Verordening financieel beleid, beheer en organisatie (artikel 212 Gemeentewet) Landgraaf 2023: “Financiële beheersverordening gemeente Landgraaf 2023” De raad der gemeente Landgraaf; gelezen het voorstel van het College van Burgemeester en Wethouders van 17 januari 2023 (B.23.0059); gelet op artikel 212 eerste lid van de gemeentewet; gegeven het advies van de auditcommissie; besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening financieel beleid, beheer en organisatie (artikel 212 Gemeentewet) Landgraaf 2023: “Financiële beheersverordening gemeente Landgraaf 2023” als volgt: I.Begrippen Artikel1Definities In deze verordening wordt verstaan onder: Administratie:Het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, het functioneren en het beheersen van (onderdelen van) de organisatie van de gemeente Landgraaf en ten behoeve van de verantwoording die daarover moet worden afgelegd; Financiële administratie:Het onderdeel van de administratie dat zorg draagt voor en toeziet op de juiste, tijdige en volledige administratie van de financiële gegevens inbegrepen de contracten en de uitvoering van de betalingen en ontvangsten. Bedrijfsvoeringsadministratie:Het onderdeel van de administratie dat zorg draagt voor en toeziet op de juiste, tijdige en volledige administratie van de formatie- en bezettingsgegevens inbegrepen de uithuur-, inhuur- en de salarisgegevens. Administratieve organisatie:Het gehele stelsel van beheersmaatregelen gericht op het tot stand brengen en het in stand houden van de goede werking van de bestuurlijke en ambtelijke informatieverzorging en ten behoeve van de sturing en verantwoording; Kadernota:Richtinggevend document, gericht op de totstandkoming van de programmabegroting voor het eerstvolgende boekjaar en globaal gericht op de meerjarenraming; Programmabegroting:Raming van baten en lasten per programma en stortingen en onttrekkingen aan de reserves, gericht op de beleidsvoornemens voor het desbetreffende boekjaar en de meerjarenraming; Bestuursrapportage:Een beleidsmatige voortgangsrapportage waarin de voortgang van de in de programmabegroting opgenomen activiteiten en prestaties (2eW) aan de hand van een met de raad afgesproken methodiek tussentijds wordt verantwoord aan de raad. Financiële bijstellingsrapportageEen rapportage waarin financiële mutaties ten opzichte van de actuele begroting die vallen onder het budgetrecht van de raad ter vaststelling worden voorgelegd aan de raad. Jaarverslag:Rapport dat inzicht biedt in de mate waarin de in de begroting opgenomen beleidsvoornemens (activiteiten en prestaties) zijn gerealiseerd. Het jaarverslag vormt de finale verantwoording van het College van Burgemeester en Wethouders aan de raad m.b.t. de voortgang en realisatie van de in de programmabegroting opgenomen doelen (1eW), activiteiten en prestaties (2eW), financiële middelen (3eW) en risico’s (4eW). Jaarrekening:Rapport dat inzicht biedt in de gerealiseerde baten en lasten ultimo het jaar waarover verantwoording wordt afgelegd ten opzichte van de door de raad laatst vastgestelde raming van baten en lasten en de balans met de stand van de activa en de passiva van dat jaar. Verslag accountantVerslag waarin de accountant inzicht biedt in de getrouwheid van de jaarstukken inbegrepen de financiële rechtmatigheidsverklaring van het College van Burgemeester en Wethouders Jaarstukken:Het jaarverslag, de jaarrekening inbegrepen het rapport en de verklaring van de accountant Verbonden partij:Een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente Landgraaf een bestuurlijk en een financieel belang heeft; Rechtmatigheid:Rechtmatigheid is een juridische term, die aangeeft dat een (voorgenomen) handelwijze in overeenstemming is met de geldende regels en besluiten. Bij rechtmatigheid in het kader van de ‘’financiële’’ rechtmatigheidsverantwoording bestaat er een duidelijke relatie met het financiële beheer. Er moet immers worden verantwoord dat baten, lasten en balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen. Het gaat om de financiële beheershandelingen die dienen te voldoen aan het begrotingscriterium, het voorwaardencriterium en aan het criterium misbruik en oneigenlijk gebruik. Doelmatigheid:De mate waarin een maximale hoeveelheid producten en prestaties is gerealiseerd met een minimale hoeveelheid middelen of een hogere kwaliteit wordt bereikt met een gelijkblijvende hoeveelheid aan middelen; Doeltreffendheid:De mate waarin de geleverde producten en prestaties bijdragen aan het realiseren van gestelde gemeentelijke beleidsdoelen. Financieel beheer:Het uitoefenen van bestuur over en toezicht houden op het beheer van middelen en het uitoefenen van rechten van de gemeente Landgraaf; II.Begroting en verantwoording Artikel2Planning 1.Het College van Burgemeester en Wethouders stelt jaarlijks een masterplanning vast voor de totstandkoming van de diverse door de raad vast te stellen planning & control documenten. 