← Nederland

Integrale beleidsnota sociaal domein 2023-2026 (Twenterand)

Integrale beleidsnota sociaal domein 2023-2026Voorwoord Beste lezer, De handen uit de mouwen. Vijf woorden die prima weergeven waar we in Twenterand goed in zijn. Als er iets georganiseerd moet worden, dan zetten we samen de schouders eronder. Als het even tegenzit, dan kijken we eerst of we het misschien zelf wel kunnen oplossen. En als iemand écht hulp nodig heeft? Dan steken we uiteraard met elkaar de helpende hand toe. Zo doen we dat in Twenterand. Al eeuwen. In Twenterand willen we dat iedereen zo goed mogelijk moet kunnen meedoen. Voor inwoners die daarbij wel wat ondersteuning kunnen gebruiken, hebben we die hulp goed geregeld. Op welke manier we dat doen, dat staat in ons zogeheten sociaal beleid. Centraal in dat beleid staat de inwoner. Wat heeft die inwoner nodig om zo goed mogelijk te kunnen meedoen en het liefst zoveel mogelijk zelf? Het zélf doen. Dat past goed bij de Twenterandse mentaliteit van de handen uit de mouwen steken. Bovendien is het ook financieel gezien absolute noodzaak. We kúnnen als gemeente simpelweg niet meer voor iedereen álle hulp bekostigen. We moeten dus keuzes maken. Daarom vragen we inwoners om eerst te kijken wat ze zelf kunnen doen. En daarna of de omgeving kan helpen. Lukt dat niet, dan is er een vangnet voor de meest kwetsbaren. In Twenterand ligt het sociaal beleid vast in deze Integrale Beleidsnota Sociaal Domein. Daarin staan dus de plannen voor de komende jaren. Meer dan ooit hebben we hierbij rekening gehouden met wat onze inwoners belangrijk vinden. Dat hebben we opgehaald via het digitale platform twenterand.ikpraatmee.nl. Ook hebben we uitgebreid gesproken met onze partners. Kortom, met welzijns- en zorgorganisaties die in onze gemeente werken. De plannen zijn gebouwd op vier belangrijke levensfasen: de lerende, participerende, zelfredzame en gezonde Twenterander. Dat centraal staan van de inwoner is niet nieuw, maar vormt nu wél zonder meer de ruggengraat van ons sociale beleid. Er is in deze nota meer dan ooit aandacht voor het onderwijs en de rol daarvan. Allemaal met het doel inwoners in elke levensfase zo goed mogelijk mee te kunnen laten doen. Met deze Integrale Beleidsnota Sociaal Domein is ons sociaal beleid toekomstbestendig. We spelen in op de vraagstukken van nu, zoals energiearmoede, bestaanszekerheid en een sociaal sterker Twenterand. Daarbij is er extra aandacht voor educatie en preventie. In onze plannen is er volop ruimte voor de uitdagingen waar we in Twenterand de komende jaren op sociaal vlak voor staan. Samen. Met elkaar. De handen uit de mouwen. Wethouder Mark Paters Maatschappelijke ondersteuning en publieke gezondheid Wethouder Aimée van der Ham Participatiewet en sociale zaken Inleiding IBN Voor u ligt de nieuwe integrale beleidsnota sociaal domein (hierna: IBN). Met deze nota geeft de gemeente Twenterand invulling aan het lokale sociaal beleid. De komende vier jaren vormen deze nota en het coalitieakkoord de basis voor het gemeentelijk beleid in het sociaal domein. Zowel in de Jeugdwet (artikel 2.2), de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (hierna: Wmo 2015) (artikel 2.1.2), de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (artikel 2), de Participatiewet (artikel 8d) als de Wet publieke gezondheid (artikel 13) wordt verplicht een door de raad vast te stellen plan of nota voorgeschreven. Middels deze nota en de uitwerking willen wij voldoen aan deze wettelijke eisen. In de bijlage bij de conceptnota is het wettelijk kader uitgewerkt. In de vorige periode was er naast de IBN nog een aparte nota voor lokaal gezondheidsbeleid. Dat is nu niet langer het geval: gezondheid is een integraal onderdeel van deze nota geworden. Onderwijs had in de vorige nota nog een tamelijk beperkte plek, maar gezien alle verbindingen met andere terreinen, zoals jeugd, werk en participatie, is deze nu ook volwaardig opgenomen. Het sociaal domein beslaat een breed veld met allerlei thema’s. Jeugd en maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015) zijn wellicht het meest bekend, maar ook participatie, minimabeleid, schuldhulpverlening, onderwijs en gezondheidsbeleid zijn onderdeel van het sociaal domein. Daarnaast zijn er diverse raakvlakken met bijvoorbeeld sport, veiligheid, economie, ruimte en realisatie. Waar relevant zijn deze raakvlakken expliciet benoemd in de opgaven. De komende jaren staan we lokaal voor een aantal grote uitdagingen, die het hoofd moeten worden geboden. De nota gaat in op de trends in de maatschappij en beleid en benoemt actuele opgaven in bestaanszekerheid, vluchtelingenopvang, mentale gezondheid en meedoen in de meest brede zin van het woord (van arbeid tot vrijwilligers/mantelzorgers). Binnen gezondheid wordt er steeds meer gekeken naar preventie, tegenover het ‘medisch’ oplossen van gezondheidsvraagstukken, hetgeen zich ook in ons beleid weerspiegelt. De betaalbaarheid van zowel de jeugdhulp als de maatschappelijke ondersteuning ontbreken ook niet, zij zullen ook de komende jaren actueel zijn, ook als onderdeel van de totale gemeentelijke financiële opgave. Daarnaast staat de gemeente Twenterand uiteraard niet op zichzelf. Landelijke en regionale ontwikkelingen werken door in het lokale sociaal beleid. Vaak positief, maar soms ook negatief. Bijvoorbeeld door het ontbreken van een duidelijke visie of wetgeving, of het wel overhevelen van taken, maar dan zonder de benodigde middelen. De nota is geschreven vanuit het perspectief van de inwoners van de gemeente Twenterand. Inwoners die veelal vitaal, veerkrachtig en maatschappelijk betrokken zijn, maar dat niet alleen kunnen. Soms hebben ze hiervoor een steuntje in de rug nodig. Om het brede sociale domein behapbaar te maken is er gekozen voor de volgende vierdeling in integrale thema’s: De Zelfredzame Twenterander De Participerende Twenterander De Lerende Twenterander De Gezonde Twenterander Per thema zijn opgaven geformuleerd waar het gemeentelijk beleid zich op wil richten. Dit zijn tevens de prioriteiten voor de komende periode. Uiteraard beginnen we niet op nul en gaat er al veel goed. De gemeente kent een actief vrijwilligersleven en een goed voorzieningenniveau. Er zijn en worden goede stappen gezet om het opleidingsniveau te verhogen en ook laaggeletterdheid terug te dringen. We hebben het Meldpunt Schulden getransformeerd in het Meldpunt Geldzorgen en de sociale werkvoorziening is voor de komende tijd geborgd. De uitvoering doen we uiteraard niet alleen. Organisaties, bijvoorbeeld op het gebied van maatschappelijk werk, welzijn, mantelzorgondersteuning, onderwijs, kinderopvang, gezondheid en sport en cultuur en religie hebben ook een belangrijke rol. Zij zijn de ogen en oren in de dorpen en buurten, en hebben vaker dan de gemeente zelf het contact met inwoners. Desondanks is er overkoepelend beleid nodig, waarin richting wordt gegeven ten behoeve van de activiteiten van organisaties. De nota is actief geschreven en waar mogelijk in de we-vorm. Met 'we' worden zowel de gemeente als de maatschappelijke partners, zowel de formele organisaties als de informele organisaties (kerken en verenigingen) bedoeld. Per vraagstuk wisselt het welke partners betrokken zijn en vallen mogelijk ook bedrijfsleven en inwoners hieronder. Dit omdat we continu met elkaar in gesprek zijn om het sociaal domein vorm te geven. Het vormgeven van de plannen en de uitvoering doen we in gezamenlijkheid. We willen dat inwoners steeds meer betrokken zijn in het beleid dat we voeren in Twenterand. Het samenwerken met en voor de samenleving blijft doorgaan de komende beleidsperiode. Als achtergrondinformatie in de nota is een begrippen- en afkortingenlijst opgenomen. Blijvende inzet op vernieuwing, transformatie en het stimuleren van lokale initiatieven is ook de komende periode nodig. De gemeente geeft hier dan ook waar mogelijk ondersteuning en medewerking aan. Het gaat hierbij dan om lokale initiatieven van inwoners voor inwoners, of van voorliggende organisaties voor diverse groepen in de gemeente. Met de grootste partijen uit het voorliggend veld wordt gewerkt aan een maatschappelijke agenda, om deze ontwikkelingen mede vorm te geven. Leeswijzer Na de inleiding leest u de visie en rode draad op het sociaal domein, gevolgd door ontwikkelingen in het sociaal domein in hoofdstuk 1. In hoofdstuk 2 komen de opgaves voorbij waar we de komende jaren onze aandacht op richten evenals de maatschappelijke trends die ten grondslag liggen aan deze opgaven. Tenslotte gaan we in op de uitvoering van deze nota, inclusief de randvoorwaarden. Voor de leesbaarheid van dit document zijn de bronnen, die gebruikt zijn bij het tot stand komen van dit document, opgenomen in de bijlage. Visie en rode draad van ons sociale beleid 2023-2026 In het sociale beleid1Zie Programmabegroting gemeente Twenterand 2023 op https://twenterand.begrotingsapp.nl/ van de gemeente draait het om mensen! Samen maken we Twenterand tot een prettige, leefbare gemeente waar oog is voor elkaar. Het sociale beleid wil bijdragen hieraan, in goed samenspel tussen inwoners, organisaties, ondernemers en gemeente. Economisch sterke gemeente met een sociaal kloppend hart Voor de komende beleidsperiode sluiten wij aan bij het gekozen profiel in het coalitieakkoord 2022-2026 ‘In elke kern: voor elkaar!’ Hierin staat: Wij willen de gemeente Twenterand verder ontwikkelen tot een economisch sterke gemeente met een sociaal kloppend hart. Dat leidt uiteindelijk tot een plek waar je prettig kunt wonen, lekker naar school kunt, fijn kunt werken, creatief kunt ondernemen, sportief bezig kunt zijn, mooie evenementen kunt organiseren of bezoeken, maar ook een heerlijke wandeling kunt maken of waar je je rust kunt vinden. Het gaat erom dat dit voor iedereen geldt, ook mensen die daar hulp bij nodig hebben. Het tijdsgewricht en de opgaven waar we nu voor staan zijn stevig. De crisis op de woningmarkt, de inflatie en energie-armoede, de vergrijzing, de vele zorgvragen, maatschappelijke onrust, personeelstekorten maken dat individuen en/of groepen het zwaar hebben. De gemeente, als dichtst bij de burger staande overheid, voelt zich verantwoordelijk om inwoners te ondersteunen. Maar ook de gemeente zelf staat voor uitdagingen. Gelet op de zorgelijke financiële positie in met name het meerjarenbeeld (vanaf 2026) , betekent dat focus aangebracht moet worden met scherpe keuzen om bepaalde zaken niet meer of anders te (laten) doen. Nut en noodzaak (gezien de prioriteiten) en inspanning versus opbrengsten spelen hierin een rol. De grote afhankelijkheid van rijksmiddelen, die helaas onzeker zijn voor de toekomst, is hiervan een belangrijke oorzaak. Momenteel wordt er gewerkt aan de uitwerking van het economisch-sociaal scenario. Anticiperend hierop2Dit is een voorlopige duiding, de definitieve duiding wordt t.z.t. leidend. is hierbij de insteek dat beleid en investeringen ten behoeve van de economische ontwikkeling als dé aanjager gezien worden om Twenterand toekomstbestendig te laten groeien. Hiermee wordt als neveneffect een leefbaar, sociaal en financieel gezond Twenterand nagestreefd. Dit is immers belangrijk om aantrekkelijk te blijven en te worden voor (bestaande en nieuwe), inwoners, ondernemers en organisaties. Met hen blijft het voorzieningenniveau op peil en de lokale economie draaiend. Met hen blijft er voldoende potentieel voor bijvoorbeeld werkenden en vrijwilligers/mantelzorgers én een gezonde economie én samenleving dragen bij aan een financieel gezond Twenterand en daarmee wordt de (zware) druk op de gemeentebegroting, ook vanwege het sociaal domein, in onze optiek verminderd. Het verband tussen economie en sociaal wordt hiermee zichtbaar. Quote: thema's gezamenlijk oppakken. Diverse zaken hangen met elkaar samen, zoals eenzaamheid, mentale gezondheid, fijn wonen en werk. Dit moet op dorpsniveau worden aangepakt. Wanneer we deze lijn doortrekken dan betekent dit onder andere intensivering van de opgaven rond bouwen en wonen: meer geschikte woningen voor middensegment en daarboven, passende bedrijventerreinen en detailhandel. Tevens bevat dit een impuls in recreatie en toerisme en pro-actieve toekomstbestendige plattelandsontwikkeling, met in de transitie ook de kansen voor duurzaamheid te expliciteren. Deze zijn voorwaardelijk om de sterke kanten van Twenterand uit te nutten of door te ontwikkelen. In deze nota gaan wij hier niet verder op in, maar schetsen wij wel hoe het sociaal beleid hier bij aansluit en welke sturing binnen het sociaal domein hierin wordt gegeven. Hiermee wordt de balans gezocht tussen een sociaal gezicht en een duurzaam betaalbaar sociaal voorzieningenniveau. Vertrekpunt: Inwoners als “motor” voor de ontwikkeling van Twenterand Inwoners die werken, versterken de economie! Inwoners die iets organiseren versterken de leefbaarheid en sociale samenhang. Inwoners die omzien naar familie en buren ontzorgen de zorg en verminderen eenzaamheid. Inwoners die praktisch geschoold worden, zijn de bouwers van Twenterand. Ouders die (goed) opvoeden, vormen sociaal vaardige inwoners en een verdraagzamere maatschappij. Kortom: fysiek en sociaal gaan hand in hand voor de toekomst van Twenterand. Basis van ons beleid is dat de inwoners een goede (start)positie krijgen om mee te doen. Dat ze zo veel mogelijk zelf hun dagelijkse dingen kunnen doen en daar zelf over beslissen om écht mee te kunnen doen in de samenleving. Thuis, in de buurt, bij een vereniging of organisatie of op het werk. Alle mogelijkheden (eigen kracht) van inwoners en hun omgeving worden hierbij benut. Waar dat niet lukt worden inwoners hierbij geholpen of ondersteund. De gemeente heeft tot taak er te zijn als vangnet voor de meest kwetsbaren. Zelfredzame inwoners dragen bij aan geluk, leefbaarheid en ontwikkeling van Twenterand. Daarnaast stimuleren wij gericht de ontwikkeling van onze samenleving als fundament – als sterke sociale basis - voor Twenterand. De visie die wij hanteren is nog steeds actueel. Vanuit de visie worden deze beleidsperiode nieuwe accenten gelegd, gerelateerd aan de maatschappelijke ontwikkelingen en het geldende coalitieakkoord. We zien hierbij een trend dat bepaalde groepen inwoners het moeilijk hebben, waarvoor we een vangnet willen zijn als lokale overheid en anderzijds dat we samenwerking en veranderingen moeten blijven stimuleren om slagen te maken om Twenterand te ontwikkelen, mensen mee te laten doen en een duurzaam werkende sociale basis te creëren. Focus: Ons sociaal beleid focust deze periode primair dan ook op versterking van die primaire zaken die onze inwoners sterker maken (geïnspireerd door de piramide van Maslow)3De mens heeft volgens Maslow basisbehoeften (eten, drinken, veiligheid), psychologische behoeften (sociaal contact, erkenning en waardering) en zelfvervulling nodig (zelfontplooiing). Vertaald naar sociaal beleid staan bestaanszekerheid, participatie, ontwikkeling en culturele behoeften in die volgorde centraal. Deze thema’s worden uitgewerkt