Financiële verordening Baarn ex artikel 212 Gemeentewet 2023-2026 - Gemeente Baarn 2023De raad van de gemeente Baarn - gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 4 april 2023 - behandeld in de informatie aan de raad d.d. 10 mei 2023 - behandeld in het debat in de raad d.d. 17 mei 2023 b e s l u i t: 1. de Financiële verordening Baarn ex artikel 212 Gemeentewet 2023-2026 vast te stellen. 2. de Controleverordening Baarn ex artikel 213 Gemeentewet 2023-2026 vast te stellen. 3. de Verordening onderzoeken Baarn doelmatigheid, doeltreffendheid bestuur ex art 213a Gemeentewet 2023 - 2026 vast te stellen. Vastgesteld in de vergadering, op 31 mei 2023 C. Heusingveld griffier M.A. Röell voorzitter Financiële verordening Baarn ex artikel 212 Gemeentewet 2023-2026 Inhoudsopgave Paragraaf 1. Algemene Bepalingen Artikel 1. Definities Paragraaf 2. Begroting en Verantwoording Artikel 2. Vaststelling programma-indeling en paragrafen Artikel 3. Inrichting begroting en jaarrekening Artikel. 4 Perspectiefnota: kaders voor de begroting Artikel 5. Autorisatie begroting en investeringsbudgetten Artikel 6. Tussentijdse rapportage Artikel 7. Jaarstukken Artikel 8. Wensen en bedenkingen over grote onderwerpen Artikel 9. EMU-saldo gemeente Baarn Paragraaf 3. Rechtmatigheidsverantwoording Artikel 10. Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording Artikel 11. Voorwaarden criterium Artikel 12. Begrotingscriterium Artikel 13. Misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium Paragraaf 4. Financieel beleid Artikel 14. Investeren, activeren en afschrijven Artikel 15. Voorzieningen voor oninbare vorderingen Artikel 16. Reserves en voorzieningen Artikel 17. Kostprijsberekening Artikel 18. Prijzen economische activiteiten Artikel 19. Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen, retributies Artikel 20. Financieringsfunctie Paragraaf 5. Paragrafen Artikel 21. Lokale heffingen Artikel 22. Weerstandsvermogen en Risicobeheersing Artikel 23. Onderhoud kapitaalgoederen Artikel 24. Financiering Artikel 25. Bedrijfsvoering Artikel 26. Verbonden partijen Artikel 27. Grondbeleid Paragraaf 6. Financieel beheer en financiële organisatie Artikel 28. Financieel beheer Artikel 29. Financiële organisatie Artikel 30. Interne controle Paragraaf 7. Slotbepalingen Artikel 31. intrekking oude regeling Artikel 32. Inwerkingtreding en citeertitel Paragraaf 1. Algemene Bepalingen Artikel 1. Definities Administratie: Het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie voor het besturen, het functioneren en het beheersen van (onderdelen van) de organisatie van de gemeente Baarn en voor de verantwoording die daarover moet worden afgelegd. Administratieve organisatie/Interne controle: Interne controle of informatiecontrole is het proces dat gericht is op het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid omtrent het bereiken van doelstellingen op het gebied van: rechtmatigheid van de bedrijfsprocessen. De betrouwbaarheid van de financiële informatieverzorging. Planning & Control cyclus (P&C cyclus): P&C cyclus is de cyclische weergave van activiteiten die uitgevoerd moeten worden om duidelijk te maken wat in een bepaalde periode moet gebeuren als uitkomst van een bestuurlijk proces (planning), de rapportage daarover en de benodigde bijsturing en uiteindelijke verantwoording over de behaalde resultaten aan het bestuur (control). Binnen planning en control zijn daarmee twee belangrijke onlosmakelijke processen met elkaar verbonden: planning en control. Onder het proces planning vallen de perspectiefnota, de begroting, de tussenrapportage. Onder het proces control de jaarrekening. Treasury: Treasury management is het beheren en optimaliseren van inkomende en uitgaande geldstromen, het beheren van liquiditeiten en beleggingen, de financiering van diverse activiteiten van de onderneming (waaronder ook het verschaffen van toegang tot geld- en kapitaalmarkten), het in kaart brengen van bankrelaties en het onderhouden van contacten met financiële instellingen en investeerders, het beheersen van renterisico’s, het beheersen van valutarisico’s en risico management. Investeringsbudget: Een op voorstel door de raad gevoteerd budget voor het doen van uitgaven voor een nieuw activum. Feitelijk is een investeringsbudget geen afgezonderd deel van het vermogen maar een goedkeuring om voor een bepaalde periode (de economische levensduur van het activum) de kapitaallasten in de begroting op te nemen. EMU saldo: Het begrotingssaldo van een land geeft weer of dat land een overschot of een tekort heeft bij zijn overheidsuitgaven. Als de uitgaven in een bepaald jaar groter zijn dan de inkomsten, is