Hoofdstuk2.Categorieën Artikel2Categorieën Voor belanghebbenden aan wie bijstand op grond van de WWB of inkomensvoorziening op grond van de WIJ kan worden verleend geldt een categorieaanduiding; de categorieën worden aangeduid als: alleenstaande; alleenstaande ouder; gehuwde. Hoofdstuk3.Criteria voor het verhogen van de bijstandsnorm in het kader van de WWB Artikel3 De bijstandsnorm wordt verhoogd met een toeslag indien de alleenstaande van 21 jaar of ouder * (per 1 juli 2010: 27 jaar of ouder) of de alleenstaande ouder van 21 jaar of ouder * (per 1 juli 2010: 27 jaar of ouder) hogere algemene noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan waarin de bijstandsnorm voorziet, als gevolg van het niet of niet geheel kunnen delen van deze kosten met een ander. Voor de gehuwde van 27 jaar en ouder die als gevolg van het feit dat de partner van 21 tot 27 jaar een inkomen uit de WIJ ontvangt, als alleenstaande of alleenstaande ouder moet worden aangemerkt, bestaat nimmer recht op een toeslag. De toeslag als bedoeld in het eerste lid wordt voor de alleenstaande van 22 jaar of ouder * (per 1 juli 2010: 27 jaar of ouder) en de alleenstaande ouder van 21 jaar of ouder * (per 1 juli 2010: 27 jaar of ouder) met zijn ten laste komende kinderen in wiens woning géén ander, waarmee kosten kunnen worden gedeeld, zijn hoofdverblijf heeft bepaald op het in artikel 25, lid 2 van de WWB genoemde maximumbedrag. Het maximumbedrag van de toeslag wordt voor de alleenstaande van 21 jaar * bepaald op 10% van het wettelijk minimumloon (vervalt per 1 juli 2010). De toeslag wordt voor de alleenstaande van 21 jaar en 22 jaar of ouder * (per 1 juli 2010: 27 jaar of ouder) en de alleenstaande ouder van 21 jaar of ouder * (per 1 juli 2010: 27 jaar of ouder), die hoofdbewoner is, eveneens in principe bepaald op het betreffende maximumbedrag indien in de woning hoofdverblijf heeft: een verzorgingsbehoevende; iemand die in verband met een crisissituatie wordt opgevangen, zolang deze opvang niet langer duurt dan maximaal twee maanden; De toeslag wordt voor de alleenstaande van 22 jaar of ouder * (per 1 juli 2010: 27 jaar of ouder) en de alleenstaande ouder van 21 jaar of ouder * (per 1 juli 2010: 27 jaar of ouder) eveneens in principe bepaald op het maximumbedrag indien men kostganger of onderhuurder is. De toeslag wordt voor de alleenstaande van 22 jaar of ouder * (per 1 juli 2010: 27 jaar of ouder) en de alleenstaande ouder van 21 jaar of ouder * (per 1 juli 2010: 27 jaar of ouder) eveneens voor de duur van maximaal twee maanden in principe bepaald op het maximumbedrag indien men vanwege een crisissituatie bij een ander wordt opgevangen. De toeslag als bedoeld in het eerste lid bedraagt voor de alleenstaande van 22 jaar of ouder * (per 1 juli 2010: 27 jaar of ouder) en de alleenstaande ouder van 21 jaar of ouder * (per 1 juli 2010: 27 jaar of ouder) met zijn ten laste komende kinderen in wiens woning één ander, waarmee kosten kunnen worden gedeeld, zijn hoofdverblijf heeft 10% van het wettelijk minimumloon. De toeslag als bedoeld in het eerste lid bedraagt voor de alleenstaande van 21 jaar * in wiens woning één ander, waarmee kosten kunnen worden gedeeld, zijn hoofdverblijf heeft 5% van het wettelijk minimumloon (vervalt per 1 juli 2010). Voor de alleenstaande van 21 jaar of ouder * (per 1 juli 2010: 27 jaar of ouder) en de alleenstaande ouder van 21 jaar of ouder * (per 1 juli 2010: 27 jaar of ouder) met zijn ten laste komende kinderen in wiens woning meer dan één ander, waarmee kosten kunnen worden gedeeld, zijn hoofdverblijf heeft bestaat geen recht op een toeslag. Voor de toepassing van de leden a, b en c van dit artikel worden twee met elkaar gehuwden of de partners van een daarmee gelijkgestelde samenleving aangemerkt als één ander. Voor de toepassing van de leden a, b en c van dit artikel geldt de lagere toeslag bij voorrang