Marktverordening 2003De raad van de gemeente Haaren;gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 14 oktober 2003;gelet op het advies van de commissie bestuurszaken c.a. van 29 oktober 2003;gelet op artikel 147, eerste lid, alsmede artikel 149 van de Gemeentewet;overwegende dat het wenselijk is regels te stellen voor een ordelijk verloop van de markt;Besluitvast te stellen de volgende verordening;Verordening op de warenmarkt voor de gemeente Haaren
- Paragraaf1Algemene bepalingen Artikel1Begripsomschrijving In deze verordening wordt verstaan onder: markt: de door het college ingestelde warenmarkt; standplaats: de ruimte die voor de duur van de markt is aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel; vaste standplaats: de standplaats die voor onbepaalde tijd ter beschikking is gesteld aan een vergunninghouder; dagplaats: de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld aan een vergunninghouder, omdat deze niet als vaste standplaats is toegewezen dan wel ingenomen; standwerken: de activiteit waarbij de vergunninghouder publiek om zich heen verzamelt en dat publiek door een aansprekende uiteenzetting probeert over te halen tot de aankoop van een artikel. standwerkersplaats: de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld om te standwerken; vergunninghouder: degene aan wie door het college vergunning is verleend voor het innemen van een standplaats; wachtlijst: de wachtlijst voor gegadigden zoals die op basis van de overgangsregeling wordt gehanteerd. anciënniteitlijst de lijst van vergunninghouders van een vaste standplaats; marktmeester: de persoon die als zodanig is aangewezen door het college. Artikel2Inrichting van de markt; branche-indeling 1Het college bepaalt ten aanzien van de markt: het aantal standplaatsen; de afmetingen van de standplaatsen; de opstelling en indeling van de markt; welke standplaatsen worden toegewezen als vaste standplaatsen en als standwerkersplaats. 2Het college kan voor de markt vaststellen; een lijst met artikelengroepen of branches; een maximumaantal standplaatsen per branche. Artikel3Nadere regels Het college is bevoegd nadere regels te stellen betreffende het bepaalde in deze verordening. Artikel4Voorschriften en beperkingen 1Het college kan voorschriften en beperkingen verbinden aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of ontheffing, ter bescherming van de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist. 2Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen in acht te nemen. Paragraaf2Vergunningen Artikel5Standplaatsvergunningen Het is verboden een standplaats op een markt in te nemen zonder vergunning van het college. Artikel6Vereisten Voor toewijzing van een standplaats komt uitsluitend in aanmerking een handelingsbekwaam natuurlijk persoon die een aanvraag voor een vergunning heeft ingediend bij het college en die daarbij tevens aantoont dat hij persoonlijk voldoet aan alle publiekrechtelijke verplichtingen op het gebied van bedrijfsuitoefening en bedrijfsorganisatie. Artikel7Inhoud vaste standplaatsvergunning 1Een vaste standplaatsvergunning vermeldt in ieder geval: de naam en voornamen, de geboortedatum en -plaats, het adres en de woonplaats van de vergunninghouder; een duidelijke omschrijving van de toegewezen vaste standplaatsen met vermelding van het nummer en de afmeting daarvan; de kraam of andere verkoopmaterialen die de vergunninghouder bij het innemen van de standplaats mag gebruiken; het soort artikelen dat de vergunninghouder mag verhandelen of de branche waartoe de vergunninghouder behoort; de datum waarop aan de vergunninghouder voor het eerst vergunning is verleend en zij volgnummer op de anciënniteitlijst dat de vergunninghouder zelf zorg draagt voor de inzameling en afvoer van zijn afval en dat hij zijn standplaats schoon oplevert; de wijze waarop de vergunninghouder zijn elektriciteit betrekt; welke geluidsapparatuur op de standplaats is toegestaan; en welke kook-,bak- en verwarmingsapparatuur zijn toegestaan. 