Nota Legger waterschap Aa en MaasVoorwoord & leeswijzer Voor u ligt de legger oppervlaktewaterlichamen en waterkeringen met bijbehorende toelichting en de set leggerkaarten met bijbehorend tabellen die gezamenlijk de 'legger waterschap Aa en Maas' vormen zoals vastgesteld door het dagelijks bestuur op 9 mei 2023. Deze legger vervangt de legger oppervlaktewater 2015 en de legger waterkeringen 2018. De legger waterschap Aa en Maas is ook te raadplegen op de website van het waterschap, http://www.aaenmaas.nl/legger 's-Hertogenbosch, mei 2023 Inhoudsopgave 1. LEGGERBEPALINGEN 3 2. TOELICHTING LEGGERBEPALINGEN EN –GEGEVENS 8 2.1 Algemene toelichting 8 2.1.1 Grondslag 8 2.1.2 Doel 8 2.1.3 De legger is een weergave van een bepaald moment 9 2.1.4 Actualisatie 9 2.2 Artikelsgewijze toelichting 9 2.2.1 Toelichting artikel 1 (begripsomschrijvingen) 9 2.2.1.1 Toelichting artikel 1 lid p kunstwerken 10 2.2.2 Toelichting artikel 2 (categorieën oppervlaktewaterlichamen) 10 2.2.3 Toelichting artikel 3 (werkingsgebied) 12 2.2.4 Toelichting artikel 4 (onderhoudsplichtigen) 16 2.2.4.1 Toekenning onderhoudsverplichting 17 2.2.4.2 Bergingsgebieden 18 2.2.5 Toelichting artikel 5 (inwerkingtreding en citeertitel) 18 2.3 Toelichting leggergegevens 18 2.3.1 In de legger opgenomen gegevens 19 2.3.2 Ligging 19 2.3.3 Vorm, afmeting en constructie 19 2.3.3.1 A-waterlopen 19 2.3.3.2 Vrij meanderende waterlopen 20 2.4 Theoretische situatie versus praktijk 20 2.4.1 Aanleiding 20 2.4.2 Theoretische situatie en de praktijk 21 2.4.3 Het periodieke onderhoud 21 3 LEGGERKAARTEN EN TABELLEN 23 1.Leggerbepalingen Artikel1Begripsomschrijvingen In deze legger wordt verstaan onder: A-waterlopen: oppervlaktewaterlichamen met een maatgevende aan- en/of afvoer van meer dan 30 liter per seconde; aangelande: de eigenaar, de beperkt gerechtigde en gebruiker van een aan een oppervlaktewaterlichaam grenzend perceel; aslijn: het midden van de waterloop zoals geprojecteerd op de leggerkaart; B-waterlopen: oppervlaktewaterlichamen met een maatgevende afvoer van minder dan 30 liter per seconde, met uitzondering van de C-WATERLOPEN; beheerregister: een intern document, waarin de meest actuele situatie van de waterlopen en ondersteunende kunstwerken is vastgelegd; bergingsgebied: een krachtens de Wet ruimtelijke ordening voor waterstaatkundige doeleinden bestemd gebied, niet zijnde een OPPERVLAKTEWATERLICHAAM of onderdeel daarvan, dat dient ter verruiming van de bergingscapaciteit van een of meer watersystemen en dat ook als bergingsgebied op deze legger is opgenomen; beschermingszone: aan een WATERSTAATSWERK grenzende zone die als zodanig in deze legger is opgenomen; beschermingszone “beperkt”: aan een WATERSTAATSWERK of BESCHERMINGSZONE grenzende zone die als zodanig in deze legger is opgenomen; beschermingszone A: aan een WATERKERING grenzende beschermingszone die als zodanig in deze legger is opgenomen; beschermingszone B: aan een BESCHERMINGSZONE A grenzende beschermingszone die als zodanig in deze legger is opgenomen; bodembreedte: de breedte van de waterloop onderin de waterloop; bijzonder waterkerende constructie/wandconstructie: constructie om, in combinatie met een grondlichaam (dijk) of in plaats van een grondlichaam, water te keren; buitengewoon onderhoud: buitengewoon onderhoud zoals omschreven in de onderhoudslegger; compartimenteringskering: een regionale waterkering die als zodanig geen direct waterkerende functie heeft, tenzij in geval van doorbraak of overstroming van de primaire waterkering; coupure: een onderbreking in een waterkering voor de doorvoer van een weg of spoorweg, die bij extreme waterstanden afsluitbaar is; groot onderhoud: instandhouding van het OPPERVLAKTEWATERLICHAAM, voor A-WATERLOPEN overeenkomstig ligging, vorm, afmeting en constructie; voor B en C-WATERLOPEN instandhouding conform de bestaande