← Nederland

Besluit van burgemeester en wethouders van Woerden houdende een Vergunning-, Toezicht- en Handhavingsbeleidsplan 2023-2027 (VTH-beleidsplan2023-2027)

lege van burgemeester en wethouders van Woerden, besluit: 1. het VTH-beleidsplan Woerden 2023-2027 vast te stellen; 2. Het VTH-beleid Woerden 2019-2022 in te trekken; Inleiding Voor u ligt het Vergunn

ste prioritering Omgevingsrecht Aan-/uit-/bijgebouw, dakkapel, gevelwijziging (achtererfgebied) Laag (1,1) Aan-/uit-/bijgebouw, dakkapel, gevelwijziging (geen achtererfgebied) Laag (1,5) Bouwwerken geen gebouw zijnde (airco's, schotels, reclame) Laag (1,5) In strijd met bestemmingsplan voor kantoor/detailhandel Laag (1,6) Strijd met verkeers-/groen-/water-/natuur bestemming Laag (1,7) Top 5 hoogste prioritering APV en Bijzondere Wetten Artikel 2:25 - Evenementenvergunning C Hoog (3,0) Alcoholwet - Artikel 3 - Vergunning horecabedrijf of slijtersbedrijf Gemiddeld (2,7) Artikel 2:25 - Evenementenvergunning B Gemiddeld (2,5) Artikel 2:3 - Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen Gemiddeld (2,4) Artikel 2:28 - Exploitatievergunning Gemiddeld (2,4) Top

ste prioritering APV en Bijzondere Wetten Alcoholwet - Artikel 30 - Melding van wijziging vergunning Laag (0,4) Wet op kansspelen Laag (0,9) Artikel 4:6 - Overige geluidhinder Laag (1.5) Artikel 4:3 - Kennisgeving incidentele festiviteiten Laag (1.5) Artikel 5:7 - Parkeren van reclamevoertuigen Laag (1,5) 4. Strategieën, uitgangspunten en werkwijzen Om er als gemeente zorg voor te dragen dat het naleefgedrag onder inwoners en bedrijven verbetert en de kwaliteit van de leefomgeving verbetert, hanteert het VTH-team verschillende uitvoeringsstrategieën. Deze strategieën bevatten de belangrijkste uitgangspunten voor ons werk, geven aan hoe wij onze VTH-taken uitvoeren en hoe wij onze doelen en prioritaire werkwijze bereiken. In de figuur hieronder is de samenhang tussen de strategieën weergegeven. Ten opzichte van de vorige beleidsplannen zijn de strategieën herzien, mede door de verwachte inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wkb. De komende beleidsperiode gaan we de uitvoering van deze nieuwe strategieën monitoren en evalueren. Indien hiertoe aanleiding is, herzien we de strategieën. Hieronder volgt een nadere uitwerking van iedere uitvoeringsstrategie. De strategieën beschrijven onze manier van werken op hoofdlijnen door een opsomming van de belangrijkste uitgangspunten. Waar nodig gaan we na deze uitgangspunten nader in op specifieke werkwijzen en processen die horen bij de uitvoeringsstrategie. De strategieën vormen daarmee de basis voor de processen en werkwijzen, welke intern zijn beschreven. We streven ernaar om alle processen beschreven te hebben en vast te leggen in de tool Engage. PREVENTIE Eigen verantwoordelijkheid De verantwoordelijkheid voor naleving van regels ligt in eerste instantie bij burgers en bedrijven zelf. Door bewustwording bij inwoners en bedrijven te vergroten, zal de betrokkenheid en het draagvlak voor (spontane) naleving van wet- en regelgeving vergroten. Heldere regels Door duidelijke en heldere regelgeving op te stellen wordt betere naleving bevorderd. Een goede informatievoorziening zorgt voor betere bekendheid met de geldende wet- en regelgeving. Participatie en tijdige communicatie Communicatie en voorlichting spelen een belangrijke rol in de preventiestrategie. De gemeente biedt initiatiefnemers de mogelijkheid om de haalbaarheid van hun plannen te toetsen in een vooroverleg en betrekt belanghebbenden via het Participatiekader bij planvorming. Op die manier wordt geprobeerd om onenigheid later in het proces te voorkomen. Mediation en buurtbemiddeling In sommige situaties kan de inzet van een onafhankelijk mediation-traject uitkomst bieden voordat er juridische wegen worden bewandeld. Daarnaast is de gemeente aangesloten bij Kwadraad, een stichting die buurtbemiddeling in kan zetten. De gemeente onderzoekt de effectiviteit van mediation en buurtbemiddeling. Preventieve werking van sanctioneren Door consistent handhavend op te treden, wordt verondersteld dat het vooruitzicht op sancties een afschrikwekkende werking heeft en daarmee overtredingen voorkomen kunnen worden. VERGUNNINGEN Met vergunningverlening wordt de basis gelegd voor een goede uitvoering door de vergunninghouder. Hierbij hanteren we de volgende uitgangspunten. Ja, mits… We hebben een open houding voor maatschappelijk initiatief. Initiatieven worden beoordeeld op mogelijkheden. De beoordeling gaat uit van ‘Ja, mits…’ In plaats van ‘Nee, tenzij…’. We werken naar een vergunbare aanvraag toe, ‘op voorwaarde dat’ aan wet- en regelgeving voldaan kan worden. Hiermee werken we al volgens de principes van de Omgevingswet. Samen met onze inwoners, bedrijven, partners en andere teams binnen de gemeente Woerden dragen we actief bij aan verschillende opgaven binnen onze gemeente. Met als doel ervoor te zorgen dat de (hoogwaardige) kwaliteit van de omgeving geborgd blijft en verbeterd wordt. Duidelijkheid (communicatie) In het contact met onze inwoners en bedrijven zijn we duidelijk en transparant over ons gevoerde beleid. De gemeente Woerden heeft een open houding richting initiatieven. Anderzijds zijn initiatiefnemers in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor het (tijdig) indienen van een complete aanvraag en het creëren van draagvlak en acceptatie van de voorgenomen plannen bij belanghebbenden. We leggen zo helder en duidelijk mogelijk uit hoe procedures lopen, welke verwachtingen we hebben, wat initiatiefnemers van ons mogen verwachten en welk resultaat er bereikt zal worden. Risico-gestuurd De diepgang van de beoordeling van aanvragen is risicogestuurd. Afhankelijk van het ‘risico’ van de gevraagde activiteit(

