Verordening nadeelcompensatie gemeente NijmegenDe raad van de gemeente Nijmegen, bijeen in zijn vergadering van 30 november 2022 Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 18 oktober 2022 Gelet op de artikelen 108 en 109 van de Gemeentewet, titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 15.1 van de Omgevingswet Besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening nadeelcompensatie gemeente Nijmegen Artikel1Toepassingsbereik 1.Deze verordening heeft betrekking op aanvragen voor de vergoeding van schade als bedoeld in artikel 4:126, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, waarvan de aanvrager stelt dat die wordt veroorzaakt door een bestuursorgaan van de gemeente. 2.Deze verordening heeft geen betrekking op aanvragen om schadevergoeding waarop een bijzondere verordening van toepassing is. Artikel2Heffen recht Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om schadevergoeding wordt een recht van € 300,- geheven. Artikel3Aanvraag 1.Het college van burgemeester en wethouders kan een elektronisch en/of papieren formulier vaststellen, met eventuele bijkomende indieningsvereisten. Indien er een vastgesteld formulier is, moet daar bij aanvragen gebruik van worden gemaakt. Verder dient aan de overige bijbehorende indieningsvereisten te worden voldaan. 2.In aanvulling op artikel 4:127 van de Algemene wet bestuursrecht bevat een aanvraag mede: als het schade betreft wegens winst- of inkomstenderving: jaarrekeningen over het jaar waarin schade is geleden en voor zover van toepassing over de drie daaraan voorafgaande jaren en de aanslagen vennootschapsbelasting of inkomstenbelasting over deze vier jaren. als het schade betreft wegens gederfde huurinkomsten: een afschrift van de huurovereenkomst of gebruiksovereenkomst en een eigendomsakte. een omschrijving van de verzochte vergoeding, als de aanvrager aangeeft een vergoeding niet in geld te willen ontvangen. overige informatie en bescheiden, door of namens het college van burgemeester en wethouders te stellen. 3.Het bestuursorgaan bevestigt de ontvangst en de datum van ontvangst van de aanvraag. Hierbij vermeldt het de te volgen procedure en de beslistermijnen. Artikel4Adviescommissie 1.Het bestuursorgaan wint slechts advies in bij een adviescommissie voor zover dat naar zijn oordeel noodzakelijk is om op de aanvraag te kunnen beslissen. 2.Advies als bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval niet ingewonnen als: de aanvraag naar het oordeel van het bestuursorgaan kennelijk ongegrond is, omdat zich kennelijk een weigeringsgrond voordoet als bedoeld in artikel 4:126, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, de schade kennelijk niet kan worden toegerekend aan een door het bestuursorgaan genomen besluit of verrichte handeling, de aanvraag naar het oordeel van het bestuursorgaan voldoende gelijkenis vertoont met andere aanvragen waarvoor al advies is uitgebracht, naar het oordeel van het bestuursorgaan in de gemeentelijke organisatie voldoende deskundigheid voor de beoordeling van de aanvraag aanwezig is. 3.Een adviescommissie bestaat uit één of meer deskundigen. 4.Een adviescommissie kan worden benoemd als: vaste commissie, waarbij de leden door burgemeester en wethouders voor een termijn van maximaal vier jaar worden benoemd met de mogelijkheid tot herbenoeming voor maximaal vier jaar, of tijdelijke commissie voor advisering met betrekking tot één of meer aanvragen, door het bestuursorgaan dat de aanvragen behandelt. Artikel5Procedure 1.Als advies wordt ingewonnen bij een adviescommissie, informeert het bestuursorgaan de aanvrager en andere belanghebbenden. 2.Binnen twee weken na het informeren als bedoeld in het eerste lid, kunnen aanvrager en andere belanghebbenden schriftelijk en gemotiveerd een verzoek tot wraking van één of meerdere leden van de adviescommissie bij het betrokken bestuursorgaan indienen. Het betrokken bestuursorgaan beslist binnen twee weken na ontvangst van het verzoek. 3.Het betrokken bestuursorgaan formuleert per geval het adviesverzoek aan de commissie. 