Nadere regel Huisvestingsverordening gemeente Utrecht Burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, Gelet op artikel 156, derde lid van de Gemeentewet en artikel 15, 18, 21, 23, 25, 34, 47, 52, 53 en 54 van de Huisvestingsverordening gemeente Utrecht; Overwegende dat op 1 juli 2023 een nieuwe Huisvestingsverordening in werking treedt die noodzaakt tot het vaststellen van nieuwe nadere regels; Besluiten de volgende nadere regel vast te stellen: Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Definities 1.Deze nadere regel verstaat onder: Gemengd-wonen-complex: Wooncomplex met een gemengde bewonerssamenstelling van aandachtsgroepen en reguliere bewoners. Gemeenschapsvorming staat centraal met aandacht voor beheer, community building, zorg, en begeleiding en ruimte voor ontmoeting en activiteiten en het zijn van een goede buur. Sociaal projectplan: plan van aanpak voor het complex dat door de toegelaten instelling en bewonersvertegenwoordiging is opgesteld en ondertekend. Stippenkaart: een kaart waarop alle (mogelijk) omgezette woonruimten van meer dan drie personen en gesplitste woningen rondom het pand waarop de leefbaarheidstoets betrekking heeft, staan aangegeven. Aspirant-lid: een ieder die lid wil worden van een woongroep. Clustervorming: een concentratie van omgezette en gesplitste woningen. Peildatum: moment van verlening urgenties op volkshuisvestelijke indicatie. Buurtvoorrangsgebied: het gebied bestaande uit een cbs-buurt eventueel aangevuld met een of meerdere aangrenzende cbs-buurten. Hoofdstuk2Verdeling van woonruimte Artikel2Lotingmodel Alle woningtypes komen in aanmerking voor loting Artikel3Woongroepen 1.Burgemeester en wethouders onderscheiden twee typen woongroepen: Woongroep waarvan de leden in één zelfstandige woonruimte wonen; Woongroep waarvan elk lid een zelfstandige woonruimte bewoont binnen een cluster woningen met gedeelde voorzieningen. 2.Elke woongroep voldoet aan de onderstaande voorwaarden: De woongroep staat ten minste 1 jaar als groep geregistreerd op de lijst van erkende woongroepen of heeft langer dan 1 jaar op hetzelfde adres gewoond; Een woongroep is georganiseerd in een formele rechtspersoon (opgericht bij notariële akte en met inschrijving bij de kamer van koophandel) en beschikt over een gezamenlijke rekening; Ieder lid draagt bij in het gebruik van gedeelde voorzieningen; De woongroep heeft een reglement waarin de werkwijze bij nieuwe verhuringen is vastgelegd. Hierin is minimaal vastgelegd: doel van de woongemeenschap, criteria voor toelating, werkwijze, procedure en de verantwoording. Het reglement is opgesteld in overleg met de verhuurder; De woningen worden gepubliceerd via WoningNet of een ander herkenbaar eigen kanaal of via de website van de verhuurder. Verantwoording vindt op de gebruikelijke wijze plaats; De woongroep heeft recht op coöptatie; Bij leegstand, van twee maanden of meer, vervalt het recht op coöptatie. De verhuurder heeft het recht om buiten de woongroep en het reglement om de woning te verhuren; De voorwaarde onder a geldt niet voor woongroepen waarbij het initiatief tot het vormen van de woongroep ligt bij een toegelaten instelling. 3.Een woongroep die woonruimte van een toegelaten instelling bewoont of gaat bewonen, voldoet bovendien aan de volgende eisen: Aspirant-leden zijn ingeschreven als woningzoekende in het inschrijfsysteem als bedoeld in artikel 10 van de Huisvestingsverordening of worden op basis van bemiddeling geplaatst conform de regels uit artikel 16 van de Huisvestingsverordening; De woningen worden gepubliceerd via WoningNet; De voorrangsregels van artikel 22, 23 en 24 van de Huisvestingsverordening zijn van toepassing; Uit de statuten voor de woongroep dienen onderstaande afspraken te blijken: De eerste tien aspirant-leden die op basis van dit artikellid onder a en c in aanmerking komen, worden aangeleverd aan de woongroep; De woongroep