Beleidsregels Jeugdhulp en Maatschappelijke ondersteuning gemeente Heerde 2023Het college van Heerde; Gelet op de bepalingen in de “Verordening Jeugdhulp en Maatschappelijke ondersteuning gemeente Heerde 2020” en de “Nadere regels Jeugdhulp en Maatschappelijke ondersteuning gemeente Heerde 2023”; besluit: vast te stellen de volgende beleidsdocument tevens beleidsregels: Artikel1Begrippenlijst Algemene voorziening schoon en leefbaar huis (AVSLH): algemene voorziening met een aanbod van activiteiten gericht op het resultaat: het schoon en leefbaar houden van een huis. Gebruikelijke (voorliggende) voorziening: bij gebruikelijke (voorliggende) voorzieningen gaat het om producten of diensten die de inwoner kunnen helpen bij zelfredzaamheid en participatie en die algemeen verkrijgbaar zijn, of toegankelijk zijn met een lichte toegangstoets. Het gaat hier om voorzieningen die naar de geldende maatschappelijke normen tot het gangbare gebruikspatroon van de aanvrager behoren. Inwoner: in de verordening wordt gesproken over “cliënten”, waar we in de beleidsregels spreken over “inwoners”. Leefeenheid: een persoon of een groep mensen bestaande uit mannen en vrouwen, meerderjarigen en minderjarigen die op hetzelfde adres wonen. Onafhankelijke cliëntondersteuner: een vertrouwenspersoon die inwoners op hun verzoek ondersteunt in het contact met de gemeente, de jeugdhulpaanbieder, de gecertificeerde instelling en/of Veilig Thuis. Prikkelarme ruimte: onder een prikkelarme ruimte wordt verstaan een kamer (verblijfsruimte) waarin een inwoner met psychische problemen die gedragsproblemen heeft, zich kan afzonderen of tot rust kan komen. STIP (Steun en informatiepunt) Heerde: een welzijns- en ondersteuningsorganisatie waar inwoners met alle vragen op sociaal gebied terecht kunnen, met een laagdrempelig inloopcentrum in kern Heerde en kern Wapenveld. Wettelijk voorliggende voorziening: een wettelijk voorliggende voorziening is een voorziening die op grond van een andere wet dan de Jeugdwet of de Wmo kan worden verstrekt. Woning: een woning kan zowel een eigen woning zijn als een huurwoning. Ook bij afwijkende situaties, zoals een (woon)boot of een woonwagen met vaste standplaats wordt in principe gesproken van een woning. Artikel2Algemene bepalingen 2.1Eigen kracht en eigen netwerk Onder eigen kracht verstaan wij de mogelijkheden die mensen hebben om hun leven zo in te richten dat zij hun problemen bij zelfredzaamheid of ondersteuning zelf verminderen of voorkomen. Iedere inwoner is primair zelf verantwoordelijk voor zijn eigen leven en daarmee voor de eigen zelfredzaamheid en participatie. De inwoner wordt gestimuleerd om zelf de regie te voeren en eigen mogelijkheden te benutten. Hierbij wordt van de inwoner gevraagd dat hij ook gebruik maakt van de mogelijkheden in zijn omgeving. Hieronder valt het beroep op familie of mensen uit zijn of haar sociaal netwerk. Hulp uit het sociaal netwerk is niet afdwingbaar, maar er kan wel onderzocht worden welke mogelijkheden er zijn. Voor zover ondersteuning en zorg door de inwoner zelf geregeld kan worden of plaats kan vinden vanuit het sociaal netwerk is er geen indicatie voor een voorziening. We gaan uit van zelfredzaamheid en samenredzaamheid. Mensen kunnen het probleem immers zelf oplossen. Daarbij is het van belang om oog te hebben voor de draagkracht en draaglast-verhouding van de mensen die zorg- of ondersteuningstaken overnemen. Artikel3Specifieke bepalingen Wmo: 3.1Algemene voorziening schoon en leefbaar huis De Algemene voorziening schoon en leefbaar huis heeft als toegangscriteria: De inwoner heeft zijn hoofdverblijf in de gemeente Heerde; Er is sprake van een beperking in het voeren van een huishouden bij de inwoner en zijn leefeenheid; De inwoner en zijn leefeenheid kunnen zelf regie voeren over het huishouden. Binnen 6 weken na aanvang van de huishoudelijke schoonmaakondersteuning en daarna elke 6 maanden vindt er door de aanbieder een evaluatie plaats over het afgesproken resultaat en de toegangscriteria. Indien tijdens het evaluatiemoment blijkt dat de inwoner en zijn leefeenheid niet meer voldoen aan de toegangscriteria wordt de algemene voorziening gestopt. 