voor de inwonende. Kosten kunnen worden gedeeld indien: een niet ten laste komend kind van 16 tot 18 jaar inkomsten heeft ter hoogte van tenminste de norm bedoeld in art 20 van de WWB (vervalt per 1 juli 2010), danwel art 26, sub a van de WIJ, vermeerderd met 20% van het wettelijk minimumloon. een inwonende of mede-hoofdbewoner van 18 tot 21 jaar inkomsten heeft ter hoogte van tenminste de norm bedoeld in art 20 van de WWB (vervalt per 1 juli 2010), danwel art 26, sub a van de WIJ, vermeerderd met 20% van het wettelijk minimumloon. Inkomsten uit vakantiewerk alsmede de inkomsten uit studiefinanciering van de eigen of stiefkinderen blijven hierbij buiten beschouwing. een inwonende of mede-hoofdbewoner van 21 jaar of ouder inkomsten heeft ter hoogte van tenminste 70% van het wettelijk minimumloon.Inkomsten uit vakantiewerk alsmede de inkomsten uit studiefinanciering van de eigen of stiefkinderen blijven hierbij buiten beschouwing. de inwonende twee met elkaar gehuwden of de partners van een daarmee gelijkgestelde samenleving inkomsten hebben ter hoogte van tenminste 100% van het wettelijk minimumloon. Inwonenden worden niet geacht onderling kosten te kunnen delen. Inwonenden worden geacht ten allen tijde met de hoofdbewoner(s) kosten te kunnen delen, ongeacht de hoogte van de inkomsten van de hoofdbewoner(s). *
Hoofdstuk4.Criteria voor het verlagen van de bijstandsnorm Artikel4 De bijstandsnorm wordt lager vastgesteld indien de met elkaar gehuwden van 21 jaar of ouder of de partners van een daarmee gelijkgestelde samenleving * (per 1 juli 2010: 27 jaar of ouder) lagere algemene noodzakelijke kosten van het bestaan hebben dan waarin de bijstandsnorm voorziet, als gevolg van het geheel of gedeeltelijk kunnen delen van deze kosten met een ander. De bijstandsnorm wordt voor met elkaar gehuwden of de partners van een daarmee gelijkgestelde samenleving van 21 jaar of ouder * (per 1 juli 2010: 27 jaar of ouder) met of zonder hun ten laste komende kinderen in wiens woning géén ander, waarmee kosten kunnen worden gedeeld, zijn hoofdverblijf heeft bepaald op het in art 21, sub c van de WWB genoemde normbedrag. De bijstandsnorm wordt voor met elkaar gehuwden of de partners van een daarmee gelijkgestelde samenleving van 21 jaar of ouder * (per 1 juli 2010: 27 jaar of ouder), die hoofdbewoner zijn, met of zonder hun ten laste komende kinderen eveneens in principe bepaald op het in art 21, sub c van de WWB genoemde normbedrag indien in de woning hoofdverblijf heeft: een verzorgingsbehoevende; iemand die in verband met een crisissituatie wordt opgevangen, zolang deze opvang niet langer duurt dan maximaal twee maanden; De bijstandsnorm wordt voor met elkaar gehuwden of de partners van een daarmee gelijkgestelde samenleving van 21 jaar of ouder * (per 1 juli 2010: 27 jaar of ouder) met of zonder hun ten laste komende kinderen eveneens in principe bepaald op het in art 21, sub c van de WWB genoemde normbedrag indien men kostganger of onderhuurder is. De bijstandsnorm wordt voor met elkaar gehuwden of de partners van een daarmee gelijkgestelde samenleving van 21 jaar of ouder * (per 1 juli 2010: 27 jaar of ouder) met of zonder hun ten laste komende kinderen eveneens voor de duur van maximaal twee maanden in principe bepaald op het in art 21, sub c van de WWB genoemde normbedrag indien men vanwege een crisissituatie bij een ander wordt opgevangen. De korting als bedoeld in het eerste lid bedraagt voor met elkaar gehuwden of de partners van een daarmee gelijkgestelde samenleving van 21 jaar of ouder * (per 1 juli 2010: 27 jaar of ouder) met of zonder hun ten laste komende kinderen in wiens woning één ander, waarmee kosten kunnen worden gedeeld, zijn hoofdverblijf heeft 10% van het wettelijk minimumloon. De korting als bedoeld in het eerste lid bedraagt voor met elkaar gehuwden of de partners van een daarmee gelijkgestelde