Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart 1INLEIDING 1.1AANLEIDING In het werkgebied van de Omgevingsdienst West-Holland (hierna ‘ODWH’) willen de gemeenten Hillegom, Kaag en Braassem, Leiden,
§ 3
.8.4); vaststellen van terugsaneerwaarden bij bodemsaneringen in het kader van de Wet bodembescherming en het Besluit en de Regeling Uniforme Saneringen. De eerder vastgestelde gemeentelijke bodemfunctieklassenkaarten (2019-2021) zijn aangepast en weergegeven op kaartbijlage B2. Met de aanpassingen zijn de gebieden met de bodemfuncties ‘Industrie’, ‘Wonen’ en ‘Landbouw/natuur’ beter en regionaal eenduidiger weergegeven en geactualiseerd met nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. In tabel 2.1 is de indeling van gebruiksvormen gegeven die in de bodemfunctieklassen ‘Industrie’, ‘Wonen’ en ‘Landbouw/natuur’ vallen. In bijlage 5 zijn de eerder opgestelde onderbouwingen van de gemeentelijke bodemfunctieklassenkaarten opgenomen. De eerdere opgestelde onderbouwing voor percelen in het buitengebied met de bestemming bedrijf of industrie is gewijzigd. Deze percelen vallen nu in de bodemfunctieklasse “Industrie” (
tabel 2.1). Tabel 2.1 Indeling gebruiksvormen in bodemfunctieklassen BODEMFUNCTIEKLASSE GEBRUIKERSVORM Industrie Rijkswegen en provinciale wegen inclusief de onverharde wegbermen (tot maximaal 10 meter vanaf de rand van de verharding). Spoorwegen inclusief de onverharde spoorbermen (tot maximaal 10 meter vanaf de rand van de spoorrails). Uitzondering hierop is de provinciale weg Voorschoterweg (N206/N447) in de gemeente Leiden. Dit tracé valt in de bodemfunctieklasse ‘Wonen’. (Toekomstige) industrie- en bedrijfsterreinen, inclusief de bijbehorende wegen. Rioolwater- en afvalwaterzuiveringsinstallaties. Percelen in het buitengebied met de bestemming bedrijf of industrie. Wonen Stedelijke binnenstad, inclusief de bijbehorende wegen. Huidige en toekomstige woonwijken, inclusief de bijbehorende wegen en eventueel inclusief met gemengde doeleinden zoals kantoren en bedrijven. Lintbebouwing, inclusief de bijbehorende wegen. Percelen in het buitengebied met de bestemming wonen. Woningen gelegen op industrieterreinen (voor zover aangewezen in het bestemmingsplan). Stadsparken. Kleine individuele moestuinen (≤200 m²) Recreatie- en sportterreinen gelegen in of aangrenzend aan de bebouwde kommen. Recreatiewoningen, vakantie-/bungalowparken, campings en woonwagenlocaties. De provinciale weg Voorschoterweg (N206/N447) in de gemeente Leiden. Landbouw/natuur Landbouw- en natuurgebieden. Volkstuin- en moestuincomplexen Recreatie- en sportterreinen in het buitengebied. Provinciale beschermingsgebieden zoals Natura2000 en Natuurnetwerk Nederland. Kassen. Voor wegen met onverharde wegbermen binnen de bebouwde kom sluit de bodemfunctieklasse in principe aan bij de bodemfunctieklasse van het omliggende gebied. Dit betekent dat voor de onverharde wegbermen in een woonwijk de bodemfunctieklasse ‘Wonen’ geldt en voor de wegbermen op een industrieterrein in de bodemfunctieklasse ‘Industrie’. Uitzondering zijn de onverharde wegbermen van alle door de gemeenten aangewezen (toekomstige) provinciale wegen, rijkswegen en spoorwegen binnen de bebouwde kom. Deze hebben de bodemfunctieklasse ‘Industrie’ ongeacht of ze door een woonwijk of industrieterrein lopen. Van de wegen buiten de bebouwde kom dan wel in het buitengebied vallen de onverharde wegbermen van de rijkswegen, de (toekomstige) provinciale wegen en spoorwegen in de bodemfunctieklasse ‘Industrie’. Overige wegen vallen in de bodemfunctieklasse ‘Landbouw/natuur’. Onder de onverharde wegbermen wordt verstaan de strook grond naast de verharde (klinker- of asfalt)weg. De strook omvat de bodemlaag tot maximaal 0,5 meter diepte, en heeft gerekend vanuit de wegverharding een maximale breedte van 10 meter. De onverharde wegberm wordt begrensd door (
figuur 2.1): de erfgrens of; de meest afgelegen insteek van een droge bermsloot of; de meest nabij gelegen insteek van een natte bermsloot of; als voorgaande niet aanwezig zijn, de overgang naar andere begroeiing (houtopstanden zoals hagen, struiken, bosschages, bos). Voor wegbermen langs dijkwegen en voor wegbermen gelegen in gebieden van het Natuurnetwerk Nederland (NNN, de voormalige Ecologische Hoofdstructuur) geldt voor beide zijden van het wegvak een strook van maximaal 2 meter. Dit in verband met de ecologische functie van de wegbermen. Buiten de aangegeven strook mag in de wegbermen alleen schone grond worden toegepast. Figuur 2.1 Begrenzing wegbermen (bron: brief van het voormalige Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Dienst Verkeer en Scheepvaart, kenmerk RWS/DVS‐2009/2932, 19 november 2009). 3BODEMKWALITEITSKAART De gezamenlijke bodemkwaliteitskaart is opgesteld volgens de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten[5]. Er is gewerkt volgens het in de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten opgenomen stappenplan. Hieronder zijn de verschillende stappen weergegeven, die in de volgende paragrafen nader worden toegelicht. In de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten is aangegeven dat de stappen niet chronologisch gevolgd hoeven te worden. Wel is het noodzakelijk dat alle stappen terugkomen in de werkwijze bij het vervaardigen van de bodemkwaliteitskaart. Stap 1: Opstellen programma van eisen. Stap 2: Vaststellen onderscheidende gebiedskenmerken. Stap 3: Gegevensverzameling en gegevensbewerking. Stap 4: Indelen bodembeheergebied in deelgebieden. Stap 5: Controle indeling van het bodembeheergebied. Stap 6: Verzamelen aanvullende informatie. Stap 7: Vaststellen bodemkwaliteitszones. Stap 8: Bodemkwaliteitskaart (kaart uitgesloten locaties/gebieden, ontgravingskaart en toepassingskaart). 3.1STAP 1: PROGRAMMA VAN EISEN Voor deze bodemkwaliteitskaart zijn de volgende definities vastgesteld: Het beheergebied van de bodemkwaliteitskaart omvat het grondgebied van de gemeenten Hillegom, Kaag en Braassem, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen en Zoeterwoude. De bodemkwaliteitskaart is opgesteld voor de landbodem van het beheergebied voor de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 2,0 meter diepte. De volgende locaties en gebieden zijn uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart: Rijkswegen, provinciale wegen, spoorgebonden gronden inclusief de (spoor)wegbermen (andere beheerorganisatie). Defensieterreinen (andere beheerorganisatie). Locaties met, of die verdacht zijn voor, een sterke bodemverontreiniging als gevolg van een lokale bron, inclusief: locaties waar vanwege (bedrijfs)activiteiten PFAS-verbindingen2Poly- en perfluoralkylverbindingen, PFAS, zijn stoffen die al decennia worden gebruikt in industriële en andere processen en in vele producten. Ze worden toegepast in allerlei alledaagse toepassingen zoals verf, blusschuim, pannen, kleding en cosmetica. Kenmerkend voor deze stoffen is dat ze persistent, mobiel en nauwelijks biologisch afbreekbaar zijn. Bovendien is van verschillende PFAS-verbindingen aangetoond dat ze toxisch zijn. in verhoogde gehalten in de bodem kunnen voorkomen (PFAS producerende3Zoals bijvoorbeeld productie van o.a. PFOS, PFOA, telomeren en andere PFAS-verbindingen. en verwerkende bedrijven4Zoals bijvoorbeeld productie en verwerking van teflon, galvanische industrie, textielindustrie, papier(verwerkende) industrie, lak- en verfindustrie, fabricage van cosmetica., inzet blusschuim5Brand blussen, brandweeroefenplaatsen (gemeenten), brandpreventie voorzieningen (industrie) met schuimblusinstallaties, militaire brandweeroefenplaatsen en vliegvelden, brandweeroefenplaatsen op vliegvelden (burgerluchtvaart). en secundaire bronnen6Zoals bijvoorbeeld stortplaatsen, waterzuiveringsinstallaties, afvalverbrandingsinstallaties, ijzerinzamelbedrijven (inzamelen brandblussers), gebruik bestrijdingsmiddelen.). (Voormalige) stortplaatsen (specifiek voor wat betreft de ontgravingskaart). Rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI) en afvalwaterzuiveringsinstallaties (AWZI) (specifiek voor wat betreft de ontgravingskaart). Gesaneerde locaties in het kader van de Wet bodembescherming (specifiek voor wat betreft de ontgravingskaart). De bodemlaag 0-1 m-mv van een deel van het duingebied is verdacht voor diffuus verhoogde gehalten aan PFAS-verbindingen als gevolg van een effect dat wordt omschreven als ‘Global Sea Spray’7https://cen.acs.org/environment/atmospheric-chemistry/Study-suggests-sea-spray-plays/97/i
- Waterbodems: ander bevoegd gezag Rijkswateren: Rijkswaterstaat, met uitzondering van de drogere oevergebieden die zijn gedefinieerd en aangewezen in de Waterregeling[6] overige wateren: Hoogheemraadschap van Rijnland (binnen gemeente Nieuwkoop: tevens Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden en Waterschap Amstel, Gooi en Vecht). De bodemlaag dieper dan 2,0 meter onder het maaiveld. Het grondwater. De gezamenlijke bodemkwaliteitskaart is opgesteld voor Het standaard NEN5740 stoffenpakket: barium (zie bijlage 1 kopje ‘Barium’), cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, lood, nikkel, zink, minerale olie en de stofgroepen polychloorbifenylen (PCB) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen. Hierbij zijn de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte en de bodemlaag vanaf 0,5 tot en met 2,0 meter diepte onderscheiden. Bestrijdingsmiddelen (OCB) voor wat betreft de (voormalige) tuinbouw- en akkerbouwpercelen8Bijvoorbeeld bloem(bollen)percelen, fruitteeltpercelen, glastuinbouw etc. in de gemeenten. Hierbij zijn de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte en de bodemlaag vanaf 0,5 meter tot en met 2 meter diepte onderscheiden. PFAS-verbindingen[7]. Hierbij zijn de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte en de bodemlaag vanaf 0,5 tot en met 1,0 meter diepte onderscheiden. Deze bodemlagen zijn verdacht op het voorkomen van verhoogde PFAS-gehalten als gevolg van atmosferische depositie, uitspoeling van de bovenlaag naar de onderliggende bodemlaag en grondroeringen. De bodemlaag dieper dan 1,0 meter wordt vooralsnog niet verdacht beschouwd op het voorkomen van verhoogde gehalten aan PFAS-verbindingen. De gegevens voor de statistische onderbouwing van de gezamenlijke bodemkwaliteitskaart zijn afkomstig van beschikbare informatie bij de ODWH. 3.2STAPPEN 2 EN 4: ONDERSCHEIDENDE GEBIEDSKENMERKEN EN INDELEN BODEMBEHEERGEBIED IN DEELGEBIEDEN (1/2) De basis van deze bodemkwaliteitskaart is het identificeren van deelgebieden met onderscheidende gebiedskenmerken. De verwachting is dat de kwaliteit tussen deelgebieden verschilt als gevolg van de verschillende gebiedskenmerken. Op basis van de gebruikshistorie, de ontwikkeling van wijken of gebieden, het huidig gebruik en de verwachte bodemkwaliteit zijn voorlopige deelgebieden gedefinieerd. Binnen een deelgebied wordt de bodemkwaliteit homogeen verondersteld (vergelijkbare kwaliteit). Voor deze bodemkwaliteitskaart is in overleg met de ODWH een indeling gemaakt voor de bovengrond (traject vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) en de ondergrond (traject vanaf 0,5 meter diepte tot en met 2,0 meter diepte). De volgende voorlopige deelgebieden zijn onderscheiden (zie kaartbijlage B3): Bodemlagen vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte en vanaf 0,5 meter tot en met 2 meter diepte Voor het standaard stoffenpakket (zware metalen9Het betreft de zware metalen cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, lood, nikkel en zink., PCB, PAK en minerale olie): Historische bebouwing Leiden Oude uitbreidingen Leiden Overige historische woonbebouwing Oudere woonbebouwing, sport en recreatie Recente woonbebouwing, sport en recreatie Oude bedrijfsterreinen Jonge bedrijfsterreinen Buitengebied met toemaakdek Buitengebied overig Voor bestrijdingsmiddelen: (Voormalige) tuinbouw- en akkerbouwpercelen gemeenten Hillegom, Lisse, Noordwijk, Oegstgeest en Teylingen. (Voormalige) tuinbouw- en akkerbouwpercelen gemeenten Kaag en Braassem, Leiden, Leiderdorp, Nieuwkoop en Zoeterwoude. Bodemlagen vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte en vanaf 0,5 meter tot en met 1 meter diepte Voor PFAS-verbindingen: De gezamenlijke grondgebieden van de gemeenten. Deze indeling is gebaseerd op de volgende gegevens en verwachtingen: Voor het standaardstoffenpakket is, voor zover deze beschikbaar zijn, rekening gehouden met de gebiedsindeling van voorgaande bodemkwaliteitskaarten in de regio. Dit resulteert in 3 typen gebieden voor woonbebouwing (historisch tot aan ca. 1945, naoorlogs tot ca. 1970 en recenter) en 2 typen voor bedrijfsterreinen (voor en na ca. 1990). Vanwege de gebruikshistorie is het de verwachting dat het stadscentrum van Leiden meer belast is met verontreinigende stoffen dan andere gebieden. Daarom is het Leidse stadscentrum apart onderscheiden ten opzichte van de vooroorlogse bebouwing van de kleinere dorps- en stadskernen in de rest van de regio. Op basis van de eerder opgestelde bodemkwaliteitskaart van de gemeente Leiden is hierbij het vooroorlogs gebied nog gesplitst in het gebied binnen de singel en Vreewijk enerzijds, en de latere uitbreidingen anderzijds. Historisch bebouwde locaties die in later jaren zijn vervangen door (grootschalige) herontwikkeling zijn geclassificeerd als recente bebouwing indien bekend is dat bij de herontwikkeling de situatie is gewijzigd (leeflaag aangebracht, afgraving, etc.). Het buitengebied is gesplitst in een deel met en zonder (verwacht) toemaakdek10Bron ligging toemaakdekgebied: Bodemkwaliteitskaart Toemaakdek Grontmij Nederland, rapport GM-0091509, d.d. 5 augustus 2013.. Uit praktijkervaring van de ODWH en de gemeenten is bekend dat de beschikbare kaarten met begrenzing van toemaakdek in de regio niet altijd overeenkomen met de praktijk. Vanwege het zeer heterogene karakter van toemaakdekken is het echter ook te verwachten dat hier een breed scala aan verontreinigingsniveaus wordt aangetroffen. Daarom is besloten voor het voorlopig deelgebied eerst de indeling uit de bestaande kaarten aan te houden. Verhoogde gehalten bestrijdingsmiddelen komen waar verwachting vooral voor in (voormalig) bollenteeltgebieden in de gemeenten Hillegom, Lisse, Noordwijk, Oegstgeest en Teylingen). Vanwege de gebruikshistorie op perceelniveau is het praktisch niet haalbaar hier één of meer volledig eigen deelgebieden te onderscheiden. Daarom is besloten bestrijdingsmiddelen apart te beoordelen van de overige stoffen. Recentelijk zijn voor drie plangebieden in de gemeente Noordwijk bodemkwaliteitskaarten en bodembeheernota’s bestuurlijk vastgesteld: Plangebied Offem-Zuid in Noordwijk fase 1 [8] en 3 [9]. Plangebied Offem-Zuid in Noordwijk fase 2 [10]. Plangebied Bronsgeest in Noordwijk[11]. Voor een gebied mag van rechtswege maar één bodemkwaliteitskaart bestuurlijk zijn vastgesteld. Om deze reden komen met het bestuurlijk vaststellen van deze bodemkwaliteitskaart de eerder bestuurlijk vastgestelde bodemkwaliteitskaarten voor de drie plangebieden in Noordwijk te vervallen. De eerder bestuurlijk vastgestelde bodemkwaliteitskaarten zijn integraal opgenomen in deze gezamenlijke bodemkwaliteitskaart (zie tabel 4.1 en de kaartbijlagen). Hierdoor is er voor de drie plangebieden in Noordwijk nog steeds sprake van een geldige bodemkwaliteitskaart. 