Lange Termijn Bomenbeheerplan Zeist 2016 - 2041Voorwoord Voor u ligt het Lange Termijn Bomenbeheerplan 2016 –
(2013)voor het aanplanten van nieuwe bomen (kostprijs aanplant € 350,-), leidt dat tot een onontkoombare ontgroening van Zeist. Maatschappelijk en politiek ligt dat gevoelig: Zeist hecht zeer aan haar groene karakter. Er ligt dus financieel, maar óók wat betreft de daadwerkelijke aanpak buiten, een uitdaging. 1.3Aanpak richting een oplossingsrichting; bestuurlijk tot nog toe Op verzoek van de raad is de Bomenverordening uit 2005 geëvalueerd en is eind 2012 een voorstel gedaan om tot een nieuwe opzet ervan te komen. Eén van de uitgangspunten daarbij is, dat bij maatregelen aan gemeentelijke bomen op basis van een goedgekeurd bomenbeheerplan, de gemeente geen kapvergunning meer hoeft aan te vragen.4Deze maatregel is voorgesteld, om in de toekomst efficiënt te kunnen werken bij het bomenvervangingsvraagstuk. Wanneer elke laanvervanging meerdere jaren aan doorlooptijd en procedures kost, zoals bij de herinrichting 1e deel Verlengde Slotlaan, maar ook bij de Gezichtslaan, dan doet dat een onevenredig grote aanslag op gemeentelijke capaciteit, financiën en middelen. Dat is niet meer haalbaar bij de opgave waar we voor staan. Reden voor de raad, om te willen weten hoe de gemeente Zeist in grote lijnen wilde handelen ten aanzien van haar eigen bomenbezit, alvorens de inwoners allerlei ge- en verboden op te leggen. Daarom is begin 2013 de stand van zaken voor wat betreft de bomenvervanging geschetst en toegelicht in de raad. Al enigszins voorbereid (door Groen (voor) Zeist), vond de raad dat er zo snel mogelijk gewerkt zou moeten worden aan hoe deze uitdaging te tackelen. Zij had het lef om de samenleving daar een stem in te geven. Zeist huldigt namelijk het standpunt dat, als de inwoners van Zeist geconfronteerd worden met een probleem, ze ook deel moeten uitmaken van het zoeken naar de oplossing. Het ambtelijk voorgestelde financiële kader van € 75.000,-- per jaar werd daarbij door de raad losgelaten. In plaats daarvan heeft de raad gevraagd om met scenario’s voor de bomenvervanging te komen (benodigde budgetten in relatie tot de dan te realiseren kwaliteit van de boomstructuur buiten), op basis waarvan zij in staat zouden zijn de discussie te voeren over welke budgetten zij als raad in de toekomst beschikbaar zouden willen stellen. 1.4Aanpak richting een oplossingsrichting; procesmatig tot nog toe Met een open oproep zijn organisaties en inwoners benaderd om mee te denken over de scenario’s. Dat leverde 10 zeer gemotiveerde en deskundige mensen op, waarmee in 6 avonden de uitdaging is aangegaan om te komen tot scenario’s. Zij hebben zelf de keuze gemaakt voor welke scenario’s (op basis van de omvang van beschikbaar te stellen budgetten per jaar) zij een uitwerking wilden maken. De ondergrens (€ 75.000,-- per jaar) en de bovengrens (een budget van € 1.2 miljoen per jaar, voldoende voor volledige vervanging) stond vast. De procesbegeleiders hebben gezorgd voor de werkvormen om deze scenario’s goed te kunnen vullen en uitwerken. Dit proces is buitengewoon goed verlopen.5Het proces is vanuit het Platform Middelgrote Gemeenten als good practice opgenomen om de nabijheid en bestuurskracht van middelgroot te illustreren in de richting van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Zie de volgende link voor de presentatie die daarover gemaakt is: http://www.middelgrotegemeenten.nl/Good+Practices/268543.aspx?t=De+kracht+van+het+interactieve+traject+%27vervanging+ge meentelijke+bomen%27 De groep heeft uiteindelijk zélf het rapport geschreven, waarin ze alle scenario’s en hun voorkeursscenario hebben uitgewerkt: BOMEN: (kleur)rijke dragers van het groen in Zeist. In oktober 2013 heeft de raad dit rapport vastgesteld en de groep gevraagd om het voorkeursscenario uit te werken in een Lange Termijn Bomenbeheerplan (circa 70 jaar), op basis waarvan de raad wil kijken in welke omvang, wanneer en hoe ze de middelen beschikbaar zouden willen stellen in de vorm van een structurele financiële voorziening. Het voorkeursscenario (scenario Q) omvat het behoud van het groene karakter van Zeist, met de inzet van slimme maatregelen om de kosten te beperken. 1.5Waarom een bomenbeheerplan? De uitdaging kennen, betekent ook de verantwoordelijkheid nemen om tot een oplossing te komen. Dat is met het proces BOMEN: (kleur)rijke dragers van het groen in Zeist in algemene zin gebeurd. Er ligt daarmee een goede analyse van de uitdaging, een verkenning van de oplossingsrichtingen en een aantal belangrijke uitgangspunten, waaronder het door de raad gekozen vervangingsscenario. Niet concreet genoeg om investeringsberekeningen uit te kunnen destilleren en om buiten in de praktijk mee te kunnen sturen. Terwijl het moment om te moeten gaan investeren en om buiten daadwerkelijk keuzes te moeten gaan maken, steeds dichterbij komt. Reden dus om – zoals ook gevraagd door de raad – het voorkeursscenario van de groep meer in detail uit te werken. Daarbij is gekozen voor een termijn van 70 jaar, de gemiddelde levensduur van een boom. Zo hopen we in onze keuzes ook te kunnen meenemen, dat we de “vervangingspiek” die ons nu verrast, in de toekomst kunnen voorkomen. Ons doel is te komen tot een gelijkmatige en planmatige spreiding van de bomenvervanging, zodat de impact qua kosten, qua verstoring van het straatbeeld en qua ecologische verstoring in de toekomst beperkt blijft. Vandaar een Lange Termijn Bomenbeheerplan Zeist. Natuurlijk zien wij ook wel in dat het niet waarschijnlijk is dat men over 70 jaar nog altijd zal terugvallen op de nu gemaakte keuzes. Wel biedt het 70-jaren perspectief, richting en sturing aan de keuzes de we voor de nu komende periode (moeten) gaan maken. Tot 2041 is het op basis van de kwaliteitsgegevens van de bomen mogelijk om tamelijk concreet te kunnen zijn met een grote mate van waarschijnlijkheid dat de berekeningen en de plaatsbepalingen zullen kloppen. Over de jaren erna kunnen we wel in het algemeen iets zeggen, maar het is lastig om over die periode accurate berekeningen te maken. We zijn als Adviesgroep wel van mening, dat de hier aangereikte systematiek om het bomenvraagstuk kwalitatief goed in te vullen, tot in lengte van jaren een basis biedt voor de groene kwaliteit waar Zeist – terecht – trots op is. In die zin is het zeker gelukt om tot een zeventig-jaren-aanpak te komen. 1.6Vertrekpunt voor het Lange Termijn Bomenbeheerplan We gaan uit van kwaliteit voor de toekomst. Die hebben we gebaseerd op kwaliteiten uit het verleden. Wat we nu in Zeist zien, komt daar namelijk uit voort. Soms is van het oorspronkelijke beeld niet veel meer terug te zien, als gevolg van het verbreden van straten, het aanleggen van meer parkeerplaatsen en dergelijke. We hebben ons de vraag gesteld, wat van die historisch bepaalde kwaliteiten leidraad kan zijn als er in de toekomst ingrepen nodig zijn in de boomstructuur: omdat er een weg gereconstrueerd wordt, er een nieuw riool komt of omdat de bomen aan vervanging toe zijn. Met deze aanpak kunnen we zowel het aanzicht van de straten als de gezondheid van bomen een stevige impuls geven. Daarbij nemen we impliciet mee dat bomen van groot belang zijn voor het welbevinden van mensen en bijdragen aan het reguleren van allerlei fysiologische aspecten. Denk aan het vastleggen van CO2, het produceren van zuurstof, het reduceren van hittestress, het afvangen van fijn stof en dergelijke. 