Middelennota Subsidies 2024-2027Voorwoord Het subsidiebeleid in Tilburg is in ontwikkeling, vooral door de introductie van de methodiek van impactgericht subsidiëren. De ontwikkeling van het subsidiebeleid gaat de komende jaren door. Het is een continu proces van verbeteren en vernieuwen gericht op de effectieve inzet van het subsidie-instrument in het realiseren van de gemeentelijke doelstellingen voor onze inwoners. In deze nota wordt het subsidiebeleid voor de periode 2024-2027 vastgelegd zodat er een goede en actuele basis ligt voor de ontwikkeling in de komende jaren. Impactgericht subsidiëren is ontwikkeld in het sociaal domein en in de komende jaren zal blijken op welke andere beleidsvelden impactgericht subsidiëren toegevoegde waarde kan leveren. Dat zal zeker niet voor alle subsidies zo zijn, omdat het niet past bij de aard van de subsidie, de subsidiebedragen te klein zijn en/of de kosteneffectiviteit te laag is. Het subsidiebeleid richt zich daarom niet alleen op impactgericht subsidiëren. In het subsidiebeleid blijven de eerder geformuleerde algemene uitgangspunten centraal staan: werken op basis van vertrouwen, verminderen van de administratieve last en regeldruk en het verhogen van de dienstverlening aan instellingen en inwoners. Daaraan wordt een uitgangspunt toegevoegd: samenwerken en langdurig partnerschap. In 2022 heeft de Rekenkamer Tilburg het rapport ‘Impact op subsidies, Een onderzoek naar het subsidiebeleid van de gemeente Tilburg’ gepresenteerd. De aanbevelingen uit dit rapport hebben een prominente plek gekregen in het subsidiebeleid. De uitvoerbaarheid van het subsidiebeleid is in de vorm een externe consultatiebijeenkomst voorgelegd aan een representatieve (beleidsdomeinen, klein tot groot) groep subsidieontvangers. Ook is er door de gemeente een (interne) uitvoeringstoets uitgevoerd. Tenslotte hebben raad en college een gesprek gevoerd over de rolverdelingen informatie-uitwisseling. De inzichten uit deze bijeenkomsten zijn verwerkt in het beleid. De wijzigingen in het subsidiebeleid leiden tot een wijziging van de Algemene subsidieverordening Tilburg, zodat beleid en regelgeving met elkaar in de pas lopen. 1.Inleiding Aanleiding Door verschillende beleidsaanpassingen, zoals het toepassen van Impactgericht subsidiëren (hierna: IGS) binnen het sociaal domein, moet de bestaande Kadernota Subsidiebeleid 2017-2020 worden geactualiseerd. Dit is in lijn met de aanbeveling uit het rekenkamerrapport ‘Impact op subsidies, Een onderzoek naar het subsidiebeleid van de gemeente Tilburg (oktober 2022). Daarbij moet ook de Algemene Subsidie Verordening Tilburg (hierna: ASVT) worden aangepast aan het geactualiseerde beleid. Voor beide documenten is de gemeenteraad (hierna: raad) beslissingsbevoegd. Op 13 maart 2023 heeft de raad met de Startnotitie Middelennota Subsidiebeleid de opdracht voor de actualisatie van het subsidiebeleid en de ASVT vastgesteld. Het beoogd effect van de actualisatie is vernieuwing van het huidige subsidiebeleid met als doel een door de raad vastgesteld subsidiebeleid dat bijdraagt aan de realisatie van gemeentelijke doelstellingen en een transparant subsidieproces. Grondslag In de Nota Kaderstelling 2022-2026 is de Kadernota subsidiebeleid gekwalificeerd als een middelennota. Een middelennota beschrijft de instrumentele kaders en spelregels voor de toepassing van bepaald beleid. Deze Middelennota Subsidies 2024-2027 bepaalt de Tilburgse kaders en spelregels voor de inzet van het instrument subsidiëring voor alle onderdelen van de Programmabegroting. Afbakening Deze nota gaat niet in op de vraag wanneer en voor welke bedragen het instrument subsidies kan/moet worden ingezet. Dat wordt in de Kadernota voor een beleidsdomein (veld in de programmabegroting) en binnen de planning- en controlcyclus (hierna: P&C-cyclus) bepaald. De middelennota geeft enkel de kaders en spelregels als de gemeente