situatie; C-waterlopen: oppervlaktewaterlichamen met een maatgevende afvoer van minder dan 10 liter per seconde; doorstroom- of natte profiel: het onder de WATERLIJN gelegen oppervlakte van de dwarsdoorsnede van een OPPERVLAKTEWATERLICHAAM c.q. (ONDERSTEUNEND) KUNSTWERK; droge profiel: het boven de WATERLIJN gelegen deel van het TALUD tot aan de INSTEEK; gewoon onderhoud: het verwijderen van voor het functioneren van het WATERSTAATSWERK schadelijke begroeiing en afval, het herstellen van beschadigingen aan oevers en het onderhouden van begroeiingen dienstig aan de waterhuishoudkundige functies ervan; insteek: de lijn van een OPPERVLAKTEWATERLICHAAM waar TALUD en MAAIVELD elkaar snijden dan wel het als zodanig in de legger aangegeven snijpunt, die de begrenzing van het OPPERVLAKTEWATERLICHAAM vormt; ingreepmaat: de op de leggerkaart vermelde INGREEPMAAT is een maatvoering van de hoeveelheid aanwezige slib in en waterloop, waarna het waterschap tot onderhoud van deze waterloop over zal gaan. Hoger dan de ingreepmaat mag de waterbodem niet komen; kunstwerk: werken die van belang zijn voor de taakuitoefening van het waterschap, voor de waterkering of voor het functioneren van de waterhuishouding; Keur: Keur waterschap Aa en Maas; kruin: de als zodanig in de legger aangegeven lijn van de bovenrand van een waterkering; legger: openbaar register van de beheerder, als bedoeld in artikel 5.1 van de Waterwet en/of artikel 78, lid 2 van de Waterschapswet, inclusief leggerkaart, waarin ONDERHOUDSPLICHT en de vereiste (onderhouds)toestand van wateren en andere WATERSTAATSWERKEN en voorzieningen staan aangegeven, alsmede de BESCHERMINGSZONES; leggerkaart: kaart behorend bij de legger zoals opgenomen in hoofdstuk 3; leggervakken: alle OPPERVLAKTEWATERLICHAMEN zijn in de LEGGER opgedeeld in leggervakken. maaiveld: bovenkant of oppervlak van het natuurlijk of aangelegd terrein; maatgevende aanvoer of afvoer: aanvoer of afvoer die gemiddeld eenmaal per jaar voorkomt in een oppervlaktewaterlichaam (vastgesteld op basis van berekening danwel meting); maatgevend hoogwater: de bij de vastgestelde norm horende maatgevende waterstand van het buitenwater of regionale water; middenkruinlijn (MIK): de lijn in het midden van de kruin van de waterkerin minimaal theoretisch benodigde profiel: (functioneel profiel) de minimaal noodzakelijke afmetingen om aan de waterstaatkundige functies te kunnen voldoen (zowel waterkwantiteit als (ecologische) waterkwaliteit); natte profiel: het onder de WATERLIJN gelegen deel van een OPPERVLAKTEWATERLICHAAM; norm: in de wet of verordening vastgelegde norm waaraan de WATERKERING moet voldoen; omgevingsverordening: (interim) Omgevingsverordening provincie Noord-Brabant; onderhoudsplicht: de verantwoordelijkheid voor onderhoud van bij het waterschap in beheer zijnde WATERSTAATSWERKEN, zoals in de LEGGER of in voorschriften bij vergunningen is vastgelegd; onderhoudsplichtigen: natuurlijke personen of rechtspersonen die verantwoordelijk zijn voor het onderhoud van wateren, oevers, (kunst)werken en/of BERGINGSGEBIEDEN; ondersteunend kunstwerk: alle kunstwerken die ten dienste staan van het WATERSYSTEEMbeheer; oppervlaktewaterlichaam: samenhangend geheel van vrij aan het aardoppervlak voorkomend water, met de daarin aanwezige stoffen, alsmede de bijbehorende bodem, oevers en, voor zover uitdrukkelijk aangewezen krachtens de wet, drogere oevergebieden, alsmede flora en fauna; overige waterkering: waterkering die niet als primair of regionaal wordt aangemerkt; peilregulerend kunstwerk: ONDERSTEUNEND KUNSTWERK voor het reguleren van het waterpeil, bijvoorbeeld een stuw; primaire waterkering: Waterkering zoals aangegeven in bijlage I en Ia van de Wet; profiel van vrije ruimte: de ruimte aan weerszijden van, boven en onder een WATERSTAATWERK of een toekomstig WATERSTAATSWERK die naar het