1.7Toekomstbestendige aanpak van bomenbeheer Een eerste vereiste bij een toekomstbestendige aanpak, is dat je weet waar je naar toe werkt. Zo kun je keuzes maken, die voor de lange termijn leiden tot de kwaliteit die je nastreeft. Door te weten aan welke knoppen je kunt draaien en wanneer het daarvoor het beste moment is, kun je effectief en efficiënt je middelen aanwenden. Het proces om tot dit Lange Termijn Bomenbeheerplan te komen, heeft ons het inzicht gegeven dat daarvoor nodig is. Het is onvermijdelijk dat er de komende decennia ingrepen in de lanen, straten en parken gaan plaatsvinden, die behoorlijk ingrijpend zullen zijn. Met of zonder bomenbeheerplan gaat het straatbeeld fors veranderen door bomensterfte. Mét bomenbeheerplan kunnen we de inwoners van Zeist het perspectief schetsen van de toekomstige kwaliteit, die we nastreven. Niet alleen afbraak, maar ook opbouw. Met het bomenbeheerplan zijn we bovendien in staat het belang en de samenstelling én opbouw van de boomstructuur in te brengen bij ruimtelijke projecten of herstructureringen in de openbare ruimte. Daarmee krijgen bomen een steviger stem en duidelijker plek in dit soort processen. En niet in de laatste plaats: het is nu duidelijk wat de financiële opgave is en hoe de fasering van de benodigde investeringen zal zijn. Deze kennis maakt, dat we kunnen werken aan een oplossing om de nodige budgetten beschikbaar te krijgen om de boomstructuur voor de toekomst duurzaam en kwalitatief goed in stand te houden. Financiële zekerheid én flexibiliteit in de budgetten is van belang om ook voor de toekomst de inwoners continuïteit te kunnen bieden als het gaat om het groene karakter van hun woonomgeving. 1.8Interactief proces van tot stand komen Lange Termijn Bomenbeheerplan Met de Adviesgroep Bomenvervanging is in het voorjaar van 2014 gestart met de opdracht van de raad: uitwerking van scenario Q. Er hebben zich – door omstandigheden – wat wijzigingen voorgedaan in de samenstelling van de groep, maar wat gebleven is: het ongelooflijke enthousiasme en de gedrevenheid waarmee de groep zich aan deze klus heeft gezet. De materie bleek taai en veel complexer en gelaagder dan op voorhand ingeschat. Ook de automatiseringskant vroeg nog veel extra inspanningen om “klaar” te zijn voor de vraagstelling die voorlag. Twee jaar (met een pauze van drie en van tien maanden) zijn we twee- of driewekelijks bezig geweest om de opgave te fileren en strategieën te bepalen en door te rekenen. Onvermoeibaar tot het einde zijn alle details doorgenomen en van een weging voorzien. Over de manier waarop de aanpak inhoudelijk heeft plaatsgevonden en de werk- en denkstappen die zijn gezet, is desgewenst een powerpointpresentatie beschikbaar. Hoe dan ook: het resultaat van dit mooie proces heeft u in uw handen. De opbouw van het beheersysteem met de uitkomsten van het proces, geeft ons een prachtig sturingselement om met behoud van het goede uit het verleden, het bomenbeheer in Zeist toekomstbestendig ter hand te nemen. 1.9Uitwerking Dit Lange Termijn Bomenbeheerplan Zeist vormt de basis voor uitwerking in uitvoeringsplannen voor een periode van 5 jaar, met een doorkijk naar een periode van 10-20 jaar. Deze zijn geschikt als onderlegger voor onderhoudsbestekken en aanbesteding. In dit stadium is het ook goed mogelijk om bewoners te betrekken. Gezien de complexiteit van het onderwerp, en het abstracte schaalniveau, was dat in deze fase nog niet goed uitvoerbaar. 1.10Leeswijzer Met dit rapport wordt inzichtelijk gemaakt waaruit het groene karakter van Zeist bestaat, als we het hebben over de gemeentelijke bomen. In dit inleidend hoofdstuk vindt u meer over de aanleiding, de uitdaging, aanpak voor wat betreft het proces en inhoud, en dergelijke. Daarnaast wordt in hoofdstuk 2 eerst de algemene context voor het Lange Termijn Bomenbeheerplan geschetst: de visie en kaders, de uitdagingen waar we voor staan, algemene uitgangspunten voor keuzes voor de boomstructuren, maar ook allerlei aspecten die van belang zijn voor bomenbeheer. En niet te vergeten: hoe gaan we uitwerken en hoe gaan we om met communicatie? In hoofdstuk 3 verklaren we de plansystematiek: de analyse van de kwaliteiten van het gemeentelijk bomenbestand (analysefase), bepaalde keuzes gemaakt (keuzefase). Beiden worden beschreven in hoofdstuk
- In hoofdstuk 4 vindt een nadere uitwerking van die keuzes plaats. Op grond van de onderscheiden karakteristieke boomstructuren vindt u een toelichting op de verschillende beheertypen (behorende bij iedere subcategorie), waarmee wij de unieke kwaliteiten tot uiting willen brengen . Tenslotte gaat hoofdstuk 5 in op een financiële doorrekening van de gemaakte keuzen (rekenfase). In hoofdstuk 6 sluiten we af met een aantal eindconclusies. 2.Bomenbeheer in zijn bredere context Inleiding In dit hoofdstuk gaan we inhoudelijk dieper in op de achtergronden van het bomenbeheer in Zeist en de keuzes, die er bij komen kijken. De grondslag daarvoor wordt gevormd door de eerder vastgestelde visies.6Groen (voor) Zeist, 2011 en Bomen: (kleur)rijke dragers van het groen in Zeist, 2013 De materie is complex en kent vele componenten. Hieronder proberen we de belangrijkste aspecten overzichtelijk op een rij te zetten. Het gaat in dit hoofdstuk zowel over het belang van bomenbeheer, hoe we tot nog toe de zaken rondom bomenbeheer geregeld hadden en welke aspecten van belang zijn voor het uitzetten van de lijnen voor de toekomst van de boomstructuur in Zeist. 2.1Inhoudelijk startpunt voor de uitwerking: visie en kaders Zonder bomen geen Zeister groenstructuur! Bomen zijn een kapitaalintensief onderdeel van het Zeister groen. Maar ze vormen ook het kapitaal van Zeist: ze zijn ook een buitengewoon duurzaam en imagobepalend onderdeel van de Zeister groenstructuur. En dat is al eeuwenlang het geval.7Groen (voor) Zeist, pagina 212 en verder Bomen in Zeist geven uitdrukking aan de ontstaansgeschiedenis van Zeist, bepalen de identiteit van de gemeente, creëren sfeer en leefbaarheid in wijken, dragen bij aan het welbevinden van mensen en zijn de dragers van veel dierenleven (natuur). Maar ze zijn ook van belang voor de reductie van fijnstof, als zuurstofleverancier, voor het vastleggen van CO2, voor hittereductie en andere fysiologische processen. Bomen zijn dus – letterlijk – van levensbelang! Dat blijkt ook uit de betrokkenheid van de samenleving op dit onderwerp. Bij kap en vervanging lopen de emoties in de buurt vaak hoog op: zowel bij voorstanders als tegenstanders van bomenkap dan wel bomenvervanging. We willen daarom – ook richting de samenleving – inzichtelijk maken wélke keuzes we wáárom maken. Kwaliteit is voor ons het leidend principe. Kwaliteit gaat daarbij boven kwantiteit. Het gaat ons om kwaliteit van het beeld en van de (cultuurhistorische en/of ecologische) structuur. Dit principe geldt zowel voor de totale boomstructuur, als voor (de bomen in) de buurten. Daarbij maakten we gebruik van bij onze werkgroep aanwezige ecologische en historische kennis en informatie, zonder daarvoor uitputtend onderzoek te doen. Wanneer nodig, zochten we zaken op. Bovenstaande gegevens zijn bepalend voor de keuzes en mogelijkheden bij het aanpakken van het vraagstuk bomenvervanging en eerder – en meer uitgebreid – verwoord in BOMEN: (kleur)rijke dragers van het groen in Zeist, adviesrapport van de Adviesgroep Bomen(vervanging) uit 2013 én in Groen (voor) Zeist, Groenstructuurplan,