het instrument subsidies in zet om de beleidsdoelstellingen te realiseren. Deze middelennota ziet alleen op subsidies die door de gemeente worden verstrekt. De nota gaat niet in op subsidies die door de gemeente worden ontvangen. Opbouw In paragraaf 2 is het wettelijk kader voor subsidies toegelicht. In paragraaf 3 wordt ingegaan op de algemene uitgangspunten van het subsidiebeleid. In paragraaf 4 wordt het subsidiebeleid op de verschillende aspecten uitgewerkt. Paragraaf 5 licht toe hoe wordt omgegaan met misbruik en oneigenlijk gebruik. In paragraaf 6 wordt het samenspel tussen raad en college beschreven. Tenslotte wordt in paragraaf 7 ingegaan op de looptijd van het subsidiebeleid en wanneer de evaluatie zal plaatsvinden. 2.Wettelijk kader subsidiebeleid Wettelijke grondslag subsidiëring Voor subsidieverlening, geldt in principe dat een wettelijke grondslag nodig is (artikel 4:23, lid 1 Awb): "Een bestuursorgaan verstrekt slechts subsidie op grond van een wettelijk voorschrift dat regelt voor welke activiteiten subsidie kan worden verstrekt." Voor de gemeente betekent dit dat een subsidie gebaseerd is op de Algemene Subsidieverordening, een subsidieregeling of specifiek is opgenomen in de gemeentelijke begroting. In paragraaf 4.2 van de Awb zijn de bepalingen opgenomen voor het verstrekken van subsidies. Een aantal van deze regels is dwingend recht, dat betekent dat hier in lagere regelgeving niet van afgeweken mag worden. Een aantal regels is facultatief en kan worden opgenomen in de Algemene subsidieverordening waarin de raad formele kaders en spelregels vastlegt. Verschil tussen subsidie en inkoop (overheidsopdracht) De Awb definieert in artikel 4:21 het begrip subsidie als volgt: de aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten. Bij inkoop (overheidsopdracht) gaat het om een schriftelijke overeenkomst onder bezwarende titel die tussen een of meer ondernemers en een of meer aanbestedende diensten zijn gesloten en betrekking hebben op de uitvoering van werken, de levering van producten of de verlening van diensten. Subsidie Inkoop Algemene wet bestuursrecht 4:21 Burgerlijk wetboek 6:213 de aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten een overeenkomst in de zin van deze titel is een meerzijdige rechtshandeling, waarbij een of meer partijen jegens een of meer andere een verbintenis aangaan aanspraak op financiële middelen een wilsovereenstemming van 2 of meer partijen bestuursorgaan verstrekt vanwege het publieke belang Bepaalde activiteiten door aanvrager anders dan geleverde goederen/diensten uit te voeren werken of leveren van producten of diensten geen afdwingbare tegenprestatie: worden de activiteiten niet uitgevoerd dan wordt de subsidie teruggevorderd er is een juridisch afdwingbare tegenprestatie Subsidie wordt verleend middels vaststellen programmabegroting dan wel een individuele beschikking partijen gaan wederzijdse verplichtingen aan en tekenen contract Subsidie en inkoop (overheidsopdracht) zijn beide financiële instrumenten. Welk instrument moet worden toegepast, moet in de concrete casus en omstandigheden worden beoordeeld. Dit is van belang omdat bij inkoop de Aanbestedingswet van toepassing is. De vaste jurisprudentie staat een ruime en functionele uitleg toe. Het onderscheid is daarom niet altijd even duidelijk. Helpend bij de beoordeling zijn vragen als wie het initiatief neemt (vertrekpunt publieke taak) en de verhouding tussen de waarde van de prestatie en de betaling daarvoor (is het kostendekkend of is er een winstmarge)1In de handreiking Overheidsopdracht en subsidie van de VNG wordt aan de hand van een bondig juridisch kader en praktijkvoorbeelden de reikwijdte van het begrip overheidsopdracht verduidelijkt.. Subsidievormen De subsidievormen die in Tilburg kunnen worden toegepast, zijn vastgelegd in de ASVT: Begrotingssubsidies: subsidies waarbij de subsidieontvanger