oordeel van de beheerder nodig is voor toekomstige verbeteringen; regionale waterkering: Waterkering zoals aangegeven in de Verordening; (spoor)wegbeheerder: de organisatie of het openbaar lichaam verantwoordelijk voor het onderhoud van de weg of de spoorweg, gelegen langs een WATERSTAATSWERK. steunberm: lokale verhoging aan de binnen- of buitenzijde van een waterkering ten behoeve van de stabiliteit van die waterkering; talud: hellend oppervlak van OPPERVLAKTEWATERLICHAMEN OF WATERKERINGEN; taludhelling: de verhouding hoogte : aanleg (ofwel de tangens) van het TALUD waarbij voor de hoogte meestal 1 wordt aangehouden; teen: de als zodanig in de legger aangegeven lijn van de onderrand van een waterkering; waterlijn: het grensvlak tussen water en lucht gebaseerd op het winterpeil, of in geval van flexibel peilbeheer, het laagst toegestane peil, zoals vastgesteld in het vigerend peilbesluit; waterkering: kunstmatige hoogte, natuurlijke hoogte of gedeelte daarvan, of hoge gronden met ondersteunende kunstwerken, die een waterkerende of mede een waterkerende functie hebben en als dusdanig geregistreerd zijn in de legger; waterstaatswerk: OPPERVLAKTEWATERLICHAAM, BERGINGSGEBIED, WATERKERING of ONDERSTEUNEND KUNSTWERK; watersysteem: samenhangend geheel van een of meer OPPERVLAKTEWATERLICHAMEN met bijbehorende BERGINGSGEBIEDen, WATERKERINGen en ONDERSTEUNENDE KUNSTWERKen en grondwaterlichamen; wet: Waterwet. Artikel2:Categorieën waterstaatswerken 1. Waterkeringen Op de leggerkaarten zijn de volgende categorieën waterkeringen opgenomen: Primaire waterkering, zoals vastgesteld in de wet; Regionale waterkering, zoals vastgesteld in de (interim-)omgevingsverordening; Compartimenteringskering, zoals vastgesteld in de (interim-)omgevingsverordening; Overige keringen, zoals vastgesteld door het waterschap in deze legger. 2. Oppervlaktewaterlichamen Op de leggerkaarten staan verschillende categorieën oppervlaktewaterlichamen die dienen voor de afvoer, aanvoer en/of berging van water. Oppervlaktewaterlichamen worden in 3 categorieën onderscheiden: A-waterlopen: oppervlaktewaterlichamen met een maatgevende aan- en/of afvoer van meer dan 30 liter per seconde. Vrij meanderende waterlopen: oppervlaktewaterlichamen met een maatgevende aan- en/of afvoer van meer dan 30 liter per seconde, die binnen een bandbreedte zichzelf vormt. B-waterlopen: oppervlaktewaterlichamen met een maatgevende afvoer van minder dan 30 liter per seconde, met uitzondering van de C-waterlopen. Deze waterlopen zijn opgenomen als lijnelement. C-waterlopen: oppervlaktewaterlichamen met een maatgevende afvoer van minder dan 10 liter per seconde. Deze waterlopen zijn niet opgenomen op de leggerkaart. Artikel3:Werkingsgebied Op de leggerkaart zijn de volgende werkingsgebieden / zoneringen vastgelegd: waterstaatswerk: - het oppervlaktewaterlichaam of het bergingsgebied, gemeten van boveninsteek tot boveninsteek; - de waterkering, gemeten van binnenteen tot buitenteen; beschermingszone: aan een waterstaatswerk grenzende zone, beginnend aan weerszijden van de boveninsteek van een waterstaatswerk; beschermingszone “beperkt”: aan een waterstaatswerk grenzende zone, beginnend aan de boveninsteek van een waterstaatswerk of aan een beschermingszone; beschermingszone A: de zone aan weerszijden van een waterkering, beginnend aan de teenlijn van de waterkering; beschermingszone B: de zone aan weerszijden van beschermingszone A profiel van vrije ruimte: een zone ter weerszijden van en/of boven een waterstaatwerk of een toekomstig waterstaatswerk die nodig is voor toekomstige verbeteringen (voor oppervlaktewaterlichamen beginnend aan de boveninsteek van een waterstaatswerk). bergingsgebied: op de legger als vlak opgenomen. Artikel4:Onderhoudsplichtigen 1. Primaire waterkeringen Het gewoon onderhoud geschiedt door de eigenaar; Het buitengewoon onderhoud geschiedt door het waterschap, tenzij bij vergunning anders is bepaald; 2. Regionale keringen Het gewoon onderhoud geschiedt door de eigenaar; Het buitengewoon onderhoud geschiedt door het waterschap 3. Compartimenteringskeringen Het gewoon en buitengewoon onderhoud geschiedt door de eigenaar. 