Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad en de politieke markt van de gemeente Hengelo - 2023Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Begripsomschrijvingen In dit regl
ement wordt verstaan onder: Reglement van orde: reglement als bedoeld in artikel 16 van de Gemeentewet; Raadsvoorzitter: de voorzitter van de raad (de burgemeester op basis van artikel 9 van de Gemeentewet) of diens waarnemer; Waarnemend raadsvoorzitter: het raadslid dat overeenkomstig artikel 77 van de Gemeentewet, is aangewezen als waarnemer van de raadsvoorzitter; Politieke markt: verzameling van sessies; Sessie: op beeld- en/of oordeelsvorming gerichte behandeling van een vraagstuk tijdens de politieke markt, al dan niet ter voorbereiding op besluitvorming door de raad; Voorzitter van het presidium: een raadslid, door de raad benoemd tot voorzitter van het presidium, tevens sessievoorzitter; Sessievoorzitter: een raadslid, door de raad benoemd tot voorzitter van een sessie op de politieke markt; Sessiedeelnemer: raadslid of niet raadslid (o.a. inwoners, leden van het college, ambtenaren, fractievertegenwoordigers) dat deelneemt/bijdraagt aan een sessie in de politieke markt; Fractievertegenwoordiger: een niet raadslid, op voordracht van een raadsfractie overeenkomstig artikel 6B van dit reglement door de raad benoemd, die namens betreffende fractie als sessiedeelnemer optreedt; Amendement: een voorstel tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing, naar de vorm geschikt om daarin direct te worden opgenomen; Subamendement: een voorstel tot wijziging van een aanhangig amendement, zodanig geformuleerd dat het direct kan worden opgenomen in het amendement waarop het betrekking heeft; Motie: een korte en gemotiveerde schriftelijke verklaring over een onderwerp waarmee een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken; Voorstel van orde: een voorstel betreffende de orde van de raadsvergadering of sessie in de politieke markt; Initiatiefvoorstel: een voorstel voor een verordening of een ander voorstel, als bedoeld in artikel 147a van de Gemeentewet; Website: de website van de gemeente Hengelo; Toehoorder: bezoeker van een politieke markt niet zijnde een sessiedeelnemer. AVG: Algemene Verordening Gegevensbescherming Artikel2De voorzitters 1.De raadsvoorzitter, de waarnemend raadsvoorzitter, respectievelijk de voorzitter van het presidium en de sessievoorzitters van de politieke markt zijn belast met: het leiden van de raadsvergadering, respectievelijk de sessie op de politieke markt; het handhaven van de orde; het doen naleven van het reglement van orde; hetgeen de Gemeentewet of dit reglement hen verder opdraagt. 2.De sessievoorzitters en de voorzitter van het presidium worden door de raad uit zijn midden benoemd. De waarnemend raadsvoorzitter als bedoeld in artikel 77 Gemeentewet is tevens lid van het presidium. 3.Het voorzitterschap van de waarnemend voorzitter en een sessievoorzitter eindigt: door beëindiging van het lidmaatschap van de raad; door ontslag op eigen verzoek en; door ontslag door de raad, wanneer hij/zij naar het oordeel van de raad door handelen of nalaten ernstig nadeel toebrengt aan het in hem te stellen vertrouwen. Artikel3De griffier 1.De griffier is in elke raadsvergadering aanwezig. 2.Bij afwezigheid wordt de griffier vervangen door een door de raad daartoe aangewezen plaatsvervangend griffier. 3.De griffier kan, indien hij daartoe door de raadsvoorzitter of sessievoorzitter van de politieke markt wordt uitgenodigd, aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen. 4.De griffier wijst ter ondersteuning van de sessies in de politieke markt een medewerker van de griffie aan als griffier van een sessie of is zelf griffier van een sessie. 5.Bij verhindering of afwezigheid wordt de medewerker van de griffie vervangen door een door de raadsgriffier aangewezen op de griffie werkzame ambtenaar, of, in samenspraak met de gemeentesecretaris, een niet op de griffie werkzame ambtenaar. 6.De griffier kan bij iedere sessie van de politieke markt aanwezig zijn. Artikel4aHet presidium 1.De raad heeft een presidium. 2.Het presidium bestaat uit een voorzitter, de waarnemend raadsvoorzitter en de andere leden die allen tevens sessievoorzitter zijn. 3.De griffier of diens vervanger is in elke vergadering van het presidium aanwezig. 4.Het presidium is bevoegd besluiten te nemen als meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden vertegenwoordigd is. 5.De leden van het presidium brengen bij besluiten ieder een stem uit. Bij het staken van de stemmen beslist de stem van de voorzitter van het presidium. 6.De raadsvoorzitter is adviserend lid van het presidium. 7.De griffier is secretaris van het presidium. 8.Het presidium stelt de voorlopige raadsagenda en de agenda’s van de sessies op de politieke markt vast. 9.Het presidium heeft naast de taken als omschreven in dit reglement tot taak, het doen van aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie van de werkzaamheden van de raad. 10.De vergaderingen van het presidium zijn niet openbaar. 11.Van de vergadering van het presidium wordt een openbare afsprakenlijst gemaakt. 12.De raadsvoorzitter kan voorstellen het college te verzoeken medewerkers van de gemeente uit te nodigen voor een vergadering van het presidium. Artikel4bFractievoorzittersoverleg 1.Er is een fractievoorzittersoverleg dat wordt gevormd door de voorzitters van de fracties in de raad en de raadsvoorzitter die tevens voorzitter is; 2.Het fractievoorzittersoverleg komt bijeen op verzoek van de burgemeester en van een of meer van zijn leden; 3.Het fractievoorzittersoverleg vergadert voor het overige indien de leden dit nodig achten; 4.De griffier is secretaris van het fractievoorzittersoverleg; 5.Van het fractievoorzittersoverleg wordt een afsprakenlijst gemaakt. De lijst ligt voor de leden ter inzage bij de griffie. Hoofdstuk2Toelating van nieuwe raadsleden; benoeming wethouders; fracties; fractievertegenwoordigers Artikel5aOnderzoek geloofsbrieven; beëdiging; benoeming raadsleden 1.Bij elke benoeming van een nieuw lid van de raad stelt de raad een commissie in bestaande uit drie leden van de raad. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven, de daarop betrekking hebbende stukken van nieuw benoemde leden en de processen-verbaal van de stembureaus. 2.De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven verslag uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit. In het verslag wordt indien van toepassing melding gemaakt van een minderheidsstandpunt. 3.Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste samenkomst van de raad in oude samenstelling na de verkiezingen. 4.Na een raadsverkiezing roept de raadsvoorzitter de toegelaten leden van de raad op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 5.In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de raadsvoorzitter een nieuw benoemd lid van de raad op voor de vergadering van de raad waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. Artikel5bOnderzoek geloofsbrieven; beëdiging; benoeming wethouders 1.Bij elke benoeming van een wethouder stelt de voorzitter van de raad een commissie in bestaande uit drie leden van de raad en de voorzitter van de raad. De griffier is secretaris van de commissie. 2.De commissie verricht onderzoek naar de benoembaarheid van een of meer kandidaat-wethouders en adviseert de gemeenteraad schriftelijk hierover. 3.De kandidaat-wethouder overlegt de documenten en informatie die nodig zijn voor de in de hiernavolgende lid door de commissie te verrichten toetsing. De kandidaat-wethouder maakt bovendien alle overige door hem in dat verband relevant geachte informatie aan de commissie kenbaar. 4.De commissie toetst de van de kandidaat-wethouder ontvangen documenten en de overige schriftelijke en mondelinge gegeven informatie aan de hand van: de benoembaarheid vereisten zoals opgenomen in de artikelen 36a en 10 Gemeentewet; de vereisten omtrent onverenigbare functies zoals opgenomen in artikel 36b Gemeentewet; de vereisten omtrent nevenfuncties zoals opgenomen in artikel 41b Gemeentewet; de vereisten omtrent onverenigbare of verboden handelingen zoals opgenomen in de artikelen 41c Gemeentewet; de gedragscode voor politieke ambtsdragers van de gemeente Hengelo; de aangeleverde kopieën van onder andere getuigschriften, diploma's en certificaten van de opgegeven opleiding(
- en)en scholing. 5.De commissie verricht haar werkzaamheden in een niet openbare vergadering waarvan geen verslag wordt opgemaakt. 6.De kandidaat-wethouder wordt in de gelegenheid gesteld de documenten en aangedragen informatie mondeling toe te lichten. 7.De commissie brengt na haar onderzoek verslag uit aan de raad en geeft op basis van de beoordeelde informatie schriftelijk advies aan de raad ten aanzien van de benoembaarheid van de voorgedragen kandidaat-wethouder. Indien de commissie niet unaniem is in haar oordeel wordt hiervan melding gemaakt in het advies. 8.In de vergadering van de raad waarin de wethouder wordt benoemd legt hij de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af. Artikel6aFracties 1.De leden van de raad, die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zitting van de raad als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd. 2.Indien boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Indien geen aanduiding boven de kandidatenlijst was geplaatst, deelt de fractie in de eerste vergadering van de raad aan de raadsvoorzitter mee welke naam deze fractie in de raad zal voeren. 3.De raadsvoorzitter wordt zo spoedig mogelijk in kennis gesteld van de namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als diens plaatsvervangers optreden. 4.Als één of meer raadsleden van één of meer fracties zich afsplitsen van hun fractie(
- s)of als één of meer raadsleden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie, wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter. Als meerdere afgesplitste raadsleden gezamenlijk verder gaan, doen zij zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan de voorzitter van de raad onder welke achternaam hun groep kan worden aangeduid. De achternaam is één van de achternamen van de afgesplitste raadsleden. 5.Een afgesplitst raadslid wordt vanaf de eerstvolgende politieke markt of raadsvergadering na de mededeling ervan als bedoeld in lid 4, aangeduid met ‘lid… gevolgd door de achternaam’. 6.Meerdere raadsleden die samen verder gaan, worden vanaf de eerstvolgende politieke markt of raadsvergadering na de mededeling ervan als bedoeld in lid 4, aangeduid met ‘groep…. gevolgd door de achternaam van één van de raadsleden’. 7.Een raadslid dat overstapt van een bestaande fractie naar een andere fractie wordt onder de naam van die andere fractie aangeduid. Artikel6bFractievertegenwoordigers 1.Een raadsfractie kan namens de betreffende fractie een fractievertegenwoordiger voordragen voor benoeming door de raad. Deze fractievertegenwoordiger moet tijdens de laatste verkiezingen van de raad geplaatst zijn op de kandidatenlijst van de fractie. 2.Iedere fractie heeft recht op maximaal twee fractievertegenwoordigers. 3.De artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op een fractievertegenwoordiger. 4.Voor de toetsing aan de benoembaarheidsvereisten, bedoeld in het vijfde lid, is artikel 5a van dit reglement voor fractievertegenwoordigers van overeenkomstige toepassing. 5.De raadsvoorzitter nodigt de fractievertegenwoordigers van de raad uit om in dezelfde raadsvergadering als waarin zij worden benoemd de eed of verklaring en belofte af te leggen gelijk raadsleden doen zoals bedoeld in artikel 14 Gemeentewet. 6.De raad kan een fractievertegenwoordiger ontslaan op voorstel van de fractie op wiens voordracht de fractievertegenwoordiger is benoemd. 7.De zittingsperiode van een fractievertegenwoordiger eindigt in ieder geval aan het einde van de zittingsperiode van de raad. Artikel 45 lid 1 t/m 4 RvO is van overeenkomstige toepassing op een fractievertegenwoordiger. Hoofdstuk3Vergaderingen Paragraaf1Tijdstip van vergaderen; voorbereidingen en verslaglegging Artikel7Vergaderfrequentie, tijdstip en duur van de vergaderingen 1.De raadsvergaderingen worden bij aanvang van een kalenderjaar in een vergaderschema vastgelegd en vinden over het algemeen eens in de twee weken plaats op de woensdagavond. De raadsvergadering begint om 19.30 uur en eindigt uiterlijk om 23.00 uur; indien het zich laat aanzien dat de eindtijd zal worden overschreden zal de raadsvoorzitter tijdig een voorstel van orde doen. Het presidium kan in bijzondere gevallen een andere dag en aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. 2.De politieke markt vindt in de regel plaats eens in de twee weken op de dinsdagavond en begint om 19.30 uur en eindigt uiterlijk om 22.30 uur. Het presidium kan in bijzondere gevallen een andere dag en aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Deze sessies kunnen parallel verlopen, met een maximum van drie gelijktijdige sessies. Zij kunnen in tijdsduur van elkaar verschillen. 3.Indien de agenda van de raadsvergadering of politieke markt niet geheel kan worden afgehandeld, worden de niet behandelde respectievelijk niet afgehandelde agendapunten doorgeschoven naar de agenda van een volgende raadsvergadering of politieke markt. Artikel8Oproep raadsvergadering en politieke markt 1.De raadsvoorzitter zendt tenminste twaalf dagen voor een raadsvergadering de leden van de raad en de fractievertegenwoordigers een schriftelijke oproep toe onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de vergadering. 2.De voorlopige agenda van de raadsvergadering en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in hoofdstuk Va van de Gemeentewet bedoelde informatie, worden tegelijkertijd met de schriftelijke oproep verzonden. 3.Indien een aanvullende agenda van de raadsvergadering wordt vastgesteld als bedoeld in artikel 9, vierde lid, van dit reglement, worden deze agenda en de daarop vermelde voorstellen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering aan de leden van de raad en de fractievertegenwoordigers gezonden. 4.Het presidium zendt tenminste twaalf dagen voor een politieke markt aan de leden van de raad en de fractievertegenwoordigers een schriftelijke oproep toe van de agenda van de politieke markt onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de markt. 