een aantrekkelijke plek voor extensieve, op beleving van natuur- en landschapsschoon gerichte vormen van recreatie. Er zijn verschillende aantrekkelijk fiets- en wandelroutes met lange doorgaande lijnen. Het waterrijke karakter biedt mogelijkheden om het landschap vanaf het water te beleven en recreatieplassen Everstein en De Put bieden ruimte aan watersport en verblijfsrecreatie. Er zijn in het gebied verschillende landwinkels die streekproducten verkopen en er is (kleinschalige) verblijfsrecreatie aanwezig, zoals kleine campings in de uiterwaarden van de Lek. Economische waarden Het gebied heeft ook een economische waarde. De landbouw is een belangrijke drager in het gebied, er wordt zowel voor de wereldmarkt als voor de lokale markt geproduceerd. In het open veenweidelandschap zijn voornamelijk melkveehouderijen aanwezig, terwijl op de (veen) stroomruggen ook veel fruitteelt plaatsvindt. Ook de recreatiesector is van belang voor de economie van het gebied. De ontwikkeling van het landschap door de tijd: van het verleden, naar het heden, naar de toekomst Wildernis Zo een 1000 jaar geleden is het gebied van de huidige gemeente Vijfheerenlanden een wildernis van moerasbos op een dik veenpakket, dat onder invloed staat van de rivieren. Deze wildernis wordt in 1200 omdijkt en tussen 1000 en 1300 ontgonnen. Daarmee ontstaan de contouren van de Vijfheerenlanden van vandaag de dag. Ontwikkeling grondgebruik In de hierop volgende eeuwen worden de hogere gronden langs de Lek en Linge in gebruik genomen. Daarna volgt het deel van het middengebied langs de veenstromen en vervolgens de rest van het middengebied. De meest regelmatige ontginningen (cope-ontginningen) bevinden zich in het centrale deel van de veengebieden. Tussen de rechthoekige ontginningsblokken bevinden zich kleinere ontginningen met afwijkende vormen. In de strijd tegen het water staan vrijwel alle boerderijen op door de mens opgeworpen hoogten (woonheuvels). Aanvankelijk is het gebied ontgonnen ten behoeve van akkerbouw, maar door de ontginning klinkt het veen steeds verder in, waardoor het gebied te nat wordt voor akkerbouw. Noodgedwongen schakelt men over op veeteelt en hennepteelt. De veeteelt is nog steeds een belangrijk middel van bestaan maar de hennepteelt loopt in de negentiende eeuw op zijn eind. De hennepakkers worden omgezet in weiland. In Vijfheerenlanden is de griendcultuur een belangrijke bron van inkomsten. Op de hoger gelegen stroomruggen leent de zandige bodem zich goed voor fruitteelt. In 1921 is het middeleeuwse landschap nog steeds goed te herkennen, ook al is dit veranderd van een wild en natuurlijk landschap tot een cultuurlandschap. Er zijn sporen van menselijke beïnvloeding te zien. Ingrepen in de waterhuishouding, percelering en de ontsluiting van het landschap door infrastructuur. In de naoorlogse periode neemt de stedelijke ontwikkeling een grote vlucht en de uitbreidingen van de woongebieden en bedrijventerreinen vergen veel ruimte van het buitengebied. Ook de opkomst van de auto en de uitbreiding van het wegennet zorgen voor een extra ruimtevraag. De jaren na de Tweede Wereldoorlog worden gekenmerkt door mechanisatie en schaalvergroting in de landbouw. Er vindt ruilverkaveling plaats en er wordt een ruilverkavelingsplan opgesteld. Hierin wordt gezocht naar een evenwicht tussen de agrarische belangen en de waarden van natuur en landschap. Typisch Hollands cultuurlandschap Wanneer men het kaartbeeld van 1921 vergelijkt met de kaart van 2021 dan blijkt dat, onder druk van de verstedelijking, langs de randen van het gebied de ontwikkelingen ingrijpend zijn geweest. Maar de kaartvergelijking laat vooral zien dat buiten die randzones de veranderingen voor Nederlandse begrippen uitzonderlijk beperkt zijn. De kavelstructuur is nauwelijks veranderd, slootdempingen hebben bijna niet plaatsgevonden, de ‘korrel’ van het landschap is wat grover geworden, maar de structuur van het landschap is nagenoeg onaangetast. Kortom, Vijfheerenlanden heeft een landschap waarin de ontstaansgeschiedenis nog duidelijk herkenbaar is. Samenhang landschap, grondgebruik en biodiversiteit Daarentegen is het grondgebruik binnen het landschappelijk raamwerk door de jaren heen wel sterk veranderd. Landbouw en natuur zijn steeds verder uit elkaar komen te liggen. Eeuwenlang was het landschap open en grazig door intensief gebruik van het voorste deel van het land dichtbij de boerderijen en extensief landgebruik (hooiland) op het achterste deel van de langgerekte kavels. Echter, vanaf het begin van de 20e eeuw is het landbouwkundig gebruik in stappen steeds verder geïntensiveerd tot een vrij egaal grond- en landgebruik. De ruimtelijke en biotische variatie van het voorheen rijke boerenland is hierdoor sterk achteruitgegaan. Het intensiever worden van de landbouw en het steeds verder verlagen van de waterpeilen hebben geleid tot een eentonig landschap met relatief weinig natuurwaarden. Het behouden van het grootschalige agrarisch productielandschap in de polder vereist het blijven verlagen van de waterpeilen. Dit leidt tot een vicieuze cirkel van peilverlaging en bodemdaling. Deze beweging is niet vol te houden aangezien het leidt tot verlaging van bodemkwaliteit door verzilting of verdroging en schade aan infrastructuur, bebouwing en natuur. Bovendien zorgt het voor enorme uitstoot van broeikasgassen. Om te voorkomen dat we een onbruikbaar landschap krijgen, moet de bodemdaling worden gekeerd. Maatregelen zijn nodig om de bodemdaling (zoveel mogelijk) te stoppen. Naast technische innovaties zijn nieuwe vormen van natte teelten, natuurontwikkeling en recreatie daarin onmisbaar. Begin jaren negentig begint een aantal pionierende boeren in Vijfheerenlanden met natuur- en landschapsbeheer. Steeds meer boeren stappen over op vernatting van de weilanden, onder andere door plas-dras natuur te creëren door stukken polder (deels) onder water te zetten. Het tij begint te keren: er wordt gezocht naar nieuwe manieren om natuur en landbouw te verbinden. Er zijn veel kansen voor vergroting van de biodiversiteit op boerenland, mits er een redelijk evenwicht is met het verdienvermogen voor de boeren. Op weg naar de toekomst De boeren in Vijfheerenlanden hebben hun bedrijfsvoering door de jaren heen aangepast aan de steeds natter wordende omstandigheden in de polder. Van akkerbouwers zijn ze melkveehouders geworden. Daarbij hebben ze steeds ingespeeld op veranderende wensen uit de maatschappij en de mogelijkheden die er voor de handel en economie waren. Steeds weer hebben de boeren de kansen en mogelijkheden benut en adaptief ingespeeld op de situatie van het landschap. Ook nu is het nodig om te veranderen. Niets doen is in ieder geval géén optie. We staan in het buitengebied voor grote opgaven waaronder een omvangrijke transitie van de landbouw, een energietransitie en klimaatadaptie die samen komen met de specifieke gebiedsopgaven zoals de bodemdaling in het veen en de zorg voor de weidevogels en biodiversiteit. Voor een duurzame toekomst is naast duurzame voedselproductie ook de zorg voor de kwaliteit van de bodem, het grondwater, de biodiversiteit en het landschap essentieel. Het buitengebied van Vijfheerenlanden is toe aan een nieuwe grote stap. 3.AANDACHTSPUNTEN EN ONTWIKKELINGEN De kwaliteiten, zoals die in het vorige hoofdstuk staan beschreven, laten zien dat er veel is om trots op te zijn! Het buitengebied is mooi zoals het nu is. Echter, het voor de toekomst behouden van deze kwaliteiten is niet vanzelfsprekend. En om te behouden is soms ook verandering noodzakelijk. Bestaande aandachtspunten, autonome ontwikkelingen en maatschappelijke trends maken het noodzakelijk mee te bewegen en te blijven werken aan kwaliteit en leefbaarheid. Ze vormen soms bedreigingen, maar bieden gelukkig vaak ook kansen voor verbetering. Tijdens de ontmoetingstafels zijn deze opgaven ook naar voren gekomen en hebben we hier uitgebreid over gesproken met de ‘streekhouders’. We willen in deze landschapsvisie aangeven hoe we kunnen inspelen op de verschillende ontwikkelingen, zodat we voorbereid zijn op de toekomst en ons buitengebied kunnen blijven verbeteren. In dit hoofdstuk geven we daarom een overzicht van de belangrijkste aandachtspunten en ontwikkelingen waar we rekening mee moeten houden in de visie. Bodemdaling Één van de belangrijkste aandachtspunten in het gebied is bodemdaling. Bodemdaling treedt vooral in veengebieden op en is een gevolg van het gecontroleerd laag houden van de waterstanden (drooglegging), veelal ten behoeve van de landbouw. Hierdoor klinken de slappe veenbodems in en oxideert de organische stof met bodemdaling als gevolg. Daarop moet het waterpeil verder worden verlaagd (peilindexatie), waardoor de bodem vervolgens weer verder daalt. De bodemdaling heeft negatieve gevolgen voor de landbouw en leidt tot problemen voor de eigenaren van aanwezige bebouwing en infrastructuur. Bovendien zijn er kosten voor de waterbeheerder die steeds het waterpeil moet aanpassen. Er zijn ook negatieve effecten op de natuur doordat het grondwater vanuit natuurgebieden naar de lager gelegen, dalende landbouwgebieden wegzijgt waardoor verdroging op kan treden. En er zijn effecten op het klimaat doordat bij de afbraak van het veen broeikasgassen (vooral CO2) vrijkomen. Deze zaken leiden tot hoge maatschappelijke kosten. De combinatie van bodemdaling en zeespiegelstijging leidt bovendien tot verhoogde risico’s op overstromingen. Afname biodiversiteit Een ander belangrijk aandachtspunt is de afname van de biodiversiteit. Vooral in de agrarische gebieden neemt het aantal weidevogels, bijen, vlinders en kleine zoogdieren al decennia sterk af. De afgelopen eeuw zijn (landelijk) de populaties boerenlandvogels met maar liefst 85% achteruit gegaan en de populaties graslandvlinders met 80%. Het aantal (wilde) bijen, zweefvliegen en andere bestuivende insecten daalt ook hard. Van de 360 soorten bijensoorten in Nederland dreigt meer dan de helft te verdwijnen. Deze afname zet nog altijd door. Dit is voornamelijk het gevolg van het intensiever worden van de landbouw: ontwatering, verzuring en vermesting door stikstof (ook in de omliggende natuurgebieden), intensief maaibeheer, het gebruik van insecticiden, het verdwijnen van landschapselementen en de monoculturen (o.a. Engels