← Nederland

Nota Lokale Heffingen 2021 (Staphorst)

Nota Lokale Heffingen 20211.Inleiding 1.1Aanleiding Voor u ligt de Nota Lokale Heffingen

  1. Op basis van artikel 17 van de Financiële verordening Gemeente Staphorst, stelt de Raad elke vier jaar een Nota Lokale Heffingen vast. Jaarlijks wordt bij de begrotingsbehandelingen een paragraaf lokale heffingen opgenomen. Deze nota geeft een overzicht en toelichting op gemeentelijke heffingen in onze gemeente. Ook vindt u algemene informatie over de verschillende belastingen en retributies, kwijtschelding, kostendekkendheid en lastendruk. Naast de verplichtingen uit artikel 17 is in de nota aangegeven welke heffingen wij in Gemeente Staphorst niet kennen en verder is er ook aandacht voor invordering. In de financiële verordening staan meer eisen genoemd met betrekking tot kostendekkende heffingen, zo is ook de toekenning van overhead hierin vastgelegd. Vanaf 2021 is dit een vast percentage van de directe loonsom, voorheen was dit naar omvang taakveld. De begrippen lokale heffingen, gemeentelijke belastingen, leges en retributies hebben allemaal betrekking op bedragen die een gemeente oplegt aan bewoners, bedrijven, forensen en toeristen. De Commissie BBV heeft een notitie lokale heffingen inclusief bijbehorende voorzieningen en reserves gemaakt om inzicht te bieden aan raadsleden en meer duiding te geven aan vakspecialisten op het gebied van lokale heffingen. Klik hier om deze notitie in te zien. 1.2Doelstelling Doel van de Nota Lokale Heffingen is, naast het verstrekken van een overzicht van het totaal aan huidige gemeentelijke heffingen, het formaliseren van de gemeentelijke beleidslijn en het verstrekken van algemene informatie over processen. Het vormt de basis voor de gemeentelijke belastingheffing. 1.3Leeswijzer Hoofstuk 2 geeft een samenvatting weer. In hoofdstuk 3 gaan we in op algemene informatie omtrent belastingen en retributies. Vervolgens wordt in hoofdstuk 4 de gemeentelijke heffingen weergegeven die we in Staphorst kennen. Ook worden de tarieven, kosten en opbrengsten genoemd en gaan we in op de toekomstige ontwikkelingen. Hoofdstuk 5 gaat in op de belastingen die we in Staphorst niet heffen. Hoofdstuk 6 geeft toelichting op het proces met betrekking tot heffing, invordering en kwijtschelding. In hoofdstuk 7 en 8 gaan we in op de lokale lastendruk van Staphorst en ten opzichte van omliggende gemeenten. 2.Samenvatting Op 1 mei 2020 heeft het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het rapport ‘Herziening gemeentelijk belastinggebied’ vastgesteld. Nederlandse gemeenten zijn financieel sterk afhankelijk van het Rijk. Wij hebben maar weinig financiële flexibiliteit en zijn bovendien erg gevoelig voor schommelingen in het accres (de jaarlijkse mutaties van het gemeentefonds). Dat komt doordat het grootste deel van hun inkomsten (meer dan 60%) uit het gemeentefonds afkomstig is. Minder dan 20% bestaat uit gemeentelijke belastingen en heffingen. Ook is hiervan nog een groot deel bestemd voor specifieke doeleinden en mogen maximaal kostendekkend zijn, denk aan afvalstoffen- en rioolheffing, leges en begraafrechten. Hierdoor is de financiële autonomie van gemeenten beperkt: lopende uitgaven kunnen worden gedaan maar er is weinig ruimte om eigen keuzes te maken voor lokale prioriteiten. Ook tegenvallers kunnen moeilijk worden opgevangen. De gemeentelijke belastingen en retributies maken met 7,3 miljoen euro 19,41 % deel uit van de totale gemeentelijke inkomsten (jaarrekening 2020 € 41.110.000 excl. reservemutaties € 3.343.000). Herziening van het belastinggebied kan knelpunten helpen oplossen. Het biedt bouwstenen voor een verruiming van het gemeentelijk belastinggebied, modernisering gemeentelijke belastingen, verbreden belastinggrondslagen en uitbreiden belastinginstrumentarium. Bij de toekomstige ontwikkelingen per belastingsoort staan we hierbij stil. Zolang deze herziening nog niet rond is, hebben wij nog geen andere mogelijkheden van belastingheffing. Ontwikkelingen worden op de voet gevolgd en indien mogelijk zullen wij hierop met voorstellen richting uw raad komen. Bij het beschrijven van de bestaande situatie concluderen wij het volgende: Wij volgen nauwlettend de ontwikkelingen op het gebied van de verschillende belastingen en houden u op de hoogte. Jaarlijks bij het vaststellen van de verordeningen zullen wij hierover adviseren. Er zijn geen probleemgebieden bij de belastingsoorten die we nu heffen. Mogelijke invoeren van nieuwe belastingen is momenteel niet aan de orde. Jaarlijks wordt u via de begrotingsbehandelingen geadviseerd over eventuele verhogingen van de belastingen. Vergeleken met buurgemeenten ligt de lastendruk over 2021 iets onder het gemiddelde. 3.Belastingen en retributies 3.1Wettelijke kaders Het gemeentelijk belastinggebied is begrensd. Hoofdstuk XV van de Gemeentewet geeft aan welke belastingen en retributies wij kunnen heffen. Ook staat in dit hoofdstuk beschreven aan welke eisen een belastingheffing moet voldoen. Een gemeente is vrij om een lokale belasting in te voeren. Ook de hoogte van het tarief mag een gemeente zelf bepalen. Een tarief mag nooit afhankelijk zijn van inkomen, winst of vermogen. In de gemeentelijke belastingwereld maken we onderscheid in drie soorten belastingen, namelijk algemene belastingen, bestemmingsheffingen en retributies. De laatste twee mogen nooit meer dan 100% kostendekkend zijn. Verder zijn ook de algemene beginselen van behoorlijk bestuur erg belangrijk bij het invoeren van een belasting. Een raad besluit tot het invoeren, wijzigen of afschaffen van een gemeentelijke belasting door het vaststellen van een belastingverordening. Dit staat vermeld in artikel 216 van de Gemeentewet. Artikel 217 geeft weer wat in die belastingverordening moet staan. 