n Oirschot 2023 In dit Reglement van Orde is omwille van de leesbaarheid in de mannelijke vorm naar personen verwezen. Overal waar hij staat, is ook zij bedoeld. Hoofdstuk1- Algemene bepalingen Paragraaf1.1Begripsbepalingen Artikel1Begripsomschrijvingen In dit reglement wordt verstaan onder: voorzitter: de voorzitter van de raad of diens plaatsvervanger; griffier: de griffier van de raad of diens plaatvervanger; amendement: voorstel tot wijziging van een concept raadsbesluit; subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig amendement; motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp waardoor een oordeel, een wens of een verzoek van de raad wordt uitgesproken; initiatiefvoorstel: een voorstel van een raadslid voor een besluit van de raad; Inspraakronde: gelegenheid tot inspreken over onderwerpen die zijn geagendeerd voor de raadsvergadering Artikel2De vergadercyclus 1.De raad hanteert voor zijn reguliere bijeenkomsten zo veel mogelijk een cyclus van vier weken, die als volgt is samengesteld: Week 1: Presidium; raadsbijeenkomsten Week 2: Werkgroepen gemeenteraad Week 3: B&W-informatie-uurtje, inspraakronde en raadsbijeenkomsten Week 4: Raadsvergadering De uitgangspunten, doelen en nadere uitwerking van de vergadercyclus zijn opgenomen in het overzicht Vergadercyclus gemeenteraad Oirschot dat als bijlage bij het Reglement van Orde is gevoegd. 2.Het presidium kan besluiten de vergadercyclus anders in te richten. 3.De reguliere raadsbijeenkomsten vinden plaats op dinsdag volgens een door het presidium vast te stellen jaarschema. Artikel3De voorzitter van de raad 1.De voorzitter is belast met het leiden van de vergadering, het handhaven van de orde tijdens de vergaderingen van de raad, het doen naleven van het reglement van orde en wat de Gemeentewet of dit reglement hem verder opdraagt. 2.Wanneer de voorzitter in de hoedanigheid van burgemeester, portefeuillehouder dan wel collegevoorzitter deelneemt aan het debat, wordt het voorzitterschap vervuld door de waarnemend voorzitter. Artikel4De griffier 1.De griffier is in elke vergadering van de raad aanwezig. 2.Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een plaatsvervanger die door de raad is aangewezen. 3.De griffier kan op uitnodiging van de voorzitter en/of de raad aan beraadslagingen in raadsvergaderingen deelnemen. Artikel5Het presidium 1.Er is een presidium dat bestaat uit de fractievoorzitters en de raadsvoorzitter. De griffier dan wel zijn plaatsvervanger is in elke vergadering van het presidium als adviseur aanwezig. 2.Fractievoorzitters wijzen elk een fractielid aan dat hen bij afwezigheid in het presidium vervangt. 3.De raadsvoorzitter is de voorzitter van het presidium, tenzij de raad anders beslist. Bij diens afwezigheid wordt hij vervangen door de waarnemend raadsvoorzitter. 4.Elke fractie heeft één stem in het presidium. 5.Het presidium vergadert in openbaarheid en kan besluiten om in beslotenheid te vergaderen wanneer het te behandelen onderwerp daar naar de mening van het presidium aanleiding toe geeft. 6.Het presidium kan anderen uitnodigen deel te nemen aan zijn vergaderingen. 7.Het presidium heeft in ieder geval de volgende taken: Het voorbereiden van de raadsvergaderingen en vaststellen van voorlopige agenda’s voor raadsvergaderingen; Het vaststellen van de vergadercyclus van de raad; het toezien op de kwaliteit van de vergaderingen van de raad; het bevorderen van de kwaliteit van de onderlinge verhoudingen in de raad; Het doen van aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad. Artikel6Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden 1.Bij de benoeming van nieuwe raadsleden stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. De commissie wordt bijgestaan door de griffier. 2.De commissie onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de nieuw benoemde raadsleden. 3.De commissie brengt na het onderzoek van de geloofsbrieven verslag uit aan de raad en brengt een advies uit voor een besluit. Indien van toepassing, wordt van een minderheids¬standpunt melding gemaakt in dit advies. 4.Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste raadsvergadering in oude samenstelling na de raadsverkiezingen. 5.Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden op om in de eerste raadsvergadering in nieuwe samenstelling de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 6.In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd raadslid op voor de raadsvergadering waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 7.Aan burgerraadsleden wordt verzocht een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) te overleggen. Bij het ontbreken van een VOG vindt een externe risicoanalyse plaats voor rekening van de gemeente. Artikel7Benoeming wethouders 1.Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad een commissie in overeenkomstig artikel 6.1 van dit reglement. 2.De commissie onderzoekt of de kandidaat-wethouder voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de Gemeentewet. 3.De commissie brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder. 4.De burgemeester geeft voor de aanvang van iedere ambtstermijn opdracht om de kandidaat-wethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. De burgemeester brengt over het eindresultaat daarvan verslag uit aan de raad. De risicoanalyse en bijbehorende documenten zijn niet openbaar met uitzondering van de openbare rapportage voor publicatie. Artikel8Fracties 1.Raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zittingsperiode als één fractie beschouwd. 2.Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als daar geen aanduiding was geplaatst, deelt de fractie in de eerste raadsvergadering aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad zal voeren. 3.De namen van de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter. 4.Als één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of zich aansluiten bij een andere fractie, wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter door tussenkomst van de griffier. 5.Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G3, vierde lid, van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging. Artikel9Burgerraadsleden 1.Ter ondersteuning van de fractie in het raadswerk kan elke fractie maximaal zes personen voordragen als burgerraadslid. 2.Burgerraadsleden worden door de raad op voordracht van de fractievoorzitter benoemd. 3.Benoeming van burgerraadsleden geschiedt overeenkomstig artikel 6 lid 1 t/m 3 van dit reglement. 4.De artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op het burgerraadslidmaatschap. 5.Overeenkomstig artikel 14 van de Gemeentewet legt een burgerraadslid na benoeming in de raad in de raadsvergadering in handen van de voorzitter de eed of belofte af. 6.Het burgerraadslidmaatschap eindigt: Bij opzegging door het burgerraadslid; Bij opzegging door de voorzitter van de fractie die het burgerraadslid heeft voorgedragen; Bij installatie van een nieuwe gemeenteraad na verkiezingen; Indien een fractie niet langer vertegenwoordigd is in de raad. 7.Burgerraadsleden kunnen deelnemen aan raadsbijeenkomsten. Burgerraadsleden mogen aanwezig zijn bij besloten raadsvergaderingen met uitzondering van de besloten raadsvergadering over de aanbeveling voor benoeming of herbenoeming van een nieuwe burgemeester. 8.Burgerraadsleden worden gelijkgesteld met raadsleden, voor zover een wettelijke bepaling of dit reglement van orde zich daartegen niet verzet. Paragraaf1.2Toehoorders en pers Artikel10Toehoorders en pers 1.De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen. 2.Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden. Artikel11Geluid- en beeldregistraties Degenen die in de vergaderzaaltijdens een vergadering geluid- dan wel beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. Deze aanwijzingen kunnen niet over gaan dat zij de vrijheid van pers aantasten. Hoofdstuk2- Raadsvergaderingen Paragraaf2.1Voorbereiding van de raadsvergadering Artikel12Vergaderfrequentie 1.De vergaderingen van de raad vinden in de regel plaats op de laatste dinsdag van de maand vanaf 19.30 uur in het gemeentehuis en worden in principe om 23.00 uur beëindigd. 2.In voorkomend geval kan de eindtijd verplaatst worden. De voorzitter doet hiertoe een mondeling voorstel aan de raad tijdens de vergadering. 3.Indien de vergadering nog niet is afgerond, schorst of sluit de voorzitter de vergadering en doet zo nodig een voorstel voor een nieuwe vergaderdatum. 4.De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag, aanvangsuur en/of eindtijd bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende situatie, overleg in het presidium. Artikel13Oproep en agenda 1.De voorzitter roept ten minste tien dagen voor een raadsvergadering de raadsleden schriftelijk op door publicatie van de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van die stukken waarvoor een verplichting tot geheimhouding geldt, op het raadsinformatie-systeem, onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de vergadering. 