raaigras en maïs) zijn funest voor veel dier- en plantensoorten. Ook de toenemende recreatiedruk en verstoring draagt bij aan de afname van biodiversiteit. De afnemende biodiversiteit heeft (ook) een negatief effect op de landbouw als insecten die belangrijk zijn voor de bestuiving van voedselgewassen (o.a. in de fruitteelt) verdwijnen. Waterveiligheid en klimaatadaptatie De gevolgen van de klimaatverandering zijn ook in Vijfheerenlanden te merken. Extreme regenbuien kunnen wateroverlast veroorzaken en periodes van droogte zijn nadelig voor de landbouw en de natuur. Water aanvoeren en vasthouden wordt belangrijker dan water afvoeren. De steeds lagere ligging van grote delen van ons buitengebied en de strikt geregelde waterpeilen maken het watersysteem kwetsbaar. De lage ligging maakt het gebied ook gevoelig voor overstromingen. Er is daarnaast aandacht nodig voor zwemwaterlocaties ten aanzien van de waterkwaliteit en veiligheid. Droogte kan leiden tot lage waterstanden in de rivieren en verzilting. Bovendien is er door de stijgende temperaturen en langere periodes van hitte een risico op hittestress voor mens, vee en gewassen (bijvoorbeeld zonnebrandschade bij fruit) in het buitengebied. Transities in de landbouw Doordat er vanuit de markt gevraagd wordt om lagere prijzen vindt een steeds verdere schaalvergroting plaats in de landbouw. Land van verschillende bedrijven wordt samengevoegd in één groter bedrijf, dat door zijn grootte ook bij lagere prijzen nog rendabel kan zijn. Hierdoor blijven steeds minder agrariërs over en komt de agrarische bedrijfsbebouwing van de stoppende bedrijven vrij. Dat geldt zowel voor (melk)veehouderijen als voor akkerbouwers en fruittelers. Dit vraagt om nieuwe functies voor de vrijkomende erven en bebouwing. De landbouw is zeer efficiënt geworden met een hoge voedselproductie als gevolg. Maar dat heeft ook een keerzijde. Zo zijn er negatieve effecten op de biodiversiteit (zie hierboven), het landschap (verdwijnen van landschapselementen als hagen en struwelen), de luchtkwaliteit, de gezondheid (bestrijdingsmiddelen), de bodemvruchtbaarheid (wat een bedreiging vormt voor de toekomst van de landbouw), het klimaat en het watersysteem (zie hierboven onder ‘bodemdaling’). Bij het intensiveren van de bedrijfsvoering (waarbij vooral de kwantiteit van de productie belangrijk
  2. is)wordt via innovatie en technische oplossingen gewerkt aan het verkleinen van de nadelige effecten. Daarnaast is er de laatste jaren een trend zichtbaar van omschakeling naar duurzame en meer extensieve vormen van landbouw. Bij de extensieve bedrijfsvoering (waarbij vooral de kwaliteit van de productie belangrijk
  3. is)is vaak veel aandacht voor een multifunctionele bedrijfsvoering. Bij deze ‘verbrede landbouw’ worden bijvoorbeeld combinaties gemaakt met natuurbeheer, recreatie, educatie en/of zorgfuncties. Ook de verbinding tussen stad en platteland wordt sterker, er zijn steeds meer kansen om producten in de nabije omgeving af te zetten (korte ketens), wat duurzamer is en een betere prijs kan opleveren voor de boer. Rijk en provincie zetten nadrukkelijk in op een omschakeling naar een landbouwsector met economisch rendabele bedrijven die circulair, natuurinclusief, klimaatneutraal, diervriendelijk zijn, en die dicht bij de inwoners staan. Dankzij de lichte rivierklei kwam eind 19e eeuw de fruitteelt in Vijfheerenlanden op: langs de (rivier)dijken en op de stroomruggen. Tot de jaren 70 van de vorige eeuw werden in hoogstamboomgaarden appels, peren, kersen en pruimen geteeld. Tegenwoordig zijn die nagenoeg geheel vervangen door laagstambomen. De continuïteit in de fruitteeltsector staat onder druk. Veel fruittelers bezinnen zich over de toekomst in verband met de magere prijsvorming, een krimpende markt en de veranderde marktverhoudingen. Verder spelen de effecten van de klimaatveranderingen (o.a. droogte, gebruik gewasbescherming, afname biodiversiteit) de sector steeds meer parten. Voor fruittelers (en akkerbouwers) is er bovendien steeds vaker een tekort aan seizoenskrachten/plukkers. Deze trend lijkt zich de komende jaren door te zetten. Het wordt steeds moelijker om personeel (veelal uit Oost-Europa) te krijgen voor de plukperiode. Goede huisvesting van arbeidsmigranten draagt er aan bij dat personeel het volgende jaar terugkeert op een bedrijf. Bosuitbreiding Het Rijk en de provincie Utrecht werken aan een bomenstrategie om uitdagingen van klimaatverandering en afname van biodiversiteit het hoofd te bieden. Ook is er door de provincie Utrecht een bomenactieplan opgesteld dat uitgaat van het aanplanten van 600.000 nieuwe bomen voor 2023. Dit betekent dat er meer bomen in steden, dorpen, landelijk gebied en natuurgebieden moeten komen. Bovendien is een zorgvuldige afweging bij boskap nodig en zal deze te allen tijde gecompenseerd moeten worden. Energietransitie De energievoorziening in Nederland moet in 2050 duurzaam en CO2-neutraal zijn. Dit doel kan behaald worden door te besparen op energieverbruik, alsmede door zoveel mogelijk duurzame energie op te wekken. Ten behoeve van de energietransitie werken we samen binnen de regio U10 aan de Regionale Energie Strategie (RES). In de eerste helft van 2021 is de RES 1.0 opgesteld, waarin zoekgebieden zijn opgenomen voor windturbines en zonneakkers. Landelijk is de opgave voor 2030 vastgesteld om 35 TWh op land te wekken, voornamelijk met windturbines, zonnepanelen op grote daken en grond-/watergebonden zonneakkers. De regio U10 wil tot 2030 1,8 TWh bijdragen. De bijdrage van de gemeente Vijfheerenlanden hierin bedraagt 0,072 TWh. Dit is een haalbaar doel voor onze gemeente dat is opgebouwd uit een deel dat wordt opgewekt met de al bestaande drie windturbines nabij Autena en de bestaande grotere zonnedaken (samen goed voor 0,039 TWh). De gemeenteraad heeft in 2020 besloten om met windturbines het resterende deel van 0,033 TWh op te wekken en daarnaast vooral in te zetten op zonnepanelen op (grote) daken. Dit wordt momenteel verder onderzocht. Voor de periode na 2030 zullen we op zoek moeten naar aanvullende manieren/gebieden om energie duurzaam op te wekken met zonnepanelen op daken en/ of (kleine) windturbines. Er zijn daarbij koppelkansen met landbouw, landschapsontwikkeling, waterberging, recreatie en het verhogen van de biodiversiteit. Verschuiving in de recreatie De vraag naar rust en ruimte neemt toe en daarmee ook de vraag naar natuurgebieden en aantrekkelijke landschappen met recreatieve fiets-, wandel- en kanoroutes. Met de toenemende recreatiedruk wordt het belang van een vitaal en toegankelijk groen gebied rond dorpen en steden van steeds groter belang, waarbij het een uitdaging is om de kwaliteit te behouden. De vraag naar bijzondere verblijfsrecreatie, kwaliteitshoreca en recreatief en thematisch winkelen neemt ook toe. Bereikbaarheid De mobiliteit neemt toe; mensen verplaatsen zich meer en over grotere afstanden. De druk op de wegen, het openbaar vervoer en de fietspaden blijft toenemen. Er is steeds meer snelfietsverkeer op de weg te vinden. De leefbaarheid in de bebouwingslinten in het buitengebied staat onder druk door sluipverkeer, landbouwverkeer en recreatief verkeer. Bovendien bestaat op sommige plekken een spanningsveld tussen deze drie typen van verkeer. Stads- en dorpsranden De randen van de woonkernen zijn gevoelig voor ‘verrommeling’ met allerlei verschillende (‘rode’/’stedelijke’) functies. De stad-landrelaties en -verbindingen zijn niet altijd optimaal, bijvoorbeeld in Vianen en Leerdam. Bij eventuele toekomstige ontwikkelingen in de stads- en dorpsranden is het van belang dat deze goed worden ingepast in het landschap en dat er een goede overgang is tussen het stedelijk woongebied en het buitengebied. Woningbouw Landelijk speelt een grote woningbouwopgave. In eerste instantie moet deze binnenstedelijk worden opgelost, maar de vraag is of we in Vijfheerenlanden ook ruimte willen bieden voor uitbreidingen buiten het bestaand stedelijk gebied. Dit maakt vooral de stads- en dorpsranden tot een gebied waar uitspraken over woningbouw moeten worden gedaan. Hetzelfde geldt voor vrijkomende agrarische erven. Woningbouw kan bijdragen aan kwaliteitsverbetering: (hoe) kan woningbouw bijdragen aan kwaliteitsverbetering en aan de bovengenoemde opgaven die er liggen in de stads- en dorpsranden en het buitengebied? Keuzes ten aanzien van woningbouw zullen gemaakt moeten worden in de gemeentebrede omgevingsvisie. 4.LANDSCHAPSVISIE In deze landschapsvisie doen we een voorstel voor de ontwikkelrichting (koers) voor de lange termijn voor het buitengebied van Vijfheerenlanden: welke koers gaan we varen op weg naar 2040, wat is onze stip op de horizon? Uitgangspunt voor de koers voor de komende jaren is het behouden en waar mogelijk versterken van de bestaande kwaliteiten, zoals beschreven in hoofdstuk 2. Daarbij is het belangrijk op een goede manier in te spelen op de verschillende maatschappelijke trends, ontwikkelingen en andere aandachtspunten die we beschreven hebben in hoofdstuk 3. Hieronder beschrijven we eerst onze belangrijkste ambities voor het buitengebied aan de hand van een zestal thematische principes en uitgangspunten: Sterke, toekomstbestendige landbouw Robuuste en gevarieerde natuur Klimaatbestendig en waterrobuust Energie uit het gebied Ruimte voor recreatie Het landschap ontsloten In hoofdstuk 5 werken we deze thema’s verder uit voor verschillende deelgebieden binnen de gemeente. 4.1Sterke, toekomstbestendige landbouw De landbouw blijft ook in de toekomst de belangrijkste drager van ons landelijk gebied. Er is in de afgelopen jaren steeds meer aandacht voor kwaliteit in de landbouw. Rijk en provincie hebben nadrukkelijk een transitie naar verduurzaming van de landbouw ingezet. Deze transitie naar een sterke en toekomstbestendige landbouw in 2040 - met een goed perspectief voor de boer, ruimte voor planten en dieren en met een lage belasting van de omgeving en het klimaat - zal ook doorwerken in Vijfheerenlanden. We gaan daarom in gesprek met onze agrariërs om te bespreken wat zij nodig hebben om deze omslag te maken en hoe we ze daarbij kunnen ondersteunen. Daarbij kan het gaan om innovaties en technische oplossingen om nadelige effecten van de (reguliere) bedrijfsvoering te verkleinen, zoals het zoveel mogelijk sluiten van de stikstofkringloop op melkveehouderijen. Waar mogelijk gaan we een stap verder en gaan we samen op zoek naar (nieuwe) duurzame verdienmodellen en koppelkansen. Samenwerking met provincie en waterschap is daarbij essentieel. Er zijn verschillende mogelijkheden die we in dit hoofdstuk nader toelichten: Natuurinclusieve kringlooplandbouw; Innovatieve vormen van ‘nat’ agrarisch gebruik; Agroforestry; Landbouwproductie in combinatie met landschapsverbetering; Boeren belonen voor ecosysteemdiensten; Verduurzaming en continuïteit in de fruitteelt; Op naar plattelandsbedrijvigheid. 