3.2Belastingen en retributies Belastingen zijn (gedwongen) bijdragen van inwoners aan de overheid op grond van een publiekrechtelijke regeling. Algemene belastingen zijn inkomsten die voortvloeien in de algemene middelen. Hiervoor hoeft niet specifiek een doel of bestemming te zijn. Voorbeelden zijn: onroerende-zaakbelasting, forensen- en toeristenbelasting en hondenbelasting. Daarnaast kennen we bestemmingsheffingen. Deze opbrengsten zijn bedoeld om de kosten te dekken die de gemeente maakt voor die (collectieve) dienstverlening. Er is geen sprake van een individueel aanwijsbare tegenprestatie. De opbrengst mag maximaal 100% kostendekkend zijn. Voorbeelden zijn: riool- en afvalstoffenheffing. Naast de belastingen kennen we ook retributies. Dat zijn vergoedingen voor dienstverlening door de gemeente. Ook hierbij mag de opbrengst niet meer dan 100% kostendekkend zijn. Daarnaast moet altijd rekening gehouden worden met eventuele risico’s als gevolg van jurisprudentie, waardoor enige marge aan te bevelen is. Er is sprake van een individuele tegenprestatie. Een aantal voorbeelden hiervan zijn rioolaansluitrecht, begraafrechten, leges omgevingsvergunningen, marktgelden en leges voor huwelijksvoltrekkingen. 3.3Welke belastingen en retributies kunnen we heffen? Hoofdstuk XV, paragraaf één tot en met drie, van de Gemeentewet (GW) geeft weer welke belastingen we mogen heffen. Soms geschiedt een heffing krachtens een andere wet dan de Gemeentewet. In onderstaand schema vindt u alle mogelijke belastingheffingen en retributies weer. Daarnaast is aangegeven of we deze belasting in Staphorst ook kennen en onder welk soort belasting deze valt. In deze nota gaan we dieper op de verschillende heffingen in. Omschrijving Wetsartikel Soort belasting Staphorst Onroerende-zaakbelasting (OZB) Artikel 220 GW Algemeen Ja Roerende belasting (RZB) Artikel 221 GW Algemeen Nee Baatbelasting Artikel 222 GW Bestemming Nee Forensenbelasting Artikel 223 GW Algemeen Ja Toeristenbelasting Artikel 224 GW Algemeen Ja Parkeerbelasting Artikel 225 GW Algemeen Nee Hondenbelasting Artikel 226 GW Algemeen Ja Reclamebelasting Artikel 227 GW Algemeen Nee Precariobelasting Artikel 228 GW Algemeen Nee Rioolheffing Artikel 228a GW Bestemming Ja Afvalstoffenheffing Art. 15.33 Wet milieubeheer Bestemming Ja Rioolaansluitrecht Artikel 229 GW Retributie Ja Marktgelden Artikel 229 GW Retributie Ja Begraafrechten Artikel 229 GW Retributie Ja Leges algemeen Artikel 229 GW Retributie Ja BIZ Wet Bedrijveninvesteringszones Bestemming Nee De belastingverordeningen voor 2021 zijn vastgesteld op 10 november
  2. Jaarlijks worden deze opnieuw vastgesteld als er sprake is van tariefswijzigingen of eventuele wijzigingen in wet- en regelgeving. 3.4Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) Zeer nauw verbonden met de heffing van de gemeentelijke belastingen is de uitvoering van de Wet WOZ. Het college van burgemeester en wethouders is belast met de uitvoering van deze wet. De WOZ-ambtenaar stelt de WOZ-waarde vast. De werkzaamheden worden verricht binnen het team Gegevensbeheer. Om gemeenten te controleren of werkzaamheden tijdig, juist en volledig worden uitgevoerd is ‘De Waarderingskamer’ ingesteld. Deze organistaie houdt toezicht op de waardebepaling en waardevaststelling van onroerende zaken. Gemeente Staphorst heeft al jarenlang de kwalificatie ‘goed’. De WOZ-waarde wordt de gebruikt als grondslag voor de onroerende-zaakbelasting, de forensenbelasting en deels bij de rioolheffing. Ook maken verschillende afnemers gebruik van deze WOZ-waarde. Denk hierbij aan de Rijksbelastingdienst, het Waterschap. De WOZ-waarde is een steeds belangrijker gegeven en wordt voor steeds meer doeleinden gebruikt. 3.5Basisregistratie Wij maken gebruik van verschillende basisregistraties om zo als uitgangspunt altijd over de juiste gegevens te beschikken. Denk hierbij aan: BPR (Basisregistratie Personen) voor persoonsgevens NHR (Handelsregister) voor gegevens van bedrijven BRK (Basisregistratie Kadaster) voor kadastrale gegevens BAG (Basisregistratie Adressen en Gebouwen) voor de adresgegevens, huisnummer en gebouwgegevens. Verder leveren wij aan de Landelijke Voorziening WOZ (LV WOZ). Waterschappen en Rijksbelastingdienst halen de gegevens hieruit. Ook zijn de WOZ-waarden van woningen openbaar via www.woz-waardeloket.nl. Die gegevens komen ook uit de LV WOZ. 4.Gemeentelijke heffingen Staphorst In dit hoofdstuk gaan we in op de gemeentelijke heffingen die Staphorst kent. Per heffing gaan we in op de wettelijke basis, belastingplicht, grondslag, tarieven en opbrengsten. Indien van toepassing ook op de kostendekkendheid. 4.1Onroerende-zaakbelasting Algemeen Onroerende-zaakbelasting (OZB) wordt geheven van eigenaren van woningen en niet-woningen (agrarisch, bedrijven). Daarnaast is voor niet-woningen ook een gebruikersbelasting OZB verschuldigd. Voor de gebruikersbelasting zijn woondelen vrijgesteld. Verder kent de wet ook een aantal vrijstellingen zoals: openbare land- en vaarwegen; bedrijfsmatig agrarische cultuurgrond; natuurterreinen; kerken. Het tarief is uitgedrukt in een percentage van de WOZ-waarde. We maken gebruik van tariefdifferentiatie. Dit betekent dat het OZB tarief voor niet-woningen afwijkend (hoger) is van het tarief voor woningen. De waarde van de onroerende zaak wordt jaarlijks door de gemeente bepaald volgens de Wet waardering onroerende zaken. Deze wordt per beschikking kenbaar gemaakt aan belanghebbende en staat open voor bezwaar en beroep. De hoogte van het tarief is door de gemeente vrij te bepalen. Wel is er vanaf 2020 een benchmark woonlasten ingevoerd door het Rijk en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). Naast de OZB worden afvalstoffenheffing en rioolheffing inzichtelijk gemaakt per gemeente. Benchmarking maakt gemeenten attenter op de onderlinge verschillen, bevordert het lokale debat over het heffen van lokale middelen en de inzet ervan en zal daarom bijdragen aan het borgen van een gematigde lastenontwikkeling. In hoofdstuk 7 en 8 gaan we hier verder op in. Het gemeentefonds houdt rekening met de belastingcapaciteit van gemeenten. Omdat waarden van onroerende zaken per gemeente verschillen loopt de belastingcapaciteit uiteen. Bij de berekening van de korting op de algemene uitkering (A.U.) wordt uitgaan van één tarief, het rekentarief genaamd. Het is een gemiddeld tarief van alle gemeenten in Nederland. Dit staat volledig los van de tarieven die een gemeente zelf hanteert en wordt verrekend in de algemene uitkering. De formule is weergegeven op pagina