- Beide zijn door de raad vastgesteld. 2.2Korte schets uitdaging bomenbeheer in Zeist Bomenbeheer tot nog toe Bomenbeheer vindt sinds 2007 plaats op basis van driejarige onderhoudsbestekken, maar sinds 2010 worden de gegevens gehaald uit het groen- en bomenbeheersysteem Greenpoint. Dit systeem wordt – voor wat betreft de bomen – gevuld en gevoed aan de hand van driejaarlijkse monitoring van de toestand van de bomen: de VTA-analyse.8Visual Tree Assessment: een visuele inspectie van de bomen, met als doel eventuele gevaarzetting voor de omgeving rondom de boom tijdig te kunnen signaleren en weg te nemen, aan de hand van een vastgelegd protocol. Daaruit komt een kwaliteitstoekenning voort en een pakket noodzakelijke onderhoudsmaatregelen. Dit pakket onderhoudsmaatregelen wordt in de vorm van een onderhoudsbestek op de markt gebracht, voor drie jaar aanbesteed, uitgevoerd, door de gemeente gecontroleerd en als zodanig ook verwerkt in het bomenbeheersysteem. Dat laatste geldt zowel voor de gegevens uit de VTA, als voor de te nemen en de uitgevoerde onderhoudsmaatregelen. Zo is er per boom een “rapport” beschikbaar van alle relevante gegevens: plantjaar, soort, kwaliteit, uitgevoerde onderhoudsmaatregelen, en dergelijke. Daarmee voldoet de gemeente Zeist aan haar verplichting om aan te tonen dat zij haar verantwoordelijkheid voor de veiligheid van bomen in de openbare ruimte neemt. Bovendien kunnen we zo planmatig en efficiënt beheren, zodat de levensduur van de bomen toeneemt en we onze budgetten effectief aanwenden. Op basis van de VTA wordt voor alle bomen de kwaliteit en – daarmee – de restlevensduur van de bomen bepaald. Zie hiervoor bovenstaande grafiek en onderstaand staatje. De verdeling van elke categorie bomen over de gemeente is ook eenvoudig in kaartvorm zichtbaar te maken in Greenpoint. kwaliteitsomschrijving restlevensduur slecht 0 – 2 jaar matig 2 – 5 jaar redelijk 5 – 10 jaar goed 10 – 25 jaar zeer goed >25 jaar Voor dode of gevaarlijke bomen werd – tot nog toe, op basis van de Bomenverordening 2005 – een kapvergunning aangevraagd. Deze vallen vrijwel altijd in de categorie “slecht”, maar door stormschade of anderszins soms ook in andere kwaliteitscategorieën. Op basis van de tot 2016 vigerende Bomenverordening uit 2005 was de gemeente Zeist verplicht om bij kap tot herplant over te gaan. Die strategie leidt uiteindelijk niet tot een kwalitatief goed eindbeeld, omdat vervanging hap-snap gaat en er geen weloverwogen keuze achter zit. De essentiële vraag: welk eindbeeld willen we uiteindelijk in die laan bereiken? blijft namelijk achterwege. Financiële situatie bomenbeheer tot nog toe Tot nog toe waren de budgetten voor bomenbeheer in evenwicht met de noodzakelijke uitgaven. De jaarlijkse uitval en vervanging was door de kwaliteit van het bomenbestand tot nog toe binnen het beschikbare budget op te lossen. Dat is onder andere bereikt door aanbestedingsvoordelen (zoals voor drie jaar aanbesteden, wat tot scherpere offertes en inschrijvingen heeft geleid). Het totale bomenbudget bedraagt € 427.000,-- (prijspeil 2016): in de werkbegroting omvang budget onderhoud, rooien en controle € 296.000,-- groenstructuurplanbudget € 25.000,-- vervangingsbudget € 75.000.-- Water geven en ziektebestrijding € 31.000,-- totaal € 427.000,-- De Adviesgroep bomenvervanging pleitte in 2013 voor een meer duurzame wijze van budgetteren. Het is niet praktisch om te rekenen met verschillende budgetten voor verschillende werkzaamheden rondom bomen. Veel jonge bomen, betekent veel water geven en weinig rooien. Maar jonge bomen worden ouder en dan verschuift dat weer. Daarmee biedt deze wijze van budgetteren onvoldoende flexibiliteit en een schijnzekerheid die niet aansluit bij de (toekomstige) realiteit. De Adviesgroep heeft dan ook voorgesteld om te rekenen met de kosten voor de totale levenscyclus van een boom. Die is in Zeist gemiddeld 70 jaar. Als je een boom plant of in beheer hebt, dan weet je immers dat er aan die boom voor lange tijd financiële consequenties verbonden zijn. Die kosten zijn op voorhand bekend. De gehele levensduurcyclus van een boom kost gemiddeld € 1.375,-- (prijspeil 2016). De jaarlijkse kosten voor een boom bedragen dan € 19,
- De totale levenscycluskosten per boom zijn als volgt opgebouwd.9deze kosten zijn gebaseerd op gemiddelden op basis van ervaringscijfers uit projecten en bestekken en geverifieerd in de markt levenscycluskosten per boom voor 70 jaar plantkosten incl. water geven € 350 ( 25 %) onderhoudskosten 70 jaar €400 (30 %) rooikosten € 625 (45 %) totaal € 1.375 Met € 427.00,-- zou je op basis van het levenscyclusbedrag van € 1.375,00 in theorie dus ruim 21.400 bomen tot in lengte van jaren in stand kunnen houden. Dat is 61 % van het totale aantal gemeentelijke bomen.10lees: straat-, laan- en parkbomen. In bosranden en beplantingsstroken heeft de gemeente Zeist daarnaast nog eens 40.000 bomen in beheer. Deze worden op basis van een ander bestek anders beheerd, uit een ander budget gefinancierd en vallen niet binnen dit Lange Termijn Bomenbeheerplan. Levenscycluskosten in relatie tot bestaande situatie Máár: de kwaliteit en dus de restlevensduur van het bomenbestand in Zeist is dusdanig, dat de uitgaven voor het bomenbeheer de komende jaren een forse piek zullen vertonen. Zoals al aangegeven is het rooien van een boom het duurste onderdeel van de levenscycluskosten: € 625,- ofwel 45% van € 1375,-. Omdat 17 % van de bomen op dit moment
(2016)in de categorie slecht, matig, redelijk valt (respectievelijk 2, 5, 10 jaar restlevensduur) en 75 % in de categorie goed (restlevensduur tussen de 10 en 25 jaar), lopen de kosten voor rooien (en vervangen) de komende 25 jaar hoog op. De rooikosten zijn onvermijdelijke kosten. Om redenen van veiligheid zullen dode bomen hoe dan ook gerooid moeten worden. grafiek 1: de jaarlijkse rooikosten tot en met 2041 op basis van natuurlijk verloop. In deze grafiek zijn overigens nog niet de gevolgen van de keuzes voor bomenbeheer verwerkt. Die leiden tot een andere verdeling van de kosten over de jaren. Over het totaal van alle jaren zal er geen verschil zijn. Verderop in het rapport (hoofdstuk 5) komen we daar meer in detail op terug. 2.3Algemene uitgangspunten ten aanzien van keuzes voor de toekomstige boomstructuur We kiezen voor kwaliteit van de boomstructuur en een toekomstbestendige aanpak van het bomenbeheer. De kwaliteit van de boomstructuur wordt vooral bepaald door de groene omgeving en (groene) historie van Zeist, zoals ook beschreven in Groen (voor) Zeist. Dat stuurt onze keuzes voor de toekomst. Is de karakteristiek van een boomstructuur landschappelijk (LS), middeleeuws (M), formeel (F), Engelse landschapsstijl (EL), Zeister profiel (ZP) of is er sprake van park, plein of plantsoen (P) of van een buurtbomenstructuur (B)? Dat is het meest bepalend voor de strategie in de toekomst. In het volgende hoofdstuk werken we dat inhoudelijk uit. Natuurlijk hebben we ook te maken met wat technisch of fysiek mogelijk is. Ruimte is daarbij als factor het meest bepalend. Geen ruimte is helaas ook geen bomen. Dit drukken we uit met een cijfer (variërend van 0: geen ruimte, tot 5: ruimte voor 6 rijen bomen). Om het nog ingewikkelder te maken: niet alle boomstructuren staan in rijen, dus soms betekent het cijfer iets anders. Dit is uiteraard terug te vinden bij de beschrijving van de betreffende karakteristiek. Tenslotte kennen we ook een factor toe aan de uitstraling of de ondergrond. Denk aan meer stedelijk/minder ruimte of meer landelijk/meer ruimte. Ook dit is uiteraard van invloed op het toekomstig gewenste en/of haalbare eindbeeld. In de volgende hoofdstukken werken we dit inhoudelijk uit. Stoplichtcodering bomenbeheer Op veel plekken is vervanging van bomen in de toekomst gelukkig goed mogelijk. Op andere plekken, vooral wanneer de bomen in verharding staan, zijn bij aanplant extra maatregelen nodig om een boom goede toekomstmogelijkheden te geven. Op andere plekken is het vrijwel onmogelijk om bomen te vervangen: althans, niet zonder ingrijpende aanpassingen in de omgeving. Denk aan wijzigingen in het verkeersprofiel. Dit hebben we verwerkt in een zogenaamde stoplichtcodering: groen betekent dat er ruimte genoeg is om een goede plantplaats te maken, oranje vraagt een extra inspanning om een goede plantplaats te maken en rood (red alert) betekent dat in de huidige situatie het maken van een goede plantplaats niet mogelijk is. Deze codering is verwerkt in de kosten voor aanplant. Rood is daarbij wel meegerekend in de vervangingsbudgetten, maar kan feitelijk niet worden uitgevoerd, totdat in de toekomst mogelijk het profiel wordt aangepakt, bijvoorbeeld in het kader van een verkeerskundige reconstructie of bij het vervangen van een riolering. 