Vergunningen-, toezicht- en handhavingsbeleid 2023-2026 (VTH-beleid) gemeente Horst aan de MaasVoorwoord Geachte lezer, Voor u ligt het VTH-beleid (vergunningen, toezicht en handhaving) 2023 - 2026 van de gemeente Horst aan de Maas. Met dit beleid wordt aangesloten op de ambities en uitdagingen van de gemeente Horst aan de Maas, de huidige wet- en regelgeving en de praktijk op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Het voorwoord van het Hoofdlijnenakkoord 2022 – 2026 beschrijft voor welke uitdagingen we staan en wat dit van ons allen vraagt. In iets aangepaste vorm herhalen we onze woorden: “In Horst aan de Maas staan we voor grote maatschappelijke uitdagingen. Bijvoorbeeld op het gebied van klimaat en duurzaamheid, ondernemen en de arbeidsmarkt, gezondheid en demografie. Onze samenleving verandert hoe dan ook. Het is aan ons allemaal om richting te geven aan die veranderingen. We luisteren goed naar onze inwoners, zijn koersvast, durven scherpe keuzes te maken en leggen deze ook uit. Wij zijn ons ervan bewust dat we niet iedereen tevreden kunnen stellen. We kiezen voor wat ons verbindt en ons verder brengt. Ambitie en nuchterheid gaan hierin samen. Zo blijft Horst aan de Maas een fantastische gemeente om te wonen, te werken, te ondernemen en te recreëren. Meer dan ooit tevoren streven we naar balans. Schaalvergroting kan, mits het een verantwoorde keuze is in het licht van andere opgaven. Economische ontwikkelingen moeten in balans zijn en wegen we af tegen alle aspecten waarop die ontwikkeling van invloed zijn. Dit vraagt om een samenwerkende manier van denken en doen. Gemeenteraad, College van B&W, ambtelijke organisatie en de gemeenschap: open en met vertrouwen in elkaar! Daar moeten we aan werken”. Voor de uitvoering is het credo dat we omgevings- en klantgericht vergunnen en voorspelbaar toezicht houden en handhaven. Belangrijk uitgangspunten hierbij zijn transparante besluitvorming, heldere kaders en het dienstverlenend, transparant, effectief en efficiënt inzetten van de beschikbare middelen. Hiermee geven wij tevens richting aan een goede invulling van de VTH-kwaliteitscriteria. De kwaliteitscriteria – die 2 december 2016 bestuurlijk zijn vastgesteld in de Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht gemeente Horst aan de Maas – gaan over vakmanschap (kritieke massa), transparantie en bestuurlijke vastlegging (procescriteria) en de minimale ondergrens binnen werkprocessen (inhoudelijke eisen en prioriteitstelling). Het voorliggende VTH-beleid bestaat uit twee onderdelen. Het eerste deel (A) geeft weer wat de hoofdlijnen voor de gemeente zijn. Daarin leest u wat de visie, uitgangspunten, doelen, prioriteiten en strategieën zijn op het gebied van VTH. Het tweede deel (B) is een bijlagenboek waarin de onderwerpen uit het eerste deel gedetailleerd zijn uitgewerkt. Met vriendelijke groet, Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Horst aan de Maas DEEL A HOOFDLIJNEN 1.ALGEMEEN INLEIDING Voor u ligt het vergunningen-, toezicht- en handhavingsbeleid 2023-2026 (VTH-beleid) van de gemeente Horst aan de Maas. Dit VTH-beleid schetst het kader waarbinnen wij uitvoering geven aan de vergunning-, toezicht- en handhavingstaken op het gebied van de fysieke leefomgeving (Omgevingswet (Wabo, APV en bijzondere wetten). Vergunningverlening, toezicht en handhaving zijn instrumenten om bredere doelstellingen en ambities benoemd in het hoofdlijnenakkoord 2022 – 2026 in het fysieke domein te realiseren. Het VTH-beleid geeft weer hoe wij een eenduidige werkwijze en een integrale afweging van de inzet van beschikbare middelen willen realiseren. Het VTH-beleid biedt verder de belangrijkste basis voor het jaarlijks opstellen van het uitvoeringsprogramma voor VTH. Hierin worden de concrete werkzaamheden en prioriteiten vastgelegd. In het VTH-jaarverslag wordt aangegeven of de beoogde doelstellingen zijn behaald. Belangrijk om te beseffen is dat er, vanwege de ontwikkelingen op het gebied van het Omgevingsrecht, zoals de verwachte inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb), de woningopgave en de klimaatdoelstellingen, de komende jaren veel in de werkwijze van de VTH-taken verandert. Dit beleid is een momentopname in 2023 en in deze beleidsperiode zal er veel wijzigen. Om deze reden is dit VTH-beleid een dynamisch document dat wij tussentijds kunnen aanpassen als de veranderende wet- en regelgeving hierom vraagt. DOEL VAN HET BELEIDSKADER VTH Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving is erop gericht om de wetten en het beleid met betrekking tot de fysieke leefomgeving (dat door de landelijke wetgever respectievelijk de gemeenteraad is vastgesteld), in de praktijk te brengen. Het doel van het beleidskader is om richting te geven aan de uitvoering van de VTH-taken door de gemeente Horst aan de Maas, waarmee voldaan wordt aan zowel de wettelijke verplichting alsmede aan de afspraken die met de provincie zijn gemaakt naar aanleiding van het interbestuurlijk toezicht. Hiermee zetten we stappen in de verdere versterking van VTH binnen onze organisatie, maar ook daarbuiten waar het gaat over de dienstverlening. Met het VTH-beleid brengen we de basis verder op orde. In het nieuwe beleid wordt tevens aangesloten op actuele gemeentelijke ambities, inzichten uit de praktijk en meest recente wet- en regelgeving. SCOPE. WAAROVER GAAT DIT BELEIDSKADER? Het beleidskader VTH gaat over vergunningverlening, toezicht en handhaving in de fysieke leefomgeving voor zover dit onder het bevoegd gezag van onze gemeente valt. In onderstaand schema brengen we deze verantwoordelijkheden zo overzichtelijk mogelijk tot uitdrukking. Het beleidskader gaat over de blauwe taken, niet over de grijze (provinciale) taken. Milieu en ruimtelijke ordening (Wabo) Algemene Plaatselijke Verordening (APV) en bijzondere wetten (bv evenementen, horeca-exploitatie, exploitatie arbeidsmigranten huisvesting, etc) Basistaken waarvoor de uitvoering bij de omgevingsdienst (RUD) ligt (met name bedrijven met een zwaardere milieubelasting) Overige Wabo-taken (o.a. omgevings-vergunningen voor de activiteit bouwen en slopen). allerzwaarste milieu-inrichtingen (5 bedrijven in Horst a/d Maas) (overige zwaardere milieubelastende bedrijven) Bevoegd gezag Provincie / College Gemeente / College Gemeente / College Gemeente / BGM Vergunningen OG/RUD OG ATH Toezicht ATH/RUD ATH ATH Handhaving ATH/RUD ATH ATH Portefeuillehouder: Wethouder Vergunningen (WABO) Wethouder Toezicht & Handhaving (WABO) Burgemeester OG = Team Omgeving – ATH = Team APV-vergunningen, toezicht en handhaving – RUD = Regionale Uitvoeringsdienst Limburg-Noord VERHOUDING TOT DE REGIONALE UITVOERINGSDIENST LIMBURG NOORD (RUD LN) Gemeenten en provincie zijn wettelijk verplicht om de uitvoering van de VTH-taken ten aanzien van bedrijven met een zwaardere milieubelasting via een regionale omgevingsdienst te organiseren. Dit takenpakket wordt veelal aangeduid als ‘basistaken’. Hierdoor is het beter mogelijk om de benodigde specialistische kennis en professionaliteit te borgen. De verplichting ten aanzien van de uitvoering doet formeel niets af aan de formele bestuurlijke verantwoordelijkheden. De omgevingsdienst in onze regio is de Regionale Uitvoeringsdienst Limburg-Noord (RUD LN). De omgevingsdiensten staan momenteel landelijk in de aandacht omdat is geconstateerd dat de kwaliteit van de VTH-taken in heel Nederland beter moet. De RUD LN werkt op dit moment aan een flinke versterking van de organisatie en taakuitvoering. Wij zullen de raad in april nader informeren over de (o.a. financiële) consequenties hiervan. Om te zorgen dat bedrijven in verschillende gemeenten zoveel mogelijk gelijk behandeld worden (level playing field) dienen de gemeenten die samenwerken in de omgevingsdienst een regionaal uniform uitvoerings- en handhavingsbeleid vast stellen voor de basistaken (de dik omkaderde taken in bovenstaand schema). Mocht er verschil bestaan tussen het regionaal beleidskader en het onderhavige lokale kader, dan prevaleert het regionale kader. Gemeenten mogen alleen in positieve zin (sterkere bescherming van de leefomgeving) afwijken van het regionale kader. In de praktijk zal zich dat niet of nauwelijks voordien omdat het lokale en regionale kader synchroon zijn ontwikkeld. WAT IS DE KERN VAN DIT NIEUWE BELEIDSKADER? PRIORITERING OP BASIS VAN GEOBJECTIVEERDE RISICOANALYSE: 100% waterdichte uitvoering van VTH-taken (met name toezicht) is onbetaalbaar, onmogelijk en onwenselijk. Daarom is in dit beleidskader een risicoanalyse uitgevoerd om onderscheid te maken tussen verschillende typen activiteiten; tussen een kantoorpand en een industrieel complex, tussen kleine buurtbarbecue en groot risicovol evenement. Per activiteit is een risico-score bepaald op basis van het samenspel van het effect van niet-naleving en de kans dat niet-naleving zich voordoet. De risicoanalyse dient als objectieve grondslag voor de prioriteitstelling. Met andere woorden: voor het toezicht op activiteiten met een hogere risico-score (bijvoorbeeld een vuurwerk-opslag) stellen we meer capaciteit beschikbaar dan voor het toezicht op activiteiten met een lagere risicoscore (een regulier kantoorpand). In aanvulling op de, via de risicoanalyse onderbouwde, prioriteiten hebben we als college een aantal projectmatige prioriteiten toegevoegd, te weten: landschappelijke inpassingsplannen, huisvesting van arbeidsmigranten, jeugdoverlast, energiebesparing en IPPC-vergunningen. De laatste 2 zijn activiteiten die ook onder de ‘basistaken’ vallen. Deze prioritering is inhoudelijk niet wezenlijk anders dan de afgelopen jaren. KWALITATIEVE STRATEGIEËN: Het nieuwe VTH-beleid bevat, in vergelijking met het verleden, veel duidelijkere uitgangspunten voor de wijze waarop we sturen op preventie (voorkomen van overtredingen), vergunningverlening, toezicht, handhaving en – in zeer uitzonderlijke gevallen – gedogen. Deze strategieën zijn opgenomen in Bijlage B (bijlage 11 tot en met 21). Met deze strategieën zetten we een kwaliteitskader neer voor een goede VTH-taakuitvoering. BELEIDSCYCLUS (BIG EIGHT): VAN PRIORITEITEN NAAR UITVOERING EN VERANTWOORDING Het VTH-beleid werken wij jaarlijks uit in een uitvoeringsprogramma. Het uitvoeringsprogramma is een concreet actieplan voor het betreffende jaar waarbij we aangeven hoe we de (financiële en personele) middelen in het betreffende jaar inzetten. Het uitvoeringsprogramma sturen wij ter informatie naar de provincie (IBT) en de gemeenteraad. Met het Jaarverslag VTH verantwoorden we ons over de gerealiseerde uitvoering en de resultaten. Op deze manier doorlopen wij de ‘Big Eight’ cyclus. LEESWIJZER Dit VTH-beleid bestaat uit twee onderdelen. Het deel A dat nu voor u ligt geeft op hoofdlijnen aan wat voor de gemeente de visie, uitgangspunten, doelen, prioriteiten en strategieën zijn op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). Het tweede deel B is een bijlagenbundel. Hierin worden de onderwerpen uit dit eerste deel gedetailleerd uitgewerkt. 2.ONTWIKKELINGEN TERUGBLIK INTERBESTUURLIJK TOEZICHT Het vorige VTH-beleid liep in 2020 ten einde. Op basis van interne en externe beoordelingen, waaronder het Interbestuurlijk Toezicht door de provincie bevatte dit beleid nog niet alle noodzakelijke en wenselijke onderdelen. Het samenvattend Inter Bestuurlijk Toezicht (IBT)-eindoordeel omgevingsrecht over het jaar 2020-2021 laat zien dat aan de gemeente Horst aan de Maas op het onderdeel Wabo een “matige” taakbehartiging en op het onderdeel Wro “onvoldoende” taakbehartiging is toegekend. Als verbeterpunt geeft het IBT samengevat aan dat de beleidscyclus niet goed gevolgd is en een kwaliteitsslag behaald kan worden in de beleidscyclus en daaraan verbonden structuren, documenten en rapportages. Deze aanbevelingen zijn in 2021 en 2022 opgepakt en krijgen verder vorm door uitbreiding van de capaciteit in uitvoering, beleid en ondersteuning, in dit VTH-beleid, de risicoanalyse waaruit prioritering volgt, de vertaling naar jaarlijkse uitvoeringsplannen en periodieke monitoring op de uitvoering. De verwachting is dat de beleidscyclus hiermee een nieuwe impuls krijgt en dan actief (bij)gestuurd kan worden op risico's, doelstellingen, kwaliteit en kwantiteit binnen de gegeven capaciteit. VERGUNNINGEN In 2021 en 2022 is binnen team Omgeving, mede ter voorbereiding op de komst van de Omgevingswet, ingezet op het verbeteren van de werkprocessen van vergunningverlening. Zo is er een centrale ingang gekomen voor een snelle triage van vergunningaanvragen en zijn twee omgevingsregisseurs aangesteld voor de begeleiding van complexe vergunningaanvragen. TOEZICHT EN HANDHAVING In 2021 is de gemeenschappelijke regeling met Venray op toezicht en handhaving ontbonden waarbij hij gefaseerd wordt afgebouwd. Tot en met 2024 worden er steeds minder uren afgenomen bij Venray en wordt er een eigen team toezicht en handhaving binnen de gemeente Horst aan de Maas opgericht. Doel van het terughalen van de taken is om de organisatie en aansturing van toezicht en handhaving te vereenvoudigen, gegeven het feit dat er ook in regionaal verband al een samenwerkingsvorm is (de RUD LN). In 2022 is het team APV-vergunningen, Toezicht en Handhaving opgericht en is de capaciteit uitgebreid met administratieve ondersteuning, 1 BOA, milieutoezichthouders, juristen, een beleidsmedewerker en bouwtoezichthouders. VOORUITBLIK INTEGRAAL VTH-BELEID Integraal VTH-beleid vindt plaats binnen bestuurlijk vastgelegde kaders (o.a. wetgeving) in de fysieke leefomgeving en in dat kader gemeentelijk vastgestelde beleidsplannen (b.v. gezondheidsbeleid). In dit VTH-beleid komen op verschillende thema’s, deze onderwerpen samen. Denk hierbij aan thema’s als milieu, bouwen, veiligheid, gezondheid en energie. Overall en zwaarwegend geldt voor het VTH-beleid de Wet VTH en de daarvan afgeleide Verordening Kwaliteit VTH. DE OMGEVINGSWET EN WET KWALITEITSBORGING VOOR HET BOUWEN De inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen vragen de meeste aandacht. Deze twee wetten stellen de gemeente tot uitdagingen op het gebied van processen, een andere manier van werken en financiën. Te denken valt aan het wegvallen van de bouwkundige toetsing, verschuiving werkzaamheden naar het voortraject en participatie. Onder de Omgevingswet verhuist een aantal regels van het Rijk naar gemeenten. Dit is de zogenaamde bruidsschat. Deze bruidsschat omvat voornamelijk regels over bouwwerken, open erven en terreinen en regels over milieubelastende activiteiten (bv bodemsaneringen). De impact van deze overheveling van taken is op het moment van schrijven van deze notitie nog niet inzichtelijk. Aannemelijk is dat de bruidsschat consequenties zal hebben op het taakveld en de capaciteit van toezicht en handhaving. GEZONDHEIDSBELEID Gezondheidsbeleid is al een gemeentelijke taak, maar wordt met de komst van de Omgevingswet belangrijker. De Omgevingswet heeft onder andere als doel om de gezondheid van inwoners explicieter mee te wegen bij