← Nederland

Beleidsregel van burgemeester en wethouders parkeernormen Ede 2023 (Ede)

Beleidsregel van burgemeester en wethouders parkeernormen Ede 2023ABSTRACT Deze nota bevat de beleidsregel parkeernormen voor zowel de auto alsook de fiets. De Koersnota Mobiliteit en Parkeervisie (werkdocument) vormen de beleidscontext van de beleidsregel parkeernormen die als basis dienen voor het bepalen van benodigde parkeercapaciteit bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, zoals nieuwbouwplannen en/of het uitbreiden van bestaande functies. Gemeente Ede 1.Beleidsregel Parkeernormen De Beleidsregel Parkeernormen Gemeente Ede 2022 vormt de basis voor het inschatten van benodigde parkeercapaciteit bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen als het toevoegen van functies of uitbreiden van bestaande functies. Deze beleidsregel vervangt de oude Nota Parkeernormen uit 2017. De nieuwe beleidsregel sluit beter aan bij de ambities uit de Omgevingsvisie Ede 2040 en de Koersnota Mobiliteit. Met name voor Ede Stad biedt de nieuwe beleidsregel meer flexibiliteit zodat invulling gegeven wordt aan de gewenste koerswijziging naar duurzame mobiliteit, uitgaande van de Trias Mobilica (verminderen, veranderen en verschonen van mobiliteit). Er is meer ruimte om gemotiveerd van de gestelde parkeernormen af te wijken, bijvoorbeeld door in te zetten op het gebruik van deelmobiliteit. Met de verstedelijkingsopgave die er voor Ede Stad ligt is de transitie naar duurzame mobiliteit noodzakelijk om te zorgen voor een leefbare en goed bereikbare stad. De beleidsregel draagt bij aan het verwezenlijken van deze transitie. B&W toetsen aan voorliggende beleidsregel bij de beoordeling van een omgevingsvergunning. De gemeenteraad bij vaststelling of wijziging van een omgevingsplan waarbij een functie wordt toegedeeld aan grond. De beleidsregel Parkeernormen is een uitwerking van de Koersnota Mobiliteit (KNM). 1.1Parkeervisie: kwaliteit van de fysieke leefomgeving als vertrekpunt In de beleidscontext is de kwaliteit van de fysieke leefomgeving conform de beoogde Omgevingswet het leidende beginsel. Bij een beoogde ontwikkeling is het vertrekpunt in eerste instantie dat ontwikkelingen bijdragen aan de kwaliteit van de fysieke leefomgeving en dat er sprake moet zijn van een goede ruimtelijke ordening. Ten aanzien van parkeren houdt dit in dat er voldoende parkeergelegenheid of alternatieven zijn. Dit kan ook een combinatie zijn van voldoende parkeergelegenheid en voldoende aanbod van alternatieve vervoerswijzen zoals fietsstimulering, deelmobiliteit en/of het uitbreiden van OV voorzieningen. Het doel is om te voorzien in een goede fysieke omgeving waarbij de insteek is dat er vanuit een integraal beleidskader wordt ontwikkeld. 1.2Parkeernormen en maatwerk bij nieuwe ontwikkelingen Parkeernormen zijn in principe het vertrekpunt voor het inschatten van voldoende parkeergelegenheid. Tegelijkertijd blijft het mogelijk om af te wijken van de parkeernorm en naar maatwerk te streven mits dat stevig, betrouwbaar en valide is onderbouwd. De gemeente Ede streeft ernaar om in de toekomst met de Nota Parkeernomen aan te sluiten bij de Koersnota Mobiliteit. Dit kan betekenen dat de Nota Parkeernormen in de loop van de tijd moet worden herrijkt. 1.3Vier basisprincipes Vier basisprincipes staan in dit parkeerbeleid centraal:

(1)beschermen (van bewoners);
(2)benutten (van de beschikbare ruimte);
(3)beprijzen;
(4)bouwen. Het leidende principe van beschermen vormt de hoogste waarde. Ieder ander leidende principe is verder van gelijke waarde. Er is daarin geen rangordelijke volgorde. De principes zijn ook niet wederzijds uitsluitend. Wanneer welke van de andere principes maatgevend is, hangt af van de specifieke situatie, de specifieke ruimtelijke ontwikkeling en het belang waarvoor in de samenleving het grootste draagvlak is. Er kunnen situaties zijn waarbij juist meer draagvlak is voor het beter benutten van de bestaande parkeercapaciteit. Er kunnen situaties zijn waarbij het invoeren van parkeerregulering op de grootste maatschappelijke draagvlak kan rekenen. Het kan ook voorkomen dat juist voor het toevoegen van parkeercapaciteit het meeste draagvlak is. Het is ook heel goed denkbaar dat juist een combinatie van deze principes de sleutel tot een oplossing zou kunnen zijn. Beschermen (van bewoners) als leidende basisprincipe Beschermen (van bewoners): een (ruimtelijke) ontwikkeling mag de parkeeroverlast voor bewoners en belanghebbenden niet vergroten. Er is sprake van parkeeroverlast wanneer de parkeerdruk binnen een acceptabele loopafstand van een functie hoger is dan 85% in de maatgevende periode. De maatgevende periode is de periode met de hoogste parkeerdruk. Voor Ede Stad (zeker het centrum en de wijken daar omheen) zal dit principe op gespannen voet staan met de verstedelijkingsambities. Het realiseren van extra parkeerplaatsen is daarom niet de enige oplossing. B&W heeft de mogelijkheid om af te wijken van dit principe, maar altijd in combinatie met flankerende maatregelen zoals inzet op deelmobiliteit en/of diverse vormen van parkeerregulering. Benutten als basisprincipe Benutten (van de beschikbare ruimte): in gebieden waar geen parkeren op eigen terrein kan worden gerealiseerd, kan het benutten van de beschikbare ruimte een onderdeel zijn in de parkeeroplossing. De intentie en ambitie is om zoveel mogelijk groen in de wijk te behouden en/of toe te voegen en zo min mogelijke parkeercapaciteit ten koste van groen toe te voegen. Beprijzen als basisprincipe Beprijzen (tarieven als sturingsmiddel): bij een beoogde ontwikkeling kan parkeerregulering worden overwogen. Hierover moet goede afstemming met de gemeente zijn en moeten goede afspraken worden gemaakt. Een overloopeffect, waarbij parkeerdruk zich verplaatst naar gebieden waaraan het parkeerreguleringsgebied grenst, moet worden voorkomen worden. Bouwen als basisprincipe Gebouwde parkeervoorzieningen kunnen een oplossing zijn bij het voorzien in de parkeerbehoefte. Ook bebouwen gaat niet zonder goede afstemming met de gemeente en het maken van afspraken. Eventueel kan bouwen ook samengaan met beprijzen, benutten en beschermen. Deze combinatie kan bijvoorbeeld tegengaan dat de parkeerdruk hoger wordt dan 85%. Wanneer een gebouwde parkeervoorziening door meerdere doelgroepen kan worden benut in verschillende perioden leidt dit tot efficiënter ruimtegebruik. Voorbeelden van een gebouwde parkeervoorziening zijn: onoverdekt of overdekt maaiveld parkeren; half verdiepte parkeervoorzieningen; een parkeergarage; een parkeerterrein op dak met een hellingbaan of met een autolift enzovoorts. Wanneer bouwen als optie wordt overwogen, geldt ook hier dat dit in goede afstemming met de gemeente nader moet worden onderzocht. 1.4Betrouwbare en valide onderbouwing bij afwijken van de parkeernorm Het is mogelijk om af te wijken van de parkeernorm, mits dit gebeurt op basis van een betrouwbare en valide onderbouwing. De verantwoordelijkheid voor deze onderbouwing ligt, geheel het wettelijk kader bij een ontwikkelaar of initiatiefnemer van een beoogde ontwikkeling. Op dit moment gaat het dan om de Wet ruimtelijke ordening c.q. Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en in de toekomst betreft dit de Omgevingswet. De gemeente heeft daarbij een adviserende en toetsende rol. De (structurele) borging van aangedragen alternatieven, zoals inzet van deelmobiliteit, is hierbij van belang. Betrouwbaarheid en validiteit Betrouwbaarheid en validiteit zijn middelen om te komen tot het primaire doel: bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving en de transitie naar duurzame mobiliteit. Definitie en richtlijnen betrouwbaarheid Onder betrouwbaarheid wordt verstaan dat
(1)er in de onderbouwing geen zaken staan die niet controleerbaar zijn;
(2)dat eventueel hiervoor benodigd onderzoek opnieuw uit te voeren is en