  1. en)wordt de diepgang van de toetsing bepaald. Ook wordt op basis van de risicoclassificering soms voorrang verleend aan bepaalde aanvragen. Zo kan het bijvoorbeeld voorkomen dat de behandeling van aanvragen voor een evenementvergunning langer blijven liggen in het hoogseizoen van evenementen. We hebben een externe focus Onze focus is naar buiten gericht. Door inwoners en bedrijven te informeren, adviseren en te betrekken creëren we draagvlak en begrip. We treden actief naar buiten door vroegtijdige inzet op instrumenten als mediation en locatiebezoeken bij complexe aanvragen om vroegtijdig in contact te treden met belanghebbenden. Dit doen we waar nodig al vóór de formele vergunningaanvraag, bijvoorbeeld door de behandeling van initiatieven (omgevingsrecht) aan de intake/omgevingstafel, of door het plannen van een kennismaking indien een organisator of horecaondernemer nog niet bekend is bij de gemeente. Hieronder gaan we in op het wettelijke kader voor vergunningverlening, gevolgd door de werkwijzen en processtappen voor de behandeling van vergunningaanvragen en meldingen binnen het Omgevingsrecht en hierna ook voor APV en Bijzondere Wetten. Wettelijk kader De gemeente Woerden hanteert objectieve criteria voor het beoordelen van aanvragen omgevingsvergunning en het afhandelen van meldingen. De criteria komen zowel uit wettelijke bepalingen, als uit lokale beleidsregels en verordeningen. Zie de figuur hieronder voor een opsomming van de belangrijkste wet- en regelgeving. Dit is nadrukkelijk geen uitputtende lijst. Omgevingsrecht Werkwijze en proces vooroverleg Voordat een inwoner of ondernemer een vergunningaanvraag doet, kan bij de gemeente een dialoog worden aangevraagd via de intake- en/of de omgevingstafel. In deze procedure wordt gekeken of het initiatief (vanuit wet- en regelgeving bezien) wenselijk en haalbaar is. De gemeente begeleidt initiatiefnemers in dit proces. Wij gaan naast hen staan en delen onze kennis en ervaring. In het geval van complexe, grote of gevoelige bouwplannen kan de dialoog worden voortgezet in de omgevingstafel. Hierbij is gekozen om de casemanager het traject van omgevingstafel tot en met het besluit op de vergunningaanvraag te behandelen. Op de website van de gemeente wordt helder beschreven wat de procedure is voorafgaand aan het aanvragen van een omgevingsvergunning. Werkwijze en proces vergunningverlening Na binnenkomst van de aanvraag, volgen wij standaardwerkwijzen op hoofdlijnen, die per type vergunning kunnen verschillen. De processtappen van de standaardwerkwijzen zijn vastgelegd in het VTH-zaaksysteem. Het verloop van de afhandeling van vergunningaanvragen of meldingen wordt in dit systeem bijgehouden. In het algemeen ziet dit proces voor behandeling van de vergunningaanvraag eruit zoals hieronder beschreven. Als algemene leidraad voor de toetsing van vergunningen geldt dat uit de ingediende gegevens altijd voldoende aannemelijk moet zijn dat aan de geldende regelgeving wordt voldaan. # Processtap 1 Inboeken, registreren en eventueel digitaliseren van de aanvraag 2 Sturen ontvangstbevestiging 3 Casemanager omgevingsvergunning bepaalt: Bevoegd gezag; Uitgebreide of reguliere procedure; Publiceren aanvragen en (concept)beschikkingen (veelal via frontoffice); Overzicht bewaken over lopende procedures en de voortgang. 4 De casemanager is verantwoordelijk voor het afhandelen van de aanvraag: Toets volledigheid en ontvankelijkheid; (Vak)inhoudelijke toets aan relevante beoordelingskaders; Uitzetten bij interne- en externe adviseurs; Bewaken van de termijn; Aanspreekpunt voor de aanvrager en informeren aanvrager; Opstellen (concept)beschikking; Registratie. 5 Archiveren beschikkingen (analoog en digitaal) 6 Mogelijk bezwaar, beroep en hoger beroep, eventueel gecombineerd met een voorlopige voorziening Hieronder volgt een nadere toelichting op de voornaamste soorten vergunningen en meldingen. Bouwen Het Bouwbesluit 2012 geeft landelijk geldende regels voor de technische eisen waaraan bouwwerken dienen te voldoen. Het bevat voorschriften met betrekking tot het bouwen van bouwwerken uit het oogpunt van veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en milieu. Bij het toetsen van aanvragen voor de activiteit bouwen aan het Bouwbesluit 2012 leggen wij de nadruk op de onderdelen constructieve veiligheid, brandveiligheid en gezondheid. Qua diepgang van de beoordeling volgen we voor de activiteit bouwen een toetsingsprotocol uit het bouwbeleidsplan van de gemeente Woerden. Hierin is een risicoanalyse en prioritering opgenomen. Een constructeur (inhuur) controleert de constructieberekeningen die bij de aanvraag worden ingediend. Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt het Bouwbesluit vervangen voor het Bbl. De gemeente Woerden heeft een bouwverordening waarin nog een beperkt aantal voorschriften staan waaraan bouwwerken dienen te voldoen. Het gaat hier met name om normen en regels ten aanzien van de plaats van gevelaanzichten en rooilijnen voor zover bestemmingsplannen daarin niet voorzien. De verwachting is dat de bouwverordening met de komst van de Omgevingswet een nieuwe invulling zal krijgen of zal verdwijnen. De aspecten die de gemeente met deze verordening regelt, worden straks namelijk zoveel mogelijk ingebracht in het omgevingsplan onder het regime van de nieuwe Omgevingswet Planologische kaders De gemeente toetst iedere omgevingsvergunningaanvraag aan de geldende planologische kaders. Deze liggen voornamelijk vast in de geldende bestemmingsplannen. Doel hiervan is om de ruimtelijke kwaliteit te beschermen en te borgen. Indien een aanvraag niet past binnen de geldende planologische kaders, dan kan in bepaalde gevallen alsnog een vergunning verleend worden, bijvoorbeeld door middel van een binnenplanse of buitenplanse ontheffing. Zoals gezegd hanteren we hierbij de ‘ja, mits’ gedachte. Voor een objectieve toetsing maken we gebruik van het Afwijkingenbeleid van de gemeente Woerden. Daarin worden de mogelijkheden voor het verlenen van een afwijking beschreven. Welstand Plannen die voldoen aan de regels van het bestemmingsplan of waarvoor mogelijk kan worden afgeweken van die regels, worden vervolgens getoetst aan redelijke eisen van welstand, indien deze in een gebied zijn gelegen waar welstandstoetsing van toepassing is. Voor deze toets wordt gebruik gemaakt van de gemeentelijke welstandsnota en vastgestelde beeldkwaliteitsplannen. In deze stukken staan de welstandscriteria. In 2023 wordt door de gemeente Woerden gewerkt aan de actualisatie van de welstandnota die aansluit op de Omgevingswet. Daarnaast wordt de welstandscommissie vervangen voor een commissie ‘omgevingskwaliteit’, conform de Omgevingswet. Werkwijze en proces meldingen Voor meldingen van voormalige vergunningplichten (omgevingsrecht) geldt de grondslag van het Bal en Bbl. Het kan hier gaan om bouwmeldingen, sloopmeldingen, mobiel breken van bouw- en sloopafval en de gebruiksmelding (brandveilig gebruik). In tegenstelling tot vergunningaanvragen wordt bij meldingen alleen een beoordeling op volledigheid uitgevoerd. Wanneer de melding niet volledig is, wordt deze niet in behandeling genomen. De melder wordt hiervan op de hoogte gebracht. Meldingen worden via het DSO bij de gemeente ingediend of uitbesteed aan de VRH en ODRU. Bij de afhandeling van meldingen wordt een risico-gestuurde aanpak gehanteerd, waarbij de prioriteit wordt bepaald aan de hand van een risicoanalyse. Als er behoefte is aan inhoudelijk advies, vragen wij dit op bij onze ketenpartners. Wkb-meldingen (bouw- en gereedmelding) Met de inwerkingtreding van de Wkb verandert het toezicht op bouwactiviteiten. Gemeenten blijven verantwoordelijk voor het toezicht op de bestaande bouw en de bouw- en sloopveiligheid, en blijven het bevoegd gezag voor het bouwdomein. Bouwtoezicht voor gevolgklasse 1 bouwwerken wordt echter primair belegd bij