Mobiliteitsplan Waalwijk 2023Mobiliteitsplan 2030 en Uitvoeringsprogramma 2023 - 2027 Inhoud
(2020)wonen er in het centrum relatief meer 65+’ers dan in de rest van de gemeente. Dit is een belangrijke groep met eigen mobiliteitsbehoeften. Verwachte ontwikkelingen De gemeente werkt aan een ontwikkelvisie voor het centrum. Daarnaast kijken we de komende tijd naar het parkeerbeleid. Vanwege de woningbouwopgave en de ambities om meer plaats te maken voor lopen en fietsen, dienen we ruimte te creëren in de openbare ruimte. Het verlagen van de gemeentelijke parkeerbehoefte, door in te zetten op fietsen en lopen, biedt de benodigde ruimte om invulling te geven aan deze transformatie. Daarom willen we het parkeerbeleid vernieuwen. Clermont-Ferrand, stad in Frankrijk met bus rapid transit als ov-systeem Wat zijn de doelen per ambitie? Ambities en doelen voor het stedelijk gebied Stil, schoon en gezond In 2030 is het centrum (de promenade en de straten rondom) autoluw. Het is aantrekkelijker om te voet, per fiets, met het openbaar vervoer of met deelvervoer naar het centrum te gaan dan met de auto. Zowel van oost naar west als van noord naar zuid zijn er brede voet- en fietspaden met groen. Het straatbeeld is minder gedomineerd door de auto. Auto’s parkeren op de grotere parkeerterreinen aan de randen van het centrum (Taxandriaweg, Unnaplein en de Els) en uit het zicht. Inclusieve mobiliteit In 2030 is het voor iedereen mogelijk om zelfstandig naar het centrum te reizen. Vanuit iedere wijk zijn er veilige en toegankelijke wandel- en fietsvoorzieningen naar het centrum. In 2030 is er geen barrièrevorming door autowegen, zoals vastgesteld in Masterplan Centrum. Robuust en betrouwbaar Gemotoriseerd verkeer kan de randen van het centrum goed bereiken en reist vanaf de randen gemakkelijk. Fietsbereikbaarheid en fietsparkeervoorzieningen, op logische plekken waar de fietser passeert, verbeteren. Slim en efficiënt In 2030 heeft iedereen op elk gewenst moment toegang tot de actuele data over de, naar eigen keuze, meest snelle en comfortabele manier om zich te verplaatsen en parkeren. Hoe ziet het centrum van Waalwijk eruit als we alle doelen behalen? Het centrum is autoluw. Mensen die woonachtig zijn in de gemeenten reizen vooral per fiets of met het openbaar vervoer en te voet naar het centrum. Overige bezoekers parkeren de auto aan de randen van het centrum en lopen verder. Er zijn veilige, toegankelijke en groene wandel- en fietspaden vanuit de wijken richting het centrum. 3.2.3 Het stedelijk gebied Achtergrond en doelgroepen Het stedelijk gebied bevat alle wijken binnen de stadsgrenzen van Waalwijk. Het stedelijk gebied wordt ingeklemd tussen de A59 aan de noordzijde, de N261 aan de westzijde, de Loonse en Drunense duinen en de Meerdijk in het zuiden en het afwateringskanaal in het oosten. De doelgroepen waarvoor we de mobiliteitsmaatregelen treffen zijn inwoners, ondernemers, voetgangers, (brom)fietsers, gemotoriseerd verkeer, vrachtverkeer (o.a. laden en lossen), mindervaliden, het openbaar vervoer en hulpdiensten. Hoe ziet het centrum van Waalwijk eruit als we alle doelen behalen? Verwachte ontwikkelingen De komende jaren staat het programma Gebiedsontwikkeling Oostelijk Langstraat (GOL) op de planning. Het GOL is bedoeld om de doorstroming op de A59 te verbeteren en (sluip)verkeer uit de dorpen te halen door randwegen aan te leggen. Daarnaast verwachten we een uitbreiding van het stedelijk gebied door de woningbouwopgave van circa 1000 extra woningen. Deze nieuwe woningen moeten ook worden aangesloten op het mobiliteitsnetwerk. Dit vraagt om een slimme inrichting van de openbare ruimte waarbij we keuzes moeten maken , zoals meer woningen, meer groen of meer loop- fietsroutes. Wat zijn de doelen per ambitie? Ambities en doelen voor het stedelijk gebied Stil, schoon en gezond In 2030 is er meer ruimte voor voetgangers en fietsers ten opzichte van