  3. We kennen drie verschillende categorieën binnen de OZB, namelijk: Categorie Toelichting Woning – eigenarenbelasting Objecten die enkel of meer dan 70% uit woondelen bestaan vallen onder het woningtarief. Niet-woning – eigenarenbelasting Bedrijven (met woning), agrarische objecten, ongebouwde (verharde) terreinen vallen onder het niet-woning tarief. Niet-woning - gebruikersbelasting Categorie 2 betaalt ook de gebruikersbelasting. Uitzondering zijn de woondelen, die zijn vrijgesteld (amendement De Pater). Tarief en opbrengst De tarieven OZB voor 2021 vindt u in onderstaand schema terug. Het tarief is een percentage van de WOZ-waarde. De tarieven worden berekend op basis van de geraamde opbrengst, daarbij rekening houdend met de waardeontwikkeling. Verder wordt rekening gehouden met indexatie en areaaluitbreiding. Omdat ook voor objecten in aanbouw altijd een WOZ-waarde wordt bepaald en onroerende-zaakbelasting wordt betaald wordt met een percentage van gemiddelde groei gerekend. Omschrijving OZB Tarief 2021 Gewicht A.U. 20211Het zogenoemde rekentarief Woning – eigenarenbelasting (W) 0,1154% 0,0894% Niet-woning – eigenarenbelasting (NW) 0,2163% 0,1590% Niet-woning – gebruikersbelasting (NW) 0,1742% 0,1281% Opbrengst x € 1000* 2018 2019 2020 2021 Eigenaar W 1440 1488 1682 1897 Eigenaar NW 839 869 974 1107 Gebruiker NW 518 548 620 701 *Bron FMS werkelijk 2018-2020/begroting 2021 De formule voor de korting op de Algemene Uitkering (A.U.) is: Woningen eigenarenbelasting: (OZB-waarden woning * 0.8) x gewicht. Niet woning eigenaren- en gebruikersbelasting: (OZB-waarden niet woning * 0.7) x gewicht. Toekomstige ontwikkelingen Onroerende-zaakbelasting is de belangrijkste lokale belasting. Er is weinig ruimte voor eigen beleid. Jaarlijks wordt bij de begrotingsbehandeling aangegeven wat de gewenste opbrengst is. Tot en met 2023 zal hoogstwaarschijnlijk het advies zijn om de opbrengst te verhogen. Aan de hand van de gewenste opbrengst wordt het tarief berekend. Hierbij houden we rekening met de waardeontwikkeling van woningen en niet-woningen. Gebruikersheffing woningen In het rapport ‘herziening gemeentelijk belastinggebied’ worden eventuele opties van gebruikersheffing op woningen weer genoemd als een aantal lokale belastingen komen te vervallen. Hier is tot op heden nog geen duidelijkheid over. Groene Heffingskorting Verder wordt gesproken over groene heffingskorting in de motie Lodders van Van Weyenberg. Hierbij wil men zonnepanelen standaard buiten de OZB houden (vrijstelling). Zo’n wettelijke vrijstelling leidt tot hoge uitvoeringskosten en veel juridische vraagstukken. Een subsidie-instrument draagt volgens gemeenten meer bij aan het beoogde doel. Inmiddels lopen hierover gesprekken met het Ministerie. Wij hebben hierbij nog wel onze vraagstukken. Zonnepanelen zijn eenvoudig te constateren zijn, terwijl andere verduurzamingsmaatregelen in woningen niet altijd inzichtelijk zijn, denk hierbij aan een warmtepomp, zonneboiler. Daarnaast heb je opbrengst van zonnepanelen (áls ze stroom opwekken), maar ook afschrijving. Hoeveel meerwaarde heeft dit bij verkoop? Bij een paar zonnepanelen is dit vaak nihil. Dergelijke voorzieningen worden momenteel bij ons in de WOZ-administratie vastgelegd in de secundaire kenmerken van een woning als dit bekend is. Amendement Omtzigt Door het amendement Omtzigt hebben gemeenten sinds 1 januari 2019 een extra mogelijkheid tot tariefdifferentiatie bij de heffing van OZB. Voor 'instellingen van sociaal belang' kan het tarief voor woningen worden toegepast i.p.v. het tarief voor niet-woningen. Omdat de wettekst (220f, lid 2 Gemeentewet) en de toelichting daarop niet op elkaar aansluiten is het onduidelijk wat de reikwijdte van het amendement is. De VNG raadt gemeenten af om gebruik te maken van deze mogelijkheid, omdat eerst een wetswijziging nodig is. Onder andere in verband met het gelijkheidsbeginsel in relatie tot verenigingen die enkel een sociaal belang behartigen of commerciële bedrijven. Vooralsnog volgt Staphorst deze lijn. Het Ministerie is in gesprek met de VNG. 4.2Rioolheffing Algemeen Rioolheffing wordt geheven van de gebruiker van een perceel waarvan water direct- of indirect aangeboden wordt aan gemeentelijke voorzieningen. De gemeente heeft zorgplichten met betrekking tot watertaken, namelijk: inzameling en transport van huishoudelijk- en bedrijfsafvalwater. inzameling van afvloeiend hemelwater. maatregelen nemen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand te beperken. Voor de rioolheffing zijn er geen wettelijke of facultatieve vrijstellingen. Het is een tijdvakbelasting. Bij verhuizing of overlijden wordt per tijdvak (maand) afgerekend. Jaarlijks worden de kosten en opbrengsten inzichtelijk gemaakt en daarnaast is het beheersplan riolering van toepassing voor het bepalen van het tarief. Tarief en opbrengst Het tarief 2021 en opbrengsten over de afgelopen jaren waren als volgt: Omschrijving Riool 2021 € Woningen 208 Niet-woning: 0 – 500 m³ 501 – 750 m³ 751 – 1000 m³ 208 265 330 Per elke 100 m³ > 1000 m³ 17 Hemelwaterafvoer max €208 0,142% Opbrengst x € 1000* 2018 2019 2020 2021 Rioolheffing 1552 1577 1591 1441 *Bron FMS werkelijk 2018-2020/begroting 2021 In onderstaande grafiek is de relatie tussen de begrote kosten en opbrengsten over 2021 weergegeven: Kosten Bedrag 2.1 Verkeer en vervoer € 22.330 6.3 Inkomensregelingen (kwijtschelding) € 34.815 7.2 Riolering € 1.181.627 Reserves en voorzieningen € -46.642 Overhead € 174.440 BTW € 116.725 Totaal Kosten € 1.483.295 Opbrengsten Bedrag 1.1 Rioolrechten € 1.441.961 Totaal Opbrengsten € 1.441.961 Totaaloverzicht Bedrag Totaal kosten € 1.483.295 Totaal opbrengsten € 1.441.961 Kostendekkendheidspercentage 97,21% Toekomstige ontwikkelingen Voor de rioolheffing maakt de VNG een compleet nieuwe modelverordening. De huidige verordening geeft niet voldoende weer wat de inhoudelijke taken van de gemeente zijn. De nieuwe modelverordening noemen ze ‘Bijdrage gemeentelijke watertaken’. Alle percelen hebben profijt bij de zorgtaken die vanaf 2010 bij gemeenten liggen. De naam rioolheffing roept een beeld op van een belasting op een buizenstelsel, terwijl dat niet het geval is. Er ligt een verzoek bij het ministerie van BZK om de wijziging ook mee te nemen in de Gemeentewet. Verder vervalt het begrip directe of indirecte aansluiting. Dit betekent dat alle percelen onder heffing vallen. Dit betekent dat ook percelen die voorheen niet in de heffing werden betrokken dat straks wel worden. Dit vraagt onderzoek in differentiatievarianten, andere heffingsmaatstaven en misschien een heffing opgesplitst in een eigenaren- en gebruikersdeel. Vanzelfsprekend komt hiervoor een afzonderlijk raadsvoorstel te zijner tijd. 4.3Afvalstoffenheffing Algemeen Afvalstoffenheffing wordt