private kwaliteitsborgers. Later zal dit ook gaan gelden voor gevolgklassen 2 en 3. De preventieve toetsing van het bouwplan aan de bouwregelgeving voorafgaand aan de bouw wordt vervangen door toetsing en toezicht door private kwaliteitsborgers op het bouwwerk zelf. Er zijn wel vaste momenten in het proces ingebouwd waarin de initiatiefnemer verantwoording moet afleggen aan de gemeente over de naleving van de bouwtechnische voorschriften, in de vorm van meldingen zoals de bouwactiviteit en de gereedmelding. In de basis gaan wij hiermee hetzelfde om als met de overige meldingen, door deze risico-gestuurd op te pakken. Als er lokaal gebonden risico’s zijn, dan worden deze gecontroleerd in het borgingsplan. Behandeling van deze meldingen gebeurt door onze toezichthouders. In de situatie dat er signalen of klachten bij het gemeentelijke bouwtoezicht binnenkomen over de bouwkwaliteit, het functioneren van de kwaliteitsborger of bij bijzondere lokale omstandigheden, dan kan de gemeente de bouw stilleggen en/of een controle op de bouwplaats uitvoeren. APV en Bijzondere wetten Werkwijze en proces vergunningverlening In de Algemene Plaatselijke Verordening heeft de gemeente de mogelijkheid om activiteiten die in de leefomgeving plaatsvinden aan extra regels te binden. Doel hiervan kan liggen in de bescherming van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid en/of de bescherming van het milieu. Voor een aantal activiteiten eist de APV expliciet dat vooraf een vergunning/ontheffing wordt aangevraagd of dat er een melding wordt gedaan. De vergunningen op basis van de APV of Bijzondere Wetten vindt plaats via de website (het ALO) en worden geregistreerd in het VTH-zaaksysteem. Er wordt daarbij gebruik gemaakt van standaard-aanvraagformulieren. In het algemeen ziet het proces voor vergunningverlening in het kader van de APV en Bijzondere Wetten eruit zoals hieronder beschreven. # Processtap 1 Inboeken, registreren en eventueel digitaliseren van de aanvraag 2 Sturen ontvangstbevestiging 3 Casemanager bepaalt: Bevoegd gezag; Publiceren aanvragen en (concept)beschikkingen (veelal via frontoffice); Overzicht bewaken over lopende procedures en de voortgang. 4 De casemanager is verantwoordelijk voor het afhandelen van de aanvraag: Toets volledigheid en ontvankelijkheid; Risicoclassificatie; (Vak)inhoudelijke toets aan relevante beoordelingskaders; Uitzetten bij interne- en externe adviseurs; Bewaken van de termijn; Aanspreekpunt voor de aanvrager en informeren aanvrager; Opstellen (concept)beschikking; Registratie. 5 Archiveren beschikkingen (analoog en digitaal) 6 Mogelijk bezwaar, beroep en hoger beroep, eventueel gecombineerd met een voorlopige voorziening 7 Evaluatie evenement Hieronder volgt een nadere toelichting op de voornaamste soorten vergunningen en meldingen. Evenementen Het evenementenbeleid is in 2017 geactualiseerd. De gemeente Woerden maakt onderscheid tussen een evenementenmelding en een evenementenvergunning. De evenementenvergunning is opgedeeld in drie categorieën evenementen, te weten A, B en C. •De evenementenmeldingen Hebben een beperkte impact op de directe omgeving en zijn alleen meldingsplichtig. Deze meldingen worden door de gemeente getoetst op elementen waarvoor een ontheffing of ander besluit nodig is. Dit kan bijvoorbeeld een verkeersbesluit zijn of een ontheffing in het kader van de Alcoholwet. Uiterste indieningsdatum betreft 10 werkdagen voorafgaand aan het evenement. •De A-evenementen Hebben een grotere impact op de directe omgeving dan de evenementenmelding en zijn vergunningplichtig. Aanvragen worden volledig getoetst, d.w.z. dat getoetst wordt op volledigheid, veiligheid en of er overlast beperkende maatregelen worden getroffen. Een complete vergunningaanvraag dient minstens 8 weken voorafgaand aan het evenement te worden ingediend. Het opstellen van een veiligheidsplan is niet verplicht, tenzij de gemeente hier om verzoekt. Indien er constructies zoals tribunes of tenten geplaatst worden, dan wordt advies gevraagd aan de constructeur en/of bouwinspecteurs. Een vooroverleg is niet verplicht, maar wel wenselijk als het een nieuw evenement betreft. •De B- en C-evenementen Hebben een grote(
  2. re)impact op de directe omgeving dan A-evenementen. Er dient een complete vergunningaanvraag minstens 12 weken voorafgaand aan het evenement te worden ingediend. Daarnaast is het opstellen en indienen van een veiligheidsplan verplicht. De gemeente organiseert een vooroverleg en evaluatiegesprek met organisator en relevante partijen, zoals bijvoorbeeld politie en VRU. Bij C-evenementen vindt tevens een voorschouw van het evenement plaats, zodra het evenement is opgebouwd. Hierbij zijn naast organisator en de gemeente ook betrokken hulpdiensten aanwezig. Indien er constructies zoals tribunes of tenten geplaatst worden, dan wordt ook hier advies gevraagd aan de constructeur en/of bouwinspecteurs. Horeca-exploitatievergunning (Hex) Voor de exploitatie van een openbare inrichting is op grond van de APV een vergunning van de burgemeester vereist. In de APV staan tevens categorieën genoemd waarvoor de vergunningplicht niet geldt. In de APV staan de toetsingsgronden vermeldt. Er wordt onder andere gekeken naar het bestemmingsplan, de leeftijd en het levensgedrag van de ondernemer en de leefbaarheid in de directe omgeving van de openbare inrichting. Zodra een aanvraag ontvankelijk is en de benodigde adviezen zijn ontvangen, wordt deze inhoudelijk beoordeeld en vindt besluitvorming plaats. Een exploitatievergunning is persoonsgebonden en niet overdraagbaar. Alcoholwet De Alcoholwet vereist dat ieder bedrijf of iedere instelling die alcoholhoudende dranken schenkt en/of verkoopt voor gebruik ter plaatse hiervoor een vergunning heeft. Voor slijterijen, waar alcohol verkocht wordt met een promillage van meer 15% voor gebruik elders dan ter plaatse geldt eveneens een vergunningplicht. De Alcoholwet bepaalt uitputtend welke bijlagen bij de aanvraag om vergunning gevoegd moeten worden. Elke aanvraag wordt volledig getoetst en zo nodig worden er voorschriften aan de vergunning verbonden. De inrichting wordt steekproefsgewijs gecontroleerd op de inrichtingseisen door een bouwtoezichthouder. Wet op de Kansspelen (WOK) Voor de behandeling van een aanvraag voor een aanwezigheidsvergunning voor speelautomaten, een loterij- of bingovergunning wordt de WOK gevolgd. De vergunning is persoonsgebonden en wordt voor onbepaalde tijd verleend. Wet Bibob De Wet Bibob (Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur), geeft de gemeente de mogelijkheid om de achtergrond van een bedrijf of persoon te laten onderzoeken. Als er ernstig gevaar dreigt dat de vergunning of de subsidie wordt misbruikt voor criminele activiteiten, dan kan de gemeente de aanvraag weigeren of de afgegeven vergunning of subsidie intrekken. In 2021 is door de gemeente Bibob-beleid vastgesteld. Bij exploitatievergunningen wordt altijd een Bibob-toets uitgevoerd. Uitzonderingen zijn minimale wijzigingen. Bij evenementen wordt aan de hand van de omstandigheden beoordeeld of een Bibob-toets benodigd is. Het Bibob-beleid is daarin leidend. Standplaatsvergunning De gemeente beschikt over vaste standplaatsen, incidentele standplaatsen en marktstandplaatsen. Voor standplaatsen geldt een maximumstelsel per locatie, branche en tijdstip. De verdeling van de standplaatsen vindt plaats via het Standplaatsenbeleid. Daarin is opgenomen dat standplaatsen verdeeld worden volgens een selectiestelsel. Daarnaast wordt de aanvraag om de standplaatsvergunning getoetst aan het toetsingskader in de APV. Precariovergunning Jaarlijks wordt een groot aantal precariovergunningen aangevraagd. Dit zijn vergunningen voor het tijdelijke gebruik van gemeentegrond. Deze worden beoordeeld op basis van het toetsingskader van de APV. Als uit de eerste beoordeling blijkt dat een aanvraag