← Nederland

Gemeente De Ronde Venen VTH-Beleidsplan 2023-2026 (De Ronde Venen)

Gemeente De Ronde Venen VTH-Beleidsplan 2023-20261.INLEIDING Leefbaarheid, veiligheid en gezondheid raken ons allemaal en zijn van ons allemaal! Een leefbare, veilige en gezonde leefomgeving kan niet alleen van het gemeentebestuur of veiligheidsdiensten komen, daar moeten we allemaal ons steentje aan bijdragen. Door onderlinge afstemming in beleid en uitvoering kunnen verbindingen worden gelegd en stappen gezet om te komen tot een integrale aanpak. Deze beleidsnota beschrijft wat het instrumentarium binnen vergunningen, toezicht en handhaving kan bijdragen aan de leefbaarheid, veiligheid en gezondheid binnen de gemeente De Ronde Venen. De visie in deze beleidsnota geeft aan hoe we met onze partners het gemeentelijk beleid op dit terrein vorm willen geven de komende jaren. In deze nota worden een aantal doelen en prioriteiten benoemd waar we de komende jaren extra op willen investeren en waar doelstellingen aan zijn gekoppeld. De beleidsnota is een strategisch kader en wordt door het college vastgesteld. Via afzonderlijke door het college jaarlijks vast te stellen uitvoeringsprogramma’s worden keuzes gemaakt met betrekking tot preventie, vergunningverlening, toezicht en handhaving. Waarom een VTH-beleid? Vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) zijn voor de overheid in relatie tot burgers en bedrijven belangrijke instrumenten. Initiatiefnemers willen graag hun initiatieven en ideeën kunnen realiseren, terwijl omwonenden en andere belanghebbenden willen dat hun belangen worden beschermd. Met dit beleidsplan willen wij transparant zijn over wat we doen, waarom we het doen, welke keuzes we maken bij het uitvoeren van onze VTH-taken en hoe we dit hebben georganiseerd. Over welke VTH-taken gaat dit beleidsplan? Dit VTH-beleid ziet op de wettelijke taken die een relatie hebben met de (fysieke) leefomgeving voor zover hieraan een Vergunningen-, Toezicht- en/of Handhavings-component vast zit. Voor de volledige uiteenzetting van de reikwijdte, het wettelijk- en bestuurlijk kader verwijzen wij naar de bijlagenbundel. Leeswijzer Dit VTH-beleidsplan bestaat uit twee onderdelen. Het deel dat nu voor u ligt geeft op een visuele manier de hoofdlijnen wat voor uw gemeente de visie, uitgangspunten, doelen, prioriteiten en strategieën zijn op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). Het tweede deel is een bijlagenboek. Hier worden de onderwerpen uit dit eerste deel gedetailleerd uitgewerkt. 2.ONTWIKKELINGEN De Omgevingswet De Omgevingswet is een fundamentele herziening van het omgevingsrecht. De Omgevingswet treedt naar verwachting op 1 januari 2024 in werking treden. In de Omgevingswet zullen alle wettelijke bepalingen, besluiten en regelingen opgaan die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. De wet heeft als maatschappelijke doelen: het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit; het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften. Gemeenten, provincies en waterschappen krijgen binnen de Omgevingswet meer ruimte om hun eigen beleid te bepalen. Uw gemeente dient samen met haar partners een omgevingsvisie, omgevingsplan en programma’s vast te stellen. Dit alles vraagt om een zorgvuldig proces. In samenwerking met de Utrechtse partners neemt uw gemeente deel aan pilots voor het model van de Omgevingstafel zodat het begeleiden van een aanvraag ‘Omgevingswetproof’ ingeregeld wordt. Wet kwaliteitsborging voor het bouwen Deze wet treedt naar verwachting vanaf 1 januari 2024 in werking en geeft een nieuw stelsel van kwaliteitsborging voor het bouwen. Bouwpartners zijn zelf verantwoordelijk voor de kwaliteitsborging en dienen daarbij maatregelen te nemen om aan het Bouwbesluit 2012 te voldoen. De gemeente beoordeelt als bevoegd gezag niet meer direct op deze aspecten maar wel op de ruimtelijke ordening, omgevingsveiligheid en de welstand van het te realiseren bouwwerk. Gezondheidsbeleid Gezondheidsbeleid is al een gemeentelijke taak maar wordt met de komst van de Omgevingswet belangrijker. Een van de hoofddoelen van de Omgevingswet is om gezondheid een plek te geven binnen de fysieke leefomgeving. De vraag is nog hoe dat precies gedaan moet worden. Dit VTH-beleid ziet op de wettelijke taken die een relatie hebben met de (fysieke) leefomgeving voor zover hieraan een VTH-component is verbonden. De volledige uiteenzetting van de reikwijdte, het wettelijk- en bestuurlijk kader vindt u, zoals reeds benoemd, in de Bijlagenbundel. Veiligheid De gemeenteraad is verplicht een Integraal Veiligheidsplan (IVP) op te stellen. In dit IVP dient de gemeente tenminste één keer in de vier jaar doelen vast te stellen op het terrein van veiligheid. Het IVP is daarmee een goede basis voor de operationele inzet op lokale veiligheidsprioriteiten door de gemeente, politie en andere organisaties. Verder heeft de burgemeester op het terrein van het veiligheidsbeleid bijzondere wettelijke bevoegdheden. Hierover legt de burgemeester jaarlijks verantwoording af aan de gemeenteraad. In relatie tot het veiligheidsbeleid is ook de afstemming met de Veiligheidsregio Utrecht (VRU) aan de orde. De VRU stelt een regionaal risicoprofiel (RRP) op. Het RRP

(2019)wordt in afstemming met de partners actueel gehouden. In het RRP is een overzicht van de risicovolle situaties opgenomen die tot een brand, ramp of crisis kunnen leiden. Het RRP dient als basisinformatie voor het beleidsplan van de VRU. In bijlage 29 is een infographic over het RRP van de VRU opgenomen. Relevante onderdelen uit het RRP en het VRU-beleidsplan en het IVP zijn integraal afgewogen in dit VTH-beleid. 3.MISSIE & VISIE Missie Met het uitvoeren van onze VTH-taken zorgen wij samen voor een schone, veilige, gezonde, leefbare en duurzame (fysieke) leefomgeving. Visie Vergunningen, Toezicht en Handhaving zijn onze instrumenten waarmee we: Initiatieven en ontwikkelingen mogelijk maken. Integraal (breed) vraagstukken benaderen en hierin adviseren. Eigen verantwoordelijkheid en naleefgedrag van inwoners en ondernemers stimuleren en bevorderen. In verbinding komen, zijn en blijven met onze inwoners en ondernemers en goed in kunnen schatten waar, welkerisico’s zich voor kunnen doen. Effectief en efficiënt (‘slim’) handelen. Rechtszekerheid en -gelijkheid waarborgen en transparant zijn over het door ons gevoerde beleid. 4.UITGANGSPUNTEN ALGEMENE UITGANGSPUNTEN We passen regels consequent toe en leveren maatwerk waar nodig. We beoordelen en behandelen gelijke gevallen op gelijke wijze. We kennen onze omgeving (inwoners, ondernemers, buurten, wijken, gebieden, gebouwen etc.) zo goed mogelijk. We communiceren open, duidelijk en transparant over ons gevoerde beleid en we zijn duidelijk over de rol van de inwoner/ondernemer (Wanneer wordt wat verwacht en met welk resultaat?). De mate waarin inwoners/ondernemers zich aan de afspraken/regels houden, is van invloed op de snelheid waarmee aanvragen/verzoeken e.d. worden afgehandeld door of namens de gemeente. We blijven op een constructieve manier (persoonlijk) in contact met inwoners/ondernemers. VERGUNNINGVERLENING We beoordelen initiatieven vanuit mogelijkheden en oplossingen. (“Ja, mits ” in plaats van “Nee, tenzij”) We beoordelen en behandelen gelijke gevallen op gelijke wijze. We handelen aanvragen zo snel mogelijk af en in ieder geval binnen de beslistermijnen. De diepgang van de beoordeling van aanvragen is afhankelijk van de risico’s van de activiteit (risicogestuurd). We kennen onze omgeving (burgers, bedrijven, gebieden) zo goed mogelijk. Vergunningverlening gebeurt volgens de Vergunningenstrategie in bijlage 16 TOEZICHT Het toezicht voeren we ‘slim’ uit. Dat wil zeggen: doelmatig, efficiënt en effectief. Bij constateringen van overtredingen met acuut gevaar wordt direct opgetreden. De wijze en diepgang van het toezicht is afhankelijk van de risico’s van de betreffende activiteit (risicogestuurd). We houden buurt-, wijk- en gebiedsgericht toezicht. Onze toezichthouders voeren het toezicht zoveel mogelijk integraal uit. Toezicht gebeurt volgens de toezichtstrategie in bijlage 17 HANDHAVING We hebben oog voor de situatie ‘achter’ de overtreding/overtreder. Bij constateringen van overtredingen met acuut gevaar wordt direct opgetreden. Behoudens spoedeisende omstandigheden is bestuursrechtelijke handhaving het sluitstuk van een voortraject waarbij mogelijke oplossingen zijn bekeken en afgewogen. Bij handhavingsverzoeken en -meldingen proberen we via een informele weg tot een goede oplossing voor alle partijen te komen. Handhaving vindt plaats volgens de handhavingsstrategie zoals vermeld in bijlage 18 e.v. 5.DOELEN: VAN VISIE NAAR UITVOERING De kwaliteit van onze (fysieke) leefomgeving blijft op niveau of wordt verbeterd. We borgen en verbeteren de eigen verantwoordelijkheid en betrokkenheid (participatie) van onze inwoners en ondernemers. We borgen en verbeteren de samenwerking met onze partners. Het naleefgedrag van onze inwoners/ondernemers blijft op niveau of wordt verbeterd. We voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen voor de uitvoering van de VTH-taken. 6.OMGEVINGSANALYSE 7.PRIORITEITEN In bijlage 12 van de Bijlagenbundel is de risico-analyse met het bijbehorende prioriteitenoverzicht verder uitgewerkt. 8.STRATEGIEEN Welke strategieën passen we toe om naleving te borgen en te bevorderen? Preventiestrategie (voorkomen) Communicatieplan (Voor-)overleg Buurtbemiddeling Mediation Zie ook bijlage 14 in de bijlagenbundel Gedoogstrategie (gemotiveerd accepteren) Landelijk beleid (Grenzen aan gedogen) Zie ook bijlage 21 in de bijlagenbundel Toezichtstrategie (controleren) Risicogericht toezicht Gebied- en objectgebonden toezicht Repressief toezicht Integraal toezicht Zie ook de bijlage 17 in de bijlagenbundel Vergunningenstrategie (reguleren) Risicogericht toetsen Vaste toetsingskaders Zie ook bijlage 16 in de bijlagenbundel Handhavingsstrategie (optreden) Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingswet (LHSO) Zie ook de bijlage 18 en 28 in de bijlagenbundel Uitwerking strategieën Preventiestrategie (gericht op het voorkomen van overtredingen) Communicatie – Het jaarlijkse uitvoeringsprogramma beschrijft over welke activiteiten en op welke wijze de gemeente (actief) communiceert naar inwoners, ondernemers en partners. (Voor-)overleg – Onze (voor-)overleggen gebruiken wij om duidelijkheid te geven over hoe wij invulling en uitvoering geven aan ons beleid. Wij gaan in (persoonlijk) overleg met inwoners/ondernemers om tot (een) oplossing(
  1. en)te komen. Buurtbemiddeling/Mediation – Buurtbemiddeling en/of mediation kunnen we inzetten tussen inwoners/ondernemers onderling en/of inwoners/ondernemers en ons of onze partners. Zie ook bijlage 14 in de bijlagenbundel Vergunningenstrategie (gericht op het reguleren van activiteiten) Risicogericht toetsen – De diepgang van de toetsing van aanvragen is afhankelijk van de risico’s van de gevraagde activiteit. Hierin onderscheiden we vier toetsniveaus. Vaste toetsingskaders – Voor het behandelen en beoordelen van aanvragen hanteren wij vaste toetsingskaders. Deze kaders komen voort uit de wet en/of ons vastgestelde beleid. Datzelfde is ook van toepassing op het intrekken van begunstigende beschikkingen. Zie ook de bijlage 16 in de bijlagenbundel Toezichtstrategie (gericht op het controleren van activiteiten) Risicogericht toezicht – De mate en diepgang van ons toezicht is gericht op (onderdelen van) risicovolle activiteiten. Hierin onderscheiden we 4 toezichtniveaus. Gebieds-/of Objectgebonden toezicht – Ons toezicht voeren we afhankelijk van de activiteit gebieds- en/of objectgebonden uit. Repressief toezicht – We voeren toezicht uit naar aanleiding van klachten/meldingen, verzoeken om handhaving etc. Integraal toezicht - We voeren waar mogelijk integraal toezicht uit. Dit betekent dat onze toezichthouders zoveel mogelijk signaleren met elkaar (ook met partners), voor elkaar (ook voor partners) of na elkaar. Zie ook bijlage 17 in de bijlagenbundel Handhavingsstrategie (gericht op het optreden tegen overtredingen) Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) – Wij hanteren de (interventiematrix van
  2. de)LHS als richtlijn voor ons handhavend optreden. Handhaving tegen bestuursorganen Conform beleid en gelijk aan handhaving tegen burgers/ondernemers. Informele aanpak Indien er bij de gemeente een handhavingsverzoek of -melding binnenkomt, is het uitgangspunt dat op een informele wijze wordt gezocht naar een goede oplossing voor alle partijen. zie ook de bijlage 18 e.v. in de bijlagenbundel Gedoogstrategie (gericht op het gemotiveerd accepteren van overtredingen) Landelijk beleid ‘Grenzen aan gedogen’ Voorwaarden van gedogen: Gedogen is verantwoord (ter bescherming fysieke leefomgeving). Gedogen is altijd tijdelijk. Gedogen gebeurt altijd in de vorm van een beschikking. Gedogen komt slechts in zéér uitzonderlijke situaties voor. Zie ook bijlage 21 in de bijlagenbundel 9.VTH-ORGANISATIE 9.1Algemeen Besluitvorming op (vergunnings)aanvragen, toezicht en handhaving zijn een kerntaak van de gemeente, die hierin duidelijk haar verantwoordelijkheden heeft en neemt. Bestuur, directie, leidinggevenden en de medewerkers van het team (de teams) hebben ieder hun eigen rol en verantwoordelijkheid. In bijlage 6 van de Bijlagenbundel wordt dit nader uitgewerkt. Hieronder een korte beschrijving van de organisatie en kwaliteitscriteria die van toepassing zijn. 9.2Organisatie en financiën De uitvoering van de VTH-taken op het gebied van de Wabo is ondergebracht bij het team Omgeving van onze gemeente en de ODRU. De gemeente is belast met enkele bijzondere wetten en de APV, deze zijn ondergebracht bij het Team Veiligheid en Facilitair. In het uitvoeringsprogramma en het jaarverslag wordt de formatie die zich met de uitvoering van deze taken bezighoudt beschreven. De in de beleidsnota beschreven doelen en prioriteiten worden in beginsel uitgevoerd binnen het beschikbare budget. Indien blijkt dat de formatie bijstelling behoeft dan zal dit via de reguliere begrotingscyclus worden aangekaart. 9.3Kwaliteitscriteria Dit beleidsplan maakt onderdeel uit van de beleidscyclus zoals wettelijk vastgelegd in het Besluit omgevingsrecht (Bor). Door het volgen van deze beleidscyclus wordt een adequaat niveau van uitvoering van de VTH-taken in de organisatie geborgd. De kwaliteit van de uitvoering van deze taken wordt bovendien geborgd door de op 16 december 2016 door de raad vastgestelde ‘Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht Gemeente De Ronde Venen’. Ten aanzien van de kwaliteitscriteria is een nieuwe set (versie 2.3) tot stand gekomen, welke in de zomer van 2022 zijn bekrachtigd. De nieuwe kwaliteitscriteria zien met name toe op competenties die de komende Omgevingswet vereist. De genoemde verordening verwijst naar de geldende kwaliteitscriteria, op grond waarvan de kwaliteitscriteria 2.3 onverkort van toepassing zijn op de gemeente. Deze worden bij de uitvoering van de VTH-taken dan ook als uitgangspunt gehanteerd. In maart 2023 heeft voor het laatst een evaluatie van de kwaliteitscriteria plaatsgevonden. 