5.De agenda van de politieke markt en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in hoofdstuk Va van de Gemeentewet bedoelde informatie, worden tegelijkertijd met de schriftelijke oproep verzonden. Artikel9Agenda Voordat de schriftelijke oproep voor de raadsvergadering en politieke markt wordt verzonden, stelt het presidium de voorlopige agenda van de raadsvergadering en de agenda voor de politieke markt vast. Bij aanvang van de raadsvergadering stelt de raad de agenda vast. Op voorstel van een lid van de raad of de raadsvoorzitter kan de raad bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren of de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen. Indien een raadslid de aard van een agendapunt wil wijzigen van direct hamerstuk naar bespreekstuk moet dit, met redenen omkleed, vóór 12.00 uur op de dag van de vergadering schriftelijk bij de griffie gemeld worden, zodat het betreffende agendapunt geagendeerd kan worden als bespreekpunt: “Voorstel zonder tussenkomst van Politieke Markt”. In spoedeisende gevallen kan de raadsvoorzitter na het verzenden van de schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een raadsvergadering een aanvullende agenda opstellen. Een met redenen omkleed, schriftelijk verzoek tot het agenderen van een onderwerp te behandelen tijdens een politieke markt kan bij het presidium worden ingediend door: a. raadsleden en fractievertegenwoordigers, b. de leden van het college, c. burgers, maatschappelijke instellingen en bedrijven. In spoedeisende gevallen kunnen raadsleden en de raadsvoorzitter wijzigingsvoorstellen op de agenda van de politieke markt schriftelijk via de griffie indienen bij het presidium, uiterlijk vrijdagochtend 10.00 uur voorafgaand aan de betreffende Politieke Markt. Het presidium beslist uiterlijk de daaropvolgende maandagochtend 10.00 uur over ingediend verzoek. Van wijzigingen op de agenda wordt zo spoedig mogelijk openbare kennisgeving gedaan. Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende voor de raadsvergadering voorbereid acht, kan hij het onderwerp verwijzen naar de Politieke Markt of aan het college nadere inlichtingen of advies vragen. Artikel10De leden van het college en de gemeentesecretaris 1.De leden van het college hebben een doorlopende uitnodiging om in de raadsvergadering aan aanwezig te zijn en aan de beraadslagingen deel te nemen, tenzij de raadsvoorzitter anders beslist. 2.De leden van het college en de gemeentesecretaris hebben een doorlopende uitnodiging om op de Politieke Markt aanwezig te zijn en aan de beraadslagingen deel te nemen, tenzij het presidium ander beslist. Artikel11Ter inzage leggen van stukken 1.Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep op het gemeentehuis ter inzage gelegd. Als na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk door middel van openbare kennisgeving. 2.Elektronisch beschikbare stukken worden op de website van de gemeente geplaatst. 3.Informatie van de raad of aan de raad verstrekte informatie, danwel informatie van de politieke markt of aan de politieke markt verstrekte informatie, waaromtrent op grond van hoofdstuk Va van de wet geheimhouding is opgelegd, is toegankelijk voor raadsleden en fractievertegenwoordigers en blijft in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier. 4.Stukken als bedoeld in lid 1 en als bedoeld in artikel 37 lid 7 zijn gedurende 6 jaar na behandeling in de betreffende vergadering digitaal opvraagbaar. Oudere stukken zijn opvraagbaar via de griffie en/of via het gemeentearchief. Artikel12Openbare kennisgeving 1.De raadsvergadering en Politieke Markt worden door aankondiging in of één of meer dag-, nieuws-, of huis-aan-huisbladen, op de vooraankondigingen in de door de gemeente gebruikelijke wijze en door plaatsing op de gemeentelijke website openbaar gemaakt. 2.De openbare kennisgeving vermeldt: a. de datum, aanvangstijd en plaats van de raadsvergadering en Politieke Markt en b. de wijze waarop en de plaats waar een ieder de voorlopige agenda van de raadsvergadering en de agenda van de Politieke Markt en de daarbij behorende stukken kan inzien. 3.De (voorlopige) agenda en de daarbij behorende stukken worden, indien digitaal beschikbaar, op de gemeentelijke website geplaatst. Dit met uitzondering van de stukken als bedoeld in artikel 11 lid 3. 4.In spoedeisende gevallen kan de openbare kennisgeving uitsluitend langs elektronische weg plaatsvinden. Artikel13Besluitenlijst/Video- of audioverslag 1.Van de raadsvergadering en de Politieke Markt worden een besluitenlijst en een digitale video- of geluidsopname gemaakt. 2.De besluitenlijst van de raadsvergadering en de Politieke Markt wordt opgesteld onder verantwoordelijkheid van de griffier. De besluitenlijst wordt zo snel mogelijk na de laatstgehouden vergadering ter beschikking gesteld aan raadsleden, fractievertegenwoordigers en het college. Daarnaast wordt van de besluitenlijst openbare kennisgeving gedaan op de website. 3.Een digitale video- of geluidsopname van de raadsvergadering en Politieke Markt wordt zo spoedig mogelijk na de laatstgehouden vergadering op de gemeentelijke website gepubliceerd. 4.De leden van de raad, de raadsvoorzitter, het college en de griffier hebben het recht binnen drie dagen na publicatie van de besluitenlijst een voorstel tot wijziging ervan bij de griffier in te dienen, indien de besluitenlijst naar hun oordeel onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft hetgeen besloten is. 5.Indien er binnen drie dagen na publicatie van de besluitenlijst geen voorstel tot wijziging is ingediend, wordt de besluitenlijst geacht definitief te zijn vastgesteld. 6.Indien er binnen drie dagen na publicatie van de besluitenlijst voorstellen tot wijziging zijn ingediend, beslist het presidium over de voorgestelde wijziging(en). Daarna stelt het presidium, met inachtneming van de beslissing over de voorgestelde wijziging(en), de besluitenlijst definitief vast. De besluitenlijst wordt direct daarna ter beschikking gesteld aan raadsleden, fractievertegenwoordigers en college en op de gemeentelijke website gepubliceerd, dit laatste met uitzondering van besluiten op grond van artikel 25, eerste of tweede lid van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd. 7.De besluitenlijst houdt in: met betrekking tot de raadsvergadering: de namen van de voorzitter, de griffier, de gemeentesecretaris, de wethouders en de ter vergadering aanwezige leden, alsmede de namen van de leden die afwezig waren en van overige personen die het woord gevoerd hebben; met betrekking tot de sessies in de Politieke Markt: de namen van de sessievoorzitter, de sessiedeelnemers en de op grond van artikel 3 vierde lid aangewezen griffier van de sessie; een vermelding van de onderwerpen die aan de orde zijn geweest met een korte toelichting hierop; het besluit van de raadsvergadering respectievelijk sessie; een overzicht van het verloop van elke stemming in de raadsvergadering, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de leden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de leden die zich overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben onthouden en met vermelding van de stemverklaringen; het besluit van de ingediende initiatiefvoorstellen en ter raadsvergadering ingediende burgerinitiatief- voorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen; bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 23 van dit reglement door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen. 8.Het verslag, als bedoeld in lid 1, en de besluitenlijst, als bedoeld in lid 2, zijn gedurende 6 jaar na behandeling in de betreffende vergadering digitaal opvraagbaar. Oudere stukken zijn opvraagbaar via de griffie en/of via het gemeentearchief. Artikel14Ingekomen stukken 1.Bij de raad ingekomen stukken niet zijnde raadsvoorstellen en -besluiten, waaronder schriftelijke mededelingen van het college aan de raad, worden door de griffier op een lijst geplaatst met een voorstel tot wijze van afdoening. Deze lijst wordt tenminste één keer in de twee weken met de beschikbare digitale bestanden aan de leden van de raad digitaal beschikbaar gesteld. 2.Binnen twee weken na het beschikbaar stellen van de lijst van ingekomen stukken kan een raadslid via de griffier aan het presidium gemotiveerd een andere wijze van afdoening van een stuk voorstellen. Het presidium beslist over dit voorstel en maakt, indien besloten wordt tot een andere wijze van afdoening, dit kenbaar aan de raadsleden. 3.Indien er binnen twee weken na het beschikbaar stellen van de lijst van ingekomen stukken geen ander voorstel tot afdoening wordt ingediend, wordt geacht door de raad te zijn ingestemd met het in het eerste lid genoemde voorstel tot wijze van afdoening. 4.Nadat de wijze van afdoening vaststaat wordt de lijst ingekomen stukken met de beschikbare digitale bestanden op de website gedurende één jaar gepubliceerd. 5.Ingekomen stukken van natuurlijke personen worden geanonimiseerd op de openbare versie van de Lijst Ingekomen Stukken geplaatst. Bij de opvraag en het ter beschikking stellen van deze ingekomen stukken worden deze geanonimiseerd in lijn met de voorschriften uit de AVG. Paragraaf2Orde van de raadsvergadering Artikel15Presentielijst raadsvergadering Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid van de raad onmiddellijk de presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst door de raadsvoorzitter en de griffier door ondertekening vastgesteld. Artikel16Zitplaatsen 1.De raadsvoorzitter, de leden van de raad en de griffier hebben een vaste zitplaats, door de raadsvoorzitter bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van de raad aangewezen. 2.Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de raadsvoorzitter de indeling herzien na overleg in het presidium. 3.De raadsvoorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de wethouders, gemeentesecretaris en overige personen, die voor de vergadering zijn uitgenodigd. Artikel17Opening raadsvergadering: quorum 1.De raadsvoorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, indien het daarvoor door de wet vereiste aantal leden van de raad blijkens de presentielijst aanwezig is. 2.Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de raadsvoorzitter, na voorlezing van de namen van de afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, met inachtneming van artikel 20 van de Gemeentewet. Artikel18Primus bij hoofdelijke stemming Alvorens de geagendeerde onderwerpen aan de orde te stellen deelt de raadsvoorzitter mede bij welk lid van de raad de hoofdelijke stemming zal beginnen. Daartoe wordt bij loting een volgnummer van de presentielijst aangewezen. Bij het daar genoemde lid begint de hoofdelijke stemming. Artikel19Aantal spreektermijnen 1.De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist. 2.Elke spreektermijn wordt door de raadsvoorzitter afgesloten. 3.Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel. 4.Het derde lid is niet van toepassing op: het lid dat een (sub)amendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend, voor wat betreft dat amendement, die motie of dat voorstel en de rapporteur van een door de raad ingestelde commissie. 5.Bij de bepaling hoeveel keren een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend een interruptie of het spreken over een persoonlijk feit of een voorstel van orde. 6.Het presidium kan in afwijking van het voorgaande voorstellen doen over de wijze van behandeling van een onderwerp in de raadsvergadering in de vorm van een bespreekvoorstel. Een dergelijk voorstel maakt deel uit van de in artikel 9 en 11 van dit reglement genoemde stukken. Artikel20Spreektijd 1.Een lid van de raad alsmede de raadsvoorzitter kan een voorstel doen over de spreektijd van de leden en de overige aanwezigen. 2.Het presidium kan in een bespreekvoorstel een voorstel doen over de spreektijd van de leden en de overige aanwezigen. Een dergelijk voorstel maakt onderdeel uit van de in artikel 9 en 11 van dit reglement genoemde stukken. Artikel21 Vervallen Artikel 22 Beraadslaging 1.De raad kan op voorstel van de raadsvoorzitter of een lid van de raad beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen. 2.De raad kan op voorstel van de raadsvoorzitter of een lid van de raad beslissen over eén of meer voorstellen of onderwerpen gezamenlijk te beraadslagen. 3.Op verzoek van een lid van de raad of op voorstel van de raadsvoorzitter kan de raad besluiten de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen teneinde het college of de leden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is. Degene die de schorsing heeft gevraagd, heeft na de hervatting als eerste het woord. Artikel23Deelname aan de beraadslaging door anderen 1.De raad kan bepalen dat anderen dan de in de vergadering aanwezige leden van de raad, de wethouder, de gemeentesecretaris, de griffier en de raadsvoorzitter deelnemen aan de beraadslaging. 2.Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de raadsvoorzitter of één der leden van de raad genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen. Artikel24Stemverklaring Na het sluiten van de beraadslaging en nadat de raad gestemd heeft, heeft ieder lid het recht zijn uitgebrachte stem kort te motiveren. Artikel25Beslissing 1.Wanneer de raadsvoorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de raad anders beslist. 2.Nadat de beraadslaging is gesloten, vindt na een stemming over eventuele amendementen, de stemming plaats over het voorstel, zoals het dan luidt, in zijn geheel tenzij geen stemming wordt gevraagd. 3.Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de raadsvoorzitter het voorstel over de te nemen eindbeslissing. Paragraaf3Procedures bij stemmingen in de raadsvergadering Artikel26Algemene bepalingen over stemming 1.De raadsvoorzitter vraagt of stemming wordt verlangd. Indien geen stemming wordt gevraagd en ook de raadsvoorzitter dit niet verlangt, stelt de raadsvoorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen. 2.In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in de besluitenlijst vragen, dat zij geacht worden te hebben tegengestemd of overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet niet aan de stemming te hebben deelgenomen. 3.Als een raadslid om stemming of hoofdelijke stemming vraagt doet de raadsvoorzitter daarvan mededeling aan de raad. 4a.De stemming geschiedt elektronisch als de vergaderzaal is uitgerust met de hiervoor benodigde apparatuur. Op teken van de voorzitter geven de aanwezige leden met behulp van deze apparatuur aan of zij voor of tegen zijn. 4b.Bij stemming door handopsteken vraagt de voorzitter de aanwezige leden door handopsteken aan te geven of zij voor of tegen zijn. 5.Bij hoofdelijke stemming roept de raadsvoorzitter leden van de raad bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het raadslid dat daarvoor overeenkomstig artikel 18 is aangewezen. Vervolgens geschiedt de oproeping naar de volgorde van de presentielijst. 6.Bij hoofdelijke stemming brengen ter vergadering aanwezige raadsleden, tenzij zij overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet niet aan de stemming deel behoren te nemen, hun stem uit door het woord ‘voor’ of ‘tegen’ uit te spreken, zonder enige toevoeging. 7.Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de raadsvoorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen dat hij zich heeft vergist. In de uitslag van de stemming brengt dit geen verandering. 8.De raadsvoorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit. Artikel27Stemming over amendementen en moties 1.Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd. 2.Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement. 3.Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de raadsvoorzitter de volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt, dat het meest verstrekkende amendement of subamendement het eerst in stemming wordt gebracht. 4.Nadat over alle amendementen is gestemd, vindt de eindstemming over het voorstel plaats. In het geval de amendementen zijn aangenomen, vindt de eindstemming plaats over het voorstel zoals dat luidt met inachtneming van de amendementen. 5.Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over de motie(
