Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Hellendoorn 2023Nijverdal, 20 juni 2023 Nr. 2023-009678 De raad van de gemeente Hellendoorn; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 9 mei 2023; gelet op de artikelen 2.1.3, 2.1.4a, 2.1.5, eerste lid, 2.1.6, 2.3.6, vierde lid en 2.6.6, eerste lid van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; overwegende dat: het noodzakelijk is om cliënten te ondersteunen als zij beperkingen ondervinden in hun maatschappelijke participatie en zelfredzaamheid en zij niet in staat zijn om op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg, met hulp van het sociale netwerk of met gebruikmaking van algemene voorzieningen hiervoor een oplossing te vinden; het noodzakelijk is om cliënten met psychische of psychosociale problemen en cliënten die vanwege huiselijk geweld of om andere redenen de thuissituatie hebben verlaten, te ondersteunen bij het zich handhaven in de samenleving als zij hier niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg, of met hulp van het sociale netwerk of met gebruikmaking van algemene voorzieningen toe in staat zijn; het noodzakelijk is om bij verordening regels te stellen met betrekking tot de invulling van de plicht tot ondersteuning; b e s l u i t: vast te stellen de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Hellendoorn 2023 Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1.1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening die niet specifiek bedoeld is voor mensen met een beperking, die daadwerkelijk beschikbaar is, een passende bijdrage levert aan het realiseren van zelfredzaamheid of participatie en die financieel gedragen kan worden met een inkomen op minimumniveau; andere voorziening: een voorziening anders dan in het kader van de wet; budgethouder: de cliënt die een pgb ontvangt op grond van de wet; Cimot: Centrale Intake Maatschappelijke Opvang Twente. Het loket waar een cliënt zich kan melden voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang; consultatie: het inschakelen van de expertise van zorgaanbieders; fraude: het opzettelijk en structureel onjuist handelen, en daarmee handelen in strijd met de geldende regelgeving, met het oog op eigen of andermans financieel gewin; hoofdverblijf: de woonruimte, bestemd en geschikt voor permanente bewoning, waar de persoon met beperkingen zijn vaste woon- en verblijfplaats heeft; hulpvraag: behoefte aan maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid van de wet; ingezetene: de inwoner die zijn hoofdverblijf heeft in de gemeente Hellendoorn; melding: het kenbaar maken van de hulpvraag aan het college als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid van de wet; onderzoek: het onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2 van de wet; ondersteuningsbehoefte: ondersteuning die de cliënt nodig heeft; ondersteuningsplan: een document waarin de ondersteuningsbehoefte van de cliënt is vastgelegd, samen met de doelen (beoogde resultaten) en hoe deze te bereiken, evenals de bijdragen die zowel het college als de hulpvrager en zijn sociale netwerk hieraan kunnen leveren; persoonlijk plan: het plan waarin de cliënt de omstandigheden, bedoeld in artikel 2.3.2, vierde lid, onderdelen a tot en met g van de wet, beschrijft en aangeeft welke maatschappelijke ondersteuning naar zijn mening het meest is aangewezen; pgb: het persoonsgebonden budget; pgb-aanbieder: een derde die de cliënt heeft betrokken en waarbij hij ondersteuning inkoopt. Met de pgb-aanbieder wordt zowel de professionele aanbieder als de niet-professionele aanbieder bedoeld; pgb-beheerder: een persoon die de belangen van de cliënt behartigt en de aan een pgb verbonden taken uitvoert, indien de cliënt ondersteuning heeft (of wenst te ontvangen) in de vorm van een pgb; uitvoeringsbesluit: het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015; VOG: verklaring omtrent het gedrag die relevant is voor de uit te voeren werkzaamheden; in deze verordening wordt bedoeld een VOG met screeningsprofiel 45 ‘gezondheidszorg en welzijn van mens en dier’; wet: de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; zorg- en budgetplan: een plan waarin de cliënt aangeeft gebruik te willen maken van een pgb en hoe hij deze wil besteden. Dit plan draagt bij aan de beoordeling of de cliënt in aanmerking komt voor een pgb. Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de wet, het uitvoeringsbesluit en de Algemene wet bestuursrecht. Hoofdstuk 2 Voorzieningen Artikel 2.1 Algemene voorzieningen De volgende algemene voorzieningen zijn beschikbaar: welzijnswerk; maatschappelijk werk; mantelzorgondersteuning. Artikel 2.2 Maatwerkvoorzieningen Het college kan een cliënt in aanmerking laten komen voor één of meerdere van de volgende maatwerkvoorzieningen: huishoudelijke ondersteuning; individuele ondersteuning; groepsgerichte ondersteuning; vervoer, samenhangend met een voorziening genoemd onder c; wonen en verblijf; consultatie; woonvoorziening; rolstoelvoorziening; sportvoorziening; vervoersvoorziening; andere hulpmiddelen. Het college kan nadere regels stellen over de maatwerkvoorzieningen die op grond van het eerste lid beschikbaar zijn. Het college van centrumgemeente Almelo kan een cliënt in aanmerking laten komen voor een maatwerkvoorziening beschermd wonen of maatschappelijke opvang. Hierbij is de geldende verordening maatschappelijke ondersteuning en de daarop gebaseerde regelgeving van de gemeente Almelo de wettelijke grondslag voor eventuele verstrekking. Artikel 2.3 Algemene criteria Een cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening ter compensatie van de beperkingen in zijn zelfredzaamheid of participatie als de cliënt de beperkingen naar het oordeel van het college niet kan verminderen of wegnemen door gebruik te maken van: eigen kracht; gebruikelijke hulp; mantelzorg; hulp van andere personen uit het sociale netwerk; algemeen gebruikelijke voorzieningen; en/of algemene voorzieningen. Artikel 2.4 Voorwaarden en weigeringsgronden Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst compenserende voorziening. De maatwerkvoorziening wordt slechts verstrekt indien deze, gezien de beperkingen van de cliënt, veilig voor hemzelf en zijn omgeving is, geen gezondheidsrisico’s met zich meebrengt en niet anti-revaliderend werkt. Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt als: de cliënt geen ingezetene is; voor de problematiek, die aanleiding geeft voor de noodzaak tot ondersteuning, een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling bestaat; de cliënt de gevraagde voorziening voor de melding heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij er naar het oordeel van het college sprake is van een acute noodsituatie waardoor het voor de cliënt dringend noodzakelijk was de voorziening te treffen; de cliënt de gevraagde voorziening na de melding en vóór de datum van het besluit heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij het college daarvoor schriftelijk toestemming heeft gegeven of de noodzaak en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen; de gevraagde voorziening al eerder aan de cliënt is verstrekt op grond van enige wettelijke bepaling en de normale afschrijvingstermijn van die voorziening nog niet verstreken is. Uitzonderingen hierop zijn de situatie dat de voorziening verloren is gegaan door omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen of de cliënt de restwaarde van de voorziening, die verloren is gegaan, geheel of gedeeltelijk vergoedt; deze niet hoofzakelijk op het individu is gericht; de voorziening niet noodzakelijk was geweest wanneer de cliënt rekening had gehouden met bestaande en bekende beperkingen en de te verwachten ontwikkelingen daarvan; de cliënt een indicatie heeft voor zorg met verblijf op grond van de Wet langdurige zorg of er redenen zijn om aan te nemen dat de cliënt daarvoor in aanmerking komt, maar weigert mee te werken aan het verkrijgen van een besluit hierover; deze niet langdurig noodzakelijk is, tenzij het gaat om hulp bij het huishouden, individuele ondersteuning of groepsgerichte ondersteuning. Bij de te verstrekken vervoersvoorziening in de vorm van een dienst als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onderdeel j wordt alleen rekening gehouden met de verplaatsingen in de directe woon- en leefomgeving met als uitgangspunt 1.500 kilometer op jaarbasis. Geen woonvoorziening als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onderdeel g wordt verstrekt als: de beperkingen voortkomen uit de aard van de in de woning gebruikte materialen, de slechte staat van het onderhoud of de omstandigheid dat de woning niet voldoet aan de geldende wettelijke eisen; de cliënt zijn hoofdverblijf niet heeft of niet zal hebben in de woning waaraan de voorziening wordt getroffen; de voorziening ten behoeve is van woonruimten die niet geschikt zijn voor permanente bewoning. Er kan dan wel een voorziening voor verhuizing en inrichting worden verstrekt; het om voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten gaat, anders dan automatische deuropeners, hellingbanen, het verbreden van gemeenschappelijke toegangsdeuren, het aanbrengen van drempelhulpen of vlonders of het aanbrengen van een opstelplaats bij de toegangsdeur van de gemeenschappelijke ruimte. Er kan dan wel een voorziening voor verhuizing en inrichting worden verstrekt; de noodzaak het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding was op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie en er geen belangrijke reden voor de verhuizing is; de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn beperkingen meest geschikte beschikbare woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is gegeven door het college; de voorziening in het geval van nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten meegenomen kan worden; de cliënt in een onzelfstandige woonruimte woont waar zorg en wonen onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Hoofdstuk 3 Procedurele bepalingen Artikel 3.1 Melding Een hulpvraag kan door of namens de cliënt, mondeling, schriftelijk, digitaal of telefonisch bij het college worden gemeld. Het college bevestigt de ontvangst van de melding en maakt zo spoedig mogelijk een afspraak voor een gesprek. In afwijking van het gestelde in het eerste lid wordt een melding gericht op beschermd wonen of maatschappelijke opvang door of namens de cliënt ingediend bij het Cimot, die de melding verder in behandeling neemt. Artikel 3.2 Onderzoek en opstellen ondersteuningsplan Een gesprek maakt deel uit van het onderzoek. Het gesprek wordt gevoerd met de cliënt of zijn vertegenwoordiger, voor zover mogelijk zijn mantelzorger en voor zover nodig andere personen. Het onderzoek vindt plaats overeenkomstig het bepaalde in artikel 2.3.2, vierde lid van de wet. Het college informeert de cliënt over de mogelijkheid om een aanvraag als bedoeld in artikel 3.4 in te dienen. Als dit nodig is voor het onderzoek, kan het college de cliënt, zijn mantelzorger of bij gebruikelijke hulp zijn