(3)opnieuw uitgevoerd onderzoek tot nagenoeg vergelijkbare resultaten leidt. De kwaliteit van de onderbouwing staat of valt met de mate van transparantie. De onderbouwing moet dan ook gebaseerd zijn op feiten en niet beïnvloed zijn door meningen en voorkeuren. De werkwijze en gebruikte bronnen moeten duidelijk zijn vastgelegd wat bijdraagt aan de mogelijkheid tot het opnieuw kunnen uitvoeren van het onderzoek. De werkwijze moet logisch in elkaar steken. In de onderbouwing moet terug te lezen zijn hoe (met welke technieken) gegevens zijn verzameld, hoe ze zijn geanalyseerd en hoe ze zijn geïnterpreteerd. In theorie is het onderzoek dus herhaalbaar op dezelfde basis en uitgangspunten. Validiteit Onder validiteit wordt verstaan de mate waarin de onderbouwing geloofwaardig overkomt. Dit betekent dat de onderbouwing, met onder anderen haar begrippen en uitspraken, eenduidig is en niet voor meerdere uitleg vatbaar mag zijn. Wanneer in de onderbouwing meetinstrumenten zijn toegepast, bijvoorbeeld bij een parkeerdrukmeting, meten deze instrumenten exact wat ze zouden moeten meten. Doelen van betrouwbare en valide onderbouwing Een betrouwbare en valide onderbouwing van een beoogde ontwikkeling beoogt verschillende doelen. Zo sluit deze benadering aan bij het zorgvuldigheidsbeginsel. De gemeente moet een besluit zorgvuldig kunnen nemen. Dit gebeurt onder meer door feiten goed te onderzoeken middels een betrouwbare en valide onderbouwing. Ook houdt ze rekening met het motiveringsbeginsel. Ieder besluit kan door de gemeente worden uitgelegd op basis van juiste feiten en logische, begrijpelijke motivering. Relevant is hier ook het rechtszekerheidsbeginsel. Een besluit moet zo duidelijk zijn dat een burger weet waar hij of zij aan toe is en wat van hem of haar wordt verwacht. Dit parkeernormenbeleid kan flexibel inspelen op de steeds veranderende eisen van de hedendaagse samenleving en een sterke bijdrage leveren aan behoud of versterken van de integrale ruimtelijke kwaliteit. 1.5Uitvoering en inwerkingtreding De beleidsregel en de hierin opgenomen parkeernormen gelden zodra deze bij besluit zijn vastgesteld en vervolgens in het Gemeenteblad bekend zijn gemaakt. De oude Nota Parkeernormering gemeente Ede uit 2017 komt op dat moment te vervallen. De beleidsregel geldt alleen voor aanvragen die na de datum van inwerkingtreding daarvan worden ingediend. Vanaf dit moment moeten nieuwe ontwikkelingen worden getoetst aan deze beleidsregel. Een dynamische verwijzing naar een beleidsregel waarmee invulling wordt gegeven aan de eis dat moet zijn voorzien in voldoende parkeergelegenheid is mogelijk. Voor zover initiatiefnemer volgens regelgeving verplicht is maatregelen te treffen die nodig zijn om inwoners te beschermen tegen parkeeroverlast, zullen deze als voorschrift in de omgevingsvergunning moeten worden geborgd. Ook moet in de stukken behorend bij de aanvraag duidelijk worden gemaakt hoe deze maatregelen worden uitgevoerd. Op deze wijze kan handhaving worden afgedwongen. Voor omgevingsvergunningen is het college bevoegd gezag, ook ten aanzien van afwijkingen van de parkeernorm. Voor omgevingsplannen is de raad het bevoegd gezag. 1.6Vervanging Nota Parkeernormering Deze beleidsregel vervangt de voorheen geldende Nota Parkeernormering. In het omgevingsplan wordt voor een aantal locaties verwezen naar de artikelen 3, 4 en 5 van deze nota voor het vaststellen van de geldende parkeernorm. Deze artikelen worden vervangen door de inhoud van de hoofdstukken 3 tot en met 6 van deze beleidsregel. Verwijzingen in het omgevingsplan naar deze artikelen moeten dus gelezen worden als een verwijzing naar de hoofdstukken 3 tot en met 6 van deze beleidsregel. 2.Stroomschema - Parkeerbehoefte bepalen 3.Parkeernormen Het vertrekpunt van een nieuwbouwproject, functie-uitbreiding, functiewijziging (in het vervolg “bouwplan”) is de parkeernorm. Een parkeernorm is een getal dat gebruikt wordt voor het berekenen van de parkeerbehoefte bij een functie. Bij een functie die naast een hoofdfunctie ook uit aan de hoofdfunctie ondergeschikte sub-functies bestaat, is de hoofdfunctie leidend voor het berekenen van de parkeerbehoefte. De parkeernorm is bindend en geldt alleen voor aanvragen die na de datum van inwerkingtreding van de beleidsregel worden ingediend, dus niet voor bestaande situaties. Vanaf dit moment moeten nieuwe ontwikkelingen worden getoetst aan deze beleidsregel. De parkeerbehoefte bij bestaande situaties is meestal gebaseerd op de destijds bestuurlijk vastgestelde bindende parkeernormen. Daarin brengt deze Nota Parkeernormen geen verandering. De parkeernormen betreffen minimumnormen met uitzondering van het WFC gebied en Ede-centrum waar de parkeernormen als maximum gelden. 3.1Definities en uitgangspunten Bij het toepassen van deze methode gelden een aantal volgende definities en uitgangspunten. Parkeereis Onder parkeereis wordt verstaan het aantal parkeerplaatsen dat op grond van de parkeernormen (zie parkeernormentabel auto onder 3.2) als verplichting opgelegd wordt bij de oplevering van een nieuw bouwplan. Ook in geval van meerdere woningen in een bouwplan dient bij iedere woning te worden voldaan aan de parkeerbehoefte. Een parkeernorm van “0” per woning, ook niet per saldo, is niet toegestaan. Parkeerbehoefte wordt berekend op basis van de omvang van een functie. De omvang van een functie is het aantal eenheden (BVO in m2; aantallen van een eenheid) waarmee de grootte van een functie in parkeernormen kan worden uitgedrukt. Meestal gaat het om BVO in m2, maar het kan evengoed ook om aantallen gaan, zoals aantallen woningen, behandelkamers, sportvelden et cetera. De parkeerbehoefte wordt berekend op basis van bruto vloeroppervlak in m2 (BVO) of andere meeteenheden in combinatie met de parkeernorm. Dit levert de parkeereis op. De bruto vloeroppervlakte van een ruimte, of van een groep ruimten, is de oppervlakte gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingsconstructies die de desbetreffende ruimte(
  1. n)omhullen. Alle ruimte achter de hoofdingang (voordeur) behoort tot het BVO. Bijvoorbeeld bij appartementencomplexen zijn gemeenschappelijke trappenhuizen geen onderdeel van de BVO. Inpandige gebouwde parkeervoorzieningen maken geen deel uit van het BVO. Ook ruimten welke een hoogte hebben van minder dan 1,50 meter (met uitzondering van kruipruimtes) worden meegeteld. De oppervlakte van een trapgat, een liftschacht, leidingschacht op elk vloerniveau en een vrijstaande uitwendige kolom (indien deze groter is dan 0,5 m²) behoren tot de BVO. De oppervlakte van buitenruimten zoals loggia's, balkons, niet gesloten galerijen, dakterrassen en dergelijke worden niet tot de BVO van een gebouw gerekend. Compensatie van parkeerplaatsen Wanneer bij een nieuw bouwplan bestaande parkeerplaatsen komen te vervallen dienen deze volledig te worden gecompenseerd. In parkeerreguleringsgebieden dienen hierbij een eventuele opdeling van parkeercapaciteit (bewonersvergunningen, bedrijfsvergunningen) en daarbij behorende uitgifteplafonds in acht te worden genomen. Salderen van parkeerbehoefte Wanneer een nieuw bouwplan in de plaats komt van een functie waar al een theoretisch tekort (parkeernorm technisch) aan parkeerplaatsen is, komt dit tekort niet voor rekening van de nieuwe ontwikkeling. Dit tekort mag in mindering worden gebracht op de totale parkeerbehoefte van het beoogde plan. Na 5 jaar leegstand van een functie is saldering niet meer mogelijk. Het aantonen van de leegstand is een verantwoordelijkheid van de ontwikkelaar. Loopafstanden bepalen Onder loopafstanden wordt verstaan de werkelijke afstand (dus niet de hemelsbrede afstand) die een voetganger moet afleggen uitgedrukt in meters tussen een parkeerplaatsen en zijn herkomst of bestemming. De richtlijnen voor de loopafstanden staan in de tabel in bijlage 2. Parkeerdruk bepalen Parkeerdruk wordt bepaald op basis van het moment in de week waarop de parkeerbehoefte van een functie of van meer dan een functie het hoogste is. Dit is de maatgevende periode. De maatgevende periode kan per functie verschillen. Zo is de parkeerdruk bij een woonfunctie doorgaans de dinsdag- en donderdagnacht het hoogst, terwijl dit voor bedrijven meestal overdag is. Om bewoners te beschermen tegen te hoge parkeerdruk en onnodig zoekverkeer naar een parkeerplaats te voorkomen is de grens bij openbaar toegankelijke parkeerplaatsen op maximaal 85% parkeerdruk gesteld. Parkeerbalans Wanneer een beoogd bouwplan de ontwikkeling van verschillende functies behelst, wordt een parkeerbalans toegepast om parkeercapaciteit zo efficiënt mogelijk te benutten. Een parkeerbalans is een overzicht van verschillende functies behorende tot een bouwplan waaruit de totale parkeerbehoefte volgt. Door het optellen van iedere afzonderlijke parkeerbehoefte en rekening te houden met bezettingsgraden per functie kan de totale parkeerbehoefte worden bepaald en de maatgevende periode van de totale ontwikkeling. Een parkeerbalans maakt inzichtelijk of, en zo ja, in welke mate parkeerplaatsen door meerdere functies benut kunnen worden. In een parkeerbalans kunnen ook ruimtelijke ontwikkelingen worden betrokken die geen onderdeel zijn van een specifieke omgevingsvergunning. Dit kan bijvoorbeeld aan de orde zijn bij een gefaseerde ruimtelijke ontwikkeling. In dit geval is het vereist dat in ieder geval wordt voorzien in de parkeerbehoefte van die ruimtelijke ontwikkeling(