- s)gestemd en vervolgens over het voorstel. 6.Indien over een aanhangig voorstel zowel een motie als een (sub)amendement is ingediend, wordt eerst over het amendement gestemd overeenkomstig de eerste vier leden van dit artikel. Vervolgens wordt over de motie gestemd en dan vindt de eindstemming plaats over het voorstel zoals dat luidt met inachtneming van de amendementen. Artikel28Stemming over personen 1.Wanneer een stemming over personen voor het doen van een voordracht of het opstellen van een voordracht of aanbeveling moet plaatshebben, benoemt de raadsvoorzitter drie leden tot stembureau. 2.Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van de Gemeentewet van stemming moet onthouden is verplicht een stembriefje in te leveren. De stembriefjes dienen identiek te zijn. 3.Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van de raadsvoorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje. 4.Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden. 5.Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt verstaan: een blanco ingevuld stembriefje, een ondertekend stembriefje, een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming verschillende vacatures betreft, een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen, een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt. 6.In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad, op voorstel van de raadsvoorzitter. 7.Onder verantwoordelijkheid van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd. Artikel29Herstemming over personen 1.Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan. 2.Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal plaatshebben. 3.Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot. Artikel30Beslissing door het lot 1.Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de raadsvoorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven. 2.Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal gedeponeerd en omgeschud. 3.Vervolgens neemt de raadsvoorzitter een van de briefjes uit de stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen. Paragraaf4Orde van de Politieke Markt Artikel31Beeldvormend, oordeelsvormend en consulterend karakter 1.De sessies op de Politieke Markt zijn: gericht op beeldvorming, al dan niet ter voorbereiding op een besluit, waarin in verschillende werkvormen bijgedragen wordt aan de volks vertegenwoordigende, kaderstellende of controlerende rol van de raad. gericht op oordeelsvorming en bereiden de besluitvorming van de raad voor of draagt anderszins bij aan de volks vertegenwoordigende, kaderstellende of controlerende rol van de raad. consulterend van aard. Het college kan een stuk / vraag voorleggen aan de raad waarover zij de mening van de raad vraagt, maar waaruit niet gelijk een oordeel of besluitvorming door de raad volgt. 2.Een sessie op de Politieke Markt is gericht op actieve deelname door een raadslid of fractievertegenwoordiger, of op het door hen kennis kunnen nemen van hetgeen door anderen wordt gepresenteerd. Artikel32Vaststellen behandelvoorstel 1.Het presidium stelt ten behoeve van de afzonderlijke sessies in de Politieke Markt doel en wijze van behandeling evenals het voorgestelde resultaat vast in een behandelvoorstel. Het behandelvoorstel maakt onderdeel uit van de in artikel 9 en 11 genoemde, bij de agenda behorende, stukken. 2.Wijzigingsvoorstellen op het behandelvoorstel voor een sessie in de Politieke Markt dienen schriftelijk en met redenen omkleed via de griffie te worden ingediend bij het presidium, uiterlijk op de vrijdagochtend om 10.00 uur voorafgaand aan de betreffende Politieke Markt. Het presidium beslist uiterlijk de daaropvolgende maandagochtend 10.00 uur over het ingediende verzoek. Een eventuele wijziging wordt uiterlijk 24 uur van tevoren op de website gepubliceerd. Indien er geen wijzigingsverzoeken zijn ingediend, wordt het behandelvoorstel vrijdagochtend om 10.00 uur geacht definitief te zijn vastgesteld. Artikel33Openbaarheid 1.De sessies in de Politieke Markt zijn openbaar. 2.In bijzondere gevallen kan het presidium besluiten dat een sessie in beslotenheid begint, gelet op een belang als bedoeld in artikel10 Wet openbaarheid van bestuur en gelet op artikel 86 Gemeentewet. Artikel33aOpening sessie en quorum 1.Een sessie wordt niet geopend voordat blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal gekozen fracties door of een raadslid of een fractievertegenwoordiger vertegenwoordigd zijn. 2.Als op grond van het eerste lid een sessie niet geopend kan worden, beslist het presidium in zijn eerstvolgende vergadering over het al dan niet opnieuw agenderen van een sessie. Artikel34Sessievoorzitter 1.De sessievoorzitter draagt zorg voor behandeling van een agendapunt conform het bespreek- voorstel. 2.Aan het eind van de door hem voorgezeten sessie vat de sessievoorzitter de uitkomst van de sessie samen en formuleert een conclusie ten behoeve van de besluitenlijst. Artikel35Sessiedeelnemers en fractievertegenwoordigers 1.Van een fractie kunnen meerdere raadsleden of fractievertegenwoordigers aan een beeldvormende sessie deelnemen. 2.Van een fractie kan één raadslid of fractievertegenwoordiger in een oordeelsvormende sessie het woord voeren. 3.Het presidium kan in bijzondere gevallen bepalen dat er bij een oordeelsvormende sessie meer woordvoerders per fractie het woord mogen voeren. 4.In het bespreekvoorstel kan opgenomen worden dat naast raadsleden, fractievertegenwoordigers, collegeleden en gemeentesecretaris, derden het woord kunnen voeren in de sessie. Artikel36Uitkomst van een sessie 1.Iedere sessie leidt tot een concrete uitkomst, waarbij tevens over verdere stappen wordt geadviseerd aan het presidium. 2.Mogelijke uitkomsten van een sessie zijn: een voorstel is besluitrijp als hamerstuk in de raad; een voorstel is besluitrijp als bespreekstuk in de raad, waarbij aangegeven dient te worden over welke punten dit debat nog moet gaan; een voorstel gaat over verdere informatie of aanpassing terug naar het college; anderszins. 3.In een sessie vinden geen stemmingen plaats, met uitzondering van stemmingen over geheimhouding als bedoeld in artikel 53 van dit reglement en met betrekking tot de orde als bedoeld in artikel 38 van dit reglement. 4.Bij een stemming in een politieke markt heeft elke aanwezige fractie, afgesplitste groep of afgesplitst lid één gelijk wegende stem. Artikel37Spreekrecht Bij openbare sessies in de Politieke Markt kunnen aanwezige toehoorders het woord voeren. Daarbij gelden de volgende bepalingen: De sessievoorzitter vraagt bij aanvang van de sessie wie van de toehoorders gebruik willen maken van het spreekrecht. De spreektijd van een toehoorder bij consulterende en oordeelsvormende sessies bedraagt maximaal 5 minuten. De sessievoorzitter is bevoegd de spreektijd in bijzondere gevallen te verlengen of in te korten. De sessievoorzitter geeft de toehoorders die zich daarvoor hebben opgegeven het eerst het woord. De sessiedeelnemers kunnen vervolgens aanvullende vragen stellen die door de betrokken toehoorders worden beantwoord. Daarna wordt de sessie conform bespreekvoorstel voortgezet. Het presidium kan in bijzondere gevallen bepalen dat er bij een sessie geen spreekrecht is en legt dit vast in het bespreekvoorstel. De betrokken toehoorders die het woord voeren worden voorafgaand aan de sessie gewezen op de publicatie van hun naam in het digitale verslag en het rapport van de politieke markt. Indien de betrokken toehoorder dat aangeeft, wordt zijn naam geanonimiseerd. Ditzelfde geldt voor de gegevens van toehoorders die zij in aanvullende documentatie aan de raadsleden ter beschikking stellen. Artikel38Handhaving orde 1.De sessievoorzitter handhaaft de orde in de sessie. 2.Hij kan de raadsleden en fractievertegenwoordigers die aan de sessie deelnemen voorstellen om een aan de sessie deelnemend raadslid of fractievertegenwoordiger of een lid van het college, dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het betreffende raadslid of fractievertegenwoordiger of lid van het college de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de sessievoorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het betreffende raadslid of fractievertegenwoordiger of lid van het college bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de sessies worden ontzegd. 3.Hij roept de raadsleden, fractievertegenwoordigers en leden van het college tot de orde als deze zich in beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen uitlaten, afwijken van het in behandeling zijnde onderwerp, andere sessiedeelnemers herhaaldelijk interrumperen, dan wel anderszins de orde verstoren. Raadsleden, fractievertegenwoordigers en leden van het college die hieraan geen gevolg geven kunnen door hem het woord ontnomen worden over het aanhangige onderwerp. 4.Hij kan ter handhaving van de orde de sessie voor een door hem te bepalen tijd schorsen en, als na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord, de sessie sluiten. 5.Hij roept andere sessiedeelnemers en toehoorders (niet zijnde raadsleden of fractievertegenwoordigers en leden van het college) tot de orde als deze zich in beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen uitlaten, afwijken van het in behandeling zijnde onderwerp, andere sessiedeelnemers herhaaldelijk interrumperen, dan wel anderszins de orde verstoren. Sessiedeelnemers en toehoorders (niet zijnde raadsleden of fractievertegenwoordigers en leden van het college) die hieraan geen gevolg geven kunnen door hem het woord ontnomen worden over het aanhangige onderwerp. Zo nodig doet de sessievoorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan de betreffende sessiedeelnemer en toehoorder (niet zijnde raadslid of fractievertegenwoordiger of lid van het college) bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de sessies worden ontzegd. 6.De artikelen 20(spreektijd), en 22(beraadslaging) van dit reglement zijn van overeenkomstige toepassing op de orde van de Politieke Markt. Hoofdstuk4Recht van leden Artikel39Amendementen 1.Ieder lid van de raad kan tot het sluiten van de beraadslagingen in de raadsvergadering amendementen indienen. Een amendement kan het voorstel inhouden om een geagendeerd voorstel in één of meer onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden. Alleen beraadslaagd kan worden over amendementen die ingediend zijn door leden van de raad, die de presentielijst getekend hebben en in de vergadering aanwezig zijn. 2.Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het amendement dat door een lid is ingediend, een wijziging voor te stellen (subamendement). 3.Elk (sub)amendement en elk voorstel moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de raadsvoorzitter worden ingediend, tenzij de voorzitter - met het oog op het eenvoudige karakter van het voorgestelde - oordeelt, dat met een mondelinge indiening kan worden volstaan. 4.Intrekking, door de indiener(s), van het (sub)amendement is mogelijk, totdat de besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden. Artikel40aMoties 1.Ieder lid van de raad kan in de raadsvergadering een motie indienen. 2.Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de raadsvoorzitter worden ingediend. 3.De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp of voorstel plaats. 4.Intrekking door de indiener(