besluiten over de inrichting van de fysieke leefomgeving. De vraag is nog hoe dat precies gedaan moet worden. Dit VTH-beleid ziet op de wettelijke taken die een relatie hebben met de fysieke leefomgeving voor zover hieraan een vergunningen, toezicht of handhaving taak aan is verbonden. VEILIGHEID Ook dient de gemeenteraad een Integraal Veiligheidsplan (IVP) op te stellen waarin de doelen op het terrein van veiligheid worden vastgelegd. Het IVP is hiermee een basis voor de operationele inzet op lokale veiligheidsprioriteiten door gemeente, politie en andere organisaties. De gemeenteraad van Horst aan de Maas heeft het IVP voor 2020 – 2023 op 21 januari 2020 vastgesteld. MAATSCHAPPELIJKE ONTWIKKELINGEN Door een reeks ingrijpende maatschappelijke ontwikkelingen zoals energietransitie/ klimaatbeleid, klimaatadaptatie, circulaire grondstoffen en de stikstofproblematiek worden de VTH-werkzaamheden complexer en daarmee ook belangrijker. Daarnaast ligt er een grote woningopgave. Door deze ontwikkelingen staat de gemeente voor allerlei organisatorische en financiële vraagstukken. Dit heeft invloed op de manier van (samen)werken op het gebied van VTH. Wij zijn ons hiervan bewust en proberen hier met dit VTH-beleid op in te spelen. ORGANISATORISCHE ONTWIKKELINGEN Zowel in de politiek als in de samenleving is het besef doorgedrongen dat een er flink tandje moet worden bijgezet op het gebied van toezicht en handhaving in Horst aan de Maas. Dit kwam o.a. tot uitdrukking in gesprekken over maatschappelijke thema’s zoals veiligheid, intensieve veehouderij en huisvesting arbeidsmigranten. Daarom is er in (aanloop naar) 2021 gestart met knelpuntenanalyse waaraan vervolgens acties zijn gekoppeld op diverse onderdelen met het doel de organisatie van vergunningen, toezicht en handhaving robuuster te maken voor de toekomst. De uitkomsten van deze analyse zijn eerder uitgewerkt in het ‘Jaarverslag 2021, Vergunningen, Toezicht en Handhaving’, vastgesteld d.d. 19 juli 2022. AUTOMATISERING: SQUIT20/20 EN RX-MISSION Squit20/20 is een zaaksysteem dat wordt gebruikt voor o.a. het beheren van de werkvoorraad en het vastleggen van inspectiegegevens. Ook het inrichtingenbestand is in Squit verwerkt. Squit20/20 is het zaaksysteem waar vanaf het eerste kwartaal van 2022 in Horst aan de Maas mee gewerkt wordt. Dit zaaksysteem gaat over in RX-Mission, een gezamenlijke uniforme VTH-applicatie voor alle RUD LN ketenpartners. Dit zal onder andere de integrale aanpak van zaken en onderlinge informatie-uitwisseling ten goede komen. VERSTERKING OMGEVINGSDIENST LIMBURG-NOORD Sinds 2010 is de uitvoering van VTH-taken ten aanzien van zwaardere milieu-inrichtingen verplicht georganiseerd via regionale omgevingsdiensten omdat individuele gemeenten niet in staat bleken om voldoende expertise op te bouwen en met voldoende distantie te oordelen over deze inrichtingen. Deze regionale organisatie laat onverlet dat de gemeente bestuurlijk aanspreekbaar (‘bevoegd gezag’) blijft voor VTH ten aanzien van bedrijven in de betreffende gemeente. In onze regio is deze samenwerking georganiseerd via de ‘Regionale Uitvoeringsdienst Limburg-Noord (RUD LN), ook wel aangeduid als Omgevingsdienst Limburg-Noord. In 2021 is landelijk geconstateerd op basis diverse analyses dat de milieuzorg door in geheel Nederland tekortschiet en dat het stelsel van omgevingsdiensten aanzienlijk versterkt dient te worden. Dit geldt des te meer voor de Omgevingsdienst Limburg-Noord. Mede door het gekozen netwerkkarakter is de huidige samenwerking te vrijblijvend met negatieve gevolgen voor de milieuzorg in de regio. Door het Algemeen Bestuur van de omgevingsdienst is op 7 juli 2022 een plan van aanpak ter verbetering vastgesteld. De gemeente Horst aan de Maas stuurt op een ambitieuze en voortvarende implementatie van dit plan van aanpak. De gevolgen hiervan zullen in 2023 duidelijk worden. 3.MISSIE, VISIE EN DOESTELLINGEN In dit hoofdstuk beschrijven wij de missie, visie en doelstellingen voor de komende vier jaar. Aan de hand van deze missie, evaluatie van het vorige beleid en de eerder benoemde ontwikkelingen geven wij in onze visie aan hoe wij hier met VTH invulling aan geven. De doelstellingen geven invulling aan onze missie en visie. De activiteiten die we uitvoeren om de doelen te bereiken, worden nader uitgewerkt in de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s. Het monitoren van deze activiteiten krijgt eveneens verder vorm in voornoemd programma. Op het einde ronden wij de cyclus af met een evaluatie en indien nodig bijstelling van het VTH-beleid. MISSIE “Een veilige en gezonde fysieke woon- en leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit bereiken en in stand houden: zorgen voor nu en werken aan morgen” VISIE “Het behouden en bevorderen van een leefbare, gezonde, veilige leefomgeving. Hierbij werken we vanuit een tweebenig principe van buiten naar binnen en streven we ernaar om met elkaar nieuwe initiatieven die bijdragen aan onze maatschappelijke opgaven mogelijk te maken en ongewenste ontwikkelingen tegen te gaan. Dit doen wij terwijl we er op toezien dat dit gebeurt volgens wet- en regelgeving” DOELSTELLINGEN Naast de primaire doelstelling, het bevorderen van naleving van wet- en regelgeving om een veilige, gezonde fysieke leefomgeving te bereiken, hebben wij nog een aantal doelstellingen voor de komende beleidsperiode geformuleerd. Deze doelstellingen geven invulling aan onze missie en visie. Allereerst zetten we neer wat we willen bereiken (het doel), daarna geven we aan wat we daarvoor gaan doen (de activiteit) en wanneer we tevreden zijn (het gewenste resultaat). De komende beleidsperiode realiseren wij (aangepaste) werkwijzen en processen die aansluiten op de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. De komende beleidsperiode doorlopen wij een VTH-cyclus die voldoet aan de wettelijke kwaliteitseisen voor de uitvoering van de VTH-taken. De komende beleidsperiode implementeren wij uniforme werkwijzen aan de hand van de risicoanalyse en prioritering. De komende beleidsperiode realiseren wij de borging van de rechtsgelijkheid en draagvlak door een eenduidige strategie en werkwijze te hanteren op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. ACTIVITEITEN – WAT GAAN WE DAARVOOR DOEN? Verlenen van een hoog dienstverleningsniveau binnen redelijke termijnen. Behouden en verbeteren van de kwaliteit, fysieke veiligheid en duurzaamheid van de leefomgeving. Voorkomen van overtredingen en het verbeteren van naleefgedrag. Leveren van maatwerk met oog voor algemene belangen. Daarnaast Werkprocessen VTH aanpassen aan de Omgevingswet en Wet kwaliteit voor het bouwen. De VTH-taken uitvoeren zoals benoemd in dit VTH-beleid en bijbehorend uitvoeringsprogramma. De werkwijze prioritair werken inbedden in onze werkwijze en de medewerkers hierin begeleiden. De strategieën en werkwijze inbedden in onze dagelijkse werkzaamheden. GEWENST RESULTAAT – WANNEER ZIJN WE TEVREDEN? Als we voldoen aan de wettelijke (minimale) eisen voor inwerkingtreding van de Omgevingswet en Wet kwaliteit voor het bouwen. Als het werken volgens de cyclus een vanzelfsprekendheid is en die voor alle medewerkers een tastbare bijdrage levert aan de kwaliteit van de VTH-taken. Wanneer wij volgens een uniforme manier prioritair werken en dat de prioritering sturend is voor de tijdsbesteding aan een zaak. Als het werken volgens de afgesproken werkwijze en strategieën een vanzelfsprekendheid is en leidt tot uniforme werkafspraken en werkprocessen. Toezicht en handhaving is niet een opzichzelfstaand doel, maar vormt een belangrijk onderdeel van de publieke taak en is onlosmakelijk verbonden met het vergunning- en melding stelsel binnen de wet- en regelgeving. UITGANGSPUNTEN BIJ DE UITVOERING VTH-TAKEN We hanteren hierbij de volgende bestuurlijke uitgangpunten: Integraal werken. Risicogericht werken. Betrouwbaar en transparant doen wat gedaan moet worden. Professionele besluitvorming met voldoende kennis en kunde. 4.RISICOANALYSE EN PRIORITERING Er zal nooit voldoende capaciteit zijn om alle VTH-taken uitputtend uit te voeren. Uitvoering geven aan VTH-beleid betekent dan ook keuzes maken en prioriteiten stellen. Dit gebeurt aan de hand van een prioriteitstelling waar een risicoanalyse aan ten grondslag ligt. Hiermee maakt het bestuur keuzes ten aanzien van de inzet van capaciteit en middelen. Om de medewerkers zo effectief mogelijk in te zetten, is bepaald welke activiteiten (van evenementen tot bedrijfsactiviteiten met specifieke milieurisico's en van het bouwen van een woning tot het huisvesten van arbeidsmigranten et cetera) binnen de gemeente worden uitgevoerd, welke hoge prioriteit hebben en welke lage. Deze afweging vindt plaats door toepassing van een risicomodel. Het model biedt de mogelijkheid om op basis van een risico inschatting en prioritering de inzet te bepalen. De inzet op activiteiten met een lage prioriteit is minder dan op activiteiten met een hoge prioriteit. Hierbij kan gedacht worden aan de diepgang van toetsing van een vergunningaanvraag of een toezichtmoment, de bezoekfrequentie van toezicht en de wijze waarop klachten en meldingen in behandeling worden genomen (nu doen of later inplannen). UITLEG RISICO-ANALYSE EN PRIORITERING Bij het maken van een risicoanalyse onderzoekt het college wat de risico’s zijn op het gebied van volksgezondheid, duurzaamheid, fysieke veiligheid, sociale kwaliteit, en maatschappelijke en bestuurlijke integriteit. Deze risico’s worden gewaardeerd. Voor alle relevante activiteiten die in het kader van VTH-taken worden uitgevoerd, is een risico-inschatting gemaakt. Dit risico is bepaald volgens een vaste methodiek, waarbij verschillende beoordelingscriteria in acht zijn genomen. De score wordt bepaald door voor elke activiteit een inschatting te maken van het negatieve effect op ieder criterium als gevolg van overtreding van deze activiteit. Vervolgens wordt de kans op een overtreding en daarmee ook de mate van het naleefgedrag aangegeven. Het gemiddelde van de negatieve effecten, vermenigvuldigd met de kans op een overtreding bepaalt het risico. Hoe hoger het risico, hoe groter de kans dat de negatieve effecten zich voordoen en hoe groter de kans op overtreding (slecht naleefgedrag) met als gevolg des te groter de capaciteit die op deze activiteit moet worden ingezet. NEGATIEVE EFFECTEN VOORKOMEN EN TEGENGAAN WAARBORGEN VAN EEN VEILIGE LEEFOMGEVING Het voorkomen en opheffen van gevaar, overlast en schade voor inwoners, bedrijven en instanties die het gevolg is van het overtreden van regels van omgevingsrecht. WAARBORGEN VAN EEN GOED LEEFKLIMAAT Het behoud c.q. herstel van een goed woon- en leefmilieu. Het handhavingsbeleid moet ervoor zorgen dat een bepaalde basiskwaliteit van de fysieke leefomgeving van de gemeente wordt gewaarborgd. NATUUR EN LANDSCHAP BESCHERMEN TEGEN ONGEWENSTE INVLOEDEN Natuur en landschap kunnen de dupe worden van bepaalde overtredingen, terwijl deze zich hier niet tegen weren kunnen. Dat we als gemeente hier onze verantwoordelijkheid nemen en waken voor dit gemeengoed is daarom van groot belang. Gestreefd wordt te voorkomen dat omgevingskwaliteiten ongewenst onder druk (kunnen) komen te staan. WAARBORGEN VAN DE RECHTSGELIJKHEID Een halt toe te roepen aan rechtsongelijkheid en ongewenste precedentwerking te voorkomen. Verder strekt het handhavingsbeleid ertoe te voorkomen dat programma’s door informele en niet beleidsmatige toezeggingen worden doorkruist. VOORKOMEN EN OPHEFFEN VAN ONRUST Het voorkomen/opheffen van maatschappelijke gevoelens van angst, ongerustheid en ergernis die gevoed worden door de omstandigheid dat regels (van omgevingsrecht) overtreden worden. De negatieve effecten die zich kunnen voordoen zijn vertaald naar de volgende gebieden. Hiermee zijn de effecten objectief meetbaar. Volksgezondheid (gebruik toxische stoffen, locatie met asbest, emissie naar lucht); Duurzaamheid (bodem, water, lucht, natuur, klimaat, circulariteit); Fysieke veiligheid (gevaar indicatie VNG, opslag en gebruik gevaarlijke stoffen); Sociale kwaliteit (overlast & leefbaarheid (overlast als gevolg van geur, geluid, licht, stof en verkeer); Daarnaast zijn er twee gebieden die de kans op niet-naleving bevatten. Attitude (politieke gevoeligheid, klachten, houding & gedrag, imago); Naleving (kennis van regels, normgetrouwheid, sanctie ernst et cetera); METHODIEK Om het negatieve effect van een overtreding te bepalen worden voor de verschillende risicogebieden punten toegekend en vormen zo de waardering van het negatief effect. De kans dat een negatief effect ontstaat, wordt op basis van ervaringsgegeven van het naleefgedrag gewaardeerd. Hiermee ontstaat door de formule: “Effect (negatief effect) X Kans (de kans dat dit effect voorkomt) = Risico”. Met de uitkomst, het risico, komen de prioriteiten in beeld. Het risico kent de waarden zeer hoog tot zeer laag risico. Categorie Risico Rood Zeer hoog risico Oranje Hoog risico Geel Gemiddeld risico Blauw Laag risico Groen Zeer laag risico PRIORITEITEN NIEUWE BELEIDSPERIODE De prioritering werkt vooral door in de manier waarop toezicht wordt gehouden en wordt gehandhaafd. Dit betekent dat aan elk prioriteitsniveau een toezichtfrequentie en intensiteit verbonden kan worden. Dit vertaalt zich vervolgens naar inzet van mensen en middelen. Gezien de (per definitie) beperkte toezichts-en handhavingscapaciteit kiest de gemeente Horst aan de Maas ervoor om de prioritering direct te vertalen in het jaarlijkse uitvoeringsprogramma. De risicoanalyse is zijn nader uitgewerkt en opgenomen in bijlage 7 tot en met 10 van deel B (Bijlagenbundel. 1 Landelijke/bestuurlijke prioriteit Jeugd (overlast) 2 Landelijke/bestuurlijke prioriteit Energie 3 Regionale/bestuurlijke prioriteit Optioneel aanvullend vanuit RUD LN 4 Lokale prioriteiten n.a.v. risico-analyse Dumping chemisch afval (drugs) 5 Lokale prioriteiten n.a.v. risico-analyse Illegaal slopen met asbest 6 Lokale prioriteiten n.a.v. risico-analyse Geluidhinder overig 7 Lokale prioriteiten n.a.v. risico-analyse Illegaal slopen (rijks- en gemeentelijke monumenten / beschermd dorpsgezicht) 8 Lokale prioriteiten n.a.v. risico-analyse Veehouderijen 9 Lokale prioriteiten n.a.v. risico-analyse Bouwen in strijd met Bouwbesluit 10 Lokale prioriteiten n.a.v. risico-analyse Illegale bewoning 11 Lokale prioriteiten n.a.v. risico-analyse Overige industrie 12 Lokale prioriteiten n.a.v. risico-analyse Arbeidsmigranten PROJECTEN Los van de prioritering zijn er ook landelijke, regionale en lokale onderwerpen die projectmatig aandacht krijgen. De komende beleidsperiode zijn dit onderstaande projecten. Dit overzicht is dynamisch en kan in de loop van de tijd aangepast worden als er omstandigheden aanwezig zijn die daarom vragen. In een aantal gevallen komen deze projecten ook als prioriteit naar voren uit de risicoanalyse. Brandveiligheid Brandveiligheid Energie Ondermijnende criminaliteit Actualisatie IPPC Huisvesting Arbeidsmigranten Landschappelijke inpassing Jeugdoverlast STRATEGIEЁN EN WERKWIJZE De werkwijze waarop wij de doelen willen bereiken en prioritair werken, is vastgelegd in de uitvoeringstrategieën. De strategieën zijn gebaseerd op landelijke strategieën (gedogen en sanctioneren) en zijn aangevuld met gemeentelijke strategieën. In de figuur hieronder zijn de strategieën opgenomen en is de samenhang tussen de strategieën weergegeven. De strategieën zijn nader uitgewerkt en opgenomen in de bijlage 11 tot en met 21 deel B (Bijlagenbundel). 