← Nederland

Algemeen mandaatbesluit Amsterdam (Amsterdam)

Algemeen mandaatbesluit AmsterdamHet college van burgemeester en wethouders, de burgemeester, de gemeentesecretaris en de stedelijk directeuren van Amsterdam, gelet op de artikelen 10:3, eerste lid, 10:9, eerste lid en 10:11, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, besluiten de volgende regeling vast te stellen: Algemeen mandaatbesluit Amsterdam Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Definities In dit besluit wordt verstaan onder: budgethouder: de functionaris die bij of krachtens de Budgethoudersregeling Amsterdam 2023; namens de gemeente Amsterdam bevoegd is tot het aangaan van een financiële verplichting of het verzekeren van een geraamde inkomst; de burgemeester: de burgemeester van de gemeente; college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente; cluster: een groep directies waarvan de directeuren worden aangestuurd door een stedelijk directeur; directeur: directeur van een directie of van een stadsdeelorganisatie; Functionaris Gegevensbescherming: de functionaris die binnen de gemeente toezicht houdt op de toepassing en naleving van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG); gemeente: de gemeente Amsterdam; gemeentesecretaris / algemeen directeur: de functionaris, bedoeld in artikel 100 van de Gemeentewet; GMT: het Gemeentelijk Managementteam, bestaande uit de gemeentesecretaris, stedelijk directeuren, concerncontroller en de directeur Bestuurs- en Managementadvisering; lead buyer: functionaris die exclusief is aangewezen om voor bepaalde overheidsopdrachten de markt te benaderen; stedelijk directeur: directeur van een cluster en lid van het GMT. Artikel2Machtiging en volmacht Voor de toepassing van dit besluit en op grond daarvan verleende ondermandaten worden met mandaat en ondermandaat gelijkgesteld de verlening van: volmacht en ondervolmacht om in naam van de mandaatgever privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten en in dat kader stukken te tekenen; machtiging en ondermachtiging in naam van de mandaatgever handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn. Hoofdstuk2Bevoegdheden gemeentesecretaris, stedelijk directeuren en directeuren Artikel3Mandaatverlening aan de gemeentesecretaris 1.Het college en de burgemeester verlenen aan de gemeentesecretaris mandaat voor de bevoegdheden opgenomen in bijlagen 1 tot en met 4 alsmede de volgende bevoegdheden op grond van de Gemeentewet, de Algemene wet bestuursrecht en de Wet open overheid: Het nemen van alle conservatoire maatregelen en doen wat nodig is ter voorkoming van verjaring of verlies van recht en bezit, behalve beslaglegging, als bedoeld in artikel 160, derde lid, van de Gemeentewet; Het stellen van een termijn voor de aanvulling van een aanvraag en het beslissen omtrent het niet in behandeling nemen van een onvolledige aanvraag dan wel van een aanvraag die niet binnen de gestelde termijn is aangevuld, als bedoeld in artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht; Het beslissen dat een aanvrager of derde-belanghebbende niet in de gelegenheid wordt gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen, als bedoeld in artikel 4:11 van de Algemene wet bestuursrecht; Het kennis geven van de verdaging van een beslissing op een aanvraag, als bedoeld in artikel 4:14 van de Algemene wet bestuursrecht; In het geval van niet tijdig beslissen de verschuldigdheid en de hoogte van de dwangsom bij beschikking vaststellen, als bedoeld in artikel 4:18 van de Algemene wet bestuursrecht; Het vaststellen van de verplichting tot betaling van een geldsom aan of door de dienst of bedrijf (bestuursrechtelijke geldschuld), als bedoeld in artikel 4:86 van de Algemene wet bestuursrecht; Het nemen van beslissingen inzake verrekening, als bedoeld in artikel 4:93 van de Algemene wet bestuursrecht; Het verlenen van uitstel van betaling, als bedoeld in artikel 4:94 van de Algemene wet bestuursrecht; Het verlenen van voorschotten, als bedoeld in artikel 4:95 van de Algemene wet bestuursrecht; Het intrekken of wijzigen van de beschikking tot uitstel van betaling of verlenen van een voorschot, als bedoeld in artikel 4:96 van de Algemene wet bestuursrecht; Het bij beschikking vaststellen van de wettelijke rente, als bedoeld in artikel 4:99 van de Algemene wet bestuursrecht; Het geheel of gedeeltelijk verlenen van kwijtschelding; Het aanmanen van de schuldenaar die in verzuim is, als bedoeld in artikel 4:112 van de Algemene wet bestuursrecht; Het uitvaardigen van een dwangbevel om de betaling van een geldsom af te dwingen, als bedoeld in de artikelen 4:114 en 4:115 van de Algemene wet bestuursrecht; Het beslissen tot het nemen van executiemaatregelen ter uitvoering van dwangbevelen; Het aanwijzen van toezichthouders, als bedoeld in artikel 5:11 van de Algemene wet bestuursrecht, en het afgeven van legitimatiebewijzen, als bedoeld in artikel 5:12 van de Algemene wet bestuursrecht; Het behandelen en afdoen van klachten met inachtneming van titel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht; Het beslissen op verzoeken om verstrekking van informatie met betrekking tot publieke informatie, als bedoeld in hoofdstuk 4 Wet open overheid; Het beslissen inzake de actieve openbaarmaking van informatie, als bedoeld in artikel 3.3 van de Wet open overheid. 2.De gemeentesecretaris kan ondermandaat verlenen aan de stedelijk directeuren of in bijzondere gevallen de directeuren of andere functionarissen, ten aanzien van de in het eerste lid aan hem gemandateerde bevoegdheden, tenzij die bevoegdheden uitdrukkelijk aan de gemeentesecretaris zijn voorbehouden. Artikel4Mandaatverlening aan de stedelijk directeuren 1.De gemeentesecretaris verleent ondermandaat aan de stedelijk directeuren voor de bevoegdheden opgenomen in artikel 3 lid 1 en in bijlage 2, met uitzondering van de bevoegdheden die in die bijlage uitdrukkelijk aan de gemeentesecretaris zijn voorbehouden. 2.De stedelijk directeuren kunnen ondermandaat verlenen aan de directeuren ten aanzien van de in het eerste lid gemandateerde bevoegdheden, tenzij die bevoegdheden uitdrukkelijk aan de stedelijk directeuren zijn voorbehouden. Artikel5Mandaatverlening aan de directeuren 1.De gemeentesecretaris verleent ondermandaat aan de in bijlage 3 genoemde directeuren voor de bevoegdheden opgenomen in artikel 3 lid 1 en in bijlage 3, met uitzondering van de bevoegdheden die in die bijlage uitdrukkelijk aan de gemeentesecretaris zijn voorbehouden. 2.De stedelijk directeuren verlenen ondermandaat aan de in bijlage 4 genoemde directeuren van het eigen cluster voor de bevoegdheden opgenomen in bijlage 4, met uitzondering van de bevoegdheden die in die bijlage uitdrukkelijk aan de stedelijk directeur zijn voorbehouden. Hoofdstuk3Ondermandaat Artikel6Ondermandaat 1.De aan een directeur gemandateerde bevoegdheden kunnen, met uitzondering van de bevoegdheden die aan de directeur blijven voorbehouden, worden ondergemandateerd aan: afdelingshoofden en andere functionarissen binnen de eigen directie, of functionarissen die niet werkzaam zijn voor het organisatieonderdeel en die zijn aangewezen in de zin van artikel 5, eerste lid, of artikel 7, eerste lid, van de Budgethoudersregeling Amsterdam

  1. 2.Ondermandaat door een directeur wordt verleend bij besluit en wordt gepubliceerd in het Gemeenteblad en opgenomen in de openbare registers voor mandaten. 3.Voorbehouden aan de stedelijk directeuren en de directeuren blijven de volgende bevoegdheden: het besluit tot het verrichten van rechtshandelingen op grond van hoofdstuk 2 van de Cao Gemeenten (arbeidsovereenkomst) in combinatie met titel 7.10 Burgerlijk Wetboek(arbeidsovereenkomst); het besluit tot het verrichten van rechtshandelingen op grond van titel 7.10, afdeling 9, van het Burgerlijk Wetboek (einde van de arbeidsovereenkomst) voor zover die bevoegdheid niet aan de gemeentesecretaris of het college voorbehouden blijft; het besluit tot het verrichten van rechtshandelingen in de zin van artikel 7:670b Burgerlijk Wetboeken titel 7.15 Burgerlijk Wetboek(vaststellingsovereenkomst), voor zover die bevoegdheid niet aan de gemeentesecretaris of het college voorbehouden blijft; het besluit tot het verrichten van rechtshandelingen op grond van artikel 11.4 van de Cao Gemeenten (schorsing als ordemaatregel); het besluiten tot het verrichten van rechtshandelingen verband houdende met a tot en met d. 4.Afdelingshoofden en teammanagers wijzen een ander afdelingshoofd respectievelijk een andere teammanager binnen het organisatieonderdeel aan als plaatsvervanger en stellen de directie Personeel en Organisatie daarvan in kennis. 5.Het is afdelingshoofden, teammanagers en teamleiders niet toegestaan om ondermandaat te verstrekken. 6.Bij het ondermandaat kunnen kaders en beperkingen worden vastgesteld die de reikwijdte van het mandaat beperken. Hoofdstuk4Instructies Artikel7Wijze van ondertekening 1.Mandaat en ondermandaat op grond van dit besluit, behelst ook de ondertekening van stukken. 2.In geval van mandaat worden uitgaande stukken als volgt ondertekend: Namens de burgemeester van Amsterdam / het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, [handtekening] [naam gemandateerde][functieaanduiding] 3.Een besluit dat niet in mandaat wordt genomen, maar wel wordt ondertekend in mandaat, wordt als volgt ondertekend: De burgemeester van Amsterdam / het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, ondertekend namens deze / dezen, [handtekening] [naam gemandateerde] [functieaanduiding] 4.Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op volmacht en machtiging. Hoofdstuk5Slotbepalingen Artikel8Vervanging 1.De gemeentesecretaris wijst in geval van diens afwezigheid een vervanger aan. 2.Indien een functionaris afwezig is, worden de bevoegdheden die hem zijn verleend krachtens dit besluit, uitgeoefend door zijn als zodanig aangewezen (plaats)vervanger of bij gebrek daaraan door een andere medewerker, één en ander ter beoordeling van de direct-leidinggevende van de betrokken mandaathouder. Artikel9Wijziging De bijlagen bij dit besluit kunnen worden gewijzigd door de gemeentesecretaris voor zover het de door hem aan de stedelijk directeuren dan wel directeuren gemandateerde bevoegdheden betreft. Artikel10Intrekking en overgangsregeling Het Bevoegdhedenbesluit ambtelijke organisatie Amsterdam en het Mandaatbesluit DBI Beheervoorziening Burgerservicenummer januari 2014 worden ingetrokken, met dien verstande dat deze blijven gelden ten aanzien van de mandaatbesluiten van directeuren, totdat de directeuren nieuwe ondermandaatbesluiten hebben genomen op grond van de mandaatbesluiten die de stedelijk directeuren nemen op grond van dit besluit, welke uiterlijk per 1 januari 2024 van kracht moeten zijn. Artikel11Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking. Artikel12Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Algemeen mandaatbesluit Amsterdam. Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van 28 juni 2023.De burgemeesterFemke HalsemaDe gemeentesecretarisPeter TeesinkAldus vastgesteld door de burgemeester op ……...De burgemeesterFemke HalsemaAldus vastgesteld door de gemeentesecretaris op ……...De gemeentesecretarisPeter TeesinkAldus vastgesteld door de stedelijk directeur van het cluster Bedrijfsvoering op ……...Waarnemend stedelijk directeur cluster BedrijfsvoeringMark CrooijmansAldus vastgesteld door de stedelijk directeur van het cluster Digitalisering, Innovatie en Informatie op ……...Stedelijk directeur cluster Digitalisering, Innovatie en InformatieMark CrooijmansAldus vastgesteld door de stedelijk directeur van het cluster Gebiedsgericht Werken en Stadsbeheer op ……..Stedelijk directeur cluster Gebiedsgericht Werken en Stadsbeheer Sjoukje AltaAldus vastgesteld door de stedelijk directeur van het cluster Ruimte en Economie op ……...Stedelijk directeur cluster Ruimte en Economie Thea de VriesAldus vastgesteld door de stedelijk directeur van het cluster Sociaal op ……...Stedelijk directeur cluster Sociaal Duco StuurmanBijlage1:Bevoegdheden die worden gemandateerd aan de gemeentesecretaris Hoofdstuk 1 Bevoegdheden die worden gemandateerd aan de gemeentesecretaris en worden ondergemandateerd tenzij expliciet voorbehouden aan het college Het college mandateert aan de gemeentesecretaris de volgende bevoegdheden: Het inrichten van de ambtelijke organisatie op grond van artikel 160, eerste lid, onder c, van de Gemeentewet, met uitzondering van het nemen van besluiten tot het wijzigen van de organisatiestructuur waarbij het gaat over wijzigingen in de organisatiestructuur die politiek of bestuurlijk gevoelig zijn. Dat is in ieder geval het geval: als er organisatie-onderdeel overstijgende belangen spelen en er hoge afbreukrisico’s zijn; als er boventalligheid van minimaal 20 werknemers binnen 1 reorganisatiedomein wordt verwacht; bij belangrijke beleidsmatige wijzigingen; of bij verzelfstandiging, in- en uitbesteding of privatisering; Het op grond van artikel 160, eerste lid, onder d, van de Gemeentewet besluiten tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen in verband met aangaan, aanpassen, beëindigen en uitvoeren van arbeidsovereenkomsten van medewerkers met wie de gemeente een arbeidsovereenkomst heeft, heeft gehad of zal aangaan op grond van artikel 160 van de Gemeentewet en de daarmee verband houdende rechtshandelingen, met uitzondering van: het geven van toestemming voor het opzeggen van de arbeidsovereenkomst in de zin van artikel 7:669 Burgerlijk Wetboek of het doen van een ontbindingsverzoek in de zin van artikel 7:671b Burgerlijk Wetboek voor leden, kandidaatleden of ex-leden van de ondernemingsraad of onderdeelcommissie, waarbij toestemming van het college niet vereist is: bij tussentijds ontslag uit een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd; als schriftelijke instemming van de medewerker wettelijk vereist is voor een rechtsgeldige opzegging in de zin van artikel 7:671, eerste lid, Burgerlijk Wetboek en die schriftelijke instemming van de medewerker ook is gegeven; als schriftelijke instemming van de medewerker vereist is voor een rechtsgeldige opzegging in de zin van artikel 7:671, eerste lid, Burgerlijk Wetboek maar de medewerker die instemming niet heeft gegeven zodat een ontbindingsverzoek zal worden gedaan, waarbij het een ontslag betreft op grond van artikel 7:669, derde lid, onder a, Burgerlijk Wetboek(reorganisatie) of artikel 7:669, derde lid, onder b, Burgerlijk Wetboek(arbeidsongeschiktheid); of als schriftelijke instemming van de medewerker niet vereist is voor een rechtsgeldige opzegging in de zin van artikel 7:671, eerste lid, Burgerlijk Wetboek maar de medewerker wel schriftelijke instemming heeft gegeven. het besluiten tot het aangaan van een beëindigingsovereenkomst in de zin van artikel 670b van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en titel 15 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, voor zover het bedrag aan extra tegemoetkomingen, uitstijgt