Beleidsregels tijdelijke huisvesting bij (bedrijfs)woning gemeente ApeldoornHet college van burgemeester en wethouders van de gemeente Apeldoorn; overwegende dat: het college het wenselijk vindt om tijdelijke innovatieve huisvestingsconcepten mogelijk te maken om de huidige woningnood te verminderen en de doorstroming te stimuleren; het college het wenselijk vindt om het gebruik van (pre)mantelzorgwoningen te stimuleren; het daarom wenselijk is voor deze doelen afzonderlijke beleidsregels vast te stellen; gelet op: titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht; artikel 35 van de Participatiewet; artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht i.r.t. artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°, van de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht juncto artikel 4 van Bijlage II van het Besluit Omgevingsrecht; Besluit vast te stellen de beleidsregels tijdelijke huisvesting bij (bedrijfs)woning gemeente Apeldoorn. Artikel1.Begripsbepalingen In deze beleidsregels wordt verstaan onder: achtererfgebied: erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen. bijgebouw: een niet voor bewoning bestemd gebouw (bouwwerk), dat ten dienste staat van en in bouwmassa ondergeschikt is aan de woning, waaronder in ieder geval begrepen een huishoudelijke bergruimte, garage of hobbyruimte. bouwwerk: een constructie die legaal aanwezig of in uitvoering is dan wel gebouwd kan worden krachtens een vergunning of vergunningvrij gerealiseerd kan worden. college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Apeldoorn. erf: al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden. mantelzorg: intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen aanwezige familierelatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt. omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 2.1 Wabo (artikel 5.1 lid 1 onder a en artikel 5.1 lid 2 onder a Omgevingswet). peil het gemiddelde afgewerkte bouwterrein dat aansluit aan de naar de weg dan wel openbare ruimte gekeerde gevel. pré-mantelzorg: anticiperen op te verwachten mantelzorg. pré-mantelzorgwoning: een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden van maximaal twee personen en waarbij de verwachting is dat er binnen 10 jaar sprake is van een mantelzorgsituatie. verblijfsgebied gebruiksgebied of een gedeelte daarvan voor het verblijven van personen. (bedrijfs)woning: een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden. Artikel2.Wijze van meten Bij toepassing van deze beleidsregels wordt als volgt gemeten: afstanden loodrecht; hoogten vanaf het aansluitend afgewerkt terrein, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven; maten buitenwerks, waarbij uitstekende delen van ondergeschikte aard tot maximaal 0,5 m buiten beschouwing blijven; en de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. Artikel3.Locatie tijdelijke huisvesting De beleidsregels zijn van toepassing voor het gehele grondgebied van de Gemeente Apeldoorn rekening houdende met: binnen de bebouwde kom kan maximaal 1 bijgebouw bij een (bedrijfs)woning in gebruik worden genomen als tijdelijke huisvesting op het erf; buiten de bebouwde kom kan maximaal 1 bijgebouw bij een (bedrijfs)woning in gebruik worden genomen als tijdelijke huisvesting op het erf; of buiten de bebouwde kom kan maximaal 1 een in zijn geheel of in delen verplaatsbaar woonunit worden geplaatst bij een (bedrijfs)woning met een oppervlakte van maximaal 100m2 op het achtererfgebied en een maximale goothoogte van 3m
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.