Aanvullingsbesluit planvorming WaterlandkwartierVastgesteld door college B&W op 16 augustus 2022 (registratienummer 1571097) 1.Inleiding In 2021 legde de gemeenteraad het Masterplan Waterlandkwartier Purmerend vast. Daarin wordt voorzien in de transformatie van dit gebied, waar nu vooral kantoren en enkele voorzieningen aanwezig zijn, naar een woon-werk gebied met voorzieningen die Purmerend een nieuw impuls gaat geven. Daar hoort ook een vernieuwde OV-knooppunt bij waarin alle modaliteiten bij elkaar komen en Purmerend beter op de rest van de regio aansluit. De nieuwbouwplannen in het Waterlandkwartier vergen investeringen in de verbetering en nieuwe aanleg van openbare infrastructuur en voorzieningen. Op basis van de afdeling grondexploitatie Wet ruimtelijke ordening en straks de afdelingen 13.6 en 13.7 Omgevingswet dienen deze kosten gedragen te worden door alle grondexploitanten die baat ondervinden van deze investeringen. Deze investeringen zullen soms bredere gebieden dienen dan het Waterlandkwartier alleen. Ze zijn namelijk nodig vanwege de nieuwbouwplannen in het Waterlandkwartier maar dienen ook andere delen van Purmerend en worden daarom via de nota Gebiedsoverstijgende kosten Purmerend (GKP) doorberekend aan de nieuwbouwplannen. Daarnaast zijn er investeringen nodig die alleen van dienst zijn voor de nieuwbouwplannen in het Waterlandkwartier, namelijk de herinrichting van de openbare infrastructuur binnen dit transformatiegebied. Onderhavig aanvullingsbesluit heeft als doel de bekostiging te waarborgen van deze gebiedseigen infrastructuur. Hiermee ontstaat een transparant kader voor het kostenverhaal van gebiedseigen investeringen op alle grondexploitanten in het Waterlandkwartier die profijt ondervinden van de nieuwbouwplannen. Het gaat concreet om die partijen die zullen profiteren van nieuwe bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het Waterlandkwartier, ongeacht of het gaat om gemeentelijke grond of die van derden. In de Visie Stationsgebied en Waterlandlaan, de Visie op Mobiliteit Purmerend uit 2018 en het Masterplan Waterlandkwartier uit 2021 worden de nodige ingrepen in de openbare ruimte in dit ontwikkelgebied gekenschetst, de ruimtelijke en functionele relatie met de te ontwikkelen percelen uiteengezet, en de redenen aangegeven waarom deze infrastructuur in het algemeen belang is. Onderliggend Aanvullingsbesluit voegt hieraan toe een korte omschrijving en kostenraming van de noodzakelijke investeringen (hoofdstuk 2), het gebied waarbinnen grondexploitanten een bijdrage moeten betalen (hoofdstuk 3), de bijdrage die grondexploitanten moeten betalen (hoofdstuk 4), een uitvoeringsplanning en aanwijzingen voor de bestedingen (hoofdstuk 5), en de verdeelsleutel van de kosten, zodat duidelijk is hoeveel elk concreet bouwplan dient bij te dragen (hoofdstukken 6 en 7). 2.Noodzakelijke investeringen in gebiedseigen infrastructuur in het Waterlandkwartier In de Visie Stationsgebied en Waterlandlaan, de Visie op Mobiliteit Purmerend uit 2018 en het Masterplan Waterlandkwartier uit 2021 worden die ingrepen in de openbare ruimte in het plangebied opgesomd die nodig zijn om te voorkomen dat de ruimtelijke kwaliteit, bereikbaarheid en betaalbaarheid achteruitgaan als gevolgd van de nieuwbouwplannen. Deze zijn uitgewerkt en de kosten ervan geraamd. Ook is er een inschatting gemaakt van de subsidies die de gemeente denkt te kunnen ontvangen. Tenslotte, omdat de transformatie, vooral voor de latere fases, deels afhankelijk is van grootschalige investeringen in het OV-knooppunt rondom het huidige treinstation, en deze investeringen nog onzeker zijn, is er een inschatting gemaakt van