- s)van de motie is mogelijk totdat de besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden. Artikel40bMotie vreemd (motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp) 1.Ieder lid van de raad kan in de raadsvergadering een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp indienen. 2.Een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de raadsvoorzitter worden ingediend 3.De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende onderwerpen zijn behandeld. 4.De indiener van de motie vreemd voert niet meer dan tweemaal het woord, de overige leden van de raad, de burgemeester en de wethouders niet meer dan eenmaal, tenzij de raad anders beslist. Artikel41Voorstellen van orde 1.De raadsvoorzitter en ieder lid van de raad kan tijdens de raadsvergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht. 2.De sessievoorzitter en iedere sessiedeelnemer kunnen tijdens een sessie in de Politieke Markt een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht. 3.Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering respectievelijk die van de sessie in de Politieke Markt betreffen. 4.Over een voorstel van de orde beslissen de leden van de raad, respectievelijk sessiedeelnemers terstond. Artikel42Initiatiefvoorstel 1.Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen schriftelijk in bij de voorzitter. Deze brengt een ingediend voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van het college. 2.Het college kan binnen 30 dagen nadat het ter kennis is gesteld van een voorstel schriftelijk wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorstel ter kennis van de raad brengen; 3.Een voorstel wordt nadat het college schriftelijk wensen of bedenkingen ter kennis van de raad heeft gebracht of kenbaar heeft gemaakt hiertoe niet te zullen overgaan, dan wel nadat de in het tweede lid gestelde termijn is verlopen op de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering geplaatst, tenzij de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden is. In dat geval wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende raadsvergadering geplaatst. Artikel43Collegevoorstel 1.Een voorstel voor een verordening of een ander voorstel van het college aan de raad, dat vermeld staat op de agenda van de raadsvergadering, kan niet worden ingetrokken zonder toestemming van de raad. 2.Indien de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies terug aan het college moet worden gezonden, bepaalt het presidium in welke vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt. Artikel44Interpellatie 1.Het verzoek tot het houden van een interpellatie in de raadsvergadering wordt, behoudens in naar het oordeel van de raadsvoorzitter spoedeisende gevallen, ten minste 48 uur voor het begin van de raadsvergadering schriftelijk bij de raadsvoorzitter ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd alsmede de te stellen vragen. 2.De raadsvoorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad, het college en de burgemeester. Bij de vaststelling van de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering wordt het verzoek in stemming gebracht. Bij toestemming van de raad bepaalt de raad op welk tijdstip tijdens de vergadering de interpellatie zal worden gehouden. 3.Behandeling geschiedt in twee termijnen waarbij de interpellant in elke termijn als eerste het woord voert, gevolgd door de overige leden van de raad en burgemeester en wethouders. Interrupties zijn toegestaan. Artikel45Schriftelijke vragen 1.Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen wordt aangegeven, of schriftelijke of mondelinge beantwoording wordt verlangd. Vragen die niet voldoen aan het hiervoor gestelde worden per omgaande aan de indiener teruggestuurd. 2.De vragen worden bij de griffier ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en het college of de burgemeester worden gebracht. 3.Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen 30 dagen nadat de vragen zijn binnengekomen. Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende raadsvergadering. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, stelt het college of de burgemeester de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord. 4.De antwoorden worden door (het verantwoordelijk lid van) het college of de burgemeester via de griffier aan de leden van de raad medegedeeld. 5.De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in dezelfde raadsvergadering, na de behandeling van de op de agenda voorkomende onderwerpen, nadere inlichtingen vragen omtrent het door de burgemeester of door het college gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist. Artikel46aVragenkwartier 1.Elke raadsvergadering is er een vragenkwartier, tenzij er bij de voorzitter geen vragen zijn ingediend. In bijzondere gevallen kan het presidium bepalen dat het vragenkwartier op een ander tijdstip wordt gehouden. De raadsvoorzitter bepaalt op welk tijdstip het vragenkwartier eindigt. 2.Het lid van de raad dat tijdens het vragenkwartier vragen wil stellen, meldt dit onder aanduiding van het onderwerp uiterlijk om 9.00 uur op de dag van de aanvang van de raadsvergadering bij de griffie die de raadsvoorzitter inlicht. De raadsvoorzitter kan na overleg met het presidium weigeren een onderwerp tijdens het vragenkwartier aan de orde te stellen, indien hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht aangegeven, of indien het onderwerp in de raadsvergadering op diezelfde dag aan de orde komt. 3.De raadsvoorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen tijdens het vragenkwartier aan de orde worden gesteld. 4.De raadsvoorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de vragensteller, voor het college, voor de burgemeester en voor de overige leden van de raad. 5.Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven. 6.Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen. 7.Vervolgens kan de raadsvoorzitter aan andere leden van de raad het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. 8.Tijdens het vragenkwartier kunnen geen moties worden ingediend en worden geen interrupties toegelaten. Artikel46bBestuurlijke actualiteiten van het college 1.Elke raadsvergadering is er een agendapunt bestuurlijke actualiteiten van het college, tenzij er bij de voorzitter geen bestuurlijke actualiteiten zijn ingediend. In bijzondere gevallen kan het presidium bepalen dat het vragenkwartier op een ander tijdstip wordt gehouden. De raadsvoorzitter bepaalt op welk tijdstip het vragenkwartier eindigt. 2.Het college meldt het onderwerp van de bestuurlijke actualiteit(
- en)uiterlijk om 12.00 uur op de dag van de aanvang van de raadsvergadering bij de raadsvoorzitter en de griffie. De raadsvoorzitter kan na overleg met het presidium weigeren een onderwerp tijdens de het agendapunt bestuurlijke actualiteiten aan de orde te stellen, indien hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht aangegeven, of indien het onderwerp in de raadsvergadering op diezelfde dag aan de orde komt. 3.De raadsvoorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde bestuurlijke actualiteiten tijdens dit agendapunt aan de orde worden gesteld. 4.De raadsvoorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor het lid van het college en voor de leden van de raad. 5.Per onderwerp wordt aan de raadsleden één keer het woord verleend om één of meer vragen aan het lid van het college te stellen en een toelichting op zijn vraag te geven. 6.Na de beantwoording van de vragen door het lid van het college sluit de raadsvoorzitter het agendapunt af. 7.Tijdens het agendapunt bestuurlijke actualiteiten van het college kunnen geen moties worden ingediend en worden geen interrupties toegelaten. Artikel47Inlichtingen 1.Indien een lid van de raad over een onderwerp inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid van de Gemeentewet verlangt, wordt een verzoek daartoe door tussenkomst van de griffier schriftelijk ingediend bij het college dan wel de burgemeester. 2.De griffier draagt er zorg voor dat de overige leden van de raad een afschrift van dit verzoek krijgen. 3.De verlangde inlichtingen worden mondeling of schriftelijk in de eerstvolgende of in de daarop volgende raadsvergadering gegeven. 4.De gestelde vragen en het antwoord vormen een agendapunt voor de vergadering, waarin de antwoorden zullen worden gegeven. Hoofdstuk5Begroting en rekening Artikel48Procedure begroting Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding, het onderzoek, de behandeling en de vaststelling van de begroting volgens een procedure die de raad, op voorstel van het presidium, vaststelt. Artikel49Procedure jaarrekening Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding en het onderzoek van de jaarrekening en het jaarverslag, alsmede de vaststelling van de jaarrekening en van een eventueel indemniteitsbesluit volgens een procedure die de raad, op voorstel van het presidium, vaststelt. Hoofdstuk6Lidmaatschap van andere organisaties Artikel50Verslag en verantwoording 1.Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester of de secretaris, die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, heeft het recht om voor het sluiten van de raadsvergadering verslag te doen over zaken die in het algemeen bestuur als bedoeld aan de orde zijn. Voor bespreking van dit verslag kan de raadsvoorzitter verwijzen naar het presidium ten behoeve van agendering in de Politieke Markt. 2.Ieder lid van de raad kan aan een persoon als bedoeld in het eerste lid, schriftelijke vragen stellen. De regels voor het stellen van schriftelijke vragen, vastgesteld in artikel 45, zijn van overeenkomstige toepassing. 3.Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het eerste lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan. De regels voor het vragen van inlichtingen, vastgesteld in artikel 47, zijn van overeenkomstige toepassing. 4.Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere organisaties of instituties, waarin de raad één van zijn leden heeft benoemd. Hoofdstuk7Besloten vergadering Artikel51Algemene bepaling Op een besloten raadsvergadering of sessie in de Politieke Markt zijn de bepalingen van dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering of sessie. Artikel52Verslag besloten sessie en/of raadsvergadering 1.Conceptverslagen en -besluitenlijsten van besloten raadsvergaderingen worden niet verspreid, maar berusten bij de griffier; deze verleent de raadsleden en fractievertegenwoordigers inzage. 2.Deze verslagen en besluitenlijsten worden zo spoedig mogelijk in een besloten raadsvergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet opheffen van de geheimhouding op het vastgestelde verslag en de besluitenlijst. 3.De vastgestelde verslagen en besluitenlijsten worden door de voorzitter en de griffier ondertekend. Artikel53Verslag besloten vergadering politieke markt 1.Conceptverslagen van besloten vergaderingen worden niet verspreid, maar uitsluitend voor de sessiedeelnemers aan de politieke markt ter inzage gelegd bij de commissiegriffier. 2.Deze verslagen worden zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de politieke markt een besluit over het al dan niet opheffen van de geheimhouding op het verslag. 3.De vastgestelde verslagen worden door de commissievoorzitter en de commissiegriffier ondertekend. Artikel54Opheffing geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid, van de wet voornemens is de geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, wordt, als het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten raadsvergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd. Artikel54aOpheffing Geheimhouding op informatie opgelegd door de politieke markt Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid, van de wet voornemens is de geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, wordt, als de politieke markt die geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten vergadering met de politieke markt overleg gevoerd. Artikel55Verstrekken geheime informatie aan anderen 1.De raad kan informatie waarop geheimhouding is opgelegd op grond van artikel 88, lid 6 Gemeentewet tevens verstrekken aan externe adviseurs. 2.Het presidium kan nadere regels vaststellen over de werkwijze van de raad rond het verstrekken van informatie aan externe adviseurs. 3.Voor zover dit voor de werkzaamheden van het college noodzakelijk is, mag het college informatie waarop hij geheimhouding heeft opgelegd en die verstrekt is aan de raad, ook delen met anderen. Hoofdstuk8Toehoorders en pers Artikel56Toehoorders en pers 1.De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare raadsvergaderingen en sessies van de Politieke Markt bijwonen. 2.Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden. Artikel57Geluid- en beeldregistraties Degenen die tijdens de raadsvergadering of tijdens sessies op de Politieke Markt geluid- dan wel beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de raadsvoorzitter respectievelijk sessievoorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. Deze aanwijzingen kunnen niet zover gaan dat zij de vrijheid van pers aantasten. Artikel58Gebruik van communicatiemiddelen In de (vergader)ruimtes van raadsvergadering en Politieke Markt, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de vergadering respectievelijk sessie telefoneren niet toegestaan. Ander gebruik van mobiele telefoons of andere communicatiemiddelen is toegestaan, voor zover dit gebruik naar het oordeel van de voorzitter geen verstoring van de orde van de vergadering respectievelijk de sessie in de Politieke Markt oplevert. Hoofdstuk9Slotbepalingen Artikel59Uitleg reglement In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement: Beslist de raad in het geval van een raadsvergadering op voorstel van de raadsvoorzitter. Beslissen in geval van een sessie in de Politieke Markt de sessiedeelnemers op voorstel van de sessievoorzitter. Artikel60In werking treden Dit reglement treedt in werking op 1 april 2023. Op dat tijdstip vervalt het vastgestelde Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad en de Politieke Markt van de gemeente Hengelo, raadsbesluit d.d. 27 oktober 2021, nr. 3316029. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 17 mei 2023De raad voornoemd, De griffier, De voorzitter,Toelichting op het reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad en politieke markt van de gemeente Hengelo - 2023. Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsomschrijvingen De begrippen behoeven geen nadere toelichting Artikel 2 De voorzitters De burgemeester is voorzitter van de raad. Artikel 125, derde lid, van de Grondwet en artikel 9 van de Gemeentewet schrijven dit dwingend voor. In het gewijzigde artikel 77, eerste lid, Gemeentewet is bepaald dat het oudste raadslid in anciënniteit het raadsvoorzitterschap waarneemt bij verhindering of ontstentenis van de burgemeester. Als twee raadsleden even lang zitting hebben, is de oudste in jaren degene die het raadsvoorzitterschap waarneemt. Daarnaast heeft de raad altijd de mogelijkheid zelf te kiezen voor een andere waarnemer. Overigens geldt ditzelfde regime in het geval dat alle wethouders afwezig zijn voor de waarneming van het ambt van de burgemeester. De burgemeester heeft het recht op grond van artikel 21 van de Gemeentewet in de vergadering aan de beraadslaging deel te nemen. Als voorzitter zorgt hij onder andere voor de handhaving van de orde in de vergadering. -ad lid 2 en 3, sessievoorzitters: Door de nieuwe werkwijze van de raad per mei 2014, met de invoering van de politieke markt als belangrijkste wijziging, is er behoefte aan voldoende sessievoorzitters. Het streven is erop gericht dat een sessievoorzitter in een politieke markt slechts een sessie hoeft voor te zitten. Aan alle fracties wordt gevraagd om sessievoorzitters te leveren. Aan de hand van een opgesteld profiel, kunnen zich potentiële sessievoorzitters melden, welke als zodanig moeten worden benoemd. Een aantal van 8 à 9 sessievoorzitters is nodig om enigszins flexibel een agenda met bijbehorende sessievoorzitters voor de politieke markt te kunnen vaststellen. Als het aantal sessievoorzitters, na verkiezingen of door andere oorzaak van beëindiging van het sessievoorzitterschap, te klein wordt, kan het presidium de raadsfracties opnieuw om sessievoorzitters verzoeken. De waarnemend raadsvoorzitter als bedoeld in artikel 77 Gemeentewet (die ofwel het langstzittende raadslid is, en de raadsoudste in jaren ofwel expliciet door de raad met de waarneming van de voorzitter is belast) is ook automatisch lid van het presidium. Dit is wenselijk zodat de plv. raadsvoorzitter bij langdurige afwezigheid van de burgemeester wel in het presidium zit. En de waarnemend raadsvoorzitter kan dan ook eventueel sessievoorzitter zijn. Ook is nu geregeld dat de waarnemend raadsvoorzitter niet meer automatisch voorzitter is van het presidium. De voorzitter van het presidium wordt door de raad benoemd, en dat kan een ander raadslid zijn dan de waarnemend raadsvoorzitter. Daarmee volgt het Reglement de praktijk die al is toegepast. Artikel 3 De griffier De raad is verplicht een griffier te benoemen (artikel 100 Gemeentewet). De griffier is in eerste instantie verantwoordelijk voor de bijstand aan de raad. Hij is in principe in elke vergadering van de raad aanwezig. De Gemeentewet eist dat de raad de vervanging van de griffier regelt (artikel 107d, eerste lid). In het tweede lid is daarover een bepaling opgenomen. In verband met artikel 22 Gemeentewet (verschoningsrecht) is in het derde lid een bepaling opgenomen met betrekking tot het deelnemen van de griffier aan de beraadslaging. Rechtspositionele bepalingen en verdere taakomschrijving van de griffier is niet in dit reglement opgenomen. Een en ander is geregeld in een organisatieverordening griffie, een Instructie voor de raadsgriffier van de gemeente Hengelo, een Besluit vaststelling arbeidsvoorwaardenregeling griffie, en in een Instellings- en delegatiebesluit werkgeverscommissie ter uitvoering van de Hengelose arbeidsvoorwaardenregeling t.b.v. de griffie, allen vastgesteld door de raad in januari 2014. N.a.v. de Model verordening van de VNG van februari 2018 is toegevoegd als nieuw lid 5 ‘Bij verhindering af afwezigheid wordt de medewerker van de griffie vervangen door een door de raadsgriffier aangewezen op de griffie werkzame ambtenaar, of, in samenspraak met de gemeentesecretaris, een niet op de griffie werkzame ambtenaar’. De griffie van Hengelo is relatief klein waardoor het nuttig kan zijn om bij ziekte een beroep te kunnen doen op de gemeentesecretaris voor een vervangende medewerker. Artikel 4a Het Presidium De belangrijkste taak van het presidium is het opstellen van de agenda van de politieke markt en van de raad. Het coördineren van de stukkenstroom is onderdeel van deze taakstelling. De raad van Hengelo heeft zich uitgesproken voor een presidium dat primair uitsluitend technische en organisatorische taken op zich neemt. Het presidium kan -met redenen omkleed- besluiten om een raadsvoorstel- zonder eerst op de politieke markt te zijn besproken- als hamerstuk op de agenda van de raad te agenderen. Het presidium zal dat met name overwegen als er sprake is van een beleidsarm stuk, of een stuk wat een logisch vervolg is op eerdere besluitvorming of een stuk waarop geen betrokkenheid van burgers te verwachten is of bij een combinatie van deze argumenten. De raad kan bij de vaststelling van de agenda in de raadsvergadering gemotiveerd aangeven dat het stuk toch voor de politieke markt moet worden geagendeerd. Motieven voor de raad om het punt toch te willen agenderen kunnen gelegen zijn in de verwachting dat er wel burgers willen inspreken, of dat het punt toch politieke attentiewaarde heeft. Het presidium is aanzienlijk groter dan onder de oude werkwijze. De keuze om alle sessievoorzitters deel uit te laten maken van het presidium heeft vooral te maken met een efficiënte terugkoppeling en voorbereiding van raad en politieke markt. Naast de formele agenda coördineert en plant het presidium ook andere raadsactiviteiten in de agenda van de raad, zoals een technisch beraad bij voorstellen die zeer complex zijn, een raadsexcursie, of werkbezoeken die raads-breed gedragen worden. In lid 10 is geregeld dat de vergaderingen van het presidium niet openbaar zijn. Dat is begrijpelijk want er wordt bij tijd en wijle proces-informatie gewisseld over zaken die nog niet openbaar zijn. Maar wel zouden geïnteresseerde raadsleden of fractievertegenwoordigers de vergadering moeten kunnen bijwonen. Ook voor hen geldt dan uiteraard dat hetgeen in de bespreking zelf wordt gezegd niet openbaar gewisseld mag worden. Voor de raadsleden is het bepaalde in artikel 2:5 AWB van toepassing: ‘Een ieder die is betrokken bij de uitvoering van de taak van een bestuursorgaan en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit’. De Afsprakenlijst van het presidium is openbaar in de zin dat deze op extranet wordt geplaatst en dat raadsleden er wel over kunnen communiceren naar buiten. Artikel 4b Het fractievoorzittersoverleg Voor politiek overleg is de mogelijkheid geopend van het organiseren van een fractievoorzitters overleg. Het fractievoorzittersoverleg vergadert op verzoek van een van zijn leden of op verzoek van de burgemeester, als zijnde de raadsvoorzitter of als zijnde voorzitter van het college. Doel van het beraad is te zorgen voor politieke coördinatie en afstemming indien dit noodzakelijk wordt geacht. Te denken valt aan punten zoals de omgang met elkaar, afspraken rond de verkiezingen en zaken rond de huishouding van de raad. De fractievoorzitters bepalen dit zelf. De griffie ondersteunt het beraad. De gemaakte afspraken liggen voor alle raadsleden en fractievertegenwoordigers ter inzage bij de griffie. Aangezien een afgesplitst raadslid of raadsleden geen fractie is, maar een lid of een groep vormen, zal dat raadslid geen deel uitmaken van het fractievoorzittersoverleg. Hoofdstuk 2 Toelating van nieuwe raadsleden, wethouders en fracties Artikel 5a Onderzoek geloofsbrieven; beëindiging; benoeming raadsleden Met de geloofsbrief geeft de voorzitter van het centraal stembureau het betreffende raadslid kennis van zijn benoeming. Bij deze brief moeten enkele in de Kieswet vereiste stukken worden gevoegd, waaruit blijkt, dat de benoemde voldoet aan de eisen om als lid van de raad toegelaten te kunnen worden. Het onderzoek van de geloofsbrieven moet in een openbare vergadering gebeuren. Ingevolge artikel V4 van de Kieswet beslist de raad over de toelating van zijn leden. De tekst van de eed (verklaring en belofte) die een raadslid bij het aanvaarden van het raadslidmaatschap moet afleggen, is in artikel 14 van de Gemeentewet vastgelegd. Artikel 5b Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging; benoeming wethouders Artikel 5b regelt het proces rond werkzaamheden inzake kandidaat wethouders. De Gemeentewet geeft met ingang van 2023 aan (36a, 36b, 41b eerste, derde en vierde lid, en 41c eerste lid) welke formele eisen gesteld worden aan een wethouder en op welk moment deze getoetst worden. Begin 2014 hebben de Minister van BZK en de Commissaris van de Koning van Overijssel aanbevelingen gedaan hoe één en ander adequaat geregeld kan worden. Zij legden de integriteitstoets van kandidaat-wethouders primair neer bij de burgemeester. De Modelverordening van de VNG van begin 2014 adviseerde om de toetsende taak ook bij de raad neer te leggen. De VNG adviseerde een commissie te benoemen die bestaat uit drie raadsleden om de integriteitstoets van kandidaat-wethouders uit te voeren. De regeling in ons RvO is gebaseerd op de VNG verordening en op de meer uitvoerige regeling zoals Deventer en de provincie Overijssel zelf hebben opgenomen in hun RvO. Voor het benoemen van wethouders stelt de raadsvoorzitter de commissie “Benoembaarheid wethouders” in bestaande uit drie leden van de raad en uit de voorzitter van de raad. De griffier is secretaris van de commissie. Deze commissie toetst op basis van de in de Gemeentewet dan wel in het RvO geformuleerde uitgangspunten (benoembaarheidsvereisten). De kandidaat-wethouder is zelf verantwoordelijk voor het overhandigen van de noodzakelijke documenten. De commissie vraagt de kandidaten tenminste de volgende papieren te overleggen: een uittreksel uit de Basisregistratie Personen, met daarin de volgende gegevens: geboortedatum geboorteplaats nationaliteit (onderdaan van een lidstaat van Europese Unie) woonplaats en -adres, welk uittreksel niet ouder is dan 6 maanden gerekend vanaf de dag van overhandiging: de beoogde wethouder is in het bezit van een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, die niet ouder is dan drie maanden voor de te verwachten datum van benoeming: overzicht van alle betaalde en onbetaalde nevenfuncties, met daarbij aangegeven of deze wel of niet bezoldigd zijn: een curriculum vitae met daarbij originelen van de in de C.V. genoemde diploma's; de griffier maakt terstond kopieën van de diploma’s en de kandidaat-wethouder ontvangt zijn originelen terstond terug: een verklaring dat er geen financiële belangen zijn in ondernemingen en organisaties, waarmee de gemeente Hengelo zakelijke betrekkingen onderhoudt (onverenigbare of verboden handelingen, als bedoeld in artikel 41c en 15 Gemeentewet). Een aanvullende eis (voordien meer vrijblijvend) is dat de commissie de kandidaat altijd in de gelegenheid stelt om de aangedragen informatie mondeling toe te lichten. In de praktijk betekent dat dat er altijd een serieus en door de commissieleden goed voorbereid gesprek met de kandidaat plaatsvindt. Tijdens dat gesprek komt standaard de vraag op tafel: "Is er nog iets dat wij behoren te weten? (wat op enigerlei wijze aan het integer vervullen van het wethouderschap in Hengelo in de weg kan staan? )’’. Van het gesprek wordt geen verslag gemaakt. Mocht het gesprek vraagtekens opleveren rond de aanvaardbaarheid van de te benoemen kandidaat- wethouder, dan wordt dit gecommuniceerd met de kandidaat-wethouder en met de fractievoorzitter van de betreffende fractie, zodat zij eventueel een heroverweging van de kandidatuur kunnen maken. Gebleken is dat deze procedure vooral een preventieve werking heeft. Voordragende fracties houden hiermee op voorhand rekening en screenen zelf indringender. Belangrijk uitgangspunt is en blijft echter dat de kandidaat uiteindelijk zelf verantwoordelijk is voor de aangedragen informatie. Het aspect van het instellen van de commissie door de raadsvoorzitter betekent dat een flexibele en snelle werkwijze mogelijk is. Er hoeft geen besluit van de raad ten grondslag te liggen aan het instellen van de commissie, dat betekent dat de commissie zijn werkzaamheden snel kan starten. Dit artikel is ook van toepassing als er geen wethouder van buiten, maar uit de raad wordt benoemd: de incompatibiliteiten en nevenfuncties dienen immers opnieuw beoordeeld te worden. De commissie toetst volgens het vierde lid van dit artikel de van de kandidaat- wethouder ontvangen documenten en informatie aan de hand van: de benoembaarheidsvereisten zoals opgenomen in de Gemeentewet. Daarmee worden de vereisten bedoeld als opgenomen in artikel 36a Gemeentewet en in artikel 10 Gemeentewet. De kandidaat wethouder moet 18 jaar zijn op het moment dat hij naar verwachting tot wethouder zal worden benoemd, onderdaan zijn van een lidstaat van de EU, en ingezetene zijn van de gemeente Hengelo (van deze vereisten kan ontheffing worden verleend, artikel 36a Gemeentewet). Ook mag de kandidaat niet ook wethouder zijn in een andere gemeente. de vereisten omtrent onverenigbare functies als opgenomen in artikel 36b Gemeentewet. Zo mag een wethouder – bijvoorbeeld- niet tevens gedeputeerde zijn, of ambtenaar bij dezelfde gemeente als waar hij wethouder wil worden. de vereisten omtrent nevenfuncties als bedoeld in artikel 41b Gemeentewet. Dit zijn nader door de kandidaat wethouder op te geven nevenfuncties die hij uitoefent, en waarvan in het gesprek getoetst wordt of de uitoefening van de nevenfuncties ongewenst is met het oog op een goede vervulling van het wethouderschap. de vereisten omtrent onverenigbare of verboden handelingen als bedoeld in artikel 41c Gemeentewet en artikel 15 Gemeentewet. Zo mag een wethouder - bijvoorbeeld- niet als advocaat of adviseur in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de wederpartij van de gemeente, of voor de gemeente zelf. Ook mag hij niet rechtstreeks of middellijk overeenkomsten aangaan betreffende werkzaamheden voor de gemeente of zaken die hij aan de gemeente levert. Ontheffing woonplaatsvereiste Uit het uittreksel uit het bevolkingsregister dat de kandidaat-wethouder aan de commissie moet overleggen zal blijken of de kandidaat-wethouder wel of niet woonachtig is in onze gemeente. Als dat niet het geval is, is het wel zo praktisch dat de kandidaat-wethouder per direct schriftelijk aan de raad een verzoek doet tot ontheffing van het ingezetenschap van de gemeente als bedoeld in artikel 36a, tweede lid, Gemeentewet. Aanvankelijk was het de bedoeling van de Minister (bij een nota tot wijziging van het wetsvoorstel van de Wet bevorderen integriteit en functioneren van het openbaar bestuur in 2022) ook een risicoanalyse integriteit verplicht voor te schrijven bij de benoeming van wethouders. Op een dergelijke verplichting kwam zware kritiek van de Raad van State met betrekking tot grondrechten van de betreffende kandidaten en in samenhang daarmee het legaliteitsbeginsel en de rechtszekerheid. De conclusie van de Minister was dat een dergelijke verplichting alleen kan worden gerealiseerd door een ingrijpender wetswijziging, die de minister later nog apart wil voorbereiden en voorstellen aan de Tweede Kamer. Uiteraard is vrijwillíge medewerking van een kandidaat wethouder aan zo’n analyse, als de commissie daar