in deze nota.. De hierboven genoemde actualiteit maakt dit helaas sterker dan ooit noodzakelijk. Een sterke sociale basis betekent dan aandacht voor de volgende kernbegrippen: Zelfredzaamheid en bestaanszekerheid: Vangnet voor kwetsbare inwoners in stand houden ten behoeve van de zelfredzaamheid. In de zorg en minimabeleid worden beperkingen c.q. ontbrekende middelen waar nodig gecompenseerd. Schuldenproblematiek is actueler dan ooit. Participatie mogelijk maken om het individu te laten ontwikkelen maar ook daarmee een steentje bij te dragen aan de Twenterandse samenleving. Mantelzorgers en vrijwilligers zijn onmisbaar. Rond werkgelegenheid is er aandacht voor specifieke doelgroepen met arbeidsbeperkingen. Een goede opleiding draagt bij aan structureel werk. Gezondheid – ook mentale gezondheid - draagt bij aan meedoen! Ontwikkeling van onze Twenteranders bevorderen: In het jeugdbeleid en onderwijs stimuleren wij ontwikkeling van het individu. Onderwijs is meer dan ooit voorwaardenscheppend voor persoonlijke en collectieve groei en krijgt daarom meer dan de vorige periode aandacht. Hiermee komen we ook uit bij de vier themalijnen in deze nieuwe Integrale beleidsnota: De Zelfredzame Twenterander De Participerende Twenterander De Lerende Twenterander De Gezonde Twenterander De opgaven en daarmee de prioriteiten zijn als volgt: De Zelfredzame Twenterander Borgen van bestaanszekerheid. Zorgen dat inwoners ook in de toekomst de ondersteuning krijgen die ze nodig hebben. In samenwerking met zorgpartners en ons voorliggend veld werken aan goede, beschikbare en betaalbare hulp voor jeugdigen, ouders en gezinnen in Twente en Twenterand. Ondersteuning bij uitdagingen in het leven: vroegsignalering en preventieve voorliggende ondersteuning voor jeugdigen en ouders. De Participerende Twenterander Er is voor iedereen plek op de arbeidsmarkt. Bedrijven vanuit hun bedrijfsbelang interesseren voor de gemeentelijke programmadoelen, met name economie, (arbeids-)participatie, duurzaamheid en leefbaarheid. Kansen creëren voor jongeren afkomstig van VSO/PRO-scholen en voortijdig schoolverlaters. Samen met werkgevers en kennisinstellingen nemen we het initiatief om vraagstukken op het gebied van de krapte op de arbeidsmarkt op te pakken. Vluchtelingen en statushouders vangen wij lokaal binnen de taakstelling op en doen zo snel als mogelijk mee. In Twenterand zorgen we er met elkaar voor dat iedereen zich thuis voelt en iedereen zo goed mogelijk mee kan doen in de maatschappij. De Lerende Twenterander Gelijke kansen voor ieder kind. Onderwijskansen vergroten voor kinderen: versterken doorgaande lijn voorschool-basisschool. Toekomstbestendig onderwijs en kinderopvang in Twenterand. Het vergroten van de basisvaardigheden en laaggeletterdheid terugdringen. Inspelen op gevolgen corona voor het onderwijs. De Gezonde Twenterander Versterken van de mentale gezondheid van inwoners. Gezondheid bevorderen: uitvoering geven aan lokale preventie-prioriteiten. Meer inzetten op en stimuleren van een gezonde leefomgeving: wonen/zorg, luchtkwaliteit, omgeving die meer aanzet tot bewegen. Uitgangspunten bij het aanpakken van deze opgaven Binnen deze opgaven worden accenten gelegd – dus de manier waarop de opgaven inhoudelijk benaderen - vanuit de volgende uitgangspunten: Voorkomen is hierbij altijd beter dan genezen: preventief werken wordt breed aanbevolen voor het sociaal beleid. De inzet is dat zo vroeg mogelijk passende ondersteuning wordt gegeven. Het streven hierbij is licht indien mogelijk, zwaar indien noodzakelijk. Het betekent echter ook een zaak van lange adem en duurzaam investeren hierin met vertrouwen en zicht op maatschappelijk rendement (de kosten gaan voor de baten uit!) Focus op deze maatschappelijke opgaven, betekent dat zaken die daar niet of minder toe bijdragen (franje) geen prioriteit krijgen. Het gaat ook om “normaliseren”, het gegeven dat ook gebeurtenissen in het leven, uitdagingen, tegenslagen en problemen bij het leven horen en dat de overheid of samenleving niet voor alles een oplossing heeft. Dit betekent ook dat we het maatschappelijk acceptabel vinden dat niet alles meer kan zoals vroeger (einde aan de claimcultuur). De mate waarin de gemeente (en het Rijk) voorziet in ondersteuning danwel uitgaat van zelfredzaamheid is een politieke afweging, gevoed door de samenleving. Dit vergt nadere uitwerking deze periode en zeker ook daarna. Iedereen hoort erbij! Een inclusieve samenleving betekent dat er een samenleving ontstaat waarin alle inwoners gelijkwaardig mee kunnen doen en zich thuis voelen. Diversiteitsfactoren als geloof, afkomst, seksualiteit, opleidingsniveau en andere zaken spelen hier ook een rol in. Inclusie is dus meedoen, in de breedste zin van het woord. Toegankelijkheid – zoals benoemd in het coalitie-akkoord – valt hieronder. Gemeentebreed - inclusief de uitvoering door onze partners - moet het beleid dan zo inclusief mogelijk zijn (dit sluit aan bij normaliseren van situaties in het leven en het veerkrachtiger maken van Twenteranders). In de uitwerking van deze nota (in de maatschappelijke agenda) wordt het – in het coalitieakkoord - gevraagde actieplan opgenomen. Rol van de gemeente in deze beleidsperiode In deze nota mag een nadere duiding van de rol van de gemeente niet ontbreken. We noemen vier punten: Om ons beleid vorm te geven pakken wij allereerst onze beleidsregisserende en daarmee agenderende rol om de beleidsdoelen met de prioriteiten voor de komende tijd te bepalen. Deze staan bij de opgaven onder de vier thema's. Ten tweede. Bij het aanpakken van de maatschappelijke opgaven beseffen wij dat de gemeente, dit niet alleen kan. We vinden het daarom belangrijk om samen te werken aan het bereiken van de doelen en daarom sluiten we coalities met elkaar. Denk hierbij aan het preventie-akkoord, sport-akkoord, onderwijs- en schulden-agenda; Deze integreren wij in een maatschappelijke agenda waar we allemaal samen aan werken. Per onderwerp nemen we passende rol van partijen bij elkaar brengen (netwerkend), stimulerend, faciliterend en indien nodig regulerend. Niet alleen externe samenwerking (met onze partners en medeoverheden/regio) ook de interne integraliteit is essentieel. Daarnaast is, zeker op de schaal van Twenterand - regionale samenwerking onmisbaar voor voldoende kwaliteit, capaciteit en kostenbeheersing. Daarbij scheppen wij duidelijkheid aan het veld, de organisaties, over de rollen en verwachtingen in het voorliggend veld4Zie hiervoor hoofdstuk 2 (zelfredzame twenterander, sociale basis) en de bijlage uitgangspunten voorliggend veld.. Een sterke sociale basis blijft het fundament in ons beleid. Middels sturing op onze toegang tot ondersteuning met een duidelijke rolverdeling met onze voorzieningen. Wij hechten hierbij aan een goede relatie met onze instellingen. Algemene inclusieve voorzieningen boven specifieke voorzieningen zijn hierbij het uitgangspunt. Let wel: voorzieningen zijn een middel om doelen te bereiken, geen doel op zich. Ten derde heeft de gemeente in het sociaal domein veel uitvoerende (wettelijke) taken zoals het verstrekken van uitkeringen, geven van zorgindicaties, faciliteren van de bekostiging van leerlingenvervoer, enzovoort. Wij willen onze dienstverlening op het sociaal domein inrichten zoals van een betrouwbare overheid verwacht mag worden; empathisch en efficiënt binnen de wettelijke termijnen van bijzondere wetten, verordeningen of de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en aanwezige gemeentelijke servicenormen. Hierbij gaan we uit van vertrouwen. Meedenkend met de inwoner (ja, mits), en beleidsrelevant (zelfredzaamheid bevorderend, meedenkend en uitleggend als we niet meegaan in de wens van de inwoner). We blijven werken aan vertrouwen. Ten vierde blijven wij vernieuwing aanjagen. De samenleving verandert snel, middelen zijn schaars, dus van ons allemaal wordt meebewegen en ontwikkeling/innovatie gevraagd. Dit komt niet vanzelf tot stand en daarom zijn wij daar een rol in. Integraal beleid Het sociaal domein werkt samen met andere gemeentelijke programma's2: Economie en vrije tijd zijn nauw verbonden met sociaal beleid. Veerkrachtige inwoners kunnen aan het werk! In de arbeidsmarkt zijn inwoners de vraagkant en in het profiel wordt vanuit economie de aanbodkant primair gestimuleerd. Zoals het coalitieakkoord schrijft: de economische aantrekkingskracht van Twenterand stimuleren en daarmee ook extra middelen genereren voor de gemeenschap. Vrije tijd (sport en cultuur) dragen bij aan fysiek en mentaal welzijn en ontwikkeling. Het ruimtelijke domein is uiteindelijk ook dienend aan onze inwoners en organisaties en bedrijven. Een stoep is om op te lopen en een riool is er voor de gezondheid (hygiëne). Juist die (ruimtelijke) zaken die de basisbehoeften ondersteunen (- levensloopbestendig - wonen, dus bouwen!), mobiliteit (voor participatie) en andere zaken die de economische aantrekkingskracht (banen voor onze inwoners) van Twenterand stimuleren, krijgen wat het sociaal domein betreft prioriteit. Ons beleid met financiële, juridische en communicatieve middelen moet dienend zijn aan het bereiken van onze doelen en niet andersom. Zaken mogelijk maken! Het subsidiebeleid met het innovatiefonds staat op de rol te worden herzien en daarvoor geldt uiteraard hetzelfde. Afhankelijkheden De opgaven zijn groot en ons succes hebben we niet geheel in eigen hand. De gemeente blijft (

  1. te)sterk afhankelijk van de beslissingen van het Rijk. Primair zit het in de basisuitkering aan gemeenten (het gemeentefonds), waar sprake is van – bij ongeveer alle gemeenten - enorme tekorten vanaf 2026 (het zgn. ravijnjaar). We voeren taken uit namens het Rijk met beperkte beleidsvrijheid en regelmatig zonder afdoende financiële middelen om deze taken goed uit te kunnen voeren3. Het sociaal domein betreft meer dan de helft van onze begroting dus effecten zijn substantieel. De hervormingsagenda jeugd is een voorbeeld van grote onzekerheden, niet alleen financieel maar ook wettelijk (de gemeentelijke taak voor jeugd is enorm opgerekt). Ook de trend dat het Rijk vooral tijdelijke middelen (SPUK) beschikbaar stelt en goed preventief beleid dan niet echt te voeren is, speelt nadrukkelijk mee. Maatschappelijke ontwikkelingen zoals vergrijzing, complexiteit – dus meer zorgbehoefte –, wachttijden en de crisis maken dat inwoners en organisaties (ook in de zorg) het zwaar hebben, maar ook de regelingen. Afhankelijkheden zitten er ook in de uitvoeringskracht van gemeenten en organisaties. Deze is beperkt en staat onder druk door personeelstekorten. We hebben het in Nederland best ingewikkeld gemaakt op meerdere terreinen. Kijkend naar ons zorglandschap (met ook rollen van Zorgverzekeraars) is het ingewikkeld om de stelsels te optimaliseren c.q. te hervormen. Desalniettemin willen we (regionaal, primair via de samenwerkingsagenda Regiovisie Jeugdhulp Twente) de uitdaging aangaan om ketens en wachtlijsten te bestrijden, afschalen van zorg te bevorderen, intramurale zorg om te zetten naar ambulante zorgvormen en grote voorzieningen om te bouwen naar kleinschalige woonvormen. Dit zijn – net als preventief beleid - lange adem trajecten met grote financiële impact, maar wel noodzakelijk om de menselijke maat en continuïteit te bieden voor onze inwoners. Maatschappelijke interactie en effecten Ontwikkeling en verandering betekent gedragsverandering van inwoners en overheid. Dit is onderliggend aan alle inhoudelijke doelen, het meest ingewikkeld. Normalisering, Omzien naar elkaar (mantelzorg, Noaberschap). Draagvlak in de samenleving is essentieel. Hierbij is luisteren naar onze inwoners – en onze constructieve Adviesraad sociaal domein – een eerste vereiste. Ook met onze partners willen we dezelfde boodschappen uitstralen. De sturing op het sociaal domein komt samen in ons Transformatieprogramma sociaal domein. Deze bevat hierboven genoemde cultuuraspecten en -verandering. Samengevat bevat onze sturing: Sturen op zelfredzaamheid en normaliseren: denk aan werk/inkomen als basisbehoefte, de doorgaande lijn onderwijs – voldoende basisvaardigheden bij inwoners, maar ook voldoende capaciteit en kwaliteit in de gemeentelijke uitvoering en hierbij vertrouwen boven controle uitstralen. Sturen op efficiency & resultaten, op samenwerking en kostenbesparing door beperking “franje” in het aanbod. Denk aan afspraken met het voorliggend veld, de sturing via de toegang en de consulent externe verwijzers, de aanpak van wachtlijsten/samenwerkagenda Twente en gezamenlijke inkoop met andere gemeenten (schaalvoordelen). Sturen op substitutie: (goedkoper) voorveld als alternatief voor zorg, bevorderen afschaling. Denk aan gezinswerkers, automaatje, POH-jeugd, welzijnsdagopvangen, lokale-kleinschalige woonvormen en ambulantisering, mede door afbouw regionale voorzieningen als gevolg rijksbeleid. Effectieve preventie: denk aan preventie-akkoord, inzet Scheidingspunt, Meldpunt Geldzorgen en reablement (zie hoofdstuk 2 Wmo). Hierbij willen we zicht krijgen op het (beoogde) rendement van preventie, niet alleen maatschappelijk. Sturen op ontwikkeling en innovatie. Stimulering creativiteit en bevorderen dat we zaken anders doen dan vroeger. Het Transformatieprogramma (gebaseerd op de maatschappelijke agenda) zal op basis van deze nieuwe IBN worden herijkt. Geld: subsidie/inkoop, regelgeving en regievoering zijn middelen om de sturing vorm te geven. Uitvoering De uitvoering van de nota wordt vormgeven met een zgn. Maatschappelijke agenda. Dit is nieuw voor Twenterand. We lichten toe wat we hiermee bedoelen: in de maatschappelijke agenda komt de werkagenda voor alle thema's uit deze IBN met (waar dat al bekend