en het bedrag wat maximaal als subsidie verleend kan worden expliciet op de gemeentelijke begroting staat en door de raad wordt vastgesteld. Subsidieregeling: subsidies waarvoor niet bij afzonderlijke verordening door het college een uitputtende regeling is getroffen. Incidentele subsidies: alle subsidies door het college voor activiteiten die passen binnen de programma’s van de desbetreffende begroting, en die niet zijn aan te merken als begrotingssubsidie en die niet verleend worden op basis van een subsidieregeling. Subsidies kunnen per activiteit/project, per jaar of meerjarig worden verstrekt. Voor subsidies die voor meerdere jaren worden verleend, vindt betaling plaats via een jaarlijkse beschikking. Iedere subsidie heeft zijn eigen aanvraagprocedure. In de ASVT wordt onderscheid gemaakt tussen subsidies per kalenderjaar(en), en subsidies voor andere termijnen omdat er voor de verschillende typen subsidies eigen aanvraag- verantwoordings- en beslistermijnen kunnen worden voorgeschreven. 3.Uitgangspunten subsidiebeleid Tilburg In de kadernota subsidies 2017-2020 is een aantal algemene uitgangspunten opgenomen: werken op basis van vertrouwen, verminderen van de administratieve lasten- en regeldruk en het verhogen van de dienstverlening aan instellingen en inwoners. In de afgelopen jaren is de ontwikkeling van het subsidiebeleid steeds getoetst aan deze uitgangspunten. Omdat het subsidiebeleid en de uitvoering zich in de komende jaren blijven ontwikkelen, is het belangrijk deze uitgangspunten vast te houden en daaraan te blijven toetsen. In het beleid is een uitgangspunt toegevoegd: samenwerken en langdurig partnerschap. Werken op basis van vertrouwen Tilburg wil graag de inwoners en instellingen centraal zetten om de beoogde beleidsdoelen te bereiken. Inwoners en instellingen krijgen het vertrouwen en de ruimte om hun kennis en kunde daarvoor in te zetten. Als gemeente stellen we samen met hen de inhoudelijke ambities op, waarna de gemeente zich bij voorkeur richt op het faciliteren en ondersteunen van de manier waarop inwoners en instellingen de ambities willen realiseren. Bij impactgericht subsidiëren betekent dit dat we voor de activiteiten zo veel mogelijk vrijheid laten. Wel gaan we waar nodig en mogelijk regelmatig met subsidieontvangers in gesprek om de doelen en activiteiten met elkaar te verbinden en te versterken. Daarbij kan het meten via indicatoren helpen, zonder een doel op zich te zijn. De mate waarin deze verbinding nodig is, is mede afhankelijk van de aard van de subsidiabele activiteiten. Voor andere subsidies (bijvoorbeeld eenmalige subsidies voor het nemen van energiemaatregelen) is het voeren van een regelmatig (monitoring)gesprek niet logisch en wordt op andere manier de impact/het effect geëvalueerd. Voor alle subsidieontvangers geldt een meldingsplicht voor significante afwijkingen (positief en negatief), zowel van inhoudelijke als van financiële aard. Bij subsidies gaat het om de inzet van gemeenschapsgeld waarvan inwoners mogen verwachten dat de gemeente toeziet op een doelmatige en rechtmatige besteding. In paragraaf 5 wordt daarom toegelicht hoe misbruik en oneigenlijk gebruik van subsidies wordt voorkomen en gehandhaafd. Samenwerken en langdurig partnerschap Het subsidiebeleid is gebaseerd op vertrouwen én samenwerking. Samenwerking vormt de essentie van ons beleid, omdat het bereiken van impact voor de stad onmogelijk is zonder de betrokkenheid van onze partners. Veel van de uitdagingen waaraan we samen werken, zijn gericht op lange termijn impact, waarbij herkenbaarheid en consistentie voor onze inwoners van groot belang zijn. Deze zijn onderdeel van de basisinfrastructuur in onze stad. Indien de gemeente voor bepaalde activiteiten langjarig partnerschap belangrijk vindt, wordt zoveel mogelijk met meerjarige subsidieregelingen gewerkt, met een maximale duur van 4 jaar. Door langdurige