de mate van zekerheid van de investeringen in de openbare ruimte in die latere fases. Naarmate de plannen worden uitgewerkt en meer zekerheid is over het OV-knooppunt, zullen deze percentages zekerheid worden aangepast. Dat gaat in komende actualisaties van onderhavig Aanvullingsbesluit gebeuren. Investeringen t.b.v. vernieuwing openbare ruimte Kosten (CW 1/1/22) Zekerheid (%) Te verhalen kosten Waterlandlaan ventweg € 1.772.000 90% € 1.595.000 Zeevangstraat en Landsmeerstraat € 2.742.000 90% € 2.468.000 Spaarbekken € 5.093.000 90% € 4.583.000 Beatrixplein € 2.449.000 90% € 2.204.000 Rest plangebied (latere fases) € 23.692.000 50% € 11.846.000 Subtotaal € 39.671.000 € 21.101.000 Inschatting subsidies € 5.507.000 € 5.507.000 Totaal € 34.164.000 € 17.188.000 Deel reeds gecontracteerd programma (voor rekening gemeente) € 2.757.000 (16%) Totaal te verhalen op nog niet gecontracteerd nieuwbouwprogramma € 14.431.000 3.Afbakening gebied kostenverhaal Het kostenverhaalgebied wordt weergegeven in onderstaande kaart. Dit is het gebied waarin zich bevindende nieuwbouwplannen mee moeten betalen aan de kosten van gebiedseigen infrastructuur. Hieronder het totaal nieuwbouwprogramma dat verwacht wordt binnen dit gebied: Uitgiftecategorie (zie hoofdstuk 6 voor de omschrijving) M2 bvo Wegings-factor Gewogen eenheden Reeds gecontracteerd (in gewogen eenheden) Huurwoningen gesubsidieerd 39.504 0 0 0 Woningbouw commercieel 118.511 1,9 225.171 39.971 Kantoorruimte 23.500 0,8 18.800 0 Bedrijfsruimte 0 1,2 0 0 Commerciële publieke functies 2.000 2,6 5.200 0 Openbare en maatschappelijke, niet commerciële infrastructuur en voorzieningen 24.000 0 0 0 Gebouwde parkeerruimte 56.138 0 0 0 Totaal 263.653 249.171 39.971 Alle grondexploitanten binnen het kostenverhaalgebied zullen een bijdrage verschuldigd zijn. Plannen op zowel private als gemeentelijke grond zullen op gelijkwaardige voet een bijdragen leveren. Het aandeel voor het reeds gecontracteerd programma neemt de gemeente voor haar rekening. 4.Bijdrage Door de totale, aan nieuwbouwplannen toe te rekenen kosten (zie hoofdstuk 2) te delen door het totaal aantal gewogen eenheden van het nieuwbouwprogramma (inclusief het reeds gecontracteerd programma, zie hoofdstuk 3), ontstaat de bijdrage per gewogen eenheid. De bijdrage per m2 bvo voor elke uitgiftecategorie resulteert uit het vermenigvuldigen van deze bijdrage met het gewichtsfactor van de desbetreffende uitgifte categorie (voor een omschrijving van de uitgifte categorieën zie hoofdstuk 6): Bijdrage per gewogen eenheid: [kosten]/[totaal gewogen eenh] = € 17.188.164 / 249.171 = € 68,98 per gewogen eenheid Uitgiftecategorie Gewichtsfactor Bijdrage per m2 bvo Huurwoningen gesubsidieerd 0 € 0 Woningbouw commercieel 1,9 € 131,06 Kantoorruimte 0,8 € 55,19 Bedrijfsruimte 1,2 € 82,78 Commerciële publieke functies 2,6 € 179,35 Openbare en maatschappelijke, niet commerciële infrastructuur 0 € 0 Gebouwde parkeerruimte 0 € 0 5.Uitvoeringsplanning en aanwijzingen voor de bestedingen Van de totale kosten (excl. subsidies, € 34.164.000 zie hoofdstuk 2) neemt de gemeente € 19.733.000 voor haar rekening: dit is het aandeel van de investeringen (in vooral de latere fases) dat vooralsnog onzeker zijn en het aandeel dat voor rekening komt van het reeds gecontracteerd programma (dit aandeel wordt niet doorberekend aan de nieuwbouwplannen waarmee nog niet is gecontracteerd). Daarnaast draagt de gemeente het risico dat de geschatte subsidies er uiteindelijk niet komen. Er zijn natuurlijk onzekerheden betreffende de realisering van alle voorziene nieuwbouwplannen, hetgeen uiteindelijk kan leiden tot een aangepast bouwprogramma en aldus tot een