5.BORGING EN UITVOERING FINANCIËLE MIDDELEN Om de VTH-taken uit te kunnen voeren en de beleidsdoelen te realiseren, zijn financiële en personele middelen nodig. Het benodigd budget is geborgd in de begroting. De inzet van middelen lichten wij jaarlijks toe binnen de uitvoeringsprogramma’s. UITVOERINGSPROGRAMMA Het VTH-beleid werken wij jaarlijks uit in een uitvoeringsprogramma voor zowel vergunningverlening, toezicht en handhaving. In het uitvoeringsprogramma beschrijven we de prioriteiten, doelen, activiteiten en methoden uit dit beleid op operationeel niveau. Het uitvoeringsprogramma is dan ook een concreet actieplan voor het betreffende jaar. Daarbij geven wij in het uitvoeringsprogramma aan hoe de (financiële en personele) middelen in het betreffende jaar worden ingezet. Het uitvoeringsprogramma sturen wij naar de provincie (IBT) en ter informatie naar de gemeenteraad. UITVOERING PROCES De werkwijzen van vergunningverlening, afhandeling van meldingen en toezicht en handhaving worden de komende beleidsperiode vertaald naar specifieke procesbeschrijvingen. Deze procesbeschrijvingen worden bekend gemaakt bij alle betrokken medewerkers en geborgd binnen het digitale zaaksysteem. Nieuwe medewerkers worden (in de toekomst) ingewerkt aan de hand van deze werkbeschrijvingen. AFSTEMMING KETENPARTNERS Een goede samenwerking tussen de gemeente en haar partners is van belang. Samenwerking levert kwalitatief sterkere adviezen op die zijn gebaseerd op gedeelde informatie en uitgangspunten. In de werkbeschrijvingen wordt opgenomen hoe dat per uitvoeringsstrategie vorm krijgt. KWALITEITSBORGING Op 2 december 2016 heeft de gemeenteraad de Verordening Kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving Omgevingsrecht Horst aan de Maas vastgesteld. De basistaken dienen daarmee uitgevoerd te worden in overeenstemming met de opgenomen kwaliteitscriteria. Ook de rol van de omgevingsdienst vraagt om een kwaliteitsslag. Hiervoor is binnen de RUD LN in 2021 een verbetertraject in gang gezet welk in 2023 verder vorm krijgt. Ook zal, zodra de Omgevingswet in werking treedt, de Verordening Kwaliteit Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving Omgevingsrecht Horst aan de Maas worden vervangen door een Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht. Deze verordening sluit aan op de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. 6.MONITORING EN EVALUATIE Dit beleid maakt onderdeel uit van de beleidscyclus zoals wettelijk vastgelegd in het Besluit omgevingsrecht (Bor). Door het volgen van deze beleidscyclus wordt een adequaat niveau van uitvoering van de VTH-taken in de organisatie geborgd. De kwaliteit van de uitvoering van deze taken wordt bovendien geborgd door de door de raad vastgestelde ‘Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht Horst aan de Maas’. In deze verordening is aangegeven dat de gemeente bij de uitvoering van de VTH-taken als uitgangspunt de kwaliteitscriteria 2.2 hanteert. Zowel de toezichthouders, als (enkele)e boa’s zijn aangewezen en aangesteld door het college van B&W voor de uitvoering van hun taken waarbij er op persoons- en functieniveau een scheiding is tussen vergunningverlening, toezicht en handhaving. Ook bepalen de kwaliteitscriteria 2.2 op welke wijze de gemeentelijke organisatie borgt dat de uitvoering van de VTH-taken structureel op een adequaat niveau plaatsvindt. Instrumenten om deze kwaliteit te borgen zijn bijvoorbeeld het VTH-beleid, uitvoeringsprogramma, werkprocessen, protocollen, monitoring en verslaglegging. Vanuit haar taak tot Interbestuurlijk toezicht (IBT) ziet de Provincie hierop toe en de rapportages worden ter informatie aan de gemeenteraad gezonden. MONITORING In de beleidscyclus is monitoring een belangrijk onderdeel. Om verantwoording af te leggen over de inspanningen en resultaten zijn verschillende gegevens nodig. Informatie gestuurd werken maakt hier een belangrijk onderdeel van uit. In het jaarlijks uitvoeringsprogramma (UP) wordt de systematiek van monitoring verder uitgewerkt en versterkt. De gegevens worden vervolgens gebruikt als input voor de jaarlijkse evaluatie. De monitoring wordt gebruikt om te beoordelen of er voldoende voortgang wordt behaald in het uitvoeringsprogramma. Daarmee gaan we na of het beleid effect heeft en de gestelde doelen zijn (of worden) gehaald. De gemeente Horst aan de Maas investeert in het (verder) ontwikkelen van gerichte indicatoren en een registratiesysteem. EVALUATIE Sluitstuk van de toepassing en uitvoering van het beleid en de diverse processen is de verantwoording over de inspanningen en resultaten. Daarin staat de vraag centraal of de geleverde inspanningen hebben bijgedragen aan het realiseren van de gestelde doelen. Het is dus belangrijk te weten of de ingezette maatregelen succesvol zijn geweest. Daarin wordt het beleid periodiek geëvalueerd. Na afloop van het kalenderjaar wordt dan ook een jaarverslag opgesteld door het college, waarin tenminste over de volgende onderwerpen wordt gerapporteerd: Voorgenomen activiteiten uit het uitvoeringsprogramma zijn uitgevoerd; De uitvoering van deze activiteiten uit het uitvoeringsprogramma van zowel de eigen organisatie als de omgevingsdienst hebben bijgedragen aan het bereiken van de doelstellingen uit het VTH-beleid; Voldaan is aan de kwaliteitscriteria VTH voor zowel de eigen organisatie, de omgevingsdienst (RUD LN), als samenwerkingspartner gemeente Venray; Het VTH-beleid (mede op basis van bovenstaande) en het uitvoeringsprogramma van de eigen organisatie en de omgevingsdienst eventueel aangepast dient te worden. DEEL BBIJLAGEN ALGEMEEN Het gemeentelijke VTH-beleid bestaat uit twee onderdelen. Het eerste deel geeft in een samenvatting de hoofdlijnen wat voor de gemeente de visie, uitgangspunten, doelen, prioriteiten en strategieën zijn op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). Het tweede deel ligt nu voor u. Het is een bijlagenboek waar de onderwerpen uit het eerste deel gedetailleerd zijn uitgewerkt. Voorafgaand aan de bijlagen worden enkele ontwikkelingen besproken. HOOFDLIJNENAKKOORD 2022 - 2026 In mei 2022 heeft het college haar Hoofdlijnenakkoord 2022 – 2026 vastgesteld. Hierin geeft ze in het voorwoord op de volgende wijze richting aan de toekomst: Het verschil maken… Dat is waar we voor gaan de komende raadsperiode. In Horst aan de Maas staan we voor grote maatschappelijke uitdagingen. Bijvoorbeeld op het gebied van klimaat en duurzaamheid, ondernemen en de arbeidsmarkt, gezondheid en demografie. Onze samenleving verandert hoe dan ook. Het is aan ons allemaal om richting te geven aan die veranderingen. We luisteren goed naar onze inwoners, zijn koersvast, durven scherpe keuzes te maken en leggen deze ook uit. Wij zijn ons ervan bewust dat we niet iedereen tevreden kunnen stellen. We kiezen voor wat ons verbindt en ons verder brengt. Zo blijft Horst aan de Maas een fantastische gemeente om te wonen, te werken, te ondernemen en te recreëren. In dit hoofdlijnenakkoord gaan ambitie en nuchterheid samen. Meer dan ooit tevoren streven we naar balans. We investeren in kennis, innovatie en goede samenwerking (bijvoorbeeld in de regio). Schaalvergroting kan, mits het een verantwoorde keuze is in het licht van andere opgaven. Economische ontwikkelingen moeten in balans zijn en wegen we af tegen alle aspecten waarop die ontwikkeling van invloed zijn. Dit vraagt om een samenwerkende manier van denken en doen. Gemeenteraad, College en ambtelijke organisatie: open en met vertrouwen in elkaar! Daar moeten we aan werken. Dit akkoord is er een op hoofdlijnen; een stuk waarin we vooral accenten voor vernieuwing hebben uitgelicht. Dit akkoord is bovenal richtinggevend; de belangrijkste noten zijn gekraakt. Er is vertrouwen en we geven elkaar ruimte; een mooie basis voor de komende raadsperiode. De uitwerking, die volgt. Die maken we samen de komende vier jaar. Samen het verschil maken… samen aan de slag voor meer balans in Horst aan de Maas. Voor gelukkige generaties van nu, van morgen en van de toekomst. Met dit VTH-beleid willen wij de komende periode aan deze ambitie bijdragen. Voor de uitvoering is het credo dat we omgevings- en klantgericht vergunnen en voorspelbaar toezicht houden en handhaven. Belangrijk uitgangspunten hierbij zijn transparante besluitvorming, heldere kaders en het dienstverlenend, transparant, effectief en efficiënt inzetten van de beschikbare middelen. Hiermee geven wij ook richting aan een goede invulling van de VTH-kwaliteitscriteria. De kwaliteitscriteria – die bestuurlijk zijn vastgesteld in de Verordening k vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht gemeente Horst aan de Maas (met invoering Omgevingswet om te zetten naar de Verordening Uitvoering & Handhaving) – gaan over vakmanschap (kritieke massa), transparantie en bestuurlijke vastlegging (procescriteria) en de minimale ondergrens binnen werkprocessen (inhoudelijke eisen en prioriteitstelling). WET VTH EN DE VERORDENING KWALITEIT VTH In april 2016 is een wijziging van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in werking getreden, waarmee verbeteringen van het VTH-stelsel een wettelijke verankering hebben gekregen. Op grond van de Wet VTH en de daarvan afgeleide Verordening Kwaliteit VTH hebben gemeenten de plicht een integraal vergunningen- en handhavingsbeleid te formuleren en dat jaarlijks uit te werken in een uitvoeringsprogramma. Het college informeert de gemeenteraad en partners over het vastgestelde beleid, het uitvoeringsprogramma en doet daar jaarlijks verslag van. Verder evalueert het college de ingezette formatie en middelen. Per 1 juli 2019 is een nieuwe set kwaliteitscriteria van kracht geworden: de criteria 2.2 zijn nu leidend. Eén deskundigheidsgebied is aan de reeks toegevoegd. Die heeft betrekking op energie en duurzaamheid. OMGEVINGSWET De Omgevingswet is een fundamentele herziening van het omgevingsrecht en huidige wetgeving. Volgens planning zal de Omgevingswet op 1 januari 2024 in werking treden. Dat geldt dan ook voor de Wet kwaliteitsborging bouwen. In de Omgevingswet zullen alle wettelijke bepalingen, besluiten en regelingen opgaan die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. De wet heeft als maatschappelijke doelen (artikel 1.3 Ontwerp Omgevingswet) het in onderlinge samenhang: bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, en doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften. Gemeenten, provincies en waterschappen krijgen binnen de Omgevingswet meer ruimte om hun eigen beleid te bepalen. Het bestuur van de provincie stelt daartoe een omgevingsvisie en omgevingsverordening vast. Ook het gemeentebestuur stelt een omgevingsvisie op met daarin het gewenste resultaat voor de fysieke leefomgeving. Ook in Horst aan de Maas is de gemeente inmiddels gestart met de voorbereidende werkzaamheden voor de implementatie van deze wet. Voor de gemeente is de opdracht om een gebieds-dekkend omgevingsplan, met functietoedeling en met regels voor activiteiten op te stellen. In aansluiting op dit omgevingsplan worden toezichts- en handhavingsinstrumenten ingezet. Daar waar mogelijk is in dit VTH-beleid voorgesorteerd op de doelstellingen uit de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Dit nieuwe stelsel voor de fysieke leefomgeving heeft meerdere gevolgen voor de taakuitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving. De gemeente bereidt zich daar via een programma “Implementatie Omgevingswet” op voor. Voor het vergunningverleningsproces en de dienstverlening heeft de inwerkingtreding van de Omgevingswet aanzienlijke gevolgen. Een belangrijk aspect is dat de duur van de vergunningenprocedure wijzigt en alle aanvragen in principe via de reguliere procedure, binnen acht weken, moeten worden afgehandeld. Ook de wijze waarop vergunningaanvragen getoetst worden verandert. De Omgevingswet vraagt om een integrale afweging, met als uitgangspunt: ‘Hoe kunnen we dit initiatief mogelijk maken?’ Bij vergunningaanvragen met meerdere bevoegde gezagen wordt er één aangewezen als coördinator van het afhandelingsproces. Dit zal meestal de gemeente zijn. De Omgevingswet gaat uit van een gelijkwaardige informatiepositie voor alle betrokkenen, waaronder de initiatiefnemer. Dit houdt in dat de geldende regels begrijpelijk ontsloten moeten worden en dat er zaakgericht gewerkt moet worden. Op die manier kunnen initiatiefnemers het vergunningverleningsproces volgen. Verder wordt participatie bij een vergunningaanvraag verplicht. Deze eis verplicht initiatiefnemers om informatie te verschaffen over de wijze waarop de belangen van belanghebbenden zijn gehoord en hoe het resultaat daarvan is verwerkt in het plan. Dit alles vraagt om een zorgvuldig proces. Een proces van overleg over het initiatief met bestuurlijke partners, ketenpartners en belanghebbenden. In het geval van een complexe aanvraag zal dat naar verwachting niet binnen acht weken kunnen worden doorlopen. In samenwerking met partners zijn we aan de slag gegaan om via het model van de Omgevingstafel een uitgebreider vooroverleg in te richten dat het begeleiden van een aanvraag Omgevingswet-proof maakt. WET KWALITEITSBORGING VOOR HET BOUWEN In mei 2019 is de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) door de Eerste Kamer aangenomen. Inwerkingtreding van de wet zal gelijktijdig met de invoering van de Omgevingswet plaatsvinden Door deze wetswijziging wordt een nieuw stelsel van kwaliteitsborging voor het bouwen geïntroduceerd. Dit betekent dat bouwpartners zelf de kwaliteitsborging dienen te regelen en daarbij zelf maatregelen moeten nemen zodat aan het “Besluit bouwwerken leefomgeving (voormalig Bouwbesluit 2012) wordt voldaan. De gemeente beoordeelt als bevoegd gezag niet meer direct op de aspecten van het Besluit Bouwwerken leefomgeving maar wel op de ruimtelijke ordening, omgevingsveiligheid en de welstand van het te realiseren bouwwerk. De gemeente blijft verantwoordelijk voor de handhaving. Het werk verdwijnt niet, het wordt anders. Op 17 januari 2019 is een bestuursakkoord gesloten tussen het ministerie van Binnenlandse Zaken en de VNG over de implementatie en invoering van de wet. Het akkoord regelt de rol van de gemeente na invoering van de wet en bevat afspraken over de voorwaarden voor inwerkingtreding. Het akkoord gaat uit van invoering tegelijk met de Omgevingswet. Die invoering zal gefaseerd plaatsvinden. Er wordt gestart met de seriematige nieuwbouw. Het eindbeeld van het Rijk is dat uiteindelijk alle categorieën