Huisvestingsverordening Eemnes 2023HOOFDSTUK1ALGEMENE BEPALINGEN Artikel1Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. aanbodmodel: verdelingsmodel waarbij beschikbare woonruimte met de daarbij geldende voorwaarden wordt aangeboden en waarbij de volgordebepaling van woningzoekenden plaats vindt aan de hand van inschrijfduur; b. bijzondere maatschappelijke doelgroep: de woningzoekende die ingezetene is van een gemeente in de woningmarktregio en na een tijdelijk verblijf in jeugdzorg uitstroomt naar de gemeente van regie/herkomst binnen de woningmarktregio, of naar een andere gemeente in de woningmarktregio wanneer er zwaarwegende redenen zijn om niet naar de gemeente van regie/ herkomst terug te keren; c. corporatie: toegelaten instelling als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de Woningwet die verenigd zijn in het Samenwerkingsverband Wonen Eemvallei, de SWEV; d. directe bemiddeling: het rechtstreeks aan een woningzoekende aanbieden van woonruimte zonder dat die woonruimte via het aanbodmodel te huur is aangeboden; e. doorstromer: een woningzoekende die als hoofdhuurder daadwerkelijk en rechtmatig in de woningmarktregio een zelfstandige huurwoning bewoont, die niet verhuurd wordt op basis van de Leegstandwet, en die na verhuizing leeg achterlaat. De maandhuur mag bij inschrijving niet meer bedragen dan de maximale huurprijsgrens. f. economische binding: binding van een persoon aan de woningmarktregio of de gemeente Eemnes, daarin gelegen dat die persoon met het oog op de voorziening in het bestaan, een redelijk belang heeft zich in de woningmarktregio of de gemeente Eemnes te vestigen. Onder een economische binding wordt verstaan: 1.Het duurzaam (ten minste 19 uur per week voor de duur van minstens een jaar) verrichten van arbeid binnen of vanuit een gemeente in de woningmarktregio of de gemeente Eemnes; 2.Het duurzaam (minimaal 19 uur per week voor de duur van minstens een jaar) volgen van een dagopleiding in de woningmarktregio of de gemeente Eemnes; 3.een zelfstandig ondernemer die in het bestaan voorziet en kan aantonen dat het bedrijf in de woningmarktregio of de gemeente Eemnes is gevestigd. Er dient een duurzame relatie te zijn tussen de werkzaamheden en het betrokken gebied. g. etagewoning: portiekflat, galerijflat, maisonnettes, bovenwoningen, benedenwoningen, seniorenflat en één-kamerwoningen; h. inwoning: bewoning van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden in gebruik is genomen; i. huishouden: een alleenstaande die een huishouden voert, dan wel twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of willen gaan voeren; j. huisvestingsvergunning: de vergunning, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de wet; k. huurprijs: het daaromtrent bepaalde in artikel 1, tweede lid, onder a van de wet; l. huurtoeslaggrens: de rekenhuur zoals bedoeld in artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag, dan wel de daarvoor in de plaats tredende overheidsregeling; m. ingezetene: degene die in de Basisregistratie Personen van de gemeente Eemnes of één der andere gemeenten in de woningmarktregio is opgenomen en daar feitelijk hoofdverblijf heeft in een voor permanente bewoning aangewezen woonruimte; n. inschrijfduur: de periode dat een woningzoekende aaneensluitend is ingeschreven in het register van woningzoekenden; o. nieuwbouwwoning: een woning die nieuw is gebouwd en die door de woningzoekende als eerste gehuurd wordt; p. maatschappelijke binding: binding van een persoon aan de woningmarktregio of de gemeente Eemnes, daarin gelegen dat die persoon een redelijk met de plaatselijke samenleving verband houdend belang heeft zich in de woningmarktregio of de gemeente Eemnes te vestigen. Een maatschappelijke binding wordt in ieder geval aangenomen ten aanzien van: - personen die tenminste zes jaar onafgebroken ingezetenen zijn in de gemeente Eemnes, dan wel gedurende de voorgaande tien jaar tenminste zes jaar onafgebroken ingezetenen zijn geweest van de gemeente Eemnes of; - personen die tenminste zes jaar onafgebroken ingezetenen zijn in de woningmarktregio, dan wel gedurende de voorgaande tien jaar tenminste zes jaar onafgebroken ingezetenen zijn geweest van de