geheven van de gebruiker van een perceel ten aanzien waarvan een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Dit is geregeld in artikel 10,21 en 10.22 van de Wet milieubeheer. Het gaat om percelen waar huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan. Het is een tijdvakbelasting. Bij verhuizing of overlijden wordt per tijdvak (maand) afgerekend. In de verordening zijn een aantal vrijstellingen opgenomen van vakantieparken, waar bij de inzamelplicht volgens afspraak niet na wordt gekomen. Tarief en opbrengst Het tarief 2021 en opbrengsten over de afgelopen jaren waren als volgt: Omschrijving Afval 2021 € Vast recht 169 RESTafval 240 liter 140 liter 40 liter 20 liter 10,60 6,50 1,80 0,90 Opbrengst x € 1000* 2018 2019 2020 2021 Afvalstoffenheffing 983 998 1023 1211 *Bron FMS werkelijk 2018-2020/begroting 2021 In onderstaande grafiek is de relatie tussen de begrote kosten en opbrengsten over 2021 weergegeven: Kosten Bedrag 2.1 Verkeer en vervoer € 22.330 6.3 Inkomensregelingen (kwijtschelding) € 28.000 7.3 Afval € 1.248.609 Reserves en voorzieningen € -127.936 Overhead € 83.131 BTW € 230.000 Totaal Kosten € 1.484.134 Opbrengsten Bedrag 1.1 Inkomsten uit grondstoffen € 170.000 1.2 Afvalstoffenheffing lediging per container* € 231.044 1.3 Vastrecht per eenheid* € 980.200 1.4 Dividend € 55.000 1.5 Rente € 30.312 Totaal Opbrengsten € 1.466.556 *dit wordt via de gemeentelijke heffingen binnengehaald (totaal € 1.211.000) Totaaloverzicht Bedrag Totaal kosten € 1.484.134 Totaal opbrengsten € 1.466.556 Kostendekkendheidspercentage 98,82% Toekomstige ontwikkelingen Voor de afvalstoffenheffing zijn niet specifiek toekomstige ontwikkelingen. Wel stijgt de verbrandingsbelasting wat gevolgen heeft voor het tarief. De komende jaren zal de afvalstoffenheffing dan ook stijgen, omdat ons uitgangspunt 100% kostendekkendheid is. Dit wordt tijdens de jaarlijkse begrotingsbehandelingen inzichtelijk gemaakt. 4.4Hondenbelasting Algemeen Iedere houder van één of meer honden betaalt hondenbelasting. Gemeenten hebben de keus hondenbelasting als bestemmingsheffing in te voeren of ten gunste van algemene middelen. Bij een bestemmingsheffing zal een deel van de gemeente in de heffing worden betrokken, bijvoorbeeld alleen binnen de bebouwde kom. Ook mag de opbrengst dan niet meer dan 100% kostendekkend zijn en moet dit gebruikt worden voor bijvoorbeeld hondentoiletten, poepzuigers of uitrengebieden. Gemeente Staphorst heeft destijds gekozen voor opbrengst ten gunste van de algemene middelen. Er zijn dan ook geen gebieden uitgezonderd. Wanneer gemeenten ervoor kiezen om dit te heffen is er weinig ruimte voor beleidsvrijheid. In de verordening zijn een aantal vrijstellingen opgenomen, namelijk houders van honden: die zijn opgeleid tot en dienen als blindengeleidehond en in hoofdzaak als zodanig door een blind persoon worden gehouden; die zijn opgeleid tot en dienen als assistentiehond en in hoofdzaak als zodanig door een gehandicapt persoon worden gehouden; die verblijven in een hondenasiel; die uitsluitend ten verkoop of aflevering in voorraad worden gehouden in een inrichting als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren; die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij tezamen met de moederhond worden gehouden; waarvan de eigenaar geen ingezetene is van de gemeente en de hond niet langer dan 60 dagen in het belastingjaar bij de houder in de gemeente verblijft. Jaarlijks wordt controle uitgevoerd bij alle niet hondenbezitters. Kosten hiervan zijn ongeveer € 2500,-. In 2020 is in verband met corona geen controle uitgevoerd. Tarief en opbrengst Het tarief 2021 en opbrengsten over de afgelopen jaren waren als volgt: Omschrijving 2021 € Eerste hond 46 Iedere volgende hond 92 Kennel 289 Opbrengst x € 1000* 2018 2019 2020 2021 Hondenbelasting 55 55 59 61 *Bron FMS werkelijk 2018-2020/begroting 2021 Toekomstige ontwikkelingen Hondenbelasting staat op de nominatie voor afschaffing. Deze belasting komt steeds vaker in het nieuws en wordt gezien als ‘niet meer van deze tijd’. Hiervoor is een motie ingediend bij de Tweede Kamer naar aanleiding van een burgerinitiatief ‘stop de hondenbelasting’. Omdat dit gevolgen heeft voor de inkomsten is onderzoek gaande. De VNG is hier bij betrokken, we volgen de ontwikkelingen hierin en houden u op de hoogte. 4.5Forensenbelasting Algemeen Natuurlijke personen die zonder in de gemeente hoofdverblijf hebben er op meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden zijn belastingplichtig voor de forensenbelasting. Of iemand hoofdverblijf heeft wordt naar omstandigheden beoordeeld. De achterliggende gedachte is dat niet inwoners profiteren van het gemeentelijk voorzieningenniveau. Wettelijk zijn er twee uitzonderingen: Niet belastingplichtig is degene die ter tijdelijke waarneming van een openbare betrekking of ter bijwoning van de vergaderingen van een vertegenwoordigend openbaar lichaam, waarvan hij het lidmaatschap bekleedt, dan wel ingevolge last of bevel van de overheid, buiten de gemeente van zijn hoofdverblijf vertoeft. Een verpleegde of verzorgde in een inrichting tot verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of bejaarden worden ook niet in de heffing betrokken. Bij forensenbelasting kunnen we geen gebruik maken van een bepaalde basisregistratie. Eigenaren ontvangen een vragenformulier over hun woning waarna beoordeeld wordt of men onder de forensen- of toeristenbelasting valt. Tarief en opbrengst Het tarief 2021 en opbrengsten over de afgelopen jaren waren als volgt: Omschrijving WOZ-waarde € 2021 € < 55.000 133 55.000-69.000 407 70.000-79.000 470 80.000-89.000 525 90.000-99.000 587 100.000-109.000 647 110.000-119.000 680 120.000-129.000 763 130.000-139.000 803 140.000-149.000 842 150.000 of meer 881 Opbrengst x € 1000* 2018 2019 2020 2021 Forensenbelasting 57 61 77 81 *Bron FMS werkelijk 2018-2020/begroting 2021 Toekomstige ontwikkelingen In het rapport herziening gemeentelijk belastinggebied is ook een optie opgenomen voor modernisering van overige gemeentelijke belastingen. Tegen de forensenbelasting bestaat soms weerstand omdat de forensenbelasting bovenop de OZB-eigenaren woningen komt, en eveneens op basis van de WOZ-waarde kan worden geheven. Gevoelsmatig betaalt een eigenaar dus dubbel belasting over zijn tweede woning; alleen als hij kan aantonen dat zijn tweede woning minder dan 90 