boven € 75.000,- bruto; rechtshandelingen waarbij de gemeentesecretaris belanghebbende is; in een individueel geval in het voordeel van de werknemer afwijken van de Cao Gemeenten als naar het oordeel van de werkgever toepassing ervan leidt tot onevenredig nadeel van de werknemer bedoeld in artikel 1.7 van de Cao Gemeenten en artikel 0.5 van de Cao Amsterdam, voor zover het hiermee gemoeide maximale bedrag uitstijgt boven € 75.000,- bruto. Het nemen van besluiten over het aangaan van privaatrechtelijke rechtshandelingen op grond van de Gemeentewet mits: zij geen betrekking hebben op onderwerpen die politiek of bestuurlijk gevoelig zijn; zij geen betrekking hebben op: de oprichting van of deelneming in een rechtspersoon; het lenen of uitlenen van geld; borgstelling of garantstelling voor schulden van derden; of andere arbeidsrechtelijke bevoegdheden anders dan genoemd in het randnummer 2 van dit hoofdstuk; en de desbetreffende rechtshandeling plaatsvindt binnen de door college en raad vastgestelde beleidskaders zoals het Inkoop- en Aanbestedingsbeleid van de gemeente Amsterdam en de daarop gebaseerde werkinstructies, de ‘Notitie 10 Wegen naar een innovatiever aanbestedingsbeleid en een professioneler opdrachtgeverschap’, de ‘Notitie Samen Inkopen’, de ‘Notitie Doelgericht op afstand 2’, het ‘Lening- en garantiebeleid van de gemeente Amsterdam’ en het gemeentelijk integriteitsbeleid. Het in en buiten rechte vertegenwoordigen van de gemeente ter uitvoering van een gegeven mandaat. De ondertekening van stukken die van het college uitgaan. Het ondermandateren van de bevoegdheden in dit hoofdstuk geldt voor directeuren van de stadsdeelorganisaties alleen voor zover het de bevoegdheden betreft die betrekking hebben op medewerkers met wie de gemeente een arbeidsovereenkomst heeft, heeft gehad of zal aangaan op grond van artikel 160 Gemeentewet en die betrekking hebben op het aangaan, uitvoeren en beëindigen van arbeidsovereenkomsten en op de daarmee verband houdende rechtshandelingen, alsmede op de daarmee verband houdende verzoeken op grond van de Wet open overheid. Op functionarissen anders dan stedelijk directeuren en directeuren, die wel leidinggeven aan een zelfstandig organisatieonderdeel dat onder verantwoordelijkheid valt van het college, kan de gemeentesecretaris dit hoofdstuk 1 van overeenkomstige toepassing verklaren. Hoofdstuk 2 Bevoegdheden voorbehouden aan de gemeentesecretaris Het college mandateert aan de gemeentesecretaris de volgende bevoegdheden die aan de gemeentesecretaris blijven voorbehouden: het besluiten tot het aangaan van een beëindigingsovereenkomst in de zin van artikel 670b van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en titel 15 van het Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek; het besluiten tot het onverwijld opzeggen van de arbeidsovereenkomst om een dringende reden in de zin van artikel 7:677 Burgerlijk Wetboek; het nemen van een besluit tot reorganisatie, voor zover niet voorbehouden aan het college; het besluiten tot het verrichten van rechtshandelingen jegens stedelijke directeuren en directeuren van organisatieonderdelen die rechtstreeks onder de gemeentesecretaris zijn gepositioneerd; het ten aanzien van een directeur besluiten tot het verrichten van rechtshandelingen met inachtneming van: de arbeidsovereenkomst, bedoeld in hoofdstuk 2 van de Cao Gemeenten; salaris, salaristoeslagen en vergoedingen, bedoeld in hoofdstuk 3 van de Cao Gemeenten en aanvullingen in hoofdstuk 3 van de Cao Amsterdam; titel 10, afdeling 9, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek (einde van de arbeidsovereenkomst); artikel 11.4 van de Cao Gemeenten (schorsing als ordemaatregel); artikel 3.20 van de Cao Gemeenten. het besluiten tot het verrichten van rechtshandelingen waarbij de betrokken stedelijk directeur of directeur belanghebbende is; het nemen van besluiten die advies-, instemmings- of overeenstemmingsplichtig zijn op grond van de Wet op de ondernemingsraden en de Arbeidsomstandighedenwet, voor zover die niet zijn voorbehouden aan het college; het nemen van besluiten tot invoering, wijziging of intrekking van personeelsbeleid of van een personele regeling, met uitzondering van regelingen die worden vastgelegd in een algemeen verbindend voorschrift. Bijlage2:Ondermandaatverlening van de gemeentesecretaris aan de stedelijk directeuren Hoofdstuk 0 Algemene bevoegdheden De gemeentesecretaris verleent ondermandaat aan de stedelijk directeuren van de gemeente voor de bevoegdheden genoemd in dit hoofdstuk. Paragraaf 1 De bevoegdheden genoemd in bijlage 1, randnummers 2 en 3 voor zover deze niet zijn voorbehouden aan het college of de gemeentesecretaris. De bevoegdheden en feitelijke handelingen op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming: die verband houden met de uitoefening van de rechten van betrokkene als bedoeld in hoofdstuk III van de Algemene Verordening Gegevensbescherming, artikelen 12 tot en met 23; die verband houden met een melding van een inbreuk in verband met persoonsgegevens aan de betrokkene in de zin van artikel 34 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming; die verband houden met de voorafgaande raadpleging bij de Autoriteit Persoonsgegevens in de zin van artikel 36 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Het beslissen op een aanvraag om nadeelcompensatie als bedoeld in artikel 2 van de Algemene Verordening Nadeelcompensatie onder de voorwaarde dat de beslissing in overeenstemming is met een uitgebracht advies van de adviescommissie als bedoeld in artikel 13 van de Algemene Verordening Nadeelcompensatie dan wel in overeenstemming is met het conceptbesluit, zoals door het Schadeloket Algemene Nadeelcompensatie is vastgesteld. Het verlenen van goedkeuring van de met de schadebeperkende maatregelen gemoeide kosten als bedoeld in artikel 10 van de Algemene Verordening Nadeelcompensatie. Het beslissen op een aanvraag om een voorschot te verlenen als bedoeld in artikel 11 van de Algemene Verordening Nadeelcompensatie, onder de voorwaarde dat de beslissing in overeenstemming is met een uitgebracht advies van de adviescommissie als bedoeld in artikel 13 van de Algemene Verordening Nadeelcompensatie. De volgende bevoegdheden op grond van de Archiefwet 1995, Archiefbesluit 1995 en Besluit informatiebeheer 2010 na overleg met en instemming van de conform artikel 32, derde lid, van de Archiefwet 1995 door burgemeester en wethouders benoemde functionaris (de gemeentearchivaris): het vervangen van archiefbescheiden door reproducties, teneinde de aldus vervangen bescheiden te vernietigen in de zin van artikel 7 van de Archiefwet 1995 en artikel 6 van het Archiefbesluit 1995; het opmaken van een verklaring van vervanging van archiefbescheiden door reproducties in de zin van artikel 8 van het Archiefbesluit 1995; het vervreemden van archiefbescheiden in de zin van artikel 8, eerste en tweede lid, van de Archiefwet 1995 en artikel 7 en 8 van het Archiefbesluit 1995; het opmaken van een verklaring van vervreemding van archiefbescheiden in de zin van artikel 8 van het Archiefbesluit 1995; het overbrengen van archiefbescheiden naar de gemeentelijke archiefbewaarplaats (artikel 12, eerste lid, van de Archiefwet 1995 en artikel 9 van het Archiefbesluit 1995); het vervroegd overbrengen van archiefbescheiden naar de gemeentelijke archiefbewaarplaats (directie Stadsarchief Amsterdam) in de zin van artikel 13, eerste lid, van de Archiefwet 1995; het verzoeken om het verlenen van een machtiging door Gedeputeerde Staten tot opschorting van de overbrenging van archiefbescheiden naar de gemeentelijke archiefbewaarplaats (directie Stadsarchief Amsterdam) in de zin van artikel 13, derde en vierde lid, van de Archiefwet 1995; het opmaken van een verklaring van overbrenging van archiefbescheiden naar de gemeentelijke archiefbewaarplaats (directie Stadsarchief Amsterdam) in de zin van artikel 8 van het Archiefbesluit 1995; het opmaken van een verklaring van vernietiging van archiefbescheiden in de zin van artikel 8 van het Archiefbesluit 1995; het stellen van beperkingen aan de openbaarheid van archiefbescheiden in de zin van artikel 15, eerste en tweede lid, en artikel 16, tweede lid, van de Archiefwet 1995 en artikel 10 Archiefbesluit 1995; het overdragen van informatie (archiefbescheiden) van een organisatieonderdeel aan een ander organisatieonderdeel in de zin van artikel 4, onder d van het Besluit informatiebeheer 2010; Het beslissen inzake verzoeken tot het opvragen of hergebruiken van gemeentelijke databanken in de zin van artikel 2 Databankenverordening Amsterdam. Het nemen van besluiten over het aangaan van privaatrechtelijke rechtshandelingen op grond van de Gemeentewet mits: zij geen betrekking hebben op onderwerpen die politiek of bestuurlijk gevoelig zijn; zij geen betrekking hebben op: de oprichting van of deelneming in een rechtspersoon; het lenen of uitlenen van geld; borgstelling of garantstelling voor schulden van derden; of andere arbeidsrechtelijke bevoegdheden anders dan genoemd in randnummer 2 van Hoofdstuk 1, Bijlage 1; en de desbetreffende rechtshandeling plaatsvindt binnen de door college en raad vastgestelde beleidskaders zoals het Inkoop- en Aanbestedingsbeleid van de gemeente Amsterdam en de daarop gebaseerde werkinstructies, de ‘Notitie 10 Wegen naar een innovatiever aanbestedingsbeleid en een professioneler opdrachtgeverschap’, de ‘Notitie Samen Inkopen’, de ‘Notitie Doelgericht op afstand 2’, het ‘Lening- en garantiebeleid van de gemeente Amsterdam’ en het gemeentelijk integriteitsbeleid. Paragraaf 2 Vergunningverlening Onder het nemen van besluiten op een aanvraag voor een vergunning, ontheffing of andere beschikking wordt ook het weigeren, wijzigen of intrekken verstaan. Onder het stellen van voorschriften, voorwaarden of beperkingen wordt ook het aanvullen, toevoegen, intrekken of opheffen hiervan verstaan. Het nemen van besluiten als bedoeld onder 1 omvat tevens de bevoegdheid tot het heffen en innen van leges. Paragraaf 3 Subsidieverstrekking De directeur van een directie is bevoegd subsidie te verstrekken aan een instelling die, en voor ten hoogste het bedrag dat, op de begroting is vermeld, voor zover het zijn werkterrein betreft en overeenkomstig de Budgethoudersregeling Amsterdam
  2. De directeur van een directie is bevoegd subsidie te verstrekken op grond van de subsidieregelingen die door het college zijn vastgesteld en die behoren tot het werkterrein van de directie, overeenkomstig de Budgethoudersregeling Amsterdam
  3. Onder het nemen van besluiten op een aanvraag om subsidie wordt zowel het verlenen als het vaststellen van subsidie verstaan alsmede het weigeren, wijzigen of intrekken, het opleggen van verplichtingen en voorts de uitvoering van al die bepalingen in genoemde regelingen die zien op de verstrekking van subsidies, met uitzondering van: de bevoegdheid tot het stellen van nadere regels; het vaststellen van subsidieplafonds; het vaststellen van formulieren voor het indienen van een aanvraag om subsidie; de handelingen die, voor wat betreft de afhandeling van subsidieaanvragen, behoren tot het werkterrein van de directie Subsidie, Inkoop en Juridisch Bureau Sociaal. Paragraaf 4 Handhaving Taken op het gebied van handhaving die gespecificeerd zijn in de bijlagen van het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam omvatten: Het nemen van besluiten inzake het opleggen van een last onder bestuursdwang als bedoeld in artikel 5:21 Algemene wet bestuursrecht; Het vaststellen van de hoogte van de kosten van bestuursdwang als bedoeld in artikel 5:25, zesde lid, van de Algemene wet bestuursrecht; Het nemen van besluiten inzake het toepassen van bestuursdwang als bedoeld in artikel 5:31a van de Algemene wet bestuursrecht; Het nemen van besluiten inzake het opleggen van een last onder dwangsom als bedoeld in artikel 5:31d van de Algemene wet bestuursrecht; Het nemen van besluiten omtrent het invorderen van een dwangsom, bestuurlijke boete of kosten van bestuursdwang bij dwangbevel als bedoeld in artikel 5:10, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht; Het nemen van besluiten omtrent het nemen van executiemaatregelen ter uitvoering van de hierboven bedoelde dwangbevelen. Paragraaf 5 Mandaat voor het beslissen op bezwaar De bevoegdheden als bedoeld in de bijlage 1 tot en met 3 van dit besluit behelzen tevens de bevoegdheid om te beslissen op bezwaar: tenzij het gaat om mandaat voor het nemen van primaire rechtspositionele besluiten in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht die zijn genomen en bekendgemaakt vóór 1 januari 2020, of tenzij die bevoegdheid in bijlage 2 en 3 is uitgezonderd, en met inachtneming van de beperkingen uit de Regeling bezwaar en beroep (college en burgemeester), en voor zover deze behoren tot het werkterrein van de directie. Hoofdstuk 1 Cluster Digitalisering, Informatie en Innovatie De gemeentesecretaris verleent ondermandaat aan de stedelijk directeur Digitalisering, Informatie en Innovatie voor de bevoegdheden genoemd in dit hoofdstuk, alsmede de in artikel 3 lid 1 van dit besluit genoemde bevoegdheden. Paragraaf 1 Stadsarchief Amsterdam Het stellen van beperkingen aan de openbaarheid van archiefbescheiden die naar een archiefbewaarplaats zijn overgebracht in de zin van artikel 15, tweede lid en 16, tweede lid, van de Archiefwet
  4. Het opheffen dan wel buiten toepassing laten van beperkingen gesteld aan de openbaarheid van archiefbescheiden die naar een archiefbewaarplaats zijn overgebracht in de zin van artikel 15, derde lid, van de Archiefwet
  5. Paragraaf 2 Data Het verstrekken van gegevens aan binnengemeentelijke organen en aan derden bij of krachtens artikelen 3.9 en 3.13 van de Wet basisregistratie personen, en het uitvoeren van artikelen 3 tot en met 6 van de Verordening basisinformatie 2018 en artikelen 12 tot en met 17 van het Reglement basisinformatie
  6. Het doen van aansluitverzoeken op de voorziening burgerservicenummer voor de bestuursorganen van de gemeente Amsterdam voor alle daarvoor in aanmerking komende taken in de zin van artikel 15 van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer. Alle bevoegdheden van het college bij of krachtens de Wet basisregistratie adressen en gebouwen met uitzondering van het indelen van het grondgebied van de gemeente in een of meer woonplaatsen, het vaststellen van openbare ruimten, en toekennen van namen daaraan, het vaststellen en afbakenen van standplaatsen en ligplaatsen, en het aanwijzingen geven voor het aanbrengen van naamborden en (huis)nummerborden als bedoeld in artikel 7, eerste lid, artikel 8 en 9 van de Verordening basisinformatie
  7. Alle bevoegdheden van het college bij of krachtens de Wet basisregistratie grootschalige topografie. Het verrichten van alle verplichtingen van bestuursorganen van de gemeente bij of krachtens artikel 15 van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken. Het uitvoeren van de rol van stelselregisseur, stelselbeheerder, gemeentelijke verstrekker, en – behalve van de WOZ(+) en Monumenten - bronhouder van de kernregistraties op grond van het Reglement basisinformatie