huisgenoten oproepen voor een gesprek of een onderzoek door een daartoe aangewezen deskundige. Het college kan een zorgaanbieder voor consultatie inschakelen ten behoeve van het onderzoek. In het ondersteuningsplan legt het college de uitkomsten van het onderzoek vast. Artikel 3.3 Advies bij het onderzoek Het college mag, wanneer dit noodzakelijk is voor het onderzoek, de cliënt of bij gebruikelijke hulp diens relevante huisgenoten oproepen om: in een persoonlijk gesprek vragen te beantwoorden, op een door het college te bepalen plaats en tijdstip; door één of meer daartoe aangewezen deskundigen in een persoonlijk gesprek vragen te beantwoorden en/of mee te werken aan een onderzoek, op een door het college te bepalen plaats en tijdstip. Het college kan een door hem daartoe aangewezen deskundige om advies vragen als: er onvoldoende duidelijkheid bestaat over de medische omstandigheden van de cliënt dan wel een verandering of oorzaak van die medische omstandigheden, die de noodzaak van een voorziening of soort van voorziening kunnen beïnvloeden; het college dat overigens gewenst vindt. Artikel 3.4 Aanvraag Een aanvraag voor een maatwerkvoorziening wordt door of namens een cliënt ingediend bij het college, via een daarvoor bestemd aanvraagformulier. Een aanvraag voor een maatwerkvoorziening kan pas worden ingediend nadat het onderzoek is uitgevoerd, tenzij het onderzoek niet is uitgevoerd binnen zes weken na de ontvangst van de melding. Artikel 3.5 Besluit en termijn Het college legt het besluit om wel of geen maatwerkvoorziening te verstrekken vast in een beschikking. Het college beslist zo snel mogelijk, maar in ieder geval binnen twee weken nadat de aanvraag is ontvangen. Artikel 3.6 Inhoud beschikking In de beschikking tot verstrekking van een maatwerkvoorziening wordt, indien van toepassing, vastgelegd: welke maatwerkvoorziening verstrekt wordt, wie de ondersteuning gaat bieden en wat het beoogde resultaat daarvan is; de ingangsdatum en de duur van de maatwerkvoorziening; of de maatwerkvoorziening in natura, als pgb of als financiële tegemoetkoming wordt verstrekt; of een bijdrage in de kosten verschuldigd is en de daarbij door het college gehanteerde uitgangspunten. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb vermeldt de beschikking naast de in het eerste lid genoemde zaken bovendien: de hoogte van het pgb en hoe deze is bepaald; aan welk doel het pgb moet worden besteed; de termijn waarbinnen de cliënt het pgb moet besteden; welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb; de wijze van verantwoording van het bestede pgb. Het ondersteuningsplan maakt deel uit van de beschikking. Bij het besluit wordt informatie verstrekt over de rechten en de plichten van de cliënt op grond van de wet, de verordening en de nadere regels. Hoofdstuk 4 Pgb Artikel 4.1 Voorwaarden pgb Als een cliënt in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening en de ondersteuning zelf wenst in te kopen door middel van een pgb, toetst het college of voldaan wordt aan de in artikel 2.3.6 van de wet opgenomen voorwaarden. Om te kunnen beoordelen of de cliënt aan de in artikel 2.3.6 van de wet opgenomen voorwaarden voldoet, dient de cliënt die in aanmerking wil komen voor een pgb voor een maatwerkvoorziening in de vorm van een dienst een door het college ter beschikking gesteld zorg- en budgetplan in. Hierin is in elk geval opgenomen, indien van toepassing: wie de cliënt heeft gemachtigd om zijn belangen ten aanzien van het pgb te behartigen en de aan het pgb verbonden taken uit te voeren; wat de persoonlijke situatie is, welke hulpvraag de cliënt heeft en hoe hij denkt die hulpvraag te kunnen beantwoorden; wat de te behalen resultaten zijn en hoe deze behaald denken te worden; de motivering waarom het natura-aanbod van de gemeente niet passend is en de cliënt de ondersteuning in de vorm van een pgb wenst te ontvangen; de voorgenomen uitvoerder van de maatwerkvoorziening; op welke wijze de kwaliteit van de ondersteuning is gewaarborgd; op welke wijze de cliënt de zorgverlener aanstuurt in de praktijk; op welke wijze de zorg wordt gecontroleerd; op welke wijze de cliënt de juiste administratie gaat bijhouden; op welke wijze de cliënt een contract aangaat met de pgb-aanbieder; op welke wijze de cliënt omgaat met geconstateerde onjuistheden. Indien de cliënt een pgb-beheerder heeft gemachtigd, dan betrekt het college deze pgb-beheerder in het onderzoek en voert daarmee ten minste één keer een gesprek, voordat een beslissing op de aanvraag tot verstrekking van een voorziening in de vorm van een pgb wordt genomen. Het college beoordeelt of de ondersteuning die de cliënt met het pgb wenst in te kopen naar het oordeel van het college van voldoende kwaliteit is en dus veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht is. De kwaliteit van de ondersteuning wordt getoetst door middel van het zorg- en budgetplan, zoals omschreven in het tweede lid. De kwaliteit van de met het pgb ingekochte professionele ondersteuning voldoet minimaal aan de eisen die de gemeente stelt aan de gecontracteerde zorgaanbieders die vergelijkbare ondersteuning leveren. Hierbij moeten pgb-aanbieders voldoen aan de volgende criteria: ingeschreven staan in het handelsregister van de Kamer van Koophandel; adequaat opgeleid personeel in dienst hebben; een VOG van alle werknemers (en eventueel vrijwilligers) over kunnen leggen; beschikken over een volledig geïntegreerd kwaliteitssysteem dat voldoet aan de landelijke eisen, zoals ISO, HKZ, branche-specifieke