Beleidsregels algemene en bijzondere bijstand Dinkelland 2023Het college van burgemeester en wethouders van de Gemeente Dinkelland; gelet op hoofdstuk 3 en artikel 35 van de Participatiewet; besluit: vast te stellen de navolgende Beleidsregels algemene en bijzondere bijstand Dinkelland 2023 Hoofdstuk1:Algemene bepalingen Artikel1Definitie In deze verordening wordt bedoeld met: wet: Participatiewet; bijstandsnorm: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 5 van de Participatiewet; kostendelersnorm: de norm zoals bedoeld in artikel 22a Participatiewet; bijzondere bijstand: bijstand ter voorziening in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan, zoals bedoeld in artikel 35 van de wet; geïndexeerde GMD lijst: lijst gebaseerd op de eind 1993 door de VNG aan de gemeenten gestuurde GMD-lijst voor inkomensondersteunende voorzieningen. Deze lijst bevatte een overzicht van zogenaamde 'meerkosten' welke mensen met een bepaalde ziekte of handicap hebben. De GMD-lijst wordt jaarlijks door het bedrijf Schulinck geïndexeerd; vermogen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 34 van de Participatiewet, met dien verstande dat voor toepassing van hoofdstuk 3, bijzondere bijstand het vermogen gebonden in een auto tot € 5000 buiten beschouwing blijft; vermogensgrens: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 34 van de Participatiewet; Nibud: Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting; Wrb: Wet op de rechtsbijstand; WSNP: Wet schuldsanering natuurlijke personen.; Hoofdstuk2:Algemene bijstand Artikel1aOverbruggingsvoorschotten 1.Voor zover een belanghebbende niet de beschikking heeft over enig bank- of girotegoed of over contante middelen en ter overbrugging tot aan de eerstvolgende reguliere betaaldatum een overbruggingsvoorschot noodzakelijk is in verband met bij echtscheiding, beëindiging zelfstandig bedrijf, vertrek uit AZC of om een andere reden, wordt op aanvraag een overbruggingsvoorschot toegekend. 2.Het overbruggingsvoorschot wordt verstrekt om niet en kan worden uitbetaald per kas. 3.De overbruggingsuitkering bedraagt niet meer dan noodzakelijk en derhalve maximaal 1 maanduitkering (inclusief vakantietoeslag). Artikel1bVermogen in de vorm van een eigen auto 1.De waarde van een auto niet wordt meegenomen bij de vaststelling van het vermogen, indien de auto minder dan € 5.000,00 waard is. 2.Indien de auto meer dan € 5.000,00 waard is, wordt alleen het meerdere meegenomen bij de vaststelling van het vermogen. 3.De waarde van de auto wordt vastgesteld aan de hand van de koerslijst ANWB (via internet). In de rapportage wordt vermeld op basis waarvan de waarde is vastgesteld. Hoofdstuk3:Bijzondere bijstand Paragraaf1Algemene bepalingen Artikel2Voorwaarden bijzondere bijstand Aan de verlening van bijzondere bijstand zijn de volgende voorwaarden verbonden: De kosten moeten zich daadwerkelijk voordoen; De kosten moeten noodzakelijk zijn. Het is alleen mogelijk om bijzondere bijstand te verlenen voor noodzakelijke kosten. Dit ter onderscheiding van wenselijke kosten; De kosten moeten bijzonder zijn. De bijzondere individuele situatie van belanghebbende en/of zijn huishouden bepaalt of kosten als bijzonder kunnen worden aangemerkt; De kosten kunnen niet door de belanghebbende zelf worden betaald. In deze beleidsregels zijn richtlijnen vastgelegd hoe om te gaan met de draagkrachtberekening. Artikel3Moment van aanvragen bijzondere bijstand De aanvrager moet in beginsel voordat de kosten worden gemaakt een aanvraag indienen. De reden hiervoor is dat het veelal niet mogelijk is achteraf de noodzaak van de kosten vast te stellen. Wanneer de noodzaak van de