  8. De bevoegdheid tot het aanbrengen, onderhouden, wijzigen of verwijderen van peilmerken aan een bouwwerk of gebouw, en het daarmee metingen uitvoeren voor de Registraties normaal Amsterdams peil en meetbouten op grond van artikel 23 van het Reglement basisinformatie
  9. Paragraaf 3 Digitale Voorzieningen Het als lead buyer nemen van gunningsbesluiten in de zin van de Aanbestedingswet 2012 in het kader van inkooptrajecten voor de aan de directeur Digitale Voorzieningen door het Gemeentelijk Management Team specifiek toebedeelde inkooppakketten. Het als lead buyer besluiten tot het aangaan van een gemeentebrede raamovereenkomst in de zin van artikel 160 lid 1 Gemeentewet in het kader van inkooptrajecten voor de aan de directeur Digitale Voorzieningen door het Gemeentelijk Management Team specifiek toebedeelde inkooppakketten. In het kader van de uitvoering van de bevoegdheid bedoeld in de leden 1 en 2 van deze paragraaf het verrichten van de volgende feitelijke handelingen: Het actief of reactief vaststellen van de inkoopbehoefte van of voor de budgethouders op basis van informatie van de budgethouder of op basis van informatie uit de spendanalyse; Het initiëren en organiseren van inkooptrajecten en aanbestedingen met als doel een partij in de markt te selecteren, met welke partij de ambtelijk opdrachtgever exclusief voor dat specifiek toebedeelde inkooppakket verdere overeenkomsten moet sluiten; Het maken van werkafspraken met de budgethouders in het kader van hun opdrachtgeverschap over de uitvoering van het contractmanagement van de afgesloten contracten; Het monitoren van de inkoopvolumes van de aan de lead buyer toegewezen inkooppakketten en het rapporteren daarover aan de budgethouders en aan de gemeentesecretaris. Hoofdstuk 2 Cluster Gebiedsgericht Werken en Stadsbeheer De gemeentesecretaris verleent ondermandaat aan de stedelijk directeur van het cluster Gebiedsgericht Werken en Stadsbeheer voor de bevoegdheden genoemd in dit hoofdstuk, alsmede de in artikel 3 lid 1 van dit besluit genoemde bevoegdheden. Paragraaf 1 Stadswerken Het nemen van verkeersbesluiten en het plaatsen van verkeersborden, voor zover het plusnet auto, plusnet ov tram, hoofdnet ov tram en basisnet ov tram betreft in de zin van artikel 15 en 18 van de Wegenverkeerswet
  10. Het nemen van verkeersbesluiten en het plaatsen van verkeersborden op alle wegen als sprake is van een grootstedelijk project of als sprake is van beheer, onderhoud vervanging en uitbreiding van assets en dit een stedelijke taak betreft of een stedelijk belang heeft in de zin van artikel 15 en 18 van de Wegenverkeerswet
  11. Het toepassen en plaatsen van verkeerstekens en onderborden alsmede het nemen van maatregelen op of aan de weg tot wijziging van de inrichting van de weg of tot het aanbrengen of verwijderen van voorzieningen ter regeling van het verkeer die niet krachtens een verkeersbesluit geschieden en wanneer er sprake is van een grootschalig project in de zin van artikel 17 Wegenverkeerswet
  12. De volgende bevoegdheden op grond van de Marktverordening: De inschrijving in het register, alsmede weigering, verlenging en doorhalen daarvan, en het verstrekken van een bewijs van inschrijving in de zin van artikelen 2.1, 2.3 en 2.4 Marktverordening. Het verstrekken van een vervangerskaart en het bijschrijven in de zin van artikel 2.5 Marktverordening. Het aanwijzen van waren die verboden zijn te verhandelen op een markt in de zin van artikel 3.2, derde lid Marktverordening. De plaatsing op de marktlijst, alsmede overschrijving en doorhalen daarvan in de zin van artikelen 3.4, 3.5 en 3.6, onder a, b, c en f Marktverordening. Het verlenen, weigeren en intrekken van vergunningen voor markten op afstand, het vaststellen van de vergoeding voor het gebruik van de grond en van een borgsom voor een markt op afstand in de zin van artikelen 4.3 en 4.4 Marktverordening. Het tijdelijk verbieden van handel in bepaalde waren, het gelasten dat een markt op afstand niet wordt gehouden of ontruimd vanwege bijzondere omstandigheden in de zin van artikel 4.6 Marktverordening. Het aanwijzen van gedeelten van een markt op afstand waar het venten of verspreiden dan gedrukte of geschreven stukken of afbeeldingen dan wel het voeren van propaganda is toegestaan in de zin van artikel 4.7 Marktverordening. Het weigeren of intrekken van een vergunning of ontheffing of vervangerskaart in de zin van artikel 6.2, tweede lid, onder a t/m e, g en k Marktverordening. De intrekking van een vervangerskaart in de zin van artikel 6.2, derde lid Marktverordening. Het toepassen van de hardheidsclausule in geval van het overschrijven van een plaats op de marktlijst in de zin van artikel 7.4 voor zover betrekking hebbend op artikel 3.5 Marktverordening. De volgende bevoegdheden op grond van de Verordening staan- en ligplaatsen buiten de markt en venten: Inschrijving in het register, alsmede weigering, verlenging en doorhalen daarvan, het verstrekken van een bewijs van inschrijving en het verlenen van ontheffing van de eis tot inschrijving in het register in de zin van artikelen 2.1, 2.3 en 2.4 Marktverordening. Het verstrekken of weigeren van een partnerkaart (artikel 2.5 Marktverordening. Plaatsing, overschrijving en doorhalen op de sollicitantenlijst staanplaatsen in de zin van artikelen 3.2, 3.5 en 3.6 Marktverordening. Het bekendmaken en toewijzen van vrijgekomen lijstplaatsen en de herplaatsing op de sollicitantenlijst in de zin van artikel 3.3 Marktverordening. Het verlenen van een ventvergunning alsmede het verbinden van een maximum aan het aantal te verlenen ventvergunningen in de zin van artikel 4.1, eerste en derde lid Marktverordening. Handhaving van het verbod om geluidshinder te veroorzaken en het verlenen van ontheffing van het verbod op geluidsversterkende apparatuur of andere middelen die geluidshinder kunnen veroorzaken in de zin van artikel 4.2 Marktverordening. Het weigeren van een ventvergunning in de zin van artikel 6.1, derde en vierde lid Marktverordening. Het intrekken van een vergunning op diverse gronden in de zin van artikel 6.1, vijfde lid, onder a t/m g, h.4e, i, k Marktverordening. Het toepassen van de hardheidsclausule ten aanzien van het doorhalen van een plaats op de sollicitantenlijst in de zin van artikel 7.4 voor zover betrekking hebbend op artikel 3.6 Marktverordening. Paragraaf 2 Toezicht en Handhaving Openbare Ruimte De volgende bevoegdheden op grond van de Algemene wet bestuursrecht, de Wegenverkeerswet 1994 en de Gemeentewet: Het toepassen van bestuursdwang door het overbrengen en in bewaring stellen van een op de weg staand voertuig alsmede het opmaken van een proces-verbaal van meevoeren en opslaan in de zin van artikel 170, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994, artikel 125 van de Gemeentewet, artikel 5:29, eerste tot en met derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 5 van het Besluit wegslepen van voertuigen. Het bijhouden van een bewaringsregister in de zin van artikel 170, vierde lid, van de Wegenverkeerswet 1994 en het verrichten van handelingen op grond van artikel 6 tot en met 11 en artikel 15 van het Besluit wegslepen van voertuigen. Het opschorten van de afgifte van een weggesleept voertuig tot de verschuldigde kosten zijn voldaan in de zin van artikel 5:29, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Het invorderen van de kosten in de zin van titel 4.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Het bekendmaken van de beschikking in de zin van artikel 171 van de Wegenverkeerswet
  13. Het verkopen, overdragen en vernietigen van weggesleepte voertuigen in de zin van artikel 5:30, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Het verkopen, overdragen in eigendom om niet of vernietigen van het voertuig alsmede het terugbetalen van de kosten en/of het vaststellen en betalen van een redelijke schadeloosstelling in de zin van artikel 172, tweede, derde, vijfde, zesde en zevende lid, van de Wegenverkeerswet
  14. Het verrichten van feitelijke handelingen in verband met het wegslepen van voertuigen door het toepassen van bestuursdwang. Het opleggen van een last onder bestuursdwang of dwangsom, het feitelijk ten uitvoer leggen van deze lasten, het nemen van invorderingsbeschikkingen en het verrichten van handelingen op grond artikelen 5:29 en 5:30 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met de handhaving van de bepalingen uit de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, Telecommunicatiewet, Verordening Basisinformatie 2018, Verordening Werken in de openbare ruimte, Afvalstoffenverordening 2009, Marktverordening, Verordening staan-en ligplaatsen buiten de markt en venten, Verordening op het binnenwater 2010, Wrakkenwet, Scheepvaartverkeerswet, Binnenvaartpolitiereglement, Gezondheidsverordening en de Bomenverordening 2014 in de zin van artikel 5:37 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 125 van de Gemeentewet en afdelingen 5.3.1 en 5.3.2 van de Algemene wet bestuursrecht. Het nemen van beslissingen op bezwaar gericht tegen besluiten van het college die in mandaat door de korpschef van de Regiopolitie Amsterdam-Amstelland dan wel in ondermandaat verleend door de korpschef inzake het wegslepen van voertuigen zijn genomen (artikel 170 tot en met 174 Wegenverkeerswet 1994, het Besluit wegslepen van voertuigen en de Wegsleepverordening Amsterdam
  15. Het nemen van beslissingen op bezwaar gericht tegen besluiten van het college die in mandaat door de directeur Verkeer en openbare ruimte dan wel in ondermandaat verleend door de directeur inzake het parkeren van fietsen, bromfietsen en gehandicaptenvoertuigen voor zover het gebieden bij NS-stations betreft zijn genomen in de zin van artikel 4.27 van de Algemene Plaatselijke Verordening
  16. Het opleggen van een last onder dwangsom en het nemen van een invorderingsbeschikking in verband met de handhaving van artikel 17 van de Afvalstoffenverordening 2009 in de zin van artikel 125 van de Gemeentewet en afdeling 5.3.2 van de Algemene wet bestuursrecht. Het verlenen van ontheffingen in situaties die stadsdeelgrensoverschrijdend zijn in de zin van artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens
  17. Het verlenen van ontheffingen voor het inrijden van de milieuzones in de zin van artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens
  18. Het nemen van beslissingen op bezwaar gericht tegen besluiten van het college die in mandaat door de directeur Verkeer en openbare ruimte dan wel in ondermandaat verleend door de directeur inzake ontheffingen zijn genomen in de zin van artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens
  19. Het aanwijzen van toezichthouders en het aanwijzen van buitengewoon opsporingsambtenaren belast met de opsporing en vervolging van strafbare feiten inzake de naleving van het bepaalde bij of krachtens: Artikel 437 en 437ter van het Wetboek van Strafrecht; Artikel 5.4 van de Telecommunicatiewet; Artikelen 82a en 82b van de Wet personenvervoer 2000 en de Taxiverordening Amsterdam 2012; De Algemene Plaatselijke Verordening 2008; De Verordening Werken in de openbare ruimte Amsterdam 2021; De Afvalstoffenverordening 2009; De Marktverordening; De Bomenverordening 2014; De Parkeerverordening 2013; De Verordening Basisinformatie 2018; De Verordening op het binnenwater 2010; De Verordening staan- en ligplaatsen buiten de markt en venten; De Wrakkenwet; De Scheepvaartverkeerswet; Het Binnenvaartpolitiereglement; De Gezondheidsverordening. Paragraaf 3 Dienstverlening Het aanwijzen van de (buitengewone) ambtenaren van de burgerlijke stand in de zin van artikel 1:16 van het Burgerlijk Wetboek en Reglement burgerlijke stand
  20. Het legaliseren van handtekeningen op grond van de Gemeentewet. Het voeren van regie op de totstandkoming van de legestarieven en het voordragen van de tarieven voor leges in burgerzaken in de zin van artikel 229, eerste lid, onder b, van de Gemeentewet. Het oninbaar verklaren van belastingen in de zin van artikel 255, vijfde lid, van de Gemeentewet. Alle bevoegdheden van het college op grond van het Besluit mandaat Registratie Niet-Ingezetenen. Het beoordelen van DNA-bewijs als bedoeld in artikel 1, vierde lid, van het Besluit DNA-onderzoek vaderschap. Het toepassen van de hardheidsclausule in de zin van artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Het besluiten tot het kwijtschelden van de boete in de zin van artikel 66 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Het in ontvangst nemen van een aanvraag om een verklaring omtrent het gedrag in de zin van artikel 30 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens; De overige taken en bevoegdheden die bij of krachtens de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens aan de burgemeester zijn opgedragen. Het in ontvangst nemen van een verzoek tot het verkrijgen van het Nederlanderschap (naturalisatieverzoek) in de zin van artikel 7 tot en met 11 van het Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap. Het in ontvangst nemen van een verklaring tot het verkrijgen van het Nederlanderschap (optie) en het beslissen hierover. Het heffen van leges overeenkomstig het Besluit optie- en naturalisatiegelden
  21. De overige taken en bevoegdheden die bij of krachtens de Rijkswet op het Nederlanderschap aan de burgemeester zijn opgedragen. Het in ontvangst nemen van een aanvraag om een reisdocument en Nederlandse identiteitskaart en het beslissen hierop in de zin van artikel 26 en 40 van de Paspoortwet. De overige taken en bevoegdheden die bij of krachtens de Paspoortwet aan het college of de burgemeester zijn opgedragen. Het in ontvangst nemen van een aanvraag om toekenning van een rijbewijs en het beslissen hierop in de zin van artikelen 111 tot en met 116 van de Wegenverkeerswet
