Uitvoeringsbeleid horeca Oirschot 2023Uitvoeringsbeleid horeca Oirschot 2023 de burgemeester en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oirschot; gelet op alle wet- en regelgeving waarin zaken omtrent horeca worden geregeld; besluiten: het ‘Uitvoeringsbeleid horeca Oirschot 2023’ vast te stellen. Hoofdstuk1Inleiding 1.1Inleiding De aanwezigheid van horecabedrijven in de gemeente zorgt mede voor een levendig dorp. Voor veel mensen is de horeca een sociale ontmoetingsplaats. Daarnaast vervult de horeca een ondersteunende rol voor activiteiten zoals winkelen en diverse evenementen. De horeca is daarmee een belangrijke factor in het economisch en sociaal functioneren van een dorp. Deze positieve bijdrage betekent echter niet dat er geen grenzen hoeven te worden getrokken ten aanzien van de ontwikkeling en bedrijfsvoering van de horeca. In dit uitvoeringsbeleid horeca worden daarom alle aspecten rondom horeca uitgewerkt naar beleidsmatige of uitvoering gerelateerde standpunten. Van een visie waar welke soort horeca mag komen is in dit uitvoeringsbeleid horeca geen sprake. 1.2Aanleiding In de gemeente Oirschot is er geen uitvoeringsbeleid voor horecabedrijven. Op het gebied van horeca is er alleen terrassenbeleid voor de Markt in Oirschot. Het is wel wenselijk een uitvoeringsbeleid voor horecabedrijven te hebben. Dat is nu opgesteld. 1.3Doelstelling Er is behoefte aan een eenduidig en samenhangend uitvoeringsbeleid horeca. De doelstelling van het uitvoeringsbeleid horeca is te zorgen dat horecaondernemers, maar ook omwonenden/inwoners, weten welke richtlijnen en voorschriften gehanteerd worden met betrekking tot horecabedrijven, in welke vorm dan ook, in de gemeente. Ook wordt duidelijk wat partijen van elkaar kunnen en mogen verwachten. De belangrijkste partijen binnen het uitvoeringsbeleid horeca zijn de horecaondernemers uit alle kerkdorpen, de omwonenden/inwoners, de gemeente en de politie. Dit leidt tot de volgende subdoelstellingen: Horecaondernemers zijn op de hoogte van het gemeentelijke beleid omtrent alle op horecabedrijven betrekking hebbende aspecten. Gelijke gevallen worden gelijk behandeld. Onder de horecaondernemers is er draagvlak voor het gemeentelijke beleid omtrent horeca. Voor omwonenden/inwoners is inzichtelijk aan welke wet- en regelgeving een horecabedrijf moet voldoen. Overlast rondom horecabedrijven wordt tot een minimum beperkt. Het uitvoeringsbeleid horeca is niet gericht op slijterijen. Slijterijen blijven dan ook buiten de doelstelling van dit uitvoeringsbeleid. 1.4Wijzigingen Er is niet eerder een horecabeleid of uitvoeringsbeleid horeca vastgesteld. Wel is het Terrassenbeleid gemeente Oirschot in het geheel opgenomen in dit uitvoeringsbeleid horeca. 1.5Status en inwerkingtreding beleid Het uitvoeringsbeleid horeca heeft de status van beleidsregel als bedoeld in artikel 1:3 en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Er moet volgens het beleid gehandeld worden, maar de burgemeester dan wel het college blijven bevoegd om af te wijken (artikel 4:84 Awb). Afwijken is mogelijk wanneer de gevolgen onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregels te dienen doelen of wanneer het meest doelmatige gebruik van de locatie wordt beperkt en afwijken gezien de feitelijke omstandigheden te rechtvaardigen is. Dit uitvoeringsbeleid horeca treedt na bekendmaking in werking. Bekendmaking vindt plaats in het Gemeenteblad. Het vastgestelde beleid is op overheid.nl te raadplegen. Zodra het beleid in werking is getreden worden alle nieuwe aanvragen en meldingen hieraan getoetst. Het Terrassenbeleid gemeente Oirschot is in het geheel opgenomen in het uitvoeringsbeleid horeca. Dit wordt daarom ingetrokken door het college van burgemeester en wethouders. Hoofdstuk2Wet en regelgeving 2.1Alcoholwet De definities van de in de Alcoholwet opgenomen begrippen worden overgenomen. Vergunningplicht Voor het bedrijfsmatig schenken van alcoholhoudende drank voor consumptie ter plaatse en anders dan om niet is een alcoholvergunning vereist, zoals bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet. Een terras behoort bij de inrichting van het horecabedrijf. Het eventuele terras moet als lokaliteit zijn opgenomen op de alcoholvergunning, anders mag daar geen alcoholhoudende drank worden verstrekt. Er zijn 2 soorten alcoholvergunningen, voor een commercieel en voor een paracommercieel horecabedrijf. Afhankelijk van de aard van het horecabedrijf is één van deze soorten vergunningen aan de orde. De Alcoholwet stelt eisen aan personen die alcoholhoudende drank verstrekken, maar ook aan de inrichting van het horecabedrijf. Paracommerciële verordening In de Alcoholwet is opgenomen dat bij gemeentelijke verordening ter voorkoming van oneerlijke mededinging regels gesteld moeten worden waaraan paracommerciële rechtspersonen zich moeten houden bij het verstrekken van alcoholhoudende drank. De regels zijn opgenomen in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). 2.2Algemene Plaatselijke Verordening De definities van de in de APV opgenomen begrippen worden overgenomen. In de APV zijn diverse artikelen opgenomen die betrekking hebben op openbare inrichtingen. Een horecabedrijf, zowel commercieel als paracommercieel, is een openbare inrichting. Op deze bedrijven zijn de volgende artikelen uit de APV van toepassing: Artikel 2:27 begripsbepalingen: in dit artikel is opgenomen wat onder een openbare inrichting wordt verstaan. Artikel 2:28 exploiteren openbare inrichting: het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. In een aantal gevallen is geen vergunning vereist. De burgemeester kan aan door hem aangewezen categorieën van openbare inrichtingen ambtshalve vrijstelling verlenen van de vergunningplicht. Van deze mogelijkheid maakt de burgemeester gebruik. Zie hiervoor artikel 4.2.1. Artikel 2:29 sluitingstijd: in dit artikel zijn voor de verschillende soorten openbare inrichtingen de sluitingstijden opgenomen. Op is genomen wanneer de inrichtingen gesloten moeten zijn. Wanneer de inrichtingen open mogen zijn is dus de niet genoemde periode. Van de sluitingstijd kan de burgemeester op aanvraag ontheffing verlenen. Wanneer of in welke gevallen de burgemeester de ontheffing zal verlenen is omschreven in artikel 5.6.2. Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting: de burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor één of meer openbare inrichtingen tijdelijk andere sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen. De in artikel 2:29 genoemde tijden zijn dan niet van toepassing. Artikel 2:31 Verboden gedragingen: het is verboden in een openbare inrichting de orde te verstoren, zich te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten moet zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:30, of op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen die geen gebruik maken van het terras. Artikel 2:32 Handel binnen openbare inrichtingen: de horecaondernemer mag niet toestaan dat een handelaar of een voor hem handelend persoon in die inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze overdraagt. Artikel 2:34b Regulering paracommerciële rechtspersonen: in dit artikel is opgenomen wanneer en binnen welke tijden een paracommercieel horecabedrijf alcoholhoudende drank mag verkopen. Een paracommercieel horecabedrijf mag geen gebruiksmogelijkheden aanbieden voor bijeenkomsten van persoonlijke of commerciële aard en bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de paracommerciële rechtspersoon zijn betrokken. Uitzondering hierop wordt gemaakt voor gemeenschapshuizen/multifunctionele accommodaties, mits het met instemming van de plaatselijke horeca geschiedt en/of als er via de plaatselijke horeca geen passend alternatief onderkomen voorhanden is. Om oneerlijke (gesubsidieerde) concurrentie met de plaatselijke horeca te voorkomen worden door gemeenschapshuizen/multifunctionele accommodaties, bij het organiseren van bijeenkomsten van persoonlijke of commerciële aard of bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de paracommerciële rechtspersoon zijn betrokken, consumptieprijzen gehanteerd die gelijk zijn aan het niveau van de plaatselijke horeca. 