in dat jaar sprake van een tekort en groeit de staatsschuld. Paragrafen: De paragrafen zijn afzonderlijke onderdelen van het de beleidsbegroting en jaarverslag waarin vanuit een andere invalshoek naar diverse aspecten van beleid wordt gekeken. Rechtmatigheid: Het voldoen aan wet- en regelgeving. Rechtmatigheidsverantwoording: De rapportage van burgemeester en wethouders waarbij aangegeven wordt in welke mate de totstandkoming van de financiële beheershandelingen en vastlegging daarvan overeenstemmen met de relevante wet- en regelgeving. Paragraaf 2. Begroting en Verantwoording Artikel 2. Vaststelling programma-indeling en paragrafen 1. De raad kan bij begin van een nieuwe raadsperiode een programma-indeling voor de komende raadsperiode vaststellen; 2. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode op voorstel van het college per programma de taakvelden en de beleidsindicatoren vast. Het voorstel van het college bevat tenminste de verplichte beleidsindicatoren, bedoeld in art 25, tweede lid, onder a, van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten. 3. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode vast, over welke onderwerpen hij, naast de verplichte paragrafen van de begroting en de jaarstukken, kaders wil stellen en geïnformeerd wil worden. Artikel 3. Inrichting begroting en jaarrekening 1. Bij de begroting en de jaarrekening worden onder elk van de programma’s de financiële consequenties per bestuurlijk product weergegeven. 2. Bij de uiteenzetting van de financiële positie van de begroting wordt: 3. In het Meerjaren Inversteringsplan (MIP) en de jaarstukken wordt van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringsbudget weergegeven en wordt van de lopende investeringen het geautoriseerde investeringsbudget en de mate van de uitputting van het investeringsbudget in het lopende boekjaar weergegeven; 4. in aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting, de meerjarenraming en de investeringen en de grondexploitatie; 5. In het overzicht van de geraamde incidente baten en lasten per programma worden in de begroting en jaarrekening posten vanaf 50.000. bedrag afzonderlijk gespecificeerd. Overige incidentele baten en lasten worden samengevoegd tot één post. 6. In de begroting wordt een post onvoorzien opgenomen van 0,2% percentage van de totale lasten. Het benutten van de post voor onvoorzien vergt een collegebesluit. Gebruik van de post voor onvoorzien kan alleen voor incidentele uitgaven die als onvoorzien, onuitstelbaar en onvermijdbaar worden aangemerkt. Artikel. 4 Perspectiefnota: kaders voor de begroting Het college biedt voorafgaand aan het opstellen van de begroting een perspectiefnota aan met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. De raad stelt deze nota voor 15 juli vast; Artikel 5. Autorisatie begroting en investeringsbudgetten De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de lasten en de baten per programma; 1. Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringsbudget wil ontvangen. De overige nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen financiële positie geautoriseerd; 2. Het college informeert de raad als zij verwacht dat de investeringsuitgaven van een investeringen het geautoriseerde investeringsvolume dreigt te overschrijden; 3. Bij de behandeling van de tussentijdse rapportage in de raad bedoeld in artikel 6, lid I, doet het college voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde baten en lasten, het wijzigen van de geautoriseerde investeringsbudgetten en het bijstellen van het beleid. In geval van investeringen met een meerjarig karakter doet het college indien nodig ook bij iedere begroting op grond van geactualiseerde ramingen voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde investeringsbudgetten; 4. Voor een investering waarvan het investeringsbudget niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het college voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel met een voorstel voor het vaststellen van een investeringsbudget aan de raad voor. Bij investeringen informeert het college de raad in het voorstel over het effect van de investering op de schuldpositie van de gemeente. 5. Investeringen met een meerjarig karakter mogen schuiven tussen jaargrenzen. Verschuivingen boven € 250.000 worden gemeld aan de raad. Artikel 6. Tussentijdse rapportage 1. Het college informeert de raad door middel van één tussentijdse rapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente: a. De tussentijdse rapportage met peildatum 1 juni wordt in september aan de raad verzonden en ter besluitvorming voorgelegd in de raadsvergadering van oktober aangeboden. 