← Nederland

Gedragscode bestuurlijke integriteit leden van de gemeenteraad (Haaren)

Gedragscode bestuurlijke integriteit leden van de gemeenteraadDe raad van de gemeente Haaren;in zijn vergadering van 19 december 2002;gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 12 november 2002;gelet op het advies van de commissie Bestuurszaken van 27 november 2002;gelet op het bepaalde in artikel 15 c,3e lid Gemeentewet.BESLUIT:Vast te stellen " Gedragscode bestuurlijke integriteit leden van de gemeenteraad" DeelIKernbegrippen van bestuurlijke integriteit Leden van de gemeenteraad stellen bij hun handelen de kwaliteit van het openbaar bestuur centraal. Integriteit van het openbaar bestuur is daarvoor een belangrijke voorwaarde. De belangen van de gemeente, en in het verlengde daarvan die van de burgers, zijn het primaire richtsnoer.Bestuurlijke integriteit houdt in dat de verantwoordelijkheid die met de functie samenhangt wordt aanvaard en dat er de bereidheid is om daarover verantwoording af te leggen. Verantwoording wordt intern afgelegd aan mede raadsleden, maar ook extern aan organisaties en burgers voor wie bestuurders hun functie vervullen.Een aantal kernbegrippen is daarbij leidend en plaatst bestuurlijke integriteit in een breder perspectief:· DienstbaarheidHet handelen van een bestuurder is altijd en volledig gericht op het belang van de gemeente en op de organisaties en burgers die daar onderdeel van uit maken.· FunctionaliteitHet handelen van een bestuurder heeft een herkenbaar verband met de functie die hij vervult in het bestuur.· OnafhankelijkheidHet handelen van een bestuurder wordt gekenmerkt door onpartijdigheid, dat wil zeggen dat geen vermenging optreedt met oneigenlijke belangen en dat ook iedere schijn van een dergelijke vermenging wordt vermeden.· OpenheidHet handelen van een bestuurder is transparant, opdat optimale verantwoording mogelijk is en de controlerende organen volledig inzicht hebben in het handelen van de bestuurder en zijn beweegredenen daarbij.· BetrouwbaarheidOp een bestuurder moet men kunnen rekenen. Die houdt zich aan zijn afspraken. Kennis en informatie waarover hij uit hoofde van zijn functie beschikt, wendt hij aan voor het doel waarvoor die zijn gegeven.· ZorgvuldigheidHet handelen van een bestuurder is zodanig dat alle organisaties en burgers op gelijke wijze en met respect worden bejegend en dat belangen van partijen op correcte wijze worden afgewogen.Deze kernbegrippen zijn de toetssteen voor de nu volgende gedragsafspraken. Gedragingen moeten aan deze kernbegrippen getoetst kunnen worden. Deel2Gedragscode Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1 1.1Begripsbepalingen:De raad : de raad van de gemeente Haaren;Bestuurder : een lid van de raad van de gemeente Haaren;Het presidium : het presidium als bedoeld in artikel 3 b van het Reglement van Orde voor de vergadering van de gemeenteraad;Het College : het college van burgemeester en wethouders van Haaren. 1.2Deze gedragscode geldt voor alle leden van de raad. 1.3In gevallen waarin de code niet voorziet of waarbij de toepassing niet eenduidig is, vindt bespreking plaats in het presidium. 1.4De code is openbaar en door derden te raadplegen. 1.5De leden van de raad ontvangen bij hun aantreden een exemplaar van de code. Hoofdstuk2Belangenverstrengeling en aanbesteding Artikel1 2.1Een bestuurder doet opgave van zijn financiële belangen in ondernemingen en organisaties waarmee de gemeente zakelijke betrekkingen onderhoudt. De opgave is openbaar en door derden te raadplegen. 2.2Bij privaat-publieke samenwerkingsrelaties voorkomt de bestuurder (de schijn van) bevoordeling in strijd met eerlijke concurrentieverhoudingen. 2.3Een oud-bestuurder wordt gedurende het eerste jaar na de beëindiging van zijn ambtstermijn uitgesloten van het tegen beloning verrichten van werkzaamheden voor de gemeente. 2.4Een bestuurder die familie- of vriendschapsbetrekkingen of anderszins persoonlijke betrekkingen heeft met een aanbieder van diensten aan de gemeente, onthoudt zich van deelname aan de besluitvorming over de betreffende opdracht. 2.5Een bestuurder neemt van een aanbieder van diensten aan de gemeente geen faciliteiten of diensten aan die zijn onafhankelijke positie ten opzichte van de aanbieder kan beïnvloeden. Hoofdstuk3Nevenfuncties Artikel1 3.1Een bestuurder vervult geen nevenfuncties waarbij strijdigheid is of kan zijn met het belang van de gemeente. 3.2Een bestuurder maakt melding van al zijn nevenfuncties waarbij tevens wordt aangegeven of de functie wel of niet bezoldigd is. Deze gegevens worden openbaar gemaakt. 3.3De kosten die een bestuurder maakt in verband met een nevenfunctie uit hoofde van het ambt (q.q.-nevenfunctie), worden vergoed door de instantie waar de nevenfunctie wordt uitgeoefend. Hoofdstuk4Informatie Artikel1 4.1Een bestuurder gaat zorgvuldig en correct om met informatie waarover hij uit hoofde van zijn ambt beschikt. Hij verstrekt geen geheime informatie. 