Beleidsregels minimabeleid gemeente GennepHet college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gennep Gelezen het voorstel van 29 augustus 2023; Overwegende dat het college het wenselijk vindt om aan te geven in welke situaties en onder welke voorwaarden belanghebbenden in aanmerking kunnen komen voor een regeling in het kader van het minimabeleid; Overwegende dat het daarom wenselijk is voor dit doel aanvullende beleidsregels vast te stellen; Gelet op titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht; Gelet op artikel 35 van de Participatiewet; besluit: de beleidsregels minimabeleid gemeente Gennep vast te stellen. Hoofdstuk1.Algemene bepalingen Artikel1.Begripsbepalingen In deze beleidsregels wordt verstaan onder: de wet: Participatiewet; aanvraag: een verzoek van een belanghebbende, een besluit te nemen (artikel 1:3 lid 3 Algemene wet bestuursrecht (Awb)); belanghebbende: een inwoner van de gemeente Gennep wiens feitelijk verblijf, naast de inschrijving in de BRP, ook in de gemeente Gennep is en wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken (artikel 1:2 lid 1 Awb); beschikking: een besluit dat niet van algemene strekking is, met inbegrip van de afwijzing van een aanvraag daarvan (artikel 1:3 lid 2 Awb); beschikbare geldmiddelen: geldmiddelen waarover de aanvrager beschikt of redelijkerwijs kan beschikken (artikel 31 lid 1 van de wet); bijstandsnorm: de norm bedoeld in artikel 5, onder c, van de wet; college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gennep (artikel 5 lid c Gemeentewet); gezin: een gezin als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder c, van de wet; kind: ten laste komend kind van een belanghebbende uit de doelgroep; kind met een beperking: er zijn (medisch) objectiveerbare, fysieke of psychische oorzaken, waardoor het kind niet kan deelnemen aan reguliere vormen van zwemonderwijs; peildatum: de datum van de aanvraag; referteperiode: periode van drie maanden voorafgaand aan de peildatum; laag inkomen: het in aanmerking te nemen inkomen is gedurende de referteperiode niet hoger dan 120 procent van de toepasselijke bijstandsnorm; schooljaar: een schooljaar loopt van 1 augustus tot en met 31 juli van het daaropvolgende jaar; toetsingsinkomen: het maandinkomen op het moment van het ontstaan van de kosten, exclusief vakantietoeslag; voorziening: een vorm van financiële ondersteuning of ondersteuning in natura; zwemdiploma: zoals uitgegeven door of namens het Nationaal Platform Zwembaden – NRZ. Artikel2.Doelgroep Tot de doelgroep van deze beleidsregels behoort de belanghebbende met een laag inkomen. Tot de doelgroep van deze beleidsregels behoort ook de belanghebbende die is toegelaten tot de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening én een schuldenregeling heeft of in de stabilisatieperiode zit en reeds reserveert. Voor deze beleidsregels worden de beschikbare geldmiddelen en vermogen, zoals bedoelt in artikel 3, in aanmerking genomen. Studenten die recht hebben op een beurs in de zin van de Wet Studiefinanciering 2000 (WSF) zijn uitgesloten voor deze beleidsregels. De belanghebbende moet ten tijde van het ontstaan van de kosten en ten tijde van de aanvraag woonachtig zijn in de gemeente Gennep en hier zijn of haar feitelijk verblijf hebben. Het behoren tot de doelgroep wordt één maal per jaar vastgesteld en geldt voor het gehele (resterende) kalenderjaar. Indien belanghebbende gedurende de looptijd van de toekenning niet meer tot de doelgroep behoort, dan blijft de toekenning voor dat kalenderjaar geldig (het jaar uit). Artikel3.Beschikbare geldmiddelen en vermogen Er wordt rekening gehouden met de beschikbare geldmiddelen. Tot de beschikbare geldmiddelen wordt in ieder geval gerekend: contanten, spaar-, betaal- of banktegoeden, beleggingsrekeningen, geldswaardige papieren, effecten, opties, aandelen, effecten