2.Het College van Burgemeester en Wethouders stemt die planning af met het seniorenconvent. Artikel3Kadernota 1.In het voorjaar legt het College van Burgemeester en Wethouders de kadernota voor het eerstvolgende begrotingsjaar ter vaststelling voor aan de raad. 2.De kadernota bevat de uitgangspunten zoals te hanteren bij het opstellen van de nieuwe begroting inbegrepen de omvang van de post (structureel) onvoorzien. 3.De kadernota bevat naast de uitgangspunten voor de nieuwe begroting een prognose van de meerjarensaldi en de algemene reservepositie op basis van de dan bekende (autonome) financiële ontwikkelingen. 4.De kadernota bevat een overzicht (beleidsalternatievenplan) van mogelijke ruimtevragende en ruimtecreërende (beleids)alternatieven en de majeure risico’s inbegrepen een voorstel van de in de begroting te borgen alternatieven. 5.De raad voert het debat over de kadernota en de opgenomen alternatieven in het zogeheten richtingendebat. 6.De resultaten van het richtingendebat worden geborgd in de besluitvorming over de kadernota. 7.De raad kan bij de kadernota besluiten voor welke onderwerpen evt. op te nemen in een extra paragraaf hij aanvullende kaders wenst te stellen in de begroting en wenst te worden geïnformeerd over de voortgang in de bestuursrapportages en jaarverslag. 8.In het geval van (reguliere) gemeenteraadsverkiezingen in het voorjaar vindt afstemming plaats met het seniorenconvent over de vorm van het richtingendebat. Artikel4Programmabegroting 1.Het College van Burgemeester en Wethouders legt de ontwerpprogrammabegroting voor het nieuwe jaar inclusief de meerjarenraming ter vaststelling voor aan de raad op een dusdanig tijdstip dat de begroting tijdig kan worden ingediend bij de provincie. 2.De begroting wordt opgesteld conform de regels zoals gesteld in de gemeentewet, het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en de nadere door de raad en het College van Burgemeester en Wethouders vastgestelde regels. 3.Het College van Burgemeester en Wethouders laat in de begroting transparant de achtereenvolgend genomen besluiten en ontwikkelingen zien die geleid hebben tot het nieuwe formele en structurele meerjarensaldo. 4.De begroting bevat, in aanvulling op de gestelde regels in het BBV, per programma een overzicht van de majeure risico’s (4eW). 5.De begroting en in het bijzonder de daarin opgenomen activiteiten en prestaties (2eW) vormen het ‘’prestatieconvenant’’ tussen raad en College van Burgemeester en Wethouders voor het komende begrotingsjaar. 6.De raad stelt bij aanvang van een nieuwe raadsperiode de nieuwe programma-indeling en de taakvelden per programma vast. 7.De raad autoriseert met het vaststellen van de programmabegroting de in de programmabegroting opgenomen baten en lasten per programma en de uitgaven voor de nieuwe investeringskredieten voor het eerste nieuwe begrotingsjaar. 8.In afwijking van lid 7 kan de raad een activiteit welke onderdeel is van een programma of taakveld als prioriteit aanwijzen en daarvoor de baten en lasten apart autoriseren. 9.Bij de begrotingsbehandeling kan de raad aangeven van welke nieuwe investering(en) hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. 10.De ontwikkelingen tussen kadernota en begroting die van invloed zijn op het besluit van de kadernota zoals verwerkt in de begroting worden zichtbaar verwerkt in de programmabegroting. 11.De beleidsteksten in het programmaplan van de begroting worden per programma onderverdeeld in staand beleid inbegrepen autonome ontwikkelingen en nieuw beleid. 12.Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt in aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten inzicht gegeven in de meerjarige ontwikkeling van de weerstandsratio en de meerjarige ontwikkeling van de schuldpositie a.g.v. de begroting, de meerjarenraming, de investeringen en de grondexploitatie aan de hand van de geprognosticeerde meerjarige ontwikkeling van de balans. Artikel5 Uitvoering begroting 1.Het College van Burgemeester en Wethouders draagt zorg voor een rechtmatige, doelmatige en doeltreffende uitvoering van de programmabegroting. 2.Het College van Burgemeester en Wethouders stelt daartoe bij aanvang van het begrotingsjaar een budgetbesluit op waarin de verdelingen van de baten en lasten en investeringen per budgethouder worden vastgesteld. 3.Het College van Burgemeester en Wethouders draagt er zorg voor dat de in de begroting opgenomen activiteiten, prestaties en eventuele maatregelen in het kader van de risicobeheersing worden geborgd in de werkplannen van de afdelingen. 4.De door de raad in de begroting vastgestelde en daarmee geautoriseerde investeringen worden door het College van Burgemeester en Wethouders in een separaat besluit per investering aan de budgethouder beschikbaar gesteld alvorens uitgaven ten laste van die investering kunnen en mogen worden gedaan. Artikel6Tussentijdse verantwoording voortgang en bijstelling begroting Het College van Burgemeester en Wethouders legt tussentijds verantwoording af over de voortgang van het beleid zoals opgenomen in de programmabegroting in de vorm van een beleidsmatige 1e en 2e bestuursrapportage. De inrichting van de beleidsmatige voortgangsrapportage sluit aan bij de indeling van de programmabegroting. Het College van Burgemeester en Wethouders legt financiële mutaties op de programmabegroting, die vallen onder de bevoegdheid van de raad, ter vaststelling voor aan de raad in de zogeheten financiële bijstellingsrapportage of een separaat gemeenteblad. Het aantal financiële bijstellingsrapportages wordt per jaar als onderdeel van de planning en control kalender afgestemd met het seniorenconvent. De laatste financiële bijstellingsrapportage bevat een overzicht van de (restant) investeringskredieten en reserves die op grond van de nadere regels, zoals vastgesteld in de in artikel 9 genoemde nota’s, bij het opstellen van de jaarrekening afgeboekt gaan worden, tenzij de raad bij vaststelling van de voortgangsrapportage besluit, op grond van de aangeleverde motivering, het afvoeren uit te stellen. Majeure financiële mutaties met grote financiële en/of bestuurlijke impact worden niet opgenomen in een financiële bijstellingsrapportage maar altijd als separaat voorstel voorgelegd aan de raad. Het College van Burgemeester en Wethouders mag in geval van dwingende spoed of een budgettair neutraal technisch besluit anticiperen op het formele raadsbesluit mits de reden van anticiperen expliciet vermeld staat in het aan de raad ter verantwoording voor te leggen (deel)besluit. Artikel 7Finale verantwoording (Jaarstukken) 1.Het College van Burgemeester en Wethouders legt de jaarstukken van het afgelopen jaar ter vaststelling voor aan de raad op een dusdanig tijdstip dat de jaarstukken tijdig kunnen worden ingediend bij de provincie. 2.De jaarstukken worden opgesteld conform de regels gesteld in de gemeentewet, het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en de aanvullend door de raad en het College van Burgemeester en Wethouders vastgestelde richtlijnen. 3.De auditcommissie adviseert de raad over de jaarstukken, in het bijzonder de jaarrekening, de financiële rechtmatigheidsverklaring, de accountsverklaring en het door de accountant opgestelde verslag van bevindingen. 4.De financiële commissie adviseert de raad over de jaarstukken, in het bijzonder het jaarverslag en de beleidsmatige voortgangsverantwoording. III. Financieel beleid, regelgeving en de paragrafen Artikel8Financiële verordeningen 1.Op basis van de gemeentewet stelt de raad in aanvulling op deze voorliggende verordening art. 212 bij verordening regels op voor: De controle op het financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie (art 213 GW). Het doen van periodiek onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het door het College van Burgemeester en Wethouders gevoerde bestuur (art 213a GW). Het invoeren, wijzigen of afschaffen van een gemeentelijke belasting door het vaststellen van een belastingverordening (art 216 GW). 