  2. en)waarvan middels bestuurlijke besluiten zeker is dat die worden gerealiseerd. Aanwezigheidspercentages bij uitwisseling van parkeerplaatsen Bij het maken van herinrichting-, nieuwbouw- en (her)ontwikkelingsplannen of functiewisselingen is ook de onderlinge uitwisselbaarheid van parkeerplaatsen aan de orde. Hierbij gaat het om de mate waarin een parkeervoorziening afwisselend door bewoners of hun bezoekers, door werknemers, of door bezoekers van kantoren, bedrijven, winkels, en andere commerciële voorzieningen kunnen worden gebruikt. Naarmate het aantal parkeerplaatsen op openbaar toegankelijk terrein toeneemt, neemt de mate van uitwisselbaarheid toe. De parkeervraag per dagdeel wordt bepaald met behulp van de parkeernormen en de aanwezigheidspercentages voor gecombineerd gebruik. De percentages worden toegepast wanneer minimaal twee verschillende functies gebruik kunnen maken van dezelfde parkeervoorziening. De aanwezigheidspercentages zijn vastgesteld aan de hand van landelijke CROW richtlijnen. Parkeren op openbaar terrein In principe wordt de parkeerbehoefte bij nieuwe ontwikkelingen op eigen terrein opgelost. In geval de parkeerbehoefte op openbaar terrein kan worden opgelost en hierover overeenstemming is tussen gemeente en ontwikkelaar zijn openbare parkeerplaatsen relevant. Onder openbare parkeerplaats wordt verstaan een parkeerplaats die openbaar is en voor eenieder toegankelijk is. Bij campings, bungalowparken, hotels wordt hiervan afgeweken. Het parkeren voor bezoekers hiervan mag niet afgewenteld worden op de openbare ruimte. Parkeren op eigen terrein bij woningen Een parkeerplaats op eigen terrein als een uitrit; ruimte vóór een individuele garage; ruimte op particuliere grond bij een woning die tijdens de aanleg bedoeld was als parkeergelegenheid (bijvoorbeeld een carport); een parkeerplaats in een collectieve parkeergarage die (mede) voor de woning is bestemd; tellen mee als parkeerplaats in de parkeercapaciteit mits de parkeerplaats voldoet aan de eisen van maatvoering. Als er ruimte is om op eigen terrein te parkeren, gelden hiervoor reductiefactoren die aangeven in welke mate die ruimte wordt meegerekend in de parkeercapaciteit. Parkeerplaatsen op eigen terrein bij bedrijven Bij nieuwbouw of verbouw van bedrijven geldt altijd als basiseis dat de benodigde parkeerplaatsen op eigen terrein worden gerealiseerd. Dit geldt ook voor het laden- en lossen van voertuigen ten dienste van bedrijven. Parkeren oplossen binnen het plangebied Bij alle functies geldt dat de parkeerbehoefte binnen het plangebied dient te worden opgelost. Aan de hand van een parkeerbalans kan de totale parkeerbehoefte in een plangebied in beeld worden gebracht. Deze benadering bevordert gedeeld ruimtegebruik en het optimaal gebruik maken van de schaarse ruimte. Wanneer bij het oplossen van de parkeerbehoefte een openbaar toegankelijke in privaat eigendom zijnde parkeergarage wordt betrokken, geldt dat de aan de ontwikkeling gekoppelde in de betreffende parkeergarage beschikbare parkeercapaciteit gegarandeerd moet zijn voor minimaal de duur van 20 jaar. Maatvoering parkeervak langsparkeren Een openbaar toegankelijk parkeervak bij langsparkeren is in alle gevallen (dus ook op privaat terrein) tenminste 2,00 meter breed en 6,00 meter lang (of minimaal 5,50 meter lang bij tussenvakken of eindvakken met schuine toeloop. Overige inrichtingseisen dienen in eerste instantie zoveel mogelijk aan te sluiten bij de richtlijnen van Dibor en in tweede instantie bij die van het CROW. Voor parkeergarages geldt de NEN 2443. Maatvoering parkeervak haaksparkeren Een openbaar toegankelijk parkeervak bij haaksparkeren is in alle gevallen (dus ook op privaat terrein) tenminste 2,50 breed en 5,00 meter lang dan wel 4,50 meter lang met 0,50 meter overstek. Overige inrichtingseisen dienen in eerste instantie zoveel mogelijk aan te sluiten bij de richtlijnen van Dibor en in tweede instantie bij die van het CROW. Voor parkeergarages geldt de NEN 2443. Maatvoering gehandicaptenparkeerplaats bij haaksparkeren met uitstapstrook Een gehandicaptenparkeerplaats bij haaksparkeren met een vrije uitstapstrook langs het parkeervak is in alle gevallen (dus ook op privaat terrein) tenminste 3,00 meter breed en 5,00 meter lang. Overige inrichtingseisen dienen in eerste instantie zoveel mogelijk aan te sluiten bij de richtlijnen van Dibor en in tweede instantie bij die van het CROW. Voor parkeergarages geldt de NEN 2443. Maatvoering gehandicaptenparkeerplaats bij haaksparkeren zonder uitstapstrook Een gehandicaptenparkeerplaats bij haaksparkeren zonder een uitstapstrook langs het parkeervak is in alle gevallen (dus ook op privaat terrein) tenminste 3,50 meter breed en 5,00 meter lang. Overige inrichtingseisen dienen in eerste instantie zoveel mogelijk aan te sluiten bij de richtlijnen van Dibor en in tweede instantie bij die van het CROW. Voor parkeergarages geldt de NEN 2443. Manoeuvreerruimte Bij een parkeervak dient voldoende rekening te zijn gehouden met manoeuvreerruimte om het parkeervak in en uit te kunnen rijden. De manoeuvreerruimte dient 6 meter te zijn. Openbare laadinfrastructuur Gemeente Ede stimuleert elektrisch rijden door het proactief uitrollen van een netwerk van publieke laadpunten bij openbare parkeerplaatsen. Een en ander conform de Laadvisie Ede 2022-2026. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt in de planvorming reeds rekening gehouden met de (toekomstige) plaatsing van voldoende laadinfrastructuur. Parkeerplekken die middels een verkeersbesluit en handhaafbaar verkeersbord exclusief worden gemaakt voor het opladen van elektrische voertuigen tellen onverminderd mee bij het toetsen aan de parkeernormen. 3.2Parkeernormentabel In de parkeernormentabel staan parkeernormen per functie opgenomen. Deze zijn gebaseerd op de parkeerrichtlijnen van het CROW en vervolgens aangepast naar de situatie van gemeente Ede waarbij de Parkeervisie een belangrijke basis en context vormt. Voor de parkeernormentabel gelden de definities opgenomen in bijlage 3. De gebieden waarnaar wordt verwezen zijn vastgesteld in de kaarten die zijn opgenomen in bijlage 1. Bij functies waarvoor geen parkeernormen in de tabel staan opgenomen is een maatwerkoplossing mogelijk. In die gevallen is het aan de ontwikkelende partij om het benodigde aantal parkeerplaatsen voor de ontwikkeling te onderbouwen. Het bevoegd bestuursorgaan beoordeelt deze onderbouwing en maakt de afweging of deze past. Uitgangspunten bij de parkeernormentabel De parkeernormen zijn inclusief de aandelen parkeerbehoefte voor bezoekers; De aandelen bezoekers staan bij iedere functie expliciet in de tabel; Parkeerplaatsen die zijn toegewezen aan specifieke doelgroepen (zoals: mindervalide parkeerplekken, laadplekken of vaste parkeerplekken voor deelauto’
  3. s)tellen onverminderd mee bij het toetsen aan de parkeernormen; De parkeernormen zijn gedifferentieerd naar:
(1)Ede-Centrum en stationsgebied;
(2)Ede schil;
(3)Ede rest bebouwde kom;
(4)Otterlo;
(5)Bennekom;
(6)Lunteren;
(7)Overige dorpen en
(8)Buitengebied. Zie bijlage I voor afbakening van de gebieden. Ede rest bebouwde kom Onder Ede rest bebouwde kom wordt verstaan het gebied liggend binnen de bebouwde kom van de kern Ede en het bedrijventerrein Kievietsmeent en bedrijventerrein A12. Tot dit gebied behoren niet Ede centrum, Ede schil, en het stationsgebied. Otterlo, Lunteren en Bennekom Onder Otterlo, Lunteren en Bennekom wordt verstaan de bebouwde kom van respectievelijk Otterlo, Lunteren, en Bennekom en eventuele toekomstige uitbreidingen aansluitend aan de bestaande bebouwde kom. Buitengebied en overige dorpen Onder overige dorpen wordt verstaan de bebouwde kom van Ederveen, De Klomp, Harskamp en Wekerom en eventuele toekomstige uitbreidingen aansluitend aan de bestaande bebouwde kom. Onder buitengebied worden verstaan Doesburg, Driesprong/Ginkel, Maanderbroek en alle gebieden die niet onder de bebouwde kom van Ede, Lunteren, Bennekom, Otterlo, Ederveen, de Klomp, Harskamp en Wekerom vallen. Voor Ede-centrum/stationsgebied zijn de parkeernormen zowel minimum parkeernormen en tegelijkertijd maximum parkeernormen mits vastgelegd in algemeen bindende voorschriften. Hiermee wordt voorkomen dat de schaarse openbare ruimte onnodig versteend wordt ingevuld. Voor alle andere gebieden geldt dat het minimumnormen zijn. PARKEERNORMENTABEL - AUTO Ede Centrum/Stationsgebied Ede Schil Ede rest bebouwde kom Bennekom Otterlo Lunteren Overige dorpen Buiten gebied Aandeel bezoekers Functietype: woonfuncties Eenheid Parkeernorm Parkeernorm Parkeernorm Parkeernorm Parkeernorm Parkeernorm Parkeernorm Parkeernorm Parkeernorm Groter dan 160 m² bvo per woning 1,6 1,7 2,0 2,0 2,0 2,1 2,2 2,2 0,3 Groter dan 120m2 en kleiner of gelijk aan 160m2 bvo per woning 1,5 1,6 2,0 2,0 2,0 2,0 2,0 2,0 0,3 Groter dan 100m2 en kleiner of gelijk aan 120m2 bvo per woning 1,4 1,5 1,6 1,6 1,6 1,7 1,8 1,9 0,3 Groter dan 80m2 en kleiner of gelijk aan 100m2 bvo per woning 1,2 1,4 1,5 1,4 1,5 1,6 1,7 1,8 0,3 Groter dan 60 m2 bvo en kleiner of gelijk aan 80 m2 bvo per woning 1,1 1,3 1,4 1,3 1,4 1,5 1,6 1,7 0,3 Groter dan 30 m2 bvo en kleiner of gelijk aan 60 m2 bvo per woning 1,0 1,2 1,3 1,2 1,3 1,4 1,5 1,6 0,3 Kleiner of gelijk aan 30 m² bvo per woning 0,4 0,5 0,6 0,5 0,6 0,7 0,7 0,7 0,3 Kamerverhuur, studenten, niet zelfstandig per kamer 0,3 0,3 0,3 0,3 0,3 0,3 0,3 0,3 0,2 Aanleunwoning en serviceflat per woning 0,4 1,1 1,1 1,1 1,1 1,1 1,2 1,2 0,3 Sociale huur (inkomensgrens) woning groter dan 60m2 per woning 1,1 1,3 1,4 1,3 1,4 1,5 1,6 1,7 0,3 Sociale huur (inkomensgrens) appartement groter dan 60m2 per woning 1,1 1,3 1,4 1,3 1,4 1,5 1,6 1,7 0,3 Sociale huur (inkomensgrens) woning kleiner dan 60m2 per woning 1,0 1,1 1,2 1,1 1,2 1,3 1,4 1,5 0,3 Sociale huur (inkomensgrens) appartement kleiner dan 60m2 per woning 0,8 1,1 1,2 1,1 1,2 1,3 1,4 1,5 0,3 Verzorgd wonen mobiliteitsklasse B per woning 0,8 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 0,3 Verzorgd wonen mobiliteitsklasse C per woning 0,4 0,4 0,4 0,4 0,4 0,4 0,4 0,4 0,3 Verpleeg- en verzorgingstehuis per wooneenheid 0,6 0,6 0,6 0,6 0,6 0,6 0,6 0,6 60% Functietype: Bedrijven en winkels Eenheid Parkeernorm