Klachtenbehandeling ongewenst gedrag op het werk gemeente Haaren 2007, regelingRegeling klachtenbehandeling ongewenst gedrag op het werkGemeente Haaren 2007Het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente HaarenBesluiten:Gelet op het gestelde in de artikelen 3 van de Arbeidsomstandighedenwet;Gelet op het gestelde in artikel 160 Gemeentewet;Gehoord na verkregen instemming van de Ondernemingsraad;Tot vaststelling van de navolgendeRegeling klachtenbehandeling ongewenst gedrag op het werk Gemeente Haaren 2007 Hoofdstuk1Algemeen Artikel1Begripsomschrijving In deze regeling wordt verstaan onder: bevoegd gezag:het bestuursorgaan van de gemeente dat bevoegd is tot afdoening van eenklacht met betrekking tot ongewenst gedrag; het college, commissie:de Klachtencommissie ongewenst gedrag voor de gemeentelijke overheid; gemeente:de gemeente of gemeentelijke instelling die zich heeft aangesloten bij de commissie en deze regeling van toepassing heeft verklaard op de behandeling van klachten op het gebied van ongewenst gedrag; ongewenst gedrag:gedrag dat valt binnen de begrippen seksuele intimidatie, agressie, geweld en pesten zoals bedoeld in artikel 1, derde lid, sub e. van de Arbeidsomstandighedenwet, alsmede discriminatie zoals bedoeld in de Algemene wet gelijke behandeling; klacht:een door de klager ondertekend en van naam- en adresgegevens voorzien geschrift waarin het jegens hem ongewenste gedrag waarop de klacht betrekking heeft is omschreven; klager:een persoon, niet zijnde een politieke ambtsdrager van de gemeente, die werkzaam is of werkzaam is geweest in de organisatie van de gemeente en een klacht over ongewenst gedrag indient; aangeklaagde:een persoon, niet zijnde een politieke ambtsdrager van de gemeente, die werkzaam is of werkzaam is geweest in de organisatie van de gemeente en over wiens gedrag geklaagd wordt; informant:degene die namens het bevoegd gezag informatie verstrekt aan de commissie. Artikel2Varianten klachtbehandeling Een klager kan een klacht indienen bij: de leidinggevende, de vertrouwenspersoon en de landelijke klachtencommissie ongewenst gedrag voor de gemeentelijke overheid. Hoofdstuk2Klachtenbehandeling door leidinggevende en / of vertrouwenspersoon Artikel3Instellen van een vertrouwenspersoon 1Het college stelt één of meer personen aan als vertrouwenspersoon, in het kader van de uitvoering van deze regeling. 2Het Managementteam en de Ondernemingsraad dragen één of meer personen als vertrouwenspersoon voor aan het college. 3Vertrouwenspersonen die taken op basis van de regelingen bedoeld in lid 1 verrichten mogen om die reden niet worden ontslagen of anderszins in hun positie binnen de Gemeente Haaren benadeeld worden. Artikel4Het indienen van een klacht 1Wanneer de aanklager er met de aangeklaagde van het ongewenste gedrag in onderling overleg niet uit komt, of het niet mogelijk is voor de aanklager om de klacht met de aangeklaagde te bespreken, wendt de aanklager zich, indien mogelijk, tot zijn leidinggevende met zijn klacht. 2Heeft de aanklager reden zich niet tot zijn leidinggevende te wenden, of slaagt de bemiddelingspoging van de leidinggevende niet, dan kan hij zich wenden tot de vertrouwenspersoon. 3In afwijking van het bepaalde in artikel 1 sub e kan een klacht bij de leidinggevende en / of de vertrouwenspersoon ook mondeling worden ingediend. 4De leidinggevende en / of de vertrouwenspersoon stuurt van een schriftelijke klacht een ontvangstbevestiging aan de aanklager. 5De aanklager kan zich bij het indienen van de klacht en wanneer hij gehoord wordt, laten bijstaan door een zelfgekozen raadsvrouw of -man. Het laatste geldt ook voor de aangeklaagde. Artikel5Ontvankelijkheid klacht 1De leidinggevende en / of de vertrouwenspersoon nemen de klacht in behandeling voor zover het gaat om ongewenst gedrag als bedoeld in artikel 1, sub d van deze regeling of als het om ongewenst gedrag gaat dat door de aanklager als zodanig ervaren wordt. 2Anonieme klachten worden niet in behandeling genomen, maar kunnen ondersteuning bieden aan (een) andere niet-anonieme klacht(en). 3Een klacht hoeft niet in behandeling genomen te worden als er sprake is van het bepaalde in artikel 9:8 eerste en tweede lid als bedoeld in de Algemene Wet Bestuursrecht. Artikel6Taken leidinggevende Een Leidinggevende heeft als taken:- de aanklager op te vangen met klachten als bedoeld in artikel 5, lid 1.