- Er zijn goede wandel- en fietspaden tussen de wijken. Er zijn wijkhubs met meerdere vormen van elektrische deelmobiliteit. Inclusieve mobiliteit In 2030 is het voor iedereen mogelijk om zelfstandig van en naar het stedelijk gebied te reizen. Vanuit iedere wijk zijn er veilige, duidelijke en toegankelijke wandel- en fietspaden voor iedereen. Robuust en betrouwbaar In 2030 maakt men meer gebruik van alternatieven voor de auto om binnen, van of naar het stedelijk gebied te reizen. Hierbij is er geen barrièrevorming tussen verschillende verkeersstromen. In het stedelijk gebied is de maximale snelheid voor gemotoriseerd vervoer 30 km/u tenzij anders wordt besloten. Slim en efficiënt In 2030 is er voor alle modaliteiten actuele (datagedreven) informatie beschikbaar over de meest snelle en comfortabele (deel)vervoerswijze om naar de bestemming te reizen. Er is ingezet op de meest efficiënte vorm van mobiliteit waardoor tijd en ruimte worden bespaard, zoals niet reizen, lopen en fietsen, deelvervoer, datagedreven parkeerinformatie. Hoe ziet het stedelijk gebied van Waalwijk eruit als we alle doelen behalen? Alle alternatieven voor de auto krijgen steeds meer ruimte. Dit betekent niet dat de auto verdwijnt, maar in het stedelijk gebied rijdt men zoveel mogelijk 30 kilometer per uur, ook op hoofdwegen (zie onderstaande kader). Inwoners blijven zo lang mogelijk mobiel en hoeven niet altijd met de (eigen) auto op pad te gaan. Niemand ervaart barrières om zich te verplaatsen. Er zijn veilige, toegankelijke en groene wandel- en fietspaden vanuit de wijken richting het centrum. De routes Mozartlaan, Blyde Incomstelaan, Groenewoudlaan, Akkerlaan én Bachlaan, blijven 50 km/uur zodat gemotoriseerd verkeer snel het gebied uit kan en er meer ruimte ontstaat voor lopen en fietsen. Kader: GOW30: de gebiedsontsluitingsweg met een limiet van 30 km/uur Het ministerie van IenW werkt aan de richtlijnen van een nieuwe wegcategorie: een gebiedsontsluitingsweg (GOW) van 30 km/uur. De traditionele GOW van 50 km/ uur is gericht op doorstroming. Hier stond de erftoegangsweg (ETW) van 30 km/ uur altijd naast. Dit zijn de standaard woonstraten en hier is het verkeer gemengd. Door de jaren heen is er behoefte gekomen aan een nieuw soort weg. Een waar doorstroming centraal staat én waar er veel uitwisseling is van verkeer. Denk bijvoorbeeld aan een gebiedsontsluitingsweg door een winkelstraat waar veel auto’s zijn maar ook veel wordt geparkeerd en waar veel voetgangers oversteken. Ook in Waalwijk zijn er zogenoemde grijze wegen. Om ongewenste menging van gemotoriseerd verkeer en langzaam verkeer te voorkomen, adviseren we om de snelheid op een aantal gebiedsontsluitingswegen te verlagen naar een limiet van 30km/uur. Dit biedt kansen voor de verkeersveiligheid, leefbaarheid en oversteekbaarheid van de straat. Met name op de bredere wegen kan een smallere rijbaan met vrij liggende fietsvoorzieningen de uitstraling en functie aanzienlijk verbeteren. De GOW-30 helpt om de onduidelijke ‘grijze wegen’ te verbeteren. De kaart op bladzijde 19 laat zien welke huidige GOW 50 km/uur wegen ter discussie staan om te verlagen naar GOW 30 km/uur. Van een aantal wegen stellen we voor dit sowieso terug te brengen. Het gaat bijvoorbeeld om het noordelijke deel van de Burgemeester Verwielstraat, de Wilhelminastraat, Groenstraat – Grote Straat. Daarnaast zijn er een aantal wegen die we graag zien veranderen naar een GOW 30 maar waar we openstaan voor de input van omwonenden en belanghebbenden. Dit gaat bijvoorbeeld over de aaneenschakeling van Ambrosiusweg, Noorder Parallelweg, Burgemeester van der Klokkenlaan en Floris V laan. Ook het lint in Sprang-Capelle valt hieronder. Op deze wegen bepalen de omwonenden met elkaar of de nieuwe inrichting een maximumsnelheid van 30 of 50 wordt als de weg wordt aangepakt voor groot onderhoud via IUP. 3.2.