4. Overige keringen Het gewoon onderhoud van de overige kering berust bij de eigenaar, tenzij in deze legger anders is bepaald. Het groot onderhoud berust bij het waterschap, tenzij bij vergunning anders is bepaald. Met onderhoud bij overige keringen wordt bedoelt: in stand houden van het grondlichaam, bestrijden van schadelijk wild en het herstellen van geringe beschadigingen. Het onderhoud van ondersteunende kunstwerken voor een overige kering rust op de onderhoudsplichtige van de overige kering, tenzij in de legger anders is bepaald. 5. A-waterlopen Het gewoon en groot onderhoud aan het natte- en droge profiel geschiedt door het waterschap. De aangelande is verantwoordelijk voor de instandhouding van het perceel naast de waterloop. Indien een oever afkalft binnen de bandbreedte (figuur 4), dan is het aan de aangelande om herstel of beschermende maatregelen te treffen. Hiervoor dient de aangelande een vergunning aan te vragen. Bij uitvoer van regulier groot onderhoud zal het waterschap de oever op de oorspronkelijke ontwerpafmeting brengen, tenzij het een meanderende beek betreft. Het uitvoeren van gewoon en groot onderhoud van A waterlopen gebeurt in de regel machinaal en vanaf het naast de A-waterloop gelegen perceel. Om dit onderhoud doelmatig en op een veilige wijze te kunnen uitvoeren is een goede bereikbaarheid een vereiste. Naast de instandhouding van de oever is het van belang dat de in de legger aangewezen beschermingszone in goede staat van onderhoud verkeerd. De aanwezige begroeiing mag het uitvoeren van het onderhoud via de beschermingszone niet belemmeren of hinderen. Het onderhoud van de beschermingszone berust bij de eigenaar van het naast de waterloop gelegen perceel. In afwijking van het bepaalde onder sub b geldt bij vrij meanderende beken geen instandhoudingsplicht. 6. B-waterlopen Het gewoon en groot onderhoud aan het natte en droge profiel van B-waterlopen geschiedt door de aangelanden, tenzij anders is bepaald. 7. C-waterlopen Het gewoon en groot onderhoud aan het natte en droge profiel van C-waterlopen geschiedt door de aangelande. 8. Ondersteunende kunstwerken en beschoeiingen Het gewoon of buitengewoon onderhoud van ondersteunende kunstwerken in een waterkering (waterkerende kunstwerken) geschiedt door de onderhoudsplichtige van de waterkering waarin het kunstwerk zich bevindt; Het onderhoud van in of over A-waterlopen gelegen kunstwerken geschiedt inzake het voor de goede doorstroming schoonhouden van het natte profiel door het waterschap, tenzij het onderhoud berust bij een ander openbaar lichaam, de (spoor)wegbeheerder, de aangeland of vergunninghouder. Het groot onderhoud van in A-waterlopen gelegen kunstwerken geschiedt door de vergunninghouder. Bij duikers en bruggen is de aanliggend eigenaar of degene die belang heeft bij de constructie verantwoordelijk voor het groot onderhoud. Bijvoorbeeld bij een duiker met een dam (inrit perceel) of bij een brug degene die belang heeft dat deze de waterloop kan passeren. Verdere uitzonderingen hierop zijn: Gevallen waarin het groot onderhoud van het aansluitende oppervlaktewater door een ander dan het waterschap plaatsvindt. In dat geval geschiedt het onderhoud van het kunstwerk door de onderhoudsplichtige van het oppervlaktewater, zoals aangegeven op de leggerkaart. Bij kunstwerken die liggen op de overgang van oppervlaktewateren met verschillende categorieën, geldt dat het kunstwerk wordt geacht deel uit te maken van de waterloop van de lagere categorie. De hoogste categorie is een A, vervolgens een B en tot slot een C-waterloop. Het gewoon en groot onderhoud van kunstwerken in B-waterlopen geschiedt door de aangeland. Het gewoon en groot onderhoud van kunstwerken in C-waterlopen geschiedt door de aangeland. De belanghebbende is verantwoordelijk voor het gewoon en groot onderhoud aan beschoeiingen. 