  2. is)concretere doelen, plannen/projecten, indicatoren en financiering. Het is geen blauwdruk met deadlines maar creëert ruimte om de komende vier jaar in interactieve uitwerking met de samenleving zaken op te pakken en de oplossingen voor de opgaven meer concreet te maken. Dit doet recht aan het nieuwe werken met de samenleving “van buiten naar binnen”. De vertaling naar jaarprioriteiten komt terug in de programmabegroting en nieuwsbrief Stand van zaken sociaal domein. Monitoring (dashboard), evaluatie en effectmeting (datagestuurd werken door tellen en vertellen) blijft ook de komende vier jaar noodzakelijk. We gaan keuzen maken hoe wij onze beschikbare onderzoekscapaciteit hiervoor willen inzetten. 1Ontwikkelingen in het sociaal domein De gemeente maakt lokale keuzes in het sociaal domein. Het is daarnaast zo dat er allerlei regionale en landelijke ontwikkelingen zijn, die ook de gemeente Twenterand en haar inwoners raken. In dit hoofdstuk worden deze ontwikkelingen (niet uitputtend) beschreven, en waar nodig gerelateerd aan de vier thema’s die de rode draad van deze nota vormen (de lerende, participerende, gezonde en zelfredzame Twenterander). Ontwikkelingen in de gemeente Net als vier jaar geleden zet de trend dat de bevolking zowel vergrijst (er komen meer ouderen) als ontgroent (er worden minder kinderen geboren) zich door. Volgens prognoses van het CBS is in 2050 een op de drie inwoners van de gemeente 65 jaar of ouder. Om op deze situatie te kunnen voorsorteren moeten er nu al bepaalde keuzes worden gemaakt, zoals het levensloopbestendig maken van de woningvoorraad en de inrichting van de openbare ruimte. De omgevingsvisie en komende Omgevingswet gaan hierbij helpen. Mede door de gevolgen van corona zien we dat er steeds meer inwoners kampen met mentale problemen. Niet alleen jongeren, maar ook volwassenen. Deels hangt dit samen met de problemen rond het kanaal Almelo-De Haandrik. In de gemeente zijn circa 400 huizen waarbij er schade is geconstateerd die mede wordt veroorzaakt door dan wel toegeschreven kan worden aan de werkzaamheden aan het kanaal. De stress en onzekerheid die gepaard gaan met vragen als ‘Kunnen we in dit huis blijven wonen?’ en ‘Wie betaalt de schade?’ zijn potentieel ontwrichtend voor gezinnen. Specifieke en gerichte aandacht voor deze groep is nodig. Daarnaast is mentale problematiek in de coronaperiode zowel breder als zichtbaarder geworden. Dit begint bij onze jongeren, die steeds vaker depressieve gevoelens hebben. Er worden de komende jaren diverse interventies ingezet die speciaal zijn gericht op jongeren, waar mogelijk in samenwerking met het voortgezet onderwijs. De hoge prijzen voor zowel dagelijkse boodschappen als energie laten onze inwoners uiteraard niet onberoerd. De verwachting is dat deze situatie zowel landelijk en dus ook in de gemeente nog wel een tijd zal aanhouden, en dat het zelfs onzeker is of de leveringszekerheid van energie de komende winters wel is gegarandeerd. Waar mogelijk speelt de gemeente hierop in door gerichte interventies voor de meest kwetsbare groepen. Van oudsher is Twenterand een gemeente met een relatief lage levensverwachting, er zijn meer inwoners met overgewicht dan in de regio, en er wordt vaker dan gemiddeld in de regio alcohol gedronken of gerookt. Mede hierdoor ontstaan er gezondheidsproblemen. Er wordt de komende jaren ingezet op preventie, waarbij er deels landelijke ontwikkelingen worden gevolgd (terugdringen overgewicht, overmatig alcoholgebruik en roken) en er deels specifieke aandacht is voor lokale situaties: eenzaamheid en armoede en schulden in relatie tot gezondheidsproblemen. Via het lokaal preventieakkoord en het actieplan preventie wordt hier de komende periode aan gewerkt, in nauwe samenwerking met partners als de GGD, huisartsen, verenigingen en het voorliggend veld. Er is nog steeds sprake van een groeiend beroep op zowel de Wmo 2015 (m.n huishoudelijke ondersteuning), als op jeugdhulp en leerlingenvervoer. Omdat er hier sprake is van openeinderegelingen moet de gemeente deze kosten zelf betalen. Inwoners blijven de zorg en hulp krijgen die nodig is, met aandacht voor de beheersing van de kosten. Waar mogelijk zal worden ingezet op het eigen netwerk, het bevorderen van de zelfredzaamheid en de inzet van het voorliggend veld/vrij toegankelijke voorzieningen, in plaats van geïndiceerde zorg. In de gemeente zijn meerdere organisaties actief die subsidie van de gemeente ontvangen en daarvoor goed werk doen voor onze inwoners. De komende jaren wordt er gekeken naar een meer wijkgerichte aanpak, naar traditie van het opbouwwerk. De organisaties zullen zichtbaarder zijn in onze dorpen en de inwoners zoveel mogelijk thuis of dichtbij huis te woord staan, verwijzen of (verder) helpen. Inbreng van inwoners Via een lokaal internetpanel zijn inwoners5Er hebben 507 inwoners meegedaan. Dit is voldoende om representatieve uitspraken over alle inwoners van 18 jaar en ouder uit de gemeente te kunnen doen. bevraagd over wat volgens hen de belangrijkste prioriteiten in het sociaal domein zijn, waar meer aandacht voor nodig is, en ook waar volgens hen minder aandacht ook mogelijk is. Hierbij valt op dat een groot deel van de inwoners (77%) het prima zonder de gemeente kan redden, en dat ook prima vindt. Het gaat echter juist om de overige groep, waar het gemeentelijke beleid vooral op is gericht. De drie onderwerpen met de meeste prioriteit zijn: Armoedebestrijding Participatie (iedereen die kan zoveel mogelijk aan het werk) Terugdringen van laaggeletterdheid Deze drie onderwerpen hebben ook in deze IBN prioriteit. Voor de andere onderwerpen verwijzen wij naar hoofdstuk 1 en de bijlage met het rapport. Andere interessante uitkomsten van dit onderzoek zijn: Veel inwoners vinden dat er in het algemeen moet worden ingezet op het terugdringen van overgewicht. Als men echter wel kiest, is een meerderheid voor het meer inzetten op kinderen/jongeren in plaats van ouderen Een meerderheid vindt het prima dat mensen erop mogen worden aangesproken dat ze gebruik moeten maken van de ondersteuning in hun eigen netwerk (zelfredzaamheid). Bijna zeven op de tien weet waar ze moeten zijn met hulpvragen op het gebied van zorg en welzijn. Drie op de tien (57 procent) vindt voor hulpvragen niet direct professionele hulp nodig is. Een kwart (28 procent) is van mening dat hulpvragen altijd door professionals moeten worden opgelost. Men heeft een voorkeur voor voorzieningen in het eigen dorp, is daar tevreden over. Anderzijds zijn inwoners bereid om naar andere dorpen of een nabijgelegen stad te reizen als een hoger voorzieningenniveau daar geboden wordt. Deze en andere punten uit het onderzoek zijn meegenomen in deze IBN, en komen in grote lijnen overeen met de in deze nota genoemde opgaven, uitgangspunten en kaders. De gemeente vindt het belangrijk dat er naar de mening van inwoners wordt gekeken en kan daarin uiteraard altijd andere keuzes maken. Een voorbeeld is mentale gezondheid: de grootste groep inwoners heeft geen voorkeur voor ondersteuning van mentale of fysieke gezondheid. Een kwart (27 procent) gaat voor meer inspanning op het gebied van mentale gezondheid, een op de vijf (19 procent) juist voor fysieke gezondheid. Uit andere onderzoeken en onder meer gesprekken met hulpverleners, welzijnswerk en onderwijs blijkt echter dat er wel degelijk een probleem is op het gebied van mentale gezondheid. Hier wordt daarom meer inzet op gepleegd de komende periode dan wat inwoners nodig achten. Regionale ontwikkelingen In 2022 is de Regiovisie Jeugdhulp Twente vastgesteld, die handvatten biedt voor het gemeentelijke jeugdbeleid. De jeugdige moet meer centraal in zijn of haar omgeving worden gezet. Uitgangspunt van de Regiovisie Jeugdhulp Twente is normaliseren: opvoed- en opgroeivraagstukken horen bij het leven. Er zijn voor het oplossen van de complexe problemen van jeugdigen ook andere antwoorden nodig dan alleen jeugdhulp en deels gaat het ook om het accepteren van bepaalde situaties en verschillen. Dit vraagt een stevige lokale inrichting en ook een andere houding dan wel uitgangssituatie van inwoners en professionals. Niet alles kan zomaar. Als er wel ondersteuning nodig is, moet deze zo licht en nabij als mogelijk zijn, en zo zwaar en specialistisch als nodig. Centraal staat daarnaast de betaalbaarheid van het regionale stelsel van jeugdhulp. Deze uitgangspunten zijn – overigens al langer – integraal onderdeel van het gemeentelijke jeugdbeleid. Daarnaast is een uitvoeringsplan op het gebied van huiselijk geweld en kindermishandeling actueel: dit plan moet leiden tot meer bewustwording, een betere vroegsignalering en preventie en het verder uitrollen van Gefaseerd samenwerken aan veiligheid. Regionaal heeft Twenterand samen met de andere 13 Twentse gemeenten de taken op gebied van publieke gezondheid, zoals verwoord in de Wet publieke gezondheid, neergelegd bij GGD Twente. De GGD werkt met een langjarig gezondheidskader en een vierjaarlijkse Bestuursagenda waarin de grootste regionale gezondheidsprioriteiten een plek hebben. Dit zijn onder meer ook overgewicht, alcoholgebruik en roken. Vanaf 2024 zal de GGD gaan werken met een actualisatie van de huidige Bestuursagenda Publieke Gezondheid. Het kan zijn dat er daardoor kleine verschuivingen komen in deze prioriteiten. Daarnaast zijn middelen(gebruik), de vaccinatiegraad, regie over eigen leven, stress verminderen, bewegen bevorderen en eenzaamheid tegengaan ook thema's waarmee we zowel regionaal en lokaal mee aan de slag gaan. Uitvoering geven aan preventie op basis van het lokale actieplan is dan ook de eerste gezondheidsopgave waar de komende periode aandacht is. Landelijke ontwikkelingen Landelijk gezien is er veel aandacht voor de bestaanszekerheid van mensen in tijden van hoge inflatie, waardoor steeds meer mensen de (energie)rekening niet meer kunnen betalen. Er zijn en worden regelingen vastgesteld waarbij het dilemma altijd is: generiek (waardoor ook mensen die het niet nodig hebben meeprofiteren) of specifiek (lastiger uitvoerbaar). Dat is in deze situatie niet anders. Omdat geldzorgen voor stress kunnen zorgen is het zaak om hier ook gemeentelijk op in te spelen. Het Meldpunt Geldzorgen wordt versterkt, waardoor onze capaciteit op dit terrein is uitgebreid. Door de situatie op de energiemarkt ontstaat er steeds meer energiearmoede. Mensen zetten de verwarming niet aan, omdat ze dit niet meer kunnen betalen. Aan de ene kant is deze situatie een prikkel om versneld te verduurzamen: de warmtepompen en zonnepanelen zijn niet aan te slepen. Anderzijds is er een groep die niet de financiële middelen heeft om te verduurzamen, of in een huis woont dat niet of nauwelijks te verduurzamen is. Er is daarom veel aandacht voor het isoleren van de bestaande woningvoorraad. Lokaal geldt dit zeker voor woningcorporatie Mijande Wonen. Er is veel aandacht voor verduurzaming en isolatie. Er is een groot woningtekort. De komende jaren moeten er landelijk 900.000 woningen worden gebouwd. Er komen steeds meer alleenstaanden en eenoudergezinnen en mensen moeten onverminderd langer thuis blijven wonen. Er zijn daarnaast meer groepen die een huis nodig hebben, zoals statushouders en arbeidsmigranten. De gemeente Twenterand onderzoekt de mogelijkheid om tijdelijk extra woningen te realiseren en zet in op nieuwbouw. De komende jaren onder meer in Vroomshoop Oost (fase 3 en 4), Westerhaar en Vriezenveen. Naast de huisvestingsbehoeften van bestaande groepen zijn er ook landelijk diverse andere groepen die moeten worden gehuisvest in een vorm van beschermd wonen. Denk aan mensen die terugkeren na een verblijf in een ggz-instelling of groepen die onbegrepen of verward gedrag vertonen. Er is meer nodig om de opgave voor wonen voor alle doelgroepen vorm te geven. Lokaal en regionaal wordt hier in subregionaal verband samengewerkt met centrumgemeente Almelo. Quote: Het is goed en fijn wonen in Westerhaar en Vroomshoop. In 2022 en 2023 zijn het Integraal Zorgakkoord (IZA) en het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) gesloten. Binnen deze akkoorden – en ook de propositie sociaal domein van de VNG - is steeds meer aandacht voor preventie en het beheersbaar houden van de zorgkosten. Veel van de uitvoering komt bij gemeenten terecht. Het beroep op de gezondheidszorg blijft toenemen door de vergrijzing en langere levensverwachting. Landelijk zien we steeds meer mensen met overgewicht, en ook het aantal chronisch zieken stijgt. De sociale gevolgen van klimaatverandering zullen de komende jaren steeds zichtbaarder worden. De Europese Unie heeft aangekondigd dat er belastingmaatregelen zullen volgen voor het gebruik van fossiele brandstoffen. Het doel is duidelijk: verduurzaming en vergroening aanjagen. Er zijn echter grote groepen mensen die deze maatregelen niet zonder (financiële) hulp kunnen realiseren, of in een huis wonen dat niet te verduurzamen is, of voor hun werk afhankelijk zijn van hun (diesel)auto. Als de keuze bestaanszekerheid of verduurzaming is, zal deze vrijwel altijd voor bestaanszekerheid uitvallen. Door klimaatverandering zullen de extremen groter worden: langere periodes van hitte, droogte of juist zeer overvloedige regenval. Een specifiek gevolg hiervan is hittestress. We werken in Twenterand aan het tegengaan van de negatieve effecten van klimaatverandering via het plan van aanpak Klimaatadaptie. Het zijn veelal de meest kwetsbare mensen die hier het eerst en het vaakst mee te maken krijgen. Zoals ouderen, maar ook mensen die met name in stedelijke gebieden wonen en weinig mogelijkheden tot verkoeling hebben. De kansenongelijkheid in het onderwijs neemt volgens een onderzoek van de SER nog steeds toe, en wordt mede veroorzaakt door het onderwijssysteem zelf. De personeelstekorten in het onderwijs dragen hier naar verwachting op een negatieve manier aan bij, waardoor er steeds meer onbevoegden voor de klas staan. Dit valt in de regio Twente en de gemeente Twenterand gelukkig nog mee, maar ook hier worden er klassen naar huis gestuurd als er geen vervanging is. In de gemeente speelt uiteraard ook de ontwikkeling van passend onderwijs naar inclusief onderwijs. De vraag is of het huidige onderwijs daar voldoende op toegerust is. Met als vertrekpunt jeugd is de Hervormingsagenda jeugd actueel voor de gemeente. Deze hervormingsagenda wil een maatschappelijke beweging stimuleren, zodat voor jeugdigen die dat nodig hebben blijvend hulp beschikbaar is. De agenda bevat daarom ook een aanzet tot een dialoog in de samenleving over onze omgang met problemen en wat we vanuit de breedte van de samenleving kunnen doen om jongeren zoveel mogelijk een ontspannen jeugd te geven. De Hervormingsagenda gaat daarnaast over maatregelen voor een duurzame verbetering van het stelsel (de structuur van de jeugdhulp), maar tegelijkertijd óók over de benodigde verandering van werken en gedrag van alle betrokkenen, van beleidsmakers tot professionals en aanbieders, over de grenzen van de jeugdhulp heen in het hele sociale domein. De vraag naar jeugdhulp kan niet los worden gezien van (de situatie van) het gezin waarin een jeugdige opgroeit: Armoede, schulden, huisvestingsproblematiek, onderwijs, de druk van de prestatiemaatschappij en problematiek van ouders (GGZ, verslaving, relatie- en scheidingsproblemen). Dit alles is van invloed op de kinderen in het gezin en daarmee de vraag naar jeugdhulp. Er is een samenhangende, domeinoverstijgende en gezinsgerichte inzet nodig op gebieden als schuldhulp, huisvesting, bestaanszekerheid, scheidingsproblematiek en volwassenenzorg. Samen met de partijen in het voorliggend veld zal de gemeente hierin optrekken. Al deze ontwikkelingen vragen het nodige van de gemeente. Er vloeien niet zelden wettelijke verplichtingen uit deze ontwikkelingen voort, of rijksregels die de gemeente moet uitvoeren. Dat is de zichtbare, concrete kant. Daarnaast wil de gemeente zelf ook lokaal inspelen op landelijke of regionale ontwikkelingen, of deze doorvertalen naar de lokale situatie. Daar wordt in deze beleidsnota een begin mee gemaakt. Waar mogelijk en nodig zullen de nationale en regionale ontwikkelingen worden gerelateerd aan de lokale opgaven. 