- De bedrijventerreinen Achtergrond Het bedrijventerrein Haven ligt ten noorden van de A
- Door de gunstige ligging ten opzichte van de Randstad, de Vlaamse Ruit en het Rijn-Ruhrgebied is dit een belangrijke hub in het mondiale goederenvervoer: tussen de havens van Rotterdam en Antwerpen en als poort naar het Europese en Chinese achterland. De A59 is een belangrijke goederencorridor door de regio. Dit is een congestiegevoelige route. De doelgroepen zijn de werkgevers, (buitenlandse) werknemers, klanten van de ondernemers, vrachtverkeer (o.a. laden en lossen) openbaar vervoer, vrevoer over water en hulpdiensten. Verwachte ontwikkelingen Er staat een uitbreiding van het bedrijventerrein Haven op de planning. Daarnaast zijn er ook plannen om het bedrijventerrein in Waspik Noord uit te breiden. Dit betekent een groei van de werkgelegenheid en een toename van het logistieke goederenvervoer over de A59, de N261 (in mindere mate) en over water. Wat zijn de doelen per ambitie? Ambities en doelen voor de bedrijventerreinen Stil, schoon en gezond Mensen komen met de fiets of het openbaar vervoer naar de bedrijventerreinen en wandelen over het bedrijventerrein. De CO2-uitstoot van transportbewegingen van en naar de bedrijventerreinen is in 2030 met minstens de helft afgenomen ten opzichte van
- In 2030 zien we een afname in het autogebruik van/naar de bedrijventerreinen ten opzichte van
- Inclusieve mobiliteit In 2030 zijn er comfortabele fietspaden en toegankelijke wandelpaden van en naar de bedrijventerreinen voor iedereen. Iedereen die wil kan zelfstandig naar de bedrijventerreinen reizen. Robuust en betrouwbaar In 2030 zijn de bedrijventerreinen goed bereikbaar voor alle vervoermiddelen (ook het openbaar vervoer). Er zijn nauwelijks files op de autowegen richting de bedrijventerreinen. Slim en efficiënt In 2030 is de logistiek van de bedrijventerreinen datagedreven, waardoor bedrijven efficiënt, duurzaam en veilig rijden. Hoe zien de bedrijventerreinen eruit als we alle doelen behalen? De meeste werknemers komen met de fiets of met het openbaar vervoer naar het bedrijventerrein. Ze wandelen of fietsen op het bedrijventerrein naar de bushalte of een opstapplaats van het toekomstige HOV. Dit is sneller en comfortabeler dan met de auto. Er zijn directe busverbindingen tussen het bedrijventerrein en Tilburg en ’s-Hertogenbosch. Er liggen goede wandel- en fietspaden over het hele bedrijventerrein en er zijn voldoende fietsparkeerplekken. Op de A59 en N261 zijn bijna geen opstoppingen meer omdat er veel reizigers zijn overgestapt op de HOV-verbinding waardoor het aantal auto’s aanzienlijk is verminderd. Bovendien zorgen datagedreven technologieën voor de aansturing van logistieke stromen via de slimme hubs. 3.2.5 De dorpskernen Achtergrond Er liggen twee dorpskernen in de gemeente: Waspik en Sprang-Capelle. Waspik heeft ongeveer 5.000 inwoners en Sprang-Capelle ruim 10.000 inwoners. Beide dorpen hebben een recreatieve binnenhaven die verbonden is met de Bergsche Maas. De haven in Waspik is ook in gebruik voor beroepsvaart. Het bedrijventerrein Waspik Noord behoort tot het gebiedstype ‘bedrijventerreinen’ en valt daarom buiten de dorpskern. Dit gebiedstype betreft de bebouwde kom van de dorpen. De doelgroep bestaat uit de inwoners van de dorpskernen. Daarnaast bedienen de mobiliteitsmaatregelen ook de bezoekers, vrienden, familie of kennissen van inwoners die in de dorpskernen wonen. Ontwikkelingen Net als de woonwijken in Waalwijk zijn de dorpskernen verblijfsgebieden. Grotere verkeersstromen zoals vrachtverkeer en sluipverkeer zijn ongewenst. Hoewel het bedrijventerrein Waspik Noord niet tot de dorpskern behoort, kan de uitbreiding er zonder maatregelen toe leiden dat er meer sluipverkeer door de kern rijdt. Daarnaast zal de woningbouwopgave ook invloed hebben op de openbare ruimte van