Bijdrageregeling stimulering woningbouw Noord-Brabant 2023Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, Gelet op artikel 2 van de Algemene bijdrageverordening Noord-Brabant; Overwegende dat er vanwege een tekort aan woningen in de provincie Noord-Brabant versneld woningen moeten worden gerealiseerd en Gedeputeerde Staten om die reden een versnelling van de voorfase van woningbouw willen bevorderen; Overwegende dat Gedeputeerde Staten de bijdrageregeling die vanaf juli 2021 in werking is getreden, op een aantal onderdelen wenst aan te passen en daartoe een nieuwe regeling met een nieuw tijdvak openstelt; Besluiten vast te stellen de volgende regeling: §1Versnelling voorfase woningbouw Artikel1.1Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: Abv: Algemene bijdrageverordening Noord-Brabant; arbeids- en personeelsuren: uren van personeel van de bijdrageaanvrager dat al dan niet in loondienst is, niet zijnde kosten derden; kosten derden: kosten die op factuur aantoonbaar en aan derden verschuldigd zijn. Artikel1.2Doelgroep Een bijdrage op grond van deze regeling kan worden aangevraagd door gemeenten gelegen in de provincie Noord-Brabant. Artikel1.3Activiteiten die in aanmerking komen voor een bijdrage Een bijdrage kan worden verstrekt voor activiteiten gericht op versnelling van de voorfase van woningbouw in de provincie Noord-Brabant. Artikel1.4Weigeringsgronden Een bijdrage wordt geweigerd indien aan de aanvrager reeds een subsidie of bijdrage is verstrekt voor dezelfde activiteiten ten behoeve van dezelfde woningbouwprojecten. Artikel1.5Vereisten voor een bijdrage Om voor een bijdrage in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten: de activiteiten zijn gericht op versnelling van de voorfase van woningbouw in de provincie Noord-Brabant; de activiteiten hebben betrekking op woningbouwprojecten die onderdeel uitmaken van de regionale woningbouwopgave; de activiteiten betreffen de inzet van extra capaciteit, die gericht is op het bieden van ondersteuning en expertise ten behoeve van: het proces van vergunningverlening; het concreet uitwerken van woningbouwprojecten of herstructureringsprojecten; het sluiten van anterieure overeenkomsten met marktpartijen; of het opstellen van een bestemmingsplan en het doorlopen van de bijbehorende procedure. de werving of inzet van extra capaciteit kan starten binnen drie maanden na verlening van de bijdrage. Artikel1.6Kosten die in aanmerking komen voor een bijdrage 1.Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de bijdrage komen de volgende kosten in aanmerking voor een bijdrage, mits gemaakt na 1 januari 2023: kosten derden; kosten interne arbeids- en personeelsuren. 2.Compensabele BTW komt niet in aanmerking voor een bijdrage. Artikel1.7Vereisten aanvraag 1.Aanvragen voor een bijdrage worden ingediend van 17 augustus 2023 tot en met 30 mei
- 2.Een aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het daartoe door Gedeputeerde Staten vastgestelde aanvraagformulier en projectplan. Artikel1.8Bijdrageplafond Gedeputeerde Staten stellen het bijdrageplafond voor de periode, genoemd in artikel 1.7, eerste lid, vast op € 5.000.