2.In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering een aanvullende agenda opstellen. Deze wordt met de daarbij behorende stukken aan de leden van de raad verzonden en openbaar gemaakt. 3.De agenda wordt bij aanvang van een raadsvergadering door de raad vastgesteld. Op voorstel van een lid van de raad of de voorzitter kan de raad bij de vaststelling van de agenda de volgorde en wijze van behandeling van de agendapunten wijzigen, onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren. 4.Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende voor de openbare beraadslaging voorbereid acht, kan de raad het onderwerp verwijzen naar een voorbereidende raadsbijeenkomst of aan het college en derden nadere inlichtingen of advies vragen. Artikel14Inzien van stukken 1.Alle openbare stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen, worden digitaal beschikbaar gesteld via de website van de gemeenteraad. Dit geldt tevens als openbare terinzagelegging. 2.Informatie van de raad of aan de raad verstrekte informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijft in afwijking van het eerste lid onder berusting van de griffier. De griffier verleent de raadsleden desgewenst inzage. Artikel15Openbare kennisgeving 1.Raadsvergaderingen worden door plaatsing op het raadinformatiesysteem van de gemeente ter openbare kennis gebracht. 2.De openbare kennisgeving vermeldt: De datum, aanvangstijd en plaats van de vergadering; De mogelijkheid tot het uitoefenen van spreekrecht als bedoeld in artikel 44 van dit reglement. Paragraaf2.3De orde van de vergadering Artikel17Presentielijst 1.De griffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten van raadsvergaderingen. 2.Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen raadsleden de presentielijst. Aan het einde van elke raadsvergadering wordt die lijst door ondertekening door de griffier vastgesteld. Artikel18Spreekregels 1.De raadsleden en de overige aanwezigen in de raadsvergadering spreken vanaf het spreekgestoelte of vanaf de hen toegewezen zitplaats en richten zich tot de voorzitter. 2.Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de leden en de overige aanwezigen in de raadsvergadering vanaf een andere plaats spreken. 3.Niemand voert het woord dan nadat hij dit van de voorzitter heeft verkregen. 4.Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij De voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren; Een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden. Artikel19Aantal spreektermijnen 1.De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist. 2.Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. 3.Raadsleden voeren in een termijn niet meer dan éénmaal het woord over hetzelfde onderwerp of voorstel. 4.Het derde lid is niet van toepassing op een raadslid dat een (sub-)amendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend ten aanzien van de beraadslaging daarover. 5.Bij de bepaling hoeveel keer een raadslid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde. Artikel20Deelname aan de beraadslaging door anderen 1.Onverminderd artikel 21 van de Gemeentewet kan de raad besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging. 2.Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of een raadslid genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen. Artikel21Voorstellen van orde Raadsleden kunnen tijdens een raadsvergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen. De raad beslist hier terstond over. Paragraaf2.4Stemmingen Artikel22Stemverklaring Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, hebben raadsleden het recht hun voorgenomen stemgedrag toelichten. Artikel23Beslissing 1.De voorzitter sluit de beraadslaging als hij vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, tenzij de raad anders beslist. 2.Nadat de beraadslaging is gesloten vindt, na een stemming over eventuele amendementen, de stemming plaats over het voorstel zoals het dan in zijn geheel luidt, tenzij geen stemming wordt verlangd. 3.Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel voor de te nemen beslissing. Artikel24Stemming; procedure hoofdelijke stemming 1.De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen. 2.Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen, kunnen de in de raadsvergadering aanwezige raadsleden aantekening in het verslag vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet van deelneming aan de stemming te hebben onthouden. 3.Als een raadslid om stemming of hoofdelijke stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad. 4.Bij hoofdelijke stemming roept de griffier de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het daarvoor bij loting aangewezen raadslid en verloopt verder volgens de volgorde van de presentielijst. 5.Bij hoofdelijke stemming brengen ter vergadering aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge artikel 28 van de Gemeentewet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, hun stem uit door zich 'voor' of 'tegen' te verklaren, zonder enige toevoeging. 6.Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen tot het volgende raadslid heeft gestemd. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming. 7.De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen en doet daarbij mededeling van het genomen besluit. Artikel25Stemming over amendementen en moties 1.Als op een aanhangig voorstel amendementen zijn ingediend, wordt eerst over die amendementen gestemd en vervolgens over het voorstel zoals het dan luidt in zijn geheel. 2.Als een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement waarop dat betrekking heeft. 3.Als meerdere amendementen of subamendementen op eenzelfde gedeelte van een aanhangig voorstel zijn ingediend, wordt, onverminderd het eerste en tweede lid, bepaalt de voorzitter de volgorde waarin hierover wordt gestemd. Daarbij geldt de regel dat eerst over het meest verstrekkende amendement of subamendement wordt gestemd. 4.Als aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. De raad kan besluiten van deze volgorde af te wijken. Artikel26Stemming over personen 1.Bij stemming over personen voor benoemingen of het opstellen van voordrachten of aanbevelingen, benoemt de voorzitter drie raadsleden tot stembureau. 2.Aanwezige raadsleden die zich niet op grond van de Gemeentewet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, zijn verplicht een door het stembureau verstrekt stembriefje in te leveren. 3.Er vinden zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van het stembureau beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje. 4.In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad op voorstel van het stembureau. 5.Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd. Paragraaf2.5Besluitenlijst en ingekomen stukken Artikel27Verslaglegging 1.Van de raadsvergadering worden een besluitenlijst en een digitale opname gemaakt. 2.De griffier draagt zorg voor de besluitenlijst van raadsvergaderingen. 3.De besluitenlijst wordt zo spoedig mogelijk ter vaststelling aan de raad aangeboden en op de website van de gemeenteraad gepubliceerd. 4.Een digitale opname van de raadsvergadering wordt live uitgezonden via internet en is zo spoedig mogelijk na de vergadering via de website van de gemeenteraad raadpleegbaar. 5.De leden, de voorzitter, de wethouders, de griffier en de secretaris hebben het recht een voorstel tot verandering aan de raad te doen indien het conceptverslag onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft hetgeen gezegd of besloten is. Een voorstel tot verandering dient voor de aanvang van de vergadering bij de griffier te worden ingediend. Artikel28Ingekomen stukken 1.Bij de raad ingekomen stukken worden op een lijst geplaatst. Deze lijst en de ingekomen stukken worden, voorzien van een behandelvoorstel van de griffier, aan de leden van de raad digitaal beschikbaar gesteld. 2.De griffier wordt mandaat verleend voor het afdoen van de in het eerste lid bedoelde stukken overeenkomstig het behandelvoorstel, voor zover binnen twee weken na de ter inzage legging van het behandelvoorstel niet door de leden van de raad is verzocht om een andere wijze van behandeling. 3.Wanneer een raadslid inhoudelijke bespreking wenst, vindt bespreking plaats in de raadsvergadering. 4.Ingekomen stukken worden openbaar digitaal beschikbaar gesteld, tenzij artikel 5.1 van de Wet Open Overheid zich hiertegen verzet. Paragraaf2.6Besloten raadsvergaderingen Artikel29Algemeen Op besloten raadsvergaderingen is dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering. Artikel30Besluitenlijst besloten vergadering 1.Besluitenlijsten van besloten raadsvergaderingen worden niet verspreid maar berusten bij de griffier. 