in depot, cryptovaluta en de interpretatie van artikel 34 lid 1 Participatiewet in lijn met de vaste jurisprudentie. Vermogen zoals bedoeld in artikel 34 lid 2 Participatiewet wordt niet tot de beschikbare geldmiddelen gerekend. Het saldo van geldmiddelen van minderjarige thuiswonende kinderen wordt niet tot de beschikbare geldmiddelen gerekend. Het college wijst een aanvraag af als de geldmiddelen hoger zijn dan de normen bedoeld in artikel 34 lid 3 van de wet. Hoofdstuk2.Regelingen voor kinderen Artikel4.Sporten voor kinderen Kinderen in de leeftijd van 4 tot 18 jaar kunnen in aanmerking komen voor een vergoeding van de contributie aan een sportvereniging. De vergoeding bedraagt maximaal € 255,00 per kalenderjaar. Als na betaling van de contributie nog geld over is, zoals bedoeld in artikel 4 lid 2, dan is het mogelijk om voor het resterende bedrag attributen aan te vragen. De attributen mogen niet duurder zijn dan noodzakelijk is voor een passend attribuut. De belanghebbende doet een aanvraag via een intermediair bij het Jeugdfonds Sport en Cultuur. Beoordeling van de aanvraag en eventuele toekenning wordt gedaan door het Jeugdfonds Sport en Cultuur. Het Jeugdfonds Sport en Cultuur vergoedt geen contributie met terugwerkende kracht. Het besluit geldt voor de periode van 12 maanden vanaf de aanvraagdatum. Artikel5.Culturele activiteiten voor kinderen Kinderen in de leeftijd van 4 tot 18 jaar kunnen in aanmerking komen voor vergoeding van de contributie aan een culturele instelling. De vergoeding bedraagt maximaal € 455,00 per kalenderjaar. Als na betaling van de contributie nog geld over is, zoals bedoeld in artikel 5 lid 2, dan is het mogelijk om voor het resterende bedrag attributen aan te vragen. De attributen mogen niet duurder zijn dan noodzakelijk is voor een passend attribuut. De belanghebbende doet een aanvraag via een intermediair bij het Jeugdfonds Sport en Cultuur. Beoordeling van de aanvraag en eventuele toekenning wordt gedaan door het Jeugdfonds Sport en Cultuur. Het Jeugdfonds Sport en Cultuur vergoedt geen contributie met terugwerkende kracht. Het besluit geldt voor de periode van 12 maanden vanaf de aanvraagdatum. Artikel6.Schoolspullen voor kinderen Schoolgaande kinderen in de leeftijd van 4 tot 18 jaar kunnen in aanmerking komen voor vergoeding van spullen die noodzakelijk zijn binnen het onderwijs. De vergoeding bedraagt per kalenderjaar maximaal: € 500,00 voor een kind van 4 tot 12 jaar; € 600,00 voor een kind van 12 tot 18 jaar. De belanghebbende doet een aanvraag via Stichting Leergeld De Stuwwal. Beoordeling van de aanvraag en eventuele toekenning wordt gedaan door Stichting Leergeld De Stuwwal. Artikel7.Kledingpakketten voor kinderen Kinderen in de leeftijd van 0 tot 18 jaar kunnen in aanmerking komen voor een kledingpakket. De aanvraagprocedure is als volgt: De belanghebbende dient via het aanvraagformulier een aanvraag in bij de gemeente Gennep. Het aanvraagformulier is te vinden op de website www.gennep.nl. De belanghebbende overlegt bij de aanvraag bewijzen van het inkomen en beschikbare geldmiddelen, gelijk aan de referteperiode. Het college onderzoekt of belanghebbende tot de doelgroep behoort. Bij een verstrekking kent het college op basis van deze beleidsregels een verificatiecode voor een kledingpakket toe. Bij een afwijzing wijst het college op basis van deze beleidsregels de regeling af. De regeling kledingpakketten voor kinderen kan per kind maximaal eenmaal per kalenderjaar worden toegekend. Een toekenning geeft recht op tweemaal een kledingpakket binnen 1 jaar: een zomerpakket en een winterpakket. Het recht op de kledingpakketten bestaat vanaf datum toekenning en wordt niet met terugwerkende kracht toegekend. Bij toekenning ontvangt de belanghebbende een verificatiecode welke gebruikt kan worden voor de selectie van een passend kledingpakket. De belanghebbende