Regels met betrekking tot de uitvoering van (duurzaamheids)werkzaamheden aan een monument of karakteristiek pand Het college van de gemeente Noordwijk, gelet op artikel 14.3 van de Erfgoedverordening Noordwijk 2019, besluit de volgende regels vast te stellen: Regels met betrekking tot de uitvoering van (duurzaamheids)werkzaamheden aan een monument of karakteristiek pand. Artikel1.Definities Adviescommissie Omgevingskwaliteit Noordwijk: De Erfgoedcommissie Noordwijk en de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit in gezamenlijke vergadering dan wel haar rechtsopvolger; Karakteristieke panden: Beeldbepalende dan wel karakteristieke panden conform de Erfgoedverordening Noordwijk 2019 en/of panden binnen het beschermd dorpsgezicht die geen monument zijn of objecten met de waarde cultuurhistorie in het bestemmingsplan. Artikel2.Toepassingsgebied Onderstaande richtlijnen met betrekking tot duurzame monumentenzorg zijn opgesteld om de verduurzaming van monumenten een beeldbepalende dan wel karakteristieke panden te vergemakkelijken. Deze richtlijnen geven de mogelijkheden weer die in ieder geval bij monumenten vergunbaar zijn. Wijkt een aanvraag af van deze richtlijnen af dan zal per situatie worden beoordeeld of de monumentale waarden van het betreffende monument of karakteristieke pand voldoende worden gerespecteerd. De richtlijnen zijn opgesteld met als basis artikel 14.3 van de Erfgoedverordening Noordwijk 2019 en betreffen conform dat artikel nadere regels voor gemeentelijke monumenten in het belang van de monumentenzorg, maar worden door de Adviescommissie Omgevingskwaliteit Noordwijk ook gehanteerd en onderschreven voor rijksmonumenten en andere panden binnen het beschermd dorpsgezicht indien beschermende regels van toepassing zijn. De onderstaand beschreven onderwerpen richten zich op vergunningplichtige situaties. Bij karakteristieke panden is geen omgevingsvergunning nodig bij inpandige wijzigingen. Artikel3.Isolatieglas in monumenten Algemeen In veel monumenten is nog enkel glas aanwezig. Isolatieglas, beter bekend als dubbel glas, is een product dat vanaf de jaren ‘50 veel is toegepast in Nederlandse huizen. Dit isolatieglas had twee glasplaten met daartussen stilstaande lucht. Dit isoleerde al beter dan enkel glas. In de decennia daarna zijn veel stappen gemaakt op het gebied van isolatieglas, via HR glas naar HR++, met nu ook vacuümglas en triple glas. Bij monumenten is het oude glas vaak bewaard gebleven, omdat isolatieglas niet paste in de sponning van het raam. Met de energietransitie heeft de wens om ook monumenten te isoleren een vlucht genomen. Het plaatsen van isolatieglas is een van de eenvoudigste manieren om het warmteverlies te beperken. Uitgangspunten De bestaande detaillering en constructie van het raam bepaalt de maximale dikte van het toe te passen isolerend glas. Als er weinig ruimte in de sponning is, kan mogelijk gelaagd glas of vacuümglas worden toegepast. Bij veel ruimte is vaak (dun) dubbelglas mogelijk. Het bestaande materiaal blijft behouden, tenzij vervanging technisch noodzakelijk is. Roeden en raamhout worden niet vervangen of opgedikt Historische scharnieren en gehengen blijven behouden Raamgewichten van schuiframen worden verzwaard of vervangen door een systeem met balansveren, katrollen en touwen. Als het raamhout vervangen moet worden, mag dit in principe niet zwaarder worden uitgevoerd om dikker isolatieglas te plaatsen De historische detaillering blijft behouden of wordt verbeterd. Het aanzicht vanuit binnen en buiten wijzigt nauwelijks Het glas wordt op een historisch passende wijze geplaatst. Stopverf blijft stopverf, glaslatten mogen vervangen worden voor stopverf indien dit historisch verantwoord is. De bestaande historisch waardevolle en/of zeldzame beglazing, blijft behouden. In principe wordt glas-in-lood niet in dubbelglas geplaatst, maar voorzien van een binnenvoorzetraam Bijzondere glassoorten, zoals cilinderglas, blijven behouden en eventueel voorzien van een binnenvoorzetraam Als er sprake is van origineel glas in de hele gevel, bijvoorbeeld getrokken glas, moet dit behouden blijven. Binnenvoorzetramen zijn hier mogelijk. Het aanbrengen van