eisen etc.; een verklaring omtrent betalingsgedrag van de Belastingdienst kunnen tonen; een afschrift van de meest recente jaarrekening – of in het geval van een zelfstandige zonder personeel een balans en een winst- en verliesrekening – kunnen tonen; verzekerd zijn tegen beroeps- en/of bedrijfsaansprakelijkheid. Naast de in het vijfde lid genoemde criteria mag de pgb-aanbieder geen fraude hebben gepleegd in de vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag. Naast de in het vijfde en zesde lid genoemde criteria mogen er ook geen twijfels zijn over de integriteit van de pgb-aanbieder. Deze twijfels doen zich in ieder geval voor als de pgb-aanbieder: betrokken is geweest bij strafbare feiten of overtredingen heeft begaan in de laatste vijf jaar die de veiligheid en kwaliteit van de ondersteuning in gevaar brengen; verdacht is geweest van strafbare feiten dan wel daarvoor veroordeeld is geweest in de laatste vijf jaar; bestuursrechtelijke en/of fiscaalrechtelijke boetes opgelegd heeft gekregen; bestuursrechtelijke handhavingsmaatregelen opgelegd heeft gekregen in de vorm van een last onder bestuursdwang en/of dwangsom; er sprake is van feiten en omstandigheden die erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat de pgb-aanbieder en/of zijn directie en/of de aan hen gelieerde vennootschappen een zakelijk samenwerkingsverband onderhouden met derden die in relatie staan tot strafbare feiten of daarvan verdacht worden; zich niet professioneel gedraagt. Hiervan is onder andere sprake indien de pgb-aanbieder zich intimiderend opstelt, geen voorbeeldfunctie toont of er meerdere incidenten hebben plaatsgevonden binnen de uitvoering van de functie. Een pgb voor ondersteuning door het sociaal netwerk wordt niet ingezet, indien er sprake is van overbelasting bij de persoon die de ondersteuning wil gaan verlenen. Een pgb is alleen mogelijk indien naar het oordeel van het college wordt voldaan aan alle voorwaarden, zoals vermeld in de wet en deze verordening, om in aanmerking te komen voor een pgb. Het niet voldoen aan de kwaliteitseisen heeft tot gevolg dat het college de aanvraag van de cliënt om ondersteuning in de vorm van een pgb afwijst. Artikel 4.2 Onderscheid professionele en niet-professionele ondersteuning Bij het vaststellen van de hoogte van het pgb wordt onderscheid gemaakt tussen professionele en niet-professionele ondersteuning. Van professionele ondersteuning is sprake als de ondersteuning verleend wordt door onderstaande personen, met uitzondering van personen uit het sociaal netwerk van de cliënt: personen die werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staat in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en die beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken; of personen die aangemerkt zijn als zelfstandige zonder personeel. Daarnaast moeten ze ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken. Van niet-professionele ondersteuning is sprake als: de hulp wordt verleend door een persoon die niet voldoet aan de criteria als genoemd in het tweede lid; de hulp wordt geboden door een persoon die voldoet aan de criteria in het tweede lid, maar tot het sociaal netwerk van de cliënt behoort. Artikel 4.3 Voorwaarden pgb-beheerder Een pgb-beheerder kan zijn: iemand die tot het sociaal netwerk behoort; een professionele pgb-beheerder; een door de rechtbank aangestelde mentor, curator of bewindvoerder. Het college acht een pgb-beheerder niet in staat om de aan een pgb verbonden taken verantwoord te kunnen uitvoeren indien bij hem sprake is van één of meerdere van de volgende omstandigheden: problematische schuldenproblematiek; ernstige verslavingsproblematiek; aangetoonde fraude begaan in de vier jaar voorafgaand aan de aanvraag; een aanmerkelijke verstandelijke beperking; een ernstig psychiatrisch ziektebeeld; een vastgestelde, blijvende cognitieve stoornis; het onvoldoende machtig zijn van de Nederlandse taal in woord en geschrift; twijfels op overige gronden over de pgb-vaardigheid. Een pgb-beheerder wordt geacht alleen de aan een pgb verbonden taken op verantwoorde wijze te kunnen uitvoeren, indien: hij niet tevens de uitvoerder is van de ondersteuning die met het pgb wordt ingekocht of geen relatie heeft met de uitvoerder van de ondersteuning, tenzij dit naar het oordeel van het college passend wordt bevonden; er sprake is van voldoende nabijheid in de vorm van fysieke aanwezigheid en tijd; hij de belangen van de cliënt voldoende kan behartigen. Artikel4.4 Hoogte pgb De hoogte van het pgb voor een maatwerkvoorziening in de vorm van een woonvoorziening, rolstoelvoorziening, vervoersvoorziening in de vorm van een vervoersmiddel en andere hulpmiddelen wordt maximaal vastgesteld op: het bedrag van de goedkoopst compenserende voorziening in natura bij de leverancier waarmee de gemeente een overeenkomst heeft gesloten, zo nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering; of het bedrag van de kosten volgens de door het college geaccepteerde offerte indien de gemeente voor de betreffende maatwerkvoorziening geen overeenkomst heeft gesloten. De hoogte van het pgb voor een vervoersvoorziening in de vorm van een dienst bedraagt de netto zoneprijs die de gemeente betaalt voor het collectief vervoer, vermenigvuldigd met het aantal benodigde zones, waarbij het uitgangspunt geldt dat 1.500 kilometer op jaarbasis binnen de eigen leef- en woonomgeving moet kunnen worden gereisd. Bij de hoogte van het pgb voor een maatwerkvoorziening in de vorm van