2.4Meer aspecten bomenvervanging: bomenbeheerbeslisboom Aan bomenbeheer zitten vele aspecten, die soms niet eens zozeer met bomen te maken hebben. Denk aan de – al genoemde – aanwezigheid van ruimte, kabels en leidingen, wet- en regelgeving. Dit bepaalt de (on)mogelijkheden. Om dit in beeld te brengen, is een “mindmap” gemaakt waarin we zoveel mogelijk aspecten die samenhangen met keuzes ten aanzien van bomen hebben samengebracht. Dit is vrij in het begin van het proces gebeurd. Later is ons gebleken, dat de aspecten die in de “bomenbeheerbeslis- boom” zijn opgenomen, zich voor de lange termijn lastig laten verwerken, omdat ze toch te gedetailleerde informatie vereisen of te gedetailleerde input leveren. De bomenbeheerbeslisboom zal vooral bruikbaar blijken in de vertaling van dit Lange Termijn Bomenbeheerplan naar uitvoeringsplannen. Zie voor de beslisboom pagina 21. 2.5Uit- en doorwerking plus communicatie Dit is een Lange Termijn Bomenbeheerplan met een tamelijk hoog abstractieniveau. Het geeft voor heel Zeist de ontwikkeling van de boomstructuur op hoofdlijnen aan: en dan met name van de hoofdgroenstructuren. Door de technische en abstracte benadering is het Lange Termijn Bomenbeheerplan weinig geschikt om – zonder tussenkomst van iemand van groenbeheer – aan bewoners duidelijk te maken wat ze kunnen verwachten. Met enige moeite kun je weliswaar voor 1000 stukken straat vinden wat de toekomst gaat brengen, maar het laat zich lastig concreet voorstellen hoe het er dan uit gaat zien. Ook wanneer ingrepen aan de orde zijn, is dat alleen in het groenbeheersysteem Greenpoint terug te vinden. Communicatie over de aanpak kan dus in algemene zin plaatsvinden over de uitgangspunten, de aanpak en de gewenste kwaliteit van de boomstructuur. Door het hoge abstractieniveau en de lange termijn is het Lange Termijn Bomenbeheerplan ook niet zonder meer geschikt als basis voor uitvoeringsbestekken. Uitwerking voor bijvoorbeeld 5 jaar, met een doorkijk naar 10 jaar, is dan ook nodig. Dat is dan ook het moment om concreter te overleggen met de bewoners en te communiceren over de uitvoering. Daarbij kan de “beslisboom” zeer behulpzaam zijn, om het keuzeproces te geleiden. 3.Plansystematiek: verschillen in boomstructuren met inspiratiebeelden 3.1Analysefase: Indeling in karakteristieken van boomstructuren met inspiratiebeelden De boomstructuur van Zeist omvat anno 2016 ongeveer 35.000 bomen. Daarbij gaat het niet om zomaar een verzameling bomen, maar een karaktervolle toevoeging aan Zeist als geheel, of aan een buurt of een plek: door hun uitstraling of hun historische context en hun ecologische waarde. Dat karakter, dat zo belangrijk is voor de identiteit en uitstraling van de gemeente als totaal of voor de buurt, willen we voor de toekomst veilig stellen. Het vertrekpunt vanuit de kadernota bomenvervanging11Bomen, de kleurrijke dragers van de groenstructuur van Zeist (vastgesteld oktober 2013) is: het behouden van de kwaliteit van het groene karakter. De opgave die de groep zichzelf gegeven heeft: met hoeveel bomen kun je dat dan nog goed in stand houden? Daarbij gaan we uit van het gewenste eindbeeld van onderdelen van de boomstructuur binnen het totaal van de hele Zeister boomstructuur en ook, waar het mogelijk is, tot een (bepaalde) kostenbesparing kan komen. De vraag die daar dan aan vooraf gaat, is: waaruit bestaat die kwaliteit van dat groene karakter en waaruit is die kwaliteit opgebouwd? Voor het beantwoorden van die vraag was het Groenstructuurplan 12Groen (voor) Zeist (vastgesteld september 2011) uiteraard het vertrekpunt. Op basis van Groen (voor) Zeist, zijn we gekomen tot een indeling in 7 karakteristieke boomstructuren. Welke karakteristieke boomstructuren hebben we onderscheiden? In het Groenstructuurplan werken we met de structuurkenmerken S1 tot en met S5. Structuurkenmerken zijn de eigenschappen van het groen, die je buiten – voor je ogen – in beeld tot uitdrukking gebracht ziet. Het gaat om structuren (samenhangen), patronen en beelden van het groen. De structuurkenmerken zijn – naar hun invloed op het totaal van de Zeister groenstructuur – in het Groenstructuurplan in volgorde van belangrijkheid gezet: vandaar de nummering S1 tot en met S5. In onderstaande tabel zijn de structuurkenmerken uit het Groenstructuurplan gelinkt aan de karakteristieke boomstructuren die we hebben onderscheiden voor het Lange Termijn Bomenbeheerplan. Zo zijn we uiteindelijk tot in totaal 7 karakteristieke boomstructuren gekomen. structuurkenmerk groenstructuur karakteristieke boomstructuur S1 landschappelijke structuur landschappelijk S2 cultuurhistorisch raamwerk formeel Engelse landschapsstijl * gemeentelijke buitenplaats S3 netwerk van lanen en wegen als dragers van de groenstructuur middeleeuws formeel (apart uitgewerkt onder S2) landschappelijk (apart uitgewerkt onder S1) Zeister profiel S4 parken en plantsoenen parken, pleinen en plantsoenen S5 de collage van groene karakters van de buurten van Zeist buurtgroen *landschapsstijl is door de groep als categorie toegevoegd t.o.v. het Groenstructuurplan Zoals uit de tabel blijkt, is er op basis van de structuurkenmerken S1, S2 en S3 sprake van een dubbeling/overlap (voor formeel en voor landschappelijk). Dat komt door het grote belang van de structuurkenmerken S1 en S2 voor Zeist en de mate waarin ze voorkomen, de reden om ze in het Groenstructuurplan apart te benoemen. De categorie Engelse landschapsstijl is het in het Groenstructuurplan niet apart benoemd, maar bij analyse van de boomstructuur bleek deze categorie in Zeist dusdanig groot en onderscheidend in zijn verschijningsvorm, dat er een aparte categorie van gemaakt is. De karakteristieke boomstructuren landschappelijk, formeel, landschapsstijl, middeleeuws, et cetera, zijn in kaart gezet. Alles (ook de niet in kaart vervatte categorieën) zijn verwerkt in het groenbeheersysteem en daar in te zien. In bovenstaand figuur is de verdeling van aantallen bomen over de verschillende karakteristieke boomstructuren te zien. Buurtgroen is de grootste categorie, gevolgd door formele lanen en landschappelijke structuur. Middeleeuwse weg, Engelse landschapsstijl en gemeentelijke buitenplaats zijn qua aantallen ongeveer even groot en bedragen elk ongeveer 10% van het totale bomenbestand. In het Groenstructuurplan is beschreven wat de achtergrond is van de structuurkenmerken en waarom we gekozen hebben voor deze indeling, plus wat het beleid is voor de afzonderlijke structuurkenmerken.13in samenvatting: pagina 87 en 88 van Groen (voor) Zeist, meer uitgebreid pagina 95 en verder Daarmee hebben we al een stevige richtlijn in handen voor de keuzes die we willen maken voor de verschillende karakteristieke boomstructuren: die komen immers voort uit de structuurkenmerken. In totaal is er dus een zevental karakteristieke boomstructuren onderscheiden. Voor elk van de zeven onderscheiden boomstructuren zijn inspiratiebeelden gemaakt met kenmerkende aspecten. Denk aan uiteindelijke soortenkeuze, wel of geen gelijkjarigheid en dergelijke. Een formele laan heeft gelijkjarige boombeplanting op regelmatige plantafstand, terwijl bij landschappelijke beplanting ongelijkjarigheid, diversiteit in soorten en “overal en nergens” bomen zorgen voor de gewenste uitstraling. 