3.2Maatwerkvoorziening schoon en leefbaar huis De maatwerkvoorziening schoon en leefbaar huis heeft als toegangscriteria: Er is sprake van een beperking in het voeren van het huishouden bij de inwoner en zijn leefeenheid. Hierdoor is de leefeenheid niet in staat gezamenlijk of met gebruik van voorliggende of algemene voorzieningen, deze beperking in voldoende mate op te heffen; De inwoner kan geen gebruik maken van een voorliggende of gebruikelijke voorziening; De inzet van huishoudelijke werkzaamheden valt buiten de basale werkzaamheden die uitgevoerd kunnen worden vanuit de Algemene voorziening schoon en leefbaar huis namelijk: Het tijdelijk bieden van opvang voor kinderen in crisissituaties; Het overnemen van zorgtaken voor kinderen (wassen, kleden, maaltijden); De situatie eist een specifiek toegeruste professional; De situatie waarin er een combinatie noodzakelijk is van huishoudelijke ondersteuning met regie op het huishouden. Voor het bepalen van de intensiteit van de maatwerkvoorziening wordt gebruik gemaakt van het HHM normenkader (normenkader van KPMG Plexus en Bureau HHM). 3.3Maatwerkvoorziening wonen De maatwerkvoorziening voor verplaatsen in en om de woning alsook het wonen in een geschikte woning wordt alleen verstrekt als er sprake is van een beperking, chronisch psychische of psychosociale problemen waardoor de inwoner belemmeringen ervaart ten aanzien van het zich verplaatsen in en om de woning of het gebruik van de woning, waardoor de inwoner onvoldoende zelfredzaam is; Er wordt geen voorziening toegekend voor zover de ondervonden problemen bij het normale gebruik van de woning voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen; Een maatwerkvoorziening in de vorm van een woonvoorziening wordt uitsluitend verstrekt als belanghebbende daar het hoofdverblijf heeft en niet verstrekt voor de volgende woonruimten: Hotels/pensions; Trekkerswoonwagens/toer- en stacaravans; Kloosters; Tweede woningen/vakantiewoningen/recreatiewoningen; Gehuurde kamer; Specifiek op gehandicapten en ouderen gerichte woongebouwen en dan met name voor voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten of voorzieningen die bij nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten meegenomen kunnen worden. Het uitgangspunt is dat een woning in ieder geval via één ingang bereikbaar is. Een tweede ingang kan noodzakelijk zijn om de berging, de tuin of het terras te bereiken; Gemeente Heerde past het verhuisprimaat toe. Als verhuizen de goedkoopst adequate oplossing is, is dit voorliggend; Voorzieningen om een woning bezoekbaar te maken worden alleen verstrekt als de woning regelmatig wordt bezocht (wekelijks of tweewekelijks). In de regel wordt één woning bezoekbaar gemaakt; Prikkelarme ruimte: de criteria voor het verstrekken van een prikkelarme ruimte zijn: De inwoner (vaak minderjarige kind) heeft psychische problemen; Betrokkene beschadigt zichzelf (zelfverwonding); Betrokkene beschadigt de omgeving (vernielzucht); Er is sprake van ongecontroleerde driftbuien of overmatige apathie. Er worden geen woningaanpassingen uitgevoerd aan gemeenschappelijke ruimten, met uitzondering van het