Waspik en Sprang-Capelle. Wat zijn de doelen per ambitie? Ambities en doelen voor de dorpskernen Stil, schoon en gezond In 2030 zijn mensen in de dorpskernen niet afhankelijk van de auto als zij zich willen verplaatsen. De dorpskernen zijn aangesloten op een goed fietsnetwerk en hebben zelf een samenhangend loopnetwerk. Er is een buurthub, passend bij het Gedeelde Mobiliteit programma van provincie Noord-Brabant, waar men gebruik kan maken van gedeeld elektrisch vervoer of van het openbaar vervoer. Inclusieve mobiliteit In 2030 is het voor iedereen mogelijk om zonder barrières zelfstandig binnen, van en naar de dorpskernen te reizen. Robuust en betrouwbaar In 2030 zijn er in de dorpskernen goede alternatieven voor de auto, zonder barrièrevorming tussen verschillende verkeersstromen. De ov-lijnen naar Waalwijk vanuit de dorpskernen voldoet aan de behoeftes van de inwoners en bezoekers. Slim en efficiënt In 2030 is de infrastructuur van de dorpskernen aangesloten aan datagedreven, innovatieve vervoersdiensten (o.a. vervoer apps, deelmobiliteit en datagedreven parkeersystemen). Hoe zien de dorpskernen eruit als we alle doelen behalen? Mensen in de dorpskernen zijn minder afhankelijk van de auto om zich te verplaatsen. Dit is mogelijk omdat er goede loop- en fietsnetwerken zijn, die aansluiten op de netwerken gemeentebreed. Om langere afstanden af te leggen kunnen de mensen gebruik maken van een buurthub, met gedeelde elektrische voertuigen of het openbaar vervoer. Niemand ervaart barrières om zich op een veilige manier zowel binnen de dorpskernen als de rest van de gemeente te verplaatsen. De overlast en hinder van vracht- en landbouwverkeer is zoveel mogelijk beperkt. 3.2.6 Het buitengebied Achtergrond Het buitengebied betreft het gebied buiten de bebouwde kom van Waalwijk, Sprang-Capelle en Waspik. Dit gebied bestaat vooral uit weilanden, Landgoed Driessen en routes tussen de kernen. De doelgroep bestaat uit inwoners, bezoekers en agrarisch ondernemers. Ontwikkelingen De woningbouwopgave zal weerslag hebben voor het buitengebied van Waalwijk. Zo behoorde Landgoed Driessen eerder tot het buitengebied. Het is nog niet bekend waar de nieuwbouw gaat plaatsvinden. Mogelijk komt er een aantal woningen in het buitengebied bij. Tenslotte kunnen de ontwikkelingen bij knooppunt Hooipolder en mogelijk de toenemende drukte op de A59 leiden tot meer sluipverkeer door het buitengebied van onze gemeente. Wat zijn de doelen per ambitie? Ambities en doelen voor het buitengebied Stil, schoon en gezond In 2030 is het buitengebied goed bereikbaar met de fiets. Er zijn veilige, comfortabele fietsroutes naar de kernen en tussen de groene gebieden. Ook het goederenvervoer draagt bij aan de ambitie van 49% CO2 vermindering ten opzichte van
- Inclusieve mobiliteit In 2030 zijn alle inwoners van het buitengebied niet afhankelijk van de auto. Ze kunnen zich goed, per fiets, met het ov of met andere vervoermiddelen verplaatsen. Robuust en betrouwbaar In 2030 rijden er geen auto’s door het buitengebied die files willen voorkomen (sluipverkeer). Inwoners en bezoekers kunnen het buitengebied met goede ov-verbindingen bereiken. Slim en efficiënt In 2030 zijn de vervoer apps in het buitengebied beschikbaar. Inwoners, bezoekers en ondernemers kunnen ook zonder auto snel en comfortabel reizen. Hoe ziet het buitengebied eruit als we alle doelen behalen? In het buitengebied is het gebruik van de fiets aantrekkelijker geworden, door veilige en comfortabele fietsroutes tussen de verschillende gebieden binnen de gemeente. Ook het gebruik van andere alternatieve vervoersmiddelen als te voet en het openbaar vervoer is makkelijker en comfortabeler dankzij betere wegen en vervoersapps, waardoor de autoafhankelijkheid afneemt. Daarnaast rijden er geen auto’s door het buitengebied om files te voorkomen (sluipverkeer).