dagen gemeubileerd tot zijn beschikking heeft gestaan wordt geen forensenbelasting geheven. In het rapport wordt voorgesteld om een soort algemene dagverblijfsbelasting in te voeren. Zo krijgen gemeenten de mogelijkheid om alle soorten van verblijf tegen betaling door niet-ingezetenen binnen hun gemeentegrenzen te belasten. Het nadeel is wel dat het een juridisch complexe opgave is om zorgvuldig te beschrijven welk criteria het verblijf moet voldoen waarop de belasting van toepassing is. 4.6Toeristenbelasting Algemeen Toeristenbelasting wordt geheven van degene die gelegenheid biedt tot verblijf biedt, zoals een campingeigenaar of een recreatiepark. De belastingplichtige mag deze belasting verhalen op degene die verblijf houdt. Jaarlijks ontvangen vermoedelijk belastingplichtigen een brief om aangifte te doen. Vanaf 2021 kan men digitaal aangifte doen. De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf: door degene die: als verpleegde of verzorgde in een inrichting tot verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van ouden van dagen verblijft; verblijf houdt in een gemeubileerde woning indien hij ter zake van het verblijf in of het ter beschikking houden van die woning forensenbelasting is verschuldigd; van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2, van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers. Tarief en opbrengst De tarieven en opbrengsten over de afgelopen jaren waren als volgt: Omschrijving 2021 € Per persoon per overnachting 0,90 Opbrengst x € 1000* 2018 2019 2020 2021 Toeristenbelasting 54 101 71 84 *Bron FMS werkelijk 2018-2020/begroting 2021 Verschil 2018 en 2019 is te verklaren doordat een aantal nota’s over boekjaar 2018 in 2019 zijn geboekt. Toekomstige ontwikkelingen Het tarief is de afgelopen jaren stapsgewijs gestegen en vastgesteld naar € 1,- in
  4. Dit is ook in lijn met omliggende gemeenten. Vanuit de sector is gevraagd naar tariefdifferentiatie (bijvoorbeeld lager tarief voor kamperen ten opzichte van verblijf op park). Het initiatief wordt door de sector opgepakt om tijdig met een voorstel en voorbeelden te komen. Hiernaar is door ons in januari en mei van dit jaar navraag gedaan. Verder heeft de toeristenbelasting een vergelijkbare functie als de forensenbelasting. In het rapport herziening gemeentelijk belastinggebied wordt voorgesteld deze belasting te vervangen door een dag/nachtverblijfsbelasting, waarmee elke vorm van betaald recreatief dagverblijf (zoals pretparken, dierentuinen) kan worden belast. Ook al kennen wij als gemeente dergelijke vormen nog niet zozeer, het leidt tot minder ongelijkheid tussen belast en onbelast verblijf en tot minder oneerlijke concurrentie ten opzichte van meer klassieke verblijfbieders, zoals hotels. 4.7Leges Algemeen Leges zijn vergoedingen voor individuele tegenprestaties die een gemeente levert. Met name voor het behandelen van aanvragen voor vergunningen en ontheffingen, het geven van inlichten, verstrekken van afschriften, verklaringen, paspoorten, rijbewijzen et cetera. Legesheffing mag alleen dienen om kosten te verhalen. Er mag geen winst gemaakt worden. Een belastingrechter beoordeeld de legesheffing in samenhangende (kosten)groepen. Niet elke post wordt afzonderlijk beoordeeld. De legesverordening is opgelegd in drie titels die elk niet meer dan 100% kostendekkend mogen zijn. Ook toetst de rechter of legesheffing niet leidt tot onredelijke of willekeurige belastingheffing. Tarief en opbrengst De tarieventabel is te groot om in deze nota op te nemen. Wel kunt u in onderstaande grafieken zien hoe de kosten en opbrengsten zich tot elkaar verhouden. Deze gegevens zijn conform begroting
  5. Titel 1 – algemene dienstverlening Titel 1 van de legesverordening betreft voornamelijk leges met betrekking tot burgerzaken: paspoorten, rijbewijzen, huwelijken. Een aantal subcategorieën maken hier ook deel van uit zoals winkeltijdenwet, ondergrondse infrastructuur. In deze titel is weinig ruimte om tarieven te verhogen, omdat opbrengsten voornamelijk veroorzaakt worden door paspoorten en rijbewijzen. Deze tarieven zijn momenteel gelijk aan de wettelijk maximaal toegestane hoogte. Titel 1 Algemene dienstverlening Kosten Opbrengsten Kostendekking hoofdstuk 1 Burgerlijke stand € 37.585 € 29.253 77,83% hoofdstuk 2 Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart € 69.552 € 61.298 88,13% hoofdstuk 3 Rijbewijzen € 93.520 € 82.251 87,95% hoofdstuk 4 Verstrekkingen uit de basisregistratie personen € 6.037 € 3.090 51,18% hoofdstuk 5 Verstrekkingen uit het Kiezersregister € 0 € 0 0,00% hoofdstuk 6 Verstrekkingen op grond van Wet BP € 0 € 0 0,00% hoofdstuk 7 Bestuursstukken € 0 € 0 0,00% hoofdstuk 8 Overige publiekszaken € 12.453 € 10.520 84,48% hoofdstuk 9 Gemeentearchief € 0 € 0 0,00% hoofdstuk 10 Huisvestingswet € 0 € 0 0,00% hoofdstuk 11 Leegstandswet € 0 € 0 0,00% hoofdstuk 12 Gemeentegarantie € 0 € 0 0,00% hoofdstuk 13 Standplaatsen € 0 € 0 0,00% hoofdstuk 14 Winkeltijdenwet € 0 € 0 0,00% hoofdstuk 15 Kansspelen € 0 € 0 0,00% hoofdstuk 16 Kinderopvang € 0 € 0 0,00% hoofdstuk 17 Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur € 9.409 € 10.056 106,88% hoofdstuk 18 Verkeer en vervoer € 6.472 € 2.831 43,74% hoofdstuk 19 Diversen € 0 € 5 0,00% Kostendekking Titel 1 € 235.028 € 199.304 84,80% Titel 2 – fysieke leefomgeving Titel 2 van de legesverordening gaat over alles wat met omgevingsvergunningen te maken heeft. De kostendekking is hier net onder de 100%. Er moet altijd enige marge blijven in verband met jurisprudentie. Verder zullen hier voor de toekomst aanpassingen komen in verband met de Omgevingswet. Titel 2 Fysieke leefomgeving / omgevingsvergunning Kosten Opbrengsten Kostendekking hoofdstuk 1 Begripsomschrijvingen € 0 € 0 0,00% hoofdstuk 2 Beoordeling conceptaanvraag Wabo € 4.172 € 5.321 127,54% hoofdstuk 3 Omgevingsvergunning (incl. kap/welstand/afw.bouwpl) € 640.382 € 583.980 91,19% hoofdstuk 4 Vermindering € 0 € 0 0,00% hoofdstuk 5 Verhoging € 0 € 0 0,00% hoofdstuk 6 Teruggaaf € 0 € 0 0,00% hoofdstuk 7 Intrekking omgevingsvergunning € 0 € 0 0,00% hoofdstuk 8 Wijziging omgevingsvergunning als gevolg van wijziging project € 0 € 0 0,00% hoofdstuk 9 Wijziging en herziening van het bestemmingsplan € 82.229 € 60.059 73,04% hoofdstuk 10 In deze titel niet benoemde beschikking € 0 € 0 0,00% hoofdstuk 11 Overige verstrekte diensten € 0 € 0 