4.De commissie kan een hoorzitting houden. Op de hoorzitting kunnen aanvrager en andere belanghebbenden een mondelinge toelichting op hun standpunten geven. 5.De commissie kan een plaatsopneming houden. 6.De commissie kan inlichtingen en adviezen inwinnen bij derden. 7.Van een hoorzitting wordt verslag gemaakt. Het verslag wordt toegevoegd aan het advies. 8.Alvorens een advies uit te brengen zendt de adviescommissie binnen zestien weken na de dagtekening van de opdracht tot advisering een concept daarvan aan de gemeente, aan de aanvrager, aan eventuele andere betrokkenen bestuursorganen alsmede de belanghebbende genoemd in het tiende lid van dit artikel. Zij worden hierbij in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken schriftelijk te regeren op het concept advies. 9.In het geval tijdig reacties zijn ingediend, brengt de adviescommissie binnen vier weken na het verstrijken van de in het achtste lid bedoelde termijn een advies uit aan het college, waarbij de betreffende reacties zijn betrokken. 10.In het geval geen of niet tijdig reacties zijn ingediend, brengt de adviescommissie binnen twee weken na het verstrijken van de in het achtste lid bedoelde termijn een advies uit aan het college. 11.Bij de toepassing van de artikelen 4:7 en 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht wordt naast de aanvrager voor zover van toepassing betrokken: degene die de activiteit verricht en met wie een overeenkomst als bedoeld in artikel 13.3c, eerste lid, van de Omgevingswet is gesloten, en, als sprake is van een schadeveroorzakend besluit naar aanleiding van een aanvraag, zoals geregeld in artikel 13.3d van de Omgevingswet, de aanvrager van dat besluit of degene die de toegestane activiteit verricht, tenzij: de schadevergoeding redelijkerwijze voor rekening behoort te blijven van het bestuursorgaan, of, de schadevergoeding voldoende op een andere manier is verzekerd. Artikel6Uitbetaling Bij gehele of gedeeltelijke toewijzing van een aanvraag om schadevergoeding, wordt de toegewezen schadevergoeding uiterlijk betaald direct na het onherroepelijk worden van het besluit op de aanvraag. Artikel7Aanvraag voorschot 1.Het bestuursorgaan kan op een daartoe strekkende aanvraag beslissen een voorschot te verlenen op een uit te betalen geldsom, als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat een verplichting tot betaling zal worden vastgesteld. 2.De artikelen 4:95 en 4:96 van de Algemene wet bestuursrecht zijn op dit voorschot van toepassing. 3.In geval van bevoorschotting verlangt het college zekerheidstelling in de vorm van een bankgarantie. Artikel8Intrekking oude regeling De volgende verordeningen worden ingetrokken: 1."Nadeelcompensatieverordening gemeente Nijmegen 1999" 2.“Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade 2011” van de gemeente Nijmegen. Artikel9Inwerkingtreding en citeertitel 1.Deze verordening treedt tegelijk met de Wet van 23 maart 2016, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingswet) in werking. 2.Deze regeling wordt aangehaald als: ‘Verordening nadeelcompensatie gemeente Nijmegen’. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 30 november 2022 De raadsgriffier,Drs. S.J. RutaDe voorzitter,Drs. H.M.F. BrulsToelichting Algemeen De overheid kan rechtmatig handelen, maar toch schade veroorzaken. Bijvoorbeeld door het verlenen van een omgevingsvergunning die de aanleg van een appartementencomplex mogelijk maakt, waardoor het eigendom van het naastgelegen perceel in waarde achteruitgaat. Ook het inperken van rechten kan tot nadeelcompensatie leiden. Of denk aan werkzaamheden aan de weg, waardoor een bedrijf (tijdelijk) onbereikbaar is en inkomsten misloopt. Het gaat dus niet alleen om schade veroorzaakt door rechtmatige besluiten, maar ook om schade veroorzaakt door rechtmatige feitelijke handelingen. Nadeelcompensatie is dus breder dan planschade, zoals in artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening. Bij planschade gaat het om inkomensderving of vermindering van de waarde van een onroerende zaak als gevolg van een planologische maatregel. Verhouding Awb en Ow Naar verwachting treedt op 1 januari 2023 de