Parkeernorm Parkeernorm Parkeernorm Parkeernorm Parkeernorm Parkeernorm Parkeernorm Aandeel bezoekers Kantoor (zonder baliefunctie) per 100 m² bvo 1,2 1,6 1,7 1,7 1,8 2,1 2,6 2,6 5% Commerciële dienstverlening (kantoor met baliefunctie) per 100 m² bvo 1,6 1,9 2,3 2,3 2,4 2,9 3,6 3,6 20% Bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief per 100 m² bvo 1,4 1,8 2,2 2,2 2,3 2,4 2,4 2,4 5% Bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief per 100 m² bvo 0,7 0,8 1,0 1,0 1,0 1,1 1,1 1,1 5% Bedrijfsverzamelgebouw per 100 m² bvo 1,1 1,4 1,6 1,6 1,7 1,9 2,0 2,0 - Bedrijfswoning per woning 1,5 1,6 2,0 2,0 2,0 2,0 2,1 2,2 0,3/20% Buurtsupermarkt (kleiner dan 600 m² wvo) per 100 m² bvo 1,9 2,7 3,4 3,4 3,4 3,5 4,3 - 89% Supermarkt per 100 m² bvo 3,3 4,3 5,2 5,2 5,2 5,2 6,2 - 93% Grote supermarkt (groter dan 2.500 m² wvo) per 100 m² bvo 5,9 6,8 7,7 7,7 7,7 7,7 8,8 - 84% Groothandel in levensmiddelen per 100 m² bvo - 6,4 6,4 6,4 6,4 6,4 7,4 - 80% Binnenstad / hoofdwinkel(stads)centrum per 100 m² bvo 3,8 - - - - - - - 92% Buurt- en dorpscentrum per 100 m² bvo - 3,1 3,7 3,7 3,7 3,7 4,1 - 72% Wijkcentrum per 100 m² bvo - 4,3 5,1 5,1 5,1 5,1 5,6 - 79% Stadsdeelcentrum per 100 m² bvo - 5,2 6,3 6,3 6,3 6,3 6,9 - 85% Weekmarkt per m¹ kraam 0,2 0,2 0,2 0,2 0,2 0,2 0,2 - 85% Kringloopwinkel per 100 m² bvo - 1,2 1,7 1,7 1,8 1,9 2,0 2,3 89% Bruin- en witgoedzaken per 100 m² bvo 3,7 5,6 7,4 7,4 7,5 7,9 8,2 9,3 92% Woonwarenhuis/woonwinkel (overig) per 100 m² bvo - 1,6 1,7 1,7 1,8 1,9 2,0 2,0 91% Woonwarenhuis (zeer groot) per 100 m² bvo - - 4,8 4,8 4,9 5,1 5,2 5,2 95% Meubelboulevard/woonboulevard per 100 m² bvo - 1,9 2,3 2,3 2,3 2,4 2,5 - 93% Winkelboulevard per 100 m² bvo - 3,5 4,0 4,0 4,1 4,2 4,5 - 94% Showroom (auto’s, keukens, caravans) per 100 m² bvo 0,7 0,9 1,3 1,3 1,4 1,7 1,7 1,7 - Outletcentrum per 100 m² bvo - 8,8 9,6 9,6 9,7 10,1 10,4 10,4 94% Bouwmarkt per 100 m² bvo - 1,8 2,3 2,3 2,3 2,4 2,4 2,5 87% Tuin- en groencentrum per 100 m² bvo - 2,3 2,6 2,6 2,6 2,6 2,7 2,9 89% Functietype: sociaal-cultureel, sport, welzijn, religie Eenheid Parkeernorm Parkeernorm Parkeernorm Parkeernorm Parkeernorm Parkeernorm Parkeernorm Parkeernorm Bibliotheek per 100 m² bvo 0,5 0,8 1,1 1,1 1,1 1,2 1,2 1,4 97% Museum per 100 m² bvo 0,4 0,6 1,0 1,1 1,1 1,1 1,1 - 95% Bioscoop per 100 m² bvo 3,2 7,9 11,0 11,0 11,0 11,2 11,2 13,7 94% Filmtheater/filmhuis per 100 m² bvo 2,6 5,2 7,7 7,7 7,7 7,9 7,9 9,9 97% Theater/schouwburg per 100 m² bvo 7,3 7,9 9,8 9,8 9,8 9,8 9,8 12,0 87% Musicaltheater per 100 m² bvo 2,9 3,4 3,9 3,9 3,9 4,0 4,0 5,1 86% Casino per 100 m² bvo 5,7 6,1 6,5 6,5 6,5 6,5 6,5 8,0 86% Bowlingcentrum per bowlingbaan 1,6 2,2 2,8 2,8 2,8 2,8 2,8 2,8 89% Biljart-/snookercentrum per tafel 0,9 1,1 1,4 1,4 1,4 1,4 1,4 1,8 87% Dansstudio per 100 m² bvo 1,5 3,8 5,4 5,4 5,4 5,5 5,5 7,4 93% Fitnessstudio/sportschool per 100 m² bvo 1,4 3,4 4,7 4,7 4,7 4,8 4,8 6,5 87% Fitnesscentrum per 100 m² bvo 1,7 4,4 6,2 6,2 6,2 6,3 6,3 7,4 90% Wellnesscentrum (thermen, kuurcentrum, beautycentrum) per 100 m² bvo - - 9,3 9,3 9,3 9,3 9,3 10,3 99% Sauna/hammam per 100 m² bvo 2,5 4,6 6,6 6,6 6,6 6,7 6,7 7,3 99% Sporthal per 100 m² bvo 1,5 1,6 2,7 2,7 2,7 2,9 2,9 3,5 96% Sportzaal per 100 m² bvo 1,1 1,9 2,7 2,7 2,7 2,8 2,8 3,6 94% Tennisbaan per baan 2,5 2,5 2,5 2,5 2,5 2,5 2,5 2,5 90% Squashhal per 100 m² bvo 1,6 2,4 2,7 2,7 2,7 2,7 2,7 3,2 84% Zwembad overdekt per 100 m² bassin 10,7 10,7 11,5 11,5 11,5 11,5 11,5 13,3 97% Zwembad openlucht per 100 m² bassin 10,1 10,1 12,9 12,9 12,9 12,9 12,9 15,8 99% Sportveld per ha. Netto terrein 20,0 20,0 20,0 20,0 20,0 20,0 20,0 20,0 95% Stadion per zitplaats 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 - 99% Kunstijsbaan (kleiner dan 400 meter) per 100 m² bvo 1,2 1,4 1,7 1,7 1,7 1,9 1,9 2,1 98% Golfoefencentrum ('pitch & put') / Golfbaan (18 holes) per centrum - - 50,7 50,7 50,7 51,1 51,1 56,2 93% Indoorspeeltuin (kleiner dan 3.500 m2 bvo) per 100 m² bvo 2,9 3,7 4,4 4,4 4,4 4,7 4,7 5,1 97% Indoorspeeltuin (3.500 m2 bvo of groter) per 100 m² bvo 3,5 4,3 5,3 5,3 5,5 5,6 5,6 6,1 98% Manege (paardenhouderij) per box - - 0,4 0,4 0,4 0,4 0,4 0,4 90% Volkstuin per 10 tuinen - 1,3 1,4 1,4 1,4 1,4 1,4 1,5 100% Camping (kampeerterrein) per standplaats - - - - - 1,2 1,2 1,2 90% Bungalowpark (huisjescomplex) per bungalow - - 1,6 1,6 1,6 1,7 1,7 2,1 91% Bed & Breakfast Per eenpersoons slaapplek 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 100% Hotel* per 10 kamers 0,4 0,4 2,4 2,4 2,5 2,5 4,5 4,5 77% Hotel** per 10 kamers 1,4 1,5 4,1 4,1 4,3 4,3 6,3 6,3 80% Hotel*** per 10 kamers 2,2 2,3 5,1 5,1 5,3 5,3 6,9 6,9 77% Hotel**** per 10 kamers 3,5 3,6 7,3 7,3 7,6 7,6 9,1 9,1 73% Hotel ***** per 10 kamers 5,5 5,7 10,8 10,8 11,2 11,2 12,8 12,8 65% Café/bar/cafetaria per 100 m² bvo 5,0 5,0 6,0 6,0 6,0 6,0 7,0 7,0 90% Restaurant per 100 m² bvo 9,0 9,0 13,0 13,0 13,0 13,0 15,0 - 80% Discotheek per 100 m² bvo 6,1 12,3 18,4 18,4 18,4 20,8 20,8 20,8 99% Evenementenhal/beursgebouw/congresgebouw per 100 m² bvo 4,0 5,5 7,5 7,5 8,0 8,5 8,5 - 99% Cultureel centrum/wijkgebouw per 100 m² bvo 2,0 2,0 2,0 2,0 2,0 2,0 3,0 - 90% Huisartsenpraktijk (-centrum) per behandelkamer 2,1 2,5 3,0 3,0 3,0 3,0 3,3 3,3 57% Apotheek per 100 m² bvo 2,2 2,3 2,4 2,4 2,4 2,5 2,6 - 45% Fysiotherapiepraktijk (-centrum) per behandelkamer 1,3 1,5 1,8 1,8 1,8 1,8 2,0 2,0 57% Consultatiebureau per behandelkamer 1,3 1,6 1,9 1,9 1,9 1,9 2,2 2,2 50% Consultatiebureau voor ouderen per behandelkamer 1,3 1,6 1,9 1,9 1,9 1,9 2,0 2,2 38% Tandartsenpraktijk (-centrum) per behandelkamer 1,6 2,0 2,4 2,4 2,4 2,4 2,6 2,7 47% Gezondheidscentrum per behandelkamer 1,6 1,9 2,2 2,2 2,2 2,2 2,5 2,5 55% Ziekenhuis per 100 m² bvo 1,4 1,6 1,7 1,7 1,7 1,7 1,9 2,0 29% Crematorium per (deels) gelijktijdige plechtigheid - - 30,0 30,0 30,0 30,0 30,0 30,0 99% Begraafplaats per (deels) gelijktijdige plechtigheid - - 32,0 32,0 32,0 32,0 32,0 32,0 97% Religiegebouw (kerk/moskee) per plaats 0,2 0,2 0,2 0,2 0,2 0,2 0,2 0,2 - Functietype: KDV en onderwijs Kinderdagverblijf / peuterspeelzaal - personeel per 100 m² bvo 0,9 1,1 1,2 1,2 1,2 1,4 1,4 1,5 0% Buitenschoolse opvang - personeel per 100 m² bvo 0,9 1,1 1,2 1,2 1,2 1,4 1,4 1,5 0% Basisschool - personeel per 100 m² bvo 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 - Middelbare school per leslokaal 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 11% Beroepsonderwijs dag (MBO, ROC, HBO, WO) per leslokaal 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 7% Beroepsonderwijs dag (MBO, ROC, HBO, WO) per collegezaal 20,0 20,0 20,0 20,0 20,0 20,0 20,0 20,0 72% Avondonderwijs of vrijetijdsonderwijs per 10 studenten 4,0 5,0 6,0 6,0 6,0 6,8 6,9 10,5 95% 3.3Reductiefactoren ten aanzien van parkeerplaats op eigen terrein en/of specifiek toebedeelde parkeerplaats Parkeren wordt in principe opgelost op eigen terrein. Ten aanzien van woningen worden voor parkeren op eigen terrein reductiefactoren toegepast. Zo kunnen twee parkeerplaatsen op eigen terrein (het theoretisch aantal) niet altijd als twee worden meegeteld in de parkeercapaciteit, omdat die doorgaans minder efficiënt worden benut dan openbare parkeerplaatsen. Reductiefactoren parkeerplaats op eigen terrein (POET) Theoretisch aantal Praktisch berekeningsaantal Opmerking Enkele opstelplek met en zonder garage 1 0,8 Garage telt niet mee in de capaciteit; opstelplek wel. Opstelplek voor één voertuig is minimaal 5,00 meter lang en 3,00 meter breed. Wanneer de opstelplek grenst aan een opstelplek van een naast gelegen woning dient de opstelplek minimaal 3,25 meter breed te zijn als deze voor of naast een garage- of zij deur liggen. Lange opstelplek met en zonder garage 2 1,3 Garage telt niet mee in de capaciteit; opstelplek wel. Lange opstelplek is minimaal 11,00 meter lang en 2,5 meter breed Dubbele opstelplek met en zonder garage 2 1,7 Garage telt niet mee in de capaciteit; opstelplek wel. Opstelplek voor één voertuig is minimaal 5,00 meter lang en 3,00 meter breed. Wanneer de opstelplek grenst aan een opstelplek van een naast gelegen woning dient de opstelplek minimaal 3,25 meter breed te zijn als deze voor of naast een garage- of zij deur liggen. Garage bij woning zonder opstelplek 1 0,0 Geen opmerkingen. Garagebox niet bij woning 1 0,0 Geen opmerkingen. Parkeerplaats in gebouwde parkeervoorziening expliciet bestemd voor gestapelde woningen/onderdeel appartementencomplex 1 1,0 Parkeervak is conform NEN-norm (NEN 2443) 3.4Aanwezigheidspercentages woningen Voor woningen gelden onderstaande aanwezigheidspercentages voor bewoners. WD ochtend WD middag WD avond WD nacht Za middag Za avond Koopavond Zondag 50% 50% 90% 100% 60% 80% 80% 70% WD = werkdag NB. Wanneer parkeerplaatsen gereserveerd zijn, spelen aanwezigheidspercentages geen rol. Immers, ze kunnen dan niet worden gedeeld met andere gebruikers. 3.5Bezoekersparkeren bij woningen Voor bezoekers parkeren bij woningen gelden de volgende aanwezigheidspercentages (CROW, 2019): Periode Percentage Zondag 70% Werkdagochtend 10% Werkdagmiddag 20% Werkdagavond 80% Werkdagnacht 0% Koopavond 60% Zaterdag middag 80% Zaterdag avond 70% In berekeningen wordt er afgerond naar boven. 