3.2Keuzefase: indeling in “beheertypen” en puzzelstukken als basis voor het bomenbeheerplan Per karakteristieke boomstructuur zijn onderverdelingen gemaakt van lanen en wegen, die als ‘groep’ bepaalde kenmerken gemeen hebben. Dit leidt tot lijsten met straatnamen met overeenkomende kenmerken. Denk aan ruimte in het profiel, aantal rijen laanbeplanting, wel of geen verkeersfunctie, in het landelijk gebied, in het centrum of woongebied. Dat zijn factoren die van invloed zijn op de gewenste uitstraling en de toekomstmogelijkheden voor de betreffende boomstructuur. Zo zijn dus uiteindelijk afzonderlijk te onderscheiden “beheertypen” ontstaan. Daarmee zijn we – bijna letterlijk – gaan puzzelen. Voor elk van die onderverdelingen – dus per afzonderlijk onderscheiden “beheertype” – zijn één of twee voorbeelden geanalyseerd: wat is het beeld nu, hoeveel bomen staan er, wat is de plantafstand, welke soorten zijn er gebruikt? En wat wordt – uitgaande van het inspiratiebeeld voor die onderscheiden karakteristieke boomstructuur – het eindbeeld bij vervanging, welke plantafstanden en soorten kiezen we en tot hoeveel bomen leidt dat? Deze uitgewerkte voorbeelden zijn de puzzelstukken waarmee we het bomenbeheerplan verder vullen. Deze puzzelstukken zijn representatief voor de oplossing voor de lijst met lanen/wegen, waar ze bij horen. Hieronder hebben we dit schematisch weergegeven voor de onderscheiden boomstructuren. Met dit schema hebben we in feite de inhoudsopgave voor het Lange Termijn Bomenbeheerplan klaar en gaat het nog “slechts” om de goede puzzelstukken (voorbeeldwegen) te koppelen aan de goede lijsten van lanen. Dit doen we voor elk van de onderscheiden karakteristieke boomstructuren in het volgende hoofdstuk. In het vervolg van dit rapport zijn dan ook per onderscheiden karakteristieke boomstructuur de inspiratiebeelden, de onderverdeling, inclusief per groep (beheertype) de lijsten met straatnamen, de definities en de voorbeeldpuzzelstukken weergegeven. Daarmee schetsen we het beeld voor de keuzes voor alle lanen/wegbeplantingen in Zeist. Op pagina 28 vindt u een kaart, waarop de ligging van alle karakteristieke boomstructuren te vinden is. Koppeling met groenbeheersysteem In het groenbeheersysteem Greenpoint van Greenpoint Advies zijn alle keuzes voor de toekomst administratief verwerkt. Per weg- of groenvak (circa 1000 stuks) is terug te vinden wat voor de toekomst de bedoeling is. Ook is van elk wegvak de kwaliteit van de daar aanwezige bomen bekend. Deze wordt elke drie jaar gemonitord. Op basis daarvan kan worden ingeschat wanneer een laan aan vervanging toe is. Afhankelijk van de vervangingsstrategie (vooral de wens tot gelijkjarigheid – of niet – is van invloed), is dan te bepalen wat de benodigde budgetten voor een bepaalde periode zijn. Naarmate het om een kortere vooruitblik gaat, is dat – uiteraard –nauwkeuriger te voorspellen. Maar bomen met een redelijke kwaliteit hebben een levensverwachting van nog minstens vijf tot tien jaar. Met een goede kwaliteit is er zelfs sprake van een verwachte restlevensduur van nog minstens tien tot 25 jaar. Dat is een heel ruime marge, die het lastig maakt om (
- te)adequaat te begroten. Met elke nieuwe driejaarlijkse monitoring zullen we dus opnieuw moeten rekenen en kunnen we specifieker worden. Algemeen uitgangspunt: meest dominante stijlkenmerk is leidend Over het algemeen is de oorsprong en/of het structuurkenmerk van de laan of weg leidend voor de karakteristieke boomstructuur waar die laan of weg is ondergebracht. Daarmee is de toekomstige beheerkeuze bepaald. Vaak is de oorsprong ook nog goed zichtbaar. Máár: er zijn enkele uitzonderingen. Een voorbeeld daarvan is de Driebergseweg/Utrechtseweg. Dit is van oorsprong een onderdeel van de middeleeuwse heerbaan van Utrecht naar Keulen. Maar in de 19e eeuw is de weg “geremodelleerd” naar een integraal onderdeel van de Stichtse Lustwarande. Dit laatste stijlkenmerk is zo dominant, herkenbaar en onlosmakelijk onderdeel van de omgeving, dat dit stijlkenmerk – ondanks de andere oorsprong – leidend blijft voor toekomstige beheerkeuzen. kaart met verdeling karakteristieke boomstructuren over Zeist Ook kan het nog zijn dat er argumenten zijn, om rekening te houden met de huidige of gewenste ecologische waarden van een laan. Dat kan invloed hebben op boomsoortenkeuze, plantafstanden, het toestaan van ondergroei en dergelijke.14zie voor nadere info ook 'Groen (voor) Zeist’, in het bijzonder de tekst over de EHZ en ook de: 'Beheersvisie ecologisch groen (Van den Bijtel)', 'Beschermde en bedreigde soorten Zeist (Bureau Waardenburg, 2014)' en tenslotte 'Natuurlijk op weg in Zeist (Bureau Waardenburg, 2015)'. Dit soort afwegingen en verschuivingen speelt in meer gevallen. Dit wordt – wanneer het aan de orde is – aangegeven en toegelicht. voorbeeld kaartbeeld karakteristieke boomstructuren in bomenbeheersysteem Greenpoint 4.Uitwerking karakteristieke boomstructuren Voor elk van de onderscheiden karakteristieke boomstructuren en bijbehorende beheertypen heeft een nadere uitwerking plaatsgevonden. Deze uitwerkingen worden in de dit hoofdstuk geschetst en toegelicht. Het gaat om een beschrijving, over het beleid voor die karakteristieke boomstructuur, er wordt een inspiratiebeeld geschetst en uitgelegd wat dat inspiratiebeeld betekent voor het toekomstig beheer. Ingevouwen in dit rapport vindt u kaarten, waarop de ligging van de boomstructuren terug te vinden is. 4.1Landschappelijke boomstructuur Landschappelijke boomstructuur in Zeist Landschappelijke boomstructuur is een lastig te omschrijven fenomeen en tegelijk is het de belangrijkste kwaliteit van de Zeister groenstructuur. De kwaliteit namelijk, dat het oorspronkelijke landschap waarin de gemeente is gelegen, ook doorgloeit in het groen binnen de bebouwde kom. Zodat je in Den Dolder weet dat je je op de Utrechtse Heuvelrug bevindt en in Zeist-West in het Kromme Rijngebied. “Weten” waar je bent is een belangrijke factor om mensen zich comfortabel te laten voelen, zelfs als ze zich niet bewust zijn van wat ze nu eigenlijk waarnemen.15dit heeft te maken met onze evolutie: evolutionair gezien zijn mensen qua instinct en gedrag nog steeds geprogrammeerd op de modus “jager-verzamelaar”. Kennis van en oriëntatie op de natuurlijke omgeving waren van levensbelang om te kunnen overleven. Zeist en het landschap waarin het is ontstaan, zijn niet los van elkaar te zien. De ondergrond en het landschap hebben de ontwikkeling van Zeist in belangrijke mate gestuurd en vormen nog steeds de (groene en plaatselijk blauwe) ruggengraat voor het stedelijk gebied. Het is daarmee een belangrijke karakteristiek waar we zuinig op willen zijn.16zie pagina 96 en verder