toegankelijk maken. Dit laatste geldt niet voor woongebouwen die specifiek gericht zijn op ouderen en mensen met beperkingen, wanneer het gaat om voorzieningen die bij nieuwbouw of renovatie meegenomen kunnen worden; Dubbele woonlasten worden vergoed als deze niet te vermijden zijn en te maken hebben met het aanpassen van de woning. In beginsel worden deze kosten nooit langer dan 6 maanden vergoed. Huurderving in verband met dubbele woonlasten is ook bedoeld als vergoeding voor de verhuurder om een aangepaste woning niet direct te verhuren, maar eerst te kijken of er iemand is die de aanpassing kan gebruiken. De eerste maand leegstand komt niet voor vergoeding in aanmerking. 3.4Maatwerkvoorziening zich lokaal kunnen verplaatsen De maatwerkvoorziening wordt alleen verstrekt als er sprake is van een beperking, chronisch psychische of psychosociale problemen waardoor de inwoner belemmeringen ervaart ten aanzien van het zich lokaal kunnen verplaatsen, waardoor de persoon onvoldoende zelfredzaam is; Het primaat voor een vervoersvoorziening ligt bij het collectief vervoer. De door de gemeente gecontracteerde vervoerder organiseert het collectief vervoer. In sommige situaties kan één medisch begeleider gratis mee in het Collectief vraagafhankelijk vervoer. Dit is het geval als: Men in het kader van de Wmo reist met het CVV; én De begeleiding van de chauffeur onvoldoende is. Hiervan kan sprake zijn wanneer: Tijdens de rit medische zorg nodig is; Sprake is van gedragsproblematiek of angst die door begeleiding wordt opgeheven; Tijdens de rit hulp in algemeen dagelijkse levensverrichtingen noodzakelijk is. Met een indicatie voor een medisch begeleider kan de inwoner geen gebruik maken van het CVV zonder zijn medisch begeleider. Sociale begeleiding is individuele begeleiding die op indicatie van de gemeente wordt afgegeven. Dit is het geval als men in het kader van de Wmo reist met het CVV én begeleiding tijdens de reis nodig is. De ritbijdrage van de sociaal begeleider is conform het Wmo-CVV tarief. Als verplaatsen via het collectief vervoer niet mogelijk is, kan een andere maatwerkvoorziening verstrekt worden; Bij het verstrekken van maatwerkvoorzieningen wordt beoordeeld of er sprake is van meerkosten ten opzichte van de periode voordat de beperkingen ontstonden. Alleen als daar sprake van is komt men in aanmerking voor een maatwerkvoorziening; Er zijn situaties waar er door de gemeente gecontracteerde vervoerder of met behulp van een ander vervoermiddel geen passende oplossing geboden kan worden voor het ondervonden vervoersprobleem. In dat geval kan een tegemoetkoming meerkosten verstrekt worden voor de extra kosten van vervoer. De maximale bedragen van deze tegemoetkomingen zijn opgenomen in het financieel besluit. Bovenregionaal vervoer (>25 km vanaf het woonadres) wordt vergoed, als Valys geen passende oplossing is. Iemand dient hiervoor aan alle volgende criteria te voldoen: De inwoner heeft essentiële contacten buiten de gemeente Heerde, die alleen kunnen worden onderhouden door daar zelf op bezoek te gaan. Dat wil zeggen: de contacten die niet in staat zijn om de inwoner in Heerde te bezoeken; Het niet kunnen onderhouden van deze contacten heeft een dreigende vereenzaming of ontwrichting van het psychosociaal functioneren tot gevolg; De inwoner is op medische gronden niet in staat deze contacten te onderhouden door gebruik te maken van Valys volgens de daarvoor door Valys opgestelde bepalingen. Een autoaanpassing wordt alleen verstrekt als de auto in het bezit is van de inwoner. De kosten van de voorziening worden gemaximeerd op de hoogte van de totale tegemoetkoming voor het gebruik van een