kosten achteraf nog kan worden vastgesteld en niet al in de kosten is voorzien kan hiervan worden afgeweken en kunnen kosten tot maximaal een jaar terug worden vergoed. Artikel4Draagkracht 1.Om te bepalen of de aanvrager de bijzondere kosten kan voldoen uit het beschikbare inkomen moet eerst bepaald worden wat de draagkrachtruimte is. De draagkrachtruimte is het verschil tussen het inkomen van de aanvrager en de van toepassing zijnde bijstandsnorm. Voor de algemene bijstand is in artikel 31, tweede lid, Participatiewet en artikel 33, vijfde lid, Participatiewet geregeld welke inkomsten niet op de uitkering worden gekort. Deze inkomsten worden ook voor de bijzondere bijstandsverlening vrijgelaten, met uitzondering van bijstand voor duurzame gebruiksgoederen. 2.De draagkrachtruimte bedraagt 20% van het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan 120% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm. Waarbij wanneer van toepassing onder bijstandsnorm de kostendelersnorm wordt bedoeld. En waarbij wanneer van toepassing op de bijstandsnorm een verlaging bij een schoolverlater of vanwege lage woonkosten wordt toegepast overeenkomstig de daartoe vastgestelde beleidsregel. 3.Met uitzondering van aanvragen voor kosten van duurzame gebruiksgoederen wordt het vermogen tot aan de betreffende vermogensgrens van artikel 33 lid 3 Participatiewet vrijgelaten. 4.De individuele studietoeslag wordt niet als middel aangemerkt bij de beoordeling van de draagkracht. Artikel5Afwijkende draagkracht bij woonkostentoeslag en kosten bewindvoering Voor een woonkostentoeslag en voor de kosten van bewindvoering geldt dat al het inkomen boven de van toepassing zijnde bijstandsnorm meetelt als draagkracht. Artikel6Draagkrachtperiode bijzondere bijstand 1.De draagkracht wordt in beginsel berekend over één jaar, beginnend op de eerste dag van de maand, waarin de bijstandsaanvraag is ingediend. 2.Wanneer de bijzondere kosten zich periodiek voordoen, maar niet gedurende een heel jaar (bijvoorbeeld bij een tijdelijke woonkostentoeslag), kan de draagkracht over een kortere periode worden berekend, zodat niet de volledige jaardraagkracht hoeft te worden ingezet. 3.De draagkracht wordt in beginsel eens per jaar vastgesteld. Voor aanvragers die een bijstands- of WAO-, WIA- of Wajong uitkering ontvangen of de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt kan worden volstaan met een vaststelling van eens per 5 jaar. Artikel7Wijziging draagkracht tijdens de draagkrachtperiode In beginsel wordt de eenmaal vastgestelde draagkracht niet gewijzigd. Alleen als zich in de loop van de vastgestelde periode ontwikkelingen voordoen, die van zodanig belangrijke aard zijn, dat hieraan niet kan worden voorbijgegaan (bijvoorbeeld het wegvallen of het ontstaan van inkomstenbronnen), kan tussentijdse herziening plaatsvinden over het resterende deel van de periode. Artikel8Drempelbedrag Er wordt geen drempelbedrag zoals bedoeld in artikel 35 lid 2 van de Participatiewet gehanteerd voor de kosten van bijzondere bijstand. Artikel9Waar en wanneer een medisch advies opvragen Als er bijzondere bijstand wordt aangevraagd voor medische kosten, dan wordt in beginsel geen medisch advies aangevraagd aangaande de noodzakelijkheid van deze kosten. Gaat het om kosten die meer bedragen dan € 300,00 op jaarbasis en de noodzakelijkheid kan niet aan de hand van verklaringen van huisarts, tandarts, medisch specialist, of anderszins worden vastgesteld dan wordt een medisch advies opgevraagd bij een daarvoor gecontracteerde organisatie. Paragraaf2:Kostensoorten waarvoor beleid is vastgelegd Artikel10Medische kosten 1.Voor medische kosten wordt in beginsel geen bijzondere bijstand verstrekt. 