  22. De overige taken en bevoegdheden die bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aan de burgemeester zijn opgedragen. Alle taken en bevoegdheden die bij of krachtens de Kieswet aan het college of de burgemeester zijn opgedragen. Het inschrijven van de dienstplicht in de zin van artikel 4 van de Kaderwet dienstplicht. De overige taken en bevoegdheden die bij of krachtens de Kaderwet dienstplicht aan het college zijn opgedragen. Het in ontvangst nemen en beslissen op aanvragen ter voorziening in de behoeften aan inkwartiering, onderhoud, transporten en leverantiën in de zin van artikel 6 van de Inkwartieringswet. De overige taken en bevoegdheden die bij of krachtens de Inkwartieringswet aan de burgemeester zijn opgedragen. Het in ontvangst nemen en beslissen op aanvragen om verkorting of verlenging van de termijn voor lijkbezorging in de zin van artikel 17 van de Wet op de lijkbezorging. Het in ontvangst nemen en beslissen op aanvragen om ontleding van een stoffelijk overschot in de zin van artikel 68 van de Wet op de lijkbezorging. Het in ontvangst nemen en beslissen op aanvragen om opgraving van een lijk in de zin van artikel 29 van de Wet op de lijkbezorging Het in ontvangst nemen en beslissen op aanvragen om een laissez-passer in de zin van artikel 11 van het Besluit op de lijkbezorging. De overige taken en bevoegdheden die bij of krachtens de Wet op de lijkbezorging aan de burgemeester zijn opgedragen. De bevoegdheid om trouwlocaties aan te wijzen, in te trekken of te wijzigen in de zin van artikel 1:63 Burgerlijk Wetboek in samenhang met artikel 108 en 147 van de Gemeentewet en het Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Amsterdam houdende regels omtrent Mandateren van de bevoegdheid tot het aanwijzen, intrekken en wijzigen van “het huis der gemeente” ten behoeve van het voltrekken van huwelijken en partnerregistraties (Gemeenteblad 2018, 227851). Het beslissen op aanvragen voor vergunningen voor alternatief personenvervoer, het intrekken van vergunningen voor alternatief personenvervoer en het besluiten tot toepassing van bestuursdwang en het opleggen van een dwangsom als bedoeld in hoofdstuk 5 van de Algemene wet bestuursrecht. Te beslissen op verzoeken om ontheffing van het verbod voor taxichauffeurs om gebruik te maken van busbanen, busstroken en trambanen, alsmede te besluiten tot de intrekking van een verleende ontheffing, het toepassen van bestuursdwang en het nemen van dwangsombesluiten in de zin van artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens, artikel 125 van de Gemeentewet, artikel 5:32 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 150 van de Wegenverkeerswet
  23. Het nemen van beslissingen op de aanvragen voor een Taxxxivergunning waaronder het verlenen en het weigeren van de Taxxxivergunning in de zin van artikel 1.2, 1.3 juncto 2.12 en 2.13 van de Taxiverordening Amsterdam 2012 en het verlenen van de Taxxxivergunning onder voorwaarden in de zin van artikel 1.4 van de Taxiverordening Amsterdam 2012 (Wet personenvervoer 2000 en Taxiverordening Amsterdam
  24. Het nemen van maatregelen waaronder het wijzigen, het schorsen en het intrekken van de Taxxxivergunning in de zin van artikel 2.17 of 1.5 van de Taxiverordening Amsterdam 2012 (Wet personenvervoer 2000 en Taxiverordening Amsterdam
  25. Het opleggen van een last onder dwangsom in de zin van artikel 5:32 Algemene wet bestuursrecht aan chauffeurs die zonder geldige Taxxxivergunning in de zin van artikel 2.3, eerste lid, van de Taxiverordening Amsterdam 2012 op de opstapmarkt opereren in de zin van Wet personenvervoer 2000 en Taxiverordening Amsterdam
  26. Het opleggen van een last onder dwangsom ex artikel 5:32 Algemene wet bestuursrecht aan chauffeurs die na schorsing, intrekking of het van rechtswege vervallen van de Taxxxivergunning hun Taxxxiraamkaart en/of de keycard niet onverwijld hebben ingeleverd bij het college in de zin van Wet personenvervoer 2000 en artikel 3.4 Taxiverordening Amsterdam
  27. De bevoegdheid van het college tot het bijhouden van de Basisregistratie Personen bij of krachtens de Wet basisregistratie personen. De bevoegdheid tot het op niet-geautomatiseerde wijze verstrekken van gegevens bij of krachtens artikelen 3.2, 3.5, 3.6, 3.8, 3.9 en 3.10 van de Wet basisregistratie personen, en het uitvoeren van artikel 12 met uitzondering van het tiende lid, artikel 15 met uitzondering van het derde lid en artikel 16 met uitzondering van het negende lid, van het Reglement basisinformatie
  28. Het beslissen op aanvragen van ontheffingen van de milieuzones in de zin van artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens
  29. Het beslissen in eerste aanleg op alle aanvragen, wijzigings- en intrekkingsverzoeken voor belanghebbendenvergunning op basis van de Parkeerverordening 2013 in de zin van artikel 25 van de Parkeerverordening
  30. Het verlenen van ontheffingen in situaties die stadsdeelgrensoverschrijdend zijn in de zin van artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens
  31. Paragraaf 4 Belastingen Het oninbaar verklaren van belastingen in de zin van artikel 255, vijfde lid, van de Gemeentewet). Het ondertekenen van uitspraken in administratief beroep inzake het verlenen van kwijtschelding en uitstel van betaling voor gemeentelijke belastingen in de zin van artikel 255 van de Gemeentewet en artikel 25 van de Invorderingswet
  32. Het toepassen van de hardheidsclausule in de zin van artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbeslastingen. Het instellen van cassatie in de zin van artikel 28 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, artikel 231, tweede lid, onderdeel a, van de Gemeentewet en artikel 30, zesde lid, laatste volzin, van de Wet waardering onroerende zaken. Het besluiten tot het kwijtschelden van de boete in de zin van artikel 66 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Het verlenen van ontheffing van de geheimhoudingsplicht dit met de beperking dat indien het verzoek tot gegevenslevering persoonsgegevens betreft, de registratiecommissie beoordeelt of er (op basis van de privacywetgeving) bezwaren zijn tegen de gegevenslevering in de zin van artikel 67 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Het doorberekenen van de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 4:98 van de Algemene wet bestuursrecht. Het bij gebreke van betaling van de verbeurde dwangsom en boetes verzenden van een aanmaning en bij uitblijven van betaling uitvoeren van invorderingsmaatregelen. Het bij dwangbevel invorderen van een geldsom, zoals bedoeld in artikel 5:10 van de Algemene wet bestuursrecht. Alle bevoegdheden van het college en de burgemeester op grond van artikel 154b, vierde lid, van de Gemeentewet juncto artikel 1 van de Verordening Bestuurlijke Boete Overlast in de Openbare Ruimte. De bevoegdheden van het college bij of krachtens de Wet waardering onroerende zaken, hoofdstukken VI en VII. Hoofdstuk 3 Cluster Bedrijfsvoering De gemeentesecretaris verleent ondermandaat aan de stedelijk directeur Bedrijfsvoering voor de bevoegdheden genoemd in dit hoofdstuk, alsmede de in artikel 3 lid 1 van dit besluit genoemde bevoegdheden. Paragraaf 1 Personeel en Organisatie Het uitoefenen van alle taken en bevoegdheden die op grond van de Algemene pensioen- en uitkeringswet politieke ambtsdragers en het Besluit sollicitatieplicht Algemene pensioen- en uitkeringswet politieke ambtsdragers gewezen politieke ambtsdragers aan het college zijn toegekend en die betrekking hebben op (gewezen) burgemeesters en wethouders alsmede op voormalige leden van de dagelijks besturen van de deelgemeenten zoals die tot 19 maart 2014 bestonden. Dit met uitzondering van de bevoegdheid om bezwaarschriften te behandelen en te beslissen op bezwaar. Het besluiten tot het verrichten van rechtshandelingen ten aanzien van: hoofdstuk 10 van de Cao Gemeenten (uitkeringen); de aanvulling op artikel 3.25 van de Cao Gemeenten (hoge ziektekosten); bijlage 6b van de Cao Gemeenten (wachtgeld), met uitzondering van artikel 10:21 van bijlage 6b; bijlage 6c van de Cao Gemeenten (bovenwettelijke werkloosheidsuitkeringen); bijlage 6e van de Cao Gemeenten (suppletie); hoofdstuk 18 van de Cao Amsterdam (bovenwettelijke werkloosheidsuitkering bij uitbesteding); protocol voor de gegevensverwerking van personen die werkzaamheden verrichten voor de gemeente Amsterdam; het ondertekenen van alle besluiten tot het verrichten van rechtshandelingen waarvan de uitvoering aan de directeur Personeel en Organisatie is opgedragen. Paragraaf 2 Financiën en Inkoop Het als lead buyer nemen van gunningsbesluiten in de zin van de Aanbestedingswet 2012 in het kader van inkooptrajecten voor de aan de Directeur Financiën en Inkoop door het Gemeentelijk Management Team specifiek toebedeelde inkooppakketten. Het als lead buyer besluiten tot het aangaan van een gemeentebrede raamovereenkomst in de zin van artikel 160, eerste lid, onder d Gemeentewet in het kader van inkooptrajecten voor de aan de Directeur Financiën en Inkoop door het Gemeentelijk Management Team specifiek toebedeelde inkooppakketten. Wanneer een inkooppakket niet door het Gemeentelijk Management Team aan een lead buyer is toegewezen voert de directeur van de directie Middelen en Control de bevoegdheid van de lead buyer uit, met inachtneming van de bevoegdheden van andere functionarissen wanneer die zijn opgenomen in deze bijlage. In het kader van de uitvoering van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste en het tweede lid, van deze paragraaf het verrichten van de volgende feitelijke handelingen: Het actief of reactief vaststellen van de inkoopbehoefte van of voor de budgethouders op basis van informatie van de budgethouder of op basis van informatie uit de spendanalyse; Het initiëren en organiseren van inkooptrajecten en aanbestedingen met als doel een partij in de markt te selecteren, met welke partij de ambtelijk opdrachtgever exclusief voor dat specifiek toebedeelde inkooppakket verdere overeenkomsten moet sluiten; Het monitoren van de inkoopvolumes van de aan de lead buyer toegewezen inkooppakketten en het rapporteren daarover aan de budgethouders en aan de gemeentesecretaris; Het maken van werkafspraken met de budgethouders in het kader van hun opdrachtgeverschap over de uitvoering van het contractmanagement van de afgesloten contracten; Het in, gezamenlijkheid met de categorie-eigenaren, opstellen van de categorieplannen voor de inkoopcategorieën. Hoofdstuk 4 Cluster Ruimte en Economie De gemeentesecretaris verleent ondermandaat aan de stedelijk directeur Ruimte en Economie voor de bevoegdheden genoemd in dit hoofdstuk, alsmede de in artikel 3 lid 1 van dit besluit genoemde bevoegdheden. Paragraaf 1 Economische Zaken en Cultuur Het nemen van besluiten op grond van de bijzondere subsidieverordeningen of subsidieregelingen die behoren tot het werkterrein van de directie Economische Zaken en Cultuur, zijnde (maar niet uitsluitend): Subsidieregeling Economische structuur- en arbeidsmarktversterking 2021, paragraaf 2, artikel 13 en paragraaf 3, artikel 16; Subsidieregeling Projectstimulering Herstel- en Investeringsplan. Het nemen van beslissingen met betrekking tot het verstrekken van subsidies aan in de gemeentebegroting vermelde subsidieontvangers alsmede het verstrekken van subsidies waartoe het college ten laste van een begrotingspost heeft besloten op grond van de Algemene Subsidieverordening Amsterdam
  33. Het nemen van besluiten over het verstrekken van subsidies op grond van de Verordening Amsterdamse culturele infrastructuur, Hoofdlijnen en Kunstenplan en in de (bijlage bij) de gemeentebegroting opgenomen begrotingspostsubsidies ten behoeve van de Stichting Openbare Bibliotheek Amsterdam. Het optreden in externe organisaties en het uitoefenen van alle bevoegdheden en verrichten van alle taken die in de statuten van deze instellingen aan het college zijn toegekend in de zin van artikel 160 en 171 van de Gemeentewet), voor zover die tot het werkterrein van de directie Economische Zaken en Cultuur behoren. Paragraaf 2 Ruimte en Duurzaamheid Het beslissen tot het toepassen alsmede het uitvoeren van de uniforme algemene voorbereidingsprocedure in de zin van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Het reageren op initiatieven van andere gemeenten in de inspraak, bestuurlijk vooroverleg of zienswijzefase in de zin van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Het nemen van besluiten op grond van: de Subsidieverordening sloop en schoon alternatief vervoer Amsterdam; de Subsidieverordening voor de aanschaf van uitstootvrije bedrijfsvoertuigen in Amsterdam 2019 – 2021; en de Subsidieverordening voor de aanschaf van uitstootvrije taxi’s in Amsterdam 2019-
  34. Het geven van gelegenheid tot het naar voren brengen van zienswijzen naar aanleiding van een beleidsvoornemen (artikel 150 Gemeentewet en de Algemene inspraakverordening). Het voeren van (voor)overleg in het kader van de voorbereiding van bestemmingsplannen, wijzigingsplannen, uitwerkingsplannen en projectafwijkingsbesluiten met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn in de zin van Wet ruimtelijke ordening, Besluit ruimtelijke ordening en Besluit omgevingsrecht. Het kennis geven, mededelen en bekendmaken van (ontwerp) ruimtelijke besluiten, c.q. besluiten tot vaststelling van ruimtelijke besluiten en samenhangende besluiten waaronder in ieder geval begrepen structuurvisies, bestemmingsplannen, uitwerkingsplannen, wijzigingsplannen, voorbereidingsbesluiten, beheersverordeningen, exploitatieplannen en projectafwijkingsbesluiten en de daarbij behorende stukken. Hieronder worden tevens begrepen andere besluiten in geval van gecoördineerde besluitvorming als bedoeld in artikel 3.30 e.v. van de Wet ruimtelijke ordening, het Besluit ruimtelijke ordening en het Besluit omgevingsrecht. Het ter inzage leggen en ter beschikbaar stellen van (ontwerp) ruimtelijke besluiten en omgevingsrechtelijke besluiten met bijbehorende stukken inclusief de kennisgeving en mededeling daarvan, waaronder in ieder geval begrepen structuurvisies, bestemmingsplannen, uitwerkingsplannen, wijzigingsplannen, voorbereidingsbesluiten, beheersverordeningen, exploitatieplannen en projectafwijkingsbesluiten alsmede omgevingsvergunningen op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, besluiten op grond van de Crisis- en herstelwet, hogere waarden op grond van de Wet geluidhinder en andere besluiten op het gebied van omgevingsrecht. Hieronder worden tevens begrepen andere besluiten in geval van gecoördineerde besluitvorming als bedoeld in artikel 3.30 e.v. van de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening). Het toezenden van de kennisgeving van het (ontwerp) bestemmingsplan c.q. vaststelling van het bestemmingsplan, wijzigingsplan en uitwerkingsplan met de bijbehorende stukken. Het uitoefenen van alle bevoegdheden inzake de (anterieure en posterieure) overeenkomsten over grondexploitatie in de zin van artikel 6.24 van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 6.2.12 van het Besluit ruimtelijke ordening. Het voorbereiden en uitvoeren van het vaststellen van een afrekening van een exploitatieplan in de zin van artikel 6.20, eerste lid van de Wet ruimtelijke ordening. Het voorbereiden van en het beslissen tot toepassing van de gemeentelijke coördinatieregeling in de zin van artikel 3.30, tweede en derde lid en artikel 3.31 en 3.32 van de Wet ruimtelijke ordening. Het dragen van zorg voor de bestuursrechtelijke handhaving van hetgeen bij of krachtens de Wet ruimtelijke ordening is bepaald alsmede het bekendmaken van het voornemen met betrekking tot de wijze waarop in het komende jaar uitvoering zal worden gegeven aan deze handhaving in de zin van artikel 7.1, tweede lid en 10.1, eerste lid van de Wet ruimtelijke ordening. Het verslag doen (waaronder begrepen het toezenden aan) de wijze waarop in het voorafgaande jaar uitvoering is gegeven aan de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens de Wet ruimtelijke ordening, alsmede van het gevoerde beleid bij de uitvoering van de hoofdstukken 3, 3a en 4 en de verlening van omgevingsvergunningen voor activiteiten als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, b, c en g, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, in de zin van artikel 10.1, tweede lid Wet ruimtelijke ordening. Het uitoefenen van alle bevoegdheden inzake het behandelen van en het beslissen op verzoeken om tegemoetkoming in planschade. Dit met uitzondering van het verzoek aan gedeputeerde staten om vergoeding van hogere kosten van de gemeente artikel 10.1, tweede lid Wet ruimtelijke ordening afdeling 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening en afdeling 6.