in Groen (voor) Zeist De ecologische of natuurwaarde van dergelijke structuren is vaak – veel – groter dan van strak vormgegeven monocultuur boomstructuren. Tegelijk gaat het bij landschappelijke boomstructuur vaak niet om alleen bomen, maar juist om het samenspel tussen boom-, struik- en kruidlaag. Dit is niet te scheiden. Door alleen uitspraken te doen over bomen in landschappelijke structuren, blijft die samenhang onder de radar. Om een voorbeeld te noemen: misschien moet je qua bomen wel dunnen, ten gunste van een mantel-zoomvegetatie. Landschappelijke boomstructuur versus landschappelijke beplanting In dit Lange Termijn Bomenbeheerplan doen we uitspraken over de bomen in landschappelijke structuren, die individueel geïnventariseerd en onderscheiden zijn en ook op die basis beheerd worden. Dat is slechts een klein deel. Bomen in bosstroken en -randen zijn namelijk niet ieder voor zich in kaart gebracht. Dat betekent dat die deel uitmaken van het bestand van 40.000 “andere” bomen in Zeist: die in bospercelen, houtwallen, bosranden of anderszins staan. Het beheer van deze bomen vindt niet op individuele basis plaats, maar op basis van het beheer van de landschappelijke beplanting als totaal. Het wordt ook apart uitbesteed voorheen via het “bosbestek” en binnenkort via het bestek “landschappelijke beplantingen”. Om het ook voor die bomen goed te “regelen”, is parallel aan het opstellen van dit Lange Termijn Bomenbeheerplan ook voor landschappelijke beplantingen een traject gestart, waarbij een aantal zaken samenkomen: het beheer sterker richten op de ontwikkeling de landschappelijke beplanting richting het gewenste toekomstbeeld, het bepalen van dat toekomstbeeld, het versterken van ecologische waarden, het inhoudelijk verbeteren van de aanbestedings- en uitvoeringsfase, inclusief het toezicht houden op de werkzaamheden (waar stuur je op? en hoe controleer je dat?) en voldoen aan de richtlijnen vanuit de Flora- en Faunawet. Beleid ten aanzien van landschappelijke boomstructuur De verschillen in landschapstypen willen we koesteren, zichtbaar houden en versterken. We willen bevorderen dat de landschappelijke structuren doorlopen in de directe (woon)omgeving van mensen. Behouden van dergelijke structuren begint met benoemen en vastleggen. Het beheer moet zich expliciet richten op het behouden en ontwikkelen van de kenmerken van dergelijke zones. Daarbij denken we vanuit de structuur als totaal, en minder vanuit de individuele plek of soort. Het gaat om samenhang en continuïteit in het grote geheel. Daarbij wordt juist in deze landschappelijke structuren het beheer gericht op het veiligstellen en ontwikkelen van de ecologische waarden om zo de Ecologische Hoofdstructuur van Zeist zo goed mogelijk te laten functioneren. Bomen zijn daarin een component, maar lang niet altijd leidend. Inspiratiebeeld voor landschappelijke boomstructuur Eigenlijk is al veel gezegd met de voorgaande paragrafen: landschappelijke boomstructuren zijn stukjes landschap zoals die rond Zeist van nature voorkomen: een bosperceel, bossingel, houtwal of “bosje”. Het ziet er natuurlijk uit, maar kan ook best aangelegd zijn. Inspiratiebeeld landschappelijk natuurlijk karakter zichtbaarheid van het landschap zoals het van oorsprong aanwezig was organische, natuurlijke vormen natuurlijke verjonging komt voor onregelmatig plantverband gelijkjarigheid speelt (juist) geen rol vaak ondergroei aanwezig (landschappelijk bepaald) en anders kruidachtige vegetatie/bosgrond: in ieder geval open grond diverse soorten, passend bij bodem en landschapstype hoge ecologische waarde/grote biodiversiteit minder kwetsbaar door diversiteit in soorten Wat betekent het inspiratiebeeld voor het toekomstig beheer? Beheer van dit soort structuren vraagt om maatwerk, omdat er (meestal) zo’n wisselwerking is met andere groene componenten (struiken, kruidachtige vegetatie). Bomen zijn één van de samenstellende delen. We gebruiken de indeling (zie hieronder) dan ook vooral als basis voor een rekenkundige aanpak: om hoeveel bomen gaat het, wat is de kwaliteit/levensverwachting en wat betekent dat voor de fasering. Er wordt gerekend met aantallen bomen per hectare. Dit is een meer bosbouwkundige aanpak (stamtallen per hectare). Kwalitatieve invulling van de vervanging (met het oog op de landschappelijke en/of ecologische kwaliteiten) vindt ofwel plaats in het kader van het parallelle project voor landschappelijke beplantingen, ofwel bij de uitwerking in de uitvoeringsplannen. Omdat gelijkjarigheid hier geen rol speelt, is voor vervanging gelukkig ook geen ingewikkelde strategie nodig. In principe worden dode bomen vervangen, als daar ruimte voor is. De (on)mogelijkheden van de plek bepalen op het moment van vervanging dus vooral wat de aanpak zal zijn. Het kan namelijk goed zijn, dat bomen in bosverband staan en moeten worden gedund om de resterende bomen meer toekomstmogelijkheden te geven. In dat geval zou het zinloos zijn om op dat moment bomen te vervangen. Dat kan dan pas wanneer er echt gaten gaan vallen en het nodig is om die in te planten om op die plek een bepaalde bosstructuur in stand te houden. Vervanging blijft in elk geval achterwege zolang de structuur nog voldoet aan het gemiddelde aantal bomen per hectare. Pas wanneer het aantal onder die grens zakt, en het ook ecologisch gewenst is17zie ook de nota “Natuur op weg in Zeist”, bureau Waardenburg, 2015, komt vervanging in beeld. Nadere onderverdeling in beheertypen Er is een aantal factoren van belang: de belangrijkste is de ondergrond/bodemsoort. Het landschap op het zand heeft andere kenmerken en een andere uitstraling dan die op de klei. Een volgende belangrijke factor is de hoeveelheid beschikbare ruimte: bij weinig ruimte is de rol van bomen vaak groter, in die zin dat er vaak geen mogelijkheden zijn voor onderbegroeiïng en/of een mantel-zoomvegetatie. Bomen zijn in dat geval vaker individueel, in groepjes of als “rij” toegepast. Bij meer ruimte is vaker sprake van een min of meer compleet “landschappelijk restant”. In dat geval zijn bomen één van de onderdelen van het totaalbeeld. Verdeling van subbeheertypen voor de landschappelijke boomstructuur Landschappelijke structuur OP HET ZAND weinig ruimte type LS1a Populierenlaan Burg. Korthals Alteslaan Dennenweg zuid van Spoorlaan Dolderseweg noord van spoor Dolderseweg zuid van Paltzerweg Handelsweg Homeruslaan zuid van Socrateslaan Homeruslaan noord van Socrateslaan Nelson Mandelalaan achterzijde Langs Boulevard Platolaan Reelaan Spoorlaan Taveernelaan oost van Baarnseweg Thorbeckelaan west van Thorbeckepark Thorbeckelaan hoek bij Haya van Somerenlaan Tolhuislaan noord van Taveernelaan Tolhuislaan zuid van Taveernelaan Waldeck Pyrmontlaan zuid van Graaf Janlaan Warande Zandbergenlaan meer ruimte type LS1b Dijnselburgerlaan bij Huis ter Heideweg Dijnselburgerlaan noord van Jan Thijssenlaan Dijnselburgerlaan tussen Panweg en Gerrit Jan vd Veenlaan Arnoldus Stramroodlaan Beukenlaantje Bachlaan Boulevard noord van Finsponglaan Comeniuslaan De Dreef oost van Laan van Vollenhoven en Oude Arnhemseweg De Dreef tussen Utrechtseweg en Oude Arnhemseweg De Dreef west van Panweg Ester Vas Nuneslaan randbeplanting Graaf Adolflaan Gunninglaan Jagersingel noord van Woudenbergseweg Jagersingel zuid van Woudenbergseweg Koepellaan Laan van Eikenstein Laan van Vollenhove Paduaweg Prins Bernhardlaan Prinses Margrietlaan noord van Hoog Kanje Prinses Margrietlaan zuid van Hoog Kanje Prinses Marijkelaan Schapendrift Schermerslaan Socrateslaan