andere omvang aan bijdragen. De investeringen worden alleen gedaan wanneer voldoende middelen/bijdragen zijn vergaard of beschikbaar komen, zowel uit bijdragen, uit algemene middelen of uit subsidies. Een belangrijk principe is dus dat de baten (beschikbaarheid van middelen) geborgd dienen te zijn alvorens de investeringen worden gemaakt. De gemeente kan echter ook besluiten om zelf extra middelen beschikbaar te stellen vanuit algemene middelen en daarmee, als het ware, de investeringen voorschieten totdat de bijdragen van grondexploitanten of subsidies binnen zijn. Er valt uiteindelijk ook niet uit te sluiten dat, vanwege achterliggende bijdragen, een aantal investeringen uiteindelijk uit- of afgesteld worden. De stortingen vanuit nieuwbouwplannen (op grond van zowel de gemeente of derden) worden gedaan in de Voorziening Kostenverhaal Gebiedseigen kosten Waterlandkwartier. 5.1Inwerkingtreding Nadat voorliggend aanvullingsbesluit van kracht wordt, zijn de nieuwe tarieven meteen van kracht. Met een uitzondering: wanneer in een geldige intentieovereenkomst (IO) oudere tarieven zijn afgesproken, geldt een maximale overgangsperiode van een jaar: nl. vanaf inwerkingtreding van voorliggende versie mogen die oude tarieven uiterlijk een jaar worden gehanteerd (op voorwaarde nogmaals dat dit is afgesproken in de IO). Als binnen een jaar na inwerkingtreding van voorliggende versie, de oude tarieven nog niet zijn afgesproken in een getekende anterieure overeenkomst, dan treden de nieuwe tarieven in werking. De gemeente gaat in IO’en ook geen langere termijnen afspreken. Ook zijn bouwplannen vrijgesteld die plaatsvinden op grond die door de gemeente is uitgegeven voor de inwerkingtreding van voorliggend aanvullingsbesluit. Of op grond die zich bevindt binnen gemeentelijke grondexploitaties die zijn vastgesteld voor de inwerkingtreding van voorliggende versie. 5.2Periodieke herziening aanvullingsbesluit Zoals net gesteld, kan het verwacht bouwprogramma in de loop der tijd anders worden dan op dit moment voorzien. Maar en kunnen ook veranderingen optreden in de voorgenomen investeringen. Investeringen kunnen bijvoorbeeld naar de toekomst worden geschoven, of zelfs afgesteld. Ook kunnen de investeringen veranderen in omvang of kwaliteit, en naarmate ze uitgewerkt worden kunnen de geraamde kosten anders worden. Daarom zal dit aanvullingsbesluit periodiek worden geactualiseerd. Voor wat betreft de investeringen, deze actualisatie kan aan de hand van de GWW-index. Echter, in de loop der tijd kunnen omvangrijkere veranderingen optreden die gaan over uit- of afstel van investeringsvoornemens, of over aangepaste kostenramingen. Deze veranderingen kunnen niet worden opgevangen door indexatie, en kunnen alleen middels grondige actualisering gebeuren. Hier zal dan opnieuw gekeken worden naar de nog actuele investeringsvoornemens en diens kostenramingen. Hoe dan ook, actualisering zal lijden tot een aangepaste bijdrage van grondexploitanten. De periodieke herziening dient er dus voor te zorgen dat de investeringen en bijdragen in evenwicht zijn over de looptijd van de transformatie van het Waterlandkwartier. 6.Principes omslagmethode 6.1Enkele uitgifte categorieën worden vrijgesteld De verschillende uitgifte categorieën en diens gewichtsfactor zijn: Huurwoningen gesubsidieerd: 0. Het gaat om huurwoningen in eigendom van en geëxploiteerd door een toegelaten instelling met een aanvangshuurprijs onder de grens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag, waarbij de instandhouding voor de in een gemeentelijke verordening omschreven doelgroep voor vijf en twintig
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.