woningmarktregio. q. mantelzorg: hulp als bedoeld in artikel 1.1.1. van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; r. mantelzorgontvanger: degene die mantelzorg ontvangt; s. mantelzorgverlener: degene die mantelzorg verleent; t. onzelfstandige woonruimte: woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft en die niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte; u. regionale binding: ingezetene van de woningmarktregio; v. register van woningzoekenden: het inschrijfsysteem voor woningzoekenden van corporaties; w. standplaats: kavel, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten; x. taakstelling: aantal in opvangcentra of op gemeentelijke opvangplaatsen verkerende vergunninghouders in wier huisvesting per gemeente per kalenderhalfjaar dient te worden voorzien; y. urgentiecommissie: de onafhankelijke commissie die aan burgemeester en wethouders adviseert over urgentieverzoeken van woningzoekenden; z. urgentieverklaring: een door burgemeester en wethouders afgegeven verklaring inhoudende een toekenning van de urgentie; aa.vergunninghouder: (statushouder) vreemdeling die in Nederland een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft aangevraagd en als gevolg daarvan een verblijfsvergunning heeft ontvangen als bedoeld in artikel 8, onderdeel a, b ,c, of d van de Vreemdelingenwet 2000; bb.verhuurders: corporaties en particuliere verhuurders die professioneel woonruimte verhuren; ab. wet: Huisvestingswet 2014; cc.woningzoekende: een huishouden dat zich wil vestigen in de woningmarktregio en die in het in- schrijfsysteem als bedoeld in artikel 6 is ingeschreven; dd.woningmarktregio: Gebied dat vanuit het oogpunt van het functioneren van de woningmarkt als een geheel wordt beschouwd, bestaande uit de gemeenten Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Eemnes, Leusden, Nijkerk, Soest en Woudenberg; ee.zelfstandige woonruimte: woonruimte met een eigen toegang die door een huishouden kan worden bewoond zonder dat het huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woning. Artikel2Beslistermijn 1.Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 8 binnen acht weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is. 2.Burgemeester en wethouders kunnen hun beslissing voor ten hoogste acht weken verdagen. 3.Indien burgemeester en wethouders niet binnen de genoemde termijnen in het eerste of tweede lid beslissen, wordt de vergunning geacht te zijn verleend. HOOFDSTUK2VERDELING VAN WOONRUIMTE PARAGRAAF 1 WERKINGSGEBIED Artikel3Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte Woonruimten in eigendom van corporaties of van eigenaren die meer dan vier woonruimten verhuren met een huurprijs beneden de huurtoeslaggrens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag, mogen enkel voor bewoning in gebruik worden genomen of gegeven als daarvoor een huisvestingsvergunning is verleend. 1.Het is verboden zonder huisvestingsvergunning van burgemeester en wethouders een standplaats in gebruik te nemen of te geven. 2.Het eerste lid is niet van toepassing op: a.woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onder a tot en met c, van de Leegstandwet; b.onzelfstandige woonruimten en woonruimten gebruikt voor inwoning; c.bedrijfswoningen. Artikel4Toelatingscriteria Om toegelaten te worden tot de in artikel 3 genoemde woonruimten gelden de volgende voorwaarden: a.tenminste één van de leden van het huishouden is achttien jaar of ouder; b.de leden van het huishouden bezitten de Nederlandse nationaliteit of worden op grond van een wettelijke bepaling als Nederlander behandeld of zijn vreemdeling en hebben rechtmatig verblijf in Nederland als bedoeld in artikel 8, onderdelen a tot en met e en l van de Vreemdelingenwet 2000. Artikel5Criteria voor verlening huisvestingsvergunning Onverminderd het bepaalde in artikel 4, komen voor een huisvestigingsvergunning in aanmerking woningzoekenden: a.met een inkomen zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g van de Tijdelijke regeling diensten van algemeen economisch belang toegelaten instellingen volkshuisvesting, dan wel andere regeling op grond van de Woningwet; b.die voldoen aan de artikelen 12, 13, 14 en 15. PARAGRAAF 2 INSCHRIJVING WONINGZOEKENDEN Artikel6Inschrijfsysteem van woningzoekenden 1.Corporaties dragen in het kader van deze verordening zorg voor het aanleggen en bijhouden van een uniform inschrijfsysteem van woningzoekenden. 