9. Bergingsgebieden Het gewoon onderhoud van de bergingsgebieden berust bij de eigenaar. Artikel5:Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze legger treedt in werking na bekendmaking. 2. Deze legger wordt aangeduid als “Legger waterschap Aa en Maas 2022”. 2.Toelichting leggerbepalingen en –gegevens 2.2Algemene toelichting De legger bevat naast de officiële leggerbepalingen en leggerkaarten deze toelichting, waarin de kaders, uitgangspunten en randvoorwaarden waarbinnen de legger is opgesteld weergegeven worden. Dit document biedt de achtergrondinformatie die relevant is voor het hoe en waarom van de legger, in zowel juridisch als technisch opzicht. In de legger geeft het waterschap voor alle waterstaatswerken aan: waar deze geografisch liggen inclusief begrenzing; waar waterkeringen, A-waterlopen en ondersteunende kunstwerken qua vorm, afmeting en constructie minimaal aan moeten voldoen; aan wie de onderhoudsplicht is toegedeeld. 2.1.1Grondslag De Waterwet schrijft in artikel 5.1 voor, dat het waterschap als de beheerder van waterstaatswerken een legger moet vaststellen waarin is omschreven waaraan de waterstaatswerken naar ligging, vorm, afmeting en constructie moeten voldoen. Van de legger moet een overzichtskaart deel uitmaken waarop de ligging van waterstaatswerken en daaraan grenzende beschermingszones staan aangegeven. Bij of krachtens provinciale verordening mogen nadere voorschriften worden gesteld ten aanzien van de inhoud, vorm of periodieke herziening van de legger en kunnen vrijstellingen worden verleend. De provincie Noord-Brabant heeft gebruik gemaakt van deze mogelijkheid in de artikelen 4.14 en 4.15 van de (interim) omgevingsverordening Noord-Brabant. Hierdoor is het voor vrij meanderende waterlopen niet verplicht om afmeting en vorm vast te leggen, zijn C-waterlopen vrijgesteld van de leggerplicht en hoeft voor B-waterlopen slechts de ligging als lijnelement weergegeven te worden. Tevens moeten voor de primaire en regionale waterkeringen lengte- en dwarsprofielen worden opgenomen in de legger. Daarnaast verplicht artikel 78 van de Waterschapswet het waterschap om een legger op te stellen waarin onderhoudsplichtigen of onderhoudsverplichtingen worden aangewezen. Aa en Maas combineert deze Waterwetlegger en Waterschapswetlegger, zo ontstaat er één legger voor alle waterstaatswerken en daaraan gekoppelde onderhoudsplichtigen. 2.1.2Doel In de legger wordt de exacte begrenzing van alle waterstaatswerken en de bijbehorende beschermingszones vastgelegd. Voor waterkeringen en A-waterlopen worden tevens de vorm, afmetingen en constructie vastgelegd waarmee voldaan wordt aan de wettelijke of provinciale normen voor het waterbeheer. Hiermee wordt de rechtszekerheid geborgd die noodzakelijk is voor het vastleggen waar (en wanneer) de regels ten aanzien van waterstaatswerken, zoals gedoogplichten, onderhoudsverplichtingen, projectplanverplichtingen en vergunning- en ontheffingplichten, exact van toepassing zijn. De begrenzing en afmetingen in de legger zijn derhalve bepalend voor de uitoefening van bevoegdheden die het waterschap ten aanzien van de waterstaatswerken heeft. 