← Nederland

Subsidieregeling cultuur Zwolle 2023 (Zwolle)

lege van burgemeester en wethouders van de gemeente Zwolle; overwegende dat een divers en laagdrempelig cultuuraanbod in Zwolle belangrijk is voor al haar inwoners; overwegende dat het belangrijk is d

Artikel 2

.1 Definities b: cultureel kernevenement Culturele kernevenementen zijn bijvoorbeeld eendaagse of meerdaagse culturele festivals. Ze worden gekenmerkt doordat ze bestaan uit meerdere kunstactiviteiten die plaatsvinden in een duidelijk afgebakende periode en in onderlinge samenhang worden gepresenteerd. d: functie In het plafondbesluit zullen burgemeester en wethouders per functie aangeven hoeveel subsidies maximaal worden verleend en wat het beschikbare bedrag per functie is. Artikel 2.4 Subsidievorm Een periodieke subsidie wordt in de ASV gedefinieerd als ‘subsidie die per boekjaar of voor een aantal boekjaren aan een aanvrager wordt verstrekt voor de exploitatiekosten voor activiteiten met een voortdurend karakter’. In de ASV zijn diverse artikelen specifiek van toepassing op periodieke subsidies. Artikel 2.6 Subsidievereisten voor activiteiten van een presenterende organisatieDe Adviescommissie Cultuur adviseert het college van burgemeester en wethouders over de aanvragen van presenterende organisaties binnen deze paragraaf van de regeling. De volgende criteria worden gehanteerd bij de beoordeling van aanvragen: - Voldoende (bijdrage aan vergroting van) artistieke kwaliteit Het project getuigt op alle aspecten van artistieke kwaliteit. Het project toont vakmanschap, zeggingskracht en oorspronkelijkheid. Het stimuleert door zijn uitzonderlijke, voorbeeld stellende karakter naar verwachting andere activiteiten en/of verdieping op het gebied van de kunsten in Zwolle. Eventuele participatieve of educatieve onderdelen van het project komen met vakmanschap tot stand en worden met vakmanschap uitgevoerd. Bij participatieve activiteiten wordt zowel het proces als het verwachte eindresultaat beoordeeld, evenals de mate waarin de doelgroep actief wordt betrokken bij de voorbereiding, productie en/of uitvoering van het project. Bij terugkerende activiteiten, beoordeelt de adviescommissie ook de vernieuwing en ontwikkeling van de activiteit. - Voldoende zakelijke kwaliteit Hierbij wordt gelet op de mate waarin de aanvraag realistisch en haalbaar is, sprake is van een evenwichtige financieringsmix en het gevraagde bedrag in verhouding staat tot het gewenste resultaat. Er is sprake van een visie op het creëren van een zo groot en divers mogelijk publieksbereik via een effectieve marketing- en communicatiestrategie. Daarnaast is sprake van draagvlak voor het project, hetgeen kan blijken uit relevante samenwerkingspartners (binnen en buiten de stad), de te verwachten belangstelling van publiek en de financiële bijdragen van derden. Feitelijk wordt gekeken naar de inspanningen van de aanvrager om het project met zo weinig mogelijke gemeentesubsidie te realiseren zonder in te leveren op de artistieke kwaliteit. - Voldoende bijdrage aan het cultureel imago van Zwolle en versterking van het culturele klimaat Van belang is de betekenis van de activiteiten voor Zwolle, de beoogde positionering in en aanvulling op andere culturele activiteiten en de bijdrage aan de pluriformiteit en kwaliteit van het culturele leven. Er is sprake van (voldoende) presentatiemomenten in de stad en (voldoende) bereik van Zwols publiek. De activiteit en het maakproces zijn ingebed in een Zwolse context en er zijn Zwolse makers/kunstenaars betrokken. Tenslotte kan er inhoudelijk sprake zijn van een Zwols belang vanwege de inhoud van het project (bijvoorbeeld vanwege representativiteit, de gekozen doelgroep of thematiek). De activiteiten stimuleren (structurele) deelname aan cultuuraanbod door inwoners van Zwolle. Specifieke aandacht gaat hierbij uit naar de mate van inclusie, d.w.z. de mate waarin de deelname van uiteenlopende groepen wat betreft leeftijd of levensfase, gender, fysieke of mentale gezondheid, etnische of sociale achtergrond, seksuele geaardheid, financiële situatie of sociale positie wordt bevorderd. Bij participatieve projecten wordt ook gelet op het tot stand brengen van verbindingen tussen gemeentelijke beleidsdomeinen. Artikel 2.7 Subsidievereisten voor activiteiten van een intermediaire organisatie - Voldoende zakelijke kwaliteit Verwezen wordt naar de toelichting bij het voorgaande artikel. - Voldoende bijdrage aan het cultureel imago van Zwolle en versterking van het culturele klimaat In de beoordeling van intermediaire instellingen wordt gelet op de bijdrage die de aanvrager levert aan een gevarieerd ondersteuningsaanbod binnen de culturele infrastructuur van Zwolle. De instelling is goed in staat de culturele en creatieve sector te bedienen, past de dienstverlening aan op de vraag die binnen de culturele en creatieve sector leeft en op relevante ontwikkelingen in de kunstwereld. Deze bijdrage wordt beoordeeld in onderlinge samenhang. Paragraaf 3 Deze paragraaf geeft het kader om de professionele kunst in Zwolle en de organisaties en kunstenaars die daar een rol in spelen met subsidie te ondersteunen. Er kan een projectsubsidie worden verstrekt voor een of meer activiteiten die maximaal anderhalf jaar duren. De subsidie is bedoeld voor de kosten van de kunstactiviteiten en kunstevenementen zelf, inclusief de ontwikkeling, maar niet bedoeld voor de exploitatiekosten van organisaties.