taxi dan wel rolstoeltaxi afhankelijk van het feit of de gebruiker rolstoelafhankelijk is. 3.5Maatwerkvoorziening om zich lokaal te kunnen verplaatsen voor het hebben van contacten met medemensen door het deelnemen aan recreatieve, maatschappelijke en religieuze activiteiten Een sportvoorziening (in de vorm van een tegemoetkoming) in het kader van de Wmo 2015 kan verstrekt worden als er sprake zijn van een voorziening voor deelname aan sportieve activiteiten in het maatschappelijk leven. De sportvoorziening moet gezien worden als een manier om de deelname aan het maatschappelijk verkeer van personen met beperkingen te bevorderen; De gemeente heeft geen resultaatsplicht voor topsportvoorzieningen. Belanghebbenden die speciale sportvoorzieningen nodig hebben om sport op topniveau te bedrijven, moeten uit eigen middelen, fondsenwerving of door middel van sponsoring de financiën bijeen brengen. 3.6Langdurig noodzakelijk Een voorziening wordt alleen verstrekt als deze langdurig noodzakelijk is. Dat wil zeggen dat de inwoner voor langere tijd (langer dan 6 maanden) aangewezen is op een aanpassing, hulpmiddel of dienst. Voor tijdelijke beperkingen worden geen maatwerkvoorziening in het kader van de Wmo verstrekt. Dit betekent dat de situatie van een inwoner, voor zover dit beoordeeld kan worden, van blijvende aard moet zijn voordat er een Wmo-voorziening wordt verstrekt. Een uitzondering op het criterium “langdurig noodzakelijk” kan gelden voor immateriële voorzieningen. 3.7In overwegende mate op het individu gericht De maatwerkvoorziening moet vooral op het individu gericht te zijn. Hiermee bedoelen wij: Dat de noodzaak voor het aanbrengen of leveren van een voorziening (bijvoorbeeld een deuropener in een gemeenschappelijke ruimte) altijd terug te voeren is op een inwoner voor wie deze aanpassing geïndiceerd is; Na onderzoek op aanvraag wordt deze voorziening verstrekt aan de inwoner. Dit sluit niet uit dat, bij een voor een inwoner aangebrachte voorziening in een gemeenschappelijke ruimte, er op een later moment een andere bewoner eveneens gebruik kan maken van die voorziening. 3.6De maatwerkvoorziening is reeds eerder verstrekt Een maatwerkvoorziening wordt niet verstrekt als eenzelfde voorziening al eerder is verstrekt en de normale afschrijvingstermijn nog niet is verstreken. Een uitzondering hierop wordt gemaakt als: De eerder vergoede of verstrekte voorziening verloren is gegaan buiten de schuld van de aanvrager. Is een derde partij schuldig aan het verloren gaan van de voorziening, dan kan die aansprakelijk gesteld worden; Wanneer iemand van een adequate of aangepaste woning wil verhuizen naar een niet-adequate woning, dan wordt deze laatste woning niet opnieuw aangepast. In situaties waarbij de verhuizing niet te vermijden is zoals bij gezinsuitbreiding of echtscheiding, kan een uitzondering gemaakt worden. Deze uitzondering geldt eveneens voor de situatie dat een thuiswonend gehandicapt kind voor het eerst de ouderlijke woning gaat verlaten en zelfstandig gaat wonen. Artikel4Contact 4.1.Clientinformatie: informatie over vragen op het gebied van het sociale domein, die digitaal en via telefonisch contact vanuit STIP geboden wordt. 4.2Cliëntondersteuning en cliëntadvies: ondersteuning en informatie over vragen op het gebied van het sociale domein, die vanuit STIP geboden wordt door middel van telefonisch en/of schriftelijk contact. 4.3Cliëntadviseur: deze persoon doet de eerste vraagverheldering en beoordeling of er een Wmo-melding nodig is. Ook geeft hij/zij informatie over voorliggende voorzieningen, de sociale kaart en de procedure voor het indienen van een aanvraag. 