2.Deze verslagen en besluitenlijsten worden zo spoedig mogelijk in een besloten raadsvergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet opheffen van de geheimhouding op de vastgestelde besluitenlijst. 3.De vastgestelde verslagen en besluitenlijsten worden door de voorzitter en de griffier ondertekend. Artikel31.Opheffing geheimhouding Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid, van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, wordt, als het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten raadsvergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd. Hoofdstuk3- Bevoegdheden, instrumenten raadsleden Paragraaf3.1Instrumenten raadsleden Artikel32Amendementen en subamendementen 1.Ieder raadslid kan tot het sluiten van de beraadslagingen amendementen indienen. Een amendement kan het voorstel inhouden om een geagendeerd voorstel in één of meer onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden. 2.Er wordt alleen beraadslaagd over amendementen en subamendementen die ingediend zijn door raadsleden die de presentielijst getekend hebben en in de vergadering aanwezig zijn. 3.Ieder raadslid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd een wijziging voor te stellen op het amendement of subamendement dat door een raadslid is ingediend. 4.Raadsleden dienen amendementen en subamendementen voor het sluiten van de beraadslaging van het voorstel waarop deze betrekking hebben, schriftelijk in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat. 5.Intrekking door de indiener van een amendement of subamendement is mogelijk totdat de besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden. Artikel33Moties 1.Ieder raadslid kan ter vergadering een motie indienen. 2.Raadsleden dienen moties schriftelijk in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat. 3.De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of voorstel vindt gelijktijdig plaats met de beraadslaging over dat onderwerp of voorstel. 4.De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda opgenomen onderwerpen zijn behandeld. 5.Intrekking door de indiener van een motie is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond. Artikel34Voorstel van orde 1.De voorzitter en ieder lid van de raad kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht. 2.Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen. 3.Over een voorstel van orde beslist de raad terstond. Artikel35Initiatiefvoorstel 1.Ieder lid van de raad kan een initiatiefvoorstel indienen. 2.Een initiatiefvoorstel moet om in behandeling genomen te kunnen worden, schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend. De voorzitter brengt een ingediend voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van het college. 3.Het college kan binnen drie weken nadat het ter kennis is gesteld van een voorstel schriftelijk wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorstel ter kennis van de raad brengen. 4.Nadat het college schriftelijk wensen of bedenkingen ter kennis van de raad heeft gebracht of kenbaar heeft gemaakt hiertoe niet te zullen overgaan, dan wel nadat de in het derde lid gestelde termijn is verlopen, wordt het voorstel op de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering geplaatst. 5.De behandeling van het voorstel vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende voorstellen en onderwerpen zijn behandeld tenzij de raad oordeelt dat: Het voorstel met het oog op de orde van de vergadering samen met een ander geagendeerd voorstel of onderwerp dient te worden behandeld; Het voorstel eerst dient te worden behandeld in een raadssessie. 6.De raad kan voorwaarden stellen aan de indiening en behandeling van een voorstel, niet zijnde een voorstel voor een verordening. 7.Op een spoedeisend initiatiefvoorstel inhoudende het ontslag van een wethouder zijn de bepalingen in dit artikel niet van toepassing. Een dergelijk voorstel kan na instemming van de raad terstond aan de agenda worden toegevoegd. Artikel36Collegevoorstel 1.Een collegevoorstel aan de raad dat vermeld staat op de voorlopige agenda van de raadsvergadering wordt niet ingetrokken zonder toestemming van de raad. 2.Als de raad van oordeel is dat het nodig is een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies terug te zenden aan het college, bepaalt de raad binnen welke termijn het voorstel opnieuw geagendeerd wordt. Artikel37Interpellatie 1.Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, ten minste 48 uur voor de aanvang van de vergadering schriftelijk bij de voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd alsmede de te stellen vragen. 2.De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en de wethouders. 3.De raad bepaalt bij de vaststelling van de agenda van de eerstvolgende vergadering na indiening van het verzoek op welk tijdstip tijdens de vergadering de interpellatie zal worden gehouden. Over het verzoek tot interpellatie wordt geen stemming verlangd. 4.De interpellant voert niet vaker dan tweemaal het woord. De overige raadsleden, de burgemeester en de wethouders niet vaker dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft. Artikel38Inlichtingen 1.Als een raadslid over een onderwerp inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de Gemeentewet verlangt, wordt een verzoek daartoe schriftelijk ingediend bij de griffier. 2.De griffier brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester. 3.De verlangde inlichtingen worden zo spoedig mogelijk aan de raad verschaft, in ieder geval binnen tien dagen nadat het verzoek is ingediend. 4.De gestelde vragen en het antwoord vormen een agendapunt voor de eerstvolgende raadsvergadering. Paragraaf3.2Vragen Artikel39Technische vragen 1.Technische vragen worden kort en bondig geformuleerd. Het zijn informatieve vragen die bedoeld zijn om een beter begrip van een onderwerp of geagendeerd raadsvoorstel te krijgen. Het kunnen vragen zijn over feiten, omstandigheden en de uitleg daarvan of over de feitelijke gevolgen van een besluit. 2.Technische vragen worden ingediend bij de griffie. 3.Technische vragen over geagendeerde raadsvoorstellen worden binnen twee weken na indiening beantwoord. De antwoorden worden door de griffie op het raadsinformatiesysteem geplaatst bij het betreffende agendapunt. 4.Bij technische vragen over een niet geagendeerd onderwerp spant het college zich in om de technische vragen zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen drie weken na ontvangst van de vraag, te beantwoorden. De antwoorden worden door de griffie op het raadsinformatiesysteem geplaatst. Artikel40Schriftelijke vragen 1.Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. Ze hebben een politiek karakter. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Vragen die niet voldoen aan het hiervoor gestelde worden per omgaande door de voorzitter aan de indiener teruggestuurd. 2.De vragen worden schriftelijk beantwoord, tenzij de indiener nadrukkelijk verzoekt om mondelinge beantwoording. 3.De vragen worden bij de griffier ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester worden gebracht. 4.Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen drie weken nadat de vragen zijn ingediend. Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende raadsvergadering. Indien beantwoording niet binnen de gestelde termijnen kan plaatsvinden, stelt het college of de burgemeester de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord. 5.De antwoorden van het college of de burgemeester worden door tussenkomst van de griffier aan de leden van de raad beschikbaar gesteld. 6.De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in dezelfde raadsvergadering, nadere inlichtingen vragen over het door het college of de burgemeester gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist. Artikel41Vragenhalfuur 1.Het vragenhalfuur vindt plaats na de opening van elke reguliere raadsvergadering tenzij bij de griffier geen vragen zijn ingediend. Het vragenhalfuur duurt maximaal dertig minuten. In bijzondere gevallen kan het presidium bepalen dat het vragenhalfuur komt te vervallen. 2.Het raadslid dat tijdens het vragenhalfuur vragen wil stellen, meldt dit schriftelijk, onder aanduiding van het onderwerp en de vragen, bij de griffier uiterlijk om 10.00 uur op de maandagmorgen voorafgaand aan de raadsvergadering. De voorzitter kan weigeren een onderwerp tijdens het vragenhalfuur aan de orde te stellen indien hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht aangegeven, het onderwerp in dezelfde raadsvergadering aan de orde komt of het onderwerp niet actueel is. 3.De voorzitter bepaalt de volgorde waarin aangemelde onderwerpen tijdens het vragenhalfuur aan de orde worden gesteld. 