selecteert het aspirant-lid om lid te worden die het best past bij de doelstelling van de woongroep. Indien de woongroep behoort tot een gemengd-wonen-complex, kan de toegelaten instelling in samenspraak met de gemeente afwijken van de eisen onder d. Bij nieuwbouw selecteert de toegelaten instelling, op basis van de doelstelling van de woongroep, voor de eerste verhuur de leden van de woongroep uit de aspirant-leden. De toegelaten instelling maakt vooraf met de gemeente afspraken over de wijze van selectie, waarbij de uitgangspunten uit de verordening de basis vormen voor selectie. 4.De gemeente houdt een lijst bij met woongroepen die door burgemeester en wethouders als woongroep zijn erkend of een aanvraag tot erkenning hebben ingediend. Artikel4Voorrang doorschuivers Wanneer een woonruimte zich bevindt in een doorschuifcomplex, krijgen doorstromers die binnen dat complex doorschuiven, voorrang op andere woningzoekenden. Artikel5Uitwerking indicatie woonruimte met zorgvoorzieningen 1.Voor woonruimte met zorgvoorzieningen als bedoeld in artikel 22, vierde lid onder a van de Huisvestingsverordening gemeente Utrecht, komen uitsluitend huishoudens in aanmerking die daarvoor geïndiceerd zijn door burgemeester en wethouders. Er vindt geen medische keuring plaats. 2.Deze indicatie wordt toegekend als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: Het huishoudinkomen is niet hoger dan het maximale inkomen voor het kunnen verkrijgen van een huisvestingsvergunning voor sociale huur; en De woningzoekende toont de zorgbehoefte afdoende aan. Als bewijsstukken kunnen worden betrokken: Wmo-indicatie of CIZ-indicatie waaruit de zorgbehoefte blijkt van gemiddeld minimaal 10 uur per week; Stukken waaruit blijkt dat er sprake is van mantelzorg; Stukken van de verzekeraar of de wijkverpleging, waaruit blijkt dat er sprake is van persoonlijke verzorging; Informatie van de specialist, waaruit blijkt wat de medische klachten zijn; Toekenningsbeschikking verhuiskostenvergoeding (Wmo); Toekenningsbeschikking hulpmiddelen; Programma van eisen voor een woning; Overige documenten die het woonprobleem of de zorgbehoefte aantonen. Artikel6Uitwerking indicatie toegankelijke woonruimten en aangepaste woonruimte 1.Woningzoekenden die op grond van hun functiebeperking een toegankelijke of aangepaste woonruimte nodig hebben als bedoeld in artikel 22, vierde lid onder c en d van de Huisvestingsverordening gemeente Utrecht, kunnen bij de gemeente een indicatie aanvragen. Deze indicatie wordt toegekend als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: De woningzoekende heeft geen inkomen hoger dan het maximale inkomen voor het kunnen verkrijgen van een huisvestingsvergunning voor sociale huur. De woningzoekende levert onderbouwing aan. Als bewijsstukken kunnen worden betrokken: Indicatie voor Wmo-hulpmiddelen; Informatie van een specialist waaruit blijkt wat de medische klachten zijn; Overige stukken die het woonprobleem aantonen. Indien de informatie niet toereikend is, kan een medische keuring plaatsvinden. 2.De indicatie wordt toegekend voor een van de volgende typen woonruimten: Gelijkvloerse woonruimte: een woonruimte die zonder trap bereikbaar is; Rollatorwoonruimte: een woonruimte die met een rollator te bereiken is, evenals de wezenlijke voorzieningen in die woonruimte; Rolstoeltoegankelijke woonruimte: een woonruimte die met een rolstoel te bereiken is, evenals de wezenlijke voorzieningen in die woonruimte; Aangepaste woonruimte: ingrijpend aangepaste woonruimte, die naar zijn aard bestemd is voor bewoning door iemand met een fysieke beperking. Artikel7Van-groot-naar-beter-regel De voorrang voor doorstromers geldt niet voor eengezinswoningen met drie kamers en een gebruiksoppervlakte van tenminste 75m2, als bedoeld in artikel 23, vierde lid van de Huisvestingsverordening. Artikel8Voorrang beroepsgroepen 1.Een woningzoekende met een economische