VTH-beleidsplan 2023-2027Inleiding Context Voor u ligt het vergunning-, toezicht- en handhavingsbeleid 2023-2027 (lees verder: beleidsplan) van de gemeente Tilburg. Dit beleidsplan schetst het kader waarbinnen wij uitvoering geven aan de vergunning-, toezicht- en handhavingstaken (VTH-taken) op het gebied van het Omgevingsrecht en APV. Het beleidsplan is tot stand gekomen door afstemming tussen verschillende interne en externe partijen. Het beleid is vastgesteld door het college en ter kennisname naar de gemeenteraad gestuurd. Het beleidsplan geeft weer hoe wij een eenduidige werkwijze en integrale afweging van de inzet van beschikbare middelen willen bereiken. Dit beleidsplan is de belangrijkste basis voor het jaarlijks op te stellen uitvoeringsprogramma. Vanwege de ontwikkelingen op het gebied van het Omgevingsrecht, zoals de inwerkingtreding van de Omgevingswet (Ow) en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb), verandert er de komende jaren veel in de werkwijze van de VTH-taken. Daarom is dit beleidsplan een dynamisch document dat wij tussentijds kunnen aanpassen indien de veranderende wet- en regelgeving hierom vraagt. Het beleidsplan en de bijbehorende bijlagebundel zijn duaal geschreven, dat houdt in dat beide documenten te gebruiken zijn nu de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) de wettelijke grondslag is, maar ook op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt. Waarom een VTH-beleid? Vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) zijn voor de overheid in relatie tot inwoners en bedrijven belangrijke instrumenten. Initiatiefnemers willen hun initiatieven en ideeën kunnen realiseren, terwijl omwonenden en andere belanghebbenden willen dat hun belangen worden beschermd. Met dit beleidsplan willen wij transparant zijn over wat we doen, waarom we het doen, welke keuzes we maken bij het uitvoeren van onze VTH-taken en hoe we dit hebben georganiseerd. Daarnaast is bepaald dat het college van burgermeester en wethouders beleid vaststelt voor de uitvoerings- en handhavingstaken. De beleidscyclus In dit beleid volgen we de systematiek van de beleidscyclus cyclus uit de wet VTH. De verschillende stappen in de cyclus vormen samen het beleid en de uitvoeringsprogramma’s. Ook geven de stappen richting aan de systematiek van doorwerking en evaluatie. De beleidscyclus wordt weergegeven aan de hand van iconen. Ieder icoon staat voor een bepaalde stap uit de cyclus. De afbeelding geeft de hoofdstukken van dit beleid weer. Op de volgende pagina geven wij de stappen schematisch weer in een leeswijzer. Hierbij leggen wij per icoon uit waar wij in welk hoofdstuk inhoudelijk op ingaan. Leeswijzer Deze leeswijzer heeft als doel het duidelijk maken welk onderdeel van de beleidscyclus wij in welk hoofdstuk van dit VTH-beleid beschrijven. De dikgedrukte woorden zijn de onderdelen van beleidscyclus. De iconen komen bij elk bijbehorend hoofdstuk terug in dit beleid en in onderliggende documenten.
- Omgevingsanalyse en Ontwikkelingen Ten behoeve van de prioriteiten en doelen voor de komende beleidsperiode beschrijven we in dit hoofdstuk: Omgevingsanalyse. Ontwikkelingen. Analyse van inzichten.
- Missie, visie & doelstellingen In dit hoofdstuk beschrijven we de missie en visie die richting gevend zijn voor de strategie op het gebied van VTH voor deze beleidsperiode. Met de hoofddoelstellingen geven we richting aan het programma voor de komende beleidsperiode. Dit programma krijgt vorm in de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s. Daar wijzen we specifieke acties toe voor dat jaar om de doelstellingen te behalen.
- Risicoanalyse en prioritering Hier beschrijven we hoe de risicoanalyse is opgesteld en de prioritering is aangebracht. De risicoanalyse en prioritering geven vorm aan onze werkwijze voor de VTH-taken.
- Strategieën en werkwijzen In dit hoofdstuk zijn de uitvoering strategieën beschreven die de basis zijn voor de uitvoering. De invoering van de Omgevingswet en Wkb zorgt op een aantal onderdelen voor veranderingen in de vergunningen en toezichtfase.
- Borging uitvoering In het uitvoeringsprogramma maken we de koppeling tussen de financiële en personele middelen en de uitvoering. We monitoren de geplande activiteiten en de daaraan gekoppelde doelen uit het uitvoeringsprogramma.
- Evaluatie Hier beschrijven we op welke manier we de evaluatie van het uitvoeringsprogramma en beleid uitvoeren. 1.1Omgevingsanalyse De Omgevingsanalyse richt de blik naar buiten, op de omgeving waarbinnen VTH werkzaam is en beschrijft relevante trends, gebeurtenissen en transities die een invloed hebben op de VTH-werkzaamheden in de komende beleidsperiode. Allereerst beginnen we in paragraaf 1.
- Omgevingsanalyse met een korte toelichting op de strategie en ambities voor het fysieke domein. Dit doen we aan de hand van de Omgevingsvisie Tilburg. In paragraaf 1.2 Ontwikkelingen blikken we terug én kijken we vooruit naar de ontwikkelingen op de VTH-organisatie. Dat werken we weer verder uit in de consequenties voor de VTH-werkzaamheden in de analyse van inzichten in paragraaf 1.
- De gemeente Tilburg Met ruim 224.000 inwoners is Tilburg een stad van formaat. Nog niet eens zo heel lang geleden een plek waar de textielindustrie centraal stond, nu een broedplaats voor creatief en innovatief denken. De Tilburgers zijn gewend om samen te werken. De gemeente sluit daarop aan. Dat leidt tot nieuwe initiatieven zoals de ‘community school’ en een persoonlijke aanpak waarmee we inwoners die dat nodig hebben verder op weg helpen. Omgevingsvisie Tilburg 2040 De Omgevingsvisie Tilburg 2040 is een strategisch document en het richt zich op Tilburg als vitale, duurzame stad in een moderne netwerksamenleving. In de Ontwerp-Omgevingsvisie Tilburg 2040 is gekeken naar hoe Tilburg er over twintig, dertig jaar uit ziet, welke kant Tilburg op wil gaan en waar de stad haar pijlen op richt. In hoofdstuk 2 van de Omgevingsvisie “Analyse, trends en ontwikkelingen” staat beschreven dat de ontwikkelingen in de economie, de maatschappij en de leefomgeving niet ten koste van elkaar gaan, maar op elkaar aansluiten en elkaar versterken. People, planet en profit zijn in balans. Als dit hoofdstuk iets duidelijk maakt, is het dat Tilburg te maken heeft met een breed scala aan (inter)nationale, regionale en lokale trends en ontwikkelingen. Dat roept meteen een aantal vragen op, zoals ‘hoe zorgen we ervoor dat de leefbaarheid van wijken en buurten op orde blijft?’ en ‘hoe zorgen we ervoor dat we in 2040 klimaatbestendig en ecologisch robuust zijn?’. De Omgevingsvisie Tilburg 2040 volgt drie sporen, waarin de visie en strategie van de gemeente uiteen wordt gezet: De Brabantstrategie voor een sterke internationale concurrentiepositie. Tilburg ziet vooral de kracht van samenwerkende steden, zoals BrabantStad (het stedelijk netwerk van Breda, Eindhoven, Helmond, ‘s-Hertogenbosch en Tilburg). Het is belangrijk om hier meer te profiteren van elkaars krachten, kwaliteiten en voorzieningen. Om de schaalsprong te maken naar een stedelijk netwerk, moet Tilburg aantrekkelijk, bereikbaar en concurrerend zijn. De Regiostrategie versterkt de rol van Tilburg als centrumstad. Hier draait het om Tilburg in haar rol als centrumstad; Tilburg als belangrijke spil in de regio Hart van Brabant. Een goed bereikbare stad, waar bewoners uit de gehele omliggende regio graag komen voor werk, hoogwaardige medische zorg, uitstekend onderwijs, een compleet aanbod van winkels en spannende cultuur. De Stadsstrategie gericht op vitale, leefbare buurten, wijken, dorpen en het buitengebied. Fijn wonen, leven, werken en recreëren: het vormt het fundament van onze stad. Zoals eerder benoemd is de Omgevingsvisie Tilburg 2040 een strategisch document en vraagt dit op bepaalde onderdelen nadere uitwerking in bijvoorbeeld uitvoeringsprogramma’s en aanpassing en/of aanvulling van gemeentelijk beleid. Deze uitvoeringsprogramma’s en aanpassing kunnen een uitwerking zijn van hoe de Omgevingsvisie doorwerkt in de praktijk. De komende periode richt VTH zich op het afstemmen van de Omgevingsvisie en bijbehorende uitvoeringsprogramma’s op de VTH-werkzaamheden en het werken volgens de beleidscyclus van de Omgevingswet. 1.2Ontwikkelingen Terugkijken Evaluatie meerjarenbeleidsplan Toezicht –en Handhaving Omgevingsrecht (Wabo) 2016-2019 en aanvullend beleid Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving Omgevingswet (VTH-beleid) december 2020 De ambities en doelen uit dit beleid: meer aandacht voor preventie, komen tot een gemeente brede visie op handhaving en een verdere ontwikkeling van het programmatisch handhaven zijn deels gerealiseerd. Hieronder staat een korte toelichting per onderwerp. Meer aandacht voor preventie De afgelopen jaren hebben we ingezet op communicatie in het voortraject, maar ook tijdens het toezicht. Dit hebben we gedaan in de vorm van (voor)overleggen, gesprekken en het versturen van brieven. Het communiceren over afspraken en verwachtingen staat daarbij centraal. Dit onderdeel heeft doorlopende aandacht binnen de beleidscyclus. Een gemeentebrede visie op handhaving Wij zijn de afgelopen jaren steeds meer betrokken bij de ontwikkeling van nieuw beleid waarbij vergunningverlening, toezicht en handhaving nodig is. Dit is binnen de organisatie geborgd door een periodiek overleg op managementniveau waarin beleidsontwikkelingen onderwerp van gesprek zijn. Verdere ontwikkeling van het programmatisch handhaven In de afgelopen beleidsperiode is een verbeterslag gemaakt met betrekking de PDCA-cyclus, met name tot het tussentijds meten en monitoren van de toezicht- en handhavingstaken onder de Wabo. Hierdoor kunnen we tussentijds beter bijsturen op het geplande jaarprogramma als dat nodig is. We realiseren ons dat we dit doel nog verder kunnen ontwikkelen. Betrouwbare data is dan van essentieel belang. Daar kunnen we als organisatie een verbeterslag maken. Voor de komende beleidsperiode is het ontwikkelen van datagedreven werken een van de SMART doelen. In het aanvullend beleid Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving Omgevingswet (VTH-beleid) december 2020 hebben we aangegeven dat we in het nieuwe beleid, naast lokale doelen, ook regionale en landelijke doelen opnemen. Echter bij het opstellen van dit nieuwe beleid, is gebleken dat dit een lastige opgave is waar we op dit moment onvoldoende handvatten voor hebben. Daarom hebben we ons in het nieuwe VTH-beleid gericht op lokale doelen. Interbestuurlijk Toezicht van de provincie Noord-Brabant (IBT) Het IBT heeft het VTH-beleid van de gemeente Tilburg geëvalueerd en heeft een aantal aandachtspunten meegegeven, namelijk het SMART formuleren van de VTH-doelstellingen, het toevoegen van de meldingen procedure aan de uitvoeringsstrategieën en het afstemmen en evalueren van het uitvoeringsprogramma voor het onderdeel handhaving met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving. In een tussentijdse beleidsaanvulling van 2020 is al een start gemaakt met het formuleren van SMART doelen. In dit nieuwe beleid is opnieuw aandacht voor SMART doelen en zijn alle andere aandachtspunten meegenomen. Vooruitkijken “Meer voor elkaar” akkoord gemeente Tilburg 2022-2026 In de periode 2022-2026 willen we samen, met de inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties werken aan een stad waar iedereen meedoet, iedereen ertoe doet en waar iedereen meetelt. Om hier invulling aan te geven, staat in het akkoord een verdere uitwerking van de gemaakte keuzes in drie opgaves en bijbehorende speerpunten. Hieronder volgt een opsomming van deze opgaves met de speerpunten die van invloed zijn op de VTH-taken: Tilburg Kansrijk Een prettige en veilige leefomgeving die zorgt voor een stevige sociale basis Aanpak van ondermijning, criminaliteit en mensenhandel Dienstverlening die de mens ziet, begrijpt en ondersteunt Tilburg, Groen en Duurzaam Energietransitie, klimaatadaptatie en verbeteren van luchtkwaliteit Groene en duurzame woon- en werkomgeving Verhogen kwaliteit van de openbare ruimte en de wijken en dorpen Tilburg Groeit, Bloeit en Bruist Duurzame en betaalbare woningen en voorkomen leegstand en speculatie Tilburgse evenementen met een landelijke uitstraling Vertrouwen en betrokkenheid is de basis voor onze stad. Voor de geschetste koers en aanpak geldt, maatwerk en uitvoering staan voorop. We werken wijkgericht waar het kan en gemeentebreed waar het moet waarbij inwonersparticipatie centraal staat. Kadernota’s en uitvoeringskader Kadernota “Publieke dienstverlening” – Visie op dienstverlening De gemeente heeft een sterke visie op het gebied van dienstverlening. In de kadernota staat de ‘Reis naar klantgedreven dienstverlening’ beschreven. Klantgedreven dienstverlening is toegankelijk, efficiënt en innovatief. De klant staat centraal, wordt persoonlijk benaderd en snel en efficiënt geholpen. Hierbij is het van belang dat de verschillende afdelingen als één organisatie werken. De komende beleidsperiode moet dit meer vorm krijgen bij het uitvoeren van de VTH-taken. Kadernota Integraal veiligheidsplan Een veilige stad is cruciaal voor onze inwoners. Hoe de gemeente dit wil bereiken, staat in een Integraal Veiligheidsplan (IVP). Dit plan beschrijft waar we op willen investeren op het gebied van veiligheid. Het IVP biedt als algemeen kader de grondslag voor specifieke beleidsnota’s, projecten, dagelijkse uitvoering en de ‘going concern’ activiteiten binnen ons veiligheidsbeleid/domein. We blijven inzetten op Toezicht en Handhaving in brede zin, zowel in het openbare gebied als achter de voordeur. De aanpak van ondermijnende criminaliteit blijft ook een belangrijk speerpunt voor de komende jaren. Gemeenschappelijk uitvoeringskader (GUK) VTH 2018 Regio Midden- en West-Brabant Dit uitvoeringskader vormt het raamwerk voor het meerjaren uitvoeringsprogramma van de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) voor de basistaken en de ingebrachte verzoektaken op milieugebied. Dit gemeenschappelijke uitvoeringskader beschrijft de algemene uitgangspunten en de strategieën die door de OMWB worden gehanteerd bij de uitvoering van de VTH-milieutaak (vergunningverlening, toezicht en handhaving op milieugebied). Risicogericht werken en programmeren is hierbij het centrale uitgangspunt. Ontwikkelingen Juridische ontwikkelingen De inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wkb vragen de meeste aandacht. Deze twee wetten stellen de gemeente voor uitdagingen op het gebied van de werkprocessen, een andere manier van werken en financiën. Daarnaast bevat de nieuwe Alcoholwet ten opzichte van de Drank- en horecawet een aantal nieuwe onderdelen die de gemeente bij verordening kan regelen. Verder zijn de eisen rond verwerking van persoonsgegevens aangescherpt. Maatschappelijke ontwikkelingen Door een reeks ingrijpende maatschappelijke ontwikkelingen waar wij als gemeente mee te maken krijgen, zoals de polarisering en de zelfredzaamheid van burgers, klimaatverandering en klimaatadaptatie, de stikstofproblematiek en de woningbouwopgave worden de VTH-werkzaamheden complexer en wellicht daarmee ook belangrijker. Bijzondere aandacht verdienen hierbij de huisvesting van (arbeids)migranten en de aanpak van ondermijnende criminaliteit. Organisatorische ontwikkelingen Door bovengenoemde ontwikkelingen staat de gemeente voor allerlei organisatorische en financiële vraagstukken. De gemeente staat voor een integrale aanpak, de ontwikkeling van een klantgedreven dienstverlening en een wijkgerichte en datagedreven werkwijze. Dit heeft invloed op de manier van (samen)werken op het gebied van VTH. 1.3Analyse van inzichten De ontwikkelingen op de vorige pagina zijn allemaal van invloed op de gehele VTH-organisatie. In deze paragraaf richten we ons specifiek op de te verwachten ontwikkelen die direct invloed hebben op de VTH-werkzaamheden. Impact juridische ontwikkelingen Omgevingswet De impact van de Omgevingswet voor de VTH-werkzaamheden is onder andere: Alle vergunningprocedures in 8 weken. Het omgevingsplan vraagt participatie en afweging bij de planvorming. Meer maatwerk daarbij vergen besluiten een goede afweging en onderbouwing. Bredere integrale afweging en integrale afhandeling van proces. Gedrag en cultuurverandering. Transparantie van informatievoorziening, omdat alle digitale informatie op één plek te vinden is. Het juridisch instrumentarium voor toezicht en handhaving blijft nagenoeg hetzelfde. De Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) is de opvolger van de Landelijke Handhavingsstrategie (LHS). Deze veranderingen vragen zowel aanpassingen in proces, beleid en competenties. Daarnaast introduceert de Omgevingswet een aantal kerninstrumenten. De exacte invulling en consequenties van deze instrumenten worden de komende jaren duidelijk en dan krijgt VTH een nadrukkelijke rol in de monitoring en evaluatie hiervan, zodat uitvoering, visie- en planvorming met elkaar in gesprek zijn om de kerninstrumenten op een passende manier in te zetten. Wet kwaliteitsborging voor het bouwen Het doel van de Wkb is het verbeteren van de kwaliteitsborging voor het bouwen en het versterken van de positie van de bouwconsument. In de praktijk zal dit betekenen dat het toetsen van bouwplannen en het toezicht houden tijdens bouwprojecten in veel gevallen door een marktpartij wordt uitgevoerd. Hierdoor vallen er op termijn werkzaamheden weg bij de gemeente. De Wkb wordt gefaseerd ingevoerd en alle vergunningen die voor inwerkingtreding van de Omgevingswet worden aangevraagd en verleend blijven onder het regime van de gemeente vallen. Uiteraard betekent de Wkb niet alleen het verdwijnen van taken, maar komen er ook nieuwe (administratieve) taken bij. Daarnaast komen we met dit VTH-beleidsplan in een overgangsfase terecht, waarbij er nog zaken zullen lopen die getoetst moeten worden aan oude wetgeving. Ook kan de Omgevingswet zorgen voor nieuwe vergunningplichten en de toename van zorgplichten waar VTH op moet toezien. Daarnaast zal VTH, in het kader van de beleidscyclus, een nadrukkelijkere rol krijgen bij het opstellen van regels. Impact maatschappelijke ontwikkelingen, kadernota’s en uitvoeringskader Over de maatschappelijke ontwikkelingen uit paragraaf 1.2 maakt de gemeente Tilburg binnen andere teams beleid. Een van de doelstellingen uit dit VTH-beleid is bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving en is gerelateerd aan bestaand gemeentelijk beleid dat zich hierop richt. Voor een goede doorwerking van gemeentelijk beleid naar de VTH-uitvoering zal VTH een rol moeten innemen bij de vorming van nieuw beleid en bij de monitoring- en evaluatie van bestaand beleid. Dit vraagt capaciteit van de VTH-medewerkers. Daarnaast vormen de kadernota’s een basis voor de uitvoering van werkzaamheden. Met betrekking tot de klantgedreven dienstverlening is er een doelstelling opgenomen in dit beleidsplan. De evaluatie van het huidige gemeenschappelijk uitvoeringskader en het opstellen van een nieuwe uitvoeringsstrategie was gepland voor
- In verband met de komst van de Omgevingswet is geconcludeerd dat een herziening van het GUK beter kan worden uitgevoerd nadat er meer zicht is op de gevolgen van de Omgevingswet op het werkveld en hiermee enige ervaring is opgedaan. Het nieuwe GUK wordt in 2023 opgesteld. Hiertoe behoren het uitvoeren van een omgevingsanalyse, risicoanalyse en de bijbehorende meerjarenprogrammering. Impact organisatorische ontwikkelingen Voor de ontwikkelingen klantgedreven dienstverlening en een wijkgerichte en datagedreven werkwijze zijn doelstellingen opgenomen in dit beleid. Ook voor inwonersparticipatie, iets wat een nadrukkelijke rol krijgt als de Omgevingswet in werking treedt, is een doelstelling opgenomen. De overgang naar de Omgevingswet en een nieuw zaaksysteem heeft, in de aanloop (inrichting) evenals na implementatie, consequenties voor de werkwijze. Om organisatorische ontwikkelingen in goede banen te leiden, wordt hiervoor capaciteit vrijgemaakt. 2.1Missie en visie In dit hoofdstuk beschrijven wij de missie, visie en doelstellingen voor de komende beleidsperiode. Voor wat betreft de missie sluiten wij aan bij het “Meer voor elkaar” akkoord gemeente Tilburg 2022-
- Aan de hand van deze missie, de verbeterpunten van het vorige beleid en de eerder benoemde ontwikkelingen geven wij in onze visie aan hoe wij hier invulling aan geven. De visie wordt in paragraaf 2.2 verder uitgewerkt in doelstellingen. Deze visie en doelstellingen geven richting aan de komende beleidsperiode. Missie Visie Meer voor elkaar Samen met onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties werken aan een stad waar iedereen meedoet, iedereen ertoe doet en waar iedereen meetelt 2.2Doelstellingen Er zijn 4 hoofddoelstellingen voor de komende beleidsperiode opgesteld. Deze hoofddoelstellingen geven invulling aan de toekomstige ontwikkelingen, zoals de inwerkingtreding van de Omgevingswet, de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen en aan onze missie en visie. Allereerst zetten we neer wat we willen bereiken (de doelstellingen), daarna geven we aan wat we daarvoor gaan doen (de hoofdactiviteiten) en wanneer we tevreden zijn (het gewenste resultaat). De doelstellingen zullen jaarlijks in het uitvoeringsprogramma op operationeel niveau worden uitgewerkt in activiteiten met SMART doelen. Doelstelling Wat willen we bereiken? Hoofactiviteit Wat gaan we daarvoor doen? Gewenst resultaat Wanneer zijn we tevreden?
- De komende beleidsperiode dragen wij bij aan de ambities uit het “Meer voor elkaar” akkoord met betrekking tot de kwaliteit van de leefomgeving. Jaarlijks een uitvoeringsprogramma opstellen waarbij we op operationeel niveau doelstellingen en activiteiten formuleren die bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving. Als we kunnen concluderen dat we in alle jaarverslagen hebben aangetoond dat we gewerkt hebben conform het vastgestelde uitvoeringsprogramma en de gestelde doelen behaald hebben, dan wel gemotiveerd hebben afgeweken.
- De komende beleidsperiode verbeteren we onze dienstverlening met betrekking tot vergunningverlening. We monitoren jaarlijks via de klantcontactmonitor onze dienstverlening, analyseren deze cijfers en passen de werkwijze/werkprocessen aan indien nodig. Daarnaast richten we onze processen in, zodat we aangevraagde vergunningen binnen de wettelijke termijn kunnen verlenen. Het doel is een 8 voor onze dienstverlening en het verlenen van alle vergunningen binnen de wettelijke termijn.
- Zodra de Omgevingswet ingaat, vervullen wij onze rol in de ontwikkeling van een sluitende beleidscyclus. Aansluiten bij alle interne werkgroepen Omgevingswet waar de VTH-keten een bijdrage levert in de uitvoering. Als we een proces hebben ingericht waardoor monitoring en evaluatie, met betrekking tot de kerninstrumenten van de Omgevingswet, geborgd zijn binnen de organisatie.
- De komende beleidsperiode ontwikkelen wij het data gedreven en wijkgericht werken. Zodra de Omgevingswet ingaat verwerken we inwonersparticipatie in onze werkwijzen Jaarlijks minimaal een doelstelling voor data gedreven, wijkgericht werken en inwonersparticipatie opnemen in ons uitvoeringsprogramma. Als we per kalenderjaar minimaal 1 concrete verbetering kunnen benoemen ten aanzien van het data gedreven werken, wijkgerichte werken en de inwonersparticipatie. 3.Risicoanalyse en prioritering Er zal nooit voldoende capaciteit zijn om alle VTH-taken uitputtend uit te voeren. Een beleidsplan opstellen, betekent dan ook keuzes maken en prioriteiten stellen. Dit gebeurt aan de hand van een prioriteitstelling waar een risicoanalyse aan ten grondslag ligt. Hiermee maakt het team vergunningen, toezicht en handhaving keuzes ten aanzien van de inzet van capaciteit en middelen. Om de medewerkers zo effectief mogelijk in te zetten, is bepaald welke activiteiten binnen de gemeente prioriteit hebben en welke minder. Deze afweging vindt plaats door toepassing van een risicomodel. Het model biedt de mogelijkheid om op basis van een risico-inschatting en prioritering de inzet te bepalen. Deze inschatting wordt gezamenlijk gemaakt. De inzet op activiteiten met een lage prioriteit is minder dan op activiteiten met een hoge prioriteit. Hierbij kan gedacht worden aan de diepgang van toetsing van een vergunningaanvraag of een toezichtmoment, de bezoekfrequentie van toezicht en de wijze waarop handhavingsverzoeken in behandeling worden genomen (nu doen of later inplannen). Uitleg risicoanalyse en prioritering Voor alle relevante activiteiten die worden uitgevoerd, is een risico-inschatting gemaakt. Dit risico is bepaald volgens een vaste methodiek, waarbij verschillende beoordelingscriteria in acht zijn genomen, te weten: Gezondheidsrisico’s Veiligheidsrisico’s Risico’s voor de leefomgeving Financiële risico’s Bestuurlijke (afbreuk)risico’s De score is bepaald door voor elk criterium een inschatting te maken van het effect van slecht naleefgedrag. Dit levert een risico inschatting op ten aanzien van de effecten van slecht naleefgedrag. Gezien het feit dat bij sommige activiteiten vaker sprake is van overtredingen en dus een grotere kans op slecht naleefgedrag, wordt aanvullend bepaald wat het risico is op slecht naleefgedrag. Afhankelijk van het algemene risico op slecht naleefgedrag, komt er nog een vermenigvuldiging van het gemiddelde risico van het effect van slecht naleefgedrag. De prioritering (hoofdstuk 9 bijlagebundel) is sturend voor onze inzet. 4.Strategieën en werkwijzen De werkwijze waarop wij de doelen en prioritair werken willen bereiken is vastgelegd in de uitvoeringstrategieën. De strategieën zijn gebaseerd op landelijke strategieën (gedogen en sanctioneren) en zijn aangevuld met gemeentelijke strategieën. In de figuur hieronder is de samenhang tussen de strategieën weergegeven. In bijlagebundel zijn de strategieën nader uitgewerkt. Als de Omgevingswet en Wkb in werking treden, zullen een aantal strategieën wijzigen, de veranderingen met betrekking tot de Omgevingswet zijn al beschreven in de bijlagebundel. Voor de Wkb komt voor inwerkingtreding een aanvullend beleidsstuk, waarin de werkzaamheden die de Wkb betreffen uitgewerkt zijn. 5.Borging en uitvoering Financiële en personele middelen Om de VTH-taken uit te kunnen voeren en de beleidsdoelen te realiseren, zijn financiële en personele middelen nodig. Dit benodigd budget is geborgd in de begroting. In de begroting zijn verschillende kostenposten gelabeld voor de uitvoering van de VTH-taken. Uitvoeringsprogramma Het VTH-beleidsplan werken wij jaarlijks uit in een uitvoeringsprogramma voor zowel vergunningverlening, als toezicht en handhaving. In het uitvoeringsprogramma beschrijven we de doelen en de activiteiten op operationeel niveau. Daarbij geven wij ook aan hoe de (financiële en personele) middelen in het betreffende jaar worden ingezet. Gedurende het jaar monitoren we de voortgang van de activiteiten en de daaraan gekoppelde doelen en indien nodig sturen we bij. Het uitvoeringsprogramma sturen wij ter kennisname naar de raad en de provincie (het Interbestuurlijk Toezicht). Uitvoeringsproces De werkwijzen van vergunningverlening, toezicht en handhaving en afhandeling van meldingen zijn vertaald naar specifieke procesbeschrijvingen. Deze procesbeschrijvingen zijn bekend gemaakt bij alle betrokken medewerkers en zijn geborgd binnen de organisatie. Nieuwe medewerkers worden ingewerkt aan de hand van deze werkbeschrijvingen. Afstemming ketenpartners Een goede samenwerking tussen de gemeente en haar partners is van belang. In hoofdstuk 7 van de bijlagebundel is de samenwerking met ketenpartners uitgewerkt. De onderdelen van het VTH-beleid die betrekking hebben op de strafrechtelijke handhaving stemmen we op operationeel niveau af met de politie en het Openbaar Ministerie. Daarnaast hebben we met verschillende ketenpartners, zoals de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant, de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant, de GGD en woningcorporaties afspraken gemaakt over de afstemming en samenwerking op het gebied van VTH-taken. Kwaliteitsverordening Wij hebben in 2021 de “Verordening kwaliteit Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving Omgevingsrecht Tilburg 2021” vastgesteld. Hierin is opgenomen welke eisen wij stellen aan de uitvoeringsorganisaties. In het jaarverslag geven we aan of we voldoen aan de kwaliteitscriteria en zo niet, een motivatie waarom wij daarvan afwijken. Zodra de Omgevingswet ingaat zal er een nieuwe kwaliteitsverordening worden vastgesteld met de Omgevingswet als grondslag. Deze vervangt dan de bestaande verordening, welke op dat moment wordt ingetrokken.