3.3STAP 3: GEGEVENSVERZAMELING EN GEGEVENSBEWERKING 3.3.1SELECTEREN BESCHIKBARE GEGEVENS De gegevens voor de bodemkwaliteitskaart zijn afkomstig uit het bodeminformatiesysteem van de ODWH (d.d. 2 juli 2021) waarin de bodemgegevens van de gemeenten worden geregistreerd en beheerd. Daarnaast zijn nog analyseresultaten van 315 nieuwe bodemonderzoeken aan de dataset toegevoegd die zijn uitgevoerd voor werkzaamheden aan kabels en leidingen. In bijlage 2 staat een overzicht van de selecties die zijn uitgevoerd om tot een representatieve dataset voor deze bodemkwaliteitskaart te komen. 3.3.2HET SAMENVOEGEN VAN PUNT- EN MENGMONSTERS De dataset voor deze bodemkwaliteitskaart bestaat uit meng- en puntmonsters met meetgegevens. De landelijke IPO Werkgroep Achtergrondgehalten heeft onderzocht wat de invloed is van het meenemen van zowel punt- als mengmonsters op de berekening van percentielwaarden van de meetgegevens[12]. De resultaten laten zien dat percentielwaarden die zijn gebaseerd op een bestand met meetgegevens van zowel punt- als mengmonsters, vrijwel identiek zijn aan percentielwaarden die zijn gebaseerd op een bestand met meetgegevens van alléén mengmonsters. Er bestaan daarom geen praktische bezwaren tegen het berekenen van de bodemkwaliteit uit een bestand met meetgegevens, afkomstig van zowel punt- als mengmonsters. In dit project zijn de meetgegevens van de mengmonsters éénmaal meegenomen. 3.3.3HET VERVANGEN VAN WAARDEN BENEDEN DE DETECTIELIMIET Bij analyses komt het vaak voor dat een bepaalde stof in het grond(meng)monster aanwezig is in een concentratie beneden de detectiegrens van de gangbare analyseapparatuur. Hoewel de werkelijke waarde onbekend is (de waarde kan variëren van nul tot de detectielimiet) leveren deze monsters wel waardevolle informatie voor de bodemkwaliteit in een gebied. Voor deze analyseresultaten is de methode van de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten gehanteerd. Deze methode houdt in dat de gerapporteerde detectielimieten worden vermenigvuldigd met een factor 0,7 om tot een rekenwaarde te komen. De opgegeven detectielimiet van een bepaalde stof verschilt van rapport tot rapport. Verhoogde detectielimieten komen voor bij verstoringen in de grond(meng)monstermatrix. Daarnaast zijn de detectielimieten in de loop der jaren lager geworden doordat nauwkeuriger analyseapparatuur beschikbaar is gekomen. 3.3.4HET OPSPOREN VAN UITBIJTERS Ondanks dat er representatieve meetgegevens zijn geselecteerd, kan er sprake zijn van uitschieters in de dataset: extreem hoge of lage gehalten als gevolg van bijvoorbeeld typefouten tijdens de invoer, onbetrouwbare analyses of verontreinigingen door lokale bronnen die niet als dusdanig in het bodeminformatiesysteem zijn aangegeven. Hierbij worden vaak bij meerdere stoffen in hetzelfde monster relatief hoge gehalten aangetroffen. Per deelgebied en per stof zijn met een visuele methode (scatterplots) extreme gehalten gemarkeerd. Voor de extreme gehalten is nagegaan of deze tot een lokale bron, type- of meetfout zijn te herleiden. In die situaties zijn de analyseresultaten uit de dataset verwijderd en waar mogelijk aangepast wanneer het typefouten betrof. Op een aantal locaties zijn daarnaast kleine correcties uitgevoerd in de begrenzing van de deelgebieden, waar bleek dat hoge gehalten in het buitengebied net buiten een lintbebouwing vielen, waar deze qua kwaliteit meer mee overeenkwamen. In bijlage 3 staat een overzicht van de uiteindelijk verwijderde uitbijters. 3.4STAP 5: CONTROLE INDELING VAN HET BODEMBEHEERGEBIED 3.4.1AANTAL EN SPREIDING MEETGEGEVENS De Richtlijn bodemkwaliteitskaarten stelt de volgende minimale eisen aan het aantal en de spreiding van meetgegevens per deelgebied: Per deelgebied zijn voor alle stoffen ten minste 20 meetgegevens beschikbaar. De meetgegevens liggen voldoende verspreid over het deelgebied: Voor aaneengesloten deelgebieden bij een systematische indeling in 20 vakken zijn in tenminste 10 vakken één of meer meetgegevens beschikbaar. Voor elk niet-aaneengesloten deel van een deelgebied zijn ten minste 3 meetgegevens beschikbaar. Er moeten minimaal 30 PFAS-meetgegevens beschikbaar zijn per bodemlaag. Hiermee wordt gebruik gemaakt van de systematiek van de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten voor het uitbreiden van een bodemkwaliteitskaart met de stoffen kobalt, molybdeen en PCB. Deze systematiek mag conform het Model Beleid toepassen PFAS houdende grond[13] ook voor PFAS-verbindingen worden gebruikt. Als aanvullende minimumeis is door de ODWH gesteld dat per bodemlaag minimaal 5 PFAS-analysegegevens per gemeente beschikbaar moeten zijn. De (voormalige) tuinbouw- en akkerbouwpercelen komen zeer verspreid en versnipperd voor in de gemeenten. Om deze reden is afgeweken van de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten. Voor de (voormalige) tuinbouw- en akkerbouwpercelen moeten minimaal 30 analysegegevens van organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB) beschikbaar zijn en per niet-aaneengesloten gebied zijn geen 3 analysegegevens noodzakelijk. Niet voor alle deelgebieden wordt voldaan aan de minimumeis van 30 meetgegevens per individuele OCB. Voor een aantal kwaliteitsklasse bepalende individuele OCB wordt wél voldaan aan de minimumeis. In overleg met de ODWH is besloten dat deze leidend zijn voor de bodemkwaliteitskaart. Hierdoor hoeft voor de andere individuele OCB niet te worden voldaan aan de minimumeis van 30 meetgegevens. Na het samenstellen van de dataset voor de bodemkwaliteitskaart (§ 3.3.1), de voorbewerkingen (§ 3.3.3 en § 3.3.4), is gebleken dat het aantal gegevens voor veel niet-aaneengesloten deelgebieden niet voldoet. In een aantal gebieden betreft het tekort alleen waarnemingen voor de stoffen barium, kobalt, molybdeen en/of PCB. De Richtlijn bodemkwaliteitskaarten stelt dat in geval van dergelijke tekorten, de meetgegevens van verschillende deelgebieden voor deze stoffen mogen worden samengevoegd, mits de stoffen niet bepalend zijn voor de kwaliteitsklasse van de zones; voor PCB geldt dit enkel wanneer ook sprake is van een vergelijkbaar gehalte organisch stof. Hierbij zijn de volgende ranges van organisch stofgehalte vergelijkbaar beoordeeld; 0-4%, >4-8% en >8%. In overeenstemming met de Richtlijn zijn de meetgegevens voor barium, kobalt, molybdeen daarom per bodemlaag samengevoegd. Omdat het buitengebied te afwijkende percentages organisch stof kent, zijn alleen de waarnemingen van de deelgebieden in de bebouwde kom samengevoegd. Na deze bewerking voldoen een aantal van de onderscheiden niet-aaneengesloten deelgebieden nog steeds niet aan de minimumeisen van de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten (niet-aaneengesloten deelgebieden minimaal 3 meetgegevens) en de aanvullend gestelde minimumeis voor PFAS-verbindingen (minimaal 5 meetgegevens per gemeente). De benodigde extra meetgegevens zijn verzameld door aanvullend bodemonderzoek uit te voeren. In § 3.6 is hier nader op ingegaan. 3.4.2SPLITSEN VAN DEELGEBIEDEN Op stofniveau is bekeken of er een ruimtelijke clustering aanwezig is van hoge of lage gehalten. Op basis van ervaringen van WSP bij andere bodemkwaliteitskaarten is de ruimtelijke clustering onderzocht wanneer zware metalen, minerale olie en PFAS-verbindingen een variatiecoëfficiënt hoger dan 1,5 hebben en de stofgroepen PAK, PCB en bestrijdingsmiddelen een variatiecoëfficiënt hoger dan
- Een hoge variatiecoëfficiënt is een indicatie van een mogelijke ruimtelijke clustering met hogere of lagere gehalten. De overzichten van de variatiecoëfficiënten staan in de bijlagen 4 (kolom ‘VC’). Hieruit blijkt, dat bij veel deelgebieden voor één of meer zware metalen, minerale olie, individuele bestrijdingsmiddelen, individuele PFAS-verbindingen en/of PAK sprake is van een hoge variatiecoëfficiënt. Bij de controle is gebleken dat in een aantal voorlopige deelgebieden sprake is van een ruimtelijke clustering van hoge gehalten: In het voorlopig deelgebied Overige historische woonbebouwing concentreren de meer verontreinigde monsters zich in het oostelijk deel van de regio, voor zowel enkele metalen als PAK. De oude dorpskernen en lintbebouwingen in het veenweidegebied zijn duidelijk meer verontreinigd dan die in de rest van de regio, vermoedelijk als gevolg van de wijze waarin deze gebieden in het verleden zijn opgehoogd. In overleg met de ODWH is besloten het deelgebied daarom te splitsen: de gemeenten Kaag en Braassem, Nieuwkoop en Zoeterwoude enerzijds, en de overige gemeenten (Hillegom, Leiderdorp, Lisse, Oegstgeest en Teylingen) anderzijds. In het voorlopig deelgebied Overig buitengebied was een duidelijke clustering van hoge gehalten van een aantal metalen aanwezig in Noordse Buurt. Hiervan is bekend dat het een voormalig kassengebied is, dat qua bodemkwaliteit niet overeen blijkt te komen met het omringende buitengebied. In overleg met de ODWH is besloten dit gebied uit te sluiten van de bodemkwaliteitskaart. Het voorlopig deelgebied Buitengebied met toemaakdek is extra gecontroleerd op basis van de praktijkervaringen van de gemeenten. Er is geen reden aangetroffen om de begrenzing van deze zone te wijzigen. Er is weliswaar sprake van hoge variatiecoëfficiënten, maar er is geen sprake van een duidelijk patroon in hoge of lage gehalten binnen het deelgebied. De bestaande begrenzing is daarom gehandhaafd. 3.5STAPPEN 2 EN 4: ONDERSCHEIDENDE GEBIEDSKENMERKEN EN INDELEN BODEMBEHEERGEBIED IN DEELGEBIEDEN (2/2) Op basis van een eerste berekening van de kwaliteit per voorlopig deelgebied is bepaald of de oorspronkelijke hypothese (onderscheid in bodemkwaliteit per deelgebied op basis van kenmerken van het gebied) juist is. Daarbij is vastgesteld dat de bodemkwaliteit in een sommige oorspronkelijk gedefinieerde voorlopige deelgebieden vergelijkbaar is. De beide voorlopige deelgebieden met bedrijventerreinen zijn dermate vergelijkbaar dat besloten is deze samen te voegen. In tabel 3.1 is een overzicht gegeven van de definitieve deelgebieden die op basis van kwaliteit en bodemfunctie zijn gedefinieerd en waarmee de uiteindelijke bodemkwaliteitskaart is opgesteld. De definitieve deelgebieden zijn tevens voorzien van een codering: ‘B’ (bovengrond) voor de bodemlaag vanaf het maaiveld t/m 0,5 meter diepte, ‘T’ (tussenlaag) voor de bodemlaag van 0,5 tot 1 meter diepte en ‘O’ (ondergrond) voor de bodemlaag van 1 tot 2 meter diepte. Het onderscheid tussen ‘T’ en ‘O’ is enkel van toepassing op de PFAS-verbindingen. Tabel 3.1 Onderscheiden deelgebieden Voorlopig deelgebied Voorlopige kwaliteitsklasse Definitief deelgebied Bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte Historische bebouwing Leiden Industrie B
- Historische bebouwing Leiden Oude uitbreidingen Leiden Industrie B
- Oude uitbreidingen Leiden Overige historische woonbebouwing Industrie B
- Historische woonbebouwing Kaag en Braassem, Nieuwkoop en Zoeterwoude B
- Overige historische woonbebouwing Oudere woonbebouwing, sport en recreatie Wonen B
- Oudere woonbebouwing, sport en recreatie Recente woonbebouwing, sport en recreatie Wonen B
- Recente woonbebouwing, sport en recreatie Oude bedrijfsterreinen (tot 1990) Landbouw/natuur B
- Bedrijventerreinen Jonge bedrijfsterreinen (sinds 1990) Landbouw/natuur Buitengebied met toemaakdek Wonen B
- Buitengebied met toemaakdek Buitengebied overig Landbouw/natuur B
- Buitengebied overig (Voormalige) tuinbouw- en akkerbouwpercelen gemeenten Hillegom, Lisse, Noordwijk, Oegstgeest en Teylingen Industrie B
- (Voormalige) (voormalige) tuinbouw- en akkerbouwpercelen gemeenten Hillegom, Lisse, Noordwijk, Oegstgeest en Teylingen (Voormalige) tuinbouw- en akkerbouwpercelen gemeenten Kaag en Braassem, Leiden, Leiderdorp, Nieuwkoop en Zoeterwoude Industrie B
- (Voormalige) tuinbouw- en akkerbouwpercelen gemeenten Kaag en Braassem, Leiden, Leiderdorp, Nieuwkoop en Zoeterwoude PFAS-verbindingen Landbouw/natuur B
- PFAS-verbindingen Bodemlaag vanaf 0,5 meter tot en met 2 meter diepte Historische bebouwing Leiden Wonen T1/O
- Historische bebouwing Leiden Oude uitbreidingen Leiden Wonen T2/O
- Oude uitbreidingen Leiden Overige historische woonbebouwing Wonen T3/O
- Historische woonbebouwing Kaag en Braassem, Nieuwkoop en Zoeterwoude T4/O
- Overige historische woonbebouwing Oudere woonbebouwing, sport en recreatie Landbouw/natuur T4/O
- Oudere woonbebouwing, sport en recreatie Recente woonbebouwing, sport en recreatie Landbouw/natuur T6/O
- Recente woonbebouwing, sport en recreatie Oude bedrijfsterreinen Landbouw/natuur T7/O
- Bedrijventerreinen Jonge bedrijfsterreinen Landbouw/natuur Buitengebied met toemaakdek Wonen T8/O
- Buitengebied met toemaakdek Buitengebied overig Landbouw/natuur O9/O
- Buitengebied overig (Voormalige) tuinbouw- en akkerbouwpercelen gemeenten Hillegom, Lisse, Noordwijk, Oegstgeest en Teylingen Industrie T10/O
- (Voormalige) tuinbouw- en akkerbouwpercelen gemeenten Hillegom, Lisse, Noordwijk, Oegstgeest en Teylingen (Voormalige) tuinbouw- en akkerbouwpercelen gemeenten Kaag en Braassem, Leiden, Leiderdorp, Nieuwkoop en Zoeterwoude Industrie T11/O
- (Voormalige) tuinbouw- en akkerbouwpercelen gemeenten Kaag en Braassem, Leiden, Leiderdorp, Nieuwkoop en Zoeterwoude PFAS-verbindingen Landbouw/natuur T
- PFAS-verbindingen 3.6STAP 6: VERZAMELEN AANVULLENDE INFORMATIE EN VASTSTELLEN DEFINITIEVE DEELGEBIEDEN / BODEMKWALITEITSZONES Zoals in § 3.4.1 is gesteld voldoen een aantal van de onderscheiden deelgebieden niet aan de minimumeisen van de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten (niet-aaneengesloten deelgebieden minimaal 3 meetgegevens) en de aanvullend gestelde minimumeis voor PFAS-verbindingen (minimaal 5 meetgegevens per gemeente). Om de niet-aaneengesloten deelgebieden te kunnen zoneren in de bodemkwaliteitskaart is aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd[14]. De verkregen aanvullende meetgegevens zijn toegevoegd aan de dataset van de bodemkwaliteitskaart. Op de meetgegevens zijn voorbewerkingen uitgevoerd zoals zijn beschreven in § 3.3.3 en § 3.3.
- Er zijn hierbij geen aanvullende uitbijters aangetroffen en is de gebiedsindeling niet verder gewijzigd. Na het toevoegen van de aanvullende meetgegevens en uitgevoerde voorbewerkingen voldoen de deelgebieden aan de minimumeisen van de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten en de aanvullende minimumeisen voor PFAS-verbindingen. De deelgebieden worden daarom definitief vastgesteld. De definitieve deelgebieden worden de bodemkwaliteitszones van de regio. De bodemkwaliteitszones zijn afgebeeld op de kaartbijlagen B
- 3.7STAP 7: KARAKTERISEREN BODEMKWALITEITSZONES De gemiddelde gehalten van de bodemkwaliteitszones (zie bijlage 4, kolom 'Gem') zijn getoetst aan de normen uit de Regeling bodemkwaliteit[15] (hierna ‘de Regeling’) en de normen uit het Handelingskader hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie[7]. De toetsingsmethodiek voor het bepalen van de bodemkwaliteitsklasse is opgenomen in bijlage 1 onder het kopje ‘Bodemkwaliteitsklasse’. De bodemkwaliteitszones kunnen vallen in de bodemkwaliteitsklasse Landbouw/natuur (Achtergrondwaarden, AW2000), Wonen of Industrie. De bodemkwaliteitsklasse wordt samen met de bodemfunctieklasse gebruikt voor het bepalen van de toepassingseis (zie § 3.8.4). De toetsingsmethodiek voor het bepalen van de kwaliteitsklasse Wonen is voor de bodemkwaliteitsklasse minder streng dan de toetsingsmethodiek voor het bepalen van de ontgravingsklasse (
§ 3.8.3 en bijlage 1 onder het kopje ‘Ontgravingskaart’).