2.In afwijking van lid 1 wordt bijzondere bijstand verstrekt voor medische kosten tot aan de vergoeding van de gemeentelijk ondersteunde collectieve aanvullende zorgverzekering volgens pakket 2 van zorgverzekeraar Menzis, wanneer de aanvrager door een premieachterstand geen aanvullende ziektekostenverzekering kan afsluiten. Artikel11Behandelingen orthodontist In afwijking van de algemene regel bij medische kosten, is voor de kosten van behandelingen door een orthodontist bij een kind tot 18 jaar onder aftrek van eventuele andere vergoedingen, zoals via een aanvullende zorgverzekering, maximaal € 2.500 aan bijzondere bijstand mogelijk, gerekend over de gehele behandelduur. Artikel12Uitvaartkosten 1.Bij ontbreken van voldoende middelen van bestaan kunnen de erfgenamen van een overledene voor een uitvaart ieder voor het eigen deel in de kosten een aanvraag bijzondere bijstand indienen. Voor de hoogte van de vergoeding wordt per kostenpost uitgegaan van maximaal het bedrag uit de NIBUD prijzengids. 2.Geen bijzondere bijstand wordt verstrekt: voor de kosten van een begrafenis/crematie die zich voordoet in het buitenland; aan erfgenamen die woonachtig zijn buiten de gemeente; voor kosten van een rouwadvertentie, kosten van meer dan één volgauto, kosten van een eredienst en/of kosten die voortvloeien uit een specifieke culturele of religieuze achtergrond. 3.De bijzondere bijstand wordt verleend om niet, tenzij aannemelijk te achten is dat er achteraf voldoende middelen zijn. Ontvangen verzekeringsgelden ten behoeve van de uitvaart worden in mindering gebracht. Artikel13Kosten bewindvoering 1.Er bestaat recht op bijzondere bijstand voor de kosten van bewindvoering als de goederen van een meerderjarige door de Kantonrechter onder bewind zijn gesteld én de kosten van bewindvoering door de Kantonrechter afwijkend van de hoofdregel (5% van de netto opbrengst van de onder bewind staande goederen) zijn vastgesteld. 2.Het bedrag waarop de Kantonrechter de beloning voor de bewindvoerder afwijkend heeft vastgesteld komt voor bijstandsverlening in aanmerking. 3.Voor de kosten van bewindvoering in het kader van de WSNP bestaat geen recht op bijzondere bijstand. Artikel14Rechtsbijstand 1.Er bestaat recht op bijzondere bijstand voor de kosten van rechtsbijstand indien op grond van een toevoeging volgens de Wrb rechtsbijstand is verleend. Het recht op bijzondere bijstand voor deze eigen bijdrage is beperkt tot de eigen bijdrage die geldt wanneer de doorverwijzing is verkregen via het Juridisch Loket. 2.De volgende kosten komen in beginsel niet in aanmerking voor bijzondere bijstand: vertaalkosten; reiskosten van belanghebbende voor het bijwonen van rechtszittingen; de kosten gemaakt in de bezwaarfase anders dan de eigen bijdrage op grond van de Wrb; Artikel15Aanvullende bijzondere bijstand 18 t/m 20 jarigen niet in een inrichting 1.Een jongere van 18, 19 of 20 jaar heeft slechts recht op aanvullende bijzondere bijstand voor levensonderhoud voor zover de noodzakelijke kosten van zijn bestaan uitgaan boven de toepasselijke bijstandsnorm en voor deze kosten geen beroep kan worden gedaan op de ouders, als: de middelen van de ouders daartoe niet toereikend zijn, of de belanghebbende het onderhoudsrecht ten aanzien van zijn ouders redelijkerwijs niet te gelde kan maken. 2.Van noodzakelijke bestaanskosten, die de toepasselijke bijstandsnorm te boven gaan, kan uitsluitend sprake zijn als de belanghebbende zelfstandige huisvesting heeft én deze zelfstandige huisvesting noodzakelijk is. 3.De bijstandsnorm wordt aangevuld bij: een alleenstaande van 18, 19 of 20 jaar tot maximaal de norm voor een alleenstaande als bedoeld in artikel 21, sub a, van de Participatiewet. gehuwden waarvan één van beide of allebei 18, 19 of 20 jaar zijn tot maximaal de bijstandsnorm voor gehuwden als bedoeld in artikel 21, sub b, van de Participatiewet. 