3.6Parkeerbehoefte door halen en brengen bij kinderdagverblijf (crèche), BSO en basisschool De grootste parkeer- en verkeersdruk bij kinderdagverblijven ontstaat door het brengen en halen van kinderen. Voor het bepalen van de parkeerbehoefte die veroorzaakt wordt door het halen en brengen van kinderen wordt verwezen naar de door het CROW ontwikkelde systematiek die is op genomen in de rekentool ‘Verkeersgeneratie en parkeren’. De volgende formules worden op basis hiervan toegepast: 1) Halen & brengen bij kinderdagverblijf (KDV), peuterspeelzaal (PSZ) en buitenschoolse opvang (BSO) aantal kinderen * percentage kinderen met de auto * 0,25 * 0,75 = parkeerbehoefte voor halen en brengen In deze formule zijn twee reductiefactoren ingebouwd: In deze formule is een reductiefactor m.b.t. de parkeerduur ingebouwd. Voor KDV, PSZ en BSO parkeren gemiddeld 15 minuten in een periode van 60 minuten = 0,25. In deze formule is een reductiefactor ingebouwd m.b.t. het aantal kinderen in één auto: 0,75. Voor de berekening is dus het aantal kinderen dat naar respectievelijk de KDV, PSZ, BSO gaat en het aandeel hiervan dat met de auto wordt gebracht relevant. 2) Halen en brengen bij lagere school groep 1 t/m 3 aantal leerlingen * percentage leerlingen met de auto * 0,5 * 0,75 = parkeerbehoefte voor halen en brengen In deze formule zijn twee reductiefactoren ingebouwd: In deze formule is een reductiefactor m.b.t. de parkeerduur ingebouwd. Groep 1 t/m 3 parkeren gemiddeld 10 minuten in een periode van 20 minuten = 0,5. In deze formule is een reductiefactor ingebouwd m.b.t. het aantal kinderen in één auto: 0,75. Voor de berekening is dus het aantal kinderen dat naar groep 1 t/m 3 gaat en het aandeel hiervan dat met de auto wordt gebracht relevant. 3) Halen en brengen bij lagere school groep 4 t/m 8: aantal leerlingen * percentage leerlingen met de auto * 0,25 * 0,85 = parkeerbehoefte voor halen en brengen In deze formule zijn twee reductiefactoren ingebouwd: In deze formule is een reductiefactor m.b.t. de parkeerduur ingebouwd. Groep 4 t/m 8 parkeren gemiddeld 2,5 minuten in een periode van 10 minuten = 0,25. In deze formule is een reductiefactor ingebouwd m.b.t. het aantal kinderen in één auto: 0,85. Voor de berekening is dus het aantal kinderen dat naar groep 4 t/m 8 gaat en het aandeel hiervan dat met de auto wordt gebracht relevant. De aandelen van kinderen die met de auto worden gebracht moeten in samenspraak met de KDV, PSZ, BSO, scholen worden bepaald. Bij KDV, PSZ, BSO ligt dit landelijk doorgaans tussen de 50% en 80%. Bij groep 1 t/m 3 van de basisschool tussen de 30% en 60% en bij groep 4 t/m 8 tussen de 5% en 40%. In Ede is dit rond de 25% voor KDV en groep 1 t/m 3; en rond de 15% voor groep 4 t/m 8. Bij gescheiden aanvang- en eindtijd van de groepen 1 t/m 3 en de groepen 4 t/m 8 mag het aantal parkeerplaatsen met maximaal 40% worden gereduceerd. 4.Fietsparkeernormen en beleidsregel fietsparkeren Bij nieuwbouw, uitbreidingen van bestaande functies en functiewijzigingen gelden naast parkeernormen voor auto’s ook parkeernormen voor fietsen. 4.1Fietsparkeernormen De fietsparkeernormen zijn gebaseerd op kencijfers van het CROW waarbij is uitgegaan van ‘gemiddeld’ fietsgebruik. PARKEERNORMENTABEL - FIETS Functie Locatie Eenheid Min Wonen Rij- en vrijstaande woningen - Per woning 5,5 Appartement met fietsenberging - Per woning 2,5 Appartement zonder fietsenberging Per woning 0,5 Studentenhuis - Per kamer 1,0 Kantoor (personeel) Centrum Per 100m2 bvo 2,0 Schil Per 100m2 bvo 1,4 Rest kom Per 100m2 bvo 1,4 Buitengebied Per 100m2 bvo 0,8 NS-station Per 100m2 bvo 1,0 Kantoor met balie Per balie 5,0 Basisscholen <250 leerlingen - Per 10 leerlingen 4,3 250 tot 500 leerlingen - Per 10 leerlingen 5,0 >500 leerlingen - Per 10 leerlingen 6,2 Medewerkers - Per 10 leerlingen 0,4 Middelbare scholen en ROC’s Middelbare school (leerlingen) - Per 100m2 bvo 14,0 Middelbare school (medewerkers Centrum Per 100m2 bvo 0,6 Schil Per 100m2 bvo 0,5 Rest kom Per 100m2 bvo 0,5 HBO/ROC (leerlingen) - Per 100m2 bvo 12,0 HBO/ROC (medewerkers) - Per 100m2 bvo 0,9 Winkels Winkelcentrum - Per 100m2 bvo 2,8 Supermarkt - Per 100m2 bvo 3,0 Bouwmarkt - Per 100m2 bvo 0,30 Tuincentrum Binnen kom Per 100m2 bvo 0,4 Tuincentrum Buiten kom Per 100m2 bvo 0,1 Horeca Fastfoodrestaurant Centrum/Schil Per locatie 30,5 Fastfoodrestaurant Rest kom Per locatie 10,0 Fastfoodrestaurant Buitengebied Per locatie 5,0 Restaurant basic Binnen kom Per 100m2 bvo 18,0 Restaurant basic Buiten kom Per 100m2 bvo 15,5 Restaurant luxe Per 100m2 bvo 4,5 Gezondheidszorg/maatschappelijke voorzieningen Apotheek (bezoekers) - Per locatie 7,0 Apotheek (werknemers - Per locatie 4,5 Begraafplaats/crematorium - Per plechtigheid 5,5 Gezondheidscentrum (bezoekers) - Per 100m2 bvo 1,5 Gezondheidscentrum (medewerkers) - Per 100m2 bvo 0,5 Religie gebouw - Per 100 zitplaatsen 42,0 Ziekenhuis (bezoekers) - Per 100m2 bvo 0,5 Ziekenhuis (werknemers) Centrum, Schil, Rest bebouwde kom Per 100m2 bvo 0,4 Sport, cultuur en ontspanning Bibliotheek - Per 100m2 bvo 3,5 Bioscoop Centrum Per 100m2 bvo 8,0 Schil Per 100m2 bvo 4,5 Rest kom Per 100m2 bvo 1,5 Fitness Centrum Per 100m2 bvo 5,5 Schil Per 100m2 bvo 3,9 Fitness Rest kom Per 100m2 bvo 2,1 Museum - Per 100m2 bvo 1,0 Sporthal - Per 100m2 bvo 2,7 Sportveld - Per ha netto terrein 64,0 Sportzaal - Per 100m2 bvo 4,2 Stedelijk evenement - Per 100 bezoekers 34,0 Theater Centrum Per 100 zitplaatsen 25,5 Schil Per 100 zitplaatsen 22,0 Rest kom Per 100 zitplaatsen 19,0 Zwembad (overdekt) - Per 100m2 bassin 29,0 Zwembad (open lucht) - Per 100m2 bassin 20,5 Overstapplaatsen Busstation Centrum en schil Per halterende buslijn 42,0 Carpoolplaats Rand kom Per autoparkeerplaats 0,9 4.2Beleidsregel fietsparkeervoorzieningen De volgende beleidsregels gelden voor fietsparkeervoorzieningen: Fietsparkeernormen gelden alleen voor nieuwe ontwikkelingen/bouwplannen, uitbreidingen van bestaande functies en functiewijzigingen. In de behoefte aan fietsparkeerplaatsen wordt op eigen terrein van de initiatiefnemer/ontwikkelaar voorzien. Dit geldt zowel voor de vaste gebruikers (bewoners, werknemers) alsook voor de bezoekers. Fietsparkeerplaatsen voor bezoekers worden bij voorkeur zoveel mogelijk in het zicht geplaatst, bijvoorbeeld naast de ingang van de functie. Het Bouwbesluit 2012 verplicht ontwikkelaars om bij nieuwbouwwoningen (geldt niet voor transformatieopgaven) een individuele (fietsen)berging te realiseren, maar biedt ook ruimte voor gelijkwaardige alternatieven. Gemeente Ede heeft bij appartementencomplexen vanuit de context van een gelijkwaardig alternatief een voorkeur voor een gemeenschappelijke fietsenstalling. Bewoners benutten die beter voor het parkeren van hun fiets dan een individuele berging. Een individuele berging wordt vaak gebruikt voor opslag van andere spullen. Met dit alternatief wordt voorkomen dat geparkeerde fietsen van bewoners de openbare ruimte onnodig belasten. De initiatiefnemer/ontwikkelaar van het bouwplan realiseert naast fietsparkeerplaatsen voor de bewoners conform de parkeernorm ook fietsparkeerplaatsen voor bezoekers van die woningen. Hiervoor geldt als parkeernorm minimaal 0,5 fietsparkeerplaats per woning. In de parkeernormentabel fiets staan bij woningen fietsparkeernormen exclusief bezoekers parkeren. Ook bij woningen die ontstaan door transformatie van bestaande bouwwerken, realiseert de initiatiefnemer voldoende fietsparkeervoorzieningen voor bewoners en bezoekers. Bij dubbelgebruik kan de parkeereis naar beneden worden bijgesteld, mits de initiatiefnemer dit onderbouwt met een parkeerbalans. Afwijken van de parkeernormen en het ‘eigen terrein’-principe kan eventueel op basis van een valide en betrouwbare onderbouwing. Het ambitieniveau van fietsparkeervoorzieningen wordt nader bepaald aan de hand van het bouwplan, de situering en uitstraling ervan en de mate waarin het realiseren van duurzaamheidsambities in de directe ruimtelijke omgeving ervan belangrijk is. Er zijn drie ambitieniveaus: het basisniveau; het streefniveau; en het topniveau. Een fietsvoorziening die voldoet aan de maatvoering conform de Leidraad Fietsparkeren (CROW-publicatie 291, hoofdstuk 6) is het basisniveau. Maatvoering fiets conform Leidraad Fietsparkeren (CROW-publicatie 291). Het realiseren van de juiste fietsparkeervoorziening hangt onder andere af van de afmetingen en de verschijningsvorm van de fietsen die worden gestald. A Lengte (
  1. cm)B Hoogte (
  2. cm)C Stuurbreedte (
  3. cm)D Wielmaat, incl. band (
  4. cm)E Banddikte (
  5. cm)Massa (