- HET UITVOERINGSPROGRAMMA In dit hoofdstuk vertalen we de ambities uit de Mobiliteitsvisie in concrete uitwerkingen per gebiedstype. Hiervoor werken we steeds met dezelfde structuur aan projectbladen: de titel van het projectblad, hoe hoog het project op de prioriteitenlijst staat (5 sterren = het hoogst, 1 ster = het laagst), het doel van de maatregel, een toelichting, aan welke ambities het project bijdraagt, de meekoppelkansen voor andere beleidsterreinen of projecten, de rol van de gemeente, de partners, het financiële plaatje en de concrete maatregelen. In ‘het doel’ beschrijven we per projectblad de bijdrage van de maatregel in het vervullen van de ambities. 5 BIJLAGE 1: BELEIDSANALYSE 5.1 Nationaal Verstedelijkingsakkoord Het Rijk werkt samen met provincies, regio’s en de gemeenten aan verstedelijkingsakkoorden. De centrale vraag in het akkoord is: ‘Hoe gaan we om met verstedelijking en waar realiseren we woningbouw?’ Mobiliteit is nadrukkelijk onderdeel van dit vraagstuk. Waalwijk is zowel onderdeel van de stedelijke regio ’s-Hertogenbosch en als de stedelijke regio Breda-Tilburg. In de stedelijke regio ’s-Hertogenbosch wordt er gewerkt met vijf ontwerpprincipes in het uitwerken van het verstedelijkingsakkoord. Een relevante voor dit Mobiliteitsplan is het ontwerpprincipe: ‘met schaalsprong in stedelijkheid zetten we in op een mobiliteitstransitie en op het creëren van aantrekkelijke stedelijke huiskamers voor de regio.’ Concreet betekent dit dat inzetten op nabijheid van voorzieningen, arbeidsplaatsen en woningen in een gebied aanleiding geeft om ook volop in te zetten op de mobiliteitstransitie. Denk bijvoorbeeld aan autoluwecentra, meer ov, meer fiets en meer lopen in zulke gebieden. Ook de stedelijke regio Breda-Tilburg stelt dat het huidige reisgedrag van bewoners en werknemers in de regio niet houdbaar is in de toekomst. De stedelijke regio Breda-Tilburg wil de mobiliteitstransitie ook inzetten voor meer vervoersgelijkheid in de regio zodat mensen uit alle inkomensklassen voldoende banen kunnen bereiken. Nationaal Toekomstbeeld Fiets Met het NTF werkt het Rijk toe naar structurele investeringen in fiets. Door besluitvorming over de investeringen te laten lopen via de BO’s MIRT en leefomgeving, ontstaat er voor het eerst een structureel fietsprogramma. Het kabinet heeft 7,5 miljard beschikbaar voor het bereikbaar maken van gebieden waar woningen worden gebouwd. Een deel hiervan wordt ingezet voor maatregelen in de fiets. Het Rijk richt zich drie onderdelen: • De 1e pijler gaat om de hoofdfietsroutes in de stad en regio, zowel binnen als buiten de bebouwde kom. Er is met name aandacht voor het opheffen van barrières over water-, weg- en spoorwegen. • De 2e pijler is het fietsparkeren bij stations. Naast het aanbieden van meer stallingsruimte is het ook een opgave om fietsparkeren aantrekkelijk in te richten in de openbare ruimte. • Als 3e pijler blijft het Rijk inzetten op fietsstimulering. Dit doet zij vooral via werkgevers. De campagne ‘Sjees’ in Noord-Brabant is een voorbeeld van het gericht stimuleren van de doelgroep forenzen. Strategisch Plan Verkeersveiligheid Met het SPV heeft het Rijk een nieuwe koers ingezet om de verkeersveiligheid te. Deze nieuwe strategie is samengekomen naar aanleiding van een stijging van ernstige verkeersdoden en de stagnatie van de verkeersongevallen. Het SPV is in samenwerking met provincies, gemeenten en maatschappelijke partijen tot stand gekomen. Voorheen focuste verkeersveiligheidsbeleid zich op de ‘black spots’: locaties waar de meeste ongevallen plaatsvonden. Met het SPV wil het Rijk en haar partners proactief risicovolle wegen en gedragingen aanpakken. Bij het herinrichten van infrastructuur wordt er ook rekening gehouden met de technologische ontwikkelingen zoals ISA die invloed hebben op de verkeersveiligheid. Niet alleen het inrichten maar inzicht in de verkeersdeelnemers is van groot belang in de strijd tegen de verkeersongevallen. Het Rijk wil kunnen sturen op de kwetsbaarheid en onervarenheid van verkeersdeelnemers en daarnaast rijden onder invloed, snelheden en afleidingen in het verkeer én verkeersovertreders aanpakken. In het Landelijk Actieplan worden de maatregelen vanuit de risico-gestuurde aanpak uitgewerkt over een termijn van 2 á 3 jaren en jaarlijks gaat het Rijk als regiehouder om tafel met partners zoals provincies en gemeenten om de voortgang en resultaten vast te stellen. 5.2 Provincie Noord-Brabant Met het beleidskader Mobiliteit van provincie Noord-Brabant wordt er volop ingezet op de mobiliteitstransitie. Dit betekent dat de manier van werken aan mobiliteit en bereikbaarheid verandert en daarmee komt het mobiliteitssysteem er anders uit te zien. De vijf ambities in het beleidskader zijn:
