Verordening leerlingenvervoerDe raad van de gemeente Castricum; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 15 mei 2007; gelet op artikelen 4 van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs en de Algemene wet bestuursrecht, besluit: Vast te stellen de Verordening leerlingenvervoer Titeldeel1Algemene bepalingen Artikel1begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: school: een basisschool of speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs (stb. 1998, 495), voor zover van rijkswege bekostigd; een school voor speciaal onderwijs of speciaal voortgezet onderwijs of speciaal en voorgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra (stb. 1998, 496) voor zover van rijkswege bekostigd; een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs (stb. 1998, 512) voor zover van rijkswege bekostigd; ouders: de ouders, voogden of verzorgers van de leerling; leerling: een leerling van een school als bedoeld onder a; woning: de plaats waar de leerling feitelijk zijn hoofdverblijf heeft; afstand: de afstand tussen de woning en de school, gemeten langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg; vervoer: openbaar vervoer, aangepast vervoer of eigen vervoer tussen de woning dan wel de opstapplaats en de school, dat plaatsvindt in aansluiting op het begin en einde van de schooldag volgens het schoolplan, tenzij de structurele handicap van een leerplichtige leerling die aansluiting onmogelijk maakt; openbaar vervoer: voor een ieder openstaand personenvervoer volgens een dienstregeling per trein, metro, tram, bus, veerdienst of auto; aangepast vervoer: vervoer per besloten (school)busvervoer, taxi, treintaxi of bustaxi; eigen vervoer: vervoer per eigen motorvoertuig, bromfiets of fiets; reistijd: de totale tijdsduur die ligt tussen het verlaten van de woning en de aanvang van de schooldag volgens het schoolplan, minus maximaal 10 minuten indien en voorzover de leerling het schoolgebouw met bijbehorend terrein gewoonlijk eerder bereikt dan het schoolplan aangeeft, dan wel de totale tijdsduur die ligt tussen het einde van de schooldag volgens het schoolplan en de aankomst bij de woning; toegankelijke school: voor basisscholen en speciale scholen voor basisonderwijs: de basisschool van de verlangde godsdienstige of levensbeschouwelijke richting, dan wel de openbare school of de speciale school voor basisonderwijs waarop de leerling is aangewezen van de verlangde godsdienstige of levensbeschouwelijke richting dan wel de openbare school; voor het (voortgezet) speciaal onderwijs en scholen voor voortgezet onderwijs: de school van de soort waarop de leerling is aangewezen van de verlangde godsdienstige of levensbeschouwelijke richting dan wel de openbare school van de soort waarop de leerling is aangewezen; inkomen: het ingevolge de Wet op de inkomstenbelasting 2001 (stb. 2000, 215) vastgestelde gecorrigeerde verzamelinkomen van de ouders in het tweede kalenderjaar voorafgaande aan het schooljaar waarvoor bekostiging van de vervoerskosten wordt aangevraagd; opstapplaats: plaats aangewezen door het college, vanaf waar de leerling gebruik kan maken van het vervoer; commissie voor de begeleiding: de commissie die is ingesteld door het bevoegd gezag van een school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra, niet zijnde een instelling, of de bevoegde gezagsorganen van twee of meer scholen als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra, niet zijnde instellingen, die hetzelfde expertisecentrum in stand houden; vervoersvoorziening: een gehele of gedeeltelijke bekostiging van de door het college noodzakelijke geachte vervoerskosten van de leerling en zo nodig diens begeleider; de verstrekking van een abonnement of strippenkaart voor de leerling en zo nodig diens begeleider of; aanbieding van aangepast vervoer dat de gemeente verzorgt of doet verzorgen; permanente commissie leerlingenzorg: de commissie als bedoeld in artikel 23 van de Wet op het primair onderwijs; samenwerkingsverband: het samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18 van de Wet op het primair onderwijs; regionale verwijzingscommissie: de commissie als bedoeld in artikel 10g van de Wet op het voortgezet onderwijs; opdc: orthopedagogisch en -didactisch centrum als bedoeld in artikel 10h, derde lid van de Wet op het voortgezet onderwijs; ambulante begeleiding: de begeleiding door een personeelslid van een school of instelling als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra van leerlingen die zijn geplaatst op een basisschool of leerlingen die zijn geplaatst op een school voor voortgezet onderwijs en naar het oordeel van het bevoegd gezag zonder die begeleiding zouden zijn aangewezen op het speciaal onderwijs of het voortgezet speciaal onderwijs. commissie voor de indicatiestelling: de commissie als bedoeld in artikel 28c van de Wet op de expertisecentra. Artikel2bekostiging van de door het college noodzakelijk te achten vervoerskosten 1Ten behoeve van het schoolbezoek kent het college aan de ouders van in de gemeente verblijvende leerlingen op aanvraag een vervoersvoorziening toe met inachtneming van het bepaalde in deze verordening. 