10.MONITORING EN EVALUATIE Sluitstuk van de toepassing en uitvoering van het beleid en de diverse processen is de verantwoording over de inspanningen en resultaten. Daarin staat de vraag centraal of de geleverde inspanningen hebben bijgedragen aan het realiseren van de gestelde doelen. Daarmee wordt de beleidscyclus gesloten. Het is dus belangrijk te weten of de ingezette maatregelen succesvol zijn geweest. Daarom moet beleid periodiek geëvalueerd en gemonitord worden. De evaluatie bestaat uit het beoordelen van jaarresultaten en het effect van de jaarresultaten op de uitgangspunten en doelstellingen uit het beleid. Ten aanzien van het beleid wordt periodiek monitoring toegepast om de tussenresultaten te beoordelen, wordt jaarlijks verslag gelegd over het jaarprogramma en tussentijds het beleid geëvalueerd. Hieronder worden monitoring, verantwoording en evaluatie van het beleid verder toegelicht. Monitoring Een goede registratie van handhavingszaken vergemakkelijkt het vervolgtraject (repressief toezicht en sancties) en verschaft inzicht in de hele keten vanaf een geconstateerde overtreding tot en met de naleving. Het voordeel hiervan is dat alle handhavingspartners profiteren van de informatie. Het registreren van kwantitatieve en kwalitatieve handhavingsgegevens is met name van belang voor het te voeren beleid, de in te zetten capaciteit en de verantwoording naar het bestuur en management. Een goede registratie van verleende vergunningen (en vooroverleggen) is van belang voor het op orde houden van de capaciteit en daarmee de kwaliteit van de vergunningverlening. Verantwoording Na afloop van het kalenderjaar wordt een jaarverslag opgesteld voor het college, waarin tenminste over de volgende onderwerpen wordt gerapporteerd: de toepassing van het VTH-beleid; het aantal geplande en bestede uren. De verantwoording vindt plaats aan de hand van het VTH-uitvoeringsprogramma. Het college maakt het jaarverslag bekend aan de gemeenteraad. Nieuw VTH-zaaksysteem De Ronde Venen erkent het belang van monitoring van VTH-taken. Om die reden is zij gestart met de aanbesteding voor een nieuw VTH-zaaksysteem. Het is de bedoeling dat dit systeem vanaf 1 januari 2024 ‘’live’’ gaat. Vanaf dat moment kan de gemeente starten met een goede monitoring van afgeronde dossiers. 11.SAMENWERKINGSPARTNERS Voor de realisatie van haar doelstellingen is de gemeente mede afhankelijk van andere partijen. Dit hoofdstuk beschrijft welke samenwerkingspartners en overlegvormen er zijn en hoe de samenwerking wordt gestructureerd. Omgevingsdienst ODRU De Omgevingsdienst voert voor de gemeente De Ronde Venen milieutaken uit. De samenwerkingsafspraken tussen de Omgevingsdienst en de gemeente De Ronde Venen liggen vast in een dienstverleningsovereenkomst (hierna: DVO). De Omgevingsdienst rapporteert ieder kwartaal en ook jaarlijks over de voortgang van de uitvoering van haar taken. Ook stelt de Omgevingsdienst jaarlijks een jaarplan/jaarprogramma op. Veiligheidsregio Utrecht De Veiligheidsregio Utrecht (hierna: VRU) adviseert de gemeente De Ronde Venen in het kader van de vergunningverlening op het gebied van brandveilig gebruik. Ook voert de VRU op dit gebied het toezicht uit. De samenwerkingsafspraken tussen de VRU en de gemeente De Ronde Venen liggen vast in een DVO. De VRU rapporteert jaarlijks over de uitgevoerde werkzaamheden en stelt jaarlijks in overleg met de gemeente De Ronde Venen de gemeente De Ronde Venen een jaarplan/jaarprogramma op. Provincie Utrecht De provincie Utrecht heeft de (wettelijke) taak om de samenwerking tussen bestuursorganen op het gebied van de VTH-taken te coördineren. A. Samenwerkingsprogramma Het provincie-brede Samenwerkingsprogramma komt tot stand in overleg met de leden van het ambtelijk Provinciaal Milieuoverleg (hierna: PMO) en de onderliggende werkgroepen. B. Interbestuurlijk Toezicht (hierna: IBT) Hiernaast ziet de Provincie Utrecht toe op, of en in hoeverre gemeenten voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen, onder andere op het gebied van het omgevingsrecht. Het IBT richt zich zowel op de taken vergunningenverlening, toezicht en handhaving, als op ruimtelijke ordening, milieu, externe veiligheid en erfgoed/monumenten. In de provinciale verordening systematische toezichtinformatie is vastgelegd welke informatie de provincie van de gemeenten jaarlijks wil ontvangen op de onderdelen van het omgevingsrecht. Op basis van de aangeleverde informatie vindt de beoordeling plaats. Hierbij kan het oordeel uitkomen op ‘adequaat’, ‘redelijk adequaat’ of ‘niet adequaat’. Hoogheemraadschap Amstel Gooi Vecht De samenwerking tussen de waterschappen en gemeenten heeft betrekking op het toezicht en handhaving van zaken die grondwater of oppervlaktewater gerelateerd zijn, zoals waterkwaliteit en -kwantiteit, medegebruik van openbaar water en nautisch toezicht op vaarbewegingen. Openbaar Ministerie In het geval strafrechtelijk optreden is vereist, bijvoorbeeld bij de vervolging van milieuovertredingen, waarbij sprake is van economische delicten, vindt afstemming plaats met het functioneel parket te Amsterdam. De vervolging van overtredingen openbare ruimte worden afgehandeld door het OM Midden-Nederland. Politie Het Milieuteam van de politie Midden Nederland valt voor wat betreft aansturing onder het functioneel parket Amsterdam. Op het gebied van strafrechtelijke milieuzaken zijn de milieu-agenten het eerste aanspreekpunt voor de gemeente. Daarnaast is de local office het vaste aanspreekpunt voor de gemeente, de Boa’s en de omgevingsdienst. Afhankelijk van de positionering van de overtreding in de matrix van de Landelijke Handhavingstrategie komt het Milieuteam vroeg of op een later moment in beeld. Regionaal overleg De leden van de projectgroep VTH (18 gemeenten, ODRU, RUD, VRU en de Provincie Utrecht) komen al vanaf 2010 jaarlijks enkele keren bij elkaar om ervaringen te delen, kennis uit te wisselen en projecten af te stemmen. Het doel is om in gezamenlijkheid de kwaliteit en uniformiteit van VTH-beleid, VTH jaarprogramma’s en VTH evaluaties te vergroten. MooiSticht MooiSticht verleent adviesdiensten inzake ruimtelijke kwaliteit. Zo geeft MooiSticht advies indien er bij de gemeente een vergunning binnen is gekomen voor het (op welke manier dan ook) wijzigen van een monument. Vastgesteld op 6 juni 2023 door het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van gemeente De Ronde Venen, ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft Bijlagenbundel VTH-beleid 2023-2026 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1: Algemeen Bijlage 1: Lijst met veel gebruikte afkortingen Bijlage 2: Begrippenlijst Bijlage 3: Reikwijdte VTH-beleid Bijlage 4: Wettelijk kader Bijlage 5: Bestuurlijk- en beleidskader Bijlage 6: Bestuur en organisatie Bijlage 7: De Big-8 Cyclus Bijlage 8: Evaluatie Integraal Handhavingsbeleid Bijlage 9: Omgevingsanalyse gemeente De Ronde Venen Bijlage 10: Toelichting Risicoanalyse en prioritering Bijlage 11: Uitleg/toelichting ‘Tafel van Elf’ Bijlage 12: Risicoanalyse en prioriteitenoverzicht Bijlage 13: Naleefstrategieën: een overzicht Bijlage 14: Preventiestrategie Bijlage 15: Communicatiestrategie Bijlage 16: Vergunningenstrategie Bijlage 17: Toezichtstrategie Bijlage 18: Handhavingsstrategie Bijlage 19: Regionaal Risico Profiel (RRP) Bijlage 20: Richtlijnen dwangsombedragen en termijnen Bijlage 21: Gedoogstrategie Bijlage 22: Privaatrechtelijke handhaving Bijlage 23: Handhaving bij overtredingen eigen organisaties of andere overheid Bijlage 24: Toetsingskader van bouwen, ruimtelijke ordening, aanleggen en slopen Bijlage 25: Beleidsregel intrekken vergunningen Bijlage 26: Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) Bijlage 27: Toets- en toezichtmatrix bouw Bijlage 28: Landelijke handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) Hoofdstuk 1: Algemeen 1.1Nieuw VTH-beleid De Ronde Venen Voor u ligt (de bijlagenbundel van) het nieuwe VTH-beleid van de gemeente De Ronde Venen. Het nieuwe beleid vervangt het vorige beleid, dat bestond uit het ‘’Integraal Handhavingsbeleid fysieke leefomgeving De Ronde Venen 2016 – 2018’’ en het ‘’Beleidsplan vergunningverlening De Ronde Venen 2018’’. Het nieuwe beleid zorgt enerzijds voor een bundeling van de genoemde beleidsstukken en zorgt anderzijds voor de benodigde actualisering van het VTH-beleid. Ook wordt hierbij voldaan aan de wettelijke plicht tot het hebben van (actueel) VTH-beleid. Terminologie Onder de Omgevingswet wordt de terminologie ten aanzien van het VTH-beleid verandert. Vanaf de inwerkingtreding wordt gesproken over een U&H-strategie in plaats van VTH-beleid. In het onderhavige stuk is er echter voor gekozen de term VTH-beleid aan te houden, om zo het onderscheid tussen het VTH-beleid en het regionale U&H-strategie (paragraaf 1.2) scherp te houden. Inhoudelijk sluit het beleid aan bij de nieuwe Omgevingswet. Looptijd VTH-beleid Dit VTH-beleid is vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van De Ronde Venen. Het beleid is van kracht, tenzij het wordt ingetrokken ofwel het college overgaat tot het vaststellen van nieuw beleid. 1.2De U&H-strategie en milieutaken De Ronde Venen heeft de regionaal tot stand gekomen uniforme Uitvoerings- en Handhavingsstrategie (verder: U&H- strategie) vastgesteld. Deze strategie geeft het geldende beleid als het gaat om milieutaken die – verplicht – door een omgevingsdienst (de ODRU) worden uitgevoerd. Op dergelijke milieutaken is het onderhavige beleidsstuk dus niet van toepassing, maar geeft de U&H-strategie het geldende beleid. De U&H-strategie is online te raadplegen via https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR681712/1. 1.3Verwijzingen naar ander beleid In dit VTH-beleid wordt geregeld verwezen naar andere beleidsstukken. In geval van een verwijzing wordt altijd het meest actuele beleid bedoeld. 1.4Inwonersparticipatie Dimensus heeft eind 2022, namens gemeente De Ronde Venen, een veiligheidsscan c.q. inwonerenquête uitgevoerd. Inwoners hebben hun mening gegeven over veiligheidsonderwerpen en tevens over onderwerpen die betrekking hebben op ruimtelijke ordening. Uit de enquête is gebleken dat inwoners in het bijzonder onveilige woonsituaties en illegale bebouwing belangrijk vinden. De gemeente heeft de input van de inwoners meegenomen in de uitgewerkte risico-analyse. Tevens kan de input worden meegenomen in het kader van toekomstige handhavingsprojecten. 1.5Leeswijzer Het gemeentelijke VTH-beleid bestaat uit twee onderdelen: Het eerste deel geeft op een visuele manier kort de hoofdlijnen wat voor uw gemeente de visie, uitgangspunten, doelen, prioriteiten en strategieën zijn op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). Het tweede deel ligt voor u. Het betreft een bijlagenboek waar de onderwerpen uit dit eerste deel meer in detail worden uitgewerkt. Het bijlagenboek is onderverdeeld in verschillende hoofdstukken c.q. bijlagen. Bijlage 1: Lijst met veel gebruikte afkortingen Wetgeving en besluiten AMvB Algemene Maatregel van Bestuur APV Algemene Plaatselijke Verordening Awb Algemene wet bestuursrecht Bor Besluit omgevingsrecht Bro Besluit ruimtelijke ordening BSBm Bestuurlijke Strafbeschikking milieu BWT Bouw- en woningtoezicht DVO Dienstverleningsovereenkomst HUP HandhavingsUitvoeringsProgramma LHS Landelijke Handhavingstrategie MDW (project) Marktwerking Deregulering en Wetgevingskwaliteit Mor Ministeriële regeling omgevingsrecht RO Ruimtelijke Ordening TUO Taakuitvoeringsovereenkomst VVGB Verklaring van geen bedenkingen Wabo Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Wbb Wet Bodembescherming Wet RGT Wet revitalisering generiek toezicht Wet VTH Wet vergunningen, toezicht en handhaving (is de werknaam) Wgr Wet gemeenschappelijke regelingen Wkb Wet kwaliteitsborging Wm Wet milieubeheer Wro Wet ruimtelijke ordening Organisaties NVWA Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit AGV Hoogheemraadschap ‘Amstel, Gooi en Vecht’ IenM Ministerie van Infrastructuur en Milieu ILT Inspectie Leefomgeving en Transport (voorheen VROM Inspectie) IPO Interprovinciaal Overleg ODRU Omgevingsdienst Regio Utrecht OM Openbaar Ministerie PMO Provinciaal Milieuoverleg RUD Regionale Uitvoeringsdienst VNG Vereniging Nederlandse Gemeenten VROM (voormalig) Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer VRU Veiligheidsregio Utrecht Bijlage 2: Begrippenlijst Begrip Toelichting Ambtelijke waarschuwing of constateringsbrief Brief naar aanleiding van een controle waarbij wel een overtreding is vastgesteld. In de brief wordt aangegeven welke maatregelen getroffen moeten worden om de overtreding te beëindigen en binnen welketermijn (hersteltermijn) dit moet zijn uitgevoerd. In deze brief worden eventuele sancties aangekondigd. Beginselplicht tot handhaving Uitgangspunt dat het bevoegd gezag verplicht is om op te treden bij een geconstateerde overtreding. De term ‘beginselplicht’ impliceert dat er omstandigheden kunnen zijn om van handhaven en/of het opleggen van een sanctie af te zien Uit de rechtspraak volgt dat overwogen kan worden van handhaven af te zien als er concreet zicht op legalisatie bestaat, of wanneer handhavend optreden zodanig onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen, dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien. Begunstigingstermijn (artikel 5:24 lid 2 en artikel 5:32a lid 2 Awb) Termijn die wordt gesteld in een bestuursdwang- of dwangsombeschikking waarbinnen de overtreder de overtreding ongedaan kan maken zonder dat de bestuursdwang wordt uitgevoerd of een dwangsom moet worden betaald. Belangenafweging Bij de voorbereiding van besluiten moet het bevoegd gezag de betrokken belangen afwegen. Aan de ene kant kunnen dit bijvoorbeeld zijn de persoonlijke, economische en financiële belangen van een overtreder. Aan de andere kant de gemeentelijke taak om toezicht te houden op de naleving van wet- en regelgeving, veiligheid, voorkomen dat een dergelijke overtreding op meerdere locaties in de gemeente plaatsvindt (precedentwerking) en dergelijke. Bestuurlijke boete Een boete die door een daartoe bevoegde overheidsdienst zonder tussenkomst van het OM of een rechter kan worden opgelegd. Het CJIB verzorgt de inning en incasso van bestuurlijke boetes van diverse overheidsdiensten, waaronder de NVWA, de Inspectie SZW en de Inspectie Leefomgeving en Transport. Bestuurlijke strafbeschikking Een strafrechtelijke boete die bij strafbeschikking wordt opgelegd ter afdoening van relatief eenvoudige overtredingen. De gevallen waarin dit instrument kan worden toegepast zijn opgenomen in het Feitenboekje Bestuurlijke strafbeschikking milieu- en keurfeiten. Bestuursdwangbeschikking (last onder bestuursdwang) (artikelen 5:21 t/m 5:31c Awb) Bestuursdwang is het optreden door het bevoegd gezag tegen een overtreding op kosten van de overtreder. De definitie van last onder bestuursdwang in de Awb luidt: ’Onder last onder bestuursdwang wordt verstaan: de herstelsanctie inhoudende: een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding, en de bevoegdheid van het bestuursorgaan om de last door feitelijk handelen ten uitvoer te leggen, indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd.’ Artikel 5:25 Awb bepaald dat de kosten van toepassing van bestuursdwang op de overtreder verhaald kunnen worden. Tegen een bestuursdwangbeschikking kan bezwaar worden gemaakt, een voorlopige voorziening worden gevraagd (mits bezwaar is ingediend) en (hoger) beroep worden ingesteld. Bevinding Waarneming die ten aanzien van een bepaald onderwerp van onderzoek tijdens een inspectie wordt gedaan. Na beoordeling ervan kunnen bevindingen leiden tot de kwalificatie wel/geen overtreding. Bevoegd gezag Het bestuursorgaan dat bevoegd is een handhavingsbesluit te nemen of een besluit te nemen op een aanvraag om omgevingsvergunning. Doorgaans is dat het college van burgemeester en wethouders van de gemeente. Dwangsombeschikking (last onder dwangsom) (artikel 5:31d t/m 5:36 Awb) Een last onder dwangsom betekent dat een overtreding binnen een bepaalde periode ongedaan moet worden gemaakt. Als dit niet binnen die periode is gebeurd, dan moet de overtreder een dwangsom (boetebedrag) betalen. Een last onder dwangsom is bedoeld om de overtreding ongedaan te maken of verdere overtreding of een herhaling van de overtreding te voorkomen. De definitie van een last onder dwangsom in de Awb luidt als volgt: Onder last onder dwangsom wordt verstaan: de herstelsanctie inhoudende: een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding,en de verplichting tot betaling van een geldsom indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd. Tegen een last onder dwangsombeschikking kan bezwaar worden gemaakt, een voorlopige voorziening worden gevraagd (mits bezwaar is ingediend) en (hoger) beroep worden ingesteld. Begrip Toelichting Fysieke leefomgeving De fysieke leefomgeving omvat de inrichting van de woonwijk/gemeente inclusief de wegen, parken, industrieterreinen. De kwaliteit van de fysieke leefomgeving wordt deels bepaald door de milieukwaliteit. Gedoogbeschikking Een schriftelijk besluit van het bevoegde gezag voor het afzien van het gebruik van ter beschikking staande bestuursrechtelijke handhavingsinstrumenten voor een bepaalde termijn. Geheel of gedeeltelijke intrekking vergunning of ontheffing Naast een last onder dwangsom of last onder bestuursdwang kan een bestuursorgaan ook als sanctie de vergunning of ontheffing geheel of gedeeltelijk intrekken. Door intrekking van een vergunning of ontheffing ontneemt het bevoegde gezag de overtreder de juridische basis van zijn activiteit. Gelijkwaardige oplossing Er is sprake van een afwijking van (een of meerdere voorschriften van) een vergunning/ontheffing/vrijstelling, maar het door de rechtsregel beschermde belang wordt in dezelfde mate of beter gewaarborgd. Handhaven Door toezicht en het toepassen van bestuursrechtelijke, strafrechtelijk of privaatrechtelijke middelen bereiken dat geldende rechtsregels worden nageleefd. Handhaving Zorgen dat de regels worden nageleefd door voorlichting, toetsing, toezicht en handhaving. Handhavingsbeleid Dit is een beleid(snota) voor alle betrokken beleidsvelden. Daarin staat een beschrijving van de gemeentelijke prioriteiten, de doelen, de strategieën en de activiteiten. Het beleid is afgestemd met andere betrokken bestuursorganen (zoals Waterschap, Provincie en dergelijke). Handhavingsuitvoeringsprogramma Jaarprogramma waarin wordt omschreven welke handhavingsactiviteiten er zullen worden uitgevoerd. Integrale handhaving Het afstemmen en samenbrengen van handhavingsactiviteiten binnen verschillende taakvelden en/of organisaties. Legalisatie (concreet zicht
  3. op)Het vooruitzicht dat een overtreding binnen de geldende regels toegestaan kan worden. Voorwaarde is dat er door de overtreder concreet om gevraagd moet worden, bijvoorbeeld door het aanvragen van een omgevingsvergunning. Motiveringsbeginsel In de Algemene wet bestuursrecht vastgelegd beginsel dat besluiten goed gemotiveerd moeten zijn, feiten moeten kloppen en de motivering moet logisch en begrijpelijk zijn. Nalevingstrategie Bestuurlijk vastgesteld document, waarin is vastgelegd met welke instrumenten naleving wordt gerealiseerd en welke rol handhaving daarbinnen speelt. Een nalevingstrategie bevat in ieder geval een toezichtstrategie, een sanctiestrategie en een gedoogstrategie. Normadressaat Natuurlijke of rechtspersoon voor wie een bepaalde norm of voorschrift geldt. Omgevingsdiensten Diensten van provincies en gemeenten voor de uitvoering van de VTH- taken. De Ronde Venen werkt samen met de ODRU en de RUD. Overtreding Een afwijking van een rechtsregel, waarbij geen sprake is van een gelijkwaardige oplossing (zie artikel 5:1 lid 1 Awb). Preventieve handhaving Handhaven voordat er daadwerkelijk sprake is van een overtreding, hetgeen mogelijk is op basis van artikel 5:7 Awb. Preventiestrategie De strategie is gericht om burgers en ondernemers spontaan wet- en regelgeving te laten naleven. Privaatrechtelijke handhaving Handhaven op grond van civiel recht in plaats van bestuurs- en/of strafrecht. Dit gebeurt bijvoorbeeld als het om eigendomsrecht gaat. Programmatisch handhaven Een structurele en integrale aanpak van de handhaving. Daarbij zijn prioriteiten gesteld en de handhavingsactiviteiten op elkaar afgestemd. Bij een programmatische aanpak worden beleid en uitvoering van beleid opgevold door evaluatie en bijsturen. Het bevoegd gezag stelt een dergelijk uitvoeringsprogramma jaarlijks vast. Rechtvaardigingsgrond Omstandigheid die de wederrechtelijkheid van een handeling bij nader inzien wegneemt. Mogelijke reden om uiteindelijk geen sanctie op te leggen. Repressieve handhaving Met repressie wordt bedoeld het herstellen van situaties die in strijd zijn met de geldende wet- en regelgeving of een verleende vergunning. Sanctie Straf of maatregel die wordt toegepast als rechtsregels worden overschreden. Begrip Toelichting Sanctiestrategie Bestuurlijk vastgesteld document, waarin de basisaanpak voor het bestuursrechtelijk en strafrechtelijk optreden bij overtredingen is vastgelegd. De sanctiestrategie omvat ten minste: een op elkaar afgestemd bestuursrechtelijk – strafrechtelijk optreden tegen overtreding van de gestelde milieunormen; een passende reactie op geconstateerde overtredingen; een stringentere reactie bij voortduring van de overtreding; een regeling voor optreden tegen overtredingen door de eigen organisatie en andere overheden; transparantie over te stellen termijnen voor het opheffen van (standaard)overtredingen en over de zwaarte van sancties daarvoor. Schulduitsluitingsgrond Omstandigheid die de verwijtbaarheid van een handeling bij nader inzien wegneemt. Mogelijke reden om uiteindelijk geen sanctie op te leggen. Strafuitsluitingsgrond Er zijn twee categorieën strafuitsluitingsgronden: rechtvaardigheidsgronden en schulduitsluitingsgronden. Zie aldaar. Strafrechtelijke handhaving Strafrechtelijke handhaving betekent dat, na het instellen van een proces- verbaal, strafvervolging wordt ingesteld. Toezicht Preventief toezicht: controle op de naleving van regels/voorschriften zonder concrete aanwijzing dat van een strijdigheid sprake is. Repressief toezicht is: controle op de naleving van regels/voorschriften ten behoeve van opsporing van strijdigheden, ten einde eventueel daar met een sanctie op te reageren Toezichthouder Toezichthouders zijn ambtenaren die door of namens het college benoemd zijn om te controleren of de rechtsregels worden nageleefd. In hun functie als toezichthouder mogen deze ambtenaren elke plaats, met uitzondering van een woning, betreden. Indien noodzakelijk kunnen ze ook met bijzondere toestemming van de burgemeester een woning zonder toestemming van de bewoner betreden, zelfs tegen de wil van de eigenaar of bewoner (op grond van de Algemene wet op het binnentreden, artikel 5:15 Awb). Toezichtstrategie Bestuurlijk vastgesteld document, waarin is vastgelegd welke vormen van toezicht worden onderscheiden en wat de basiswerkwijze daarbij is. Voorlopige maatregel Een maatregel opgelegd door de rechter of de officier van justitie ter voorkoming van verdere overtreding van de wet. Voornemen last of voorwaarschuwing Schriftelijke waarschuwing van het bevoegde gezag waarin wordt aangekondigd dat, vanwege een geconstateerde overtreding, het voornemens is een bestuursrechtelijke sanctie op te leggen. In dit voornemen wordt een termijn gegevenwaarbinnen de overtreder de gelegenheid krijgt om mondeling of schriftelijk zijn zienswijze naar voren te brengen op de voorgenomen bestuursrechtelijke sanctie (artikel 4:8 Awb). VTH Kwaliteitscriteria Kwaliteitscriteria die inzichtelijk maken welke kwaliteit burgers, bedrijven en instellingen, maar ook overheden onderling en opdrachtgevers mogen verwachten bij de uitvoering of de invulling van taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH-taken). Op dit moment zijn de kwaliteitscriteria (set 2.3) vigerend. Wraken/wrakingsbrief Op schriftelijke wijze aangeven dat het bestuursorgaan zich het recht voorbehoudt om handhavend op te treden, maar daar niet per direct aan toe komt. Zienswijze (artikel 4:8 Awb e.v.) De belanghebbenden kunnen hun visie geven op de vraag of er sprake is van een overtreding, of er goede redenen zijn handhaving (tijdelijk) achterwege te laten en op de vraag welke belangen daarmee gediend zouden zijn. Daarnaast kan gereageerd worden op voorgenomen dwangsombedragen en begunstigingstermijn voor zover deze bij het vragen van een zienswijze al bekend zijn. De zienswijze kan mondeling of schriftelijk worden ingediend bij het bevoegde gezag. Zorgvuldigheidsbeginsel In de Algemene wet bestuursrecht vastgelegd rechtsbeginsel, dat de overheid een besluit zorgvuldig moet voorbereiden en nemen: correcte handeling van de burger, zorgvuldig onderzoek naar de feiten en belangen, procedure goed volgen en deugdelijke besluitvorming. Bijlage 3: Reikwijdte VTH-beleid Reikwijdte VTH-beleid (voor Omgevingswet) Reikwijdte VTH-beleid (na Omgevingswet Vuurwerkevenementen APV Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) Wet ruimtelijke ordening (Wro) Woningwet Erfgoedwet (Monumentenwet) Huisvestingswet Wet milieubeheer Wet geluidhinder Wet bodembescherming Wet natuurbescherming (Wnb) Wet inzake de luchtverontreiniging Wet op de kansspelen Alcoholwet (was: DHW) Algemene plaatselijke verordening (APV) Wet veiligheidsregio’s Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Bibob) Algemene wet bestuursrechtrecht (Awb) Omgevingswet Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) Omgevingsbesluit; Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL) Besluit Kwaliteit Leefomgevings (BKL) Besluit Activiteiten Leefomgeving (BAL) Ministeriele regeling Het (tijdelijke) omgevingsplan Verordening fysieke leefomgeving (Vfl) APV Alcoholwet Wet op de kansspelen Wet Bibob Awb Bijlage 4: Wettelijk kader Inleiding Hieronder staat een opsomming van landelijke en lokale wet- en regelgeving die relevant zijn voor het de uitoefening van VTH-taken. Gemeentewet De Gemeentewet vormt, door middel van artikel 125 lid 2 en 3, de wettelijke basis voor het college van B&W en de burgemeester om toezicht uit te oefenen en de herstelsancties last onder bestuursdwang en de last onder dwangsom op te leggen. Het college is verder op grond van artikel 142 Wetboek van Strafvordering bevoegd om boa’s aan te stellen. Deze boa’s hebben strafrechtelijke opsporingsbevoegdheden. Artikel 154b Gemeentewet is verder relevant als het gaat om het opleggen van een bestraffende sanctie (bestuurlijke boete). De raad kan dit opnemen in de verordening. De boa’s hebben de bevoegdheid om een bestuurlijke strafbeschikking aan te kondigen. Uiteindelijk legt de officier van justitie de strafbeschikking op. Naast de bestuurlijke boete kunnen boa’s ook een andere bestraffende sanctie opleggen, namelijk de zogenaamde Mulderbeschikking. Het gaat hierbij om eenvoudige verkeersovertredingen die via het bestuursrecht kunnen worden aangepakt. Algemene wet bestuursrecht (Awb) Hoofdstuk 5 van de Awb geeft bestuursorganen verschillende handhavingsinstrumenten. Het gaat hierbij om een tweetal herstelsancties: de last onder bestuursdwang en de last onder dwangsom. Deze instrumenten bieden een bestuursorgaan de bevoegdheden om zelf de overtreding geheel of gedeeltelijk ongedaan te maken of te beëindigen dan wel de overtreder een dwangsom op te leggen om dit zelf te doen. Daarnaast staat in titel 5.4 Awb een bestraffende sanctie opgenomen; te weten een bestuurlijke boete. Deze sanctie beoogt leed toe te voegen aan de overtreder en mag naast een herstelsanctie worden opgelegd. Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) De Wabo is de huidige kaderwet waarmee bevoegd gezag (bij gemeente meestal het college van B&W) één integraal besluit tot vergunningverlening kan nemen waarbij in een besluit diverse aspecten aan de orde kunnen komen met betrekking tot de fysieke leefomgeving (zoals ruimte, milieu, natuur alsook aspecten met betrekking tot bouwen, monumenten en brandveiligheid). Met deze diverse deelvergunningen beoogt de wetgever diverse belangen te beschermen. Besluit omgevingsrecht (Bor) In het Bor wordt onder meer invulling gegeven aan diverse bepalingen van hoofdstuk 5 (Uitvoering en handhaving) van de Wabo. Zo bepaalt de Bor dat voor taken die verplicht worden overgedragen aan een omgevingsdienst de geldende Uitvoering- en Handhavingsstrategie regionaal moet zijn afgestemd. Dit gebeurt voor de Ronde Venen via de U&H-strategie die regionaal tot stand is gekomen en door de Ronde Venen in 2022 is bekrachtigd. Wet natuurbescherming De nieuwe Wet natuurbescherming vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, Flora- en faunawet én Boswet. Met de nieuwe Wet natuurbescherming wordt aanhaken verplicht (indien relevant). In voorkomende gevallen wordt een omgevingsvergunning niet eerder afgegeven dan dat een verklaring van geen bezwaar (VVGB) is ontvangen van het bevoegde gezag in het kader van de Natuurbeschermingswet. Alcoholwet De Alcoholwet heeft per 1 juli 2021 de Drank- en Horecawet vervangen. Artikel 3 van de Alcoholwet bevat de algemene vergunningplicht voor het uitoefenen van een slijtersbedrijf en/of horecabedrijf. In paragraaf 7 van de Alcoholwet zijn bepalingen opgenomen over het gemeentelijke toezicht op dit gebied. Gezondheidsbeleid Gezondheidsbeleid betreft een gemeentelijke taak. Deze taak zal met de invoering van de Omgevingswet (zie verderop) nog belangrijker worden. De fysieke leefomgeving heeft invloed op de gezondheid van burgers. De Omgevingswet zal dan ook de mogelijkheid bieden om vergunningen te weigeren wegens ernstige gezondheidsrisico’s (artikel 5.32 Ow). De vraag is nog hoe dat precies gedaan moet worden. Met dit VTH-beleidsplan en de ontwikkeling van omgevingsplannen en het opdoen van ervaringen met de Omgevingstafel starten we met de invoering van dit nieuwe aspect van het gezondheidsbeleid. Veiligheid (Integrale