Re-integratieverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ 2023 De Fryske MarrenDe raad van de gemeente De Fryske Marren; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 8 juni 2023; gelet op de artikelen 8a, eerste lid, aanhef en onder a, c, d en e, en tweede lid, 10b, vijfde en zevende lid, van de Participatiewet, artikel 36, eerste lid van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers en artikel 36, eerste lid van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen besluit vast te stellen: de re-integratieverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2023 De Fryske Marren Hoofdstuk1.Algemene bepalingen Artikel1.Definities Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In deze verordening wordt verstaan onder: college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Fryske Marren; wet: Participatiewet; IOAW: de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; IOAZ: de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; Algemene bijstand: een uitkering voor levensonderhoud ingevolge de wet, de IOAW, en de IOAZ; doelgroep: personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de wet alsmede de personen zoals bedoeld in artikel 34, eerste lid, onderdeel a van de IOAW en IOAZ; grote afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt is redelijkerwijs niet mogelijk binnen één jaar; korte afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt is redelijkerwijs mogelijk binnen één jaar. interne werkbegeleiding: door een collega geboden dagelijkse werkbegeleiding op de werkvloer omdat de werknemer niet in staat is zijn werkzaamheden uit te voeren, en waarbij sprake is van meer dan de gebruikelijke begeleiding van een werknemer op een werkplek; jobcoaching: door een erkende deskundige geboden methodische ondersteuning aan personen met een arbeidsbeperking en aan werkgevers, gericht op het vinden en behouden van werk; overige voorzieningen: voorzieningen als bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder f, van de wet; persoonlijke ondersteuning bij werk: ondersteuning als bedoeld in artikel 10, eerste en derde lid, van de wet en begeleiding op de werkplek als bedoeld in artikel 10da van de wet; praktijkroute: het proces om de persoon, behorend tot de doelgroep, toegang tot het doelgroepenregister te laten verkrijgen op basis van loonwaardevaststelling op de werkplek; voorziening: door het college noodzakelijk geachte voorziening gericht op arbeidsinschakeling waaronder mede wordt begrepen persoonlijke ondersteuning bij het verrichten van opgedragen taken; werkgever: degene die op basis van een arbeidsovereenkomst de bevoegdheid heeft om de arbeid van een werknemer gedurende een overeengekomen periode aan te wenden in zijn organisatie; werknemer: persoon die op basis van een arbeidsovereenkomst arbeid verricht bij de werkgever, daaronder begrepen de persoon als bedoeld in artikel 10d eerste of tweede lid van de wet met wie de werkgever een dienstbetrekking is aangegaan, dan wel dit van plan is; mantelzorg: langdurige zorg die wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie, de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden. Hoofdstuk2.Beleid en evaluatie Artikel2.Evenwichtige verdeling en evaluatie Het college biedt aan personen die behoren tot de doelgroep van de gemeente De Fryske Marren ondersteuning bij re-integratie naar de arbeidsmarkt voor zover deze ondersteuning door het college noodzakelijk wordt geacht. Het college houdt bij het aanbieden van de in deze verordening opgenomen voorzieningen rekening met de omstandigheden en functionele beperkingen van een persoon. De omstandigheden hebben in ieder geval betrekking op zorgtaken van die persoon en de mogelijkheid dat hij behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie of gebruik maakt van de voorziening beschut werk. Onder zorgtaken wordt in ieder geval verstaan: de opvang van ten laste komende kinderen tot vijf jaar, en de noodzakelijkheid van het verrichten van mantelzorg. Het college zal bij het bepalen van het aanbod van voorzieningen prioriteiten stellen in verband met haar financiële mogelijkheden en met de maatschappelijke, economische en conjuncturele ontwikkelingen. Het college zendt jaarlijks aan de gemeenteraad een verslag over de doeltreffendheid van het beleid. Dit verslag wordt vormgegeven conform het verslag als bedoeld in artikel 77 van de wet. Hoofdstuk3.Voorzieningen Artikel3.Algemene bepalingen over voorzieningen Het college kan ter nadere uitvoering van deze verordening beleidsregels vaststellen onder welke voorwaarden welke voorzieningen het college in ieder geval kan aanbieden. Dit voor zover daarover in deze verordening geen nadere bepalingen zijn opgenomen. Het college kan een voorziening weigeren als: de persoon ten behoeve van wie de voorziening zou worden verstrekt niet behoort tot de doelgroep; de persoon onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek dat nodig voor het beoordelen van het recht op de voorziening; de persoon een beroep kan doen op een voorziening op basis van een wettelijke regeling, waardoor er sprake is van een voorliggende voorziening; de voor de werknemer noodzakelijke voorziening behoort