2Aan de vergunning wordt een middel ter identificatie gehecht. Artikel8Inschrijving op de anciënniteitlijst Vergunninghouders van vaste standplaatsen worden ingeschreven op een doorlopend genummerde lijst met vermelding van en in volgorde van de datum waarop aan hen voor het eerst een vaste standplaats is toegewezen. Bij deze inschrijving wordt tevens vermeld de soort artikelen die de vergunninghouder mag verhandelen of de branche waartoe hij behoort. Artikel9Doorhalen van inschrijving op wachtlijst De inschrijving op de wachtlijst wordt doorgehaald: op schriftelijk verzoek van de ingeschrevene; bij overlijden van de ingeschrevene; wanneer aan de ingeschrevene een vergunning voor een vaste standplaats is verleend, tenzij hij deze op grond van bijzondere omstandigheden niet aanvaardt; indien niet meer aan de vereisten van artikel 6 wordt voldaan. Artikel10Volgorde toewijzing vaste standplaatsen Indien voor de toewijzing van een beschikbare vaste standplaats meer aanvragers in aanmerking komen, wordt de standplaats achtereenvolgens toegewezen aan:a. de vergunninghouder van een vaste standplaats die schriftelijk de wens te kennen heeft gegeven van standplaats te willen veranderen, in volgorde van plaatsing op de anciënniteitslijst;b. de eerstvolgende gegadigden voor een vaste standplaats van de op basis van het overgangsrecht gehanteerde wachtlijst en vervolgens vindt toewijzing plaats door loting. Artikel11Overschrijving vastestandplaatsvergunning 1In geval van overlijden of blijvende arbeidsongeschiktheid van de vergunninghouder kan de vastestandplaatsvergunning worden overgeschreven op de achterblijvende echtgenoot, de geregistreerde partner of een andere achterblijvende persoon met wie hij duurzaam samenwoonde. 2Indien de vergunning niet kan worden overgeschreven op grond van het eerste lid, kan een kind van de vergunninghouder de vergunning voor een vaste standplaats krijgen indien hij tenminste drie jaar in loondienst van het marktbedrijf van de vergunninghouder heeft gewerkt of gedurende eenzelfde periode als mede-eigenaar in dit bedrijf heeft gefunctioneerd. 3Een aanvraag tot overschrijving wordt ingediend binnen twee maanden na het overlijden van de vergunninghouder of nadat de blijvende arbeidsongeschiktheid is vastgesteld. 4Het college is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken van het bepaalde in dit artikel. Artikel12Intrekking vastestandplaatsvergunning 1Het college trekt een vastestandplaatsvergunning in: op schriftelijk verzoek van de vergunninghouder; bij overlijden van de vergunninghouder, tenzij op grond van artikel 12 de vergunning wordt overgeschreven. 2Het college kan een vastestandplaatsvergunning intrekken: indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt; indien de vergunninghouder niet meer voldoet aan de in artikel 6 genoemde vereisten. 3Indien degene op wie een vergunning ingevolge artikel 12 is overgeschreven, reeds vergunning heeft voor een andere standplaats op dezelfde markt, wordt laatstgenoemde vergunning ingetrokken. Artikel13Toewijzing dagplaats 1Toewijzing van een dagplaats geschiedt door afgifte van een vergunning door het college op het moment dat de standplaats niet als vaste standplaats wordt ingenomen. 2De dagplaats wordt toegewezen overeenkomstig de plaats op de wachtlijst van de gegadigden die zich daarvoor op de dag zelf voor 8.30 uur aanmelden bij de marktmeester. Artikel14Toewijzing standwerkersplaats 1Het college wijst een standwerkersplaats toe door middel van loting. 2Indien een standwerker zich wil doen bijstaan, meldt hij dit vooraf aan de marktmeester onder vermelding van de naam van degene die hem zal bijstaan. Degene die hem zal bijstaan, mag niet op eigen naam deelnemen aan de loting. Paragraaf3Bepalingen over het gebruik van de standplaats Artikel15Persoonlijk innemen standplaats; bijstand 1De vergunninghouder neemt de standplaats die hem is toegewezen persoonlijk in. Hij mag de standplaats niet aan een ander afstaan of in gebruik geven. 2De vergunninghouder mag zich op de standplaats doen bijstaan. 3De vergunninghouder en degene die hem bijstaat mogen zich niet schuldig maken aan wangedrag of bedrog. Artikel16Aantal keren innemen vaste standplaats De vergunninghouder van een vaste standplaats neemt tenminste eenmaal per twee weken en tienmaal per dertien weken zijn standplaats op de markt in, dit met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 17 en 18 Artikel17Afwezigheid wegens ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden 1De vergunninghouder van een vaste standplaats die wegens ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden verhinderd is zijn vaste standplaats in te nemen, deelt dit schriftelijk mee aan het college. Bij vakantie geeft de vergunninghouder aan hoe lang zijn vakantie duurt. 2De schriftelijke mededeling wordt tijdig voor de betreffende marktdag gedaan.Plotselinge verhindering wordt mondeling of telefonisch aan de marktmeester gemeld, gevolgd door een schriftelijke bevestiging daarvan aan het college. Artikel18Ontheffing en vervanging 1In geval van ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden kan het college op aanvraag van de vergunninghouder van een vaste standplaats hem tijdelijk ontheffing verlenen van de verplichting om ten minste eenmaal per twee weken en tienmaal per dertien weken de plaats op de markt in te nemen. 