bouwwerken overgaan naar de private sector. Afhankelijk van de precieze vorm waarin de voorstellen worden doorgevoerd, leidt dit (op termijn) tot consequenties voor de gemeente. Met de invoering van de Omgevingswet zal zowel beleidsmatig als op het niveau van de uitvoering hierop worden ingespeeld. Via jaarlijkse verslaglegging wordt de gemeenteraad geïnformeerd. VEILIGHEID De gemeenteraad heeft het Integraal Veiligheidsplan (IVP) vastgesteld. In dit IVP zijn de doelen vastgesteld op het terrein van veiligheid. Het IVP is daarmee een basis voor de operationele inzet op lokale veiligheidsprioriteiten door de gemeente, politie en andere organisaties. Omdat de raad het IVP vaststelt is de raad in de gelegenheid om sturing te geven aan de uitvoering van het veiligheidsbeleid. Verder heeft de burgemeester op het terrein van het veiligheidsbeleid bijzondere wettelijke bevoegdheden. Hierover legt de burgemeester verantwoording af aan de gemeenteraad. In relatie tot het veiligheidsbeleid is ook de afstemming met de Veiligheidsregio Limburg Noord (VRLN) aan de orde. Op grond van artikel 15 lid 2 van de Wet op de veiligheidsregio wordt door de VRLN een regionaal risicoprofiel (RRP) opgesteld. Het RRP wordt in afstemming met de partners actueel gehouden. In het RRP is een overzicht van de risicovolle situaties opgenomen die tot een brand, ramp of crisis kunnen leiden, inclusief een overzicht van de soorten branden, rampen en crises die zich kunnen voordoen. Verder wordt in het RRP een analyse gemaakt waarin de weging en inschatting van de gevolgen van de soorten branden, rampen en crises zijn opgenomen. Het RRP dient als basisinformatie voor het beleidsplan van de VRLN. In het beleidsplan van de VRLN worden afwegingen gemaakt over de aanwezige en mogelijk toekomstige risico’s en hoe risico’s en crises kunnen worden beheerst. Het RRP en het VRLN-beleidsplan hebben een wisselwerking naar het gemeentelijke veiligheidsbeleid. Op gemeentelijke kaarten zijn in afstemming met de VRLN de objecten geïnventariseerd die een mogelijk risico vormen voor de omgeving dan wel een kwetsbare locatie betreft. Op de thema’s externe veiligheid, kwetsbare objecten en cultureel erfgoed en recreatie zijn de risico’s vastgelegd. Ook deze inventarisatie en analyse heeft een directe relatie naar het IVP en raakt het VTH-beleid voor de fysieke leefomgeving. Relevante onderdelen uit het RRP en het VRLN-beleidsplan en het IVP zijn integraal afgewogen in dit VTH-beleid. GEZONDHEIDSBELEID Gezondheidsbeleid is al een gemeentelijke taak en in gemeente Horst aan de Maas een speerpunt. Dit beleid wordt met de komst van de Omgevingswet geïntegreerd in het omgevingsplan. Een van de hoofddoelen van de Omgevingswet is om gezondheid een plek te geven binnen de fysieke leefomgeving. Want de fysieke leefomgeving heeft invloed op de gezondheid van burgers. De inrichting van de omgeving kan hiertoe bijdragen. Denk bijvoorbeeld aan: een gezondere leefomgeving (bijvoorbeeld levensloopbestendig wonen, meer bewegen, sociale veiligheid, ontmoeten, groen, gezonde lucht, geluidkwaliteit); het verminderen van gezondheidsverschillen. De Omgevingswet biedt gemeenten en provincies de mogelijkheid om expliciet en vroegtijdig gezondheid en (fysieke) veiligheid te betrekken bij planvorming en beslissingen, die gaan over de fysieke leefomgeving. Bijvoorbeeld door vergunningen te weigeren vanwege ernstige gezondheidsrisico’s (artikel 5.32 Omgevingswet). De vraag is nog hoe dat precies gedaan moet worden. Met dit VTH-beleid en de ontwikkeling van het omgevingsplan en het opdoen van ervaringen met de Omgevingstafel starten we met de invoering van dit nieuwe aspect van het gezondheidsbeleid. BIJLAGE1:REIKWIJDTE VTH-BELEID Nr. Taakveld Onderdelen 1 Milieu Belastende Activiteit (voorheen Milieu-inrichtingen) Aanbieden, storten of verbranden afvalstoffen Bodem Energie Indirecte lozingen Klimaat Verwijdering asbest 2 Bouwen en wonen Aanleg, bouw- en oprichtingsfase sloop (in de zin van de sloopmelding of vergunning) Monumenten en archeologie BAG/Huisnummers Illegale sloop, bouw of aanleg Woonkwaliteit/Onveilige bewoning arbeidsmigranten 3 Ruimtelijke ordening Illegaal gebruik van bouwwerken en gronden en overtreding van planregels Aanlegvergunning voor vellen houtopstand 4 Brandveiligheid Advies brandveiligheid (waaronder bouwen en evenementen) Toezicht tijdens de bouw (extern bij invoering Omgevingswet) Toezicht gebruik bouwwerken (zorginstellingen, bijeenkomst, onderwijs, sport, industrie, logies, kamerverhuur, winkel) 5 Openbare ruimte Afvalinzameling Algemene overlast (vernielingen, graffiti, et cetera.) Evenementen Gebruik openbare ruimte en gemeentelijke eigendommen Exploitatie Horeca Hondenoverlast Parkeren Reclame Standplaatsen Terrassen Uitstallingen Zwerfafval Markten Kermissen Winkeltijden Kansspelen 6 Overige activiteiten Klachten en meldingen Projecten Verzoeken tot handhaving BIJLAGE2:WETTELIJK KADER Het voorliggende VTH-beleid sluit aan op de taken die voortvloeien uit de: Ontwerp Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging bouwen (momenteel Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)) Algemene plaatselijke verordening (APV) Bijzondere wetten zoals de Alcoholwet, de Wet op de kansspelen en de Wet basisregistratie personen. Voor zover het Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging bouwen betreft is het vaststellen van handhavingsbeleid en uitvoeringsbeleid wettelijk verplicht (artikel 18, 19 van de Ontwerp Omgevingswet in samenhang met de artikelen 13.5 en 13.6 van het Omgevingsbesluit en artikel 7.2 van het Besluit omgevingsrecht (Bor)). Voor de APV en bijzondere wetten is het nu nog niet wettelijk verplicht om dergelijk beleid vast te stellen, maar in de toekomst wel voor onderwerpen met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Het betreft een keuze van Horst aan de Maas om dit nu al mee te nemen in de op basis van de Omgevingswet beschreven strategie. Daarmee lopen wij vooruit op de aanstaande wetswijziging. Op deze manier zijn alle taken die een relatie hebben met de fysieke leefomgeving verenigd in één beleidsdocument. Het betreft taken waaraan een vergunningen-, toezicht- en/of handhavingscomponent vastzit. Dit beleid vormt ook de basis voor en geeft richting aan het jaarlijkse uitvoeringsprogramma. Ook hiervoor geldt dat deze voor Omgevingswet wettelijk verplicht is (artikel 13.5, 13.6 en artikel 13.8 Omgevingsbesluit en artikel 7.3 Bor) en voor de APV en bijzondere wetten niet. Een jaarlijks uitvoeringsprogramma waar de verschillende beleidsvelden samenkomen versterkt de gewenste samenhang (meer integraal werken). Bij het afhandelen van vergunningaanvragen (Omgevingswet, APV en bijzondere wetten), het houden van toezicht en ons handhavend optreden vormen onder meer (niet uitputtend) de volgende landelijke en lokale wet- en regelgeving een rol in het VTH-beleid Horst aan de Maas. GEMEENTEWET In de Gemeentewet staat in artikel 125 lid 2 en 3 dat het college of de burgemeester een bevoegdheid heeft om handhavend op te treden. Letterlijk staat er dat het college of de burgemeester een last onder bestuursdwang kan opleggen. Wie een last onder bestuursdwang kan opleggen, mag in plaats hiervan op grond van artikel 5:32 lid 1 Awb ook een last onder dwangsom opleggen. Aan het bestuursorgaan dat deze handhavend bevoegdheden heeft, worden in de Awb ook allerlei toezichtsbevoegdheden gegeven. Dit artikel in de Gemeentewet vormt dus de wettelijke basis voor het college of de burgemeester om toezicht uit te oefenen en de herstelsancties last onder bestuursdwang en last onder dwangsom op te leggen. Het college heeft de bevoegdheid om toezichthouders als zodanig te benoemen. Daarnaast stelt het college op grond van artikel 142 Wetboek van Strafvordering Buitengewoon opsporingsambtenaren (Boa’
- s)aan. Deze Boa’s hebben opsporingsbevoegdheden. Naast de herstelsancties in het bestuursrecht kent het bestuursrecht ook een bestraffende sanctie. De Boa’s hebben de bevoegdheid om een bestuurlijke strafbeschikking aan te kondigen. Uiteindelijk legt de officier van justitie de strafbeschikking op. ALGEMENE WET BESTUURSRECHT In de Algemene wet bestuursrecht (Awb) (hoofdstuk 5) worden geen bevoegdheden tot het uitvoeren van toezicht en handhaving toebedeeld aan bestuursorganen, maar worden aan de hiertoe bevoegde bestuursorganen en daartoe aangewezen ambtenaren instrumenten gegeven (een gereedschapskist om mee te werken). De voornaamste handhavingsinstrumenten die beschreven staan, zijn de herstelsancties in titel 5.3 van hoofdstuk 5 te weten de last onder bestuursdwang (afdeling 5.3.1) en de last onder dwangsom (afdeling 5.3.2). Deze instrumenten bieden een bestuursorgaan de bevoegdheden om zelf de overtreding geheel of gedeeltelijk ongedaan te maken of te beëindigen dan wel de overtreder een dwangsom op te leggen om dit zelf te doen. Daarnaast staat in titel 5.4 Awb een bestraffende sanctie opgenomen; te weten een bestuurlijke boete. Deze sanctie beoogt leed toe te voegen aan de overtreder en mag naast een herstelsanctie worden opgelegd. WET ECONOMISCHE DELICTEN Een toezichthouder kan bij het constateren van bepaalde overtreding ook kiezen voor het strafrechtelijke spoor. In de Wet economische delicten staan in artikel 1 en 1a veel verwijzingen naar wetsartikelen. Overtreding van die wettelijke artikelen is een delict in de zin van de Wet economische delicten (Wed). OMGEVINGSWET (WET ALGEMENE BEPALINGEN OMGEVINGSRECHT (WABO)) De Omgevingswet is een kaderwet waarmee bevoegd gezag (bij gemeente meestal het college) een (integraal) besluit tot vergunningverlening kan nemen waarbij diverse aspecten aan de orde kunnen komen met betrekking tot de fysieke leefomgeving (zoals ruimte, milieu, natuur alsook aspecten met betrekking tot bouwen, monumenten en brandveiligheid). In de Omgevingswet (hoofdstuk 18 Ontwerp Omgevingswet/ hoofdstuk 5 Wabo) staan bepalingen over de uitvoering en handhaving van de Omgevingswet. Hierin is in een algemene bepaling opgenomen dat het bevoegde gezag zorg moet dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van bepalingen bepaald bij of op grond van de deze wet en een aantal in de wet genoemde wetten. Ook is daaraan toegevoegd dat het college zorg moet dragen voor een goede kwaliteit van de uitvoering en handhaving. BESLUIT OMGEVINGSRECHT In hoofdstuk 7 van de Bor wordt onder meer invulling gegeven aan diverse bepalingen over de uitvoering en handhaving. In artikel 5.7 Wabo lid 1 staat dat in een AMvB regels worden gesteld over: een strategische en programmatische uitvoering en handhaving van het bepaalde bij of op grond van de betrokken wetten door de betrokken bestuursorganen; een onderling afgestemde uitoefening van bevoegdheden met betrekking tot de uitvoering en handhaving, bedoeld onder a, en de daarmee samenhangende werkzaamheden tussen de bij de handhaving betrokken bestuursorganen en de onder hun gezag werkzame toezichthouders en ook over de afstemming van deze werkzaamheden op de werkzaamheden van de instanties die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of op grond van de betrokken wetten; over de prioriteitstelling bij de uitvoering en handhaving voor zover die prioriteitstelling van bovenregionaal belang is. In artikel 7.2 lid 5 en 6 van het Bor staat dat het uitvoerings- en handhavingsbeleid tenminste inzicht moet geven in: de prioriteitenstelling met betrekking tot de uitvoering van de op grond van het eerste en tweede lid voorgenomen activiteiten; de methodiek die de bestuursorganen gebruiken om te bepalen of de op grond van het eerste en tweede lid gestelde doelen worden bereikt; de daarin opgenomen objectieve criteria voor het beoordelen van aanvragen voor en beslissen over een omgevingsvergunning en het afhandelen van meldingen, en de werkwijze bij vergunningverlening en het afhandelen van meldingen. de afspraken die door de bestuursorganen onderling en met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving zijn gemaakt, over de samenwerking bij en de afstemming van de werkzaamheden; de wijze waarop het toezicht op de naleving van het bij of op grond van de betrokken wetten bepaalde wordt uitgeoefend om de op grond van het eerste en tweede lid gestelde doelen te bereiken; de rapportage van de bevindingen van degenen die toezicht hebben uitgeoefend en het vervolg dat aan die bevindingen wordt gegeven, waarbij ook aandacht wordt besteed aan de aard van de geconstateerde overtredingen; de wijze waarop bestuurlijke sancties en ook de termijnen die bij het geven en uitvoeren daarvan worden gehanteerd en de strafrechtelijke handhaving onderling worden afgestemd, waarbij tevens aandacht wordt besteed aan de aard van de geconstateerde overtredingen; de wijze waarop de bestuursorganen handelen na overtredingen die zijn begaan door of in naam van die bestuursorganen of van andere organen behorende tot de overheid. Voor de basistaken die verplicht worden overgedragen aan een omgevingsdienst moet het uitvoerings- en handhavingsbeleid bovendien regionaal zijn afgestemd. Bovenstaande verplichtingen gelden voor de activiteiten waarvan de uitvoering en handhaving verloopt via de Wabo. Daarmee is dit geen verplichting voor alle VTH-taken. Zoals in het begin aangegeven maken we deze keuze in de uitvoering wel. VTH-VERORDENING De gemeenteraad heeft op grond van artikel 5.4 lid 1 aanhef en onder b Wabo een Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht Horst aan de Maas vastgesteld (per 1 januari 2024 met Omgevingswet: Verordening Uitvoering & Handhaving). Deze verordening heeft betrekking op de kwaliteit van de uitvoering en handhaving van de wetten (de Wabo) en bepaald dat op de uitvoering en de handhaving van de taken de kwaliteitscriteria (bijlage 5) van toepassing zijn. ALCOHOLWET In de Alcoholwet is in artikel 3 een vergunningsplicht opgenomen voor het bedrijfsmatig verstrekken van alcohol (zoals in horecabedrijven) of voor gebruik elders dan ter plaatse (zoals in slijterijen). Daarnaast bevat de wet onder meer verbodsbepalingen en ontheffingsbepalingen. In artikel 41 - 44 Alcoholwet zijn bepalingen opgenomen over het toezicht en handhaving. In artikel 41 is onder meer bepaald dat in een gemeente de daartoe aangewezen ambtenaren (BOA (‘s)) belast zijn met toezicht. In aanvulling op de Awb krijgen deze ambtenaren extra bevoegdheden in artikel 42 Alcoholwet. WET NATUURBESCHERMING Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. In deze wet zijn opgegaan de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en Faunawet en de Boswet. In hoofdstuk 7 van deze wet is handhaving geregeld. In dit hoofdstuk staat onder andere welke bestuursorganen zijn belast met toezicht en handhaving. Er worden handhavingsinstrumenten genoemd en een koppeling gemaakt met de Omgevingswet. Veelal is de provincie in deze bevoegd gezag. ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING FYSIEKE LEEFOMGEVING (APV) In de Algemene Plaatselijke Verordening Fysieke Leefomgeving Gemeente Horst aan de Maas heeft de gemeenteraad bepalingen opgenomen die betrekking hebben op openbare orde, openbare veiligheid, volksgezondheid en bescherming van milieu in de openbare ruimte. De APV bevat ook bepalingen over voor publiek toegankelijke gebouwen (denk aan horeca) en over activiteiten die van invloed zijn op de openbare ruimte. De hogere wettelijke regelingen zijn de bovengrens van de APV en de private sfeer van burgers is de ondergrens. Met andere woorden de raad mag via de APV in principe niks regelen dat al in hogere wetgeving staat en mag in principe niet ingrijpen in de private sfeer van burgers. De nuances die hierin zitten, worden hier niet behandeld. PARKEERVERORDENING In de parkeerverordening Horst aan de Maas zijn diverse vergunningplichten en verbodsbepalingen met ontheffingsmogelijkheden opgenomen. De verordening is op 1 januari 2012 in werking getreden en sinds 2020 is ook de Verordening parkeren grote voertuigen van toepassing. Op de overtreding van deze verbodsbepalingen kunnen bestuurlijke strafbeschikkingen door de gemeentelijke Boa’s worden aangekondigd en worden opgelegd door het OM. De gemeentelijke Boa’s zijn belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of op grond van de verordening. BIJLAGE3:BESTUURLIJK KADER In de begroting 2022 en verder zijn middelen opgenomen voor de uitvoering van het werk rondom vergunningverlening, toezicht en handhaving. Er wordt gewerkt binnen dit VTH-beleidskader. De beschikbare financiën zijn voldoende om de taken in eerste aanleg uit te voeren. Als blijkt uit de jaarlijkse check hierop door onder andere de evaluatie, de invoering van de Omgevingswet, de provincie Limburg (het zgn. interbestuurlijk toezicht (IBT)) et cetera dat dit onvoldoende is zal hier aanvullende besluitvorming nodig zijn door het daarvoor bevoegde gezag. BIJLAGE4:BESTUUR EN ORGANISATIE Besluitvorming op (vergunning)aanvragen, toezicht en handhaving is een kerntaak van de gemeente, die hierin duidelijk haar verantwoordelijkheden heeft en neemt. Bestuur, directie, leidinggevenden en de medewerkers van de teams hebben ieder hun eigen rol en verantwoordelijkheid. Ook bij de samenwerkings- (keten-) partners. Het management en de directie hebben onder andere als taak interne processen aan te sturen. Daarvoor is het nodig om het (gewenste) verloop van primaire werkprocessen inzichtelijk te maken, te structureren en te bewaken. Naast de bestuurlijke verantwoordelijkheid, zal duidelijk moeten zijn wie operationeel verantwoordelijk is voor toezicht en handhaving (wie is verantwoordelijk voor de activiteit, (tussen)resultaten en besluitvormings-momenten). In het kader van deze beleidsnota past het dan ook om de diverse rollen en verantwoordelijkheden van de actoren nader te beschrijven. DE ROL VAN DE GEMEENTERAAD De gemeenteraad heeft ten aanzien van enkele meer complexe omgevings-vergunningen de bevoegdheid om hieromtrent te besluiten. De raad heeft formeel geen wettelijke bevoegdheden waar het gaat om de toepassing en uitvoering van handhaving. Wel is de gemeenteraad verantwoordelijk voor het stellen van kader en de toewijzing van benodigde budgetten en kan zij het gemeentebestuur voorstellen doen waar zij wenst dat op hoofdlijnen (meer) het accent op gelegd zou moeten worden. Als taken van de gemeenteraad binnen het VTH-beleid kunnen worden genoemd: het op de politieke agenda plaatsen van het onderwerp vergunningverlening, toezicht en handhaving; het scheppen van randvoorwaarden - zoals formatie en budget - waarbinnen het beleid kan worden ontplooid; het uitdragen van de gemeentelijke handhavingsvisie. DE ROL VAN DE BURGEMEESTER EN HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS (HET COLLEGE) Het college stelt prioriteiten, zowel op beleidsniveau als op zaakniveau. Het college beslist zowel over de vaststelling van het VTH-beleid als over de uitvoering van de meeste VTH-taken. Daarnaast rapporteert het college over de uitvoering van het programma en wordt jaarlijks geëvalueerd of de gestelde doelen zijn behaald. Het college maakt het beleid, het programma en de rapportage kenbaar aan de raad. Daarbij heeft de burgemeester eigenstandige vergunningverlenings- en handhavingsbevoegdheden op het gebied van Algemeen bestuur, Openbare Orde en Veiligheid en de Alcoholwet. Voor het handhavingsbeleid is een belangrijke rol weggelegd voor de portefeuillehouder ‘openbare orde en veiligheid’ en ‘handhaving’. Voorts is de burgemeester bestuurlijk verantwoordelijk voor het verkrijgen van structureel draagvlak en ‘medeaansturing’ van de lokale politie via het zogenaamde driehoeksoverleg. Bovendien is hij eerstverantwoordelijk bij rampen en zware ongevallen. Actieve steun en betrokkenheid van het hele college bij het VTH-beleid is van groot belang. Vergunningverlening, toezicht en handhaving hebben namelijk raakvlakken met bijna alle gemeentelijke werkvelden en lopen doorgaans door alle portefeuilles. Dit betekent dat collegeleden zich bewust moeten zijn van VTH-aspecten met betrekking tot hun portefeuille. Het college stelt het VTH-beleid, het jaarverslag en het jaarprogramma vast. DE ROL VAN DIRECTIE EN MANAGEMENT Vergunningverlening, toezicht en handhaving hebben raakvlakken met bijna alle gemeentelijke werkvelden. Een actieve bijdrage hiervan is dan ook belangrijk en voor directie en management is dan ook een rol weggelegd, daar waar het betreft: het betrekken van het totale management bij het integraal VTH-beleid; het zorg dragen voor een goede coördinatie en samenwerking tussen de verschillende beleidsvelden; de aanjaagfunctie bij ontwikkelingen die van invloed zijn op het beleid. DE ROL VAN AMBTELIJKE FORMATIE VERGUNNINGVERLENING, TOEZICHT EN HANDHAVING De vergunningverleners, toezichthouders en handhavers geven uitvoering aan het vastgestelde beleid. De exacte formatie hangt af van de ambities die in het jaarlijks vast te stellen VTH-programma neergelegd worden. DE ROL VAN (KETEN)- SAMENWERKINGSPARTNERS Het doel is samen met politie, justitie, burgers, bedrijven en instellingen verder te werken aan vergunningverlening, toezicht en handhaving. Eenieder zal daarom op zijn of haar eigen verantwoordelijkheid worden aangesproken; elk individu, elke organisatie kan namelijk op eigen wijze in meer of mindere mate een bijdrage leveren aan een veilige leefomgeving. De samenwerking op verschillende niveaus zal de komende periode worden geïntensiveerd, waarbij zoveel mogelijk wordt aangesloten bij bestaande overlegvormen. COÖRDINATIE EN AFSTEMMING Bij nieuwe plannen voor bedrijfsvestigingen of het bouwen van bedrijven moeten vaak meerdere vergunningsprocedures worden doorlopen. Daarnaast zal in het bijzonder bij handhavingszaken, duidelijkheid moeten worden gegeven in de achtergronden ten aanzien van de te voeren handhavingsstrategie en zal er in het kader van regionale handhavingsacties, samengewerkt moeten worden. Het is van groot belang dat procedures goed op elkaar worden afgestemd. Via regelmatige overleggen met de andere gemeentelijke disciplines, worden alle te doorlopen procedures op elkaar afgestemd. Dit bevordert de eenduidigheid en daarmee de consistentie van het gemeentelijk beleid tegenover burgers, bedrijven en instellingen. In de regio Limburg Noord ontmoeten de beleidsmedewerkers of coördinatoren Vergunningen, Toezicht en Handhaving elkaar periodiek nog te weinig rondom thema’s als opleidingen, het VTH-beleid en producten als jaarverslag en jaarprogramma. Horst aan de Maas stelt zich tot doel deze onderlinge ambtelijke afstemming en samenwerking te intensiveren. BIJLAGE5:KWALITEITSCRITERIA VERGUNNINGVERLENING, TOEZICHT EN HANDHAVING – ‘BIG EIGHT’ Er gelden kwaliteitscriteria voor vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). De kwaliteitscriteria voor de kritische massa (deskundigheid en ervaring) zijn verplicht voor VTH-taken. UNIFORME UITVOERINGSKWALITEIT Een van de doelstellingen voor het bundelen van omgevingsrecht regels in de Omgevingswet is om de dienstverlening door overheden te verbeteren. Het realiseren van de verbeter- en maatschappelijke doelen van de Omgevingswet is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de overheden. Het vraagt om een goede en uniforme borging van de uitvoeringskwaliteit. WET KWALITEITSBORGING BOUWEN Afdeling 18.3 van de Ontwerp Omgevingswet biedt de grondslag voor de kwaliteitsbevordering van de uitvoering en handhaving. Deze afdeling vindt zijn oorsprong in paragraaf 5.2 van de Wabo. Er zijn regels over de kwaliteit van de uitvoering van de VTH-taken: Artikel 18.20 ontwerp Omgevingswet beschrijft een zorgplicht voor in principe alle VTH-taken van het bevoegd gezag. Het artikel laat open hoe bevoegd gezagen dit invullen. Een optie is om dit via een verordening te doen. In Horst aan de Maas hebben wij dit ingevuld met de Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving Omgevingsrecht Horst aan de Maas. Met de komst van de Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen moet deze aangepast worden. Artikel 18.23 ontwerp Omgevingswet gaat over de taken die onder het basistakenpakket vallen. Hiervoor geldt dat het kwaliteitsniveau via een verordening moet vastliggen. Omdat deze taken verplicht zijn ondergebracht bij omgevingsdiensten moeten ook zij afspraken maken over de formulering van de kwaliteitscriteria. Deze zijn geborgd via de ‘Big Eight’ cyclus. VERORDENING KWALITEIT VERGUNNINGVERLENING, TOEZICHT EN HANDHAVING OMGEVINGSRECHT HORST AAN DE MAAS Horst aan de maas heeft op basis van de VNG-modelverordening VTH de Verordening Kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving Omgevingsrecht Horst aan de Maas vastgesteld. Op het moment dat de Omgevingswet definitief in werking is moet deze aansluitend worden afgestemd op de Omgevingswet. HET SPOORBOEKJE KWALITEIT: DE ‘BIG EIGHT’ STAP VOOR STAP Eisen aan de inrichting van processen zijn wettelijk vastgelegd in de Wabo en de daarbij behorende algemene maatregelen van bestuur. Dit zijn de zogenaamde procescriteria. De procescriteria beschrijven de eisen die gesteld worden aan de sluitende beleidscyclus, de ‘BIG EIGHT’ -cyclus. RAPPORTAGE EN EVALUATIE In essentie betreft deze stap het analyseren van allerlei relevante elementen dan wel veranderingen voor de vergunningverlening, toezicht en handhavingsorganisatie. Ten behoeve van het onderdeel ‘rapportage en evaluatie’ van de ‘BIG EIGHT’ worden minimaal: vierjaarlijks de risico’s in kaart gebracht met een risicoanalyse (Bor artikel 7.2).; jaarlijks verantwoordingsrapportages opgesteld (Bor artikel 7.7); vierjaarlijks een beleidsevaluatie uitgevoerd (Bor artikel 7.7). Een jaarverslag bevat duidelijke conclusies over de mate van uitvoering van het uitvoeringsprogramma. De beleidsevaluatie gaat in op de bijdrage aan beleidsdoelen, de beheersing van risico’s en of beleid, prioriteiten en/of programma bijgesteld dienen te worden. De resultaten uit de beleidsevaluatie en de jaarrapportage kunnen ertoe leiden dat de risicoanalyse bijgesteld dient te worden. STRATEGISCH BELEIDSKADER De uitgevoerde beleidsevaluatie, de jaarverslagen en actuele risicoanalyse leggen de basis voor de volgende stap in het proces, het strategisch beleidskader. Op basis van de risicoanalyse worden prioriteiten gesteld. Vervolgens worden in het beleid doelstellingen vastgelegd die de organisatie wil behalen ten aanzien van deze prioriteiten (Bor artikel 7.2). Hierbij moet het ambitieniveau in lijn zijn met capaciteit (Bor artikel 7.5). Daarnaast draagt het bestuursorgaan er zorg voor, dat dit beleid en het handhavingsbeleid van de andere betrokken bestuursorganen en de organen die belast zijn met de (strafrechtelijke) handhaving onderling worden afgestemd zoals andere gemeenten, de politie en brandweer (Bor artikel 7.2). I OPERATIONEEL BELEIDSKADER Op basis van de risicoanalyse zijn de prioriteiten gesteld en met het strategisch beleidskader is bepaald welke doelen de organisatie wil behalen. Met het operationeel beleidskader voor toezicht en handhaving wordt duidelijk welke nalevingsstrategie op welke doelgroep wordt toegepast om het nalevingsgedrag te verbeteren, om zodoende de gestelde doelen te behalen (Bor artikel 7.2). De nalevingstrategie bestaat uit een preventiestrategie (hoe overtredingen te voorkomen?), toezichtstrategie (hoe zicht houden op naleefgedrag?), gedoogstrategie (hoe handelen bij het afzien van handhaving?) en een sanctiestrategie (hoe repressief optreden?). Voor de laatste is een landelijke norm ontwikkeld, de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht. In feite zijn de strategieën zoals ze nu in het land gebruikt worden geen strategieën, maar een omschrijving van de beschikbare instrumenten. Op het moment dat een mix van deze instrumenten wordt ingezet om een doel te bereiken is er sprake van een strategie (bijvoorbeeld: de calculerende overtreder kan beter aangepakt worden met een (hoge) boete, dan een onbewuste overtreder die niet bekend is met de wet- en regelgeving). PROGRAMMA EN ORGANISATIE Centraal bij de ‘Programma en organisatie’ (ook wel planning en control fase genoemd) staat het toewijzen van de noodzakelijke capaciteit en financiële middelen die nodig zijn om de gestelde doelen te kunnen bereiken (Bor artikel 7.5). Dit wordt jaarlijks vastgelegd in een uitvoeringsprogramma (Bor artikel 7.3). Een uitvoeringsprogramma omvat tenminste: een duidelijke verbinding met de gestelde prioriteiten en doelstellingen; een weergave van de concrete activiteiten voor vergunningverlening en toezicht & handhaving, inclusief de bijbehorende capaciteit en middelen. Ook worden er op operationeel niveau afspraken gemaakt over de afstemming en samenwerking met andere VTH-partners, bijvoorbeeld over een specifiek probleem of project dat samen wordt opgepakt. VOORBEREIDING, UITVOERING EN MONITORING VOORBEREIDING Om ervoor te zorgen dat de ambtelijke organisatie op een juiste wijze uitvoering geeft aan het VTH-uitvoeringsprogramma en het VTH-beleid, handelt de organisatie op grond van vooraf vastgestelde procedures, processen en protocollen (Bor artikel 7.4). UITVOERING De kern van deze stap betreft de uitvoering van de te verlenen vergunningen en het controlebezoek zelf (inclusief de hieruit volgende acties). Vergunningverlening moet gescheiden zijn van toezicht en handhaving. Verder moet de organisatie 24-uur bereikbaar zijn, dan wel dit georganiseerd hebben, bijvoorbeeld in samenwerking met andere overheidspartijen. Ook moet voorkomen worden dat één persoon langdurige tijd toezicht houdt op één inrichting, daarom moet personeel regelmatig gerouleerd worden (Bor artikel 7.4). MONITORING De laatste processtap in de ‘BIG EIGHT’ is de monitoring. De organisatie monitort met behulp van een geautomatiseerd systeem de resultaten en de voortgang van de uitvoering van het beleid en het uitvoeringsprogramma. De monitoringsresultaten worden weergegeven in het jaarverslag en gebruikt voor bijsturing van de operationele cyclus en voor input op de beleidsevaluatie (Bor artikel 7.4). DE CYCLUS