- Evaluatie De laatste stap van de beleidscyclus is de evaluatie. In dit hoofdstuk beschrijven wij de onderdelen en op welke manier wij deze evalueren. Jaarverslag Jaarlijks rapporteren wij over de uitvoering van het vastgestelde uitvoeringsprogramma in een jaarverslag. We evalueren of: De voorgenomen activiteiten uit het uitvoeringsprogramma zijn uitgevoerd en de gestelde jaardoelen zijn behaald. De uitvoering van deze activiteiten hebben bijgedragen aan de voortgang van de beleidsdoelen uit dit beleidsplan. De resultaten van de evaluatie aanleiding geven om de werkwijze en/of het uitvoeringsprogramma van het volgende jaar aan te passen. De resultaten van de evaluatie aanleiding geven om het VTH-beleid aan te passen. Bijlagebundel De losse bijlagebundel VTH-beleidsplan 2023-2027 is onderdeel van dit beleidsdocument. Het beschrijft het operationeel deel VTH-strategieën en bestaat uit de volgende hoofdstukken: Van Wabo naar Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging in de bouw (Wkb) Vergunningenstrategie Nalevingsstrategie Toezichtstrategie Sanctiestrategie Gedoogstrategie Samenwerking Uitvoeringsorganisatie Risicoanalyse en prioritering Bijlage Efectisrapport (brandveiligheid) Inleiding Voor u ligt de Bijlagebundel van het VTH-beleidsplan 2023-2027 van de gemeente Tilburg. Hierin vindt u de prioritering, strategie en werkwijze van de gemeente bij de uitvoering van vergunningen, toezicht en handhaving. Met het VTH-beleidsplan geeft de gemeente ook het beleidsmatig kader voor de uitvoering van de handhavingsbevoegdheden die niet zijn verbonden met vergunningen. Het VTH-beleidsplan inclusief de bijlagebundel is duaal geschreven, dat houdt in dat beide documenten te gebruiken zijn zolang de Wabo van toepassing is, maar ook op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt. In deze bijlagebundel zijn de activiteiten op basis van de verplichtingen die voorvloeien uit de Wabo/Omgevingswet (fysieke leefomgeving) beschreven. Ook de activiteiten die we uitvoeren met betrekking tot de APV en bijzondere wetten worden toegelicht. VTH Beleidscyclus en procescriteria De procescriteria voor de gezamenlijke beleidscyclus op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) voor gemeenten, provincies en omgevingsdiensten is voorgeschreven, in het besluit Omgevingsrecht (Bor) paragraaf 7.2 procescriteria. Via de Invoeringswet Omgevingswet is de huidige regelgeving over VTH uit de Wabo opgenomen in paragraaf 18.3.2 van de Omgevingswet. De procescriteria zijn opgenomen in artikel 13 van het Omgevingsbesluit. Het VTH-beleidsplan kent een cyclus van vier jaar. Jaarlijks stelt de gemeente en uitvoeringsprogramma VTH op. Hierover rapporteren de betrokken teams jaarlijks aan het VTH-management en het college B&W door middel van een jaarverslag. Na verloop van deze volledige cyclus van 4 jaar zal een evaluatie van het beleidsplan plaatsvinden. Het beleidsplan is echter een dynamisch document. Er kunnen tussentijdse evaluaties van het beleid plaatsvinden als de rapportages daar aanleiding voor geven. Leeswijzer Het gemeentelijke VTH-beleid bestaat uit twee onderdelen, het VTH-beleid 2023-2027 en de bijlagebundel VTH-beleidsplan 2023-
- Het beleid geeft kort de hoofdlijnen weer van de visie op vergunningverlening, toezicht en handhaving met daarbij de uitgangspunten, doelen en strategieën om daar te komen. In de bijlagebundel zijn de strategieën gedetailleerd uitgewerkt.
- Van Wabo naar Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging in de bouw (Wkb) In dit hoofdstuk staan de algemene wijzigingen beschreven die van toepassing zijn wanneer de Omgevingswet en Wkb in werking treden. De invloed van deze wijzigingen op de vergunningen-, toezichts- en sanctiestrategie zijn verwerkt in de overige hoofdstukken. Omgevingswet De verplichtingen en beoordelingsregels uit de Wet algemene bepalingen bestuursrecht (Wabo) worden bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet ondergebracht in de Omgevingswet. De Omgevingswet kent een verbrede reikwijdte ten opzichte van de Wabo. Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn de belangrijkste verandering voor de VTH-strategieën: In totaal komen 26 wetten (deels) te vervallen en worden deze geïntegreerd in 1 wet (de Omgevingswet), 60 maatregelen van bestuur worden 4 algemene maatregelen van bestuur, 75 regelingen worden 1 omgevingsregeling; Integrale beoordeling veilige en gezonde fysieke leefomgeving en waarborgen van een goede omgevingskwaliteit (middels kaders omgevingsvisie en omgevingsplan); Meer ruimte om bij AMvB geregelde (milieu)onderwerpen in het omgevingsplan aanvullend te reguleren (o.a. maatwerkregels, de bruidsschat); Flexibiliteit door beleidsregels, onderzoekslasten, uitvoerbaarheid en kostenverhaal naar de vergunningsfase te brengen. Voor meer activiteiten geldt een algemene zorgplicht, een algemeen verbod of specifiek zorgplicht. Uitgangspunt onder de Omgevingswet is ‘decentraal, tenzij’, waardoor doorgaans de gemeente bevoegd gezag is ten aanzien van activiteiten, of (voor wateractiviteiten) het waterschap. Slechts in uitzonderingsgevallen is de provincie of het Rijk bevoegd gezag. Bij een meervoudige vergunningaanvraag wijzigt in een aantal gevallen de bevoegd gezag rol van rijkspartijen naar die van advies- en instemmingsorgaan. De dubbele handhavings- en toezichtbevoegdheid met het bevoegd gezag die ontstaat in aangewezen gevallen vraagt om goede samenwerkingsafspraken. De Wabo en de Wet ruimtelijke ordening komen te vervallen en worden geïntegreerd in de Omgevingswet. Dat heeft de volgende gevolgen: De bestemmingsplanprocedure vervalt. Het gebiedsdekkend omgevingsplan wordt geïntroduceerd; De regels in het Omgevingsplan moeten leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, met als doel het vinden van een goede balans tussen ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden en het beschermen van aanwezigen waarden in de leefomgeving; De kruimelregeling komt te vervallen. Hiervoor in de plaats komt de vergunningplichtige buitenplanse omgevingsplanactivitieit; Ruimtelijke beoordeling voor de verschillende gevolgklassen is vergunningvrij, meldingplichtig of vergunningplichtig afhankelijk van de keuzes gemaakt in het omgevingsplan; De activiteiten die in de huidige bestemmingsplannen vergunningplichtig waren, zijn in het kader van het overgangsrecht ook vergunningplichten door middel van een binnenplanse omgevingsplanactiviteit; De vergunning brandveilig gebruik komt te vervallen. Dit worden meldingen op grond van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). In de Omgevingswet worden daarnaast de Wet Natuurbescherming, Wet milieubeheer (niet volledig) en regels met betrekking tot geluid, bodem en grondeigendom geïntegreerd (via de gelijknamige aanvullingswetten) Vanuit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bestaat de algemene zorgplicht voor Natura 2000 gebieden en een vergunningsplicht voor het ontwikkelen van activiteiten in deze gebieden. Hiervoor is een bindend advies nodig van het bevoegd gezag (in dit geval provincie of rijk); Naast de natuur zijn er ook regels voor geluid, grondeigendom en bodem in de Omgevingswet opgenomen; De gemeente kan op sommige locaties zelf geluidsplafonds bepalen (geluid); De gemeente kan herverkavelen in stedelijk gebied en de regels met betrekking tot grondexploitatie voor gebiedsontwikkeling zijn versoepeld (grondeigendom); Daarnaast kan de gemeente eigen regels stellen over de lokale maximale waarden van de bodemkwaliteit (bodem); Het begrip ‘inrichting’ verdwijnt en wordt vervangen door een regulering per milieubelastende activiteit. Wet kwaliteitsborging in de bouw (Wkb) De Wkb brengt een aantal veranderingen met zich mee in de vergunningverlening, het toezicht en de handhaving bij bouwactiviteiten. Met de Omgevingswet treedt de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen gefaseerd in werking. Daarvan zijn de gevolgen voor de gemeente: Een deel van de kleine bouwwerken wordt bouwtechnisch vergunningvrij (gevolgklasse 0); Bij bouwwerken in gevolgklasse 1 is de bouwtechnische beoordeling aan het Bbl de verantwoording van de private markt. Deze beoordeling (toetsing en toezicht) komt voor de gemeente te vervallen. Een beoordeling bouwmelding en borgingsplan, eventueel risico gericht toezicht en beoordeling van het “as built dossier” en vrijgave voor gebruik zijn werkzaamheden die daarvoor terugkomen; Bij bouwwerken in gevolgklasse 2 en 3 blijft de gemeente verantwoordelijk voor de bouwtechnische boordeling aan het Bbl en het toezicht hierop. De gemeente moet nog beleidskeuzes maken met betrekking tot de werkzaamheden die de Wkb betreffen. Deze keuzes zijn onderverdeeld in “voor de bouw”, “tijdens de bouw”, “na de bouw” en “afwijkend proces”. Er wordt een Wkb beleid opgesteld waarin deze keuzes en de invloed op de uitvoering worden beschreven. Dit nieuwe beleid maakt dan deel uit van dit VTH-beleid.
- Vergunningenstrategie Inleiding Dit hoofdstuk beschrijft de vergunningenstrategie. De vergunningenstrategie is opgedeeld in drie onderdelen: werkwijze Wabo werkwijze Omgevingswet strategie voor de APV (openbare orde bevoegdheden) en bijzondere wetten waaruit een vergunningsverplichting voortvloeit. Per onderdeel wordt een algemeen inzicht gegeven in de werkwijze die vergunningverleners hanteren bij het uitvoeren van hun werkzaamheden. Daarna worden de beoordelingscriteria voor het vergunningen gebied (Wabo, Ow, APV en bijzondere wetten) en de bijbehorende vergunningen en meldingen weergegeven. Tot de invoering van de Omgevingswet werken we volgens beschreven in de werkwijze Wabo. De wijzigingen in werkwijze door de invoering van de Omgevingswet staan beschreven onder werkwijze Omgevingswet. Vergunningverlening onder de Wabo Alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving staan verspreid over diverse wetten en regelingen. De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) vormt de grondslag voor het verlenen van Omgevingsvergunningen. Daarnaast moeten activiteiten gemeld worden op basis van regels uit onder ander het Bouwbesluit en het Activiteitenbesluit. Binnenkomst aanvragen De gemeente Tilburg ontvangt vergunningaanvragen en meldingen met betrekking tot de Wabo vanuit het Omgevingsloket Online (OLO). Het VTH-systeem is gekoppeld aan het OLO. Initiatiefnemers kunnen een vergunningcheck uitvoeren en een aanvraag vergunning of een melding indienen via het omgevingsloket online. De gemeente kan in het OLO inloggen als bevoegd gezag en waar nodig via het OLO-advies vragen aan bepaalde ketenpartners. Het OLO biedt beperkt mogelijkheden om vergunningchecks aan te passen aan lokale regelgeving. Voor de volgende werkzaamheden zijn lokale vergunningchecks opgenomen in het omgevingsloket: Alarminstallatie aanleggen Kappen Reclame plaatsen Uitrit aanleggen of veranderen Na het inboeken van de aanvraag in het VTH-systeem vindt de intake en werkverdeling plaats door een coördinator. Bij de intake krijgt de zaak een label. Er zijn drie labels, namelijk een label voor zeer eenvoudige aanvragen en meldingen (I), voor eenvoudige aanvragen (II) en voor de overige grotere en complexere aanvragen (III). Ieder label kent: Een eigen hoofdwerkproces met kengetallen. Een eigen type zaakverantwoordelijke. Eigen servicenormen ten aanzien van doorlooptijd. Zie voor verdere toelichting het bedrijfsvoeringsmodel 3.0 dat op 18 augustus 2018 door het college is vastgesteld. Voortraject Naast een vergunningaanvraag kan ook een adviesverzoek worden aangevraagd. De aanvraag wordt hiermee gedeeltelijk voorbereid. Op de website van de gemeente Tilburg is een formulier beschikbaar waarmee een adviesverzoek ingediend kan worden. Een adviesverzoek bestaat uit een advies van de Omgevingscommissie en/of een toets aan het bestemmingsplan. Als een aanvraag niet past binnen het van toepassing zijnde bestemmingsplan, wordt de aanvraag in een multidisciplinair overleg (keten Stedelijke Ontwikkeling of het bouwplanoverleg) besproken en getoetst aan de volgende aspecten: Belang voor de maatschappij Spoedeisendheid Aard van de afwijking Overlast voor de omgeving Veiligheidsrisico’s Strijdigheid met overige wet- en regelgeving Bij een positieve uitslag wordt geadviseerd hoe aan de aanvraag verder medewerking kan worden verleend. Medewerking kan plaatsvinden door aanpassing van het betreffende bestemmingsplan, het toepassen van een (uitgebreide) afwijkingsprocedure en eventueel aanpassing van andere relevante gemeentelijke (beleids)kaders. Indien situaties regelmatig aan de orde komen stellen we voor die situaties beleidsregels vast. Behandeling aanvraag omgevingsvergunning Procedures Reguliere procedure Uitgangspunt is dat de reguliere procedure van toepassing is. Na het indienen van de volledige aanvraag zijn er 8 weken voor de inhoudelijke behandeling van de aanvraag. De procedure kan met 6 weken worden verlengd tot 14 weken. Wanneer de aanvraag niet compleet is, kan een verzoek om aanvulling worden gedaan, waarbij de termijn van behandeling stil komt te liggen (Algemene wet bestuursrecht) totdat de aanvulling is gedaan. Op het moment dat de wettelijke proceduretermijn is verstreken ontstaat een vergunning van rechtswege. De gemeente mag dan geen besluit meer nemen op de aanvraag. De aanvrager kan meerdere onderdelen in één keer (meervoudige aanvraag) indienen. Als één of meer onderdelen met de uitgebreide voorbereidingsprocedure uit de Awb moet worden voorbereid geldt deze uitgebreide procedure voor de behandeling van de gehele vergunning. Als voor het realiseren van een project door één fysieke handeling 2 vergunningsactiviteiten aangevraagd moeten worden, dan hangen deze handelingen onlosmakelijk samen en moeten gelijktijdig aangevraagd worden. Uitgebreide procedure In de Wabo is bepaald dat in bepaalde gevallen de uitgebreide procedure van 6 maanden van toepassing is. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om het afwijken van het bestemmingsplan als het besluit gemotiveerd wordt met een goede ruimtelijke onderbouwing, bij een vergunning voor brandveilig gebruik, bij een wijziging van een Rijksmonument of voor bepaalde milieuvergunningen. Advies van gemeenteraad aan college Als een aanvraag omgevingsvergunning betrekking heeft op het afwijken van de regels uit het bestemmingsplan en dit kan alleen als sprake is met een goede ruimtelijke onderbouwing dan is de gemeenteraad aangewezen als adviseur. We vragen de gemeenteraad dan om een verklaring van geen bedenkingen. De gemeenteraad heeft op 9 maart 2015 gevallen aangewezen waarbij geen verklaring van geen bedenkingen gevraagd hoeft te worden. Beoordelingscriteria vergunningen In paragraaf 2.3 van de Wabo staat per activiteit op welke aspecten de aanvraag beoordeeld moet worden. Als een aanvraag voldoet aan de beoordelingscriteria wordt de vergunning verleend. Alle aanvragen worden volledig beoordeeld op de geldende regels. Uitzondering hierop is de toets aan het Bouwbesluit. Afhankelijk van het label en het type bouwwerk vindt een betrouwbaarheidstoets, een hoofdlijnentoets, een representatieve toets of een integrale toets plaats. Het toetsniveau is bepaald aan de hand van een risicoanalyse. Zie hoofdstuk 9 voor een specificatie van het toetsniveau. Wabo De Wabo is een kaderwet waarmee bevoegd gezag (bij gemeente meestal het college van B&W) één integraal besluit tot vergunningverlening kan nemen waarbij in een besluit diverse aspecten aan de orde kunnen komen met betrekking tot de fysieke leefomgeving (zoals ruimte, milieu, natuur alsook aspecten met betrekking tot bouwen, monumenten en brandveiligheid). Met deze diverse deelvergunningen beoogt de wetgever diverse belangen te beschermen. Besluit Omgevingsrecht Het besluit Omgevingsrecht (Bor) wijst categorieën van activiteiten aan waarbij een omgevingsvergunning vereist is. Het gaat hierbij om inrichtingen, bepaald gebruik van bouwwerken, milieu-, natura 2000 en flora-en fauna-activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving. Daarnaast wijst het Bor categorieën van gevallen aan waarin geen omgevingsvergunning is vereist. Het gaat hierbij om bepaalde bouw- en planologische activiteiten, veranderingen van inrichtingen, mijnbouwwerken, monumenten of sloopactiviteiten. In het Bor is ook geregeld voor welke categorieën een vergunningen kan worden verleend voor het afwijken van het bestemmingsplan als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid onder a (ook wel kruimelgevallenregeling genoemd). Tenslotte staan in het Bor onder andere regels over het bevoegd gezag, het doen van een aanvraag, voorschriften die aan vergunningen kunnen worden verbonden, het verplicht advies en de verklaring van geen bedenkingen. Regeling Omgevingsrecht In de regeling Omgevingsrecht staan de indieningsvereisten voor een aanvraag omgevingsvergunning genoemd. Ook staat in de regeling Omgevingsrecht welke indieningsvereisten eventueel later ingediend mogen worden. Bouwbesluit 2012 Het Bouwbesluit bevat de bouwtechnische voorschriften waaraan zowel de bestaande bouwwerken alsmede de nieuw te realiseren bouwwerken dienen te voldoen. Tevens wordt in het Bouwbesluit de verplichting tot het indienen van een sloopmelding dan wel een melding brandveilig gebruik geregeld en welke procedure beide meldingen dienen te doorlopen. Wet natuurbescherming Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. In deze wet zijn opgegaan de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en Faunawet en de Boswet. Een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming kan aanhaken bij een ander vergunningsplicht. Bij alle bouwactiviteiten en sloopactiviteiten vragen wij advies aan een ecoloog van de afdeling Ruimte om dit te beoordelen. Wet milieubeheer De Wet milieubeheer (Wm) regelt een groot aantal verschillende aspecten en wordt daarom wel als een raamwet beschouwd. De wet legt in grote lijnen vast welke wettelijke instrumenten er zijn om het milieu te beschermen en welke uitgangspunten daarvoor gelden. De nadere uitwerking op detailniveau wordt geregeld via AmvB’s en ministeriële regelingen. Bestemmingsplannen In de bestemmingsplannen staan regels over de gebruiks- en bouwmogelijkheden van een bepaald gebied. Ook staat in de bestemmingsplannen zogenaamde binnenplanse afwijkingsmogelijkheden. Deze binnenplanse afwijkingsmogelijkheden regelen onder welke voorwaarden afgeweken kan worden van het bestemmingsplan. Lokaal beleid en verordeningen Naast de beoordelingscriteria vanuit de Omgevingswet zijn er ook lokale verordeningen en beleidsregels, waarin beoordelingscriteria kunnen zijn opgenomen voor de aanvraag Omgevingsvergunning. Belangrijke beleidsstukken en verordeningen zijn: Welstandnota Bomenverordening Monumentenverordening Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Tilburg Parkeerbeleid Huisvestingsverordening Beleidsregels planologische kruimelgevallen Bibob-beleid Beleid intrekken Wabo Bouw Richtlijn bouw- en sloopveiligheid Bekendmaking en publicatie Zodra het besluit over de aanvraag omgevingsvergunning genomen is wordt dit bekend gemaakt aan de aanvrager door het versturen van het besluit. De besluiten worden digitaal gepubliceerd in het gemeenteblad. Omwonenden en andere belanghebbenden kunnen via de website www.overheid.nl een abonnement nemen om geïnformeerd te worden over nieuwe publicaties die aan bepaalde zoektermen voldoen. Activiteiten omgevingsvergunning onder de Wabo Een omgevingsvergunning kan uit één of meerder activiteiten bestaan. In artikel 2.1 en 2.2 van de Wabo staat beschreven voor welke activiteiten een omgevingsvergunning noodzakelijk is. Deze paragraaf licht de verschillende activiteiten uit omgevingsvergunningen toe. Het bouwen van een bouwwerk Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het bouwen van een bouwwerk dan kan de vergunning worden verleend als wordt voldaan aan de regels van: Het Bouwbesluit De gemeentelijke Bouwverordening Het bestemmingsplan De redelijke eisen van welstand De wet aanvullende regels veiligheid wegtunnels (indien sprake is van een tunnel) Vergunningvrije bouwwerken zijn omschreven het Besluit Omgevingsrecht. Op grond van het Bouwbesluit kan in plaats van een in een algemene regel voorgeschreven maatregel toestemming worden verleend om in plaats daarvan een gelijkwaardige maatregel te treffen. Met de gelijkwaardige maatregel moet ten minste hetzelfde resultaat worden bereikt als met de voorgeschreven maatregel is beoogd. De gemeente Tilburg beoordeelt gelijkwaardige oplossing in eerste instantie zelf. Waar nodig vragen we advies aan een (extern) adviseur. Het uitvoeren van een werk (geen bouwwerk zijnde) of werkzaamheden In de bestemmingsplannen is bepaald dat voor het uitvoeren van bepaalde werken of werkzaamheden een omgevingsvergunning nodig is. Het gaat hierbij bijvoorbeeld over het graven in de grond als er sprake is van een archeologische verwachtingswaarde of wanneer het graven in de buurt van te beschermen bomen plaatsvindt. Het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan In het bestemmingsplan is bepaald welke gebruik is toegestaan op een locatie. Afwijken dit gebruik is mogelijk als op grond van artikel 2.12 van de Wabo. In het bestemmingsplan kunnen regels opgenomen zijn over wanneer afwijken is toegestaan. Dit is een zogenaamde binnenplanse afwijking. In het Besluit Omgevingsrecht staan gevallen aangewezen waarbij afwijken mogelijk is, dit zijn de zogenaamde kruimelgevallen. In deze gevallen toetsten wij de aanvraag aan het kruimelgevallenbeleid. In overige gevallen kan afgeweken worden als het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat. We noemen dit een grote buitenplanse afwijking. Brandveilig gebruik In het Bouwbesluit zijn categorieën aangewezen waarvoor een vergunning voor het brandveilig gebruiken van een gebouw verplicht is. De vergunningplicht is afhankelijk van de gebruiksfunctie en het aantal personen dat gelijktijdig aanwezig kan zijn. Voor deze activiteit geldt altijd de uitgebreide procedure. Het oprichten, veranderen of in werking hebben van een inrichting of mijnbouwwerk Het gaat hierbij om inrichtingen die activiteiten uitvoeren die nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) is adviseur van de gemeente voor deze activiteiten. Het slopen, verstoren of verplaatsen van een gemeentelijk monument Gemeentelijke monumenten zijn monumenten die door de gemeente zijn aangewezen. Deze activiteit kan worden verleend als het belang van de monumentenzorg zich daar niet tegen verzet. De Omgevingscommissie van de gemeente Tilburg adviseert hierover. Het slopen, verstoren of verplaatsen van een Rijksmonument Rijksmonumenten zijn monumenten en archeologische monumenten die volgens de Erfgoedwet in het rijksmonumentenregister staan ingeschreven. Deze activiteit kan worden verleend als het belang van de monumentenzorg zich daar niet tegen verzet. De Omgevingscommissie van de gemeente Tilburg adviseert hierover. In bepaalde gevallen is ook advies nodig van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE). Slopen in een beschermd stadsgezicht Een gebouw dat in een beschermd stadsgezicht ligt mag op basis van regels uit het bestemmingsplan niet zonder vergunning gesloopt worden. Deze vergunning wordt geweigerd als niet aannemelijk is dat op de plaats van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd. Een houtopstand vellen In de bomenverordening is opgenomen wanneer een omgevingsvergunning voor het kappen van een boom noodzakelijk is. De medewerker bomen van de afdeling Ruimte toetst de aanvraag aan de bomenverordening. Op basis van de dit advies wordt de aanvraag behandeld. Handelsreclame voeren In de algemene plaatselijke verordening (APV) zijn regels opgenomen wanneer een omgevingsvergunning voor het voeren van handelsreclame nodig is. Bij de beoordeling van de aanvraag wordt advies gevraagd aan de Omgevingscommissie van de gemeente Tilburg. Overige werkzaamheden in het kader van vergunningverlening De volgende werkzaamheden zijn overige werkzaamheden die mogelijk zijn in het kader van vergunningverlening. Indien zij in grote mate voorkomen dan kunnen zij van invloed zijn op de capaciteit. Verlengen tijdelijke omgevingsvergunning bouwactiviteit Wijzigen omgevingsvergunning Wijzigen voorschriften omgevingsvergunning Intrekken omgevingsvergunning Maatwerkbesluit Zienswijzen, Bezwaar en beroep Adviesverzoek ander bevoegd gezag Voor het intrekken van vergunningen voor bouwactiviteiten zijn in 2015 beleidsregels opgesteld. Het doel van dit beleid is om te voorkomen dat plannen lange tijd na het onherroepelijk worden van de vergunning nog uitgevoerd kunnen worden. Tussen het moment van vergunningverlening en de uitvoering van het bouwwerk kunnen inzichten, wettelijke regels of beleid namelijk veranderd zijn. De bouwcontroleurs van de afdeling Veiligheid en Wijken maken een zaak aan voor het cluster vergunningen als de bouwwerkzaamheden niet binnen de termijnen uit de beleidsregels zijn gestart. Vervolgens start een zaakverantwoordelijke van het cluster vergunningen de intrekkingsprocedure. Bij een uitgebreide procedure wordt het behandelen van zienswijzen samen met de afdeling Juridische zaken uitgevoerd. Als zienswijzen worden ingediend dan organiseren we een zienswijzegesprek waarin de zienswijzen mondeling toegelicht kunnen worden. Uitzondering hierop zijn aanvragen die gecoördineerd behandeld worden met een herziening van het bestemmingsplan. Bij activiteiten waarvoor de provincie of het rijk bevoegd gezag is, zal het college van B&W om advies gevraagd worden over activiteiten waarvan zij ‘oorspronkelijk’ bevoegd gezag zouden zijn geweest. Deze adviesverzoeken komen binnen in de VTH-applicatie en worden naar de relevante collega gestuurd. Behandeling meldingen De grondslag voor meldingen is te vinden in het Bouwbesluit en het Activiteitenbesluit. Anders dan bij vergunningaanvragen vindt bij de meldingen alleen een beoordeling op volledigheid plaats. Wanneer de melding niet volledig is, wordt deze niet beschouwd als melding. De gemeente informeert hierover de melder. Hieronder zijn een aantal belangrijk meldingsplichten toegelicht. Melding milieu In het activiteitenbesluit is bepaald wanneer een inrichting een activiteit moet melden. Een melding kan ingediend worden via de Activiteitenbesluit Internet Module (AIM). De Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) is adviseur van de gemeente voor deze meldingen. Melding sloop Met betrekking tot meldingsplichtige sloopwerkzaamheden uit het Bouwbesluit is het verplicht om minimaal 4 weken (bij uitzondering 1 week) voor het begin van de sloopwerkzaamheden de sloopactiviteit te melden bij het bevoegd gezag. Vervolgens moet uiterlijk 2 werkdagen voor aanvang en 1 dag na afronding van de feitelijke sloopwerkzaamheden het bevoegd gezag daarover geïnformeerd worden. De melding sloop met asbest wordt afgehandeld door de gemeente Tilburg. Waar nodig vragen wij advies aan de OMWB over het asbestinventarisatierapport, Het toezicht op sloopwerkzaamheden met asbest is bij de OMWB belegd. Melding brandveilig gebruik Voor bepaalde gebouwen geldt geen vergunningplicht voor het brandveilig gebruik, maar een meldingsplicht. Op grond van het Bouwbesluit moet de gebruiksmelding 4 weken voor het begin van het gebruik worden gedaan. Er moeten een aantal gegevens en bescheiden worden ingediend. Met de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant (VRMWB) zijn afspraken gemaakt over welke meldingen voor advies worden voorgelegd aan de brandweer. Zo zet de gemeente Tilburg bijvoorbeeld de melding Brandveilig gebruik kamerverhuur niet naar de VRMWB door. Als de gemeenteadvies nodig heeft, is de afspraak dat dit aan de VRMWB wordt gevraagd. Vergunningverlening onder de Omgevingswet Als de Wabo wordt vervangen door de Omgevingswet komen de vergunningplichten voor de fysieke leefomgeving voort uit Hoofdstuk 5 van de Omgevingswet. In totaal zijn er 14 verschillende type activiteiten waarvoor een omgevingsvergunning verplicht is. De wet gaat uit het van het subsidiariteitsbeginsel (decentraal, tenzij). Dit betekent dat de taken en bevoegdheden in principe worden uitgevoerd door gemeenten. Daarbij staan gemeenten dus aan de basis voor de algemene zorg voor de fysieke leefomgeving. In deze paragraaf worden de werkzaamheden beschreven die veranderen door de invoering Omgevingswet. Binnenkomst Vergunningaanvragen en meldingen met betrekking tot de Omgevingswet worden ontvangen vanuit het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Het VTH-systeem wordt bij de invoering van de Omgevingswet gekoppeld aan het DSO. Via de samenwerkingsmodule kan worden samengewerkt met andere overheden bij aanvragen voor omgevingsvergunningen. We maken regionale afspraken over deze samenwerkingsruimte in het DSO. Initiatiefnemers kunnen verschillende soorten verzoeken indienen via het DSO. Er zijn verschillende soorten verzoeken vastgesteld in het DSO: aanvraag vergunning melding informatie informatie ongewoon voorval aanvraag maatwerkvoorschrift melding gelijkwaardige maatregel aanvraag toestemming gelijkwaardige maatregel Voor zover niet wettelijk voorgeschreven kunnen vragenbomen en aanvraagformulieren door de gemeente zelf worden gemaakt middels toepasbare regels in het DSO. Zo is het mogelijk om de suggestie van het vooroverleg/omgevingsoverleg eerder in het proces onder de aandacht te brengen zodat vaker voor deze optie wordt gekozen. Na het inboeken van de aanvraag in het VTH-systeem vindt de intake en werkverdeling plaats door een coördinator. Tijdens deze beleidsperiode stellen we een nieuw bedrijfsvoeringsmodel op waarin we de kengetallen, zaakverantwoordelijkheid en servicenormen opnieuw vaststellen. Voortraject Naast een vergunningaanvraag kan ook een vooroverleg en omgevingsoverleg worden aangevraagd. De aanvraag wordt hiermee voorbereid. We stimuleren het voortraject met name via de legesverordening. De leges die een aanvrager verschuldigd is voor het voortraject worden in mindering gebracht op de leges voor het behandelen van de vergunningaanvraag. Daarnaast formuleren we helder welke processtappen genomen worden in het voortraject, wat we van de aanvrager verwachten en wat het eindresultaat is van elke fase uit het voortraject. Een binnengekomen aanvraag die niet past in het omgevingsplan, wordt beoordeeld of het wenselijk is hieraan mee te werken. Dit wordt besproken binnen het multidisciplinair overleg (Keten Stedelijke Ontwikkeling of het Bouwplanoverleg). De vormen