2.Zij stellen regels op over de wijze van inschrijving, registratie van gegevens, opschorting en einde van de inschrijving. 3.De woningzoekende ontvangt een bewijs van inschrijving en uitschrijving. 4.In dit inschrijfsysteem worden op hun verzoek als woningzoekenden ingeschreven: a.de huishoudens die een urgentieverklaring als bedoeld in artikel 19 bezitten; b.de huishoudens die voldoen aan de toelatingscriteria ingevolge artikel 4. 5.Een inschrijving wordt beëindigd als de woningzoekende via het systeem zoals genoemd artikel 3.1 woonruimte krijgt toegewezen. 6.Een woningzoekende behoudt, na toewijzing van de woning, 75% van de inschrijfduur. a.Dit onder de voorwaarde dat de woningzoekende zich binnen 12 maanden na beëindiging, zoals bedoeld in lid 5, opnieuw inschrijft. b.Bij echtscheiding of verbreken van een relatie geldt dat de laatst in de woning achterblijvende woningzoekende ofwel de woningzoekende die de sociale huurwoning leeg achterlaat, de inschrijfduur als bepaald in lid 6 krijgt. Artikel7Bekendmaking aanbod van woonruimte 1.Het aanbod van de in artikel 3 aangewezen woonruimte wordt in ieder geval bekendgemaakt door publicatie op een kosteloos toegankelijk gemeenschappelijk digitaal platform, tenzij de woning wordt gebruikt voor directe bemiddeling zoals bedoeld in deze verordening. 2.De bekendmaking bevat in ieder geval: a.het adres en de huurprijs van de woonruimte met vermelding van woningtype; b.de inkomensgrens als bedoeld in artikel 5; c.het label als bedoeld in artikel 12; d.de geldigheid van een urgentieverklaring; e.de methode van woningaanbieding. PARAGRAAF 3 PROCEDURE AANVRAAG HUISVESTINGSVERGUNNING Artikel8Aanvraag en inhoud huisvestingsvergunning 1.Een woningzoekende die reageert op een geadverteerde woning, doet daarmee tevens een aanvraag om een huisvestingsvergunning. 2.Bij de aanvraag worden de volgende gegevens gebruikt uit het inschrijfsysteem van woningzoekenden: a.naam, contactgegevens, leeftijd; b.omvang van het huishouden dat de nieuwe woonruimte gaat betrekken; c.huishoudinkomen; d.adres, naam van de verhuurder en huurprijs van de te betrekken woonruimte; e.beoogde datum van het betrekken van de woonruimte; f.indien van toepassing, een afschrift van de indicatie voor een woonruimte met een specifieke voorziening; g.indien van toepassing, de urgentiecategorie waartoe de aanvrager behoort. 3.De huisvestingsvergunning vermeldt in ieder geval: a.een aanduiding van de woonruimte waarop de vergunning betrekking heeft; b.aan wie de vergunning is verleend; c.het aantal personen dat de woonruimte in gebruik neemt; d.de voorwaarde dat de houder van de vergunning de woonruimte enkel binnen de in de vergunning genoemde termijn in gebruik kan nemen. 4.Burgemeester en wethouders zijn gerechtigd om bewijsstukken op te vragen. 5.Een huisvestingsvergunning is persoonsgebonden. Artikel9Vruchteloze aanbieding 1.Als de woonruimte door de verhuurder gedurende vier weken vruchteloos is aangeboden overeenkomstig artikel 7, kan de huisvestingsvergunning worden verleend aan een andere woningzoekende dan die ingevolge de artikelen 5, 12, 13, 14 of 15 voor die woonruimte in aanmerking komt. 2.De verhuurder moet de woonruimte in de in het vorige lid genoemde termijn ten minste tweemaal overeenkomstig artikel 7 hebben aangeboden. 3.De in het eerste lid genoemde termijn begint te lopen op de datum van de eerste publicatie overeenkomstig artikel 7. 4.Als de verhuurder aan burgemeester en wethouders aannemelijk kan maken dat hij de woonruimte op andere, gelijkwaardige wijze vruchteloos heeft aangeboden, wordt eveneens toepassing gegeven aan het in het eerste lid bepaalde. Artikel10Intrekking huisvestingsvergunning Burgemeester en wethouders kunnen een huisvestingsvergunning intrekken, indien: a.de houder van de vergunning de in de vergunning vermelde woonruimte niet binnen de gestelde termijn in gebruik heeft genomen; b.de vergunning is verleend op grond van door de houder van de vergunning verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren; c.indien zich overige gronden voordoen zoals genoemd in artikel 18 van de wet. PARAGRAAF 4 AANBIEDING EN RANGORDE Artikel11Methodes voor woningaanbieding 1.Woonruimte wordt aangeboden door middel van het aanbodmodel. 