2Indien het college toepassing geeft aan het eerste lid, verlangt het dat de ouders, aan wie slechts een gedeeltelijke vergoeding van de vervoerskosten toekomt, hun kinderen van het aldus verzorgde vervoer gebruik laten maken tegen betaling van een bijdrage tot ten hoogste het bedrag dat de ouders ingevolge het bepaalde in deze verordening bij moeten dragen aan de kosten van het vervoer. Weigering tot of nalatigheid in de betaling van de in de vorige volzin bedoelde bijdrage doet de aanspraak op een vergoeding vervallen. 3De bepalingen in deze verordening laten onverlet de verantwoordelijkheid van de ouders voor het schoolbezoek van hun kinderen. 4Indien de leerling meerderjarig en handelingsbekwaam is, wordt de bekostiging op aanvraag verstrekt aan de leerling. Artikel3bekostiging naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school 1Bekostiging van de vervoerskosten wordt toegekend over de afstand tussen de woning dan wel de opstapplaats van de leerling en de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school, tenzij vervoer naar een verder weg gelegen school voor de gemeente minder kosten met zich mee zou brengen en de ouders met het vervoer naar die school schriftelijk instemmen. 2Indien ouders bekostiging van de vervoerskosten aanvragen voor het bezoeken van een school, die op grotere afstand van de woning is gelegen dan in artikel 11 of 15 is bepaald, terwijl één of meer scholen van dezelfde onderwijssoort dichterbij de woning zijn gelegen, ontstaat slechts aanspraak op bekostiging naar deze eerstgenoemde school als door de ouders schriftelijk wordt verklaard dat zij overwegende bezwaren hebben tegen het openbaar onderwijs dan wel tegen de richting van het onderwijs van alle bijzondere scholen, van de soort waarop de leerling is aangewezen, die dichterbij de woning zijn gelegen. 3Voor de leerling die een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs uit cluster 4 bezoekt geldt als dichtstbijzijnde toegankelijke school, de school die door de commissie voor de indicatiestelling is geadviseerd. Dit is van toepassing zolang de leerling zijn woonplaats heeft in het gebied van het regionaal expertisecentrum waaraan voornoemde commissie is verbonden. Artikel4uitbetaling van de bekostiging Het college bepaalt bij het verstrekken van bekostiging van de vervoerskosten de wijze en het tijdstip van de uitbetaling, alsmede de tijdsduur van de vergoeding. Artikel5aanvraagprocedure 1Een aanvraag voor bekostiging van de vervoerskosten wordt gedaan door indiening bij het college van een volledig ingevuld en door de ouders ondertekend formulier, voorzien van de op het formulier vermelde gegevens. 2Indien dit voor een juiste beoordeling van de aanvraag noodzakelijk is, kan het college de ouders verzoeken aanvullende gegevens te verstrekken. 3Het college besluit over de aanvraag binnen acht weken na ontvangst van alle benodigde gegevens. 4Het college kan het in het vorige lid bedoelde besluit met ten hoogste vier weken verdagen. Het stelt de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis. 5Indien een vervoersvergoeding wordt toegekend, wordt dit gedaan, met toepassing van lid 3 en lid 4 en wordt deze vervoersvergoeding voor zover mogelijk met ingang van de door de ouders verzochte datum toegekend, met dien verstande dat de datum waarop de vergoeding wordt toegewezen niet ligt voor de datum van ontvangst van de aanvraag door het college. Artikel6doorgeven van wijzigingen 1De ouders zijn verplicht wijzigingen, die van invloed kunnen zijn op de verstrekte bekostiging van de vervoerskosten, onder vermelding van de datum van wijziging, onverwijld schriftelijk mede te delen aan het college. 2Indien er sprake is van een wijziging, die van invloed is op de verstrekte bekostiging vervalt de aanspraak op bekostiging en verstrekt het college al dan niet opnieuw een vergoeding van de vervoerskosten. 3Indien de ouders niet voldoen aan het bepaalde in het eerste lid en het college een wijziging als bedoeld in het tweede lid vaststelt waardoor blijkt dat ten onrechte bekostiging is ver¬strekt, vervalt de aanspraak op bekostiging van de vervoerskosten terstond en verstrekt het college al dan niet opnieuw bekostiging van de vervoerskosten. 