- indien de aanklager daarin toestemt, door bemiddeling te trachten tot een oplossing van de gesignaleerde problemen te komen;- de aanklager te wijzen op de mogelijkheid van dan wel door te verwijzen naar de vertrouwenspersoon- de aanklager te ondersteunen, op zijn verzoek, bij het indienen van een klacht bij de klachtencommissie en de begeleiding in het traject dat daarop volgt;- voor zover nodig en gewenst, de aanklager of aangeklaagde te verwijzen naar gespecialiseerde hulpverleningsinstanties; Artikel7Taken vertrouwenspersoon Een vertrouwenspersoon heeft als taken:- de aanklager op te vangen met klachten als bedoeld in artikel 5, lid 1.- indien de aanklager daarin toestemt, door bemiddeling te trachten tot een oplossing van de gesignaleerde problemen te komen;- de aanklager te ondersteunen, op zijn verzoek, bij het indienen van een klacht bij de klachtencommissie en de begeleiding in het traject dat daarop volgt;- voor zover nodig en gewenst, de aanklager of aangeklaagde te verwijzen naar gespecialiseerde hulpverleningsinstanties;- het registreren van de aard en de omvang van de klachten;-het gevraagd en ongevraagd adviseren van het college over het beleid inzake seksuele intimidatie, discriminatie, pesterij, agressie en/of geweld;- het signaleren van de behoefte aan voorlichting over seksuele intimidatie, discriminatie, pesterij, agressie en/of geweld. Artikel8Werkwijze vertrouwenspersoon 1De vertrouwenspersoon hoort zowel de aanklager als de aangeklaagde. 2De vertrouwenspersoon probeert met aanklager en de aangeklaagde tot een oplossing te komen. 3De vertrouwenspersoon onderneemt met een klacht alleen actie indien de aanklager daarmee instemt. 4De vertrouwenspersoon is bevoegd informatie in te winnen bij de betrokkenen en/of getuigen (na toestemming van de aanklager). De vertrouwenspersoon neemt daartoe de grootst mogelijke zorgvuldigheid in acht ter bescherming van de privacy en andere belangen van de betrokkenen. 5In voorkomende gevallen kan de vertrouwenspersoon externe deskundigen raadplegen. Artikel9Afdoening van de klacht 1Een klacht is afgehandeld als de aanklager daarmee instemt.Als de klager vindt dat de klacht niet naar tevredenheid behandeld is dan kan hij zich wenden tot de landelijke Klachtencommissie. 2Een klacht wordt afgehandeld binnen zes weken na ontvangst daarvan. 3Indien behandeling van de klacht aanleiding geeft tot het nemen van verdere (disciplinaire) maatregelen dan adviseert de vertrouwenspersoon het college hierover. Artikel10Privacy bescherming 1De vertrouwenspersoon is verplicht tot geheimhouding van hetgeen in verband met de werkzaamheden in de functie van vertrouwenspersoon ter kennis wordt gebracht. 2Personen die met betrekking tot een klacht als bedoeld in deze regeling door de vertrouwenspersoon worden benaderd, zijn verplicht tot geheimhouding en worden hierop gewezen door de vertrouwenspersoon. Hoofdstuk3De Klachtencommissie Artikel11Toegang tot de commissie Iedere medewerker heeft het recht om zich met een klacht tot de klachtencommissie te wenden. Artikel12Klachten over politiek ambtsdragers Het bevoegd gezag kan in afwijking van artikel 1 onder g. de commissie ad hoc belasten met onderzoek naar en advies over een klacht, die betrekking heeft op ongewenst gedrag van een politiek ambtsdrager van de gemeente jegens klager. Artikel13Instelling, taakstelling en samenstelling van de commissie 1Er is een klachtencommissie ongewenst gedrag voor de gemeentelijke overheid. 2De commissie heeft tot taak een klacht te onderzoeken en daarover advies uit te brengen aan het bevoegd gezag. 3De commissie bestaat uit drie leden waaronder een voorzitter. 4De commissie beslist bij gewone meerderheid van stemmen. 5Een lid van de commissie wordt vervangen als deze direct of indirect betrokken is geweest bij enige vorm van ongewenst gedrag waarover de klacht is ingediend dan wel een persoonlijk belang heeft bij de afhandeling van de klacht. 6Benoeming, schorsing en ontslag van de voorzitter, overige leden en hun plaatsvervangers geschiedt door de voorzitter van het College voor Arbeidszaken van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. 