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Het indienen van een subsidieaanvraag bij de Minister van Infrastructuur en Waterstaat (I en W), het uitvoeren van activiteiten en handelingen in het kader van de verstrekte subsidie (waaronder in ieder geval begrepen het voeren van een administratie en verslaglegging) en het indienen van een aanvraag tot vaststelling van de subsidie. Het gehoord worden door provinciale staten respectievelijk de Minister van I en M inzake een inpassingsplan van provinciale staten of het Rijk in de zin van artikel 3.26 en 3.28 van de Wet ruimtelijke ordening. Het verlenen van medewerking indien gedeputeerde staten respectievelijk de Minister van I en M dit vordert in het kader van de toepassing van een coördinatieregeling van de provincie of het Rijk in de zin van artikel 3.33, tweede lid en 3.35, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening. Het geven van een reactie of het indienen van een zienswijze ten aanzien van een provinciale verordening of een ander provinciaalbesluit inzake het omgevingsrecht alsmede het indienen van een aanvraag om ontheffing en het voeren van overleg omtrent een voorgenomen aanwijzing van gedeputeerde staten. Het geven van een reactie of het indienen van een zienswijze ten aanzien van een algemene maatregel van bestuur inzake het omgevingsrecht alsmede het indienen van een aanvraag om ontheffing van een algemene maatregel van bestuur en het voeren van overleg omtrent een voorgenomen aanwijzing van de Minister van I en W of een andere Minister die het aangaat. Het indienen van een verzoek tot het vaststellen van hogere grenswaarden vanwege een weg, industrieterrein en/of spoorweg alsmede het voorbereiden en uitvoeren van besluiten omtrent het vaststellen van hogere waarden vanwege een weg, industrieterrein en/of spoorweg in samenhang met het besluiten omtrent een omgevingsvergunning in de zin van artikel 110a van de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder. Het uitvoeren van alle handelingen om een besluit tot het vaststellen van een hogere grenswaarde in te schrijven in de Openbare Registers in de zin van Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder. Het uitoefenen van alle bevoegdheden inzake het voorbereiden, opstellen en uitvoeren van een besluit tot het vaststellen van een geluidszone in de zin van artikel 41, vierde lid, artikel 163, eerste lid en artikel 165, eerste lid, van de Wet geluidhinder. Het uitvoeren van artikel 4.24 Besluit geluidhinder, inzake het treffen van maatregelen met betrekking tot de geluidwering aan de gevel alsmede het uitvoeren van hoofdstuk 6 Besluit geluidhinder, met betrekking tot bepalingen inzake de medewerking van eigenaren en bewoners voor het treffen van maatregelen aan de gevel in de zin van artikel 4.24 en hoofdstuk 6 van het Besluit geluidhinder. Het uitoefenen van bevoegdheden en het uitvoeren van taken op grond van bij of krachtens hoofdstuk 5, 7, 8, 10, 17, 19 en 20 en titel 12.3 van de Wet milieubeheer gestelde regels, voor zover deze bevoegdheden zien op het omgevingsrecht. Het dragen van zorg voor de procedure inzake milieueffectrapportage in de zin van hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en artikel 1.11 van de Crisis- en herstelwet. Het aanvragen van een verklaring van geen bedenking bij een ander bestuursorgaan op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Het opstellen van een voortgangsrapportage milieugebruiksruimte ontwikkelingsgebied in de zin van artikel 2.3 van de Crisis- en herstelwet. Het dragen van zorg voor het uitvoeren van de maatregelen of werken (opgenomen in een bestemmingsplan) in het kader van een ontwikkelingsgebied ten behoeve van de optimalisering van de milieugebruiksruimte binnen het ontwikkelingsgebied, dan wel ter compensatie van het beslag op de milieugebruiksruimte door de in het bestemmingsplan voorziene ruimtelijke ontwikkelingen in de zin van artikel 2.3, tiende lid van de Crisis- en herstelwet. Het voeren van (voor)overleg bij provinciale structuurvisie inzake (boven)regionaal project met nationale betekenis in de zin van artikel 2.20, eerste lid van de Crisis- en herstelwet. Het naar voren brengen van zienswijzen op een ontwerpbesluit Crisis- en herstelwet in de zin van artikel 5.2a van de Crisis- en herstelwet. Het doen van een verzoek om toevoeging van gebied of project aan bijlage I en II van de Crisis- en herstelwet in de zin van artikel 1.2 van de Crisis- en herstelwet. Het aanmelden van een ontwikkelingsgebied als experiment in de zin van artikel 2.1 van de Crisis- en herstelwet. Het aanvragen van een verklaring van geen bedenkingen in het kader van een ontwikkelingsgebied in de zin van artikel 2.3, negende lid van de Crisis- en herstelwet. Het uitbrengen van een rapportage over de voortgang en de uitvoering van de maatregelen, projecten en werken (genoemd in een bestemmingsplan) in het kader van een ontwikkelingsgebied ten behoeve van de optimalisering van de milieugebruiksruimte binnen het ontwikkelingsgebied, dan wel ter compensatie van het beslag op de milieugebruiksruimte door de in het bestemmingsplan voorziene ruimtelijke ontwikkelingen in de zin van artikel 2.3, tweede lid, onder e van de Crisis- en herstelwet. Het aanmelden van project als een experiment (innovatie) in de zin van artikel 2.4 van de Crisis- en herstelwet. Het vaststellen van een Projectuitvoeringsbesluiten in de zin van artikel 2.10 van de Crisis- en herstelwet. Het voeren van (voor)overleg met betrokken bestuursorganen alsmede het instellen van een projectcommissie en het voorzitten van die commissie in het kader van een structuurvisie inzake een lokaal project met nationale betekenis in de zin van artikel 2.20 van de Crisis- en herstelwet. Het voorbereiden en uitvoeren van alle besluiten en handelingen die op grond van de Tracéwet aan het college zijn opgedragen. Het aanvragen van een verklaring van geen bezwaar in de zin van artikel 8.9 en 8.47 van de Wet luchtvaart. Het aanvragen van een ontheffing in de zin van artikel 8.12 en 8.47 van de Wet luchtvaart. Het aanvragen van een advies bedoeld in artikel 2.2.2a, eerste lid van het Luchthavenindelingbesluit Schiphol. Het indienen van een schriftelijk verzoek bedoeld in artikel 2.2.2a, tweede lid van het Luchthavenindelingbesluit Schiphol. Het voorbereiden, aanvragen en uitvoeren van besluiten, beslissingen en handelingen op grond van de Natuurbeschermingswet Wet natuurbescherming, voor zover deze nodig zijn voor de uitoefening van bevoegdheden en taken ten aanzien van het werkterrein van de directie. Het afgeven van een verklaring van het bevoegd gezag, dat een omgevingsvergunning zal worden verleend indien ontheffing van het Bouwbesluit wordt gegeven in de zin van artikel 7, tweede lid van de Woningwet. Het doen van een verzoek om toestemming om met het oog op duurzaam bouwen nadere voorschriften op te leggen ter voldoening aan de technische voorschriften omtrent bouwen, gegeven in het Bouwbesluit in de zin van artikel 7a van de Woningwet. Het voorbereiden en uitvoeren van de aanwijzing van gebieden of voor een of meer daarbij aan te wijzen categorieën van bestaande en te bouwen bouwwerken geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn in de zin van artikel 12, tweede lid Woningwet. Het doen van een verzoek om toepassing van de experimentenregeling in de zin van artikel 120a van de Woningwet. Het nemen van een selectiebesluit in de zin van artikel 24, eerste lid van de Erfgoedverordening Amsterdam. Het stellen van nadere eisen ten aanzien van een archeologisch onderzoek en het vaststellen van een programma van eisen voor de kwaliteit van een archeologisch veldonderzoek in de zin van artikel 24, tweede lid en derde lid van de Erfgoedverordening Amsterdam. Het bepalen dat een terrein in het belang van een archeologisch onderzoek wordt betreden, dat daarop metingen worden verricht, dan wel daarin opgravingen worden gedaan, voor zover dat onderzoek dient ter voorbereiding of ter uitvoering van een besluit als bedoeld in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, in de zin van artikel 26 van de Erfgoedverordening Amsterdam. Het vaststellen of een archeologisch rapport voldoet aan de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie en het Kwaliteitshandboek van de afdeling Monumenten in de zin van artikel 39, tweede lid van de Monumentenwet
  35. Het opstellen van een selectiebesluit aan de hand van een archeologisch rapport, als bedoeld in artikel 39, tweede lid Monumentenwet 1988, de Wet op de archeologische monumentenzorg, de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie en de Erfgoedverordening Amsterdam. Het bijhouden van een gemeentelijk erfgoedregister van aangewezen cultureel erfgoed in de zin van artikel 3.16 lid 3 Erfgoedwet. Het uitoefenen van de rol van bronhouder van de kernregistratie op grond van het Reglement basisinformatie
  36. Het voorbereiden en uitvoeren van besluiten, beslissingen en handelingen op grond van de Erfgoedwet. Het op grond van artikel 10, lid 7, onder a, Gaswet aanwijzen van gebieden waar een gasaansluiting strikt noodzakelijk is om zwaarwegende redenen van algemeen belang, zoals nader uitgewerkt in de Regeling gebiedsaanwijzing gasaansluitplicht. De bevoegdheden in de onderdelen 14 tot en met 19 en 43 tot en met 47 van deze paragraaf blijven voorbehouden aan de directeur Ruimte en Duurzaamheid. Paragraaf 3 Grond en Ontwikkeling Het aanwijzen van deskundigen van de zijde van de gemeente in de zin van artikel 160, eerste lid onder d, van de Gemeentewet. Het vaststellen van de schaduwgrondwaarden en de jaarlijkse aanpassing daarvan aan de waardeontwikkeling van het geld overeenkomstig het bepaalde onder II van het besluit van het college van 9 januari 2001 (Gemeenteblad 2001, 31), in de zin van artikel 160, eerste lid onder d, van de Gemeentewet. Het berekenen van de bedragen verschuldigd wegens vooruitbetaling van de nog niet verschenen erfpachttermijnen het bepaalde onder II van het besluit van het college van 9 januari 2001 (Gemeenteblad 2001, 31), in de zin van artikel 160, eerste lid onder d, van de Gemeentewet. De vaststelling van de voorwaarden waaronder de gemeentelijke bedragen voor het opmaken van de notariële akte en de kosten verbonden aan de inschrijving van die akte in de openbare registers aan de erfpachter betaalbaar zullen worden gesteld in de zin van artikel 160, eerste lid onder d, van de Gemeentewet. Het uitsluiten van de canonindexering overeenkomstig het bepaalde in het besluit van het college van 9 januari 2001 (Gemeenteblad, 24, dan wel de meest actuele variant daarvan) in de zin van artikel 160, eerste lid onder d, van de Gemeentewet. Het op verzoek van marktpartijen opnemen in erfpachtaanbiedingen van prijsindexatie op basis van de uitgangspunten neergelegd in laatstelijk vastgestelde Grondprijzenbrief in de zin van artikel 160, eerste lid onder d, van de Gemeentewet. Het doen van uitgaven ten behoeve van bodemonderzoeken, bodemsaneringen en verwerking van verontreinigde grond tot een maximum van € 1.500.000, == (exclusief BTW) per project in de zin van artikel 160, eerste lid onder d, van de Gemeentewet. Het ter uitvoering van het ‘Algemene voorwaarden en Reglement Grondbank Amsterdam’ vaststellen van een tarief voor de acceptatie van diverse schone en verontreinigde grondsoorten in de zin van artikel 160, eerste lid onder d, van de Gemeentewet. Het koppelen van gemeentelijke grondexploitatie-projecten welke dekking vinden in het Vereveningsfonds, het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting en/of het ISV, waarbij grond vrijkomt aan projecten waar grond toegepast kan worden en het bepalen van de volgorde van levering indien het voor het hergebruikproject logistiek onmogelijk is om grond van twee of meer toegewezen projecten gelijktijdig te ontvangen in de zin van artikel 160, eerste lid onder d, van de Gemeentewet. De bevoegdheid om grond te vorderen welke vrijkomt tijdens de uitvoering van ruimtelijke plannen in de zin van artikel 160, eerste lid onder d, van de Gemeentewet. Alle bevoegdheden op grond van het Reglement op het Food Center Amsterdam in de zin van artikel 160, eerste lid onder d, van de Gemeentewet. Het aangaan van overeenkomsten gericht op de totstandkoming en wijzigingen van erfpachtrechten, opstalrechten en erfdienstbaarheden ongeacht de hoogte van de grondwaarde in de zin van artikel 160, eerste lid, onder d, van de Gemeentewet. Het buiten rechte vertegenwoordigen van de gemeente bij het aangaan van privaatrechtelijke rechtshandelingen met de mogelijkheid (onder)gevolmachtigden aan te wijzen en met recht van substitutie ten behoeve van notarissen en medewerkers van het kantoor van de behandelend notaris in de zin van artikel 171, eerste lid, van de Gemeentewet. Het verzoeken aan een bestuursorgaan om een besluit te nemen (een beschikking te geven) daaronder in ieder geval begrepen het aanvragen van een subsidie, het aanvragen van een vergunning en het aanvragen van een ontheffing in de zin van artikel 171, eerste lid, van de Gemeentewet. Het geven van instructies inzake erfpacht met name in het belang van een ordelijke en doelmatige gang van zaken met betrekking tot het betalingsverkeer tussen de bestuurscommissies en de centrale stad, een goede administratie van erfpachten en het beheer van het stedelijk vermogen in de zin van artikel 160, eerste lid onder d, van de Gemeentewet. Het vaststellen van de jaarlijkse aanpassingscoëfficiënten erfpachtcanon en schaduwgrondwaarden, de toeslagpercentages en reductiefactoren in de zin van artikel 160, eerste lid onder d, van de Gemeentewet. Het vaststellen van de driemaandelijkse canonpercentages erfpacht en het afkooppercentage in de zin van artikel 160, eerste lid onder d, van de Gemeentewet. Het nemen van besluiten inzake erfpachtuitgifte waarbij wordt afgeweken van de meest actuele door de Gemeenteraad aanvaarde (bandbreedtes van de) grondprijzen, ter realisering van de meest optimale grondprijs in de zin van artikel 160, eerste lid onder d, van de Gemeentewet. Het maken van uitzonderingen op het beginsel van meervoudige selectie van marktpartijen voor gebiedsontwikkeling met inachtneming van het terzake geldende beleidskader in de zin van artikel 160, eerste lid onder d, van de Gemeentewet. Het aangaan van een overeenkomst met een verwerker zoals bedoeld in artikel 28, leden 3 en 4 van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 en Artikel 29, leden 3 en 4, van Verordening (EU)2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober
  37. Het uitoefenen van alle bevoegdheden inzake de (anterieure en posterieure) overeenkomsten over grondexploitatie in de zin van artikel 6.24 van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 6.2.12 van het Besluit ruimtelijke ordening ongeacht de hoogte van de te verhalen bijdrage. Het uitoefenen van alle bevoegdheden inzake het behandelen van en het beslissen op verzoeken om tegemoetkoming in planschade. Dit met uitzondering van het verzoek aan gedeputeerde staten om vergoeding van hogere kosten van de gemeente in de zin van afdeling 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening en afdeling 6.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Alle bevoegdheden ter uitoefening van een gevestigd voorkeursrecht mits, indien aan de orde, voor de met de uitoefening van deze bevoegdheden gemoeide uitgaven financiële dekking aanwezig is in de vorm van een daarvoor bestemde begrotingspost of een daarvoor beschikbaar gesteld krediet in de zin van Wet voorkeursrecht gemeenten. Het uitbrengen van biedingsbrieven in de zin van artikel 17 van de Onteigeningswet. Het voordragen van een besluit tot indiening van een verzoek tot onteigening aan de Kroon (regering), vergezeld van de in artikel 79 Onteigeningswet bedoelde stukken. De in artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde kennisgeving en de tervisielegging van het ontwerp Koninklijk Besluit met bijbehorende stukken als bedoeld in artikel 78, lid 2 van de Onteigeningswet, alsmede de kennisgeving en tervisielegging van het Koninklijk Besluit in de zin van artikel 78, zevende lid, van de Onteigeningswet. De bevoegdheid tot het aanbieden van brondocumenten aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ter inschrijving in het register brondocumenten ondergrond als bedoeld in artikel 9 van de Wet basisregistratie ondergrond. Het (al dan niet in opdracht door derden doen) verstrekken van begeleidingsbrieven aan een vervoerder en ontvanger van afvalstoffen op grond artikel 10.39 van de Wet milieubeheer. De bevoegdheden in de onderdelen 15 tot en met 19 van deze paragraaf blijven voorbehouden aan de directeur Grond en Ontwikkeling. Paragraaf 4 Verkeer en Openbare Ruimte Het nemen van besluiten over subsidies op grond van de Subsidieverordening fietsparkeren. Het nemen van verkeersbesluiten en het plaatsen van verkeersborden, voor zover het plusnet auto, plusnet ov tram, hoofdnet ov tram en basisnet ov tram betreft in de zin van artikel 15 en 18 van de Wegenverkeerswet
  38. Het nemen van verkeersbesluiten en het plaatsen van verkeersborden op alle wegen als sprake is van een grootstedelijk project of als sprake is van beheer, onderhoud vervanging en uitbreiding van assets en dit een stedelijke taak betreft of een stedelijk belang heeft in de zin van artikel 15 en 18 van de Wegenverkeerswet
  39. Het toepassen en plaatsen van verkeerstekens en onderborden alsmede het nemen van maatregelen op of aan de weg tot wijziging van de inrichting van de weg of tot het aanbrengen of verwijderen van voorzieningen ter regeling van het verkeer die niet krachtens een verkeersbesluit geschieden en wanneer er sprake is van een grootschalig project in de zin van artikel 17 Wegenverkeerswet
  40. Het verlenen van ontheffingen in situaties die stadsdeelgrensoverschrijdend zijn in de zin van artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens. Het onttrekken van wegen aan het openbaar verkeer in de zin van artikel 9 van de Wegenwet. Het besluiten omtrent gevraagde medewerking aan het geven van de bestemming openbare weg aan een weg in de zin van artikel 5 van de Wegenwet. Het ter inzage leggen van een afschrift van een uitspraak in beroep inzake het onttrekken van een weg aan het openbaar verkeer en doen van mededeling daarvan, voor zover het plusnet auto, plusnet ov tram, hoofdnet ov tram en basisnet ov tram betreft in de zin van artikel 12 van de Wegenwet. Het ten laste van de gemeente brengen van het onderhoud van een weg en het opleggen van de verplichting tot afkoopbare jaarlijkse uitkeringen aan degene die van het (geven van) onderhoud wordt ontlast voor zover het plusnet auto, plusnet ov tram, hoofdnet ov tram en basisnet ov tram betreft in de zin van artikel 20 van de Wegenwet. Het beslissen op aanvragen voor vergunningen en het intrekken, wijzigen en verlengen van vergunningen als bedoeld in artikel 2.50A, eerste en derde lid en het vijfde lid met letter c, van de APV conform de Nadere regels voor deelvoertuigen Amsterdam
  41. Het nemen van beslissingen in het kader van de uitvoering van de vergelijkende toets als bedoeld in artikel 2.50A, vijfde lid met de letter b, van de APV, conform de Nadere regels voor deelvoertuigen Amsterdam
  42. Het beslissen op aanvragen voor ontheffingen als bedoeld in artikel 2.50A, negende lid, van de APV, conform een door het college vastgesteld experiment als beschreven in hoofdstuk 4 van de Nadere regels voor deelvoertuigen Amsterdam
  43. Het toepassen van bestuursdwang en het opleggen van een last onder dwangsom in de zin van artikel 2.51 van de APV en artikel 5:31 en 5:32, van de Algemene wet bestuursrecht. Het beslissen op vergunningaanvragen voor het uitvoeren van werkzaamheden in de openbare ruimte (inclusief aanhouden, intrekken en overschrijven) voor zover de openbare ruimte betrekking heeft op plusnet auto, plusnet ov tram, hoofdnet ov tram en basisnet ov tram in de zin van artikel 9, eerste lid, 12, 13, 16 en 18, van de Verordening werken in de openbare ruimte Amsterdam
  44. Het beslissen op aanvragen om een instemmingsbesluit voor het uitvoeren van werkzaamheden in of op openbare gronden in verband met de aanleg, instandhouding of opruiming van kabels, voor zover de openbare ruimte betrekking heeft op plusnet auto, plusnet ov tram, hoofdnet ov tram en basisnet ov tram in de zin van artikel 5.4, eerste lid aanhef en onder b, van de Telecommunicatiewet. Het vaststellen van het aanvraagformulier voor het indienen van een vergunningaanvraag voor een TTO in de zin van artikel 1.2, eerste lid, van de Taxiverordening Amsterdam
  45. Het beslissen op aanvragen om een TTO-vergunning alsmede het verbinden van voorschriften aan de vergunning in de zin van artikel 1.2, 1.3, 1.4, 2.5 en 2.7, van de Taxiverordening Amsterdam 2012 en artikel 3, eerste en zevende lid, van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. Het wijzigen, schorsen en intrekken van de TTO-vergunning in de zin van artikel 1.5 en 2.10, van de Taxiverordening Amsterdam 2012 en artikel 3, eerste lid van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. Het opleggen van sancties of maatregelen in de zin van artikel 3.2, eerste lid, van de Taxiverordening Amsterdam
  46. Het tijdelijk aanpassen en wijzigen van reeds aangewezen routes vervoer gevaarlijke stoffen bij wegwerkzaamheden op grond van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen en het besluit vervoer gevaarlijke stoffen De volgende bevoegdheden op grond van de Nota stedelijke infrastructuur en het Beleidskader stadsregisseur stedelijke bereikbaarheid bij werk in uitvoering: Het bepalen van tijdvakken voor het uitvoeren van werkzaamheden op de in het beleidskader aangewezen verkeersnetten (plusnet auto, plusnet ov tram, hoofdnet ov tram, basisnet ov tram en plusnet fiets), welke tijdvakken bij de vergunningverlening ten behoeve van de werkzaamheden in acht worden genomen. Het koppelen van werkzaamheden op de in het beleidskader aangewezen verkeersnetten, waardoor deze werkzaamheden niet tegelijkertijd mogen worden uitgevoerd. Het vervullen van verplichtingen en formaliteiten waaronder het aanbrengen van een CE-markering als fabrikant in de zin van artikel 2 onder i en j, artikel 5 lid 1 onder f en artikel 16 van de Machinerichtlijn 2006/42/EG. Het opvragen van justitiële gegevens over een betrokkene in de zin van artikel 1 lid 1 onder 2 van de Wet Bibob op basis van artikel 15 lid 1 onder b, van het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens juncto artikel 1 lid 1, van de Wet Bibob als onderdeel van de aanvraagprocedure van een TTO-vergunning. Het aanstellen van verkeersregelaars in de zin van artikel 56 lid 1 onder b, van het BABW Het aanstellen en vervallen verklaren van de aanstelling tot verkeersbrigadier in de zin van artikel 3 en artikel 8, van de Regeling verkeersbrigadiers. Het indienen van een subsidieaanvraag en het indienen van een aanvraag tot vaststelling van de subsidie bij de Vervoerregio Amsterdam. Het verlenen van ontheffingen voor het rijden met motorvoertuigen met beperkte snelheid en landbouwvoertuigen die niet voldoen aan de eisen uit de Regeling voertuigen ten aanzien van afmetingen en massa's in de zin van artikel 9.1 in samenhang met afdelingen 7, 8 en 14 van hoofdstuk 5, van de Regeling voertuigen. Het beslissen op aanvragen van ontheffingen van de milieuzones in de zin van artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens
  47. Paragraaf 5 Zuidas Het aangaan van overeenkomsten gericht op de totstandkoming, wijziging en beëindiging van zakelijke rechten ongeacht de hoogte van de grondwaarde (artikel 160, eerste lid, onder d, van de Gemeentewet). Het aangaan van overeenkomsten waarbij partijen zich verbinden elkaar over en weer de eigendom van een grondperceel over te dragen, ongeacht de hoogte van de grondwaarde van het door de gemeente over te dragen grondperceel, mits de grondwaarde van het door de gemeente over te dragen grondperceel de grondwaarde van het door de gemeente te verkrijgen grondperceel niet overstijgt (artikel 160, eerste lid, onder d, van de Gemeentewet). . Het aangaan van overeenkomsten gericht op de overdracht van eigendom van een gemeentelijk perceel aan uitsluitend een eigenaar van een aangrenzend perceel, wanneer overdracht van de eigendom gezien de economische en functionele eenheid van het over te dragen en het aangrenzende perceel te verkiezen is boven uitgifte in erfpacht en het gemeentelijk belang daardoor niet wordt geschaad (artikel 160, eerste lid, onder d, van de Gemeentewet). Het buiten rechte vertegenwoordigen van de gemeente bij het aangaan van privaatrechtelijke rechtshandelingen met de mogelijkheid (onder)gevolmachtigden aan te wijzen en met recht van substitutie ten behoeve van notarissen en medewerkers van het kantoor van de behandelend notaris in de zin van artikel 171, eerste lid, van de Gemeentewet. De planvorming voor de ruimtelijke ontwikkelingen binnen grootstedelijk plangebied Zuidas. De planuitvoering van de bestuurlijk voor de Zuidas vastgestelde besluiten binnen de door B&W vastgestelde kaders voor de grondexploitaties en conform het gemeentebrede aanbestedingsbeleid. Het voeren van een administratie voor grondexploitaties waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande administratieve systemen van de directie Grond en Ontwikkeling, waardoor de Interne Controle, de (gemeentebrede) btw-aspecten en het betalingsverkeer zijn geborgd. Het uitoefenen van alle bevoegdheden inzake de (anterieure en posterieure) overeenkomsten over grondexploitatie (artikel 6.24 van de Wro en artikel 6.2.12 van het Besluit ruimtelijke ordening) ongeacht de hoogte van de te verhalen bijdrage. Het uitoefenen van alle bevoegdheden inzake het behandelen van en het beslissen op verzoeken om tegemoetkoming in planschade. Dit met uitzondering van het verzoek aan gedeputeerde staten om vergoeding van hogere kosten van de gemeente (afdeling 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening en afdeling 6.1 van het Besluit ruimtelijke ordening). Alle bevoegdheden ter uitoefening van een gevestigd voorkeursrecht mits, indien aan de orde, voor de met de uitoefening van deze bevoegdheden gemoeide uitgaven financiële dekking aanwezig is in de vorm van een daarvoor bestemde begrotingspost of een daarvoor beschikbaar gesteld krediet in de zin van de Wet voorkeursrecht gemeenten. Het uitbrengen van biedingsbrieven in de zin van artikel 17 van de Onteigeningswet. Het voordragen van een besluit tot indiening van een verzoek tot onteigening aan de Kroon (regering), vergeze-ld van de in artikel 79 Onteigeningswet bedoelde stukken. De in artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde kennisgeving en de tervisielegging van het ontwerp Koninklijk Besluit met bijbehorende stukken als bedoeld in artikel 78, lid 2, van de Onteigeningswet, alsmede de kennisgeving en tervisielegging van het Koninklijk Besluit, in de zin van artikel 78, zevende lid, van de Onteigeningswet. Paragraaf 6 Ingenieursbureau Het aanbieden van brondocumenten aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ter inschrijving in het register brondocumenten ondergrond als bedoeld in artikel 9 van de Wet basisregistratie ondergrond. Het verstrekken van begeleidingsbrieven aan een vervoerder en ontvanger van afvalstoffen op grond van artikel 10.39 van de Wet Milieubeheer en het (namens hem door het terzake verantwoordelijke afdelingshoofd) verlenen van ondermandaat en onder(vol)machtiging aan in opdracht van enige directeur werkende aannemers en milieukundige begeleiders om begeleidingsbrieven te verstrekken aan een vervoerder en ontvanger van afvalstoffen op grond van artikel 10.39 van de Wet Milieubeheer. Het als lead buyer nemen van gunningsbesluiten in de zin van de Aanbestedingswet 2012 in het kader van inkooptrajecten voor de aan de directeur Ingenieursbureau door het Gemeentelijk Management Team specifiek toebedeelde inkooppakketten. Het als lead buyer besluiten tot het aangaan van een gemeentebrede raamovereenkomst in de zin van artikel 160 lid 1 Gemeentewet in het kader van inkooptrajecten voor de aan de directeur Ingenieursbureau door het Gemeentelijk Management Team specifiek toebedeelde inkooppakketten. In het kader van de uitvoering van de bevoegdheid bedoeld in de leden 1 en 2 van deze paragraaf het verrichten van de volgende feitelijke handelingen: Het actief of reactief vaststellen van de inkoopbehoefte van of voor de budgethouders op basis van informatie van de budgethouder of op basis van informatie uit de spendanalyse; Het initiëren en organiseren van inkooptrajecten en aanbestedingen met als doel een partij in de markt te selecteren, met welke partij de ambtelijk opdrachtgever exclusief voor dat specifiek toebedeelde inkooppakket verdere overeenkomsten moet sluiten; Het maken van werkafspraken met de budgethouders in het kader van hun opdrachtgeverschap over de uitvoering van het contractmanagement van de afgesloten contracten; Het monitoren van de inkoopvolumes van de aan de lead buyer toegewezen inkooppakketten en het rapporteren daarover aan de budgethouders en aan de gemeentesecretaris. Paragraaf 7 Gemeentelijk Vastgoed Het verhuren of op enige wijze in gebruik te geven van gemeente-eigendommen voor zover het betreft in de zin van artikel 160, eerste lid, onder e van de Gemeentewet: roerende zaken, mits voor niet langer dan tien jaren; gebouwen en gronden. Het besluiten tot het aangaan van privaatrechtelijke rechtshandelingen met betrekking tot het in gebruik nemen of verlaten van onroerende goederen ten behoeve van de huisvesting van een gemeentelijke diensttak of bedrijf in de zin van artikel 160, eerste lid, onder e van de Gemeentewet. Het besluiten tot het geven van opdrachten in het kader van de vastgoedexploitatie, waarvoor krediet is verleend in de zin van artikel 160, eerste lid, onder e van de Gemeentewet. Het besluiten tot het sluiten van overeenkomsten voor tijdelijke verhuur in de zin van artikel 7:230 van het Burgerlijk Wetboek in de zin van artikel 160, eerste lid, onder e van de Gemeentewet. Het besluiten tot het opzeggen van de huur in het kader van planvorming in de zin van artikel 160, eerste lid, onder e van de Gemeentewet. Het buiten rechte vertegenwoordigen van de gemeente bij het aangaan van privaatrechtelijke rechtshandelingen met de mogelijkheid (onder)gevolmachtigden aan te wijzen en met recht van substitutie ten behoeve van notarissen en medewerkers van het kantoor van de behandelend notaris in de zin van artikel 171, eerste lid van de Gemeentewet. Het besluiten tot het afsluiten van huurovereenkomsten ten behoeve van verhuur die resulteren in een opbrengst van minder dan € 22.500,- per jaar met een duur van niet meer dan vijf jaren en voor zover niet wordt afgeweken van de normale huurprijsvaststelling in de zin van artikel 160, eerste lid, onder e van de Gemeentewet. Paragraaf 8 Parkeren Het vaststellen van het aanvraagformulier vergunningen in de zin van artikel 8 lid 2 van de Parkeerverordening
