Besluit van het dagelijks bestuur van de Veiligheidsregio Utrecht houdende regels omtrent mandatering (Mandaatregeling Veiligheidsregio Utrecht)Het dagelijks bestuur en de voorzitter van de Veiligheidsregio Utrecht, ieder voor zover het zijn bevoegdheden betreft; gelet op: afdeling 10.1.1 Algemene wet bestuursrecht; artikel 33 tot en met artikel 33d Wet gemeenschappelijke regelingen; de Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Utrecht, en het Delegatiebesluit VRU 2015; overwegende: dat voor het efficiënt functioneren van het openbaar lichaam Veiligheidsregio Utrecht de Mandaatregeling VRU 2015 is vastgesteld, waarin de mandatering aan de algemeen directeur van de Veiligheidsregio Utrecht is neergelegd; dat als gevolg van de doorontwikkeling van de organisatie van de VRU gewenst is om de mandatering aan te passen; dat het daarom gewenst is de Mandaatregeling VRU 2015 wordt ingetrokken en de wijzigingen in de mandatering neer te leggen in een nieuwe regeling; besluiten: de Mandaatregeling VRU 2015 met bijbehorend Mandaatregister VRU 2015 in te trekken, en vast te stellen de navolgende: Mandaatregeling Veiligheidsregio Utrecht. §1Algemeen Artikel1.Begripsbepaling In deze regeling wordt verstaan onder: a. veiligheidsregio: de veiligheidsregio, bedoeld in artikel 1.3 van de Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Utrecht; b. algemeen directeur: de algemeen directeur van de veiligheidsregio, bedoeld in artikel 2.13, van de Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Utrecht; c. directeur publieke gezondheid: de directeur publieke gezondheid, bedoeld in artikel 14 van de Wet publieke gezondheid Jº artikel 32 Wet veiligheidsregio’s; d. mandaat: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten te nemen, bedoeld in afdeling 10.1.1, Algemene wet bestuursrecht; e. volmacht: de bevoegdheid om namens een bestuursorgaan privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten; f. machtiging: de bevoegdheid om namens een bestuursorgaan handelingen te verrichten, geen besluiten of privaatrechtelijke rechtshandelingen zijnde, en g. Mandatenregister VRU: Het bij deze regeling horende overzicht van door de algemeen directeur in mandaat opgedragen bevoegdheden, dat als bijlage bij deze regeling is gevoegd. Artikel2.Mandaat algemeen directeur Aan de algemeen directeur wordt mandaat verleend voor de bevoegdheden die zijn genoemd in het bij deze regeling behorende Mandatenregister VRU. Artikel3.Ondermandaat 1.De algemeen directeur kan ter uitoefening van aan hem in mandaat verleende bevoegdheden, ondermandaat verlenen aan leidinggevenden en overige functionarissen van de veiligheidsregio, voor zover noodzakelijk ter uitoefening van hun functie, voor zover toegestaan op basis van Mandatenregister VRU en onder de voorwaarden, genoemd in het Mandatenregister VRU. 2.De algemeen directeur kan tevens ondermandaat verlenen aan de directeur publieke gezondheid. 3.Op ondermandaat is deze regeling van overeenkomstige toepassing. 4.De algemeen directeur kan nadere instructies geven voor het uitoefenen van specifieke ondergemandateerde bevoegdheden. Artikel4.Uitzonderingen De bevoegdheid om beslissingen in mandaat te nemen omvat niet beslissingen: die de uitoefening van een hardheidsclausule inhouden; op bezwaarschriften en beroepsschriften; waarbij het inwinnen van advies van derden verplicht is, en dat advies en het eigen standpunt van de algemeen directeur niet op elkaar aansluiten, of niet tot dezelfde conclusie leiden; waarbij de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheid de persoon, de functie of enig ander belang van de algemeen directeur zelf betreft. Artikel5.Plaatsvervanging De plaatsvervanger op grond van de Organisatieverordening VRU 2015 beschikt over alle gemandateerde bevoegdheden van de algemeen directeur, tenzij bij de plaatsvervanging anders is bepaald. Artikel6.Beheer van mandaten De algemeen directeur informeert het dagelijks bestuur en de voorzitter desgewenst over de krachtens mandaat genomen beslissingen en over de wijze waarop elk mandaat wordt uitgeoefend. Artikel7.Ondertekeningswijze bij mandaat Bij de uitoefening van een mandaat worden uitgaande stukken ondertekend namens het ter zake bevoegde bestuursorgaan. Artikel8.Schakelbepaling volmachten en machtigingen Voor de toepassing van dit besluit wordt met mandaat gelijkgesteld de verlening van volmacht of machtiging. Artikel9Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking op 1 juli
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.