7De voorzitter, overige leden en hun plaatsvervangers worden benoemd voor een periode van zes jaar. 8De commissie kan een nadere werkwijze bepalen. Artikel14Secretaris en administratie 1De voorzitter van het College voor Arbeidszaken wijst na overleg met de voorzitter van de commissie een secretaris en een plaatsvervangend secretaris aan. 2De administratie ten behoeve van de commissie wordt gevoerd door het secretariaat van het College voor Arbeidszaken van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Artikel15Indienen van de klacht 1De klager dient een klacht bij de commissie in. 2In de klacht wordt zo mogelijk vermeld de datum, tijd, plaats van het ongewenst gedrag, de omstandigheden, de namen van aangeklaagde en eventuele getuigen, alsmede de stappen die klager reeds heeft ondernomen. 3Indien de klager de klacht indient bij het bevoegd gezag, bevestigt het bevoegd gezag de ontvangst van de klacht aan de klager en vermeldt daarbij dat de commissie over de klacht zal adviseren. Het bevoegd gezag zendt de klacht, nadat daarop de datum van ontvangst is aangetekend, zo spoedig mogelijk door aan de commissie. 4De commissie bevestigt de ontvangst van de klacht aan de klager en stelt hem op de hoogte van de termijnen en de wijze van afdoening van de klacht. Artikel16Ontvankelijkheid van de klacht 1Het bevoegd gezag verstrekt op verzoek van de commissie alle op de klacht betrekking hebbende gegevens waaronder de gemeentelijke klachtenregeling, de adres- en functiegegevens van de klager en de aangeklaagde, een overzicht van eventueel binnen de gemeente ondernomen stappen en reeds geproduceerde stukken met betrekking tot de klacht. 2De commissie neemt een klacht niet in behandeling indien deze niet valt binnen de begripsbepalingen van artikel 1 onder c, d, e, f en g van deze regeling. 3De commissie neemt een klacht niet in behandeling indien verplichte stappen uit de gemeentelijke klachtenprocedure niet zijn doorlopen. De commissie brengt de klager binnen twee weken na ontvangst van de klacht hiervan schriftelijk op de hoogte. 4De commissie kan de klacht voorts niet in behandeling nemen indien: de klacht niet binnen een redelijke termijn nadat het ongewenste gedrag heeft plaatsgevonden aan de commissie is voorgelegd; er sprake is van een uitzondering als bedoeld in artikel 9:8, eerste en tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht. Artikel17Onderzoek naar de klacht 1Indien de commissie dit voor de uitoefening van haar taak noodzakelijk acht stelt zij een onderzoek in. 2Ten behoeve van het onderzoek is de commissie bevoegd bij het bevoegd gezag alle inlichtingen in te winnen die zij voor de vorming van haar advies nodig acht; het bevoegd gezag verschaft de commissie de gevraagde inlichtingen en stelt de commissie desgevraagd in de gelegenheid de werkomgeving te aanschouwen. 3Het bevoegd gezag stelt personen werkzaam binnen de organisatie van gemeente in de gelegenheid te worden gehoord. 4De commissie kan het bevoegd gezag adviseren tussentijdse maatregelen te nemen indien en voor zover dit in het belang is van het onderzoek of van de positie van de in het onderzoek betrokken personen. Artikel18Horen 1Alvorens een advies uit te brengen stelt de commissie de klager, de aangeklaagde en de informant in de gelegenheid om te worden gehoord. De commissie kan het horen opdragen aan de voorzitter of een ander lid van de commissie. 2Van het horen van de klager, de aangeklaagde en de informant kan worden afgezien indien de klacht kennelijk ongegrond is dan wel indien de klager heeft verklaard geen gebruik te willen maken van het recht te worden gehoord. 3De commissie zendt tijdig voorafgaand aan de hoorzitting aan de aangeklaagde - en voor zover nodig aan klager en informant - een afschrift van de klacht en van andere stukken die op de klacht betrekking hebben. 4De commissie hoort de klager en de aangeklaagde in beginsel buiten elkaars aanwezigheid. De commissie stelt klager en aangeklaagde in de gelegenheid van elkaars zienswijze kennis te nemen en daarop te reageren. 5De klager en aangeklaagde kunnen zich ter zitting laten bijstaan door een (raads)persoon. 6De commissie is bevoegd om getuigen, andere betrokkenen en deskundigen schriftelijk of mondeling te raadplegen. 7De zittingen van de commissie zijn niet openbaar. 8Van het horen wordt een verslag gemaakt. 9De zittingen vinden zoveel mogelijk plaats op een voor partijen goed bereikbare locatie. Artikel19Omgang met persoonsgegevens 1De commissie verzamelt en verwerkt uitsluitend persoonsgegevens die noodzakelijk zijn voor het uitbrengen van een advies. Bij de verwerking van persoonsgegevens zorgt de commissie voor beveiliging van de gegevens tegen verlies en onrechtmatige verwerking. 