tot de standaarduitrusting van de werkgever; de voorziening naar het oordeel van het college onvoldoende bijdraagt aan de arbeidsinschakeling; de kosten van de noodzakelijke voorziening niet proportioneel zijn; er niet wordt voldaan aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening; een eerder toegekende gelijksoortige voorziening is beëindigd. Het college kan een voorziening beëindigen als: de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichtingen als bedoeld in de artikelen 9 en 17 van de wet, de artikelen 13 en 37 van de IOAW of de artikelen 13 en 37 van de IOAZ niet nakomt; de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep; de persoon die aan de voorziening deelneemt algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een in deze verordening genoemde voorzieningen, tenzij het betreft een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, onder 2° van de wet; de voorziening naar het oordeel van het college niet langer voldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling; de voorziening naar het oordeel van het college niet meer geschikt is voor de persoon die gebruik maakt van de voorziening; de persoon die aan de voorziening deelneemt niet naar behoren gebruik maakt van de aangeboden voorziening; of de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer voldoet aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening. Het college biedt de goedkoopst adequate voorziening aan, houdt bij het voorzieningenaanbod rekening met andere voorzieningen die in het kader van het sociaal domein beschikbaar zijn en stemt het aanbod, als dat nodig is, intern af zodat het optimaal bijdraagt aan een integrale ondersteuning van de persoon. Het college houdt bij de afstemming ook rekening met voorzieningen op grond van andere wettelijke regelingen en stemt dit af in het plan van aanpak, bedoeld in artikel 44a van de wet. Artikel4.Sociale activering Het college kan een persoon die behoort tot de doelgroep activiteiten aanbieden in het kader van sociale activering voor zover de mogelijkheid bestaat dat hij op enig moment algemeen geaccepteerde arbeid kan verkrijgen waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een voorziening. Het college stemt de duur van de in het eerste lid bedoelde activiteiten af op de mogelijkheden en capaciteit van die persoon. Het college biedt de activiteiten uitsluitend aan als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt. Artikel5.Scholing Het college kan een persoon die behoort tot de doelgroep een scholingstraject aanbieden. Een scholingstraject voldoet in ieder geval aan de volgende eisen: zonder inzet van de scholing is het verwerven of behouden van arbeid naar het oordeel van het college niet haalbaar; de scholing moet aansluiten bij de krachten en bekwaamheden van de persoon; de scholing die ingezet wordt beslaat maximaal een periode van twee jaar. Het eerste lid is niet van toepassing op personen als bedoeld in artikel 7, derde lid, onderdeel a, van de wet. Artikel6.Participatieplaats Het college kan een persoon van 27 jaar of ouder met recht op algemene bijstand overeenkomstig artikel 10a van de wet onbeloonde additionele werkzaamheden laten verrichten. Het college zorgt ervoor dat de te verrichten additionele werkzaamheden worden vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst die wordt ondertekend door het college, de werkgever en de persoon die de additionele werkzaamheden gaat verrichten. In de overeenkomst wordt in ieder geval vastgelegd: het doel van de participatieplaats; de wijze waarop de begeleiding plaatsvindt, en de duur en omvang van de participatieplaats. De premie, bedoeld in artikel 10a, zesde lid, van de wet bedraagt € 100,00 per zes maanden, mits in die zes maanden voldoende is meegewerkt aan het vergroten van de kans op inschakeling in het arbeidsproces. Artikel7.Participatievoorziening beschut werk Het college biedt de voorziening beschut werk aan een persoon van wie is vastgesteld dat deze alleen in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft en deze persoon: behoort tot de doelgroep; of een persoon is aan wie het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een uitkering verstrekt. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid krijgt een persoon van wie is vastgesteld dat deze alleen in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft en die nog niet in aanmerking is gekomen voor een beschutte werkplek omdat het aantal beschutte werkplekken volgens de taakstelling als bedoeld in artikel 10b, vierde lid, van de Participatiewet, in één jaar al is gerealiseerd, voorrang op personen van wie later is vastgesteld dat zij alleen in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben. Om de in artikel 10b, eerste lid, van de Participatiewet bedoelde werkzaamheden mogelijk te maken, biedt het college de volgende ondersteunende voorzieningen aan: Fysieke aanpassingen van de werkplek of de werkomgeving; Uitsplitsing van taken of; Aanpassing in de wijze van werkbegeleiding, werktempo of arbeidsduur. Het college kan aan een persoon van wie is vastgesteld dat zij uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben, tot het moment van aanvang van de dienstbetrekking, bedoeld