4.1.1Natuurinclusieve kringlooplandbouw Het sluiten van grondstofkringlopen Kringlooplandbouw is landbouw op basis van circulaire principes, waarbij grondstofkringlopen zoveel mogelijk gesloten worden binnen een agrarisch bedrijf of binnen een aantal agrarische bedrijven in hetzelfde gebied. Grondstofkringlopen zijn op het laagst mogelijke niveau gesloten. Dit betekent dat er geen grondstoffen verloren gaan als afval en dat er geen nutriënten van buiten de landbouwprocessen hoeven te worden geïmporteerd van ver. Er kan wel onderling tussen boerenbedrijven uitwisseling van grondstoffen plaatsvinden. Praktisch gezien wordt er bijvoorbeeld geen kunstmest gebruikt, maar wordt natuurlijke diermest gebruikt op het land, ofwel van de eigen veestapel ofwel van het overschot van de buren. Hetzelfde geldt voor diervoeder, die zoveel mogelijk afkomstig is vanuit reststoffen van het eigen bedrijf of buurbedrijven. Een voorbeeld is een melkveehouderij die een systeem toepast om mest en urine bij de bron te scheiden en verder te verwerken als bruikbare meststoffen voor precisiebemesting. Zo worden mineralenkringlopen beter gesloten, stikstofemissies gereduceerd (wat goed is voor het herstel van de natuur/biodiversiteit) en ontstaat een gezonder stalklimaat. Er bestaat geen blauwdruk voor kringlooplandbouw, maar is aangepast aan de natuurlijke omstandigheden en aan de agrariër als ondernemer. Er zijn natuurlijk wel bepaalde eisen aan kringlooplandbouw, maar het is aan iedere ondernemer zelf om er inhoud aan te geven, passend bij zijn of haar bedrijfsvoering en specifieke ecologische omstandigheden. Deze vorm van landbouw is volgens experts de enige manier waarop we tot in de verre toekomst op een gezonde en winstgevende manier landbouw kunnen bedrijven. Daarom vinden we deze transitie heel belangrijk, zowel voor de economische kracht van de sector, als voor de weerbaarheid van het ecosysteem en het landschap. Ruimte voor de natuur Natuurinclusieve landbouw is iets anders dan kringlooplandbouw. De beide vormen kunnen elkaar wel versterken. Bij natuurinclusieve landbouw wordt er enerzijds gestreefd naar een zo klein mogelijk negatief effect van de bedrijfsvoering op de natuur. Anderzijds geldt dat er ook naar een zo groot mogelijk positief effect van de natuur op de bedrijfsvoering wordt gezocht. De bedrijfsvoering van een gangbaar bedrijf is in het algemeen gericht op een zo hoog mogelijke productie van bepaalde soorten gewassen of dieren, zoals maïs of koeien. Een duurzame, natuurinclusieve landbouw heeft ook oog voor andere, ‘niet-productieve’ soorten. Aandacht voor deze soorten hoeft de bedrijfsvoering niet te frustreren en kan deze zelfs ondersteunen. Functionele agrobiodiversiteit gaat over het beschermen van allerlei soorten die zich bevinden in de bodem en op het land, om de rijkdom van het ecosysteem in stand te houden inclusief de ecosysteemdiensten die daaruit voortkomen (zie paragraaf 4.1.5). Het beschermen van specifieke soorten is ook een onderdeel van natuurinclusieve landbouw. Bedreigde en gewaardeerde soorten als de grutto vragen om aangepaste bedrijfsprocessen. Ook kunnen agrarische bedrijven/gebieden onderdeel zijn van een leefgebied en/of van een verbindingszone tussen twee leefgebieden/natuurgebieden. Natte teelten Natte teelten zoals de teelt van Lisdodde, Azolla en Veenmos zijn op meerdere manieren in te zetten. Lisdodde kan bijvoorbeeld gebruikt worden als veevoer, biomassa voor energie, isolatiemateriaal en bouwmateriaal. Inzet van dit gewas stopt bodemdaling, vermindert CO2-uitstoot tot 60%, zorgt voor waterberging, creëert nieuwe habitats voor libellen en waterfauna en biedt recreatiemogelijkheden. Andere gewassen hebben weer andere combinaties van eigenschappen en mogelijke toepassingen. Hieruit blijkt dat er ook zeker voordelen voor de boer te behalen zijn. Vooral in de belangrijke weidevogelgebieden is de toekomst van de weidevogels een belangrijk aandachtspunt bij het omschakelen naar natte teelten. Een voorbeeld is de bodem als goede basis. Als de bodem op orde is, voldoende vitaal en vruchtbaar, dan is dit gunstig voor de opbrengsten, de biodiversiteit en het vochtvasthoudend vermogen van de bodem. Een gezonde bodem met een rijk bodemleven slaat onder andere meer stikstof en koolstof op, laat diepere beworteling toe en houdt meer water vast. Dit heeft voordelen voor zowel boer als natuur. Iedere vorm van bedrijfsvoering en vorm van landgebruik vraagt om een andere inzet van natuurinclusieve landbouw. Ook hier is geen vaste vorm voor te schrijven, maar hangt de aanpak af van de lokale context. We nodigen agrariërs uit om hier vernieuwende oplossingen voor toe te passen. Er is wel een aantal richtlijnen, zoals gevisualiseerd in de figuur hiernaast van het Louis Bolkinstituut voor duurzame landbouw. Door hierop in te zetten kunnen boeren weer de spil in het landschapsbeheer worden en de balans tussen natuur en landbouw herstellen. Iets om trots op te zijn! 4.1.2Innovatieve vormen van ‘nat’ agrarisch gebruik Bodemdaling speelt in een groot deel van de veenweidegronden in Nederland. Ook in Vijfheerenlanden is dit een probleem. Het vindt in verschillende mate plaats in het gebied. Op sommige plekken is de verwachte bodemdaling in de toekomst sterker dan op andere plekken. Gronden die last hebben van bodemdaling hebben te maken met oxiderend veen. Oxiderend veen stoot enorme hoeveelheden broeikasgassen uit. Het is dus van belang dit proces zo snel mogelijk te stoppen. Dit kan door het waterpeil in deze gebieden omhoog te brengen. Hier moet zorgvuldig mee omgegaan worden, aangezien het gebied erg vruchtbaar is en belangrijk voor voedselproductie. Met een hogere waterstand zijn weides niet altijd meer op traditionele wijze in te zetten voor productie. Een hoger waterpeil betekent dat agrariërs op een andere manier gaan boeren, minder intensief. De draagkracht van de bodem wordt minder. Zware trekkers zakken weg op een natte ondergrond en koeien krijgen natte poten. Er zijn al vele onderzoeksinitiatieven om te kijken welke maatregelen en bedrijfsaanpassingen het meeste voordeel opleveren en het minste nadeel voor de boer. Hierbij valt te denken aan het gericht verhogen van het grondwaterpeil op bepaalde poldervlakken en het inzetten van lichtere landbouwmachines. Mogelijkheden zijn het toepassen van nieuwe natte teelten of een meer extensieve veeteelt (met minder koeien per hectare polder) of het inzetten van andere soorten koeien die beter bestand zijn tegen natte omstandigheden. We nodigen onze boeren uit mee te denken over dit soort oplossingen, zeker voor de plekken die het meest bodemdalingsgevoelig zijn. Ook streven we ernaar in de toekomst goede samenwerking te blijven borgen met waterschappen ten behoeve van de regionale veenweidestrategie. 4.1.3Agroforestry Agroforestry is een teeltsysteem waarbij bomen worden gecombineerd met landbouw op hetzelfde perceel. Dit is een extra vorm van productie voor de verkoop, al dan niet op kleinere schaal. Deze mengteelt kan positief uitwerken op onder andere de biodiversiteit, de bodemvruchtbaarheid en de belevingswaarde van het landschap. Een vorm van agroforestry is het voedselbos. 4.1.4Landbouwproductie in combinatie met landschapsverbetering We streven er in Vijfheerenlanden naar om landbouwproductie zoveel mogelijk te combineren met het herstel van landschapselementen als sloten met natuurlijke oevers, bosjes, grienden, hagen en rijen knotwilgen. Landschapselementen kunnen voordelen opleveren voor boerenbedrijven. Weilanden, akkers en boomgaarden staan niet op zichzelf, maar worden omringd door landschappelijke elementen. Door op landbouwpercelen aan te sluiten op deze landschapselementen kunnen enerzijds landschappelijke structuren worden versterkt, anderzijds kan gebruik gemaakt worden van de biodiversiteit die de genoemde landschapselementen kunnen bevatten. Natuurlijke akkerranden en bosschages die beschikbaar zijn om te begrazen zorgen voor meer vezelrijk en mineraalrijk voer. Tegelijkertijd vormen zulke elementen en structuren leefgebied voor insecten en vogels, bieden ze schaduw en koelte voor vee op warme dagen en dragen ze bij aan het voorkomen van plagen, iets wat bij monoculturen vaker optreedt. In de belangrijke (open) weidevogelgebieden zijn we terughoudend met het toevoegen van struwelen, bomen en bosschages, omdat deze plek bieden voor predatoren van weidevogels. 4.1.5Boeren belonen voor ecosysteemdiensten Ecosysteemdiensten zijn allerlei diensten die de natuur ons gratis en voor niets levert wanneer ecosystemen goed functioneren. Zie onderstaande afbeelding voor een overzicht. Ecosysteemdiensten worden onderverdeeld in drie categorieën: productiediensten: deze dragen bij aan de productie van voedsel, vezels, biobrandstoffen en schoon water; regulerende diensten: deze zorgen voor zuivering, regulering dan wel het behoud van lucht, water, bodems, habitat en klimaat; culturele diensten: alle activiteiten van personen in, of gerelateerd aan, natuur. Voorbeelden daarvan zijn recreatie, toerisme, natuureducatie en andere vormen van natuurbeleving. Omdat het moeilijk is om direct te zien wat de economische waarde is van ecosysteemdiensten, is het beschermen van ecosystemen niet direct terug te zien als winst in agrarische businessmodellen. Daarom zoeken we in Vijfheerenlanden gezamenlijk met de streekhouders naar manieren om boeren toch te kunnen belonen voor het beschermen van ecosystemen en zodoende het leveren van ecosysteemdiensten, bijvoorbeeld door het toestaan van recreatieve nevenactiviteiten in de agrarische gebieden. Bron: Bodembiodiversiteit en ecosysteemdiensten in beleid, bodembeheer en bedrijfsmanagement.