partnerschappen aan te gaan, creëren we stabiliteit en kunnen we ons meer richten op de inhoudelijke opgaven. Naast het verstrekken van meerjarige subsidies, betekent samenwerking en partnerschap ook dat we naast onze partners staan en proactief meedenken. We willen de rol van uitvoerder niet overnemen, en juist vanuit de praktijk onze subsidiekaders vormgeven, zodat de samenwerking optimaal is. We betrekken onze partners bij gemeentelijke ontwikkelingen, zoals de verdere ontwikkeling van onze beleidskaders en subsidiemogelijkheden. Passende regeldruk en administratieve lasten Tilburg werkt vanuit de gedachte dat regels, verantwoordingseisen en administratieve lasten zo min mogelijk in de weg moeten staan om de inhoudelijke beoogde doelen te bereiken. Voor het subsidiebeleid betekent dit vooral dat de subsidieregels en verantwoordingseisen zo eenvoudig mogelijk zijn en passend bij wat redelijkerwijs van de subsidieontvanger kan worden gevraagd. Er moet een redelijke balans zijn tussen de omvang van de subsidie en de aanvraag- en verantwoordingslast (proportionaliteit). De aanvraag- en verantwoordingsvereisten zijn daarom afhankelijk van de omvang van de subsidie. Dit betekent voor de verantwoording vier financiële categorieën met een eigen eindverantwoording. In paragraaf 4 worden deze categorieën toegelicht. Bij impactgericht subsidiëren wordt maatwerk geboden zowel voor de omvang en toegevoegde waarde van de gevraagde bewijs- en meetlast als voor de frequentie en vormgeving van de tussentijdse gesprekken. Dat is in lijn met de aanbeveling van in het rekenkamerrapport ‘Impact op subsidies’. In paragraaf 4 wordt hier nader op ingegaan. Bij het opstellen van nieuwe subsidieregelingen wordt de proportionaliteit van de administratieve lasten vooraf getoetst. Tenslotte wordt bij het verlenen van subsidie met middelen afkomstig van provincie, Rijk of Europese Commissie zeer terughoudend omgegaan met het stellen van aanvullende, buiten de in de ASVT vastgelegde, eisen aan de verlening, verantwoording en monitoring. Uitzondering kan zijn als met aanvullende eisen inhoudelijk richting gegeven kan worden en extra impact kan worden gerealiseerd. Dienstverlening aan inwoners en instellingen De verbetering en vernieuwing van de dienstverlening vraagt continu aandacht. Daarbij is het doel dat subsidieontvangers voor hun aanvraag, toekenning en verantwoording kunnen vertrouwen op een duidelijk, transparant en laagdrempelig subsidieproces en een vlotte afhandeling zodat er tijdig zekerheid is over de te ontvangen subsidie. Voor de subsidieontvanger betekent dat: Indien mogelijk wordt het aanvragen digitaal gedaan en kunnen subsidieaanvragers en subsidieontvangers online de status van hun subsidie (aanvraag) volgen. Standaardwerkwijze gemeentebreed met gebruik van standaard formats voor subsidiedocumenten, zoals subsidievoorwaarden, beschikkingen voor verlening en vaststelling. Impactgericht subsidiëren: ondersteuning gedurende het aanvraagproces, waarbij we de inhoudelijke kaders en de beschikbare ondersteuning duidelijk communiceren (handleiding). In beginsel de subsidieverlening vóór 1 januari van het subsidiejaar wordt toegekend. Voor de gemeente betekent dat: Versnelling van het subsidieproces door geautomatiseerde ondersteuning (zaaksysteem, subsidiemodule gekoppeld aan financieel systeem). Inzage in informatie over verleende en vastgestelde subsidies (status van aanvraag of vaststellingsverzoek, de behandelend medewerker en de hoogte van het subsidiebedrag). Een eenduidige controle van de verantwoording op basis van een inhoudelijke en financiële scan. De focus ligt hierbij op grotere organisaties. Door mandatering van de subsidietoekenning en verantwoording is het behandelproces versneld. In de komende jaren vindt in de gemeente de uitrol van de visie ‘klantgedreven dienstverlening plaats’. Deze visie en het perspectief van de klant(reis) zullen uitgangspunt zijn voor de verdere ontwikkeling en vernieuwing van het subsidieproces. 