in artikel 10b, eerste lid, van de wet, de volgende voorzieningen aanbieden: dagbesteding als bedoeld in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning; sociale activering als bedoeld in artikel 4; scholing als bedoeld in artikel 5; persoonlijke ondersteuning als bedoeld in artikel 8; of schuldhulpverlening als bedoeld in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening; of een andere voorziening gericht op arbeidsinschakeling. Bovenop het aantal beschutte werkplekken, volgens de taakstelling als bedoeld in artikel 10b, vierde lid, van de Participatiewet, biedt het college uitsluitend dienstbetrekkingen beschut werk aan indien daar een separaat besluit van de gemeenteraad aan ten grondslag ligt. Artikel8.Persoonlijke ondersteuning bij werk Het college kan persoonlijke ondersteuning bij werk aanbieden aan personen behorend tot de doelgroep. Persoonlijke ondersteuning bij werk als bedoeld in het eerste lid wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 3, verstrekt overeenkomst de bepalingen van hoofdstuk 3A. Artikel9.Werkervaringsplaats, ontwikkelplek en proefplaats Het college kan een persoon een voorziening gericht op arbeidsinschakeling aanbieden als deze: behoort tot de doelgroep, en een afstand heeft tot de arbeidsmarkt. Een voorziening als bedoeld in het eerste lid bestaat uit: een werkervaringsplaats; een ontwikkelplek, of een proefplaats. Het doel van een werkervaringsplaats, ontwikkelplek of proefplaats is het opdoen van werkervaring, het intact houden van een arbeidsverleden, het leren functioneren in een arbeidsrelatie en/of het beoordelen van de competenties van de persoon. Het college plaatst de persoon als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt. Er wordt een schriftelijke overeenkomst opgesteld met de beoogde werkgever, de persoon die op de werkervaringsplaats, ontwikkelplek of proefplaats wordt geplaatst en het college. De duur van de werkervaringsplaats of ontwikkelplek is drie maanden. Een eenmalige verlenging met maximaal drie maanden is mogelijk. De duur van de proefplaats is maximaal twee maanden. Een eenmalige verlenging met maximaal vier maanden is mogelijk. In de overeenkomst, zoals bedoeld in het vierde lid, wordt in ieder geval vastgelegd: de doelen van de werkervaringsplaats, ontwikkelplek of proefplaats; de wijze waarop de begeleiding plaatsvindt, en de duur en omvang van de werkervaringsplaats, ontwikkelplek of proefplaatsing. Ingeval van een proefplaats als bedoeld in het tweede lid, onder c. wordt aanvullend de wederzijdse intentie tot het aangaan van een dienstverband van minimaal zes maanden schriftelijk vastgelegd. Hoofdstuk3A. Specifieke bepalingen doelgroep breed offensief Paragraaf3A.1 Administratief proces loonkostensubsidie Artikel10.Specifiek aanvraagproces loonkostensubsidie Het college verstrekt overeenkomstig artikel 10d, van de wet, ambtshalve of op aanvraag, loonkostensubsidie aan de werkgever die voornemens is een dienstbetrekking aan te gaan met een persoon die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie. In geval van een aanvraag zijn het tweede tot en met het vijfde lid van dit artikel van toepassing. Het college bevestigt de ontvangst van de aanvraag schriftelijk aan de werkgever, of als de aanvraag wordt gedaan door de persoon, aan de werkgever en de persoon. Een aanvraag voor loonkostensubsidie wordt, als het een persoon betreft die nog niet behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, ook beschouwd als een aanvraag om vast te stellen of de persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, bedoeld in artikel 10c, eerste lid, onder a, van de wet. Het college stelt binnen een redelijke termijn na ontvangst van de aanvraag de loonwaarde vast, tenzij in overleg met de werkgever toepassing wordt gegeven aan artikel 10d, vijfde lid, van de wet. Het college neemt bij het verstrekken van de loonkostensubsidie het preferente proces loonkostensubsidie in acht. Paragraaf3A.2 Procedure persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen Artikel 10a. Voorwaarden toekenning persoonlijke ondersteuning bij werk en overigevoorzieningen Het college kan persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen verstrekken ten behoeve van een persoon met een arbeidsbeperking. Bij de toekenning van persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen gelden, onverminderd het bepaalde in artikel 3, de volgende voorwaarden: de persoon behoort tot de doelgroep en is minimaal achttien jaar oud, tenzij hij VSO/PRO-onderwijs heeft genoten; de persoon kan zonder deze vorm van ondersteuning niet aan het arbeidsproces deelnemen; de werkgever biedt een dienstbetrekking aan van minimaal zes maanden, met een minimale arbeidsduur van 12 uur per week; het betreft geen Arbo-taak waarvoor de werkgever verantwoordelijk is; het betreft geen meeneembare voorziening die tot de standaarduitrusting van de werkgever behoort of algemeen gebruikelijk is in een organisatie; er is naar het oordeel van het college geen sprake van een werkplekaanpassing die in zijn algemeenheid van de werkgever kan worden verlangd; en de kosten van de voorziening(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.