  48. Het bepalen dat een parkeervergunning geldig is in een parkeergarage en hieromtrent nadere regels stellen in de zin van artikel 28 lid 6 van de Parkeerverordening
  49. Het beslissen in eerste aanleg op alle aanvragen, wijzigings- en intrekkingsverzoeken voor parkeervergunningen op basis van de Parkeerverordening
  50. Het op grond van artikel 5:11 Algemene wet bestuursrecht en artikel 142 Wetboek van Strafvordering aanwijzen als buitengewoon opsporingsambtenaar van medewerkers van de parkeerdienstverlener die door de gemeente is geselecteerd die werkzaamheden verrichten inzake de heffing en invordering van parkeerbelastingen, voor zover dit uit hun arbeidsovereenkomst blijkt of als zij de functie vervullen van teamleider parkeercontroleur of parkeercontroleur-A. Het door de directeur Parkeren in de hoedanigheid als aangewezen heffingsambtenaar voor parkeerbelastingen, verlenen van ondermandaat aan medewerkers werkzaam bij de parkeerdienstverlener die door de gemeente is geselecteerd om overeenkomstig artikel 231, lid 2 onderdelen b en c van de Gemeentewet, de daaruit voortvloeiende of daarmee samenhangende rechtshandelingen te verrichten als ambtenaar belast met de heffing en invordering van parkeerbelastingen voor de gemeente Amsterdam. Het nemen van besluiten over het verstrekken van subsidies op grond van de Subsidieregeling Langparkeren Amsterdam, waaronder begrepen het aanwijzen van parkeergarages en het aanwijzen van vergunningsgebieden. Paragraaf 9 Wonen Het nemen van besluiten op een aanvraag om subsidie op grond van de Algemene wet bestuursrecht, de Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013 en de bijzondere subsidieverordeningen of subsidieregelingen die behoren tot het werkterrein van de directie Wonen, zijnde (maar niet uitsluitend): Subsidieregeling Stedelijke Vernieuwing, verhuisregelingen en ouderenhuisvesting Amsterdam 2019; Bijzondere Subsidieverordening Basiskwaliteit Woningbouw Marktsector Amsterdam; Regeling Duurzame Zelfbouw; Subsidieregeling wonen boven winkels en bedrijven 2017; Subsidieregeling duurzame Amsterdamse gebouwen. Onder het nemen van besluiten op een aanvraag om subsidie wordt zowel het verlenen als het vaststellen van subsidie verstaan alsmede het weigeren, wijzigen of intrekken verstaan als mede het opleggen van verplichtingen en voorts de uitvoering van al die bepalingen in genoemde regelingen die zien op de verstrekking van subsidies. Het nemen van beslissingen met betrekking tot het verstrekken van subsidies aan in de gemeentebegroting vermelde subsidieontvangers alsmede het verstrekken van subsidies waartoe het college ten laste van een begrotingspost heeft besloten op het beleidsterrein Wonen. Het nemen van alle besluiten die gebaseerd zijn op de Huisvestingswet 2014 of de Huisvestingsverordening Amsterdam 2020 en de handhaving daarop, en alle daarmee samenhangende handelingen zoals het vragen van nadere gegevens bij een huisvestingsvergunningaanvraag, het bijhouden van inschrijvingsregisters of het vaststellen van nadere vormvereisten bij de aanvraag van urgentieverklaringen, met uitzondering van het verlenen en intrekken van vergunningen waarvoor het mandaat volgens de Verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam 2022 bij de dagelijkse besturen en de voorzitters van de stadsdelen ligt. Het verlenen van ondermandaat aan eigenaren of beheerders van woonruimte voor het nemen van besluiten op een aanvraag voor een huisvestingsvergunning als bedoeld in artikel 19 van de Huisvestingswet 2014, dan wel het intrekken van het desbetreffende mandaat. Het beslissen omtrent het aangaan van privaatrechtelijke rechtshandelingen nodig bij het beheer van woonwagenlocaties, standplaatsen en woonwagens. Het nemen van alle besluiten die gebaseerd zijn op de Leegstandwet, de Leegstandverordening 2022 en artikel 6t Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet (eenentwintigste tranche), en alle daarmee samenhangende handelingen. Het in bijzondere omstandigheden aanmerken van een bij een nieuwbouwwoning behorende parkeervoorziening als onderdeel van een nieuwbouwwoning in de zin van artikel 2, eerste lid van de Verordening Amsterdamse Middensegment Hypotheek. Het toestaan dat, indien sprake is van bijzondere omstandigheden, een eigenaar-bewoner opnieuw in aanmerking kan komen voor een AMH, indien aan die eigenaar-bewoner reeds eerder een AMH is verleend in de zin van artikel 2, tweede lid van de Verordening Amsterdamse Middensegment Hypotheek. Het verlenen van geldelijke steun aan een eigenaar-bewoner gedurende de looptijd van een hypothecaire lening in de zin van artikel 4 van de Verordening Amsterdamse Middensegment Hypotheek. Het akkoord gaan met een andere bescherming van de koper dan een garantiecertificaat in de zin van artikel 7, eerste lid, onder c van de Verordening Amsterdamse Middensegment Hypotheek. Het akkoord gaan met wijzigen leningvorm die geen nadeel of risico voor de gemeente inhoudt of kan inhouden in de zin van artikel 8, derde lid van de Verordening Amsterdamse Middensegment Hypotheek. Het voorzien in interpretatie, wijziging of vervanging van de bij de verordening behorende bijlage 1 (bepaling toetsinkomen), met inachtneming van het doel en de strekking van de uitgangspunten voor de bepaling van het toetsinkomen en voor zover de Nationale Hypotheek- garantie tot vervanging van haar lijst met inkomenscomponenten overgaat in de zin van artikel 9, tweede lid van de Verordening Amsterdamse Middensegment Hypotheek. Het verzoeken aan eigenaar-bewoners om levering van inlichtingen en bewijsstukken ten behoeve van controle toetsinkomen in de zin van artikel 9, derde lid van de Verordening Amsterdamse Middensegment Hypotheek. Het treffen van een regeling ter beëindiging van de geldelijke steun met de financier indien de bewoning wordt beëindigd in de zin van artikel 12, tweede lid van de Verordening Amsterdamse Middensegment Hypotheek. Het intrekken van geldelijke steun en terugvordering van een verstrekte lening indien deze op onjuiste of onvolledige gegevens is verstrekt dan wel indien er sprake is van nalatigheid inlichtingen en/of bewijsstukken te verstrekken in de zin van artikel 12, vierde lid van de Verordening Amsterdamse Middensegment Hypotheek. Het vaststellen model-aanvraagformulier in de zin van artikel 14 eerste lid van de Verordening Amsterdamse Middensegment Hypotheek. Het bepalen welke overige bescheiden nodig zijn voor de vaststelling van de geldelijke steun in de zin van artikel 16, eerste lid, onder c van de Verordening Amsterdamse Middensegment Hypotheek. Het verlenen van geldelijke steun aan een eigenaar-bewoner na hernieuwde vaststelling in de zin van artikel 16, tweede lid van de Verordening Amsterdamse Middensegment Hypotheek. Het toekennen van een VROM Starterslening in de zin van artikel 4, eerste lid van de Verordening VROM Starterslening Amsterdam. Het vaststellen van de hoogte van de Starterslening in de zin van artikel 4, tweede lid van de Verordening VROM Starterslening Amsterdam. Het toetsen of het huishouden voldoet aan de in artikel 6 opgenomen criteria in de zin van artikel 7, tweede lid van de Verordening VROM Starterslening Amsterdam. Het aan de aanvrager meedelen van de beslissing in de zin van artikel 7, vierde lid van de Verordening VROM Starterslening Amsterdam. Het geheel of gedeeltelijk intrekken van een besluit tot toekenning van een VROM Starterslening als niet voldaan is aan de bij of krachtens de verordening gestelde voorschriften of bepalingen in de zin van artikel 8, eerste lid van de Verordening VROM Starterslening Amsterdam. Het intrekken van een besluit tot toekenning als de koopovereenkomst wordt ontbonden in de zin van artikel 8, tweede lid van de Verordening VROM Starterslening Amsterdam. Het toepassen van de hardheidsclausule in de zin van artikel 10 van de Verordening VROM Starterslening Amsterdam. Het beslissen op een aanvraag voor een energielening voor het treffen van duurzaamheidsmaatregelen in de zin van artikel 4, 7, 8 en 9 van de Verordening Energieleningen Amsterdam
  51. Het wijzigen van de “Duurzaam Bouwen Lijst Amsterdam” in de zin van artikel 5, tweede lid van de Verordening Energieleningen Amsterdam
  52. Het beslissen over het afwijken van de isolatiewaarden genoemd onder 1 van bijlage 1 in de zin van artikel 5, vierde lid van de Verordening Energieleningen Amsterdam
  53. Het vaststellen van het toepasselijke rentepercentage in de zin van artikel 14, eerste lid van de Verordening Energieleningen Amsterdam
  54. Het beslissen over het verlengen van de het vijfde en zesde lid genoemde termijnen in de zin van artikel 14, zevende lid van de Verordening Energieleningen Amsterdam
  55. Het beslissen over het geheel of gedeeltelijk intrekken van de toegekende energielening in de zin van artikel 16 van de Verordening Energieleningen Amsterdam
  56. Het vaststellen van nadere regels voor de uitvoering in de zin van artikel 17, eerste lid van de Verordening Energieleningen Amsterdam
  57. Het beslissen over het wijzigen van de in artikel 1, onder a, genoemde maximumaantal huurwoningen in de zin van artikel 17, tweede lid van de Verordening Energieleningen Amsterdam
  58. Het beslissen over het wijzigen van de in artikel 2, lid 2 genoemde doelgroepen in de zin van artikel 17, derde lid van de Verordening Energieleningen Amsterdam
  59. Het beslissen over het toepassen van de hardheidsclausule in de zin van artikel 18 van de Verordening Energieleningen Amsterdam
  60. Het afwijken van bijlage 1 ten behoeve van duurzaamheidsmaatregelen die gelijkwaardig of beter zijn dan de duurzaamheidsmaatregelen opgenomen in bijlage 1 in de zin van artikel 5, derde lid van de Verordening Energieleningen Amsterdam
  61. Het afwijken van bijlage 1 ten behoeve van het monumentale karakter van een pand indien de aanvraag van de Energielening betrekking heeft op een beschermd monument of een beschermd stads- of dorpsgezicht in de zin van artikel 8a van de Verordening Energieleningen Amsterdam
  62. Het beslissen over het vergoeden van een deel of het totaal van de door de VvE aan SVn te betalen afsluitenkosten voor de lening zoals genoemd in de voorwaarden van SVn in de zin van artikel 12 lid 6 van de Verordening Energieleningen Amsterdam
  63. Het op grond van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 en de Woningwet kenbaar maken van een zienswijze ten behoeve van goedkeuring of beslissing door de bevoegde minister over alle activiteiten waarbij een zienswijze van de gemeente nodig is op grond van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015, waaronder (maar niet uitsluitend): Vervreemding van een woongelegenheid, een gebouw of een andere onroerende zaak, of vestiging van een recht van erfpacht, opstal of vruchtgebruik op een onroerende zaak of van overdracht van de economische eigendom ervan in de zin van artikel 23d, eerste lid. Het voornemen feitelijk werkzaam te zijn in een gemeente in de directe nabijheid van Nederland in de zin van artikel 34, eerste lid aanhef en onder c. Het verzoek van twee of meer aan elkaar grenzende gemeenten in Nederland om de in een of meer van die gemeenten feitelijke werkzame toegelaten instellingen en samenwerkingsvennootschappen in al die gemeenten feitelijk werkzaam te laten zijn in de zin van artikel 35, eerste lid aanhef en onder c. Het verzoek om een lager percentage te bepalen dan het percentage, genoemd in artikel 48 eerste lid van de Woningwet in de zin van artikel 60, tweede lid. De voorgenomen administratieve scheiding in de zin van artikel 73, eerste lid. Het verzoek dat werkzaamheden als genoemd en bedoeld in het bepaalde bij en krachtens artikel 47, eerste lid, onderdelen b tot en met f, van de Woningwet ten aanzien van een toegelaten instelling of samenwerkingsvennootschap niet behoren tot de diensten van algemeen economisch belang in de zin van artikel 80, tweede lid, aanhef en onder b. De voorgenomen juridische scheiding in de zin van artikel 84, eerste lid. De voorgenomen fusie in de zin van artikel 95, eerste lid, aanhef en onder b. De voorgenomen splitsing in de zin van artikel 100, tweede lid, aanhef en onder b. Het projectplan voor de aanvraag van subsidie ter tegemoetkoming in de kosten van werkzaamheden in de zin van artikel 113, tweede lid, aanhef en onder b. Het toelaten als instellingen, uitsluitend in het belang van volkshuisvesting werkzaam in de zin van artikel 19, tweede lid van de Woningwet. De voor 1 juli ingediende jaarrekening, jaarverslag en volkshuisvestingsverslag over het aan die datum voorafgaande kalenderjaar in de zin van artikel 38, derde lid, Woningwet. Het verstrekken van een verklaring van geen bezwaar in de zin van artikel 41, eerste lid Woningwet. Het bezwaar van een andere gemeente tegen het feitelijk aldaar werkzaam zijn door de toegelaten instelling in de zin van artikel 41, vijfde lid van de Woningwet. Het opleggen van een bestuurlijke boete op grond van artikel 92a van de Woningwet wegens overtreding van een verbod in artikel 1b van de Woningwet. Het geven van een aanwijzing in het belang van de volkshuisvesting in de zin van artikel 61d, vierde lid Woningwet. Het nemen van beslissingen tot handhaving van de bepalingen van de Verordening op de Woning- en kamerbemiddelingsbureaus