2:34f Verbod happy hours: ter bescherming van de volksgezondheid en in het belang van de openbare orde is het verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende dranken te verstrekken voor gebruik ter plaatse tegen een prijs die voor een periode van 24 uur of korter lager is dan 60% van de prijs die in de desbetreffende horecalokaliteit op of het desbetreffende terras gewoonlijk wordt gevraagd. Hoofdstuk 2 - afdeling 6 Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf: wanneer bedrijfsmatig nachtverblijf wordt geboden of wanneer gelegenheid tot kamperen wordt gegeven moet een bezoeker de ondernemer verplicht de in de APV genoemde informatie verstrekken. Hoofdstuk 2 - afdeling 7 Toezicht op speelgelegenheden: in de APV is opgenomen dat in hoogdrempelige inrichtingen maximaal 2 kansspelautomaten geplaatst mogen worden. In laagdrempelige inrichtingen zijn geen kansspelautomaten toegestaan. Wanneer sprake is van een hoog- of laagdrempelige inrichting is opgenomen in de Beleidsregel speelautomaten Oirschot 2018. 2.3Overige wet- en regelgeving 2.3.1Landelijke wet- en regelgeving Op horecabedrijven kan meerdere landelijke wet- en regelgeving van toepassing zijn. Zo kan onder andere de volgende wet- en regelgeving van toepassing zijn: Wet milieubeheer en Activiteitenbesluit Wet geluidhinder Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Bouwbesluit Gebruiksbesluit Alcoholwet, inclusief bijbehorend Alcoholbesluit en Alcoholregeling Zondagswet Wet op de kansspelen Gemeentewet Bovenstaande lijst is niet uitputtend bedoeld. Op grond van de wet- en regelgeving kan het zijn dat er meerdere meldingen/vergunningen/toestemmingen ingediend of aangevraagd moeten worden. 2.3.2Provinciale en regionale wet- en regelgeving Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Bij het opstellen van ruimtelijke ontwikkelingen met horeca-activiteiten moet rekening worden gehouden met de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Integraal Veiligheidsplan De Kempen Het Integraal Veiligheidsplan beschrijft de rol van de gemeente in het veiligheidsbeleid. Zo worden onder andere de doelstelling, uitgangspunten en de bestuurlijke rollen op het gebied van integrale veiligheid beschreven. Er zijn 7 onderwerpen die prioriteit hebben. Horeca gerelateerde zaken kunnen in meerder van die prioriteiten ondergebracht worden. Het Integraal Veiligheidsplan van de Kempen sluit aan op het Regionaal Veiligheidsplan Oost-Brabant. 2.3.3Gemeentelijke wet- en regelgeving Toekomstvisie 2030 Monument in het groen, kwalitatief leven Oirschot moet een blijvend recreatief karakter houden. Toerisme en recreatie is 1 van de 3 belangrijkste economische pijlers voor Oirschot. Bij iedere vorm van economische ontwikkeling staan kwaliteit en professionaliteit voorop met een goede inpassing of versterking van het groene en cultuurhistorische karakter van Oirschot. Kwaliteit moet invulling krijgen door in alle aspecten van wonen, leven en bedrijvigheid te streven naar het ‘topsegment’. De kwalificatie ‘topsegment’ laat zich het best duiden door een voorbeeld. Oirschot streeft, waar het de ontwikkeling van toerisme en recreatie betreft, niet naar ‘massatoerisme’ als een Zandvoort of grote vakantieparken als Centerparcs. Preventie- en handhavingsplan alcohol In het Preventie- en handhavingsplan alcohol is opgenomen hoe de gemeente omgaat met de 2 algemene hoofddoelstellingen daarvan en welke resultaten behaald moeten worden. De hoofddoelstellingen zijn: Afname (overmatig) alcoholgebruik en de schadelijke gevolgen van alcoholgebruik bij jongeren onder de 18 jaar. Afname dronkenschap (met name tijdens uitgaansavonden in het publieke domein). In het Preventie- en handhavingsplan alcohol is het horecasanctiebeleid opgenomen. Hiervoor wordt aangesloten bij landelijke dan wel Brabantse handhavingsstrategie. Uitvoeringsbeleid Kwaliteit VTH Het Uitvoeringsbeleid kwaliteit vergunningen, toezicht en handhaving Omgevingsrecht is van toepassing op horecabedrijven en -activiteiten. In dit beleid zijn de uitgangspunten opgenomen: De primaire verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de leefomgeving, bouwen, gebruiken en slopen ligt bij de burgers, bedrijven en instanties dan wel de partijen die namens hen optreden. De gemeente ziet toe of de verantwoordelijkheid voldoende wordt genomen en onderneemt acties op basis van geschat risico, wettelijke voorschriften en bestuurlijke prioriteit. De bemoeienis van de gemeente beperkt zich tot een minimum afgesproken niveau. Altijd moet voldoende aannemelijk zijn dat aan de geldende regelgeving wordt voldaan. De gemeente zorgt ervoor dat zij zelf voldoende kennis en een professionele organisatie op de diverse disciplines bezit, zodat de gemeente zich er altijd van vergewissen of derden voldoen aan de regelgeving. Dit vergt een basis kennisniveau. De gemeente heeft een vangnetfunctie voor de naleving van de wet- en regelgeving op het gebied van de fysieke omgeving. Convenant Tussen de bij de afdeling Oirschot van Koninklijke Horeca Nederland aangesloten horecabedrijven, de politie en de gemeente is een convenant gesloten. Het hoofddoel van het convenant is een integrale aanpak te realiseren om verstoring van openbare orde in en rond de horeca-inrichtingen en verschillende vormen van overlast voor de omgeving te voorkomen. Daarvoor leveren alle partijen een maximale inspanning. De inspanningen en maatregelen die de partners uit het convenant moeten verrichten zijn opgenomen in het convenant. Hoofdstuk3Horeca in de gemeente 3.1Horecavormen Er zijn verschillende manieren om onderscheid te maken in de soorten horecabedrijven. Zo is er het onderscheid tussen commerciële, paracommercieel, ondersteunende en ondergeschikte horeca. Ook is er het onderscheid tussen droge en natte horeca, daarbij wordt gekeken of horecabedrijven wel of geen alcohol verkopen voor consumptie ter plaatse. Tot slot is er het onderscheid tussen categorie A tot en met E. Dit is het onderscheid binnen de ruimtelijke ordening. Maar wat is horeca als activiteit? Horeca is het totaal van activiteiten dat is gericht op het verstrekken van logies en/of ter plaatse nuttigen van etenswaren (spijzen) en dranken. Bij het nuttigen van etenswaren en dranken zal het in de meeste gevallen gaan om het nuttigen ter plaatse in een daarvoor ingerichte ruimte en/of terras. 3.1.1Ruimtelijk Het bestemmingsplan is een belangrijk instrument om gewenste ontwikkelingen te stimuleren en ongewenste ontwikkelingen tegen te gaan. Bij een toets of horeca op een bepaalde locatie mogelijk is, is de geldende bestemmingsplanregeling bepalend. Het bestemmingsplan is het primaire kader om horeca-activiteiten te kanaliseren. Toetsing aan het bestemmingsplan kent zijn beperkingen. Het bestemmingsplan is niet bedoeld als instrument ter handhaving van het horecabeleid. Het fungeert als regulerend instrument voor nieuwe horeca of uitbreidingen. De reguliere horecabedrijven zijn te groeperen naar verschillende categorieën van horeca. Waar in de gemeente welke (maximale) categorie horeca gevestigd mag worden is afhankelijk van de ter plaatse geldende bestemmingsplannen. De volgende categorisering wordt zowel voor horecabedrijven binnen de bebouwde kom als daarbuiten aangehouden: de bestemmingsplannen kennen een onderverdeling in de vorm van welke horeca is toegestaan, de categorieën A tot en met E of 1 tot en met 5: horecabedrijf categorie A of 1 een bedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van logies (al dan niet met als nevenactiviteit het verstrekken van maaltijden voor de consumptie ter plaatse en het verstrekken van alcoholhoudende en alcoholvrije dranken), zoals een hotel of pension; horecabedrijf categorie B of 2 een bedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van maaltijden voor consumptie ter plaatse (al dan niet met als nevenactiviteit het verstrekken van alcoholhoudende en alcoholvrije dranken), en dat overdag en in de avonduren geopend kan zijn, zoals een restaurant; horecabedrijf categorie C of 3 een bedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van (al dan niet voor consumptie ter plaatse) bereide geringe etenswaren (al dan niet