Veiligheidsplan) Op grond van artikel 38bde Politiewet moet de gemeenteraad een Integraal Veiligheidsplan (IVP) opstellen. In dit IVP dient de gemeente doelen vast te stellen op het terrein van veiligheid. Het IVP is daarmee een goede basis voor de operationele inzet op lokale veiligheidsprioriteiten door de gemeente, politie en andere organisaties. Omdat de gemeenteraad het IVP vaststelt is de raad in de gelegenheid om sturing te geven aan de uitvoering van het veiligheidsbeleid. Verder heeft de burgemeester op het terrein van het veiligheidsbeleid bijzondere wettelijke bevoegdheden. In relatie tot het veiligheidsbeleid is ook de afstemming met de Veiligheidsregio Utrecht (VRU) aan de orde. Op grond van artikel 15 lid 2 van de Wet op de veiligheidsregio wordt door de VRU een regionaal risicoprofiel (RRP) opgesteld. In het RRP is een overzicht van de risicovolle situaties opgenomen die tot een brand, ramp of crisis kunnen leiden, inclusief een overzicht van de soorten branden, rampen en crises die zich kunnen voordoen. Verder wordt in het RRP een analyse gemaakt waarin de weging en inschatting van de gevolgen van de soorten branden, rampen en crises zijn opgenomen. Het RRP dient als basisinformatie voor het beleidsplan van de VRU. Als bijlage 19 is een infographic over het RRP van de VRU opgenomen. In het beleidsplan van de VRU worden afwegingen gemaakt over de aanwezige en mogelijk toekomstige risico’s en hoe risico’s en crises kunnen worden beheerst. Het RRP en het VRU-beleidsplan hebben een wisselwerking naar het gemeentelijke veiligheidsbeleid. Op gemeentelijke kaarten zijn in afstemming met de VRU de objecten geïnventariseerd die een mogelijk risico vormen voor de omgeving dan wel een kwetsbare locatie betreft. Op de thema’s externe veiligheid, kwetsbare objecten en cultureel erfgoed en recreatie zijn de risico’s vastgelegd. Ook deze inventarisatie en analyse heeft een directe relatie naar het IVP en raakt het VTH-beleid voor de fysieke leefomgeving. Relevante onderdelen uit het RRP en het VRU-beleidsplan en het IVP zijn integraal afgewogen in dit VTH-beleid. Algemene Plaatselijke Verordening (APV) In de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente De Ronde Venen heeft de gemeenteraad bepalingen opgenomen die betrekking op openbare orde, openbare veiligheid, volksgezondheid en bescherming van milieu in de openbare ruimte. In de APV is opgesomd wie toezicht houdt op de naleving van deze verordening. In de APV van de gemeente De Ronde Venen zijn diverse vergunningsplichten en verbodsbepalingen met ontheffingsmogelijkheden opgenomen. Op overtreding van deze verbodsbepalingen kunnen bestuurlijke stafbeschikkingen door de gemeentelijke boa worden aangekondigd en worden opgelegd door het OM. De gemeentelijke boa is aldus (naast onder andere politie en OM) belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de verordening. Verordening Fysieke Leefomgeving (VFL) Als voorbereiding op de Omgevingswet heeft de Ronde Venen de Verordening Fysieke Leefomgeving vastgesteld. Omgevingsregels (uit bijvoorbeeld de APV, maar ook uit andere documenten) worden hierin opgenomen. Op termijn worden dergelijke regels overigens opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente. Tot die tijd is de VFL dus een belangrijke verordening. Wet VTH en Verordening kwaliteit VTH In april 2016 is een wijziging van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in werking getreden, waarmee verbeteringen van het VTH-stelsel een wettelijke verankering hebben gekregen. Op grond van de Wet VTH en de daarvan afgeleide Verordening Kwaliteit VTH hebben gemeenten de plicht een integraal vergunningen- en handhavingsbeleid te formuleren en dat jaarlijks uit te werken in uitvoeringsprogramma’s. Het college informeert de gemeenteraad en partners over het vastgestelde beleid, de uitvoeringsprogramma’s en doet daar jaarlijks verslag van. De wetgeving vereist verder dat de kwaliteitscriteria (set 2.3) door de gemeente in acht worden genomen. Deze criteria hebben betrekking op de vereiste deskundigheid c.q. werkervaring van het personeel dat de verschillende VTH-taken uitoefent. Toekomstige regelgeving Naar verwachting treden op 1 januari 2024 de Omgevingswet (Ow) en de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen in werking. De gemeente bereidt zich voor op deze nieuwe wetgeving. Gezien de aankomende inwerkingtreding wordt ook hier aan deze nieuwe wetten aandacht besteed: De Omgevingswet De Omgevingswet zal het geldende omgevingsrecht op fundamentele punten herzien. In de Omgevingswet zullen alle wettelijke bepalingen, besluiten en regelingen opgaan die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Artikel 1.3 Ow beschrijft de algemene doelen van de wet. Bevoegde gezagen krijgen binnen de Omgevingswet meer ruimte om hun eigen beleid te bepalen. Het bestuur van de gemeente wordt eveneens uitgenodigd om een omgevingsvisie op te stellen, met daarin het gewenste resultaat voor de fysieke leefomgeving. Vervolgens is er voor de gemeente de opdracht om een gebiedsdekkend omgevingsplan, met functietoedeling en met regels voor activiteiten op te stellen. Mede in aansluiting op het omgevingsplan worden toezichts- en handhavingsinstrumenten ingezet. Voor het vergunningverleningsproces en de dienstverlening heeft de inwerkingtreding van de Omgevingswet aanzienlijke gevolgen. Een belangrijk aspect is dat de duur van de vergunningenprocedure sterk wordt ingekort; alle aanvragen moeten in principe via de reguliere procedure binnen 8 weken worden afgehandeld. Ook de wijze waarop vergunningaanvragen getoetst worden, verandert. De Omgevingswet vraagt om een integrale afweging, met als uitgangspunt: ‘Hoe kunnen we dit initiatief mogelijk maken?’ Bij vergunningaanvragen waar meerdere overheden regels voor stellen, wordt er één bevoegd gezag aangewezen als coördinator van het afhandelingsproces. Dit zal meestal de gemeente zijn. De Omgevingswet gaat uit van een gelijkwaardige informatiepositie voor alle betrokkenen, waaronder de initiatiefnemer. Dit houdt in dat de geldende regels begrijpelijk ontsloten moeten worden en dat er zaakgericht gewerkt moet worden. Op die manier kunnen initiatiefnemers het vergunningverleningsproces volgen. Verder wordt participatie bij een vergunningaanvraag verplicht. Deze eis verplicht initiatiefnemers om informatie te verschaffen over de wijze waarop de belangen van belanghebbenden zijn gehoord en hoe het resultaat daarvan is verwerkt in het plan. Dit alles vraagt om een zorgvuldig proces. Een proces van overleg over het initiatief met bestuurlijke partners, ketenpartners en belanghebbenden. In het geval van een complexe aanvraag zal dat naar verwachting niet binnen 8 weken kunnen worden doorlopen. In samenwerking met de Utrechtse partners nemen we deel aan pilots om via het model van de Omgevingstafel een uitgebreider vooroverleg in te richten dat het begeleiden van een aanvraag Omgevingswetproof maakt. De inzet is dat het vooroverleg zich afspeelt via de Omgevingstafel en voordat de formele vergunningaanvraag wordt ingediend en de afhandeltijd van 8 weken gaat lopen. Aan de Omgevingstafel komen (in een of meerdere sessies) de initiatiefnemer en alle betrokkenen bij elkaar. Het initiatief wordt dan besproken vanuit de gedachte om het mogelijk te maken. Vanuit de gemeente en de ketenpartners kunnen bestuurlijke prioriteiten en randvoorwaarden zoals de energietransitie (energiebesparing en -opwekking) aan de orde worden gesteld. De Omgevingstafel levert de initiatiefnemer een integraal advies op, waarmee hij de vergunningaanvraag kan opstellen en indienen. Daarna kan de vergunning in acht weken worden afgehandeld. Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) In mei 2019 is de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) aangenomen door de Eerste Kamer. Door deze wetswijziging wordt een nieuw stelsel van kwaliteitsborging voor het bouwen geïntroduceerd. Dit betekent dat bouwpartners zelf de kwaliteitsborging dienen te regelen en daarbij zelf maatregelen moeten nemen zodat aan het Bouwbesluit 2012 (straks: Besluit bouwwerken leefomgeving) wordt voldaan. De gemeente beoordeelt straks als bevoegd gezag niet meer direct op deze aspecten maar wel op de ruimtelijke ordening, omgevingsveiligheid en de welstand van het te realiseren bouwwerk. Vooralsnog wordt uitgegaan van invoering per 1 januari 2024, tegelijk met de Omgevingswet. Die invoering zal gefaseerd plaatsvinden. Er wordt gestart met de seriematige nieuwbouw (gevolgklasse 1). Bijlage 5: Bestuurlijk- en beleidskader 1.Coalitieakkoord In het Coalitieakkoord ‘In het hart’ heeft het college de volgende keuzes gemaakt bij het uitvoeren van taken die vallen binnen de reikwijdte van dit beleidsplan: Handhaving moet worden geïntensiveerd vanwege de geloofwaardigheid van het openbaar bestuur; Handhaving wordt (meer) integraal opgepakt; Het aantal boa’s en toezichthouders in eigen dienst wordt met één fte uitgebreid; Inwoners worden betrokken bij het opstellen van een Integraal Veiligheidsplan en bij het jaarlijkse uitvoeringsplan. Inwoners dienen aldus bij te dragen aan de keuzes ten aanzien van prioritering; Op termijn zal bekeken worden of het vaartoezicht op de Vinkeveense Plassen in eigen beheer van de gemeente wordt gebracht; Er zal een voorstel komen om de verdeling van taken tussen de ODRU en de gemeente te verbeteren. Het college kan ervoor kiezen om op bepaalde onderwerpen projectmatig toezicht te houden (en eventueel over te gaan tot handhaving). In het jaarlijkse uitvoeringsprogramma zullen dergelijke projecten worden uitgewerkt. 2.Programmabegroting In de jaarlijkse begroting worden bedragen opgenomen voor de uitvoering van het werk rondom vergunningverlening, toezicht en handhaving. Er wordt gewerkt binnen dit VTH-beleidskader. Het interbestuurlijk toezicht van de provincie Utrecht controleert voortdurend of er voldoende beschikbare middelen zijn om deze taken adequaat uit te voeren. De te verwachten benodigde middelen worden elk jaar in de kadernota weergegeven. In de jaarlijkse verantwoording zullen de werkelijke uitgaven weergegeven en verklaard worden. Bijlage 6: Bestuur en organisatie Besluitvorming op vergunningaanvragen, toezicht en handhaving behoren tot de kerntaken van de gemeente. Bestuur, directie, leidinggevenden en medewerkers hebben ieder hun eigen rol en verantwoordelijkheid. Het management en de directie hebben onder andere als taak interne processen aan te sturen. Daarvoor is het nodig om het (gewenste) verloop van primaire werkprocessen inzichtelijk te maken, te structureren en te bewaken. Naast de bestuurlijke verantwoordelijkheid, zal duidelijk moeten zijn wie operationeel verantwoordelijk is voor toezicht en handhaving (wie is verantwoordelijk voor de activiteit, (tussen)resultaten en besluitvormingsmomenten). In het kader van deze beleidsnota past het dan ook om de diverse rollen en verantwoordelijkheden van deze actoren nader te beschrijven. De rol van de gemeenteraad Als taken van de gemeenteraad binnen het integraal VTH-beleid kunnen worden genoemd: het op de politieke agenda plaatsen van het onderwerp toezicht en handhaving; het scheppen van randvoorwaarden - zoals formatie en budget - waarbinnen het beleid kan worden ontplooid; besluitvorming rondom het Integraal Veiligheidsbeleidsplan; het uitdragen van de gemeentelijke handhavingsvisie. De rol van de burgemeester en het college van burgemeester en wethouders Voor het handhavingsbeleid is een belangrijke rol weggelegd voor de portefeuillehouder ‘openbare orde en veiligheid’ en ‘handhaving’, uiteraard binnen de verantwoording op het niveau van het college van burgemeester en wethouders. De burgemeester heeft ook een eigen wettelijke verantwoordelijkheid voor de openbare orde en veiligheid. Verder is de burgemeester bestuurlijk verantwoordelijk voor het krijgen van structureel draagvlak en ‘medeaansturing’ van de lokale politie via het zogenaamde driehoeksoverleg. Bovendien is hij eerstverantwoordelijk bij rampen en zware ongevallen. Het college stelt het VTH-beleid, het jaarverslag en het jaarprogramma vast. De rol van de wethouders Actieve steun en betrokkenheid van het hele college bij het handhavingsbeleid is van groot belang omdat dit raakvlakken heeft met bijna alle gemeentelijke werkvelden. Dit betekent dat: wethouders zich bewust moeten zijn van handhavingsaspecten in hun portefeuille; zij ervoor zorg dragen dat ‘handhaving’ doordringt binnen hun portefeuille. Een wethouder wordt tevens betrokken wanneer sprake is van grote (c.q. politiek relevante) aanvragen voor een omgevingsvergunning. De rol van directie en management VTH-taken hebben raakvlakken met bijna alle gemeentelijke werkvelden. Een actieve bijdrage hiervan is dan ook belangrijk en voor directie en management is dan ook een rol weggelegd, waar het betreft: het betrekken van het totale management bij het integraal beleid; het zorgdragen voor een goede coördinatie en samenwerking tussen de verschillende beleidsvelden; de aanjaagfunctie bij ontwikkelingen die van invloed zijn op het beleid. De rol van samenwerkingspartners Het doel is samen met politie, justitie, burgers, bedrijven en instellingen verder te werken aan handhaving. Iedereen zal daarom op zijn of haar eigen verantwoordelijkheid worden aangesproken; elk individu, elke organisatie kan namelijk op eigen wijze in meer of mindere mate een bijdrage leveren aan een veilige leefomgeving. Coördinatie en afstemming Bij nieuwe plannen voor bedrijfsvestigingen of het bouwen van bedrijven moeten vaak meerdere vergunningsprocedures worden doorlopen. Daarnaast zal in het bijzonder bij handhavingszaken, duidelijkheid moeten worden gegeven over de gevoerde handhavingsstrategie en zal in het kader van regionale handhavingsacties, samengewerkt moeten worden. Het is van groot belang dat procedures goed op elkaar worden afgestemd, hetgeen door middel van regelmatige afstemming kan worden gerealiseerd. Bijlage 7: De Big-8 Cyclus 1. Inleiding De BIG-8 cyclus geeft een spoorboekje voor kwaliteit. Stap voor stap wordt via een zich steeds herhaald proces (dus een cyclus proces) gewerkt aan kwaliteit van beleid en uitvoering van VTH-taken. Dit gebeurt in zeven stappen. Dat klinkt afwijkend. De stap programma en organisatie komt echter in beide cirkels voor en verbindt de cirkels. De BIG 8-cyclus bestaat uit twee cirkels. Hieronder staat een afbeelding van de BIG-8 cyclus: De linker cirkel is de cirkel voor borging van kwaliteit van beleid, de rechter cirkel staat voor borging van de kwaliteit van uitvoering. De cirkels raken elkaar bij de stap Uitvoering en organisatie waarin het jaarlijkse VTH-uitvoeringsplan wordt opgesteld. 