2.1.3De legger is een weergave van een bepaald moment In de legger zijn de ligging en afmetingen van waterstaatwerken weergegeven op een bepaald moment in de tijd. De ligging is bepaald op basis van ingewonnen gegevens met behulp van landmeetkundige inmeting. Daarmee is de legger een statisch document dat de werkelijkheid weergeeft op het moment dat de brondata zijn gegenereerd. We leven echter in een dynamische omgeving. In werkelijkheid kan de situatie gewijzigd zijn als gevolg van werkzaamheden, gebiedsinrichting, verkoop van grond en dergelijke. Deze wijzigingen worden opgenomen in de brondata die aan de legger ten grondslag liggen, waaronder het beheerregister van het waterschap. Het beheerregister is een intern document, waarin de meest actuele situatie is vastgelegd. Het beheerregister is dan ook een dynamisch systeem waarin de actuele situatie van het watersysteem wordt bijgehouden. In tegenstelling tot de legger is het beheerregister geen juridisch maar een ondersteunend instrument en hoeft derhalve niet ter visie te worden gelegd. De brondata (informatie uit het beheerregister) zijn daarmee dynamisch en zullen bij actualisatie van de legger worden meegenomen. Kadastrale informatie wordt niet beheerd door het waterschap. Voor wijzigingen die rechtmatig tot stand zijn gekomen en die nog niet zijn opgenomen in de legger, maar wel conform de vigerende wet- en regelgeving zijn uitgevoerd is overgangsrecht op grond van de Keur.van toepassing. 2.1.4Actualisatie Het watersysteem is voortdurend aan wijzigingen onderhevig. Dit als gevolg van het realiseren van diverse inrichtingsopgaven die voortvloeien uit maatschappelijke ambities en het herinrichten van het watersysteem als gevolg van functiewijzigingen. Ook inrichtingswensen van derden kunnen leiden tot het aanpassen van het watersysteem. Door een goed beheer van de legger zorgt het waterschap ervoor dat deze wijzigingen tijdig en op de juiste wijze, zowel inhoudelijk als procedureel, in de legger worden doorgevoerd. Hierdoor beschikt het waterschap altijd over een actuele legger. Wensen van derden om het watersysteem aan te passen worden gereguleerd door middel van vergunningverlening. Als een wens kan worden ingewilligd, wordt hiervoor een watervergunning afgegeven. Het voornemen om een vergunning te verlenen wordt bekendgemaakt zodat eventuele belanghebbenden hier bezwaar tegen kunnen maken. Wijzigingen die het waterschap zelf doorvoert in het watersysteem worden voorafgegaan door een projectplan. Belanghebbenden worden betrokken bij het opstellen daarvan. Ook tegen een dergelijk projectplan kunnen zienswijzen ingediend worden. Uitgevoerde wijzigingen, overeenkomstig watervergunning of projectplan, worden ingemeten en opgenomen in de legger. 2.3Artikelsgewijze toelichting 2.3.1Toelichting artikel 1 (begripsomschrijvingen) In artikel 1 zijn de gebruikte definities vermeld. Deze zijn voor het merendeel afkomstig uit het standaard waterwoordenboek aquo (www.aquo.nl). In een aantal gevallen betreft het een bij Aa en Maas zelf gebruikte definitie. Ter verduidelijking is in onderstaande afbeelding een dwarsprofiel van een oppervlaktewaterlichaam weergegeven, waarin de verschillende begrippen worden gevisualiseerd. Eventueel kan de beschermingszone bestaan uit een beschermingszone en een beschermingszone “beperkt”. Figuur 1 Doorsnede oppervlaktewater met enkele veel gehanteerde begrippen Toelichting artikel 1 lid 1.39 ondersteunend kunstwerk In de legger wordt onderscheid gemaakt in acht verschillende typen ondersteunende kunstwerken. Een gemaal is een inrichting om water van een lager naar een hoger niveau te brengen. Het brengt of houdt water in een peilgebied op een bepaald peil. Bepaalde kunstwerken zijn bedoeld om water in een oppervlaktewater tot op een bepaalde hoogte op te stuwen. Ook kunnen ze er voor zorgen dat het waterpeil niet boven een bepaalde hoogte komt. Als deze hoogte regelbaar is, wordt dit kunstwerk in deze legger een stuw genoemd. Is deze hoogte niet regelbaar, is het een overlaat. Een sluis is een kunstwerk in een waterkering tussen twee oppervlaktewateren met een verschillend waterpeil, dat dient om water te keren, maar dat door een beweegbaar mechanisme ook water of schepen kan laten passeren. Een duiker is een kokervormige