4.Bij de berekening van het bedrag wordt rekening gehouden met de regelgeving aangaande kostendelers, het niet hebben van woonlasten en de lagere norm voor schoolverlaters. Artikel16Babyuitzet 1.Als een aanvrager niet heeft kunnen reserveren of lenen en geen gebruik van een voorliggende voorziening kan maken, dan kan de mogelijkheid van bijstandsverlening voor een babyuitzet worden bezien. Bijstandsverlening kan pas geschieden op het moment dat de te maken kosten noodzakelijk worden geacht. In de zesde maand van de zwangerschap moet de babyuitzet aangeschaft worden. Op dat moment is dan ook pas bijstandsverlening mogelijk. Een verklaring van de vroedvrouw met de vermoedelijke bevallingsdatum is noodzakelijk. 2.De hoogte van de te verlenen bijstand hangt af van de feitelijk te maken kosten. Als er al meer (kleine) kinderen zijn, wordt verwacht dat bepaalde zaken al aanwezig zijn. Voor het bepalen van de prijzen wordt de Nibudprijzengids aangehouden. Artikel17(reserve) Artikel18Eigen bijdrage verzorging en hulp 1.Eigen bijdragen voor verstrekkingen op grond van de Wet langdurige zorg en de Wet maatschappelijke ondersteuning kunnen voor bijstandsverlening in aanmerking komen. 2.Eigen bijdragen voor verstrekkingen die vallen onder de gemeentelijke Huishoudelijke Hulp Toelage kunnen voor bijstandverlening in aanmerking komen. Artikel19Communicatie en signalering 1.In beginsel wordt geen bijzondere bijstand verstrekt voor telefoonkosten. 2.Voor de kosten van personenalarmering moet uitgegaan worden van de meest goedkope en adequate voorziening. De eigen bijdrage na eventuele vergoeding door de zorgverzekeraar (aansluitkosten en periodieke bijdrage) die klanten verschuldigd zijn kan vanuit de bijzondere bijstand vergoed worden. Artikel20Stookkosten en kosten elektriciteitsgebruik 1.Wanneer een woning in verband met medisch redenen extra verwarmd moet worden, brengt dat vaak extra kosten met zich mee (stookkosten en elektriciteitsverbruik).Voor deze extra kosten kan bijzondere bijstand worden verstrekt. 2.Alleen indien er sprake is van bijzondere omstandigheden in het individuele geval kan er aanleiding zijn bijzondere bijstand te verlenen voor deze kosten. Hiervan is in ieder geval sprake indien er een medische noodzaak is voor het maken van deze kosten. De medische noodzaak van de meerkosten wordt door middel van een medisch advies vastgesteld. 3.De bijzondere bijstand wordt verstrekt voor de meerkosten. De meerkosten zijn de extra kosten bovenop het bedrag dat mensen in een vergelijkbare woning en vergelijkbare gezinssituatie volgens het NIBUD uitgeven aan stookkosten. Artikel21Reiskosten woon-werkverkeer (verwervingskosten) Er wordt geen bijzondere bijstand voor reiskosten woon-werkverkeer verstrekt. Indien noodzakelijk kan het college re-integratiemiddelen inzetten voor deze kosten. Artikel22(reserve) Artikel23Reis- en/of verblijfskosten bezoek zieke familieleden 1.Bijzondere bijstand is mogelijk voor de kosten van het bezoek buiten een straal van 50 km van de woonplaats van belanghebbende behoort maar in Nederland verzorgd of verpleegd wordende gezins- of familieleden. Onder gezins- of familieleden worden verstaan: degenen, die tot het gezin behoren (dus ook eventuele pleegkinderen); verdere familieleden in de eerste graad (ouders-kinderen); in bijzondere gevallen (bijvoorbeeld bij ernstige ziekte) overige (tweede graad) familieleden. 