Beleidsregels voor het benoemen van straatnamen en openbare ruimten in Hengelo1.Inleiding. Binnen de gemeente Hengelo is het de taak van de commissie VNOR (Voorbereiding Naamgeving Openbare Ruimte) om straatnamen en overige openbare ruimten te benoemen. Juridisch en procedureel is alles keurig geregeld, met een verordening, een commissie, een procedure en besluiten tot vaststelling van namen en het bijbehorende beloop. De Verordening naamgeving en nummering 2012 (vastgesteld op 22 mei 2012) biedt de afbakening van de naamgeving van openbare ruimte volgens de volgende artikelen: Art 1.g. openbare ruimte: door het college als zodanig aangewezen en van een naam voorziene buitenruimte die binnen één woonplaats is gelegen. Art 2.2 Het college kent per woonplaats namen toe aan delen van de openbare ruime en zonodig aan gemeentelijke gebouwen en bouwwerken. Deze verordening met bijbehorende begripsbepalingen en de adviezen van de VNG (zoals opgenomen in de publicatie: “Benoemen, nummeren en begrenzen” VNG, 2005) vormen de uitgangspunten voor naamgeving. Wanneer echter tot naamgeving wordt overgegaan en wanneer niet, is niet systematisch vastgelegd. In deze nota worden de te hanteren algemene beleidsregels nader uitgeschreven. De Commissie VNOR kan deze beleidsregels gebruiken als basis voor haar handelswijze. 2.Naamgeving straten. Voor het benoemen van straatnamen is in de loop der jaren een werkwijze ontwikkeld. Daarbij wordt sterk geleund op de adviezen van de VNG. Voorgesteld wordt de publicatie “Benoemen, nummeren en begrenzen” VNG 2005, vast te stellen als beleidsregels voor de naamgeving. Echter voor het benoemen van overige openbare ruimten en objecten in de openbare ruimte bestaat geen gegroeide werkwijze. Dit wordt als een gemis ervaren. In hoofdstuk 3 worden per onderscheiden object criteria voor naamgeving uitgewerkt. Voorgesteld wordt deze criteria vast te stellen als beleidsregels voor de naamgeving van overige openbare ruimten en gebouwen. 3.Naamgeving overige openbare ruimten en gebouwen Naast straten zijn er meerdere elementen in de openbare ruimte die een naam (kunnen) dragen: pleinen, parkeerterreinen; (fiets-)paden parken; beken / waterlopen; vijvers; gebouwen; tunnels, bruggen, viaducten; overige elementen (zoals kunstobjecten); Voordat tot naamgeving wordt overgegaan is het zaak om de redenen van naamgeving aan te geven. Herkenbare plaatsbepaling is een belangrijk criterium voor adressering en naamgeving. Daarnaast is een naam van belang voor de identiteit van een gebied of object. Ook is de profilering die met naamgeving bereikt kan worden mogelijk een overweging. De laatste jaren zien we een behoefte om vanuit beheerperspectief ook tot herkenbare aanduiding te komen. Noodzakelijk onderhoud (en het vastleggen in systemen) is daarbij uitgangspunt. Vaak kan men daarbij aansluiten bij bestaande straatnaamgeving; aanduidingen als ‘tegenover’ en ‘nabij’ worden dan gebruikt. Dit systeem schiet echter regelmatig tekort. 3.1Algemene criteria Bij de feitelijke naamgeving zal in ieder geval aandacht besteed moeten worden aan enkele algemene aspecten en criteria (deze worden niet expliciet herhaald bij de ruimtelijke elementen): beheer bereikbaarheid breed gedragen maatschappelijke wens afstemming met gebruiker/beheerder invloed van en afstemming met omwonenden advies van stadsarchivaris (verplicht bij gebuik van persoonsnamen en historische benamingen). 3.2Uitwerking per ruimtelijk element Pleinen, parkeerterreinen Vaak zijn pleinen al benoemd omdat er adressen aan gelegen zijn. Parkeerlocaties van enige omvang krijgen soms een eigen naam, hoewel als regel wordt aangesloten bij de naam van de naastgelegen straat of bijbehorende voorziening. (fiets-)Paden In de achterliggende periode zijn meerdere fietspaden alsnog benoemd. Dit is gebeurd vanuit beheersoverwegingen. Het gaat daarbij voornamelijk om vrij liggende fietspaden, welke ver afliggen van bestaande straten. Het aanduiden van objecten en het navigeren voor hulpverlening worden hierdoor sterk verbeterd. Naamgeving is in voorkomende gevallen wenselijk, waarbij de functie fietspad niet per se maatgevend hoeft te zijn: ook wandelpaden en bospaden kunnen in principe in aanmerking komen. Criteria voor benoemen zijn: verkeersruimte welke duidelijk vrij liggend is; doorgaand karakter; naamgeving sluit aan op het thema in de omgeving; bij voorkeur krijgt het object de uitgang ’pad’. Beken/waterlopen Een beek is een “smalle, op natuurlijke wijze ontstane stroom tussen twee oevers, die nog overal doorwaadbaar is” (definitie van Dale). Vanuit deze definitie en de geschiedenis van waterbeheer in Nederland is er amper sprake van nieuwe beken. Alle bestaande beken zijn in beheer bij het Waterschap Vechtstromen. Naamgeving ervan is echter geen taak van het Waterschap: zij werken met nummeraanduidingen. Volgens ambtelijke afspraken met het Waterschap zal zij de gemeente benaderen als er nieuwe waterlopen bij komen of waterlopen gewijzigd worden. Het plaatsen van naambordjes geschiedt door het waterschap, na infomeren van de gemeente (dit alles gebeurt door de accountmanager bij het Waterschap). Criteria voor benoemen zijn: alle beken bij het Waterschap in beheer krijgen een naam; andere waterlopen ontvangen een naam als ze duidelijk vrij liggend zijn; naamgeving wordt bij voorkeur gebaseerd op historische aanduidingen; overleg met het Waterschap is vereist. Parken Hengelo kent een aantal gebieden welke als ‘park’ zijn benoemd (o.a. Stadspark Weusthag, als buurtnaam, Prins Bernhard Plantsoen, als straatnaam vastgesteld, Bataafse Kamp). In 2004 is van 8 parkgebieden de naam formeel vastgesteld. Er zijn echter ook gebieden van vergelijkbare omvang zonder naamaanduiding. Criteria voor benoemen zijn: groengebied dat als geheel is ontworpen of ingericht beeldbepalend voor het omringende gebied van enige omvang (als richtlijn: minimaal 1
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.