  6. kg)Toerfiets volwassene 180–195 100–120 50–60 66–72 3,7–4,0 14–23 Racefiets volwassene 170–190 100–120 45–60 66–72 2,5–3,0 7–10 Mountainbike-ATB 170–190 95–110 60–65 66–72 4,0–5,0 12–15 Kinderfiets 1) 150–170 80–100 50–55 51–62 3,6–3,8 10–15 Bakfiets 1) 205–255 110–120 64–90 (bak) 41–66 3,7–5,0 30–73 Mama-fiets 1) 181–211 100–120 60–75 66–71 3,8–5,0 20–23 Elektrische fiets 1,2) 180–200 100–120 55–65 66–71 3,7–4,0 25–30 De standaard-fietsparkeervoorzieningen worden niet gedimensioneerd op deze typen. De maatvoering van elektrische fietsen wijkt niet essentieel af van die van normale fietsen. Bij lang-parkeeroplossingen voor elektrische fietsen moet rekening worden gehouden met het bieden van oplaadmogelijkheden. Elektrische fietsen en bakfietsen kunnen vanwege het gewicht meestal niet bovenin een etagerek worden gestald. Het streefniveau voor fietsparkeervoorzieningen voldoet niet alleen aan het basisniveau, maar heeft hoge kwaliteitskenmerken en biedt ruimte aan een grote mate van gemak. Hierbij valt te denken aan: kwalitatief hoogwaardige fietsenrekken met aanbindmogelijkheden; gangpaden tussen de rekken die minimaal 2 meter breed zijn en hoofdgangpaden van 3 à 4 meter breed; relatief eenvoudige toegankelijkheid (op maaiveldniveau / in de plint) zonder obstakels als zware deuren, drempels, trappen. een fietsparkeervoorziening met directe aansluiting op een centrale toegang van het gebouw voor bewoners en/of werknemers. een fietsparkeervoorziening voor bezoekers nabij de ingang; een goede toegankelijkheid met de fiets van de parkeervoorziening vanaf een fietspad, een fietsroute, de openbare weg; een fietsvoorziening die op een logische locatie van de aankomstroute van de fietser staat; een fietsvoorziening die voorzien is van oplaadpunten voor e-bikes; in geval van fietsvoorzieningen voor bewoners en werknemers, een fietsvoorziening die afgesloten kan worden voor onbevoegden; 6c) Het topniveau is een parkeervoorziening die voldoet aan alle kenmerken van het streefniveau èn beter bereikbaar en toegankelijker gesitueerd is dan de parkeervoorziening voor de auto. Elektrische fietsen kunnen worden geladen via een standaard stopcontact (220 volt-aansluiting) en kunnen door de uitneembare accu’s makkelijk thuis of op kantoor worden geladen. Er bestaat een toenemende behoefte aan fietslaadpunten op strategische locaties, zoals toeristische locaties en horecagelegenheden. Deze laadbehoefte wordt doorgaans ingevuld met private fietslaadpunten. Het opladen van elektrische fietsen wordt daarom niet gefaciliteerd in de openbare ruimte. 5.Afkopen van parkeereis Onder voorwaarden is het mogelijk om de parkeereis af te kopen. Hierbij is een onderscheid tussen Ede centrum en andere gebieden. Gebieden buiten Ede Centrum De gemeente heeft niet altijd en overal mogelijkheden parkeerruimte te realiseren. Een beroep doen op de faciliteit van een afkoopsom levert dan geen bijdrage aan het oplossen van parkeerproblemen die door de ontwikkeling worden veroorzaakt. Wanneer er geen mogelijkheden zijn om parkeerruimte te realiseren is het afkopen van de parkeereis geen optie. In gebieden buiten het centrum kan alleen dan worden afgekocht indien de gemeente mogelijkheden heeft om binnen acceptabele loopafstand van het bouwplan het parkeren binnen 10 jaar na ontvangst van de afkoopsom dusdanig te realiseren of te reguleren door invoering van parkeerreguleringsmaatregelen (bijvoorbeeld betaald parkeren, vergunningen parkeren en/of deelmobiliteit) dat het bouwplan niet tot parkeerproblemen leidt. Ede Centrum In Ede Centrum is toevoegen van parkeerareaal op maaiveld niet mogelijk. Daarnaast gelden er quota voor het uitgeven van parkeervergunningen. Bij ontwikkelingen moet dan ook niet alleen rekening worden gehouden met het inschatten van de parkeerbehoefte, maar ook met de uitgifteplafonds van parkeervergunningen en wachtlijsten. Gemeente Ede onderzoekt de mogelijkheden van het instellen van een mobiliteitsfonds voor Ede centrum. Voor Ede centrum wordt onderzocht of het afkopen van de parkeereis binnen 15 jaar na ontvangst van de afkoopsom via een mobiliteitsfonds een bijdrage levert aan het oplossen van parkeerproblemen die door de ontwikkeling wordt veroorzaakt door het treffen van andere aan mobiliteit gerelateerde maatregelen, zoals investeren in fietsinfrastructuur en -voorzieningen, inzetten op deelmobiliteit en/of het stimuleren van OV-gebruik. Voor zowel gebieden buiten Ede centrum als Ede centrum zelf geldt dat de afkoopsom een relatie moet hebben met de te treffen maatregelen. De parkeereis kan, als een mobiliteitsfonds mogelijk blijkt, worden afgekocht onder de voorwaarden dat: aantoonbaar niet voldaan kan worden aan de parkeereis die voortkomt uit het bouwplan, ook niet door in te zetten op alternatieven zoals de inzet van deelmobiliteit; de gemeente Ede aantoonbaar maakt dat de afkoopsom aangewend kan worden of reeds is aangewend voor het aanpakken van de toename in de parkeerdruk door het bouwplan. De gemeente Ede verplicht zich bij het toepassen van een afkoopsom de geïnde afkoopsom aan te wenden om, afhankelijk van de situatie binnen 15 jaar na inning van de afkoopsom de parkeerdruk veroorzaakt door het bouwplan aan te pakken binnen een acceptabele loopafstand. De hoogte van de afkoopsom per niet te realiseren autoparkeerplaats, wordt jaarlijks geïndexeerd en bedraagt vanaf 2022: Wijze van oplossen parkeervraag Kosten per parkeerplaats Benutting bestaande parkeerplaatsen € 5.000,- Maaiveldparkeren (nieuw aan te leggen) € 7.000,- Parkeren in gebouwde voorziening (niet ondergronds) € 10.000,- Parkeren in gebouwde voorziening (ondergronds) € 45.000,- De kosten voor nieuw aan te leggen parkeerplaatsen zijn hoger dan voor bestaande parkeerplaatsen doordat hiermee ook investeringskosten zijn gemoeid. 6.Autodelen in relatie tot parkeereis De rol van het toepassen van autodelen of andere vormen van deelmobiliteit bij nieuwbouwplannen, uitbreidingen van bestaande functies en functiewijzigingen is afhankelijk van de mate waarin aan voorwaarden is voldaan. Randvoorwaarden en uitgangspunten toepassen deelauto’s: Het toepassen van deelauto’s moet een één-op-één relatie hebben met het beoogde bouwplan en mag daarnaast tegelijkertijd ook voor een breder publiek inzetbaar zijn; Het toepassen van deelauto’s moet een structureel karakter hebben. Het mag niet bij wijze van proef worden uitgeprobeerd met het risico dat na het opheffen van de proef er parkeeroverlast ontstaat. Het toepassen van deelauto’s kan alleen als dit in een anterieure overeenkomst voor de bouwontwikkeling is vastgelegd. Hierin moet niet alleen het structurele karakter zijn opgenomen, maar ook het kettingbeding. Op het moment dat de ontwikkelaar zich terugtrekt uit het project, moet de verplichting overgaan naar de nieuwe ontwikkelende en beherende partij. Ook moet in de anterieure overeenkomst opgenomen zijn dat de ontwikkelende partij zich verbindt aan een garantie, aan een back-up-plan wanneer blijkt dat deelauto’s structureel niet worden gebruikt en de parkeerdruk in de directe omgeving van het nieuw-, her- en/of verbouwplan hoger is dan 85%, bijvoorbeeld aan het nemen van aanvullende aantoonbare redelijke maatregelen waarmee alsnog wordt voorzien in de parkeerbehoefte; Het toepassen van deelauto’s is niet overdraagbaar. Als de functie verandert en de ontwikkelaar daarvan deelauto’s wil toepassen, moet opnieuw worden getoetst of, hoe en eventueel tegen welke voorwaarden dit mogelijk is; Ede hanteert een richtlijn van 1:5 in het centrum, wat wil zeggen 1 deelauto staat gelijk aan 5 reguliere auto’s en een richtlijn van 1:4 in de rest van Ede, wat wil zeggen 1 deelauto staat gelijk aan 4 reguliere auto’s. Deze richtlijn is gebaseerd op ervaringen van vergelijkbare gemeenten en op de voorlopig genuanceerde kijk op de ontwikkeling van het gebruik van deelauto’s; Gemeente Ede heeft een faciliterende rol en is geen partij tussen de ontwikkelende, initiërende partij(
  7. en)en de leverancier van deelauto’s; Deelauto’s moeten dag en nacht, 24/7 beschikbaar zijn; De auto moet gemakkelijk en in de buurt opgehaald kunnen worden; De technische kwaliteit van de auto moet goed zijn en daarnaast moet een goede service gegarandeerd zijn, bijvoorbeeld een 24/7 klantenservice en een klachtenregeling; De exploitant van de deelauto’s garandeert toegang voor iedere, rechthebbend geïdentificeerd natuurlijke of rechtspersoon; De voertuigen zijn bij voorkeur zoveel mogelijk volledig uitstootvrij en dragen bij aan de verbetering van de luchtkwaliteit. 7.Overgangs- en slotbepalingen De hoofdstukken 3 tot en met 6 van deze beleidsregel vervangen de voorheen geldende artikelen 3, 4 en 5 van de Nota parkeernormering gemeente Ede 2017. De Nota Parkeernormering (Gemeenteblad 2016, 1097) en de Nota Parkeernormering (Gemeenteblad 2017, 175129, laatstelijk gewijzigd Gemeenteblad 2019, 49477) worden ingetrokken. Deze beleidsregel treedt in werking op de achtste dag na die van bekendmaking. Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Nota parkeernormen Ede 2023. Vastgesteld in de vergadering van 25 april 2023, zaaknummer 391683.Het college voornoemd,drs. R.F. Groen MPA de secretaris, mr. L.J. Verhulstde burgemeester. Bijlage1- Kaarten gebieden gemeentelijk grondgebied Ede De grenzen van Ede Centrum zijn: Molenstraat tussen Raadhuisstraat en Bunschoterweg; Bunschoterweg tussen de Molenstraat en de Amsterdamseweg; Amsterdamseweg tot aan het spoor; De Willem Horstingstraat; De Molenstraat tussen de Willem Horstingstraat en de Telefoonweg; de Telefoonweg; het spoor tussen de Telefoonweg en de Schaapsweg; De Beukenlaan; De Ericalaan; De Klinkerbergerweg ten noorden van de Ericalaan; De Raadhuisstraat; De Bergstraat 4. (Functies op de grens met hoofdtoegang aan de genoemde straten vallen binnen Ede Centrum). De grenzen van Ede Schil zijn: De N224 tussen de Sweelincklaan en de Ruyterstraat; de Thomaslaan; de Van Voorthuysenlaan tussen de Thomaslaan en de Schaapsweg; De Schaapsweg tussen de Veenderweg en het spoor ten westen van de Beukenlaan; het spoor tot aan de Prins Bernhardlaan; De Prins Bernhardlaan tussen het spoor en de Klinkerbergweg; De Klinkerbergweg tussen de Prins Bernhardlaan en de Kazernelaan; De Kazernelaan; De Nieuwe Kazernelaan tot aan de Ceelman van Ommerenweg; de Ceelman van Ommerenweg tussen de Nieuwe Kazernelaan en de Sweelinklaan; de Sweelincklaan tussen de Arnhemseweg en de N224. (Functies op de grens met hoofdtoegang aan de genoemde straten vallen binnen Ede Schil). De grenzen van Ede Stationsgebied zijn: het gebied ten zuiden van de Kazernelaan; het gebied ten zuiden van de Prins Bernhardlaan tussen de Klinkerbergerweg en het spoor (NB. adressen aan de Prins Bernhardlaan vallen onder Ede Schil); de Blokkenweg; de Parkweg tussen Blokkenweg en Anton Mauvestraat; de Jan Th. Tooroplaan tussen de Anton Mauvestraat en de Diedenweg; De Diedenweg tussen de Jan Th. Tooroplaan en de Reehorsterweg; de Reehorsterweg tussen de Diedenweg en de Bennekomseweg; De Bennekomseweg tussen de Reehorsterweg en de Horalaan; de Horalaan; de grenzen van Enka en WFC met de Kazernelaan als noordelijke grens. (Functies op de grens met hoofdtoegang aan de genoemde straten vallen binnen Ede Stationsgebied). De grenzen van Rest Bebouwde Kom worden bepaald door de bebouwde komgrenzen. Bijlage2- loopafstanden Verplaatsing vanaf huis naar Acceptabele loopafstand in meters Geparkeerde auto 100 - 200 Geparkeerde deelauto 100 - 350 Bushalte lokale bus 200 - 500 Bushalte interlokale bus 250 - 900 Supermarkt 450 - 1000 Stadscentrum/winkelgebied 500 - 1500 Werklocatie 250 - 1000 Schoollocatie 250 - 900 Horeca 500 - 1000 Huisarts/apotheek/ziekenhuis 450 - 1000 Bioscoop/theater 450 - 1000 Indoor sportlocatie 300 - 800 Outdoor sportlocatie 400 - 900 Verplaatsing vanaf geparkeerde auto naar supermarkt 100-250 Stadscentrum/winkelgebied 200-600 Werklocatie 200-800 Schoollocatie 100-300 Horeca 100-500 Huisarts/fysio/apotheek 100-250 Ziekenhuis 100-350 Bioscoop/theater 100-600 Indoor/outdoor sportlocatie 100-300 Verplaatsing vanaf geparkeerde fiets naar supermarkt 50-150 Stadscentrum/winkelgebied 100-300 Werklocatie 100-200 Schoollocatie 100-200 Horeca 100-200 Huisarts/fysio/apotheek 50-150 Ziekenhuis 100-200 Bioscoop/theater 50-150 Indoor/outdoor sportlocatie 50-150 Verplaatsing vanaf bushalte naar supermarkt 100-300 Stadscentrum/winkelgebied 150-400 Werklocatie 200-500 Schoollocatie 200-500 Horeca 200-500 Huisarts/fysio/apotheek 100-300 Ziekenhuis 100-300 Bioscoop/theater 200-500 Indoor/outdoor sportlocatie 200-500 Bijlage3.Definities parkeernormentabel Serviceflat Een zelfstandige woonruimte waarbij in de huurovereenkomst minimaal de volgende aspecten zijn begrepen: een nood oproepinstallatie in de woning, maaltijden die door de verhuurder verstrekt worden, levering van eenvoudige medische of paramedische zorg door de verhuurder (indien nodig), gebruik van recreatieruimten en logeerkamers. Aanleunwoning Woningen voor oudere mensen die gebouwd zijn tegen of in de nabijheid van een verzorgingshuis. Mensen die nog redelijk mobiel zijn en geen grote gezondheidsproblemen hebben kunnen in aanmerking komen voor deze woningen. Verpleeghuis In een verpleeghuis krijgen bewoners behandeling, verpleging, zorg en begeleiding in een beschermde woonomgeving. Deze mensen hebben een beperking waarvoor uitgebreide zorg, verpleging en/of toezicht nodig is. Te denken valt aan mensen met verschillende vormen van dementie, zoals alzheimer. Een verpleeghuis is bedoeld voor intensieve zorg en/of zware medische behandelingen. Verzorgingshuis Een verzorgingshuis biedt uitgebreide zorg, ondersteuning en een beschutte woonomgeving aan mensen die door ouderdom of ziekte niet meer zelfstandig kunnen wonen, ook niet met hulp van naasten, mantelzorg of thuiszorg. Verzorgd wonen concepten en woningen Concepten als serviceflat, aanleunwoning, verpleeghuis, verzorgingshuis zullen naar verwachting de komende jaar nog meer uit de mode raken. Dit neemt niet weg dat er voor mensen met een beperking (jong en oud) een toenemende behoefte is aan een variatie van kleinschalige woon- en behandelcombinaties in de wijk, aan vormen van wonen tussen 24-uurszorg en zelfstandig wonen in. Om die variatie aan woonvormen te kunnen realiseren, is een verdere differentiatie en specificering van parkeerbehoefte en parkeernorm juist voor deze doelgroepen nodig. De verschillende klassen in mobiliteitsbeperkingen die in de zorg worden gehanteerd en de voorwaarden van het CBR inzake gezondheid en het (nog) mogen voeren van een rijbewijs zijn hierbij als vertrekpunt genomen: Mobiliteitsklasse 0 (Geen). Huishoudens met geen of slechts lichte mobiliteitsbeperkingen. Mobiliteitsklasse A (Licht). Huishoudens waarin zowel het hoofd als de eventuele partner een mobiliteitsbeperking heeft, en met moeite kan lopen en/of traplopen. Mobiliteitsklasse B (Matig). (
  8. i)Huishoudens die gebruik maken van een scootmobiel, rollator of rolstoel, maar binnenshuis geen hulpmiddel voor mobiliteit gebruiken of (
  9. ii)huishoudens waarin het hoofd of de partner zonder hulp niet kan lopen en/of traplopen. Mobiliteitsklasse C (Zwaar). Huishoudens die binnenshuis gebruikmaken van een rolstoel of een rollator. Zelfstandige woningen – mobiliteitsklasse 0 Een zelfstandige woning, waarbij de doelgroep fysiek en mentaal in staat is om een auto te rijden, wordt aangemerkt als een normale woning. De mate van autobezit van deze doelgroep en de toename hierin laten zien dat de parkeerbehoefte van deze groep op niveau blijft. Dit is anders bij mensen met een (mobiliteits)beperking, zowel jong als oud. Zelfstandige woningen – mobiliteitsklasse A Bij woningen voor huishoudens waarin zowel het hoofd als de eventuele partner een mobiliteitsbeperking heeft, en met moeite kan lopen en/of traplopen hoeft het autobezit/-gebruik niet per sé lager te liggen dan dat van mobiliteitsklasse 0. Met moeite lopen en/of traplopen betekent niet automatisch dat autorijden niet meer gaat. Zij kunnen nog redelijk zelfstandig zijn. De parkeerbehoefte van deze groep is vergelijkbaar met die van mobiliteitsklasse 0. Verzorgd wonen woningen – mobiliteitsklasse B Gezien de mate van autobezit bij deze doelgroep (vooral 75 plussers) en de ontwikkeling is de parkeerbehoefte van deze klasse lager is dan die van de mobiliteitsklasse 0 en de mobiliteitsklasse A. Verzorgd wonen woningen – mobiliteitsklasse C Deze doelgroep zal geen auto meer rijden. De parkeerbehoefte van deze doelgroep zal nog lager zijn dan die van de andere mobiliteitsklassen. Hieronder vallen niet alleen mensen met zware fysieke beperkingen, maar ook mensen die vanuit hun gezondheidscondities geen auto mogen of kunnen rijden. Voorbeelden hiervan zijn mensen met ernstige dementie of mensen met een ernstig beperkt zichtvermogen. Bedrijfswoningen Een bedrijfswoning is een woning die een functionele binding heeft met het bedrijf, waar de woning bij hoort. Een bedrijfswoning mag niet door derden bewoond worden. Dan is er sprake van een reguliere woning. Buurtsupermarkt Dit is een kleinere supermarkt (kleiner dan 600 m 2 wvo) die meestal een duidelijk afgebakend verzorgingsgebied heeft. Fullservice supermarkt Dit soort supermarkten heeft speciale afdelingen voor groente, vlees, kaas en brood. De verkoopvloeroppervlakte is meestal tussen de 1.000 en 2.000 m 2 wvo. Grote supermarkt XL Grote supermarkten kenmerken zich door een (zeer) uitgebreid assortiment op een verkoopvloeroppervlakte groter dan 2.500 m 2 wvo. Het serviceniveau is hoog. In dit soort supermarkten worden vaak producten (brood, vlees) ter plekke bereid. Groothandel specialist (bijvoorbeeld levensmiddelen, bouwmaterialen of kantoorartikelen) Een groothandel in levensmiddelen, bouwmaterialen of kantoorartikelen is meestal een grootschalige detailhandelsvestiging voor een specifieke productgroep op een industrieterrein aan de rand van een stad, waar men uitsluitend als pashouder inkopen kan doen. Groothandel algemeen Een groothandel is meestal een grootschalige detailhandelsvestiging op een industrieterrein aan de rand van een stad, waar men uitsluitend als pashouder inkopen kan doen. Binnenstad of hoofdwinkel(stads)centrum De binnenstad of het hoofdwinkelgebied van een kern is vaak het oudste deel van een dorp of een stad dat door de aanwezigheid van meerdere winkels en andere voorzieningen een centrumfunctie vervult (centrale winkelgebieden). De bedoelde (met name grotere) centra zijn voor een belangrijk deel gericht op het zogenoemde funshoppen en op winkelen (het aanschaffen van goederen met een hoge drempelwaarde en een lage aankoopfrequentie). Wijk-, buurt- en dorpscentrum Wijk- en buurtcentra zijn ondersteunende winkelgebieden (voornamelijk voor doelgerichte boodschappen) die een aanvulling vormen op de binnenstad of het hoofdwinkelgebied van een kern in een gemeente. Een dorpscentrum is het winkelgebied van een dorp. Weekmarkt Bij een weekmarkt en bij een kleine wijk-, buurt en/of dorpscentrum kunnen globale parkeerkencijfers gegeven worden. 