Verordening nadeelcompensatie Vervoerregio Amsterdam 2023Artikel1.Toepassingsbereik Deze verordening heeft betrekking op aanvragen voor de vergoeding van schade als bedoeld in artikel 4:126, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, waarvan de aanvrager stelt dat die wordt veroorzaakt door een bestuursorgaan van de Vervoerregio. Artikel2.Heffen recht Voor het in behandeling nemen van de aanvraag om schadevergoeding wordt een recht van € 500,-- geheven. Artikel3.Aanvraag 1.Het dagelijks bestuur kan voor het indienen van een schadeverzoek een (elektronisch) formulier vaststellen. 2.Ingeval het dagelijks bestuur een formulier vaststelt, maakt de aanvrager van schadevergoeding hiervan gebruik. 3.In aanvulling op artikel 4:127 van de Algemene wet bestuursrecht bevat een aanvraag mede als het schade betreft wegens winst- of inkomstenderving: jaarrekeningen over het jaar waarin schade is geleden en voor zover van toepassing de drie daaraan voorafgaande jaren en de aanslagen vennootschapsbelasting of inkomstenbelasting; als het schade betreft wegens gederfde huurinkomsten: een afschrift van de huurovereenkomst of gebruiksovereenkomst en een eigendomsakte; als het schade betreft wegens de lagere opbrengst bij de verkoop van een bedrijf of een onroerende zaak de eigendomsakte van de onroerende zaak dan wel indien het de verkoop van een bedrijf betreft, een taxatierapport van een erkend taxateur. Artikel4.Adviescommissie 1.Het bestuursorgaan kan advies inwinnen bij een adviescommissie voor zover dat naar zijn oordeel noodzakelijk is om op de aanvraag te kunnen beslissen. 2.Advies als bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval niet ingewonnen als: de aanvraag naar het oordeel van het bestuursorgaan kennelijk ongegrond is, omdat zich kennelijk een weigeringsgrond voordoet als bedoeld in artikel 4:126, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, de schade kennelijk niet kan worden toegerekend aan een door het bestuursorgaan genomen besluit of verrichte handeling, de aanvraag naar het oordeel van het bestuursorgaan voldoende gelijkenis vertoont met andere aanvragen waarvoor al advies is uitgebracht, of waarover al een besluit is genomen, de schade kennelijk binnen het normaal maatschappelijk risico valt, of naar het oordeel van het bestuursorgaan in de ambtelijke organisatie voldoende deskundigheid voor de beoordeling van de aanvraag aanwezig is. 3.Een adviescommissie bestaat uit een of meer externe deskundigen en kan zijn: een vaste commissie, die bestaat uit één of meer onafhankelijke leden die door burgemeester en wethouders voor een termijn van maximaal vier jaar worden benoemd met de mogelijkheid tot herbenoeming voor maximaal vier jaar, of een tijdelijke commissie voor advisering met betrekking tot een of meer aanvragen, aan te wijzen door het bestuursorgaan dat de aanvragen behandelt. Artikel5.Procedure 1.Als advies wordt ingewonnen bij een adviescommissie informeert het bestuursorgaan de aanvrager en belanghebbenden. 2.Bij de toepassing van de artikelen 4:7 en 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht wordt naast de aanvrager voor zover van toepassing betrokken: degene die de activiteit verricht en met wie een overeenkomst als bedoeld in artikel 13.3c, eerste lid, van de Omgevingswet is gesloten, en, als sprake is van een schadeveroorzakend besluit naar aanleiding van een aanvraag, zoals geregeld in artikel 13.3d van de Omgevingswet, de aanvrager van dat besluit of degene die de toegestane activiteit verricht, tenzij: de schadevergoeding redelijkerwijze voor rekening behoort te blijven van het bestuursorgaan, of, de schadevergoeding voldoende op een andere manier is verzekerd. 3.Bij geheel of gedeeltelijke toewijzing van een aanvraag om schadevergoeding, wordt de toegewezen schadevergoeding uiterlijk betaald bij het onherroepelijk worden van het besluit op de aanvraag. Artikel7.Aanvraag voorschot 1.Het bestuursorgaan kan op een daartoe strekkende aanvraag beslissen een voorschot te verlenen op een uit te betalen geldsom. 2.De artikelen 4:95 en 4:96 van de Algemene wet bestuursrecht zijn op dit voorschot van toepassing. Artikel8.Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking gelijktijdig met inwerkingtreding van titel 4.5 van de Algemene wet Bestuursrecht. Artikel9.Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening nadeelcompensatie Vervoerregio Amsterdam 2023. Toelichting op de verordening Algemeen deel Op nader te bepalen datum, maar uiterlijk bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet (Ow), treedt de nadeelcompensatieregeling titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) in werking. Titel 4.5 van de Awb voorziet in een algemene regeling van de vergoeding (of tegemoetkoming) van schade door rechtmatig overheidshandelen. Daarbij kan worden gedacht aan verzoeken wegens winst- of inkomstenderving, gederfde huurinkomsten, of de lagere opbrengst bij de verkoop van een bedrijf of een onroerende zaak. In de Ow is een nadeelcompensatieregeling opgenomen die aansluit op de generieke regeling uit de Awb (hoofdstuk 15 van de Ow). Vooropgesteld wordt dat de overheid niet verplicht is om iedere schade die zij in de rechtmatige uitoefening van haar publieke taken veroorzaakt, in zijn geheel te vergoeden. Dat overheidsingrijpen voor sommige burgers en ondernemingen nadelige gevolgen kan hebben, is namelijk onvermijdelijk. Tot op zekere hoogte moeten deze gevolgen dus worden geaccepteerd (normaal maatschappelijk risico). Burgers en ondernemingen die door rechtmatig overheidsoptreden schade lijden die uitgaat boven het normale maatschappelijke risico en in vergelijking tot anderen onevenredig zwaar worden getroffen, kunnen desgevraagd schadevergoeding ontvangen (artikel 4:126 van de Awb). De hoogte daarvan moet in zo’n geval redelijk zijn. De schadevergoeding dekt dus niet vanzelfsprekend de volledige schade. Een deel van de schade zal altijd voor eigen rekening blijven. Artikelsgewijze toelichting Artikel 1. Toepassingsbereik Deze verordening heeft betrekking op aanvragen om schadevergoeding vanwege rechtmatige overheidshandelingen. Het gaat om nadeelcompensatie als bedoeld in titel 4.5 van de Awb en afdeling 15.1 van de Ow. Het kan voorkomen dat schade door meerdere overheden wordt veroorzaakt, bijvoorbeeld zowel de Vervoerregio als de gemeente. In deze bepaling wordt verduidelijkt dat de aanvrager in dat geval het loket kiest. Het gaat in deze verordening om schade waarvan door de aanvrager wordt gesteld dat die wordt veroorzaakt door een bestuursorgaan van de Vervoerregio. Artikel 2. Heffen recht Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om schadevergoeding wordt een recht geheven. De figuur van de heffing is in artikel 4:128 van de Awb geïntroduceerd om te voorkomen dat er al te lichtvaardig wordt overgegaan tot indiening van een aanvraag om schadevergoeding. Het recht bedraagt € 500,-, het maximum volgens de Awb. Als het recht niet wordt voldaan, wordt de aanvraag op grond van artikel 4:5 van de Awb buiten behandeling gesteld. Bij toewijzen van de aanvraag wordt het toe te kennen bedrag verhoogd met het geheven recht (artikel 4:129, aanhef en onder c, van de Awb). Door de heffing van het recht kan worden voorkomen dat bestuursorganen veel werk hebben aan de behandeling van aanvragen die “zekerheidshalve” worden ingediend. Artikel 3. Aanvraag De artikelen 4:2 en 4:127 van de Awb bevatten een grondslag voor de aanvraagvereisten voor het in behandeling nemen van een aanvraag. Als niet aan de aanvraagvereisten wordt voldaan kan de aanvraag op grond van artikel 4:5 van de Awb buiten behandeling worden gesteld. In aanvulling hierop is in het eerste lid geregeld dat de aanvrager van schadevergoeding gebruik maakt van een door het bestuursorgaan vastgesteld [elektronisch] formulier en zijn in het tweede lid aanvullende eisen ten aanzien van schadeclaims wegens winst- of inkomstenderving of gederfde huurinkomsten opgenomen. Wanneer de aanvraag niet wordt aangeleverd via het (elektronisch) formulier, kan worden besloten de aanvraag niet in behandeling te nemen. Dat kan betekenen dat de aanvrager wordt verzocht de aanvraag nadeelcompensatie alsnog via het formulier in te dienen. De Vervoerregio geeft dan bij de aanvrager aan dat de aanvraag niet compleet is om in behandeling te worden genomen. In dit geval kan de Vervoerregio expliciet de termijnen opschorten tot het moment dat de stukken compleet zijn ingediend. In artikel 4:2 van de Awb is vastgelegd dat een aanvraag wordt ondertekend en ten minste bevat: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.