4.2Een bestuurder houdt geen informatie achter, tenzij deze geheim of vertrouwelijk is en het niet geven van informatie mogelijk is op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur. 4.3Een bestuurder maakt niet ten eigen bate, of van zijn persoonlijke betrekkingen gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen informatie. Hoofdstuk5Aannemen van geschenken Artikel1 5.1Geschenken en giften die een bestuurder uit hoofde van zijn functie ontvangt, worden bij het presidium gemeld, geregistreerd en zijn eigendom van de gemeente. Er wordt een gemeentelijke bestemming voor gezocht. 5.2Indien een bestuurder geschenken of giften ontvangt die een waarde van minder dan 50 euro vertegenwoordigen, kunnen deze in afwijking van het bovenstaande worden behouden en behoeven ze niet te worden gemeld en geregistreerd. 5.3Geschenken en giften worden niet op het huisadres ontvangen. Indien dit toch is gebeurd, wordt dit gemeld aan het presidium waar een besluit over de bestemming van het geschenk wordt genomen. Hoofdstuk6Bestuurlijke uitgaven Artikel1 6.1Uitgaven worden uitsluitend vergoed als de hoogte en de functionaliteit ervan kunnen worden aangetoond. 6.2Ter bepaling van de functionaliteit van bestuurlijke uitgaven worden de volgende criteria gehanteerd:- met de uitgave is het belang van de gemeente gedienden- de uitgave vloeit voort uit de functie. Hoofdstuk7Declaraties Artikel1 7.1De bestuurder declareert geen kosten die reeds op andere wijze worden vergoed. 7.2Declaraties worden afgewikkeld volgens een daartoe vastgestelde administratieve procedure. 7.3Een declaratie wordt - bij de griffier - ingediend door middel van een daartoe vastgesteld formulier. Bij het formulier worden de nodige betalingsbewijzen gevoegd en op het formulier wordt de functionaliteit van de uitgave vermeld. 7.4Gemaakte kosten worden binnen een maand gedeclareerd. Eventuele voorschotten worden voorzover mogelijk binnen een maand afgerekend. 7.5De gemeentesecretaris is verantwoordelijk voor een deugdelijke administratieve afhandeling en registratie van declaraties. Declaraties van bestuurders worden administratief afgehandeld door een daartoe aangewezen ambtenaar. 7.6In geval van twijfel omtrent een declaratie, wordt deze voorgelegd aan de voorzitter van het presidium. Hoofdstuk8Creditcards Artikel1 8.1Van het gebruik van creditcards, ten name van de gemeente, voor het doen van uitgaven ten laste van de gemeente wordt afgezien. Hoofdstuk9Gebruik van gemeentelijke voorzieningen Artikel1 9.1Gebruik van gemeentelijke eigendommen of voorzieningen voor privé-doeleinden is niet toegestaan. 9.2Bestuurders kunnen op basis van een overeenkomst ter zake voor zakelijk gebruik een computer in bruikleen ter beschikking krijgen. 9.3Als het belang van de gemeente daarmee is gediend kan de voorzitter van het presidium besluiten dat bestuurders voor hun dienstreizen gebruik maken van een taxi of dienstauto. Het gebruik van deze voorziening wordt centraal geregistreerd.De voorzitter kan bepalen dat in bijzondere gevallen van de taxi of dienstauto gebruik kan worden gemaakt voor woon-werkverkeer of voor de uitoefening van (qualitate qua) nevenfuncties. Hoofdstuk10Reizen buitenland Artikel1 10.1Een bestuurder die het voornemen heeft een buitenlandse dienstreis te maken, heeft toestemming nodig van het presidium. De gemeenteraad wordt van alle dienstreizen op de hoogte gesteld. 10.2Een bestuurder die het voornemen van een dienstreis meldt, verschaft informatie over het doel van de dienstreis, de bijbehorende beleids-overwegingen, de samenstelling van het gezelschap en de geraamde kosten. 10.3Uitnodigingen voor reizen, werkbezoeken en dergelijke op kosten van derden worden altijd besproken in het presidium en onder meer getoetst op het risico van belangenverstrengeling. Het gemeentelijk belang van de reis is doorslaggevend voor de besluitvorming. 10.4Van de reis wordt een verslag opgesteld. Buitenlandse reizen worden vermeld in een jaarverslag. 10.5Het ten laste van de gemeente meereizen van de partner van een bestuurder is uitsluitend toegestaan wanneer dit gebeurt op uitnodiging van de ontvangende partij en het belang van de gemeente daarmee gediend is. Het meereizen van de partner wordt bij de besluitvorming van het presidium betrokken. 10.6Het anderszins meereizen van derden op kosten van de gemeente is niet toegestaan. Het meereizen van derden op eigen kosten is toegestaan en wordt in dat geval bij de besluitvorming van het presidium betrokken. 10.7Het verlengen van een buitenlandse dienstreis voor privé-doeleinden is toegestaan, mits dit is betrokken bij de besluitvorming van het presidium. De extra reis- en verblijfkosten komen volledig voor rekening van de bestuurder. 10.8De in verband met de buitenlandse dienstreis gedane functionele uitgaven worden vergoed conform de geldende regelingen. Uitgaven worden vergoed voorzover zij redelijk en verantwoord worden geacht. De raad van de gemeente Haaren,raadsgriffier, voorzitter,F.L.Smoorenburg. F.H.G.M. Ronnes.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.