0,00% Kostendekking Titel 2 € 726.783 € 649.360 89,35% Titel 3 - Europese dienstenrichtlijn Deze titel gaat met name over de evenementenvergunningen en standplaatsen. Vanwege maatschappelijke betekenis ervan is dit bij veel gemeenten niet 100% kostendekkend. Titel 3 Europese dienstenrichtlijn Kosten Opbrengsten Kostendekking hoofdstuk 1 Horeca € 1.790 € 1.210 67,60% hoofdstuk 2 Organiseren evenementen of markten € 14.282 € 10.578 74,07% hoofdstuk 3 Standplaatsen € 9.214 € 9.160 99,41% hoofdstuk 4 Winkeltijdenwet € 464 € 123 26,51% hoofdstuk 6 Brandbeveiligingsverordening € 0 € 0 0,00% hoofdstuk 7 In deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking € 0 € 0 0,00% Kostendekking Titel 3 € 25.750 € 21.071 81,83% Totaaloverzicht begrote kosten en opbrengsten 2021: Recapitulatie Titel 1, 2 en 3 2021 Kosten Opbrengsten Kostendekking Kostendekking Titel 1 € 235.028 € 199.304 84,80% Kostendekking Titel 2 € 726.783 € 649.360 89,35% Kostendekking Titel 3 € 25.750 € 21.071 81,83% Kostendekking totale tarieventabel € 987.561 € 869.735 88,07% Binnen de afzonderlijke titels is kruissubsidiëring toegestaan. Dit betekent dat verlies op de ene dienst gecompenseerd mag worden met overdekking op de andere dienst. Maar het is niet mogelijk om bijvoorbeeld titel 1 met titel 3 te compenseren. Toekomstige ontwikkelingen Leges blijft altijd een ingewikkeld onderdeel. Voor de toekomst speelt de inwerkingtreding van de Omgevingswet een grote rol. Bepaalde activiteiten zullen juist wel belastingplichtig zijn en bepaalde juist niet meer. Het streven is en blijft (bijna) 100% kostendekkendheid, met enige marge in verband jurisprudentie en/of wettelijke wijzigingen. In de loop van 2022 zal de legesverordening aangepast worden conform de bepalingen door de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Ook de kostendekkendheid wordt hierin meegenomen. 4.8Rioolaansluitrecht Algemeen Voor het tot stand brengen van een aansluiting van een eigendom op de gemeentelijke riolering is eenmalig rioolaansluitrecht verschuldigd. Voor gemeentelijke uitbreidingsplannen zijn de kosten verweven in de exploitatiekosten van het hele plan. Er is een aansluitbeleid opgesteld waar de specifieke eisen in staan. Ook voor deze belasting is het van belang dat er een individuele tegenprestatie tegenover staat. De opbrengst mag niet meer dan 100% kostendekkend zijn. Bij elke aanvraag om een omgevingsvergunning wordt beoordeeld of er een aansluiting gerealiseerd moet worden en worden werkzaamheden ingepland. Tarief en opbrengst De tarieven en opbrengsten over de afgelopen jaren waren als volgt: Omschrijving 2021 € Eenmalig rioolaansluitrecht 4156 Opbrengst x € 1000 * 2018 2019 2020 2021 Rioolaansluitrecht 129 131 73 118 *Bron FMS werkelijk 2018-2020/begroting 2021 In onderstaand overzicht vindt u de verdeling weer van kosten en opbrengsten, begroting
  6. Kosten Bedrag 7.2 Riolering incl. personeel € 102.894 Overhead € 17.223 BTW € 17.850 Totaal Kosten € 137.967 Opbrengsten Bedrag 1.1 Rioolaansluitrecht € 118.543 Totaal Opbrengsten € 118.543 Totaaloverzicht Bedrag Totaal kosten € 137.967 Totaal opbrengsten € 118.543 Kostendekkendheidspercentage 85.92% Toekomstige ontwikkelingen Er zijn geen toekomstige ontwikkelingen met betrekking tot rioolaansluitrecht. Wel wordt een nieuw beheersplan opgesteld waar kosten met betrekking tot rioolheffing en rioolaansluitrecht worden uitgewerkt. 4.9Marktgelden Algemeen Voor het innemen van een standplaats op de weekmarkt zijn leges verschuldigd. Daarnaast zijn ook leges verschuldigd voor iemand die wekelijks een standplaats inneemt op een openbare plaats, denk hierbij aan bijvoorbeeld de verkoop van kaas of vis. De leges die hiervoor verschuldigd zijn, staan vermeld in de algemene legesverordening. Voor de weekmarkt is een aparte verordening vastgesteld. Elk kwartaal worden de nota’s verstuurd naar de vaste standplaatshouders en eventuele losse standplaatsen worden hierbij meegenomen. De marktmeester geeft wijzigingen door aan het team Gegevensbeheer. Tarief en opbrengst De tarieven en opbrengsten over de afgelopen jaren waren als volgt: Omschrijving 2021 € Vaste standplaats 1,65 Losse standplaats 2,35 Opbrengst x € 1000* 2018 2019 2020 2021 Marktgelden 22 21 19 21 *Bron FMS werkelijk 2018-2020/begroting 2021 In onderstaand overzicht vindt u de verdeling weer van kosten en opbrengsten, begroting
  7. Kosten Bedrag 3.3 Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen € 28.054 Overhead € 3.525 BTW € 0 Totaal Kosten € 31.579 Opbrengsten Bedrag 1 Marktgelden € 30.160 Totaal Opbrengsten € 30.160 Totaaloverzicht Bedrag Totaal kosten € 31.579 Totaal opbrengsten € 30.160 Kostendekkendheidspercentage 95,51% Toekomstige ontwikkelingen Er zijn geen toekomstige ontwikkelingen met betrekking tot marktgelden. 4.10Begraafrechten Algemeen Begraafrechten, wettelijke benaming is lijkbezorgingsrechten, worden geheven voor het gebruik van de begraafplaatsen en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met het begraven in ruime zin op de gemeentelijke begraafplaatsen. De opbrengst mag niet meer dan kostendekkend zijn. Tarief en opbrengst De tarieven en opbrengsten over de afgelopen jaren waren als volgt: Omschrijving 2021 € Grafruimte 1 diep 30 jaar 1264 Grafruimte 1 diep 50 jaar 2106 Grafruimte 1 diep onbepaalde tijd 8424 Grafruimte 2 diep 30 jaar 2528 Grafruimte 2 diep 50 jaar 4212 Grafruimte 2 diep onbepaalde tijd 16848 Verlenging 1 graf 1 diep 10 jaar 422 Verlenging 1 graf 1 diep 20 jaar 844 Verlenging 1 graf 2 diep 10 jaar 844 Verlenging 1 graf 2 diep 20 jaar 1688 Begraven 12 jaar en ouder 598 Begraven 1 tot 12 jaar 494 Begraven 0 tot 1 jaar 250 Plaatsen urn 250 Extra kosten begraven tussen 17.00-09.00 uur 123 Inschrijven/overschrijven 1 graf 1 diep 27 Inschrijven/overschrijven 1 graf 2 diep 54 Grafmonument niet breder dan 50 cm 71 Grafmonument breder dan 50 cm 102 Opbrengst x €1000* 2018 2019 2020 2021 Begraafrechten 336 338 374 345 *Bron FMS werkelijk 2018-2020/begroting 2021 In onderstaand overzicht vindt u de verdeling weer van kosten en opbrengsten, begroting