binding aan de gemeente, die werkzaam is binnen de sectoren onderwijs, zorg of politie, kan voorrang krijgen voor appartementen vanaf de eerste verdieping in de gemeente, als de woningzoekende: een vaste aanstelling heeft of een contract voor minimaal 1 jaar bij een onderwijs-, zorg- of politieorganisatie in de gemeente Utrecht; daar minimaal 24 uur per week werkzaam is; staat ingeschreven bij WoningNet, maar niet langer dan de gemiddelde wachttijd; woont buiten de woningmarktregio of woont in de gemeente Utrecht; als de woningzoekende buiten de woningmarktregio woont: op moment van de aanvraag al minstens 1 jaar buiten de woningmarktregio woont; als de woningzoekende in de gemeente Utrecht woont en voldoet aan de volgende eisen: De aanvrager is niet bij zijn of haar ouders inwonend; De aanvrager heeft gerekend vanaf het moment van zijn vaste aanstelling of ingangsdatum contract bij de desbetreffende organisatie in de gemeente Utrecht aantoonbaar minimaal 1 jaar aaneengesloten in een onzelfstandige woonruimte gewoond; en: De aanvrager voert een een- of tweepersoonshuishouden en zoekt woonruimte voor één of twee personen. 2.De voorrang voor beroepsgroepen wordt aangevraagd bij de gemeente en geldt tot één jaar na toekenning. Verlenging van de voorrang is niet mogelijk. Hiervoor dient een nieuwe aanvraag te worden gedaan. Dit kan vanaf vier weken voorafgaand aan het verlopen van de toekenning. 3.De voorrang voor beroepsgroepen geldt zowel voor sociale huurwoningen in eigendom van toegelaten instellingen als voor middenhuurwoningenwaarvoor een inschrijfsysteem verplicht is. 4.Werkzaam binnen de sectoren onderwijs, zorg of politie houdt het volgende in: Beroepsgroep "onderwijs": onderwijspersoneel in het primair onderwijs, voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs. CAO-term waaronder leerkrachten en docenten worden begrepen. Onderwijsondersteunend personeel is uitgesloten. Beroepsgroep "zorg": personen, werkzaam in de directe patiëntenzorg zowel in een zorgorganisatie als in een thuiszorgorganisatie. Onder directe patiëntenzorg wordt verstaan verplegend personeel en/of verzorgend personeel dat fysiek contact heeft met de patiënt. personen, werkzaam in de Maatschappelijke Opvang, die directe zorg verlenen aan de oGGz-cliënt. Onder directe zorg wordt verstaan personeel die de cliënt daadwerkelijk begeleiden. Beroepsgroep "politie": politiepersoneel in executieve dienst. Dit is een CAO-term waaronder politiepersoneel die "op straat surveilleren" wordt begrepen. Artikel9Buurtvoorrang sociale huurwoningen 1 Senioren die maatschappelijk gebonden zijn aan een buurtvoorrangsgebied zoals bedoeld in artikel 14 lid 4 onder b van de wet, kunnen voorrang krijgen voor seniorenwoonruimte. Per kalenderjaar mag maximaal 50% van alle toegewezen seniorenwoonruimte in de gemeente op basis van de voorrang uit lid 1 worden toegewezen; In het geval van nieuwbouw mag per kalenderjaar per project maximaal 50% van alle eerste toewijzingen op basis van de voorrang uit lid 1 worden toegewezen; De verhuurder kan per project de buurtvoorrang instellen; De buurtvoorrang wordt vervolgens aangevraagd bij de verhuurder; De verhuurder kan om bewijsstukken vragen. Als bewijsstukken kunnen worden betrokken: een uittreksel uit de BRP over de woongeschiedenis; stukken uit de huidige administratie van een verhuurder waaruit de woongeschiedenis blijkt. 2 Jongeren die maatschappelijk gebonden zijn aan een buurtvoorrangsgebied zoals bedoeld in artikel 14 lid 4 onder b van de wet, kunnen voorrang krijgen voor jongerenwoonruimte. Per kalenderjaar mag maximaal 20% van alle toegewezen jongerenwoonruimte in de gemeente op basis van de voorrang uit lid 2 worden toegewezen; In het geval van nieuwbouw mag per kalenderjaar per project maximaal 20% van alle toewijzingen op basis van de voorrang uit lid 2 worden toegewezen; De verhuurder kan per project de buurtvoorrang instellen; De buurtvoorrang wordt vervolgens aangevraagd bij de verhuurder; De verhuurder kan om bewijsstukken vragen. Als bewijsstukken kunnen worden betrokken: een uittreksel uit de BRP over de woongeschiedenis; stukken uit de huidige administratie van een verhuurder waaruit de woongeschiedenis blijkt. 