2Voor de commissie alsmede de secretaris geldt de plicht tot geheimhouding van persoonsgegevens voor zover overdracht van informatie niet noodzakelijk is voor de uitoefening van de taak van de commissie. Wanneer de inhoud van bepaalde informatie uitsluitend ter kennisneming door de commissie dient te blijven wordt dit aan de commissie meegedeeld. 3De commissie wijst personen die worden gehoord of geraadpleegd op de vertrouwelijkheid van hetgeen ter zitting aan de orde komt. Artikel20Advies over de klacht 1De commissie brengt binnen acht weken na ontvangst van de klacht advies uit aan het bevoegd gezag over de gegrondheid van de klacht vergezeld van een rapport van bevindingen. Het rapport bevat een verslag van het horen. Een afschrift van het advies wordt aan klager en aangeklaagde toegezonden. 2In het advies kunnen aanbevelingen worden gedaan over door het bevoegd gezag te nemen maatregelen. 3Indien de commissie op grond van artikel 5 van deze regeling een klacht niet in behandeling neemt brengt de commissie zo spoedig mogelijk maar uiterlijk binnen acht weken na ontvangst van de klacht advies uit aan het bevoegd gezag de klacht niet ontvankelijk te verklaren. Een afschrift van het advies wordt aan klager toegezonden. Artikel21Afdoening van de klacht 1Het bevoegd gezag stelt binnen twee weken na ontvangst van het advies van de commissie bedoeld in artikel 9, eerste lid, klager en aangeklaagde schriftelijk en gemotiveerd in kennis van de bevindingen van het onderzoek naar de gegrondheid van de klacht alsmede de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. Indien de conclusies van het bevoegd gezag afwijken van het advies van de commissie wordt de reden van die afwijking vermeld. 2Het bevoegd gezag stelt binnen twee weken na ontvangst van het advies van de commissie bedoeld in artikel 20, derde lid, klager schriftelijk en gemotiveerd in kennis van de bevindingen van het onderzoek naar de ontvankelijkheid van de klacht alsmede de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. 3Het bevoegd gezag kan de afdoening bedoeld in het eerste en het tweede lid voor ten hoogste vier weken verdagen. Van de verdaging wordt schriftelijk mededeling gedaan aan de klager. Indien de conclusies van het bevoegd gezag afwijken van het advies van de commissie wordt de reden van die afwijking vermeld 4Het bevoegd gezag zendt een afschrift van de conclusies bedoeld in dit artikel naar de commissie. Artikel22Jaarverslag 1Jaarlijks wordt een verslag opgesteld door de commissie. 2In dat verslag worden in geanonimiseerde zin en met in achtneming van de terzake geldende wettelijke bepalingen vermeld: het aantal klachten dat de commissie heeft ontvangen; het aantal niet-ontvankelijk, (gedeeltelijk) gegrond en ongegrond geachte klachten; de aard van de klachten; statistische gegevens over klagers en aangeklaagden (man-vrouw; leeftijdscategorieën; leidinggevend of niet; geboren in Nederland of niet); de doorlooptijd van de adviezen; aanbevelingen en tendensen. 3Het verslag wordt toegezonden aan het bevoegd gezag van de gemeenten waarin deze regeling van toepassing is verklaard. Hoofdstuk4Overige Artikelen Artikel23Privacy 1Alle stukken die op de zaak betrekking hebben, worden na afhandeling opgeborgen in een vertrouwelijk dossier bij de afdeling Personeel en Organisatie. 2Behoudens de aangeklaagde mag geen enkele medewerker in zijn positie worden geschaad vanwege het feit dat hij op enigerlei wijze betrokken is (geweest) bij een klachtenprocedure. 3Alle betrokken personen zijn verplicht tot geheimhouding. Artikel24Onvoorziene gevallen 1Als medewerkers tijdens het werk worden lastiggevallen door externen, kan men gebruik maken van deze klachtenregeling. 2In situaties waarin deze regeling niet of niet in redelijkheid voorziet, kan het college een bijzondere voorziening treffen. Artikel25Inwerkingtreding 1Deze regeling kan worden aangehaald als "Regeling klachtenbehandeling ongewenst gedrag op het werk Gemeente Haaren 2007". 2Deze regeling treedt in werking op 22-01-2008 Burgemeester en wethouders van de gemeente Haaren,secretaris, burgemeester,mr. B.P.H. van Els F.H.G.M. RonnesP&O oktober 2007
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.