4.Het Tilburgse subsidiebeleid Met het subsidie-instrument kan Tilburg sturing geven aan het realiseren van gemeentelijk beleid en doelen. Andere instrumenten om te sturen zijn bijvoorbeeld regelgeving, (maatschappelijk) aanbesteden van een overheidsopdracht, publiek-private samenwerking en inzet van netwerken. De afweging is steeds of de inzet van het instrument subsidie past bij de te realiseren beleidsdoelen en effecten. Er is een duidelijk verband te leggen met de beleidscyclus. Dat wordt hierna toegelicht. In deze paragraaf wordt verder ingegaan op een aantal aspecten van het Tilburgse subsidiebeleid. Beleidscyclus: kadernota en beleidsnota’s per begrotingsveld In de Nota Kaderstelling 2022-2026 heeft de raad de Tilburgse beleidscyclus vastgesteld. Deze bestaat uit een kadernota, beleidsnota, de uitvoering en een evaluatie. De kadernota richt zich op de ‘wat-vraag’ en de maatschappelijke effecten voor de lange termijn. De beleidsnota is een uitwerking van de kadernota op een specifiek beleidsterrein. De kadernota geeft antwoord op de vraag welke weg wordt gevolgd om het beoogde doel te bereiken en hoe het beleid bijdraagt aan wat in de kadernota is vastgelegd. De kadernota bevat concrete en meetbare (sub)doelen en indicatoren. De P&C-cyclus sluit daarop aan. Daarin worden de activiteiten/prestaties om de gewenste doelen te bereiken, gepland, gemonitord en verantwoord. In de P&C-cyclus vindt ook de allocatie van middelen plaats. Het inzetten van het subsidie-instrument is daarmee primair een onderdeel van de beleidscyclus en wordt betrokken in de evaluatie van kader- en beleidsnota. De monitor Gezond en Gelukkig in Tilburg (https://gezond-en-gelukkig.tilburg.nl/) volgt de indeling van de programmabegroting en laat actuele cijfers en ontwikkelingen zien van de verschillende thema’s waaraan in Tilburg gewerkt wordt. De inzichten uit deze gegevens helpen de gemeente bij het maken van beleidskeuzes en het bereiken van de gewenste resultaten in de stad, wijken en dorpen. Toetsingskader subsidies: rechtmatig, doelmatig, doeltreffend Bij het verstrekken van een subsidie wordt getoetst of deze rechtmatig, doelmatig en doeltreffend is. Om de rechtmatigheid vast te stellen, moet worden getoetst of er bij het verlenen van subsidie gehandeld is in overeenstemming met bestaande wettelijke kaders zoals de Awb en de van toepassing zijnde Tilburgse verordening(en) en regelgeving. Voor de doelmatigheid wordt beoordeeld of de geleverde prestaties in verhouding staan tot het subsidiebedrag. Daarbij wordt indien nodig gebruik gemaakt van benchmarks (tarieven), branchegegevens, en/of informatie uit andere gemeenten. Voor de beoordeling van de overhead hanteren we de Berenschot definitie2 Overhead is het geheel van functies dat sturend en ondersteunend is aan het primaire proces. Deze definitie is gedetailleerd uitgewerkt in afzonderlijke overheadcategorieën en –taken.. Bij doeltreffendheid gaat het om de beoordeling of de subsidie het beoogde effect heeft opgeleverd op basis van de verantwoording van de prestaties en/of het gevoerde jaargesprek. In de beschikking tot subsidieverlening en of subsidievoorwaarden wordt de prestatie vastgelegd in een beperkte set van meetbare activiteiten of resultaten. We besteden in de subsidiecyclus aandacht aan de evaluatie van de subsidies, zodat het effect van ons beleid inzichtelijk wordt. Het bewijzen van causaliteit ligt daarbij ingewikkeld vanwege de complexe context waarbij veel variabelen van invloed zijn. Proportionaliteit en aannemelijkheid zijn daarom uitgangspunt en niet zo zeer het bewijzen van een bepaalde causale relatie. Soms kunnen we daarbij gebruik maken van wetenschappelijk onderzochte en bewezen methodes en geeft dat voldoende inzicht in de doeltreffendheid. Het is in eerste instantie aan de