2.2Overzicht van de stappen Rapportage en evaluatie (stap 1). Hierin worden de omgevingsanalyse, de risicoanalyse, het jaarverslag en evaluatie als het ware samengebracht en vormen input Strategisch beleidskader (stap 2). Strategisch beleidskader (stap 2). Hoofdstukken 2 en 3 van het VTH-beleid. Hierin krijgen de missie en visie en worden vervolgens doelstellingen vastgelegd die de organisatie wil behalen ten aanzien van deze prioriteiten. Strategie (stap 3). Strategieën worden opgesteld om de gestelde doelen te behalen. In het VTH-beleid zijn een preventiestrategie, een toezichtstrategie, een handhavingsstrategie, een sanctiestrategie en een gedoogstrategie opgenomen die in diverse bijlagen in de bijlagenbundel zijn uitgewerkt. Programma en organisatie (stap 4) is de stap die de beide cirkels verbindt. Dit is het jaarlijkse VTH- uitvoeringsplan dat is afgestemd op de gemeentelijke organisatie (en formatie). Welke VTH-taken worden er concreet uitgevoerd? Wat is de noodzakelijke formatie en zijn de benodigde financiële middelen? Het VTH- uitvoeringsplan is een apart document en staat niet in het VTH-beleid. Werkwijze (stap 5). Hier worden procedures, protocollen en dergelijke worden beschreven. Dit wordt uitgewerkt in diverse bijlagen in de bijlagenbundel en het VTH-uitvoeringsplan. Uitvoering (stap 6): De onderste stap in de onderste cirkel. Dit zijn de vergunningen die daadwerkelijk verleend worden en de toezicht- en handhavingstaken die worden uitgevoerd. Monitoring (stap 7): De gemeente monitort met een geautomatiseerd systeem de resultaten en de voortgang van de uitvoering van het beleid en het VTH-uitvoeringsplan. Evaluatie: periodiek wordt de uitvoering van het VTH-uitvoeringsplan in het daaropvolgende VTH-uitvoeringsplan geëvalueerd en beoordeeld of dit aanleiding geeft tot bijstelling van het VTH-beleid. Bijlage 8: Evaluatie Integraal Handhavingsbeleid 1. Inleiding In dit hoofdstuk wordt het Integraal Handhavingsbeleid 2016 - 2018 geëvalueerd. Het beleid beperkte zich tot handhaving van de regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving zoals: bouwen, ruimtelijke ordening, milieu, brandveiligheid en de openbare ruimte. 2.Relatie tot de Wabo Deze evaluatie is onderdeel van de wettelijk voorgeschreven beleidscyclus (‘Big Eight’). De evaluatie ziet op de periode vanaf 2016 en is mede gebaseerd op de jaarverslagen met betrekking tot de uitvoering van de handhaving in deze beleidsperiode. 3.Evaluatie handhavingsbeleid Hieronder worden de belangrijkste evaluatiepunten van het handhavingsbeleid beschreven. Denk daarbij aan elementen die zeker gecontinueerd moeten worden of onderwerpen die juist in het nieuwe beleid niet of anders geformuleerd moeten worden. De volgende evaluatiethema’s worden in subparagrafen uitgewerkt: afstemmen sanctiestrategie (§ 3.1); heroverweging toezichtstrategie (§ 3.2); afwikkeling meldingen en verzoeken om handhaving (§ 3.3); benoeming handhavingsprojecten (§ 3.4); investeren in regionale samenwerking (§ 3.5); beleidsmatige afstemming en organisatorische inbedding beleid (§ 3.6); evaluatie beleidsdoelstellingen (§ 3.7). 3.1Afstemmen sanctiestrategie De sanctiestrategie is in hoofdlijnen regionaal afgestemd en eenduidig. Met de implementatie van de Landelijke Handhaving Strategie (LHS) in 2016 is hier verder een vervolg aan gegeven. Inmiddels is de handhavingsstrategie geactualiseerd, hetgeen heeft geleid tot publicatie van de LHSO. 3.2Heroverweging toezichtstrategie In het beleid zijn meerdere vormen van toezicht beschreven. Doelstellingen van integraal toezicht moeten reëel zijn maar de ambitie is om, bijvoorbeeld thematisch en projectmatig, intensievere vormen van integraal toezicht na te streven. 3.3Afwikkeling meldingen en verzoeken om handhaving Een substantieel deel van de handhavingscapaciteit bij het taakveld “bouwen en milieu” wordt in beslag genomen door de behandeling van meldingen van inwoners. Deze, maar ook overige klachten vloeien veelal voort uit conflicten tussen buren onderling en niet zo zeer door overige algemene vormen van overlast. Beleidsmatig betekent dit een directe relatie en efficiënte uitvoering tussen risico’s, prioriteiten, capaciteit en doelen. Praktisch gevolg daarvan is dat naast de verzoeken om handhaving voornamelijk meldingen van inwoners worden opgepakt. Dit raakt zowel de taakuitvoering van de ODRU als de gemeente. 3.4Benoeming handhavingsprojecten De uitvoering van de handhaving wordt meer bepaald door input en minder door output. Met andere woorden, wat er in de gemeente speelt op het gebied van handhaving, wordt al dan niet ad hoc opgepakt in plaats van een risicogerichte, programmatische sturing van toezicht en handhaving vanuit regelgeving en beleid. Dit is vaak niet te voorkomen maar door middel van het concreet benoemen van prioriteiten en projecten die binnen de beleidsperiode worden opgepakt kan (organisatorisch) efficiënter worden gehandeld. Hierbij zijn de risico’s die voortvloeien uit de risicomodule meer bepalend dan voorheen. Dit impliceert dat de ambtelijke capaciteit effectiever kan worden ingezet. 3.5Investeren in regionale samenwerking In de regio Utrecht ontmoeten de beleidsmedewerkers of coördinatoren Vergunningen, Toezicht en Handhaving elkaar periodiek. In dit overleg wordt provinciebreed overlegd over nieuwe ontwikkelingen en worden de ‘VTH- cyclusdocumenten’ voorbereid en op elkaar afgestemd. Hieruit is de U&H-strategie voor de verplichte milieutaken voortgekomen. 3.6Beleidsmatige afstemming en organisatorische inbedding beleid In het nieuwe VTH-beleid moet nog sterker de nadruk liggen op de integrale werkwijze. Met behoud van de functiescheiding moeten beleid, besluitvorming, toezicht en handhaving eenduidig zijn en blijven. Dit loopt vooruit op de doelstellingen van de Omgevingswet en geeft nader vorm aan de relatie tussen “vergunningverlening” en “toezicht en handhaving”. 3.7Evaluatie beleidsdoelstellingen In het Handhavingsbeleidsplan De Ronde Venen 2016 – 2018 is de volgende visie op integrale handhaving vastgelegd: Handhaving geprogrammeerd uitvoeren, integraal en efficiënt opereren daar waar mogelijk is en inspelen op veranderingen van wet- en regelgeving. Daarbij beoogt de integrale handhaving bij te dragen aan: voorkomen van gevaar, hinder en overlast en de borging van veiligheid en gezondheid; de rechtszekerheid, de rechtsgelijkheid; het bevorderen en het verbeteren van het naleefgedrag; de eigen kracht en verantwoordelijkheid van inwoners, bedrijven stimuleren en faciliteren. Sanctionering is daarbij geen doel op zich maar het sluitstuk van een proces waarbij in het voortraject zorgvuldig is gekeken naar mogelijke oplossingen. 4 Overig In de achterliggende periode heeft er door ontwikkelingen op het grensvlak van het bestuursrecht en strafrecht en (fysieke) leefomgeving en openbare orde en veiligheid een zekere verschuiving plaatsgevonden in het takenpakket. Er is meer samenwerking noodzakelijk tussen de diverse handhavingsinstanties, ook op lokaal niveau. Bijv. waar zaken rondom “handhaving” ook raakvlakken heeft met “ondermijning”. Dit wordt in de komende beleidsperiode verder uitgewerkt. 5. Samenvatting In de beleidsperiode vanaf 2016 is, naar aanleiding van nieuwe wet- en regelgeving, ervaring opgedaan met beleidsmatig én integraal toezicht en handhaving. Uit de jaarverslagen en doelstellingen blijkt dat het leren en implementeren niet altijd met die snelheid is verwezenlijkt dan was voorgenomen. In de komende beleidsperiode zal dit proces, ook in regionaal verband, verder worden uitgewerkt. Bijlage 9: Omgevingsanalyse gemeente De Ronde Venen 1. Algemeen De gemeente De Ronde Venen is een landelijke en groene gemeente, centraal gelegen tussen Utrecht en Amsterdam, midden in het Groene Hart. De ruim 44.000 inwoners van gemeente De Ronde Venen wonen verspreid over de kernen Mijdrecht, Amstelhoek, De Hoef, Vinkeveen, Wilnis, Waverveen, Abcoude en Baambrugge. Het gebied De Ronde Venen is ontstaan door de turfwinning en inpoldering. Rond het gebied liggen de rivieren de Kromme Mijdrecht, de Amstel, de Waver, de Winkel, de Angstel en de Aa. Deze wateren vormen een bijna gesloten, ronde cirkel, wat de wijze van ontginning en verkaveling heeft bepaald. In 1989 werd gemeente De Ronde Venen gevormd door samenvoeging van de voormalige gemeenten Mijdrecht, Vinkeveen en Waverveen en Wilnis. De huidige gemeente De Ronde Venen is op 1 januari 2011 ontstaan door de samenvoeging van de voormalige gemeenten Abcoude en De Ronde Venen. 2Specificaties per taakveld 2.1Specificatie Bouwen en wonen & Ruimtelijke ordening In de gemeente De Ronde Venen worden jaarlijks ongeveer 500 omgevingsvergunningen afgehandeld. Zo werden er in 2020 453 omgevingsvergunningen verleend en in 2021 waren dat er 527. 2.2Specificatie Brandveiligheid Het objectenbestand van de gemeente De Ronde Venen waarmee de VRU uitvoering geeft aan de Taakuitvoeringsovereenkomst (TUO), bestaat uit vergunning- en meldingsplichtige bouwwerken brandveilig gebruik, evenementen, gebruik brandbeveiligingsverordening en bouwwerken algemeen gebruik. Deze laatste categorie objecten bestaat voor een groot deel uit industriegebouwen welke opgenomen zijn in het Activiteitenbesluit. Het objectenbestand, waarvoor de gemeente als bevoegd gezag verantwoordelijk is, komt voort uit het preventie onderzoek wordt continu geactualiseerd. Naast toezicht heeft het bestuur van de VRU gekozen voor een accent op gerichte communicatie over veiligheid, onder de noemer “Stimulerende Preventie”. Daarbij wordt actief en gericht gewerkt aan bewustwording over veiligheid, bieden van handelingsperspectief en uiteindelijk gedragsbeïnvloeding. Daarmee wordt beoogd incidenten te voorkomen en – als die plaatsvinden - minder slachtoffers en minder schade als gevolg te hebben. Deze preventieve activiteit sluit aan op de doelstelling uit de landelijke handhavingsstrategie, die in dit beleid is opgenomen. 2.3Specificatie Openbare Ruimte Binnen het taakveld APV en bijzondere wetten wordt toezicht gehouden op verschillende terreinen. Voorbeelden hiervan zijn: controle (coördinatie) vóór en tijdens (grotere) evenementen; controle op het onjuist aanbieden en/of storten van afval in de openbare ruimte; controle op het onjuist plaatsen van objecten op en langs de openbare weg; controle op illegale reclame langs de openbare weg; controle op parkeerexcessen. In 2013 zijn toezicht en handhaving in het kader van de Alcoholwet van het rijk aan de gemeente overgedragen. Het ‘Preventie- en handhavingsplan Alcohol 2014-2017 is op 4 november 2014 door de gemeenteraad vastgesteld. De ‘Sanctiestrategie Drank- en Horecawet en horeca-exploitatie’ is op 6 november 2014 vastgesteld. Bijlage 10: Toelichting risicoanalyse en prioritering Inhoud risicoanalyse De risicoanalyse geeft inzicht in risico’s met betrekking tot effecten en naleefgedrag. De risico’s zijn ingedeeld in vier categorieën, van zeer groot tot klein risico (1 tot en met 4). Centraal bij de risicoanalyse staat de formule: RISICO = KANS maal EFFECT. Voor zowel de kans- als effectkant wordt een schaal gebruikt van 1 tot en met 5. 1 betekent hierbij uiteraard dat bijvoorbeeld het effect op de volksgezondheid zeer gering is. Bij een score van 5 is het effect zeer groot. Bij effecten gaat het dus om de gevolgen van een bepaalde overtreding. De kans-score geeft aan hoe groot dat de kans – in zijn algemeenheid – is dat de gedraging plaatsvindt. Aan de effectkant is rekening gehouden met zes verschillende componenten: Fysieke veiligheid; Sociale kwaliteit; Financiele schade; Natuur/stadsschoon; Volksgezondheid; Bestuurlijk imago. Aan de variabelen zijn scores toegekend door vakspecialisten. De variabelen leiden tot een totaalscore. Hoe hoger de score, hoe hoger het risico. Op welke gebieden heeft de risicoanalyse plaatsgevonden? De risicomodule is uitgevoerd voor de taakvelden ruimtelijke ordening, bouwen, bestaande bouw (gebiedstoezicht), en brandveiligheid. Per taakveld is de methodiek gevuld met de specifieke gegevens van Gemeente De Ronde Venen. Van risico’s naar prioritering De prioriteitenstelling uit de risicomodule moet richting geven aan de inzet van mensen, middelen, de frequenties van toezicht en handhaving en de aspecten waarop tijdens het toezicht wordt gelet. De prioriteitenstelling wil zeggen dat overal aandacht aan wordt besteed, alleen met een verschillende handhavingsinzet. Klachten en verzoeken om handhaving worden eveneens getoetst aan dit beleid, hetgeen kan inhouden dat aan laag-prioritaire zaken niet direct aandacht wordt geschonken. Deze zaken kunnen, al dan niet projectmatig, op een nader te bepalen moment in behandeling worden genomen. Uiteraard wordt dit wel met de klager gecommuniceerd. De risicomodule geeft slechts aan waar de risico’s die gepaard gaan met een overtreding het grootst zijn, en waar de kans op een overtreding het grootst is. Daaruit kun je afleiden waar toezicht het meest nodig is, en hoe je handhavend optreden moet (kan) inrichten. Met andere woorden: tegen een overtreding in de hoogste categorie zal sneller, ‘harder’ en daadkrachtiger worden opgetreden dan een overtreding in de laagste categorie. Ook hier geldt dat dit in beginsel zo is, maar dat na een belangenafweging de praktijk altijd anders kan zijn. Het kan dus zo zijn dat een bepaalde inrichting één keer in de tien jaar wordt gecontroleerd, maar dat tegen een overtreding fors wordt opgetreden. Het kan ook andersom: er wordt op een perceel ergens twee keer per jaar gecontroleerd maar treedt niet op tegen een overtreding elders. Bijlage 11: Uitleg/toelichting ‘Tafel van Elf’ 1.Naleving in dimensies De Tafel van Elf is een samenhangende opsomming van dimensies die bepalend zijn voor de naleving van regelgeving. De Tafel van Elf is ontstaan vanuit de praktische behoefte om inzicht te krijgen in de factoren die de gehoorzaamheid van mensen aan regelgeving bepalen en de invloed die rechtshandhaving daarop heeft. De basis wordt gevormd door een combinatie van in de literatuur voorkomende sociaal-psychologische, sociologische en criminologische theorieën, aangevuld met algemene inzichten en praktijkervaringen op het terrein van de rechtshandhaving. De dimensies van de Tafel van Elf moeten worden beschouwd als gedragswetenschappelijke variabelen die nalevingsgedrag beïnvloeden. Door ze systematisch na te lopen, vormen ze een hulpmiddel voor de wetgever om te komen tot naleefbare wetgeving. 2.De Tafel van Elf als wetgevingsinstrument De Tafel van Elf kan toegepast worden als ondersteunende checklist bij de totstandkoming van wetgeving. Dit geldt temeer wanneer het gedrag van mensen bijdraagt aan te bereiken beleidsdoelen. De Tafel van Elf is dan ook van toepassing op een groot deel van de beleidsinstrumentele wetgeving en ook op enkele delen van het strafrecht. De Tafel van Elf is hiermee een hulpmiddel bij de totstandkoming van wetgeving. In het kader van het project Marktwerking Deregulering en Wetgevingskwaliteit (MDW) wordt de Tafel van Elf bij het onderdeel ‘toetsing van voorgenomen regelgeving’ aangeboden als checklist om een aantal vragen te beantwoorden die betrekking hebben op de verwachte mate van naleving van de (toekomstige) wetgeving. Deze vragen moeten beantwoord worden in de toelichting bij de regeling (in geval van een wet respectievelijk AMvB aangeduid als memorie of nota van toelichting). Het doel ervan is om inzichtelijk te maken wat de verschillende (neven-)effecten zijn van de voorgestelde regelgeving. Een goede, heldere toelichting op de verwachte mate van naleving verhoogt bovendien de kwaliteit van een wetsvoorstel. Aan de hand van de Tafel van Elf worden hierna aanwijzingen gegeven over hoe een toelichting ten aanzien van deze aspecten op te bouwen. Er wordt verder op gewezen dat er meerdere instrumenten voor de wetgever beschikbaar zijn zoals bijvoorbeeld de ‘ketenbenadering’ van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu en de ‘Aanwijzingen voor de Regelgeving’ van de Directie Wetgeving van het Ministerie van Justitie. Deze uitleg handelt alleen over de Tafel van Elf. De Tafel van Elf is ontwikkeld door de Inspectie voor de Rechtshandhaving van het Ministerie van Veiligheid en het Sanders Instituut van de Erasmus Universiteit Rotterdam. 