Met de minder strenge toets wordt voorkomen dat de bodemkwaliteit van een gebied op basis van één stof wordt ingedeeld in de bodemkwaliteitsklasse ‘Industrie’. Dit zou in de praktijk de ongewenste situatie kunnen opleveren dat ook voor alle overige stoffen minder strenge regels gelden en de concentraties kunnen toenemen tot de maximale waarden voor de functie Industrie. Hierdoor verslechtert de kwaliteit van het gebied. Dit kan zich met name voordoen bij licht verontreinigde industriegebieden. Deze situatie komt voor bij de bodemkwaliteitszones B
- Historische bebouwing Leiden, B
- Oude uitbreidingen Leiden en B
- Historische woonbebouwing Kaag en Braassem, Nieuwkoop en Zoeterwoude. In tabel 3.2 is aangegeven in welke bodemkwaliteitsklasse iedere bodemkwaliteitszone valt. In de bijlage 4 zijn de gespecificeerde beoordelingen weergegeven. Controle saneringscriterium In de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten staat vermeld, dat voor elke bodemkwaliteitszone met een 95-percentielwaarde boven de interventiewaarde uit de Wet bodembescherming een controle op het saneringscriterium nodig is. Bij een overschrijding is het niet verantwoord om zonder partijkeuring grondverzet vanuit de betreffende zone te laten plaatsvinden. Deze situatie komt in de bodemkwaliteitszones B1 en T1/O1 Historische bebouwing Leiden (zie tabel 3.3). De gemeente Leiden heeft in de nota bodembeheer 2023[16] gebiedsspecifiek beleid opgesteld voor het graven in en toepassen van grond uit deze bodemkwaliteitszones. Daarom is geen verdere controle op het saneringscriterium uitgevoerd. Heterogeniteit Naast de percentielwaarden en variatiecoëfficiënt is ook de heterogeniteit van de meetgegevens berekend, volgens de methodiek zoals beschreven onder het kopje ‘Heterogeniteit’ in bijlage
- In bijna alle bodemkwaliteitszones is sprake van sterke heterogeniteit voor één of meerdere stoffen (zie tabel 3.2). De overzichten van de heterogeniteitsindex per stof en per bodemkwaliteitszone staan in de bijlagen 4 (kolom 'Heterogeniteit'). Wanneer de diffuse bodemkwaliteit in een bodemkwaliteitszone sterk heterogeen is verdeeld, is de betrouwbaarheid van het gemiddelde gehalte in de zone kleiner. Voor de bodemkwaliteitszone zijn ruim voldoende meetgegevens aanwezig om het gemiddelde gehalte (en dus de kwaliteit) goed te beschrijven. Hierdoor is de heterogeniteit geen aanleiding om aanvullend onderzoek voorafgaand aan het grondverzet te eisen. Tabel 3.2 Bodemkwaliteitsklasse en heterogeniteit per bodemkwaliteitszone en bodemlaag Bodemkwaliteitszone Bodemkwaliteitsklasse (obv gemiddelde) Kwaliteitsbepalendestof Sterkeheterogeniteit Bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte # B
- Historische bebouwing Leiden Wonen Cadmium, koper, kwik, lood, zink, PAK Koper, lood, zink, minerale olie B
- Oude uitbreidingen Leiden Wonen Kwik, lood, zink, PAK Lood, zink, minerale olie B
- Historische woonbebouwing Kaag en Braassem, Nieuwkoop en Zoeterwoude Wonen Koper, kwik, lood, zink, PAK Koper, lood, zink, PAK, minerale olie B
- Overige historische woonbebouwing, sport en recreatie Wonen Kwik, lood, zink, PAK Lood, zink, minerale olie B
- Oudere woonbebouwing, sport en recreatie Wonen Kwik, lood, zink, PAK Zink, minerale olie Bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte # B
- Recente woonbebouwing, sport en recreatie Landbouw/natuur - Nikkel B
- Bedrijventerreinen Landbouw/natuur - Nikkel B
- Buitengebied met toemaakdek Wonen Koper, kwik, lood, zink, PAK Koper, lood, minerale olie B
- Buitengebied overig Landbouw/natuur - - B
- (Voormalige) tuinbouw- en akkerbouwpercelen gemeenten Hillegom, Lisse, Noordwijk, Oegstgeest en Teylingen Industrie α-endosulfaan, chloordaan, drins (som3), α-HCH, β-HCH, heptachloor, heptachloorepoxide Drins (som3) B
- (Voormalige) tuinbouw- en akkerbouwpercelen gemeenten Kaag en Braassem, Leiden, Leiderdorp, Nieuwkoop en Zoeterwoude Industrie chloordaan, heptachloorepoxide Drins (som3) B
- PFAS-verbindingen Landbouw/natuur - PFOS (totaal, lineair) Bodemlaag vanaf 1 meter tot en met 2 meter diepte T1/O
- Historische bebouwing Leiden Wonen Koper, kwik, lood, nikkel, zink, PAK Koper, lood, nikkel, zink T2/O
- Oude uitbreidingen Leiden Wonen Kwik, lood, nikkel, zink, PAK Koper, lood, nikkel, zink T3/O
- Historische woonbebouwing Kaag en Braassem, Nieuwkoop en Zoeterwoude Wonen Koper, kwik, lood, zink, PAK Lood, zink, PAK, minerale olie T4/O
- Overige historische woonbebouwing, sport en recreatie Wonen Kwik, lood, PAK Minerale olie T5/O
- Oudere woonbebouwing, sport en recreatie Wonen Kwik, lood, PAK Nikkel T6/O
- Recente woonbebouwing, sport en recreatie Landbouw/natuur - Nikkel T7/O
- Bedrijventerreinen Landbouw/natuur - Nikkel T8/O
- Buitengebied met toemaakdek Wonen Kwik, lood, molybdeen, PAK Minerale olie T9/O
- Buitengebied overig Landbouw/natuur - Nikkel T10/O
- (Voormalige) tuinbouw- en akkerbouwpercelen gemeenten Hillegom, Lisse, Noordwijk, Oegstgeest en Teylingen Industrie α-endosulfaan, chloordaan, drins (som3), α-HCH, β-HCH, γ-HCH, heptachloor, heptachloorepoxide, DDD Drins (som3) T11/O
- (Voormalige) tuinbouw- en akkerbouwpercelen gemeenten Kaag en Braassem, Leiden, Leiderdorp, Nieuwkoop en Zoeterwoude Wonen chloordaan, α-HCH, β-HCH, γ-HCH, heptachloor - T
- PFAS-verbindingen # Landbouw/natuur - PFOS (totaal, lineair) # De gemiddelde waarden van de PFAS-verbindingen zijn lager dan de voorlopige landelijke achtergrondwaarden vastgesteld, maar voor een aantal PFAS-verbindingen boven de bepalingsgrens. 3.8STAP 8: BODEMKWALITEIT 3.8.1INLEIDING De bodemkwaliteitskaart bestaat uit drie hoofdkaarten: Een kaart met uitgesloten locaties en gebieden. De ontgravingskaart. De toepassingskaart. In de volgende paragrafen wordt nader ingegaan op de hoofdkaarten. 3.8.2KAART MET UITGESLOTEN LOCATIES EN GEBIEDEN De volgende locaties en gebieden zijn uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart: Rijkswegen, provinciale wegen, spoorgebonden gronden inclusief de (spoor)wegbermen (andere beheerorganisatie). Defensieterreinen (andere beheerorganisatie). Locaties met, of die verdacht zijn voor, een sterke bodemverontreiniging als gevolg van een lokale bron, inclusief: locaties waar vanwege (bedrijfs)activiteiten PFAS-verbindingen in verhoogde gehalten in de bodem kunnen voorkomen (PFAS producerende en verwerkende bedrijven, inzet blusschuim en secundaire bronnen). (Voormalige) stortplaatsen (specifiek voor wat betreft de ontgravingskaart). Rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI) en afvalwaterzuiveringsinstallaties (AWZI) (specifiek voor wat betreft de ontgravingskaart). Gesaneerde locaties in het kader van de Wet bodembescherming (specifiek voor wat betreft de ontgravingskaart). Noordse Buurt (gemeente Nieuwkoop). De bodemlaag 0-1 m-mv van een deel van het duingebied is verdacht voor diffuus verhoogde gehalten aan PFAS-verbindingen als gevolg van een effect dat wordt omschreven als ‘Global Sea Spray’. Waterbodems: ander bevoegd gezag Rijkswateren: Rijkswaterstaat, met uitzondering van de drogere oevergebieden die zijn gedefinieerd en aangewezen in de Waterregeling. overige wateren: Hoogheemraadschap van Rijnland (binnen gemeente Nieuwkoop: tevens Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden en Waterschap Amstel, Gooi en Vecht). De bodemlaag dieper dan 2,0 meter onder het maaiveld. Het grondwater. De ligging van de bovenstaande uitgesloten locaties en gebieden zijn, soms vanwege het dynamische karakter of het relatief kleine oppervlak van het gebied, niet op de kaarten weergegeven. Informatie over deze locaties kan worden achterhaald via de website van het landelijk bodemloket (https://www.bodemloket.nl/) én het Bodem Informatie Punt van de Omgevingsdienst West-Holland (https://www.odwh.nl/themas/bodem/bodem-informatie-punt/). 3.8.3ONTGRAVINGSKAART De ontgravingskaart geeft de te verwachten kwaliteit aan van de eventueel te ontgraven grond op een voor de bodemkwaliteitskaart niet uitgesloten locatie/gebied. Deze kaart mag onder bepaalde voorwaarden worden gebruikt als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van te ontgraven grond, als deze grond elders nuttig wordt toegepast. Voorafgaand aan het grondverzet moet altijd informatie worden achterhaald waaruit blijkt dat de locatie onderdeel uitmaakt van de bodemkwaliteitskaart. In de nota bodembeheer[16] wordt hier nader op ingegaan. De kaart doet alleen een uitspraak over welke kwaliteit in het algemeen verwacht mag worden. De kwaliteit van een individuele partij kan daarvan afwijken. De ontgravingskwaliteit is net als de bodemkwaliteitsklasse gebaseerd op het gemiddelde gehalte van een bodemkwaliteitszone (zie de bijlagen 4, kolom 'Gem') en getoetst aan de toetsingswaarden uit de Regeling en de normen uit het Handelingskader hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie. Om het standstill-principe voor de bodemkwaliteit op gebiedsniveau te kunnen waarborgen, is de toetsing voor de klasse Wonen voor het bepalen van de ontgravingskwaliteit strenger dan voor het bepalen van de bodemkwaliteit (
§ 3.7).
De toetsingsmethodiek is opgenomen in bijlage 1 onder het kopje ‘Ontgravingskaart’, ter vergelijking
het kopje ‘Bodemkwaliteitsklasse’. In tabel 3.3 is de te verwachten ontgravingsklasse per bodemkwaliteitszone aangegeven. De ontgravingskaart per bodemlaag is opgenomen in de kaartbijlagen B
- De kleuren in tabel 3.3 komen overeen met de gebruikte kleuren op de kaartbijlagen. Tabel 3.3 Verwachte ontgravingsklasse per bodemkwaliteitszone Bodemkwaliteitszone ontgravingsklasse generiek kader Kwaliteitsbepalendestof 95-percentielwaarde > interventiewaarde Bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte # B
- Historische bebouwing Leiden Industrie Lood, zink Lood, zink B
- Oude uitbreidingen Leiden Industrie Zink - B
- Historische woonbebouwing Kaag en Braassem, Nieuwkoop en Zoeterwoude Industrie Zink, PAK - Bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte # B
- Overige historische woonbebouwing, sport en recreatie Wonen Kwik, lood, zink, PAK - B
- Oudere woonbebouwing, sport en recreatie Wonen Kwik, lood, zink, PAK - B
- Recente woonbebouwing, sport en recreatie Landbouw/natuur - - B
- Bedrijventerreinen Landbouw/natuur - - B
- Buitengebied met toemaakdek Wonen Koper, kwik, lood, zink, PAK - B
- Buitengebied overig Landbouw/natuur - B
- (Voormalige) tuinbouw- en akkerbouwpercelen gemeenten Hillegom, Lisse, Noordwijk, Oegstgeest en Teylingen Industrie α-endosulfaan, chloordaan, drins (som3), α-HCH, β-HCH, heptachloor, heptachloorepoxide - B
- (Voormalige) tuinbouw- en akkerbouwpercelen gemeenten Kaag en Braassem, Leiden, Leiderdorp, Nieuwkoop en Zoeterwoude Industrie Chloordaan, heptachloorepoxide - B
- PFAS-verbindingen # Landbouw/natuur - - Bodemlaag vanaf 0,5 meter tot en met 2 meter diepte # T1/O
- Historische bebouwing Leiden Wonen Koper, kwik, lood, nikkel, zink, PAK Lood T2/O
- Oude uitbreidingen Leiden Wonen Kwik, lood, nikkel, zink, PAK - T3/O
- Historische woonbebouwing Kaag en Braassem, Nieuwkoop en Zoeterwoude Wonen Koper, kwik, lood, zink, PAK - T4/O
- Overige historische woonbebouwing, sport en recreatie Wonen Kwik, lood, PAK - T5/O
- Oudere woonbebouwing, sport en recreatie Wonen Kwik, lood, PAK - T6/O
- Recente woonbebouwing, sport en recreatie Landbouw/natuur - - T7/O
- Bedrijventerreinen Landbouw/natuur - - Bodemlaag vanaf 0,5 meter tot en met 2 meter diepte # T8/O
- Buitengebied met toemaakdek Wonen Kwik, lood, molybdeen, PAK - T9/O
- Buitengebied overig Landbouw/natuur - - T10/O
- (Voormalige) tuinbouw- en akkerbouwpercelen gemeenten Hillegom, Lisse, Noordwijk, Oegstgeest en Teylingen Industrie α-endosulfaan, chloordaan, α-HCH, β-HCH, heptachloor, heptachloorepoxide - T11/O
- (Voormalige) tuinbouw- en akkerbouwpercelen gemeenten Kaag en Braassem, Leiden, Leiderdorp, Nieuwkoop en Zoeterwoude Industrie chloordaan, heptachloorepoxide - T
- PFAS-verbindingen # Landbouw/natuur - - # De gemiddelde waarden van de PFAS-verbindingen in de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 1 meter diepte zijn lager dan de voorlopige landelijke achtergrondwaarden vastgesteld, maar voor een aantal PFAS-verbindingen boven de bepalingsgrens. Dit leidt mogelijk tot beperkingen bij het toepassen van grond in waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden. 3.8.4TOEPASSINGSKAART De toepassingskaart is opgesteld aan de hand van de vastgestelde bodemkwaliteitsklasse en de (toekomstige) functie van de het gebied. Op basis van deze dubbele toets, waarbij de strengste eis doorslaggevend is, wordt voor elke bodemkwaliteitszone de toepassingseis vastgesteld (zie bijlage 1 onder het kopje ‘Toepassingseis kwaliteit toe te passen grond op of in de bodem’). Voorafgaand aan het grondverzet moet altijd informatie worden achterhaald waaruit blijkt dat de locatie onderdeel uitmaakt van de bodemkwaliteitskaart. In de nota bodembeheer[16] wordt hier nader op ingegaan. In tabel 3.4 is de toepassingseis volgens het generieke kader van het Besluit per bodemkwaliteitszone aangegeven. In de kaartbijlagen B6 staat per bodemlaag aangegeven welke toepassingseis er geldt. De kleuren in tabel 3.4 komen overeen met de gebruikte kleuren op kaartbijlage B2 (bodemfunctieklassenkaart) en de kaartbijlagen B6 (toepassingskaarten). Tabel 3.4 Toepassingseisen per combinatie (voorkomende) bodemfunctie- en bodemkwaliteitsklasse conform het generieke kader van het Besluit en het Handelingskader hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie. Bodemkwaliteitszone VoorkomendeBodemfuncties Bodemkwaliteitsklasse Toepassingseisgeneriekkader Bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte B
- PFAS-verbindingen Industrie Landbouw/natuur Industrie/wonen @ Wonen Landbouw/natuur Landbouw/natuur @ Bodemlaag vanaf 0,5 meter tot en met 2 meter diepte T1/O
- Historische bebouwing Leiden Wonen Wonen Wonen T2/O
- Oude uitbreidingen Leiden Industrie Wonen Wonen Wonen T3/O
- Historische woon-bebouwing Kaag en Braassem, Nieuwkoop en Zoeterwoude Industrie Wonen Wonen Wonen T4/O
- Overige historische woonbebouwing Industrie Wonen Wonen Wonen T5/O
- Oudere woonbebouwing, sport en recreatie Industrie Wonen Wonen Wonen Landbouw/natuur Landbouw/natuur Landbouw/natuur T6/O
- Recente woonbebouwing, sport en recreatie Industrie Landbouw/natuur Landbouw/natuur Wonen T7/O