DOOR HET JAAR HEEN Het proces van programmeren en komen tot werkafspraken voor het volgende kalenderjaar start in het eerste kwartaal (feb/mrt) met het opstellen en bespreken van de uitgangspunten, richtlijnen en financiën van de meerjarennota. Gevoed door: bestaand beleid, bestuurlijke prioriteiten, wensen om bij te sturen en al lopende programma’s en werkplannen. Daaropvolgend vindt rond mei/juni de bestuurlijke behandeling plaats van de kadernota en de beleidsbegroting. In de kadernota zijn de resultaten en wensen voor komend kalenderjaar verwoord, de kwaliteitsdoelstellingen op strategisch niveau bepaald, maar ook op inhoudelijke aspecten ten aanzien van beheer. Een indicatie van de benodigde budgetten (op basis van de strategische kwaliteitsdoelstellingen) en het financieel perspectief wordt opgenomen in de beleidsbegroting. Richting het einde van het jaar (okt/nov) vindt dan tot slot de ambtelijke en bestuurlijk behandeling van de begroting plaats. De praktische vertaling van de beleidsdoelstellingen vindt plaats in de uitvoering en verantwoording, zoals uitgewerkt in de onderste cirkel van de ‘Big Eight’. Het kalenderjaar start met het definitief vaststellen van ‘de werkplannen’. In de ‘werkplannen’ wordt gedetailleerd opgenomen welke producten en diensten worden geleverd en op welke wijze verantwoording wordt afgelegd. De werkplanning en verantwoording vindt uiteraard plaats door de partner waaraan activiteiten zijn uitbesteed, maar ook voor werk dat ‘in eigen huis’ wordt verricht. Vervolgens zijn afspraken gemaakt dat op een aantal momenten gerapporteerd wordt over de voortgang: meer gedetailleerd (schriftelijk 4 keer per jaar). Informatie-uitwisseling vindt plaats over: voortgang in aantallen van geplande werkzaamheden; financiële uitputting; toelichting op afwijkingen; bestuurlijk relevante bijzonderheden; rapportage over participant overstijgende werkzaamheden. De inhoud en mate van detaillering van de rapportages verschilt per partner. Om tot een intercollegiale afstemming en vergelijking tussen diensten/afdelingen te komen wordt ingezet op meer uniforme indicatoren waarover gerapporteerd wordt. De periodieke overleggen en de voortgangsrapportages resulteren uiteindelijk in de jaarlijkse eindrapportage. De concepten van deze rapportage (van november tot januari) worden ook gebruikt als input voor de definitieve versie van de werkplannen en afdelingsplanningen voor het nieuwe kalenderjaar. De definitieve jaarrapportage over het afgelopen kalenderjaar wordt rond februari vastgesteld in dezelfde periode als het vaststellen van de nieuwe werkplannen voor het lopende kalenderjaar, waarmee de cirkels rond zijn. SCHEMA WEERGAVE ‘BIG EIGHT’ -8 BIJLAGE6:EVALUATIE VTH-BELEID 2017 – 2020 In dit hoofdstuk wordt het VTH-beleid 2017-2020 en de aanvullende notitie herijking VTH-beleid 2019 geëvalueerd (periode 2017-2022). Het beleid strekte zich tot toezicht en handhaving van de regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving zoals: bouwen, ruimtelijke ordening, milieu, brandveiligheid en de openbare ruimte. Deze evaluatie is een aanvulling op de jaarverslagen 2019 en 2021 en het uitvoeringsprogramma 2021 en 2022. Hieronder volgt een korte terugblik en de belangrijkste punten worden nader toegelicht. DE VISIE IN HET VTH-BELEID LUIDDE: De gemeente Horst aan de Maas stelt een gezonde, veilige, leefbare en groene leefomgeving centraal. Binnen het vastgestelde beleid is regelgeving vooral gericht op het mogelijk maken van individuele-, gemeenschaps- en ondernemersinitiatieven. Bij het uitvoeren van onze taken nemen we een dienstbare houding aan ten opzichte van de aanvrager, waarbij de verantwoordelijkheid blijft liggen waar deze hoort. Handhaving is één van de middelen om de kwaliteit van wonen, leven en werken te behouden en te versterken. Het bestuur streeft naar een gestructureerd en integraal handhavingsbeleid, waarbij preventie voorop staat. De betrokkenheid en het eigen verantwoordelijkheidsbesef van de burgers, bedrijven en instellingen moeten daarbij worden vergroot. Als de preventieve inzet (informatievoorziening) niet werkt en het geschonken vertrouwen wordt beschaamd, volgt daadwerkelijke handhavend optreden. Zo krijgt iedereen de aanpak die hij/zij verdient. GESTELDE BELEIDSDOELEN In het VTH-beleid zijn doelstellingen geformuleerd. Volgens deze doelstellingen is handhaving niet een opzichzelfstaand onderdeel, maar vormt het een belangrijk onderdeel van de publieke taak en is het onlosmakelijk verbonden met het vergunning- en melding stelsel binnen de wet- en regelgeving. De hoofddoelstelling is in het VTH-beleid gespecificeerd en vertaald naar algemene en specifieke doelstellingen. DE DOELSTELLINGEN Daar waar dit wettelijk nodig is toestemmingen verlenen en hierdoor klantgericht en vraag gestuurd mogelijk maken van activiteiten van inwoners en bedrijven tegen zo beperkt mogelijke (administratieve) lasten. Meer eigen verantwoordelijkheid bij vergunninghouders en –aanvragers en efficiënter toezicht op de naleving van vergunningvoorschriften. Handelingen in strijd met geldende regels beëindigen als waarborg voor een gezonde, veilige, leefbare en groene leefomgeving. WAT HEBBEN WE GEDAAN ORGANISATIEONTWIKKELING Zowel in politiek als samenleving is de voorbije beleidsperiode het besef doorgedrongen dat een er flink tandje moet worden bijgezet op het gebied van toezicht en handhaving in Horst aan de Maas. Dit kwam o.a. tot uitdrukking in gesprekken over maatschappelijke thema’s zoals veiligheid, intensieve veehouderij en huisvesting arbeidsmigranten. Daarop zijn de volgende oplossingsrichtingen geformuleerd en opgepakt: verbeteren ingang en proces vergunningverlening; meer regie op toezicht en handhaving; uitbreiding capaciteit toezicht en handhaving; vergroten zichtbaarheid toezicht en handhaving; verbeteren integraliteit tussen afdelingen. TEAM OMGEVING In 2021 en 2022 is binnen team Omgeving, mede ter voorbereiding op de komst van de Omgevingswet, ingezet op het verbeteren van de werkprocessen van vergunningverlening. Zo is er een centrale ingang ingekomen voor een snelle triage van vergunningsaanvragen en twee omgevingsregisseurs voor de begeleiding van complexe vergunning aanvragen. TOEZICHT EN HANDHAVING In 2021 is de gemeenschappelijke regeling met Venray op toezicht en handhaving beëindigd. Tot en met 2024 worden er steeds minder uren afgenomen bij Venray en wordt er een eigen team toezicht en handhaving binnen de gemeente Horst aan de Maas opgericht. Doel van het terughalen van de taken is om de organisatie en aansturing van toezicht en handhaving te vereenvoudigen. In 2022 is het team APV-vergunningen, Toezicht en Handhaving opgericht en is de capaciteit uitgebreid. INFORMATIE GESTUURD TOEZICHT EN HANDHAVING Daarnaast wordt gebouwd aan informatie gestuurd handhaven. Extra aandacht voor processen, uniformering, registratie en duiding is nodig om beter te kunnen sturen. Voor de programma’s intensieve veehouderij en huisvesting arbeidsmigranten zijn hiervoor dashboards in ontwikkeling. In die dashboards bundelen we data uit onze systemen tot actuele sturingsinformatie. Zo kunnen we bijvoorbeeld locaties en inrichtingen koppelen aan vergunningen en meldingen. ZICHTBAARHEID EN SAMENWERKING De ambitie is om in de toekomst meer te gaan sturen op en verantwoorden over de maatschappelijke effecten van VTH, zoals de preventieve werking die uitgaat van meer zichtbaarheid (toezicht). SAMENVATTING In de afgelopen beleidsperiode (2017–2022) is, naar aanleiding van de nieuwe VTH wet- en regelgeving, voor het eerst ervaring opgedaan met beleidsmatig én integraal toezicht en handhaving. Uit de jaarverslagen, doelstellingen en organisatieontwikkelingen blijkt dat het leren en implementeren niet altijd volgens het proces en met gewenste route en snelheid is verwezenlijkt dan was voorgenomen. Hierin zijn met de komst van het nieuwe team het afgelopen jaar stappen vooruit gezet waarmee in de komende beleidsperiode het proces en de route verder worden uitgewerkt. Met name zal worden ingezet op meer en beter informatie gestuurd toezicht en handhaving en integraal werken. BIJLAGE7:OMGEVINGSANALYSE GEMEENTE HORST AAN DE MAAS Het doel van de omgevingsanalyse is om sturing te geven aan de inspanningen van het toezicht en de handhaving. De probleemanalyse vormt daarmee de basis voor het stellen van prioriteiten, het formuleren van doelstellingen en het uiteindelijk vaststellen van een uitvoeringsprogramma. ALGEMEEN De gemeente Horst aan de Maas bestaat uit 16 dorpen: America, Broekhuizen, Broekhuizenvorst, Evertsoord, Griendtsveen, Grubbenvorst, Hegelsom, Horst, Kronenberg, Lottum, Meerlo, Melderslo, Meterik, Sevenum, Swolgen en Tienray. Horst is het grootste dorp met 12.620 inwoners en Evertsoord met 265 inwoners de kleinste. Een groot deel van de kleine dorpen bevindt zich in het rivierdallandschap. Grubbenvorst vormt hierop, als een van de drie grotere dorpen, een uitzondering. In het zandgrondenland- schap komen de grootste dorpen Horst en Sevenum voor. In het hoogveen- ontginningenlandschap ligt Griendtsveen en in de nabijheid daarvan Evertsoord. Horst aan de Maas herbergt, als onderdeel van Greenport Venlo, belangrijke onderwijs- en onderzoek voorzieningen en innovatieve en beeldbepalende ondernemingen. Agribusiness, boomteelt, glastuinbouw, maakindustrie, detailhandel en recreatie en toerisme zijn de belangrijkste sectoren binnen de plaatselijke economie. In de gemeente zijn enkele relatief kleine bedrijventerreinen aanwezig, aansluitend aan de dorpen. De grootste bedrijventerreinen (Melderslosche Weiden, Hoogveld en Berghem) bevinden zich ten zuiden van Horst en ten noorden van Sevenum. Opvallend is de aanwezigheid van enkele grotere recreatieve voorzieningen, in de vorm van (gecombineerde) recreatieparken, Toverland, camping (Schatberg) en een aantal golfbanen. Deze liggen voornamelijk nabij de Midden Peelweg en de Maas. Het grootste deel van het landschap wordt agrarisch gebruikt. Deze bedrijven bepalen voor een belangrijk deel het beeld in het buitengebied. Verspreidt over het landschap komen grotere en kleinere clusters van glastuinbouwbedrijven voor. Met name het gebied tussen America, Meterik, Horst en Hegelsom is om die reden ‘versnipperd’. De gemeente Horst aan de Maas is via het bovenlokale wegennet goed bereikbaar. De A73, die door de gemeente loopt, vormt in noord-zuidrichting de belangrijkste ontsluitingas (enerzijds richting Nijmegen en anderzijds richting Roermond/Maastricht). In de gemeente liggen twee op- en afritten van deze snelweg (nummers 10, 11). Voorts hebben in noord-zuidrichting de provinciale Midden Peelweg (N277) en de voormalige provinciale weg (N555), die de Maasdorpen verbindt, een belangrijke functie. In oost-westrichting vormt de A67 een belangrijke ontsluitingsas (enerzijds richting Eindhoven en anderzijds richting Duisburg). Deze autosnelweg raakt aan de zuidzijde de gemeentegrens. Het knooppunt Zaarderheiken (A67-A73) en de op- en afritten 38 en 39 zijn voor de gemeente de voornaamste aansluitings- punten richting het lokale wegennet. In oost-westrichting heeft de provinciale weg ten zuiden van Venray (N270) in regionaal verband een belangrijke functie. Ook per spoor is de gemeente goed bereikbaar. Twee spoorlijnen (Venlo- Eindhoven en Venlo-Nijmegen) doorkruisen de gemeente. De gemeente kent een NS-Station (Horst-Sevenum) op de spoorlijn Venlo-Eindhoven. Verder wordt een haalbaarheidsonderzoek gedaan naar station Grubbenvorst. De Maas vormt de oostelijke grens van de gemeente. Deze rivier is belangrijk voor de economie en het toerisme van het gebied en is een belangrijke vaar- route. Via het water is de gemeente echter niet direct ontsloten. De Maas heeft - voor de gemeente - met name een toeristische functie. In de buur- gemeenten Venray (Wanssum) en Venlo zijn containerhavens aanwezig. De gemeente beschikt via een drietal veerponten (in Broekhuizen, Lottum en Grubbenvorst) over een verbinding naar de overzijde van de Maas. (Bron: Structuurvisie Horst aan de Maas) SPECIFICATIE PER TAAKVELD SPECIFICATIE MILIEU Binnen het bedrijvenbestand bevinden zich enkele grotere industriële en agrarische bedrijven, waarvan enkelen meer dan gemiddeld aandacht hebben in verband met aanhoudende geuroverlast (mestverwerkers). De uitvoering van de Milieutaken is ondergebracht bij de Regionale Uitvoeringsdienst Limburg Noord (RUD LN). Daarnaast zijn er veel zacht fruittelers welke aanzienlijk bijdragen aan geluidsoverlast (knal apparatuur). Hiervoor is specifiek beleid ontwikkeld. SPECIFICATIE BOUWEN EN WONEN & RUIMTELIJKE ORDENING In de gemeente Horst aan de Maas worden jaarlijks ruim 400 omgevingsvergunningen aangevraagd. Het grootste gedeelte van de aangevraagde omgevingsvergunningen heeft betrekking op de activiteit “bouwen”. Verder zijn er aanvragen en of meldingen gedaan die betrekking hebben op sloop, monumenten/archeologie, omgevingsvergunningen voor werken of werkzaamheden en overige activiteiten die vallen onder bouwen en wonen en ruimtelijke ordening. Tijdens de aankomende beleidsperiode is er sprake van de overgang naar de Omgevingswet. Hierdoor kan er een toename zijn van vergunningsvrij bouwen. Het aantal vergunningplichtige activiteiten kan afnemen. Momenteel is er ook sprake van de stikstof- en PFAS-problematiek, met gevolg dat er met name voor grote bouwprojecten er een extra aandachtspunt is voordat deze gerealiseerd kunnen worden. Toezicht en handhaving krijgt een andere vorm (in veel opzichten nog onduidelijk) onder de “Wet kwaliteitsborging bouwen”. Dat betekent een volledig andere werkwijze voor het bouw- en gebruikstoezicht. De komende beleidsperiode willen wij gebruiken om ervaring op te doen en onze processen te borgen binnen de Omgevingswet. SPECIFICATIE BRANDVEILIGHEID (BOUWWERKEN EN EVENEMENTEN) Het objectenbestand van onze gemeente, waarmee de veiligheidsregio (VRLN) uitvoering geeft aan de uitvoeringsovereenkomst bestaat uit objecten en evenementen met een verhoogd risico, zoals vergunning- en melding plichtige bouwwerken brandveilig gebruik, evenementen, gebruik brandbeveiligingsverordening en bouwwerken algemeen gebruik. Deze laatste categorie objecten bestaat voor een groot deel uit gebouwen welke opgenomen zijn in het Activiteitenbesluit milieubeheer. Het objectenbestand, waarvoor de gemeente als bevoegd gezag verantwoordelijk is, wordt continu geactualiseerd. Naast toezicht zet de VRLN gerichte communicatie over veiligheid in. Daarbij wordt actief en gericht gewerkt aan bewustwording over veiligheid, bieden van handelingsperspectief en uiteindelijk gedragsbeïnvloeding. Daarmee wordt beoogd incidenten te voorkomen en, als die plaatsvinden, minder slachtoffers en minder schade als gevolg te hebben. Deze preventieve activiteit sluit aan op de doelstelling uit de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht, die in dit beleid is opgenomen. SPECIFICATIE APV EN BIJZONDERE WETTEN Binnen het taakveld APV en bijzondere wetten wordt