met nevenactiviteit het verstrekken van veelal alcoholvrije dranken) en dat zowel overdag als in de avonduren geopend kan zijn, zoals een lunchroom, cafetaria, shoarmazaak; horecabedrijf categorie D of 4 een bedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van alcoholische dranken voor consumptie ter plaatse (al dan niet met als nevenactiviteit het verstrekken van geringe etenswaren) en het ten gehore brengen van muziek en/of het geven van gelegenheid tot dansbeoefening, als dan niet incidenteel met levende muziek gecombineerd en dat in de avond en het begin van de nacht geopend kan zijn, zoals een (eet)café, feestzaal; horecabedrijf categorie E of 5 een bedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van alcoholische dranken voor consumptie ter plaatse en het ten gehore brengen van muziek en/of het geven van gelegenheid tot dansbeoefening, al dan niet incidenteel met levende muziek gecombineerd en dat aan het eind van de avond en een groot gedeelte van de nacht geopend kan zijn, zoals een discotheek. Voor de bestemmingsplannen waar dit onderscheid nog niet in zit wordt dat bij een herziening alsnog gedaan. Deze categorisering is alleen van toepassing op reguliere horecabedrijven. Wanneer sprake is van een paracommerciële inrichting of wanneer de horeca-activiteiten ondersteunend of ondergeschikt zijn aan de hoofdbestemming mag geen regulier horecabedrijf worden uitgeoefend. Er moet dan een bij de hoofdbestemming passende bestemming worden opgenomen, al dan niet met de vermelding van ondersteunende horeca. Terrassen op gemeentegrond zijn niet (altijd) opgenomen in de geldende bestemmingsplannen. De algemene bestemmingen, zoals verkeer of groen, moeten de vestiging van een terras dan mogelijk maken (al dan niet met afwijken bestemmingsplan). 3.1.2Regulier, paracommercieel, ondersteunend of ondergeschikte Op een locatie met de hoofdbestemming horeca mag een regulier (commercieel) horecabedrijf worden uitgeoefend, een horecabedrijf wat als hoofddoel heeft het verstrekken van logies, dranken, maaltijden en/of geringe etenswaren voor het al dan niet gebruik ter plaatse en/of het exploiteren van zaalaccommodatie. Een regulier horecabedrijf is gericht op het aantrekken van bezoekers van buiten en dus extern gericht. Op locaties zonder een hoofdbestemming horeca kan dit anders liggen. Daarbij kan ook sprake zijn van commerciële horeca-activiteiten, maar dan ondersteunend aan of als nevenactiviteit bij een andere hoofdbestemming. Daarnaast kan er sprake zijn van een paracommerciële inrichting. Ondersteunend Op een locatie met een andere hoofdbestemming dan horeca, waar (commerciële) activiteiten worden verricht en waarvoor aan de deelnemers aan de betreffende (commerciële) activiteiten tegen betaling (kleine) eetwaren/maaltijden en/of dranken worden verstrekt voor consumptie ter plaatse is sprake van ondersteunende horeca. De horeca-activiteiten moeten zowel functioneel als ruimtelijk ondersteunend zijn aan de hoofdactiviteit. De horeca-activiteit mag maximaal 30% van het totale overdekte en omsloten bruto vloeroppervlak van de hoofdactiviteit beslaan, waarbij ondersteunende ruimten zoals het sanitair, de keuken en het terras tot de horecafunctie worden gerekend. Er is sprake een interne doelgroep van bezoekers. De horeca-activiteiten mogen uitsluitend gericht op de hoofdactiviteit plaatsvinden. Nevenactiviteit (nevengeschikt) Bij horeca-activiteiten als nevenactiviteit is net als bij ondersteunende horeca-activiteiten sprake van een andere hoofdbestemming dan horeca. Er worden ook commerciële activiteiten verricht en er worden ook tegen betaling (kleine) eetwaren en/of dranken verstrekt voor consumptie ter plaatse. Er bestaat echter een verschil tussen ondersteunende horeca en horeca als nevenactiviteit. De horeca-activiteit als nevenactiviteit mag los van overige (commerciële) (hoofd)activiteiten plaatsvinden. De horeca-activiteiten hoeven dan ook niet gericht te zijn op de hoofdactiviteit. Er kan daardoor sprake zijn van zowel een interne als een externe doelgroep van bezoekers. Paracommercieel Bij een paracommercieel horecabedrijf moeten de horeca-activiteiten ten diensten staan van activiteiten op recreatieve, sportieve, sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard. De horeca-activiteiten mogen alleen samen met deze activiteiten worden uitgevoerd. De horeca-activiteiten mogen daarom uitsluitend gericht op deze activiteiten plaatsvinden en hebben dus een interne doelgroep. 3.1.3Droge en natte horeca Onderscheid wordt gemaakt tussen droge en natte horeca. Met droge horeca wordt bedoeld: horecabedrijven waar geen alcoholhoudende drank wordt geschonken voor consumptie ter plaatse. Het betreft onder andere cafetaria’s en gelegenheden waar eetwaren of uitsluitend alcoholvrije dranken worden verstrekt voor gebruik ter plaatse en waar alcoholhoudende drank wordt verkocht voor consumptie elders dan ter plaatse (meegeven). Bij natte horeca wordt alcoholhoudende drank verstrekt voor consumptie ter plaatse. 3.2Aanbod De horeca neemt een belangrijke plaats in, in de recreatieve en toeristische sector in de gemeente Oirschot en levert ook een aandeel in de Oirschotse werkgelegenheid. De gemeente Oirschot kent een diversiteit in horecabedrijven, variërend van restaurant tot café, van kantine tot lunchroom en van kleinschalige verblijfseenheden tot grotere campings. Verspreidt door de diverse kernen liggen diverse solitair gelegen horecabedrijven. Op en rond de Markt in Oirschot is er een concentratie van horecabedrijven. Daarnaast liggen er verspreid door het buitengebied ook een aantal (ondersteunende) horecabedrijven. De horecabedrijven in de kleinere kernen voorzien voornamelijk in een plaatselijke behoefte. Daarnaast zijn deze horecabedrijven interessant voor passanten. De horecabedrijven in het centrum van Oirschot zijn niet alleen gericht op de inwoners van het dorp of de hele gemeente, maar trekken ook veel regionale bezoekers en recreanten. 3.3Uitbreiding horeca Het bestemmingsplan is een belangrijk instrument om gewenste ontwikkelingen te stimuleren en ongewenste ontwikkelingen tegen te gaan. Bij de toets of een horecabedrijf nieuw kan vestigen of een bestaand bedrijf kan uitbreiden is het bestemmingsplan bepalend. Op basis van de diverse bestemmingsplannen in de gemeente zijn er geen rechtstreekse mogelijkheden voor nieuwvestiging of uitbreiding van horecabedrijven. Aan nieuwvestiging en uitbreiding van het oppervlakte van horeca binnen categorie E of 5 wordt in de gehele gemeente geen medewerking verleend. Bij nieuwvestiging of uitbreiding van het oppervlakte van horeca binnen de categorie A/1 tot en met D/4 wordt, in voorkomende gevallen, afzonderlijk beoordeeld of nieuwvestiging of uitbreiding gewenst is. Er zal dan ook een beoordeling plaatsvinden of het plan de leefbaarheid van de kern en/of de gemeente bevordert. Bij reguliere horecabedrijven binnen de bebouwde kom heeft nieuwvestiging of uitbreiding van horecabedrijven op of rond de diverse dorpspleinen/markten de voorkeur. Bij nieuwvestiging in het centrumgebied moet in acht worden genomen dat geen leegstand ontstaat van daarbinnen gelegen panden waar horeca mogelijk is. Aan solitair binnen de bebouwde komen gelegen nieuwe reguliere horecabedrijven wordt geen medewerking verleend. Ook aan nieuwe in het buitengebied gelegen reguliere horecabedrijven wordt, behoudens in visies aangewezen gebieden, geen medewerking verleend. Bestaande in het buitengebied gelegen reguliere horecabedrijven mogen gehandhaafd blijven en in sommige gevallen nog uitbreiden. Er wordt in principe alleen medewerking verleend aan een nieuw horecabedrijf in het buitengebied als het horecabedrijf direct verbonden is met een andere hoofdactiviteit, dus ondersteunende horeca. Hoofdstuk4Exploiteren horecabedrijf Om een horecabedrijf te kunnen vestigen en te mogen (blijven) exploiteren zijn diverse vergunningen vereist. 