noord van Erasmuslaan Verlengde Krakelingweg Tussen Jan Scheplaan, A. Stramroodlaan en Blokhuislaan Tussen Oude Arnhemseweg en Laan van Eikenstein OP DE KLEI minder ruimte type LS2a Oude Schipsloot zuid van Noordweg Oude Schipsloot noord van Noordweg Kwikstaartlaan Nijenheim zijde fietspad 20 nrs Nijenheim zijde fietspad 30 nrs Sportlaantje meer ruimte type LS2b Griftlaan zuid van Griffensteijnselaan Griftlaan noord van Griffensteijnselaan Griftlaan zuid van Godfried van Seijstlaan Biltse Grift-zone bij El Dorado Couwenhoven Fazantenlaan noord van Noordweg Griffensteijnselaan tussen Koppelweg en Griftlaan Griffensteijnselaan west van Koppelweg Hakswetering-zone Kromme Rijnlaan ter hoogte van Griffensteijnselaan Kromme Rijnlaan tussen Utrechtseweg en Kroostweg Kromme Rijnlaan tussen Kroostweg en Noordweg Kromme Rijnlaan zuid van Noordweg Lepelaarlaan Rand Brugakker oost Rand Brugakker west Rand Couwenhoven Rond El Dorado oost van Griftlaan Waterigeweg langs Couwenhoven Weteringlaan Uitgewerkte puzzelstukken in beeld, aantallen en financieel De in groen gemarkeerde wegen in de tabel zijn op basis van de kaart en de feitelijke toestand buiten geanalyseerd en uitgewerkt in toekomstbeelden. Voor het (sub)beheertype waar ze toe behoren, zijn ze representatief voor de in te zetten beheerstrategie. De voor de puzzelstukken ingevulde schema’s zijn te vinden in het bijlagenrapport. Beheertype LS1a: landschappelijke structuur op het zand met weinig ruimte Voor wat betreft het beheertype LS1a, landschappelijke structuur op het zand met weinig ruimte (30% van het totaal van de landschappelijke boomstructuur), is de strategie dat we kiezen voor een gemiddeld aantal bomen per hectare openbare ruimte. Bij landschappelijk gaan we namelijk uit van een beeld dat van nature ter plekke voorkomt. In dit geval een bosbeeld dat past bij de Heuvelrug: ongelijkjarig, ongelijksoortig, in onregelmatig plantverband en met soorten die op de zandgronden van de Utrechtse Heuvelrug thuishoren. We rekenen met het gemiddelde aantal bomen per hectare, van alle bij elkaar opgetelde profielen uit deze groep. Dat leidt tot een aantal van gemiddeld 60 bomen per hectare. De mogelijkheden voor vervanging worden bepaald door de omgeving. Als er één boom uitvalt, kan of zal die – ondanks dat ongelijkjarigheid een principe is – lang niet altijd worden vervangen: óf omdat het profiel nog niet door de ondergrens van 60 bomen per hectare is gezakt en dus nog aan het beeld kaart met landschappelijke boomstructuren in Zeist voldoet óf omdat er teveel concurrentie is van bomen in de directe omgeving en de plantplaats een gezonde ontwikkeling van de boom onmogelijk maakt. Vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid/overhangend groen, zal ondergroei in deze profielen nauwelijks tot de mogelijkheden behoren. Beheertype LS1b: landschappelijke structuur op het zand met meer/veel ruimte Bij het beheertype LS1b, landschappelijke structuur op zand met meer/veel ruimte (31% van het totaal van de landschappelijke boomstructuur), kiezen we ook voor een gemiddeld aantal bomen per hectare. Hier is dat gemiddeld 40 bomen per hectare. In deze structuren is door de extra ruimte veel meer onderbegroeiïng/struik-etage aanwezig. De onderbegroeiïng/struik-etage maakt overigens geen onderdeel uit van het bomenbeheerplan. Er is ook ruimte voor bomen in groepjes. Bij LS1b zal het vaker een onregelmatig rij- of plantverband zijn. Voor het overige is voor deze categorie LS2b hetgeen hierboven beschreven is ook onverkort van toepassing. LS1a, weinig ruimte op zand LS1b, meer ruimte op zand LS2a, minder ruimte op klei LS2b, meer ruimte op klei Beheertype LS2a: landschappelijke structuur op de klei met weinig ruimte Het beheertype LS2a, landschappelijke structuur op de klei met weinig ruimte, komt weinig voor: slechts 5% van de landschappelijke structuur valt hieronder. Het rijtje structuurvakken dat hieronder valt is ook maar kort. Ook hier is weer gerekend met het gemiddelde van alle bomen van dit rijtje, verdeeld over de totale oppervlakte van dit rijtje. Dit leidt tot gemiddeld 80 bomen per hectare. We kiezen hier voor een beeld en soorten die passen bij het Kromme Rijngebied. Bij weinig ruimte zal dat grotendeels in rijen zijn, bijvoorbeeld in een houtwalachtige vorm. Daarbij is de ruimte van het profiel bepalend voor de mogelijkheden van ondergroei. Dit (lees: ondergroei) is overigens geen onderdeel van dit bomenbeheerplan. Zie voor het overige de beschrijving op de vorige pagina onder LS1a. Wat daar geldt voor de mogelijkheden voor vervanging, geldt namelijk ook voor deze categorie. Beheertype LS2b: landschappelijke structuur op de klei met meer/veel ruimte Het beheertype LS2b, landschappelijke structuur op klei met veel ruimte, is – net aan – de grootste categorie met 34% van het totaal. Het Kromme Rijngebied bepaalt soortenkeuze en uiterlijk. Voor deze categorie geldt eveneens wat voor de categorieën hierboven van toepassing is. Dus: rekenen met aantal bomen per hectare, berekend over het gemiddelde van de gehele categorie. Dit leidt tot gemiddeld 60 bomen per hectare. Vervanging vindt plaats wanneer het aantal bomen door de ondergrens zakt. Er is over het algemeen ruimte voor onderbegroeiing. Rekenmodel landschappelijke boomstructuur Het rekenmodel dat voor deze karakteristiek is opgebouwd, “telt” op basis van de kwaliteit en de daarmee samenhangende levensverwachting (steeds actueel opgehaald uit het beheersysteem Greenpoint) wanneer vervanging en/of aanvulling van de structuur plaats moet vinden om te zorgen dat het aantal bomen per hectare op het gewenste peil blijft. Voor de te onderscheiden (sub)beheertypen is een gewenste boombezetting per oppervlak aangegeven (aantal bomen per hectare). Wanneer door uitval van bomen (gerekend met de toekomstverwachting, zoals is opgenomen tijdens de veiligheidscontrole van de bomen) de werkelijke hoeveelheid aanwezige bomen onder de hoeveelheid gewenste aantal bomen komt, geeft het rekenmodel een melding, dat het betreffende wegvak moet worden aangevuld tot de gewenste boombezetting. Voorbeeld van de werking van het rekenmodel voor landschappelijke boomstructuur: De Gunninglaan heeft een oppervlak van 3152 m2 en er staan nu 13 bomen. Deze landschappelijke laan heeft de subcodering LS1b gekregen, hetgeen een minimaal gewenste boombezetting van 40 bomen per hectare betekent. Omgerekend naar het oppervlak van 3152 m2 van de Gunninglaan betekent dit dat een toekomstige bezetting van 3.152 m2/10.000 m2 (