4Ten onrechte genoten bekostiging kan van de ouders worden teruggevorderd dan wel wor¬den verrekend bij een eventuele nieuwe verstrekking van bekostiging. Artikel7peildatum leeftijd leerling Voor het verstrekken van bekostiging op basis van artikel 12 is bepalend de leeftijd van de leerling op 1 augustus van het schooljaar waarop de bekostiging betrekking heeft. Artikel8andere vergoedingen De aanspraak op bekostiging wordt verminderd met de aanspraak op een toelage, voor zover die voor de betreffende leerling betrekking heeft op de reiskosten. Titeldeel2Bepalingen omtrent het vervoer van de leerlingen van primair onderwijs Artikel9bekostiging naar de dichtstbijzijnde toegankelijke speciale school voor basisonderwijs in het samenwerkingsverband Met inachtneming van het bepaalde in artikel 3 wordt bekostiging verstrekt van het vervoer over de afstand tussen de woning dan wel de opstapplaats ena. de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke speciale school voor basisonderwijs in het samenwerkingsverband van de basisschool waarvan de leerling afkomstig is, ofb. een andere speciale school voor basisonderwijs in het onder a. bedoelde samenwerkingsver¬band, indien het vervoer naar die school voor de gemeente minder kosten met zich mee zou brengen dan het vervoer naar de speciale school voor basisonderwijs, bedoeld onder a. Artikel10permanente commissie leerlingenzorg 1Het college neemt bij de beoordeling van de aanvraag voor leerlingenvervoer de beslissing in acht van de permanente commissie leerlingenzorg over de toelating van de leerling op een speciale school voor basisonderwijs. 2Het college betrekt bij de beoordeling van de aanvraag voor leerlingenvervoer eventuele adviezen van de permanente commissie leerlingenzorg die voor de beoordeling van die aanvraag van belang zijn. 3Het college kan tevens het advies van andere deskundigen inwinnen. Artikel11bekostiging op basis van de kosten van openbaar vervoer en vervoer per fiets 1Het college verstrekt aan de ouders van de leerling die een school voor basisonderwijs bezoekt, bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer indien de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde voor hem toegankelijke school meer dan 6 km bedraagt. 2Het college verstrekt aan de ouders van de leerling die een speciale school voor basis onderwijs bezoekt, bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer indien de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde voor hem toegankelijke school meer dan 6 km bedraagt. 3In afwijking van het eerste lid verstrekt het college de ouders bekostiging op basis van de kosten van het vervoer per fiets, indien de leerling naar het oordeel van burgemeester en wethouders, al dan niet onder begeleiding, gebruik kan maken van het vervoer per fiets. De hoogte van de kosten van het vervoer per fiets zal het bedrag aan openbaar vervoer niet te boven gaan. Artikel12bekostiging van de kosten van vervoer ten behoeve van een begeleider 1Indien aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 11, bekostigt het college tevens de daarin bedoelde kosten ten behoeve van een begeleider, indien de leerling jonger dan negen jaar is, en door de ouders ten behoeve van het college genoegzaam wordt aangetoond dat de leerling niet in staat is zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik te maken. 2Indien een begeleider meer dan één leerling tegelijk begeleidt, komen slechts de kosten van het vervoer ten behoeve van één begeleider voor bekostiging in aanmerking. Artikel13bekostiging op basis van de kosten van aangepast vervoer Het college verstrekt bekostiging op basis van de kosten van aangepast vervoer aan de ouders van de leerling die een school voor basisonderwijs bezoekt, indien voldaan wordt aan het afstandscriterium van artikel 11 eerste lid, en a. de leerling met gebruikmaking van het openbaar vervoer naar school of terug, meer dan anderhalf uur onderweg is en de reistijd met aangepast vervoer tot 50% of minder van de reistijd per openbaar vervoer kan worden teruggebracht, of;b. het openbaar vervoer ontbreekt, tenzij de leerling naar het oordeel van het college al dan niet onder begeleiding gebruik kan maken van het vervoer per fiets. Artikel13abekostiging op basis van de kosten van aangepast vervoer voor leerlingen naar speciaal basisonderwijs Het college verstrekt bekostiging op basis van de kosten van aangepast vervoer aan de ouders van de leerling die een school voor speciaal basisonderwijs bezoekt, indien voldaan wordt aan het afstandscriterium van artikel 11 eerste lid. Artikel14bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer 1Indien aanspraak bestaat op bekostiging van de vervoerskosten kan het college de ouders op verzoek toestaan één of meer leerlingen zelf te vervoeren of te laten vervoeren. 2Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend bekostigt het college aan de ouders die één leerling zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren:a. een bedrag op basis van de kosten van het openbaar vervoer indien aanspraak zou bestaan op bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer, behoudens het bepaalde in het vijfde lid;b. een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto, afgeleid van de Reisregeling Binnenland, indien aanspraak zou bestaan op bekostiging van de kosten van aangepast vervoer, behoudens het bepaalde in het vierde lid. 3Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend bekostigt het college aan de ouders die meer dan één leerling tegelijk zelf vervoeren dan wel laten vervoeren een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto afgeleid van de Reisregeling Binnenland, behoudens het bepaalde in het vierde lid. 4Aan de ouders die één of meer leerlingen laten vervoeren door andere ouders die van ge¬meentewege voor het vervoer van één of meer leerlingen bekostiging ontvangen afgeleid van de Reisregeling Binnenland, wordt door het college geen bekostiging verstrekt. 5Indien aanspraak bestaat op bekostiging van de vervoerskosten en het college desgewenst toestaat, dan wel van oordeel is, dat de leerling gebruik kan maken van het vervoer per fiets, bekostigt het college aan de ouders een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de fiets, afgeleid van de Reisregeling Binnenland. Titeldeel3Bepalingen omtrent het vervoer van de leerlingen van scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs. Artikel15bekostiging van de kosten van openbaar vervoer en vervoer per fiets 1Het college verstrekt aan de ouders van de leerling die een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs bezoekt, bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer indien de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school meer dan zes kilometer bedraagt: 2In afwijking van het eerste lid verstrekt het college de ouders bekostiging op basis van de kosten van het vervoer per fiets dan wel bromfiets, indien de leerling naar het oordeel van het college, al dan niet onder begeleiding, gebruik kan maken van het vervoer per fiets dan wel zelfstandig gebruik kan maken van het vervoer per bromfiets. Artikel16commissie voor de begeleiding Indien het college de gevraagde voorziening ten behoeve van een leerling op een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs niet of slechts gedeeltelijk toekent, dient het bij de beschikking het advies van de commissie voor de begeleiding of het advies van andere deskundigen te betrekken. Artikel17bekostiging van de kosten van openbaar vervoer ten behoeve van een begeleider 1Indien aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 15, bekostigt het college tevens de daarin bedoelde kosten van het openbaar vervoer ten behoeve van een begeleider, indien door de ouders ten behoeve van het college genoegzaam wordt aangetoond dat de leerling, gelet op zijn verstandelijke, zintuiglijke of lichamelijke handicap of leeftijd, niet in staat is zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik te maken. 2Indien het college de in het vorige lid bedoelde aanvraag niet of slechts gedeeltelijk toekent, dient het bij de beschikking het advies van de commissie voor de begeleiding of het advies van andere deskundigen te betrekken. 3Indien een begeleider meer dan één leerling tegelijk begeleidt, komen slechts de kosten van het openbaar vervoer ten behoeve van één begeleider voor bekostiging in aanmerking. Artikel18bekostiging op basis van de kosten van aangepast vervoer 1Het college verstrekt bekostiging op basis van de kosten van aangepast vervoer aan de ouders van de leerling die een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs, bezoekt, indien voldaan wordt aan het afstandscriterium van artikel 15, en:a. de leerling, naar het oordeel van het college, gelet op zijn verstandelijke, zintuiglijke of lichamelijke handicap niet in staat is ook niet onder begeleiding van het openbaar vervoer gebruik te maken; ofb. de leerling met gebruikmaking van het openbaar vervoer naar school of terug, meer dan anderhalf uur onderweg is en de reistijd met aangepast vervoer tot 50% of minder van de reistijd per openbaar vervoer kan worden teruggebracht; ofc. het openbaar vervoer ontbreekt, tenzij de leerling naar het oordeel van het college al dan niet onder begeleiding gebruik kan maken van het vervoer per fiets of bromfiets. 