4.4Gespreksvoerders/gezinscoach: medewerkers van de afdeling Sociaal maatschappelijke verbinding belast met de uitvoering van de Jeugdwet en de Wmo 2015. 4.5Onafhankelijke cliëntondersteuning: 1.Onafhankelijke cliëntondersteuning is er voor inwoners die hulp van een onafhankelijk persoon willen bij het doorlopen van het meld- en aanvraagproces in het kader van de Wmo 2015, Jeugdwet of Wlz; 2.De onafhankelijk cliëntondersteuning helpt bij het indienen van een bezwaar tegen een besluit van de gemeente; 3.Naast of in plaats van een (onafhankelijke) cliëntondersteuner mag de inwoner zich laten ondersteunen door iemand van uit zijn eigen netwerk. 4.6Vertrouwenspersoon Jeugdwet: het Advies en Klachtenbureau Jeugdzorg voert in opdracht van alle gemeenten, het onafhankelijk vertrouwenswerk voor de Jeugdwet uit. 4.7.Knelpuntencoördinator Wmo: voor de Wmo is er bij de gemeente Heerde een knelpuntencoördinator die de functie van vertrouwenspersoon heeft. Artikel5Het kunnen gebruiken van en het kunnen verplaatsen in en om de woning 5.1Uitgangspunten bij het zich verplaatsen in en om de woning Het gaat om verplaatsingen die direct vanuit de woning worden gedaan. Daarom gaat het hier om inwoners die voor het dagelijks verplaatsen zijn aangewezen op zittend verplaatsen met een rolstoel; Een rolstoel wordt aangemerkt als een voorziening waar de inwoner (semi)permanent gebruik van maakt. Rolstoelen voor incidenteel gebruik, waarbij de rolstoel in de auto wordt meegenomen om elders, bij het winkelen of bij uitstapjes te gebruiken, vallen niet onder deze definitie; De sportrolstoel wordt niet gerekend tot een rolstoel voor het verplaatsen in en rond de woning; Accessoires voor rolstoelen worden alleen verstrekt wanneer deze medisch noodzakelijk zijn en deze niet als gebruikelijk worden beschouwd; De volgende accessoires zijn gebruikelijk: (rolstoel)handschoenen, regenkleding, boodschappenmandje/-tas, bandenpomp, spiegels, schootkleed/voetenzak, zonnekap/-scherm; Medisch noodzakelijke aanpassingen zijn onder andere: Orthesejas, zuurstoffleshouder, stokhouder en in sommige situaties spaakbeschermers. 5.2uitgangspunten bij het kunnen wonen in een geschikt huis Uitgangspunt is dat iedereen eerst zelf zorg dient te dragen voor een woning. Daarbij mag er van uit worden gegaan dat rekening wordt gehouden met bekende beperkingen, ook wat betreft de voorzienbare ontwikkeling van die beperkingen. Er wordt uitgegaan van een ‘wooncarrière’, waarbij de woning wordt aangepast op de levensfase; Wanneer verhuizen niet leidt tot het resultaat en een grote woningaanpassing nodig is (zoals een inpandige verbouwing of een aanbouw), worden eerst de mogelijkheden van een losse woonunit beoordeeld. Een losse woonunit is een verplaatsbare unit die tijdelijk wordt ‘vastgemaakt’ aan de woning. Bijvoorbeeld een slaapkamer en/of een natte cel; De losse woonunit en aanbouw worden niet gerealiseerd uit de wens om een mantelzorgwoning te realiseren. Bij het realiseren van een mantelzorgwoning gaat het om het verkrijgen van een woning. Dit is geen resultaat binnen de Wmo; Bij het bepalen van al dan niet bouwkundige woonvoorzieningen wordt rekening gehouden met de belangen van mantelzorgers, zoals bij tilliften en andere hulpmiddelen die door mantelzorgers bediend moeten worden. Een tillift die uitsluitend wordt gebruikt ten behoeve van de zorg door professionele aanbieders wordt door de aanbieder geleverd; Bij het beoordelen of doelgroep gebouwen aangepast worden, worden afspraken gemaakt met de (toekomstige) eigenaar van de woningen; Het kan noodzakelijk zijn om extra grond te verwerven ten behoeve van een aanbouw of uitbreiding van een bepaald vertrek. 