2De opgaven 2.1De Zelfredzame Twenterander Maatschappelijke trends Al langere tijd staat de bestaanszekerheid van een steeds groter wordende groep inwoners onder druk. Dit wordt onder meer veroorzaakt door de (hoge) inflatie, het achterblijven van loonontwikkelingen, fiscale herzieningsmaatregelen en het steeds meer zelf moeten bekostigen van zorg die voorheen werd vergoed door de overheid. Hierdoor daalt de koopkracht van inwoners. Door de fors gestegen prijzen in 2022 voor stroom en gas (oorlog in Oekraïne) is deze ontwikkeling in een sterke stroomversnelling gekomen. Daarnaast krijgen we steeds meer hulpvragen voor maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015) en jeugdzorg. Het percentage inwoners met een hulpvraag in de Wmo steeg van 9,5% (in 2020) naar 9,8% (in 2022). Het percentage jeugdigen dat hulp kreeg steeg van 13,3% (in 2020) naar 14,5% (in 2022) (bron: TMSD). Vergrijzing, langer thuiswonen, passend onderwijs, meer mentale problemen bij jongeren en het steeds vaker voorkomen van (vecht)scheidingen zijn hier mede debet aan. Door de toename van hulpvragen en onvoldoende rijksmiddelen ontstaan financiële tekorten. De opgaven voor de zelfredzame Twenterander voor de komende periode zijn daarom: Het borgen van bestaanszekerheid. Zorgen dat inwoners ook in de toekomst de maatschappelijke ondersteuning krijgen die ze nodig hebben. In samenwerking met zorgpartners en ons voorliggend veld werken aan goede, beschikbare en betaalbare hulp voor jeugdigen, ouders en gezin in Twente en Twenterand. Ondersteuning bij uitdagingen in het leven: vroegsignalering en preventieve voorliggende ondersteuning voor jeugdigen en ouders. 2.1.1Borgen van bestaanszekerheid Waarom is het een opgave? Het is van groot belang dat inwoners bestaanszekerheid hebben. Bestaanszekerheid wil zeggen dat inwoners voldoende inkomen hebben om over een warm huis te beschikken in een veilige omgeving. Het betekent ook dat inwoners op een aanvaardbaar niveau mee kunnen doen aan de samenleving. De bestaanszekerheid van steeds meer inwoners staat de laatste jaren onder druk en deze ontwikkeling is door de energiecrisis in 2022 (stijgende energieprijzen en hoge inflatiecijfers) helaas versterkt. Hierdoor is de koopkracht van inwoners fors gedaald. We bestrijden bestaansonzekerheid. Dit doen we omdat we vinden dat bestaansonzekerheid niet passend is in een welvarend land als Nederland. We doen dit ook omdat armoede en financiële zorgen leiden tot stress en problemen en zorgvragen op andere terreinen (gezondheid, jeugdhulp, eenzaamheid, criminaliteit, et cetera). Wat willen we bereiken? We willen de bestaanszekerheid van alle inwoners borgen. Dit betekent dat inwoners kunnen voorzien in hun vaste basale behoeften (wonen, eten en zorg) en kunnen meedoen aan het maatschappelijke leven zoals via sport en cultuur. We hebben hierbij specifiek aandacht voor minderjarige kinderen, ouderen, nieuwe Twenteranders en werkende armen. Niet omdat deze groepen inwoners belangrijker zijn. Wel omdat onder deze groepen armoede hardnekkiger, onzichtbaarder of omvangrijker is. Deze groepen ervaren ook relatief vaker problemen op het gebied van schulden, laaggeletterdheid en gezondheid. Wat gaan we doen? Een effectief en efficiënt armoedebeleid Het huidige gemeentelijke armoedebeleid kent veel verschillende regelingen en samenwerkingen met verschillende stichtingen zoals Stichting Boot, Stichting Manna, Stichting Leergeld, de Speelgoedbank, Stichting Urgente Noden, Jeugdfonds Sport en Cultuur en Volwassenenfonds Sport en Cultuur. De gemeente staat er duidelijk niet alleen voor. Op het gebied van armoedebestrijding vanuit kerken en andere maatschappelijke organisaties. Aandachtspunt is wel dat niet altijd alle partijen op de hoogte zijn van elkaars werkzaamheden en dat er soms overlap is. We willen het armoedebeleid in de gemeente effectiever en efficiënter maken door de partijen meer met elkaar te laten samenwerken en de overlap eruit te halen. Hiertoe zullen we sommige gemeentelijke minimaregelingen herzien. Dit doen we niet alleen, maar in samenspraak met de stichtingen. De uitvoering van het armoedebeleid willen we daar waar mogelijk overlaten aan de stichtingen, zoals we dat al doen met het Sport- en Cultuurfonds en Stichting Leergeld. Hierbij geven we een belangrijke rol aan vrijwilligers die dicht bij onze inwoners staan. Ze komen bij inwoners achter de voordeur en zien daardoor makkelijker wat er nodig is. We stimuleren hiermee ook het vrijwilligerswerk in de gemeente. Het aanvragen van voorzieningen is eenvoudig en laagdrempelig Er zijn veel regelingen waar inwoners een beroep op kunnen doen, maar niet iedereen vindt de weg er naartoe. Dit geldt vooral voor ouderen en nieuwkomers voor wie de digitale route soms te lastig is. En niet alleen voor landelijke regelingen, maar ook voor lokale regelingen. Het is van groot belang dat inwoners gebruik maken van de voorzieningen die er zijn en waar ze recht op hebben. Hierdoor kunnen mensen hun rekeningen betalen en ontstaan er geen schulden. We stimuleren dit door inwoners actief te benaderen (bijvoorbeeld vanuit de vroegsignalering schulden) en daar waar mogelijk voorzieningen ambtshalve te verstrekken (bijvoorbeeld bij de energietoeslag). Daarnaast communiceren we eenvoudig en maken we hierbij gebruik van de adviserende rol van het Taalpunt. Ook zorgen we voor een eenvoudige aanvraagprocedure: digitaal voor wie kan, schriftelijk of mondeling voor wie wil. Op deze manier is de informatie toegankelijk voor iedereen. Stress-sensitieve dienstverlening inbedden in onze dienstverlening We houden in onze dienstverlening voor inwoners zo veel mogelijk rekening met hun situatie. Gebrek aan geld veroorzaakt stress en leidt vaak tot een kortetermijnperspectief en een tunnelvisie. Dit heeft gevolgen voor houding en gedrag van inwoners en de keuzes die ze maken. 1 Stress-sensitief werken is enerzijds het antwoord op de beleidsopdracht van voorheen om inwoners zoveel mogelijk zelf keuzes te laten maken en een beroep te doen op hun zelfredzaamheid. Anderzijds houdt deze manier van werken rekening met de inzichten uit de wetenschap en de praktijk dat dit voor een deel van de inwoners niet lukt. De gemeente houdt hier ook rekening mee. Twee belangrijke bouwstenen hierbij zijn: geldrust creëren en geen stress toevoegen door de dienstverlening. Geldrust creëren we door inwoners met (problematische) schulden snel en effectief te helpen via het gemeentelijk Meldpunt Geldzorgen en de Stadsbank Oost Nederland (SON). Het tweede doen we bijvoorbeeld door bij het maken van afspraken rekening te houden met de privésituatie van de inwoner. Meer gebruik maken van ervaringsdeskundigen Armoede gaat niet alleen over geld en lossen we dus ook niet alleen met geld op. Armoede gaat ook over sociale uitsluiting. Sociale uitsluiting is het niet mee kunnen doen aan de samenleving, je minderwaardig voelen en kansenongelijkheid ervaren. Dit doet iets met iemands zelfvertrouwen. Het doet iets met iemand als ouder, als kind en als mens en heeft gevolgen voor het leven. Bij de bestrijding van armoede maken we gebruik van de kennis van ervaringsdeskundigen. Dit doen we omdat we geloven dat mensen die in armoede leven zelf het beste weten hoe ze hun situatie kunnen verbeteren. Dit doen we ook omdat we een brug willen slaan tussen de systeemwereld van professionals en de leefwereld van inwoners. We werken daarom samen met de Stichting Sterk uit Armoede die mensen met een verleden in armoede opleidt tot ervaringsdeskundige zodat ze met hun kennis en ervaring professionals kunnen helpen bij het maken van beleid en de uitvoering ervan. We gebruiken de methodiek van de Doorbraakmethode wanneer we vastlopen In veruit de meeste situaties bieden onze wetten, regels en processen een antwoord op de hulpvraag van onze inwoners. In sommige situaties, waar er veel en complexe problemen zijn, komt de hulpverlening in de knel door de vele regels en processen. Soms is dan een uitzondering op de regel nodig: een doorbraak. In deze situaties gaan we werken volgens De Doorbraakmethode van het Instituut van Publieke Waarden (IPW). De Doorbraakmethode biedt een legitieme methodiek om bij uitzonderingen tot reguliere oplossingen te komen en meer maatwerk toe te passen. Niet in strijd met de wet, maar juist binnen de mogelijkheden van de wet. We bewerkstelligen hiermee een doorbraak van de situatie en voorkomen verdere escalatie. De Doorbraakmethode geeft professionals instrumenten om het maken van die uitzondering makkelijker, beter en goedkoper te maken.2 Doorontwikkeling van het Meldpunt Geldzorgen Het Meldpunt Geldzorgen stond voorheen bekend als het Meldpunt Schulden. De nieuwe naam past beter bij de visie en doelstelling van de gemeente. We willen inwoners niet alleen helpen met hun schulden (curatief) maar we willen vooral voorkomen dat inwoners in de schulden raken (preventief). Het Meldpunt Geldzorgen behandelt niet alleen aanvragen voor schuldhulpverlening maar is ook het laagdrempelige loket voor iedereen met vragen over financiën. Dit kunnen vragen zijn op het gebied van belastingen, alimentatie, toeslagen etc. Het Meldpunt draait spreekuren in de verschillende kernen. Het Meldpunt beantwoordt vragen, biedt zelf ondersteuning en werkt nauw samen met voorliggende organisaties, maatschappelijk werk, welzijnsorganisaties en achterliggende partijen (Stadsbank Oost Nederland, ROZ-groep). Het Meldpunt Geldzorgen is hiermee voor inwoners en organisaties de centrale spil bij het voorkomen, vinden en bestrijden van armoede- en schuldenproblematiek. Het Meldpunt kijkt hierbij breed en niet alleen naar de schulden maar ook naar de oorzaken. Komt iemand in de problemen door een hoge energierekening? Kan de woning waarin hij of zij woont verduurzaamd worden? Het duurzaamheidsbeleid is nog in ontwikkeling. Vroegsignalering van schulden doorontwikkelen Niet iedereen met problemen gaat voor hulp naar de gemeente, dit geldt zeker voor mensen met financiële problemen. Uit onderzoek blijkt dat mensen met schulden gemiddeld vijf jaar wachten voordat ze hulp zoeken. De gemiddelde totale schuldenlast bedraagt dan ruim €42.000. Schaamte, onderschatting van de problematiek en overschatting van de eigen mogelijkheden zijn daar mede debet aan3 Maar hoe langer iemand wacht, hoe groter de problemen en hoe hoger de maatschappelijke kosten. Op basis van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) benaderen we vanuit het Meldpunt Geldzorgen inwoners met betalingsachterstanden bij de woningcorporatie, zorgverzekeraar of nutsvoorzieningen proactief. Dit doen we schriftelijk of via de telefoon, maar steeds vaker gaan we ook op huisbezoek. We luisteren, kijken integraal en bieden ondersteuning aan. Als er problematische schulden zijn dan helpt de Stadsbank inwoners via een schuldenregeling, bij voorkeur via een saneringskrediet. De schulden worden dan tegen een afkoopsom overgenomen door de Stadsbank en voor inwoners blijft de Stadsbank als enige schudeiser over. Dit geeft rust en duidelijkheid waardoor de inwoner snel verder kan met zijn leven4. We voldoen met onze schuldhulpverlening aan de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en we onderzoeken de taakverdeling tussen de Stadsbank en de gemeente Gemeentelijke schuldhulpverlening begint in Twenterand bij het Meldpunt Geldzorgen. Belangrijkste doelstelling van schuldhulpverlening is om te voorkomen dat inwoners in de schulden raken en inwoner die al schulden hebben snel te helpen. Vanuit het Meldpunt Geldzorgen worden de contacten met schuldeisers onderhouden en vinden de huisbezoeken plaats. Aanvragen voor schuldhulpverlening worden afgehandeld volgens de termijnen die zijn vastgelegd in de Verordening schuldhulpverlening Twenterand 2021. Producten als een schuldregeling en budgetbeheer worden uitgevoerd door de Stadsbank. Nadere invulling hiervan heeft het college vastgelegd in de Beleidsregels schuldhulpverlening Twenterand 2022. Minderjarige kinderen hebben prioriteit via onze gemeentelijke minimaregelingen en het werk van de stichtingen en subsidiepartners. We onderzoeken in de komende beleidsperiode de taakverdeling tussen de Stadsbank en de gemeente. Centrale vraag hierbij is: hoe kunnen we schuldhulpverlening zo effectief en efficiënt mogelijk uitvoeren? 2.1.2Zorgen dat inwoners ook in de toekomst de maatschappelijke ondersteuning krijgen die ze nodig hebben Waarom is het een opgave? Door demografische en maatschappelijke ontwikkelingen als de vergrijzing en langer thuiswonen (extramuralisering) krijgen we te maken met steeds meer hulpvragen. De kosten voor de gemeente lopen fors op en hierdoor staat de houdbaarheid van de Wmo 2015 en daarmee de zorg voor onze inwoners onder druk. Het belangrijkste doel van de Wmo 2015 is dat inwoners zo lang mogelijk thuis kunnen wonen en kunnen (blijven) meedoen aan het dagelijkse leven. We willen de Wmo 2015 zo uitvoeren dat we aan deze doelstelling ook in de toekomst kunnen blijven voldoen. Wat willen we bereiken? We willen bereiken dat alle inwoners zo lang als mogelijk thuis kunnen wonen en dat iedereen mee kan doen aan het dagelijkse leven. Dat we de inwoner die niet op eigen kracht, met behulp van het (sociaal) netwerk of voorliggend veld zijn probleem kan oplossen de ondersteuning kunnen bieden die noodzakelijk is, dat relevante informatie over dit onderwerp voor iedereen toegankelijk is en dat we dit op een financieel verantwoorde manier doen. Quote: Vanuit Wmo kijken naar de gehele mens, zoeken en behouden van maatwerk. Niet alleen kijken naar de kosten voor de Wmo Wat gaan we doen? Stimuleren van eigen verantwoordelijkheid en eigen kracht Zowel in de Wmo 2015 als in de Jeugdwet staan eigen kracht en zelfredzaamheid voorop. Dit betekent dat inwoners eerst moeten kijken wat ze nog zelf kunnen doen om de hulpvraag op te lossen (eigen kracht) of wat ze kunnen laten doen door hun sociale netwerk (o.a. mantelzorg). Wij gaan uit van eigen kracht van onze inwoners en vinden dat onze inwoners verantwoordelijk zijn voor het oplossen van hun eigen problemen. Eigen kracht van onze inwoners kan aangeboord worden als iemand de in staat is de hulp te bieden, beschikbaar is om de hulp te bieden en niet overbelast raakt. Van belang is dat de gemeente onderzoekt of iemand daardoor niet in de problemen raakt. Wij gaan dan ook inzetten op meer bewustwording om inwoners te leren om te kijken naar wat zij zelf kunnen doen. We willen graag dat inwoners meer levensloopbestendig wonen en hier zelf op anticiperen of inzetten. We willen bewustwording creëren bij de inwoner dat gemeentelijke middelen schaars zijn. We willen inwoners ook laten nadenken over levensloopbestendig wonen, juist wanneer ze (nog) geen beperkingen ervaren. En als er een beroep wordt gedaan op maatschappelijke ondersteuning dan zijn we empathisch en kritisch. We verstrekken alleen wat nodig is en monitoren of de voorziening ook daadwerkelijk wordt gebruikt (hulpmiddelen) en (nog steeds) bijdraagt aan de oplossing van het aangedragen probleem. We leggen zorgvuldig aan de aanvrager uit wat we wel of niet doen en waarom. We stimuleren inwoners om verloren vaardigheden