Nota kostenverhaal 2023 gemeente Land van CuijkDe raad van de gemeente Land van Cuijk; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 13 december 2022; gelet op de Gemeentewet, Wet ruimtelijke ontwikkeling, toekomstige Omgevingswet, Boek 7, titel 5 BW, Didam-arrest, BBV en de Financiële verordening gemeente Land van Cuijk 2022; besluit: vast te stellen de Nota grondbeleid 2023 gemeente Land van Cuijk (inclusief bijlagen: Nota kostenverhaal 2023, Nota pachtbeleid 2023 en Nota groenstroken 2023) met inachtneming van het volgende: het in de Nota grondbeleid 2023 gemeente Land van Cuijk op pagina 22 onderaan genoemde maximum percentage van 10% verlaagde grondprijzen ten behoeve van starters te wijzigen in een percentage van 25% voor dit jaar; deze wijziging van het kortingspercentage zo spoedig mogelijke in een tussentijdse grondprijzenbrief op te nemen; het maximum percentage verlaagde grondprijzen ten behoeve van starters daarna op te nemen in de jaarlijkse grondprijzenbrief; de in de Nota grondbeleid 2023 gemeente Land van Cuijk op pagina 23 bovenaan opgenomen tekst “Om misbruik van de kortingsregeling tegen te gaan kan een anti-speculatiebeding worden opgenomen.” te wijzigen in “Om misbruik van de kortingsregeling tegen te gaan zal een anti-speculatiebeding worden opgenomen.”; de Uitwerking Fonds Ruimtelijke kwaliteit gemeente Sint Anthonis d.d. 25 oktober 2018 geldend te verklaren voor de gemeente Land van Cuijk voor zover betrekking hebbende op de berekening van de bijdrage voor de voorziening genoemd bij beslispunt 3; in te stellen van de voorziening “Verbetering Ruimtelijke kwaliteit”; de Financiële verordening gemeente Land van Cuijk 2022 te wijzigen door onderstaand lid toe te voegen aan artikel 8 over informatieplicht: aankopen van strategische gronden/onroerende zaken groter dan € 5.000.000 en/of wanneer wordt afgeweken van de gestelde voorwaarden in de Nota grondbeleid 2023 gemeente land van Cuijk.; de volgende regelingen/beleid vervallen te verklaren: Boxmeer: Notitie verpachting landbouwgronden; Herziene notitie verkoop landbouwgronden; Beleid inzake verhuur en verkoop groen- en reststroken; Cuijk: Grondbeleid; Grondprijsbeleid 2013; Groen- en reststrokenbeleid; Erfpachtvoorwaarden bedrijventerreinen gemeente Cuijk 2015; Bouwvolumebijdrage; Mill en Sint Hubert: Nota Grondbeleid 2010; Grondprijsdifferentiatie 2018; Beleidsnota verkoop/verhuur/ingebruikgeving gemeentegrond; Verkoop vaste pachtgronden; Sint Anthonis: Nota integraal Grondbeleid 2019-2023 (wetgeving, verwerving, uitgifte, strategie, pacht-, en groenstrokenbeleid); Grave: Nota Grondbeleid & Grondexploitatie 2013; Groen- en reststrokenbeleid. 1Inleiding 1.1Nieuwe gemeente De gemeente Land van Cuijk is een nieuwe gemeente met ca. 90.000 inwoners. De voormalige gemeenten hadden ieder een eigen wijze van kostenverhaal. Als gevolg van het ontstaan van de nieuwe gemeente zijn deze geharmoniseerd in deze nota kostenverhaal. De nieuwe gemeente heeft als opgave om een prettig leefklimaat te behouden in alle kernen. Hiervoor zijn investeringen in de openbare ruimte nodig. Ook groeien diverse kernen van de gemeente, deze groei legt een druk op de bestaande voorzieningen. Daarbij vinden grote wijzigingen plaats als het gaat om de voorzieningen in de dorpscentra. Het winkelaanbod krimpt en de centra moeten getransformeerd worden. Om een goed en gezond leefklimaat te houden zijn daarom investeringen nodig. De investeringen betreffen infrastructurele maatregelen, uitbreiden van groen en het versterken van landschappelijke waarden en