- We gaan voor een samenhangend mobiliteitssysteem
- We gaan voor veilige mobiliteit
- We gaan voor schone, stille en gezonde mobiliteit Provincie werkt
- We gaan voor mobiliteit voor iedereen
- We gaan voor een robuust en betrouwbaar mobiliteitssysteem Deze vijf ambities zijn ook door regio Hart van Brabant uitgewerkt in het mobiliteitsbeleid. Gemeente Waalwijk heeft deze ambities overgenomen in haar Mobiliteitsvisie. Er zijn een aantal provinciale programma’s actief om de mobiliteitstransitie vorm te geven. Gedeelde Mobiliteit is maatwerk De provincie wil aan de slag met de flexibiliteit in het mobiliteitssysteem. Onder andere door in te zetten op de flexibele en multimodale reiziger werkt de provincie naar het bereiken van het doel voor bewegings- en keuzevrijheden voor de gebruikers. In het ambitiedocument gedeelde mobiliteit spreekt de provincie over het toewerken naar een inclusief vervoerssysteem met een passend aanbod voor alle reizigers en waarin de reiziger centraal staat. Reizigers die zelfstandig kunnen reizen worden gestimuleerd om gebruik te maken van gedeelde mobiliteit. Hierin vindt de gemeente het belangrijk dat de reiziger geen fysieke, mentale of digitale drempels tegenkomt. De Provincie wil in deze opgave de handen ineenslaan met de gemeente en de regio. Door de reis van de reiziger van deur tot deur te onderzoeken kan dit samenwerkingsverband een passender aanbod faciliteren. Deze informatie komt tot stand door middel van data. Naast het onderzoeken van data wil de gemeente nadenken over data-systemen om de reiziger te stimuleren om een efficiënte en slimme reis af te leggen. Dit zijn mogelijkheden van MaaS. Vanaf Waalwijk centraal kunnen de buslijnen door middel van data korte afstanden rijden zodat de reiziger slim op een deelsysteem kan overstappen naar de bestemming. Slimme verstedelijking en slimme duurzame mobiliteit De missie van de provincie is om nul-emissie in de stadslogistiek te bereiken. In eerste instantie gaat het om lokale zones die hiervoor zijn ingericht. Het accent wordt daarmee gelegd op ruimtelijk-efficiënte en schone vervoerswijzen zoals lopen, fietsen, zero emissie gedeelde mobiliteit waaronder (hoogwaardig) openbaar vervoer. Op lokaal niveau moeten er voldoende publieke laadinfrastructuur aanwezig zijn en een lage drempel om sneller de fiets te pakken, te wandelen of met een elektrisch/hybride voertuig. De provincie wil daarnaast stad en land optimaal in balans brengen door een concentratie van verstedelijking rond de mobiliteitshubs. De provincie ziet koppelkansen tussen binnenstedelijke bereikbaarheid/stad-land verhouding met investeringen in regionaal ov, fietsnetwerken, gedragsbeïnvloeding en smart mobility. 5.3 Regio Hart van Brabant Mobiliteitshubs De regio zet in op multimodaliteit en ketenverplaatsingen, met nadruk op schone vervoerswijzen. Mobiliteitshubs gaan dienen als fysieke schakels tussen vervoersmodaliteiten en als concentratiepunt voor ruimtelijke ontwikkeling. De invulling van de mobiliteitshubs is afhankelijk van de grootte en het type gebied. De RMA onderscheidt drie gebiedstypen voor hubontwikkeling:
- Dynamische gebieden met veel verkeersbewegingen gedurende de hele dag: doorontwikkeling van multimodaal mobiliteitsnetwerk met stadsrandhubs, logistieke hubs om bedrijventerreinen te ontsluiten (inclusief vervoer over water).
- Piekgebieden met op bepaalde momenten verkeersdrukte: verbeteren fietsroutes en (h)ov naar werklocaties en voorzieningen en slimme en efficiënt goederenvervoer.
- Laag dynamische gebieden met een beperkt en gespreid aantal verkeersbewegingen: meer maatwerk en gedeelde mobiliteit. Inzetten op schoon vervoer Net als de provincie en de gemeente streeft de regio naar een schoner mobiliteitssysteem door: • Verminderen van autoverkeer in centrumgebieden. • Faciliteren van fiets- en wandelverbindingen voor korte en middellange afstanden door hotspots te verbinden tot een netwerk. • Kwaliteit van wandel- en fietsroutes verbeteren. • E-bike stimuleren voor een schaalsprong van de fiets ontstaat. • Zero-emissie stads- en bouwlogistiek. Dit betekent dat alle voertuigen binnen de stad op elektrische of waterstof bronnen rijdt. • Gedeelde mobiliteit opnemen in de nieuwe OV-concessie. Mobiliteit en de woningbouwopgave De woningbouwopgave en mobiliteit zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Een toename in het inwonersaantal vergroot de druk om mobiliteit en ruimte. Ook grote afstanden tussen wonen en werken leiden tot meer uitdagingen. De regio ambieert daarom om minder afstand tussen plaats van productie en plaats van consumptie én tussen plaats van wonen en plaats van werken te realiseren. Dit betekent het ontwikkelen van woningbouw bij stations, werklocaties, mobiliteitshubs en de vervoersassen. Aanpak tegen Mobiliteitsarmoede De regio pakt mobiliteitsarmoede aan door groepen in de samenleving te identificeren die in mindere mate kunnen deelnemen aan het mobiliteitssysteem. Daarnaast staat het verkennen en implementeren van MaaS (mobility as a service) op de agenda. De focus ligt vooralsnog op de piekgebieden (centrum, hubs, stations en logistieke knopen). Plaatsen zoals bedrijventerreinen, attracties en kantoorlocaties bieden een multimodale toegankelijkheid, mits zij betaalbaar zijn voor deze groepen. Flexibele afstemming vraag en aanbod Met behulp van realtime verkeersmanagement speelt de regio slim in op de vervoersvraag, bijvoorbeeld door pieken te registreren en hier vervolgens adaptieve maatregelen voor te treffen. Daarnaast gaat de regio aan de slag met een verkenning voor de mogelijkheden voor slimme en efficiënte vervoersdiensten, zoals het verbeteren en bundelen van de logistieke diensten, openbaar vervoer, doelgroepenvervoer en personenvervoer. Aanpak (sociaal) onveilige 30 en 60 km wegen De regio besteedt veel aandacht aan het verminderen van verkeersonveilig gedrag, met name op 30 en 60 km wegen. Focuspunten zijn kwetsbare verkeersdeelnemers en nieuwe veiligheidsregels op snelfietsroutes in de stad. In 60 km gebieden legt de regio de focus met name op het verbeteren van de veiligheid door fietsers en voetgangers te scheiden van het zware (landbouw)verkeer. 5.4 Gemeente Waalwijk Een stedelijk knooppunt Tot 2025 gaat Waalwijk aan de slag met de aanpak ‘levend L.A.B’ (leefkwaliteit, arbeidsmarkt en bereikbaarheid). De belangrijke doelen zijn; een toegankelijke en aantrekkelijke binnenstad, een regionaal werkgelegenheidscentrum waar Waalwijkers in Waalwijk willen blijven en de bereikbaarheid van bedrijvigheid optimaal blijven ontwikkelen. De gemeente doet dit door te anticiperen op leegstaande gebouwen en het omvormen naar levensloopbestendige gebouwen. Ruimte voor het sporten Een grote aanleiding voor de Sportnota is het faciliteren van sportvoorzieningen en het toekomstbestendig maken van deze voorzieningen. De focus ligt op bewegingsvrijheid en de duurzaamheid, zoals zonnepanelen en parkeerplaatsen voor elektrische voertuigen. De gemeente brengt sectoren samen door de voorzieningen laagdrempelig en multifunctioneel in te richten (sport, zorg en welzijn, onderwijs, kinderopvang en cultuur). Sporten voor iedereen In de cijfers van de deelname van Waalwijkers in de sport blijkt dat er een grote kloof bestaat voor mensen met een beperking. 60% van mensen met een beperking ervaren knelpunten bij het sporten in de gemeente. Daarnaast bepaalt de gemeente beweegrichtlijnen voor kinderen, zodat motorische vaardigheden en een actieve leefstijl bij kinderen toenemen. Een vitale sportcultuur De toekomstbestendigheid van de voorzieningen is afhankelijk van de bouw, locatie, toegankelijkheid en bereikbaarheid. Daarnaast moet de voorziening aansluiten op interesses van de klanten. Bezoekers blijven sporten en bewegen bij een uitdagende en aantrekkelijke voorziening. De aanbieders moeten het financieel en organisatorisch ook goed op orde kunnen houden. Een duurzame sportinfrastructuur De gemeente gaat voor een functionele, vitale en duurzame sportinfrastructuur. In de hele gemeente worden sportvoorzieningen op de centrale locaties gefaciliteerd en geoptimaliseerd. De openbare ruimte om de sportvoorzieningen worden beweegvriendelijk ingericht. Ook in het coalitieakkoord wordt de verduurzaming van sportvoorzieningen benoemd. Economisch is er onderzoek gedaan wat het effect is van sporten op de zorgkosten, ziekteverzuim en de arbeidsproductiviteit. Wanneer een 10% van de Waalwijkers meer dan de beweegnorm gaan sporten er miljoenen bespaard kan worden aan de kosten voor zorg, ziekte en arbeidsproductiviteit. Samenwerkingen Om sporten bij kinderen voldoende onder de aandacht te brengen is de gemeente met alle basisscholen in samenwerkingsverband gegaan om een goede sportcultuur op de scholen te organiseren. Ook organiseert men buurtsportactiviteiten in samenwerkingsverband zoals Stichting Samen