2. De tussentijdse rapportage bevat een uiteenzetting over de uitvoering en het bijstellen van het beleid en een overzicht met de bijgestelde raming van: b. de baten en de lasten per programma uitgesplitst naar programma onderdelen; c. het totale saldo van de baten en lasten d. de (beoogde) toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma; e. de prognose jaarresultaat op basis van besluitvorming na vaststelling begroting en verwachte ontwikkelingen. f. realisatie en raming van de uitputting van de investeringsbudgetten. 3. In de tussentijdse rapportage worden afwijkingen op de actuele ramingen (prognose versus begroting) van de baten en lasten van bestuurlijke producten in de begroting groter dan € 100.000 of 5% van het budget toegelicht. 4. De grote afwijkingen geconstateerd gedurende de 1e vijf maanden worden al in een eerder stadium aan de raad verstuurd. De afwijkingen zullen onderdeel uitmaken van de raadsinformatiebrief die naar aanleiding van de meicirculaire wordt opgesteld. Artikel 7. Jaarstukken 1. De vaststelling van begroting en jaarrekening vindt plaats vóór de uiterste datum van aanleveren aan de provinciale toezichthouder conform respectievelijk art 191 gemeentewet en art 200 gemeentewet. 2. Incidentele budgetten die niet volledig tot uitputting komen kunnen bij de jaarrekening worden overgeheveld naar het volgende boekjaar ten laste van de algemene reserve. Daarbij gelden de volgende criteria: - het budget is incidenteel; - Een budget kan slechts éénmaal worden overgeheveld tenzij het college zwaarwegende argumenten heeft voor een tweede of volgende overheveling’' - Het over te hevelen budget is minimaal € 30.000; - De algemene reserve moet voldoende saldo hebben voor de dekking Artikel 8 . Wensen en bedenkingen over grote onderwerpen In het kader van de actieve informatieplicht beslissen burgemeester en wethouders niet over: - Werken groter dan de Europese aanbestedingsgrens; - het opnemen van langlopende leningen O/G groter dan € 250.000; - het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties groter dan € 250.000; - het verstrekken van kapitaal aan instellingen en ondernemingen buiten door de raad reeds vastgesteld beleid om. dan nadat de raad is geïnformeerd over het voornemen en hiertoe in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van burgemeester en wethouders te brengen Artikel 9. EMU-saldo gemeente Baarn Wanneer het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden, informeert het college de raad of een aanpassing van de begroting nodig is. Als het college een aanpassing nodig acht, doet het college een voorstel voor het wijzigen van de begroting. Paragraaf 3. Rechtmatigheidsverantwoording Artikel 10. Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording 1. De raad stelt vast op welke wijze hij door middel van de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken, naast de verplichte onderdelen van deze paragraaf, wil worden geïnformeerd over rechtmatigheid. 2. In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteert het college aan de raad over afwijkingen met een verantwoordingsgrens van 1% van de totale lasten van de gemeente inclusief dotaties aan de reserves. 3. In de paragraaf bedrijfsvoering worden de geconstateerde afwijkingen (fouten en onduidelijkheden) groter dan >3% - € 50.000 nader toegelicht. Artikel 11. Voorwaarden criterium 1. Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid (normenkader), dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur. 2. Het college biedt de raad jaarlijks uiterlijk op 15 december voor aanvang van het nieuwe jaar ter vaststelling een normenkader rechtmatigheid aan. Dit kader bestaat uit alle relevante (interne) wet- en regelgeving waaruit financiële beheershandelingen kunnen voortvloeien. [Burgemeester en wethouders operationaliseren dit normenkader in een toetsingskader ten behoeve van de interne beheersing.] Artikel 12. Begrotingscriterium 1. Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringskredieten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen; 2. De begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld op het niveau waarop de begroting door de raad is vastgesteld, zoals is opgenomen in artikel 5. 3. Bij investeringsprojecten wordt de begrotingsrechtmatigheid beoordeeld op het niveau van het totaal gevoteerde kredietbedrag. Een overschrijding van het jaarbudget, passend binnen het totaal bedrag van het krediet, wordt daarmee als rechtmatig beschouwd. 4. Uitgangspunt is dat iedere afwijking van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd. Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.