huishoudelijke ondersteuning, individuele ondersteuning, groepsgerichte ondersteuning, wonen en verblijf en consultatie wordt onderscheid gemaakt tussen professionele ondersteuning en niet-professionele ondersteuning. De hoogte van het pgb voor professionele ondersteuning als bedoeld in het derde lid bedraagt 90% van het tarief voor een gecontracteerde zorgaanbieder in natura, tenzij op basis van het door de cliënt ingediende zorg- en budgetplan passende en toereikende ondersteuning voor een lager tarief kan worden ingekocht. De hoogte van het pgb voor niet-professionele ondersteuning als bedoeld in het derde lid is: bij het bestaan van een dienstbetrekking gelijk aan het minimum uurloon, inclusief vakantiebijslag, zoals bedoeld in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag voor een persoon van 21 jaar of ouder met een 36-urige werkweek. Dit tarief is ongeacht de diploma’s en werkervaring van de niet-professionele aanbieder; of in het geval er geen sprake is van een dienstbetrekking gelijk aan maximaal de hoogte van de tegemoetkoming per kalendermaand voor een hulp uit het sociaal netwerk, zoals opgenomen in artikel 2ab, eerste lid van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015, ongeacht de feitelijke omvang van de voorziening. Het college kan nadere regels stellen over de wijze waarop de hoogte van een pgb wordt vastgesteld. Artikel4.5 Besteding pgb De volgende kosten zijn uitgesloten voor vergoeding vanuit een pgb: bemiddelingskosten; kosten voor het voeren van een pgb-administratie; kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van het pgb; contributie voor het lidmaatschap van Per Saldo, kosten voor het volgen van cursussen over het pgb, kosten voor het bestellen van informatiemateriaal; zorg en ondersteuning die niet onder de wet vallen; zorg en ondersteuning die onder een algemene voorziening vallen; ondersteuning buiten EU-landen (dit in verband met de controle op de kwaliteit en financiën); kosten voor feestdagenuitkering en een eenmalige uitkering. Het pgb bevat geen vrij besteedbaar deel. Hoofdstuk 5 Waardering mantelzorgers en financiële tegemoetkoming Artikel5.1 Jaarlijkse waardering mantelzorgers Het college bepaalt in overleg met de lokale ondersteunende mantelzorgorganisaties waaruit de jaarlijkse blijk van waardering voor mantelzorgers van cliënten in de gemeente Hellendoorn bestaat. Artikel5.2 Financiële tegemoetkoming Een maatwerkvoorziening in de vorm van een financiële tegemoetkoming wordt verstrekt, indien dit een passende bijdrage levert aan de zelfredzaamheid en participatie van de aanvrager. Een financiële tegemoetkoming kan worden verstrekt voor: vervoer (in combinatie met een ondersteuningsbehoefte); verhuis- en inrichtingskosten; en een sportvoorziening. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de financiële tegemoetkoming. Hoofdstuk 6 Bijdrage in de kosten Artikel6.1 Bijdrage voor maatwerkvoorzieningen en algemene voorzieningen Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening in natura of een pgb. De bijdrage in de kosten overstijgt niet de kostprijs van de voorziening. Voor een maatwerkvoorziening is de cliënt de maximale bijdrage in de kosten, zoals bepaald in artikel 2.1.4a, vierde lid, van de wet, verschuldigd. In afwijking van het derde lid is de hoogte van de bijdrage voor de maatwerkvoorziening voor een vervoersvoorziening per rit gelijk aan het in de regio voor het reguliere openbaar vervoer geldende basistarief plus het kilometertarief vermenigvuldigd met het aantal gereisde kilometers. Voor zover een maatwerkvoorziening in natura of een pgb wordt verstrekt ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt, waarvoor een bijdrage in de kosten verschuldigd is, is de bijdrage in de kosten verschuldigd door: de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen; en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt. Een cliënt is geen bijdrage verschuldigd voor een financiële tegemoetkoming. Artikel6.2 Kostprijs De kostprijs van een maatwerkvoorziening in natura is gelijk aan de kosten die het college voor de desbetreffende maatwerkvoorziening zelf maakt. De kostprijs van een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb. De kostprijs van een maatwerkvoorziening in de vorm van een woonvoorziening, vervoersvoorziening en andere hulpmiddelen, wordt tevens bepaald door de wijze van beschikbaarstelling van de voorziening, namelijk bruikleen, huur of eigendom. Hoofdstuk 7 Bestrijding misbruik Artikel 7.1 Nieuwe feiten en omstandigheden De cliënt aan wie op grond van deze verordening een maatwerkvoorziening is verstrekt, is verplicht zo spoedig mogelijk aan het college mededeling te doen van alle nieuwe feiten en omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een besluit tot verstrekking van een maatwerkvoorziening. Artikel 7.2 Bestrijding oneigenlijk gebruik, misbruik en niet-gebruik van een maatwerkvoorziening Het college informeert cliënten op een begrijpelijke manier over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een maatwerkvoorziening zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet. Artikel7.3 Verrekening Het college kan een terug te vorderen bedrag verrekenen met betalingen op grond van de wet, die nog uitgekeerd moeten worden. Artikel7.4 Controle Het college onderzoekt, al dan niet steekproefsgewijs, of de verstrekte voorzieningen worden gebruikt of besteed voor het doel waarvoor ze verstrekt zijn. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot deze controle. Hoofdstuk 8 Kwaliteit en veiligheid Artikel 8.1 Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen door: voorzieningen af te stemmen op de persoonlijke situatie van de cliënt; voorzieningen af te stemmen op andere vormen van zorg; inzet van de juiste deskundigheid; ervoor te zorgen dat de kwaliteit van de voorzieningen en de deskundigheid van beroepskrachten voldoen aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de van toepassing zijnde erkende keurmerken voor de betreffende sector; er bij het leveren van voorzieningen op toe te zien dat beroepskrachten handelen in overeenstemming met de professionele standaard. Door het college gecontracteerde aanbieders van maatwerkvoorzieningen voor diensten voldoen aan het kwaliteitskader dat hoort bij het geldende aanbestedingsdocument en de contracteisen. Het college ziet toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders, een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek en het zo nodig in overleg met de cliënt ter plaatse controleren van de geleverde voorzieningen. Artikel 8.2 Verhouding prijs en kwaliteit levering voorziening door derden Ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van een dienst door een derde als bedoeld in artikel 2.6.4 van de wet en de eisen die gesteld worden aan de kwaliteit van de dienst stelt het college vast: een vaste prijs, die geldt voor een inschrijving als bedoeld in de Aanbestedingswet 2012 en het aangaan van een overeenkomst met een derde; of een reële prijs die geldt als ondergrens voor: een inschrijving en het aangaan van een overeenkomst met de derde; en de vaste prijs, bedoeld in onderdeel a. Het college stelt de prijzen, bedoeld in het eerste lid, vast: conform de eisen aan de kwaliteit van die dienst, waaronder de eisen aan de deskundigheid van de beroepskracht, bedoeld in artikel 2.1.3, tweede lid, onderdeel c van de wet; en houdt daarbij rekening met de continuïteit in de hulpverlening, bedoeld in artikel 2.6.5, tweede lid van de wet, tussen degenen aan wie de dienst wordt verstrekt en de betrokken hulpverleners. Het college houdt in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven, die het hanteert voor door derden te leveren diensten, in ieder geval rekening met: de kosten van de beroepskracht; de redelijke overheadkosten; de kosten voor niet-productieve uren van de beroepskrachten als gevolg van verlof, ziekte, scholing en werkoverleg; de reis- en opleidingskosten; de indexatie van loon binnen een overeenkomst; overige kosten als gevolg van gemeentelijke eisen, zoals rapportageverplichtingen en administratieve verplichtingen. Het college houdt in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren overige voorzieningen, in ieder geval rekening met: de marktprijs van de voorziening; en de eventuele extra taken die in verband met de voorziening van de leverancier worden gevraagd, zoals: het aanmeten, leveren en plaatsen van de voorziening; de instructie over het gebruik van de voorziening; het onderhoud van de voorziening; en de verplichte deelname in bepaalde samenwerkingsverbanden. Artikel 8.3 Meldingsregeling calamiteiten en geweld Het college treft een regeling voor het melden van calamiteiten en geweldsincidenten bij de levering van een voorziening door een aanbieder. Aanbieders melden iedere calamiteit en ieder geweldsincident dat zich heeft voorgedaan bij de verstrekking van een voorziening onmiddellijk aan de toezichthoudende ambtenaar. De toezichthoudende ambtenaar doet onderzoek naar de calamiteiten en geweldsincidenten en adviseert het college over het voorkomen van verdere calamiteiten en het bestrijden van geweld. Hoofdstuk 9 Klachten en medezeggenschap Artikel 9.1 Klachtregeling Het college behandelt klachten van de cliënt die betrekking hebben op de wijze van afhandeling van aanvragen als bedoeld in deze verordening, overeenkomstig de bepalingen van de op dat moment geldende klachtenregeling van de gemeente Hellendoorn. Aanbieders zijn verplicht te beschikken over een regeling voor de afhandeling van klachten van cliënten ten aanzien van door hen verstrekte voorzieningen. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders en een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek. Artikel 9.2 Medezeggenschap Aanbieders zijn verplicht te beschikken over een regeling voor de medezeggenschap van cliënten over voorgenomen besluiten van de aanbieder die voor de gebruikers van belang zijn ten aanzien van alle voorzieningen. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders en een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek. Artikel 9.3 Betrekken van ingezetenen bij het beleid Het college stelt ingezetenen, waaronder in ieder geval cliënten of hun vertegenwoordigers, vroegtijdig in de gelegenheid om voorstellen voor het beleid betreffende maatschappelijke ondersteuning te doen, advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende maatschappelijke ondersteuning, en voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen. Het college zorgt ervoor dat ingezetenen kunnen deelnemen aan periodiek overleg, waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen aanmelden, en dat zij worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg benodigde informatie en ondersteuning. Het college kan nadere regels vaststellen ter uitvoering van het eerste en tweede lid. Hoofdstuk 10 Slotbepalingen Artikel10.1 Onvoorziene gevallen en hardheidsclausule In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffend, waarin de verordening niet voorziet, beslist het college. Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de cliënt afwijken van de bepalingen van deze verordening indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Artikel10.2 Overgangsrecht Een cliënt houdt recht op een lopende voorziening verstrekt op grond van de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Hellendoorn 2019 totdat: het college een nieuw besluit heeft genomen waarbij het besluit, waarmee deze voorziening is verstrekt, wordt ingetrokken; de periode, waarvoor deze voorziening is verstrekt, is geëindigd. Aanvragen die zijn ingediend onder de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Hellendoorn 2019 en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van deze verordening, worden afgehandeld conform de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Hellendoorn 2023. Het beslissen op bezwaarschriften tegen besluiten op grond van de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Hellendoorn 2019 geschiedt op grond van de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Hellendoorn 2019 die daarvoor zijn geldigheid behoudt. Van het derde lid kan ten gunste van de cliënt worden afgeweken. Artikel10.3 Inwerkingtreding en citeertitel Deze verordening treedt in werking op de dag, volgende op die van haar bekendmaking. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Hellendoorn 2023. De raad voornoemd, de griffier, de voorzitter, Toelichting Algemeen Opdracht aan gemeente Deze verordening geeft uitvoering aan de wet. De wet geeft de gemeente de opdracht om zorg te dragen voor de maatschappelijke ondersteuning en voor de kwaliteit en continuïteit van de voorzieningen. Er wordt bekeken wat redelijkerwijs verwacht mag worden van de cliënt en zijn sociale netwerk. Vervolgens zal waar nodig de gemeente in aanvulling hierop hem in staat stellen gebruik te maken van een algemene voorziening of – als dat niet volstaat – een maatwerkvoorziening. Dit om een bijdrage te leveren aan de mogelijkheden van de cliënt om deel te nemen aan het maatschappelijk verkeer en zelfstandig te functioneren in de maatschappij. Het begrip maatschappelijke ondersteuning is uiteengezet in 3 hoofdelementen waarop van de gemeente inzet wordt verwacht: het bevorderen van de sociale samenhang, de mantelzorg en het vrijwilligerswerk, de toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking, de veiligheid en leefbaarheid in de gemeente, alsmede het voorkomen en bestrijden van huiselijk geweld; het ondersteunen van de zelfredzaamheid en de participatie van personen met een beperking of met chronische psychische of psychosociale problemen, zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving; het bieden van beschermd wonen en opvang. De gemeenteraad stelt periodiek een plan vast met betrekking tot het door het gemeentebestuur te voeren beleid met betrekking tot maatschappelijke ondersteuning. Het plan is erop gericht dat: cliënten zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven; cliënten die beschermd wonen of opvang ontvangen, een veilige woonomgeving hebben en, indien mogelijk, weer in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. De wet schrijft voor dat de gemeente in een verordening de regels moet vaststellen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het beleidsplan (artikel 2.1.3, eerste lid van de wet). Belang zorgvuldige procedure Er moet steeds een zorgvuldige toegangsprocedure doorlopen worden om: de hulpvraag van de cliënt, zijn behoeften, situatie en de gewenste resultaten helder te krijgen; de beperkingen in de zelfredzaamheid en participatie van de cliënt te inventariseren; te achterhalen welke oplossingen de cliënt zelf kan inzetten om zijn zelfredzaamheid en participatie te verbeteren, zoals eigen kracht, gebruikelijke hulp, mantelzorg, hulp van het sociaal netwerk, het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten, een beroep op andere wetten en algemeen gebruikelijke voorzieningen; te bepalen of zo nodig met gebruikmaking van een algemene voorziening kan worden volstaan of dat een maatwerkvoorziening nodig is en welke voorziening dan het (goedkoopst) compenserend is voor de beperkingen van de cliënt. De wet en deze verordening leggen deze toegangsprocedure daarom in hoofdlijnen vast. Als de procedure goed wordt uitgevoerd, moet deze steeds tot een juiste beslissing leiden; ondersteuning waar ondersteuning nodig is. Als de cliënt van mening is dat het college hem ten onrechte geen maatwerkvoorziening verstrekt of dat de maatwerkvoorziening onvoldoende bijdraagt aan de zelfredzaamheid of participatie, kan betrokkene daartegen vanzelfsprekend bezwaar maken en daarna eventueel in beroep gaan. De rechter zal toetsen of de gemeente zich heeft gehouden aan de voorgeschreven procedures, het onderzoek naar de omstandigheden van betrokkene op zorgvuldige wijze heeft verricht en of de ondersteuning een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven. Artikelsgewijze toelichting Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1.1 Begripsbepalingen Eerste lid, onderdeel a: algemeen gebruikelijke voorziening Bij de beoordeling of sprake is van een algemeen gebruikelijke voorziening voor de cliënt, draait het om het beantwoorden van de vraag of de cliënt ook over de voorziening kon beschikken als hij geen beperkingen zou hebben gehad. De in deze bepaling opgenomen criteria volgen uit jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep. Het is de vraag wat precies verstaan moet worden onder een 'inkomen op minimumniveau'. Zolang