weer aan te leren om zelfredzaam te blijven (reablement) Reablement is een manier om samen met inwoners (vaak ouderen) te werken aan herstel van het leven en de zelfredzaamheid. De methodiek helpt mensen om oude of nieuwe vaardigheden aan te leren waardoor ze langer zelfstandig en onafhankelijk kunnen blijven zodat professionele ondersteuning niet nodig is. Daar waar het passend is verstrekken we niet de gevraagde voorziening, maar wordt eerst gekeken of de inwoner de verloren vaardigheden weer aan kan leren. Als iemand bijvoorbeeld niet meer goed kan traplopen, dan wordt gekeken of er met behulp van een ergo- of fysiotherapeut iemand dat weer kan leren voordat we een traplift verstrekken. Dit geldt ook voor het weer aanleren van huishoudelijke taken met als doel een woningaanpassing, een hulpmiddel of huishoudelijke ondersteuning uit te stellen of te voorkomen. Een sterke sociale basis als fundament voor sociaal beleid De sociale basis is het geheel aan informele en formele diensten, (preventieve en lichte) voorzieningen en relaties in de leefomgeving van mensen die eraan bijdragen dat mensen tot hun recht komen en kunnen floreren (Verwey-Jonker Instituut, 2022). Onder de sociale basis vallen dus bijvoorbeeld kinderopvang, scholen, kerken, sport, cultuur, jongerenwerk, jeugdgezondheidszorg, opvoedondersteuning, enzovoort. Het voorliggende veld staat voor het totaal aan (collectieve) voorzieningen en ondersteuning in een wijk of gemeente waarvan je bij hulpvragen zonder indicatie gebruik van kan maken. De term voorliggend veld redeneert vanuit beleidsperspectief (systeemwereld) en de term sociale basis redeneert vanuit het perspectief van de samenleving (leefwereld). Een goede sociale basis helpt bij het stimuleren van eigen kracht en stelt de inwoner centraal. Wij zorgen voor een sociale basis waarin normaliseren, preventie en vroegsignalering zo zijn ingericht dat: Er aandacht is voor het vermogen van inwoners om zoveel mogelijk zelf de regie te voeren in hun leven. Zorg vanuit het sociaal domein aansluit op de ondersteuningsplannen in het onderwijs. Er zo vroeg mogelijk passende (voorliggende) ondersteuning kan worden ingezet. Zorgaanbieders kunnen afschalen en nazorg een plek krijgt. We leggen de nadruk op de meerwaarde van het inzetten van het voorliggend veld. We willen de toegang tot ondersteuning beter en innovatiever organiseren. We onderzoeken de landelijke oproep om te gaan werken met een sterk lokaal team, binnen de context van Twenterand. Een dergelijk lokaal team zou lichte, integrale en levensbrede ondersteuning moeten gaan bieden. Om inwoners nog preventiever en efficiënter te kunnen helpen, gaan we bezig met het vergroten van de bekendheid en toegankelijkheid van ons voorliggend veld. Waar mogelijk wordt er samengewerkt met vrijwilligers en/of ervaringsdeskundigen. Hiernaast wordt er ingezet op betere verbinding met het onder andere het Meldpunt Geldzorgen, zodat er ook gewerkt kan worden aan een effectief en efficiënt armoedebeleid. Dit zodat er meer en beter gebruikt gemaakt wordt van de sociale infrastructuur die in de verschillende kernen van Twenterand aanwezig is of zou moeten komen. Een andere manier waarop we de sociale basis versterken is door de ondersteuning zoveel mogelijk te organiseren via algemene voorzieningen. Algemene voorzieningen zijn diensten of activiteiten die vrij toegankelijk zijn zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers. Voorbeelden van algemene voorzieningen zijn het maatschappelijk werk, ontmoetingsruimtes in wijkcentra, maaltijdverzorging, een boodschappenservice, was- en strijkservice en jongerenwerk. Quote: Meer aandacht voor de mantelzorg en het vaker binnen het gezin of de eigen omgeving verzorgen van ouderen (zoals vroeger) Inzetten op versterking en ondersteuning van vrijwilligers en mantelzorgers De inzet en ondersteuning die vrijwilligers en mantelzorgers bieden, worden steeds belangrijker. De focus op de eigen kracht van de inwoners betekent namelijk dat inwoners meer gebruik moeten maken van hun netwerk: informele zorg is hier een onderdeel van. In Twenterand is het gemeenschapsgevoel groot en beschikken we over meer (zorg)vrijwilligers dan gemiddeld in Twente: dat koesteren we! Het coalitieakkoord wil extra aandacht voor informele zorg. Hierin staat: " Mantelzorg is onmisbaar in de zorg voor onze inwoners. We onderzoeken of ons huidig ruimtelijk beleid op het gebied van mantelzorg nog toereikend is. Zorg die dichtbij gegeven kan worden voor familie maakt mantelzorg makkelijker vol te houden. We blijven inzetten op goede steun voor mantelzorgers." Deze integrale nota wil uitvoering geven aan de wens tot een visie op informele zorg, zoals gevraagd in het coalitieakkoord. Onze visie omvat de volgende richting: Door meer aandacht voor de werving, ondersteuning en waardering van (zorg)vrijwilligers te hebben, zorgen we er samen voor dat deze groep inwoners sterk blijft en uitgebreid kan worden. Het zorgdragen voor en faciliteren van respijtzorg (voorliggende dagbesteding, gastgezinnen, gezinsvrijwilligers etc.) en mantelzorgwoningen zijn hierbij van cruciaal belang, zodat het uitvoeren van zorgtaken zo makkelijk mogelijk kan worden gemaakt. Aandacht voor specifieke doelgroepen en hierin maatwerk leveren. We maken onderscheid tussen jonge, oudere en werkende mantelzorgers, omdat deze doelgroepen elk een andere ondersteuning/benadering vragen. We werken deze onderwerpen binnen het thema ‘informele zorg’ integraal en samen met partners uit in de maatschappelijke agenda en gaan gericht kijken naar de behoeften die zorgvrijwilligers en mantelzorgers hebben. Over informele zorg en inclusie zijn twee aparte notities geschreven als onderbouwing van deze richting. Deze zijn opgenomen in de bijlage bij deze nota. 2.1.3In samenwerking met zorgpartners en ons voorliggend veld werken aan goede, beschikbare en betaalbare hulp voor jeugdigen, ouders en gezinnen in Twente en Twenterand. Wat willen we bereiken? Een beheersbaar en daarmee duurzaam en financieel houdbaar stelsel om te komen tot betere en tijdige zorg en ondersteuning voor jeugdigen, op de juiste plek en wanneer dit nodig is. Waarom is het een opgave? Met betrekking tot jeugd- en gezinsproblematiek is het van belang rekening te houden met de landelijke en regionale ontwikkelingen die op de gemeente afkomen. Landelijke kaders en regionale afspraken zullen van invloed zijn op de manier hoe de ondersteuning en de toegang tot deze ondersteuning vormgegeven gaat worden (Toekomstscenario kind en gezinsbescherming en de Hervormingsagenda Jeugd). Het betreft hierbij het voorliggend veld, de geïndiceerde zorg en de jeugdbeschermingsmaatregelen. We bewegen mee met de ontwikkelingen in de regio, maar maken een vertaling die past bij de kenmerken en problematiek van Twenterand. Wat gaan we doen? In Twente streven we met aanbieders naar een dekkend wachtlijstvrij zorglandschap aansluitend op een stevige lokale sociale basis. Twenterand werkt met betrekking tot alle segmenten van jeugdhulp samen met de 14 Twentse gemeentes in Samen14. In de in 2022 vastgestelde Regiovisie Jeugdhulp Twente zijn de gezamenlijke visie en doelstellingen voor verdere verbetering van de Jeugdhulp vastgelegd. De inzet van de Twentse samenwerking is dat iedere jeugdige in Twente toekomstperspectief heeft. In de regiovisie staat ook hoe aanbieders, professionals en gemeenten in de aankomende jaren vanuit samenwerking de sociale basis naar een hoger plan gaan tillen. In Twenterand is de inzet van gezinswerk en de POH Jeugd bij de huisartsen hierin erg belangrijk. Een belangrijke ontwikkeling voor de komende jaren is het ombouwen van grote behandelvoorzieningen naar kleinschalige behandel- en woonplekken. Dit heeft effect op de tarieven. Daarom is het noodzakelijk om de instroom te verminderen. Dit gaan we doen door de ontwikkeling van meer ambulante alternatieven. Dit zal lokaal inzet vragen. Door samen met zorgaanbieders en onderwijs te investeren in de samenwerking, versterken de Twentse gemeenten de positie van de jeugdige en het gezin. Op deze wijze kan altijd op korte termijn de hulp geboden worden die nodig is, gezinsgericht, zo licht als mogelijk, zo zwaar als nodig. Ook wordt uitgegaan van hulpverlening dichtbij huis, tenzij dit echt niet kan. In Twenterand staan wij positief tegenover het gedachtengoed van collectief arrangeren op zorgintensieve scholen, waarbij ieder domein zijn eigen (financiële) verantwoordelijkheid neemt en waarbij een toegevoegde waarde aangetoond kan worden voor de kinderen, de organisaties en de financiën. Quote: ontwikkel levensloopbestendig beleid, te beginnen bij jeugd en jongeren waarbij er ook aandacht is voor gezond bewegen, voeding en huisvesting Stimuleren van de eigen kracht van de jeugdige en zijn of haar omgeving en normalisering van zorgvragen Opgroei- en opvoedvraagstukken horen bij het leven. Ons uitgangspunt is: ontzorgen en normaliseren door in te zetten op het versterken van de eigen kracht van de jeugdige en zijn of haar omgeving. Normaliseren betekent dat een hulpvraag niet altijd een probleem is waar een traject bij hoort. Veel dingen die we meemaken horen bij het ‘normale’ leven. Sommige dingen gaan vanzelf over en hebben geen professionele hulp nodig, maar bijvoorbeeld acceptatie van de omgeving. Dat vraagt om een andere focus en oplossing voor sommige jongeren en hun ouders, maar zeker ook voor de jeugdhulpverlening. Dat vergt naast lokale inrichting ook een andere mindset en draagvlak bij inwoners en professionals. Hoe beter we dit vangnet organiseren en faciliteren in het voorliggend veld, hoe beter we preventief kunnen werken. Het voorliggend veld staat voor het totaal aan algemene voorzieningen dat beschikbaar is in een gemeente voor (hulp)vragen zonder indicatie. Zij spelen een belangrijke rol bij de ondersteuning van jeugd. Gerichte investering in samenwerking en kennis in het voorliggend veld is van belang om meer in te kunnen zetten op preventie. Versterken van een veilige en prettige leefomgeving voor gezinnen en jeugdigen Huiselijk geweld en kindermishandeling hebben een grote impact op het leven van betrokkenen en op de samenleving. Vanuit de regionale visie Huiselijk Geweld en Kindermishandeling en een lokale aanpak werken we eraan om deze onveilige situaties te herkennen, te stoppen én te voorkomen. We gaan verder werken aan bewustwording bij zowel professionals als het brede publiek. Daarnaast stimuleren we het gebruik van het besluit verplichte Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling binnen organisaties en scholen in Twenterand. Tenslotte wordt ingezet op het verstevigen van de integrale aanpak en samenwerking vanuit Zorg en Veiligheid. In lijn met het Toekomstscenario Jeugd en Gezin willen we komen tot ‘andere/nieuwe’ oplossingen voor kinderen/jongeren/ gezinnen met ernstige veiligheidsrisico’s. Dit richt zich vooral op de samenwerking tussen onze lokale toegang (jeugd/Wmo) en de jeugdbeschermingsorganisaties Veilig Thuis Twente, Raad voor de Kinderbescherming en Geïndiceerde instellingen (GI'
  3. s)De dienstverlening van het scheidingspunt voorziet in een behoefte bij inwoners en met vroegtijdige hulp kunnen we voorkomen dat er problemen na de scheiding ontstaan/verergeren. Het draagt ook bij aan het versterken van de mentale gezondheid van kinderen en ouders en het voorkomen van uitval van kinderen (ook op latere leeftijd). In de themalijn gezondheid gaan wij hier nader op in. Quote: maak het voor gezinnen met meerdere problemen makkelijker om hulp (aan) te vragen 2.1.4Ondersteuning bij uitdagingen in het leven: vroegsignalering en preventieve voorliggende ondersteuning van jeugdigen en ouders. Wat willen we bereiken? We willen nadrukkelijk oog blijven houden voor kwetsbare jongeren en hun gezinnen. We willen tijdig signaleren, om zo zwaardere problemen en ondersteuning te voorkomen. Zodat de kinderen uit de gemeente een betere toekomst hebben. We willen de eigen kracht van onze inwoners versterken en stimuleren verbinding in onze kernen. We ondersteunen jongeren en hun ouders, wanneer nodig, bij de uitdagingen die zij in het leven tegenkomen. Waarom is het een opgave? In de gemeente Twenterand wonen veel jongeren: ongeveer 21,5% van de inwoners is jonger dan 18 jaar. Landelijk is dit ongeveer 18,5% (bron: CBS, 2022). De meeste jeugdigen groeien probleemloos op. Een aantal niet. We willen graag dat het ook goed met hen gaat, dat zij gezond en evenwichtig opgroeien en kunnen meedoen in de maatschappij. Daarbij is het belangrijk dat ouders/opvoeders als eerstverantwoordelijke hun rol waarmaken en dat secundair omgeving en organisaties in met name onderwijs, welzijn en zorg aanvullend hun bijdrage kunnen leveren aan dit doel. Wat gaan we doen: Stimuleren van eigen kracht van jongeren We hebben speciale aandacht voor de mentale gezondheid van jongeren. Zo voelde in 2019 nog ongeveer 88% van de jongeren zich meestal (zeer) gelukkig. In 2021 is dit gedaald naar 79%. Ook is bijvoorbeeld het aandeel jongeren met psychosociale problemen gestaag aan het groeien, terwijl dit bij kinderen gelijk is gebleven (bron: Twentsegezondheidsverkenning). Covid heeft hier zeker invloed gehad, maar het is belangrijk deze ontwikkeling ook de komende jaren te volgen. We zorgen dat er adequate voorzieningen zijn op het gebied van sport, welzijn, cultuur, educatie, gezondheid en vrije tijd. Via het minimabeleid maken we veel voorzieningen ook voor jongeren uit gezinnen met een smalle beurs toegankelijk. Hierdoor kan de jeugd zich blijven ontwikkelen en bestrijden we eenzaamheid. We betrekken jongeren bij beleid dat van invloed is op hun leefwereld. Jongerenwerk is een belangrijke voorziening in de pedagogische infrastructuur van Twenterand. Het jongerenwerk kan een cruciale rol spelen vanwege de preventiekracht en de ontmoetingsfunctie, naast het voorkomen van overlast en het bevorderen van de veiligheid in de buurt. We werken toe naar 1 organisatie die verantwoordelijk wordt voor jongerenwerk per 2024 en werken dit uit in een subsidieregeling met mededinging. We willen een goede verbinding met jeugdhulp realiseren en jongerenwerk positioneren in de signalering en ondersteuning van kwetsbare jeugdigen en hun ouders. Jongerenwerkers werken outreachend en bieden laagdrempelige ondersteuning aan jongeren in hun ontwikkeling naar volwassenheid. Daarbij gaat er met name aandacht uit naar jongeren in een (tijdelijk) kwetsbare positie. Jongerenwerkers leggen proactief contact met jongeren op straat en op andere plekken waar jongeren zich ophouden, ook online. Zij signaleren waar jongeren vastlopen en leiden hen actief toe naar onder meer hulpverlenings-, scholings- en arbeidstrajecten. Verder ondersteunen ze ouders kortdurend bij de opvoeding en vervullen zij een activerende rol richting jongeren. Zij doen dit door samen met jongeren groepsactiviteiten te organiseren, hen te informeren over bestaande activiteiten, invulling te geven aan jongerenparticipatie en in te zetten op participatie van jongeren in hun eigen omgeving. Daarbij werken jongerenwerkers binnen alle kernen van Twenterand samen met diverse partners, zoals ouders, scholen, maatschappelijke organisaties, jeugdhulporganisaties, gemeente en politie. Als het jongerenwerk zichtbaar is in de kernen en outreachend werkt komen de jeugdigen beter in beeld en kunnen zij preventief ondersteund worden (ook door andere partijen). Quote: Het zou mooi zijn als er meer uitgaansgelegenheden komen voor jongeren. Kansrijke start voor alle kinderen Wij willen ons richten op een kansrijke start voor alle kinderen, wat betekent dat wij waar nodig (toekomstige) ouders ondersteunen bij hun zwangerschapswens, zwangerschap en het opvoeden van hun kinderen. Opvoedondersteuning wordt nu door veel organisaties geboden en is vaak onderdeel van een integraal hulpverleningsplan. Dit behoort tot het reguliere werk van organisaties. Er ontbreekt echter een lokale collectieve aanpak op opvoedondersteuning waarbij actief wordt gereageerd op signalen vanuit de samenleving. Hiernaast vinden wij het van belang dat het Centrum voor Jeugd en Gezin [CJG] aandacht blijft schenken aan het vrije toegankelijk regionaal (LOES) en landelijk aanbod en de ontmoeting tussen (pleeg)ouders/verzorgers (waar nodig) faciliteert. Bovenstaande aandachtspunten pakken we op. Naast bovenstaande willen we toewerken naar een overzichtelijk zorglandschap voor hulpvragen van mensen met een zwangerschapswens, zwangere en jonge ouders. Wij werken hier naartoe door de ondersteuning lokaal te organiseren en ook door waar nodig (preventieve) regievoering in te zetten. De (preventieve) regievoering zal gaan middels een reeds gevormde werkwijze die sub-regionaal is ontwikkeld binnen de coalitie Kansrijke Start. De coalitie Kansrijke Start is een samenwerking tussen gemeenten, verloskundigen en diverse zorgprofessionals met als doel de meest kwetsbare gezinnen effectief ondersteunen. Door de coalitie sub-regionaal vorm te geven, wordt eenduidigheid gecreëerd. Een intensivering wordt mogelijk gemaakt door een herverdeling van gelden en de landelijk gelden voor Kansrijke Start. 