tochtwering is een goede toevoeging bij het plaatsen van isolatieglas. Bij de combinatie van tochtwering en isolatieglas moeten extra ventilatiemogelijkheden worden gerealiseerd. Een ventilatierooster in de wisseldorpel is mogelijk, of gevelventilatie met een suskast. Het verbeteren van de isolatiewaarde van het raam mag geen schadelijke gevolgen hebben voor de rest van het monument. Bij sterk isolerende beglazing, zoals vacuümglas, kan het glas warmer worden dan andere delen van de constructie. Dit leidt ertoe dat vocht niet meer op de ruit condenseert, maar op minder zichtbare plekken. Dit kan zijn in de muur, in kozijnen of in balkkoppen. Hier kan schimmelvorming en houtaantasting ontstaan. Omdat dit slecht te bereiken plaatsen zijn, is de schade vaak pas te zien als het te laat is. Technische uitvoering Voor de technische uitvoering van de isolerende beglazing hanteren we de volgende uitgangspunten: Bij het uitfrezen van de sponning blijft de profilering aan de binnenzijde volledig intact en er blijft een vlak gedeelte over van ten minste 5 mm tussen glas en profiel. Zie afbeeldingen 1 en 2 voor een aantal voorbeelden. Mocht het bestaande raam geen profilering hebben, mag de sponning zodanig worden uitgefreesd dat aan de binnenzijde een dikte van minimaal 12 mm overblijft. De sponning mag alleen in de diepte worden gefreesd, niet in de breedte. Het gebruik van stopverf- vervangende kit is mogelijk. Stopverf mag niet vervangen worden door glaslatten. De hoek van de stopverf moet de historische hoek zo veel mogelijk benaderen. Deze hoek moet minimaal 38 graden zijn. Zie afbeeldingen 1 en 2 voor een aantal voorbeelden. Bij dubbelglas dienen de afstandshouders uitgevoerd te worden in een doffe en donkere kleur. Afstandhouders bij dun dubbel glas hebben meestal een aanzichtbreedte en -hoogte van 10 mm. In de praktijk is gebleken dat de afstandhouders dan vaak zichtbaar worden vanaf de binnen- en buitenzijde van het raam. Om een visuele aantasting te voorkomen, mag de aanzichtbreedte van de afstandhouder maximaal 2 mm groter zijn dan de aanzichtbreedte van het stopverf. Om zicht op de afstandhouder te voorkomen, kan het schilderwerk maximaal 2 mm op de binnen- en buitenzijde van de ruit worden gezet. Zie afbeelding 3 voor een uitwerking van dit principe. Het buitenblad moet worden uitgevoerd in een type glas dat is afgestemd op de periode van het raam. bij vervanging van getrokken glas wordt er een buitenblad van getrokken glas toegepast. bij zeer dik dubbel glas wordt een buitenblad van getrokken glas toegepast, om de dubbele weerkaatsing minder storend te maken. De afstandshouders dienen in dit geval, vanwege de grote zichtbaarheid, in de kleur van het kozijn te worden uitgevoerd. De verwerkingsvoorschriften van de leverancier dienen te worden opgevolgd. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een bepaalde beglazingskit niet compatibel is met een specifieke glassoort of een bepaalde glasdikte mogelijk niet leverbaar is in grote afmetingen. Daarom is tijdig contact met de leverancier aan te bevelen. Het toepassen van folies op het glas is in principe niet toegestaan, omdat deze een storende verkleuring aan het glas geven. Een uitzondering hierop is het toepassen van isolerende folie op glas zonder historische waarde of in gelaagd glas. Mocht er om technische redenen houtwerk moeten worden vervangen (bijvoorbeeld door houtaantasting) dan is het uitgangspunt dat het zelfde type houtsoort wordt toegepast. De afbeeldingen in de bijlagen van dit document tonen voorbeelden van juist en onjuist geplaatst isolatieglas, en van het principe van het opzetten van de verfrand op het raam. Aanvraag vergunning Bij een aanvraag zijn ten minste de volgende documenten nodig: Foto van de gevel of een geveltekening waaruit duidelijk blijkt welke vensters en deuren wijzigen. Overzichtsfoto’s van de vensters en de deuren en detailfoto’s van de binnen- en de buitenkant van de te wijzigen vensters en deuren. Bij de detailfoto’s dient de profilering van het raamhout en/ of roedes goed zichtbaar te zijn. Detailtekeningen van de vensters en deuren in de bestaande en gewenste situatie met uitvoerige maatvoering van onder andere