2.In afwijking van het eerste lid, kan de woonruimte via directe bemiddeling worden aangeboden aan vergunninghouders en overige woningzoekenden met een urgentieverklaring. Artikel12Labelen bij woningaanbieding 1.Woonruimte kan bij aanbieding overeenkomstig de tabel worden gelabeld voor aangewezen doelgroepen. Woningtype Aangewezen doelgroep Seniorenserviceflats 65+ers Woningen met specifieke voorzieningen (bijv. rolstoeltoegankelijk) 65+ers en mensen die zijn aangewezen op specifieke voorzieningen Aanleunwoningen en/of zorgwoningen Woningzoekenden met een zorgindicatie Woonruimten gesubsidieerd door de subsidie jongeren- en studentenhuisvesting Jongeren tot 23 jaar Jongerenwoningen tot de huurtoeslaggrens tot de leeftijd 23 jaar Jongeren tot 23 jaar Jongerenwoningen tot 28 jaar Woningzoekenden tot 28 jaar Woongroepwoningen Het bewonen van een zelfstandige woonruimte door een groep huishoudens, drie of meer, die geen gemeenschappelijke huishouding voeren, geen onderlinge huurrelatie hebben, maar wel om bestendig, voor onbepaalde tijd samen te wonen en een met een gezinsverband vergelijkbaar samenlevingsverband met elkaar aan te gaan. Atelierwoningen Personen met ambachtelijk/kunstzinnig beroep 4-of meerkamerwoningen Huishoudens van ten minste 2 personen 2.Wanneer zich geen kandidaten uit de aangewezen doelgroep als bedoeld in het tweede lid melden, kan de woonruimte aan andere woningzoekenden die op grond van deze verordening voor de woon- ruimte in aanmerking komen aangeboden worden. 3.In afwijking van het tweede lid kan er bij aanbieding van woningen in serviceflats voor senioren en bij aanleunwoningen worden afgeweken van de rangorde als bedoeld in de artikelen 13 en 14 en 15 indien zich een woningzoekende meldt op dat moment in hetzelfde complex al een woning huurt. 4.Voor de gevallen waarin dit artikel niet voorziet, zijn burgemeester en wethouders bevoegd om op voorstel van de verhuurder nadere labels op te stellen om tot een rechtvaardige verdeling van woonruimte te komen. Artikel13Voorrang bij economische of maatschappelijke binding 1.Van de in artikel 3 aangewezen categorieën woonruimte kan ten hoogste 50% van het aanbod met voorrang worden aangeboden aan woningzoekenden die economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan de woningmarktregio. 2.Van de in het eerste lid bedoelde aanbod kan ten hoogste de helft met voorrang worden aangeboden aan woningzoekenden die economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan de gemeente Eemnes. 3.Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor de huur van woonruimte met maximaal drie kamers geven burgemeester en wethouders voorrang aan een doorstromer met minimaal 1 jaar woonduur in Eemnes, als die een sociale huurwoning van een corporatie of toegelaten instelling, die zijn woningen verhuurt via het toewijzingssysteem, van minimaal 4 kamers achterlaat. Artikel14Rangorde woningzoekenden bij toewijzing en verlening huisvestingsvergunning bij het aanbodmodel 1.De rangorde van woningzoekenden bij het aanbodmodel is in geval van: a.Woonruimte die met voorrang wordt aangeboden aan woningzoekenden met binding aan de woningmarktregio: i.Woningzoekende met een geldige urgentieverklaring als bedoeld in artikel 19, die voldoet aan artikel 12; ii.Woningzoekende met de langste inschrijfduur die beschikt over een economische of maatschappelijke binding aan de woningmarktregio, overeenkomstig het bepaalde in artikel 13, eerste lid, die voldoet aan artikel 12; iii.Overige woningzoekenden op volgorde van de langste inschrijfduur, die voldoet aan artikel 12. b.Woonruimte die met voorrang wordt aangeboden aan woningzoekenden met binding aan de woningmarktregio en daarbinnen met voorrang aan woningzoekenden met binding aan de gemeente Eemnes: i.Woningzoekende met een geldige urgentieverklaring als bedoeld in artikel 19, die voldoet aan artikel 12; ii.Woningzoekende die een zelfstandige woning van een corporatie met