2.Het College van Burgemeester en Wethouders doet de raad jaarlijks voor aanvang van het nieuwe begrotingsjaar een voorstel voor de hoogte van de gemeentelijke tarieven voor de diverse belastingen, heffingen en leges in de vorm van een verordening: Leges (heffing). Precariobelasting. Afvalstoffenheffing. Hondenbelasting. Onroerende zaak belasting. Rioolheffing. Toeristenbelasting. Lijkbezorging (heffing). Marktgelden (heffing). Kwijtschelding. Artikel9Nadere regels financieel beleid 1.Het College van Burgemeester en Wethouders draagt, in aanvulling op de in artikel 1 genoemde verordeningen, er zorg voor dat de nadere regels m.b.t. het financiële beleid van de gemeente is geborgd in: Nota lokale belastingen, leges en heffingen en kwijtschelding. Nota planning en control. Nota weerstandsvermogen en risicomanagement. Nota verbonden partijen. Nota activa. Nota grondbeleid Nota reserves en voorzieningen. Nota invordering. Nota financiering. Nota rechtmatigheid. Nota fiscaal beleid en strategie 2.Periodieke inventarisaties op het terrein van activa, reserves en voorzieningen, verbonden partijen, debiteuren, leningen en garanties en risico’s maken deel uit van de programmabegroting, de tussentijdse verantwoordingen en de jaarstukken en dus niet van de financiële beleidsnota’s. 3.De in lid 1 genoemde nota’s onder sub a t/m j worden voor vaststelling door de raad voorzien van een advies van de auditcommissie. Artikel10Belastingen, leges, heffingen en kwijtschelding 1.Het College van Burgemeester en Wethouders draagt zorg voor een actuele door de raad vast te stellen nota lokale belastingen, leges, heffingen en kwijtschelding. 2.De in lid 1 genoemde nota geeft inzicht in de grondslagen en de regels omtrent de berekening van de door het gemeentebestuur in rekening te brengen prijzen en tarieven voor belastingen en heffingen. 3.De paragraaf lokale heffingen bij de programmabegroting bevat naast de verplichte onderdelen zoals opgenomen in artikel 10 van het BBV edoch uitgezonderd het beleid inzicht in: De mate van kostendekkendheid van leges, rioolheffing en afvalstoffenheffing. De vergelijking van de woonlasten binnen de Parkstadgemeenten. De landelijke ontwikkelingen op het gebied van lokale heffingen. De gehanteerde indexatie. De tarieven per belastingsoort. 4.In de paragraaf lokale heffingen van de in artikel 6 lid 1 genoemde beleidsmatige voortgangsrapportage geeft het College van Burgemeester en Wethouders de raad inzicht in de primitieve, gerealiseerde en geprognosticeerde omvang van de baten uit heffingen en leges in het begrotingsjaar inbegrepen een toelichting. 5.In de paragraaf lokale heffingen van het jaarverslag legt de raad verantwoording af over hetgeen in de paragraaf lokale heffingen in de begroting is opgenomen. Artikel11Planning en control 1.Het College van Burgemeester en Wethouders draagt zorg voor een actuele door de raad vast te stellen nota (visie) planning en control. 2.De in lid 1 genoemde nota geeft inzicht de visie op de planning en control inbegrepen de wijze waarop raad en College van Burgemeester en Wethouders invulling geven aan de planning en control cyclus; Artikel12Weerstandsvermogen en risicobeheersing 1.Het College van Burgemeester en Wethouders draagt zorg voor een actuele door de raad vast te stellen nota weerstandsvermogen en risicobeheersing. 2.De in lid 1 genoemde nota geeft inzicht in het beleid en nadere regels t.a.v. risicomanagement inbegrepen de wijze waarop de weerstandscapaciteit, de weerstandsbehoefte en de weerstansratio worden berekend. 3.De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing van de programmabegroting bevat ten minste de informatie zoals opgenomen in artikel 11 van het BBV inbegrepen de meerjarige ontwikkeling van de weerstandsratio edoch uitgezonderd het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s aangezien dat is opgenomen in de in lid 1 genoemde nota. 4.In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing van de in artikel 6 lid 1 genoemde beleidsmatige voortgangsrapportage geeft het College van Burgemeester en Wethouder de raad inzicht in; De som van de opgekomen risico’s; De resterende weerstandsbehoefte voor het lopende jaar; De actuele weerstandscapaciteit; De weerstandsratio. 