3.Inhoud Tafel van Elf A. Dimensies voor spontane naleving T1 Kennis van regels T2 Kosten/baten T3 Mate van acceptatie T4 Gezagsgetrouwheid doelgroep T5 Informele controle B. Controle dimensies T6 Informele meldingskans T7 Controlekans T8 Detectiekans T9 Selectiviteit C. Sanctie dimensies T10 Sanctiekans T11 Sanctie-ernst Op de volgende pagina’s worden deze elf ‘tafels’ verder uitgewerkt en toegelicht. Met de toepassing van de Tafel van Elf is rekening gehouden bij de opbouw van de landelijke handhavingsstrategie. Hieronder worden deze elf ‘tafels’ verder uitgewerkt en toegelicht. A. Dimensies van spontane naleving Kennis van regels Soms is de regelgeving vaag of complex. Het wordt niet begrepen door de doelgroep. Hier prevaleert communicatie boven sanctioneren. Kosten en baten Hier is calculerend gedrag aan de orde: is een overtreding lonend? Hier past sanctioneren en communiceren, maar dan als ‘naming and shaming’. Mate van acceptatie Wordt het beleid door de doelgroep (burger of bedrijf) onderschreven? Betrek belangengroepen bij de formulering van het beleid. Normgetrouwheid doelgroep Het gaat hier om respect en vertrouwen. Een moeilijk te beïnvloeden dimensie, waarbij rekening moet worden gehouden met een sterke individualisering van de maatschappij Niet-overheidscontrole De door de doelgroep ingeschatte kans op een positieve- of juist een negatieve sanctionering van hun gedrag. In deze categorie bevindt zich de bewuste overtreder met een calculerend gedrag. B. Handhavingsdimensies Meldingskans De door de doelgroep ingeschatte kans dat een overtreder door een derde wordt gemeld (het verzoek om handhaving of klacht) en dat er vervolgens door de overheid daadwerkelijk wordt opgetreden. Controlekans De kans dat daadwerkelijk wordt gecontroleerd wordt ingeschat door de doelgroep. Als de overheid “bekend staat” als één, die nauwelijks controleert of sanctioneert dan geeft dat aan het begaan van overtredingen een onjuiste impuls. Handhavingsbeleid moet stellig zijn en uitvoeringsresultaat laten zien. Communicatie van handhavingsresultaat werkt in die zin weer preventief. Detectiekans Als er wordt gecontroleerd, dan kan niet altijd alles worden waargenomen. In controlerapporten gaan wij altijd uit “van het moment van de controle, voor zover wij hebben kunnen vaststellen”. Die laatste zin staat symbool voor de detectiekans, dikwijls behorend bij de calculerende overtreder Selectiviteit Bij dit item behoort het uitvoeren van toezicht op basis van een naleefstrategie, waarbij recidivisten nadrukkelijker en frequenter worden gecontroleerd. De categorie “bewuste overtreders” calculeren de pakkans al in bij de dimensies controlekans respectievelijk detectiekans. C. Sanctie dimensies Sanctiekans In deze categorie zit het bewuste calculerende gedrag van een potentiële overtreder. De overheid kan na constatering van overtredingen sancties opleggen. Dit gebeurt echter niet altijd. Dit hangt af van zaken als het sepotbeleid, de bewijsbaarheid van overtredingen en het eventuele gedoogbeleid. Daardoor is het relevant te beoordelen in hoeverre de doelgroep verwacht straf te krijgen voor bepaalde overtredingen, ofwel naar de gepercipieerde sanctiekans. Sanctie-ernst De hoogte van een sanctie heeft direct te maken met de hoogte van een dwangsom en/of de impact van bestuursdwang respectievelijk de gevolgen van een proces-verbaal. Ook kosten gerechtelijke kosten kunnen een rol spelen. Het proces van sanctieoplegging kan ook bijkomende, immateriële nadelen hebben zoals het verlies van reputatie. De hoogte en ernst van de verschillende soorten sancties zal niet op alle doelgroepen dezelfde impact hebben. De snelheid en zekerheid van sanctieoplegging kan die impact vergroten, bijvoorbeeld via het beleid van lik-op-stuk. Bijlage 12: Risicoanalyse en prioriteitenoverzicht 1.Risicoanalyse en prioriteitenoverzicht fysieke leefomgeving Hoogte risico = uitkomst risicoanalyse Prioriteit 0 - 25 4 26 - 50 3 51 - 75 2 75 + 1 ONDERWERPEN Fysieke veiligheid Sociale kwaliteit Fin.ec. schade Natuur/stadsschoon Volksgezondheid Bestuurlijk imago gem kans risico Prioriteit Vergunninggebonden toezicht Controleren omgevingsvergunning activiteit bouwen - nieuwbouw/verbouw woning 2 2 1 2 2 2 11 4 44 3 activiteit bouwen - publiek gebouw (industrie/kantoor) 3 2 1 1 2 2 11 4 44 3 activiteit bouwen - overige bouwwerken 1 1 1 1 2 2 8 4 32 3 activiteit planologisch strijdig gebruik 1 1 1 3 2 3 11 2 22 4 activiteit brandveilig gebruik 5 3 2 1 3 5 18 4 76 1 activiteit aanleg 2 2 1 3 2 2 12 2 24 4 activiteit monument 1 1 1 4 2 4 13 2 26 3 activiteit reclame 1 2 1 2 1 3 10 2 20 4 activiteit kappen/vellen houtopstanden 2 1 1 3 1 4 12 2 24 4 activiteit slopen 2 1 1 2 2 2 10 1 10 4 activiteit bouwen/gebruik - afloop tijdelijke omgevingsvergunning 2 3 2 2 2 2 13 4 52 2 Controleren sloopmelding activiteit sloop - met asbest 5 4 2 1 3 5 20 4 80 1 activiteit sloop - zonder asbest 2 1 1 1 2 2 9 1 9 4 Niet vergunning gebonden en repressief toezicht activiteit bouwen - illegale bouwwerken, geen gebouw 1 1 1 2 1 4 10 5 50 3 activiteit bouwen - illegaal bouwen, gebouwen (klein1Van een klein bouwwerk is sprake als het een oppervlakte heeft dat gelijk is aan of kleiner is dan 3 m2. Tevens is een klein bouwwerk niet hoger dan 1.5 meter. bouwwerk in de voortuin) 1 1 1 2 2 2 8 3 24 4 activiteit bouwen - illegaal bouwen - gebouwen (overig) 3 3 1 2 2 3 14 3 42 3 activiteit gebruik - illegaal gebruik van bouwwerken en gronden (strijd bestemmingsplan/omgevingsplan) 2 2 2 2 1 3 11 3 80 3 activiteit sloop - illegale sloop met asbest 5 5 1 1 5 5 22 4 88 1 activiteit sloop - illegale sloop zonder asbest 2 2 1 1 5 5 16 4 64 2 activiteit bouwen/gebruik - onveilige woonsituaties 3 4 1 1 4 5 18 5 90 1 activiteit bouwen - illegale reclame 1 3 1 2 1 2 10 4 40 3 illegale aanleg van werken 1 2 1 5 2 2 13 4 44 2 activiteit bouwen - vergunningsvrije bouwwerken 2 3 1 2 2 1 11 2 22 4 activiteit bouwen - excessen welstandsnota 1 4 1 5 1 2 14 2 28 3 activiteit bouwen - rijksmonumenten 2 5 2 5 2 5 21 4 84 1 activiteit bouwen/gebruik – brandveilig gebruik 5 3 2 2 5 4 21 4 84 1 2.Samenvatting risicomodule Brandveiligheid Om de risico’s op naleving en slachtoffers te kunnen inschatten maakt de VRU gebruik van de Risicomodule Preventietaken van Antea (voorheen Save Oranjewoud). Risicogerichtheid is hierin geborgd, doordat de risico’s van het optreden van een incident in een gebouw gekoppeld worden aan de kans dat een dergelijk incident zal optreden. Deze kans maal effect benadering maakt dat de Risicomodule ook is goedgekeurd door de provincie als tweedelijns toezichthouder. De Risicomodule heeft een dynamisch karakter en zou zo ingevuld kunnen worden dat per object de parameters bepaald worden. Nu zijn deze nog vastgesteld per gebouwcategorie. Deze risicoweging biedt de mogelijkheid om toezicht te concentreren op de meest risicovolle gebruiksfuncties en minder risicovolle gebruiksfuncties minder frequent te controleren. Gebouwen en bouwwerken met de hoogste risicoscore worden jaarlijks gecontroleerd, terwijl objecten met een lagere scoren twee- of vierjaarlijks gecontroleerd worden. Hiervoor stelt de VRU in overleg met de gemeente een jaarplan op. Hieronder wordt de risicomodule voor de gemeente De Ronde Venen weergegeven: Beschrijving effecten naleving Klasse Bejaardenoorden / verzorgingshuizen - Woonzorgcomplexen 8,3 6,3 I Kinderdagverblijf > 10 pers. 8,1 5,5 I Woning met zorg - zorgclusterwoning 24 uur zorg in een woongebouw 7,0 6,2 I Woning met zorg - groepszorgwoning op afspraak 6,8 6,3 I Klinieken (poli-, psychiatr., ...) > 10 pers. 7,9 5,4 I School (l.l < 12 jaar) 250 - 1000 pers. 5,9 5,6 I Dagverblijf (kinderen / gehandicapten) 10-50 pers. 5,6 5,9 I Hotel > 50 pers. 6,1 5,6 I School (l.l < 12 jaar) 10 - 250 pers. 5,4 5,7 II Woongeb.met inpandige gangen 5,1 5,2 II Hotel 10-50 pers. 5,5 5,7 II Cafés, discotheek, restaurant > 500 pers. 4,5 6,7 II School (l.l. > 12 jaar) > 1000 pers. 4,2 5,9 III Winkelgebouwen incl. gevaarlijke stoffen 3,8 6,0 III Zwembad 3,9 5,8 III Fabrieken 0-50 pers. - industrie - BEVI 3,6 5,8 III Buurthuis, ontm.centrum, wijkcentr. > 250 pers. 3,6 6,2 III Cafés, discotheek, restaurant 50-250 pers. 3,6 6,1 III Markt (periodieke markten) 3,7 6,4 III Tijdelijke bouwsels >50 pers. 3,5 5,9 III Museum, bibliotheek 50-250 pers. 3,7 5,6 III Fabrieken 0-50 pers. - industrie - gevaarlijke stoffen 1.000 kg - 10.000 kg 3,3 5,8 IV Winkelgebouwen 50-250 pers. 3,3 6,0 IV Gebedshuis > 250 pers. 3,6 5,5 IV Overige gebouwen met bijeenkomstfunctie > 50 pers. 3,3 5,8 IV Sporthal, stadion 50-250 pers. 3,3 5,8 IV Fabrieken 0-50 pers. 3,0 5,7 IV Fabrieken 0-50 pers. - industrie - gevaarlijke stoffen tot 1.000 kg 3,2 6,0 IV Buurthuis, ontm.centrum, wijkcentr. 50-250 pers. 3,2 5,8 IV Gebedshuis 50-250 pers. 3,2 5,2 IV Kantoren 50-250 pers. 3,1 4,9 V Kantine, eetzaal > 50 pers. 3,0 5,1 V Tabel: Prioritering taakveld Brandveiligheid gemeente De Ronde Venen Bijlage 13: Naleefstrategieën: een overzicht Wettelijk kader Besluit omgevingsrecht Artikel 7.2 Handhavingsbeleid Het handhavingsbeleid geeft voorts inzicht in de strategie die het bestuursorgaan hanteert met betrekking tot: de wijze waarophet toezicht op de naleving van het bij of krachtens de betrokken wettenbepaalde wordt uitgeoefend om de krachtens het eerste lid gestelde doelen te bereiken; de rapportage van de bevindingen van degenen die toezicht hebben uitgeoefend en het vervolg dat aan die bevindingen wordt gegeven; de wijze waarop bestuurlijke sancties alsmede de termijnen die bij het geven en uitvoeren daarvan worden gehanteerd, en de strafrechtelijke handhaving onderling worden afgestemd, en waarbijtevens aandacht wordt besteed aan de aard van de geconstateerde overtreding en; de wijze waarop het bestuursorgaan omgaat met overtredingen die zijn begaan door of in naam van dat bestuursorgaan of van andere organen behorende tot de overheid. Artikel 7.4 Uitvoeringsorganisatie Het bestuursorgaan draagt er tevens zorg voor dat: een beschrijving van de werkprocessen, de procedures en de bijbehorende informatievoorziening inzake het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de betrokken wetten bepaalde en het voorbereiden, geven en uitvoeren van bestuurlijke sancties wordtvastgesteld; de uit te voeren werkzaamheden plaatsvinden overeenkomstig deze beschrijving. 1.Inleiding Dit hoofdstuk beschrijft de verschillende strategieën binnen de handhaving. Het tweesporenbeleid (toepassing van bestuurs- en strafrecht) en het stappenplan maken hier onderdeel van uit. De strategie sluit aan op de gestelde prioriteiten en doelen. Daarbij vraagt de Wabo (en straks ook de Omgevingswet) vanwege het gelijkheidsbeginsel om eenduidigheid tussen de verschillende taakvelden. In paragraaf 1.2 en bijlage 2 is de reikwijdte benoemd voor dit handhavingsbeleid; zaken met betrekking tot ruimtelijke ordening, bouwen en wonen, brandveiligheid en openbare ruimte. In hoofdlijn is onderstaande strategie ook van toepassing op elders uitgewerkte taakvelden; drank en horeca (de Alcoholwet), kinderopvang, openbare orde & veiligheid en sociaal domein benoemd. Met deze brede insteek wordt voorgesorteerd op de doelstelling van de Omgevingswet, waarvan de inwerkingtreding in 2024 wordt verwacht. Op verschillende niveaus zijn strategieën geformuleerd die betrekking hebben op de naleving van regelgeving, te weten: De preventiestrategie; De communicatiestrategie; De toezichtstrategie; Handhavingsstrategie; Sanctiestrategie (maakt onderdeel uit van de LHSO); Richtlijn bedragen en termijnen; Gedoogstrategie; Privaatrechtelijke handhaving; Handhaving eigen organisatie en/of andere overheid. De bovenstaande strategieën zijn in de komende bijlagen uitgewerkt. Bijlage 14: Preventiestrategie 1.Preventiestrategie Preventiestrategie is de strategie die primair ziet op het bevorderen van spontane naleving van wet- en regelgeving. Belangrijke elementen van de preventiestrategie zijn voorlichting (communicatiestrategie) en de wijze van toezicht (toezichtstrategie). Handhaving is meer dan het corrigeren van overtredingen door het opleggen van herstellende en/of bestraffende sancties. Aan toezicht en handhaving gaan een acceptatieproces (van de gestelde norm, door burgers en bedrijven) vooraf. Dit vergt een gedegen vorm van communicatie. Zo kan er actief voorlichting worden gegeven wanneer blijkt dat bepaalde regelgeving onvoldoende bekend is. Ook kan ingespeeld worden op ontwikkelingen wanneer blijkt dat in een bepaalde branche (of objectencategorie) calculerend gedrag voorkomt. Om inzicht te krijgen in de redenen van overtreden van wet- en regelgeving wordt gebruik gemaakt van de ‘Tafel van Elf’ van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid. Deze methodiek sluit aan bij de Landelijke Handhaving strategie (LHS).2Nu de LHSO. De Tafel van Elf is een wetenschappelijk ontwikkeld model die inzage geeft in de redenen waarom mensen de regels overtreden. De methode laat zien dat er vóór het daadwerkelijke sanctietraject voldoende mogelijkheden zijn om middels gerichte communicatie overtredingen te voorkomen, dan wel helderheid over normen te verstrekken (mochten die onvoldoende helder zijn). De Tafel van Elf probeert het activeren van het sanctietraject te voorkomen door een verhoogde inzet op preventie. Dat wordt in onderstaande methode toegelicht: Figuur 4: Tafel van Elf Onderin de piramide staan werkwijzen die een breed en langdurig effect hebben, het meest inwerken op ‘norm- internalisatie’ (het eigen maken van de norm) en het minst belastend zijn voor burgers en bedrijven. Helemaal in de punt ziet u handhaving in de vorm van controleren en sanctioneren. Dit is met name van belang als een stok achter de deur. De ervaring leert dat effecten van sancties alleen gunstig zijn zolang de handhaving actief is. Bovendien gaat het om een aanpak die doorgaans ingrijpender is voor burgers en bedrijven. Daarnaast is handhaving voor de overheid een kostbaar middel dat gedoseerde inzet vergt. De Tafel van Elf beschrijft dimensies van spontane naleving. De dimensies uit de Tafel van Elf vormen daarom de basis van de preventiestrategie. Dat wordt verder vormgegeven onder invloed van de LHSO. Zo wordt eenduidig sanctionerend opgetreden indien –ondanks preventie en communicatie– toch sprake is van een (herhaling van) een overtreding. De elf dimensies voor naleving van wetgeving zijn ondergebracht in twee groepen, elk met hun eigen uitwerking op de neiging tot naleving. De bovenste twee onderdelen van de Tafel van Elf (zie figuur 4 en bijlage 11) omvatten de daadwerkelijke inzet van toezicht en handhaving. In bijlage 11 zijn de verschillende dimensies benoemd en verder uitgewerkt. In het VTH-Uitvoeringsprogramma wordt uitgewerkt op welke wijze en op welke onderdelen de gemeente De Ronde Venen actief communiceert. Hierin wordt opgenomen in welke concrete gevallen de gemeente wel of niet actief communiceert over haar toezicht- en handhavingstaken. Onderdeel van preventiestrategie is verder het inschakelen van buurtbemiddeling of mediation. Dit is aanvulling op de Tafel van Elf. In geval van klachten kan buurtbemiddeling een sterkere oplossingskracht hebben dan de inzet van toezicht & handhaving. Waar mogelijk zetten we deze vorm van preventie in. Bijlage 15: Communicatiestrategie Vanuit het verleden is handhaving veelal gericht op de beïnvloeding van gedrag van burgers of bedrijven, zodat deze wet- en regelgeving naleven. Deze beïnvloeding zal succesvoller zijn naarmate handhaving is gestoeld op kennis over dit gedrag en de oorzaken ervan. Ook in het gehele VTH-beleid groeit het besef dat adequate naleving van regelgeving kan worden bevorderd door de inzet van informatie en communicatie waarbij de doelen zijn de bevordering van naleving van regelgeving met als hoger doel verbetering, behoud en/of vergroting van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Als de doelgroep niet op de hoogte is van de regels, deze niet goed begrijpt, of onjuist interpreteert, kan regelgeving niet correct worden nageleefd. Voorlichting kan deze specifieke doelgroep(