van voortraject zoals die onder de Wabo bestaan, blijven bestaan. Het blijft dus mogelijk om alleen een advies omtrent welstand of het omgevingsplan te vragen. De vraag of een grootschalig initiatief wenselijk is blijft lopen via de keten stedelijke ontwikkeling. Bij een klein initiatief wordt de wenselijkheid en, waar nodig, haalbaarheid beoordeeld bij het bouwplanoverleg. Daarnaast richten we een proces in om de haalbaarheid van een grotere initiatieven te onderzoeken. In dit proces worden omgevingstafels georganiseerd waar met interne en externe adviseurs het plan beoordeeld wordt. Het eindresultaat van dit proces is dat het plan klaar is om een omgevingsvergunning aan te vragen. De aanvraag omgevingsvergunning kan dan binnen de wettelijke termijn van 8 weken behandeld worden. Behandeling aanvraag omgevingsvergunning Procedures Reguliere procedure De reguliere procedure verandert niet onder de Omgevingswet. Een belangrijk verschil is dat na het verstrijken van de wettelijke termijn geen vergunning van rechtswege ontstaat. Indien de gemeente geen besluit neemt kan de aanvrager de gemeente in gebreke stellen. De aanvrager kan meerdere activiteiten in één keer (meervoudige aanvraag) indienen, maar is niet verplicht de benodigde activiteiten voor een project gelijktijdig aan te vragen. Het verplicht gelijktijdig aanvragen van onlosmakelijke activiteiten vervalt onder de Omgevingswet. In principe is dan voor alle aanvragen de standaardprocedure van 8 weken van toepassing (tenzij in de gevallen hieronder genoemd). Uitgebreide procedure In sommige gevallen kan een uitgebreide procedure van 6 maanden van toepassing zijn. Hiervoor zijn drie mogelijke redenen: Er zijn een aantal gevallen waarvoor altijd de uitgebreide procedure van toepassing is (zoals activiteiten waarvoor een MER verplicht is, bij een rijksmonumentenactiviteit of bij een Natura 2000-activiteit). De gevallen daarvoor zijn opgenomen in artikel 10.24 van het Omgevingsbesluit; De colleges van B&W kunnen een uitgebreide procedure van toepassing verklaren bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit als daarvoor gegronde redenen zijn (art. 16.65 Ow, lid 4). In dit artikel wordt toegelicht dat het bevoegd gezag dit kan bepalen als: het gaat om een activiteit die aanzienlijke gevolgen heeft of kan hebben voor de fysieke leefomgeving; en waartegen naar verwachting verschillende belanghebbenden bedenkingen zullen hebben. Het college stelt in dat geval, voorafgaand aan het nemen van het besluit, de aanvrager in de gelegenheid zijn zienswijze daarover naar voren te brengen. De aanvrager kan zelf verzoeken of instemmen met de uitgebreide procedure. Verplichte participatie De gemeenteraad kan gevallen van activiteiten aanwijzen waarin participatie van en overleg met derden verplicht is voordat een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit kan worden ingediend. Hierover wordt een besluit genomen door de gemeenteraad. Advies van gemeenteraad aan college De gemeenteraad is adviseur voor een aanvraag om een omgevingsvergunning voor zover de aanvraag betrekking heeft op de (door de gemeenteraad) aangewezen gevallen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, waarvoor het college van burgemeester en wethouders bevoegd gezag is. Op 14 december 2020 heeft de gemeenteraad besloten de categorieën gevallen waarin een verklaring van geen bedenkingen noodzakelijk is (raadsbesluit van 9 maart 2015) zonder wijziging om te zetten naar het instrument advies zonder instemming. In overige gevallen dan aangewezen in dit Raadsbesluit is wel advies van de raad nodig. Dit is een bindend advies aan het college. Een aanvraag omgevingsvergunnning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit waarbij advies van de raad nodig is moet ook binnen een proceduretermijn van 8 weken beoordeeld worden. De proceduretermijn kan met 6 weken verlengd worden. De procedure om advies aan de raad te vragen heeft over het algemeen een langere doorlooptijd. Door dit proces aan het einde van het voortraject (zie paragraaf 2.1.2) op te starten (zodra zicht is op het indienen van een aanvraag) wordt de behandeling van een aanvraag omgevingsvergunning binnen de wettelijke termijn mogelijk. We gaan er wel van uit dat het verlengen van de besluitdatum met 6 weken noodzakelijk is. Beoordelingscriteria Omgevingswet vergunningen AMvB’s Hieronder staan de belangrijkste beoordelingskaders van de Omgevingswet voor het verlenen van vergunningen. Het betreft de volgende Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB’s): Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) Besluit kwaliteiten leefomgeving (Bkl) Daarnaast zijn de Omgevingsregeling, het invoeringsbesluit met daarin de bruidsschat, het gemeentelijke omgevingsplan (tijdelijk of nieuwe stijl) en de lokale verordeningen en beleid in het kader van de fysieke leefomgeving toegelicht, welke van belang zijn in het vergunningverlening proces. In deze bronnen zijn de beoordelingscriteria per vergunning te vinden. Toepassingsbereik Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) bevat samen met het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), de algemene regels waaraan burgers en bedrijven zich moeten houden als ze bepaalde activiteiten uitvoeren in de fysieke leefomgeving. Het besluit kwaliteit leefomgeving is meer gericht op de regels waar de overheid zich aan dient te houden om een veilige en gezonde leefomgeving te kunnen garanderen. Het Omgevingsbesluit bevat regels voor alle partijen die actief zijn in de fysieke leefomgeving. Dus burgers, bedrijven en overheid. Het gaat om regels over het bevoegd gezag voor vergunningen, over procedures, handhaving en uitvoering. Het Omgevingsbesluit bevat dus geen beoordelingscriteria voor vergunningverlening. De 4 AMvB's van de Omgevingswet. In de onderstaande paragrafen wordt de uitwerking van de AMvB's met betrekking tot de vergunningverlening toegelicht. Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) Met de invoering van de Omgevingswet is het Bouwbesluit 2012 vervallen en zijn de technische bouwvoorschriften opgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving, kortweg het Bbl. Het Bbl bevat regels over veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en bruikbaarheid bij het (ver)bouwen van een bouwwerk, de staat van het bouwwerk, het gebruik van het bouwwerk en het uitvoeren van bouw- en sloopwerkzaamheden. Daarnaast bevat het Bbl ook regels over asbestverwijdering en mobiel puinbreken. In het Bbl staat aangegeven of voor de bouwactiviteit een vergunningplicht of meldingsplicht noodzakelijk is of dat deze vergunningvrij is. De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen is onderdeel van het Bbl. Hiermee wordt dit deel van de bouwtechnische beoordeling ondergebracht bij private kwaliteitsborgers. De regels in het Bbl zijn in hoofdstukken geclusterd rondom een bepaalde activiteit die te maken heeft met het bouwwerk. De hoofdstukken geven eisen betreffende: algemene bepalingen; bestaande bouw; nieuwbouw; verbouw, verplaatsing en functiewijziging; gebruik; en bouw- en sloopwerkzaamheden. Binnen deze hoofdstukken zijn de onderwerpen veiligheid, gezondheid, duurzaamheid, bruikbaarheid, toegankelijkheid en bouwwerkinstallaties, voor zover van toepassing, terug te vinden. Zodra de Omgevingswet en de WKB in werking treden vervalt de bouwtechnische toets van veel kleine bouwwerken. Enerzijds omdat de bouwactiviteit onder een vergunningvrije categorie valt, anderzijds omdat de bouwtechnische toets door een private kwaliteitsborger uitgevoerd zal worden. De bouwwerken die door de gemeente preventief getoetst worden aan het Bouwbesluit zijn over het algemeen grotere of bijzondere bouwwerken (bijvoorbeeld monumenten). Voor de toetsing van aanvragen met een bouwactiviteit hanteren we dezelfde toetsniveau’s als zijn weergegeven in tabellen in hoofdstuk
- Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) Met de invoering van de Omgevingswet is het activiteitenbesluit vervallen en zijn de milieuvoorschriften opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving, kortweg het Bal. Deze AMvB bevat algemene rijksregels voor milieubelastende activiteiten in de leefomgeving. Naast de inhoudelijke algemene regels voor milieubelastende activiteiten, lozingsactiviteiten, wateronttrekkingsactiviteiten, mijnbouwactiviteiten, beperkingengebied activiteiten, het gelegenheid bieden tot zwemmen en baden, en activiteiten die cultureel erfgoed betreffen, zijn bijzondere aandachtspunten: de reikwijdte van de rijksregels, de specifieke zorgplichten, de inzet op maat van doel- en middelvoorschriften en de inzet van maatwerk en gelijkwaardigheid als instrumenten voor flexibiliteit. Vergunningsplichten waarvoor de gemeente bevoegd gezag is en die voorvloeien uit het Bal zijn onderverdeeld in de volgende categorieën. Activiteiten die bedrijfstakken overstijgen Complexe bedrijven Dienstverlening, onderwijs en zorg Transport, logistiek en ondersteuning daarvan Nutssector en industrie Afvalbeheer Agrarische sector Sport en recreatie Defensie en mijnbouw De Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) is adviseur voor de milieubelastende activiteiten (MBA's). Voor de invoering van de Omgevingswet wil de gemeente Tilburg alle aanvragen voor Omgevingsvergunning die alleen uit MBA's bestaan en alle meldingen voor MBA's mandateren aan de OMWB. Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan regels voor het Rijk en voor decentrale overheden. De regels gaan over omgevingswaarden, instructieregels, beoordelingsregels en monitoring. In het Bkl staan omgevingswaarden. Die zorgen voor een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Ook helpen ze bij het zorgen voor een goede omgevingskwaliteit. De omgevingswaarden volgen vooral uit Europese of andere internationale verplichtingen. Instructieregels gaan over het uitvoeren van taken en het gebruiken van instrumenten. Decentrale overheden moeten deze instructieregels van het Rijk volgen. Per instrument is er een hoofdstuk met instructieregels, zoals voor het instrument omgevingsplan. Die instructieregels gaan dan onder meer over normen en regels voor externe veiligheid, geluid en geur van activiteiten en erfgoed. In het Bkl zit een hoofdstuk met beoordelingsregels voor omgevingsvergunningen. Het gaat om activiteiten waarvoor het Rijk een vergunningplicht heeft geregeld, zoals voor omgevingsplanactiviteiten, bouwactiviteiten, milieubelastende activiteiten en rijksmonumenten activiteiten. De beoordelingsregels geven aan wanneer het bevoegd gezag de vergunning kan verlenen of weigeren. Bij het beoordelen van een aanvraag moet het bevoegd gezag deze beoordelingsregels dan ook volgen. De beoordelingsregels staan geordend per activiteit. Invoeringsbesluit/Bruidsschat Het Invoeringsbesluit zorgt voor het overgangsrecht en voor het intrekken of wijzigen van andere besluiten. Het overgangsrecht regelt de overgang van de oude regelgeving naar het nieuwe stelsel van de Omgevingswet, bijvoorbeeld wat de status is van besluiten onder het oude recht. Ook regelt het overgangsrecht hoe procedures die onder het oude recht zijn gestart, worden afgehandeld onder de Omgevingswet. Een bijzonder onderdeel van het overgangsrecht is de bruidsschat. Dit is een set regels die het Rijk over heeft gedragen naar decentrale overheden bij inwerkingtreding van de Omgevingswet. Deze regels zijn onderdeel van het tijdelijke omgevingsplan (omgevingsplan van rechtswege). De gemeente kan deze regels op elk moment aanpassen of schrappen. Wanneer het omgevingsplan (nieuwe stijl) formeel is vastgesteld komt de bruidsschat te vervallen. De gemeente heeft in principe tot 2029 om een omgevingsplan op te stellen en alle keuzes met betrekking tot de bruidsschat te maken. Bij het omzetten van het tijdelijk deel van het omgevingsplan naar het definitieve omgevingsplan worden de bruidsschatregels beoordeeld. Dit maakt onderdeel uit van het project Roadmap Omgevingsplan
- Specifiek met betrekking tot vergunningen en ontheffingen uit de oude regelgeving is er overgangsrecht. Als een vergunning voor een activiteit onder het nieuwe systeem verplicht blijft, wordt dit een binnenplanse omgevingsplanactiviteit op grond van de Omgevingswet. Als er geen vergunningplicht meer is, worden de oude vergunningvoorschriften maatwerkvoorschriften. Het overgangsrecht geldt zowel voor vergunningplichten uit rijksregelgeving als uit decentrale regelgeving. Het overgangsrecht voor vergunningen staat in artikel 4.13 en 4.14 van de Invoeringswet. Omgevingsplan In het tijdelijke omgevingsplan zijn onder andere de bestaande bestemmingsplannen, beheers verordeningen en wijzigings- en uitwerkingsplannen opgenomen (voor een volledig overzicht zie artikel 4.6, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet). De gemeente heeft na inwerkingtreding van de wet tot 2029 de tijd om één gebiedsdekkend omgevingsplan vast te stellen (zie Figuur 4). De gemeente bepaalt deels zelf welke algemene regels, informatie- melding- of vergunningsplichten zij opneemt in het omgevingsplan (OP). De gemeente Tilburg gaat in eerste instantie beleidsneutraal over. Wanneer regels in het OP worden aangepast of geschrapt in afwijking van de huidige situatie, heeft dit uiteraard een effect op de VTH-taken. Het Invoeringsbesluit regelt welke regels er van rijk aan gemeente worden overgedragen. Verder bepaalt de gemeente zelf welke (onderdelen van) verordeningen met betrekking tot de fysieke leefomgeving worden meegenomen in het omgevingsplan. Opbouw van het Omgevingsplan Omgevingsregeling In de Omgevingsregeling staat welke informatie een aanvrager van een omgevingsvergunning moet aanleveren bij zijn aanvraag. Dit zijn de aanvraagvereisten. Het hoofdstuk met aanvraagvereisten bestaat uit een algemeen deel dat geldt voor iedere aanvraag en een specifiek deel met specifieke regels per activiteit. Voorbeelden van aanvraagvereisten zijn: de locatie waar de activiteit plaatsvindt; de hoeveelheid te lozen koelwater van een stookinstallatie; een beschrijving van het soort gas in een opslagtank. In de Omgevingsregeling zit een praktische uitwerking van een aantal regels uit Bal en het Bbl, bijvoorbeeld met betrekking tot emissies van dierenverblijven of duurzaamheid van gebouwen. Ook staan in de Omgevingsregeling meet- en rekenmethoden. Voor gemeenten betreft het de methoden die moeten worden gebruikt om besluiten te motiveren met betrekking tot het omgevingsplan, vergunningaanvragen en projectbesluiten. Bijvoorbeeld of een aanvraag voor omgevingsvergunning aan de luchtkwaliteitsnorm voldoet. Ook voor de aanvrager van vergunningen zijn methoden genoemd voor activiteiten die decentraal (via het omgevingsplan) worden gereguleerd. Bijvoorbeeld hoe men kan bepalen of men aan een geurnorm uit het omgevingsplan voldoet. Participatie In de omgevingsregeling is opgenomen dat participatie een motiveringsverplichting is bij een aanvraag omgevingsvergunning. Bij een aanvraag omgevingsvergunning moet aangegeven zijn of, en zo ja op welke wijze, invulling is gegeven aan participatie. Participatie kan inzicht in de belangen van omwonenden en belanghebbenden geven en kan daarmee als onderdeel van de benodigde informatie worden beschouwd door de gemeente. Participatie is in de meeste gevallen echter niet verplicht voor de aanvrager. De gemeenteraad wijst voor het in werking treden van de Omgevingswet gevallen aan waarvoor participatie verplicht is. Daarnaast moet goed beargumenteerd worden waarom er meer dan de aanvraagvereisten uit de omgevingsregeling nodig zijn, bijvoorbeeld wanneer ambtshalve de uitgebreide procedure van toepassing wordt verklaard omdat de belangen niet goed in beeld zijn. De gemeente Tilburg heeft de Richtlijn Omgevingsdialoog bij ruimtelijke plannen opgesteld. Deze richtlijn geeft informatie over de communicatie en de verschillende manieren van het houden van een omgevingsdialoog die bij diverse ruimtelijke ontwikkelingen wenselijk is. Hoe de initiatiefnemer van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling hieraan invulling geeft is afhankelijk van de grootte en/of gevoeligheid van het project in de omgeving. Voordat de Omgevingswet in werking treedt wordt deze richtlijn herzien. Lokaal beleid en verordeningen Naast de beoordelingscriteria vanuit de Omgevingswet blijven de lokale verordeningen en beleidsregels van kracht totdat deze opgenomen worden in het Omgevingsplan nieuwe stijl. Bekendmaking en publicatie Zodra het besluit over de aanvraag omgevingsvergunning genomen is wordt dit bekend gemaakt aan de aanvrager door het versturen van het besluit. De besluiten worden digitaal gepubliceerd in het gemeenteblad. Omwonenden en andere belanghebbenden kunnen via de website www.overheid.nl een abonnement nemen om geïnformeerd te worden over nieuwe publicaties die aan bepaalde zoektermen voldoen. Activiteiten omgevingsvergunningen Met de invoering van de Omgevingswet (via artikel 5.1) is de activiteit bouwen gescheiden in een technisch en een ruimtelijk deel. Dat levert twee activiteiten op waarvoor een omgevingsvergunning aangevraagd moet worden; de omgevingsplanactiviteit en de bouwactiviteit. Deze paragraaf licht de verschillende activiteiten uit omgevingsvergunningen toe. Omgevingsvergunning voor de (technische) bouwactiviteit Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in paragraaf 2.3.