5.In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing van het jaarverslag geeft het College van Burgemeester en Wethouders de raad, in aanvulling op artikel 26 van het BBV, inzicht in het verloop over de laatste vier jaren van de primitief begrote en werkelijk gerealiseerde omvang van de weerstandsbehoefte. Artikel13Verbonden partijen 1.Het College van Burgemeester en Wethouders draagt zorg voor een actuele door de raad vast te stellen beleidsnota verbonden partijen. 2.De in lid 1 genoemde nota geeft inzicht in het gemeentelijk beleid t.a.v. de verbonden partijen. 3.De door de gemeente gesubsidieerde professionele welzijnsinstellingen vallen onder het kader van de in lid 1 genoemde nota. 4.De paragraaf ‘’verbonden partijen’’ van de programmabegroting bevat ten minste de laatste ontwikkelingen op het terrein van de verbonden partijen in zijn algemeenheid, een overzicht van de bijdrages aan de verbonden partijen in het begrotingsjaar en een overzicht van de financiële risico’s die we lopen bij de deelname aan die verbonden partijen voor zover deze risico’s niet al zijn opgenomen in de 4eW van de programma’s. 5.De lijst van verbonden partijen zoals toegevoegd als bijlage aan de programmabegroting bevat ten minste de informatie zoals opgenomen in art 15 van het BBV. 6.In de paragraaf Verbonden Partijen van de in artikel 6 lid 1 genoemde beleidsmatige voortgangsrapportage geeft het College van Burgemeester en Wethouders de raad per verbonden partij inzicht in de vastgestelde primitieve bijdrage aan de begroting, de vastgestelde actuele bijdrage aan de begroting en het verwachte resultaat van de verbonden partij voor Landgraaf. 7.In de paragraaf Verbonden Partijen van het jaarverslag geeft het College van Burgemeester en Wethouders de raad, in aanvulling op artikel 26 van het BBV, inzicht in de vastgestelde primitieve Landgraafse bijdrage aan de begroting van de verbonden partij, de vastgestelde actuele Landgraafse bijdrage aan de begroting van de verbonden partij, het resultaat voor Landgraaf. Artikel14Kapitaalgoederen (activa) 1.Het College van Burgemeester en Wethouders draagt zorg voor een actuele door de raad vast te stellen beleidsnota kapitaalgoederen (activa). 2.De in lid 1 genoemde nota stelt in aanvulling op het BBV1Zie Hoofdstuk V BBV: Waarderen, activeren en afschrijven. nadere regels omtrent het beleidskader kapitaalgoederen. 3.De in de gemeentewet genoemde regels voor waardering en afschrijving van activa (art 212 GW), maken deel uit van het in lid 1 genoemde beleidsnota kapitaalgoederen. 4.De paragraaf onderhoud kapitaalgoederen van de programmabegroting bevat de informatie zoals opgenomen in artikel 12 van het BBV waaronder de minimaal te realiseren onderhoudsniveau’s per type kapitaalgoed. Het beleidskader is opgenomen in de in lid 1 genoemde nota. 5.In de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen van de in artikel 6 lid 1 genoemde beleidsmatige voortgangsrapportage geeft het College van Burgemeester en Wethouders de raad inzicht in de primitieve, actuele en te verwachten financiële consequenties in het lopende begrotingsjaar van het onderhoud per type kapitaalgoed. 6.In de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen van het jaarverslag geeft het College van Burgemeester en Wethouders de raad, in aanvulling op artikel 26 van het BBV, per type kapitaalgoed inzicht in de primitieve actuele en gerealiseerde middelen. Tevens wordt inzicht gegeven, indien aan de orde, van de mate van achterstallig onderhoud per type kapitaalgoed ultimo het begrotingsjaar waarover verslag wordt gedaan. Artikel15Grondbeleid 1.Het College van Burgemeester en Wethouders draagt zorg voor een actuele door de raad vast te stellen grondnota; 2.In de in lid 1 genoemde nota geeft het College van Burgemeester en Wethouders de raad inzicht in de financiële en beleidsmatige ontwikkelingen van de grondexploitaties en stelt het nadere regels omtrent het te voeren grondbeleid in lijn met en in aanvulling op het BBV. 3.De paragraaf grondbeleid van de programmabegroting bevat de informatie zoals opgenomen in artikel 16 van het BBV voor zover niet opgenomen in de in lid 1 genoemde nota. 4.In de in artikel 6 lid 1 genoemde beleidsmatige voortgangsrapportage geeft het College van Burgemeester en Wethouder de raad op hoofdlijn inzicht in de voortgang van de lopende grondexploitatietrajecten. 