de profilering en de stopverfrand. Als er verschillende soorten vensters en deuren worden aangepast zijn van elk type detailtekeningen nodig. En per type vensters en deuren moeten de kritische details getekend worden, zodat zichtbaar wordt hoe het glas wordt geplaatst. Zo zijn detailtekeningen van bijvoorbeeld de wisseldorpels van schuiframen, het stopstel van draaiende ramen, en van roeden nodig. Een beknopte werkomschrijving waarin staat welke ingrepen worden uitgevoerd en met welke materialen, technieken en afwerkingen (zoals kleur afstandshouders en type glas). Afbeelding 1 Afbeelding 2 Afbeelding 3 Artikel4.Binnenvoorzetramen bij monumenten Algemeen Een regelmatig gestelde vraag is of het mogelijk is isolerende beglazing aan te brengen bij historische panden. Vaak is de dikte van het raamhout echter beperkt, waardoor standaard dun isolatieglas niet past. Een andere optie, het toepassen van dun vacuümglas, is vaak erg kostbaar. Of het is wenselijk om tocht en geluid te verminderen. Dan is het plaatsen van binnenvoorzetramen vaak een interessante oplossing. Hiermee worden de isolatiewaarde en de geluidswering van het venster vergroot. Het plaatsen is eenvoudig en geeft weinig overlast. Bovendien zijn binnenvoorzetramen een reversibele ingreep, die niet leiden tot veel fysieke schade aan het monument. Hieronder staan de uitgangspunten die we hanteren voor de plaatsing van binnenvoorzetramen bij monumenten. Uitgangspunten Het bestaande historische venster blijft behouden en wordt zo minimaal mogelijk aangepast. De bestaande wijze waarop de schuiframen worden bediend, blijft behouden. Hierbij is het belangrijk dat de beleglatten die de gewichtskokers afsluiten, bereikbaar blijven (voor o.a. onderhoud). Het binnenvoorzetraam komt aan de binnenzijde van het pand. Voorzetramen die aan de buitenzijde worden gemonteerd, zijn in principe niet toegestaan. De indeling van het historische venster wordt niet verstoord door de indeling van het binnenvoorzetraam. Stijlen en regels van de binnenvoorzetramen moeten wegvallen achter stijlen en regels in de bestaande ramen. Zo is het niet toegestaan om een binnenvoorzetraam te maken met stijlen en regels die van buitenaf zichtbaar zijn door het glas (zie afbeelding 4). Bij de plaatsing van de binnenvoorzetramen wordt rekening gehouden met bestaande afwerkingen aan de binnenzijde, zoals afwerklijsten, binnenluiken, vensterbanken en sierplafonds. Uitgangspunt moet zijn de historische onderdelen zo min mogelijk te verstoren. De spouw tussen het historische venster en het binnenvoorzetraam moet worden geventileerd met buitenlucht, via bijvoorbeeld de kieren in het historische venster. Het binnenvoorzetraam dient luchtdicht te worden aangebracht, zodat woonvocht niet in de spouw kan komen. Dat kan namelijk leiden tot condensatie en als gevolg daarvan houtrot. Aanvraag vergunning Bij een aanvraag zijn ten minste de volgende documenten nodig: Overzichts- en detailfoto’s van de binnen- en de buitenkant van de te wijzigen vensters. Details van de vensters in de bestaande en gewenste situatie met uitvoerige maatvoering. Als er verschillende soorten vensters worden aangepast zijn van elk type detailtekeningen nodig. Per type raam moeten de kritische details getekend worden, zodat zichtbaar wordt hoe het binnenvoorzetraam wordt geplaatst. Een beknopte werkomschrijving waarin staat welke ingrepen worden uitgevoerd en met welke materialen, technieken en afwerkingen (zoals kleur en materiaal van het de kaders en het type glas). Bij het aanbrengen van binnenvoorzetramen is het belangrijk om goed na te denken over ventilatie van de achterliggende kamers. Omdat binnenvoorzetramen goed isoleren en de kieren afsluiten, kan de toevoer van verse lucht stagneren en dit kan leiden tot schimmelvorming en houtaantasting in de kamers. Aangegeven moet worden hoe de kamers worden geventileerd en of extra ventilatie nodig is. Afbeelding 4 Voorbeelden van acceptabele (V) en niet acceptabele (X) plaatsing van een binnenvoorzetraam, waarbij de indeling al dan niet conflicteert met de historische raamindeling. Afbeelding 5 Voorbeelden van acceptabele (V) en niet acceptabele (X) plaatsing van een