impact heeft op verkeer, groen, werkzaamheden of bestrating, dan vindt nader overleg plaats met de betreffende afdeling. TOEZICHT Hieronder volgen eerst de belangrijkste uitgangspunten voor toezicht, waarna we nader in gaan op bijbehorende werkwijzen. Ogen en oren Doordat de toezichthouders dagelijks in de gemeente aanwezig zijn, zien en voelen ze wat er zich afspeelt, houden ze contact met de burgers en ondernemers en kunnen ze vroegtijdig problematiek signaleren bij interne of externe samenwerkingspartners. Gebiedsgericht Ieder dorp/kern heeft haar eigen kenmerken en prioriteiten. Onze toezichthouders werken gebiedsgericht. De toezichthouders zijn vaste aanspreekpunten binnen de rayons, zijn zichtbaar in de betreffende gebieden en zijn bekend met zowel onze inwoners en bedrijven als ook met de omgeving van het betreffende gebied. Bij het houden van toezicht kunnen zij daardoor inspelen op de specifieke kenmerken en prioriteiten die op het betreffende gebied van toepassing zijn. Integraal en/of themagericht Onze toezichthouders voeren het toezicht zo integraal mogelijk uit. Dit betekent dat onze toezichthouders zoveel mogelijk signaleren en controleren met elkaar (ook met partners), voor elkaar (ook voor partners) of na elkaar. Daarbij hebben ze tevens een integrale signaalfunctie: ze kijken breder dan alleen de aangevraagde activiteit. Ook wordt er themagericht/projectmatig toezicht uitgevoerd. Informatie- en risico-gestuurd Het toezicht is informatie- en risico-gestuurd en op basis van prioriteiten. Afhankelijk van de ‘risico’s’ van de gecontroleerde activiteit(
  3. en)wordt de diepgang van het toezicht bepaald. Naleefgedrag Bij de uitvoering van onze VTH-taken stimuleren wij de (eigen) verantwoordelijkheid van inwoners en bedrijven. Dit doen we door bij het uitvoeren van controles in overleg te gaan en de wet- en regelgeving uit te leggen, (integraal) te adviseren en aan te geven wat wordt verwacht. Het naleefgedrag is van invloed op de controlefrequentie. De controlefrequentie bij gecontroleerden met goed naleefgedrag is lager dan bij inwoners en bedrijven die dit minder of niet laten zien. Toelichting op risico-gestuurd toezicht Aan de hand van een risicoanalyse (zie bijlage 1) worden activiteiten geprioriteerd en dit bepaalt hoe het toezicht wordt uitgevoerd.4 Zoals in hoofdstuk 3 (Risicoanalyse en prioritering) reeds toegelicht, werken de boa’s informatie-gestuurd. Dit houdt in dat de inzet van boa’s bepaald wordt aan de hand van meldingen of signalen uit de wijken.. De planning van de inzet is geborgd in een separaat uitvoeringsplan. Hierdoor zal de gemeente niet altijd handelend optreden bij elke klacht of verzoek of kan dit betekenen dat niet iedere vergunning leidt tot toezicht of dat de momenten waarop toezicht plaatsvindt risico-gestuurd worden bepaald. Als sprake is van een mogelijke acute situatie, dan wordt uiteraard wel actie ondernomen. Welke soorten toezicht hanteren wij? Wij hanteren de volgende toezichtvormen: 1. Toezicht op vergunningen en meldingen Hieronder valt toezicht op verleende omgevingsvergunningen tijdens de uitvoeringsfase. Qua diepgang van de beoordeling volgen we voor de activiteit bouwen de risicomatrix van de vereniging Bouw- en Woningtoezicht (BWT). Deze bevat een risicoanalyse en prioritering. Hieruit blijkt of toezicht nodig is en op welke momenten in het bouwproces. 2. Thematisch/projectmatig toezicht Als er vanuit bestuurlijke wensen of calamiteiten bepaalde thema’s, objecten en/of gebieden een hoge prioriteit krijgen en projectmatig opgepakt worden, dan werken wij dit uit in het jaarverslag en zo nodig in het uitvoeringsprogramma. 3. Toezicht o.b.v. klachten of meldingen Schriftelijke verzoeken om handhaving die voldoen aan het bepaalde in de Algemene Wet bestuursrecht handelen we in principe conform de hiervoor geldende regels af. Bij de afhandeling van de verzoeken om handhaving en klachten zijn de in dit beleidsplan genoemde prioriteiten in de handhaving leidend. Ook speelt het uitgangspunt dat de verantwoordelijkheid veel meer bij de burgers en de bedrijven ligt een belangrijke rol bij de afweging van de beslissing op de klacht en het verzoek. Dit betekent dat de gemeente zich niet bij elke klacht/verzoek geroepen zal voelen om op te treden maar de verantwoordelijkheid voor het oplossen hiervan bij de burger en het bedrijf zal leggen. Waar mogelijk moedigen wij een traject via mediation of buurtbemiddeling aan. Op anonieme meldingen wordt in beginsel niet gereageerd. 4. (integraal) signaaltoezicht Toezicht waarbij een toezichthouder een signaal doorgeeft als de geconstateerde overtreding buiten zijn expertise valt, heet signaaltoezicht. Door deze manier van werken aan te houden beogen wij een integrale koppeling van de verschillende VTH-taken in de openbare ruimte en de bouw- en milieutaken. Signaaltoezicht is een overkoepelende vorm van toezicht en kan worden toepast bij elk van de hierboven beschreven vormen van toezicht. Hoe wordt toezicht gerapporteerd? De doorlopen stappen en genomen beslissingen worden door de toezichthouders verifieerbaar en transparant opgeslagen in ons zaaksysteem. De mate en de inhoud van de rapportage is afhankelijk van het toetsingsniveau dat hierbij wordt gehanteerd. Het controlerapport wordt niet actief gedeeld met betrokkenen en wordt alleen openbaar gemaakt op verzoek van belanghebbenden of in het kader van juridische procedures. HANDHAVING Hieronder volgen eerst de belangrijkste uitgangspunten, waarna we nader in gaan op bijbehorende werkwijzen. We leveren maatwerk We hebben oog voor de mens achter de overtreding. We vinden het belangrijk om op een zo constructief mogelijke en waar mogelijk informele manier in gesprek te gaan met overtreders en andere belanghebbenden. We hanteren de menselijke maat. We leveren maatwerk waar dit mogelijk en/of acceptabel is. De concrete feiten en omstandigheden zijn daarvoor bepalend. Op basis hiervan kan worden bepaald welke aanpak het beste is en welke handhavingsmaatregelen hierbij het best aansluiten. Ernstige overtredingen, waarbij de veiligheid of gezondheid in het geding is, worden echter altijd gesanctioneerd. Handhaving is het sluitstuk Bij verzoeken om handhaving en klachten wijzen we onze inwoners op de mogelijkheid van mediation of buurtbemiddeling. Handhaving komt pas aan de orde in die gevallen dat in het (informele) voortraject niet tot de gewenste oplossing wordt gekomen en/of de overtreder en/of belanghebbende niet bereid is om mee te werken. In de gevallen waar er geen bereidheid is tot medewerking, of de gewenste oplossing niet geboden kan worden, wordt overgegaan tot het (formele) handhavingstraject. We werken volgens het programma Gemeenten hebben te maken met een groot aantal handhavingstaken. Dit zorgt ervoor dat het niet mogelijk is voor gemeenten om elke handhavingstaak op hetzelfde niveau uit te voeren. De beschikbare capaciteit en middelen brengen met zich mee dat er keuzes gemaakt moeten worden, wat doen we wel en wat doen we (