aanleiding voor zou zien en welke analyse dan in Hengelo in opdracht van de burgemeester wordt uitgevoerd, geen probleem. Artikel 6a Fracties In een aantal gevallen blijkt behoefte te bestaan aan een regeling van wat onder een fractie moet worden verstaan. De Gemeentewet kent een dergelijk begrip niet maar gaat onder andere in artikel 33, tweede lid, wel uit van het bestaan van in de raad vertegenwoordigde groeperingen (recht op fractie-ondersteuning). Wij hebben een regeling ten aanzien van vergoedingen aan fracties, faciliteiten voor fracties, etc. Na het vaststellen van de uitslag van de verkiezingen vindt de eerste zitting van de raad plaats. Bij de aanvang van deze zitting worden de leden die op dezelfde lijst hebben gestaan, als één fractie beschouwd. De fractie gebruikt in de vergadering van de raad de aanduiding die zij boven de kandidatenlijst hadden staan. Op deze wijze is de relatie tussen de fractie in de raad en de fractie op de kandidatenlijst voor de burger duidelijk. Het kan echter voorkomen dat een fractie geen aanduiding boven de kandidatenlijst heeft staan. In een dergelijk geval deelt de fractie in de eerste vergadering van de gemeenteraad de aanduiding mee. Afgesplitste raadsleden worden niet als een fractie beschouwd. De definitie van een fractie is opgenomen in artikel 6A, eerste lid, van dit RvO. Tot het moment van de vaststelling van dit RvO in 2017 waren in dit artikel de nodige leden opgenomen die het voor afgesplitste raadsleden mogelijk maakte om als een zelfstandige fractie door te gaan en een nieuwe naam aan te nemen. In 2017 heeft de raad besloten om hierin verandering aan te brengen. Leden van de raad die zich afsplitsen van een bestaande fractie worden voortaan aangeduid met hun eigen achternaam en deze eigen achternaam wordt ook actief gebruikt in de raadsvergaderingen, in de politieke markt en in de formele communicatie van de gemeente naar buiten. Wij voorkomen hiermee dat er tussentijds nieuwe fracties in de raad gevormd worden met nieuwe namen zonder dat de kiezer daar invloed op heeft gehad. Dit betekent dat: raadsleden die zijn afgesplitst geen nieuwe fractie meer vormen c.q. geen fractie meer zijn; een raadslid dat alleen verder gaat, wordt aangeduid met ‘lid… gevolgd door de achternaam’; meerdere raadsleden die samen verder gaan, worden aangeduid met ‘groep…. gevolgd door de achternaam van een van de raadsleden’; een raadslid dat overstapt van een bestaande fractie naar een andere fractie onder de naam van die fractie wordt aangeduid. In de loop van een zittingsperiode kan het voorkomen dat leden uit eigener beweging de raad verlaten. Het beëindigen van de zitting in de raad kan verschillende oorzaken hebben. Raadsleden kunnen ongeneeslijk ziek zijn, een conflict met hun fractie hebben, te weinig tijd hebben voor het raadswerk en zo zijn er nog vele redenen denkbaar. In een dergelijk geval vindt er een verandering in de samenstelling van de fractie plaats. Als dit het geval is, deelt de fractie dit aan de voorzitter mee. Artikel 6b Fractievertegenwoordigers In dit artikel was de mogelijkheid geschapen om in bijzondere gevallen, met instemming van de overige fracties, medewerking te verlenen aan het benoemen van een persoon als fractievertegenwoordiger die niet bij de laatste verkiezingen geplaatst was op de kandidatenlijst van de fractie. Aangezien in de praktijk blijkt dat de fracties niet instemmen met verzoeken van afgesplitste raadsleden om een fractievertegenwoordiger voor hun ‘fractie’ te benoemen, is deze mogelijkheid nu vervallen. Lid 2 is vervallen en de bestaande leden 3 tot en met 8 zijn vernummerd tot leden 2 tot en met 7. Als een afgesplitst raadslid of raadsleden geen fractie meer zijn dan ligt het voor de hand dat deze afgesplitste raadsleden ook geen fractievertegenwoordigers kunnen aanstellen. Artikel 6b, lid 1 van het RvO spreekt immers over het recht dat een fractie heeft op het voordragen van een fractievertegenwoordiger. De fractievertegenwoordiger legt de eed of verklaring en belofte af. Wij schakelen in de praktijk waar mogelijk de fractievertegenwoordigers gelijk met een raadslid, en dan ligt gelijkschakeling op dit punt ook voor de hand. Er kan dan geen enkel misverstand of onduidelijkheid meer bestaan dat ook fractievertegenwoordigers aan geheimhouding zijn gehouden van zaken die bijvoorbeeld in een besloten sessie van de politieke markt aan de orde kunnen komen of van stukken die onder geheimhouding bij de griffie berusten en bij de griffie kunnen worden ingezien. In juni 2016 heeft de VNG voorgesteld om de verwijzing naar artikel 15 Gemeentewet (dat artikel betreft de “verboden handelingen” voor een raadslid) voor fractievertegenwoordigers te schrappen. De reden die de VNG hiervoor geeft is dat ze het enerzijds te ver vind gaan voor commissieleden die niet ook raadslid zijn (in Hengelo zijn dit onze fractievertegenwoordigers) en anderzijds was er een ontheffing belegd bij GS van de Provincie om aan fractievertegenwoordigers ontheffing van deze verboden handelingen te kunnen verlenen, zonder dat er voor zo’n ontheffing bij de wet een expliciete grondslag is belegd. Bij de evaluatie van de vergaderstructuur is dit wijzigingsvoorstel besproken en is er uitgebreid over gediscussieerd. De meningen waren verdeeld. Een aantal fracties/aanwezigen willen de verwijzing handhaven onder het idee: “gelijke monniken- gelijke kappen”, dit voorkomt discussies. Andere aanwezigen willen de verwijzing wél schrappen, een fractievertegenwoordiger is immers géén raadslid, en heeft dus ook géén stem in de raadsvergadering, geen directe beslissingsbevoegdheid. Het voorstel was om de verwijzing naar artikel 15 Gemeentewet te schrappen In de raadsvergadering van 4 april 2017 heeft de raad bij amendement besloten om artikel 15 Gemeentewet van toepassing te (blijven) verklaren voor fractievertegenwoordigers. Het artikel 6B, derde lid, is dienovereenkomstig aangepast. In artikel 35 van dit RvO staat wat de fractievertegenwoordiger mag doen: in een Politieke markt is hij gelijk aan een raadslid. Uitgangspunt is dat de fractievertegenwoordigers zoveel mogelijk gelijk worden behandeld als een raadslid: zowel in de informatievoorziening als in het uitnodigen van fractievertegenwoordigers. De meeste rechten die de Gemeentewet aan raadsleden toekent zijn echter expliciet aan raadsleden voorbehouden, zoals het indienen van moties en amendementen. Voor het indienen van schriftelijke vragen geldt deze restrictie niet. In de praktijk wordt al toegestaan dat een fractievertegenwoordiger schriftelijke vragen aan het college stelt. Door het toevoegen van een achtste lid aan dit artikel kan een fractievertegenwoordiger voortaan ook schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 45 RvO indienen. Alleen artikel 45 RvO, lid 5, kan niet op de fractievertegenwoordiger van toepassing zijn want hij zit niet in de raadsvergadering zelf. Hoofdstuk 3 Vergaderingen Paragraaf 1 Tijdstip van vergaderen; voorbereidingen en verslaglegging Artikel 7 Vergaderfrequentie, tijdstip en duur van de vergaderingen Ingevolge artikel 17 van de Gemeentewet vergadert de raad zo vaak hij daartoe heeft besloten en voorts indien de raadsvoorzitter het nodig oordeelt of indien ten minste een vijfde van het aantal leden van de raad schriftelijk met opgave van redenen daarom vraagt. De raadsvoorzitter dient bij het bepalen van een andere dag en een ander aanvangsuur zoveel mogelijk overleg te plegen in het presidium. Op deze wijze houdt het presidium ook bij vergaderingen, die niet op het gebruikelijke tijdstip plaatsvinden, invloed op de datum, het tijdstip en de plaats van de vergadering. Het wijzigen van het aanvangsuur is van gemeenschappelijk belang, omdat het merendeel van de raadsleden het raadslidmaatschap combineert met een andere (on)betaalde functie. Lid 1: De raadsvergadering wordt bij een eventuele schorsing van de vergadering vanwege het late tijdstip, in de regel de volgende avond hervat. Lid 2: zo mogelijk worden de sessies in de politieke markt thematisch geclusterd, zodat dossier-woordvoerders aan alle sessies binnen een bepaald aandachtsgebied deel kunnen nemen. Het programmeren van 3 parallelle sessies komt weinig voor. Als het even kan zal het presidium dit vermijden. Maar er zijn omstandigheden denkbaar die maken dat het programmeren van 3 parallelle sessies wenselijk is en daarom moet het wel mogelijk blijven. Het RvO houdt er ook rekening mee dat kleinere fracties ook 3 parallelle sessies kunnen bemensen, want fracties kunnen 2 fractievertegenwoordigers benoemen. Als de noodzaak van het inplannen van 3 parallelle sessies zich voordoet, dan zal het presidium maximaal 2 oordeelsvormende sessies naast elkaar plannen. Lid 3: De raadsvergadering duurt tot 23.00 uur. Een raadsvoorstel dat voor dat tijdstip in bespreking is genomen wordt in de regel wel in zijn geheel behandeld, tenzij de vergadering anders beslist. Artikel 8 Oproep raadsvergadering en politieke markt In artikel 19, eerste lid van de Gemeentewet is bepaald dat de burgemeester de leden van de raad schriftelijk uitnodigt voor de vergadering. De voorzitter stuurt de leden, ten minste twaalf dagen vóór een vergadering aanvangt, een schriftelijke oproep waarin de vergadering wordt aangekondigd. De schriftelijke oproep vermeldt de dag, tijdstip en plaats van de vergadering. De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in hoofdstuk Va van de Gemeentewet bedoelde informatie, worden tegelijkertijd met de oproep aan de leden verzonden. De in hoofdstuk Va van de Gemeentewet, bedoelde informatie zijn stukken ten aanzien waarvan geheimhouding is opgelegd. Hier wordt melding van gemaakt op de stukken. De verzending van de vergaderstukken als hier bedoeld geschiedt door publicatie op extranet. De kern is van onze vergadercyclus is dat – uitzonderingen daargelaten- dat raadsleden tussen het moment van de oproep en de daadwerkelijke vergadering tenminste 2 maandagen hebben, waarop zij de voorstellen in de fractie kunnen bespreken. We wijzen er wel op dat het behandelvoorstel dat we vanuit de griffie bij de stukken voegen bij eerste plaatsing nog een concept behandelvoorstel is. Het behandelvoorstel wordt definitief nadat de sessie is voorbereid en doorgenomen met de sessievoorzitter, en die voorbereiding vindt meestal plaats in de genoemde werkweek tussen de twee weekenden. Artikel 9 Agenda Lid 1 tot en met 4: Het presidium bepaalt hoe de agenda eruit komt te zien. Het versturen van de agenda en stukken is geregeld in artikel 8. Dit is echter een voorlopige agenda. In de dagelijkse praktijk van de gemeente zal het soms niet mogelijk zijn om twaalf dagen voor de vergadering een agenda op te stellen, die ook zicht heeft op de 'waan' van de dag. In een dergelijke situatie kan de voorzitter na het verzenden van de schriftelijke oproep zo nodig een aanvullende agenda en stukken rondsturen. Dit kan echter niet tot op het laatste moment, maar tot uiterlijk twee dagen voor de aanvang van de vergadering. Het presidium stelt de voorlopige agenda voor de raadsvergadering vast. Daarbij plaatst het presidium, op basis van een inhoudelijke en procesmatige afweging, ook raadsvoorstellen als DIRECT hamerstuk op de agenda. Het kan zijn dat een raadslid toch meer dan een stemverklaring wil afleggen over dit punt en erover wil debatteren en bijvoorbeeld een motie of amendement wil indienen: dan moet daar ruimte voor worden gegeven. Nu is die ruimte minimaal, o.a. doordat de raad ter vergadering, bij meerderheid, moet instemmen met de wijziging van de agendering. In artikel 9 RvO is in lid 3 de mogelijkheid geboden om een DIRECT geagendeerd hamerstuk op verzoek van een raadslid dan wel van een minderheid van de raad, alsnog ter vergadering als bespreekstuk te agenderen. Daartoe moet het raadslid een schriftelijk gemotiveerd verzoek bij de griffie indienen, uiterlijk om 12.00 uur op de dag van de vergadering. Dan kan de griffie het agendapunt nog agenderen als bespreekpunt: “voorstel zonder tussenkomst van Politieke Markt” en de raad daarover informeren. Daarmee kan het individuele raadslid in ieder geval op twee momenten invloed uitoefenen op de vaststelling van de agenda. Voor de agendering van de ándere op de raadsagenda voorkomende agendapunten is de uitkomst van de sessie op de politieke markt bepalend, zie artikel 36 RvO. De sessievoorzitter kan aan het einde van de sessie bijvoorbeeld concluderen dat het agendapunt besluitrijp is als hamerstuk in de raadsvergadering. Een fractie die onverhoopt niet aanwezig is in die politieke markt kan dan vervolgens niet achteraf de aard van het agendapunt nog wijzigen met een beroep op dit artikel. Wel kan het raadslid bij het begin van de raadsvergadering bij het agendapunt ‘vaststellen van de agenda’ via een voorstel van orde alsnog proberen om de aard van het agendapunt te wijzigen. Maar daar is dan wel een raadsmeerderheid voor nodig, want over dat voorstel van orde zal moeten worden gestemd. Lid 2: Toevoegingen op de agenda kunnen bestaan uit: Een motie vreemd (als bedoeld in artikel 40b): Een interpellatie (als bedoeld in artikel 44, welk verzoek dan ook nog eens 48 uur van tevoren ter kennis moet zijn gebracht van de raadsvoorzitter).’ Daarmee is duidelijk dat raadsleden niet op de avond van de raadsvergadering zelf een willekeurig ander voorstel kunnen doen om ‘een agendapunt’, anders dan een motie vreemd of een interpellatiedebat aan de raadsagenda toe te voegen. Dat verdraagt zich immers niet met een zorgvuldige voorbereiding die de raadsleden nodig hebben in hun voorbereiding op de raadsvergadering en het verdraagt zich niet met het stelsel en zo is het ook niet in de model RvO geformuleerd van de VNG. Lid 5: Agenderen van een onderwerp te behandelen tijdens een politieke markt. Voorstellen aan de raad tot het agenderen van een onderwerp te behandelen tijdens een politieke markt kunnen afkomstig zijn van college en burgemeester, van individuele raadsleden (zie artikel 42 Initiatiefvoorstellen) of van het presidium, waar het bijvoorbeeld gaat om zaken die te maken hebben met de organisatie en de werkzaamheden van de raad. Met het in het vierde lid genoemde verzoek tot het agenderen van een onderwerp, worden ook onderwerpen bedoeld waaraan niet direct een voorstel tot besluitvorming in de raad gekoppeld zit. Hiermee kunnen ook anderen dan collegeleden, individuele raadsleden en het presidium onderwerpen aandragen voor de politieke markt. Voor burgers betekent dit een extra mogelijkheid, naast het burgerinitiatief, om een onderwerp onder de aandacht van de raad te brengen. Voor individuele raadsleden betekent het vijfde lid de mogelijkheid tot een actievere rol bij de opstelling van de agenda. Ook biedt lid 5 ruimte aan het college om de raad tijdens de politieke markt meer informeel over onderwerpen bij te praten. Lid 6: Het presidium is het orgaan dat namens de raad zo goed en zo zorgvuldig als mogelijk de zaken agendeert voor behandeling in de politieke markt. Daarbij zal het presidium zo goed mogelijk wegen of een onderwerp beeldvormend of meningsvormend geagendeerd kan worden. Wij gaan ervanuit dat het presidium het vertrouwen van de raad geniet. Het kan zo zijn dat het presidium toch een verkeerde taxatie heeft gedaan in de agendering van het onderwerp. Dit artikel regelt dat raadsleden daartoe een wijzigingsvoorstel kunnen indienen. Wij nemen aan dat raadsleden hiervan spaarzaam gebruik hoeven te maken, want een wijziging van een agenda zo kort voor een politieke markt heeft als nadeel dat niet iedereen zich meer bewust is van de wijziging in de agenda of van het afvoeren van een onderwerp van de agenda..etc.. Ten behoeve van de continuïteit wordt bij grotere onderwerpen, die over een langere periode zullen terugkeren op de agenda van raad en politieke markt, zo veel mogelijk met vaste sessievoorzitters gewerkt. De sessievoorzitter fungeert dan als dossierhouder van betreffend onderwerp. Mede in het kader van het ‘grip krijgen op de eigen agenda van de raad’, worden bij dergelijke onderwerpen zo veel mogelijk in de startfase procesafspraken gemaakt tussen presidium, portefeuillehouder en ambtelijke organisatie. Deze afspraken kunnen onder meer betreffen het tijdpad, de rol van de raad op de verschillende momenten, de vorm van aan de raad aan te bieden stukken en interactie met betrokkenen. Het zevende lid vloeit voort uit de verplichting van het college om de raad van voldoende informatie te voorzien. Als de raad niet voldoende op de hoogte is van de inhoud en strekking van een onderwerp, is het niet gewenst dat de raad zich over dit onderwerp uitspreekt. In een dergelijk geval heeft de raad de mogelijkheid, het onderwerp naar de politieke markt te verwijzen of aan het college nadere inlichtingen of advies te vragen. Artikel 10 De leden van het college en de secretaris -ad lid 1: Artikel 10 is ten dele een nadere uitwerking van artikel 21, tweede lid, van de Gemeentewet. Dit artikel voorziet in de mogelijkheid dat het college door de raad wordt uitgenodigd om tijdens de raadsvergadering aanwezig te zijn. Uitgangspunt is dat het college voor iedere raadsvergadering zijn uitgenodigd. Het kan echter wenselijk zijn, dat een collegelid niet bij een vergadering aanwezig is als de raad een zelfstandige afweging over een onderwerp wil maken, de raad bijvoorbeeld over het eigen functioneren van gedachten wil wisselen of bij de voorbereiding van een besluit tot het houden van een onderzoek naar het door het college gevoerde bestuur. -ad lid 2: De gemeentesecretaris houdt zich voornamelijk bezig met de ondersteuning van het college en het leiden van de ambtelijke organisatie. In het kader van die twee taken kan het wenselijk zijn dat de secretaris deelneemt aan de beraadslagingen van de raadsleden in de politieke markt. Dit geldt ook voor de medewerkers van de gemeente. Bij beeldvormende sessies zal het presidium in het behandelvoorstel kunnen opnemen dat de inbreng van gemeentelijke medewerkers van hun kennis en feitelijke informatie wenselijk is teneinde de gevraagde informatie zo goed mogelijk aan raadsleden over te dragen en het gesprek tussen raadsleden, burgers leden van het college en medewerkers van de gemeente zo vruchtbaar mogelijk te doen zijn. Algemene Verordening Gegevensbescherming Op 25 mei 2018 is de Algemene Verordening Gegevensbescherming (hierna: AVG) van kracht geworden. De AVG is een Europese Verordening en heeft rechtstreekse werking in Nederland. De inwerkingtreding van de AVG heeft gevolgen voor de inrichting van gemeentelijke systemen en processen. De gemeenteraad is als bestuursorgaan een verwerkingsverantwoordelijke op grond van de AVG. Dit betekent dat de gemeenteraad moet kunnen aantonen dat de verwerkingen die hij doet, voldoen aan de AVG. Er moeten daarvoor technische en organisatorische maatregelen genomen worden om persoonsgegevens te beschermen. Zo zijn er ook in dit reglement, onder meer in de artikelen 11, 13 en 14 daarvoor de nodige aanpassingen gedaan. Daarnaast wordt er een protocol opgesteld waarin de overige werkwijzen rondom verwerking van (persoons)gegevens door de gemeenteraad (en griffie) worden beschreven. De leden van de gemeenteraad zijn zelf ook verwerker van informatie en hebben toegang tot (persoons)gegevens welke onder de reikwijdte van de AVG valt. Gemeenteraadsleden moeten zich dus bewust zijn van de wijze waarop zij persoonsgegevens gebruiken én hoe zij omgaan met hun toegang tot deze informatie. Een concreet voorbeeld: Ingekomen stukken ter attentie van de gemeenteraad zijn op het extranet (een besloten omgeving voor raadsleden) integraal –en niet geanonimiseerd- toegankelijk voor raadsleden. Deze stukken bevatten persoonsgegevens en mogen hierdoor niet integraal openbaar worden gemaakt door de gemeente. Ook gemeenteraadsleden mogen deze informatie dus niet integraal openbaar maken. Voor meer informatie of vragen over de verwerking van (persoons)gegevens kunt u het protocol (na afronding via de griffie of het extranet te benaderen) bekijken of contact opnemen met de raadsgriffie. Artikel 11 Ter inzage leggen van stukken In dit artikel gaat het, naast om de geheime stukken, om de zogenaamde ‘achterliggende’ stukken waarvan vaak in de raadsvoorstellen melding wordt gemaakt (ambtelijke adviezen, toelichtende nota's, etc.). Vrijwel alle stukken die behoren bij een sessie voor de politieke markt of bij raadsvoorstel zijn tegenwoordig digitaal beschikbaar. Daarom worden alle stukken gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep ter inzage gelegd. Mocht een bepaalde bijlage bij een sessie of bij een raadsvoorstel onverhoopt een keer niet digitaal beschikbaar zijn dan wordt maatwerk toegepast en communiceert de griffie in dat geval hoe de raadsleden deze stukken toch kunnen lezen. Bijvoorbeeld door het stuk dan fractiegewijs ter beschikking te stellen. Een stuk is een 'document' in de zin van de Wet openbaarheid van bestuur (WOB): “een bij een bestuursorgaan berustend schriftelijk stuk of ander materiaal dat gegevens bevat”. Documenten zijn derhalve niet alleen de door de overheidsorganen gecreëerde stukken of ander materiaal. Ook alle van buiten komende stukken en ander voor overheidsorganen bestemd materiaal zoals agenda's, notulen, (concept)adviezen en magneetbanden verkrijgen de status van document in de zin van de WOB. Het is niet de bedoeling, dat het originele stuk mee naar huis wordt genomen. Dit zou betekenen dat andere raadsleden en geïnteresseerden niet meer de mogelijkheid hebben om het document in te zien. Een raadslid of een andere geïnteresseerde mag echter wel een kopie van een ter inzage gelegd stuk maken. De griffier vervult de secretariaatsfunctie ten dienste van de raad. Het ligt dan ook in de rede dat stukken, die betrekking hebben op de agenda en de voorstellen van de raadsvergadering die geheim moeten blijven bij hem ter inzage worden gelegd. Op verzoek van de leden van de raad en de fractievertegenwoordigers kan de griffier inzage aan hen verlenen. Als gevolg van de AVG dienen we ons bewust te zijn van de wijze waarop (persoons)gegevens worden gepubliceerd, maar ook gepubliceerd blijven. Mensen hebben in de basis een recht op vergetelheid. Daarom worden genoemde stukken en verslagen gedurende anderhalve raadsperiode digitaal beschikbaar gehouden. Nadien zijn verslagen of stukken niet verdwenen, alleen niet meer direct digitaal opvraagbaar. Artikel 12 Openbare kennisgeving Met dit artikel wordt invulling gegeven aan het voorschrift van artikel 19, tweede lid, van de Gemeentewet. Voor wat betreft de wijze van publicatie is aangesloten bij artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht. Tevens is in de mogelijkheid van publicatie via de gemeentelijke website voorzien. Vanuit het oogpunt van service aan de burger is dit gewenst. Vanuit het model RvO raadsvergaderingen van de VNG 2018 hebben we de suggestie tot toevoeging van een nieuw lid 4 overgenomen: ‘In spoedeisende gevallen kan de openbare kennisgeving uitsluitend langs elektronische weg plaatsvinden’. Met dit artikel wordt invulling gegeven aan het voorschrift van artikel 19, tweede lid, van de Gemeentewet. Voor wat betreft de wijze van publicatie is aangesloten bij artikel 3:42, tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: AWB). In artikel 12 wordt vastgelegd op welke wijze raadsvergaderingen worden aangekondigd. Indien de kennisgeving uitsluitend elektronisch plaatsvindt, dient er een grondslag in een verordening te zijn, zie artikel 3:42, tweede lid, juncto 2:14 van de AWB. Door toevoeging van dit vierde lid aan dit artikel 12 wordt deze grondslag gecreëerd om ook in spoedeisende gevallen een openbare kennisgeving uit te kunnen doen gaan. Artikel 13 Besluitenlijst/Video- of audioverslag Het maken van een verslag is niet verplicht. In de Gemeentewet wordt alleen gesproken over de verplichting een besluitenlijst openbaar te maken (art. 23, vijfde lid Gemeentewet). In de loop van 2013 is gekozen voor het maken van een besluitenlijst in combinatie met het beschikbaar stellen van een digitale geluidsopname. Het schriftelijke verslag is daarmee komen te vervallen. Bij vergaderingen in de raadzaal is het vanaf 2021 mogelijk om ook een digitale video-opname te maken. In dit artikel wordt omschreven welke informatie de besluitenlijst van de raadsvergaderingen gaat bevatten. Van aangenomen moties en amendementen worden de titel en de opdracht in de besluitenlijst opgenomen. De motie en het amendement elf, worden in hun geheel achteraf aan de raadsagenda toegevoegd, en zijn op die manier via extranet altijd benaderbaar. Lid 7 van artikel 13 is enigszins aangepast, omdat het volgens artikel 147 Gemeentewet niet meer mogelijk is om ter vergadering een initiatiefvoorstel in te dienen. De woorden ‘ter vergadering’ zijn uit lid 7 verwijderd. Als gevolg van de AVG dienen we ons bewust te zijn van de wijze waarop (persoons)gegevens worden gepubliceerd, maar ook gepubliceerd blijven. Mensen hebben in de basis een recht op vergetelheid. Daarom worden genoemde stukken en verslagen gedurende anderhalve raadsperiode digitaal beschikbaar gehouden. Nadien zijn verslagen of stukken niet verdwenen, alleen niet meer direct digitaal opvraagbaar. Artikel 14 Ingekomen stukken Schriftelijke mededelingen van het college aan de raad evenals antwoorden van het college op schriftelijke vragen (art. 45 RvO) worden ook als ingekomen stukken beschouwd. Het in het tweede lid genoemde recht tot het indienen van een voorstel tot andere wijze van afdoening van een stuk, is bewust uitsluitend bij raadsleden (en niet bij fractievertegenwoordigers) gelegd, omdat de bedoelde stukken ook aan de raad gericht zijn. Hiermee wordt eveneens aansluiting gezocht bij de rechten van raadsleden, genoemd in hoofdstuk 4 van dit reglement. De ervaring leert dat het presidium vrijwel altijd een goede inschatting maakt van de wijze van afdoening van brieven die aan de raad zijn gericht. De hier voorgestelde werkwijze maakt dat de burger of de instelling sneller antwoord zal krijgen dan tot nu toe het geval was. De stukken waarover het presidium op de maandag zal vergaderen, waaronder ook het voorstel tot de wijze van afdoening van een ingekomen brief, wordt vrijdag voor iedereen zichtbaar op extranet gepubliceerd. Voor een efficiënte afdoening van de brieven is het wenselijk dat de raadsleden in dat weekend het afdoeningsvoorstel bestuderen en hun opmerking maandag kenbaar maken bij de griffie zodat het presidium het afdoeningsvoorstel kan heroverwegen. De in dit artikel opgenomen termijn van 2 weken beschouwen we als een uitzondering. Als gevolg van de AVG dienen we ons bewust te zijn van de wijze waarop (persoons)gegevens worden gepubliceerd, maar ook gepubliceerd blijven. Ingekomen stukken van natuurlijke personen worden daarom geanonimiseerd verwerkt in de openbare (vastgestelde) Lijst Ingekomen Stukken. Voor raadsleden en fractievertegenwoordigers is wel het originele document beschikbaar via de besloten extranet omgeving, al dan niet na opvraag bij de raadsgriffie. Op basis van de openbare (vastgestelde) Lijst Ingekomen Stukken worden, door bijvoorbeeld de media, incidenteel de achterliggende documenten opgevraagd. Deze documenten worden geanonimiseerd verstrekt. Indien er gerede twijfel is over de juiste toepassing van de regels met betrekking tot het anonimiseren van (persoons)gegevens en de verstrekking van stukken, treedt de griffie in overleg met de voorzitter van het presidium. Paragraaf 2 Orde van de raadsvergadering Artikel 15 Presentielijst De verplichting tot het hebben van een presentielijst vloeit voort uit artikel 20 Gemeentewet. De handtekeningen op de presentielijst zijn bedoeld om formeel vast te stellen, dat het vergaderquorum aanwezig is. De lijst kan niet dienen om het stemquorum vast te stellen; daarvoor geldt artikel 29 van de Gemeentewet. De griffier geeft de ambtelijke ondersteuning die de raad nodig heeft. Daarom stelt hij samen met de voorzitter de presentielijst vast en ondertekent deze. Deze ondertekening dient te waarborgen dat de lijst volledig is en dat het quorum aanwezig is. Artikel 16 Zitplaatsen Dit artikel behoeft geen nadere toelichting. Artikel 17 Opening vergadering; quorum De vergadering kan beginnen indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende raadsleden aanwezig is en de presentielijst heeft getekend. Artikel 20 lid 2 van de Gemeentewet voorziet in een procedure voor een tweede vergadering indien het vereiste aantal leden niet op komt dagen. Bij een vergadering van de politieke markt is geen minimum aantal raadsleden of fractievertegenwoordigers vereist. Artikel 18 Primus bij hoofdelijke stemming Dit artikel behoeft geen nadere toelichting. Artikel 19 