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving en of het bouwwerk behoort tot gevolgklasse 2 of 3 dan wordt de bouwtechniek van het bouwwerk, op basis van het Bbl, beoordeelt door de gemeente. Vergunningvrij bouwwerken zijn omschreven in het Bbl. Omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit Het ruimtelijke bouwen en in stand houden en gebruiken van een bouwwerk is in het omgevingsplan geregeld. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om de locatie van het bouwwerk, de bebouwingsoppervlakte of het uiterlijk. De volgende paragrafen gaan in op de verschillende omgevingsplanactiviteiten. Binnenplanse en buitenplanse omgevingsplanactiviteiten Er wordt een onderscheid gemaakt tussen binnenplanse en buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Binnenplanse omgevingsplanactiviteiten zijn die activiteiten die passen binnen de beoordelingsregels van het omgevingsplan en waarvoor in het omgevingsplan een vergunningplicht is opgenomen. Buitenplanse omgevingsplanactiviteiten wijken hier (op onderdelen) vanaf. Voor dit type is het dan nodig om een vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit aan te vragen. Vergunningen voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit betreft aanvragen die niet passen binnen het omgevingsplan (van rechtswege of nieuwe stijl). Ook voor deze aanvragen geldt in principe de standaardprocedure van 8 weken. In sommige gevallen kan de uitgebreide procedure van toepassing worden verklaard. Verleende vergunningen moeten binnen 5 jaar in het omgevingsplan verwerkt zijn, tenzij het om een tijdelijke vergunning gaat. De alternatieve route voor het meewerken aan een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is het wijzigen van het omgevingsplan. Omgevingsplanactiviteit voor het bouwen van een bouwwerk Een beoordeling van een aanvraag omgevingsplanactiviteit die bestaat uit bouwen ziet toe op de planologische aspecten van een bouwwerk, ofwel de beoordeling aan het omgevingsplan. Vergunningvrije omgevingsplanactiviteiten met betrekking tot het bouwen van een bouwwerk zijn omschreven in de bruidsschat (artikel 22.26). De gemeente bepaalt (deels) zelf in welke mate ze ook de omgevingsplanactiviteiten die bestaan uit bouwen vergunningsvrij, melding plichtig of vergunning plichtig maakt. Omgevingsplanactiviteit voor het slopen van een bouwwerk De sloopactiviteit heeft vaak een relatie met andere activiteiten: Een sloopactiviteit gaat in veel gevallen samen met een bouwactiviteit; Is het bouwwerk dat wordt gesloopt een rijksmonument? Dan gelden voor het slopen de regels voor de rijksmonumentenactiviteit; De gemeente kan in het omgevingsplan extra regels stellen. Bijvoorbeeld ter bescherming van een stads- of dorpsgezicht of om te voorkomen dat open ruimten in bebouwing ontstaan. Omgevingsplanactiviteit voor monumenten, beschermd stads-of dorpsgezichten, overig cultureel erfgoed en werelderfgoed Bij de beoordeling van aanvragen voor een omgevingsvergunning voor het in ieder opzichte wijzigen van monumenten en beschermde stads- en dorpsgezichten wordt beoordeeld of er geen onomkeerbare schade wordt toegebracht aan gemeentelijk cultuurhistorisch erfgoed. De gemeente Tilburg gebruikt hierbij de Monumentenverordening als beoordelingskader. Daarnaast bevat de bruidsschat aanvraagvereisten met betrekking tot het ontsieren, slopen of veranderen van monumenten. Het betreft gemeentelijke, archeologische en provincie beschermde monumenten of beschermde stads-en dorpsgezichten. Overige omgevingsplanactiviteiten (bruidsschat) De bruidsschat bevat aanvraagvereisten en beoordelingsregels met betrekking tot onder andere de volgende vergunning plichtige activiteiten. Deze kunnen gekoppeld zijn aan lokale verordeningen en regelingen. Omgevingsplanactiviteit: Uitvoeren van werken of werkzaamheden Omgevingsplanactiviteit: Beperkingengebied leidingen Omgevingsplanactiviteit: Gebruiken van locaties of bouwwerken in strijd met bestemmingsplan Omgevingsplanactiviteit: Slopen van een bouwwerk Omgevingsplanactiviteit: Gemeentelijk monument slopen, verstoren, verplaatsen of in enig opzicht wijziging of herstellen, gebruiken of laten gebruiken op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht Omgevingsplanactiviteit: Plaatsen van voorwerpen op/aan de weg Omgevingsplanactiviteit: Aanleggen of veranderen weg Omgevingsplanactiviteit: Slopen van een bouwwerk in een gemeentelijk stads- en dorpsgezicht Omgevingsplanactiviteit: Uitweg/uitrit Omgevingsplanactiviteit: Alarminstallatie Omgevingsplanactiviteit: Kappen van bomen of vellen van houtopstanden Omgevingsplanactiviteit: Reclame Omgevingsplanactiviteit: Opslaan roerende zaken Rijksmonumentenactiviteit Een rijksmonumentenactiviteit is een aanvulling op de omgevingsplanactiviteit voor monumenten en betreft een activiteit ‘inhoudende het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een rijksmonument of een voorbeschermd rijksmonument of het herstellen of gebruiken daarvan waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht’. Rijksmonumenten zijn monumenten en archeologische monumenten die volgens de Erfgoedwet in het rijksmonumentenregister staan ingeschreven. De regels over de rijksmonumentenactiviteit en over cultureel erfgoed staan in de Omgevingswet, het Omgevingsbesluit (Ob), het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), de Omgevingsregeling, het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet en het omgevingsplan van rechtswege (via de bruidsschat). Voorbeschermde rijksmonumenten zijn monumenten of archeologische monumenten die nog niet in het rijksmonumentenregister staan ingeschreven. Maar waarvoor de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) het ontwerpbesluit tot aanwijzing als rijksmonument al naar de eigenaar heeft gestuurd. Het Bal bevat de specifieke zorgplicht (artikel 13.7) om beschadiging en vernieling aan een rijksmonument te voorkomen. Een bouwactiviteit die van invloed is of een rijksmonument betreft is in dat geval ook een rijksmonumentenactiviteit. De rijksmonumentenactiviteit is vergunningplichtig op grond van de Omgevingswet. De gemeentelijke adviescommissie heeft de taak om te adviseren over de aanvragen om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit, met betrekking tot een monument. Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is adviseur met instemming bij een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een archeologisch monument. Milieubelastende activiteiten Een milieubelastende activiteit is een activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken, bijvoorbeeld bij het uitbaten van een SEVESO of IPPC-installatie maar ook voor de opslag van mest, grond, baggerspecie of koolstofdioxide in de bodem, lozing van afvalwater op oppervlaktewater, geluid of de opslag van gevaarlijke stoffen. Hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) wijst de milieubelastende activiteiten aan waarvoor algemene regels gelden en in welke gevallen en daarnaast een vergunningplicht geldt. In totaal gaat het om zo’n 100 verschillende gevallen. Ook bevat de bruidsschat een aantal vergunningplichtige milieubelastende activiteiten die vanzelf landen in het tijdelijke omgevingsplan. Het gaat onder andere om de volgende activiteiten: verwerken polyesterhars; installeren gesloten bodemenergiesysteem; het kweken maden van vliegende insecten; opslaan propaan of propeen; tanken met LPG; antihagelkanonnen; biologische agens; genetisch gemodificeerde organismen; opslaan dierlijke meststoffen; lozen in de bodem (vangnetvergunning); lozen in schoonwaterriool (vangnetvergunning). Er is een regionale werkgroep opgezet om keuzes te maken hoe onder de Omgevingswet gemeentes omgaan met deze milieubelastende activiteiten. Maatwerkvoorschriften Het Bal en Bbl bieden mogelijkheid tot maatwerkvoorschriften. Er zijn twee typen maatwerkvoorschriften: gekoppeld aan vergunning, dan betreft een maatwerkvoorschrift een vergunningvoorschrift; een separaat maatwerkbesluit (los van een vergunning). Met een maatwerkvoorschrift kan de gemeente afwijken van algemene regels. De gemeente kan met maatwerkvoorschriften bijvoorbeeld: algemene regels nader invullen of aanvullen eisen opstellen die strenger of minder streng zijn dan de algemene regels afwijken van een verbod in algemene regels Het bevoegd gezag kan een maatwerkvoorschrift bijvoorbeeld gebruiken voor onvoorziene situatie, bijzondere gevallen, lokale omstandigheden of het bereiken van ambities voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Het maatwerkvoorschrift kan ambtshalve worden opgesteld of op verzoek. Er zijn algemene uitgangspunten (paragraaf 4.3.2 Omgevingswet) die zaken als veiligheid en het beschermen van de gezondheid in het kader van maatwerkvoorschriften waarborgen. Verder zijn er ook meer specifieke uitgangspunten, zoals toegankelijkheid van bouwwerken voor mensen met een functiebeperking en het toepassen van de beste beschikbare technieken. Maatwerkvoorschriften zijn niet onbeperkt mogelijk. Beoordelingsregels voor vergunningen en de eisen aan vergunningvoorschriften gelden vaak ook voor maatwerkvoorschriften. Mogelijkheden zijn aangeduid in het Bal en Bbl. Gelijkwaardige maatregel Op grond van artikel 4.7, eerste lid, van de Omgevingswet kan in plaats van een in een algemene regel voorgeschreven maatregel (zoals een technische bouw eis in het Bbl) toestemming worden verleend om in plaats daarvan een gelijkwaardige maatregel te treffen. We bedoelen hier met regels waaruit een vergunningplicht voortvloeit. Met de gelijkwaardige maatregel moet ten minste hetzelfde resultaat worden bereikt als met de voorgeschreven maatregel is beoogd. Maatregelen op het gebied van omgevingsveiligheid hebben als doel om mensen in gebouwen te beschermen tegen de effecten van een van buiten komende brand of explosie. Een voorbeeld is een opvanggeul voor uitstromende brandbare vloeistoffen die soms gelijkwaardig of beter beschermen dan een brandwerende gevel (welke de technische eis betreft). De gemeente Tilburg beoordeelt gelijkwaardige oplossing in eerste instantie zelf. Waar nodig vragen we advies aan een (extern) adviseur. Overige werkzaamheden in het kader van vergunningverlening De volgende werkzaamheden zijn overige werkzaamheden die mogelijk zijn in het kader van vergunningverlening. Indien zij in grote mate voorkomen dan kunnen zij van invloed zijn op de capaciteit. Verlengen tijdelijke omgevingsvergunning bouwactiviteit Wijzigen omgevingsvergunning Wijzigen voorschriften omgevingsvergunning Intrekken omgevingsvergunning Niet genoemd besluit op aanvraag Zienswijzen, bezwaar en beroep Adviesverzoek ander bevoegd gezag Voor het intrekken van vergunningen voor bouwactiviteiten zijn in 2015 beleidsregels opgesteld. Deze beleidsregels worden in deze beleidsperiode aangepast zodat ze aansluiten bij de Omgevingswet. Adviesverzoek ander bevoegd gezag bij magneetactiviteiten Bij meervoudige aanvragen kan sprake zijn van magneetactiviteiten. Deze activiteiten hebben als het ware een magnetische werking en zijn bepalend voor welke bestuursorgaan bevoegd gezag is. Het gaat om de situatie waarbij één van die activiteiten niet bij de gemeente kan worden neergelegd. De andere activiteiten in de vergunningaanvraag gaan dan mee dat het andere bevoegde gezag (de provincie of het Rijk). Bij activiteiten waarvoor de provincie of het rijk bevoegd gezag is, zal het college van B&W om advies gevraagd worden over activiteiten waarvan zij ‘oorspronkelijk’ bevoegd gezag zouden zijn geweest. Deze adviesverzoeken komen binnen in de VTH-applicatie en worden naar relevante college gestuurd. Bij meervoudige aanvragen wordt het college van B&W dus om advies (art. 4.20 lid 1 Omgevingsbesluit) gevraagd. Het college krijgt hiervoor een voorgenomen beslissing toegestuurd en moet daarover binnen 4 weken een advies geven. In bepaalde gevallen is advies met instemming van het college van B&W noodzakelijk (artikel 4.20 lid 2). Het gaat om sommige buitenplanse omgevingsplanactiviteiten en milieubelastende activiteiten. Als de buitenplanse omgevingsplanactiviteit valt binnen een categorie die is aangewezen door de raad is ook advies van de raad noodzakelijk. Bij enkelvoudige aanvragen geldt voorgaande niet, omdat dan het bevoegd gezag (gemeente) beslist op de enkelvoudige aanvraag. Dat sluit afstemming en samenwerking met andere bestuursorganen natuurlijk niet uit. Behandeling meldingen De grondslag voor meldingen van voormalige vergunningplichten is te vinden in het Bal en Bbl. Anders dan bij vergunningaanvragen vindt bij de meldingen alleen een beoordeling op volledigheid plaats. Wanneer de melding niet volledig is, wordt deze niet beschouwd als melding. De gemeente informeert hierover de melder. Hieronder zijn een aantal belangrijk meldingsplichten toegelicht. Melding milieu In hoofdstuk 4 van het Bal staat per milieubelastende activiteit of er een meldingsplicht geldt. Iedere melding bestaat in ieder geval uit een aantal algemene gegevens. Dat regelt artikel 2.17 van het Bal. Gegevens die de melder altijd moet aanleveren zijn: de aanduiding van de activiteit, bedoeld