  4. nu)niet? Daarom vindt handhaving programmatisch plaats. Dit houdt in dat de handhaving op grond van een risicoanalyse plaatsvindt. Geprioriteerd werken (handhaven) Als bevoegd gezag is het onze taak om bij overtredingen de beginselplicht tot handhaven toe te passen, waarbij het doel is om de overtreding weg te nemen en/of herhaling in de toekomst te voorkomen. Hierbij maken wij per overtreding een gedegen afweging en hanteren wij een prioritering op basis van de risicoanalyse. Dit betekent dat wij niet overal tegelijkertijd kunnen zijn en dus een evenwichtig handhavingsbeleid moeten voeren waarbij we onze handhavingscapaciteit inzetten op zaken met de hoogste prioriteit. Het is belangrijk om te benadrukken dat prioritering in toezicht- en handhavingstaken op basis van de risicoanalyse niet onder gedogen valt. Het is onmogelijk om alles te handhaven, dus het evenwichtige handhavingsbeleid leidt tot de inzet van onze handhavingscapaciteit op zaken met de hoogste prioriteit. In gevallen waarin wij ervoor kiezen om bepaalde overtredingen niet actief te handhaven, betekent dit niet dat wij deze overtredingen gedogen. Handhaving blijft mogelijk in gevallen waarin er bijvoorbeeld een klacht wordt ingediend of als de resultaten van een steekproef aanleiding geven tot controle van de gehele branche. Aangezien de gemeente een voorbeeldfunctie heeft naar haar burgers en bedrijven toe, geldt deze werkwijze in het bijzonder voor overtredingen gemaakt door de eigen organisatie of medeoverheden. Uniforme aanpak Om uniformiteit in onze handhavingsaanpak te waarborgen, gebruiken wij de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (hierna: LHSO). Deze strategie is een afwegingsinstrument voor de uitvoerders van handhaving en stelt ons in staat om de overtreding in een interventiematrix te plaatsen en passende maatregelen te nemen. Daarnaast maakt de LHSO afstemming tussen de verschillende handhavingspartners mogelijk, zoals de politie en het Openbaar Ministerie. Richtlijn dwangsombedragen en begunstigingstermijnen De gemeente heeft bij het bepalen van de hoogte van de dwangsom en de begunstigingstermijn een ruime mate van beleidsvrijheid. In het licht van rechtszekerheid en het gelijkheidsbeginsel wil de gemeente op een uniforme wijze tegen overtredingen optreden. Daarom stelt zij een richtlijn voor dwangsombedragen en begunstigingstermijnen vast. Dit geeft duidelijkheid en transparantie over de hoogte van dwangsommen en begunstigingstermijnen in relatie tot overtredingen. Door onze prioritering en uniforme aanpak van handhaving hopen wij een effectief en efficiënt toezicht te kunnen houden en bij te dragen aan een veilige en gezonde leefomgeving voor iedereen. GEDOGEN Gedogen betekent dat een instantie die de wettelijke bevoegdheid heeft om op te treden tegen een overtreding, er toch voor kiest om niet op te treden. In beginsel handhaven Voor de gemeente is het uitgangspunt om wel op te treden, en het gedogen van overtredingen is daarom een uitzondering. Gedogen wordt zoveel mogelijk beperkt in omvang en/of tijd Uitzonderlijke situaties We gedogen alleen in uitzonderlijke situaties. Zoals wanneer handhaving zou leiden tot onbillijkheid (bijvoorbeeld: overmacht, overgangssituatie, tijdelijke overtreding, experiment, disproportionaliteit, nieuwe wet- en regelgeving). Of als het belang dat beschermd moet worden duidelijk beter gediend is met gedogen (rekening houdend met andere belangen). Zorgvuldige belangenafweging De gemeente streeft ernaar om het gedogen zo veel mogelijk te beperken. Dit betekent dat er altijd een zorgvuldige afweging moet worden gemaakt tussen het belang van handhaving en het belang van gedogen. Gemotiveerd en gecontroleerd Als er toch wordt besloten om te gedogen, dan moet dit goed worden gemotiveerd en er moet controle plaatsvinden om te voorkomen dat er misbruik wordt gemaakt van deze uitzondering. De gedoogbeschikking zelf moet duidelijke en concrete voorschriften bevatten en voldoen aan de vereisten (voor het nemen) van een besluit. 5.Borging van de uitvoering In dit laatste hoofdstuk gaan we in op de uitvoering van onze VTH-taken. In jaarlijkse uitvoeringsprogramma's en jaarverslagen beschrijven we hoe we samenwerken met VTH-partners, hoe we de realisatie van onze doelen willen monitoren en bespreken we de details van de samenwerking in de regio. In Paragraaf 5.1 wordt de organisatie en middelen behandeld, paragraaf 5.2 gaat in op de monitoring en evaluatie. 5.1Organisatie en middelen Financiële middelen Om de VTH-taken vanuit het Omgevingsrecht, de APV en Bijzondere Wetten uit te kunnen voeren en de beleidsdoelen te realiseren, zijn financiële en personele middelen nodig. Het benodigde budget is geborgd in onze programmabegroting. Personele middelen Het Omgevingsbesluit stelt eisen aan de kwaliteit van de uitvoering van de VTH-taken. Deze kwaliteitscriteria bestaan uit twee elementen, namelijk de procescriteria en de eisen aan de kritieke massa (kwaliteitscriteria 2.3). De procescriteria stellen eisen die er zorg voor dragen dat er een sluitende beleids- en uitvoeringscyclus ontstaat, zodat resultaatgericht gestuurd kan worden. Er worden ook eisen gesteld ten aanzien van vakmanschap voor de uitvoering van de VTH-taken. Zij beschrijven de minimale kwaliteitseisen op verschillende indicatoren. Deze indicatoren zijn opleiding, kennis, ervaring, frequentie van uitvoeren (aantal ‘vlieguren’) en menskracht. Er is hierbij onderscheid gemaakt tussen 28 verschillende deskundigheidsgebieden. Ter voorbereiding op de Omgevingswet zijn de landelijke eisen aan de kritieke massa aangepast. Hiernaast is ook het formatieoverzicht van de gemeente Woerden overgenomen, met het aantal FTE in 2023. Team VTH FTE Omgevingsloket 2,17 Vergunningverleners APV en Bijzondere Wetten 3,17 Vergunningverlener Wabo (incl. constructeur en bouwbesluittoetser) 7,11 Toezichthouder 3,29 Juridisch adviseur toezicht en handhaving 2 Applicatiebeheer VTH 0,89 Boa’s 4 Beleidsmedewerker VTH 0,44 Totaal 22,97 Kwaliteitsverordening Woerden 2023 Wij zijn verplicht een verordening te hebben waarin de kwaliteit van VTH-taken wordt geborgd. In deze verordening is opgenomen welke eisen wij stellen aan de uitvoeringsorganisaties en of zij voldoen aan de kwaliteitscriteria en een motivatie wanneer zij daarvan afwijken. Wij hebben hiervoor de nieuwe Verordening uitvoering en handhaving (omgevingsrecht) Woerden 2023 vastgesteld. Uitvoering proces De werkwijzen van vergunningverlening, afhandeling van meldingen en toezicht en handhaving worden vastgelegd in de VTH-applicatie. Deze werkwijzen zijn bekend gemaakt bij alle betrokken medewerkers en zijn geborgd binnen de organisatie. Nieuwe medewerkers worden ingewerkt aan de hand van deze handleiding van deze applicatie. Ook deze werkprocessen zijn veranderd door de komst van de Omgevingswet en Wkb. Daarom zullen we deze de komende beleidsperiode monitoren en aanpassen op basis van getrokken lessen. Scheiding van functies Om de objectiviteit van onze werkzaamheden te waarborgen, hanteren we binnen de gemeente Woerden een strikte scheiding tussen vergunningverlening en toezicht en handhaving. Dit houdt in dat de behandelaar van een vergunningaanvraag geen toezicht houdt op de uitvoering daarvan. Ook bij toezicht en handhaving is er een duidelijke functiescheiding. De toezichthouder die een overtreding constateert, draagt het dossier over aan een jurist voor het opleggen van sancties. We stimuleren wel de samenwerking tussen de verschillende rollen, zodat kennis voldoende wordt gedeeld en de kwaliteit van de gehele VTH-keten gewaarborgd blijft. Afstemming interne en externe partners Een goede samenwerking tussen de gemeente en haar partners is van belang. Samenwerking levert kwalitatief sterkere adviezen op die zijn gebaseerd op gedeelde informatie en uitgangspunten en dit draagt daardoor in grote mate bij aan de klantbeleving van de dienstverlening. Deze afstemming is van wezenlijk belang voor een eenduidige, uniforme toetsing en het optreden naar buiten toe. Hiervoor zijn werkprocessen opgesteld en werkafspraken gemaakt. Afstemming en adviesmomenten zijn verwerkt in deze werkprocessen en -afspraken. Zo zorgen we ervoor dat we communiceren als ‘één overheid’. De werkprocessen en -afspraken die de organisatie aangaan worden intern vastgelegd. Deze dynamische uitwerking is een reactie van de organisatie op de bestuurlijke keuzes in dit beleidsplan. De onderdelen van dit VTH-beleid die gaan over de strafrechtelijke handhaving hebben wij afgestemd met de politie en het Openbaar Ministerie. Waar multidisciplinaire of integrale controles niet mogelijk zijn werken wij zoveel mogelijk met signaaltoezicht. Dat houdt in dat als wij tijdens controles voor andere bevoegde