toezicht gehouden op verschillende terreinen. Voorbeelden hiervan zijn: controle (coördinatie) vóór en tijdens (grotere) evenementen; controle op het onjuist aanbieden en/of storten van afval in de openbare ruimte; controle op het onjuist plaatsen van objecten op en langs de openbare weg; controle op illegale reclame langs de openbare weg; controle op parkeerexcessen buiten zone-parkeren; controle op hondenoverlast. De gemeente is ook verantwoordelijk voor de uitvoering van de Alcoholwet. De burgemeester is daarin bevoegd gezag voor de vergunningverlening, het toezicht op de naleving en de handhaving van de wet- en regelgeving. Daarnaast vallen meerdere bijzondere wetten binnen dit onderwerp. Zoals de Wet op de Kansspelen, Marktverordening, standplaatsenverordening, Winkeltijdenwet, Huisvestingswet 2014, Wet Bibob, Opiumwet, Vuurwerkbesluit, Wet basisregistratie personen (BRP), Wegenverkeerswet 1994 en de Wet op de kansspelen (WOK). ONDERBOUWING PRIORITEITEN METHODIEK RISICOMODEL Centraal in de systematiek van het risicomodel staat de formule: Effect (negatief effect - gevolg) X Kans (de kans dat dit effect voorkomt – naleefbeeld, overtredingenbeeld) = Risico Deze formule is een internationaal geaccepteerde en veel gebruikte methode om een adequate inschatting te kunnen maken van de benodigde prioriteit van (onder andere) handhavingstaken. Het risico wordt berekend door de scores van het negatief effect te vermenigvuldigen met de kans op niet naleving. De volgende aspecten worden gescoord: effect: hoe groot zijn de negatieve gevolgen als regels niet worden nageleefd; kans: op niet-naleving: hoe groot is de kans dat een doelgroep de regels niet naleeft? De elementen Effect en Kans zijn opgebouwd uit een aantal thema's en variabelen. De thema’s zijn standaard van toepassing op elk taakveld, ook kunnen er nog variabelen binnen een thema zijn welke per taakveld verschillen. THEMA’S DIE NEGATIEVE EFFECTEN OMVATTEN Waarborgen van een veilige leefomgeving Het voorkomen en opheffen van gevaar, overlast en schade voor inwoners, bedrijven en instanties die het gevolg is van het overtreden van regels van Omgevingsrecht. Waarborgen van een goed leefklimaat Het behoud c.q. herstel van een goed woon- en leefmilieu. Het handhavingsbeleid moet ervoor zorgen dat een bepaalde basiskwaliteit van de fysieke leefomgeving van de gemeente wordt gewaarborgd. Natuur en landschap beschermen tegen ongewenste invloeden Natuur en landschap kunnen de dupe worden van bepaalde overtredingen, terwijl deze zich hier niet tegenkunnen beschermen. Dat we als gemeente hier onze verantwoordelijkheid nemen en waken voor dit gemeengoed is daarom van groot belang. We willen voorkomen dat dat omgevingskwaliteiten ongewenste onder druk komen te staan. Waarborgen van de rechtsgelijkheid Een halt toe te roepen aan rechtsongelijkheid en ongewenste precedentwerking te voorkomen. Verder strekt het handhavingsbeleid ertoe te voorkomen dat programma’s door informele en niet beleidsmatige toezeggingen worden doorkruist. Voorkomen en opheffen van onrust Het voorkomen/ opheffen van maatschappelijke gevoelens van angst, ongerustheid en ergernis die gevoed worden door de omstandigheid dat regels van het Omgevingsrecht overtreden worden. De negatieve effecten die zich kunnen voordoen zijn vertaald naar de volgende gebieden. Volksgezondheid (gebruik toxische stoffen, locatie met asbest, emissie naar lucht); Duurzaamheid (bodem, water, lucht, natuur, klimaat, circulariteit); Fysieke veiligheid (gevaar indicatie VNG, opslag en gebruik gevaarlijke stoffen); Sociale kwaliteit (overlast & leefbaarheid (overlast als gevolg van geur, geluid, licht, stof en verkeer); Daarnaast zijn er twee gebieden die de kans op niet-naleving bevatten: Attitude (politieke gevoeligheid, klachten, houding & gedrag, imago); Naleving (kennis van regels, normgetrouwheid, sanctie ernst et cetera); Sturen in de uitvoering kan door middel van inzet op: bevorderen van de eigen verantwoordelijkheid van inwoners en bedrijven; verbeteren naleefgedrag inwoners en bedrijven; doeltreffend en efficiënt handhaven; voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen. Aan de variabelen zijn scores toegekend die uitdrukking geven aan het risico van een bepaalde taak of object. Op basis van een rekenmodel komt de totaalscore tot stand. De risico's (conceptprioriteiten) die op basis van het risicomodel zijn bepaald, zijn voorgelegd aan de medewerkers van de gemeente (respectievelijk hun uitvoerders). Hierbij zijn de onderlinge wegingen aangepast op de praktijksituatie in Gemeente Horst aan de Maas. Alle criteria kunnen zwaarder of lichter gewogen worden. Dit hangt af van de aanwezigheid van gegevens (ervaringscijfers). Wat je niet weet, kun je ook niet beoordelen. Dit risicomodel wordt om die reden periodiek geëvalueerd en aangepast. Deze totaalscore bepaalt in feite de prioriteit. Dit risicomodel is uitgevoerd voor de taakvelden milieu, ruimtelijke ordening, bouwen, brandveiligheid, APV en bijzondere wetgeving. Per taakveld is de methodiek gevuld met de specifieke gegevens van Gemeente Horst aan de Maas. Ieder taakveld heeft zodoende eigen prioriteiten. Per risicoanalyse zijn de prioriteiten bepaald. Dat wil niet zeggen dat de hoogste prioriteiten per taakveld automatisch de hoogste prioriteit krijgen in de integrale prioritering. INDELING PRIORITEITEN In het risicomodel krijgen objecten of taken een kleur toegekend op basis van hun eindscore. Hoe hoger de score, des te groter het risico. De prioriteitenstelling uit het risicomodel moet richting geven aan de inzet van mensen, middelen, de frequenties van toezicht en handhaving en de aspecten waarop tijdens het toezicht wordt gelet. De prioriteitenstelling wil zeggen dat overal aandacht aan wordt besteed, alleen met een verschillende handhavingsinzet. In het risicomodel worden vijf kleuren gebruikt: rood, oranje, geel, blauw en groen. De kleur bepaalt welke inzet (5 soorten) gepleegd wordt op dat object of die taak. Met behulp van deze methode is het kwantitatieve deel van de probleemanalyse uitgevoerd. Categorie Risico Rood Zeer hoog risico Oranje Hoog risico Geel Gemiddeld risico Blauw Laag risico Groen Zeer laag risico OMSCHRIJVING INZET Overtredingen met een Zeer hoog risico: deze worden direct opgepakt. Hieraan wordt structureel volledige capaciteit toegekend; Hoog risico: toezicht op en handhaving van overtredingen. Proactief, steekproefsgewijs toezicht en handhaving bij overtredingen. Gemiddeld risico: toezicht en handhaving projectmatig, gebieds- en steekproefsgewijs (programmatisch). Nader onderzoek naar oorzaak overtredingen; Laag risico: inzet van een zeer beperkte capaciteit. Registreren en analyseren van incidenten. Verder een gerichte inzet van de capaciteit op effecten in naleefgedrag met als doel het vergroten van de voorbeeldfunctie (bijvoorbeeld door vooraankondigingen controles in media en publicatie van uitgevoerde controle- en handhavingsacties); Zeer laag risico: controle als er sprake is van een cluster van incidenten. Nb. Formeel ingediende verzoeken om handhaving worden altijd opgepakt. Ook kan er sprake zijn van een calamiteit welke het noodzakelijk maakt af te wijken. Categorie Risico Omschrijving Inzet Rood Zeer hoog risico Structurele toekenning van een volledige capaciteit. Oranje Hoog risico Toezicht op en handhaving van overtredingen. Proactief. Geel Gemiddeld risico Toezicht en handhaving projectmatig, gebieds- en steekproefsgewijs (programmatisch). Nader onderzoek naar oorzaak overtredingen. Blauw Laag risico Inzet van een zeer beperkte capaciteit. Registreren en analyseren van incidenten. Verder een gerichte inzet van de capaciteit op effecten in naleefgedrag met als doel het vergroten van de voorbeeldfunctie (bijv. door vooraankondigingen controles in media en publicatie van uitgevoerde controle- en handhavingsacties). Groen Zeer laag risico Controle als er sprake is van een cluster van incidenten. Schematische weergave risico versus inzet. In de tabellen in bijlage 10 zijn de uitkomsten van de risicoanalyse en prioritering per taakveld te zien. BIJLAGE8:TOELICHTING RISICOANALYSE EN PRIORITERING INHOUD RISICOMODEL Het Risicomodel geeft inzicht in risico’s met betrekking tot effecten en naleefgedrag. De volgende criteria zijn hierbij als wegingsfactor genomen: APV Volksgezondheid gebruik/aanwezigheid verdovende middelen drankgebruik Fysieke veiligheid/Leefbaarheid aantal personen aanwezig aanwezigheid van (tijdelijke) bouwwerken of attracties aanwezigheid gevaarlijke stoffen bereikbaarheid en ontvluchting verspreiding van afval(stoffen) veroorzaken van geluidhinder veroorzaken van geurhinder verkeer aantrekkende werking verstoring natuurwaarden veroorzaken zwerfafval BOUW- EN WONINGTOEZICHT Volksgezondheid gevaarlijke stoffen bij sloop (asbest) toegankelijkheid/bereikbaarheid ventilatie daglicht slaapfunctie vervuilde grond (PFAS) Fysieke veiligheid/Leefbaarheid aantal personen aanwezig complexiteit van de constructie wijziging in gebruik en/of functie vrijkomen gevaarlijke stoffen bij sloop impact op de beeldkwaliteit verloedering en sociale onveiligheid afval en verstoring gevolgen openbare orde/veiligheid/gezondheid monumentale waarde brandveiligheid bekendheid gebouwen gevaarlijke stoffen in het kader van brand gevaar voor belendingen (brandoverslag) Duurzaamheid duurzaamheid materiaalgebruik levensduur gebouw energie- en waterverbruik hoeveelheid bedrijfsafval hoeveelheid gevaarlijk afval MILIEU Volksgezondheid gebruik en opslag toxische stoffen locatie met asbest ja of nee emissie naar lucht vervuilde grond (PFAS) Duurzaamheid aantasting woongenot/leefbaarheid verstoring natuurwaarden veroorzaken zwerfafval Fysieke veiligheid/Leefbaarheid gevaarindicatie VNG bevi-inrichting: ja of nee? opslag en gebruik gevaarlijke stoffen risicoregistratie RIVM (RRGS) ja of nee? geluidsafstanden/-belasting geurafstanden stofproductie (luchtkwaliteit) lichthinder/ visuele hinder verkeer aantrekkende werking RUIMTELIJKE ORDENING Volksgezondheid ligging binnen zonering gezondheidsrisico’s algemeen Duurzaamheid toename bouwwerken/verhard oppervlak afname oppervlakte aan water schade aan waardevol gebied Fysieke veiligheid/Leefbaarheid opslag gevaarlijke stoffen veiligheid constructie brandveiligheid gebouw bereikbaarheid aantasting leefomgeving (beeldkwaliteit) verloedering overlast illegale bewoners/gebruiker aantasten woongenot toename parkeerdruk/verkeer aantrekkende werking invloed milieucontour NALEVING Attitude, per taakveld ingevuld: politieke gevoeligheid fraudegevoeligheid klachten Tafel van Elf, (zie toelichting Bijlage 9) per taakveld ingevuld: kennis van regels kosten/baten (kosten vergunning in relatie tot voordeel overtreding) mate van acceptatie van regels normgetrouwheid doelgroep informele controle (kans op controle door niet-overheid) informele meldingskans (kans op melding of klacht door derde) controlekans (kans op controle door overheid) detectiekans (kans op constatering overtreding tijdens controle) selectiviteit (kans op thematische controle) sanctiekans (kans op sanctie na constatering overtreding) sanctie-ernst Ervaringscijfers, per taakveld ingevuld: naleefpercentage ernst van de overtreding snelheid herstelsanctie aantal opgelegde dwangsommen Per overtreding is, aan de hand van bovenstaande criteria het risico ingeschat dat een negatief effect optreedt bij de betreffende overtreding. Hiervoor is gebruik gemaakt van een risicomodel, waarbij geldt: Effect x Kans = Risico. Naar de ernst van de situatie wordt aan deze effecten een cijfer toegekend, dat aangeeft wat het negatieve effect is, bij het plaatsvinden van de overtreding. Voor elke overtreding is een score toegekend, met daarbij het grootst mogelijke reële negatieve effect voor ogen. Bijvoorbeeld: bij het bouwen in afwijking van de vergunning met betrekking tot constructie/brandveiligheid is het grootste risico dat het gebouw instort of afbrandt. In dat geval zijn er dodelijke slachtoffers te verwachten. In het risicomodel zijn alle overtredingen tegenover de negatieve effecten en de kans op het optreden van het negatieve effect, gezet. Alle negatieve effecten wegen even zwaar behalve “veiligheid” en “gezondheid”. Gezien de acute veiligheid voor de inwoners en de gezondheidseffecten op de langere termijn, met doden als gevolg, worden deze belangen driemaal zwaarder meegewogen. Van de negatieve effecten wordt een gemiddelde berekend en dit wordt vermenigvuldigd met de kans. De kans heeft een waarde van 1 tot en met 5 en geeft aan hoe groot de kans is dat de gebeurtenis optreedt. Hieruit volgt een risicoscore (bijlage 10). BIJLAGE9:UITLEG ‘TAFEL VAN ELF’ NALEVING IN DIMENSIES De Tafel van Elf is een samenhangende opsomming van dimensies die bepalend zijn voor de naleving van regelgeving. De Tafel van Elf is ontstaan vanuit de praktische behoefte om inzicht te krijgen in de factoren die de medewerking van mensen aan regelgeving bepalen en de invloed die rechtshandhaving daarop heeft. De basis wordt gevormd door een combinatie van in de literatuur voorkomende sociaalpsychologische, sociologische en criminologische theorieën, aangevuld met algemene inzichten en praktijkervaringen op het terrein van de rechtshandhaving. De dimensies van de Tafel van Elf moeten worden beschouwd als gedragswetenschappelijke variabelen die nalevingsgedrag beïnvloeden. Door ze systematisch na te lopen, vormen ze een hulpmiddel voor de wetgever om te komen tot naleefbare wetgeving. DE TAFEL VAN ELF ALS WETGEVINGSINSTRUMENT De Tafel van Elf kan toegepast worden als ondersteunende checklist. Dit geldt temeer wanneer het gedrag van mensen bijdraagt aan te bereiken beleidsdoelen. De Tafel van Elf is dan ook van toepassing op een groot deel van de beleids-instrumentele wetgeving en ook op enkele delen van het strafrecht. De Tafel van Elf is hiermee een hulpmiddel bij de totstandkoming van wetgeving. In het kader van het project Marktwerking Deregulering en Wetgevingskwaliteit (MDW) wordt de Tafel van Elf bij het onderdeel ‘toetsing van voorgenomen regelgeving’ aangeboden als checklist om een aantal vragen te beantwoorden die betrekking hebben op de verwachte mate van naleving van de (toekomstige) wetgeving. Deze vragen moeten beantwoord worden in de toelichting bij de regeling (in geval van een wet respectievelijk AMvB aangeduid als memorie of nota van toelichting). Het doel ervan is om inzichtelijk te maken wat de verschillende (neven-)effecten zijn van de voorgestelde regelgeving. Een goede, heldere toelichting op de verwachte mate van naleving verhoogt bovendien de kwaliteit van een wetsvoorstel. Aan de hand van de Tafel van Elf worden hierna aanwijzingen gegeven over hoe een toelichting ten aanzien van deze aspecten op te bouwen. Er wordt verder op gewezen dat er meerdere instrumenten voor de wetgever beschikbaar zijn zoals bijvoorbeeld de ‘ketenbenadering’ van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu en de ‘Aanwijzingen voor de Regelgeving’ van de Directie Wetgeving van het Ministerie van Justitie. Deze uitleg beperkt zich tot de Tafel van Elf. De Tafel van Elf is ontwikkeld door de Inspectie voor de Rechtshandhaving van het Ministerie van Veiligheid. INHOUD TAFEL VAN ELF A. DIMENSIES VOOR SPONTANE NALEVING T1 Kennis van regels T2 Kosten/baten T3 Mate van acceptatie T4 Gezagsgetrouwheid doelgroep T5 Informele controle B. CONTROLE DIMENSIES T6 Informele meldingskans T7 Controlekans T8 Detectiekans T9 Selectiviteit C. SANCTIE DIMENSIES T10 Sanctiekans T11 Sanctie-ernst Sanctiematrix Landelijke Handhavingsstrategie In onderstaand overzicht worden deze elf tafels verder toegelicht. De toepassing van de Tafel van Elf is in aansluiting met de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht. Dimensies van spontane naleving 1 Kennis van regels Soms is de regelgeving vaag of complex. Het wordt niet begrepen door de doelgroep. Hier prevaleert communicatie boven sanctioneren 2 Kosten en baten Hier is calculerend gedrag aan de orde: is een overtreding lonend? Hier past sanctioneren en communiceren, maar dan als ‘naming and shaming’ 3 Mate van acceptatie Wordt het beleid door de doelgroep (burger of bedrijf) onderschreven? Betrek belangengroepen bij de formulering van het beleid. 