  8. Kosten Bedrag 7.5 Begraafplaatsen en crematoria € 310.684 Overhead* € 193.967 BTW € 0 Totaal Kosten € 504.651 *Vanaf 2021 wordt overhead op basis van vast percentage directe loonkosten doorgerekend (zie financiële verordening 2021). Opbrengsten Bedrag 1 Begraafplaatsen € 345.300 Totaal Opbrengsten € 345.300 Totaaloverzicht Bedrag Totaal kosten € 504.651 Totaal opbrengsten € 345.300 Kostendekkendheidspercentage 68,42% Toekomstige ontwikkelingen Er wordt onderzoek gedaan naar een plek met gedenkmonument op de begraafplaatsen in Staphorst, Rouveen en IJhorst voor overleden immature kinderen tot 24 weken van de zwangerschap. De zogenaamde vlinderbegraafplaats. Hierover wordt u afzonderlijk geïnformeerd. Verder zijn onze begraaftarieven (ook in vergelijking tot buurgemeenten) laag, wat resulteert in een laag kostendekkendheidspercentage. Hierdoor wordt meer vanuit de algemene middelen toegevoegd om zo kosten te dekken. 5.Overige belastingen Zoals in het begin van deze nota aangegeven kan een gemeente ervoor kiezen belastingen in te voeren. Het is een keuzemogelijkheid. In dit hoofdstuk gaan we in op de belastingen die wij in Staphorst niet heffen met daarbij de motivering. 5.1Roerende ruimtebelasting Gemeenten kunnen naast het heffen van onroerende-zaakbelasting ook kiezen om roerende zaken in de heffing te betrekken. Het gaat om woon- en/of bedrijfsruimten die duurzaam aan een plaats gebonden zijn en dienen voor permanente bewoning of gebruik. Denk hierbij bijvoorbeeld aan caravans en woonboten. Slechts een beperkt aantal gemeenten heeft deze belasting ingevoerd. De opbrengst komt ten gunste van de algemene middelen. Invoering leidt tot een behoorlijke toename van werkzaamheden. Er is geen basisregistratie waaruit gegevens geput kunnen worden die ten grondslag liggen aan de heffing. Daardoor zijn uitvoeringskosten en perceptiekosten vaak hoog en leidt tot geringe meeropbrengst. 5.2Reclamebelasting Ook reclamebelasting is een opbrengst die ten gunste komt van de algemene middelen. Het gaat om aankondigingen die zichtbaar zijn vanaf de openbare weg. Voorbeelden hiervan zijn affiches in bushokjes of reclame op panden zichtbaar vanaf de openbare weg. Een uiting voor publiek belang valt niet onder heffing. Een voorbeeld hiervan is ANWB op bewegwijzering, Een gemeente kan kiezen om reclamebelasting in een bepaald gebied te heffen, dan is de opbrengst een bestemmingsheffing, bijvoorbeeld om centrumontwikkeling of -promotie te bekostigen. Een soort voeding voor het ondernemersfonds. De perceptiekosten zijn aanzienlijk hoog, dit is de voornaamste reden dat in Staphorst geen reclamebelasting wordt geheven. 5.3Precariobelasting Een raad kan kiezen om precariobelasting te heffen. Het gaat hierbij om het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. Een veel voorkomend voorwerp van belasting is bijvoorbeeld een terras. Dat is ook de reden dat in veel grote gemeenten deze belasting wordt geheven. Ook provincies en waterschappen hebben de mogelijkheid deze belasting te heffen. Precario heeft ook de eigenschap van een retributie, omdat het een betaling is waarbij ingebruikname van grond wordt gedoogd. Wettelijk zijn een aantal onderwerpen uitgezonderd van de heffing, zoals bijvoorbeeld infrastructuur en elektriciteitsnetwerken. Ook deze belasting kent hoge perceptiekosten in verband met toezicht en uitvoering, waardoor de opbrengst in verhouding gering zou zijn in onze gemeente. Het aantal voorwerpen op, onder of boven openbare grond is momenteel gering, waardoor het niet effectief is. 5.4Baatbelasting Ook heeft de gemeente de bevoegdheid om een baatbelasting te heffen. Dit vindt plaats van degenen die van die onroerende zaken het genot hebben krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, waarbij de aan de voorzieningen verbonden lasten geheel of gedeeltelijk worden omgeslagen. Daarbij besluit de raad eerst in welke mate aan de voorzieningen verbonden lasten door middel van baatbelasting zullen worden verhaald. Of een onroerende zaak is gebaat wordt beoordeeld naar de toestand op een te bepalen tijdstip dat is gelegen uiterlijk een jaar nadat de voorzieningen zijn voltooid. Het is een zakelijke profijtbelasting en moet betrekking hebben op een bepaald vooraf vastgesteld gebied. Tot op heden is in Staphorst nog geen gebruik gemaakt van deze heffing. 5.5BIZ Een BIZ-heffing is een heffing in een afgebakend gebied, waarbinnen ondernemers gezamenlijk investeren in een aantrekkelijkere en veiligere bedrijfsomgeving. Bij voldoende draagvlak betalen alle ondernemers mee. De gemeente stelt hiervoor een bestemmingsheffing in. De opbrengst keert de gemeente in zijn geheel uit aan de stichting of vereniging die activiteiten namens de ondernemers uitvoert op basis van een uitvoeringsovereenkomst. Denk bijvoorbeeld aan activiteiten zoals inhuur surveillancediensten, camerabewaking, verlichting, verbeteren verkeersvoorzieningen. Er moet een uitgebreide procedure worden doorlopen vóórdat een BIZ ingesteld kan worden, dit om juridische consequenties zorgvuldig te onderzoeken. Het initiatief ligt bij de gebruikers en/of eigenaren van bedrijven. 5.6Parkeerbelasting Gemeenten kunnen een parkeerbelasting heffen. Deze belasting heeft een regulerend karakter en heeft daarnaast ook retributieve kenmerken. De Gemeentewet maakt onderscheid in het parkeren van voertuigen of het verlenen van parkeervergunningen. In Staphorst kennen we de parkeerbelasting niet. De huidige omgevingen zijn niet ingericht om dit zomaar in te voeren. Qua uitvoering zijn de perceptiekosten hoog in verband met handhaving en toename bezwarenafhandeling (ervaring van gemeenten die dit wel heffen). 5.7Overig En zo zijn er nog een aantal kleine belastingen die in Staphorst niet uitgevoerd worden, zoals reinigingsrechten voor bedrijven, scheepvaartrechten (havengelden), vermakelijkheidsretributies. Om dit te kunnen heffen moet er een individuele tegenprestatie van de gemeente tegenover staan. 6.Heffing, invordering en kwijtschelding 6.1Algemeen Om belastingen of leges te kunnen heffen stelt u als raad jaarlijks belastingverordeningen vast. Hierin zijn alle bepalingen opgenomen om tot een juiste heffing over te gaan. De regels voor de invordering van belastingen zijn opgenomen in de Invorderingswet. Artikel 231 van de Gemeentewet bepaalt dat deze wet van toepassing is. Ook is de Algemene wet inzake rijksbelastingen en de Algemene wet Bestuursrecht van toepassing. Hierin staan alle eisen met betrekking tot het uitreiken van een aanslagbiljet/nota, de bezwaar- en beroepsprocedures. De inspecteur stelt de belastingaanslag vast. Dat is geregeld in art. 11 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Deze functionaris wordt in de Gemeentewet als de heffingsambtenaar aangeduid. De invordering is een taak van de invorderingsambtenaar. 