in hoofdstuk 4; de naam en het adres van degene die de activiteit, bedoeld in hoofdstuk 3, verricht; het adres waarop de activiteit, bedoeld in hoofdstuk 3, wordt verricht; de dagtekening. Melding sloop Met betrekking tot meldingsplichtige sloopwerkzaamheden uit het Bbl is het verplicht om minimaal 4 weken (bij uitzondering 1 week) voor het begin van de sloopwerkzaamheden de sloopactiviteit te melden bij het bevoegd gezag (artikel 7.10 van het Bbl). Vervolgens moet uiterlijk 2 werkdagen voor aanvang en 1 dag na afronding van de feitelijke sloopwerkzaamheden het bevoegd gezag daarover geïnformeerd worden (artikel 7.12 van het Bbl). De melding sloop met asbest wordt net als normale sloop afgehandeld door de gemeente Tilburg. Het toezicht op sloopwerkzaamheden met asbest is bij de OMWB belegd. Tijdens de sloopwerkzaamheden moet volgens artikel 7.13 van het Bbl de volgende informatie aanwezig zijn: de sloopmelding en bijbehorende informatie; gegevens over hoe de veiligheid en gezondheid in de directe omgeving wordt geborgd; indien van toepassing maatwerkvoorschriften, het besluit tot oplegging van een last onder bestuursdwang of last onder dwangsom en het asbestinventarisatierapport of de eindbeoordeling asbestverwijdering; en andere voor het slopen van belang zijnde informatie zoals bijvoorbeeld de inzet van een mobiele puinbreker (op grond van afdeling 7.2 van het Bbl staat hier ook een meldingsplicht op). Melding brandveilig gebruik Onder de Omgevingswet is de omgevingsvergunning brandveilig gebruik vervallen, maar geldt voor bepaalde gebouwen nog wel een meldingsplicht. In artikel 6.6 Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) is een tabel opgenomen waarin per gebruiksfunctie is aangegeven vanaf welk aantal mogelijk aanwezige personen sprake is van een meldingsplicht voor brandveilig gebruik van het bouwwerk. Op grond van artikel 6.7 Bbl moet de gebruiksmelding 4 weken voor het begin van het gebruik worden gedaan. Er moeten een aantal gegevens en bescheiden worden ingediend. Deze zijn genoemd in artikel 6.8 va het Bbl. Met de VRMWB zijn afspraken gemaakt over welke meldingen voor advies worden voorgelegd aan de brandweer. Zo zet de gemeente Tilburg bijvoorbeeld de melding Brandveilig gebruik kamerverhuur niet naar de VRMWB door. Als de gemeente advies nodig heeft, is de afspraak dat dit aan de VRMWB wordt gevraagd. Vergunningverlening APV en Bijzondere Wetten Binnenkomst Aanvragen voor toestemmingen op basis van de APV, Alcoholwet en de Huisvestingsverordening komen binnen via webformulieren op de website van de gemeente Tilburg. Deze aanvragen worden ingeboekt in het VTH-systeem en vervolgens vindt de intake en werkverdeling plaats. In 2023 wordt een nieuwe VTH-systeem in gebruik genomen. Door technische redenen kunnen de webformulieren dan niet meer gebruikt worden. Hiervoor wordt een nieuw softwarepakket in gebruik genomen. Met dit pakket kunnen vergunningchecks en aanvraagformulieren beschikbaar gesteld worden. Dit pakket biedt ook de mogelijkheden om de digitale dienstverlening te verbeteren. De aanvragen voor een evenement worden bij binnenkomst gelabeld. Aan de hand van de risicoscan Evenementenveiligheid krijgen de aanvragen het label A, B of C. Voortraject Bij een B- en C-aanvraag vindt altijd een vooroverleg plaats voordat de aanvraag wordt ingediend. Dit incidenteel bij een A-evenement. Een aanvraag voor een evenement kan gecombineerd gaan met bijvoorbeeld een tapontheffing, kansspelvergunning, parkeerontheffing, tijdelijke verkeersmaatregel, ontheffing Zondagswet, ontheffing geluid, tijdelijk afwijking omgevingsplan, ontbrandingstoestemming vuurwerk (melding bij provincie), helikopterlanding (TUG-ontheffing van provincie) en Bibob-toets. Een B- en C-evenement wordt eerst als initiatief behandelend in de commissie Evenementen om hiermee geplaatst te kunnen worden op de Evenementenkalender. Dit is een proces van de afdeling Economie & Arbeidsmarkt en daarom niet in dit uitvoeringsprogramma opgenomen. Wel wordt de capaciteit voor Vergunningen weergegeven die met deze taak belast is. Hetzelfde geldt voor de evaluatie van B- en C-evenementen (en incidenteel A-evenementen). Ook dit proces is de verantwoordelijkheid van de afdeling Economie & Arbeidsmarkt. De Evenementenkalender wordt in voorgaande jaar vastgesteld. Daarop staan alle aangemelde B- en C-evenementen. Bij initiatieven waarbij een alcoholwetvergunningen en samenhangende exploitatievergunningen of een terrasvergunning nodig zijn krijgt een aanvrager desgewenst uitleg over de procedures en in te dienen stukken. Voor overige aanvragen (bijvoorbeeld op basis van de APV en de Huisvestingsverordening) is geen vooroverleg proces ingericht. Vragen die daarover binnenkomen worden binnen de reguliere klantcontactsystemen behandeld. Behandeling Aanvragen voor vergunning of ontheffing op basis van de APV, Alcoholwet en de Huisvestingsverordening worden behandeld conform de procedures zoals beschreven in de Algemene Wet Bestuursrecht (AWB). Bij een melding geldt dat de melding alleen beoordeeld wordt op volledigheid. Bij alle aanvragen waarbij het gebruik van de gronden moet passen in het bestemmingsplan vindt een toets aan het bestemmingsplan plaats. APV Vergunnings- en meldplichten rondom het gebruik van de weg, anders dan voor terrassen, en het opslaan van roerende goederen worden door de afdeling Ruimtelijke Uitvoering behandeld. In deze beleidsperiode zullen deze toestemmingen overgedragen worden naar het cluster vergunningen van de afdeling Dienstverlening. Evenementen Indien de ingediende vergunningaanvraag een B of C-evenement betreft die niet op de evenementenkalender staat, kan de burgemeester de aanvraag buiten behandeling stellen. In de APV is opgenomen dat voor het organiseren van kleine evenementen, zoals een buurt-barbecue en/of straatfeest een meldingsplicht geldt. Deze melding wordt getoetst aan de hiervoor geldende algemene voorwaarden. Een klein evenement valt onder het begrip evenement, maar onder voorwaarden is er geen vergunning vereist. Hiervoor is gekozen in het kader van de vermindering van administratieve lasten. Bij de beoordeling van de evenementenvergunning of -melding wordt ook beoordeeld of een gebruiksmelding in het kader van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen (Bgbop) nodig is. Een melding Bgbop is niet nodig als een evenementenvergunning is vereist en in het kader daarvan de benodigde gegevens (indieningsvereisten als bedoeld in artikel 2.3 Bgbop) moeten worden aangeleverd. Een vergunningaanvraag kan door de burgemeester buiten behandeling worden gesteld als de aanvraag minder dan 12 weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is. Op basis van artikel 35 van de Alcoholwet kan bij een evenement een tapontheffing worden gevraagd. Deze tapontheffing wordt vaak meegenomen bij de behandeling van een evenementenvergunning. Alcoholwet Op basis van de Alcoholwet hebben horeca- en slijtersbedrijven, maar ook paracommerciële rechtspersonen (zoals sportkantines en buurt- en dorpshuizen), een vergunning van de burgemeester nodig voor het verstrekken van alcoholhoudende drank. De Alcoholwet bepaalt welke stukken bij de vergunningaanvraag ingediend moeten worden en geeft het wettelijke toetsingskader aan. Elke aanvraag wordt volledig getoetst en zo nodig worden er voorschriften aan de vergunning verbonden. Vanuit het wettelijke toetsingskader is er een beoordeling van het levensgedrag. Bij relevante antecedenten van (toekomstige) leidinggevenden van het horecabedrijf of het slijtersbedrijf vindt altijd afstemming met de politie plaats. In de Alcoholwet staat in artikel 4 dat bij verordening regels kunnen worden gesteld t.a.v. paracommerciële rechtspersonen. In artikel 6 staat dat op de voorbereiding van een beslissing tot verlening van een vergunning aan een paracommerciële rechtspersoon de uitgebreide procedure van toepassing is als bedoeld in Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Verder staan er nog inhoudelijke beoordelingsregels in artikel 8, lid 6 en artikel 9, regels over aanvraagformulieren in artikel 26 en strafrechtelijke bepalingen in artikel
- In de APV van de gemeente Tilburg zijn regels over paracommercie opgenomen, vooral om daarmee oneerlijke concurrentie tegen te gaan. Deze regels hebben betrekking op schenktijden, bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de betreffende rechtspersoon betrokken zijn. Voor het afwijken van de schenktijden zijn meldingen vereist. Naast een Alcoholwetvergunning is voor horeca- en slijtersbedrijven ook een exploitatievergunning op grond van de APV verplicht. Deze vergunning geldt ook voor een publiek toegankelijk ruimte waar al dan niet bedrijfsmatig, eetwaren of alcoholvrije dranken voor gebruik ter plaatse worden verstrekt. Beoordelingskader hiervoor is of de woon- of leefsituatie in de omgeving van de horecagelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. Daarnaast kent de gemeente Tilburg een terrasvergunning in de APV (artikel 13 Voorwerpen of stoffen op, aan, in of boven de weg). Wet Bibob Op basis van de Wet bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur (hierna: Wet Bibob) wordt beoordeeld of er redenen aanwezig zijn om de aanvraag te weigeren of daaraan voorschriften te verbinden dan wel een advies als bedoeld in artikel 9 van de Wet Bibob bij het Landelijk Bureau Bibob aan te vragen. In het BIBOB-beleid gemeente Tilburg staat aangegeven in welke gevallen de Wet Bibob wordt toegepast. De eerste controle wordt uitgevoerd door medewerkers bijzondere wetten. Op basis van de uitkomst van deze controle wordt bepaald of uitgebreidere controle nodig is door een Bibob-coördinator van de afdeling Veiligheid en Wijken. Beoordelingscriteria De volgende wetten en (gemeentelijke) regelingen zijn van toepassing op de beoordeling van de vergunningen in het kader van de APV en Bijzondere Wetten. APV De APV gemeente Tilburg bevat bepalingen die dienen ter bescherming van zaken als de openbare orde, de veiligheid en het milieu. In de APV kunnen mogelijkheden worden gecreëerd tot het verlenen van vergunningen en ontheffingen van verboden. De keuze tussen vergunning en ontheffing wordt in het algemeen bepaald door de aard van de activiteiten. Zijn die onder bepaalde voorwaarden aanvaardbaar (of zelfs gewenst), dan ligt een vergunningenstelsel voor de hand. Gaat het in de regel om ongewenst gedrag, dat onder bepaalde omstandigheden bij wijze van uitzondering aanvaardbaar is, dan valt te denken aan een systeem van ontheffingen. Daarbij zal het vaak gaan om het inperken van de gevolgen van de activiteit. In een APV kunnen ook bepalingen worden opgenomen die ten dienste staan van mobiliteitsmanagement. Voor bepaalde vergunningsplichtige activiteiten is specifiek beleid opgesteld. Voor het plaatsen van terrassen zijn de Terrasregels Tilburg 2018 vastgesteld. Daarnaast is het mogelijk om een tijdelijk terras aan te vragen tijdens de Tilburgse kermis. Een aanvraag voor een exploitatievergunning wordt altijd getoetst aan het bestemmingsplan (na invoering van de Omgevingswet, het omgevingsplan). Daarnaast maken wij gebruik van het volgende beleid: Beleidsregels exploitatievergunning shisha gemeente Tilburg (10 februari 2020) Horecabeleid Samen Gastvrij 2017 Beleidsnota prostitutie en seksbranche Gemeente Tilburg 2019 Het horecabeleid wordt op dit moment vernieuwd. Zodra het nieuwe beleid in werking treedt toetsen we hieraan. Het beleid over prostitutie en de seksbranche wordt in 2023 vernieuwd. Vergunningen op grond van de APV Tilburg: Artikel 11 Openbare manifestaties: Melding evenement - manifestatie Artikel 13 Voorwerpen of stoffen op, aan, in of boven de weg. Terrasvergunning Terrasvergunning - kermis Artikel 26 Evenementen Evenementenvergunning Kennisgeving evenement Artikel 38 Exploitatievergunning Exploitatievergunning – horeca inrichting Artikel 45b Exploitatievergunning Smart & Headshops Exploitatievergunning – Smart & Headshops Artikel 45bb Exploitatievergunning waterpijpcafé/shishalounge Exploitatievergunning - waterpijpcafé Artikel 51 APV speelautomaten Vergunning – Aanwezigheid speelautomaten Artikel 92 ter beschikking stellen consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen Vuurwerkverkoopvergunning/afleververgunning Artikel 97 Seksinrichting en dergelijke Exploitatievergunning – seksinrichting Artikel 114a Omgevingsvergunning reclame op of aan onroerende zaken. Omgevingsvergunning – activiteit reclame Artikel 126 Inzameling van geld of goed Collectevergunning Artikel 134 verbod op vuur stoken Stookmelding Evenementen Zowel bij plaatsing op de kalender als op het moment dat een aanvraag evenementenvergunning is ingediend wordt getoetst aan het Evenementenbeleid ‘Prettig geregeld’ en aan het Locatie gebonden evenementenbeleid (LEB). In de LEB is voornamelijk opgenomen hoeveel evenement dagen er op een locatie zijn, welke geluidsnormen op die locatie gelden en welke eindtijden van toepassing zijn. Bij een evenement wordt een duurzaamheidstoets uitgevoerd op basis van gegevens die door de aanvrager aangeleverd worden. Alcoholwet Vanaf 1 juli 2021 is de Drank- en Horecawet overgegaan in de Alcoholwet. In deze wet staan (vergunning)regels met betrekking tot bedrijven en werkzaamheden waarin of in het kader waarvan alcoholhoudende drank worden verstrekt. Op basis van de Alcoholwet kennen we de volgende vergunningen en meldingen: Alcoholwetvergunning Tapontheffing (Ontheffing schenken van zwak alcoholhoudende dranken). Wet op de Kansspelen In de Wet op de Kansspelen staan regels omtrent vergunningen met betrekking tot kansspelen, zoals loterijen, gokken en casino’s. Winkeltijdenwet Wanneer winkels open mogen of dicht moeten zijn, is geregeld in de Winkeltijdenwet. Het uitgangspunt van de Winkeltijdenwet is dat de winkels op zon- en feestdagen en voor 6.00 uur en na 22.00 uur gesloten zijn. Maar gemeenten kunnen zelf bepalen of (en in hoeverre) zij vrijstelling of ontheffing verlenen van deze verboden. De gemeente heeft in de Winkeltijdenverordening Tilburg 2017 nadere regels gesteld t.a.v. deze bepalingen. Ontheffing winkeltijden Aanvraag incidentele ontheffing buiten winkeltijden: Op maandag t/m zaterdag, de werkdagen, is openstelling van winkels toegestaan tussen 06.00 en 22.00 uur. Gemeenten mogen gedurende deze uren geen beperkingen opleggen aan de openstelling van winkels. Gedurende de nachturen van 22.00 tot 06.00 uur is winkelopening op werkdagen niet toegestaan. Gemeenten kunnen evenwel vrijstellingen en ontheffingen van deze verplichte winkelsluiting verlenen. Op 24 december, 4 mei en op Goede Vrijdag gaat dit nachtregime in om 19.00 uur. Op zon- en feestdagen is winkelopening niet toegestaan. De gemeente kan hiervan vrijstelling verlenen door dit te regelen in een verordening. Als feestdagen worden hierbij aangemerkt Nieuwjaarsdag, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede Pinksterdag en eerste en tweede Kerstdag. Huisvestingswet De Huisvestingswet biedt de mogelijkheid om in een huisvestingsverordening regels vast te leggen over de toewijzing van huurwoningen en over het bepalen van de urgentievolgorde voor woningzoekenden. De gemeente Tilburg heeft de Huisvestingsverordening Tilburg 2022 vastgesteld. Daarnaast