4.1Alcoholwet 4.1.1Alcoholvergunning Op grond van artikel 3 van de Alcoholwet is het voor een (paracommercieel) horecabedrijf verboden het horecabedrijf uit te oefenen zonder een vergunning van de burgemeester. Een (nieuwe) alcoholvergunning moet worden aangevraagd als: er sprake is van nieuwvestiging of overname van een horecabedrijf; de ondernemingsvorm verandert; een bestaand bedrijf dat al een vergunning heeft een dusdanige verbouwing ondergaat dat de inrichting verandert (niet zijnde wijziging inrichting). Een alcoholvergunning kan alleen worden verleend voor de uitoefening van een horecabedrijf in een inrichting, eventueel met een onmiddellijk aansluitend terras. In de Alcoholwet zijn de bepalingen opgenomen waaraan voldaan moet worden om een alcoholvergunning te kunnen krijgen. Wanneer daar niet aan voldaan wordt moet de burgemeester de alcoholvergunning weigeren (artikel 27 Alcoholwet). Voor paracommerciële horecabedrijven is aanvullend hierop nog bepaald dat het bestuur een reglement moet vaststellen dat waarborgt dat de verstrekking van alcohol in de inrichting vanuit het oogpunt van sociale hygiëne op verantwoorde wijze gebeurd (artikel 9 Alcoholwet). Het wel of niet voldoen aan het ter plaatse geldende bestemmingsplan is niet relevant voor de beoordeling van de aanvraag om een alcoholvergunning. Het kan dus voorkomen dat de alcoholvergunning verleend moet worden, maar dat deze niet gebruikt kan worden omdat horeca niet past binnen het ter plaatse geldende bestemmingsplan. Schorsen en intrekken vergunning Een alcoholvergunning kan worden geschorst (artikel 32 Alcoholwet) en worden ingetrokken (artikel 31 Alcoholwet). Vervallen vergunning Een alcoholvergunning kan van rechtswege vervallen (artikel 33 Alcoholwet). Dit betekent dat de vergunning automatisch vervalt als een genoemde reden in artikel 33 Alcoholwet van toepassing is. 4.1.2Melding wijzigen inrichting Als een horecabedrijf een zodanige verandering ondergaat, waardoor het niet langer in overeenstemming is met de in de alcoholvergunning gegeven omschrijving, moet de vergunninghouder dat binnen 1 maand na de wijziging melden aan de burgemeester (artikel 30 Alcoholwet). Het gaat hierbij om wijziging van het oppervlakte, het toevoegen van een lokaliteit, het vergroten/verkleinen van een terras, het toevoegen van een nieuw terras of het vervallen van een terras. Als door de wijziging nog steeds wordt voldaan aan alle eisen waar een inrichting aan moet voldoen, stuurt de burgemeester een aan de nieuwe situatie aangepaste vergunning aan vergunninghouder. De aangepaste vergunning is geen nieuw besluit. Voldoet de inrichting niet meer aan de eisen dan wordt de vergunning ingetrokken. 4.1.3Melding wijziging leidinggevende Leidinggevenden van een horecabedrijf worden in de alcoholvergunning vermeld op een apart aanhangsel. Bij wijzigen van de leidinggevende(n), niet zijnde de ondernemer, is geen nieuwe alcoholvergunning nodig, maar kan de wens aan de burgemeester worden gemeld een leidinggevende bij te laten schrijven of een leidinggevende door te laten halen (artikel 30a Alcoholwet). De melding moet minimaal 8 weken voordat de leidinggevende aan de slag moet gaan of gaat stoppen worden ingediend. De melding moet gezien worden als een aanvraag tot het wijzigen van het aanhangsel. Bij de melding moet worden aangegeven welke persoon (of personen) als leidinggevende bijgeschreven moet worden of welke persoon (of personen) van het aanhangsel afgehaald moet worden. De burgemeester stuurt onverwijld een ontvangstbevestiging. Vanaf ontvangst van de ontvangstbevestiging mag de leidinggevende zijn werkzaamheden uitvoeren. De wijziging van het aanhangsel is een besluit. Als in het besluit de leidinggevende niet bijgeschreven wordt, moet deze onmiddellijk zijn werkzaamheden als leidinggevende staken. 4.2APV 4.2.1Exploitatievergunning Voor het exploiteren van een openbare inrichting (met eventueel bijbehorend terras), wat een horecabedrijf is, is op grond van de APV een vergunning van de burgemeester vereist (artikel 2:28 APV). Dit is de exploitatievergunning. Een exploitatievergunning maakt het mogelijk preventief te toetsen of de exploitatie van een horecabedrijf zich verdraagt met de woon- en leefsituatie in de omgeving en of de openbare orde niet nadelig wordt beïnvloed. Als de woon- en leefsituatie of de openbare orde nadelig worden beïnvloed weigert de burgemeester de exploitatievergunning. De burgemeester weigert de exploitatievergunning ook als er strijd is met het bestemmingsplan. Een exploitatievergunning is in principe voor onbepaalde tijd, maar de burgemeester kan in de vergunning bepalen dat de vergunning voor een bepaalde termijn geldt. Aan de vergunning kan de burgemeester voorschriften verbinden. Een vergunning is pand- en ondernemers gebonden en niet overdraagbaar. Voorschriften worden verbonden om te zorgen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de inrichting niet nadelig wordt beïnvloed en de openbare orde niet op ontoelaatbare wijze wordt beïnvloed. Vrijstelling exploitatievergunning De APV schrijft een exploitatievergunning voor alle openbare inrichtingen voor. In de APV worden een paar uitzonderingen genoemd wanneer geen exploitatievergunning vereist is (winkel, zorginstelling, museum en/of bedrijfskantine- of restaurant). De burgemeester kan extra categorieën van openbare inrichtingen ambtshalve vrijstelling verlenen van de vereiste van een exploitatievergunning. De volgende categorieën van openbare inrichtingen worden door de burgemeester vrijgesteld: Bed & Breakfast accommodaties, met maximaal 5 slaapkamers; IJssalons, waarbij geen terras aanwezig is; Steunpunten/ontmoetingsplaatsen voor specifieke doelgroepen welke gezien moeten worden als het verlengde van de woon- en leefomgeving van woningen van die doelgroepen. Het gaat hierbij om ruimtes die deze doelgroepen niet zelf hebben; Inrichtingen waarbij uitsluitend sprake is van kleinschalige automatiek. Voor deze categorieën van openbare inrichtingen is dus geen exploitatievergunning vereist. Voorschriften Reguliere horeca In een exploitatievergunning voor een openbare inrichting waarbij horeca-activiteiten het hoofddoel van de inrichting zijn, verbindt de burgemeester voorschriften aan de exploitatievergunning. In ieder geval de volgende voorschriften worden aan de vergunning verbonden: De vergunninghouder of leidinggevende moet de orde in het horecabedrijf en in de directe omgeving daarvan handhaven en hinder voorkomen of zoveel als mogelijk beperken. Het horecabedrijf is uitsluitend geopend binnen de in de in artikel 2:29 van de Algemene Plaatselijke Verordening genoemde tijden. De exploitatievergunning, of een kopie daarvan, moet in het horecabedrijf aanwezig zijn en op het eerste verzoek van een ambtenaar van politie of daartoe aangewezen toezichthouder beschikbaar worden gesteld. Er worden geen happy hours of andere aanbiedingen met betrekking tot het schenken van alcoholhoudende drank georganiseerd waarbij de prijs voor een periode van 24 uur of korter lager is dan 60% van de prijs die daar gewoonlijk wordt gevraagd. Het is verboden in het horecabedrijf drugs aanwezig te hebben, te gebruiken of te verkopen. Het is verboden in het horecabedrijf personen toe te laten die in het bezit zijn van wapens, zoals bedoeld in de Wet wapens en munitie. In de directe omgeving van het horecabedrijf moet afval worden verwijderd waarvan aannemelijk is dat het is achtergelaten door bezoekers van het horecabedrijf. Aanwijzingen die de politie, brandweer of toezichthoudende ambtenaren geven moeten direct opgevolgd worden. Aanvullend hierop kunnen voorschriften worden opgelegd die betrekking hebben op specifieke vormen van reguliere horeca of specifieke onderdelen van de inrichting. Voor droge horeca worden in ieder geval de volgende voorschriften opgenomen: Gedurende de openingstijd van het horecabedrijf is daar altijd een leidinggevende aanwezig. De leidinggevende is minimaal 21 jaar en niet van slecht levensgedrag. Er worden uitsluitend alcoholhoudende dranken verstrekt voor gebruik elders dan ter plaatse. Paracommerciële, ondersteunende en nevengeschikte horeca In een exploitatievergunning voor een openbare inrichting waar de horeca-activiteit ondersteunend of nevengeschikte is aan de hoofdactiviteit of waarbij sprake is van een paracommerciële horeca-activiteit, verbindt de burgemeester voorwaarden aan de exploitatievergunning om daarmee te zorgen