Artikel 3

.1 Definities c: openbaar karakter: Bedrijfsfeesten, branche-activiteiten, belangenbehartiging en binnenschoolse cultuur(educatie) activiteiten worden niet als openbare activiteiten gezien. Artikel 3.4 Subsidievorm Een projectsubsidie wordt in de ASV gedefinieerd als ‘eenmalige subsidie voor een bepaalde periode waarin bepaalde activiteiten worden uitgevoerd’. In de ASV zijn diverse artikelen specifiek van toepassing op projectsubsidies. 3.7 Subsidievereisten De Adviescommissie Cultuur adviseert het college van B en W over de aanvragen binnen deze paragraaf van de regeling. De volgende criteria worden gehanteerd bij de beoordeling van aanvragen: - Artistieke kwaliteit Zie de toelichting bij artikel 2.6, met dien verstande, dat een voorbeeldstellend karakter niet nodig is. - Zakelijke kwaliteit Zie de toelichting bij artikel 2.6. - Bijdrage aan het cultureel imago van Zwolle en versterking van het culturele klimaat Zie de toelichting bij artikel 2.6. Paragraaf 4 Deze paragraaf geeft het kader om de amateurkunst in Zwolle en de organisaties die daarin een rol spelen met subsidie te ondersteunen. Er kan een projectsubsidie worden verstrekt voor een of meer activiteiten die maximaal een jaar duren. De subsidie voor artistieke leiding wordt per kalenderjaar verstrekt.

Artikel 4

.1 Definities a: amateurkunstorganisatie Ook een dansschool valt onder het begrip dansvereniging. Artikel 4.