subsidieontvanger om te reflecteren op de uitgevoerde activiteiten/prestaties en de mate waarin die hebben bijgedragen aan de beoogde doelstellingen. In het ‘goede gesprek’ is het belangrijk te zoeken naar aanwijzingen die duiden op verbanden tussen de inzet van middelen, de uit te voeren activiteiten en de output en outcome/impact die wordt beoogd. We voeden het goede gesprek waar mogelijk met impactmetingen als basis. De verwachting is ook dat de subsidieontvanger zelf ook wil weten wat en hoe de activiteiten een bijdrage leveren. Zo komen we samen met onze partners meer in controle van de impact die we willen realiseren. Meten draagt zo bij aan leren over en sturen op de resultaten van een subsidie. Vanuit het uitgangspunt van het beperken van regeldruk en administratieve lasten, is daarbij maatwerk en een redelijke balans tussen ‘het verhaal’ en de bewijslast daarvoor het uitgangspunt. Impactgericht subsidiëren Bij impactgericht subsidiëren definiëren aanvragende instellingen zelf oplossingen in de subsidieaanvraag en geven daarbij aan hoe zij dit op gaan pakken en de resultaten gaan monitoren. Het vertrekpunt voor de aanvraag is de Maatschappelijke Opgave (hierna: MO) die door de gemeente wordt opgesteld. De aanvrager formuleert een scherpe probleemdefinitie waaraan de activiteiten bijdragen, een verandertheorie met aandacht voor de onderliggende beleidstheorie en een onderzoeksplan waarmee de praktijk cyclisch wordt verbonden met het leren over en daar vanuit verbeteren van de activiteiten. Zo wordt bij impactgericht subsidiëren vanuit een lange termijn perspectief gewerkt aan de gewenste maatschappelijke impact. Er wordt gewerkt met een vast aanvraagformulier waarmee een impactgerichte subsidie kan worden aangevraagd. Per MO wordt door de gemeente een beoordelingskader opgesteld zodat organisaties weten hoe de beoordeling plaatsvindt. Daardoor ontstaat een gezamenlijk leerklimaat dat erop is gericht op de lange termijn de gewenste maatschappelijke impact te realiseren. Maatschappelijke opgave De Maatschappelijke opgave (hierna MO) is in principe vormvrij. Bij het meerjarig en structureel subsidiëren staat de MO centraal. Organisaties kunnen een aanvraag indienen waarin ze beschrijven met welke activiteiten, directe resultaten en er wordt bijgedragen aan de MO. Een MO is op zichzelf geen juridische basis voor subsidieverlening, maar geeft de inhoudelijke basis voor inzet van de verschillende subsidie-instrumenten (subsidieregeling, begrotingssubsidie). Inhoudelijk bevat een MO geen nieuw beleid maar een korte en kernachtige vertaling van de kader- en beleidsnota’s. Doel is de opgave en richting voor de aanvragende organisaties inzichtelijk te maken. Een MO bij Impactgericht Subsidiëren bevat in ieder geval de volgende elementen: Het kernprobleem; beschrijft kernachtig en onderbouwd met cijfers de relevantie, grootte en context van het probleem. De impactdoelstelling; beschrijft concreet, kernachtig en realistisch de verandering in maatschappelijke effecten die de we willen bereiken. Randvoorwaarden van de aanpak; beschrijft de manier waarop we willen dat partners in de stad werken aan het oplossen van het kernprobleem en bijdragen aan de impactdoelstelling. Indicatoren; beschrijft de belangrijkste metingen en waarnemingen die de stand van zaken in Tilburg op de MO weergeven. Subsidieaanvragen voor een MO worden beoordeeld aan de hand van een beoordelingskader. Uitvoeringsniveaus in impactgericht subsidiëren Vanuit het uitgangpunt ‘passende regeldruk en administratieve lasten’ worden verschillende uitvoeringsniveaus van impactgericht subsidiëren toegepast. Bij aanvragen beneden de € 30.000 passen we een lichtere versie van impactgericht subsidiëren toe. Er worden daarbij lagere eisen gesteld aan de uitvraag, monitoring en vaststelling. Subsidie aanvragen vanaf € 30.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.