4.De vragensteller wordt voor ten hoogste twee minuten het woord verleend om aan een of meer collegeleden dan wel de burgemeester een of meer vragen te stellen, en een toelichting te geven. Het collegelid of – indien de vragen aan meer collegeleden zijn gericht – de collegeleden gezamenlijk dan wel de burgemeester wordt voor ten hoogste vijf minuten het woord verleend om de vragen te beantwoorden. 5.Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de vragensteller desgewenst twee minuten het woord om aanvullende vragen te stellen. 6.Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de raad ten hoogste twee minuten het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. Aan ieder tot wie de (aanvullende) vragen zijn gericht, wordt voor ten hoogste drie minuten het woord verleend om vragen te kunnen beantwoorden. 7.Tijdens het vragenhalfuur kunnen geen moties worden ingediend en worden geen interrupties toegelaten. 8.Vragen die aan het einde van het vragenhalfuur nog niet aan de orde zijn gekomen, worden door het college schriftelijk beantwoord. Hoofdstuk4– Raadsbijeenkomsten Artikel42Invulling raadsbijeenkomsten 1.De raadsbijeenkomsten vinden in de regel plaats op dinsdag en vangen aan om 19.30 uur. 2.Het presidium kan een andere aanvangstijd bepalen en in bijzondere gevallen een andere dag. 3.Een raadsbijeenkomst kan bestaan uit één of meerdere raadsessies, door of namens de raad georganiseerd. Er kunnen meerdere raadssessies parallel aan elkaar worden gehouden. 4.Een raadssessie heeft één van de volgende doelstellingen: Beeldvorming: gericht op het informeren van de raad over of oriënteren op een bepaald thema, onderwerp of raadsvoorstel dan wel het richtinggevend bespreken met de raad van een bepaald thema, onderwerp of raadsvoorstel; Oordeelsvorming: gericht op het voorbereiden van de besluitvorming door middel van het uitwisselen van en doorvragen op argumenten om tot een goede weging te komen van voor- en nadelen betreffende het voorstel of onderwerp. 5.De raadssessies worden vorm gegeven al naar gelang het doel, de behoefte, de doelgroep en betrokkenen, het onderwerp en de locatie. 6.Aan een sessie kunnen in elk geval de leden van de raad en burgerraadsleden deelnemen. Sprekers kunnen participeren zoals is opgenomen in artikel 44 van dit reglement. 7.Van iedere fractie kunnen bij een raadssessie in ieder geval twee leden deelnemen aan de beraadslaging en maximaal zoveel leden als het aantal zetels dat de betreffende fractie inneemt in de raad. 8.Op voorstel van de voorzitter of een raads- of burgerraadslid kunnen anderen worden uitgenodigd deel te nemen aan de raadssessie. Artikel43Oproep en agenda 1.De griffier roept ten minste tien dagen voor een raadsavond de raads- en burgerraadsleden schriftelijk op door publicatie van de agenda op het raadsinformatiesysteem onder vermelding van de dag en aanvangstijdstip van de raadsavond. 2.De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van die stukken waarvoor een verplichting tot geheimhouding geldt, worden tegelijk met de oproep aan de leden van de raad digitaal beschikbaar gesteld. 3.In spoedeisende gevallen kan de griffier, na overleg met het presidium, na het verzenden van de schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van de vergadering een aanvullend agenda opstellen. Deze wordt met de daarbij behorende stukken aan de leden van de raad verzonden en openbaar gemaakt. Artikel44Spreekrecht 1.Tijdens een raadsbijeenkomst voorafgaand aan een raadsvergadering vindt een inspraakronde plaats. Inwoners en organisaties uit Oirschot kunnen gedurende maximaal dertig minuten het woord voeren over geagendeerde onderwerpen. 2.Het woord kan niet gevoerd worden over: De vaststelling van de agenda, de vaststelling van verslagen en ingekomen stukken; Een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep op de rechter openstaat of heeft opengestaan; Benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; Een aangelegenheid waar een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend; 3.In overleg met de griffier en na goedkeuring van de voorzitter kunnen inwoners petities aanbieden en inspreken over inwonersinitiatieven. 4.Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit ten minste 24 uur voor aanvang van de vergadering aan de griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam en contactgegevens en het onderwerp waarover hij het woord wil voeren. 5.De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken als dit in het belang is van de orde van de vergadering. 