(2010). RIVM, Ministerie van Volsgezondheid, Welzijn en Sport. De biodiversiteit in een ecosysteem wordt soms als maat van de gezondheid van dat systeem gezien. Hoe groter de biodiversiteit in een ecosysteem, hoe gezonder het systeem en hoe beter dat systeem ecosysteemdiensten kan leveren. Afname van biodiversiteit is een wereldwijd probleem en speelt ook in Vijfheerenlanden. Als we gebruik willen blijven maken van deze ecosysteemdiensten, is het van belang ecosystemen gezond te houden. 4.1.6Verduurzaming en continuïteit in de fruitteelt Om bij te dragen aan de continuïteit in de fruitteelt bieden we ruimte voor investeringen in opvang van water, omgekeerde osmose (een filtertechniek voor het verwijderen van zouten, mineralen, meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen die geen gebruik maakt van chemicaliën, maar van filtering met behulp van een membraan) en andere (creatieve) oplossingen om voldoende zoet water beschikbaar te hebben en te houden. Daarnaast stimuleren wij maatregelen voor ondernemers die het teelt- en productieproces verduurzamen (sluitende kringloop) en willen certificeren (PlanetProof). Overigens bieden wij ook in de fruitteelt ruimte voor (recreatieve) nevenactiviteiten (zie paragraaf 4.1.7). Ten aanzien van (buitenlandse) seizoenarbeiders passen wij maatwerk toe bij het toestaan van tijdelijke huisvesting op het fruitteeltbedrijf. 4.1.7Op naar plattelandsbedrijvigheid Door de hogere eisen die aan agrariërs worden gesteld kan het moeilijker worden de bedrijfsvoering rendabel te houden. Daarnaast zorgen de veranderingen in de landbouwsector, samen met de opkomst van nieuwe landgebruiksvormen, ervoor dat we anders naar het buitengebied gaan kijken. Het buitengebied is niet meer alleen een landbouwgebied, maar een landschap waar landbouw, natuur, cultuurhistorie, recreatie, toerisme, wonen, werken en zorg met elkaar verbonden zijn en elkaar versterken. Als gemeente bieden we daarom ruimte aan economische ontwikkelingen die passen in het landschap. Sommige agrariërs zullen op zoek gaan naar nevenactiviteiten om de bedrijfsvoering rendabel te houden, zoals een minicamping of een theehuis. Sommige andere agrariërs zullen plaatsmaken voor nieuwe functies, zoals recreatievoorzieningen, zorgfuncties of nieuwe landgoederen. Dit is nodig om voorbereid te zijn voor het geval agrariërs stoppen en nieuwe beheerders van het landschap nodig zijn. Zo faciliteren we de transitie van agrarische bedrijvigheid naar plattelandsbedrijvigheid. We bieden bewoners en ondernemers in het buitengebied (de ‘streekhouders’) de ruimte allerhande (recreatieve) faciliteiten aan te bieden. Voorwaarde is wel dat de ruimtelijke ontwikkelingen passen bij de maat, schaal en de identiteit van het landschap (zie hoofdstuk
  1. deelgebied uitwerking). Het idee hierachter is dat initiatiefnemers (indien gewenst) meer ontwikkelruimte krijgen dan er nu in het bestemmingsplan mogelijk is, mits zij bijdragen aan kwaliteitsverbetering van het buitengebied. Naast de bestaande recreatieve programma’s is er ruimte voor diverse kleinschalige (recreatieve) nevenactiviteiten en voor nieuwe bedrijven die mede invulling kunnen geven aan het recreatieve landschap voor bezoekers uit stad en land. Dit zorgt voor een gevarieerd landschap. Enkele voorbeelden zijn: zorgboerderij met kleinschalige horeca, kleinschalige overnachtingsmogelijkheden in de grienden, kleine ambachtelijke werkplaatsjes, verkoop van streekeigen producten, streekkwekerij, etc. Ook buiten de bouwpercelen is ruimte voor activiteiten die het landschap versterken of gebruik maken van het landschap, zoals buitenworkshops, etc. Door landschappelijk en agrarisch toerisme voor mensen van buiten te stimuleren wordt de aantrekkingskracht van ons buitengebied vergroot. Een vorm van verbreding die ook recreanten trekt en de afstand tussen boer en burger verkleint, is de ontwikkeling van korte ketens. Bij korte ketens is de afstand van grond tot mond kleiner en kan de boer een eerlijke prijs voor zijn product vragen, omdat de tussenhandel ontbreekt. Vooral in de delen van het buitengebied nabij de (grote) kernen liggen hiervoor kansen. Een mooi voorbeeld van net buiten onze gemeente is de (zelfservice) boerderijwinkel Symbiose in Noordeloos, waar producten van verschillende boeren en tuinders worden verkocht. Om te voorkomen dat er een veelheid aan landwinkels ontstaat die met elkaar concurreren, zou een coöperatie kunnen worden opgesteld om de producten van boeren uit Vijfheerenlanden gezamenlijk lokaal af te zetten. Een andere optie is om speciale vakken in de supermarkten in de kernen in te richten met streekproducten. 4.2Robuuste en gevarieerde natuur Op weg naar 2040 werken we aan een robuuste en gevarieerde natuur. De biodiversiteit staat onder druk en landbouw, bodemdaling en recreatie kunnen een bedreiging vormen voor de natuur. Er zijn ook juist koppelkansen met deze sectoren. De aanwezigheid van een gevarieerde en robuuste natuur is noodzakelijk voor een gezonde leefomgeving en versterkt de landbouwkundige en de recreatieve waarde van het gebied. 4.2.1Verbinden en versterken van buitendijkse natuur De uiterwaarden van de Lek en Linge zijn van groot belang voor de natuur, onder meer voor vogels (zoals watervogels, maar ook weide-en akkervogels) en planten (bijvoorbeeld in de zeer waardevolle stroomdalgraslanden in de Middelwaard). We willen de aanwezige natuurwaarden behouden en verder uitbreiden, zodat zoveel mogelijk aaneengesloten natuurgebieden ontstaan langs de rivieren, met een natuurlijk systeem en bijbehorende dynamiek. Uitzoomend naar (inter) nationale schaal zijn de rivieren met hun uiterwaarden immers de ideale groenblauwe aders door ons dichtbevolkte land. In het kader van het programma ‘Ruimte voor de Rivier’ wordt overigens al in grote delen van de uiterwaarden van de Lek natuur ontwikkeld. De dijken kunnen ook fungeren als ecologische verbindingszones voor bijvoorbeeld insecten als ze ingezaaid worden met inheemse kruidenmengsels. Zo ontstaan bloemendijken die ook visueel aantrekkelijk zijn. 4.2.2Verbinden en versterken van binnendijkse natuur Ook de binnendijkse landschappen van Vijfheerenlanden bieden een grote verscheidenheid aan flora en fauna. Kenmerkende soorten zijn bijvoorbeeld ree, grutto, blauwborst, kleine modderkruiper, ringslang, heikikker en rugstreeppad. Ook hier willen we de natuurwaarden behouden en waar mogelijk versterken. Uitgangspunt is het ontwikkelen van gebiedseigen of kenmerkende natuurtypen. Op de stroomruggen zijn dit onder andere bloemrijke graslanden, kruiden- en faunarijke akkertjes, hoogstamboomgaarden, bomenlanen en hagen. Hier en op de veenstroomruggen is ruimte voor agroforestry en voedselbossen. Daar liggen kansen op samenwerking tussen boeren en natuurbeschermers. Dit kan samengaan met een transitie naar landschaps- en natuurinclusieve (kringloop)landbouw. Weidevogelkerngebieden en weidevogelrandzones De provincie Utrecht maakt onderscheid in weidevogelkerngebieden en weidevogelrandgebieden. In weidevogelkerngebieden komen minimaal 10 broedparen van de grutto per 100 ha voor of een gezamenlijke dichtheid van 20 territoria per 100 ha voor de kritische weidevogelsoorten wintertaling, zomertaling, slobeend, kuifeend, scholekster, watersnip, grutto, wulp, tureluur en gele kwikstaart. In de meeste gevallen is de dichtheid hoger en het streven is gemiddeld ten minste 15 broedparen van de grutto per 100 ha agrarisch beheergebied. De weidevogelkerngebieden zijn ten minste 100 ha groot en zijn qua samenhang, ligging en openheid geschikt voor weidevogelbeheer. Om de weidevogelkerngebieden heen liggen weidevogelrandzones, waar de dichtheden aan broedparen van de meeste weidevogelsoorten over het algemeen lager zijn. Omdat er in de weidevogelrandzone procentueel wel meer kieviten aanwezig zijn - die vaak afhankelijk zijn van wat drogere omstandigheden zijn hier soms ook beheermaatregelen op akkers wenselijk. Daarom zijn de eisen voor zwaar beheer en plas-dras in de weidevogelrandzones wat lager dan in de weidevogelkerngebieden. Agrarische natuurcollectieven zorgen binnen de gebieden voor een kwalitatief goed mozaïek op de plaatsen waar draagvlak is voor weidevogelbeheer. In deze gebieden is het streven behoud en bij voorkeur verhoging van het aantal weidevogels, met prioriteit bij de grutto. Daar waar weidevogelreservaten aanwezig zijn is samenwerking met de betreffende natuurorganisatie essentieel. Beheer en inrichting van agrarische gronden en natuurgronden zijn zo goed mogelijk op elkaar afgestemd. Ook wanneer natuurgebied geheel afwezig is, wordt voldoende kuikenland ingezet. Provinciale subsidies zijn mogelijk voor diensten die de kans op het opgroeien en overleven van kuikens vergroten. Het weidevogelbeheer is gericht op een aantrekkelijke inrichting voor weidevogels, met een maximale overleving van nesten en kuikens via beheermaatregelen voor nestbescherming in combinatie met maatregelen