2.2De Participerende Twenterander Maatschappelijke trends De verwachting is dat er nog meer banen en beroepen verdwijnen of verschuiven door bijvoorbeeld inzet van robots en digitalisering. Dit schept ook echter weer nieuwe banen waarvoor andere vaardigheden belangrijk zijn. Het thema een leven lang leren is bijvoorbeeld een manier om hierop in te spelen. Ook zien we steeds meer werkgevers die vanuit sociaal ondernemerschap mensen aan het werk helpen of houden. Hierbij wordt gebruik gemaakt van functiecreatie of werkplekaanpassingen voor mensen met een arbeidshandicap. In vergelijking met het landelijke- en subregionale (gemeenten Almelo, Hellendoorn, Rijssen-Holten, Tubbergen en Wierden) beeld kent de gemeente Twenterand een relatief laag aantal personen dat gebruik maakt van een bijstandsuitkering. Maken we de vergelijking met de subregio zonder gemeente Almelo, dan heeft gemeente Twenterand een iets hoger aantal personen dat gebruik maakt van een bijstandsuitkering. Quote: we moeten ervoor zorgen dat niemand buiten de boot valt Op dit moment hebben we contact met ongeveer 100 werkgevers binnen en buiten de gemeente Twenterand. Veelal begint een traject bij een werkgever met een werkervaringsplek. Vaak mondt dit uit tot een betaalde baan of een betaalde baan elders. We zien een afname van het aantal mensen wat beroep doet op een bijstandsuitkering. Dit is uniek aangezien met de intrede van de Participatiewet de groep die beroep kán doen op het aanvragen van een bijstandsuitkering groter is geworden. Het gaat hier om de groep mensen met een arbeidsbeperking met werkvermogen die voorheen een beroep kon doen op het UWV voor een Wajong uitkering. In 2021 en 2022 kwamen er jaarlijks 80 aanvragen binnen voor een bijstandsuitkering. De opgaven zijn: Er is voor iedereen plek op de arbeidsmarkt. Bedrijven vanuit hun bedrijfsbelang interesseren voor de gemeentelijke programmadoelen over met name economie, (arbeids-)participatie, duurzaamheid en leefbaarheid. Kansen creëren voor jongeren afkomstig van VSO/PRO scholen en voortijdige schoolverlaters. Samen met werkgevers en kennisinstellingen nemen we het initiatief om vraagstukken op het gebied van krapte op de arbeidsmarkt op te pakken. Vluchtelingen en statushouders vangen wij lokaal conform taakstelling op. In Twenterand zorgen we er met elkaar voor dat iedereen zicht thuis voelt en iedereen zo goed mogelijk mee kan doen in de maatschappij. 2.2.1Er is voor iedereen plek op de arbeidsmarkt Waarom is het een opgave? We zijn al een eind op weg met de inclusieve arbeidsmarkt maar we zijn er nog niet. Een inclusieve arbeidsmarkt is een arbeidsmarkt waarin iedereen meedoet. Mensen met een beperking of afstand tot werk krijgen hierbij dezelfde mogelijkheden op een passende baan als mensen zonder beperking. De stap naar de reguliere arbeidsmarkt is niet makkelijk voor iedereen. De gemeente Twenterand wil echt dat iedereen mee kan doen. Dat hoeft niet persé een betaalde baan te zijn wanneer iemand dit nog niet kan, maar dit kan ook een traject zijn om bijvoorbeeld te werken aan het stoppen of verminderen van een verslaving, een dagritme te creëren, een opleiding te volgen, vrijwilligerswerk te verrichten, noem maar op. En voor elke persoon is dat weer verschillend. Niet iedereen staat op hetzelfde vertrekpunt in zijn of haar leven om te werken aan zichzelf, en iedereen heeft ook niet hetzelfde einddoel. Wat willen we bereiken? Meer zelfredzaamheid van de doelgroep uit de Participatiewet door eigen kracht, werk of de weg daarnaartoe. Met de introductie van de Participatiewet, de Wet banenafspraak en het quotum arbeidsbeperkten zijn randvoorwaarden gesteld om een inclusieve arbeidsmarkt te ontwikkelen. Een arbeidsmarkt waarin iedereen met arbeidsvermogen in staat wordt gesteld om mee te doen. Om dit doel te realiseren moeten organisaties en ondernemers (meer) inclusief gaan denken en iedereen zoveel mogelijk in staat te stellen om naar vermogen bij te dragen in de organisatie. Hierbij gaat het ook om duurzame plekken voor mensen met een arbeidsbeperking (denk hierbij aan beschut werk en garantiebanen) of een (grote) afstand tot de arbeidsmarkt. Hier is niet alleen draagvlak voor nodig, maar ook creativiteit. Minimaal twee keer per jaar organiseren we samen met ondernemers een vorm van media-aandacht voor de inclusieve arbeidsmarkt. De media-aandacht vindt plaats op diverse tafels, van ondernemerskringen tot aan ondernemers en werknemers aan het woord. Thema's die aan de orde komen zijn: Wat is de inclusieve arbeidsmarkt. De partnerships met bedrijven. Het oprichten van een community via IKBINDR. Storytelling. PSO. Sociale werkvoorziening toekomstbestendig uitvoeren. De gemeente probeert sociaal ondernemen te bevorderen, goede afspraken over social return on investment (SROI) te maken, advisering op het gebied van de banenafspraak, functiecreatie, etc. Om het sociaal ondernemen te meten, zetten we in op de Prestatieladder Socialer Ondernemen (PSO). Daarnaast werken we samen met ondernemers, Werkplein, onderwijs en organisaties aan creatieve oplossingen voor deze opgave. Als betaald werk voor langere tijd niet mogelijk is, dan kijken we op welke manier iemand toch actief kan blijven. Dat kan vrijwilligerswerk zijn of een creatieve dagbesteding. Natuurlijk kan onderwijs ook helpen om sneller een baan te vinden. Het doel is dat iedereen mee kan blijven doen en zich actief inzet voor de samenleving. Wat gaan we doen? Op basis van maatwerk en vertrouwen wil de gemeente Twenterand eenieder voor zover als mogelijk begeleiden richting werk, vrijwilligerswerk of het hebben van een dagritme. Samenwerking met werkgevers, onderwijs, het vrijwilligerswerk en zorg is hierin van groot belang. Zowel op landelijk, regionaal als lokaal niveau. Maatwerk is en blijft het uitgangspunt van de gemeente Twenterand. Maatwerk helpt om de samenleving dichter bij deze mensen te brengen want immers, zijn er nu echt mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt? Of is er een arbeidsmarkt met een afstand tot mensen? Om mensen te helpen bij het vinden van een zinvolle daginvulling gaan we de bemiddeling en begeleiding van mensen die een daginvulling zoeken intensiveren. Hierin willen we (voorliggende) organisaties in Twenterand betrekken zodat zij een grote rol kunnen gaan spelen in het bieden van een zinvolle plek of de bemiddeling tussen mens en (vrijwilligers)werkplek. Het mag duidelijk zijn dat deze opgave, het dichterbij brengen van de arbeidsmarkt bij de mensen en de mensen bij de arbeidsmarkt een van de lastigste opgaves is die er maar kan zijn. Maar we gaan ervoor en maatwerk is daarbij ons codewoord. 2.2.2Bedrijven vanuit hun bedrijfsbelang interesseren voor de gemeentelijke programmadoelen over met name economie, (arbeids-)participatie, duurzaamheid en leefbaarheid. Waarom is het een opgave? Er is al veel samenwerking met bedrijven op het gebied van economie, participatie, duurzaamheid en leefbaarheid. Dit is meestal één op één. We hebben een aardig netwerk opgebouwd met diverse bedrijven afzonderlijk. Wat willen we bereiken? Een netwerk van sociale ondernemers die ook onderling contact hebben en informatie en kennis uitwisselen over het sociaal ondernemerschap. Dit netwerk creëert banen voor mensen die net die extra begeleiding nodig hebben om deel te kunnen nemen aan de arbeidsmarkt. Maar ook bijvoorbeeld thema's als laaggeletterdheid kunnen in gezamenlijkheid opgepakt worden. Laaggeletterdheid is ook een van de onderwijsprioriteiten. Het zou mooi zijn om de ondernemers op dit thema te kunnen betrekken. Wat gaan we doen? De opgave is om bedrijven – vanuit hun bedrijfsbelang – meer te laten bijdragen aan de gemeentelijke programmadoelen. Deze doelen richten zich niet alleen op economie, maar zeker ook op bevorderen van (arbeids-)participatie, duurzaamheid en leefbaarheid. Twenterand onderneemt al initiatieven met ondernemers op dit punt en de komende tijd gaan we verder werken aan een netwerk van sociale ondernemers die participatieplekken beschikbaar stellen voor inwoners die nog niet op eigen kracht aan het werk kunnen (conform coalitie-akkoord). 2.2.3Kansen creëren voor jongeren afkomstig van VSO/PRO-scholen en voortijdig schoolverlaters. Waarom is het een opgave? De gemeente Twenterand is van oudsher een gemeente met een veenarbeidershistorie en vanuit daar wordt de link gelegd naar een grotere populatie welke werkzaam is in de sociale werkvoorziening. Dit zien we ook terug bij andere (voormalige) veengemeenten. Voorheen kwamen veel jongeren met een VSO/PRO-diploma in de Wajong terecht of in de Sociale werkvoorziening. Met intrede van de Participatiewet is dat niet meer mogelijk. Wat willen we bereiken? Veel jongeren lukt het om hun talenten en kansen te benutten. Zij behalen een schooldiploma, vinden werk en een plek in de samenleving. Voor de jongeren voor wie dit niet geldt is regionaal de Twentse Belofte gemaakt (of gedaan). De Twentse Belofte is een belofte aan alle jongeren in Twente die het niet zelfstandig lukt om hun school af te maken of werk te vinden of te houden. Dit geldt ook voor kinderen die een diploma halen op het VSO, PrO of Entree en daarna niet verder gaan studeren. Scholen, gemeenten en werkgevers werken samen om deze jongeren te helpen, zodat ze een geschikte werkplek vinden. Persoonlijk contact is voor hen heel belangrijk. Vaak zien we dat het lukt om een stageplek te vinden samen met hun netwerk (school, familie, gemeente etc.) bij een bedrijf en van daaruit wordt dit vaak een betaalde baan. Wat gaan we doen? Jongeren die een diploma halen op het VSO, PrO of Entree indien nodig, actief persoonlijk begeleiden naar een passende vervolgstap. Wij zetten hiervoor de middelen in die daarvoor benodigd zijn. Denk hierbij aan loonkostensubsidies, werkgevers die zich inzetten voor deze jongeren en perspectief kan bieden. Ook denken we hierin creatief dus we kijken breder dan alleen maar naar de beschikbare instrumenten uit de instrumentenkoffer. De gemeente Twenterand kent een ruimer beleid dan andere gemeenten hierin. Zo kan een jongere, die voorheen beroep zou kunnen doen op een Wajonguitkering maar dit nu niet meer kan vanwege de regelgeving per 2015, een beroep doen op een loonkostensubsidie ondanks dat men geen beroep kan doen op een uitkering op grond van de Participatiewet. Dit ruime beleid wordt met ingang van 2022 door het rijk beloond doordat het aantal loonkostensubsidies meetelt in de bijdrage die de gemeente ontvangt van het rijk. Het budget voor loonkostensubsidies (dat onderdeel uitmaakt van het BUIG-budget) is vanaf 2022 verdeeld op basis van de historische uitgaven. Dat betekent dat als gemeenten meer uitgeven aan LKS, het budget omhooggaat. De bedoeling is dat gemeenten geen financieel nadeel meer ondervinden van het verstrekken van loonkostensubsidies. 2.2.4Samen met werkgevers en kennisinstellingen nemen we het initiatief om vraagstukken op het gebied van de krapte op de arbeidsmarkt op te pakken. Waarom is het een opgave? Ook in de economische agenda neemt het streven naar een inclusieve arbeidsmarkt een belangrijke plek in. Vanuit Economie wordt ook gestimuleerd dat werkgevers actie ondernemen om onbenut arbeidspotentieel in te zetten om de economische groei te faciliteren. Wat willen we bereiken? Hiervoor willen we maatschappelijke coalities met kennisinstellingen en het bedrijfsleven sluiten. Wat gaan we doen? Voldoende vakmensen, zowel theoretisch als praktisch opgeleid, vinden voor de banen die we in Twenterand hebben. Veel bedrijven hebben moeite om vacatures gevuld te krijgen met mensen met de juiste kennis en kwaliteiten. Werkgevers kunnen bijvoorbeeld een plek in een echte werkomgeving bieden om werkzoekenden die nog (net) niet klaar zijn voor betaald werk werknemersvaardigheden te laten ontwikkelen. De grote vraag naar personeel bij werkgevers betekent ook dat we iets mogen vragen van werkgevers. Wat kunnen zij doen om kandidaten beter op te nemen in hun organisatie? We vragen werkgevers om bij het personeelsbeleid aandacht te hebben voor kwetsbare groepen. We voeren bijvoorbeeld het gesprek over wat mogelijk is in de aanpassing van de werkzaamheden aan het niveau van de kandidaat en het carrièreperspectief om kandidaten geïnteresseerd te krijgen en vervolgens te behouden voor bepaalde sectoren. Ook vragen we werkgevers om in bepaalde gevallen de werktijden aan te passen of uren uit te breiden, zodat mensen financieel zelfstandig kunnen zijn dan wel de werkzaamheden kunnen volhouden. We moeten hierbij alert zijn op de armoedeval. Armoedeval ontstaat wanneer iemand financieel erop achteruitgaat wanneer deze persoon gaat werken. Naast de betrokkenheid van werkgevers hebben we ook een belang bij nieuwe bedrijvigheid met banen die passen bij het profiel en het arbeidspotentieel van de werkzoekenden in de gemeente, zoals banen voor praktisch geschoolde medewerkers. Het is de uitdaging om de samenwerking tussen het Sociaal Domein en Economie zo vorm te geven dat deze elkaar maximaal versterken. 