dat de horeca-activiteit ondersteunend dan wel nevengeschikt blijft aan de hoofdactiviteit of om te zorgen dat de horeca-activiteit paracommercieel blijft. De bestemmingen (of soortgelijke bestemmingen) waarbij sprake kan zijn van een ondersteunende, nevengeschikte of paracommerciële horeca-activiteit zijn de volgende: dagrecreatieve bestemmingen; verblijfsrecreatieve bestemmingen; sportbestemmingen; maatschappelijke, culturele en/of educatieve bestemmingen; agrarische bestemmingen. Omdat er een grote verscheidenheid aan openbare inrichtingen is worden de voorschriften (deels) afhankelijk gemaakt van de soort openbare inrichting waarvoor de exploitatievergunning vereist is. Aan wordt gesloten bij het verschil tussen ondersteunende, nevengeschikte en paracommerciële horecabedrijven. De voorschriften zijn ook afhankelijk van of de inrichting ook over een alcoholvergunning beschikt. Algemeen De volgende algemene voorschriften gelden voor alle ondersteunende, nevengeschikte en paracommerciële openbare inrichtingen: De vergunninghouder, leidinggevende of anderszins verantwoordelijke moet de orde in de openbare inrichting en in de directe omgeving daarvan handhaven en hinder voorkomen of zoveel als mogelijk beperken. De openbare inrichting is uitsluitend geopend binnen de in de in artikel 2:29 van de Algemene Plaatselijke Verordening genoemde tijden. De exploitatievergunning, of een kopie daarvan, moet in de openbare inrichting aanwezig zijn en op het eerste verzoek van een ambtenaar van politie of daartoe aangewezen toezichthouder beschikbaar worden gesteld. Het is verboden in de openbare inrichting drugs aanwezig te hebben, te gebruiken of te verkopen. Het is verboden in de openbare inrichting personen toe te laten die in het bezit zijn van wapens, zoals bedoeld in de Wet wapens en munitie. In de directe omgeving van de openbare inrichting moet afval worden verwijderd waarvan aannemelijk is dat het is achtergelaten door bezoekers van het horecabedrijf. Aanwijzingen die de politie, brandweer of toezichthoudende ambtenaren geven moeten direct opgevolgd worden. Er wordt geen afzonderlijke reclame gemaakt voor horeca-activiteiten. Ruimtes die ten behoeve van de horeca-activiteit worden gebruikt worden niet ter beschikking gesteld aan derden of ter beschikking gesteld voor bijeenkomsten van persoonlijke aard, zowel tijdens als buiten de openingstijden. Geen alcoholvergunning De algemene voorschriften worden aangevuld met de volgende voorschriften wanneer de openbare inrichting niet beschikt over een alcoholvergunning: Gedurende de openingstijden van de openbare inrichting is daar altijd een leidinggevende of een anderszins verantwoordelijke aanwezig, die minimaal 21 jaar oud is. Er wordt geen alcoholhoudende drank geschonken voor gebruik ter plaatse of anderszins. Alcoholvergunning De algemene voorschriften worden aangevuld met de volgende voorschriften wanneer de openbare inrichting beschikt over een alcoholvergunning: Er wordt uitsluitend alcoholhoudende drank verstrekt voor gebruik ter plaatse. Er worden geen happy hours of andere aanbiedingen met betrekking tot het schenken van alcoholhoudende drank georganiseerd waarbij de prijs voor een periode van 24 uur of korter lager is dan 60% van de prijs die daar gewoonlijk wordt gevraagd. Dag- en/of verblijfsrecreatieve en agrarische bestemmingen Voor ondersteunende of nevengeschikte horeca-activiteiten met een dag- en/of verblijfsrecreatieve bestemming of een agrarische bestemming worden de algemene voorschriften aangevuld met de volgende voorschriften: Bij dagrecreatieve of agrarische bestemmingen is een eventueel terras niet groter dan 50 m². Bij verblijfsrecreatieve bestemmingen is een eventueel terras niet groter dan 15 m², vermeerderd met 2,5 m² per verblijfplaats. Ondersteunende horeca Voor ondersteunende horeca-activiteiten, ongeacht welke bestemming het perceel heeft, worden de algemene voorschriften aangevuld met de volgende voorschriften: De horeca-activiteit moet ondersteunend zijn aan de hoofdactiviteit. De horeca-activiteit mag hierdoor geen zelfstandige functie hebben of krijgen. De horeca-activiteit moet zowel functioneel als ruimtelijk ten dienste staan van en in overeenstemming zijn met de statutaire doelstellingen van de hoofdactiviteit. De horeca-activiteit is niet openbaar toegankelijk en er is sprake een interne doelgroep van bezoekers. De toegang tot de horeca-activiteit is uitsluitend via het erf of de toegang van de hoofdactiviteit. Er is dus geen aparte openbaar toegankelijke ingang. De horeca-activiteit bedraagt maximaal 30% van het totale overdekte en omsloten bruto vloeroppervlak van de hoofdactiviteit, waarbij ondersteunende ruimten zoals het sanitair, de keuken en het terras tot de horecafunctie worden gerekend. Paracommerciële horeca Voor paracommerciële horeca-activiteiten (sport, maatschappelijke, culturele en educatieve bestemmingen) worden de algemene voorschriften aangevuld met de volgende voorschriften: Een eventueel terras is niet groter dan 50 m². Er worden geen warme maaltijden (het geheel van warme gerechten tenminste bestaande uit de volgende 3, niet met elkaar gemengde bestanddelen van vlees, via gevogelte of wild, een groente en aardappelen, rijst of meelspijzen, geserveerd. Er mag uitsluitend alcoholhoudende drank worden geschonken vanaf het in artikel 2:34b van de Algemene Plaatselijke Verordening genoemde tijdstip, tot sluitingstijd. Er worden geen gebruiksmogelijkheden aangeboden voor bijeenkomsten van persoonlijke of commerciële aard en bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de paracommerciële rechtspersoon zijn betrokken. Bij gemeenschapshuizen/multifunctionele accommodaties kan hierop een uitzondering worden gemaakt, mits het met instemming van de plaatselijke horeca geschiedt en/of als er via de plaatselijke horeca geen passend alternatief onderkomen voorhanden is. Om oneerlijke (gesubsidieerde) concurrentie met de plaatselijke horeca te voorkomen worden door gemeenschapshuizen/multifunctionele accommodaties, bij het organiseren van bijeenkomsten van persoonlijke of commerciële aard of bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de paracommerciële rechtspersoon zijn betrokken, consumptieprijzen gehanteerd die gelijk zijn aan het niveau van de plaatselijke horeca. Voor gemeenschapshuizen/multifunctionele accommodaties is het verboden om de mogelijkheid tot het houden (waaronder inbegrepen de verhuur van het pand en inventaris) van bijeenkomsten van persoonlijke aard openlijk aan te prijzen of onder de aandacht te brengen met bijvoorbeeld posters, brochures, publicaties in kranten of tijdschriften, internet of via social media kenbaar te maken. De paracommerciële rechtspersoon houdt een registratie bij van barvrijwilligers die de voorlichtingsinstructie hebben gekregen. Deze registratie of een afschrift daarvan is in de inrichting aanwezig. Het bestuursreglement of een afschrift daarvan is in de inrichting aanwezig. De horeca-activiteit moet ondersteunend zijn aan de hoofdactiviteit. De horeca-activiteit mag hierdoor geen zelfstandige functie hebben of krijgen. De horeca-activiteit moet zowel functioneel als ruimtelijk ten dienste staan van en in overeenstemming zijn met de statutaire doelstellingen van de hoofdactiviteit. De horeca-activiteit is niet openbaar toegankelijk en er is sprake een interne doelgroep van bezoekers. De toegang tot de horeca-activiteit is uitsluitend via het erf of de toegang van de hoofdactiviteit. Er is dus geen aparte openbaar toegankelijke ingang. In de exploitatievergunning voor een sportbestemming kan het maximaal toegestane aantal verenigingsgerelateerde feesten vastgelegd, als dat nog niet is vastgelegd in eventuele huur- of andere overeenkomsten. Het aantal kan afhankelijk zijn van de aard en omvang van de sportclub. Wijzigen en intrekken vergunning Een exploitatievergunning kan worden gewijzigd en worden ingetrokken (artikel 1:6 APV). Bij wijziging van de exploitatievorm, de exploitant of de bedrijfsvoering waarbij er sprake is van invloed op de woon- en leefomgeving van de inrichting of de openbare orde moet een nieuwe exploitatievergunning worden aangevraagd. Leidinggevende