  64. Het aanwijzen van ambtenaren belast met het toezicht op de naleving van de bepalingen van de Verordening op de Woning- en kamerbemiddelingsbureaus
  65. Het nemen van beslissingen inzake het aanpassen van verstrekte garanties ten behoeve van de verkrijging van eigen woningen en woonwagens, ter uitvoering van Mutaties gegarandeerde leningen eigen woningen met toepassing van de rijksdeelneming Regeling deelneming in garanties woninggebonden subsidies, en de daaraan voorafgaande regelingen. Het nemen van beslissingen inzake het verstrekken van garantstellingen ter uitvoering van de op 17 oktober 1994 gesloten Raamovereenkomst met Uitvoeringsbepalingen en de (toekomstige) aanvullingen daarop, met inachtneming van de Modelregeling gemeentegarantie voor Totaalfinancieringen van de Stichting Nationaal Restauratie Fonds. Het nemen van beslissingen inzake het aanpassen van leningen van niet-winstbeogende instellingen, in het belang van de volkshuisvesting werkzaam. Het nemen van beslissingen inzake het uitvoeren van de overdracht van gemeentelijke risico's van leningen en garanties aan toegelaten instellingen aan de Stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw alsmede het verkrijgen van borgtocht ten behoeve van leningen van toegelaten instellingen. Het goedkeuren van te garanderen leningovereenkomsten als bedoeld in leden 54, 55 en 57, alsmede het vervallen verklaren van daarmee verband houdende hypotheekakten. Het nemen van beslissingen in het kader van uitvoeringshandelingen met betrekking tot verstrekte leningen en garanties als bedoeld in de leden 54 tot en met
  66. Het aangaan van uitvoeringsovereenkomsten met de Stichting Nationaal Restauratie Fonds ter uitvoering van de in lid 55 genoemde Raamovereenkomst. Het nemen van beslissingen tot het aanpassen of intrekken van garantstellingen genoemd in de leden 54 tot en met
  67. Het besluiten op een aanvraag van een Stimuleringslening op grond van de Verordening Stimuleringslening Wooncoöperaties Amsterdam. Onder het nemen van besluiten op een aanvraag wordt zowel het verlenen, vaststellen, weigeren, wijzigen of intrekken van de Stimuleringslening verstaan en voorts de uitvoering van de bepalingen in de Verordening Stimuleringslening Wooncoöperaties Amsterdam die zien op de verstrekking van de Stimuleringslening. Het voorbereiden, inclusief het horen van belanghebbenden voor te nemen besluiten op bezwaarschriften in het kader van de aan de directeur Wonen gemandateerde bevoegdheden. Het beslissen op bezwaarschriften tegen besluiten tot het verlenen, weigeren of intrekken van urgentieverklaringen aan stadsvernieuwingskandidaten, genomen door de woningcorporaties die aangesloten zijn bij de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties en verleende huisvestingsvergunningen door deze woningcorporaties. Paragraaf 10 Bijzondere Projecten Het verwerven en vervreemden van onroerende zaken in verband met de opdracht aan de directie Bijzondere Projecten, dit met de beperking dat daarover positief door het Commissariaat Civiele Constructies dient te zijn geadviseerd indien dat op grond van het Reglement Commissariaat Civiele Constructies nodig is. Het uitoefenen van alle overige taken en bevoegdheden in het kader van de opdracht aan de directie Bijzondere Projecten, dit met de beperking dat daarover positief door het Commissariaat Civiele Constructies dient te zijn geadviseerd indien dat op grond van het Reglement Commissariaat Civiele Constructies nodig is. Het buiten rechte vertegenwoordigen van de gemeente bij het aangaan van privaatrechtelijke rechtshandelingen met de mogelijkheid gevolmachtigden aan te wijzen en met recht van substitutie ten behoeve van notarissen en medewerkers van het kantoor van de behandelend notaris in de zin van artikel 171, eerste lid, van de Gemeentewet. Hoofdstuk 5 Cluster Sociaal De gemeentesecretaris verleent ondermandaat aan de stedelijk directeur Cluster Sociaal voor de bevoegdheden genoemd in dit hoofdstuk, alsmede de in artikel 3 lid 1 van dit besluit genoemde bevoegdheden. Paragraaf 1 Inkomen Tot het nemen van besluiten tot het verstrekken van subsidies en voorzieningen op het gebied van armoedebeleid en van de aanpak jeugdwerkloosheid, aan in de gemeentebegroting vermelde subsidieontvangers alsmede het verstrekken van subsidies waartoe het College ten laste van een begrotingspost heeft besloten op grond van de Algemene Subsidieverordening Amsterdam
  68. Het uitoefenen van bevoegdheden en het uitvoeren van taken als bedoeld in de artikelen 6b, 7, 8d, 9, 9a, 10, 10a, 10f, 10g, 15, 16, 17, 18, 18a, 18b, 19a, 27, 28, 31, 35, 36, 36b, 40, 41, 42, 43, 44, 44a, 45, 47c, 48, 49, 51, 52, 53a, 54, 55, 57, 58, 60, 60a, 60c, 61, 62b, 62c, 62e, 62f, 62g, 62h, 63, 64, 66, 67, 76a, 78j, 78o, 78y, en 78z van de Participatiewet. Het uitoefenen van bevoegdheden en het uitvoeren van taken als bedoeld in de: Re-integratieverordening Participatiewet Amsterdam met uitzondering van het vaststellen van nadere regels als bedoeld in de artikelen 1.5, 3.1, 3.4, 3.6, 3.7 en 4.
  69. Maatregelenverordening Participatiewet. Verordening Tegenprestatie Participatiewet Amsterdam. Verordening Individuele Inkomenstoeslag Participatiewet Amsterdam
  70. Verordening Wet sociale werkvoorziening. Verordening Participatieraad Amsterdam. Amendement 2004/937 (motie Sargentini). Nadere regels Re-integratieverordening Participatiewet. Beleidsregels Handhaving, Participatiewet, Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen en Besluit bijstandverlening zelfstandigen
  71. Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Amsterdam januari
  72. Beleidsregels omtrent de participatie van minimakinderen. Beleidsregels vergoeding kosten kinderopvang Amsterdam. Beleidsregels vervoersvoorzieningen voor minima ouderen. Beleidsregels Participatiewet, Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen Beleidsregels Stadspas Amsterdam. Beleidsregels Investeringsfonds sociale firma’s Amsterdam. Beleidsregels Re-integratieverordening vanaf 24 juli
  73. Beleidsregels Individuele Inkomenstoeslag Amsterdam
  74. Beleidsregels Regeling tegemoetkoming kosten openbaar vervoer voor mantelzorgers. Beleidsregels Amsterdamse Dierenhulp aan minima
  75. Het uitoefenen van bevoegdheden en het uitvoeren van taken als bedoeld in de artikelen 4b, 5, 12, 13, 14, 15, 16a, 17, 17a, 20, 20a, 25, 28, 29a, 34, 36, 37, 37a, 38, 38a, 42, 44, 45, 47, 48, 49, 53, 54, 55 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de daarbij behorende besluiten. Het uitoefenen van bevoegdheden en het uitvoeren van taken als bedoeld in de artikelen 4b, 5, 12, 13, 14, 15, 16a, 17, 17a, 20, 20a, 25, 28, 29a, 34, 36, 37, 37a, 38, 38a, 42, 44, 45, 47, 48, 49, 53, 54, 55 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen en de daarbij behorende besluiten. Het uitoefenen van de bevoegdheden en het uitvoeren van de taken als bedoeld in de artikelen 8, 12, 16, 17, 23, 35, 36, 38, 39, 41, 42, 43a en 43b van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen
  76. Gemandateerd aan de directeur Inkomen worden de bevoegdheden op grond van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers. Het uitoefenen van de bevoegdheden en het uitvoeren van de taken als bedoeld in artikel 1.13 van de Wet Kinderopvang. Het opstellen van een plan alsmede het weigeren van een aanvraag als bedoeld in artikel 3 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Het geven van inzicht in de zin van artikel 4, derde lid van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Het verzoeken om een afkoelingsperiode in de zin van artikel 5 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Het vaststellen van de identiteit van een persoon in de zin van artikel 7 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Het nemen van besluiten op aanvragen om schuldhulpverlening en het beëindigen van schuldhulpverlening in de zin van Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, het beleidsplan en de beleidsregels Schuldhulpverlening en de Wet schuldsanering natuurlijke personen en titel III van de Faillissementswet. Het nemen van besluiten inzake het verstrekken van kredieten aan kredietnemers met een inkomen tot 130% van het minimumloon, een beschadigd kredietverleden of problematische schulden dan wel kredietnemers die zonder extra zekerheden geen krediet kunnen krijgen, in overeenstemming met de Wet financiering decentrale overheden in de zin van artikel 15, tweede lid van het Bankreglement GKA. Het nemen van besluiten inzake het verstrekken van saneringskredieten als bedoeld in artikel 23, eerste lid onder b van het Bankreglement GKA. Het nemen van besluiten tot het incasseren dan wel kwijtschelden van verstrekte kredieten in de zin van artikel 32 en 33 van het Bankreglement GKA. Het aanbieden van budgetbeheer, budgetbegeleiding, schuldregeling en schuldhulpverlening als bedoeld in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Het opstellen van algemene voorwaarden die van toepassing zijn op de door de gemeentelijke kredietbank gesloten kredietovereenkomsten in de zin van artikel 24 van het Bankreglement GKA. Het opstellen van algemene voorwaarden die van toepassing zijn op de door de gemeentelijke kredietbank gesloten overeenkomst tot schuldregeling in de zin van artikel 39 van het Bankreglement GKA. Het vaststellen van een kredietvergoeding (interest) als bedoeld in artikel 30, eerste lid van het Bankreglement GKA. Het nemen van besluiten in alle gevallen waarin de Wet op het financieel toezicht of het Bankreglement van de GKA niet voorziet, in de zin van artikel 51 van het Bankreglement GKA. Het beheren van het Garantiefonds Microkredieten Amsterdam (inkomsten en uitgaven van het fonds). Het nemen van besluiten tot het verlenen van borgstellingen ten behoeve van banken voor klanten in het kader van het Garantiefonds Microkredieten Amsterdam. Het nemen van besluiten tot het ten laste van het Garantiefonds uitbetalen van de borg aan een bank, na uitwinning van de borgstelling door deze bank. Het vorderen op klanten van de na uitwinning van de borgstelling ten laste van het fonds gekomen bedragen. Het nemen van besluiten tot het begeleiden van klanten na de start van een eigen bedrijf of zelfstandig beroep en de verlenging van borgstelling in het kader van het Garantiefonds Microkredieten Amsterdam, al dan niet in samenwerking met contractpartners. Het nemen van besluiten tot het terugbetalen aan het ministerie van Economische Zaken ten behoeve van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO). Het ten laste van het Garantiefonds Microkredieten Amsterdam vergoeden van kosten van bedrijfsadvisering en -begeleiding van contractpartners in het kader van het garantiefonds. Het nemen van besluiten inzake het verstrekken van leningen vanuit het investeringsfonds sociale firma's. Het afgeven van een verklaring dat er geen reële mogelijkheden zijn tot buitengerechtelijke schuldsanering alsmede het aangeven welke aflossings-mogelijkheden er zijn, als bedoeld in artikel 285, eerste lid onder f, van de Faillissementswet. Het geven van informatie of van een verklaring betreffende het verrichten van periodieke betalingen, als bedoeld in de artikelen 475g, derde lid en 476a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Het indienen van de door het college vastgestelde verantwoordingsverslagen over de uitvoering van de Participatiewet als bedoeld in artikel 77 van de Participatiewet. Het indienen van een verzoek om een aanvullende uitkering inkomensdeel als bedoeld in artikel 74 van de Participatiewet. Het desgevraagd aan de minister verstrekken van inlichtingen die hij nodig heeft voor het toezicht, de statistiek, de informatievoorziening en de beleidsvorming inzake de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen. Het indienen van verantwoordingsverslagen over de uitvoering van andere wetten, voor zover de uitvoering hiervan binnen het werkterrein valt van de directie Inkomen. Het vormgeven van cliëntenparticipatie bij de uitvoering van de Participatiewet, de Wet sociale werkvoorziening, de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de Re-integratieverordening Participatiewet en de Verordening Wet sociale werkvoorziening in de zin van artikel 160, eerste lid onder e, van de Gemeentewet. Het nemen van besluiten over geleden schade als gevolg van feitelijk handelen en genomen beschikkingen zoals kosten rechtsbijstand, wettelijke rente en gevolgschade in de zin van artikel 160, eerste lid onder e, van de Gemeentewet. Het doen van aangifte van een misdrijf, als bedoeld in artikel 66 van de Participatiewet, artikel 47 Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, artikel 47 Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen in de zin van artikel 160, eerste lid onder e, van de Gemeentewet. Het verlenen van ondermachtiging aan notarissen en medewerkers van een notariskantoor ten behoeve van het passeren van notariële akten in de zin van artikel 171, tweede lid, van de Gemeentewet. Het afgeven van een doelgroepverklaring aan de werkgever, als bedoeld in artikel 2.3 van de Wet tegemoetkomingen loondomein. Het doen leggen en opheffen van conservatoir beslag in de zin van artikel 160, eerste lid onder e, van de Gemeentewet. Het aangaan van overeenkomsten voor budgetbeheer in de zin van artikel 160, eerste lid onder e, van de Gemeentewet. Het verzoeken van instelling van bewind wegens verkwisting of het hebben van problematische schulden, zoals bedoeld in artikel 1:432 lid 2, van het Burgerlijk Wetboek. Het uitbrengen van advies aan de rechtbank, zoals bedoeld in artikel 1:432a, lid 1, van het Burgerlijk Wetboek. Paragraaf 2 Werk en Participatie De bevoegdheid tot het nemen van besluiten tot het verstrekken van subsidies en voorzieningen op het gebied van de aanpak jeugdwerkloosheid, inburgering en participatie, aan in de gemeentebegroting vermelde subsidieontvangers alsmede het verstrekken van subsidies waartoe het college ten laste van een begrotingspost heeft besloten op grond van de Algemene Subsidieverordening Amsterdam
  77. De volgende bevoegdheden op grond van de Subsidieregeling ESF 2021-2027: Het aangaan van overeenkomsten. Aanvragen van projectsubsidie met betrekking tot re-integratietrajecten en andere in artikel 4, eerste lid, sub a, van de subsidieregeling genoemde onderwerpen en het indienen van einddeclaraties. Het verlenen, vaststellen en terugvorderen van subsidies ten behoeve van derden. De volgende bevoegdheden op grond van de Subsidieregeling AMIF: Het aangaan van overeenkomsten in het kader van het Fonds voor asiel, migratie en integratie. Het aanvragen van projectsubsidie met betrekking tot projecten op het gebied van integratie migranten en het indienen van einddeclaraties. Het verlenen, vaststellen en terugvorderen van subsidies. Het uitoefenen van bevoegdheden e

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.