2.2.5Vluchtelingen en statushouders vangen wij lokaal binnen de taakstelling op en doen zo snel als mogelijk mee. Waarom is het een opgave? De Wet inburgering 2021 geeft onze gemeente de regie om nieuwe Twenteranders zo snel mogelijk mee te laten doen, het liefst via betaald werk. De gemeente is verantwoordelijk voor het regelen van de inburgering van statushouders en het bevorderen van hun participatie en integratie in de Nederlandse samenleving. Dat begint al in het asielzoekerscentrum, op het moment dat het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) beslist in welke gemeente een statushouder wordt gehuisvest. De gemeente kan vanaf dat moment starten met (het verzamelen van relevante informatie voor) de inburgering van hun aanstaande inwoner. Het belangrijkste in de nieuwe wet is dat de nieuwe Twenterander een passend inburgeringstraject krijgt; waardoor hij/zij zo optimaal mogelijk kan participeren en integreren in onze samenleving. Het kalenderjaar 2022 stond vooral in het teken van de implementatie van de veranderopgave inburgering. De basisinfrastructuur is aanwezig; de focus ligt nu op de doorontwikkeling. Daarnaast speelt het vraagstuk van het tekort aan opvangplekken voor Oekraïners, asielzoekers en statushouders, gekoppeld aan de grote instroom van de bovengenoemde groepen. In het kalenderjaar 2022 heeft onze gemeente opvang geboden aan ontheemde Oekraïners in Westerhaar, in goede samenwerking met inwoners, (vrijwilligers)organisaties en kerken. In 2023 en volgende jaren zal met name de creatie van opvangplekken voor de drie genoemde doelgroepen centraal staan. Dit alles zal in samenspraak en samenwerking met de overige Twentse gemeenten gebeuren. Het basisdocument voor deze opgave is het Procesplan Twente, dat recentelijk door het college is vastgesteld. Onder de Inburgeringswet 2021 vallen mensen die ook met andere aspecten van het gemeentelijk takenpakket te maken krijgen. Denk hierbij aan een Wmo voorziening, schuldhulpverlening, een bijstandsuitkering of passend onderwijs. Integraliteit en samenhang is dus belangrijk bij deze opgave. Wat willen we bereiken? Het kunnen voldoen aan de wettelijke huisvestingstaakstelling statushouders en aan de opgave, zoals benoemd in het Procesplan Twente. We blijven lobbyen bij de VNG en het Rijk om voldoende middelen te krijgen voor de uitvoering van de veranderopgave inburgering en voor de opvang van statushouders, asielzoekers en ontheemde Oekraïners. Wat gaan we doen? De veranderopgave inburgering zullen we de komende tijd verder implementeren. Denk hierbij aan het verder vormgeven van de Module Arbeidsparticipatie en de Z-route. Onder andere in samenwerking met Vluchtelingenwerk. Werkgevers actief mee laten denken over het bieden van stage- of ontwikkelplekken bij bedrijven Sprekend over de opvang van ontheemde Oekraïners, statushouders en asielzoekers worden er concrete stappen gezet om opvang in onze gemeente mogelijk te gaan maken. Belangrijke voorwaarden hierbij zijn intern en extern draagvlak en voldoende (personeels)capaciteit. 2.2.6In Twenterand zorgen we er met elkaar voor dat iedereen zich thuis voelt en iedereen zo goed mogelijk mee kan doen in de maatschappij. Waarom is het een opgave? Iedereen hoort erbij! Een inclusieve samenleving betekent dat er een samenleving ontstaat waarin alle inwoners gelijkwaardig mee kunnen doen en zich thuis voelen. Diversiteitsfactoren als geloof, afkomst, seksualiteit, opleidingsniveau en andere zaken spelen hier ook een rol in. Inclusie is dus meedoen, in de breedste zin van het woord. Toegankelijkheid – zoals benoemd in het coalitieakkoord – valt hieronder. Vanuit de maatschappij zien we nog te vaak dat toegankelijkheid niet altijd even vanzelfsprekend is: toegankelijkheid van openbare ruimtes, toegankelijkheid van informatie, maar ook toegankelijkheid naar zinvolle daginvulling zijn aandachtspunten die we hierin zien. Quote: Mensen verbinden, de positiviteit zoeken en benutten. Er wordt vaak de nadruk gelegd op wat fout gaat, maar bekijk het van een andere kant. Mensen hebben een hele mooie, positieve kant. Probeer dit meer op de voorgrond te plaatsen. Wat willen we bereiken? Gemeentebreed, inclusief de uitvoering door onze partners, moet het beleid dan zo inclusief mogelijk zijn (dit sluit aan bij normaliseren van situaties). We willen dat mensen met een beperking optimaal mee kunnen doen met de maatschappij, dat mensen van een minderheid gelijke kansen en behandeling krijgen en dat we door inzet van ervaringsdeskundigen ervoor kunnen zorgen dat gemeentelijke plannen zo goed mogelijk aansluiten bij de leefwereld van alle Twenteranders zodat ze zo zelfstandig en onafhankelijk mogelijk kunnen leven. De onderbouwing van deze visie te vinden in een aparte bijlage bij deze nota. Quote: De jaarlijkse rommelmarkt is gezellig. Wat gaan we doen? We ons inzetten voor toegankelijke informatie, denk hierbij aan leesbaarheid van brieven en vindbaarheid op de website. Inclusie vraagt om interactie. We willen de doelgroep actief hierbij betrekken en we kijken praktisch op welke wijze dit het beste kan. Zo zetten we bijvoorbeeld ervaringsdeskundigen in om de participatie en zelfredzaamheid van alle Twenteranders zo groot mogelijk te maken, maar ook bij specifieke onderwerpen staan wij open voor inwonerparticipatie. Inclusie wordt een van de thema's die we ook gezamenlijk met netwerkpartners gaan uitwerken in de maatschappelijke agenda, om te borgen in het aanbod van onze partijen. Deze elementen worden meegenomen in de uitwerking van deze nota. In de maatschappelijke agenda) wordt het gevraagde actieplan opgenomen. 2.3De Lerende Twenterander Onderwijs en kinderopvang in Twenterand Inwoners van de gemeente kunnen gebruik maken van voorzieningen voor kinderopvang, basisonderwijs, voortgezet onderwijs en relevant volwassenenonderwijs. Er zijn veel kinderen met (dreigende) ontwikkelingsproblematiek op het gebied van taal en sociaal-emotioneel. Niet zelden hebben hun ouders hier ook mee te maken (gehad). De gemeente heeft vooral sturingsmogelijkheden op de zogenaamde ‘doelgroepkinderen’ van 2,5 tot en met 6 jaar. Voor deze kinderen krijgt de gemeente vierjaarlijks de onderwijsachterstandengelden (OAB). Hiervoor is uiteraard nauwe samenwerking met kinderopvang en basisonderwijs noodzakelijk, om de zogenoemde ‘doorgaande lijn’ van kinderopvang naar basisonderwijs en voortgezet onderwijs te kunnen borgen en waar mogelijk optimaliseren. Het is hierbij ook vooral zaak om zo vroeg mogelijk te zorgen voor zoveel mogelijk gelijke kansen voor ieder kind. Kansengelijkheid is een begrip dat veel naar voren komt in zowel landelijke als regionale beleidstukken, maar waar geen eenduidige definitie voor is. Daarom is voor Twenterand een eigen definitie opgesteld: Kansengelijkheid houdt in dat verschillende kinderen onder dezelfde gelijke onderwijsomstandigheden (toetsresultaten, leraar, niveau van basisonderwijs) dezelfde kans hebben op een vervolgopleiding die vanwege deze gelijke onderwijsomstandigheden passend zou zijn. Het verschil dat onder meer wordt veroorzaakt door andere factoren, zoals het opleidingsniveau van de ouders, het (voor)oordeel van de leraar en de omgevingsfactoren van de leerling, wordt daarmee zoveel mogelijk tenietgedaan. Maatschappelijke trends Er zijn veel landelijke, regionale en lokale ontwikkelingen die de komende jaren relevant zijn en worden voor onze lerende inwoners. Personeelstekorten, verduurzaming van onderwijsvastgoed, van passend naar inclusief onderwijs en (vrijwel) gratis kinderopvang vanaf 2025 zijn allemaal zaken die grotendeels nu al spelen of waar nu al op moet worden voorgesorteerd. Bijvoorbeeld door de Rijke Schooldag, in samenwerking tussen basisschool en kinderopvang. Lokaal speelt dit volop, waarbij er een beleidsrijk Integraal Huisvestingsplan (IHP) in de maak is om deze en andere onderwerpen het hoofd te bieden. De gemeente hecht er waarde aan dat er in elk dorp een goed aanbod is van (basis)onderwijs en kinderopvang, met voldoende keuzevrijheid voor ouders en kinderen. Tegelijk is de vraag actueel of alle 24 onderwijsinstellingen en 16 kinderopvanglocaties in de gemeente er op de middellange termijn nog (kunnen) zijn. Dit kan in onderwijsverzamelgebouwen zoals de brede scholen die in een ideaal scenario kunnen uitgroeien tot kindcentra, waar ook ruimte kan zijn voor volwassenenonderwijs en cultuurparticipatie. De gemeente wil actiever onderwijsbeleid gaan voeren, dat de komende jaren zijn beslag zal gaan krijgen. En dan niet alleen voor de kinderen van 2,5 tot 6 jaar, maar voor alle lerende Twenteranders. Er gebeurt al veel voor inwoners die laaggeletterd zijn en daardoor niet optimaal kunnen participeren en in sommige gevallen minder zelfredzaam zijn. Laaggeletterdheid is een van de opgaven waar de komende jaren prioriteit aan gegeven gaat worden, waarbij er uiteraard samenhang is met het gemeentelijke actieplan laaggeletterdheid. De lokale opgaven voor de lerende Twenterander. Gelijke kansen voor ieder kind. Versterken doorgaande lijn voorschool-basisschool. Toekomstbestendig onderwijs en kinderopvang in Twenterand. Laaggeletterdheid verminderen. Inspelen op gevolgen corona voor het onderwijs. 2.3.1Gelijke kansen voor ieder kind Waarom is het een opgave? Door naar meer kansengelijkheid te streven wordt een tweedeling tussen kinderen van meer en minder kansrijke ouders voorkomen. Dit hangt vaak samen met opleidingsniveau en inkomen. Het gaat zelfs zo ver dat kinderen met een gelijke CITO-score verschillende adviezen krijgen. Het is uiteraard lastig kwantificeerbaar in hoeverre dit ook in de gemeente Twenterand plaatsvindt. Het onderwijssysteem is dus mede debet aan het instandhouden en zelfs vergroten van ongelijke kansen. Wat willen we bereiken? Kansengelijkheid is een begrip dat lastig 'smart' te maken is. Want hoe meet je dit? Er is ook geen eenduidige definitie. Hierboven is een gemeentelijke definitie opgesteld. Daarom relateren we kansengelijkheid hier aan een aantal andere opgaven of onderliggende zaken, die uiteraard samenhangen met gelijke kansen voor iedereen. Hierbij wordt nadrukkelijk gekozen voor het zo vroeg mogelijk beginnen met het creëren van een 'gelijk speelveld’ voor alle kinderen en leerlingen in de gemeente Twenterand. Om gelijke kansen te creëren is er ongelijke behandeling nodig. Dat klinkt wellicht paradoxaal, maar niet alle kinderen hebben een verlengde schooldag, huiswerkklas of ondersteuning nodig. Wat gaan we doen? In gesprek met het onderwijs en andere relevante partijen over wat nodig is. Gemeentelijk onderwijsbeleid doorontwikkelen, waaronder gezamenlijke afspraken met onderwijs en kinderopvang over het stimuleren van kansengelijkheid. Extra bovenwettelijke uren voor de vve-coaches om zich specifiek te richten op zorgkinderen. Het bereik van voorschoolse educatie vergroten door kinderen waarvan ouders geen kinderopvangtoeslag krijgen vanaf het voorjaar 2023 2 dagdelen per week naar een VVE- aanbieder te laten gaan en door waar nodig identiteitsgebonden VVE-aanbieders/peuteropvang te stimuleren. 2.3.2Onderwijskansen vergroten voor kinderen: versterken doorgaande lijn voorschool-basisschool en basisschool - voortgezet onderwijs Waarom is het een opgave? Er zijn circa 120 kinderen met een vve-indicatie (ook wel doelgroepkinderen) in Twenterand. Voor deze groep, maar in feite voor alle kinderen die van de voorschool/peuterspeelzaal/vve-locatie de stap naar de basisschool maken, geldt dat deze doorgaande lijn nog verbeterd kan worden. Er zijn stappen gezet, zoals een verbeterd en geactualiseerd overdrachtsformulier en met scholen, kinderopvang en gastouders is de afspraak gemaakt dat alle kinderen met een specifieke ondersteuningsbehoefte een 'warme' overdracht krijgen, het liefst in aanwezigheid van de ouders. Dit houdt in dat alle kinderen ten minste worden besproken door locatieleider/pedagogisch medewerker en leerkracht/intern begeleider. Het is belangrijk dat basisscholen deze groep kinderen vanaf de start in groep 1 goed in beeld hebben en daardoor gericht ondersteuning kunnen bieden. Of voordat een kind op een basisschool start al duidelijk is of deze school wel volledig passend is. We merken dat ook de overgang van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs ook een lastige kan zijn. Kinderen die in het basisonderwijs net kunnen meekomen, komen zichzelf doorgaans in klas 1 of 2 van het voortgezet onderwijs tegen. We gaan met het onderwijs in gesprek over hoe we dit kunnen voorkomen. Wat willen we bereiken? Een zo optimaal mogelijke overdracht tussen voorschool en basisschool. Hierin kan de pedagogisch beleidsmedewerker voorschool ook een belangrijke rol nemen. Het is van belang dat de (voor)school ouders hier een grote rol in gaat geven en dat ouders deze gaan pakken. Daarna kan er een besluit volgen: verlenging verblijf voorschool, extra hulp in de klas, reguliere overgang basisschool of instroom in het sbo. Om dit te realiseren is het nodig dat (sommige) ouders eerder starten met het zoeken van een basisschool en het eerder maken (en ook doorgeven) van deze schoolkeuze. De gemeente zoekt naar mogelijkheden om dit nader te stimuleren. Want als niet bekend is naar welke school een kind gaat, kan het hierbovenstaande niet plaatsvinden. Ouders moeten zo vroeg mogelijk door de kinderopvang meegenomen worden in de ontwikkeling van hun kind, zodat ze ook een rol krijgen in de vervolgstappen. Wat gaan we doen? Contact voorschool/basisschool verbeteren/intensiveren. Is in alle dorpen al in gang gezet. Een warme overdracht stimuleren van alle kinderen. Ouders stimuleren om zo snel mogelijk tot een schoolkeuze te komen, en die ook door te geven aan de voorschool waar hun kind dan zit. Het opzetten en faciliteren van een kindvolgsysteem, of het zoveel mogelijk op elkaar afstemmen van bestaande systemen. (Beter) monitoren hoe de ontwikkeling van doelgroepkinderen verloopt. Verkennen of een of meerdere aanbieders top-vve kunnen gaan aanbieden. Afspraken maken om de overgang van basis- naar voortgezet onderwijs zo optimaal mogelijk te laten verlopen. 