Wanneer er voor het horecabedrijf ook een alcoholvergunning is vereist worden de leidinggevenden van het horecabedrijf niet opgenomen in de exploitatievergunning. Wel wordt een verwijzing gemaakt naar het aanhangsel met leidinggevenden behorende bij de alcoholvergunning. Bij wijziging van het aanhangsel hoeft dan geen wijziging gedaan te worden van de exploitatievergunning. Is er geen sprake van een alcoholvergunning dan worden de leidinggevenden wel opgenomen in de exploitatievergunning. In dat geval moet bij wijziging van de persoon van de leidinggevende de vergunninghouder dat binnen 1 week schriftelijk melden aan de burgemeester. De melding wordt gezien als aanvraag tot het wijzigen van de exploitatievergunning. Overeenkomstig de wijziging van de leidinggevende op het aanhangsel behorende bij de alcoholvergunning mag de nieuwe leidinggevende de leiding in het horecabedrijf uitoefenen vanaf het moment dat de wijziging is gemeld en de ontvangst van de melding is bevestigd. De wijziging van de exploitatievergunning is een besluit. Als de nieuwe leidinggevende niet bijgeschreven wordt in de exploitatievergunning, moet deze onmiddellijk zijn werkzaamheden als leidinggevende staken. Inrichting Als een horecabedrijf met een alcoholvergunning een zodanige verandering ondergaat, waardoor het niet langer in overeenstemming is met de in de alcoholvergunning gegeven omschrijving, moet een melding tot wijziging worden gedaan. Als deze melding wordt gedaan wordt die melding tevens gezien als aanvraag tot wijziging van de exploitatievergunning. Het gaat hierbij om wijziging van het oppervlakte, het toevoegen van een lokaliteit, het vergroten/verkleinen van een terras, het toevoegen van een nieuw terras of het vervallen van een terras. Is er geen sprake van een koppeling met een alcoholvergunning dan moet bij wijziging van het oppervlakte, het toevoegen van een lokaliteit, het vergroten/verkleinen van een terras, het toevoegen van een nieuw terras of het vervallen van een terras dat binnen 1 maand na de wijziging worden gemeld aan de burgemeester. De melding wordt aangemerkt als aanvraag tot wijziging van exploitatievergunning. Als de wijziging (geldt in beide situaties) geen invloed heeft op woon- en leefomgeving van de inrichting of de openbare orde, stuurt de burgemeester een aan de nieuwe situatie aangepaste exploitatievergunning aan vergunninghouder. De aangepaste exploitatievergunning is geen nieuw besluit. Voldoet de inrichting niet meer aan de eisen dan wordt de exploitatievergunning ingetrokken. Dat is wel een besluit. Hoofdstuk5Aspecten bij horeca In dit hoofdstuk worden de uitgangspunten en/of standpunten op diverse aspecten rondom horecabedrijven benoemd. 5.1Integriteit De Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) geeft overheidsorganen de mogelijkheid vergunningen te weigeren of in te trekken als sprake is van gevaar dat strafbare feiten gepleegd zullen worden of bij het vermoeden dat strafbare feiten gepleegd zijn. Ook geeft de Web Bibob overheidsorganen de mogelijkheid advies te vragen aan het Landelijk Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen over de mate van gevaar of over de ernst van de feiten en omstandigheden die zijn gepleegd. Voor de toepassing van de Wet Bibob heeft de gemeente de “Bibob beleidsregel” “vastgesteld. Op grond van deze beleidsregel wordt voor een alcoholvergunning voor een horecabedrijf, een exploitatievergunning voor een speelautomatenhal of een exploitatievergunning voor een horecabedrijf of een seksbedrijf door de gemeente een Bibob-toets uitgevoerd en kan eventueel advies worden gevraagd aan het Landelijk bureau Bibob. Hierop gelden echter een paar uitzonderingen. Zo wordt er in beginsel geen toets uitgevoerd voor de paracommerciële instellingen, waarvan de horeca-inrichting in eigen beheer van de rechtspersoon is en niet is verpacht aan een derde, bij een bouwkundige aanpassing van een bestaande horeca-inrichting waarover niet eerder een Bibob-verdenking is gerezen en het wijziging of toevoeging van een terras behorende bij een inrichting. De Bibob-toets gebeurt via het daarvoor vastgestelde werkproces. Als er een goede reden voor is kan ook een Bibob-toets worden uitgevoerd op reeds verleende vergunningen. 5.2Leidinggevenden Een leidinggevende mag niet in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn. Wat slecht levensgedrag is wordt deels ingevuld door de zedelijkheidseisen uit het Alcoholbesluit. Daarnaast kan de burgemeester nog een eigen beoordeling uitvoeren. Bij deze nadere beoordeling kijkt de burgemeester naar eerder getoond gedrag wat in het belang van veiligheid, openbare orde en het woon- en leefklimaat niet past bij de verantwoordelijkheid die een leidinggevende over een horecabedrijf heeft. Gekeken wordt dus naar gedragen die relevant zijn voor het functioneren van de leidinggevende, gedragen die naar hun aard de vrees rechtvaardigen dat de aanwezigheid van de leidinggevende als verantwoordelijke een bedreiging vormt voor de veiligheid, openbare orde en het woon- en leefklimaat in de buurt van het horecabedrijf. In ieder geval de volgende categorieën van gedragen zijn relevant, omdat deze gedragingen de veiligheid van bezoekers en omwonenden, de openbare orde in en buiten het horecabedrijf en het woon- en leefklimaat in de omgeving van het horecabedrijf kunnen raken: alcohol gerelateerd feiten, waaronder in ieder geval wordt begrepen: rijden onder invloed, openbaar dronkenschap, openlijk en/of hinderlijk gebruik van alcohol en overtreding van de Alcoholwet; geweldsdelicten en vernieling, waaronder in ieder geval wordt begrepen: mishandeling, moord/doodslag, overige misdrijven tegen het leven, openlijke geweldpleging tegen goederen of personen, vernieling/vandalisme/baldadigheid en brandstichting; drugs gerelateerde feiten, waaronder in ieder geval wordt begrepen: bezit, handel en vervaardigen van hard- en softdrugs, openlijk of hinderlijk gebruik van drugs, rijden onder invloed van drugs of medicijnen en dumpen drugsafval (zowel gerelateerd aan de Opiumwet als gerelateerd aan regels omtrent onrechtmatig gebruik van of handel in geneesmiddelen of genotmiddelen); wapens en munitie, waaronder in ieder geval wordt begrepen: bezit , handel en/of gebruik van wapens of munitie en betrokkenheid bij schiet- en steekincidenten; vermogensdelicten, waaronder in ieder geval wordt begrepen: verduistering, heling, chantage of afpersing, witwassen, fraude (sociale zekerheidsfraude en fraude met arbeidsgerelateerde subsidies), vals geld aanmaken of vals geld uitgeven, oplichting en niet nakomen fiscale verplichtingen; zedendelicten; mensenhandel, waaronder in ieder geval wordt begrepen: gijzeling of ontvoering, mensenhandel, arbeidsuitbuiting en mensensmokkel; openbare orde en APV, waaronder in ieder geval wordt begrepen: hinderlijk gedrag, samenscholing/ongeregeldheden/ordeverstoring, afsteken vuurwerk op verboden tijden, geluidshinder en openbare orde sluiting; niet meewerken met de politie en toezichthouders en het niet opvolgen van rechtelijke uitspraken; gedragingen waaruit blijkt dat tijdens de exploitatie gevreesd moet worden dat aanwijzingen van politie of toezichthouders niet nageleefd zullen worden (bijvoorbeeld negeren bevel ambtenaar in functie, belediging ambtenaar in functie); valsheid in geschrift, zowel kennelijk gepleegd in de uitoefening van een horecabedrijf dan wel ter verkrijging van een vergunning; gedragingen die hebben geleid tot opgelegde bestuurlijke of handhavingsmaatregelen met betrekking tot een horecabedrijf, tenzij deze maatregelen op geen enkele wijze aan de te beoordelen persoon (in bestuursrechtelijke zin) zijn te verwijten; overige gedragen, zoals diefstal, overval, zakkenrollerij, straatroof, betrokkenheid bij ordeverstoring, discriminatie, belediging, bedreiging, stalking, intimidatie, deelname aan een criminele organisatie of verboden rechtspersoon, misdrijven op basis van de Wet op de Kansspelen. Niet alleen strafrechtelijke veroordelingen zijn hierbij van belang, ook een lopend strafonderzoek en bestuurlijke of fiscale feiten tellen mee. Ook naar gedragingen in privé-tijd mogen meegewogen worden, mits deze relevant