5.3 Het verhuisprimaat Bij een plotseling optredend woonprobleem wordt beoordeeld wat de goedkoopst adequate oplossing is. Wanneer dit verhuizen is, wordt bij voorkeur het verhuisprimaat toegepast. Factoren die meewegen bij het al dan niet toepassen van het verhuisprimaat: De kosten voor een woningaanpassing; Financiële consequenties van een verhuizing voor het gezin; Sociale omstandigheden, zoals de beschikbaarheid van mantelzorg; Sociale en psychische omstandigheden van belanghebbende; De aangeboden woning moet aansluiten bij de omstandigheden qua gezinssamenstelling, inkomen, leeftijd en dergelijke van de cliënt; Redenen voor het niet toepassen van een verhuisprimaat kunnen zijn: De kosten voor de woningaanpassing bedragen minder dan het normbedrag voor een verhuiskostenvergoeding, genoemd in het Financieel Besluit); De gevolgen van een verhuizing (dus niet de verhuizing zelf) zijn voor het gezin financieel niet op te brengen; Er is mantelzorg beschikbaar in de oude woning en die komt in gevaar bij een verhuizing; Tijdelijke huisvesting en huurderving In uitzonderlijke situaties is het niet mogelijk om de woning te bewonen tijdens het aanpassen. Dubbele woonlasten worden vergoed als deze niet te vermijden zijn en te maken hebben met het aanpassen van de woning. In de regel worden deze kosten nooit langer dan 6 maanden vergoed. Huurderving is bedoeld als vergoeding voor de verhuurder om een aangepaste woning niet direct te verhuren, maar eerst te kijken of er iemand is die een aangepaste woning nodig heeft. 5.4Weigeren om te verhuizen Als verhuizen de goedkoopst adequate oplossing is voor het probleem dat een inwoner heeft bij het gebruik van de woning (met inachtneming van de afwegingen zoals hierboven omschreven), is de wens van de inwoner niet doorslaggevend. Een weigering om te verhuizen kan er toe leiden dat er geen maatwerkvoorziening verstrekt wordt. Het weigeren van een geschikte woning, wordt gelijkgesteld aan de weigering om te verhuizen. 5.5Bezoekbaar maken De aanvraag wordt ingediend door de inwoner en betreft een woning die niet de eigen woning is; Bezoekbaar betekent dat de inwoner de woonruimte kan bereiken, de woonkamer en een toilet kan gebruiken; Als een inwoner vraagt om een woning bezoekbaar te maken moet worden afgewogen of de woning regelmatig wordt bezocht (wekelijks of tweewekelijks). In de regel wordt één woning bezoekbaar gemaakt. Voor het bezoekbaar maken wordt een maximumbedrag gehanteerd. Dit bedrag is opgenomen in het Financieel Besluit Jeugdhulp en Maatschappelijke ondersteuning gemeente Heerde 2022. 5.6Tegemoetkoming meerkosten voor de verhuiskosten In 2 situaties kan een inwoner een tegemoetkoming meerkosten voor verhuiskosten krijgen, namelijk: Het verhuizen naar een aangepaste woning vormt de meest goedkope en adequate oplossing voor het woonprobleem van de inwoner; Door verhuizing wordt op het verzoek van de gemeente een aangepaste woning vrijgemaakt voor bewoning door een inwoner met een beperking. Een tegemoetkoming meerkosten in de vorm van een verhuiskostenvergoeding kan niet verstrekt worden wanneer de inwoner: Voor het eerst zelfstandig gaat wonen. Hierbij wordt het voor studie of opleiding ‘op kamers wonen’ niet als zelfstandig wonen beschouwd; Verhuist vanuit of naar een woning die niet bedoeld is om het hele jaar bewoond te worden, zoals een vakantiewoning; Verhuist naar een instelling of een verzorgingshuis; Verhuist op een moment dat op basis van leeftijd, gezinssituatie of woonsituatie de verhuizing gebruikelijk is; Verhuist vanuit een adequate woning op eigen verzoek. Elke bovenstaande situatie moet behandeld worden als maatwerk, waarbij rekening wordt gehouden met relevante jurisprudentie. 