1 m1 kraam = 6m2 BVO (indien geen pp achter de kraam dan + 1,0 pp per standhouder). Kringloopwinkel Een kringloopwinkel is een organisatie waar spullen kunnen worden gedoneerd die vervolgens in de winkel te koop worden aangeboden. Bruin- en witgoedzaken Het gaat om grootschalige, volumineuze vestigingen die vaak gevestigd zijn in de eerste bebouwingsschil rondom het stadscentrum of in gebieden die aan de rand van de stad liggen. Woonwarenhuis/woonwinkel (overig) Dit zijn detailhandelszaken die een breed assortiment hebben voor het inrichten van woningen in de breedste zin van het woord. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om meubels, verf, behang, accessoires en verlichting. In verband met het ontbreken van praktijkgegevens wordt aangeraden deze kencijfers ook te gebruiken voor meer gespecialiseerde woonwinkels die zich toeleggen op keukens, zonwering, verlichting, bedden, enzovoort. Meubelboulevard/woonboulevard Locatie, 'boulevard' waar winkels gevestigd zijn, meestal op loopafstand van elkaar of in een winkelcentrum, die producten verkopen die met wonen en interieur te maken hebben, vooral meubels. Winkelboulevard Een winkelboulevard of retailpark is een verzameling van meerdere, vaak grootschalige detailhandelsvestigingen op korte loopafstand van elkaar (die in tegenstelling tot een woon- of meubelboulevard niet gericht zijn op een gezamenlijk thema). Outletcentrum Een outletcentrum bestaat uit een verzameling van meerdere detailhandelsvestigingen op korte loopafstand van elkaar, die gezamenlijk een grootschalig winkelgebied vormen (met een oppervlakte van 5.000 tot 40.000 m 2 wvo). Een outletcentrum profileert zich meestal met lagere prijzen dan standaardwinkels. Bouwmarkt Detailhandel met een al dan niet geheel overdekt winkelvloeroppervlakte waarop het volledige assortiment van bouw en doe-het-zelf producten (zoals materieel en gereedschap, sanitair, elektra, verlichting en ruwe materialen, zoals hout, verf en schroeven, inrichtings- en kant en klaar-producten, keukens, badkamers, tegels, vloeren, vloerbedekking en behang) wordt aangeboden, met advisering over producten, toepassing en uitvoering, en aanvullende services waaronder verhuur van materiaal en gereedschap. Tuincentrum (inclusief buitenruimte) Het betreft de middelgrote en grootschalige detailhandelsvestigingen (> 1.000 m 2 wvo) in (perifeer) stedelijk gebied of het buitengebied. Er worden in deze centra ook aanverwante artikelen verkocht, zoals dierartikelen, seizoensartikelen (zoals kerstversiering), accessoires en decoratiemateriaal voor in huis. De buitenruimte is verkoopruimte (voor klanten toegankelijk). Groencentrum (inclusief buitenruimte) Het betreft kleinere tuincentra (< 2.000 m 2 wvo) die liggen in (perifeer) stedelijk gebied of het buitengebied. Er worden in beperkte mate aanverwante artikelen verkocht (alleen aan groen gerelateerde zaken, zoals tuingereedschap, materiaal ten behoeve van klein tuinonderhoud en groengerelateerde decoraties). Er worden geen seizoensartikelen (zoals kerstversiering) verkocht. Groencentra zijn meestal kleinere bedrijven met als achtergrond een hoveniersbedrijf of plantenkwekerij, die fungeren als lokaal tuincentrum. De buitenruimte is verkoopruimte (voor klanten toegankelijk). Commerciële dienstverlening (met baliefunctie) De commerciële of zakelijke dienstverlening is een breed begrip. Het betreft vaak commerciële dienstverlening aan bedrijven, zoals banken, accountancy, notarissen, advocaten, makelaars. Maar ook verhuurbedrijven, uitzendbureaus, beveiligings- en schoonmaakbedrijven. Kenmerk is de kantoorachtige omgeving waarin gewerkt wordt. Kantoor (zonder baliefunctie) Bouwkundig object bedoeld om mensen of organisaties in te huisvesten, specifiek afgestemd op zakelijke bezigheden of ambtelijke diensten. Arbeidsintensieve / bezoekersextensieve bedrijven Bedrijven waar veel mensen in dienst zijn en waar weinig bezoekers komen, zoals industrie, garagebedrijf, laboratorium, werkplaats. Arbeidsextensieve / bezoekersintensieve bedrijven Bedrijven waar weinig mensen in dienst zijn en relatief veel bezoekers komen. Arbeidsextensieve / bezoekersextensieve bedrijven Bedrijven waar weinig mensen in dienst of in de detachering werken en waar weinig bezoekers komen, zoals loods, opslag, groothandel, transportbedrijf. Bedrijfsverzamelgebouw Gebouw met een evenredige mix van kantoren (zonder baliefunctie), commerciële dienstverlening, arbeidsextensieve en/of bezoekersintensieve bedrijven. Bioscoop NB. 1 zitplaats is circa 3m2 BVO. Filmtheater/filmhuis Een filmtheater of filmhuis is een uitgaansgelegenheid (met een ideële/culturele doelstelling) waar films bekeken kunnen worden. Het betreft voornamelijk kleinschaligere, artistieke films, die in het algemeen een minder groot publiek trekken dan de films in een bioscoop. NB. 1 zitplaats is circa 3m2 BVO. Theater/schouwburg NB. 1 zitplaats is circa 3m2 BVO. Musicaltheater Een musicaltheater is een grootschalig theater waar (vaak langlopende) theaterproducties gepresenteerd worden. Dagelijks zijn er een of twee voorstellingen, voornamelijk ’s avonds. De capaciteit van een voorstelling ligt vaak tussen de 1.000 en 2.000 bezoekers. NB. 100 zitplaatsen is gelijk aan circa 840m2 BVO. Bowlingcentrum Een bowlingcentrum is gericht op zowel professioneel als recreatief bowlen. Het betreft dus niet de recreatieve bowlingfaciliteiten bij campings, hotels en dergelijke. Fitnessstudio/sportschool Met fitnessstudio/sportschool wordt gedoeld op kleinschaligere voorzieningen (indicatie: circa 750 m 2 bvo) waar voor het overgrote deel alleen gebruikgemaakt wordt van fitnessapparaten. Fitnesscentrum Bij een fitnesscentrum gaat het om zogenoemde grotere multifunctionele centra (> 1.500 m 2 bvo) die een breed pakket aan activiteiten aanbieden. Dit betreft zowel individueel trainen als groepslessen, diverse vormen van fitness zoals cardiofitness, krachttraining, spinning en aerobics, eventueel in beperkte mate aangevuld met wellness-voorzieningen zoals een sauna of een zonnebank. De nadruk ligt in een fitnesscentrum wel op de sportfunctie. Sportzaal. Een sportzaal heeft het formaat van twee gymzalen en leent zich voor de meeste balsporten op trainingsniveau. Sportzaal: minimaal 22m x 28m en 7m vrije hoogte. Sporthal heeft als basis de maatvoering van drie gymzalen, aangevuld met een kantine, tribune en parkeerplaatsen. Sporthal: minimaal 24m x 44m en 7m vrije hoogte; Wellnesscentrum Hier wordt met wellnesscentrum gedoeld op de grotere zelfstandige (combinaties van) sauna’s, thermen en kuurcentra (en dus niet op voorzieningen bij hotels, bungalowparken of campings). Een sauna is een publieke badinrichting waar saunabaden genomen kunnen worden. Kuurcentra bieden naast saunabaden ook vaak geneeskundige therapieën aan en vaak zijn faciliteiten aanwezig om te overnachten. Bij beide voorzieningen zijn vaak ook een massage-/beautysalon en horeca aanwezig (meestal in de vorm van een restaurant). Het verzorgingsgebied van de bedoelde wellnessvoorzieningen is (boven)regionaal en soms zelfs landelijk. Kunstijsbaan Bij de parkeerkencijfers wordt uitgegaan van een sobere semi-overdekte of overdekte 400 meter kunstijsbaan, gecombineerd met een baan van 30 × 60 meter (op het middenterrein bijvoorbeeld), zonder grootschalige tribunes of andere extra’s, maar wel geschikt voor wedstrijden. Er wordt onderscheid gemaakt in kunstijsbanen van 400 meter en in kleinere ijsbanen (voor bijvoorbeeld ijshockey en kunstrijden op de schaats). Golfoefencentrum (ook wel pitch & put genoemd)/Golfbaan (18 holes) Al dan niet in combinatie met een golfbaan kan er sprake zijn van een golf(oefen)centrum. Een dergelijk centrum wordt gevormd door bijvoorbeeld een driving range (afslagplaatsen) en een oefenbaan, eventueel gecombineerd met andere oefenfaciliteiten (zoals oefenbunkers of een putting green). Indicatief gesteld is voor de aanleg van een 18-holes golfbaan circa 60-70 hectare grond nodig. Als recreatief medegebruik plaatsvindt, is dit 25-50% meer. Indoorspeeltuin/kinderspeelhal Indoorspeeltuinen zijn zelfstandig functionerende speelgelegenheden voor kinderen tussen de twee en twaalf jaar die qua grootte, aard en prijs vallen tussen een wijkspeeltuin en een attractiepark. Er zijn bijvoorbeeld klimtoestellen, luchtkussens, ballenbakken en glijbanen. De gemiddelde voorziening heeft overwegend een lokaal verzorgingsgebied. De afmetingen variëren meestal van 1.500 m 2 bvo tot 3.500 m 2 bvo. Hotel In Nederland geldt voor hotels een hotelclassificatiesysteem. Ze zijn ingedeeld in een van de vijf sterrencategorieën. Een hotel met een ster biedt slechts basisvoorzieningen, een hotel met twee sterren biedt beperkt aanvullende voorzieningen, een hotel met drie sterren is een middenklasse hotel, een hotel met vier sterren een eersteklas hotel en een hotel met vijf sterren een luxehotel. Gezondheidscentrum Een gezondheidscentrum is een locatie waar verschillende gezondheidsinstellingen onder een dak gevestigd zijn. Vaak zijn dit huisartsen, fysiotherapeuten, verloskundigen en/of een consultatiebureau.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.