zijn. Een toets in het kader van de integriteit kan niet gezien worden als beoordeling in het kader van slecht levensgedrag. Andere dan de hiervoor genoemde (categorieën van) gedragingen worden alleen meegewogen bij de beoordeling, voor zover daaruit een zeker patroon ter bevestiging van het slechte levensgedrag valt op te maken. Het moet daarbij gaan om een recidiverend karakter van bepaalde gedragingen, dan wel het schenden van regels in algemene zin al dan niet gedurende een langere periode, waardoor de betrokken gedragingen niet meer op zichzelf staan, maar in combinatie voldoende ernstig zijn om te kunnen worden betrokken bij de beoordeling. In beginsel worden bij de beoordeling enkel gedragingen meegewogen die in een periode van 5 jaar voorafgaand aan het beoordelingsmoment hebben plaatsgevonden. Als er binnen de periode van 5 jaar sprake is van relevante gedragingen dan kunnen ook gedragingen die zich hebben voorgedaan buiten de 5-jaarperiode worden betrokken bij de beoordeling van het levensgedrag. Deze oudere gedragingen kunnen dan een duiding geven, dan wel blijk geven, van een patroon van gedragingen gedurende een langere periode. Als er sprake is van een dergelijk patroon kunnen ook andere gedragingen dan de eerder benoemde categorieën duiding geven en een patroon ondersteunen. Als er in de 5 jaar voorafgaand aan het beoordelingsmoment geen gedragingen zijn gebleken, dan wordt de betrokkene geacht te voldoen aan de eis omtrent het levensgedrag en wordt niet toegekomen aan een weging van eventueel oudere gedragingen. Wanneer er sprake is van slecht levensgedrag wordt onderbouwd waarom daar sprake van is. In de onderbouwing wordt in ieder geval ingegaan op de aannemelijkheid dat de gedraging plaats heeft gevonden, de relevantie van de gedraging en waarom de gedraging een bedreiging vormt voor de veiligheid, openbare orde en het woon- en leefklimaat in de buurt van het horecabedrijf. Een leidinggevende die van slecht levensgedrag is mag niet als leidinggevende optreden. Als de leidinggevende ook de horecaondernemer is wordt de alcoholvergunning geweigerd. Als de leidinggevende niet ook de horecaondernemer is wordt geweigerd de leidinggevende bij te schrijven op het aanhangsel. Ook voor het verkrijgen van een exploitatievergunning op basis artikel 2:28 van de APV geldt de voorwaarden dat de exploitant of de leidinggevende niet in enig opzicht van slecht levensgedrag mag zijn. Voor wat betreft de beoordeling bij een exploitatievergunning wordt eenzelfde beoordeling, dus zedelijkheidseisen en nadere beoordeling, uitgevoerd als vereist is op basis van de Alcoholwet en het Alcoholbesluit. 5.3Inrichtingseisen De Alcoholwet stelt eisen aan de inrichting van het horecabedrijf. Het college heeft in het Uitvoeringsbeleid kwaliteit vergunningen, toezicht en handhaving Omgevingsrecht een beoordelingsrichtlijn opgesteld voor de beoordeling van deze eisen. Op de aspecten die in deze beoordelingsrichtlijn als ‘Laag’ zijn geprioriteerd vindt geen toetsing en geen handhaving plaats bij (verenigings-) gebouwen met een beperkte omvang. In beginsel zal bij strijd met deze aspecten een vergunning worden verleend en hierop geen handhaving plaatsvinden. Op de aspecten die als ‘Regulier’ worden geprioriteerd vindt normale toetsing plaats. Deze aspecten worden ook gecontroleerd. Bij strijd met deze aspecten wordt een vergunning geweigerd en kan handhaving plaatsvinden. 5.4Openbare orde en veiligheid 5.4.1Algemeen De horecaondernemer is verantwoordelijk voor de veiligheid van het personeel en van de bezoekers en voor het behoud van de goede orde in het horecabedrijf en daarbuiten. Dit houdt in dat maatregelen getroffen moeten worden die de veiligheid zoveel als mogelijk waarborgen. 5.4.2Brandveiligheid Gebruiksvergunning of -melding Voor het gebruiken van panden waarin meer dan 50 personen tegelijk aanwezig kunnen zijn of waarin aan meer dan 10 personen bedrijfsmatig of in het kader van de verzorging nachtverblijf wordt verschaft of waarin aan meer dan 10 kinderen jonger dan 12 jaar of aan meer dan 10 lichamelijk/verstandelijk gehandicapten dagverblijf wordt verschaft is op basis van het Gebruiksbesluit een omgevingsvergunning voor brandveilig gebruik of een gebruiksmelding voor brandveilig gebruik vereist. Of er sprake is van een vergunningplicht of meldingsplicht is afhankelijk van de activiteiten die plaatsvinden in het pand, het aantal personen wat in het horecabedrijf kan verblijven en van het soort personen (hulpbehoevend) wat er verblijft. Een gebruiksmelding wordt op ontvankelijkheid gecontroleerd. Een ontvankelijke melding wordt voor kennisgeving aangenomen. Hierbij vindt er geen inhoudelijke toets plaats of aan het Gebruiksbesluit wordt voldaan. Een horecabedrijf moet wel ten alle tijden voldoen aan de voorschriften uit het Gebruiksbesluit. Bij periodieke toezicht controles wordt door een toezichthouder van de gemeente of van de Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost gecontroleerd of het horecabedrijf in werking is conform de eisen van de omgevingsvergunning of van het Gebruiksbesluit. Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen Wanneer bij een horecabedrijf tenten, overkappingen, parasols e.d. worden geplaatst moeten die voldoen aan het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen. Deze eisen zijn altijd van toepassing, ongeacht of een melding brandveilig gebruik gedaan moet worden. Het is verboden om zonder een melding brandveilig gebruik op basis van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen een plaats of een gedeelte daarvan in gebruik te nemen of te gebruiken als: een verblijfsruimte op die plaats bestemd is voor meer dan 150 gelijktijdig aanwezige personen; in een verblijfsruimte op die plaats aan meer dan 10 personen bedrijfsmatig of in het kader van verzorging nachtverblijf wordt verschaft; in een verblijfsruimte op die plaats aan meer dan 10 kinderen jonger dan 12 jaar of meer dan 10 lichamelijk of verstandelijk gehandicapte personen verzorging wordt verschaft. Aan de melding kunnen maatwerkvoorschriften worden verbonden. Het doen van een melding is niet nodig als het een evenement in de zin van de APV betreft. Het maakt dan onderdeel uit van de evenementenvergunning of -melding. Versiering Feestversiering zoals slingers, vlaggen, papieren vlaggetjes in een pand moeten vanwege de brandveiligheid voldoen aan de normen die gelden voor het pand. Het is belangrijk dat versieringen niet gemakkelijk ontvlambaar zijn en dat bij het ophangen van de versieringen de brandveiligheidsvoorschriften nageleefd worden. 5.4.3Constructieve veiligheid Bij podia, stellages, lichtinstallaties, inpandige tribunes e.d. moet aandacht besteed worden aan constructieve veiligheid. Voor de constructie is het Bouwbesluit van toepassing. Hiervoor geldt de vastgestelde NEN-norm 60702. De horecaondernemer is zelf verantwoordelijk voor de opbouw en de constructies van welk te plaatsen onderdeel dan ook. De constructieve veiligheid van podia, stellages, lichtinstallaties, inpandige tribunes e.d. wordt niet van gemeentewege getoetst. 5.4.4Huisregels Vanwege de risico’s op aantasting van de openbare orde en veiligheid wordt het hanteren van huisregels, of een huisreglement, verplicht gesteld wanneer het horecabedrijf als hoofddoel heeft het verstrekken van alcoholische dranken voor consumptie ter plaatse (al dan niet met als nevenactiviteit het verstrekken van geringe etenswaren) en het ten gehore brengen van muziek en/of het geven van gelegenheid tot dansbeoefening, al dan niet incidenteel gecombineerd met levende muziek en dat in de avond en het begin van de nacht (bijvoorbeeld (eet)café en feestzaal) of in de avond en een groot gedeelte van de nacht geopend kan zijn. Wanneer er voor een specifiek horecabedrijf aanleiding is om het hanteren van huisregels ook verplicht te stellen wordt die voorwaarde opgenomen in de exploitatievergunning. Wanneer huisregels worden gehanteerd worden deze op voor alle bezoekers zichtbare locaties opgehangen. Huisregels worden dan in ieder geval bij of nabij elke toegang van het horecabedrijf kenbaar gemaakt. De huisregels worden ook vooraf kenbaar gemaakt aan potentiële bezoekers, bijvoorbeeld op de website van het horecabedrijf of via sociale media. Ook het personeel moet op de hoogte zijn van de huisregels en worden geïnstrueerd hoe ze moeten handelen bij overtreding van de huisregels. Huisregels moeten in ieder geval informatie bevatten over hoe de horecaondernemer omgaat met de toegangsleeftijd en de controle daarop, het schenken van alcoholhoudende drank, het gebruik van drugs, roken en de aanwezigheid van wapens. Ook voor andere soorten horecabedrijven wordt geadviseerd huisregels te hanteren. Welke huisregels dan relevant zijn en dus gehanteerd kunnen worden is afhankelijk van het soort horecabedrijf. 