5.7 Algemeen gebruikelijke woonvoorzieningen Toegankelijkheid, doorgankelijkheid: Veel oplossingen zijn gebruikelijk of algemeen gebruikelijk en vallen onder de eigen verantwoordelijkheid van de inwoner. Hierbij kan gedacht worden aan (geen limitatieve lijst): de ondergrond van het toegangspad, de bestrating van het toegangspad, de aanleg van het benodigde (brede) toegangspad, drempelhulpen bij de toegangsdeuren, het aanbrengen van een steunpunt bij/op de deurpost, het plaatsen van een drempelhulp, het verwijderen van drempels, een tweede trapleuning, aanpassen van hang- en sluitwerk. Keuken: Veel oplossingen om het gebruik van de keuken te verbeteren zijn gebruikelijk of algemeen gebruikelijk en vallen onder de eigen verantwoordelijkheid van de inwoner. Hierbij kan gedacht worden aan (geen limitatieve lijst): hendel kranen, keramische kookplaat, inductiekookplaat, korfladen. Natte cel, toilet: Veel oplossingen om het gebruik van de natte cel of toilet te verbeteren zijn gebruikelijk of algemeen gebruikelijk en vallen onder de eigen verantwoordelijkheid van de inwoner. Hierbij kan gedacht worden aan (geen limitatieve lijst): Steunpunten, drempelhulpen, bad vervangen door een douche, douchebak vervangen door een inloopdouche, antisliptegels, thermostaatkranen, een eenvoudig douchezitje, verhoogde toiletpot. Slechts in uitzonderlijke situaties zal het nodig zijn om een voorziening te treffen om het bad te kunnen gebruiken. Een tweede toilet op de verdieping is gebruikelijk en wordt in de regel niet verstrekt. Niet elementaire gebruiksruimten: Een hobby-, werk- of speel-/recreatieruimte wordt niet gerekend tot de elementaire woonfuncties en wordt dan ook niet aangepast in het kader van de Wmo 2015. Dit geldt ook voor het treffen van een voorziening uit oppas- of verzorgingsoogpunt. Berging: Een berging kan noodzakelijk zijn voor de stalling van een voorziening (bijvoorbeeld een scootmobiel). Een voorziening is niet adequaat als deze niet veilig en droog gestald kan worden. Het aanpassen van de berging is in dergelijke gevallen dan ook niet aan de orde. Dit geldt ook voor het aanleggen of aanpassen van elektriciteit ten behoeve van het opladen van een voorziening. Dit is gebruikelijk en wordt niet verstrekt in het kader van de Wmo. Tijdelijke voorzieningen: Voorzieningen, die tijdelijk (korter dan 6 maanden) nodig zijn, kunnen worden geleend bij de thuiszorgwinkel. Dit wordt vergoed vanuit de Zorgverzekeringswet. Losse woonvoorzieningen: Verschillende losse woonvoorzieningen zijn gebruikelijk of algemeen gebruikelijk en vallen onder de eigen verantwoordelijkheid van de cliënt. Hierbij kan gedacht worden aan (geen limitatieve lijst): een eenvoudige douchestoel (niet verrijdbaar) of douchekruk, badplank, toiletstoel, vloerbedekking. Artikel6Maatwerkvoorziening zich lokaal kunnen verplaatsen 1.Als ondersteuning noodzakelijk is voor de zelfredzaamheid en participatie van een inwoner zal allereerst gekeken worden waaruit de vervoersbehoefte van de belanghebbende bestaat. Het analyseren van het verplaatsingsgedrag (waarom, waarheen, frequentie, wijze van verplaatsen) vormt de input voor de vervoersbehoefte. Dit betekent niet dat iedere wens gehonoreerd wordt. Er wordt een afweging gemaakt tussen de vervoersbehoefte en de goedkoopst adequate oplossing. 2.Een tegemoetkoming meerkosten is alleen aan de orde bij ernstige beperkingen, waarbij gedacht kan worden aan sociaal/psychische factoren ten gevolge waarvan de privacy of de veiligheid van de inwoner of, bij een vervoersvoorziening, zijn medepassagier(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.