  1. Subsidiabele activiteiten De kosten voor inhuur van een pianist zijn subsidiabel onder ‘artistieke leiding’. Paragraaf 5 Met de inwerkingtreding van deze subsidieregeling vervallen de hoofdstukken in de Algemene subsidieverordening Zwolle die betrekking hebben op cultuur, te weten: Hoofdstuk
  2. Amateurkunst, Hoofdstuk
  3. Cultuur en kwaliteit, Hoofdstuk
  4. Evenementen, voor zover het cultuur betreft en Hoofdstuk
  5. Zaalhuur Zwolse theaters en Hedon. Bijlage 1.Toetsingskader fases cultuureducatie Fase 1 De onderwijsinstelling volgt de kerndoelen kunst en cultuur van SLO Fase 2 De onderwijsinstelling heeft een beredeneerde ambitie en plan van aanpak voor cultuureducatie Fase 3 De onderwijsinstelling stelt beredeneerde en specifieke eisen aan cultuureducatie Curriculum beredeneerde opbouw programma cultuurbeleidsplan verbinding leergebieden maken, meemaken, reflecteren De kerndoelen van SLO van het leergebied Kunst en cultuur vormen de minimale eisen aan het curriculum voor cultuureducatie. Het curriculum van de onderwijsinstelling bevat, naast het voldoen aan de kerndoelen van SLO, een beredeneerde opbouw in cultuureducatie, waarin bewuste keuzes zijn gemaakt over programma, kunstbezoek en leerlijnen. Dit is vastgelegd in een actueel en overdraagbaar cultuurbeleidsplan (meerjarig plan voor kunst- en cultuuronderwijs, waarin de visie, missie en interne organisatie van een school zijn opgenomen). In aanvulling op de indicatoren voor fase 2 benut de onderwijsinstelling kansen om vanuit het de kerndoelen van SLO verbinding te leggen met leerdoelen van andere leergebieden. Binnen haar curriculum voor cultuureducatie is een evenwichtige verdeling in maken, meemaken en reflecteren. Ambitie cultuurprogramma visie cultuureducatie kwaliteit cultuureducatie planmatig doelen en realisatie borging uitdragen Vanuit haar visie en ambitie op onderwijs stelt de onderwijsinstelling jaarlijks een overzicht van culturele activiteiten voor één schooljaar (cultuurprogramma) samen. In aanvulling op de indicatoren voor fase 1 heeft de onderwijsinstelling een eigen visie op cultuureducatie. De onderwijsinstelling werkt aantoonbaar vanuit deze visie ambitieus en planmatig aan de kwaliteit van cultuureducatie. In aanvulling op de indicatoren voor fase 2 heeft de onderwijsinstelling specifieke doelen opgesteld om de gewenste kwaliteit van cultuureducatie te borgen. Deze worden periodiek geëvalueerd. Waar nodig worden concrete verbeteracties afgesproken en uitgevoerd. De visie en aanpak worden zichtbaar uitgedragen door de onderwijsinstelling. Leerlingen didactiek waardering culturele ontwikkeling De onderwijsinstelling heeft geen specifieke didactische uitgangspunten voor cultuureducatie. De didactiek van de cultuureducatie sluit aan bij de visie van de onderwijsinstelling op cultuureducatie. In aanvulling op de indicatoren voor fase 2 kent de onderwijsinstelling waarde toe aan de culturele ontwikkeling van haar leerlingen en legt deze vast. De waardering sluit aan bij de visie op cultuureducatie en het curriculum. Team ICC’er rol directeur professionalisering taakbeleid draagvlak Het team van de onderwijsinstelling is op de hoogte van het jaarlijks opgestelde cultuurprogramma. In aanvulling op de indicatoren voor fase 1 is er binnen het team van de onderwijsinstelling minimaal één gecertificeerde interne cultuurcoördinator (hierna: ICC’er). Deze werkt als initiator en coördinator. De ICC’er heeft ruimte om deze taak uit te voeren en op de hoogte te blijven van actuele en lokale ontwikkelingen. De directeur heeft een bevorderende voorbeeldrol voor cultuureducatie. De onderwijsinstelling werkt aantoonbaar aan deskundigheid binnen het team op het gebied van cultuureducatie, aansluitend bij haar visie en ambitie. In aanvulling op de indicatoren voor fase 2 draagt de ICC’er zorg voor de kwaliteit van cultuureducatie op de onderwijsinstelling. De ICC’er krijgt voor diens taak een reëel aantal uren per jaar op basis van een heldere taakverdeling binnen het team. De visie van de onderwijsinstelling wordt gedragen door het team. Dit is zichtbaar bij elk teamlid in kennis, houding en/of gedrag. Culturele omgeving samenwerking kunstbezoek criteria cultuurparticipatie De onderwijsinstelling werkt samen met één of meerdere aanbieder(s) van cultuureducatieve activiteiten voor de uitvoering van het cultuurprogramma. De onderwijsinstelling werkt samen met meerdere aanbieder(s) van cultuureducatieve activiteiten op basis van de vraag van de onderwijsinstelling. De onderwijsinstelling heeft kunstbezoek opgenomen in het jaarlijkse cultuurprogramma. In aanvulling op de indicatoren voor fase 2 maken de leerlingen van de onderwijsinstelling kennis met de het cultuuraanbod in de regio van de onderwijsinstelling. De onderwijsinstelling heeft criteria geformuleerd, die aansluiten bij haar visie op cultuureducatie, waaraan activiteiten en aanbieder(s) van cultuureducatieve activiteiten moeten voldoen. De onderwijsinstelling streeft naar intensieve samenwerking met één of meer aanbieder(s) van cultuureducatieve activiteiten. De onderwijsinstelling stimuleert actieve deelname aan kunst en cultuur buiten onderwijsinstellingtijd. Financiën begroting aanvullende financiering De onderwijsinstelling stelt jaarlijks een begroting op voor cultuureducatie. De onderwijsinstelling besteedt het de subsidie vanuit de subsidieregeling cultuur - cultuureducatie volledig aan cultuureducatie. In aanvulling op de indicatoren voor fase 1 sluit de besteding van de subsidie aan bij haar visie en ambitie. In aanvulling op de indicatoren voor fase 2 benut de onderwijsinstelling-waar mogelijk- kansen voor aanvullende financiering, naar de subsidie voor cultuuredu Nadere toelichting op de begrippen in de hierboven opgenomen tabel: kerndoelen leergebied kunst en cultuur (SLO): kerndoel 54: de leerlingen leren beelden, muziek, taal, spel en beweging te gebruiken om er gevoelens en ervaringen mee uit te drukken en om er mee te communiceren, kerndoel 55: de leerlingen leren op eigen werk en dat van anderen te reflecteren en kerndoel 56: de leerlingen verwerven enige kennis over en krijgen waardering voor aspecten van cultureel erfgoed. kunstbezoek: bezoek aan een kunstlocatie zoals museum, theater, beeldentuin of erfgoedlocatie. maken, meemaken en reflecteren: maken: het artistiek-creatief proces van experimenteren, vormgeven en (re)produceren waarin leerlingen samen of individueel uiting leren geven aan ervaringen, gevoelens, gedachten en ideeën, d.m.v. (combinaties van) (bewegend) beeld, klank, woord en met beweging;meemaken: kennismaking met professionele uitingsvormen van kunst en cultuur in (combinaties van) (bewegend) beeld, klank, woord en met beweging. Leerlingen ervaren professionele kunst in een levensechte context, binnen en buiten school; reflecteren: onderzoeken, (filosofisch) bevragen en/of analyseren van het (werk)proces en het product, van zowel eigen werk als dat van anderen en professionele kunstenaars.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.