voor kuikenoverleving zoals kruidenrijk grasland, plas-draspercelen, greppelbeheer, rustperioden via uitgesteld maaien en verbindingen met kruidenrijk grasland. Daarnaast zijn inrichtingsmaatregelen noodzakelijk, vooral om plas-drassituaties te creëren. De afspoeling van fosfaatrijk water van het perceel wil de provincie zoveel mogelijk beperken door aan het einde van de plas-drasperiode het water te laten uitzakken binnen het betreffende perceel. Daarnaast dienen de collectieven bij de keuze van de plas-draspercelen rekening te houden met perceeleigenschappen en de fosfaatgevoeligheid van het gebied. In de gemeente Vijfheerenlanden (tot 2019 gedeeltelijk onderdeel van de provincie Zuid-Holland) wordt de precieze begrenzing van weidevogelkerngebieden en weidevogelrandzones herzien. Dat gebeurt met behulp van de gegevens van een weidevogeltelling in 2021 en op basis van de mogelijkheden, in overleg met het agrarisch collectief Vijfheerenlanden. De nieuwe begrenzing zal in het Natuurbeheerplan van 2023 (dat in maart 2022 in ontwerp wordt vastgesteld) worden opgenomen. In het halfopen veenweidegebied zijn de grienden, natte bosjes en open graslanden karakteristiek, met daartussen de vele sloten. Dit landschap kan worden versterkt door het ontwikkelen van natte broekbosstroken van hakhout-, broek- of geriefhoutbosjes met een rijke variantie aan gebiedseigen bomen en struiken. De open veenweidegebieden zijn een belangrijk leefgebied voor onder meer weidevogels als de grutto, een soort waarvan een groot deel van de wereldpopulatie in Nederland broedt maar waarvan de aantallen hard achteruit gaan in ons land. Het is daarom van belang deze gebieden in samenwerking met agrariërs en andere partijen geschikt te houden voor grutto’s en andere dieren en planten. We zien daarom vooral in de weidevogelkerngebieden (zie het kader hiernaast) een transitie naar duurzame natuurinclusieve landbouw en agrarisch natuurbeheer (zie ook paragraaf 4.1.1). Belangrijk daarbij is het open houden en vernatten van de weides, het creëren van een gevarieerd grasland, een aangepast maaibeheer en het terugdringen van vermesting en het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Voor de Natura 2000-gebieden zijn de instandhoudingsdoelstellingen voor de soorten en habitats waarvoor die gebieden zijn aangewezen leidend. Dat betekent dat vooral in de zones nabij Natura 2000-gebieden extra aandacht zal moeten zijn voor het terugdringen van de stikstofemissies, idealiter in een zone van minimaal een kilometer rond gevoelige natuurgebieden. Overigens is dit een opgave voor het hele buitengebied en binnen meerdere sectoren: landbouw, veehouderijen, wegverkeer, industrie en binnenvaart. Gemeente Vijfheerenlanden sluit zich aan bij relevante samenwerkingsverbanden om de luchtkwaliteit te verbeteren. Particulieren kunnen bijdragen aan het behoud van de bestaande natuurwaarden, bijvoorbeeld door het toepassen van agrarisch natuurbeheer in de open weidegebieden of door het natuurinclusief maken van hun erf (zowel de tuin als de bebouwing). Denk aan het plaatsen van nestkasten voor uilen of vleermuizen en het toepassen van gebiedseigen beplanting en bloemrijke kruidenmengsels voor bijen en andere insecten. Ook nieuwe ontwikkelingen zoals de vestiging van nieuwe landgoederen kunnen bijdragen aan het beheer en daarmee het behoud van voor de natuur waardevolle gebieden. Op deze wijze kunnen bijvoorbeeld de grienden in stand worden gehouden of kunnen watergangen ‘prachtsloten’ worden (gericht op meer biodiversiteit en een betere waterkwaliteit in het agrarisch landschap). Natuurontwikkeling is het meest zinvol op plekken die geschikt zijn om te worden ontwikkeld als leefgebied voor bepaalde (doel)soorten (bijvoorbeeld weidevogels), maar ook op plekken waar deze bijdraagt aan het verbinden van gebieden waar reeds veel natuurwaarden aanwezig zijn. We hebben de ambitie (lokale) ecologische verbindingen te doen ontstaan: tussen de Zouweboezem en de Viaanse grienden; en aansluitend daarop zuidelijk langs Vianen (‘van Lek tot Lek’); langs de Diefdijk (tussen de Lek en de Linge). Idealiter zijn deze verbindingen zowel geschikt voor grotere zoogdieren als voor kleinere zoogdieren en amfibieën en ringslang. In de laatste twee te ontwikkelen ecologische verbindingszones liggen enkele barrières die door sommige diersoorten niet of nauwelijks gepasseerd kunnen worden. De grootste zijn de A27, A2 en het Merwedekanaal. Ten zuiden van knooppunt Everdingen is ecoduct Autena gerealiseerd. Voor de verbinding zuidelijk langs Vianen vormen de A27 en het Merwedekanaal daarom momenteel grotere barrières. We streven ernaar op termijn ook een verbinding te realiseren over of onder de A27 (bijvoorbeeld bij de verbreding van deze rijksweg). Dit is bij voorkeur een ecoduct dat ook geschikt is voor grotere zoogdieren. Een (goedkoper) alternatief zijn ecoduikers met looprichels onder de A
  2. Momenteel liggen er aan weerszijden van het kanaal alleen houtstobben onder het viaduct van de A
  3. Bij het Merwedekanaal zetten we in op de toepassing van uittreedplaatsen voor reeën zodat ze niet verdrinken en aan de overkant het water uit kunnen komen. Ten slotte is tussen Zijderveld en de Diefdijk ook een faunavoorziening gewenst over/ onder de A2, in de vorm van een ecoduct of anders van een ecoduiker of faunatunnel/-buis. De linten zijn identiteitsdragers van het landschap. We willen de linten verder ontwikkelen tot ‘prachtlinten’ door dijken en wegbermen natuurvriendelijk in te richten en te beheren als verbindingen tussen stukjes natuur. De linten kennen onderling een grote diversiteit, van open tot besloten, eenzijdig of tweezijdig bebouwd, van slingerend langs de rivier tot rechte lijnen in het veenweidegebied. We willen de woonomgeving en het buitengebied meer met elkaar verknopen. Door middel van samenhangende water- en groenstructuren kan deze verbinding tot stand komen. Dat is ook belangrijk voor de ecologische relaties tussen bebouwd gebied en het buitengebied, bijvoorbeeld voor vleermuizen en vogels die in de kernen hun verblijfplaatsen hebben, maar voedsel zoeken in het buitengebied. Zowel opgaande groenstructuren (bomenrijen/-lanen, hagen, struwelen, bosschages) als bermen en sloten met oevers worden zoveel mogelijk ecologisch beheerd: extensief maaien/snoeien en niet alles in één keer maar gefaseerd. 4.3Klimaatbestendig en waterrobuust 4.3.1Klimaatadaptatie en tegengaan van klimaatverandering In 2050 willen wij als gemeente een klimaatbestendig, adaptief en robuust bodem- en watersysteem hebben in ons buitengebied. Wij willen dan klaar zijn om de gevolgen van klimaatverandering, zoals wateroverlast, droogte, hitte en overstromingen op te vangen. Het beschikbaar hebben van zoet water en een gezonde bodem is van levensbelang. Samen met provincie, waterschap, agrariërs en andere partijen in het buitengebied zoeken we naar oplossingen vanuit het natuurlijke systeem met optimale combinaties van bodemtype, waterpeil en landgebruik. Het vasthouden, bergen en afvoeren van water moet op orde zijn. Het klimaatbestendig worden en het zoveel mogelijk tegengaan van klimaatverandering pakken we waar mogelijk in regionaal verband op vanuit de regionale klimaatadaptatiestrategie (RAS). Daarbij gaan we uit van een integrale benadering, waarbij we de verbinding zoeken met thema’s zoals landschappelijke kwaliteit, biodiversiteit, CO2-reductie, bodemdaling, stikstofreductie en recreatie. In het landschap bieden we ruimte aan innovatieve maatregelen en experimenten die hieraan kunnen bijdragen. Voorbeelden zijn het verhogen van de waterpeilen, het toevoegen van klei aan veengronden (een methode om op veengrond - in combinatie met waterpeilverhoging - bodemdaling en uitstoot van CO2 te beperken), het vastleggen van CO2 in bossen/grienden/natuur, extensief grondgebruik en drukdrainage (regelbare drainage met sub-irrigatie met als doel de permanente vernatting tot 20 cm onder het maaiveld). Om hittestress te voorkomen is het belangrijk dat er langs (recreatieve) routes en - zeker op plekken waar uitgerust kan worden - voldoende schaduw is van bomen en dat er drinkwatertappunten in de openbare ruimte aanwezig zijn. Ook is het in het kader van hittestress belangrijk dat er meer openbare plekken komen waar gezwommen kan worden. Belangrijk daarbij is een goede (zwem)waterkwaliteit. Ook voor vee is het belangrijk dat er voldoende verkoeling is op warme dagen. 