gezagen relevante zaken constateren, wij hen daarover zullen informeren. Daarnaast wisselen wij onderling informatie uit. Ook hebben wij met verschillende ketenpartners – onder andere de Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU), Veiligheidsregio Utrecht (VRU), de Provincie Utrecht, het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, de GGD, de politie en het OM en woningcorporaties – afspraken gemaakt over de afstemming en samenwerking op het gebied van VTH-taken. Een volledig overzicht van de samenwerking met onze ketenpartners is opgenomen in bijlage 3. Bereikbaarheid Volgens Omgevingswet artikel 13.9 lid 2 sub d van het Omgevingsbesluit moet de gemeentelijke organisatie ook buiten de gebruikelijke kantooruren bereikbaar en beschikbaar zijn voor het melden van acute klachten, het behandelen van incidenten (toezicht en handhaving). Om dit te waarborgen heeft de gemeente verschillende piketregelingen. Milieu en bedrijven: Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU) via telefoonnummer 088 – 022 5000 (tijdens kantoortijden) of 0800 – 022 55 10 (buiten kantoortijden). Bouwen: via omgevingsloket@woerden.nl of telefonisch via 14-0348. Calamiteiten: via telefoonnummer 14-0348. 5 Voor het handelen bij calamiteiten en rampen wordt verwezen naar de staande crisisorganisatie. Op de volgende pagina gaan we in op de monitoring en evaluatie. 5.2 Monitoring en evaluatie De gemeente Woerden is een lerende organisatie. We spelen in op ontwikkelingen en hebben doorlopend aandacht voor kwaliteit. Om dit te borgen doorlopen we een structurele monitorings- en evaluatiecyclus. We hanteren daarbij de Plan – Do – Check – Act- cyclus. Hiermee zorgen we voor deugdelijke managementinformatie. Met deze managementinformatie kunnen we continue sturen op de kwaliteit van onze dienstverlening. Het VTH-team hanteert het PDCA-model als instrument om de BIG8-cyclus, die hoort bij de wettelijke procescriteria (zie de inleiding van voorliggend document), uit te voeren. Daarmee sluit de VTH-beleids- en uitvoeringscyclus ook goed aan binnen de bredere organisatie van de gemeente. Hieronder is beschreven hoe deze cyclus van monitoring en evaluatie in het VTH-team is ingericht. Uitvoeringsprogramma (plan) Jaarlijks wordt het VTH-beleidsplan uitgewerkt in een concreet uitvoeringsprogramma voor vergunningverlening, toezicht en handhaving. Het uitvoeringsprogramma bevat de werkvoorraad, prioriteiten, doelen, activiteiten en methoden op operationeel niveau en fungeert als actieplan voor het komende jaar. In de monitoringstool wordt vastgelegd welke acties dat jaar worden uitgevoerd om de voortgang van de doelen uit het beleidsplan over meerdere jaren te kunnen monitoren. Het uitvoeringsprogramma geeft ook aan hoe de (financiële en personele) middelen van dat jaar worden ingezet en vergelijkt deze met de beschikbare capaciteit en de werkvoorraad. Eventuele verschillen hierin worden geanalyseerd en kunnen leiden tot aanpassingen in het plan. Het uitvoeringsprogramma wordt ter kennisname naar de gemeenteraad en naar het Interbestuurlijk Toezicht van de provincie (IBT) gestuurd.6 Zie voor meer informatie: bijlage 3, Samenwerking Ketenpartners. Uitvoering (
  5. do)In het uitvoeringsprogramma wordt de basis gelegd voor het komende jaar. Daarin gaan we aan de slag met de uitvoering van onze taken en voeren we de verbeteracties uit. Om een uniforme werkwijze te borgen hebben we werkprocessen beschreven en vastgelegd in een tool. We borgen dat deze processen en werkwijzen actueel blijven, door een procesbewaker binnen het team aan te stellen en hier in de jaarlijkse evaluatie aandacht aan te schenken. Tot slot komen de processen en werkwijzen als vast onderdeel terug in de inwerk- en bijscholingsprogramma’s voor respectievelijk nieuwe en huidige medewerkers. Het Omgevingsbesluit stelt eisen aan de kwaliteit van de uitvoering van de VTH-taken (kwaliteitscriteria 2.3), waaronder op het gebied van de ‘kritieke massa’. De eisen voor kritieke massa gaan over voldoende opleiding, ervaring en kennis binnen de organisatie en het onderhouden en borgen daarvan. Dit laatste doen wij middels een interne monitoringscyclus gericht op de kritieke massa. We organiseren de benodigde opleiding, training en kennisverwerving intern waar mogelijk. Waar nodig trekken we op met het gemeentelijk samenwerkingsverband ‘De Groene Hart Academie’ voor gezamenlijke trainingen. Monitoring (check) Door de inrichting van een monitorings- en evaluatiecyclus in de werkwijze en de systemen realiseren en borgen wij deugdelijke managementinformatie over het verloop van de uitvoering. Om hiertoe te komen worden KPI’s geformuleerd (zie paragraaf 2.2 Doelstellingen). We maken gebruik van de mogelijkheden van het datawarehouse om jaarlijks via een overzichtelijk dashboard te rapporteren. Daarbij zetten we in op eenvoud, zodat vergelijkingen van data over verschillende jaren mogelijk is en blijft. Om de voortgang consequent aandacht te geven organiseren we een maandelijks overleg tussen de coördinatoren of senioren van de verschillende clusters met de teammanager, procesbewaker en beleidsmedewerker. In het maand- en tertiaal-overleg rapporteert de teammanager over de voortgang, ontwikkelingen en trends. In deze periodieke rapportering sturen we op een integrale samenwerking tussen beleidsmedewerker, businesscontroller en betrokken clusters. Jaarverslag (act) Evaluatie is nodig om te beoordelen of het gevoerde beleid effectief is en of het uitvoering geeft aan de gestelde prioriteiten en doelen. Op grond van de analyses en resultaten uit de monitoringsfase kan worden bepaald of eerdere maatregelen en plannen moeten worden bijgestuurd. Jaarlijks rapporteren wij in het jaarverslag over de uitvoering van het vastgestelde uitvoeringsprogramma. Hierbij beoordelen we in ieder geval of: voorgenomen activiteiten uit het uitvoeringsprogramma zijn uitgevoerd; de uitvoering van deze activiteiten uit het uitvoeringsprogramma heeft bijgedragen aan de voortgang van de beleidsdoelen uit het VTH-beleidsplan; de gemeten resultaten in de monitoringsfase aanleiding geven om bij te sturen; we het VTH-beleidsplan (mede op basis van bovenstaande) eventueel moeten aanpassen. De monitoringstool (zie bijlage 2) wordt gebruikt om de eerste twee punten te evalueren. De evaluatie wordt vastgelegd in een jaarverslag en gebruikt voor het uitvoeringsprogramma van het volgende jaar. Periodiek, maar in ieder geval nadat een beleidsperiode is verstreken, wordt het VTH-beleidsplan geëvalueerd. Dit om te beoordelen of: vastgestelde beleidsdoelen uit het VTH-beleidsplan zijn bereikt; de voorgenomen activiteiten uit het uitvoerings- en handhavingsbeleid zijn uitgevoerd; er aan de afspraken is voldaan met externe partijen; er eventueel aanpassing nodig is van het staande VTH-beleid. Deze evaluatie kan de basis vormen voor nieuw op te stellen VTH-beleid. Het geeft inzicht in de bijdrage van het uitgevoerde beleid aan de gestelde visie en doelen en het naleefgedrag. De gegevens kunnen aanleiding geven om de risicoanalyse aan te passen en doelen bij te stellen. Op deze manier borgt het VTH-team ook voor aankomende jaren weer een zo goed mogelijke uitvoering van haar taken. Dit alles voor het behoud en de bevordering van de vitale en veilige leefomgeving van Woerden. Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders in hun vergadering van 4 juli 2023De secretaris, De burgemeester, M.H. Brander V.J.H. Molkenboer Bijlage1| Risicoanalyse en prioritering Activiteiten toezicht en handhaving voor Omgevingsrecht Strijd met of zonder benodigde bouwvergunning Categorie Veilig heid Volks gezondheid Kwaliteit v.d. leefomgeving Imago Gem. effect slecht naleefgedrag Kans op slecht naleefgedrag Prioriteits score Prioriteit Aan-/uit-/bijgebouw, dakkapel, gevelwijziging (geen achtererfgebied) 1,0 0,5 2,5 1,5 1,4 Komt soms voor 1,