  4. en)informeren over het bestaan van de regels en de juiste toepassing ervan. Als er minder onbedoelde fouten worden gemaakt bij de naleving, blijft er meer capaciteit beschikbaar voor toezicht en handhaving van overtredingen die de meeste impact hebben op de veiligheid(sbeleving) en impact op het woon-, werk- en leefklimaat. De communicatie vindt zo gericht mogelijk plaats aan de hand van de volgende communicatievormen: Algemene communicatie: via websites en/of (lokale) media zo veel mogelijk mensen informeren over de regels en de toepassing daarvan. Doelgroepgerichte/gebiedsgerichte communicatie: een doelgroep of gebied informeren over de specifieke regels die voor gebied van toepassing zijn. Individuele communicatie: persoonlijke voorlichting aan een burger of bedrijf over de regels en de toepassing ervan (Omgevingsloket). Gemeente De Ronde Venen communiceert actief: wij kijken naar de mogelijkheden en kansen binnen de wettelijke kaders; wij lichten inwoners en bedrijven begrijpelijk voor bij complexe en veranderende wetgeving; wij creëren bewustwording van de wet- en regelgeving; wij communiceren over goede voorbeelden; wij communiceren over het vergunningenplan; wij leggen verantwoording af over onze resultaten en die van onze uitvoeringspartners; wij stemmen onze communicatie af op de info-behoefte van de doelgroep; wij stimuleren naleefgedrag door middel van communicatie; wij beantwoorden vragen over aanvragen zo snel mogelijk en begrijpelijk en communiceren van tevoren wanneer het antwoord komt; wij communiceren ook van buiten naar binnen en willen weten welke behoefte er leeft bij onze doelgroep. Bijlage 16: Vergunningenstrategie 1. Inleiding Dit hoofdstuk beschrijft de strategieën voor vergunningverlening voor diverse activiteiten. Vanuit een risicoanalyse en de prioriteitenstelling volgt een bepaald toetsingsniveau voor diverse activiteiten. In dit beleidsplan worden de toetsingsprotocollen per taakveld gespecificeerd zodat het toetsingsproces transparant en voorspelbaar is voor zowel de gebruikers als voor de klanten. 1.2Doelstelling Het doel van het toetsingsprotocol is om de verlening van vergunningen transparanter te maken en uniformiteit in de toetsing te bewerkstelligen. Met het toetsingsprotocol legt de gemeente zichzelf voor elke vergunning een minimumtoetsingsniveau op. Het bestuurlijk vaststellen van de toetsingsniveaus van de diverse voorschriften zodat de vergunningverlening op een verantwoorde wijze plaats vindt. Hierdoor kunnen ook de medewerkers afgewogen en expliciete keuzes maken bij het toetsen van vergunningaanvragen en meldingen. 1.3 Uitgangspunten bij beoordelingen van vergunningen en meldingen Het toetsingsprotocol heeft uitsluitend betrekking op de voorschriften zoals opgenomen in de betreffende wet- en regelgeving. De mate van toetsen wordt bepaald door het effect dat een calamiteit met zich meebrengt, de kans dat deze zich voordoet én de bestuurlijke prioriteit. 1.3.1Informatieverstrekking en vooroverleg Voordat een conceptaanvraag, vooroverleg (schetsplan) of complete aanvraag omgevingsvergunning wordt ingediend, komt het regelmatig voor dat een aanvrager vooraf overleg wil over de haalbaarheid van zijn plan (voor een concreet initiatief). Vaak wordt in eerste instantie het verzoek gedaan bij het Omgevingsloket of bij een betrokken medewerker waarbij de initiatiefnemer het project toelicht en de mogelijke vereiste vergunningen of meldingen worden besproken, met de bijbehorende procedures. Bij het vooroverleg wordt globaal gekeken naar de (ruimtelijke) haalbaarheid en inpasbaarheid van het plan. Hierbij is vaak het bestemmingsplan (straks: omgevingsplan) leidend, aangevuld met ander lokaal beleid (bijvoorbeeld de welstandsnota). Na het vooroverleg is het voor de initiatiefnemer duidelijk of een later in te dienen aanvraag om vergunning kans van slagen heeft en welke procedure hiermee is gemoeid. Als het plan aangepast moet worden, wordt duidelijk aangegeven op welke onderdelen dat dient te gebeuren. De haalbaarheid van eenvoudige aanvragen voor een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen kunnen eventueel door de frontoffice van team Omgeving van de gemeente worden afgedaan. 1.3.2Indieningsvereisten De indieningvereisten voor aanvragen om vergunningen, ontheffingen en meldingen zijn opgenomen in diverse regelingen, zoals de Ministeriële regeling omgevingsrecht (Mor), het Activiteitenbesluit en het Bouwbesluit 2012.3Vanaf inwerkingtreding van de Omgevingswet is uiteraard die wet – met de bijbehorende AMvB’s - leidend. De indieningsvereisten zijn, onder de Omgevingswet, opgenomen in de Omgevingsregeling (Or). In bijzondere gevallen kunnen voor de beoordeling andere gegevens nodig zijn dan in specifieke regelingen is opgenomen of wanneer er geen indieningvereisten zijn vastgesteld. Op grond artikel 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan het college om (specifieke) aanvullende gegevens vragen. In het geval een aanvraag niet voldoet aan de indieningsvereisten kan deze niet ontvankelijk worden verklaard. Dit betekent concreet dat de aanvraag niet in behandeling kan worden genomen. Voordat dit gebeurt wordt de aanvrager altijd eerst in de gelegenheid gesteld de aanvraag binnen een aangegeven (en redelijke) termijn aan te vullen. Verder houdt de Ronde Venen rekening met de toezichtmatrix als het gaat om de vraag welke stukken opgevraagd worden bij een initiatiefnemer. Onderwerpen waarop geen toetsing plaatsvindt, worden logischerwijze ook niet opgevraagd. De toezichtmatrix is aldus, naast de vigerende wettelijke bepalingen, een belangrijke richtlijn bij het opvragen van stukken. 1.3.3Overige uitgangspunten Als algemene leidraad voor de toetsing van vergunningen geldt dat uit de ingediende gegevens altijd voldoende aannemelijk moet zijn dat aan de geldende regelgeving wordt voldaan. De gemeente zorgt ervoor dat zij zelf voldoende kennis op de diverse disciplines bezit of inhuurt zodat de gemeente zich er altijd van kan vergewissen of rapporten en adviezen van derden voldoen aan de regelgeving. 1.3.4Interne en externe afstemming Integrale vergunningverlening is een onderdeel van de dienstverlening van een gemeente. Een adequate interne afstemming is nodig om aanvragen binnen de wettelijke termijnen compleet af te handelen en draagt daardoor in grote mate bij aan de klantbeleving van de dienstverlening. Dit betekent in eerste instantie een goede afstemming, zowel tussen vergunningverleners en andere interne betrokkenen, als tussen vergunningverlener, toezichthouder, handhaver en adviseurs. Deze afstemming is van wezenlijk belang voor een eenduidige, uniforme toetsing en optreden naar buiten toe. Hiervoor zijn werkprocessen opgesteld en werkafspraken gemaakt. Afstemming en adviesmomenten zijn verwerkt in deze werkprocessen en -afspraken. De werkprocessen en -afspraken die de organisatie aangaan worden in een afzonderlijk document vastgelegd. Deze dynamische uitwerking is een reactie van de organisatie op de bestuurlijke keuzes in dit beleidsplan. Externe afstemming is van belang om te komen tot een optimaal en integraal resultaat in zowel vergunningverlening, toezicht als handhaving. De samenwerkende partners (waterschap, politie, veiligheidsregio, omgevingsdienst, provincie, ministerie enz.) benutten zo de specifieke deskundigheid, ondersteuning, aanvulling en informatie over en weer. Ook het overleg met adviseurs van de aanvragers, zoals architecten, zal veelal nodig zijn en bijdragen aan het gewenste eindresultaat. 1.4Uitwerking specifieke situaties 1.4.1Toets constructieve veiligheid Constructie heeft alles te maken met veiligheid. Bouwwerken die qua omvang gelijk zijn met vergunningvrije bouwwerken of bouwwerken waarvoor alleen een omgevingsvergunning voor de activiteit ‘’afwijken van het bestemmingsplan/omgevingsplan’’ nodig is, worden niet op hun constructie gecontroleerd. Voorbeelden hiervan zijn: Dakkapel op het voorgeveldakvlak; Berging lager dan 5 meter op het voorerf. Er vindt ook geen volledige toets c.q. beoordeling plaats op de hoofddraagconstructie. Als uit de stukken blijkt dat het aannemelijk is dat de hoofddraagconstructie voldoet, is dit voldoende. Bij een constructieve toets wordt in ieder geval steekproefsgewijs getoetst op de volgende onderdelen: Fundering; Hoofddraagconstructie; Stabiliteit/berekening. Het doel van deze toets is het bieden van een veilige (fysieke) leefomgeving. 1.4.2Brandveilig gebruik bouwwerk In het Bor (straks: het Besluit bouwwerken leefomgeving) is opgesomd in welke gevallen sprake is van een vergunningplicht. In alle gevallen gaat het om het in gebruik nemen van een bouwwerk, bestemd voor het verblijf van een kwetsbare groep. Om deze reden wordt de toets aan het Bouwbesluit in deze gevallen volledig gedaan. Op grond van het Bouwbesluit is er voor een bepaalde categorie bouwwerken een Melding brandveilig gebruik nodig. Dit is ook het geval als er gebruik is gemaakt van een gelijkwaardige oplossing. Vergunningaanvragen en meldingen worden voor advies voorgelegd aan de VRU. Bouwwerken welke qua omvang gelijk zijn met vergunningsvrije bouwwerken worden niet getoetst door de VRU. De categorie vergroten woning, bijvoorbeeld een aanvraag voor een dakopbouw wordt meestal niet aangeboden aan de brandweer. In de praktijk blijkt dat het opnemen van de voorwaarde om een rookmelder te plaatsen voldoende is. Het doel van deze toets is het bieden van een veilige (fysieke) leefomgeving. 1.4.3Sloopwerkzaamheden met of zonder asbest Een sloopmelding is vereist op basis van het Bouwbesluit 2012 wanneer er sprake is van het verwijderen van meer dan 10m3 sloopafval of wanneer sprake is van het verwijderen van asbest. In het Bouwbesluit 2012 staan rechtstreeks werkende regels, zoals regels ten aanzien van overlast en hinder bij sloopactiviteiten (geluidhinder, stofhinder, etc.). Bij grote sloopplannen waarbij veiligheid van belendende bouwwerken en percelen en de weggebruikers gewaarborgd dient te blijven, moet de melder een sloopveiligheidsplan indienen. Hierin staat beschreven hoe de sloper deze veiligheid denkt te waarborgen (zoals: het afsluiten van het sloopterrein, zorgdragen voor voorzieningen, zodat het sloopafval niet op de openbare weg belandt, het gebruik van kranen, rijroutes van vrachtwagens van en naar de slooplocatie, etc.). Het verwijderen van asbest mag alleen worden uitgevoerd door gecertificeerde sloopbedrijven. Bij het indienen van de melding controleert de gemeente of de sloper ook daadwerkelijk gecertificeerd is. Doel van de sloopmelding is om veiligheid voor weggebruikers en belendende percelen te waarborgen, de afvalstoffenstroom van het vrijgekomen sloopafval (inclusief asbest) te bewaken en te controleren of een sloper gecertificeerd is voor het verwijderen van asbest (als dit aan de orde is tijdens de sloopactiviteiten). 1.4.4Aanpassen rijksmonument Aanvragen omgevingsvergunning met de activiteit ‘’Aanpassen rijksmonument’’ worden voorgelegd aan de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). De RCE moet een verklaring van geen bedenkingen afgeven. Het doel van deze toets is het respecteren en beschermen van cultuurhistorisch erfgoed. 1.4.5Natuurwetgeving (Bouw)plannen kunnen gevolgen hebben voor natuur en de flora en fauna. Als bij toetsing van het plan blijkt dat hiervan sprake kan zijn, wordt de aanvrager gevraagd een quickscan uit te voeren. De uitkomst kan zijn dat ook een vergunning volgens de Wet Natuurbescherming of een ontheffing van de Flora- en Faunawet moet worden aangevraagd. Het is aan de aanvrager om ervoor te kiezen om deze procedure apart te voeren of aan te laten haken bij de aanvraag omgevingsvergunning. Het doel van deze toets is het respecteren en beschermen van aanwezige natuurwaarden en ecologische waarden. 1.4.6Toets APV, Vfl en Alcoholwet De gemeente heeft de bevoegdheid om regels te stellen voor de openbare ruimte in het kader van leefbaarheid en openbare orde en veiligheid. In de APV en de reeds genoemde Verordening fysieke leefomgeving is de gemeentelijke regelgeving op dit gebied opgenomen. Het gaat met name om onderwerpen en activiteiten die in de openbare buitenruimte plaatsvinden: exploitatievergunningen, grote evenementen, collectevergunningen, plaatsen van containers, etc. Aanvragen voor vergunningen en ontheffingen op grond van de Alcoholwet kennen naast de wet geen apart toetsingskader. Voor het bepalen van het risico van een evenement wordt de risicoscan evenementenveiligheid van de VRU (veiligheidsregio Utrecht) gebruikt. Dit instrument wordt door de hele regio gebruikt en hiermee wordt bepaald of het evenement qua risico een A (laag), B (midden) of C (hoog) evenement is. Hierop worden de inzet van de operationele diensten en de vergunningsvoorwaarden afgestemd. Bijlage 17: Toezichtstrategie 1.Toezichtstrategie Toezichtstrategie is de strategie die beschrijft op welke manier en in welke vorm toezicht plaatsvindt. Dit is een leidraad bij het opstellen van het HUP en voor de toezichthouder in zijn dagelijkse werk. Toezicht vindt plaats op basis van de gestelde prioriteiten en doelen. Deze zijn vastgesteld op basis van de risicoanalyse (zie bijlage 12). De prioritering is leidend voor de frequentie van toezicht. 