4.3.2Bodem Bodemdaling zorgt in Vijfheerenlanden voor grote uitdagingen. De mate waarin de bodem daalt varieert per gebied. Het is daarom belangrijk maatwerk te leveren per bodemtype. We bieden ruimte voor vernatting van het landschap, vooral in de gebieden die gevoelig zijn voor bodemdaling. We staan daarbij open voor onderzoeken en innovaties, zoals onderwaterdrainage en drukdrainage (peilgestuurde drainage). Hiermee kan de CO2-emissie uit het veen beperkt worden. Het is van belang dat het landgebruik en de maatregelen die daarvoor nodig zijn goed worden afgestemd op het bodemprofiel: het waterpeil volgt de bodemopbouw en de functie volgt het waterpeil. Per bodemtype zal daarom onderzocht moeten worden wat het beste peilbeheer en de beste grondbewerking is om bodemdaling en uitstoot van CO2 en nutriëntenuitstoot tegen te gaan. Een ecologisch gezonde en schone bodem (een gezond ecosysteem) kan meer regenwater bergen (‘sponswerking’): hoe levendiger de bodem, hoe meer regenwater blijft hangen in de poriën en tussen de bodemdeeltjes. Venen kunnen als een spons water vasthouden waardoor de afvoer sterk wordt verminderd. Bovendien kan door veenvorming op gang te brengen de forse emissie van broeikasgassen worden omgezet in een netto vastlegging en kan bodemdaling worden omgezet in bodemstijging. Retentiegebieden bestaan uit laaggelegen delen van het landschap die onder water kunnen lopen. Veengebieden vormen belangrijke natuurlijke klimaatbuffers, omdat ze water vasthouden tijdens perioden van wateroverlast. Veenvormende vegetaties leggen bovendien koolstof vast uit de atmosfeer en stoten minder broeikasgassen uit dan verdroogde veengebieden waar veenoxidatie plaatsvindt. Deze vegetaties zijn dus klimaatbuffers bij uitstek en dragen bij aan herstel van de biodiversiteit van het sterk gedegradeerde Nederlandse veenlandschap. Klimaatbuffers in de vorm van natte natuur kunnen verschillende functies hebben: het bergen of vasthouden van oppervlaktewater (waterberging) of het vasthouden van regenwater, wat prima samen kan gaan met het herstel van (hoog)veenvormende vegetaties. 4.3.3Waterveiligheid Door de ligging tussen de grote rivieren is waterveiligheid een belangrijk aandachtspunt voor Vijfheerenlanden. In de winter zullen hogere afvoeren vanuit het buitenland de waterstand in de rivieren doen stijgen en de druk op de dijken verhogen. Met het programma ‘Ruimte voor de Rivier’ is de afvoercapaciteit vergroot waardoor de overstromingskans kleiner is geworden. Ook wordt gewerkt aan dijkversterkingen. In overleg met Rijkswaterstaat en het waterschap zoeken we bij dijkverbeteringen ook in de toekomst naar mogelijkheden om deze te combineren met dynamische (rivier)systeemmaatregelen (zoals de aanleg van nevengeulen), versterking van ruimtelijke kwaliteiten en andere opgaven, zoals op het gebied van natuur/biodiversiteit, (water)recreatie of scheepvaart. We zien graag dat de uiterwaarden verder worden ontwikkeld tot een gevarieerd natuurgebied met geulen, moerassen en stroomdalgraslanden, met ruimte voor waterberging en recreatie. De dijken beschermen ons tegen overstromingen en zijn ook belangrijke landschappelijke elementen met verschillende functies en waarden. Hetzelfde geldt voor het aanliggende gebied binnendijks en buitendijks. Het landschap wordt beleefd door de routes op en langs de dijken. In het beheer en bij noodzakelijke dijkverbeteringen is het belangrijk dat daar rekening mee wordt gehouden. We willen dat civiele kunstwerken (zoals stuwen en sluizen) die de verbinding vormen tussen de binnendijkse gebieden en de (uiterwaarden van de) Lek en Linge visvriendelijk en energieneutraal zijn en waar mogelijk te passeren zijn voor waterrecreanten (bijvoorbeeld met kano’s). 4.3.4Watersysteem We zetten in op een duurzame en robuuste waterhuishouding en een zoveel mogelijk aaneengesloten watersysteem in Vijfheerenlanden, met een goede waterkwaliteit en minimale peilschommelingen. We willen wateroverlast op een natuurlijke manier bestrijden, door gebruik van de sponswerking van een gezonde organische en schone bodem (zie paragraaf 4.3.2). Regen- en oppervlaktewater krijgen dan de tijd om het grondwaterniveau geleidelijk aan te vullen. Belangrijk is dat we gebiedseigen water vasthouden en infiltreren. Op deze manier kunnen we watertekorten en verdroging in de toekomst voorkomen. Op verschillende plekken in het buitengebied willen we ruimte bieden voor vernatting van het landschap, afhankelijk van de bodem en functies en met behoud van de identiteit. Dat geldt in het bijzonder voor de overgang van de hogere stroomruggen naar de lager gelegen veengebieden, in bodemdalingsgevoelige gebieden, in weidevogelgebieden en in aansluiting op bestaande broekbossen en boezemgebieden. Bij het bepalen van ruimtelijke functies en het instellen van peilbeheer zullen we klimaatscenario’s en bijbehorende effecten betrekken. Bovendien willen we het netwerk van ‘prachtsloten’ (gericht op meer biodiversiteit en een betere waterkwaliteit in het agrarisch landschap) uitbreiden en ruimte bieden voor waterrijke landgoederen en broekboslandgoederen. We zullen zuiniger en efficiënter met het beschikbare water moeten omgaan. De nieuwe omgang met water kan de rol van agrariërs verbreden met nieuwe, meer gedifferentieerde bedrijfsmodellen (zie paragraaf 4.1.2). 4.4Energie uit het gebied We willen dat Vijfheerenlanden in 2050 energieneutraal is. De strategie hiervoor is om ten eerste flink energie te besparen. Daarnaast is het van belang dat de resterende energievraag wordt opgewekt met duurzame technieken. Interessant is dat het opwekken van duurzame elektriciteit in het gebied een financiële drager kan zijn voor bijvoorbeeld de beoogde transities in de landbouw, natuurontwikkeling en landschapsversterking. We zien de mogelijkheden voor energieopwekking als volgt. In het kader van de Regionale Energie Strategie (RES) zetten we voor de periode tot 2030 maximaal in op zonnepanelen op daken, waarmee we de opgave gedeeltelijk kunnen realiseren. Daarnaast zijn er tot 2030 naar verwachting drie extra (grote) windturbines nodig (naast de drie bestaande windturbines nabij Autena) om de tussentijdse doelstelling voor 2030 te halen of vele kleinere windturbines ten behoeve van lokaal gebruik. Hiervoor loopt een separaat proces. Voor de langere termijn (2030-2050) gaan we op zoek naar aanvullende maatregelen. We staan daarbij open voor innovaties op het gebied van energiewinning. Ten aanzien van energieopwekking met windturbines is er mogelijk ook ruimte op of bij onze bedrijventerreinen, naast het bovengenoemde potentieel voor (grote) windturbines in de drie zoekgebieden. Kleinschalige windturbines (met een maximale ashoogte van 20 meter) kunnen op meerdere plekken in het buitengebied een plaats krijgen, op agrarische erven, in relatie met een zorgvuldige landschappelijke inpassing. RES-ontwikkelingen Mochten er binnen het RES-traject ontwikkelingen zijn richting toepassing van kleinere windturbines op grote schaal dan heeft dit impact op het landschap. Op dit moment is dit nog niet bekeken. In het kader van de RES zal in het vervolgtraject hiervoor nader onderzoek plaatsvinden. Met het toepassen van zonneakkers zijn we terughoudend. Voorwaarden zijn in alle gevallen een goede landschappelijke inpassing en meervoudig ruimtegebruik: combinaties met waterberging, recreatie, natuurontwikkeling en/of natuurinclusieve landbouw. We bieden ruimte om kleinschalige zonneakkers onder deze voorwaarden in te passen in de stads-en dorpsranden. Daarbij gaan we uit van een grootte van maximaal twee hectare, met een maximale bedekking van 60%, zodat er voldoende ruimte is voor meervoudig ruimtegebruik. Ook het combineren van (grootschalige) zonneakkers op locaties met windturbines kan interessant zijn, omdat daar toch al een aansluiting op het net moet zijn/komen. Vanuit net-efficiëntie en maatschappelijke kosten is clustering van elektriciteitsopwekking wenselijk evenals efficiënt gebruik van het energienetwerk door de juiste mix van zonneakkers en windturbines. Zonneakkers sluiten wij uit in weidevogelkerngebieden. We streven naar minimaal 50% lokaal eigenaarschap bij energieprojecten. Bovendien moeten deze bijdragen aan de landschapskwaliteit. In het geval van zonneakkers moet deze kwaliteitsverbetering op de plek zelf plaatsvinden en kan alleen in uitzonderlijke gevallen een bijdrage aan een ruimtelijk kwaliteitsfonds een alternatief zijn. Bij windturbines ligt dat anders omdat deze niet goed landschappelijk zijn in te passen. Een deel van de opbrengst uit de verkoop van de stroom van windturbines dient daarom bij te dragen aan een ruimtelijk kwaliteitsfonds. Met dit fonds bekostigen we investeringen in de ruimtelijke kwaliteit van ons buitengebied. Uit onderzoek van de provincie Utrecht blijkt dat in Vijfheerenlanden een grote stroom (biologische) reststoffen beschikbaar is die gebruikt kan worden voor de productie van biogas. We gaan onderzoeken of het buitengebied van Vijfheerenlanden ook op deze wijze een rol kan spelen bij de energietransitie / warmtetransitie. 