Aan-/uit-/bijgebouw, dakkapel, gevelwijziging (achtererfgebied) 0,5 0,5 1,5 1,0 0,9 Komt vaak voor 1,1 Laag Illegale (ver)bouw maatschappelijke gebouwen; (kinder)dagverblijven, BSO, scholen, zorg, sport 3,5 3,0 1,5 3,0 2,8 Komt zelden voor 2,8 Gemiddeld Illegale (ver)bouw bedrijfspanden 3,0 2,5 2,0 2,0 2,4 Komt soms voor 2,5 Gemiddeld Illegale (ver)bouw grondgebonden woningen 1,0 2,0 2,5 1,5 1,8 Komt vaak voor 2,0 Laag Illegale (ver)bouw woningsplitsing, appartementen en kamerverhuur 3,0 2,5 2,5 2,5 2,6 Komt vaak voor 2,8 Gemiddeld Bouwwerken geen gebouw zijnde (airco's, schotels, reclame) 0,5 1,5 1,5 1,5 1,3 Komt vaak voor 1,

Tabel 7 Gebruik gronden en bouwwerken Categorie Veilig heid Volks gezondheid Kwaliteit v.d. leefomgeving Imago Gem. effect slecht naleefgedrag Kans op slecht naleefgedrag Prioriteits score Prioriteit In strijd met bestemmingsplan voor wonen 2,5 2,0 2,5 3,0 2,5 Komt vaak voor 2,7 Gemiddeld In strijd met bestemmingsplan voor kantoor/detailhandel 1,5 1,0 2,0 1,5 1,5 Komt soms voor 1,6 Laag In strijd met bestemmingsplan voor horeca/maatschappelijk 2,5 1,5 2,5 2,5 2,3 Komt soms voor 2,4 Gemiddeld In strijd met bestemming voor bedrijf 1,5 3,0 3,0 2,0 2,4 Komt vaak voor 2,6 Gemiddeld Strijd met verkeers-/groen-/water-/natuur bestemming 1,0 1,5 2,5 1,0 1,5 Komt vaak voor 1,7 Laag Uitvoeren van een werk/in- of uitrit/verandering weg/kap 1,0 1,5 2,5 2,0 1,8 Komt vaak voor 2,0 Laag Gebruik in strijd met vergunde afwijking van een bestemmingsplan 2,0 1,5 3,0 2,5 2,3 Komt soms voor 2,4 Gemiddeld Tabel 8 Staat van bestaande gebouwen en bouwwerken Categorie Veilig heid Volks gezondheid Kwaliteit v.d. leefomgeving Imago Gem. effect slecht naleefgedrag Kans op slecht naleefgedrag Prioriteits score Prioriteit Overbevolking 3,5 3,0 2,5 2,0 2,8 Komt soms voor 2,9 Gemiddeld Hoarding 3,5 3,5 3,0 3,0 3,3 Komt zelden voor 3,3 Hoog Oneigenlijk grondgebruik 0,5 1,0 2,5 2,5 1,6 Komt soms voor 1,7 Laag Brandveiligheid 3,5 3,5 2,0 4,0 3,3 Komt soms voor 3,4 Hoog Tabel 9 Slopen Categorie Veilig heid Volks gezondheid Kwaliteit v.d. leefomgeving Imago Gem. effect slecht naleefgedrag Kans op slecht naleefgedrag Prioriteits score Prioriteit Slopen zonder of in afwijking melding of omgevingsvergunning zonder asbest 3,5 1,5 1,5 2,0 2,1 Komt soms voor 2,2 Gemiddeld Slopen zonder of in afwijking melding of omgevingsvergunning met asbest 3,0 3,0 1,5 3,0 2,6 Komt soms voor 2,7 Gemiddeld tabel10 Welstand, monumenten en archeologie Categorie Veilig heid Volks gezondheid Kwaliteit v.d. leefomgeving Imago Gem. effect slecht naleefgedrag Kans op slecht naleefgedrag Prioriteits score Prioriteit Wijziging of aantasting monument 2,0 0,5 3,0 2,0 1,9 Komt soms voor 2,0 Laag Wijziging beschermd stads- en dorpsgezicht 0,5 1,5 2,5 2,0 1,6 Komt soms voor 1,7 Laag Welstandsexcessen 0,5 0,5 3,5 3,0 1,9 Komt zelden voor 1,9 Laag Archeologiebescherming 0,5 0,5 3,0 3,5 1,9 Komt zelden voor 1,9 Laag Tabel 11 APV & Bijzondere Wetten APV – Vergunningen Categorie Veiligheid Volks gezondheid Kwaliteit v.d. leefomgeving Imago Gem. effect slecht naleefgedrag Kans op slecht naleefgedrag Prioriteits score Prioriteit Artikel 2:10 - Voorwerpen op of aan de weg of openbare plaats 1,5 1,0 2,0 1,0 1,4 Komt vaak voor 1,6 Laag Artikel 2:25 - Evenementenvergunning A 1,5 1,0 1,5 2,0 1,5 Komt soms voor 1,6 Laag Artikel 2:25 - Evenementenvergunning B 2,5 2,0 2,0 2,5 2,3 Komt vaak voor 2,5 Gemiddeld Artikel 2:25 - Evenementenvergunning C 3,5 2,5 2,5 2,5 2,8 Komt vaak voor 3,0 Gemiddeld Artikel 2:28 - Exploitatievergunning 2,5 1,0 3,0 2,5 2,3 Komt soms voor 2,4 Gemiddeld Artikel 2:28 - Terrasvergunning 2,5 1,0 3,0 2,5 2,3 Komt soms voor 2,4 Gemiddeld Artikel 2:72 - Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen 3,0 3,0 2,0 2,0 2,5 Komt zelden voor 2,5 Gemiddeld Artikel 5:18 - Standplaatsvergunning 2,0 1,0 2,5 2,0 1,9 Komt vaak voor 2,1 Gemiddeld Tabel 12 APV – ontheffingen/vrijstellingen Categorie Veiligheid Volks gezondheid Kwaliteit v.d. leefomgeving Imago Gem. effect slecht naleefgedrag Kans op slecht naleefgedrag Prioriteits score Prioriteit Ontheffingen/vrijstellingen (Straatartiest, sluitingstijd, overige geluidhinder, recreatief nachtverblijf, kampeermiddelen, parkeren reclamevoetuigen) 1,5 1,0 2,0 2,0 1,6 Komt soms voor 1,7 Laag Artikel 4:3 - Kennisgeving incidentele festiviteiten 1,5 1,0 1,5 1,0 1,3 Komt vaak voor 1,