binnenvoorzetraam, waarbij de beleglat al dan niet bruikbaar is. Afbeelding 6 Voorbeelden van acceptabele (V) en niet acceptabele (X) plaatsing van een binnenvoorzetraam, waarbij de beleglat al dan niet bruikbaar is. Afbeelding 7 Voorbeelden van acceptabele (V) en niet acceptabele (X) plaatsing van een binnenvoorzetraam, waarbij de indeling al dan niet conflicteert met de historische raamindeling. Afbeelding 8 Voorbeelden van acceptabele (V) en niet acceptabele (X) plaatsing van een binnenvoorzetraam, waarbij de indeling al dan niet conflicteert met de historische raamindeling. Artikel5.Spouwmuurisolatie bij monumenten Algemeen Vanaf de jaren ‘20 van de 20e eeuw werd het toepassen van een spouwmuur gangbaar. Destijds was het toepassen van een spouw niet bedoeld als isolatie maar een manier om vochtdoorslag te voorkomen. Men bouwde tot die tijd namelijk steens of zelfs halfsteens massieve bakstenen muren, waardoor de muren in huis vaak vochtdoorslag hadden. Het toepassen van een spouwmuur was dan ook een mooie innovatie om vocht buiten te houden. Tot aan de jaren ‘70 waren deze spouwmuren ongeïsoleerd. Pas tijdens de oliecrisis werd het gangbaar om isolatiemateriaal in de spouw toe te passen. In huizen met oude spouwmuren kan de dikte van de spouw nogal verschillen. Zo kan de spouw aan de ene kant van de gevel 2 cm dik zijn en een paar meter verderop 4 cm. Dat maakte destijds niet uit, maar kan nu wel gevolgen hebben voor het vullen van de spouw met isolatie. Kortom, de spouwmuur had destijds een ander doel dan het isoleren van de woning. Er zijn dan ook risico’s aan het toepassen van spouwmuurisolatie. Om de risico’s bij de woning in kaart te brengen kan een inwoner onderstaande vragenlijst beantwoorden. Verder staat beschreven waarom en in welke gevallen spouwmuurisolatie een te groot risico vormt. Voor monumenten geldt ook het uitgangspunt dat de ingreep reversibel moet zijn. Dat betekent dat het isolatiemateriaal uitneembaar is zonder dat de muur afgebroken moet worden. Vragenlijst Spouwmuurisolatie Hieronder volgt een vragenlijst. Is één van de vragen beantwoord met ‘ja’ dan raden we aan om geen spouwmuurisolatie toe te passen. Zijn er geglazuurde bakstenen aan de buitenkant toegepast? Is het metselwerk in het verleden voorzien van impregnatie of een verfsysteem? Is er vorstschade te zien op de baksteen (dit zijn groefjes, alsof de steen lijkt te zijn gebarsten)? Of zit er groene aanslag (mos, algen) op de stenen? Zijn er gebreken aan het voegwerk? U kunt met uw nagel of een mesje over de voeg schrapen en dan vormt zich een streep, maar u kunt de voeg er niet ‘uitkrabben’. Missen er al stukjes voegwerk dan moet dat eerst plaatselijk hersteld worden. Zijn er roestende spouwankers of scheuren in de muur aanwezig? Is de spouw minder diep dan 4 centimeter? Zijn er metselbaarden of specieresten in de spouw aanwezig (te zien met een camera voor kleine gaten). Dit is een vorm van vervuiling. Zijn er verbindingen tussen het buitenblad (de buitenste rij metselwerk) en het binnenblad (het metselwerk aan de binnenzijde)? Met name bij een erker of gevelopeningen kunnen hier verbindingen lopen of loopt het metselwerk zelfs door van het buitenblad naar het binnenblad. Ontbreken er bij de kruipruimte ventilatieopeningen om te worden geventileerd met de buitenlucht? Heeft de spouw een open verbinding met de kap of met de kruipruimte of loopt deze door naar de buren? Is de gevel aan de binnenzijde al geïsoleerd met een voorzetwand? Waarom kan de spouw beter niet geïsoleerd worden als het antwoord op de vraag ‘ja’ is? Omdat geglazuurde bakstenen dampdicht zijn en niet ‘ademen’ is de kans op vochtschade na isolatie veel groter. De gevel wordt namelijk kouder door de muur niet meer van binnenuit wordt opgewarmd en het water dat nog in de baksteen zit niet aan buitenzijde kan uitdampen waardoor deze kan bevriezen. Dit kan er voor zorgen dat de buitenschil van de baksteen kapot springt en de steen verpulverd. Omdat het metselwerk kouder wordt na isolatie en de stenen niet meer kunnen ‘ademen’ door de impregnatie of een verfsysteem, is de kans op schade bij vorst groot. Zie ook punt
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.