- Bedrijventerreinen Industrie Landbouw/natuur Landbouw/natuur Wonen T8/O
- Buitengebied met toemaakdek Wonen Wonen Wonen Landbouw/natuur Landbouw/natuur T9/O
- Buitengebied overig Industrie Landbouw/natuur Landbouw/natuur Wonen Landbouw/natuur T10/O
- (Voormalige) tuinbouw- en akkerbouwpercelen gemeenten Hillegom, Lisse, Noordwijk, Oegstgeest en Teylingen Industrie Industrie Industrie Wonen Wonen Landbouw/natuur Landbouw/natuur Bodemkwaliteitszone VoorkomendeBodemfuncties Bodemkwaliteitsklasse Toepassingseisgeneriekkader Bodemlaag vanaf 0,5 meter tot en met 2 meter diepte T11/O
- (Voormalige) tuinbouw- en akkerbouwpercelen gemeenten Kaag en Braassem, Leiden, Leiderdorp, Nieuwkoop en Zoeterwoude Industrie Wonen Wonen Wonen Landbouw/natuur Landbouw/natuur T
- PFAS-verbindingen Industrie Landbouw/natuur Industrie/Wonen @ Wonen Landbouw/natuur Landbouw/natuur @ @De toepassingseisen voor PFAS-houdende grond zijn: Toepassingseis Landbouw/natuur: Landelijke achtergrondwaarden. Toepassingseis Industrie en Wonen: PFOA: 7,0 µg/kg ds, en andere PFAS-verbindingen: 3,0 µg/kg ds. 3.9BIJZONDERE OMSTANDIGHEDEN De bodemkwaliteitskaart doet geen uitspraak over de kwaliteit van de bodem ter plaatse van voor bodemverontreiniging verdachte locaties, locaties met lokale verontreinigingen, gesaneerde locaties of locaties met onvoorziene visuele waarnemingen (bodemvreemde materialen, kleur, geur). Op deze locaties wordt een afwijkende (slechtere of betere) bodemkwaliteit dan in de omgeving verwacht. Daarom moet voorafgaand aan het grondverzet altijd informatie worden achterhaald waaruit blijkt of de locatie onderdeel uitmaakt van de bodemkwaliteitskaart. In de nota bodembeheer[16] wordt hier nader op ingegaan. Ook door de provincie aangewezen beschermingsgebieden vallen onder locaties met bijzondere omstandigheden voor grondverzet. Voorafgaand aan grondverzet moet zowel voor de ontgravingslocatie als op de toepassingslocatie worden nagegaan of er naar aanleiding van de ligging in één of meerdere beschermingsgebieden restricties zijn ten aanzien van het grond- en baggerverzet. Voorbeelden hiervan zijn gebieden met archeologische, cultuurhistorische, of aardkundige waarden, Natura2000-gebieden of gebieden die onderdeel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voormalige EHS): https://www.zuid-holland.nl/. 4SAMENVATTING EN CONCLUSIES Voor de gemeenten Hillegom, Kaag en Braassem, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen en Zoeterwoude (zie kaartbijlage B1) zijn de eerder opgestelde bodemfunctieklassenkaarten aangepast. Oók is een gezamenlijke bodemkwaliteitskaart opgesteld. Recentelijk zijn voor drie plangebieden in de gemeente Noordwijk bodemkwaliteitskaarten en bodembeheernota’s bestuurlijk vastgesteld: Plangebied Offem-Zuid in Noordwijk fase 1 [8] en 3 [9]. Plangebied Offem-Zuid in Noordwijk fase 2 [10]. Plangebied Bronsgeest in Noordwijk[11]. Voor een gebied mag van rechtswege maar één bodemkwaliteitskaart bestuurlijk zijn vastgesteld. Om deze reden komen met het bestuurlijk vaststellen van deze bodemkwaliteitskaart de eerder bestuurlijk vastgestelde bodemkwaliteitskaarten voor de drie plangebieden in Noordwijk te vervallen. De eerder bestuurlijk vastgestelde bodemkwaliteitskaarten zijn integraal opgenomen in deze gezamenlijke bodemkwaliteitskaart (zie tabel 4.1 en de kaartbijlagen). Hierdoor is er voor de drie plangebieden in Noordwijk nog steeds sprake van een geldige bodemkwaliteitskaart. Op de bodemfunctieklassenkaart wordt de ligging van gebieden met de bodemfuncties 'Industrie', 'Wonen' en ‘Landbouw/natuur’ weergegeven. Op de ontgravingskaart wordt de te verwachten diffuse milieuhygiënische ontgravingskwaliteit van de gemeenten weergegeven. Op de toepassingskaart is weergegeven aan welke kwaliteit de toe te passen grond of gerijpte baggerspecie moet voldoen. In de bodemkwaliteitskaart van de gemeenten zijn op basis van gebruik(shistorie), bodemfunctie en bodemkwaliteit in totaal 11 bodemkwaliteitszones in de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte, 11 bodemkwaliteitszones in de bodemlaag vanaf 0,5 meter tot en met 2,0 meter diepte en 2 bodemkwaliteitszones voor PFAS-verbindingen (de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte en de bodemlaag vanaf 0,5 tot en met 1,0 meter diepte) onderscheiden; zie de kaartbijlagen B
- De volgende locaties en gebieden zijn uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart: Rijkswegen, provinciale wegen, spoorgebonden gronden inclusief de (spoor)wegbermen (andere beheerorganisatie). Defensieterreinen (andere beheerorganisatie). Locaties met, of die verdacht zijn voor, een sterke bodemverontreiniging als gevolg van een lokale bron, inclusief: locaties waar vanwege (bedrijfs)activiteiten PFAS-verbindingen in verhoogde gehalten in de bodem kunnen voorkomen (PFAS producerende en verwerkende bedrijven, inzet blusschuim en secundaire bronnen). (Voormalige) stortplaatsen (specifiek voor wat betreft de ontgravingskaart). Rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI) en afvalwaterzuiveringsinstallaties (AWZI) (specifiek voor wat betreft de ontgravingskaart). Gesaneerde locaties in het kader van de Wet bodembescherming (specifiek voor wat betreft de ontgravingskaart). Noordse Buurt (gemeente Nieuwkoop). De bodemlaag 0-1 m-mv van een deel van het duingebied is verdacht voor diffuus verhoogde gehalten aan PFAS-verbindingen als gevolg van een effect dat wordt omschreven als ‘Global Sea Spray’. Waterbodems: ander bevoegd gezag Rijkswateren: Rijkswaterstaat, met uitzondering van de drogere oevergebieden die zijn gedefinieerd en aangewezen in de Waterregeling[6]; overige wateren: Hoogheemraadschap van Rijnland (binnen gemeente Nieuwkoop: tevens Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden en Waterschap Amstel, Gooi en Vecht). De bodemlaag dieper dan 2,0 meter onder het maaiveld. Het grondwater. De ligging van de uitgesloten locaties en gebieden zijn, soms vanwege het dynamische karakter of het relatief kleine oppervlak van het gebied, niet op de kaarten weergegeven. Informatie over deze locaties kan worden achterhaald via de website van het landelijk bodemloket (https://www.bodemloket.nl/) én het Bodem Informatie Punt van de Omgevingsdienst West-Holland (https://www.odwh.nl/themas/bodem/bodem-informatie-punt/). Voor de uitgesloten en/of niet-gezoneerde gebieden geldt het generieke kader van het Besluit bodemkwaliteit zonder dat een bodemkwaliteitskaart is opgesteld. Dit betekent dat de kwaliteit van de toe te passen grond of baggerspecie enerzijds moet voldoen aan de maximale waarden van de functie voor de ontvangende bodem die is aangegeven op de bodemfunctieklassenkaart (zie kaartbijlage B2). Anderzijds moet de kwaliteit van de ontvangende bodem worden onderzocht om vast te stellen of de kwaliteit van de toe te passen grond of baggerspecie van een betere of vergelijkbare kwaliteit is. De uiteindelijke toepassingseis is afhankelijk van de strengste eis van deze dubbele toets (
bijlage 1 kopje ‘Toepassingskaart’). In tabel 4.1 staat voor de onderscheiden bodemkwaliteitszones en dieptetrajecten een totaaloverzicht van de voorkomende bodemfunctieklassen, verwachte ontgravingsklassen en toepassingseisen. Alle bodemkwaliteitszones zijn vastgesteld voor de stoffen barium (zie bijlage 1 kopje ‘Barium’), cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, lood, nikkel, zink, minerale olie en de stofgroepen polychloorbifenylen (PCB) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen. Hierbij zijn de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte en de bodemlaag vanaf 0,5 tot en met 2,0 meter diepte onderscheiden. De (voormalige) tuinbouw- en akkerbouwpercelen in de gemeenten zijn ook vastgesteld voor bestrijdingsmiddelen (OCB). Hierbij is de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte en de bodemlaag vanaf 0,5 tot en met 2,0 meter diepte onderscheiden. De bodemkwaliteitskaart is ook vastgesteld voor PFAS-verbindingen. Hierbij zijn de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte en de bodemlaag vanaf 0,5 tot en met 1,0 meter diepte onderscheiden*. * De onderscheiden dieptelagen voor PFAS-verbindingen hebben geen invloed op de bodemkwaliteitszones voor de andere stoffen. Op de ontgravingskaarten (kaartbijlagen B5) zijn de te verwachten kwaliteitsklassen weergegeven van de te ontgraven boven- en ondergrond op voor bodemverontreiniging niet verdachte locaties. Op de toepassingskaarten (zie de kaartbijlagen B6) zijn de toepassingseisen weergegeven die gelden voor de onderscheiden dieptetrajecten in een gebied als een partij grond wordt toegepast en gebruik wordt gemaakt van het generieke toetsingskader van het Besluit en het Handelingskader hergebruik PFAS-houden grond en baggerspecie. Omdat aan zones B10 en B11 T10 en T11 op perceelniveau invulling is gegeven, is deze zone niet op de kaartbijlagen weergegeven. Tabel 4.1 Totaaloverzicht bodemkwaliteitszones, verwachte ontgravingsklassen, toepassingseisen bij de voorkomende bodemfuncties conform het generieke kader van het Besluit bodemkwaliteit en het Handelingskader hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie. Bodemkwaliteitszone VoorkomendeBodemfuncties ontgravingsklasse generiekkader Toepassingseisgeneriekkader Bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte # B
- Historische bebouwing Leiden Wonen Industrie * Wonen B
- Oude uitbreidingen Leiden Industrie Industrie Wonen Wonen B
- Historische woon-bebouwing Kaag en Braassem, Nieuwkoop en Zoeterwoude Industrie Industrie Wonen Wonen Bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte # B
- Overige historische woonbebouwing Industrie Wonen Wonen Wonen B
- Oudere woonbebouwing, sport en recreatie Industrie Wonen Wonen Wonen Landbouw/natuur Landbouw/natuur B
- Recente woonbebouwing, sport en recreatie Industrie Landbouw/natuur Landbouw/natuur Wonen B
- Bedrijventerreinen Industrie Landbouw/natuur Landbouw/natuur Wonen B
- Buitengebied met toemaakdek Wonen Wonen Wonen Landbouw/natuur Landbouw/natuur B
- Buitengebied overig Industrie Landbouw/natuur Landbouw/natuur Wonen Landbouw/natuur B
- (Voormalige) tuinbouw- en akkerbouw-percelen gemeenten Hillegom, Lisse, Noordwijk, Oegstgeest en Teylingen Industrie Industrie Industrie Wonen Wonen Landbouw/natuur Landbouw/natuur B
- (Voormalige) tuinbouw- en akkerbouw-percelen gemeenten Kaag en Braassem, Leiden, Leiderdorp, Nieuwkoop en Zoeterwoude Industrie Industrie Industrie Wonen Wonen Landbouw/natuur Landbouw/natuur B
- PFAS-verbindingen # Industrie Landbouw/natuur Industrie/Wonen @ Wonen Landbouw/natuur Landbouw/natuur @ Plangebied Offem-Zuid fase 1 en 3, bovengrond Wonen Industrie Wonen Plangebied Offem-Zuid fase 2, bovengrond Wonen Industrie Wonen Plangebied Bronsgeest, bovengrond Wonen Industrie Wonen Bodemlaag vanaf 0,5 meter tot en met 2 meter diepte # $ T1/O
- Historische bebouwing Leiden Wonen Wonen * Wonen T2/O
- Oude uitbreidingen Leiden Industrie Wonen Wonen Wonen T3/O
- Historische woon-bebouwing Kaag en Braassem, Nieuwkoop en Zoeterwoude Industrie Wonen Wonen Wonen T4/O
- Overige historische woonbebouwing Industrie Wonen Wonen Wonen T5/O
- Oudere woonbebouwing, sport en recreatie Industrie Wonen Wonen Wonen Landbouw/natuur Landbouw/natuur T6/O
- Recente woonbebouwing, sport en recreatie Industrie Landbouw/natuur Landbouw/natuur Wonen T7/O
- Bedrijventerreinen Industrie Landbouw/natuur Landbouw/natuur Wonen T8/O
- Buitengebied met toemaakdek Wonen Wonen Wonen Landbouw/natuur Landbouw/natuur T9/O
- Buitengebied overig Industrie Landbouw/natuur Landbouw/natuur Wonen Landbouw/natuur T10/O
- (Voormalige) tuinbouw- en akkerbouw-percelen gemeenten Hillegom, Lisse, Noordwijk, Oegstgeest en Teylingen Industrie Industrie Industrie Wonen Wonen Landbouw/natuur Landbouw/natuur T11/O
- (Voormalige) tuinbouw- en akkerbouw-percelen gemeenten Kaag en Braassem, Leiden, Leiderdorp, Nieuwkoop en Zoeterwoude Industrie Industrie Industrie Wonen Wonen Landbouw/natuur Landbouw/natuur Bodemkwaliteitszone VoorkomendeBodemfuncties ontgravingsklasse generiekkader Toepassingseis generiek kader Bodemlaag vanaf 0,5 meter tot en met 2 meter diepte # $ T
- PFAS-verbindingen # Industrie Landbouw/natuur Industrie/Wonen @ Wonen Landbouw/natuur Landbouw/natuur @ Plangebied Offem-Zuid fase 1 en 3, ondergrond (0,5-4,1 m-mv) Wonen Industrie Wonen Plangebied Offem-Zuid fase 2, ondergrond zandlaag Wonen Industrie Wonen Plangebied Offem-Zuid fase 2, ondergrond kleilaag Wonen Industrie Wonen Plangebied Bronsgeest, bovengrond Wonen Industrie Wonen *De 95-percentielwaarde van zink en/of lood is hoger dan de interventiewaarde vastgesteld. Vrij grondverzet is niet mogelijk. #De gemiddelde waarden van de PFAS-verbindingen in de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 1 meter diepte zijn lager dan de voorlopige landelijke achtergrondwaarden vastgesteld, maar voor een aantal PFAS-verbindingen boven de bepalingsgrens. Dit leidt mogelijk tot beperkingen bij het toepassen van grond in waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden. $De bodemlaag 1-2 m-mv is niet verdacht op het voorkomen van verhoogde gehalten aan PFAS-verbindingen. @De toepassingseisen voor PFAS-houdende grond zijn: Toepassingseis Landbouw/natuur: Landelijke achtergrondwaarden. Toepassingseis Industrie en Wonen: PFOA: 7,0 µg/kg ds, en andere PFAS-verbindingen: 3,0 µg/kg ds. BRONVERMELDINGEN Besluit bodemkwaliteit, publicatie Staatsblad nr. 469, 3 december
- Wet bodembescherming, publicatie Staatsblad, nummer 404, 1986 en latere wijzigingen. Besluit Uniforme Saneringen, publicatie Staatsblad nr. 54, 9 februari 2006 en latere wijzigingen. Regeling Uniforme Saneringen, publicatie Staatsblad nr. 54, 9 februari 2006 en latere wijzigingen. Richtlijn bodemkwaliteitskaarten, Ministerie van VROM, Ministerie van Verkeer en Waterstaat, 3 september 2007 en latere wijzigingen. Waterregeling, publicatie Staatscourant nr. 19353, 17 december 2009 en latere wijzigingen. Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie, kenmerk IENW/BSK-2019/131399, 8 juli 2019; aangepast op 29 november 2019, op 1 juli 2020 en op 13 december
- Bodembeheernota deel B, Gebiedsspecifiek beleid plangebied Offem-Zuid (fase 1) in Noordwijk, documentcode: 17M1208.RAP001, LievenseCSO Milieu B.V., definitief, 18 september 2017 (bijlage 2: onderbouwing bodemkwaliteitskaart). Aanvulling bij: bodemkwaliteitskaart en bodembeheernota-deel B Plangebied Offem-Zuid (fase 1 en 3) Gemeente Noordwijk, Omgevingsdienst West-Holland, vakteam Bodem, 7 april