samenleving van 21 jaar of ouder * (per 1 juli 2010: 27 jaar of ouder) met of zonder hun ten laste komende kinderen in wiens woning meer dan één ander, waarmee kosten kunnen worden gedeeld, zijn hoofdverblijf heeft 20% van het wettelijk minimumloon. Voor de toepassing van de leden a en b van dit artikel worden twee met elkaar gehuwden of de partners van een daarmee gelijkgestelde samenleving van 21 jaar of ouder * (per 1 juli 2010: 27 jaar of ouder) aangemerkt als één ander. Voor de toepassing van de leden a en b van dit artikel geldt de korting in eerste instantie voor de inwonende met elkaar gehuwden of partners van een daarmee gelijkgestelde samenleving van 21 jaar of ouder * (per 1 juli 2010: 27 jaar of ouder) met of zonder hun ten laste komende kinderen. Kosten kunnen worden gedeeld indien: een niet ten laste komend kind van 16 tot 18 jaar inkomsten heeft ter hoogte van tenminste de norm bedoeld in art 20 van de WWB (vervalt per 1 juli 2010), danwel art 26, sub a van de WIJ, vermeerderd met 20% van het wettelijk minimumloon. een inwonende of mede-hoofdbewoner van 18 tot 21 jaar inkomsten heeft ter hoogte van tenminste de norm bedoeld in art 20 van de WWB (vervalt per 1 juli 2010), danwel art 26, sub a van de WIJ, vermeerderd met 20% van het wettelijk minimumloon. Inkomsten uit vakantiewerk alsmede de inkomsten uit studiefinanciering van de eigen of stiefkinderen blijven hierbij buiten beschouwing. een inwonende of mede-hoofdbewoner van 21 jaar of ouder inkomsten heeft ter hoogte van tenminste 70% van het wettelijk minimumloon. Inkomsten uit vakantiewerk alsmede de inkomsten uit studiefinanciering van de eigen of stiefkinderen blijven hierbij buiten beschouwing. de inwonende twee met elkaar gehuwden of de partners van een daarmee gelijkgestelde samenleving inkomsten hebben ter hoogte van tenminste 100% van het wettelijk minimumloon. Inwonenden worden niet geacht onderling kosten te kunnen delen. Inwonenden worden geacht ten allen tijde met de hoofdbewoner(s) kosten te kunnen delen, ongeacht de hoogte van de inkomsten van de hoofdbewoner(s). *
De bijstandsnorm, vermeerderd met de van toepassing zijnde toeslag als bedoeld in artikel 3 voor een alleenstaande van 21 jaar of ouder * (per 1 juli 2010: 27 jaar of ouder)en de alleenstaande ouder van 21 jaar of ouder * (per 1 juli 2010: 27 jaar of ouder) met zijn ten laste komende kinderen wordt wegens het ontbreken van woonkosten verlaagd met 20% van het wettelijk minimumloon. Deze korting is eveneens van toepassing als een niet inwonende derde de woonkosten voor zijn rekening neemt. De bijstandsnorm voor met elkaar gehuwden of de partners van een daarmee gelijkgestelde samenleving van 21 jaar en ouder * (per 1 juli 2010: 27 jaar of ouder) met of zonder hun ten laste komende kinderen wordt wegens het ontbreken van woonkosten verlaagd met 20% van het wettelijk minimumloon. Deze korting is eveneens van toepassing als een niet inwonende derde de woonkosten voor zijn rekening neemt. *
De bijstandsnorm, vermeerderd met de van toepassing zijnde toeslag als bedoeld in artikel 3 voor een alleenstaande van 21 jaar of ouder * (per 1 juli 2010: 27 jaar of ouder)en de alleenstaande ouder van 21 jaar of ouder * (per 1 juli 2010: 27 jaar of ouder) met zijn ten laste komende kinderen wordt wegens het houden van kostgangers of onderhuurders verlaagd met 15% van het wettelijk minimumloon per kostganger of onderhuurder. De bijstandsnorm voor met elkaar gehuwden of de partners van een daarmee gelijkgestelde samenleving van 21 jaar en ouder * (per 1 juli 2010: 27 jaar of ouder) met of zonder hun ten laste komende kinderen wordt wegens het houden van kostgangers of onderhuurders verlaagd met 15% van het wettelijk minimumloon per kostganger of onderhuurder. *