3 De verhuurder rapporteert jaarlijks achteraf over de wijze waarop zij invulling heeft gegeven aan de voorrangsregels uit de voorgaande leden. Artikel10Urgentie op volkshuisvestelijke gronden 1.De urgentie op volkshuisvestelijke gronden geldt voor de volgende huurders: Huurders van een sloopwoning, waarvan het huurcontract door de eigenaar wordt opgezegd of ontbonden; Huurders van een woonruimte waar renovatiewerkzaamheden worden uitgevoerd en waarvan het huurcontract wordt opgezegd of ontbonden door de woningcorporatie of op verzoek van de huurder. De renovatie dient zodanig ingrijpend te zijn dat naar het oordeel van de toegelaten instelling uitplaatsing voor meerdere maanden nodig is; Huurders van een woning waar een combinatie van groot onderhoudswerkzaamheden en renovatiewerkzaamheden wordt uitgevoerd en die is opgenomen in de prestatieafspraken met de corporaties. 2.Huurders als bedoeld in het eerste lid onder c wordt de mogelijkheid geboden te verhuizen met gebruik van 100% woonduur binnen de eigen gemeente. Voor deze huurders is de terugkeervoorrang niet van toepassing. 3.De urgentverklaring kan op deze wijze worden ingezet: Verhuizen met gebruik van 100% woonduur; Daarbij gelden de volgende voorwaarden: De verhuizing vindt plaats na de vaststelling van het Sociaal Projectplan en voor de einddatum van de verleende urgentie; De huurder kan zijn inschrijftijd vervangen door 100% van zijn woonduur. Regio-urgentie; Huurders die willen verhuizen naar een regiogemeente gebruiken de regio-urgentie. Daarbij gelden de volgende voorwaarden: De huurder behoudt na verhuizing met behulp van de regio-urgentie zijn inschrijftijd; De huurder met een regio-urgentie die op de peildatum een eengezinswoning huurt, houdt het recht op een eengezinswoning; Voor eenpersoonshuishoudens die op de peildatum in een eengezinswoning wonen, geldt de uitzondering dat hun nieuwe eengezinswoning maximaal drie kamers mag omvatten; De urgentverklaring is minimaal twaalf maanden geldig voorafgaand aan het moment dat de woning ontruimd moet zijn. Stadsurgentie; Huurders die binnen de gemeente Utrecht willen verhuizen gebruiken de stadsurgentie. Daarbij gelden de volgende voorwaarden: De huurder die gebruik maakt van de stadsurgentie mag met voorrang verhuizen naar een door hem gewenste woning in de gemeente Utrecht; Bij deze eerste verhuizing mag de stadsurgent wooncarrière maken met inachtneming van de bezettingsnorm van artikel 23 van de Huisvestingsverordening; De huurder behoudt na verhuizing met behulp van de stadsurgentie zijn inschrijftijd; De huurder met een stadsurgentie die op de peildatum een eengezinswoning huurt, houdt het recht op een eengezinswoning; Voor eenpersoonshuishoudens die op de peildatum in een eengezinswoning wonen, geldt de uitzondering dat hun nieuwe eengezinswoning maximaal drie kamers mag omvatten; De urgentie voor de huurder is minimaal twaalf maanden geldig voorafgaand aan het moment dat de woning ontruimd moet zijn. Terugkeervoorrang; Huurders die verhuizen na peildatum en daarbij 100% van hun woonduur gebruiken als inschrijftijd of die verhuizen na gebruik van een stadsurgentie of regio-urgentie en terug willen keren naar het nieuwbouw- of gerenoveerde complex hebben daarna recht op een terugkeervoorrang. Daarbij gelden de volgende voorwaarden: Bij gebruikmaking van de terugkeervoorrang vervalt de woonduur en geldt artikel 10 van de Huisvestingsverordening; Het recht om met terugkeervoorrang te verhuizen en het behoud van woonduur vervallen als de laatste woning van het nieuwbouw- of renovatiecomplex is opgeleverd. 