- Bodembeheernota deel B, Gebiedsspecifiek beleid plangebied Offem-Zuid (fase 2) in Noordwijk, documentcode: SOB009406.RAP001, Lievense Milieu B.V., herzien definitief, 29 september 2020 (bijlage 2: onderbouwing bodemkwaliteitskaart). Bodembeheernota deel B en bodemkwaliteitskaart plangebied Bronsgeest in Noordwijk, documentcode: SOB018037.RAP002, WSP Nederland B.V., definitief, 29 november 2021 (bijlage 2: onderbouwing bodemkwaliteitskaart). Handreiking Achtergrondgehalten. Begeleidingscommissie actief bodembeheer, TNO MEP-R98/283.IPO/TNO,
- Model Beleid toepassen PFAS-houdende grond, opgesteld in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, kenmerk: 1248710-044 C04, TAUW, 10 januari
- Bodemonderzoek voor de bodemkwaliteitskaart 10 gemeenten in het werkgebied van de Omgevingsdienst West-Holland, documentnummer: SOB0-15939.RAP001, WSP Nederland B.V., 11 januari
- Regeling bodemkwaliteit, publicatie Staatscourant nr. 247, 21 december 2007 en latere wijzigingen. Nota bodembeheer gemeenten Hillegom, Kaag en Braassem, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten en Zoeterwouderen, Documentnummer: SOB015939.RAP003, WSP Nederland B.V.,
- OVERZICHT BIJLAGEN Bijlage 1 Begrippenlijst Bijlage 2 Selectie dataset bodemkwaliteitskaart Bijlage 3 Specificatie uitbijters Bijlage 4A Statistische parameters NEN 5740 bodemkwaliteitszones (waarden standaardbodem) Bijlage 4B Statistische parameters PFAS-verbindingen per bodemkwaliteitszone (gemeten waarden) Bijlage 4C Statistische parameters OCB per bodemkwaliteitszone (waarden standaardbodem) Bijlage 4D Statistische parameters BKK plangebied Offem-Zuid (fase 1 en 3) in Noordwijk Bijlage 4E Statistische parameters BKK plangebied Offem-Zuid (fase 2) in Noordwijk Bijlage 4F Statistische parameters BKK plangebied Bronsgeest in Noordwijk Bijlage 5 Onderbouwingen gemeentelijke bodemfunctieklassenkaarten BIJLAGE1BEGRIPPENLIJST BEGRIPPENLIJST Bagger(specie) Baggerspecie is materiaal dat is vrijgekomen uit de bodem via het oppervlaktewater of de voor dat water bestemde ruimte en bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter en organisch stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature wordt aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter. Baggerspecie die in het kader van het Besluit bodemkwaliteit nuttig wordt toegepast mag maximaal 20 gewichtsprocent aan bodemvreemd materiaal bevatten. Barium Voor barium bestaat op dit moment geen norm. De destijds voor deze stof geldende normen zijn per 4 april 2009 (Staatscourant nr. 67, publicatie 7 april 2009) ingetrokken omdat de interventiewaarde lager was dan het gehalte dat van nature in de bodem voorkomt. Dit blijft gehandhaafd. De onderzoeksgegevens over barium moeten wel in de bodemkwaliteitskaarten worden meegenomen, aangezien barium onderdeel uitmaakt van het stoffenpakket, met dien verstande dat geen eisen worden gesteld aan het aantal waarnemingen. Deze gegevens kunnen namelijk een indicatie zijn voor de aanwezigheid van antropogene bronnen die ook andere verontreinigingen met zich mee kunnen brengen. Als verhoogde bariumgehalten ten opzichte van de natuurlijke achtergrondwaarden worden aangetroffen als gevolg van een menselijke activiteit, kan dit gehalte worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium: 920 mg/kg ds (bij standaardbodem lutum 25%, organisch stof 10%). Bodembeheergebied Een aaneengesloten, door het bestuursorgaan (bijvoorbeeld een gemeente, waterschap of Rijkswaterstaat) afgebakend deel van de oppervlakte van een of meer gemeenten of het beheergebied van een of meer beheerders. Met gebiedsspecifiek beleid kan een bodembeheergebied worden uitgebreid. Bodemfunctieklassenkaart Kaart waarop de verschillende bodemfuncties zijn aangegeven, waarbij het bodemgebruik is ingedeeld in de klassen ‘Industrie’, ‘Wonen’ en ‘Landbouw/natuur’. Bodemkwaliteitskaart De bodemkwaliteitskaart bestaat uit drie hoofdkaarten: Een kaart met uitgesloten locaties en gebieden. De ontgravingskaart (deze kaart mag onder bepaalde voorwaarden worden gebruikt als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de te ontgraven grond, als deze grond elders nuttig wordt toegepast). De kaart doet alleen een uitspraak over welke kwaliteit in het algemeen verwacht mag worden. De kwaliteit van een individuele partij kan daarvan afwijken. De toepassingskaart (deze kaart geeft de maximale kwaliteitseisen weer waaraan de toe te passen grond moet voldoen). Bodemkwaliteitsklasse In het Besluit bodemkwaliteit worden bodemkwaliteitszones afhankelijk van de gemiddelde kwaliteit ingedeeld in één van de drie onderscheiden bodemkwaliteitsklassen: Klasse Landbouw/natuur (Achtergrondwaarden – AW2000). Klasse Wonen. Klasse Industrie. Bij de toetsingsmethodiek voor de kwaliteitsklasse ‘Landbouw/natuur’ wordt uitgegaan van een staffel voor het aantal toegestane overschrijdingen (zie onderstaand). Voor de bodemkwaliteitskaart van de gemeenten is het basispakket van toepassing. Voor de gebieden waar de bodemkwaliteitskaart ook voor organochloorbestrijdingsmiddelen is vastgesteld, is het aantal gemeten stoffen ’16-26’ van toepassing. De toetsingsmethodiek voor het bepalen van de bodemkwaliteitsklasse ‘Wonen’ is minder streng dan de toetsingsmethodiek voor het bepalen van de ontgravingsklasse (zie het kopje ‘Ontgravingskaart’ in deze bijlage). Met de minder strenge toets wordt voorkomen dat de bodemkwaliteit van een gebied op basis van één stof wordt ingedeeld in de bodemkwaliteitsklasse Industrie. Dit zou in de praktijk de ongewenste situatie kunnen opleveren dat ook voor alle overige stoffen minder strenge regels gelden en de concentraties kunnen toenemen tot de maximale waarden voor de functie Industrie. Hierdoor verslechtert de kwaliteit van het gebied. Tabel B1 Staffel toegestane aantal overschrijdingen. Aantalgemetenstoffen Aantaltoegestaneoverschrijdingen 1-6 0 Basispakket (7-15) 2 16-26 3 27-36 4 37-48 5 Klasse Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde – AW2000): Alle gehalten voldoen aan de Achtergrondwaarden (AW2000), met uitzondering van een aantal overschrijdingen, zie staffel tabel B
- De overschrijding mag maximaal twee maal de norm voor de klassegrens Achtergrondwaarden (AW2000) bedragen. De overschrijding is lager dan de norm voor klassegrens Wonen (exclusief nikkel, zie tabel B2 bij 'Toetsingswaarden Besluit bodemkwaliteit'). Klasse Wonen: Alle gehalten voldoen aan de klassegrens Wonen, met uitzondering van een aantal overschrijdingen, zie staffel tabel B
- De overschrijding mag maximaal de norm voor de klassegrens Wonen plus de norm voor de klassegrens Achtergrondwaarden (AW2000) bedragen. De overschrijding mag maximaal de norm voor de klassegrens Industrie bedragen. Klasse Industrie: Als de indeling niet leidt tot de indeling in klasse Wonen of Achtergrondwaarden (AW2000) wordt de bodemkwaliteit ingedeeld in de klasse Industrie. Voor het effect van gehalten aan PFAS-verbindingen op de indeling in kwaliteitsklassen, zie het kopje ‘PFAS-gehalten en effect op de kwaliteitsklassen’. Bodemkwaliteitszone Een deel van een bodembeheergebied waarvoor geldt dat er sprake is van een zelfde gebiedseigen bodemkwaliteit, waarbij zowel de verwachtingswaarde als de mate van variabiliteit van belang zijn. De spreiding van gehalten binnen een bodemkwaliteitszone is relatief laag. Een bodemkwaliteitszone is begrensd in het horizontale vlak én het verticale vlak (diepte). Wanneer een bodemkwaliteitszone uit meerdere gebieden bestaat die niet aan elkaar grenzen, worden de individuele gebieden aangeduid als ‘niet-aaneengesloten bodemkwaliteitszone’. Bijzondere omstandigheden Voor een binnen een bodemkwaliteitszone liggend gebied geldt dat er sprake is van bijzondere omstandigheden, als er voor dat gebied een afwijkende verwachtingswaarde geldt ten opzichte van de verwachtingswaarde van de betreffende bodemkwaliteitszone. Te denken valt aan voor bodemverontreiniging verdachte locaties, onderzochte locaties, locaties waar een sanering heeft plaatsgevonden of locaties met onvoorziene visuele waarnemingen (bodemvreemde materialen, kleur, geur). Ook beschermde gebieden zoals bijvoorbeeld voor de ecologie, archeologie, aardkundige waarden en cultuurhistorie vallen onder de bijzondere omstandigheden. In gebieden met bijzondere omstandigheden kunnen vanuit andere wet- en regelgeving aanvullende eisen worden gesteld. Deelgebied Deel van een bodembeheergebied waarvoor geldt dat dit op eenduidige wijze kan worden gekarakteriseerd door middel van de voor het bodembeheergebied geldende onderscheidende gebiedskenmerken. In tegenstelling tot de bodemkwaliteitszone is er voor het deelgebied nog geen toetsing uitgevoerd of het daadwerkelijk een bodemkwaliteitszone is. Wanneer een deelgebied uit meerdere terreinen bestaat die niet aan elkaar grenzen, worden de individuele gebieden aangeduid als ‘niet-aaneengesloten deelgebieden’. Diffuse chemische bodemkwaliteit De diffuse chemische bodemkwaliteit in een bepaald gebied is de verdeling van gehalten van stoffen in dat gebied waarvoor de bodemkwaliteitskaart is vastgesteld. Deze verdeling kan worden gekwantificeerd door statistische parameters (gemiddelde, percentielwaarden waaronder de 80-percentielwaarde). Grond Onder dit begrip vallen onder andere: zand, veen, klei en löss. Het Besluit bodemkwaliteit definieert grond als volgt: ‘Vast materiaal dat bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature worden aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter, niet zijnde baggerspecie.’ Ook verontreinigde grond die is gereinigd en ontwaterde of gerijpte baggerspecie worden als grond beschouwd. Grond die in het kader van het Besluit bodemkwaliteit nuttig wordt toegepast mag maximaal 20 gewichtsprocent aan bodemvreemd materiaal bevatten. Heterogeniteit Wanneer de diffuse bodemverontreiniging in een zone zeer heterogeen is verdeeld, is de betrouwbaarheid van het gemiddelde gehalte in de zone ook kleiner. Bij zones met een hoge heterogeniteit kan de gemeente besluiten dat de bodemkwaliteitskaart in bepaalde situaties niet gebruikt mag worden als bewijsmiddel. Het vastgestelde gemiddelde gehalte heeft naar mening van de gemeente dan een te lage betrouwbaarheid. Een zekere heterogeniteit op zich hoeft overigens geen probleem te zijn zolang er geen sprake is van een gebruiksrisico. De heterogeniteit van een stof in een zone wordt bepaald door een index die volgt uit de volgende formule: De beoordeling van de heterogeniteitsindex is als volgt: Index < 0,2 : weinig heterogeniteit 0,2 < Index < 0,5 : beperkte heterogeniteit 0,5 < Index < 0,7 : er is sprake van heterogeniteit Index > 0,7 : sterke heterogeniteit Interventiewaarde Wanneer een gemeten gehalte hoger is dan de interventiewaarde uit de Wet bodembescherming wordt gesproken over een sterke verontreiniging of een sterk verhoogd gehalte. De interventiewaarden zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering 2009, zoals gewijzigd op 1 juli 2013 (gepubliceerd in de Staatscourant nr. 16675, d.d. 27 juni 2013). Lokale bron (puntbron) Duidelijk aanwijsbare bron voor een eventuele bodemverontreiniging zoals bijvoorbeeld een ondergrondse tank voor de opslag van olie, een chemische wasserij, een ontvettingsbad of een afleverzuil voor brandstof(fen). Niet gezoneerd gebied Gebieden kunnen worden gezoneerd wanneer er voldoende meetgegevens beschikbaar zijn om te voldoen aan de eisen uit de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten. Wanneer er onvoldoende meetgegevens beschikbaar zijn, kan de actuele diffuse chemische bodemkwaliteit van het gebied niet met een voldoende onderbouwing en betrouwbaarheid worden bepaald en wordt het deelgebied niet gezoneerd. Een gebied kan ook niet worden gezoneerd als niet wordt voldaan aan de eisen voor de spreiding van de meetgegevens uit de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten. Een niet gezoneerd gebied kan ook ontstaan als de gemeente er bewust voor kiest een gebied niet op te nemen in de bodemkwaliteitskaart (
: Uitgesloten locaties en gebieden). Niet-verdachte locatie voor bodemverontreiniging Een locatie waar geen lokale bron, zoals bijvoorbeeld een ondergrondse huisbrandolietank of een chemische wasserij, een ontvettingsbad, een afleverzuil voor brandstof(fen)of een geval van ernstige bodemverontreiniging aanwezig is (geweest). Onderscheidende gebiedskenmerken Kenmerken in een gebied waarvan verwacht wordt dat deze een verband vertonen met de bodemkwaliteit. Bijvoorbeeld: bodemtype, geomorfologie, landgebruik, historie, gebiedsontwikkeling en huidig gebruik. Ontgravingskaart De ontgravingskaart geeft de te verwachten kwaliteit aan van de eventueel te ontgraven grond. Deze kaart mag onder bepaalde voorwaarden worden gebruikt als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de te ontgraven grond, als deze grond elders nuttig wordt toegepast. De ontgravingskwaliteit is gebaseerd op de te verwachten gemiddelde gehalten van een zone en getoetst aan de toetsingswaarden uit het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit. De kaart doet dus alleen een uitspraak over welke kwaliteit in het algemeen verwacht mag worden. De kwaliteit van een individuele partij kan daarvan afwijken. De ontgravingskwaliteit kan vallen in één van de vier onderscheiden klassen: Klasse Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde – AW2000). Klasse Wonen. Klasse Industrie. Klasse Niet toepasbaar. Bij de toetsingsmethodiek voor Landbouw/natuur wordt uitgegaan van een staffel (zie tabel B1 bij 'Bodemkwaliteitsklasse') voor het aantal toegestane overschrijdingen. Klasse Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde – AW2000): Alle gehalten voldoen aan de Achtergrondwaarden (AW2000), met uitzondering van een aantal overschrijdingen, zie staffel tabel B1. De overschrijding mag maximaal twee maal de norm voor de klassegrens Achtergrondwaarden (AW2000) bedragen. De overschrijding is lager dan de norm voor klassegrens Wonen (exclusief nikkel, zie tabel B2 bij 'Toetsingswaarden Besluit bodemkwaliteit'). Klasse Wonen: De gehalten voldoen niet aan de klasse Landbouw/natuur en de norm voor klassegrens Wonen wordt niet overschreden. Klasse Industrie: De norm voor klassegrens Wonen wordt overschreden. De norm voor klasse grens Industrie wordt niet overschreden. Klasse Niet toepasbaar: De norm voor klassegrens Industrie wordt overschreden. Voor het effect van gehalten aan PFAS-verbindingen op de indeling in kwaliteitsklassen, zie het kopje ‘PFAS-gehalten en effect op de kwaliteitsklassen’. Percentiel/percentielwaarde Waarde waar beneden een bepaald percentage van de analyseresultaten gelegen is. Bijvoorbeeld 80-percentiel: 80% van de analyseresultaten ligt beneden deze waarde. PFAS-gehalten en effect op de kwaliteitsklassen (Bron: https://www.bodemplus.nl/onderwerpen/wet-regelgeving/bbk/vragen/grond-baggerspecie-pfas-veldwerk-analyse-toetsing/faq/resultaten-pfas-onderzoek-toetsen-aanvulling/) De toetsing aan de PFAS-verbindingen is een aanvullende (losse) toets ten opzichte van de toetsing op de reguliere parameters en indeling in kwaliteitsklassen. Dat betekent dat eerst de toetsing plaatsvindt op basis van de reguliere parameters en op basis daarvan een indeling in kwaliteitsklasse plaatsvindt. Vervolgens vindt de toetsing plaats aan de toepassingswaarden uit het Handelingskader hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie. Aan de hand van de aanvullende toetsing wordt vervolgens vastgesteld in hoeverre beperkingen aan de toepassing gelden, bijvoorbeeld een verbod op het toepassen in oppervlaktewater. Voor PFAS zijn de bijzondere toetsregels voor het toetsen aan de Achtergrondwaarde of maximale waarde Wonen niet van toepassing, omdat nog geen normen zijn opgenomen in bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit. Ook tellen de gemeten PFAS niet mee als gemeten stoffen bij de bijzondere toetsregels voor het toetsen aan de achtergrondwaarde of maximale waarde Wonen. Bij de inbouw van het Handelingskader hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie in de Regeling bodemkwaliteit wordt de wijze van toetsen aan normwaarden nader ingevuld. Daarnaast zijn hieronder twee voorbeelden uitgewerkt: Voorbeeld 1 Als een partij grond op basis van de overige stoffen is gekwalificeerd in de bodemkwaliteitsklasse Wonen, dan moet aanvullend de PFAS-gehalten worden getoetst aan de toepassingswaarden uit het Handelingskader hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie. Dit kan leiden tot de volgende drie situaties: Als alle PFAS-gehalten zijn aangetoond beneden de rapportagegrens, dan blijft de indeling in kwaliteitsklasse Wonen staan en gelden geen aanvullende toepassingsvoorwaarden. De partij kan als bodemkwaliteit Wonen worden toegepast zonder aanvullende voorwaarden. Als één of meerdere PFAS-gehalten zijn aangetoond boven de rapportagegrens maar alle PFAS-gehalten voldoen aan de toepassingswaarden voor de bodemkwaliteitsklasse Wonen (7,0 µg/kg ds voor PFOA en 3,0 µg/kg ds voor de overige PFAS), blijft de indeling in kwaliteitsklasse Wonen staan, maar gelden wel beperkingen aan de toepassing van grond in grondwaterbeschermingsgebieden. Als één of meerdere PFAS-gehalten zijn aangetoond boven de toepassingswaarden van 7,0 µg/kg ds voor PFOA en 3,0 µg/kg ds voor de overige PFAS is deze niet generiek toepasbaar. Toepassing van de partij kan alleen plaatsvinden als in dat gebied verhoogde Lokale Maximale Waarden door het bevoegd gezag zijn vastgesteld in het kader van gebiedsspecifiek beleid. Voorbeeld 2 Als een partij grond op basis van de overige stoffen is gekwalificeerd in de bodemkwaliteitsklasse Landbouw/Natuur (< Achtergrondwaarde), dan moet aanvullend de PFAS-gehalten worden getoetst aan de landelijke achtergrondwaarden (1,9 µg/kg ds voor PFOA en 1,4 µg/kg ds voor de andere PFAS) en bij overschrijding daarvan ook toetsen aan de normen voor 7,0 µg/kg ds voor PFOA en 3,0 µg/kg ds voor de overige PFAS). Dit kan leiden tot de volgende vier situaties: Als alle PFAS-gehalten kleiner zijn dan de bepalingsgrens, blijft de indeling in kwaliteitsklasse Landbouw/Natuur (< Achtergrondwaarden) staan en gelden geen toepassingsvoorwaarden. Kortom alle toepassingen zijn toegestaan. Als een PFAS-gehalte aangetoond wordt boven de rapportagegrens (0,1 µg/kg ds) maar beneden de landelijke achtergrondwaarden (van 1,9 µg/kg ds voor PFOA en 1,4 µg/kg ds voor de andere PFAS), dan blijft de indeling in kwaliteitsklasse Landbouw/Natuur (< Achtergrondwaarden) staan, maar gelden wel toepassingsvoorwaarden: toepassing van grond op de landbodem in grondwaterbeschermingsgebieden is niet toegestaan. Als een PFAS-gehalte aangetoond wordt boven de voorlopige achtergrondwaarde (van 1,9 µg/kg ds voor PFOA en 1,4 µg/kg ds voor de andere PFAS) en onder de toepassingswaarden van 7,0 µg/kg ds voor PFOA en 3,0 µg/kg ds voor de overige PFAS, dan blijft de indeling in kwaliteitsklasse Landbouw/Natuur (< Achtergrondwaarden) staan, maar kan de partij uitsluitend toegepast in gebieden met de kwaliteitsklassen Wonen of Industrie als toepassingseis of in gebieden waarvoor verhoogde lokale achtergrondwaarden zijn vastgesteld. Als één of meerdere PFAS-gehalten zijn aangetoond boven de toepassingswaarden van 7,0 µg/kg ds voor PFOA en 3,0 µg/kg ds voor de overige PFAS, kan de partij niet meer ingedeeld worden in een generieke kwaliteitsklasse voor toepasbare grond. Toepassing van de partij kan alleen plaatsvinden als in dat gebied verhoogde Lokale Maximale Waarden door het bevoegd gezag zijn vastgesteld in het kader van gebiedsspecifiek beleid. Standaarddeviatie Ook wel ‘standaardafwijking’ genoemd. Het geeft de mate aan voor de spreiding van meetgegevens in een dataset. De berekening hiervan is als volgt: Hierbij is n het aantal analyseresultaten, x een individueel analyseresultaat en ¯x het gemiddelde van de analyseresultaten. Toemaakdek Vanaf de middeleeuwen is stadsvuil van de meest uiteenlopende soort, vermengd met zand, opgebracht in met name veengebieden. Vaak gebeurde dat als retourvracht van turf dat als brandstof naar de stad werd vervoerd. Voor de veengebieden was het een welkome ophoging van laaggelegen en drassig gebied. Daarbij was het ook een vorm van bemesting. Het toemaakdek is in het algemeen te herkennen aan allerlei bijmengingen (puin, scherven, stukjes ijzer, pijpenkoppen) en verkleuringen in de bovenste laag van het veenpakket. Ten gevolge van de samenstelling van dit stadsvuil kennen deze gebieden vaak sterk verhoogde gehalten aan zware metalen en PAK. In de regio West-Holland komt toemaakdek met name voor in de gemeenten Kaag en Braassem, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Teylingen en Zoeterwoude. Toepassingseis toe te passen grond op of in de bodem Deze kaart geeft de maximale kwaliteitseisen weer waaraan de toe te passen grond moet voldoen. Bij de toepassingskaart wordt gekeken naar de vastgestelde bodemkwaliteit en de (toekomstige) functie van de bodem. Op basis van deze dubbele toets, waarbij de strengste toets doorslaggevend is, wordt voor elke bodemkwaliteitszone de toepassingseis vastgesteld. Bodemfunctieklasse Bodemkwaliteitsklasse Toepassingseis Landbouw/natuur Landbouw/natuur Landbouw/natuur @ Landbouw/natuur Wonen Landbouw/natuur @ Landbouw/natuur Industrie Landbouw/natuur @ Wonen Landbouw/natuur Landbouw/natuur @ Wonen Wonen Wonen @@ Wonen Industrie Wonen @@ Industrie Landbouw/natuur Landbouw/natuur @ Industrie Wonen Wonen @@ Industrie Industrie Industrie @@ @De gehalten aan PFAS-verbindingen moeten voldoen aan de landelijke achtergrondwaarden. @@Het gehalte aan PFOA moet voldoen aan 7,0 μg/kg ds en de gehalten aan de andere PFAS-verbindingen moeten voldoen aan 3,0 μg/kg ds. Toetsing toepassen grond Om te beoordelen of het toepassen van grond is toegestaan wordt de kwaliteit van de toe te passen grond vergeleken met de toepassingseis die geldt voor de ontvangende bodem. De kwaliteit van de toe te passen grond kan worden bepaald op basis van een bodemkwaliteitskaart, partijkeuring of een ander erkend bewijsmiddel. De toepassingseis kan worden bepaald op basis van de bodemkwaliteitskaart (gezoneerde gebieden) of bodemonderzoek van de ontvangende bodem (niet gezoneerde gebieden). Kwaliteittoetepassengrond Toepassingseis Toepassingseistoegestaan? Wonen Wonen Ja Industrie Wonen Nee Landbouw/natuur Wonen Ja Wonen Industrie Ja Industrie Industrie Ja Landbouw/natuur Industrie Ja Wonen Landbouw/natuur Nee Industrie Landbouw/natuur Nee Landbouw/natuur Landbouw/natuur Ja Toetsingswaarden Besluit en Regeling bodemkwaliteit en Handelingskader hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie Om een zone te karakteriseren moet een toetsing plaatsvinden aan de gestelde normen uit het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit en het Handelingskader hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie. Deze toetsingsnormen zijn in de onderstaande tabel weergegeven. Tabel B2 Toetsingsnormen (in mg/kg ds voor standaardbodem -lutum 25%, org.stof 10%-, uitgezonderd PFAS-verbindingen -gemeten waarden-). Stof MaximalewaardenAchtergrondwaarden(AW2000, Landbouw/natuur) Maximalewaardenwonen MaximalewaardenIndustrie Arseen 20 27 76 Barium * n.v.t. Cadmium 0,60 1,2 4,3 Chroom 55 62 180 Kobalt 15 35 190 Koper 40 54 190 Kwik 0,15 0,83 4,8 Lood 50 210 530 Molybdeen 1,5 88 190 Nikkel * 35 39 100 Zink 140 200 720 Som PAK 1,5 6,8 40 Som PCB 0,02 0,04 0,5 Minerale olie 190 190 500 α-Endosulfan 0,0009 0,0009 0,1 Chloordaan (som) 0,002 0,002 0,1 Drins (som 3) 0,015 0,04 0,14 α-HCH 0,001 0,001 0,5 β-HCH 0,002 0,002 0,5 γ-HCH 0,003 0,04 0,5 Heptachloor 0,0007 0,0007 0,1 Heptachloorepoxide (som) 0,002 0,002 0,1 DDT 0,2 0,2 1 DDE 0,1 0,13 1,3 DDD 0,02 0,84 34 PFOA zonder vastgestelde achtergrondwaarde 0,0019 Andere PFAS-verbindingen zonder vastgestelde achtergrondwaarde 0,0014 PFOA 0,0019 0,007 Andere PFAS-verbindingen 0,0014 0,003 *De normstelling in de Regeling bodemkwaliteit voor barium en nikkel zijn door het voormalige Ministerie van VROM sinds 1 april 2009 gewijzigd (Staatscourant, 7 april 2009). Voor nikkel vindt voor schone grond (klasse Landbouw/natuur) geen toetsing meer plaats aan de maximale waarde voor de bodemkwaliteitsklasse wonen. Voor barium is besloten alle toetsingsnormen tijdelijk in te trekken als aangetoond kan worden dat er geen sprake is van een verontreiniging veroorzaakt door activiteiten van de mens. Als een verhoogd gehalte van barium is veroorzaakt door een activiteit door de mens, kan dit gehalte door het bevoegd gezag worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium: 920 mg/kg ds. Uitbijters Een uitbijter is een gehalte in het gegevensbestand dat niet representatief is voor de diffuse chemische bodemkwaliteit in een deelgebied. De (potentiële) uitbijters worden met een visuele methode (scatterplots) inzichtelijk gemaakt. Het niet representatieve gehalte is het gevolg van duidelijk aantoonbare menselijke activiteiten: puntverontreinigingen, verdachte locaties, typfouten tijdens invoer. Uitgesloten locaties en gebieden Uitgesloten locaties en gebieden zijn terreinen die op beleidsmatige grond niet kunnen worden opgenomen in de bodemkwaliteitskaart of niet voldoen aan de minimumeisen voor het aantal en de spreiding van de meetgegevens uit de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten. Voorbeelden zijn onder andere terreinen waar sprake is van een sanering of verontreiniging door een lokale activiteit. Ook terreinen die in het beheer zijn van andere organisaties zoals Rijkswaterstaat (rijkswegen), de provincie (provinciale wegen), ProRail/NS Vastgoed (spoorgebonden gronden) worden soms uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart. Variabiliteit Mate waarin de gehalten binnen een bodemkwaliteitszone variëren. Variatiecoëfficiënt Maat voor de spreiding in gehalten (standaarddeviatie gedeeld door het gemiddelde). Vrij grondverzet Van vrij grondverzet is sprake als voorafgaand aan het grondverzet de kwaliteit van de grond niet hoeft te worden vastgesteld. Wegberm Onder de onverharde wegbermen wordt verstaan de strook grond naast de verharde (klinker- of asfalt)weg. De strook omvat de bodemlaag tot maximaal 0,5 meter diepte, en heeft gerekend vanuit de wegverharding een maximale breedte van 10 meter. De onverharde wegberm wordt begrensd door (
figuur B1.1): de erfgrens of; de meest afgelegen insteek van een droge bermsloot of; de meest nabij gelegen insteek van een natte bermsloot of; als voorgaande niet aanwezig zijn, de overgang naar andere begroeiing (houtopstanden zoals hagen, struiken, bosschages, bos). Voor wegbermen langs dijkwegen en voor wegbermen gelegen in gebieden van het Natuurnetwerk Nederland (NNN, de voormalige Ecologische Hoofdstructuur) geldt voor beide zijden van het wegvak een strook van maximaal 2 meter. Dit in verband met de ecologische functie van de wegbermen. Buiten de aangegeven strook mag in de wegbermen alleen schone grond worden toegepast. Figuur B1.1 Begrenzing wegbermen (bron: brief van het voormalige Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Dienst Verkeer en Scheepvaart, kenmerk RWS/DVS‐2009/2932, 19 november 2009). BIJLAGE2SELECTIE DATASET BODEMKWALITEITSKAART De Richtlijn bodemkwaliteitskaarten stelt dat de meetgegevens niet ouder mogen zijn dan 5 jaar. Omdat de beschikbaar gekomen meetgegevens in de afgelopen 5 jaar niet afwijken van de meetresultaten die meer dan 5 jaar geleden beschikbaar zijn gekomen, zijn de meetgegevens vanaf 1 januari 2000 gebruikt voor de dataset van deze bodemkwaliteitskaart. Dit geeft een nog betere onderbouwing van de te verwachten diffuse chemische bodemkwaliteit. De gegevens zijn afkomstig van het gemeentelijke bodeminformatiesysteem Squit iBis (exportdatum: 2 juli 2021), aangevuld met 315 nieuw binnengekomen onderzoeken naar kabels en leidingen (leverdatum: 24 maart 2022). Selectiecriteria De representatieve gegevens zijn geselecteerd op basis van 4 invoervelden in het gemeentelijke bodeminformatiesysteem: Aanleiding onderzoek. Status onderzoek. Status oordeel onderzoekslocatie. Vervolgactie Wet bodembescherming onderzoekslocatie. De aanvullende set kabel- en leidingonderzoeken is nog niet ingevoerd in het bodeminformatiesysteem en bevat geen gegevens voor deze selectiecriteria. Deze zijn daarom allemaal geselecteerd. Als voor een onderzoekslocatie één of meer invoervelden als ‘niet geschikt’ is beoordeeld, zijn de onderzoeksgegevens niet geselecteerd voor de dataset van deze bodemkwaliteitskaart. Als alle 4 de velden niet zijn ingevuld zijn de gegevens