2Het college kan op aanvraag van de vergunninghouder hem vergunning verlenen zich op zijn standplaats te laten vervangen door een met name genoemde persoon. Artikel19Legitimatie en identiteit vergunninghouder 1Degene die een standplaats op de markt inneemt of wenst in te nemen, dient op eerste aanvraag van de marktmeester aan te tonen dat hij de vergunninghouder is. 2De vergunninghouder dient bij zijn standplaats duidelijk zichtbaar zijn naam en eventuele bedrijfsnaam aan te geven. Artikel20Tijdstip innemen standplaats/aan- en afvoer goederen 1Het is verboden voor vergunninghouders op het marktterrein meer dan 1,5 uur voor aanvang en meer dan 1,5 uur na afloop van de markt met een voertuig, goederen of anderzins ruimte in te nemen of goederen aan of af te voeren. 2De vergunninghouder is verplicht zijn standplaats tot de sluitingstijd van de markt blijven innemen. Het college kan hiervan ontheffing verlenen. 3Indien de vergunninghouder zijn vaste standplaats niet uiterlijk om 8.30 uur heeft ingenomen, wordt de desbetreffende standplaats voor die dag als dagplaats aangemerkt, tenzij de marktmeester de standplaats op tijdig verzoek van de vergunninghouder voor hem beschikbaar houdt. Paragraaf4Straf-, overgangs- en slotbepalingen Artikel21Strafbepaling Overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie of hechtenis van ten hoogste drie maanden en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechtelijke uitspraak. Artikel22Intrekking en schorsing vastestandplaatsvergunning Onverminderd artikel 13 kan het college een vergunning voor een vaste standplaats, al dan niet voorwaardelijk, intrekken dan wel telkens voor ten hoogste vier achtereenvolgende marktdagen schorsen, indien de vergunninghouder of een persoon die hem bijstaat: het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de voorschriften van de vergunning overtreedt; zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog; of niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet, dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet. Artikel23Uitsluiting dagplaatshouder of standwerker Het college kan een vergunninghouder van een dagplaats of een standwerkersplaats van de toewijzing van een dagplaats of een standwerkersplaats uitsluiten voor ten hoogste vier marktdagen, indien deze: het bepaalde bij of krachtens deze verordening overtreedt; zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog; niet als standwerker actief is op een hem toegewezen standwerkersplaats; niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet, dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet. Artikel24Onmiddellijke verwijdering Onverminderd het bepaalde in artikel 125 van de Gemeentewet kan het college een vergunninghouder gelasten zich onmiddellijk van de markt te verwijderen indien hij: het bepaalde bij of krachtens deze verordening of voorschriften van de vergunning overtreedt; zich op de markt schuldig maakt aan wangedrag of bedrog; niet als standwerker actief is op een hem toegewezen standwerkersplaats. Artikel25Toezichthouders Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de marktmeester en de bij besluit van college aangewezen personen. Artikel26Intrekking oude regeling De Verordening op de warenmarkt in Haaren 1999 vastgesteld op 17 juni 1999 en de 1ste wijziging zoals vastgesteld op 17 mei 2001 worden ingetrokken. Artikel27Overgangsbepalingen 1Besluiten van het college die genomen zijn krachtens de Verordening op de Warenmarkt 1999 en de hierop gebaseerde 1ste wijziging gelden als besluiten krachtens deze verordening. 2De bestaande anciënniteitlijsten worden geacht anciënniteitlijsten in de zin van deze verordening te zijn. 3Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning op grond van de Verordening op de Warenmarkt 1999 of op de hierop gebaseerde 1ste wijziging is ingediend en voor het tijdstip van deze verordening niet definitief op de aanvraag is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast. Artikel28Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na het verstrijken van een termijn van zes weken na de datum van uitgifte van de publicatiepagina van de Nieuwsbode waarin zij is geplaatst. Artikel29Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Marktverordening gemeente Haaren
- Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 20 november 2003De griffier, de voorzitter,drs.S.H.G.A. van der Schans-Jacobs F.H.G.M. Ronnes.