Indien voor de belanghebbende een combinatie van een toeslag op grond van artikel 3 en één of meer verlagingen op grond van artikel 5 en 6 geldt, bedraagt de verlaging niet meer dan 25% van het wettelijk minimumloon ten opzichte van de toepasselijke bijstandsnorm ex artikel 21 van de WWB. Hoofdstuk5.Criteria voor het verhogen van de WIJ-norm Artikel8 1.De WIJ-norm wordt verhoogd met een toeslag indien de alleenstaande of de alleenstaande ouder hogere algemene noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan waarin de WIJ-norm voorziet, als gevolg van het niet of niet geheel kunnen delen van deze kosten met een ander. De toeslag als bedoeld in het eerste lid wordt voor de alleenstaande van 22 tot 27 jaar en de alleenstaande ouder van 21 tot 27 jaar of ouder met zijn ten laste komende kinderen in wiens woning géén ander, waarmee kosten kunnen worden gedeeld, zijn hoofdverblijf heeft bepaald op het in artikel 30, lid 2 van de WIJ genoemde maximumbedrag. Het maximumbedrag van de toeslag wordt voor de alleenstaande van 21 jaar bepaald op 10% van het wettelijk minimumloon. De toeslag wordt voor de alleenstaande van 21 jaar en 22 tot 27 jaar en de alleenstaande ouder van 21 tot 27 jaar, die hoofdbewoner is, eveneens in principe bepaald op het betreffende maximumbedrag indien in de woning hoofdverblijf heeft: een verzorgingsbehoevende; iemand die in verband met een crisissituatie wordt opgevangen, zolang deze opvang niet langer duurt dan maximaal twee maanden; De toeslag wordt voor de alleenstaande van 22 tot 27 jaar en de alleenstaande ouder van 21 tot 27 jaar eveneens in principe bepaald op het maximumbedrag indien men kostganger of onderhuurder is. De toeslag wordt voor de alleenstaande van 22 tot 27 jaar en de alleenstaande ouder van 21 tot 27 jaar eveneens voor de duur van maximaal twee maanden in principe bepaald op het maximumbedrag indien men vanwege een crisissituatie bij een ander wordt opgevangen. De toeslag als bedoeld in het eerste lid bedraagt voor de alleenstaande van 22 tot 27 jaar en de alleenstaande ouder van 21 tot 27 jaar met zijn ten laste komende kinderen in wiens woning één ander, waarmee kosten kunnen worden gedeeld, zijn hoofdverblijf heeft 10% van het wettelijk minimumloon. De toeslag als bedoeld in het eerste lid bedraagt voor de alleenstaande van 21 jaar in wiens woning één ander, waarmee kosten kunnen worden gedeeld, zijn hoofdverblijf heeft 5% van het wettelijk minimumloon. Voor de alleenstaande van 21 tot 27 jaar en de alleenstaande ouder van 21 tot 27 jaar met zijn ten laste komende kinderen in wiens woning meer dan één ander, waarmee kosten kunnen worden gedeeld, zijn hoofdverblijf heeft bestaat geen recht op een toeslag. Voor de toepassing van de leden a, b en c van dit artikel worden twee met elkaar gehuwden of de partners van een daarmee gelijkgestelde samenleving aangemerkt als één ander. Voor de toepassing van de leden a, b en c van dit artikel geldt de lagere toeslag bij voorrang voor de inwonende. Kosten kunnen worden gedeeld indien: een niet ten laste komend kind van 16 tot 18 jaar inkomsten heeft ter hoogte van tenminstede norm bedoeld in art 20 van de WWB (vervalt per 1 juli 2010), danwel art 26, sub a van de WIJ, vermeerderd met 20% van het wettelijk minimumloon. een inwonende of mede-hoofdbewoner van 18 tot 21 jaar inkomsten heeft ter hoogte van tenminste de norm bedoeld in art 20 van de WWB (vervalt per 1 juli 2010), danwel art 26, sub a van de WIJ, vermeerderd met 20% van het wettelijk minimumloon. een inwonende of mede-hoofdbewoner van 21 jaar of ouder inkomsten heeft ter hoogte van tenminste 70% van het wettelijk minimumloon. de inwonende twee met elkaar gehuwden of de partners van een daarmee gelijkgestelde samenleving inkomsten hebben ter hoogte van tenminste 100% van het wettelijk minimumloon. Inwonenden worden niet geacht onderling kosten te kunnen delen. Inwonenden worden geacht ten allen tijde met de hoofdbewoner(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.