5.In de paragraaf grondbeleid van het jaarverslag geeft het College van Burgemeester en Wethouder de raad op hoofdlijn inzicht in de verantwoording over de grondexploitaties. De financiële detailgegevens van de lopende grondexploitaties maken deel uit van de jaarrekening. Artikel16Reserves en voorzieningen 1.Het College van Burgemeester en Wethouder draagt zorg voor een actuele door de raad vast te stellen beleidsnota reserves en voorzieningen. 2.De in lid 1 genoemde nota stelt in aanvulling op het BBV nadere regels omtrent doel, vorming, gebruik en opheffing van reserves en voorzieningen. 3.De programmabegroting bevat een meerjarig overzicht van de geraamde stortingen en onttrekkingen per reserve en voorziening. 4.In de in artikel 6 lid 1 genoemde beleidsmatige voortgangsrapportage geeft het College van Burgemeester en Wethouder de raad per reserve inzicht in de primitieve stand bij aanvang van het begrotingsjaar, de actueel geraamde stortingen en onttrekkingen en de verwachte stand van de reserves ultimo het begrotingsjaar. 5.In de jaarrekening geeft het College van Burgemeester en Wethouder de raad per reserve en voorziening inzicht in de primitieve stand bij aanvang van het begrotingsjaar, de daadwerkelijk uitgevoerde stortingen en onttrekkingen en de stand van de reserves ultimo het begrotingsjaar. Artikel17Invordering 1.Het College van Burgemeester en Wethouder draagt zorg voor een actuele door de raad vast te stellen beleidsnota invordering. 2.De in lid 1 genoemde nota geeft inzicht in: De nadere regels die gelden voor de wijze waarop binnen de gemeente vorm wordt gegeven aan de invordering die niet door de BsGW wordt uitgevoerd; De wijze waarop het proces van invordering is vormgegeven. 3.Voor wat betreft de fiscale invordering die wordt uitgevoerd door de BsGW geldt de leidraad invordering BsGW. Artikel18Financiering 1.Het College van Burgemeester en Wethouder draagt zorg voor een actuele door de raad vast te stellen beleidsnota financiering2Ook genoemd het ‘’treasurystatuut gemeente Landgraaf’’ . 2.De in lid 1 genoemde nota geeft inzicht in de beleidsvoornemens en regels inzake de algemene doelstellingen, de te hanteren richtlijnen en limieten van de financieringsfunctie3GW Art 212 lid 2 sub c en de regels omtrent het uitzetten van geldleningen en garanties i.h.k.v. de publieke taak. 3.De paragraaf financiering van de programmabegroting bevat ten minste de informatie zoals opgenomen in artikel 13 van het BBV. 4.In de in artikel 6 lid 1 genoemde beleidsmatige voortgangsrapportage geeft het College van Burgemeester en Wethouder de raad in de paragraaf financiering inzicht in de voortgang van de financieringsbehoefte in het lopende jaar. 5.In de jaarrekening geeft het College van Burgemeester en Wethouder de raad inzicht in de mate waarin de bij de begroting vastgestelde uitgangspunten en plannen voor de financieringsfunctie zijn gerealiseerd. Artikel19bedrijfsvoering 1.De paragraaf bedrijfsvoering van de programmabegroting geeft ten minste inzicht in informatie zoals opgenomen in artikel 14 van het BBV. 2.In de in artikel 6 lid 1 genoemde beleidsmatige voortgangsrapportage geeft het College van Burgemeester en Wethouders de raad in de paragraaf bedrijfsvoering inzicht in de voortgang van de bedrijfsvoering. 3.In het jaarverslag geeft het College van Burgemeester en Wethouders de raad in de paragraaf bedrijfsvoering inzicht in: De realisatie van de bedrijfsvoeringsdoelen, -activiteiten en –risico’s Een overzicht van de primitieve, actuele en gerealiseerde baten en lasten op het terrein van de bedrijfsvoering. 4.Het College van Burgemeester en Wethouders laat zich periodiek aan de hand van een bedrijfsvoeringsrapportage informeren omtrent het functioneren van de bedrijfsvoering. Artikel20Rechtmatigheid 1.Het College van Burgemeester en Wethouder draagt zorg voor een actuele door de raad vast te stellen nota rechtmatigheid . 2.De in lid 1 genoemde nota geeft inzicht in de wijze waarop het College van Burgemeester en Wethouders invulling geeft aan de rechtmatigheidsverantwoording en de hoogte van de door de raad vast te stellen verantwoordings- en rapportagenormen i.h.k.v. de rechtmatigheid. 