4.Rangorde: Wanneer meer urgenten op dezelfde woning reageren, wordt de voorrang onderling als volgt geregeld: Bewoners die gebruik maken van hun terugkeervoorrang; Bewoners uit de wijk (volgens de officiële Utrechtse wijkindeling) die hun stadsurgentie gebruiken, hebben voorrang op woningen in de wijk waar ze op de peildatum woonden ten opzichte van bewoners uit andere wijken; Bewoners met de oudste peildatum hebben voorrang op bewoners met een jongere peildatum; Bewoners met de langste woonduur hebben voorrang op bewoners met een kortere woonduur. Artikel11Afwijkende voorrang Gereserveerd voor nadere regel artikel 47 Huisvestingsverordening gemeente Utrecht Hoofdstuk3Wijzigingen in de woonruimtevoorraad Artikel12De leefbaarheidstoets 1.De leefbaarheidstoets heeft tot doel: Een evenwichtige belangenafweging te maken tussen meerdere belangen: het belang van de bescherming van de schaarse woonruimtevoorraad, met name ten behoeve van starters en doorstromers; het belang van de bescherming van de leefbaarheid in de stad; het belang van voldoende mogelijkheden om woningen voor studenten en starters te kunnen realiseren (door omzetten en splitsen niet onmogelijk te maken); en het belang van de eigenaar. te toetsen of de intensievere bewoning van een buurt door woningvormen, splitsen en omzetten niet leidt tot een te grote druk op de voorzieningen in de buurt en (geluids-)overlast door lagere bouwkwaliteit (geluidsisolatie) van de woningvoorraad in vergelijking met nieuwbouw en te toetsen of er geen onevenredige druk op de leefbaarheid ontstaat. het voorkomen van omzetting of woningvorming in bepaalde specifieke buurten die vanuit volkshuisvestelijk en stedenbouwkundig oogpunt dusdanig zijn ingericht dat instandhouding voor een beoogde groep woningzoekenden geboden is. 2.De leefbaarheidstoets als bedoeld in artikel 52 bestaat uit twee onderdelen: De ‘fysieke leefbaarheidstoets’ met bouwkundige criteria om onevenredige druk op de directe woonomgeving te voorkomen. De ‘algemene leefbaarheidstoets’ waarbij de leefbaarheid in de directe omgeving van het pand in kaart wordt gebracht om onevenredige druk op de leefbaarheid te voorkomen waar de wijk, buurt of straat al onder druk staat. 3.Beide onderdelen van de leefbaarheidstoets moeten afzonderlijk minimaal als voldoende worden beoordeeld. Conform artikel 53 van de Huisvestingsverordening kunnen aanvullende maatwerk voorschriften worden opgelegd. 4.De leefbaarheidstoets wordt uitgevoerd door een ambtelijk overleg waarin een integraal advies wordt voorbereid voor burgemeester en wethouder. 5.In onderstaande tabel wordt weergegeven voor welk type aanvraag, op welke onderdelen wordt getoetst. Tabel 1: opbouw leefbaarheidstoets Fysieke leefbaarheidstoets Algemene leefbaarheidstoets Type aanvraag artikel 13 lid 2 13 lid 3a 13 lid 3b 14 lid 1a 14 lid 1b 14 lid 1c 14 lid 1d Onttrekken, samenvoegen, kadastraal splitsen - - v v v v v Woningvormen v - v v v v v Woningvormen panden > 200 m2 v - v v v - * v Wonen boven winkels v v v v v - - Omzetten (kamerverhuur) v v - v v v v Tijdelijke vergunning ouder-kindsituatie v v - v v v v Tijdelijke vergunning bijzondere zorgdoelgroepen v - - v v v v Artikel 13, vierde lid (clustervorming) telt wel mee als er op basis van artikel 13, tweede, derde of vijfde lid sprake is van druk op de leefbaarheid. Artikel13Fysieke leefbaarheidstoets 1.De fysieke leefbaarheidstoets bestaat uit de volgende eisen: Geluidsisolatie-eisen Gebruiksoppervlakte-eisen 2.Voor geluidsisolatie gelden de volgende eisen: Uit de aanvraag moet afdoende blijken dat de woonruimte na omzetten, samenvoegen, onttrekken of woningvormen zal voldoen aan de geluidsisolatienormen die volgens NEN 5077:2019 gelden bij nieuwbouw, waarbij de om te zetten of te vormen woonruimte moet voldoen aan de minimale norm van: 52 dB voor luchtgeluidsisolatie (DnT,A,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.