natuur. De investeringen worden betaald uit opbrengsten van gemeentelijke exploitaties, maar ook uit opbrengsten uit kostenverhaal. Alle partijen, die profijt hebben van de maatregelen, dragen bij aan de financiering van deze investeringen. Het grootste deel van de investeringen is toe te rekenen aan de huidige inwoners en gebruikers en dus “betaalt” de gemeente. Het deel, dat kan worden toegerekend aan nieuwe inwoners en bedrijven wordt betaald door de grondeigenaar, die de initiatieven realiseert. Gemeenten zijn wettelijk verplicht om de gemeentelijke kosten te verhalen, als zij bouwplannen mogelijk maken. Het gaat dan om de kosten van de ambtelijke inzet die nodig is om de plannen mogelijk te maken, aanpassingen in het openbaar gebied ten behoeve van het plan en andere investeringsopgaven. 1.2Doel van de nota Deze nota kostenverhaal is een nadere uitwerking van de nota grondbeleid. Met deze nota worden de uitgangspunten vastgelegd op welke wijze kosten worden verhaald op initiatiefnemers bij bouwplannen. Het huidige kostenverhaal onder de Wro bestaat uit een viertal onderdelen: Gebiedseigen kosten (waaronder plankosten); Bovenplanse kosten/verevening; Bovenwijkse voorzieningen; Bijdrage ruimtelijke ontwikkelingen. Op dit moment worden gebiedseigen kosten in de gemeente Land van Cuijk reeds verhaald, waaronder de plankosten en voorzieningen direct in of nabij het plangebied (bijvoorbeeld aan te leggen infrastructuur of een rioolgemaal). Met private eigenaren/ontwikkelaars worden afspraken gemaakt over een financiële exploitatiebijdrage via de anterieure overeenkomst (privaatrechtelijke spoor). Met de komst van de Omgevingswet verandert er aan dit principe niets en blijft de gemeente Land van Cuijk kosten verhalen overeenkomstig de wettelijke mogelijkheden (hoofdstuk 13, afdeling 13.6, artikel 13.11 t/m 13.17 Omgevingswet). Voor deze kosten geldt dat in bijlage XXXIV en XXXIVa bij de Omgevingsregeling op grond van artikel 13.21 Omgevingswet maximale plankosten vastgesteld zijn. Dit is in feite een voortzetting van de nu binnen de gemeente gehanteerde Regeling plankosten exploitatieplan. Dit betekent dat bij een ontwikkeling van derden de plankostenscan wordt ingevuld. De gehanteerde tarieven worden jaarlijks geïndexeerd. Het doel van deze nota kostenverhaal is een kader te bieden om kosten te verhalen met een uniforme bijdrage in alle gebiedsontwikkelingen voor de gebiedsoverstijgende voorzieningen. Hiervoor is het allereerst noodzakelijk om te bepalen welke gebiedsoverstijgende investeringen worden voorzien. Hierin is wet- en regelgeving kaderstellend. Daarnaast is het noodzakelijk om te bepalen op welke wijze investeringen voor gebiedsoverstijgende voorzieningen op een uniforme wijze worden toegerekend aan de toekomstige grondexploitaties. Met het vaststellen van een nota kostenverhaal wordt dus vanaf dat moment een generieke en uniforme bijdrage voor bovenwijkse voorzieningen en ruimtelijke ontwikkelingen aan externe initiatiefnemers gevraagd. Benadrukt dient te worden dat het hier gaat om slechts een bijdrage, een fractie van de totale investeringsbedragen die nodig is om alle gebiedsoverstijgende kosten te dekken. Het onderscheid tussen kostenverhaal en economische uitvoerbaarheid is hierbij van belang. Kostenverhaal en economische uitvoerbaarheid zijn twee verschillende zaken. Het feit dat niet alle kosten zijn verhaald, maakt niet dat het plan economisch niet uitvoerbaar is. Andersom geldt dat volledig kostenverhaal niet borgt dat het plan wel economisch uitvoerbaar is. Per project moet