2Indien het college de in het vorige lid bedoelde aanvraag niet of slechts gedeeltelijk toekent, dient het bij de beschikking het advies van de commissie voor de begeleiding of het advies van andere deskundigen te betrekken. Artikel19bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer 1Indien aanspraak bestaat op bekostiging van de vervoerskosten kan het college de ouders op aanvraag toestaan één of meer leerlingen zelf te vervoeren of te laten vervoeren. 2Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend bekostigt het college aan de ouders die één leerling zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren:a. een bedrag op basis van de kosten van het openbaar vervoer, indien aanspraak zou bestaan op bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer, behoudens het bepaalde in het vijfde lid;b. een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto, afgeleid van de Reis¬regeling Binnenland, indien aanspraak zou bestaan op bekostiging van de kosten van aangepast vervoer, behoudens het bepaalde in het vierde lid. 3Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend bekostigt het college aan de ouders die meer dan één leerling tegelijk zelf vervoeren dan wel laten vervoeren een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto afgeleid van de Reisregeling Binnenland, behoudens het bepaalde in het vierde lid. 4Aan de ouders die één of meer leerlingen laten vervoeren door andere ouders die van ge¬meentewege voor het vervoer van één of meer leerlingen bekostiging ontvangen afgeleid van de Reisregeling Binnenland, wordt door het college geen bekostiging verstrekt. 5Indien aanspraak bestaat op bekostiging van de vervoerskosten en het college desgewenst toestaat, dan wel van oordeel is, dat de leerling gebruik kan maken van het vervoer per fiets of bromfiets, bekostigt het college aan de ouders een bedrag op basis van een kilometerver¬goeding voor de fiets dan wel bromfiets, afgeleid van de Reisregeling Binnenland. Artikel20bekostiging vervoerskosten 1Het college verstrekt eveneens bekostiging op basis van de kosten van aangepast vervoer aan de ouders van de leerling die een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs bezoekt, in het geval de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school minder bedraagt dan is bepaald in artikel 15, indien het college van oordeel is dat de lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke handicap van de leerling dat vereist. 2Indien het college de in het vorige lid bedoelde aanvraag niet of slechts gedeeltelijk toekent, dient het bij de beschikking het advies van de commissie voor de begeleiding of het advies van andere deskundigen te betrekken. Titeldeel4Bepalingen omtrent weekeinde en vakantievervoer Artikel21bekostiging van de kosten van het weekeinde en vakantievervoer aan de in de gemeente wonende ouders Het college bekostigt desgewenst de kosten van het weekeinde en vakantievervoer aan de in de gemeente wonende ouders van de leerling die, met het oog op het volgen van voor hem passend (voortgezet) speciaal onderwijs, in een internaat of pleeggezin verblijft, volgens het bepaalde in deze titel. Artikel22bekostiging kosten weekeinde en vakantievervoer 1Het college verstrekt aan de ouders bekostiging van de kosten van het weekeindvervoer van de leerling voor de, eenmaal per weekeinde gemaakte reis van het internaat of het pleeggezin waar de leerling verblijft, naar de woning van de ouders en terug, voorzover de weekeinden niet vallen binnen de in het tweede lid, bedoelde schoolvakanties. 2Het college bekostigt de kosten van het vakantievervoer van de leerling voor de, eenmaal per schoolvakantie van twee dagen of meer, gemaakte reis van het internaat of het pleegge¬zin waar de leerling verblijft, naar de woning van de ouders en terug, voor zover de vakantie voorkomt in het schoolplan van de school die de leerling bezoekt. 3Titel 3 van deze verordening is van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van artikel 16, artikel 17, tweede lid, artikel 18, eerste lid onder b, artikel 18, tweede lid, en artikel 20. Titeldeel5Eigen bijdrage en bekostiging naar financiële draagkracht Artikel23drempelbedrag 1Aan de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs bezoekt, van wie het inkomen samen meer bedraagt dan i 22.450,00 wordt slechts bekostiging verstrekt voorzover de kosten van het vervoer van die leerling de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 11 bepaalde afstand te boven gaan. 2In geval het college in plaats van bekostiging in geld toe te kennen het vervoer zelf verzorgt dan wel doet verzorgen, betalen de ouders van een leerling die een school voor basisonder¬wijs of een speciale school voor basisonderwijs bezoekt, per leerling per schooljaar een eigen bijdrage die gelijk is aan de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 11 bepaalde afstand, indien het inkomen van de ouders meer bedraagt dan € 22.450,00. 