nadeelcompensatieregeling, titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), in werking. In deze regeling worden bestaande landelijke regelingen voor bestuursrechtelijke nadeelcompensatie in verschillende wetten en buitenwettelijke regelingen samengevoegd, geharmoniseerd en geactualiseerd. Titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zal voorzien in een algemene regeling voor de vergoeding (of tegemoetkoming) van schade door rechtmatig overheidshandelen. Daarbij kan worden gedacht aan verzoeken wegens winst- of inkomstenderving, gederfde huurinkomsten, of de lagere opbrengst bij de verkoop van een bedrijf of een onroerende zaak. Vaak gaat het om schade door infrastructurele werkzaamheden (omzetschade door gemeentelijke wegopbrekingen). Titel 4.5 van de Awb geldt bij alle bestuursrechtelijke nadeelcompensatie. In de Omgevingswet zal een specifieke nadeelcompensatieregeling zijn opgenomen die aansluit op de generieke regeling uit de Awb (Afdeling 15.1 van de Omgevingswet). Afdeling 15.1 Omgevingswet is een verbijzondering van titel 4.5 Awb, en geldt alleen voor omgevingsrechtelijke besluiten. Het gaat om een zogenoemde generalis – specialis verhouding. De afbakening van schadeoorzaken in artikel 15.1 van de Ow is ten opzichte van titel 4.5 van de Awb limitatief en exclusief. Dat betekent dat als een schadeoorzaak niet in dat artikel is opgenomen, niet alsnog langs de weg van de Awb om schadevergoeding kan worden gevraagd. De regels over nadeelcompensatie in de Ow hebben zo voorrang op de regels in de Awb. Een bekend voorbeeld van een vorm van omgevingsrechtelijke bestuursrechtelijke schadevergoedingsregeling is planschade (Afdeling 6.1 Wet ruimtelijke ordening). Planschade gaat op in de algemene nadeelcompensatieregeling van titel 4.5 Awb en Afdeling 15.1 van de Omgevingswet. De landelijke en buitenwettelijke nadeelcompensatie was tot op heden uitgewerkt in gemeentelijke verordeningen, welke vooral uitwerkingen en procedurele bepalingen betroffen. Het ging om een verordening planschade en om een verordening voor andere nadeelcompensatie. De nu voorliggende integrale gemeentelijke verordening nadeelcompensatie, vervangt deze bestaande gemeentelijke regelingen voor de gemeenten. Het gaat om de volgende gemeentelijke verordeningen die vervangen worden. "Nadeelcompensatieverordening gemeente Nijmegen 1999" “Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade 2011” van de gemeente Nijmegen. Deze regelingen worden nu in feite inhoudelijk samengevoegd, op de juiste wijze geënt op de nieuwe landelijke wetgeving (titel 4.5 Awb en Afdeling 15.1 Omgevingswet) en geactualiseerd. Normaal maatschappelijk risico Vooropgesteld wordt dat de overheid niet verplicht is om iedere schade die zij in de rechtmatige uitoefening van haar publieke taken veroorzaakt, altijd en in zijn geheel moet vergoeden. Dat overheidsingrijpen voor sommige burgers en ondernemingen nadelige gevolgen kan hebben, is namelijk tot op zeker hoogte onvermijdelijk. Zodoende moeten deze gevolgen dus ook tot op zekere hoogte worden geaccepteerd: “normaal maatschappelijk risico”. Burgers en ondernemingen die door rechtmatig overheidsoptreden echter schade lijden die uitgaat boven het normaal maatschappelijk risico en in vergelijking tot anderen onevenredig zwaar worden getroffen, kunnen desgevraagd schadevergoeding ontvangen (artikel 4:126 van de Awb). De hoogte daarvan moet in zo’n geval redelijk zijn. De schadevergoeding dekt dus niet vanzelfsprekend alle schade en ook niet altijd volledig. Sommige schade zal altijd (deels) voor eigen rekening blijven. Modelverordening De voorliggende verordening nadeelcompensatie is gebaseerd op het model hiervoor van de VNG (ledenbrief Lbr. 21/041, 26 mei 2021). De VNG heeft ervoor gekozen om nadeelcompensatie uit te werken in een modelverordening en niet in een modelbeleidsregel. Reden hiervoor is dat het heffen van een recht (behandelkosten, leges) bij wettelijk voorschrift moet (zie artikel 4:128, eerste lid, van de Awb) en dat de adviescommissie zo een solide basis krijgt. In de modelverordening is dan ook het heffen van een recht en het instellen