RKC, Kunstencentrum Waalwijk, De Tavenu en ContourdeTwern. Om gezondheidsproblemen bij jongeren aan te kaarten zijn er organisaties opgericht zoals GO Healthy en de JOGG (Jongeren op Gezond Gewicht) aanpak. Voor kwetsbare doelgroepen is een samenwerkingsverband aangegaan met ContourdeTwern, Schakelring en Stichting Maasduinen. Het grootste samenwerkingsverband van Waalwijk is het platform GO Waalwij. Het uiteindelijke doel is een toename van 10% van de beweegnorm in eind 2024 in Waalwijk. Daarnaast beschikt Waalwijk in eind 2024 over een veertigtal vitale sportverenigingen met een vitale sportcultuur en een toekomstbestendig en multifunctionele sportinfrastructuur. Een effectieve Groen-aanpak In de Groene Agenda van de gemeente worden 4 doelen omschreven: • Kwalitatieve verbetering van bestaand groen • Meer groen • Meer biodiversiteit • Betere bewustwording van het belang van groen. Om deze doelen te behalen investeert de gemeente in voorlichtingen over groen, een digitale groene balie en door uitgifte van beplanting aan bewoners. Op basisscholen is ruimte voor natuureducatie gegeven. Naast een algehele bewustwording werkt men aan het uitbreiden van het groen. Bij bedrijfspanden en terreinen van bedrijven, bij herinrichtingsplannen, in versteende woonwijken, parkeerterreinen en gemeentelijke gebouwen wordt meer groen toegepast. De gemeente biedt hierin voldoende handvaten aan ondernemers en brengt zelf veel groen aan. Hierbij is het van belang dat het groen positieve effecten zal hebben op de omgeving, infiltratie, luchtzuiverheid en de biodiversiteit. Bestaande infrastructuur zal meer ruimte moeten maken voor het groen en er zullen duurzaamheidsleningen worden verstrekt voor groen op daken en gevels. Het centrum goed benutten Met de Ontwikkelvisie Centrum Waalwijk komt er een omslag van een autogerichte stad naar een aantrekkelijke fietsstad. Het centrum blijft bereikbaar, maar de auto is minder in het straatbeeld aanwezig. Parkeergeleidingssystemen sturen auto’s naar parkeervoorzieningen aan de rand van het centrum, er komt meer groen en de gemeente investeert in de fiets door fietssuggestiestroken, verbetering van fietspaden, fietsstraten en de realisatie van fietsenstallingen op de ‘hotspots’. Ook komt er een fiets- en wandelverbinding met het bedrijventerrein aan de noordzijde van de A
- Verder toetst de gemeente alle ontwikkelingen die de komende jaren op de planning staan opdrie aspecten: verdichting, verblijfskwaliteit en bereikbaarheid. Voorbeleden zijn De Els, De Gedempte Haven, de voormalige Brandweerkazerne, het Unnaplein en de Taxandria-zone. Faciliteren van schoon vervoer Met ‘Smart Move’ stimuleert de gemeente elektrisch rijden en fietsen door schone vervoerswijzen te faciliteren (o.a. deelvervoer en openbaar vervoer), e-laadpalen te plaatsen, het laadpalenbeleid te actualiseren. Ook onderzoekt de gemeente de komende jaren of het mogelijk is om een waterstoftankstation te realiseren. Slimmere verplaatsingen Met de Mobiliteitsvisie 2030 zet de gemeente vaart achter de ambitie voor slimmer, innovatievere en duurzamere mobiliteitsdiensten. Voor de kernen geldt een verbeterde aansluiting openbaar vervoersnetwerk en integrale afstemming met de regio over verbetering van het doelgroepenvervoer in de regio. Bedrijventerreinen, meer multimodaal De Nota Wensbeelden, Uitgangspunten en Bouwstenen Bedrijventerreinen geeft richting aan het optimaal gebruik maken van een multimodale ontsluiting van de gunstig gelegen bedrijventerreinen. Binnen het thema “Investeren in infrastructuur” gaat het om: • Aanpassingen aan knooppunt A59/N261, verbetering N261 en vermindering afslagen A
- • Verbetering bereikbaarheid via water en inspelen op (toekomstige) ontwikkelingen, zoals toenemende volume van schepen • Verbetering openbaar vervoer, met aandacht voor alternatieve vervoerswijzen en vervoersmanagement De Smart Move Smart Mobility ambieert Waalwijk als nationaal centrum voor innovaties in logistiek, distributie en mobiliteit. Hiervoor zijn twee pilots opgezet:
- Delivery Mile: een logistieke corridor tussen het centrum en het industrieterrein, inclusief pick up locatie in het centrum, met behulp van drones.
- Robothaven: een aparte infrastructuur voor zelfrijdend goederenvervoer, met zelfrijdende vrachtwagens, multifunctionele ruimte en een specifieke, fysieke plaats voor innovatie. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 9 maart
- DE RAAD VAN DE GEMEENTE WAALWIJKNamens deze,De griffier, De voorzitter, Jeske W.M. Louer, Sacha C.A.M.Ausems