hier niet meer jurisprudentie over is verschenen, gaan we ervan uit dat het gaat om een inkomen op bijstandsniveau. Het is hierbij niet van belang of de betreffende cliënt een inkomen op minimumniveau heeft. Het draait om de vraag of de voorziening in algemene zin financieel gedragen kan worden met een inkomen op minimumniveau. Eerste lid, onderdeel b: andere voorziening Een andere voorziening is een voorziening die de cliënt kan ontvangen op grond van een andere wet, bijvoorbeeld de Zorgverzekeringswet (Zvw) of de Wet langdurige zorg (Wlz). Eerste lid, onderdeel c: budgethouder De budgethouder is degene die op grond van de wet een pgb ontvangt om daarmee ondersteuning in te kunnen kopen. Eerste lid, onderdeel d: Cimot Deze bepaling spreekt voor zich en behoeft geen toelichting. Eerste lid, onderdeel e: consultatie Deze bepaling spreekt voor zich en behoeft geen toelichting. Eerste lid, onderdeel f: fraude Deze bepaling spreekt voor zich en behoeft geen toelichting. Eerste lid, onderdeel g: hoofdverblijf: Deze bepaling spreekt voor zich en behoeft geen toelichting. Eerste lid, onderdeel h: hulpvraag De hulpvraag is de behoefte aan maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid van de wet. Als een ingezetene met behoefte aan maatschappelijke ondersteuning zich tot het college wendt, is het van belang dat het college eerst onderzoekt wat de hulpvraag van de ingezetene is. Wanneer de betrokkene zich voor het eerst meldt, is in veel gevallen niet op voorhand duidelijk of en in welke vorm het college in actie moet komen. Een zorgvuldig onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2, vierde lid van de wet is noodzakelijk. Eerste lid, onderdeel i: ingezetene Een ingezetene van Nederland kan in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening (artikel 1.2.1 van de wet) en het college beslist op een aanvraag van een ingezetene van de gemeente om een maatwerkvoorziening (artikel 2.3.5 van de wet). Uit de Memorie van Toelichting volgt dat een ingezetene zich voor een maatwerkvoorziening moet wenden tot het college van de gemeente waar hij woont. De term 'wonen' is niet verder uitgelegd. Uit de jurisprudentie bij de Wmo 2007 (CRvB 22-09-2010, nr. 09/1743 WMO) volgt dat het gaat om de feitelijke verblijfplaats. De inschrijving in de Basisregistratie Personen vormt daarbij een belangrijke aanwijzing, maar is niet doorslaggevend. Eerste lid, onderdeel j: melding Iedere ingezetene kan zich melden bij de gemeente met een hulpvraag. Door het melden maakt de ingezetene de hulpvraag aan het college kenbaar. In vervolg op deze melding doet het college in samenspraak met de ingezetene zo spoedig mogelijk onderzoek. Als een ingezetene alleen informeert naar bijvoorbeeld de beschikbaarheid van een algemene voorziening of kenbaar maakt gebruik te willen maken van een algemene voorziening, is er geen aanleiding om een onderzoek in te stellen. Eerste lid, onderdeel k: onderzoek Deze bepaling spreekt voor zich en behoeft geen toelichting. Eerste lid, onderdeel l: ondersteuningsbehoefte De ondersteuningsbehoefte is de ondersteuning die de client nodig heeft. Daarbij wordt rekening gehouden met de persoonskenmerken en omstandigheden van de cliënt. Aan de hand daarvan vindt een indeling plaats in de soort ondersteuningsbehoefte en het daarbij behorende niveau. Eerste lid, onderdeel m: ondersteuningsplan Deze bepaling spreekt voor zich en behoeft geen toelichting. Eerste lid, onderdeel n: persoonlijk plan In het plan kan de cliënt – eventueel samen met zijn persoonlijke netwerk – de omstandigheden, bedoeld in artikel 2.3.2, vierde lid, onderdelen a tot en met g van de wet, en de maatschappelijke ondersteuning die door hem wordt gewenst, beschrijven. De omstandigheden, bedoeld in artikel 2.3.2, vierde lid, onderdelen a tot en met g van de wet, worden onderzocht door het college. Doordat de cliënt hierover voorafgaand aan het onderzoek een persoonlijk plan kan overleggen, is het college direct bekend met de wijze waarop de cliënt zelf vorm wil geven aan zijn persoonlijke arrangement dat nodig is om zelfredzaam te kunnen zijn en te participeren. Door de cliënt een persoonlijk plan te laten opstellen, wordt de eigen regie en betrokkenheid van het sociale netwerk van de cliënt in de wet versterkt. Eerste lid, onderdeel o: pgb Deze bepaling spreekt voor zich en behoeft geen toelichting. Eerste lid, onderdeel p: pgb-aanbieder Deze bepaling spreekt voor zich en behoeft geen toelichting. Eerste lid, onderdeel q: pgb-beheerder Deze bepaling spreekt voor zich en behoeft geen toelichting. Eerste lid, onderdeel r: uitvoeringsbesluit Deze bepaling spreekt voor zich en behoeft geen toelichting. Eerste lid, onderdeel s: VOG Deze bepaling spreekt voor zich en behoeft geen toelichting. Eerste lid, onderdeel t: wet Deze bepaling spreekt voor zich en behoeft geen toelichting. Eerste lid, onderdeel u: zorg- en budgetplan Deze bepaling spreekt voor zich en behoeft geen toelichting. Hoofdstuk 2 Voorzieningen Artikel 2.1 Algemene voorzieningen Een algemene voorziening is het aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning (artikel 1.1.1, eerste lid van de wet). In dit artikel staat opgesomd welke algemene voorzieningen er beschikbaar zijn binnen de gemeente Hellendoorn. Artikel 2.2 Maatwerkvoorzieningen In dit artikel staat opgesomd welke soorten maatwerkvoorzieningen in het kader van deze verordening kunnen worden ingezet. Bij vervoersvoorzieningen (eerste lid, onder
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.