minimaal vierkamers achterlaat in de gemeente Eemnes; iii.Woningzoekende met de langste inschrijfduur die beschikt over een economische of maatschappelijke binding aan de gemeente Eemnes, overeenkomstig het bepaalde in artikel 13, tweede lid, die voldoet aan artikel 12; iv.Woningzoekende met de langste inschrijfduur die beschikt over een economische of maatschappelijke binding aan de woningmarktregio, overeenkomstig het bepaalde in artikel 13 tweede lid, die voldoet aan artikel 12; v.Overige woningzoekenden op volgorde van de langste inschrijfduur, die voldoet aan artikel 12.c. Woonruimte die wordt aangeboden zonder voorrangsbepaling met betrekking tot economische of maatschappelijke binding. vi.Woningzoekende met een geldige urgentieverklaring als bedoeld in artikel 19, die voldoet aan artikel 12; vii.Overige woningzoekenden op volgorde van de langste inschrijfduur, die voldoen aan artikel 12 2.Indien een woningzoekende de aangeboden woonruimte niet accepteert, wordt de woonruimte aangeboden aan de eerstvolgende woningzoekende op de lijst, die voldoet aan artikel 12. Artikel15Rangorde woningzoekenden met een urgentieverklaring Woningzoekenden die beschikken over een geldige urgentieverklaring als bedoeld in artikel 19 worden ten opzichte van elkaar gerangschikt op volgorde van de oudste datering van de urgentieverklaring. Artikel16Eerste toewijzing van nieuwbouw Voor de eerste toewijzing van nieuwbouwwoningen komen woningzoekenden in aanmerking op grond van nader door burgemeester en wethouders te bepalen criteria. Burgemeester en wethouders peilen de meningen en gevoelens van de commissie Ruimte, voordat ze deze criteria vaststellen. PARAGRAAF 5 URGENTIE Artikel17Procedure en beoordeling urgentieverklaring 1.De woningzoekende die meent voor een urgentie op sociale of medische gronden in aanmerking te komen, dient een schriftelijke aanvraag in bij burgemeester en wethouders van de gemeente waar de urgente woonsituatie is ontstaan. 2.Het verzoek om een urgentieverklaring gaat in ieder geval vergezeld van de volgende gegevens: a.naam, contactgegevens, leeftijd; b.omvang van het huishouden van de verzoeker; c.aanduiding en motivering urgentiecategorie. 3.Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van de bepaling van de mate van urgentie aanvullende bewijsstukken opvragen. 4.Bij de beoordeling van het verzoek om een urgentieverklaring kunnen burgemeester en wethouders zich laten adviseren door een onafhankelijke urgentiecommissie. 5.Een aanvraag kan slechts voor één indicatiegrond tegelijk worden ingediend. Een aanvraag om toekenning van een indicatie voor urgentie waarover in het verleden reeds is beslist, wordt alleen dan in behandeling genomen indien er sprake is van gewijzigde feiten en omstandigheden. 6.Een urgentieverklaring vermeldt in ieder geval: a.De naam en contactgegevens van de woningzoekende; b.De datum van afgifte van de urgentieverklaring; c.Dat de urgentieverklaring alleen geldig is voor het woningaanbod in de gemeente Eemnes; d.Indien van toepassing de vermelding dat via directe bemiddeling een passende woning wordt. Artikel18Doelgroepen van urgentie 7.Een urgentieverklaring kan worden verstrekt in de volgende gevallen. - In aansluiting op het bepaalde in de Huisvestingswet voor de twee verplichte urgentiecategorieën: a.Maatschappelijke opvang; b.Mantelzorgurgentie. - Met het oog op gemeentelijke taakstellingen: c.Vergunninghouders met een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28 van de wet; d.Regionale uitstroom uit maatschappelijke instellingen; e.Lokale uitstroom uit maatschappelijke instellingen. - Woningzoekenden met een ernstige sociale problematiek: f.In geval van een relatiebeëindiging; g.In geval van aanzienlijke financiële problematiek; h.Bij dakloosheid door overmacht. - En verder: i.Medische urgentie; j.Herstructureringskandidaten; k.Plaatselijke brandweerlieden. 