kunnen wijzigingen in de woningvoorraad vergunningplichtig worden gesteld. Bijvoorbeeld bij het onttrekken of samenvoegen van woonruimte, het overgaan tot kamergewijze verhuur, het splitsen van woonruimte en het opkopen van woningen voor verhuur. Het stellen van regels op basis van de Huisvestingswet is schaarste op (delen van) de woningmarkt het uitgangspunt. Vergunningen en meldingen m.b.t. de huisvestingswet Vergunning onttrekken woonruimte het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het onttrekken van woonruimte aan de bestemming tot bewoning als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder a, van de Huisvestingswet 2014 Vergunning omzetten zelfstandige in onzelfstandige woonruimte het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het omzetten van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder c, van de Huisvestingswet 2014 Melding Splitsingsvergunning het in behandeling nemen van een aanvraag om een splitsingsvergunning als bedoeld in artikel 22 van de Huisvestingswet 2014 Huisvestingsvergunning het in behandeling nemen van een aanvraag om huisvestingsvergunning: een huisvestingsvergunning als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014 indeling in een urgentiecategorie als bedoeld in artikel 13, tweede lid, van de Huisvestingswet 2014 Vergunning opkoopbescherming Het in gebruik geven van een binnen de opkoopbescherming aangewezen woonruimte zonder vergunning of ontheffing als bedoeld in artikel 12 lid van de Huisvestingswet. Leegstandswet De Leegstandswet is bedoeld om onwenselijke leegstand van woningen en gebouwen tegen te gaan. De gemeente Tilburg heeft op basis van deze wet de Leegstandsverordening Tilburg 2012 vastgesteld. De wet maakt het mogelijk om gebouwen (scholen/kantoren) en te verkopen en/of te slopen woning tijdelijk te verhuren al woonruimte. Op grond van artikel 15 van de Leegstandwet kan je aan het college van burgermeester & wethouders (B&W) van de gemeente waarin de woning staat een ontheffingsvergunning vragen (leegstandsvergunning). In deze wet zijn regels opgenomen ten aanzien van die vergunning. Staanplaatsverordening De Staanplaatsenverordening 1997 is bedoeld om regels en criteria te stellen voor het verlenen van een vergunning voor een staanplaats. Er is een externe partij die de markten verder organiseert. In het Instellingenbesluit staan locaties aangewezen waar de markten plaatsvinden en in overeenstemming met de externe stichting is geregeld dat zij de markten organiseren. Hiervoor is een bruikleenovereenkomst gesloten. In de staanplaatsverordening is geregeld op welke locaties (buiten de markten) staanplaatsen mogelijk zijn en onder welke voorwaarden. Bij een aanvraag om een staanplaatsenvergunning vindt ook altijd een bestemmingsplantoets plaats. Wet op de kansspelen Op basis van de wet op de kansspelen kan een vergunning gevraagd worden voor het houden van een loterij of bingo of voor het plaatsen van een kansspelautomaat. Deze aanvragen worden getoetst aan de regels uit de Wet op de kansspelen. Verkeersontheffing De aanvraag voor een verkeersontheffing wordt beoordeeld aan de hand van de beleidsregels Verkeersontheffingen 2018 (d.d. 1 november 2018) met bijbehorende bijlagen. Verordening kwaliteitskeurmerk Straattaxi’s Tilburg 2019 Een aanvraag voor een taxivergunning op basis van de Verordening kwaliteitskeurmerk Straattaxi’s Tilburg 2019 controleren we op volledigheid. Een aanvraag wordt voor 5 jaar toegekend als de aanvraag voldoet aan de indieningsvereisten. Milieuzoneontheffing In Tilburg is een milieuzone ingesteld. Aanvragen voor een ontheffing worden beoordeeld op basis van het onheffingenbeleid milieuzones. Er zijn 4 type ontheffingen: Milieuzone ontheffing Milieuzone dagontheffing Milieuzone ontheffing hardheidsclausule Milieuzone ontheffing langere levertijd
- Nalevingsstrategie Inleiding De gemeente is verplicht om een toezicht- en sanctiestrategie te hebben. Daarnaast verplicht de wet ook om te beschrijven wat de gedoogstrategie van de gemeente is en hoe zij omgaat met overtredingen door de eigen organisatie of door andere overheden. Het geheel van deze strategieën tezamen vormt de nalevingsstrategie. In de komende hoofdstukken worden de verschillende strategieën beschreven, waarbij de kanttekening moet worden gemaakt dat deze niet los van elkaar kunnen worden gezien en in de praktijk elkaar vaak overlappen. In de toezichtstrategie, hoofdstuk 4, wordt eerst ingegaan op de activiteiten m.b.t. de Wabo, daarna de activiteiten met betrekking tot de Omgevingswet. Tot slot wordt de toezichtstrategie m.b.t. APV en Bijzondere wetten beschreven. Vervolgens wordt in hoofdstuk 5 de sanctiestrategie beschreven. De genoemde landelijke handhavingsstrategie in onderstaande figuur, is uitgewerkt in bijlage 2 en 3 van deze bundel. Tot slot beschrijft hoofdstuk 6 de gedoogstrategie. Landelijke handhavingsstrategie Preventie Preventie is erop gericht het naleven van wetten en regels door burgers en bedrijven te bevorderen, op die terreinen waar de risico’s het grootst zijn of waar de burger de meeste hinder ondervindt. Door een betere naleving van regels zal ook de toezichtdruk afnemen. Er is de komende jaren blijvende aandacht voor preventie. Waar mogelijk zetten we in op preventieve acties om een overtreding te voorkomen.
- Toezichtstrategie Inleiding In dit hoofdstuk wordt de toezichtstrategie toegelicht. Eerst wordt ingegaan op de algemene werkwijze van toezicht. Daarna volgt het toezicht onder de Wabo en het toezicht onder de Omgevingswet. Vervolgens toezicht op de APV en Bijzondere Wetten en tot slot het toezicht op basis van meldingen. Algemene werkwijze van toezicht Onze toezichthouders en BOA’s zijn de ‘oren en ogen’ in de wijken. Zij zijn begripvol waar het kan en handhaven waar nodig, we handhaven met “charme”. Toezichtvormen De verschillende toezichtvormen worden hieronder toegelicht. Toezicht op vergunningen Wanneer er een vergunning is afgegeven kan er toezicht plaatsvinden door middel van een oplevercontrole. Tijdens die controle worden de (specifieke) voorwaarden die in de vergunning staan gecontroleerd. Toezicht tijdens de gebruiksfase Tijdens de gebruiksfase kan er een structurele controle plaatsvinden door middel van een periodieke controle. Dan wordt er tijdens de gebruiksfase bekeken of er op dat moment wordt voldaan aan de voorwaarden in de eerder afgegeven vergunning. Tijdens deze controle wordt vaak breed gecontroleerd door de toezichthouder, dat houdt in dat er ook wordt gekeken naar andere thema’s beschreven in dit VTH-beleid. Toezicht openbaar gebied De Boa’s zijn zichtbaar aanwezig in het openbaar gebied. Het zijn de ‘oren en ogen’ van de gemeente Tilburg en het aanspreekpunt voor burgers. Tijdens deze buitendiensten wordt er preventief toezicht gehouden. Dit richt zich op overlast gevende situaties die de leefbaarheid en veiligheid in de stad en de dorpen hinderen. Gebiedsgericht toezicht. We kennen de volgende vormen van gebiedsgerichte aanpak: Handhavingsweek Dit zijn intensieve en integrale actiedagen in een (woon)wijk gepland in samenwerking met interne en externe partners. Woonwagencentra Tijdens deze controles wordt bij een woonwagencentra gekeken naar veranderingen in bouwwerken ten opzichte van de laatste controle en wordt opgetreden tegen eventueel illegale bouw. Ook wordt er gekeken naar illegaal grond gebruik, dit wordt aangepakt in samenwerking met RUV, Wijken en Vastgoed. Biketeam Dit is een kleinschalig team bestaande uit gemeente en politie dat laagdrempelig controles uitvoert en vooral RO en ondermijningsgericht is. Garageboxen Integrale (onaangekondigde) controle bij garageboxen, gericht op het gebruik. Reactief toezicht op basis van meldingen en eigen waarneming Het afhandelen van overlast meldingen is een essentieel onderdeel van de werkzaamheden van de Toezichthouders. In Paragraaf 6 is de meldingen strategie van gemeente Tilburg beschreven. Een toezichthouder heeft naast het houden van toezicht op zijn of haar eigen beleidsterrein ook een signalerende functie. Zo kunnen toezichthouders ook de ogen en oren zijn voor andere specialismen en kunnen zij indien noodzakelijk een signaal afgeven als er een overtreding wordt geconstateerd dat buiten hun eigen specialisme valt. Cameratoezicht Cameratoezicht is een instrument dat in een mix aan maatregelen bijdraagt aan vergroting van de veiligheid. Het speelt een belangrijke rol bij de overlast- en criminaliteitsbestrijding. De extra ‘ogen’ in de stad vergroten de efficiëntie en effectiviteit van het optreden van politie en boa’s op straat en dragen bij aan preventie van openbare-ordeproblemen en strafbare feiten. Toezicht op jeugd Er zijn jeugdtoezichthouders. Zij richten zich op het aanpakken van onveiligheid en criminaliteit veroorzaakt door jeugd en jeugdgroepen in de openbare ruimte. Dat betekent zoveel mogelijk voorkomen, door te weten wat er speelt en contact maken met jeugd in de wijken, en repressief optreden waar dat nodig is. Zij werken actief samen met collega's en ketenpartners in de wijk en via de jongerentafels. Via die weg kunnen zij signalen opschalen en komt een integrale aanpak op gang. Toezicht op basis van wet politiegegevens (Wpg) De buitengewoon opsporing ambtenaar (Boa) is bevoegd om een strafrechtelijke controle uit te voeren. Zij worden ingezet met betrekking tot strafbare feiten in domein
- Zij kunnen een constatering doen op basis van een aantal wetsartikelen. Ze geven jongeren tussen de 12 en 18 jaar, die zich schuldig hebben gemaakt aan een strafbaar feit, de keuze tussen een geldboete of een doorverwijzing naar Halt. Voorbereiding van toezicht De gemeente Tilburg draagt zorg voor de kwaliteit van de uitvoering van toezicht. Er wordt voor gezorgd dat de controles door toezichthouders op een uniforme wijze worden uitgevoerd. Dit is onder andere mogelijk door een goede voorbereiding. Voordat een toezichtcontrole wordt uitgevoerd, worden de relevante informatie beoordeeld. Als toezicht plaatsvindt naar aanleiding van een vergunning zijn deze zaken samengevoegd in de VTH-applicatie. De volledigheidstoets op de stukken is in dat geval al gedaan door vergunningverlening. Uitgezonderd hiervan zijn de documenten die nog aangeleverd moeten worden tijdens het proces. Als het een andere toezichtzaak betreft, maakt de toezichthouder een dossier aan in de VTH-applicatie. Alle relevante documenten worden verzameld en vervolgens worden de stukken beoordeeld op volledigheid. De vergunningsvoorwaarden, indien van toepassing, worden doorgenomen. Indien gewenst vindt vooroverleg plaats met collega’s binnen het team, de afdeling of met teams van andere afdelingen. Prioritair werken Het is niet wenselijk en niet mogelijk om alle regels voor 100% te handhaven. Er moeten keuzes worden gemaakt. De wet verplicht om voor bepaalde taken inzicht te geven in de prioriteitstelling met betrekking tot de uitvoering van activiteiten. Wij hebben vrijwel alle activiteiten uit de toezicht en handhaving keten geprioriteerd. Om te komen tot een prioritering is een risicoanalyse uitgevoerd. De risicoanalyse en de daaraan verbonden prioritering zijn terug te vinden in hoofdstuk
- Voor brandveiligheid is een externe partij ingeschakeld om een prioritering op te stellen, deze is terug te vinden in hoofdstuk
- De prioriteit van de activiteit bepaalt de wijze waarop het toezicht wordt uitgevoerd. Zo wordt er bij toezichttaken met een hoge prioriteit en dus een hoger risico, anders gecontroleerd dan bij taken met een lagere prioriteit. Niet alle werkzaamheden zijn te plannen, voorbeelden hiervan zijn meldingen en calamiteiten. Beide hebben we niet in de prioritering meegenomen. Bij calamiteiten komen we altijd meteen in actie. Meldingen verwerken we conform de meldingenstrategie (zie paragraaf 6 toezicht op basis van meldingen en eigen waarneming). De prioritering ten aanzien van structureel toezicht (gepland) is beschreven in de onderstaande tabel. Reactief toezicht (ongepland) vindt plaats op basis van meldingen en eigen waarneming. Prioriteit = Hoog Prioriteit = Midden Prioriteit = Laag Structureel toezicht Toezicht door geplande oplever-, periodieke controles. Toezicht door geplande projectmatige of steekproefcontroles. Geen gepland toezicht, alleen toezicht op het moment dat hier aanleiding voor is. Tabel 1 Prioritering voor structureel toezicht Als er vanuit bestuurlijke wensen of calamiteiten bepaalde thema’s, objecten en/of gebieden een hoge prioriteit krijgen en projectmatig opgepakt gaan worden, wordt dit uitgewerkt in het jaarverslag en het uitvoeringsprogramma. In het jaarverslag wordt opgenomen met welke (onvoorziene) ontwikkelingen het VTH-domein te maken heeft gekregen en in het uitvoeringsprogramma worden de werkwijze en de beschikbare middelen voor dit toezicht opgenomen. Rapportage Zaakrapportage Om de uitvoering te kunnen monitoren moeten zaken geregistreerd worden. De doorlopen stappen, de genomen beslissingen en verdere relevante documenten worden daarom door de toezichthouders verifieerbaar en transparant opgeslagen in de VTH-applicaties. De volgende gegevens worden geregistreerd: Uitgevoerde (her)controles Geconstateerde overtredingen Opgelegde bestuurlijke sancties Processen verbaal Verzoeken tot handhaving Klachten of meldingen over mogelijke overtredingen waar actie op is genomen Communicatie rapportage Het controlerapport wordt niet actief gedeeld met betrokkenen en wordt alleen openbaar gemaakt op verzoek van belanghebbenden of in het kader van juridische procedures. Persoonlijke gegevens van derden en/of toezichthouders kunnen daarbij geanonimiseerd worden. Beleidscyclus De gegevens in de zaakrapportage leveren informatie over het effect van de handelingen die de gemeente uitvoert op het naleefgedrag van wet- en regelgeving. Als een activiteit niet het gewenst effect oplevert, volgt een analyse die input is voor een gewijzigde aanpak om het naleefbedrag te verbeteren. Op die manier draagt zaakrapportage op langer termijn bij aan de strategievorming. Daarnaast kan de analyse van de zaakrapportage gebruikt worden om onderwerpen voor toekomstige projectmatig(e) toezicht te bepalen. Toezicht op de Wabo Hieronder staan alle toezichtactiviteiten op het gebied van vergunningentoezicht en toezicht in de gebruiksfase met betrekking tot Wabo-taken. Toezicht op omgevingsvergunningen bouw, reclames, afwijken bestemmingsplan en monumenten Structureel Er wordt toezicht gehouden op de uitvoering van werkzaamheden waarvoor een omgevingsvergunning voor de Bouwactiviteit noodzakelijk is. Dit gebeurt door tijdens de uitvoeringsfase van werken door controles te waarborgen dat o.a. een bouwkundige, (brand)veilige, milieukundige basiskwaliteit van de bebouwde en onbebouwde omgeving wordt bereikt. De vergunningen voor bouwwerkzaamheden worden tijdens de bouw gecontroleerd op basis van landelijke toezichtprotocollen (iTP) per bouwcategorie en de daarin opgenomen controlepunten per bouwfase tijdens oplevercontroles. De nadruk ligt bij deze controles op de constructie- en brandveiligheidseisen van een bouwwerk. Als er sprake is van een omgevingsvergunning reclame, afwijken bestemmingsplan of monument, dan wordt deze controle, indien mogelijk, gelijk met het toezich