6.2Heffen Meestal wordt de heffing bij wege van aanslag gedaan. Soms is dat niet praktisch en geschiedt het op andere wijze, zoals bijvoorbeeld een (kassa)bon bij het aanvragen van een rijbewijs. Er zijn verschillende mogelijkheden, maar voor de regels staat elke wijze gelijk aan heffing bij wege van aanslag. Dat betekent dat hiervoor ook dezelfde regels gelden met betrekking tot bezwaar en beroep. Sinds een aantal jaren kunnen belastingplichtigen zich abonneren op de BerichtenBox van MijnOverheid. Zo ontvangt men het aanslagbiljet digitaal. Dit bespaart perceptiekosten en is milieuvriendelijker. Ongeveer 25% van de aanslagbiljetten gaat digitaal. 6.3Invordering Op het aanslagbiljet staat vermeld binnen welke termijn deze moet worden voldaan. De regels hiervoor zijn opgenomen in de belastingverordening. Sommige belastingen worden gecombineerd op één biljet, zoals de lokale belastingen als OZB, hondenbelasting, afvalstoffen- en rioolheffing. Bij het niet nakomen van de betalingsverplichting ontvangen belastingplichtigen eerst een kosteloze herinnering. Vervolgens een aanmaning en eventueel een dwangbevel. Aan de laatst genoemde maatregelen zijn wel kosten verbonden. Ook is het mogelijk om de gemeente te machtigen voor automatische incasso. Het voordeel hiervan is dat betalingen over het hele jaar verspreid worden. Voor sommige belastingen geldt een beperkter aantal incassotermijnen. Verder is onze wens om meer betaalmogelijkheden aan te bieden, bijvoorbeeld door middel van een QR-code of Ideal via een ‘Mijn Staphorst’-omgeving. Dit is afhankelijk van de websitemogelijkheden en wordt onderzocht. Eventuele verzoeken om uitstel van betaling worden door de invorderingsambtenaar beoordeeld. Zo is het mogelijk om een betalingsregeling te treffen. Over het te lang openstaande bedrag kan dan invorderingsrente in rekening worden gebracht. In verband met corona wordt in ieder geval tot 31 december 2021 geen invorderingsrente in rekening gebracht. Onderstaand overzicht geeft het aantal herinneringen, aanmaningen en dwangbevelen weer van de afgelopen jaren. Omschrijving 2018 2019 2020 Herinnering 874 1009 1051 Aanmaning 275 280 281 Dwangbevel 137 140 140 De stijging van het aantal herinneringen kan veroorzaakt worden doordat mensen zich abonneren op de BerichtenBox om digitaal post te ontvangen. Als men geen machtiging voor incasso heeft afgegeven en vervolgens de betaling niet direct in telebankieren zet kan het worden vergeten. Om die reden versturen wij de herinnering en aanmaning vervolgens zowel digitaal als per post. 6.4Kwijtschelding Wanneer het buitengewoon bezwaarlijk is om de aanslag te voldoen kan de belastingplichtige een beroep doen op kwijtschelding. In de Leidraad Invordering 2008 staan voorwaarden vastgelegd. Daarnaast is de regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen van toepassing. De gemeenteraad kan bepalen voor welke belasting wel of geen kwijtschelding wordt verleend. Bepalend hierbij is vaak in welke mate de lasten drukken op belastingplichtige. Voorbeelden van belastingen die voor kwijtschelding in aanmerking komen zijn de afvalstoffenheffing en rioolheffing. Sinds een aantal jaren maken we gebruik van een geautomatiseerde kwijtscheldingstoets uitgevoerd door een landelijk inlichtingenbureau. De eerste aanvraag moet altijd schriftelijk, waarbij belastingplichtige vervolgens toestemming geeft om de volgende beoordeling geautomatiseerd te doen. Bij toekenning wordt dit direct op de belastingaanslag in mindering gebracht. Tot 2020 behandelden wij ook de aanvragen voor het waterschap. Maar dat wordt inmiddels weer door GBLT zelf uitgevoerd. Onderstaand overzicht geeft aanvragen over de afgelopen jaren weer. Omschrijving 2018 2019 2020 2021* Aantal kwijtscheldingsaanvragen 165 162 165 153 Waarvan geautomatiseerd 117 122 117 107 Toekenning 151 148 131 121 Afwijzing 14 14 33 31 In behandeling 1 Verleende kwijtschelding in € 55000 62000 52000 45000 *stand van zaken juli
  9. Geen verwachte toename meer ivm aanslagoplegging begin kalenderjaar. 6.4Overige regelgeving Voor de heffing en invordering zijn diverse regelementen, aanwijzingsbesluiten of beleidsnotities van toepassing. Deze zijn te vinden op www.staphorst.nl. Beleidsregels ambtshalve vermindering gemeentelijke belastingen Beleidsregels aanwijzen belastingplichtige in keuzesituaties Beleidsregels proceskostenvergoeding in fiscale procedures Aanwijzingsbesluit heffings-, WOZ-, invorderings- en belastingambtenaren Regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen 7.Lokale lastendruk Jaarlijks informeren wij u via de begrotingsbehandelingen in een afzonderlijke paragraaf lokale heffingen over de lokale lastendruk. In onderstaand overzicht is dit naast elkaar gezet over de afgelopen jaren. Uitgangspunt is lasten voor een eigenaar en gebruiker van een ‘standaardwoning’ met een gemiddelde waarde van € 260.000,- die per jaar 4 ledigingen restafval 240 liter aanbiedt. Deze ledigingen worden achteraf in rekening gebracht. Daarnaast is het natuurlijk zo dat de woningwaarden de afgelopen zijn gestegen, waardoor het totaalbedrag waarschijnlijk wat hoger uitvalt. Omschrijving 2018 € 2019 € 2020 € 2021 € Onroerende-zaakbelasting 266 260 282 300 Afvalstoffenheffing 176 176 176 211 Rioolheffing 230 230 230 208 Totaal 672 666 688 719 8.Staphorst ten opzichte van andere gemeenten Hoe verhouden zich de lokale lasten van Staphorst ten opzichte van andere omliggende gemeenten in 2021? Coelo heeft hiervoor een lokale lastencalculator geïntroduceerd. Uitgangspunt van onderstaande tabel is een woningwaarde van € 260.000 en een huishouden van 4 personen. Omschrijving* OZB € Afval € Riool € Totaal € Staphorst 300 229 208 737 Zwartewaterland 281 219 322 822 +11,53% Dalfsen 284 267 133 684 -7,19% Ommen 279 249 222 750 +1,76% Olst-Wijhe 424 218 232 874 +18,5% Raalte 309 214 233 756 +2,57% Zwolle 292 291 108 691 -6,24% Kampen 336 262 126 724 -1,76% Steenwijkerland 258 261 210 729 -1,08% Meppel 333 209 174 716 -2,85% De Wolden 288 202 231 721 -2,17% Westerveld 283 249 199 731 -0,81% *Bron Coelo Het gemiddelde van deze gemeenten is € 744,
  10. De lokale lasten van Staphorst liggen in 2021 onder het gemiddelde.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.