beoordeeld worden of het uitvoerbaar is zonder de exploitatiebijdrage van de bestemmingsplanwijziging. Tevens moet beoordeeld worden of de bestemmingsplanwijziging onuitvoerbaar is als gevolg van het ontbreken van de gevraagde bijdrage. Elke gemeente is vrij om een nota kostenverhaal vast te stellen of niet. Ook een herziening of actualisering van de nota is een keuze van een gemeente. Een nota kostenverhaal voor gebiedsoverstijgende voorzieningen is niet noodzakelijk voor het aangaan van anterieure overeenkomsten, maar deze biedt een beleidsmatige basis om deze bijdrage te verantwoorden. Om deze reden kiest de gemeente Land van Cuijk voor een nota kostenverhaal. Onderhavige nota is bedoeld als onderbouwing van de te vragen bijdrage voor gebiedsoverstijgende kosten aan private initiatiefnemers. Hierdoor ontstaat vooraf duidelijkheid over de kosten die de gemeente in rekening brengt bij partijen die zelfstandig willen ontwikkelen. Tevens wordt dezelfde bijdrage betaald van de gemeentelijke projecten (eigen grondinbreng). De uitwerking van deze nota sluit aan bij de gehanteerde kaders en begrippen van het kostenverhaal binnen de Omgevingswet. Met een nadere toelichting hierop is gestart in hoofdstuk twee. 1.3Leeswijzer Dit eerste hoofdstuk schetst de aanleiding en doel van deze nota. Het tweede hoofdstuk gaat nader in op het wettelijk kader van kostenverhaal en legt de relatie met de instrumenten uit de Omgevingswet. Hoofdstuk drie gaat verder in op de uitgangspunten, toerekening en systematiek van het kostenverhaal voor gebiedsoverstijgende voorzieningen, de ruimtelijke plannen (kostendragers) en aan te leggen voorzieningen (kostenveroorzakers). Hoofdstuk vier gaat in op de inrichting van een tweetal gemeentelijke fondsen en hoofdstuk vijf sluit af met het onderdeel implementatie. 2Wettelijk kader gebiedsoverstijgende kosten 2.1Kostenverhaal onder de Omgevingswet Tot 30 juni 2023 is kostenverhaal (nu: grondexploitatie) geregeld in afdeling 6.4 Wro onder de ‘Grondexploitatiewet’. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet (en de Aanvullingswet Grondeigendom), wordt dit vanaf 1 juli 2023 de nieuwe basis voor kostenverhaal. De Omgevingswet biedt ruimte voor de ontwikkeling van activiteiten in de fysieke leefomgeving. De regeling verplicht bestuursorganen om de door het bestuursorgaan gemaakte kosten voor publieke voorzieningen naar evenredigheid te verhalen op de initiatiefnemers die profijt hebben van de publieke voorzieningen. Aan die verplichting kan worden voldaan via de privaatrechtelijke weg (anterieure overeenkomst) en via de publiekrechtelijke weg (exploitatiebijdrage). Onder de Omgevingswet wordt geen onderscheid meer gemaakt tussen binnenplanse en gebiedsoverstijgende kosten (bovenwijkse voorzieningen, ruimtelijke ontwikkelingen en bovenplanse verevening). Alle onderdelen en bijdragen van het kostenverhaal worden bepaald op basis van de PPT-criteria (Profijt, Proportionaliteit, Toerekenbaarheid), zoals dat ook onder de huidige wet- en regelgeving geldt: Profijt: De locatie moet nut ondervinden van de te treffen werken, voorziening of maatregel. Proportionaliteit: Als meerdere locaties profijt hebben van een voorziening worden de kosten naar rato verdeeld. Naarmate een locatie meer profijt heeft, draagt deze meer bij in de kosten. Toerekenbaarheid: Er bestaat een causaal verband tussen de ruimtelijke ontwikkeling en realisatie van de bovenwijkse voorziening (kosten zouden niet gemaakt zijn zonder de nieuwe ontwikkeling, of de kosten worden mede gemaakt ten behoeve van de ontwikkeling). De