Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2002.De raad van de gemeente Oudewater; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders; gelet op artikel 228 van de Gemeentewet; gezien het advies van de commissie financiën en sociale zaken: besluit: vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting
- Artikel1Voorwerp van belasting; belastbaar feit Onder de naam precariobelasting wordt ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven gemeentegrond, voor de openbare dienst bestemd, een belasting geheven overeenkomstig de navolgende bepalingen. Artikel2Belastingplicht De belasting wordt geheven van degene die één of meer voorwerpen onder, op of boven gemeentegrond, voor de openbare dienst bestemd, heeft. Artikel3Heffingsgrondslag en tarief De belasting wordt geheven naar het aantal eenheden, bepaald en berekend aan de hand van de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 4 en 5 en van de in de tabel gegeven aanwijzingen. Artikel4 1Bij het hebben van voorwerpen op of boven gemeentegrond, voor de openbare dienst bestemd, wordt de oppervlakte bepaald op die, welke door de voorwerpen wordt overdekt. 2Bij het hebben van voorwerpen onder gemeentegrond, voor de openbare dienst bestemd, wordt de oppervlakte bepaald op die uitgaande van een horizontale projectie van de voorwerpen. Artikel5Begripsomschrijvingen 1Voor de toepassing van de tarieventabel wordt verstaan onder: a een jaar: een kalenderjaar; b een kwartaal: een kalenderkwartaal; c een maand: een kalendermaand; d een week: een kalenderweek; e een dag: een etmaal. 2Gedeelten van de in de tabel genoemde tijds- en andere eenheden worden voor een geheel gerekend, met dien verstande dat indien het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar en het hebben van voorwerpen aanvangt in de loop van het tijdvak, de belasting zoveel twaalfden van het over een jaar te betalen bedrag beloopt als er na het aanvangstijdstip nog volle maanden van het tijdvak resteren. Artikel6Belastingtijdvak Indien de belasting wordt geheven naar jaartarieven is het belastingtijdvak het kalenderjaar waarin de voorwerpen aanwezig zijn. In de overige gevallen is het belastingtijdvak het kwartaal, de maand, de week of de dag waarin de voorwerpen aanwezig zijn, met dien verstande dat ook heffing voor elk belastbaar feit afzonderlijk kan plaatsvinden. Artikel7Vrijstellingen 1De belasting wordt niet geheven ter zake van: a voorwerpen welke ingevolge een wettelijk voorschrift moeten worden gedoogd; b voorwerpen ten behoeve van percelen, waarvan de gemeente krachtens eigendom, bezit of beperkt recht de genothebbende is, met uitzondering van die percelen, waarin de gemeentebedrijven worden uitgeoefend en van die, welke aan derden zijn verhuurd; c voorwerpen, gebruikt voor activiteiten met een politiek, godsdienstig, geestelijk, wereldbeschouwelijk, sociaal, weldadig doel dan wel, voor zover geen sprake is van een directe of indirecte commerciële (neven) activiteit, voor activiteiten met een sportief, cultureel, recreatief of mediadoel; d voorwerpen op de openbare weg bij kleinschalige niet-commerciële buurtactiviteiten; 2De in onderdeel 1 van de tarieventabel opgenomen belasting wordt niet geheven: a indien de betreffende grond, hoewel de kosten daarvan in de koopsom van het aangrenzende bouwperceel zijn begrepen, eigendom van de gemeente blijft ten einde daarop van gemeentewege volgens het geldende bestemmingsplan, een grasperk, plantsoen of plein aan te leggen en te onderhouden; b ten behoeve van de bouw en renovatie van woningen door toegelaten instellingen, als bedoeld in artikel 70 van de Woningwet. Artikel8Ontheffing Indien het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar en de voorwerpen zijn verwijderd vòòr het verstrijken van het belastingtijdvak, wordt op aanvraag van de belastingplichtige naar evenredigheid ontheffing verleend over de na verwijdering resterende volle maanden van het belastingtijdvak. Artikel9Wijze van heffing; tijdstip verschuldigdheid 1De belasting wordt geheven bij wege van aanslag. 2Voor de vaste standplaatsen wordt de belasting geheven bij wege van nota. 3De belasting wordt verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, op het tijdstip waarop het hebben van voorwerpen een aanvang neemt. 4Aanslagen en nota's van minder dan € 4,60 worden niet opgelegd. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van het op één aanslagbiljet of nota verenigde belastingaanslagen aangemerkt als één belastingaanslag of nota. 5Het bedrag aan belasting wordt per belastingaanslag of per nota naar beneden afgerond op hele guldens. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op één aanslagbiljet of nota verenigde belastingaanslagen aangemerkt als één belastingaanslag of nota. Artikel10Termijnen van betaling De aanslag of nota dient te worden betaald in één termijn, welke vervalt op de laatste dag van de maand, volgende op die, waarin het aanslagbiljet of de nota is gedagtekend. Artikel11Kwijtschelding Voor de precariobelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel12Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de precariobelasting. Artikel13Inwerkingtreding en citeerartikel 1De ‘Verordening precariobelasting Oudewater 1997’, laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 26 februari 1998, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking. 3De datum van ingang van de heffing is 1 januari
- 4Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening precariobelasting Oudewater 2002’. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 13 december
- secretaris, mevrouw L.A.M. Bakkervoorzitter, mevrouw M.C.A.A. Ruigrok-Verreit Tarieventabel, behorende bij de Verordening precariobelasting Oudewater 2002.1 De tarieven zoals die gelden met ingang van 1 januari 2011 Nr. Omschrijving Tarief
- voor de ruimte ingenomen door containers, grind, stenen, zand of andere bouwmaterialen, puin en dergelijke per vierkante meter 1.1 per dag € 1,00 1.2 per week € 3,20 1.3 per maand € 9,40
- Voor het van gemeentewege herstellen van bestrating, welke in het bijzonder belang van belanghebbende is opengebroken voor elke hertstelde m2 oppervlakte, indien het straatwerk bestaat uit: 2.1 een asfalt of teerdeklaag inclusief fundering € 61,80 2.2 een grintverharding € 46,40 2.3 een klinkerbestrating € 48,95 2.4 een tegelbestrating € 37,60 2.5 een gazon- of plantsoenstrook € 37,60
- voor banken, stoelen of andere voorwerpen, bestemd om als zitplaats te dienen en voor de daarbij behorende tafels, per vierkante meter: 3.1 per dag € 0,50 3.2 per week € 1,80 3.3 per maand € 4,70 3.4 per jaar € 30,70