5.4.5Toelatingsbeleid Bij het horecaconvenant aangesloten horecabedrijven hanteren een uniform toelatingsbeleid, opgenomen als huisregels in het horecaconvenant. Bij het niet naleven van die huisregels kan aan personen de toegang worden ontzegd. Bij het opleggen van een ontzegging aan een minderjarige, dan worden ook de ouders/verzorgers in kennis gesteld van de ontzegging. 5.4.6Gebiedsontzegging De burgemeester kan een persoon die een strafbaar feit op basis van het Wetboek van Strafrecht of de APV begaat een bevel geven zich gedurende ten hoogste 7 of 14 dagen niet in één of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden. Bij lichte strafbare feiten kan het bevel (maximaal 7 dagen) pas worden gegeven als de betreffende persoon minimaal 1 keer is gewaarschuwd door de politie. Bij zwaardere strafbare feiten kan direct een bevel (maximaal 14 dagen) worden gegeven. Wanneer de strafbare feiten worden gepleegd op vrijdag tussen 22.00 uur en zaterdag 04.00 uur en zaterdag 22.00 uur en zondag 04.00 uur kan het bevel worden verlengd naar maximaal 6 maanden. 5.4.7Beveiliging/portiers De horecaondernemer is primair verantwoordelijk voor de orde en de veiligheid in zijn bedrijf en in de directe omgeving daarvan. De horecaondernemer moet daarom zorgen voor voldoende toezicht vanaf de opening tot sluitingstijd. Met toezicht wordt bedoeld: het in de gaten houden van de aanwezigen en de activiteiten. Afhankelijk van de aard van het horecabedrijf kan het normale personeel dit toezicht uitoefenen, kan zelf een horecaportier in dienst worden genomen of moet een (door de Minister van Veiligheid en Justitie erkend) professioneel beveiligingsbedrijf in worden gehuurd. Professionele beveiliging moet voldoen aan de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus. Dit geldt dus zowel voor een horecaportier in eigen dienst als een ingehuurd beveiligingsbedrijf. Bij het in dienst nemen van een horecaportier moet daarnaast ook voldaan worden aan de Wet op de weerkorpsen. Het inzetten van een portier (eigen of ingehuurd) kan worden verlangd als de omstandigheden daar aanleiding toe geven en er feitelijk beveiligingswerkzaamheden worden verricht. Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn bij verlengde openingstijden en bijzondere gelegenheden, zoals de kermis, carnaval of andere evenementen. De ingehuurde professionele beveiligers binnen een uitgaansgebied ten tijde van het plaatsvinden van de kermis in het betreffende kern moeten allemaal afkomstig zijn van 1 beveiligingsbedrijf en met elkaar in verbinding staan. Bij de inzet van een horecaportier of professioneel beveiligingsbedrijf moeten met de politie afspraken worden gemaakt over de inzet en de wijze van handelen. Horecaportiers of medewerkers van een professioneel beveiligingsbedrijf moeten duidelijk als beveiliger herkenbaar zijn. 5.4.8Cameratoezicht Wanneer binnen het horecabedrijf gebruik wordt gemaakt van cameratoezicht zorgt de horecaondernemer ervoor de tekst “Cameratoezicht” leesbaar en duidelijk in het zicht wordt opgehangen. Het registeren van opnamen en persoonsgegevens is een verantwoordelijkheid van de horecaondernemer. Dit moet gebeuren conform de Algemene verordening gegevensbescherming. 5.4.9Wapens Het bij zich dragen van wapens en het gebruik van wapens is een absoluut taboe in het uitgaansleven. Er wordt daarom gestreefd naar een wapenvrij uitgaansleven. Bij het hanteren van huisregels wordt daarin opgenomen dat het bij zich dragen of gebruiken van een wapen verboden is. De horecaondernemer moet hierop toezien. Mocht een horecaondernemer een persoon aantreffen die een wapen bij zich draagt of deze gebruikt dan informeert de horecaondernemer de politie daarover. De horecaondernemer verleent medewerking aan voorlichtingscampagnes waarin gewaarschuwd wordt voor wapenbezit. 5.5Drank- en voedselverstrekking en genotsmiddelen 5.5.1Drankverstrekking Overmatig alcoholgebruik vormt niet alleen een gevaar voor de gezondheid, maar ook voor de veiligheid. Om overlast van personen die teveel alcohol hebben gedronken zo veel als mogelijk te beperken worden aanvullende voorwaarden gesteld aan alcoholverstrekking. Alcoholvrije dranken Alcoholvrije dranken, sappen en fris mogen overal geschonken worden. Zowel voor consumptie ter plaatse als voor consumptie elders dan ter plaatse. Daarvoor is geen toestemming vereist. Wel moet gezorgd worden dat het zichtbaar is dat een alcoholvrije drank wordt gedronken, door bijvoorbeeld andere glazen te gebruiken voor alcoholvrije dranken dan die gebruikt worden voor alcoholhoudende dranken. Onder alcoholvrije dranken vallen ook dranken tot 0,5 vol%. Personen jonger dan 18 jaar mogen helemaal geen alcohol nuttigen, dus ook geen dranken tot 0,5 vol%. Alcoholhoudende dranken In zowel een commercieel als in een paracommercieel horecabedrijf mag naast zwak alcoholhoudende drank ook sterke drank worden verkocht. Bij zowel een reguliere als een speciale bar (bijvoorbeeld speciale bierenbar) moet altijd een alcoholvrij alternatief aanwezig zijn. Alcoholgebruik Aan personen jonger dan 18 jaar mag geen alcohol worden verstrekt. Op basis van een identiteitsbewijs moet vastgesteld worden dat een persoon de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt. De horecaondernemer checkt hier actief op. Er mag ook geen alcohol worden versterkt aan personen ouder dan 18 jaar als de alcohol kennelijk bedoeld is om door te geven aan een persoon die nog geen 18 jaar is (wederverstrekking). Ook mag aan een persoon die in kennelijke staat van dronkenschap verkeert geen alcohol meer worden verstrekt. Als een persoon die al in kennelijke staat verkeert als hij wil toetreden tot het horecabedrijf dan mag die persoon niet toe worden gelaten. Personeel moet goed geïnstrueerd zijn over en gewezen zijn op dat er geen alcohol geschonken mag worden aan 18-, bij kennelijke staat van dronkenschap en in het kader van wederverstrekking. Ook moet het personeel over voldoende kennis beschikken om risico’s rond alcoholgebruik goed in te schatten. Dit kan door middel van diverse cursussen en trainingen waarin horecapersoneel of beveiliging geschoold kunnen worden rondom het thema alcohol en jongeren. Om alcohol te mogen schenken moet het personeel minimaal 16 jaar oud zijn (uitgezonderd stagiaires). Als in het horecabedrijf alleen publiek ouder dan 18 jaar wordt toegelaten, moet de horecaondernemer ervoor zorgen dat ook alleen die doelgroep in het horecabedrijf kan komen. Het is aan de horecaondernemer om te zorgen dat die maatregelen worden genomen die nodig zijn om te zorgen dat er ook daadwerkelijk alleen personen ouder dan 18 jaar worden toegelaten. Maatregelen tegen alcoholgebruik onder de 18 jaar zijn dan niet meer nodig. Happy hours In artikel 2:34f van de APV is een verbod op happy hours opgenomen. Het verbod betekent dat het verboden is bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende dranken te verstrekken voor gebruik ter plaatse tegen een prijs die voor een periode van 24 uur of korter lager is dan 60% van de prijs die in de desbetreffende horecalokaliteit op of het desbetreffende terras gewoonlijk wordt gevraagd. Buitenbar Het plaatsen van buitenbars/tapeilanden op terrassen bij horecabedrijven, zoals opgenomen in de alcoholvergunning en/of exploitatievergunning, is toegestaan wanneer het terras op eigen grond is gelegen. Wanneer sprake is van gemeentegrond is een buitenbar/tapeiland uitsluitend toegestaan op het terras welke tegen de gevel(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.