2.Als er sprake is van vergoeding van reiskosten op grond van de bijzondere bijstand wordt uitgegaan van het volgende aantal bezoeken: bij ernstige ziekte: 1x per week voor 2 personen of 2x per week voor 1 persoon; bij langdurige verzorging of verpleging: 1x per 2 weken voor 2 personen of 1x per week voor 1 persoon. 3.Van het genoemde aantal bezoeken in lid 2 kan worden afgeweken als daar een medische en/of sociale indicatie voor is. De vergoeding op grond van de bijzondere bijstand is dus gelijk aan de tarieven openbaar vervoer 2e klasse ook als van eigen vervoer gebruik wordt gemaakt. Indien van het eigen vervoer gebruik wordt gemaakt, wordt de vergoeding pas verstrekt na overlegging van een verklaring van de inrichting of als de bezoeken anderszins aantoonbaar worden gemaakt. 4.De hoogte van het bedrag voor verblijfskosten wordt als volgt vastgesteld voor een verblijf van: minderjarige kinderen op basis van de kosten van een Ronald Mc Donaldhuis; personen van 18 jaar en ouder op basis van de kosten van een voorziening door de instelling aangeboden; indien door de instelling geen voorziening wordt aangeboden, kan er een vergoeding verstrekt worden op basis van de kosten van een sober en adequaat verblijf. Artikel24Reiskosten bezoek aan gedetineerde 1.Bijzondere bijstand is mogelijk voor de kosten voor het vervoer van het woonadres van de bezoeker (=belanghebbende) naar de inrichting waar de gedetineerde verblijft. 2.Het bezoeken van een gedetineerde wordt als noodzakelijk gezien als: de gedetineerde behoort tot het gezin of familie van belanghebbende, en; de inrichting buiten de gemeente is gelegen (maar binnen Nederland), en; de bezoekfrequentie maximaal 2 keer per maand voor 1 persoon of 1 keer per maand voor 2 personen bedraagt. Bij een sociale of medische indicatie kan van het aantal bezoeken worden afgeweken. 3.Onder gezins- of familieleden worden verstaan: degenen, die tot het gezin behoren (dus ook eventuele pleegkinderen); verdere familieleden in de eerste graad (ouders-kinderen); in bijzondere gevallen (bijvoorbeeld bij ernstige ziekte) overige (tweede graad) familieleden. 4.De hoogte van de bijzonder bijstand is gelijk aan de tarieven openbaar vervoer 2e klasse voor het betreffende traject. Om die reden worden kinderen jonger dan 12 jaar, in voorkomende gevallen, geacht mee te reizen met de ouder. 5.Uitbetaling vindt plaats na overlegging van de vervoersbewijzen en/of de verklaring van de inrichtingen. Artikel25Reiskosten bezoek werkplein Er wordt bijzondere bijstand verstrekt voor reiskosten in verband met bezoeken aan het Werkplein. Artikel26Kosten van sociaal culturele en educatieve activiteiten Hiervoor wordt geen bijzondere bijstand voor verstrekt Artikel27Bewassing en kledingslijtage 1.In bijzondere omstandigheden kan voor de kosten van bewassing- en/of kledingslijtage bijzondere bijstand worden verleend. 2.De noodzaak voor het verlenen van bijzondere bijstand wordt vastgesteld door middel van een medisch advies. In het medisch advies wordt aangegeven wat de meerkosten zijn voor bewassing en kleding slijtage en/of de aanschaf van extra kleding/beddengoed noodzakelijk is. 3.De bijzondere bijstand voor bewassingkosten en kledingslijtage wordt verleend om niet. Aangaande de kosten wordt gebruik gemaakt van de geïndexeerde GMD lijst. Voor de kosten voor aanschaf van (extra) kleding gelden de bedragen in de prijzengids van het NIBUD als maximum. Artikel28Kosten van scholing en opleiding Voor de kosten van noodzakelijk geachte scholing wordt in beginsel geen bijzondere bijstand verleend. Artikel29Duurzame gebruiksgoederen en overige inrichtingskosten 1.Bij noodzakelijke bijstandsverlening ten behoeve van duurzame gebruiksgoederen wordt er in beginsel bijstand verstrekt in de vorm van een lening. 