3De kosten voor openbaar vervoer, genoemd in het eerste en tweede lid, betreffen de kosten van openbaar vervoer die op grond van de zone-indeling in de regeling die is gebaseerd op artikel 30, eerste lid, van de Wet personenvervoer 2000, voor de afstand redelijkerwijs zouden worden gemaakt, ongeacht de aanwezigheid van openbaar vervoer of het daadwer¬kelijk gebruik ervan. 4Het drempelbedrag kan voor maximaal drie kinderen uit een (samengesteld) gezin in reke¬ning worden gebracht. Voor het vierde en volgende kind(eren) wordt (worden) geen drempel bedrag(en) in rekening gebracht 5Deze bepaling is niet van toepassing op de leerling voor wie ingevolge titel 6 een vervoers¬voorziening is verstrekt Artikel24financiële draagkracht 1Indien de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor basison¬derwijs meer dan 20 kilometer bedraagt, wordt de vastgestelde bekostiging verminderd met een van de financiële draagkracht van de ouders afhankelijk bedrag. 2Ingeval het college in plaats van bekostiging in geld toe te kennen het vervoer zelf verzorgt dan wel doet verzorgen, en de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor basisonderwijs meer dan 20 kilometer bedraagt, betalen de ouders een van de financiële draagkracht afhankelijke bijdrage tot ten hoogste het bedrag van de kosten van het vervoer. 3De hoogte van het bedrag als bedoeld in het eerste lid en de bijdrage als bedoeld in het tweede lid zijn afhankelijk van de hoogte van het gecorrigeerd verzamelinkomen van de ouders in de zin van de Wet op de inkomstenbelasting 2001 en bedragen:Inkomen in euro’s eigen bijdrage in euro’s0 – 28.500 nihil28.500 – 34.000 10534.000 – 39.500 44039.500 – 44.500 82544.500 – 51.500 1.19551.500 – 56.500 1.58556.500 en verder voor elke extra € 4.500,-: € 385,- erbij 4De inkomensbedragen, genoemd in het derde lid, worden met ingang van 1 januari 2004 jaarlijks geïndexeerd aan de hand van het indexcijfer van de CAO-lonen en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 450,00 5De bedragen van de eigen bijdrage, bedoeld in het derde lid, worden met ingang van 1 januari 1998 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het consumentenprijsindexcijfer van de reeks alle huishoudens op het onderdeel vervoersdiensten heeft ondergaan ten opzichte van 1 januari van het voorafgaande jaar, en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 5,00. Titeldeel6Bepalingen omtrent het vervoer van gehandicapte leerlingen van scholen voor primair onderwijs en voortgezet onderwijs Artikel25bekostiging op basis van de kosten van openbaar vervoer met begeleiding 1Het college verstrekt bekostiging op basis van de kosten van openbaar vervoer met begeleiding aan de ouders van de leerling die een basisschool, speciale school voor basisonderwijs of een school voor voortgezet onderwijs bezoekt en vanwege een lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap niet zelfstandig van het openbaar vervoer gebruik kan maken. Ten aanzien van een leerling van een speciale school voor basisonderwijs neemt het college artikel 9 in acht. 2Indien het college de in het vorige lid bedoelde aanvraag niet of slechts gedeeltelijk toekent, dient het bij de beschikking het advies van de permanente commissie leerlingenzorg, de ambulante begeleider of het advies van andere deskundigen te betrekken. 3Indien een begeleider meer dan één leerling tegelijk begeleidt, komen slecht de kosten van het openbaar vervoer ten behoeve van één begeleider voor bekostiging in aanmerking. Artikel26bekostiging op basis van kosten van aangepast vervoer 1Het college verstrekt bekostiging op basis van de kosten van aangepast vervoer aan de ouders van de leerling die een basisschool, speciale school voor basisonderwijs of een school voor voortgezet onderwijs bezoekt, indiena. de leerling, naar het oordeel van het college, gelet op zijn lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap niet in staat is ook niet onder begeleiding van openbaar vervoer gebruik te maken. Ten aanzien van een leerling van een speciale school voor basisonderwijs neemt het college artikel 9 in acht. Of;b. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 25 en de leerling met gebruikmaking van openbaar vervoer naar school en terug, meer dan anderhalf uur onderweg is en de reistijd met aangepast vervoer tot 50% of minder van de reistijd per openbaar vervoer kan worden teruggebracht, of:c. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 25 en openbaar vervoer ontbreekt, tenzij de leerlinge naar het oordeel van het college al dan niet onder begeleiding gebruik kan maken van het vervoer per fiets, dan we zelfstandig gebruik kan maken van het vervoer per bromfiets. 2Indien het college de in het vorige lid bedoelde aanvraag niet of slechts gedeeltelijk toekent, dient het bij de beschikking het advies van de permanente commissie leerlingenzorg, de ambulante begeleider of het advies van andere deskundigen te betrekken. Artikel27bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer 1Indien aanspraak bestaat op bekostiging van de vervoerskosten, kan het college de ouders op aanvraag toestaan één of meer leerlingen zelf te vervoeren of te laten vervoeren. 2Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend, bekostigt het college aan de ouders die één leerling zelf vervoeren of laten vervoeren:a. een bedrag op basis van de kosten van het openbaar vervoer indien aanspraak zou bestaan op bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer, behoudens het bepaalde in het vijfde lid;b. een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto, afgeleid van de Reisregeling binnenland, indien aanspraak zou bestaan op bekostiging van de kosten van aangepast vervoer, behoudens het bepaalde in het vierde lid. 3Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend, verstrekt het college aan de ouders die meer dan één leerling tegelijk zelf vervoeren of laten vervoeren, bekostiging van een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto, afgeleid van de Reisregeling binnenland, behoudens het bepaalde in het vierde lid. 4Aan ouders die een of meer leerlingen laten vervoeren door ander ouders die van gemeentewege voor het vervoer van een of meer leerlingen bekostiging ontvangen afgeleid van de Reisregeling binnenland, wordt door het college geen bekostiging verstrekt. 5Indien aanspraak bestaat op bekostiging van de vervoerskosten en het college desgewenst toestaat dan wel van oordeel is dat de leerling gebruik kan maken van het vervoer per fiets of bromfiets, verstrekt het college aan de ouders bekostiging van een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de fiets of bromfiets, afgeleid van de Reisregeling binnenland. Titeldeel7Slotbepalingen Artikel28beslissing college in gevallen waarin de regeling niet voorziet In gevallen, de uitvoering van het leerlingenvervoer betreffende, waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college. Artikel29afwijken van bepalingen/hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de ouders afwijken van de bepalingen in deze verordening, zo nodig na advies te hebben gevraagd aan de permanente commissie leerlingenzorg, de commissie voor de begeleiding, de regionale verwijzingscommissie of andere deskundigen. Artikel30overgangsregeling 1Voor leerlingen als bedoeld in Titel 6 voor wie in het schooljaar 2001/2002 krachtens de Wet Rea een vervoersvoorziening werd verstrekt, niet zijnde een voorziening in de vorm van een bruikleenauto of een voorziening deel uitmaken van of samenhangend met een leefvervoersvoorziening, blijft, indien de ouders dat wensen, zo nodig in afwijking van artikel 3 aanspraak bestaan op een gelijkwaardige voorziening van en naar de school die de leerling in het schooljaar 2001/2002 bezocht. 2Voor de leerling van leerwegondersteunend onderwijs of praktijkonderwijs die in het schooljaar 2001/2002 een vervoersvoorziening kreeg naar een school voor speciaal voorgezet onderwijs, leerwegondersteunend onderwijs, praktijkonderwijs of een opdc, blijft aanspraak bestaan op een vervoersvoorziening van en naar de school of opdc die de leerling in het schooljaar 2001/2002 bezocht. Indien de afstand van de woning naar de school meer dan 6 kilometer bedraagt. 3De bepalingen in Titel 7 zijn voor de eerste maal van toepassing in het schooljaar 2002/2003 en daarop betrekking hebbende geschillen, blijven de regelingen die voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze verordening luiden van toepassing. Titel 5 is van overeenkomstige toepassing. Artikel31citeertitel en inwerkingtreding 1Deze verordening kan worden aangehaald als: ‘Verordening leerlingenvervoer’ 2Deze verordening treedt in werking de eerste dag na publicatie van deze verordening. 3Met ingang van de onder lid 2 genoemde datum wordt de Verordening leerlingenvervoer 2004 d.d. 26 mei 2004 ingetrokken. Aldus besloten door de raad van de gemeente Castricum in zijn openbare vergadering van 21 juni 2007 de voorzitter, de griffier,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.