ook niet geselecteerd. Als "mogelijk" aangemerkte opties werken als volgt: Een partijkeuring is alleen geschikt als deze in situ is bemonsterd; deze beoordeling vergt maatwerk per onderzoek. Deze zijn derhalve niet geselecteerd. Een civieltechnisch onderzoek kan betrekking hebben op wegfunderingen met niet-gebiedseigen grond. Deze worden zijn wel geselecteerd en extra gecontroleerd bij de uitbijteranalyse. Als één of meer selectievelden niet gevuld is, wordt dit aangemerkt als “mogelijk”. Het oordeel vindt plaats op de wel gevulde velden. Zijn de selectievelden geen van allen gevuld, dan wordt het onderzoek niet geselecteerd. Aanleiding Geschikt (leeg) mogelijk Bestemmingswijziging, VINEX, locatieontwikkeling ja BOOT nee Bouwvergunning ja Civieltechnisch mogelijk Landsdekkend ja Nulsituatie ja Omgevingsvergunning ja Onbekend ja Transactie ja Vermoeden of melding verontreiniging nee Voorgaand ja Type onderzoek Geschikt (leeg) mogelijk avr (aanvullend rapport) ja Bijzonder inventariserend onderzoek nee Bodemsanering bedrijven (BSB) nee BOOT nee Bouwstoffenbesluit nee Historisch onderzoek ja Indicatief onderzoek ja Monitoringsrapportage nee Nader onderzoek ja Nul- of Eindsituatieonderzoek ja Orienterend bodemonderzoek ja Partijkeuring grond mogelijk Sanerings evaluatie nee Verkennend onderzoek NEN 5740 ja Verkennend onderzoek NVN 5740 ja Status verontreiniging o.b.v. onderzoek Geschikt (leeg) mogelijk Ernstig, geen risico''s bepaald nee Ernstig, geen spoed nee Ernstig, niet urgent nee Ernstig, spoed, risico''s wegnemen en uiterlijk saneren voor 2015 nee Niet ernstig ja Niet ernstig, licht tot matig verontreinigd ja Niet ernstig, plaatselijk sterk verontreinigd ja Onverdacht/Niet verontreinigd ja Pot. verontreinigd ja Potentieel Ernstig ja Potentieel spoed nee Urgent, start san voor 2015 nee Vervolg Wbb Geschikt (leeg) mogelijk Monitoring nee Opstellen SP nee Uitvoeren aanvullend NO ja Uitvoeren aanvullend OO ja Uitvoeren evaluatie nee Uitvoeren historisch onderzoek ja Uitvoeren NO ja Uitvoeren OO ja Uitvoeren SO nee Voldoende gesaneerd nee Voldoende onderzocht ja Overige selectiecriteria De volgende gegevens zijn niet geselecteerd: Monsters met 1 of 2 analyses op stoffen uit het standaard NEN5740 stoffenpakket, omdat dit veelal wijst op een verdachte locatie en/of omdat dit een oververtegenwoordiging tot gevolg kan hebben van het aantal analysegegevens op de betreffende locatie. Analysemonsters waarvan de diepte niet bekend is, of met een gemiddelde diepte >2 m-mv. Analysemonsters die zijn verzameld door bewezen malafide bedrijven Elementair of Bodemstaete. Analysemonsters waarvan de ligging niet bekend is (boorpunt, onderzoek én locatie hebben geen geometrie). Analysemonsters van onderzoeken zonder rapportdatum. Als het onderzoek gehalten bevat voor barium, kobalt, molybdeen en pcb’s is aangenomen dat het rapport in ieder geval niet ouder is dan medio 2008 (introductie van deze stoffen in het huidige stoffenpakket) en zijn de gegevens wel meegenomen. Extra toegevoegde rapportgegevens In overleg met de ODWH zijn nog representatieve meetgegevens van de volgende rapporten toegevoegd aan de dataset van bodemkwaliteitskaart: Verkennend bodemonderzoek 2010 locatie Aderweg 6 in Roelofarendsveen Verkennend bodemonderzoek 2000 locatie Aderweg 8 in Roelofarendsveen Verkennend bodemonderzoek 2010 locatie Aderweg 8 in Roelofarendsveen Actualiserend onderzoek 2018 locatie Langelaarsweg achter nr. 179 in Ter Aar (representatieve gegevens uitgezonderd verontreinigde gedempte sloot) BIJLAGE3SPECIFICATIE UITBIJTERS Gemeente Locatienaam Onderzoek Rapportcode Monster Uitbijter(s) Reden Hillegom (nabij) Zandlaan 12B te Hillegom ter plaatse van polders Vinkeveld, Elsgeester en oosteinderpolder te Rijnland 20191008 OP11-1 Pb
(400)Bodemvreemd materiaal Hillegom (nabij) Zandlaan 12B te Hillegom ter plaatse van polders Vinkeveld, Elsgeester en oosteinderpolder te Rijnland 20191008 OP12-1 Pb
(320)Bodemvreemd materiaal Hillegom 1e Loosterweg 1a (van Zanten) te Hillegom 1e Loosterweg 1a (van Zanten) 5286.05 MM2 PAK
(16)Niet representatief PAK (puin/civiel) Hillegom 3e Loosterweg 2 3e Loosterweg 2 WN-11287 MM2 Hg (1,7) Niet representatief (bezinkvijver) Hillegom Bethlehemlaan 2 te Hillegom Verkennend Onderzoek AD/rp1 MM1 PAK
(380), Olie
(470)Niet representatief PAK (puin/civiel) Hillegom Garbialaan/Leidsestraat 33a te Hillegom Garbialaan te Hillegom 20181291/rap02 MMA4 PAK (35,374) Niet representatief PAK (puin/civiel) Hillegom Garbialaan/Leidsestraat 33a te Hillegom Leidsestraat 33a Hillegom 20181288/rap01 AMM1 PAK (112,258), Olie
(470)Bodemvreemd materiaal Hillegom H. Dunantplein, supermarkt H.Dunantplein, Supermarkt Al15.009kt M1 Olie
(1100)Verdacht/lokale verontreiniging Hillegom Krocht 6 te Hillegom Krocht 6 te Hillegom nvt (Qterra xml) B1-1 Ba
(220), Pb
(300), Zn
(340)Bodemvreemd materiaal Hillegom Krocht 6 te Hillegom Krocht 6 te Hillegom nvt (Qterra xml) B2-1 Ba
(270), Pb
(620), Zn
(700)Bodemvreemd materiaal Hillegom Krocht 6 te Hillegom Krocht 6 te Hillegom nvt (Qterra xml) MMBG Ba
(260), Pb
(330), Zn
(530)Bodemvreemd materiaal Hillegom Leidsestraat 244 (Scheepswerf Heemskerk,Ringvaart) Milieuhygiënisch Bodemonderzoek 99.33.003.BR.01 M1 Olie
(370)Verdacht/lokale verontreiniging Hillegom Leidsestraat 244 (Scheepswerf Heemskerk,Ringvaart) Milieuhygiënisch Bodemonderzoek 99.33.003.BR.01 M11 Zn
(650)Verdacht/lokale verontreiniging Hillegom Leidsestraat 244 (Scheepswerf Heemskerk,Ringvaart) Milieuhygiënisch Bodemonderzoek 99.33.003.BR.01 M18 Hg (1,2), Olie
(980)Verdacht/lokale verontreiniging Hillegom Leidsestraat 244 (Scheepswerf Heemskerk,Ringvaart) Milieuhygiënisch Bodemonderzoek 99.33.003.BR.01 M2 Hg
(4)Verdacht/lokale verontreiniging Hillegom Leidsestraat 244 (Scheepswerf Heemskerk,Ringvaart) Milieuhygiënisch Bodemonderzoek 99.33.003.BR.01 M9 Cd (2,2), Hg (1,2), Olie
(4200)Verdacht/lokale verontreiniging Hillegom Leidsestraat 9 Leidsestraat 9 06108216/JZ/rap1 M15 PAK
(110), Olie
(820)Verdacht/lokale verontreiniging Hillegom Leidsestraat 9 Leidsestraat 9 06108216/JZ/rap1 M16 PAK
(96), Olie
(360)Verdacht/lokale verontreiniging Hillegom Leidsestraat tussen 171 en 173 Leidsestraat tussen 171 en 173 50419b M3 PAK
(130)Bodemvreemd materiaal Hillegom Marconistraat 16 te Hillegom Marconistraat 16 (Gemeentewerf) 05016217/BN/rap1 MM1 PAK
(41)Bodemvreemd materiaal Hillegom Noorderlaan 10 Noorderlaan 10 60501336 MM1 PAK
(18)Niet representatief PAK (puin/civiel) Hillegom Noorderlaan 24 Noorderlaan 24 20072495/ATRE MM2 PAK
(24)Niet representatief PAK (puin/civiel) Hillegom Oosteinderlaan 45-47 te Hillegom Oosteinderlaan 45-47 T.11.6304 MM01 PAK
(58)Meetfout; later niet meer aangetroffen Hillegom Oude Weerlaan 60 (Vossepolder) Hillegom Bodemonderzoek Vossepolder te Hillegom R001-1261443AGB-V02-kmi-NL 44243 PAK (45,443) Niet representatief PAK (puin/civiel) Hillegom Oude Weerlaan 67 Oude Weerlaan 67 2015430R1524/e M2 Olie
(2000)Bodemvreemd materiaal Hillegom Parallelweg 77 Parallelweg 77 051001543.2 MM3 Olie
(1000)Verdacht/lokale verontreiniging Hillegom Sixlaaan 17 Sixlaaan 17 07119412/COB/rap1 MM2 PAK
(120)Verdacht/lokale verontreiniging Hillegom Stationsweg 258-262 in Hillegom Stationsweg 258-262 in Hillegom 19.10.1679.1314 B3-1 Cd (6,3), Cu
(870), Pb
(770), Zn
(1900)Verdacht/lokale verontreiniging Hillegom Vosselaan (ongenummerd) Vosselaan (ongenummerd) 1003B955/GGE/rap1 M02 PAK
(55)Niet representatief (fundering/civiel) Hillegom Weerlaan naast 20 Hillegom Verkennend (water)bodemonderzoek Weerlaan (naast nr. 20) te Hillegom 1802L241/AOU/rap1 MMSL1 Olie
(720)Waterbodemmonster Hillegom Arnoudstraat 1 (Kavel 3) Arnoudstraat 1 (Kavel 3) 9293.99 MM2 Olie
(1100)Verdacht/lokale verontreiniging Hillegom Leidsestraat 244 (Scheepswerf Heemskerk,Ringvaart) Milieuhygiënisch Bodemonderzoek 99.33.003.BR.01 M10 Olie
(8800)Verdacht/lokale verontreiniging Hillegom Leidsestraat 9 Leidsestraat 9 06108216/JZ/rap1 M10 PAK
(47)Verdacht/lokale verontreiniging Hillegom Leidsestraat 9 Leidsestraat 9 06108216/JZ/rap1 M7 PAK
(36)Verdacht/lokale verontreiniging Hillegom Leidsestraat 9 Leidsestraat 9 06108216/JZ/rap1 M3 Pb
(1900), Zn
(520), PAK
(39)Verdacht/lokale verontreiniging Hillegom Garbialaan/Leidsestraat 33a te Hillegom Leidsestraat 33a Hillegom 20181288/rap01 BMM2 Cu
(900), Zn
(190)Verdacht/lokale verontreiniging Hillegom Vosselaan ong. Vosselaan ong 0805A003/COB/rap1 M02 Olie
(920)Verdacht/lokale verontreiniging Hillegom Vosselaan 79 Verkennend bodemonderzoek ter plaatse van de Vosselaan 79 te Hillegom RKI/BM170068.004205-004 MM 2 PAK (75,1) Wbb-locatie Hillegom Stationsweg 35 te Hillegom Stationsweg 35 GM-0030652 MM2 (puin) PAK
(46)Bodemvreemd materiaal Hillegom Mgr. Van Leeuwenlaan (ongenummerd) Mgr. van Leeuwenlaan (ongenummerd) 0907B247/DBI/rap1 M2 Cu
(520)Niet representatief (fundering/civiel) Kaag en Braassem Achterpad 21 (ten westen van) Achterpad 20 (ten westen van) 5223.03 M1 Ni
(840)Bodemvreemd materiaal Kaag en Braassem Achterweg 21 Achterweg 21 05012MIW MM2 PAK
(55)Verdacht/lokale verontreiniging Kaag en Braassem BILDERDAM 39 Bilderdam 39 Leimuiden 2006N728/IDI/rap1 MM05 Pb
(1000), Zn
(1500)Verdacht/lokale verontreiniging Kaag en Braassem BILDERDAM 39 Bilderdam 39 Leimuiden 2006N728/IDI/rap1 MM06 Zn
(650)Verdacht/lokale verontreiniging Kaag en Braassem Blauwpolderkade 17 Hoogmade VO Blauwpolderkade 17 Hoogmade 1804L428/DBI/rap1 M01 PAK (73,76) Meetfout; later niet meer aangetroffen Kaag en Braassem Blijversweg (omgeving) 29110Blijversweg (omgeving) Onbekend MM4 Zn
(700)Verdacht/lokale verontreiniging Kaag en Braassem BO plantage 50 Oude Wetering BO plantage 50 Oude Wetering nvt (Qterra xml) B1-2 PAK (352,44), Olie
(740)Bodemvreemd materiaal Kaag en Braassem Boddens Hosangweg 63 Boddens Hosangweg 63 150448 M1 Ni (0,56) Invoerfout Kaag en Braassem Burg. Bakhuizenlaan 14-16 Burg. Bakhuizenlaan 14 (garage Du Pau) 5092.06 M1 Pb
(1700), Zn
(1300)Wbb-locatie Gemeente Locatienaam Onderzoek Rapportcode Monster Uitbijter(s) Reden Kaag en Braassem Burg. Bakhuizenlaan 14-16 Burg. Bakhuizenlaan 14 (garage Du Pau) 5092.06 M3 Pb
(2900), Zn
(2200), PAK
(270), Olie
(5000)Wbb-locatie Kaag en Braassem Burg. Bakhuizenlaan 14-16 Burg. Bakhuizenlaan 14 (garage Du Pau) 5092.06 M4 Pb
(9600), Zn
(6300)Wbb-locatie Kaag en Braassem Burg. Bakhuizenlaan 14-16 Burg. Bakhuizenlaan 14 (garage Du Pau) 5092.06 M5 Olie
(10000)Wbb-locatie Kaag en Braassem Burg. Bakhuizenlaan 14-16 Burg. Bakhuizenlaan 14 (garage Du Pau) 5092.06 M6 Pb
(1300), Zn
(640)Wbb-locatie Kaag en Braassem Burg. Bakhuizenlaan 14-16 Burg. Bakhuizenlaan 14 (garage Du Pau) 5092.06 M7 Pb
(14000), Zn
(8000)Wbb-locatie Kaag en Braassem Burg. Bakhuizenlaan 44 Burg. Bakhuizenlaan 44 GRL00151 MM2 Olie
(600)Verdacht/lokale verontreiniging Kaag en Braassem Burgemeester Bakhuizenlaan 10 Leimuiden Verkennend bodemonderzoek Kabel- en leidingentracé ter plaatse van Burgemeester Bakhuizenlaan 10 te Leimuiden 153270-4 MM2 PAK (108,92) Bodemvreemd materiaal Kaag en Braassem Burgemeester Bakhuizenlaan ong. te Leimuiden Verkennend bodemonderzoek Kabel- en leidingtracé ter plaatse van Heerenweg 100 te Leimuiden M18B0322-004 BG03 PAK (45,69) Niet representatief PAK (puin/civiel) Kaag en Braassem Buurterpolder 1 buurterpolder 1 BOZ 2017 M3 Olie
(4500)Bodemvreemd materiaal Kaag en Braassem BVKK_2080198 Dorpsplein 7, Leimuiden BVKK_2080198 Dorpsplein 7, Leimuiden nvt (Qterra xml) B01-2 PAK (127,9), Olie
(450)Bodemvreemd materiaal Kaag en Braassem De Lasso 6 De Lasso 4077 M3 Olie
(520)Bodemvreemd materiaal Kaag en Braassem Dokter Lothlaan 2 Woubrugge Dokter Lothlaan 2 Woubrugge nvt (Qterra xml) B1-1 Pb
(2000)Bodemvreemd materiaal Kaag en Braassem Dokter Stapenséastraat, Leimuiden Dokter Stapenséastraat, Leimuiden nvt (Qterra xml) MM12 Pb
(3100)Meetfout; later niet meer aangetroffen Kaag en Braassem Dorpsplein 7 te Leimuiden Verkennend bodemonderzoek kabel- en leidingtrace tpv Dorpsplein 7 te Leimuiden M19B0014_BVKK_2080198 M2 PAK (127,9) Bodemvreemd materiaal Kaag en Braassem Dorpsstraat 31 Dorpsstraat 31 (416768-72) te Leimuiden R001-1230761EWC-aao-V01-NL 44270 Pb
(940)Bodemvreemd materiaal Kaag en Braassem Floraweg 84 Floraweg 84 1001B697/pdi/rap1 mm02 Pb
(630), Zn
(2100)Bodemvreemd materiaal Kaag en Braassem Geestweg 61 Geestweg 61 2006-51 Hoorn NUL MM1 PAK
(20)Niet representatief PAK (puin/civiel) Kaag en Braassem Groenewoudskade te Roelofarendsveen Groenewoudskade Roelofarendsveen 17-0879 / P1700284 MM04 Pb
(200), Zn
(560)Verdacht/lokale verontreiniging Kaag en Braassem Groenewoudskade te Roelofarendsveen Groenewoudskade Roelofarendsveen 17-0879 / P1700284 MM06 Pb
(450), Zn
(410)Verdacht/lokale verontreiniging Kaag en Braassem Herenweg te Woubrugge (percelen 2793, 2789, 2790 en 2380 Herenweg te Rijnsaterwoude R001-1237434FWH-mvg-V01-NL 7 Pb
(960)Bodemvreemd materiaal Kaag en Braassem Herenweg te Woubrugge (percelen 2793, 2789, 2790 en 2380 Herenweg te Rijnsaterwoude R001-1237434FWH-mvg-V01-NL MM5 Pb
(1600)Bodemvreemd materiaal Kaag en Braassem Hertogsweg 6 Hertogsweg 6 WN-17398 M3 Pb
(310), PAK
(20)Bodemvreemd materiaal Kaag en Braassem Hofdijklaan 3 Hofdijklaan 3 41011 M1 PAK
(250)Verdacht/lokale verontreiniging Kaag en Braassem Julianalaan 3 te Kaag Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 incl asbest NEN 5707 tpv te realiseren koppeling Julianalaan 3 te Kaag 172443/AM 44228 Pb
(240), Zn
(1300)Bodemvreemd materiaal Kaag en Braassem Julianalaan 54a Julianalaan 54a 16860AE 1 PAK
(230), Olie
(890)Verdacht/lokale verontreiniging Kaag en Braassem Julianalaan 9 Julianalaan 9 01012609/NW/rap1 MM1 Pb
(520)Verdacht/lokale verontreiniging Kaag en Braassem Kerkstraat 116 Kerkstraat 116 60700785 M2 Ni
(2000), Zn
(850)Wbb-locatie Kaag en Braassem Langeweg 11-21 Langeweg 11-21 T.05.4024 mm2 Cd (4,7) Verdacht/lokale verontreiniging Kaag en Braassem Langeweg 30 Langeweg 30 0903A832/dbi/rap1 M9 Zn
(430), PCB (0,02) Bodemvreemd materiaal Kaag en Braassem Leidse Slootweg 2 Woubrugge Leidse Slootweg 2 Woubrugge 17.3122-A1 B12 Olie
(1200)Verdacht/lokale verontreiniging Kaag en Braassem Leidseweg 16 Leidseweg 16 J.99.0688.HW/VO1 M1 Pb
(540), Zn
(400)Verdacht/lokale verontreiniging Kaag en Braassem leidseweg 2a te Oud Ade Lijnvormig bodemonderzoek 19-214 b20 PCB (0,098), PAK (40,3) Bodemvreemd materiaal Kaag en Braassem leidseweg 2a te Oud Ade Lijnvormig bodemonderzoek 19-214 b66 PAK (23,735) Niet representatief (fundering/civiel) Kaag en Braassem leidseweg 2a te Oud Ade Lijnvormig bodemonderzoek 19-214 b75 Pb