2.Voor de vaststelling van de hoogte van de bijstand voor duurzame gebruiksgoederen wordt in beginsel uitgegaan van de kosten van tweedehands goederen. 3.De hoogte van de leenbijstand voor duurzame gebruiksgoederen wordt gemaximeerd op 6% van de betreffende bijstandsnorm (inclusief eventuele bijzondere bijstand voor levensonderhoud) inclusief vakantiegeld gedurende 3 jaar. 4.Wanneer het noodzakelijk is om een bedrag te verstrekken dat hoger is dan het in het derde lid bedoelde maximum, dan wordt het meerdere als bijstand om niet verstrekt. 5.Bij bijstandsverlening voor woninginrichting wordt voor zover noodzakelijk voor behang- en schilderwerk in beginsel een jaarlijks geïndexeerd forfaitair bedrag gehanteerd waarvan de hoogte afhankelijk is van de afmetingen van de woning. Artikel30Verhuiskosten Voor de noodzakelijke kosten van een noodzakelijke verhuizing wordt bijzondere bijstand verstrekt voor de administratiekosten, dubbele huurlasten en de huur van een verhuisbusje. Artikel31Woonkostentoeslag 1.Huurtoeslag is voor bijstandverlening een voorliggende voorziening die toereikend en passend is. Indien geen of slechts beperkt recht op huurtoeslag bestaat, bijvoorbeeld door inkomen of vermogen van medebewoners, bestaat ook geen recht op bijstand. 2.Van uitgangspunt van lid 1 wordt alleen afgeweken indien men in een beperkte periode geen huurtoeslag ontvangt, wanneer iemand een zware terugval in inkomsten heeft dan wel een eigen woning bewoont. 3.De hoogte van de woonkostentoeslag wordt berekend volgens de systematiek van de huurtoeslag onder aftrek van de werkelijk ontvangen huurtoeslag, het recht op renteaftrek bij belastingen inzake eigen woningbezit en de draagkracht. Hierbij wordt uitgegaan van een draagkrachtpercentage van 100%. 4.Indien de woonkosten, zowel van een huurwoning als van een eigen woning, meer bedragen dan de maximaal subsidiabele huur dan wordt bij recht op een woonkostentoeslag niet meer bijstand verstrekt dan op basis de maximaal subsidiabele huur wordt berekend. Bij een huurwoning wordt in dat geval de woonkostentoeslag voor maximaal 1 jaar verleend en wordt gelijktijdig een verhuisplicht opgelegd. Deze periode kan met maximaal 1 jaar worden verlengd als de aanvrager er alles aan heeft gedaan om vervangende woonruimte te krijgen en hierin toch niet is geslaagd. 5.Qua woonkosten wordt bij een eigen woning rekening gehouden met rentebetalingen (onder aftrek van het recht op renteaftrek van de belastingdienst) die noodzakelijk verband houden met de eigen woning en met zakelijke lasten die verband houden met het hebben van een woning in eigendom. 6.Geen rekening wordt gehouden met de kosten van periodiek onderhoud. Artikel32Dieetkosten 1.De meerkosten in verband met een dieet komen in aanmerking komen voor bijzondere bijstand indien er een medische noodzaak bestaat. 2.De bijzondere bijstand wordt verstrekt voor de meerkosten ten opzichte van normale gezonde voeding. Hierbij wordt uitgegaan van de NIBUD-norm voor het betreffende dieet onder aftrek van 30%. 3.Dieetpreparaten komen in beginsel niet in aanmerking voor vergoeding via de bijzondere bijstand. Artikel33 VERVALLEN Artikel34Intrekking De volgende beleidsregels en regeling worden ingetrokken: Beleidsregels Algemene en bijzondere bijstand Dinkelland 2022 Artikel35Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking. Artikel36Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Beleidsregels algemene en bijzondere bijstand Dinkelland
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.