3.De paragraaf rechtmatigheid van de programmabegroting bevat ten minste de relevante ontwikkelingen m.b.t. de rechtmatigheid, de verplichte rechtmatigheidsverantwoording en de te hanteren verantwoordings- en rapportagegrens voor zover deze in het komende begrotingsjaar afwijken van de normen zoals opgenomen in de in lid 1 genoemde nota. 4.In de in artikel 6 lid 1 genoemde beleidsmatige voortgangsrapportage geeft het College van Burgemeester en Wethouders de raad in de paragraaf rechtmatigheid inzicht in de voortgang van de interne beheersing van de financiële rechtmatigheid. 5.In de paragraaf rechtmatigheid van het jaarverslag geeft het College van Burgemeester en Wethouders de raad inzicht in de individuele fouten en onduidelijkheden voor zover groter dan de door de raad vastgestelde rapportagegrens en voor zover niet reeds verplicht opgenomen in de rechtmatigheidsverklaring van het College van Burgemeester en Wethouders. 6.Het College van Burgemeester en Wethouders legt separaat als onderdeel van de jaarstukken in een rechtmatigheidsverklaring verantwoording af over de financiële rechtmatigheid van het afgelopen begrotingsjaar. IV.Financiële organisatie Artikel20Administratie 1.De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor: Het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de gemeente als geheel en in de afdelingen; Het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van de vaste activa, voorraden, vorderingen, schulden, contracten; Het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende budgetten en investeringskredieten en voor het maken van kostencalculaties; Het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking tot de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid; Het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving; De controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving. Artikel21.Financiële organisatie Het College van Burgemeester en Wethouder draagt voor zover deze kaders niet reeds zijn geborgd in de in artikel 9 genoemde nota’s zorg voor: Een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken, aan de afdelingen in de vorm van een organisatiebesluit; Een eenduidige verdeling en toewijzing van bevoegdheden, mandaten en volmachten voor het nemen van besluiten namens het College van Burgemeester en Wethoudersen het aangaan van van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten in de vorm van een bevoegdhedenbesluit; Een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden, verantwoordelijkheden; De te maken afspraken met de afdelingen over de te leveren prestaties en de daarvoor beschikbare middelen in de vorm van een werkplanbesluit en een budgetbesluit; Het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en diensten in de vorm van een nota Inkoop & Aanbesteding Het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen; Het beleid en de interne regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen in de vorm van een besluit misbruik en oneigenlijk gebruik, opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan. Artikel22 Interne controle 1.Het College van Burgemeester en Wethouders zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de jaarrekening, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder a, van de Gemeentewet, en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de balansmutaties, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder b, van de Gemeentewet, voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het College van Burgemeester en Wethoudersmaatregelen tot herstel. 2.Het College van Burgemeester en Wethouders zorgt voor de systematische controle van de registratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het financieel vermogen van de gemeente met dien verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de debiteurenvorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen, de kortlopende schulden en de vorderingen van crediteuren jaarlijks worden gecontroleerd en registergoederen en bedrijfsmiddelen ten minste eenmaal in de 4 jaar. Bij afwijkingen in de registratie neemt het College van Burgemeester en Wethouders maatregelen voor herstel van de tekortkomingen. V.Slotbepalingen Artikel23Inwerkingtreding 1.De "Financiële beheersverordening 2020" wordt ingetrokken per 31 december
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.