6.Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zin. De voorzitter kan in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. 7.De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter kan de deelnemers aan de raadsvergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een spreker en deelnemers van de vergadering. 8.De voorzitter of een lid van de raad kan een voorstel doen voor de behandeling van de inbreng van de spreker. Artikel45Openbaarheid 1.Een raadsbijeenkomst of raadssessie kan plaatsvinden in het gemeentehuis dan wel op locatie elders in of buiten Oirschot. 2.Een raadsbijeenkomst is openbaar tenzij het presidium besluit dat deze besloten is. 3.De artikelen 10, 11 en 47 van dit reglement zijn van overeenkomstige toepassing Artikel46De voorzitter van de raadsbijeenkomsten 1.Het presidium wijst de voorzitters van raadsbijeenkomsten en/of raadssessies aan. 2.De voorzitter is belast met het leiden van de raadsbijeenkomst of raadssessie en ziet, ondersteund door de griffier, toe op een ordelijk verloop van de raadsbijeenkomst of raadssessie. Hoofdstuk5– Slotbepalingen Artikel47Uitleg reglement In gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist de raad of het presidium voor zover het hun eigen vergadering of handelen betreft op voorstel van de voorzitter. Artikel48Inwerkingtreding en citeertitel 1.Dit reglement treedt in werking op de dag na publicatie. 2.Dit reglement kan worden aangehaald als ‘Reglement van orde voor de raad van Oirschot 2023’. 3.Met de inwerkingtreding van dit reglement vervallen alle voorgaande Reglementen van Orde voor de vergaderingen van de gemeenteraad van Oirschot BijlagebijReglement van orde van de raad van Oirschot 2023 Vergadercyclus gemeenteraad Oirschot Uitgangspunten: Een vergadercyclus die meer ruimte geeft voor een variabele invulling; Openbare bijeenkomsten, met uitzondering van het B&W informatie-uurtje. Aandachtspunt: Een flexibelere indeling vraagt een goede afstemming en voorbereiding door de griffie en/of het college/de ambtelijke organisatie; een tijdige agendering en goede afstemming over de doelstelling en opzet van bijeenkomsten door het presidium. De vergadercyclus bestaat uit de volgende onderdelen: Raadsvergadering = besluitvorming Raadsbijeenkomst = voorbereiding voor besluitvorming, zowel op korte als op lange termijn. Een raadsbijeenkomst kan bestaan uit Beeldvorming Informatieve bijeenkomst: Uitwisselen van informatie over een raadsvoorstel, onderwerp of thema Op verzoek van de raad en/of het college Externe partijen kunnen worden uitgenodigd Invulling van de sessie gebeurt in afstemming met de griffie en het presidium Richtinggevende bijeenkomst: gesprek over een bepaald onderwerp of thema waarover de raad denkrichtingen wil meegeven aan het college en/of het college input wil vragen aan de raad voor uit te werken beleid Verbonden partijen: Uitwisselen van informatie door of vanuit de verbonden partijen Ook kunnen vertegenwoordigende raadsleden namens Oirschot de raad informeren over bijeenkomsten die zij hebben bijgewoond. Oordeelsvorming: Uitwisseling van meningen en standpunten over onderwerpen die geagendeerd zijn voor de komende raadsvergadering, voor zover deze onderwerpen niet als hamerstuk zijn geagendeerd. Inwonersparticipatie Inspraak: Inwoners, verenigingen en ondernemers kunnen inspreken over onderwerpen die geagendeerd zijn voor de komende raadsvergadering. De raad kan verduidelijkende vragen stellen; er vindt geen discussie plaats met de insprekers; Oirschots podium ‘Praat met de raad’: Inwoners, wijk/buurt of vereniging kunnen tijdens het Oirschots podium de raad informeren over een bepaald onderwerp of een vraag met de raad bespreken. De raad luistert en kan vragen stellen. Ook kunnen inwonersinitiatieven of bedrijven de raad informeren en een dialoog met ze voeren. Agendering is in afstemming met het presidium. Werkgroepen gemeenteraad: Voorbereiden van bepaalde onderwerpen of thema’s, in opdracht van de raad. Iedere fractie levert een raads- of burgerraadslid aan in een werkgroep; B&W informatie-uurtje (besloten): Het college informeert de raad over projecten of belangrijke onderwerpen.1 Week Bijeenkomst1 Doel van de bijeenkomst 1 Presidium Voorbereiden van de agenda’s voor raadsbijeenkomsten en raadsvergadering Raadsbijeenkomsten Voor de invulling, zie hierboven onder
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.