constructie die ligt in een weg of toegangsdam en is bedoeld om oppervlaktewateren met elkaar te verbinden. Een sifon (ook wel een onderleider genoemd) is een duiker waarmee water van het ene oppervlaktewater (meestal) onder een ander oppervlaktewater door loopt. Een sifon wordt bijvoorbeeld aangelegd om water met verschillende kwaliteiten van elkaar de scheiden of wanneer een gebied met eenzelfde peil wordt doorsneden door een oppervlaktewater met een ander peil. Een afsluiter is een kunstwerk dat bedoeld is om water onder vrij verval in het gebied in te laten. Een inlaat heeft meestal aan één zijde een schuif of klep die kan worden opengezet om water binnen te laten. 2.3.2Toelichting artikel 2 (categorieën waterstaatswerken) Het waterschap maakt onderscheid in vier categorieën waterkeringen en drie categorieën oppervlaktewaterlichamen. Deze zijn in dit artikel benoemd. A. Waterkeringen Primaire waterkeringen Primaire waterkeringen zijn door het Rijk aangewezen in bijlage 1 van de Waterregeling. Ze beschermen het beheergebied van Aa en Maas tegen overstroming vanuit de Maas. Regionale waterkeringen Regionale keringen zijn door de provincie Noord-Brabant aangewezen in de (interim) omgevingsverordening Noord-Brabant. Ze beschermen tegen wateroverlast uit de regionale wateren zoals bijvoorbeeld de Aa. Compartimenteringskeringen Compartimenteringskeringen zijn een speciaal soort regionale keringen, eveneens aangewezen door de provincie Noord-Brabant. Ze zijn bedoeld om in geval van een doorbraak van een primaire kering het water enige tijd te vertragen voordat een gebied onder water kan stromen. Hiermee wordt beoogd dat minder slachtoffers vallen en dat er meer tijd is om een gebied te evacueren. Overige keringen Overige waterkeringen wijst het waterschap zelf aan. Het gaat meestal om kades langs waterbergingsgebieden of andere wateren waarbij het waterpeil hoger kan komen te staan dan het aanliggende land. B. Oppervlaktewateren De maatgevende afvoer is bepalend of een waterloop als A-, B- of C-waterloop dient te worden aangemerkt. De maatgevende afvoer wordt theoretisch bepaald op basis van het oppervlak dat op deze waterloop afwatert, vermenigvuldigd met een afvoercoëfficiënt. De afvoercoëfficiënt is in belangrijke mate afhankelijk van de grondwaterstanden ter plekke. De aldus bepaalde maatgevende afvoer heeft betrekking op het meest benedenstrooms gelegen deel van de waterloop waarvoor deze bepaald is. Dat betekent dat bij een berekende maatgevende afvoer van 30 l/s, het bovenstroomse gedeelte een maatgevende afvoer heeft die lager is. Als gevolg van herinrichting van het gebied of veranderende hydrologische omstandigheden kan een waterloop van status wijzigen. Wijzigen status waterloop De maatgevende afvoer van een waterloop kan als gevolg van ruimtelijke ontwikkelingen of aanpassingen aan het watersysteem wijzigen. Hierdoor kan het nodig zijn om de status van een waterloop aan te passen in de legger. Indien een A-waterloop op basis van de berekende maatgevende afvoer in aanmerking komt om afgewaardeerd te worden, kan het waterschap besluiten dat geen afwaardering plaatsvindt indien: Het waterschap de betreffende waterloop en/of langs de waterloop een werkstrook in eigendom heeft en deze niet in eigendom overgedragen kan worden aan de aanliggende eigenaar/derden. Een riooloverstort of grote hemelwateroverstort op de betreffende waterloop loost Afwaarderen tot gevolg heeft dat een doorgaande onderhoudsroute niet langer gegarandeerd is. De waterloop van betekenis is voor de wateraanvoer Het gebied erg kwetsbaar is voor wateroverlast of watertekort De andere mogelijke wijzigingen van de status van de waterloop (B -> A, B -> C, C -> B) vinden enkel plaats op basis van de berekende maatgevende afvoer, zoals hiervoor beschreven. Ad
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.