(360), Zn
(900)Bodemvreemd materiaal Kaag en Braassem leidseweg 2a te Oud Ade Lijnvormig bodemonderzoek 19-214 mm11 PAK (16,365) Niet representatief (fundering/civiel) Kaag en Braassem leidseweg 2a te Oud Ade Lijnvormig bodemonderzoek 19-214 mm13 PAK (15,685) Niet representatief (fundering/civiel) Kaag en Braassem leidseweg 2a te Oud Ade Lijnvormig bodemonderzoek 19-214 mm4.1 Mo
(140), Ni
(700)Meetfout; later niet meer aangetroffen Kaag en Braassem leidseweg 2a te Oud Ade Lijnvormig bodemonderzoek 19-214 mm5.1 PAK (19,155) Niet representatief (fundering/civiel) Kaag en Braassem leidseweg 2a te Oud Ade Lijnvormig bodemonderzoek 19-214 mm7.1 PCB (0,49), PAK (148,9) Verdacht/lokale verontreiniging Kaag en Braassem Leidseweg ongenummerd Leidseweg ongenummerd 2008/027 M2 Pb
(350)Meetfout; later niet meer aangetroffen Kaag en Braassem Meerewijck 20 Leimuiden Meerewijck 20 Leimuiden nvt (Qterra xml) B2-2 Pb
(1500), Zn
(2700), PAK (33,22), Olie
(380)Bodemvreemd materiaal Kaag en Braassem Meerewijck 62, Leimuiden Meerewijck 62, Leimuiden nvt (Qterra xml) B01 SB Ba
(820), Cu
(400), Hg (3,2), Pb
(1300), Zn
(2000), PAK (340,55), Olie
(460)Bodemvreemd materiaal Kaag en Braassem Meerewijck 75a Leimuiden Meerewijck 75a Leimuiden nvt (Qterra xml) B01-2 Cu
(230), Pb
(320), Zn
(550), PAK (30,49) Bodemvreemd materiaal Kaag en Braassem Meerewijck 75a Leimuiden Meerewijck 75a Leimuiden nvt (Qterra xml) B01-4 Cu
(420), Pb
(790), Zn
(1300)Bodemvreemd materiaal Kaag en Braassem Meiraap ong te Roelofarendsveen Meiraap 1-41 U18-0884 I: M-10 Cu
(490), Pb
(240), Zn
(620)Verdacht/lokale verontreiniging Kaag en Braassem Meiraap ong te Roelofarendsveen Meiraap 1-41 U18-0884 I: M-11 Cu
(210), Pb
(270), Zn
(610)Verdacht/lokale verontreiniging Kaag en Braassem Meiraap ong te Roelofarendsveen Meiraap 1-41 U18-0884 I: M-12 Zn
(250)Verdacht/lokale verontreiniging Kaag en Braassem Meiraap ong te Roelofarendsveen Meiraap 1-41 U18-0884 I: M-13 Cu
(320), Zn
(360)Verdacht/lokale verontreiniging Gemeente Locatienaam Onderzoek Rapportcode Monster Uitbijter(s) Reden Kaag en Braassem Meiraap ong te Roelofarendsveen Meiraap 1-41 U18-0884 I: M-14 Cu
(180), Zn
(530)Verdacht/lokale verontreiniging Kaag en Braassem Meiraap ong te Roelofarendsveen Meiraap 1-41 U18-0884 MM-01 Pb
(220), Zn
(650), Olie
(310)Verdacht/lokale verontreiniging Kaag en Braassem Meiraap ong te Roelofarendsveen Meiraap 1-41 U18-0884 Uitsplitsing MM-01 Pb
(260), Zn
(570)Verdacht/lokale verontreiniging Kaag en Braassem Noordeinde 165b Noordeinde 165b 09044BRA 23 Olie
(1700)Verdacht/lokale verontreiniging Kaag en Braassem Noordeinde 165b Noordeinde 165b 09044BRA mmd1 PCB (0,49), Olie
(2000)Verdacht/lokale verontreiniging Kaag en Braassem Noordeinde 165b Noordeinde 165b 09044BRA mme3 Zn
(840)Verdacht/lokale verontreiniging Kaag en Braassem Noordeinde 21-23 Noordeinde 21-23 (Jachthaven De Rijk BV) 105298 M5 Cd (2,1), Olie
(820)Verdacht/lokale verontreiniging Kaag en Braassem Noordeinde 27, 27a, 27b, 27c en 27w te Hoogmade Verkennend bodem- en asbestonderzoek Noordeinde 27, 27a en 27b te Hoogmade 1806L614/JSM/rap1.1 M04 PAK (201,5), Olie
(2200)Bodemvreemd materiaal Kaag en Braassem Noordeinde 27, 27a, 27b, 27c en 27w te Hoogmade Verkennend bodem- en asbestonderzoek Noordeinde 27, 27a en 27b te Hoogmade 1806L614/JSM/rap1.1 M05 Cd (3,1), Pb
(1400), Zn
(1400)Bodemvreemd materiaal Kaag en Braassem Noordeinde 27, 27a, 27b, 27c en 27w te Hoogmade Verkennend bodem- en asbestonderzoek Noordeinde 27, 27a en 27b te Hoogmade 1806L614/JSM/rap1.1 M07 PAK (217,1), Olie
(1400)Bodemvreemd materiaal Kaag en Braassem Noordeinde achter 179 Noordeinde achter 179 08282BRN mmd1 Zn
(1400)Bodemvreemd materiaal Kaag en Braassem Noordeinde achter 179 Noordeinde achter 179 08282BRN mme3 Zn
(540), PCB (0,086) Meetfout; later niet meer aangetroffen Kaag en Braassem Noordeinde achter 43 Roelofarendsveen Noordeinde achter 43 Roelofarendsveen 4408001 MMB02 PAK (66,08), Olie
(1300)Verdacht/lokale verontreiniging Kaag en Braassem noordeinde achter 86/92 noordeinde achter 86/92 MA-06868 M2 PAK
(47)Niet representatief PAK (puin/civiel) Kaag en Braassem Noorderhemweg achter 36 Noorderhemweg achter 36 09035BRA mmb1 Ni
(67), Zn
(960)Bodemvreemd materiaal Kaag en Braassem Noorderhemweg achter 36 Noorderhemweg achter 36 09035BRA mmb3 Zn
(580)Bodemvreemd materiaal Kaag en Braassem Ofwegen 7 Woubrugge Verkennend bodemonderzoek 2021 Ofwegen 7 te Woubrugge 32835 d2 PCB (1,0617) Verdacht/lokale verontreiniging Kaag en Braassem ontwikkelplan Roelofarendsveen Noordeinde 170/172 Roelofarendsveen R-JOA-307-18258406 107 Zn
(450), PCB (0,5249), PAK
(202), Olie
(230)Bodemvreemd materiaal Kaag en Braassem Oudendijkseweg en Kerkweg te Kaag en Braassem Oudendijkseweg 20170586 M02 PAK (74,82) Bodemvreemd materiaal Kaag en Braassem Pastoor Van der Plaatstraat 28 Pastoor Van der Plaatstraat 28 1279-101 MM1 PAK (73,69) Meetfout; later niet meer aangetroffen Kaag en Braassem Pastoor van der Plaatstraat 37a Pastoor van der Plaatstraat 37a 20080147 M5 Pb
(620), PAK
(35)Verdacht/lokale verontreiniging Kaag en Braassem Pastoor van der Plaatstraat 81-83 Pastoor van der Plaatstraat 81-83 Onbekend M24 PAK
(1300), Olie
(250)Verdacht/lokale verontreiniging Kaag en Braassem Pastoor van der Plaatstraat 81-83 Pastoor van der Plaatstraat 81-83 Onbekend M33 PAK
(440)Verdacht/lokale verontreiniging Kaag en Braassem Plantage 1 te Oude Wetering Plantage 1 te Oude Wetering 416768.63 002 (40-70) PAK (351,8), Olie
(1100)Bodemvreemd materiaal Kaag en Braassem Plantage 50 te Oude Wetering
(2009114)Plantage 50 te Oude Wetering M19B0014-2009114 B1-2 PAK (352,44), Olie
(740)Bodemvreemd materiaal Kaag en Braassem poeldijk 13 (jachtwerf de Ade) Poeldijk 13 (Jachtwerf oude ade) M02.1192/RH M2 PAK
(26)Verdacht/lokale verontreiniging Kaag en Braassem Raadhuislaan 11-15 Raadhuislaan 11-13 09.10.2828.2019-A MM2 PAK
(48)Niet representatief PAK (puin/civiel) Kaag en Braassem Regenboogweg ong nabij regenboogweg 2007/304 M1 PAK
(18)Niet representatief PAK (puin/civiel) Kaag en Braassem Ripselaan (kruising achterweg) ripselaan (kruising achterweg) TMB/MK/93-049/200303 MM2 PAK
(72)Bodemvreemd materiaal Kaag en Braassem Ripselaan 22 Ripselaan 22 NOH\68362 M2 PAK
(98), Olie
(1350)Bodemvreemd materiaal Kaag en Braassem Ripselaan 22 Ripselaan 22 NOH\68362 M7 Olie
(330)Bodemvreemd materiaal Kaag en Braassem Ripselaan 22 Ripselaan 22 NOH\68362 MM1 PAK
(22)Niet representatief PAK (puin/civiel) Kaag en Braassem Schoolbaan (B 4986) Schoolbaan (B 4986) 03094908/AJ/rap1 MM3 Hg (0,8) meetfout; later niet meer aangetroffen Kaag en Braassem Sotaweg 99-101 Sotaweg 99 (Veiling) ../CD2001/15/2056170 M3 Cd (4,5), Cu
(130), Pb
(510), Ni
(200), Zn
(1100), PAK
(33)Bodemvreemd materiaal Kaag en Braassem Sotaweg 99-101 Sotaweg 99 (Veiling) ../CD2001/15/2056170 MM1 Ni
(130), PAK
(24)Bodemvreemd materiaal Kaag en Braassem Spoorstraat 1-3 Spoorstraat 1-3 20204 BG Ni (1,05) Invoerfout Kaag en Braassem Spoorstraat 28 en Narcisstraat 2 Spoorstraat 28 en Narcisstraat 2 Onbekend M10 Zn
(760)Verdacht/lokale verontreiniging Kaag en Braassem Spoorstraat 28 en Narcisstraat 2 Spoorstraat 28 en Narcisstraat 2 Onbekend M11 Pb
(410), Zn
(1700)Verdacht/lokale verontreiniging Kaag en Braassem Spoorstraat 2-80 e.o. Spoorstraat 28 / Narcisstraat 2 01.39.002.BR.01 M15 Zn
(760)Verdacht/lokale verontreiniging Kaag en Braassem Spoorstraat 2-80 e.o. Spoorstraat 28 / Narcisstraat 2 01.39.002.BR.01 M2 Pb
(410), Zn
(1700)Verdacht/lokale verontreiniging Kaag en Braassem Spoorstraat 2-80 e.o. Spoorstraat 2-80 01.09.008.BR.02 M2 Pb
(1900), Zn
(630)Bodemvreemd materiaal Kaag en Braassem Veender- en Lijkerpolder 1 Veender- en Lijkerpolder 1 8141 MM2 Cu
(250)Bodemvreemd materiaal Kaag en Braassem Voorweg 66 Voorweg 66 1104D178/DBE/rap1 B1 PAK (42,1) Niet representatief PAK (puin/civiel) Kaag en Braassem Voorweg 67 Voorweg 67 5065.04 MM1 Pb
(660)Bodemvreemd materiaal Kaag en Braassem Voorweg 89 Nieuwe-Wetering Voorweg 89 Nieuwe-Wetering nvt (Qterra xml) B02 BG Pb
(4200)Bodemvreemd materiaal Kaag en Braassem Vriezekoop 4 te Leimuiden VO, AO en asbest onderzoekVriezekoop 4 te Leimuiden MA210226.R01.V1.0 m5 PAK (219,87) Verdacht/lokale verontreiniging Kaag en Braassem Vriezenweg 18 Vriezenweg 18 506292.a MM2 Pb
(640)Bodemvreemd materiaal Kaag en Braassem Vriezenweg 8 Leimuiden Vriezenweg 8 leimuiden 1908M898/PMU/rap2 MM07 PAK (15,855) Niet representatief PAK (puin/civiel) Kaag en Braassem Westeinde-Fransche Brug Roelofarendsveen Verkennend milieukundig bodemonderzoek en verhardingsonderzoek ter plaatse van het Westeinde te Roelofarendsveen 20170584 m04 PAK (88,16) Bodemvreemd materiaal Gemeente Locatienaam Onderzoek Rapportcode Monster Uitbijter(s) Reden Kaag en Braassem West-End Roelofarendsveen West-End Roelofarendsveen 355070 MM4 Cd (2,5), Zn
(770)Verdacht/lokale verontreiniging Kaag en Braassem Westerdijk 59 Westerdijk 59 MVFA483 M1 PAK
(68)Meetfout; later niet meer aangetroffen Kaag en Braassem Westerdijk 60-61 Leimuiden Verkennend bodemonderzoek aan de Westerdijk 60-61 te Leimuiden hoek Heiligegeestlaan BO20092 BG2 PAK (19,775) Niet representatief PAK (puin/civiel) Kaag en Braassem Woudsedijk-Zuid 2 Woudsedijk-Zuid 2 20091960/HZEI M13 Zn
(440)Verdacht/lokale verontreiniging Kaag en Braassem Woudsedijk-Zuid 2 Woudsedijk-Zuid 2 20091960/HZEI M6 Ba
(830), Cu
(380)Bodemvreemd materiaal Kaag en Braassem Zuideinde 112 Zuideinde 112 17-2326-R01AvH 139B Zn
(530)Verdacht/lokale verontreiniging Kaag en Braassem Zuideinde 28 Zuideinde 28 5272A.02 M1 PAK
(39)Niet representatief PAK (puin/civiel) Kaag en Braassem Zuideinde ong. achter 124-138b Zuideinde ong. 05036382/JZ/rap1 MM1 Pb
(1300), Zn
(770)Verdacht/lokale verontreiniging Kaag en Braassem Zwarteweg 5 Zwarteweg 5 5238.02 M1 PAK
(160)Verdacht/lokale verontreiniging Kaag en Braassem Ripselaan (kruising achterweg) ripselaan (kruising achterweg) TMB/MK/93-049/200303 MM1 PAK
(47), Olie
(270)Niet representatief (fundering/civiel) Kaag en Braassem van Klaverweijdeweg 10 Hoogmade van Klaverweijdeweg 10 Hoogmade 0 B01-2 Pb
(210), Zn
(270)Bodemvreemd materiaal Kaag en Braassem Voorstraat 10 Voorstraat 10 2007/147 M1 Hg (1,1) Verdacht/lokale verontreiniging Kaag en Braassem Noordeinde 27, 27a, 27b, 27c en 27w te Hoogmade Verkennend bodem- en asbestonderzoek Noordeinde 27, 27a en 27b te Hoogmade 1806L614/JSM/rap1.1 44260 PAK (250,8), Olie
(1800)Verdacht/lokale verontreiniging Kaag en Braassem Herenweg 165A Herenweg 165A 12.10.3475.2472 M4 PAK
(43)Niet representatief PAK (puin/civiel) Kaag en Braassem Noordeinde 94C Roelofarendsveen Noordeinde 94C Roelofarendsveen 1611J830/ABI/rap1 MFun PAK (21,005), Olie
(1100)Niet representatief (fundering/civiel) Kaag en Braassem Irenelaan e.o. Irenelaan e.o. 07058870/RG/rap1 mm12 PAK
(81)Verdacht/lokale verontreiniging Kaag en Braassem Leidseweg 38 Leidseweg 38 - MM2 Olie
(520)Verdacht/lokale verontreiniging Kaag en Braassem Noordeinde 22 Kadastraal perceel gemeente Alkemade, sectie K, nummer 4155 2020151 MM-3 Pb
(300), Zn
(260), Olie
(670)Verdacht/lokale verontreiniging Kaag en Braassem Noordeinde 22 Kadastraal perceel gemeente Alkemade, sectie K, nummer 4155 2020151 MM-5 Olie
(950)Verdacht/lokale verontreiniging Kaag en Braassem Noordeinde 40 Noordeinde 40 10044BRN mma2 Mo
(19), Ni
(1300)Verdacht/lokale verontreiniging Kaag en Braassem West-End Roelofarendsveen West-End Roelofarendsveen 355070 16.3 Pb
(360)Bodemvreemd materiaal Kaag en Braassem West-End Roelofarendsveen West-End Roelofarendsveen 355070 WG2 Zn
(670)Bodemvreemd materiaal Kaag en Braassem West-End Roelofarendsveen West-End Roelofarendsveen 355070 WG3 Zn
(380)Bodemvreemd materiaal Kaag en Braassem Floraweg 10 Floraweg 10 10076BRF c-MM4 PAK
(68)Verdacht/lokale verontreiniging Kaag en Braassem Raadhuislaan 42 Raadhuislaan 42 200842436 M5 Pb
(1300)meetfout; later niet meer aangetroffen Kaag en Braassem Floraweg 124 Roelofarendsveen Floraweg 124 Roelofarendsveen K20B501 MMOG04 Pb
(900)Verdacht/lokale verontreiniging Leiden 1e binnenvestgracht 30 1e binnenvestgracht 30 07109299/GG/rap1 M5 Hg (2,6), PAK
(94), Olie
(350)Meetfout; later niet meer aangetroffen Leiden Amethisthof/Granaathof/Onyxhof Diamantlaan ong EM060070/AL/R01 M10 PAK
(32)Niet representatief (fundering/civiel) Leiden Besjeslaan 3 Leiden Besjeslaan 3 Leiden 2000104 MM1 Zn
(560)Meetfout; later niet meer aangetroffen Leiden Bontekoestraat te Leiden Bontekoestraat te Leiden 25317-01 M1 PAK (95,99), Olie
(350)Verdacht/lokale verontreiniging Leiden Bontekoestraat te Leiden Bontekoestraat te Leiden 25317-01 M2 Pb
(450), PAK (192,2), Olie
(820)Verdacht/lokale verontreiniging Leiden Bontekoestraat thv Heemskerkstraat Bontekoestraat thv Heemskerkstraat 25317-02 M1 PCB (0,069) Bodemvreemd materiaal Leiden Boshuizerlaan 1 en een ten noorden gelegen sportveld Boshuizerlaan 1 en een ten noorden gelegen sportveld 16.10.0733.0600 MM07 Hg (0,78) meetfout; later niet meer aangetroffen Leiden breestraat 114c breestraat 114c 07.10.2243.1597 M3 Hg (1,1) Bodemvreemd materiaal Leiden Galgewater 1 Galgewater 1 07028612/WG/rap1 M1 PAK
(79), Olie
(300)Verdacht/lokale verontreiniging Leiden Haagweg, Da Costastraat te Leiden Milieukundig onderzoek Haagweg / Da Costastraat 19.10.1590.1250 M03 Pb
(290), Zn
(430), PAK
(905), Olie
(2900)Bodemvreemd materiaal Leiden Haarlemmerweg 120 (Ziggo) Haarlemmerweg 113-120 e.o. M19B0018-532 M1 PAK (38,2) Niet representatief (fundering/civiel) Leiden Haarlemmerweg 120 (Ziggo) Haarlemmerweg 113-120 e.o. M19B0018-532 M2 PAK (57,15) Niet representatief (fundering/civiel) Leiden Hallenweg ongenummerd Hallenweg ongenummerd 16.10.0533.0447-1 IB-MM04 Cd
(10), Pb
(460), Zn
(1000)Bodemvreemd materiaal Leiden Hoge Morsweg 117 - Turkooislaan 286 Hoge Morsweg 117 12MDL194.10 MM4 PAK
(95)Bodemvreemd materiaal Leiden Hoge Rijndijk 260-272 Hoge Rijndijk 260-272 2444/MB 28 Olie
(14000)Verdacht/lokale verontreiniging Leiden Hooigracht 92 Hooigracht 92 25.16.00557.1 MM4 Pb
(700), PAK (91,235) Bodemvreemd materiaal Leiden Kanaalstraat 2a Kanaalstraat 2a 0806A079/RHA/rap1 M6 PAK
(88)Verdacht/lokale verontreiniging Leiden Kenauweg 1 Kenauweg 1 1320101 MM1 PAK
(100), Olie
(260)Verdacht/lokale verontreiniging Leiden Lammermarkt 37 en 41/Lange Scheistraat 8 Lammermarkt Onbekend M301 Pb (1900