2.3.3Toekomstbestendig onderwijs en kinderopvang in Twenterand Waarom is het een opgave? Kinderopvang en onderwijs staan momenteel al onder druk door personeelstekorten, waardoor het moeilijker is om de bezetting en de roosters rond te krijgen. Klassen worden soms zelfs naar huis gestuurd. De leerlingenprognoses laten een dalende trend zien. Dit betekent op middellange termijn dat de leegstand in de bestaande schoolgebouwen zal groeien. Op de korte termijn zijn er echter scholen met ruimtegebrek, door groeiende leerlingenaantallen of het verkleinen van klassen, onder meer gefinancierd uit de NPO-gelden. Dit zal echter van tijdelijke aard zijn. Grofweg de helft van de schoolgebouwen in Twenterand heeft binnen 10 jaar grootschalig onderhoud, renovatie en/of nieuwbouw nodig. Hierbij moet er ook worden gekeken naar de toekomstige inrichting van het onderwijs zelf: zijn de schoolgebouwen voldoende toegerust op inclusief onderwijs. Er komt bovendien een grote duurzaamheidsopgave aan, waar nog de nodige lokale inspanningen voor moeten worden verricht. De kinderopvang wordt vanaf 2025 (vrijwel) gratis vanwege nieuwe wetgeving rond de kinderopvangtoeslag. Dit klinkt gunstig, maar is het niet altijd voor de groep meest kwetsbare ouders. De vraag naar kinderopvang zal door deze ontwikkeling naar verwachting stijgen, wat dan ook gaat gelden voor de eigen bijdrage die ouders nog moeten betalen. Tevens kan het zo zijn dat kinderopvangorganisaties zelf selectie gaan toepassen, waarbij er eerder plek is voor 'makkelijke' kinderen, in plaats van kinderen met bijvoorbeeld een vve-indicatie. Nog breder is de vraag: wat is het toekomstperspectief van het onderwijs in Twenterand? Zijn er niet teveel basisscholen? Hoe levensvatbaar zijn twee middelbare scholen op de lange termijn, die nu al merken dat de leerlingaantallen teruglopen? Deze vragen gaan nadrukkelijk verder dan de scope van deze IBN. Maar dit is een goed moment om met deze discussie te starten, nu het IHP er ligt en diverse onderwijsontwikkelingen in een stroomversnelling lijken te gaan komen. Tegelijkertijd nemen de extra taken en werkzaamheden voor het onderwijzend personeel steeds meer toe. Dat zorgt voor een enorme werkdruk en soms hoge uitstroom. De gemeente kan hier weinig aan doen, maar het raakt wel de gemeentelijke opgave. Wat willen we bereiken? Toekomstbestendig onderwijs in alle dorpen, in gebouwen die zoveel mogelijk zijn toegerust op de ontwikkelingen in zowel het onderwijs (passend en inclusief) als qua locatie (duurzaam en goed geventileerd). Dit betekent onherroepelijk dat er op termijn scholen moeten gaan fuseren, of zelfs gaan verdwijnen. Dat zal deze collegeperiode niet gaan gebeuren, maar zeker in Vroomshoop moet er in deze periode wel gestart worden met een discussie over dit onderwerp om hierin een koers te gaan bepalen. Door de beleidsarmoede op met name het terrein onderwijshuisvesting is een inhaalslag noodzakelijk, die met name in Vroomshoop al dit najaar op ons gaat afkomen. Ook voor het Noordik geldt: is het op de lange termijn haalbaar om twee VO-vestigingen in Twenterand te laten bestaan? Specifiek voor de kinderopvang geldt: in 2025 zal dit vrijwel gratis worden. Het is daarom wenselijk dat de bestaande voorzieningen en locaties zoveel mogelijk intact blijven tot die tijd. Als er nu een locatie verdwijnt is het personeel zo ergens anders aan het werk, en dreigt er over vier jaar een tekort aan kinderopvangplekken in de gemeente. Quote: Scholen hebben een zeer belangrijke rol in de samenleving. Daar kan stevig worden bijgedragen aan preventie en voorliggend oplossen van problemen. Andere onderwijsvisies zijn verrijkend voor ouders en kinderen. Nog dit jaar moet er duidelijkheid komen over de verplichting voor het basisonderwijs om bruto 2x een uur gymonderwijs aan te bieden. In Westerhaar en Den Ham zijn geen problemen, in Vriezenveen en Vroomshoop wel. Er wordt naar een breed scala van oplossingen gekeken, zoals beter benutten van de bestaande voorzieningen, maar ook naar de aanleg van een of meerdere buitengymzalen, die circa 8 maanden per jaar kunnen worden gebruikt. Niet alleen door schoolkinderen, maar ook door andere inwoners die graag willen bewegen. De doorgaande lijn tussen voorschool en basisschool en ook van basisschool naar voortgezet onderwijs moet duurzaam worden, zodat er geen zorgkinderen worden gemist. In nauwe samenspraak met voorliggende organisaties. Wat gaan we doen? Met schoolbesturen in gesprek over hun langetermijnvisie en samenwerkingsplannen. Intensivering vraagt om meer middelen, ook in personeel. Bezien wordt wat mogelijk is binnen ieder domein zijn eigen verantwoordelijkheid. Beleid en visie ontwikkelen op verduurzaming van scholen. Het beleidsrijke IHP (na vaststelling) uitvoeren. De verordening onderwijshuisvesting actualiseren. Onderliggende beleidsregels voor medehuur en -gebruik van onderwijsvastgoed vastleggen. 2.3.4Het vergroten van de basisvaardigheden en laaggeletterdheid terugdringen Waarom is het een opgave? Voor het vergroten van de zelfredzaamheid is het belangrijk dat inwoners voldoende basisvaardigheden hebben. Een onderdeel hiervan is goed kunnen lezen en schrijven. Laaggeletterdheid terugdringen is daarom belangrijk. Laaggeletterde mensen zijn doorgaans minder goed in staat de voorzieningen aan te vragen waar ze voor in aanmerking komen. Hierbij ligt een duidelijke relatie met bijvoorbeeld schuldhulpverlening. In Twenterand is circa een op de zes inwoners laaggeletterd. Dit zijn 5.500 Twenteranders. Ongeveer de helft van deze mensen hebben kinderen, die daardoor een risicogroep vormen om ook laaggeletterd te worden. Mensen die laaggeletterd zijn, hebben of krijgen problemen (bewust, maar zeker ook onbewust) die op meerdere levensgebieden doorwerken in hun kwaliteit van leven. Taalondersteuning is noodzakelijk op de plek waar mensen werken, leren, wonen en zorg ontvangen. Onvoldoende taalbeheersing kan ook makkelijk leiden tot frustratie, wat een negatieve uitwerking kan hebben op de geestelijke en lichamelijke gezondheid. Quote: Moeite met lezen heb ik maar dat is voor mij geen probleem. Door te doen, bijvoorbeeld bankzaken, met behulp van mijn partner en kinderen krijg ik het onder de knie. Het thema basisvaardigheden met daarin laaggeletterdheid willen we (daarom) breed bezien en betrekken bij gemeentelijke beleid op gebied van arbeid, zorg, welzijn, onderwijs en opvoeding. Een afgestemde aanpak is van belang. Met maatwerk willen we laaggeletterden, naar vermogen, ondersteunen om ze (weer) mee te kunnen laten doen aan de samenleving. De beperkte middelen moeten daarbij effectief worden ingezet. Denk hierbij aan problemen op het werk, het niet kunnen lezen van noodzakelijke documenten, (digitaal) onvoldoende de weg kunnen vinden op het gebied van administratie en simpelweg niet kunnen meedoen met activiteiten in de samenleving die voor anderen vanzelfsprekend zijn. Omdat laaggeletterdheid verder gaat dan alleen de beroepsbevolking wordt in dit plan de groep inwoners waar we ons op richten breder getrokken: we gaan nadrukkelijk kinderen en jongeren ook betrekken in de activiteiten. Het onderwijs – te beginnen bij de voorschool – speelt een belangrijke rol in zowel het signaleren, benoemen, aanpakken of doorverwijzen van zowel kinderen als hun ouders. Daarom is de gemeente gestart met de pilot Samen Digi-TAAL, die de komende twee jaar verder wordt uitgerold bij vve-aanbieders en groep 1 en 2 van de basisschool. De eerste resultaten zijn zeer positief. Door de kinderen worden de ouders bereikt, en andersom. Het intergenerationele aspect van laaggeletterdheid moet worden doorbroken. Inwoners die laaggeletterd zijn hebben relatief vaker te maken met schulden, gezondheidsproblemen zoals overgewicht en overmatig middelengebruik en een laag inkomen of helemaal geen inkomen. Laaggeletterdheid gaat dus samen met allerlei andere problemen die alle leefgebieden raken voor de inwoner. De kans is bovendien groter dat een laaggeletterde een beroep doet op (gemeentelijke) hulp. Quote: Lastige brieven bespreek ik met mijn partner of collega’s. Wat willen we bereiken? Het voorkomen van laaggeletterdheid bij kinderen vanaf 2,5 jaar. Het zoveel mogelijk tijdig signaleren van onderwijsachterstanden bij kinderen en jongeren die al in het systeem zitten. In nauwe samenwerking tussen (basis)school en organisaties als de bibliotheek en het Taalpunt. Laaggeletterdheid onder jongeren bespreekbaar maken, en waar nodig doorverwijzen en toeleiden naar cursussen of andere vormen van onderwijs. Wat gaan we doen? Samen Digi-TAAL verder brengen: bereik verhogen: in 2024 zijn alle doelgroepkinderen ten minste 1x in aanraking gekomen met dit programma. Meer gezamenlijkheid met de voorliggende partijen creëren in de aanpak van laaggeletterdheid. Voorleesexpress uitbreiden voor kinderen tot 12 jaar (Doorleesexpress). Verbinding met Leerwerkloket versterken/uitbouwen om de groep voortijdig schoolverlaters (vsv'ers) in beeld te krijgen en te houden. Mogelijk speelt laaggeletterdheid een rol in het feit dat zij hun school niet (hebben kunnen) afmaken. Werkgevers meer betrekken bij de bestrijding van laaggeletterdheid. Dit is in veel gevallen een onzichtbaar probleem, of bedrijven willen het niet zien. Het is al jaren (niet alleen lokaal, maar ook regionaal) een probleem om bedrijven te betrekken bij de aanpak. In Twenterand wordt nu gekozen voor een benadering via de lokale ondernemersverenigingen. 2.3.5Inspelen op gevolgen corona voor het onderwijs Waarom is het een opgave? De schoolsluitingen in 2020, 2021 tot begin 2022 hebben een grote impact gehad op kinderen, jongeren en hun ouders. Met name mentaal: jongeren voelen zich vaker eenzaam, hebben depressieve gevoelens en gaan met minder plezier naar school, zo blijkt onder meer uit de in 2022 uitgekomen Jeugdmonitor van de GGD. Hun motivatie voor schoolwerk is laag, zo blijkt uit gesprekken met schoolbesturen. We moeten oppassen dat er niet een generatie kinderen/jongeren opgroeit die een bovengemiddeld beroep gaat doen op allerlei vormen van (jeugd)hulp, of om mentale redenen uitvallen op school, met alle gevolgen voor hun latere leven van dien. Wat willen we bereiken? Mentaal weerbare en krachtige jongeren. Terugdringen van eenzaamheid onder jongeren en hen de hulp bieden die zij nodig hebben. In nauwe samenwerking met de scholen en voorliggende organisaties. Wat gaan we doen? Slimme inzet NPO-gelden door ze te combineren met andere activiteiten op bijvoorbeeld het gebied van mentale gezondheid of gericht op het tegengaan van schoolverlaten. Verkennen mogelijkheden verbinding jeugd, onderwijs, sport en cultuur. Programma’s voor mentale gezondheid aan elkaar verbinden. Zowel de aanbieders en de vindplaatsen. Het maken van afspraken over jeugdhulp in onderwijs op zorgintensieve scholen, die aansluiten bij de plannen van het samenwerkingsverband onderwijs, afgebakend vanwege diverse lokale ontwikkelingen en zienswijzen, en waarbij de wettelijke kaders als uitgangspunt worden genomen6Afstemming met het samenwerkingsverband gaat middels de vastgestelde werkwijze.. Verkennen of er een praktijkschool in de gemeente Twenterand kan worden gevestigd. 2.4De Gezonde Twenterander Maatschappelijke trends De laatste jaren heeft gezondheid van de Twenteranders flink in de belangstelling gestaan. Niet alleen door de ontwikkelingen op het gebied van corona, maar ook door: De focus op preventie van gezondheidsproblemen. Het beschermen van de gezondheid van inwoners. De relatie tussen omgeving en gezondheid. Het bevorderen van de gezondheid en het vergroten van gezondheidsvaardigheden Het implementeren van het gedachtengoed van positieve gezondheid. De invloed van de gemeente op de gezondheid van haar inwoners is zelden direct. Bovendien is er een grote afhankelijkheid van andere partijen. Zeer prominent de GGD Twente, waarmee de samenwerking zeer goed is. Maar daarnaast ook van zowel landelijk beleid, de lokale voorliggende partners en uiteindelijk ook de inwoner zelf. Er wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de onderwerpen uit het in 2018 vastgestelde Nationaal Preventieakkoord: tegengaan van overgewicht, overmatig alcoholgebruik en roken. De gemeente heeft in 2022 een actieplan preventie opgesteld waar deze onderwerpen allemaal een plaats in hebben. Daarnaast zijn er ook lokale prioriteiten. De opgaven voor de gezonde Twenterander. Versterken van de mentale gezondheid van inwoners. Uitvoering geven aan (lokale) preventieprioriteiten. Meer inzetten op en stimuleren van een gezonde leefomgeving: wonen/zorg, luchtkwaliteit, omgeving die meer aanzet tot bewegen. 2.4.1Versterken van de mentale gezondheid van inwoners Waarom is het een opgave? Mentale gezonde mensen voelen zich over het geheel genomen tevreden, zijn in staat om te genieten, denken positief, kunnen omgaan met tegenslagen en zijn tevreden over hun sociale relaties. Op veel terreinen is dit afgenomen. Eenzaamheid, stress, dementie, psychische problemen, toenemende armoede en toenemende complexiteit van de samenleving draagt bij aan de afname van de mentale gezondheid. Hier is in de afgelopen IBN-periode weinig aandacht voor geweest, zowel lokaal als regionaal (bestuursagenda Publieke Gezondheid van GGD en gemeenten). Niet geheel verwonderlijk, want door corona en allerlei crises (woningnood, energie, inflatie) is het probleem zowel groter als zichtbaarder geworden (met name de mentale problemen). Lokaal heeft de gemeente bovendien te maken met een specifieke groep, namelijk de inwoners die schade hebben aan hun huizen/percelen door de werkzaamheden aan kanaal Almelo-De Haandrik. Het gaat om circa 400 huizen in de gemeente. Deze groep (en hun kinderen) heeft te maken met stress, depressie en allerhande gezondheidsproblemen door de onzekere situatie waar ze in verkeren. Quote: heb als gemeente aandacht voor de bewoners langs het kanaal Almelo-De Haandrik Daarnaast vergrijst de gemeente gestaag. In 2050 is volgens het CBS een op de drie inwoners 65 jaar of ouder. Nu is dat al een op de vijf. Voornamelijk door de vergrijzing gaat het aantal inwoners met een zorgvraag (zoals dementie) toenemen. Alzheimer Nederland verwacht dat het aantal mensen met dementie tot 2050 verdubbeld, van 290.000 Nederlanders naar 620.000 Nederlanders. Deze groep zal daarnaast langer thuis moeten blijven wonen en meer afhankelijk zijn van vrijwillige (mantel)zorg. Wat willen we bereiken? Een daling of stabilisatie van het aantal inwoners dat depressieve gevoelens ervaart en dat die zich eenzaam voelt. Meer normalisatie van bepaalde begrippen en gezondheidsvraagstukken. Bijvoorbeeld existentiële eenzaamheid: als mensen oud(
  4. er)worden vallen er steeds meer bekenden en vrienden weg. Specifiek willen we de groep inwoners die rond het kanaal woont en te maken heeft met schade en dergelijke in beeld krijgen en waar nodig doorgeleiden naar voorliggende of professionele hulp. Uitvoering geven aan de uitkomsten van de in 2022 uitgevoerde dementiescan. We zijn op de goede weg, maar er kan meer gedaan worden om een dementievriendelijkere gemeente te worden. Om de samenleving bewuster te maken van de situatie wordt er de komende jaren ingezet op bewustwording en deskundigheidsbevordering, zodat we samen met het netwerk komen tot een dementievriendelijker Twenterand. Daarnaast kijken we naar mogelijkheden voor andere dagbesteding en respijtzorg. Voorliggend aanbod creëren voor mensen met (lichte) geheugenproblematiek als vervanging voor reguliere dagbesteding, leidt tot ontlasting van zowel het zorgnetwerk als van de mantelzorgers. Ook gaan we kijken naar de rol van de casemanagers dementie om de indicering mogelijk anders

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.