van een adviescommissie geregeld. Verder acht de VNG het niet wenselijk om het heffen van dit recht op te nemen in de legesverordening, maar in een verordening nadeelcompensatie. VNG meldt hierover het volgende. In artikel 229 van de Gemeentewet wordt gesproken over het heffen van rechten. Daarbij worden ‘door het gemeentebestuur verstrekte diensten’ genoemd. Bij het heffen van het recht bij een aanvraag om nadeelcompensatie gaat het echter niet om een dienst, maar om gemeentelijke aansprakelijkheid. De VNG ziet ook geen reden om de legesverordening te verruimen tot heffing van andere rechten (naast leges). Er is namelijk geen sprake van een belastingheffing, maar van een financiële drempel om lichtvaardige aanvragen om schadevergoeding tegen te gaan. Artikelsgewijs Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven, worden hieronder nader toegelicht. Artikel 1. Toepassingsbereik Eerste lid Deze verordening heeft betrekking op aanvragen om schadevergoeding vanwege rechtmatige overheidsdaad. Het gaat om nadeelcompensatie als bedoeld in titel 4.5 van de Awb en afdeling 15.1 van de Omgevingswet. Het kan voorkomen dat schade door meerdere overheden wordt veroorzaakt, bijvoorbeeld zowel de gemeente als het waterschap. In deze bepaling wordt verduidelijkt dat de aanvrager in dat geval het loket kiest. Het gaat in deze verordening om schade waarvan door de aanvrager wordt gesteld dat die wordt veroorzaakt door een bestuursorgaan van de gemeente. Hierop bestaat een uitzondering. Dat betreft de situatie waarbij de aanvraag om schadevergoeding betrekking heeft op een besluit ter uitvoering van een projectbesluit (een instrument van rijk, provincies en waterschappen). Op die situatie is de regeling van artikel 15.8 van de Omgevingswet van toepassing. Daarin is geregeld dat het bestuursorgaan dat het projectbesluit heeft vastgesteld het bestuursorgaan is dat de schadevergoeding toekent. Tweede lid Een bijzondere regeling zoals hier bedoeld, kan bijvoorbeeld een verordening zijn voor een specifiek onderwerp, zoals kabels en leidingen, riolering en wegopbrekingen, of voor een specifiek project binnen de gemeente. Artikel 2. Heffen recht Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om schadevergoeding wordt een recht geheven. De figuur van de heffing is in artikel 4:128 van de Awb geïntroduceerd om te voorkomen dat er al te lichtvaardig wordt overgegaan tot indiening van een aanvraag om schadevergoeding. Het recht bedraagt € 300,-. Als het recht niet wordt voldaan, wordt de aanvraag op grond van artikel 4:5 van de Awb buiten behandeling gesteld (niet ontvankelijke aanvraag). Als de aanvraag om nadeelcompensatie wordt toegekend, wordt het toe te kennen bedrag verhoogd met het geheven recht (terugbetaald) (artikel 4:129, aanhef en onder c, van de Awb). Artikel 3. Aanvraag Eerste lid De artikelen 4:2 en 4:127 van de Awb bevatten een grondslag voor de aanvraagvereisten voor het in behandeling nemen van een aanvraag om schadevergoeding. Als niet aan de aanvraagvereisten wordt voldaan kan de aanvraag op grond van artikel 4:5 van de Awb buiten behandeling worden gesteld. In aanvulling hierop is in het eerste lid geregeld dat de aanvrager van schadevergoeding gebruik maakt van een mogelijk door het bestuursorgaan vast te stellen formulier (elektronisch of papier). Wanneer de aanvraag niet wordt aangeleverd via het [elektronische] formulier, kan worden besloten de aanvraag niet in behandeling te nemen. Dat kan betekenen dat de aanvrager wordt verzocht de aanvraag nadeelcompensatie alsnog via het formulier in te dienen. Het bestuursorgaan moet dan aan de aanvrager aangeven dat de aanvraag niet compleet is, en vooralsnog niet in behandeling kan worden genomen. Het bestuursorgaan kan dan expliciet de termijnen opschorten tot het moment dat wel de stukken zijn ingediend. Tweede lid Hier zijn aanvullende eisen ten aanzien van schadeclaims wegens winst- of inkomstenderving of gederfde huurinkomsten opgenomen. In artikel 4:2 van de Awb is vastgelegd dat een aanvraag wordt ondertekend en ten minste bevat: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.