Aantal spreektermijnen Deze toelichting staat onder de orde van de raadsvergadering, maar heeft ook een relatie met de termijnen die op een oordeelsvormende politieke markt worden benut. Met de inzet van de nieuwe vergaderstructuur is als totaliteit gekozen voor het B-O-B–model; beeldvorming – oordeelsvorming en besluitvorming. In de beeldvormende fase worden géén spreektermijnen gehanteerd. Uitgangspunt voor de laatste twee fasen, is dat de voorzitters streven naar een afronding in maximaal 3 termijnen. Dat kunnen dus 2 termijnen oordeelsvorming en 1 termijn besluitvorming zijn, maar ook andersom bijvoorbeeld 1 termijn oordeelsvorming en dan nog 2 termijnen besluitvorming in de raad. Aanvullend merken wij op dat als het een bespreekstuk in de raad wordt, omdat er een motie of een amendement wordt ingediend, dat we dan in de raadsvergadering uitgaan van behandeling in 2 termijnen. Als het bespreekstuk wordt omdat een fractie nieuwe gezichtspunten heeft gekregen die men nog wil bespreken in de fractie, dan zal de behandeling in de raadsvergadering in 1 termijn toereikend moeten zijn. Het stellen van vragen dient ook als een spreektermijn beschouwd te worden. Een verzoek van een raadslid na afloop van de tweede termijn in de raad om nog een korte reactie te geven, dient de voorzitter niet te honoreren. Indien de raad van mening is, dat na de tweede termijn in de raadsvergadering verdere beraadslaging nodig is, kan hij daartoe uitdrukkelijk besluiten. De beraadslaging over een motie vindt niet plaats in afzonderlijke termijnen, maar gelijktijdig met de beraadslaging over het betreffende, aan de orde zijnde onderwerp. Het tweede lid benadrukt dat de voorzitter elke spreektermijn afsluit. Dit behoeft overigens niets te veranderen aan de praktijk dat een portefeuillehouder antwoordt na de inbreng van de raadsleden in de eerste en tweede termijn. Artikel 20 Spreektijd Het artikel strekt ertoe te benadrukken dat de raad ook uit eigen initiatief regels kan stellen over de spreektijd van de leden. De voorzitter hoeft dit niet voor te stellen. De voorzitter kan in het kader van zijn taak tot het handhaven van de orde tijdens de vergadering wel wijzigingen voorstellen in de omvang van de spreektijd. Lid 2 betekent dat ook het presidium een voorstel kan doen over de spreektijd van raadsleden welk voorstel onder aan de agenda van de raad wordt vermeld. Artikel 21 -vervallen- Dit artikel is reeds in 2018 vervallen, omdat in artikel 26 Gemeentewet het handhaven van de orde in de raadsvergadering al afdoende is geregeld. Het artikel had ook betrekking op de handhaving van de orde en schorsing in een politieke markt: een geactualiseerd artikel hierover is nu opgenomen in artikel 38 van dit RvO. Artikel 22 Beraadslaging Teneinde de vergaderduur niet te zeer te verlengen wordt over een voorstel dat in onderdelen of artikelen is verdeeld, in principe in zijn geheel beraadslaagd. In het eerste lid is een uitzonderingsmogelijkheid opgenomen. Door de toevoeging “of een lid van de raad” wordt ook raadsleden het recht toegekend om voor te stellen een voorstel gesplitst te behandelen. Dit brengt tot uitdrukking dat de raad zijn eigen werkwijze bepaalt. Het recht is aan ieder individueel raadslid toegekend. Dit past in het streven naar dualisering, aangezien dualisering versterking van de vertegenwoordigende en daarmee agenderende rol van de raad veronderstelt. Hiervoor dienen ook individuele raadsleden en kleine fracties over adequate instrumenten te beschikken. Indien de schorsing als bedoeld in het derde lid aan het einde van de tweede termijn plaatsvindt, zijn er vervolgens twee mogelijkheden: er wordt direct tot stemming overgegaan of aan de beraadslagingen wordt een derde termijn toegevoegd (zie artikel 19). Artikel 23 Deelname aan de beraadslaging door anderen Deze bepaling is noodzakelijk in verband met het in artikel 22 Gemeentewet geregelde verschoningsrecht. Het is uiteraard ook mogelijk dat de raad bepaalt dat andere functionarissen aan de beraadslaging mogen deelnemen (bijvoorbeeld de leden van het college op basis van artikel 10 lid 1 en de griffier op basis van artikel 3). Het verschoningsrecht is dan op die functionarissen onverminderd van toepassing Artikel 24 Stemverklaring Stemverklaringen zullen kort moeten zijn en mogen niet het karakter krijgen van een derde termijn, als laatste reactie op de vorige spreker. De stemverklaringen worden alle gegeven nadat de stemming is geweest. Artikel 25 Beslissing De voorzitter kan de beraadslaging sluiten, als hij vaststelt dat een onderwerp voldoende is toegelicht, tenzij de raad anders beslist. De voorzitter formuleert daarna de te nemen eindbeslissing. Indien geen stemming wordt gevraagd, is het voorstel aangenomen op grond van artikel 32, derde lid, van de Gemeentewet. Paragraaf 3 Procedures bij stemmingen in de raadsvergadering Artikel 26 Algemene bepalingen over stemming Indien een lid te kennen geeft een hoofdelijke stemming te wensen, moet de stemming plaatsvinden. De raad heeft niet de bevoegdheid om van deze bepaling van artikel 32 van de Gemeentewet af te wijken. Vraagt niemand stemming, dan wordt het voorstel geacht te zijn aangenomen. De regeling in het tweede lid kan toepassing krijgen, indien de uitkomst van de stemming tevoren duidelijk is en slechts enkele leden zouden tegenstemmen. Wellicht ten overvloede wordt hierbij nog verwezen naar artikel 209, tweede lid Gemeentewet, welke een hoofdelijke stemming verplicht. Een raadslid kan zich alleen onthouden van stemming op grond van artikel 28 Gemeentewet. In alle andere gevallen is een raadslid verplicht stelling in te nemen en te stemmen (zie art. 29 Gemeentewet en de daarop gebaseerde jurisprudentie). Stemmingen zijn in principe ook openbaar. Een volksvertegenwoordiger dient duidelijk te zijn in zijn of haar rol. Door de openbaarheid is het voor de achterban (kiezers) duidelijk hoe ze vertegenwoordigd worden. Rond het stemmen van raadsleden heeft zich in de loop der jaren jurisprudentie ontwikkeld. De laatste stand van zaken is de volgende: De ABRvS heeft in haar uitspraak van 6 februari 2013 overwogen dat er zich evenwel bijkomende omstandigheden kunnen voordoen die maken dat de behartiging van het persoonlijk belang van een raadslid zodanig aan de orde is bij het onderwerp van de besluitvorming dat hij daaraan niet behoort deel te nemen. De gemeenteraad kan niet verhinderen dat een lid deelneemt aan de besluitvorming en aan stemmingen, maar deelname van een lid kan er bij aanwezigheid van zo’n persoonlijk belang wel toe leiden dat de bestuursrechter tot het oordeel moet komen dat het desbetreffende besluit is genomen in strijd met artikel 2:4 van de Awb. De conclusie dat het betrokken bestuursorgaan in strijd met deze bepaling een besluit heeft genomen, kan echter pas worden getrokken wanneer aannemelijk is dat het betrokken raadslid de besluitvorming daadwerkelijk heeft beïnvloed, door het actief deelnemen aan de beraadslagingen en of door het indienen van moties en amendementen. In gemeenten kan een elektronisch stemsysteem gebruikt worden waarbij de openbaarheid gewaarborgd wordt doordat de naam van het raadslid gekoppeld wordt aan het voor of tegen. Dit is te lezen op een scherm, de afdruk ervan wordt meegenomen in de verslaglegging. Deze manier van stemmen is mogelijk op grond van de Gemeentewet. Bij vergaderingen in de raadzaal van het stadhuis geschiedt de stemming op elektronische wijze. Na afloop van de stemming wordt de uitkomst getoond op scherm. Bij wie de stemming begint, is geregeld in artikel 18. Bij staking van stemmen is het bepaalde in artikel 32 van de Gemeentewet van toepassing. Indien de vergadering voltallig is, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. Is de vergadering niet voltallig, dan wordt het nemen van het besluit tot een volgende vergadering uitgesteld. Als ook dan de stemmen staken, wordt het voorstel geacht niet te zijn aangenomen. Artikel 27 Stemming over amendementen en moties Voor meer informatie over een amendement of een motie (betekenis, indiening e.d.) wordt verwezen naar de artikelen 1, 39, 40a en 40b van dit reglement. Voor alle duidelijkheid wordt hier een verschil in procedure aangegeven tussen een motie en een amendement. Een amendement komt in stemming voorafgaande aan de stemming over het voorstel van het college. Ook over een motie of moties over een aanhangig voorstel wordt eerst gestemd, en daarna over het voorstel zelf. Bij een motie over een niet op de agenda opgenomen voorstel geldt dit uiteraard niet. In afwijking van het VNG model (maar dat mag ook) is gekozen voor het eerst in stemming brengen van een motie en dan pas van het voorstel. De overweging is dat raadsleden in de gelegenheid gesteld moeten worden om hun instemming of afkeuring van een voorstel afhankelijk te maken van het wel of niet aannemen van een motie over het voorstel. Als amendementen op een voorstel zijn ingediend wordt eerst over de amendementen gestemd, dan over de motie en vervolgens over het voorstel. Bij de procedure voor de behandeling van een motie vreemd is aangesloten bij de procedure zoals die in onze dagelijkse praktijk gevolgd is en die overeenkomst met de procedure rond een verzoek om interpellatie. Artikel 28 Stemming over personen Artikel 31 Gemeentewet geeft aan, dat de stemming over benoemingen (niet ontslag) van personen of het opstellen van een voordracht of aanbeveling geheim is. Door met gesloten en ongetekende stembriefjes te werken is geheimhouding gewaarborgd. Gemeenten kunnen echter ook middels een elektronisch stemsysteem stemmen, mits geheimhouding gewaarborgd is. Een voordracht is voor de raad bindend; de raad heeft slechts keus tussen degenen die op de voordracht zijn vermeld. Een aanbeveling is een voorstel waarvan de raad mag afwijken. Wanneer er veel benoemingen te doen zijn (bijvoorbeeld aan het begin van een nieuwe zittingsperiode) kan een gecombineerd stembiljet gebruikt worden. In het vijfde lid wordt aangesloten bij het bepaalde in artikel 30 van de Gemeentewet. Wat onder een (niet) behoorlijk ingevuld stembriefje moet worden verstaan, is in de wet niet geregeld en daarom wel in dit reglement. Duidelijk uitleggen wanneer een stembriefje ongeldig is; als het raadslid wel juist heeft aangekruist en daarnaast ondertekend heeft is het ongeldig, want niet meer geheim. Indien raadsleden genomineerd worden voor de functie van wethouder is er sprake van een vrije stemming. Er is geen sprake van een voordracht. De beoogd wethouder mag dus meestemmen over zijn eigen benoeming. Een voorstel tot benoeming gaat hem persoonlijk aan "wanneer hij behoort tot de personen tot wie de keuze door een voordracht of bij een herstemming is beperkt" (artikel 28, eerste lid, onder a, en derde lid, van de Gemeentewet). Dat is echter in casu niet aan de orde, omdat er ook op een andere persoon kan worden gestemd. De aard van de stemming is derhalve van belang. Dit heeft tot gevolg dat raadsleden de mogelijkheid hebben op het stembriefje de naam van de kandidaat die hun voorkeur heeft in te vullen (die van de voorgestelde perso(o)n(en), of die van een ander). Er is in dit geval geen sprake van een voordracht of een anderszins beperkte keuze en aan de stemming mag derhalve ook worden deelgenomen door raadsleden die ter benoeming zijn voorgesteld: zij kunnen immers op het stembriefje een andere naam dan hun eigen naam invullen. De wetgever heeft nooit de bedoeling gehad de politieke verhoudingen in de raad te beïnvloeden door middel van een verbod op het meestemmen van de kandidaat-wethouder. Los van de formeel-juridische context pleiten de volgende argumenten nog voor bovenstaande zienswijze: een democratisch gekozen vertegenwoordiger mag niet te snel het recht op stemming worden ontnomen. Stel: partij X beveelt meneer Janse en meneer Pieterse aan als wethouders. Als deze personen in de raad zitting hebben en niet mee mogen stemmen houdt dit in, dat de partij ineens twee stemmen in de raad minder heeft. Dat is onaanvaardbaar in het licht van de politieke verhoudingen; een aanbeveling is geen voordracht. Het spraakgebruik heeft het vaak over voordracht, maar een persoon nomineren als wethouder staat niet gelijk aan een voordracht; Tenslotte is het denkbaar dat een kandidaat-wethouder die voor benoeming wordt aanbevolen, uit moreel-politieke overwegingen en om iedere schijn van belangenverstrengeling te vermijden op eigen initiatief afziet van het meestemmen over de benoeming. Alhoewel het uitgangspunt is dat zeer terughoudend moet worden omgegaan met het inperken van het stemrecht van gekozen volksvertegenwoordigers, laat de wet de betrokkenen de ruimte daarin een eigen afweging te maken. Artikel 29 Herstemming over personen Dit artikel behoeft geen toelichting. Artikel 30 Beslissing door het lot In dit artikel wordt een nadere uitwerking gegeven van hetgeen in artikel 31, derde lid van de Gemeentewet is voorgeschreven. Paragraaf 4 Orde van de Politieke Markt Artikel 31 Beeldvormend, oordeelsvormend en consulterend karakter Tijdens de sessies kunnen verschillende werkvormen worden gehanteerd, afhankelijk van het doel van een sessie. Zo kan er in het kader van beeldvorming, al dan niet als voorbereiding op een besluit, bijvoorbeeld een presentatie worden gegeven, een expertmeeting worden gehouden, een rondetafelgesprek worden gevoerd of een werkvorm ten behoeve van het stellen en beantwoorden van meer technische vragen worden gekozen. In het kader van oordeelsvorming kan het gaan om een debat, waarbij argumenten worden uitgewisseld en gewogen. Het tijdens een sessie inventariseren van keuzevraagstukken ten behoeve van het richten van een debat, kan hieraan vooraf gaan. De hierboven genoemde werkvormen zijn voorbeelden en dus niet limitatief. Een derde vorm voor een politieke markt is in 2019 ingevoerd: de consulterende markt. Het college kan hier een vraag/ stuk voorleggen aan met name de raad waarover het college de mening van de raad vraagt, maar waaruit niet gelijk een oordeel komt. Het onderwerp betreft bijvoorbeeld een bevoegdheid van (een lid van) het college òf het onderwerp komt op een later moment ter besluitvorming terug in de gemeenteraad. Het is dus een vorm naast beeld- en oordeelsvormend. Beeldvormend, maar zonder dat belangstellenden geheel kunnen meespreken of oordeelsvormend, maar zonder dat het voorstel door g