logt met deze code in op de website van Stichting Stop. Stichting Stop voert de regeling uit. Artikel8.Zwemvaardigheidsregeling Voor de zwemvaardigheidsregeling kunnen in aanmerking komen: Kinderen in de basisschoolleeftijd van 5 tot 12 jaar, die nog niet beschikken over erkende zwemdiploma’s A en B; Kinderen in deleeftijd van 6 tot 18 jaar die niet mee kunnen komen in reguliere zwemlessen en die nog niet beschikken over erkende zwemdiploma’s A en B. Het aanbod van de zwemvaardigheidsregeling zoals bedoeld onder lid 1 sub a van dit artikel bestaat uit het volgen van reguliere zwemlessen met een garantie op het behalen van zwemdiploma’s A en B. De diplomagarantie voor kinderen zoals bedoeld in artikel 8 lid 1 sub a is niet van toepassing in het geval dat, naar het oordeel van de gecontracteerde zwemaanbieder, het behalen van diploma A verwijtbaar langer duurt dan noodzakelijk. Hieronder wordt in ieder geval begrepen het zonder geldige reden herhaaldelijk niet aanwezig zijn bij de lessen. Het aanbod van de zwemvaardigheidsregeling zoals bedoeld in artikel 8 lid 1 sub b bestaat uit het volgen van privézwemles (1-op-1 of 1-op-2), met een maximum trajectduur van twee jaar, met als doel om waterveilig te worden. De aanvraagprocedure is als volgt: De belanghebbende dient via het aanvraagformulier een aanvraag in bij de gemeente Gennep. Het aanvraagformulier is te vinden op de website www.gennep.nl. De belanghebbende overlegt bij de aanvraag bewijzen van het inkomen en – beschikbare geldmiddelen, gelijk aan de referteperiode. Het college onderzoekt of belanghebbende tot de doelgroep behoort. Bij een verstrekking kent het college op basis van deze beleidsregels de regeling toe. Bij een afwijzing wijst het college op basis van deze beleidsregels de regeling af. Het college kan een deskundigenoordeel inwinnen, wanneer zij van mening is dat een kind niet behoort tot de doelgroep zoals bedoeld in artikel 8 lid 1 sub b. De kosten hiervan worden gedragen door de Gemeente. Het besluit van het college is 1 jaar geldig. Indien het zwemtraject later dan 1 jaar na het besluit wordt gestart, vindt er een nieuwe toetsing door het college plaats. Het college spant zich in om met in de gemeente Gennep werkzame zwemaanbieders een contract te sluiten, om aan de doelgroep de zwemvaardigheidsregeling aan te bieden. Indien er geen gecontracteerde zwemaanbieder is, kent het college geen zwemtraject toe. Bij tussentijdse uitval die verwijtbaar of toerekenbaar is aan belanghebbende, wordt een verstrekking ingetrokken en kan de betaalde vergoeding worden verhaald op belanghebbende. Het college kan in ieder geval geheel of gedeeltelijk van verhaal afzien als verhaal op (aantoonbare) sociale of financiële gronden onevenredig bezwarend is. Hoofdstuk3.Regelingen voor volwassenen Artikel9.Sportieve - of culturele activiteiten voor volwassenen Een belanghebbende van 18 jaar of ouder kan in aanmerking komen voor een vergoeding van de contributie aan een sportvereniging of culturele instelling. De vergoeding bedraagt maximaal € 225,00 per persoon per kalenderjaar voor sportieve activiteiten of € 425,00 voor culturele activiteiten. Als na betaling van de contributie nog geld over is, zoals bedoeld in artikel 9 lid 2, dan is het mogelijk om voor het resterende bedrag attributen aan te vragen (tot een maximaal bedrag van € 120,00). De attributen mogen niet duurder zijn dan noodzakelijk is voor een passend attribuut. De belanghebbende doet een aanvraag via een intermediair bij het Volwassenenfonds Sport en Cultuur. Beoordeling van de aanvraag en eventuele toekenning wordt gedaan door het Volwassenenfonds Sport en Cultuur. Het Volwassenenfonds Sport en Cultuur vergoed geen contributie met terugwerkende kracht. Het besluit geldt voor de periode van 12 maanden na aanvraagdatum. Artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.