4.5Ruimte voor recreatie 4.5.1Een gevarieerd recreatieaanbod Een mooi landschap is in de eerste plaats waardevol voor bewoners van Vijfheerenlanden maar ook recreanten en toeristen van buiten de gemeente kunnen ervan genieten. Een uitgebreid jaarrond aanbod aan dagrecreatieve activiteiten en verblijfsrecreatieve voorzieningen kan de aantrekkingskracht vergroten. We willen particulieren de ruimte geven om het aanbod van dagrecreatieve activiteiten en verblijfsrecreatieve voorzieningen - mits deze passen in het landschap en het karakter van een gebied - te vergroten (zie paragraaf 4.1.7 ‘Op naar plattelandsbedrijvigheid’). Zo kan het buitengebied aantrekkelijker worden gemaakt voor recreanten. Een groot deel van het buitengebied van Vijfheerenlanden is onderdeel van een stiltegebied. Het zijn de (relatief) luwe gebieden met beperkte verstedelijking, waar het dagelijks geluid de 40 decibel niet overstijgt. Hier vindt men rust en stilte als contrast met het dynamisch stedelijk gebied. Hier wordt de stilte beschermd voor mens en natuur. De bezoeker kan nog meer de natuur en het landschap beleven. Dit is een belangrijke en bijzondere kwaliteit van het buitengebied, die we willen koesteren. Dat betekent dat vormen van extensieve recreatie beter passen dan intensieve vormen. 4.5.2Gebiedspromotie Met gebiedspromotie willen we ervoor zorgen dat de recreatieve trekkers goed bekend zijn in de regio en daarbuiten. Het gaat hier om de juiste branding van Vijfheerenlanden. De in hoofdstuk 2 beschreven kwaliteiten zijn daarin belangrijk. Met inhoudelijke themaroutes kunnen bijzondere verhalen uit het gebied en over het landschap verteld worden. De rol van water in het gebied kan bijvoorbeeld op deze wijze uitgelicht worden, met bijzondere manieren om het water te beleven zoals met een trekpondje, een uitkijktoren of een informatieve kanoroute. Ook de historie van Vijfheerenlanden en de bijzondere herkenbare cultuurhistorische elementen kunnen zo extra aandacht krijgen. Speciale routes met mooie bewegwijzering en informatievoorzieningen dragen bij aan een meer gelaagde beleving van het landschap. Het is uiteraard van belang dat de verschillende routes, activiteiten en voorzieningen goed te vinden zijn via verschillende internetkanalen, zoals de website van de gemeente maar ook kanalen met een breder bereik zoals de VVV Alblasserwaard-Vijfheerenlanden en gespecialiseerde sites voor wandelen, fietsen en andere activiteiten. 4.5.3Bestaande iconen zichtbaar houden Bijzondere plekken, voorzieningen en pleisterplaatsen zijn parels in het landschap. Deze karakteristieke plekken in het landschap zijn (potentiële) recreatieve trekkers die belangrijk zijn om te koesteren en eventueel verder (recreatief) te ontwikkelen. Het zijn fraaie plekken voor bijvoorbeeld een horecavoorziening, van waaruit men de omgeving kan verkennen. Ze kunnen met bijvoorbeeld een ‘Parelroute’ met elkaar verbonden worden, voortbordurend op de aanpak in Vianen. Onze ambitie is dat verspreid door het landelijk gebied van Vijfheerenlanden van dit soort parels/ pleisterplaatsen aanwezig zullen zijn in de toekomst. Voorwaarde is dat ze passen bij de identiteit van de verschillende landschappen. Beeldbepalende boerderijen en molens Historische boerderijen en poldermolens zijn in Vijfheerenlanden beeldbepalend. Waar men ook gaat, door de dorpen of de bewoningslinten, langs boezems of op kaden, de traditionele boerderijen kom je overal tegen. Generaties lang is er aan gebouwd en verbouwd en zijn de boerderijen aangepast aan de gewijzigde omstandigheden, een proces dat anno 2021 nog steeds plaatsvindt. De karakteristieke en monumentale boerderijen ‘vertellen’ het verhaal van de ontginning van de polders (sinds de 13e eeuw), de strijd tegen het water en de wijze waarop de landbouw zich eeuwenlang ontwikkelde. Ze zijn de spiegels waarin de agrarische cultuurhistorie nog zichtbaar is. We zijn hier trots op en willen deze rijke historie bewaken en behouden. Voorwaarde is daarom dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen passen bij de maat, schaal en de identiteit van het landschap. 4.5.4Ontwikkelen van oever- en waterrecreatie Een belangrijke kwaliteit in Vijfheerenlanden op het gebied van recreatie is vanzelfsprekend ook de aanwezigheid van oever- en watergebonden plekken waar men bijvoorbeeld kan zwemmen of in de zon kan liggen, zoals: een camping, jachthaven en Recreatieplas Middelwaard met strandje, buitendijks in de uiterwaarden van de Middelwaard, aan de Lek; recreatieplas Everstein met verblijfsrecreatie, binnendijks bij Hagestein; de campings bij Lexmond aan de Lek; camping De Koekoek met verblijfsrecreatie, buitendijks bij Tienhoven aan de Lek; recreatieterrein Galgenwaard, buitendijks bij Oosterwijk aan de Linge. Deze plekken willen we behouden als recreatieve trekkers. Hier kunnen recreatieve voorzieningen een plek krijgen, zoals natuurlijke speelaanleidingen (bijvoorbeeld een boomstam, stapstammen, waterpompje, etc.), kleinschalige horeca, etc. Belangrijk is wel dat de uiterwaarden een rustig gebied blijven, wat gunstig is voor de aanwezige natuurwaarden en voor rustzoekers. Daar ligt de nadruk op extensieve recreatie, zoals wandelen, fietsen, vissen en vogels kijken en is geen plek voor intensieve (verblijfs)recreatie. 4.5.5Behouden en versterken van het militaire landschap We willen de cultuurhistorisch-landschappelijke waarden zichtbaar houden/ maken. Vooral het militaire landschap van de Nieuwe Hollandse Waterlinie langs de Diefdijk is van groot cultuurhistorisch belang. De status als UNESCO werelderfgoed biedt kansen voor het vergroten van het aantal bezoekers van het gebied en daarmee voor het ontwikkelen van nieuwe recreatieve voorzieningen. Ontwikkelingen langs de Diefdijk moeten wel passend zijn bij de karakteristieken van het bebouwingslint. Tussen Fort Everdingen en Leerdam willen we bovendien de natuurwaarden versterken, gecombineerd met wandelpaden, wat bijdraagt aan de recreatieve waarde van de zone langs de Diefdijk. 4.6Het landschap ontsloten 4.6.1Verbeteren van de stad-landverbindingen Om de ‘stad-landverbindingen’ te verbeteren trekken we - waar mogelijk - het landschap de kernen in, bijvoorbeeld door beplantingsstructuren door te laten lopen vanuit het landelijk gebied de bebouwde kom in. We willen de kernen via logische, veilige en aantrekkelijke groene routes verbinden met het landschap van de uiterwaarden van de Lek en Linge en met de Vijfheerenlandse polders. Om de landschappen goed te kunnen beleven en de verschillende recreatieve trekkers te kunnen bereiken, is een goede toegankelijkheid van het landelijk gebied vanuit de kernen van groot belang. Hierbij kan gedacht worden aan ommetjes voor wandelaars, maar ook aan fiets- en ruiterroutes. Bovendien is het van belang om de recreatieve routes te verrijken met bijzondere bestemmingen en rustpunten (zie ook paragraaf 4.1.7 en paragraaf 4.5). Het stimuleren van fietsgebruik heeft meerdere voordelen: het is schoon, efficiënt en gezond! Naast het verbeteren van routes dienen ook de juiste fietsvoorzieningen te worden toegevoegd. Hierbij kan gedacht worden aan stallingsmogelijkheden, oplaadpunten voor elektrische fietsen, maar ook rustpunten en goede overstapmogelijkheden. 4.6.2.Opheffen/verzachten van barrières in recreatieve routes We streven er op termijn naar - als mogelijkheden zich voordoen (bijvoorbeeld bij de verbreding van de A27) - ontbrekende schakels in de recreatieve routestructuren vanuit de stad naar het platteland toe te voegen, zoals: een fietsverbinding naar Houten langs de A27 over de Lek; een brug over het Merwedekanaal voor langzaamverkeer ter hoogte van de Lange Waaijsteeg en de Autenasekade; een verbinding voor fietsers en wandelaars vanaf de Lekdijk naar het stuweiland (de Ossenwaard), ter hoogte van het stuwcomplex; een fietsverbinding over/onder de A2 ter hoogte van de Bolgerijsekade. 4.6.3Toevoegen van nieuwe fiets- en wandelverbindingen Naast op het opheffen van barrières zetten we ook in op het verbeteren/ ontwikkelen van een aantal recreatieve verbindingen, over land en over water. De belangrijkste zijn: een fietsrondje over Dijkring 16; een nieuwe wandelverbinding tussen de Lekdijk en de Tienhovenseweg, over een voormalig Kerkepad (Tienhovense Laan) dat verdwenen is, eventueel in combinatie met een nieuwe wandelverbinding tussen de Lekdijk en de Lange Meent. Zo ontstaat een aantrekkelijk ommetje vanuit Everdingen; verbeteren van de bestaande fietsverbinding tussen de Bolgerijsekade en de Zijderveldselaan (over de Groenekade) en het in zuidelijke richting doortrekken van deze verbinding naar de Hei- en Boeicopseweg. Zo ontstaat een aantrekkelijke fietsroute van Vianen en Hagestein via Leerbroek naar Leerdam en Gorinchem; een aaneengesloten lange-afstand-wandelpad door de uiterwaarden van de Lek tussen Fort Everdingen en Lexmond, dat aansluit op de bestaande voetveren bij de buitenstad van Vianen en bij Fort Everdingen. Ook is het realiseren van een meer functionele snelfietsroute Gorinchem-Meerkerk-Vianen-Utrecht een wens om de fietsbereikbaarheid in het gebied een impuls te geven. 