Omgevingswet gaat uit van twee kostenverhaalsmethoden: met en zonder tijdvak. Deze zijn ook benoemd in de nota grondbeleid. ‘Kostenverhaal met tijdvak’ is gelijkwaardig aan de huidige grondexploitatie onder de Wro. Er dienen kostenverhaalsgebieden (huidig: exploitatiegebieden) te worden aangewezen waarvoor de kosten worden gemaakt. Per kostenverhaalsgebied moet worden bepaald welke kostensoorten waarvan het gebied (ten dele) profijt heeft, naar evenredigheid naar dat kostenverhaalsgebied worden toegerekend. ‘Kostenverhaal zonder tijdvak’ is met name bedoeld voor organische gebiedsontwikkelingen. Als voor een kostenverhaalsgebied in het omgevingsplan geen tijdvak wordt vastgesteld voor uitvoering van de werken, werkzaamheden/maatregelen en activiteiten, dan geldt voor het kostenverhaal een afwijkende regeling. In dat geval vermeldt het omgevingsplan alleen het maximale kostenverhaal (kostenplafond) en de activiteiten voor het gebied. 2.2Wanneer is een voorziening gebiedsoverstijgend? Voor de ontwikkeling van gebieden zullen vaak verschillende publieke voorzieningen moeten worden aangelegd. Zo worden voor de ontwikkeling van agrarisch gebied tot een woonwijk riolering, straatverlichting, wegen en groenvoorzieningen aangelegd. Deze aanleg vindt in veel gevallen plaats voor rekening van het gemeentebestuur dat de activiteiten mogelijk maakt. De initiatiefnemers van de ontwikkeling van activiteiten die leiden tot de aanleg van publieke voorzieningen, profiteren meer van de aanleg van die voorzieningen dan andere burgers en bedrijven. Met de komst van de Omgevingswet is er geen onderscheid meer tussen binnenplanse en gebiedsoverstijgende kosten. Uitgangspunt is echter dat binnenplanse kosten onderdeel vormen van de gebiedsexploitatie. Deze nota gaat enkel over gebiedsoverstijgende voorzieningen die niet aan één enkel kostenverhaalsgebied (nu: exploitatiegebied) toe te schrijven zijn. Naast de nieuwbouwprojecten, profiteert ook het bestaande woongebied van deze voorzieningen. Hierbij zijn vele opties denkbaar, waarbij voorzieningen geheel, gedeeltelijk of in het geheel niet in een kostenverhaalsgebied liggen. Bijvoorbeeld een park in een nieuwbouwwijk en een rondweg die ook door de rest van het bewoonde gebied gebruikt gaan worden. Voorbeelden gebiedsoverstijgende voorzieningen: Rondweg Rondweg Gebied voor opvang hemelwater Recreatief fiets/ wandelpad Om die reden is het wenselijk om de kosten voor de aanleg van de voorzieningen niet uit de algemene middelen te betalen, maar deze kosten te verhalen op de initiatiefnemers waarbij recht wordt gedaan aan een transparante en eerlijke kostenverdeling. De wettelijke regeling voor kostenverhaal maakt dat mogelijk. Voor gebiedsoverstijgende kosten die in de toekomst aan de orde zijn, zijn nog geen kosten gemaakt. Over het verhalen van de kosten daarvan worden wel alvast afspraken gemaakt. Bijdragen kunnen dan op basis van die afspraken aan een bestemmingsreserve worden toegevoegd, bijvoorbeeld een vereveningsfonds of mobiliteitsfonds. 