1.1Manier van werken bij toezicht en handhaving Verschillende handhavingspartners zijn actief in toezicht en handhaving in de leefomgeving. Zowel in de openbare ruimte als in het bebouwde gebied. Te denken valt aan toezicht door het waterschap, de Veiligheidsregio Utrecht, de provincie Utrecht, de politie, de ODRU en de gemeentelijke organisatie, waaronder de buitendienst. Door informatiegestuurde handhaving en heldere werkafspraken zijn meerdere vormen van integraal toezicht mogelijk. Dat wordt hierna uitgewerkt. Figuur 5: modellen voor het uitvoeren van (integrale) controle Controleren met elkaar: Toezichthouders vanuit diverse taakvelden voeren gezamenlijk een integrale controle uit. Ieder voor de eigen discipline. Met name van toepassing in situaties die door een groter dan gemiddelde complexiteit of bestuurlijke prioriteit worden gekenmerkt. Soms is deze methode nodig, meestal is die arbeidsintensief en belastend voor de ondernemer of burger. Na elkaar controleren: Verschillende toezichthouders van uiteenlopende instanties of afdelingen voeren zelfstandig en onafhankelijk van elkaar een controle uit. Omdat de inspecties over een relatief groter tijdsbestek worden uitgevoerd, heeft deze aanpak een sterkere preventieve uitwerking. Deze vorm van controleren is de klassieke vorm van toezicht. De toezichtlast neemt echter toe en de efficiëntie neemt af. Bovendien is het risico groot dat controles verschillende vakgebieden bestrijken, hetgeen kan leiden tot interpretatieverschillen. Voor elkaar signaleren: Een toezichthouder kan tijdens zijn ‘eigen’ controle een mogelijke overtreding in een ander taakveld signaleren. Als deze constatering daartoe aanleiding geeft, zal de specialist van dat taakveld zelf een controle uitvoeren. Het voordeel van deze aanpak is dat overtredingen in een eerder stadium worden gesignaleerd. Deze aanpak vergt wel de nodige afstemming (en kunde) binnen een organisatie. Voor elkaar controleren: Een toezichthouder neemt tijdens een integrale controle meerdere aandachtsvelden voor zijn rekening. Dit heeft voornamelijk betrekking op situaties die worden gekenmerkt door een geringe complexiteit. Dit is een vorm van signaaltoezicht, die prima kan worden uitgevoerd door een generalistisch toezichthouder, die bovendien dikwijls wordt ingezet voor uiteenlopende surveillances. Bij toezicht wordt de gekozen voor de meest effectieve en efficiënte manier van toezicht. Dit is afhankelijk van het doel van het betreffende project in het HUP. Het streven is bij alle controles oog te hebben voor signaalpunten van andere taakvelden en/of bevoegd gezag. De belangrijkste signaalpunten zijn vastgelegd in de signaalkaarten4‘Samen werken aan Samenwerken. Signaaltoezicht regio De Waarden’, versie april 2013. Uitgangspunt is dat alle signaalpunten na afloop van de controle worden doorgegeven aan de betrokken handhavingspartner. In het HUP wordt de manier van controleren voor elk project vastgelegd. De manier van werken bij toezicht & handhaving krijgt vorm in een soort controle. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in preventief, actief en reactief toezicht: geprogrammeerd gebiedstoezicht (preventief, § 1.2); gebiedsgerichte controles (actief, § 1.3); controle op de naleving van verleende vergunningen en/of meldingen (actief, § 1.4); controle naar aanleiding van meldingen/handhavingsverzoeken (reactief, § 1.5). 1.2Preventief: geprogrammeerd gebiedstoezicht De kwaliteit van de leefomgeving wordt onder meer bepaald door de mate van controle op de naleving van de gestelde normen. Controle betekent ook “gezien worden” en dat werkt in de regel preventief. Gekoppeld aan handhavingscommunicatie zal dit een positief effect hebben op kwaliteit van de leefomgeving. De surveillance kan door elke discipline worden uitgevoerd. Het gaat er dan om dat bevindingen bij de juiste handhavingspartner wordt gedeponeerd: ook dat is een vorm van signaaltoezicht. Dit kan een collega zijn of een ander bevoegd gezag. Periodiek wordt een gebied, al dan niet steekproefsgewijs, gecontroleerd of er overtredingen zijn. Deze controles vinden plaats aan de hand van incidentele fysieke perceelscontroles. Dat geldt voor Wabo-gerelateerde taken en ook het toezicht in de openbare ruimte vindt hierin plaats. 1.3Actief: gebiedsgerichte controle Een surveillance kan ook resulteren in een controle, op basis waarvan een handhavingstraject moet worden opgestart. Deze controle zal vooral in buitengebieden leiden tot het constateren van uiteenlopende vormen van strijdig (planologisch) gebruik, mede door de veranderingen in de wetgeving per 1 november 2014 (uitbreiden van het vergunningvrij bouwen en de verruiming van de mogelijkheden tot planologisch afwijkend gebruik, ook buiten de bebouwde kom). Het belang van een tijdige signalering is tweeledig: ernstige overtredingen worden eerder gesignaleerd en aangepakt (mits prioritair), en de informatie is direct bruikbaar in elke actualiseringsronde van de bestemmingsplannen. De gebiedsgerichte controle kan ook worden ingezet voor de taakvelden milieu, bouwen en openbare ruimte. Tijdens de controle heeft de toezichthouder specifiek oog voor een of meerdere controlepunten. Voorbeelden hiervan zijn bebouwing in voorerfgebied, gevelinventarisatie milieu of foutief parkeren. Met het afnemen van vergunningplichtige activiteiten en het toenemen van vergunningsvrije of meldingsplichtige werkzaamheden neemt de kans op afwijkend handelen toe. Daar waar minder inzet nodig is voor vergunningverlening, blijkt uit de praktijk dat intensivering van toezicht en handhaving noodzakelijk is. 1.4Reactief: controle naar aanleiding van verleende vergunningen en/of meldingen Deze vorm van controle is traditioneel en vloeit direct voort uit het nemen van beschikkingen, het stellen van voorschriften bij vergunningen en het accepteren van meldingen. Naleving van voorschriften is essentieel bij vergunningverlening, immers het gaat hier om zaken die expliciet vergund dienden te worden. Alle verleende vergunningen worden, waar mogelijk, integraal gecontroleerd overeenkomstig het vastgestelde beleid en de eventuele controlefrequentie (zie hoofdstuk 7). In geval van overtredingen wordt – afhankelijk van het beleid - de sanctiestrategie toegepast. In dit beleidsstuk zijn keuzes gemaakt voor bepaalde toetsingsniveaus. Zo worden bijvoorbeeld bouwwerken en verbouwingen die qua omvang vergunningvrij gebouwd hadden kunnen worden niet meer beoordeeld c.q. getoetst aan het Bouwbesluit. Het is dan niet logisch om daar dan wel toezicht op te houden. Het toetsingsniveau is dan ook gelijk aan de toetsmatrix (bijlage 27). 1.5Integrale aanpak Controles worden zoveel mogelijk integraal uitgevoerd. Welke vorm van integraal toezicht gehanteerd wordt, hangt sterk af van de situatie van de inwoner of het bedrijf. Deze integrale aanpak ligt in lijn met het uitgangspunt dat er zo min mogelijk (administratieve) lasten zijn voor bewoners, ondernemers, etc. Ook wordt hiermee tegemoetgekomen aan de eisen in de Wabo aan het toezicht worden gesteld waarin is voorgeschreven dat het bestuursorgaan zijn controles moet afstemmen en coördineren om te voorkomen dat gemeentelijke toezichthouders en andere toezichthouders (bijvoorbeeld de ODRU) onwetend van elkaar bedrijven bezoeken. Indien gecoördineerd toezicht niet mogelijk is, blijven de controles vanuit de verschillende vakgebieden uitgevoerd worden. Bijlage 18: Handhavingsstrategie 1.1Opties tot handhaving De gemeente heeft verschillende manieren om handhavend op te treden: Projectmatig (gebieds- en/of themagericht); Naar aanleiding van een handhavingsverzoek – of melding; Op basis van de regeling ‘handhaving bij buitenproportionele situaties’. De verschillende opties worden in de komende paragrafen verder uitgewerkt. 1.2Projectmatige handhaving Gemeente De Ronde Venen gaat (actief) over tot handhaving in de vorm van een handhavingsproject. In dat kader kunnen er projectmatige en/of gebiedsgerichte projecten worden opgestart om specifieke (illegale) situaties aan te pakken. Binnen dergelijke projecten heeft het college de vrijheid om naar eigen inzicht te handhaven en is het niet gebonden aan uitgangspunten die gelden voor de andere vormen van handhaving. Uiteraard neemt het college te allen tijde de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in acht. Een voorbeeld van projectmatige handhaving is de handhaving in het Plassengebied, waar het college in 2020 mee is gestart. 1.3Handhavingsverzoeken en -meldingen Voor reactief toezicht c.q. handhaving gelden de volgende uitgangspunten: Gemeente De Ronde Venen hecht waarde aan informeel contact naar aanleiding van bijvoorbeeld een handhavingsverzoek. Medewerkers gaan primair in gesprek met inwoners en het heeft de voorkeur om een juridische procedure te voorkomen. De gemeente pakt in beginsel alleen handhavingsverzoeken op; Op anonieme handhavingsverzoeken en -meldingen wordt in beginsel niet gereageerd; Meldingen worden niet in behandeling genomen indien de melder geen belanghebbende is; Het kan voorkomen dat een overtreding wordt geconstateerd waarbij op basis van de prioritering niet direct actie wordt ondernomen bijvoorbeeld door gebrek aan beschikbare capaciteit. In dat geval kan een wrakingsbrief worden gestuurd. Zodra in de uitvoering of beleidsmatig aan deze overtredingen meer prioriteit wordt gegeven, dan wordt bepaald of tegen die overtredingen alsnog wordt opgetreden. Voor de werkwijze van de gemeente is het van belang of er een handhavingsverzoek is ingediend. Indien er geen handhavingsverzoek is ingediend, verstuurt de gemeente eerst een waarschuwingsbrief naar de overtreder. Indien dat niet het gewenste gevolg heeft, kan de gemeente alsnog tot handhavend optreden overgaan. Niet alle meldingen en/of verzoeken om handhaving resulteren (vanwege de beschikbare capaciteit) in een controle c.q. handhavend optreden. Dat is afhankelijk van de prioriteitstelling en aard van de melding. Op anonieme meldingen wordt in beginsel niet gereageerd. Indien sprake is van een mogelijk acute situatie wordt uiteraard wel actie ondernomen. Bij dit onderwerp wordt de lijn van de constante jurisprudentie omtrent ‘’de beginselplicht tot handhaving” gevolgd. Het onderscheid tussen een melding en een handhavingsverzoek is hierbij relevant. Op een handhavingsverzoek moet op grond van artikel 1:3 Awb altijd een besluit worden genomen, waarbij dit besluit – op grond van de omstandigheden van het geval – inhoudelijk kan zijn dat niet tot handhaving wordt overgegaan. Bij een melding is het college niet gehouden om een besluit te nemen. In dit laatste geval is opnieuw de mate van prioriteit relevant. Tevens geldt het uitgangspunt dat alleen meldingen van belanghebbenden in behandeling worden genomen. 1.4Regeling ‘Handhaven in geval van buitenproportionele situaties’ In de basis ageert de gemeente aldus naar aanleiding van binnengekomen handhavingsverzoeken. Echter, er kan sprake zijn van buitenproportionele situaties waarin het college toch tot toezicht c.q. handhaving over wenst te gaan, ook als er geen handhavingsverzoek is binnengekomen. Om te bepalen of een activiteit/gedraging onder deze regeling valt wordt getoetst aan vier pijlers: veiligheid, duurzaamheid, leefbaarheid en gezondheid. Aan de hand hiervan kan het college van geval tot geval motiveren waarom er wel tot optreden wordt overgegaan. Het college is zich ervan bewust dat de onderhavige regeling ertoe kan leiden dat een activiteit wordt gehandhaafd die formeel laag is geprioriteerd. Echter, niet alle gevallen kunnen in een risicoanalyse worden gevangen. Het college behoudt, met inachtneming van de motiveringsplicht (ABRvS 1 september 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1961), de mogelijkheid om handhavend op te treden. Het college houdt hierbij rekening met de aanwezig – ambtelijke – capaciteit om tot handhaving over te gaan. Indien het college gebruik wenst te maken van de onderhavige regeling, moeten hierbij de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in acht worden genomen, om zo rechtsongelijkheid te voorkomen. 1.5Begunstigingstermijn Een dwangsom wordt pas verbeurd of bestuursdwang mag pas worden toegepast nadat de overtreder de gelegenheid heeft gehad zelf de geëigende maatregelen te treffen om de overtreding ongedaan te maken. De begunstigingstermijn moet zo worden gekozen dat de overtreder voldoende tijd heeft om de overtreding ongedaan te maken of ongedaan te laten maken. De begunstigingstermijn moet concreet omschreven zijn. ‘Zo spoedig mogelijk’ en dergelijke zijn niet toegelaten. De begunstigingstermijn moet zo kort mogelijk zijn, maar niet onredelijk kort. Dit betekent dat de begunstigingstermijn dient overeen te komen met de termijn waarbinnen het voor de overtreder fysiek, bij een voortvarende aanpak, mogelijk is de strijdigheid ongedaan te maken. Een voortvarende aanpak betekent dat sneller doorgewerkt moet worden dan bij reguliere uitvoering, vooral als de overtreding nogal wat hinder, gevaar of milieuschade tot gevolg heeft. Wat betreft de mogelijkheden en restricties moet ook hier het bedrijf van de overtreder enige inspraak worden gegund. Een begunstigingstermijn is niet noodzakelijk indien de overtreder onmiddellijk tot naleving van de voor hem geldende verplichtingen in staat is. Dit geldt vooral als de last inhoudt dat een bepaalde gedraging moet worden nagelaten, zoals openstelling van een horeca-inrichting in de nachtperiode. Een begunstigingstermijn mag korter zijn dan de termijn voor bezwaar en beroep. Indien er mogelijk op korte termijn concreet zicht op legalisatie ontstaat, mag de termijn hier niet aan worden gekoppeld. De begunstigingstermijn moet altijd zijn ingegeven door de periode die minimaal benodigd is voor het ongedaan maken van een overtreding. De suggestie mag niet ontstaan dat de overtreder het recht krijgt om ‘nog even door te gaan’. Hierbij moet ook bedacht worden dat bij een voornemen tot het opleggen van een last onder dwangsom in feite ook al een begunstigingstermijn is gegeven, waarmee een eventuele eerdere gedoogsituatie is afgebouwd. Tot dusver worden alle begunstigingstermijnen – op verzoek - verlengd tot na de beslissing op bezwaar, de uitspraak op het beroep én op het hoger beroep. Het verlengen van de begunstigingstermijn tot na de uitspraak op het beroep wordt redelijk geacht. Tenzij er zeer dringende belangen zijn (bijvoorbeeld een brandgevaarlijke situatie) is het verstandig te wachten tot de rechtbank een uitspraak heeft gedaan over een handhavingsbeschikking. Handhavend optreden (een dwangsom innen of bestuursdwang toepassen) terwijl er nog geen sprake is van een duidelijk rechterlijk oordeel brengt als risico met zich mee dat de beschikking van het college vernietigd wordt en het college schadevergoeding moet betalen (voor het toepassen van bestuursdwang) of de reeds geïnde dwangsommen met rente moet terugbetalen. Dit risico is na een eerste grondige toet

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.