4.6.4Verhogen verkeersveiligheid en leefbaarheid Alleen wanneer mensen zich prettig en veilig voelen te voet of op de fiets zullen ze ervoor kiezen om zich op die manier voort te bewegen. Daarom is het van groot belang de verkeersveiligheid in het gebied te vergroten. Dit kan in het buitengebied en in de linten door subtiele inrichtingsmaatregelen en snelheidsbeperkingen door te voeren. Het doel is om fietsverkeer, landbouwverkeer en sluipverkeer elkaar niet in de weg te laten zitten. Sluipverkeer dient zoveel mogelijk voorkomen te worden. Dit heeft als bijkomend voordeel een positief effect op de luchtkwaliteit in kernen. 5.UITWERKING IN DEELGEBIEDEN De thematische principes en uitgangspunten uit het vorige hoofdstuk worden hieronder verder uitgewerkt voor de verschillende deelgebieden binnen de gemeente met een eigen karakter. Samen vormen de deelgebieden het landschappelijk raamwerk dat de basis vormt voor toekomstige ontwikkelingen in het buitengebied van Vijfheerenlanden. We onderscheiden de volgende deelgebieden met elk een eigen karakter: uiterwaarden; stroomruggen; halfopen griendenlandschap; veenweidelandschap met rivierinvloeden; stads- en dorpsranden; linten. Van elk deelgebied beschrijven we eerst in een kader de karakteristieken die samen de huidige identiteit vormen. Vervolgens beschrijven we de koers op hoofdlijnen op weg naar 2040: hoe willen we de bestaande kwaliteiten van het deelgebied behouden en versterken en welke typen ontwikkelingen kunnen daaraan bijdragen, rekening houdend met de thematische principes en uitgangspunten? Hiermee hopen we inwoners en partijen te stimuleren met passende initiatieven te komen. 5.1Uiterwaarden Huidig karakter Vijfheerenlanden ligt tussen de rivieren: de Lek in het noorden en de Linge in het zuiden. De hoge winterdijken vormen de begrenzing tussen de buitendijkse uiterwaarden en de binnendijkse stroomruggen en vormen herkenbare en karakteristieke lijnen in het landschap. De winterdijken bieden een panoramisch zicht op de omgeving. Tussen de dijken en de rivieren liggen de uiterwaarden. De wisselende waterstanden zorgen voor een landschap dat gevormd wordt door de dynamiek van het water. De uiterwaarden hebben een overwegend natuurlijk karakter en zijn vrijwel onbebouwd. In dit buitendijkse gebied overheersen openheid en een natuurlijke rust. Er is hier en daar kleinschalige verblijfsrecreatie en er zijn mogelijkheden voor watersport en natuurbeleving. Aan de Lek overheerst het beeld van een weids landschap met een machtige rivier en plaatselijk brede uiterwaarden. De Lek is een intensief door beroepsvaart bevaren rivier. De bruggen en het stuwencomplex over en in de Lek zijn belangrijke herkenningspunten in het buitengebied. In het kader van het project ‘Ruimte voor de Rivier’ zijn grote delen van de uiterwaarden van de Lek omgevormd tot een gevarieerd natuurgebied met geulen, moerassen en stroomdalgraslanden. Door deze herinrichting is er ruimte ontstaan voor berging van rivierwater, natuurontwikkeling en voor recreatie. Langs de Linge heeft het landschap weer een geheel andere schaal en uitstraling. Het is een romantisch aandoend landschap met grienden en broekbossen in de uiterwaarden. Koers In de prachtige uiterwaarden zetten we in op het behouden en versterken van de dynamiek van het (half)open natuurlijke landschap in de lengterichting van de rivier en het versterken van het contrast met het meer cultuurlijke binnendijkse landschap. We willen de aanwezige natuurwaarden behouden en verder uitbreiden met gebiedseigen natuurdoeltypen, zodat zoveel mogelijk aaneengesloten natuur ontstaat langs de rivieren met een natuurlijk systeem en bijbehorende dynamiek. Agrarisch natuur- en landschapsbeheer kan hieraan bijdragen. Een goede samenwerking tussen boeren en terreinbeherende organisaties is hierbij essentieel. In de uiterwaarden is geen ruimte voor nieuwe bebouwing, tenzij als vervanging van bestaande bebouwing. Het programma ‘Ruimte voor de Rivier’ heeft geleid tot meer waterbergingsruimte voor de rivier (belangrijk in tijden van piekafvoeren) en ruimte voor natuurontwikkeling en recreatie. Ook in de komende jaren zal blijvend moeten worden gekeken naar waterveiligheid, de dijken én de klimaatopgaven. Wij sluiten aan bij de ontwikkelingen die nog vanuit het programma ‘Ruimte voor de Rivier’ worden opgepakt, waaronder toekomstbestendige en aantrekkelijke dijken waarop/waarlangs ruimte is voor planten en dieren. Toekomstige dijkversterking en -verzwaring zal daarom altijd in samenhang met natuur- en landschapsontwikkeling opgepakt worden. Om het panoramisch uitzicht te behouden worden de Lekdijk en Lingedijk niet beplant met lijn-/laanbeplanting. In de zomer grazen Blaarkoppen op de bloemrijke graslanden, in de winter vangen de uiterwaarden overtollig water op. In elk jaargetijde zijn de uiterwaarden anders. Waar dat niet ten koste gaat van de natuurwaarden vergroten we de toegankelijkheid van de uiterwaarden en de mogelijkheden voor recreatief medegebruik, bijvoorbeeld met struinpaden en ruiterpaden. Ook gaan we de doorgaande wandelroute door de uiterwaarden van de Lek verder ontwikkelen, zodat het dynamische uiterwaardenlandschap beter beleefbaar wordt. Op enkele locaties clusteren en versterken we de recreatieve voorzieningen die zorgen voor leven en activiteiten op het water, zoals strandjes, camperplaatsen en semipermanente horecavoorzieningen. We zetten onder meer in op het versterken van de buitendijks gelegen Recreatieplas Middelwaard met voorzieningen zoals natuurzwemwater, natuurlijke speelaanleidingen, passende horeca, etc. Door de recreatieplas een onderscheidend karakter te geven wordt de toeristische aantrekkingskracht van de regio vergroot. We bieden ruimte om de waterfronten kwalitatief hoogwaardig te ontwikkelen als aantrekkelijk recreatief knooppunt en uitvalsbasis. Toeristen moeten hier niet alleen stoppen, maar ook verblijven. We zien graag dat het vervoer over land en water verder wordt verbeterd door de waterbus door te trekken met extra stops, het vervolmaken van het fietsrondje Dijkring 16 en het wandelroutenetwerk in en om de uiterwaarden en in aansluiting op de riviersteden en -dorpen verder te versterken. Gebiedspromotie moet ervoor zorgen dat de recreatieve trekkers goed bekend zijn in de regio en daarbuiten. De Linge willen we als recreatierivier versterken door het creëren van bijvoorbeeld aanlegplaatsen voor kano’s en andere niet-gemotoriseerde boten. Hierbij is het van belang dat dit goed wordt afgestemd op de aanwezige natuurwaarden. 5.2Stroomruggen Huidig karakter De stroomruggen bevinden zich binnendijks langs de Lek en de Linge. Ze worden gekenmerkt door een kleinschalig en afwisselend landschap, met een mozaïek van akkers, weiden, bosschages en boomgaarden. De stroomruggen liggen relatief hoog in het landschap, met geleidelijke overgangen naar de lager gelegen komgronden (veengebieden met een kleidek). Ze zijn relatief droog en er zijn dan ook weinig watergangen. De stroomruggen worden ook gekenmerkt door een onregelmatige blokverkaveling, kronkelende wegen en hekwerken als perceelafsluiting in plaats van sloten. Er is relatief veel bebouwing aanwezig. Door de hogere en drogere ligging met bodems van zavel en lichte klei zijn de stroomruggen geschikt voor de fruitteelt. Tussen Lexmond en Tienhoven zijn nog prachtige hoogstamboomgaarden aanwezig. Er zijn plaatselijk overslaggronden met enkele wielen (als gevolg van vroegere dijkdoorbraken); dit zijn meestal kleinere, min of meer rechthoekige kavels. Ook hier vindt veel fruitteelt plaats en er is weinig bebouwing. Op de stroomruggen bij Hagestein bevindt zich recreatieplas Everstein, waar dagrecreatie mogelijk is. De kleinschaligheid van het landschap en de geleidelijke overgangen van de stroomruggen naar de lagere en nattere komgronden - met gradiënten van hoog naar laag, van bebouwd naar onbebouwd, van blokverkaveling naar strokenverkaveling - zorgen voor een grote diversiteit aan landschappelijke en ecologische waarden. Koers Op de stroomruggen zetten we in op het behouden en versterken van het kleinschalig karakter en de afwisseling van openheid en beslotenheid. We koesteren de bestaande hoogstamboomgaarden en de blokverkaveling en richten ons op het behoud hiervan en stimuleren het toevoegen van nieuwe hoogstamboomgaarden. We zetten in op het herstellen en ontwikkelen van beeldbepalende beplantingsstructuren als hagen, bomenlanen en bosjes. We streven ernaar dat de biodiversiteit wordt vergroot door ontwikkeling van gebiedseigen natuurtypen. De karakteristieke doorzichten vanaf de Lekdijk, Diefdijk en Lingedijk naar de stroomruggen willen we behouden. Beplanting op de dijken is dan ook niet gewenst. We bieden alleen ruimte voor nieuwe woningen of bedrijvigheid op de stroomruggen als daarbij een duidelijke/grote kwaliteitsverbetering optreedt. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij het opruimen van oude schuren of loodsen. Het is belangrijk dat bebouwing wordt ingepast met gebiedseigen erfbeplanting. De ontwikkeling van de landbouw kan op het kleinschalige karakter aansluiten. We b

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.