Artikel 2

:30 - Sluitingstijd 1,5 1,0 2,0 2,0 1,6 Komt vaak voor 1,8 Laag Artikel 4:6 - Overige geluidhinder 0,5 2,0 2,0 1,5 1,5 Komt zelden voor 1,

Artikel 4

:18 - Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen 1,5 1,0 1,5 2,0 1,5 Komt soms voor 1,6 Laag Artikel 5:7 - Parkeren van reclamevoertuigen 1,0 1,0 1,5 1,5 1,3 Komt vaak voor 1,

Artikel 5

:34 - Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken 1,0 2,0 2,0 2,0 1,8 Komt vaak voor 2,0 Laag Wegafsluiting (vanuit de rol van de gemeente als wegbeheerder) 2,5 0,5 2,0 2,0 1,8 Komt zelden voor 1,8 Laag Artikel 2:10 - Spandoekvergunning 0,5 0,5 2,5 3,0 1,6 Komt soms voor 1,7 Laag Tabel 13 APV – Meldingen Categorie Veiligheid Volks gezondheid Kwaliteit v.d. leefomgeving Imago Gem. effect slecht naleefgedrag Kans op slecht naleefgedrag Prioriteits score Prioriteit Artikel 2:3 - Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen 2,5 2,0 2,0 2,5 2,3 Komt soms voor 2,4 Gemiddeld Artikel 2:25 - Evenementen melding 1,0 1,0 1,0 2,0 1,3 Komt vaak voor 1,

Artikel 2

:34b - Regulering paracommerciële rechtspersonen 2,5 1,0 3,0 2,5 2,3 Komt soms voor 2,4 Gemiddeld Tabel 14 APV – Bijzondere Wetten Categorie Volks gezondheid Kwaliteit v.d. leefomgeving Imago Gem. effect slecht naleefgedrag Kans op slecht naleefgedrag Prioriteits score Prioriteit Alcoholwet - Artikel 3 - Vergunning horecabedrijf of slijtersbedrijf 2,0 3,5 2,5 2,5 2,6 Komt soms voor 2,7 Gemiddeld Alcoholwet - Artikel 30 - Melding van wijziging vergunning 0,5 0,5 0,0 0,0 0,3 Komt soms voor 0,4 Laag Alcoholwet - artikel 35 - ontheffing schenken zwak alcoholhoudende dranken 1,5 2,5 0,5 3,0 1,9 Komt soms voor 1,9 Laag Wet op de kansspelen 0,5 1,0 1,0 1,0 0,9 Komt zelden voor 0,9 Laag Tabel 15 Bijlage2| Monitoringstool doelstellingen en acties VTH Bijlage3| Samenwerking Ketenpartners Externe partners Doel samenwerking Hoe Veiligheidsregio Utrecht (VRU) De veiligheidsregio werkt aan de publieke veiligheid en gezondheid. Zij bestaat uit de Brandweer, GGD, GHOR, Ambulancezorg en Veilig Thuis. De veiligheidsregio adviseert en ondersteunt de gemeente bij de vergunningverlening (bouwen, milieu, gebruik) op het gebied van brandveiligheid, bereikbaarheid en bluswatervoorzieningen, brandveiligheid en gezondheidsaspecten bij evenementen, ruimtelijke ordening inclusief externe veiligheid van brandveilig gebruik en gezondheid. Ook voert de VRU op deze gebieden toezicht uit. Daarnaast ondersteunt zij de gemeente bij diverse projecten en is zij aangesloten bij de regionale afspraken over de intake- en omgevingstafel. Zie Beleidsplan VRU Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU) De omgevingsdienst voert de wettelijke én enkele aanvullende (milieu)taken uit namens de gemeente. Zo adviseert de omgevingsdienst de gemeente bij vergunningverlening en meldingen op het gebied van milieuaspecten. Ook voert zij toezicht uit op de milieuaspecten. Ook voert zij de taken met betrekking tot sloopmeldingen (controle en toezicht) uit. Tot slot ondersteunt zij de gemeente bij diverse projecten en is zij aangesloten bij de regionale afspraken over de intake- en omgevingstafel. De gemeente en de omgevingsdienst hebben een dienstverleningsovereenkomst (DVO). Hier is eveneens een mandaatbesluit voor genomen. De contactpersoon vanuit de gemeente heeft nauw contact met diverse contacten binnen de omgevingsdienst en zorgt voor afstemming van de belangen en wensen. Politie en Openbaar Ministerie Afstemming over strafrechtelijke handhaving. Het Milieuteam van de politie Midden-Nederland valt voor wat betreft aansturing onder het functioneel parket Amsterdam. Op het gebied van strafrechtelijke milieuzaken zijn de milieu-agenten het eerste aanspreekpunt voor de gemeente. Zie Handhavingsarrangement en LHSO Welstand en Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK) Deze commissie is belast met het beoordelen van initiatieven, bouwplannen en aanvragen die gaan over Rijksmonumenten en welstandsaspecten. Deze commissie (en haar leden) wordt benoemd door de gemeenteraad via een verordening Gemeentelijke adviescommissie. Tweewekelijks komt de commissie in een openbare vergadering bijeen en behandelt zij de zaken. De commissie behandelt alle relevante aanvragen voor een omgevingsvergunning en ruimtelijke plannen. De commissie geeft haar oordeel in een advies aan het college van burgemeester en wethouders. Het college beslist dan of een omgevingsvergunning wordt afgegeven of niet. Provincie Utrecht Bij een aantal ruimtelijke afwegingen wordt afgestemd met/advies ingewonnen bij de Provincie. Voor de complexe initiatieven vindt omgevingsoverleg plaats met de ketenpartners, waaronder de Provincie. Hiernaast ziet de provincie Utrecht toe op, of en in hoeverre gemeenten voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen via het Interbestuurlijk Toezicht (IBT). Het IBT richt zich zowel op de taken vergunningenverlening, toezicht en handhaving, als op ruimtelijke ordening, milieu, externe veiligheid en erfgoed/monumenten. In de provinciale verordening Systematische toezichtinformatie is vastgelegd welke informatie de provincie van de gemeenten jaarlijks wil ontvangen op de onderdelen van het omgevingsrecht. Op basis van de aangeleverde informatie vindt de beoordeling plaats. Hierbij kan het oordeel uitkomen op ‘adequaat’, ‘redelijk adequaat’ of ‘niet adequaat’. Over de afstemming met de provincie zijn regionaal werkafspraken gemaakt. Deze afspraken staan o.a. in het provincie-brede Samenwerkingsprogramma. Dit programma komt tot stand in overleg met de leden van het ambtelijk Provinciaal Milieuoverleg (PMO) en de onderliggende werkgroepen. De vergunningverlener/behandelaar is afhankelijk van de externe en interne samenwerking. Voor de integrale afweging worden specialisten gevraagd om hun advies over de aanvraag te geven. Dat kunnen interne of externe specialisten zijn (veiligheidsregio, waterschappen of provincie). Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden Bij een aantal ruimtelijke afwegingen (Omgevingsbesluit Hoofdstuk 4) stemmen wij af met het Hoogheemraadschap (waterschap). Daarnaast ondersteunt het waterschap de gemeente bij diverse projecten en is zij aangesloten bij de regionale afspraken over de intake- en omgevingstafel. Bij activiteiten in of nabijheid van het watersysteem en keringen (beschermingszones) en bij onttrekkingen van grondwater verleent het waterschap zelfstandig de omgevingsvergunning water. Hier geeft de gemeente advies. Met het Hoogheemraadschap zijn regionaal werkafspraken gemaakt. Eventuele adviezen vragen wij rechtstreeks op. Het Hoogheemraadschap heeft een accountmanager in dienst die verantwoordelijk is voor het contact met de gemeente. Regionaal VTH-overleg De leden van de regionale projectgroep VTH (18 gemeenten, ODRU, RUD, VRU en de Provincie Utrecht) komen al vanaf 2010 ongeveer zes maal per jaar bij elkaar om ervaringen te delen, kennis uit te wisselen en projecten af te stemmen. Hierbij worden ook de samenwerkingspartners uitgenodigd. Het doel is om in gezamenlijkheid de kwaliteit en uniformiteit van VTH-beleid, VTH-jaarprogramma’s en VTH-evaluaties te vergroten Deelname aan de samenwerking is op basis van vrijwilligheid en wordt per regionaal project bekeken. Incidentele ketenpartners (o.a. Rijksoverheid) Op ad hoc-basis hebben we contact met incidentele ketenpartners aangaande specialistische kennis of specifieke vergunningaanvragen. Hierbij maken wij specifieke werkafspraken op basis van het betreffende project.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.