8.Burgemeester en wethouders kunnen een woningzoekende urgentie verlenen, als deze voldoet aan alle onderstaande voorwaarden: a.de woningzoekende is ingezetene; b.de woningzoekende beschikt over zelfstandige woonruimte in de gemeente Eemnes; c.De mate waarin er sprake is van een dusdanige noodsituatie van de woningzoekende dat – in afwijking van de reguliere wachttijd- een snellere oplossing van het huisvestingsprobleem noodzakelijk is; d.Zelfredzaamheid: de mogelijkheden en kansen die de woningzoekende heeft om zelf in huisvesting te voorzien waartoe mede wordt gerekend het hebben van inkomen en vermogen; e.Verwijtbaarheid: de mate waarin de woningzoekende blaam treft voor de ontstane situatie; en f.De woningzoekende heeft na het ontstaan van de noodsituatie die de aanleiding vormt voor de urgentieaanvraag zelf naar een oplossing gezocht en geen sociale huurwoning geweigerd. 9.De genoemde voorwaarden in artikel 12 zijn niet van toepassing op de volgende urgentiecategorieën a.Lid 2 b is niet van toepassing voor de urgentie brandweerlieden; b.Lid 2 a en b is niet van toepassing op urgenties op gronden van maatschappelijke opvang, mantelzorg, uitstroom maatschappelijke instellingen en vergunninghouders. 10.Criteria maatschappelijke opvang Het gaat hierbij om woningzoekenden die verblijven in een voorziening voor tijdelijke opvang voor personen die hun woning hebben moeten verlaten in verband met relationele problemen of geweld. Naar oordeel van de gemeente is er sprake van een dringend huisvestingsprobleem als uit de rapportage van een (erkende) hulpverleningsinstantie blijkt dat: a.de woonruimte is verlaten in verband met psychisch en/of fysiek geweld of bedreiging daarmee; b.terugkeer naar de woonruimte onmogelijk is; c.opvang plaatsvindt in een 24 uurs opvanginstelling en betrokkene hier reeds meer dan 21 dagen verblijft. 11.Criteria Mantelzorgurgentie 1.Een urgentie op grond van mantelzorg als bedoeld in lid 1 onder b, wordt verstrekt in de volgende gevallen: a.de aanvrager van de urgentie is diegene die wil verhuizen. Dit kan de mantelzorg ontvanger zijn of de mantelzorgverlener. b.de mantelzorgverlener krijgt geen geld voor de zorg en hulp die hij/zij geeft. c.het is aannemelijk dat de mantelzorgrelatie minimaal 1 jaar in stand blijft na het afgeven van de urgentieverklaring. d.de zorgtaken kosten de mantelzorgverlener minimaal 8 uur per week verdeeld over 4 dagen. e.de mantelzorgontvanger bewoont een zelfstandige woonruimte (extramuraal). f.de huidige reistijd tussen de mantelzorgontvanger en de mantelzorgverlener is minimaal 30 minuten met de auto (snelste route) of openbaar vervoer. g.de mantelzorgontvanger kan zich niet zelfstandig redden op minimaal drie van de volgende levensgebieden: 1.huishouden doen en het regelen van het dagelijks leven; 2.verplaatsen, vervoer en parkeren; 3.persoonlijke verzorging (eten, wassen, aankleden, naar toilet gaan); 4.lichamelijke gezondheid; 5.geestelijke gezondheid; 6.een verslaving; 7.het (ontbreken van) contact met familie, vrienden en kennissen; en/of 8.vrije tijd en dagbesteding. h.tijdens een gesprek met de mantelzorgontvanger en de mantelzorgverlener stelt de gemeente Eemnes vast of: i.sprake is van een mantelzorgrelatie; ii.wordt voldaan aan de bovenstaande criteria a t/m g voor mantelzorgurgentie; iii.een eventuele verhuizing bijdraagt aan een beter welzijn en eventuele gezondheid van de mantelzorgontvanger en mantelzorgverlener; iv.een eventuele verhuizing bijdraagt aan de zelfredzaamheid en het langer zelfstandig thuis blijven wonen van de mantelzorgontvanger omdat de mantelzorgverlener taken blijft uitvoeren. v.de verhuizing een wezenlijke bijdrage levert aan de taakverlichting van de mantelzorger. 2.Per mantelzorgsituatie wordt eenmalig één urgentie verleend. 12. Criteria Vergunninghouders Aan vergunninghouders wordt urgentie verleend overeenkomstig de voor de gemeente geldende taakstelling, zoals bedoeld in artikel 28 van de wet. 13.Criteria regionale uitstroom maatschappelijke instellingen 1.De bijzondere maatschappelijke doelgroep kan uitstromen naar een andere gemeente in de regio Amersfoort in plaats van de gemeente van herkomst wanneer sprake is van de volgende zwaarwegende redenen: -indien er sprake is van traumatische ervaringen die invloed hebben op het functioneren en die gekoppeld zijn aan de gemeente van regie/herkomst; -indien er sprake is van negatief netwerk in de gemeente van regie/herkomst wat de kans op terugval (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.