- Artikel1.9Hoogte van de bijdrage en verdelingswijze De hoogte van de bijdrage betreft 100% van de subsidiabele kosten tot het maximale bedrag per gemeente, opgenomen in bijlage 1 behorende bij deze regeling. Artikel1.10Verplichtingen van de bijdrageontvanger 1.De bijdrageontvanger: start de werving of inzet van extra capaciteit binnen drie maanden na verlening van de bijdrage; besteedt de bijdrage uiterlijk 31 december 2024; verstrekt jaarlijks informatie over de voortgang van de kosten op de wijze die in de beschikking tot verlening van de bijdrage staat vermeld. 2.Indien het project wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, onder b, en de bijdrageontvanger verlenging van die termijn wenselijk acht, kan hij uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten tot verlenging met maximaal een jaar. Artikel1.11Verantwoording Gedeputeerde Staten leggen in de beschikking tot verlening van de bijdrage vast op welke wijze de bijdrageontvanger bij de aanvraag tot vaststelling aantoont dat de activiteiten waarvoor de bijdrage is verleend, zijn verricht en dat aan de verplichtingen is voldaan. Artikel1.12Bevoorschotting en betaling Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van 100% van de verleende bijdrage. Het voorschot wordt in een keer uitbetaald. Artikel1.13Wijze van verstrekken De bijdrage wordt verleend en op aanvraag vastgesteld op grond van artikel 12, onder c, van de Abv. Artikel1.14Evaluatie Gedeputeerde Staten zenden in 2025 aan Provinciale Staten een verslag over de effecten en doeltreffendheid van deze paragraaf. § 2 Slotbepalingen Artikel2.1Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst. Artikel2.2Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Bijdrageregeling stimulering woningbouw Noord-Brabant
- ’s-Hertogenbosch, 4 juli 2023Gedeputeerde Staten voornoemd,de voorzitter, mr. I.R. Adema de secretaris,drs. P.J. BuijtelsBijlage1behorende bij de artikel 1.9 van de Bijdrageregeling versnelling woningbouw Noord-Brabant 2023 Gemeenten max. bedrag per gemeente Tilburg, Eindhoven, Breda, Den Bosch en Helmond (B5) € 500.000 Bergen op Zoom, Meierijstad, Oosterhout, Oss, Roosendaal, Maashorst en Waalwijk (M7) € 250.000 Overige gemeenten met inwonertal groter dan 50.000 inwoners per 1 januari 2023 € 175.000 Overige gemeenten met inwonertal tussen de 25.000 en 50.000 inwoners per 1 januari 2023 € 100.000 Overige gemeenten met inwonertal kleiner dan 25.000 inwoners per 1 januari 2023 € 75.000 Toelichting behorende bij de Bijdrageregeling versnelling woningbouw Noord-Brabant 2023 I. Algemeen Achtergrond Brabant heeft een stevige woningbouwopgave: ruim 130.600 woningen tot en met
- Gelet op de huidige krapte op de woningmarkt en de wens het woningtekort terug te dringen ligt er de uitdaging om op zo kort mogelijke termijn zoveel mogelijk woningen aan de voorraad toe te voegen. Om deze versnelling te bewerkstelligen heeft het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties extra middelen beschikbaar gesteld om de ambtelijke capaciteit bij gemeenten tijdelijk te verhogen. Door die middelen in deze bijdrageregeling beschikbaar te stellen, worden de gemeenten ondersteund om woningbouwprojecten sneller gereed te maken voor uitvoering. De voorliggende regeling is de opvolger van de bijdrageregeling die tot halverwege 2023 was opengesteld. Deze nieuwe bijdrageregeling staat open tot halverwege 2024 en zal vervolgens opengesteld worden met provinciale middelen. Juridisch kader Deze bijdrageregeling is vastgesteld op grond van de Algemene bijdrageverordening Noord-Brabant (Abv). Dit betekent dat een aantal aspecten van de verstrekking van de bijdrage niet in de bijdrageregeling zijn vastgelegd, maar in de Abv. In de Abv staat onder meer wat de beslistermijnen zijn voor Gedeputeerde Staten en welke algemene verplichtingen gelden voor de bijdrageontvanger, zoals de meldingsplicht. Voor een goed begrip van deze bijdrageregeling is dus tevens bestudering van de Abv noodzakelijk. II. Artikelsgewijs Artikel 1.4 Weigeringsgronden De weigeringsgronden in dit artikel komen in aanvulling op de weigeringsgronden uit artikel 6 van de Abv. Artikel 1.5 Vereisten voor een bijdrage Onder b De activiteiten moeten betrekking hebben op woningbouwprojecten die reeds onderdeel zijn van de regionale woningbouwopgave. Dat wil zeggen dat deze projecten passen binnen de vastgestelde regionale woningbouwafspraken en reeds opgenomen zijn op het meest recente overzicht van woningbouwcapaciteit van de gemeente (de zgn. ‘matrix’). Onder c De activiteiten waarvoor een bijdrage wordt verstrekt omvatten uitsluitend de in onderdeel c genoemde activiteiten. Bij de aanvraag moet vermeld worden voor welke van deze activiteiten de bijdrage zal worden ingezet. Artikel 1.6 Kosten die in aanmerking komen voor een bijdrage Er wordt uitsluitend een bijdrage geleverd voor de inzet van extra capaciteit. Dit kan zowel interne als externe capaciteit zijn. Daarbij komen alleen kosten in aanmerking die zijn gemaakt na 1 januari
- Artikel 1.10 Verdelingswijze In bijlage 1 zijn de maximumbedragen opgenomen voor de looptijd van deze bijdrageregeling. Deze maximumbedragen worden uitgesplitst naar categorieën van gemeentes. Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, de voorzitter mr. I.R. Adema de secretaris, drs. P.J. Buijtels