2.3Omgevingsvisie als kader Een omgevingsvisie biedt een samenhangende beleidsmatige basis voor inzet van juridische, financiële of andere instrumenten om de beleidsdoelen in de visie na te streven. In programma’s formuleert de overheid de maatregelen die leiden tot de beleidsmatig vastgelegde en gewenste kwaliteit van een onderdeel van de fysieke leefomgeving, een aspect of een gebied. Vaak zal het gaan om uitwerkingen van de omgevingsvisie, bijvoorbeeld een programma over de hoofdlijnen van de ontwikkeling van een gebied. Een programma bevat concrete maatregelen voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming of het behoud van de fysieke leefomgeving. De gemeente Land van Cuijk dient de opgaven in de omgevingsvisie nog nader uit te werken. De exacte invulling van de programma’s staat momenteel ook nog niet vast. De omgevingsvisie en hieruit voortvloeiende programma’s vormen de basis voor de eventuele te verhalen gebiedsoverstijgende kosten. Op dit moment vigeren nog de structuurvisies van de voormalige gemeenten. Op grond van het overgangsrecht uit artikel 34 lid 1 van de Wet algemene regels herindeling (Wet arhi), blijven de structuurvisies van de voormalige gemeenten van kracht zolang de gemeente niet anders bepaalt. 2.4Exploitatieregels in het omgevingsplan Het omgevingsplan is een voor gemeenten gebiedsdekkende regeling waarin in ieder geval alle gemeentelijke regels worden vastgesteld die het belang van de fysieke leefomgeving als motief hebben. De exploitatieregels worden onderdeel van het omgevingsplan en daarmee worden de (te verhalen) kosten hierin opgenomen. De raming van de kosten bij omgevingsplannen met tijdvak of de kostenplafonds bij omgevingsplannen zonder tijdvak worden hiermee vastgelegd in het omgevingsplan en/of zijn van toepassing bij een omgevingsvergunning of projectbesluit. 2.5Omgevingsvergunning De omgevingsvergunning is naast het omgevingsplan een belangrijk operationeel instrument in de Omgevingswet. De omgevingsvergunningplicht maakt het mogelijk bepaalde activiteiten met gevolgen voor de fysieke leefomgeving vooraf te toetsen. Als er geen (anterieure) overeenkomst is gesloten met de initiatiefnemer, verloopt het kostenverhaal via de ‘kostenverhaalbeschikking’. Pas na betaling kan de omgevingsvergunning voor bouwen worden verleend en kan de initiatiefnemer starten met bouwen. 2.6Kostensoortenlijst Bij het opstellen van de Omgevingswet zijn de criteria van profijt, proportionaliteit en toerekenbaarheid (PPT) leidend gemaakt voor het verhaal van kosten. In de kostensoortenlijst wordt geen onderscheid gemaakt tussen voorzieningen binnen of buiten het desbetreffende gebied. Dat betekent dat, zoals ook in de nota grondbeleid benoemd, de kosten die voorheen via bovenplanse verevening en de bijdrage ruimtelijke ontwikkeling werden verhaald, nog steeds kunnen worden verhaald, voor zover aan de PPT-criteria wordt voldaan. De kostensoorten, bedoeld in artikel 8.15 van het op 1 januari 2023 in werking tredende Omgevingsbesluit, zijn de in de tabellen A en B bedoelde kostensoorten: A. Kostensoorten bij kostenverhaal met of zonder tijdvak A1 De kosten van het vaststellen van een omgevingsplan of een projectbesluit of het verlenen van een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, inclusief het daarvoor benodigde onderzoek. A2 De waarde van de gronden die worden gebruikt voor de uitvoering van de onder A8 en A9 bedoelde werken, werkzaamheden en maatregelen, inclusief de waarde van de te slopen opstallen, geraamd overeenkomstig artikel 8.17, eerste lid. A3 De kosten van het vrijmaken van de gronden, bedoeld onder A2, van persoonlijke rechten en lasten, eigendom en bezit en beperkte rechten of zakelijke lasten. A4 Het tijdelijk beheer van de door of vanwege de gemeente, de provincie of de Staat verworven percelen, verminderd met de uit het tijdelijk beheer te verwachten opbrengsten. A5 De kosten van het slopen, verwijderen en verplaatsen van opstallen, obstakels, funderingen, kabels en leidingen op de gronden, bedoeld onder A
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.