4 Normgetrouwheid doelgroep Het gaat hier om respect en vertrouwen. Een moeilijk te beïnvloeden dimensie, waarbij rekening moet worden gehouden met een sterke individualisering van de maatschappij 5 Niet-overheidscontrole De door de doelgroep ingeschatte kans op een positieve- of juist een negatieve sanctionering van hun gedrag. In deze categorie bevindt zich de bewuste overtreder met een calculerend gedrag. Handhavingsdimensies 6 Meldingskans De door de doelgroep ingeschatte kans dat een overtreder door een derde wordt gemeld (het verzoek om handhaving of klacht) en dat er vervolgens door de overheid daadwerkelijk wordt opgetreden 7 Controlekans De kans dat daadwerkelijk wordt gecontroleerd wordt ingeschat door de doelgroep. Als de overheid “bekend staat” als één, die nauwelijks controleert of sanctioneert dan geeft dat aan het begaan van overtredingen een onjuiste impuls. Handhavingsbeleid moet stellig zijn en uitvoeringsresultaat laten zien. Communicatie van handhavingsresultaat werkt in die zin weer preventief 8 Detectiekans Als er wordt gecontroleerd, dan kan niet altijd alles worden waargenomen. In controlerapporten gaan wij altijd uit “van het moment van de controle, voor zover wij hebben kunnen vaststellen”. Die laatste zin staat symbool voor de detectiekans, dikwijls behorend bij de calculerende overtreder Selectiviteit Bij dit item behoort het uitvoeren van toezicht op basis van een naleefstrategie, waarbij recidivisten nadrukkelijker en frequenter worden gecontroleerd. De categorie “bewuste overtreders” calculeren de pakkans al in bij de dimensies controlekans respectievelijk detectiekans 0 Sanctiekans In deze categorie zit het bewuste calculerende gedrag van een potentiële overtreder. De overheid kan na constatering van overtredingen sancties opleggen. Dit gebeurt echter niet altijd. Dit hangt af van zaken als het sepotbeleid, de bewijsbaarheid van overtredingen en het eventuele gedoogbeleid. Daardoor is het relevant te beoordelen in hoeverre de doelgroep verwacht straf te krijgen voor bepaalde overtredingen, ofwel naar de gepercipieerde sanctiekans. 11 Sanctie-ernst De hoogte van een sanctie heeft direct te maken met de hoogte van een dwangsom en/of de impact van bestuursdwang respectievelijk de gevolgen van een proces-verbaal. Ook kosten gerechtelijke kosten kunnen een rol spelen. Het proces van sanctieoplegging kan ook bijkomende, immateriële nadelen hebben zoals het verlies van reputatie. De hoogte en ernst van de verschillende soorten sancties zal niet op alle doelgroepen dezelfde impact hebben. De snelheid en zekerheid van sanctieoplegging kan die impact vergroten, bijvoorbeeld via het beleid van lik-op-stuk. BIJLAGE10:RISICOANALYSE VAN DE TAAKVELDEN OMGEVINGSWET APV EN BIJZONDERE WETTEN RISICOGERICHT EN INTEGRAAL De gemeente is in beginsel verplicht de naleving van alle wet- en regelgeving te bevorderen. Omdat er veel regelgeving is en niet alles even belangrijk of risicovol is, worden er via omgevings-, probleem- en risicoanalyses prioriteiten voorgesteld om deze met voorrang op te pakken. Wij zijn ook verplicht volgens de wet VTH (Hoofdstuk 18 Ontwerp Omgevingswet (Hoofdstuk 5 Wabo) en hoofdstuk 7 Bor om een probleem- en risicoanalyse op te stellen. In deze wet staat namelijk: “het VTH-beleid gebaseerd dient te zijn op een analyse van de problemen die zich kunnen voordoen met betrekking tot de naleving van regelgeving”. Effect (negatief effect - gevolg) X Kans (de kans dat dit effect voorkomt – naleefbeeld, overtredingenbeeld) = Risico Verder staat daarin dat de analyse “inzicht geeft in de gevolgen voor de fysieke leefomgeving van overtredingen en de kansen dat overtredingen zullen plaatsvinden”. Met de risicoanalyse proberen wij de beperkte capaciteit in te zetten daar waar de risico’s (prioriteiten) het grootst zijn. Deze keuzes werken we uit in ons jaarlijkse uitvoeringsprogramma. Op basis van dit nieuwe VTH-beleid is dat voor het eerst in het VTH-uitvoeringsprogramma 2023. WAT IS EEN RISICOANALYSE? Kort gezegd is een risicoanalyse een overzicht van bekende of mogelijke risico’s die de omgeving van de gemeente Horst aan de Maas in brede zin kunnen beïnvloeden. Een risicoanalyse is een methode waarbij nader benoemde risico's worden bepaald door het combineren van de kans dat een dreiging (op deze thema’
- s)zich voordoet en de gevolgen daarvan. Risicoanalyses worden voor veel beleidsterreinen opgezet vanuit een fasering waarin als eerste stap de wettelijke taken van het bevoegd gezag op een rijtje worden gezet en in dezelfde stap wordt ingegaan (ingeval daar aanleiding voor is op basis van bekende ervaringen). Vervolgens wordt ingegaan op: een beknopte probleemanalyse; de (bekende of veronderstelde) maatschappelijke problemen/overtreding soorten in het betreffende taakveld, de oorzaak daarvan, de ernst van de problemen; het voorstel waarop de komende periode inzet gepleegd wordt. Proces van omgevings-, probleem- en risicoanalyse in drie fasen Risicoanalyses kunnen in hoofdzaak op twee manieren worden uitgevoerd: KWANTITATIEVE METHODE De risico's worden gekwantificeerd via beleidsevaluatie, expertmeetings en in meetbare criteria weergegeven. Dit vergt nauwkeurig onderzoek en gedetailleerde registratie op naleefcriteria gedurende lange tijd. De komende beleidsperiode gaan wij onderzoeken of deze methode (en in welke mate) geïmplementeerd kan worden in het VTH-beleid. Met deze analyse en methodiek kan een nieuw fundament gevormd worden voor de bepaling van de prioriteiten wat uiteindelijk kan bijdragen aan een uniforme en prioritaire manier van werken. KWALITATIEVE METHODE Op basis van ervaringen van medewerkers en andere bronnen zijn bekende en mogelijke risico’s geanalyseerd en geformuleerd. Deze methode is toegepast in de actualisatie en de uitkomst is weergegeven in de “Prioritietentabel” per taakveld. In de geactualiseerde analyse is als methodiek gekozen voor de kwalitatieve methode per taakveld, dat wil zeggen dat vooral ingegaan wordt op het taakveld en de voorgestelde prioriteiten. Hierbij is gebruik gemaakt van wat de gemeente voor de komende periode nodig vindt op basis van de ervaringen van de afgelopen jaren en overige bronnen (jaarverslag, deskundigheid medewerkers). Deze methodiek is gebruikt voor alle taakvelden. WAT LEVERDE DE ANALYSE OP? Op basis van de analyse zijn de prioriteiten zichtbaar geworden. In onderstaande overzichten zijn de prioriteiten weergegeven. We hebben hiermee een actueel inzicht in de problemen en risico’s in onze gemeente. De prioriteiten die we eerder vaststelden blijken op basis van het risico, met enkele aanpassingen, ook voor de komende periode voorrang in het werk te moeten krijgen. Ook de jaarverslagen en de beleidsevaluatie van de RUD LN bevatten geen aanleiding tot grote veranderingen in de prioriteitenlijst. Wel is meer inzet voorzien over de volle breedte van het taakveld. De ambitie is om de komende beleidsperiode meer en beter informatie gestuurd te werken. PRIORITEITEN EN OMSCHRIJVING INZET In de risicoanalyse zijn een vijftal risico categorieën benoemd, van zeer laag risico (groen) tot zeer hoog risico (rood). In bijlage 7 is dit model nader toegelicht. Categorie Risico Rood Zeer hoog risico Oranje Hoog risico Geel Gemiddeld risico Blauw Laag risico Groen Zeer laag risico PRIORITEITEN PER TAAKVELD In de tabellen op de volgende pagina’s zijn de prioriteiten per taakveld in te zien. MILIEU TOTAAL 1 WM Autosloperij 114 2 WM Overige industie chemisch 85 3 WM Tankstations met LPG 143 4 WM Veehouderijen 192 5 WM Metaal- en electrabedrijven 64 6 WM Zwembaden 80 7 WM Rioolwaterzuiveringsinstallaties 13 8 WM Overige industrie 152 9 WM Vuurwerk 93 10 WM Garage met tankstation 72 11 WM Opslag- en transportbedrijven 63 12 WM Garage zonder tankstation 47 13 WM Bouw- en houtbedrijven 56 14 WM Loonbedrijven 56 15 WM Tankstations zonder LPG 70 16 WM Overige industrie hout 24 17 WM Horecabedrijven 42 18 WM Glastuinbouw 16 19 WM Campings- bungalow- en recreatieparken 51 20 WM Paardenhouderijen 37 21 WM Akkerbouw en fruitteelt 35 22 WM Detailhandel en ambachtsbedrijven 19 23 WM Propaanopslag 55 24 WM Sportcomplexen 19 25 WM Dierenverblijf 13 26 WM Gezondheidszorg medisch 13 27 WM Gezondheidszorg overig 13 28 WM Overige dienstverlening 16 29 WM Olietank bedrijf 64 30 WM Olietank particulier 33 RUIMTELIJKE ORDENING EN BOUWEN TOTAAL 31 RO Archeologiebescherming 68 32 RO Bouwen in strijd met Bouwbesluit 165 33 RO Illegale bouw bedrijf Cat. I < 100.000 (kleine bedrijfsgebouwen) 73 34 RO Illegaal bouw bedrijf Cat. II 100.000 - 1.000.000 (bedrijfsgebouwen) 87 35 RO Illegaal bouw bedrijf Cat. III > 1.000.000 - grote bedrijfs(verzamel)gebouwen 102 36 RO Illegale bouw wonen Cat. I < 100.000 ( complex: uitbouw/aanbouw/bijgebouw) 78 37 RO Illegale bouw wonen Cat. I < 100.000 (uitbouw/aanbouw/bijgebouw) 93 38 RO Illegaal bouw wonen Cat. II 100.000 - 1.000.000 (Nieuwbouw van woningen/seriematige woningbouw) 109 39 RO Illegale bouw wonen Cat. III (grote wooncomplexen/serriematige woningbouw - > dan 1.000.000)) 124 40 RO Illegale bouw publiek Cat. I < 100.000 (voor publiek toegankelijke gebouwen zoals bijv. winkels, cafés, supermarkten, bioscoop etc.) 83 41 RO Illegale bouw publiek Cat. III (voor publiek toegankelijke gebouwen zoals bijv., winkels, cafés, supermarkten, bioscoop, etc. - > 2.000.000) 132 42 RO Illegale bouw overig Cat. I+II+III (restcategorie, niet elders genoemd, waaronder infra, weg- en waterbouw, bouwkundige reclame) 99 43 RO Illegaal bouwen aan, in of bij Rijksmonument Gem. monument / beschermd dorpsgezicht 96 44 RO Illegaal slopen met asbest 345 45 RO Illegaal slopen zonder asbest 132 46 RO Illegaal slopen (rijks- en gemeentelijke monumenten / beschermd dorpsgezicht) 252 47 RO Illegale bewoning 152 48 RO Illegaal gebruik agrarische gebouwen 60 49 RO Illegaal gebruik niet agrarische gebouwen 46 50 RO Illegaal gebruik gemeentegrond 54 51 RO Illegaal kappen 125 52 RO Overschrijden tijdelijke termijn gebruik/bouwen 45 53 RO Uitvoeren van een werk 24 54 RO Welstandsexces 34 BESTAANDE BOUW, GEBRUIK EN BESTEMMINGSPLANNEN TOTAAL 55 RO Bedrijventerreinen 67 56 RO Buitengebied dorpen/kernen 71 57 RO Centrum 77 58 RO Woongebied dorpen/kernen 59 59 APV Aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg 21 60 APV Autowrakken 29 61 APV Dumpingen afval klein (verkeerd aanbieden huisvuil) 36 62 APV Dumpingen grof vuil 79 63 APV Dumping chemisch afval (drugs) 400 64 APV Fiets- en voetgangersgebied 24 65 APV Gevaarlijke honden 35 66 APV Loslopende honden 19 67 APV Open vuur in bossen en natuurgebieden 89 68 APV Parkeren grote voertuigen/uitzichtbelemmerende voertuigen 23 69 APV Parkeren kampeermiddelen 16 70 APV Parkeren reclame voertuigen 14 71 APV Reclame materiaal verspreiden 16 72 APV Reclame tijdelijk in openbare ruimte 18 73 APV Stankoverlast 97 74 APV Straatartiest 14 75 APV Uitritvergunningen (incl. inritten/duikers) 16 76 APV Vergunning bruikbaarheid van de weg (APV) 15 77 APV Vergunning inzameling geld of goederen 13 78 APV Gevaarlijke voorwerpen op, aan of boven de weg 12 APV TOTAAL 79 APV Betogingen 47 80 APV Evenementen categorie A 44 81 APV Evenementen categorie B 56 82 APV Evenementen categorie C 77 83 APV Exploitatie sexinrichting/escort 69 84 APV Exploitatievergunning overig 130 85 APV Arbeidsmigranten 144 86 APV Geluidhinder overig 297 87 APV Handelen in strijd met winkeltijdenwet 34 88 APV Incidentele festiviteiten inrichting 39 89 APV Loterij organiseren 20 90 APV Ontheffing kampeerterrein 23 91 APV Ontheffing tijdelijk schenken alcoholische dranken 40 92 APV Ontheffing vuur stoken 87 93 APV Openbare manifestaties 52 94 APV Overlast jeugd 61 95 APV Overlast van fietsen en bromfietsen 52 96 APV Parkeerexcessen (Mulder) 58 97 APV Sluitingsuur horecabedrijven 38 98 APV Speelautomaten exploiteren 24 99 APV Standplaatsen 23 100 APV Terras exploiteren 36 101 APV Vergunning Alcoholwet 53 102 APV Verontreiniging door honden 74 103 APV Zwerfafval 82 TOTAALOVERZICHT GERANGSCHIKT OP SCORE 78 APV Gevaarlijke voorwerpen op, aan of boven de weg 12 7 WM Rioolwaterzuiveringsinstallaties 13 25 WM Dierenverblijf 13 26 WM Gezondheidszorg medisch 13 27 WM Gezondheidszorg overig 13 77 APV Vergunning inzameling geld of goederen 13 70 APV Parkeren reclame voertuigen 14 74 APV Straatartiest 14 76 APV Vergunning bruikbaarheid van de weg (APV) 15 18 WM Glastuinbouw 16 28 WM Overige dienstverlening 16 69 APV Parkeren kampeermiddelen 16 71 APV Reclame materiaal verspreiden 16 75 APV Uitritvergunningen (incl. inritten/duikers) 16 72 APV Reclame tijdelijk in openbare ruimte 18 22 WM Detailhandel en ambachtsbedrijven 19 24 WM Sportcomplexen 19 66 APV Loslopende honden 19 89 APV Loterij organiseren 20 59 APV Aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg 21 68 APV Parkeren grote voertuigen/uitzichtbelemmerende voertuigen 23 90 APV Ontheffing kampeerterrein 23 99 APV Standplaatsen 23 16 WM Overige industrie hout 24 53 RO Uitvoeren van een werk 24 64 APV Fiets- en voetgangersgebied 24 98 APV Speelautomaten exploiteren 24 60 APV Autowrakken 29 30 WM Olietank particulier 33 54 RO Welstandsexces 34 87 APV Handelen in strijd met winkeltijdenwet 34 21 WM Akkerbouw en fruitteelt 35 65 APV Gevaarlijke honden 35 61 APV Dumpingen afval klein (verkeerd aanbieden huisvuil) 36 100 APV Terras exploiteren 36 20 WM Paardenhouderijen 37 97 APV Sluitingsuur horecabedrijven 38 88 APV Incidentele festiviteiten inrichting 39 91 APV Ontheffing tijdelijk schenken alcoholische dranken 40 17 WM Horecabedrijven 42 80 APV Evenementen categorie A 44 52 RO Overschrijden tijdelijke termijn gebruik/bouwen 45 49 RO Illegaal gebruik niet agrarische gebouwen 46 12 WM Garage zonder tankstation 47 79 APV Betogingen 47 19 WM Campings- bungalow- en recreatiep