- ha)* 40 bomen = 12,6 bomen minimaal gewenst is. Op dit moment staan er 13 bomen, dus voldoet de Gunninglaan momenteel aan het gewenste aantal bomen. Wanneer gaan we dan ingrijpen? Als er minder dan 12,6 bomen staan. Aan de hand van de toekomstverwachting van de bomen op de Gunninglaan kunnen we berekenen wanneer dit moment aanbreekt. Volgens de toekomstverwachting staan er geen “dode” of “slechte” bomen binnen dit tracé, dus het aantal aanwezige bomen hoeft dit jaar niet te worden aangevuld (aanwezige bomen minus het aantal dode bomen is meer dan 12,6 bomen) en de komende 2 jaar (=maximale toekomstverwachting van de “slechte” bomen) is ook geen uitval te verwachten. Maar er staat wel één boom met toekomstverwachting “matig”. Dit betekent dat deze boom (volgens verwachting), tussen 3 en 5 jaar vanaf nu, gaat uitvallen. Omdat niet exact te voorspellen is wanneer dit dan is, is er voor gekozen om de hoeveelheid bomen gelijkwaardig over de toekomstverwachting af te schrijven. Dus 1/3e deel van het aantal bomen met toekomstverwachting “matig” afschrijven over 3 jaar, 1/3e over 4 jaar en 1/3e over 5 jaar. De boombezetting voor de toekomst van de Gunninglaan ziet er dus als volgt uit: 201613 bomen aanwezig 201713 bomen aanwezig 201813 bomen aanwezig 201912,67 bomen aanwezig 202012,33 bomen aanwezig 202112 bomen aanwezig Gewenste aantal bomen op de Gunninglaan is minimaal 12,6 bomen, dus dat betekent dat er vanaf 2020 een boom moet worden bij geplant om te blijven voldoen aan het wensbeeld. Voor deze rekenwijze is gekozen om een zo goed mogelijke kostenraming te kunnen maken over de komende jaren. In werkelijkheid wordt er in deze situatie een boom bijgeplant op het moment dat er 1 boom is uitgevallen. Deze boom wordt dan verwijderd in Greenpoint, het rekenmodel telt dan 12 bomen en geeft aan dat dit dus te weinig is ten opzichte van het wensbeeld (12,6 bomen) en dat er moet worden bijgeplant. 4.2Uitwerking middeleeuwse boomstructuur Middeleeuwse wegen in Zeist Dit zijn de straten in Zeist van vóór 1500. Het zijn de wegen, die Zeist verbonden met zijn omgeving: in de vorm van kerkepaden, schaapsdriften, heerwegen, ontginningsassen. Het tracé volgt vaak lijnen in het landschap: bijvoorbeeld punten met gelijke hoogtelijnen (Noordweg, Kroostweg, Utrechtseweg/ Driebergseweg, (Oude) Arnhemse (Boven)weg/Hogewegen. Of ze staan er juist loodrecht op: De Schaerweijdelaan, Heideweg, Bunsinglaan, Odijkerweg/Oranje Nassaulaan/Hoog Kanje. Zeist heeft er aardig wat! Uiteraard zijn ze meestal niet meer herkenbaar als middeleeuwse weg. Ze zijn als het ware met hun tijd meegegaan. Wat wel vaak (nog) opvalt, is dat het karakter van deze wegen vaak net even anders is dan je zou verwachten op basis van de omgeving/buurt. Meer informatie is te vinden in Groen (voor) Zeist (Groen (voor) Zeist, pagina 127 etc.) en natuurlijk ook in 'Zeist door de tijd - Een cultuurhistorische atlas'. Beleid ten aanzien van middeleeuwse wegen Algemeen uitgangspunt is het leesbaar en herkenbaar houden van de geschiedenis van Zeist. Het aanknopingspunt is, dat het karakter van dit soort wegen toch vaak al wel min of meer herkenbaar is als “afwijkend van wat je op basis van de omgeving zou verwachten”. Het groenstructuurplan onderscheidt twee strategieën (Groen (voor) Zeist, pagina 128 en 129): het bewaren van dit soort wegen als ongewijzigd tracé door het stedelijk weefsel. Dit is vooral van toepassing op middeleeuwse wegen met een vrij zware verkeersfunctie, waardoor er nauwelijks ruimte over blijft om met bomen accenten te leggen. Belangrijke maatregel is om het tracé zo in te richten, dat het beloop van de weg duidelijk als geheel zichtbaar is; het – weer – aan laten sluiten van het beeld van de weg bij de historie van de weg. De inrichting van de weg wordt “verbijzonderd” ten opzichte van de omgeving. Dit is volgens het Groenstructuurplan mogelijk bij Kroostweg, Noordweg, Koppelweg, Koppeldijk en in het verlengde De Clomp en de Godfried van Seijstlaan, tracé van de Oude Woudenbergse Zandweg, tracé Paltzerweg. Inspiratiebeeld middeleeuwse weg historische weg en dat verbeelden breedte verkeersprofiel bij voorkeur maximaal 5 m heterogeen beeld qua boomsoort inheemse soorten: o.a. iep, linde, noot, eik, beuk, meidoorn, en dergelijke soortkeuze afhankelijk van standplaats ongelijkjarigheid en ongelijkvormigheid (zaailingen in plaats van klonen) onderbegroeiing kan, waar het mogelijk is ruwer gras (let op sociale veiligheid) hakhout en geriefhout(bosje) ecologisch aspect meenemen Inspiratiebeeld voor middeleeuwse wegen Er zijn weinig bronnen om als onderlegger te kunnen dienen voor het bepalen van het inspiratiebeeld voor middeleeuwse wegen. Misschien wat schilderijen uit de latere tijd, wanneer we er vanuit gaan dat wat in die tijd een functie had, niet zo snel werd veranderd. Toch zijn we – vanuit ons beperkte, 21-eeuws perspectief – met elkaar wel tot overeenstemming gekomen over een aantal kenmerken, een gedeeld beeld, dat we bepalend vinden om de verwijzing naar “middeleeuwse sfeer” tot uitdrukking te brengen. In voorgaand kader zijn de uitgangspunten één voor één op een rijtje gezet. Het beeld dat naar voren komt, is: anders dan de omgeving, degelijke boomsoorten die hier van nature thuishoren plus een organisch en niet te “aangeharkt” beplantingsbeeld (ongelijkjarig, zaailingen, meer boomsoorten door elkaar). Wat betekent dat inspiratiebeeld voor het toekomstig beheer? De keuzes zoals die in het inspiratiebeeld gemaakt zijn, betekenen dat er verjongd kan worden bij uitval. Ongelijkjarigheid is geen probleem, de soortenkeuze ligt niet heel vast. De bomen hoeven niet netjes in een rijtje te staan en de vorm mag wat losser: uiteraard waar daar de ruimte voor is en het passend is in het straat- of laanbeeld. Dat maakt het beheer eenvoudiger en goedkoper. Grootschalige ingrepen kunnen achterweg blijven. Nadere onderverdeling in beheertypen De lijst met wegen die we geclassificeerd hebben als middeleeuws is nader onder te verdelen in afzonderlijke beheertypen. De belangrijkste onderverdeling is: is er weinig ruimte of een (relatief) ruim profiel, loopt de weg door het bos of niet? Als nadere onderverdeling bij weinig ruimte: is er sprake van een weg in het centrum of door een woonwijk? en bij wegen door het bos: is er wel of geen sprake van (auto) verkeer? In de lijst staat een nadere omschrijving of definitie bij het betreffende beheertype. middeleeuws GEEN RUIMTE Dit zijn wegen waar van oudsher waarschijnlijk wel bomen stonden, maar waar in het huidige profiel geen ruimte is voor bomen. Hetzij door de verkeersfunctie, hetzij door de omliggende beplanting. Een voorbeeld is het oude kerkepad Dijnselburg, dat door het bos loopt. type M0 1e Dorpsstraat 2e Dorpsstraat Austerlitzeweg west van Austerlitz Breullaan Heideweg Hoog Kanje oost van Prinses Margrietlaan Koppeldijk noord van Hakswetering Korte Bergweg Kroostweg-Noord zuid van Utrechtseweg Noordweg west van Sportlaantje Odijkerweg noord van spoorlijn Oude kerkepad Dijnselburg Pad door park Vollenhove Pad door Thorbeckepark Schaapskooi verlengde van Paltzerweg WEINIG RUIMTE Dit zijn wegen, waar ruimte is voor 1 rij bomen. Hoewel 2 rijen wellicht wenselijk is, is dit fysiek gezien niet mogelijk. 1-zijdig, type M1 Chopinlaan 2e Hogeweg Austerlitzeweg west van Oude Postweg Bergweg zuid van Van Reenenweg Koppeldijk zuid van Hakswetering Kroostweg-Noord noord van Kromme-Rijnlaan Nepveulaan oost van Dijnselweg Nepveulaan west van Dijnselweg Noordweg noord van Griffensteijnselaan Noordweg tussen Sportlaantje en Kromme-Rijnlaan WEINIG RUIMTE Dit zijn wegen, waarbij de verkeersfunctie zoveel ruimte in neemt, dat er nauwelijks ruimte overblijft voor bomen. De bomen die er staan, staan overwegend in verharding. centrum, type M2a Voorheuvel noord, bij Markt 1e Hogeweg Montaubanstraat Oude Postweg door Austerlitz woonwijken, type M2b Bergweg tussen Schaerweijdelaan en Van Reenenweg Bergweg kruising met Panweg Bergweg noord van Schaerweijdelaan Kroostweg noordwest van Griftlaan Noordweg kruising met Kroostweg en Griffensteijnselaan Oude Arnhemseweg zuid van Schaerweijdelaan Oude Postweg west van Austerlitz RUIM PROFIEL Dit zijn wegen, waarbij er naast de verkeersfunctie nog enige ruimte overblijft voor bomen. type M3 Schaerweijdelaan tussen Utrechtseweg en Jacob van Lennepplein Bergweg kruising met Oude Woudenbergse Zandweg Dijnselweg Godfried van Seijstlaan Jan Scheplaan Koppelweg zuid van Griffensteijnselaan Kroostweg zuidoost van Griftlaan Oranje Nassaulaan zuid van Hoog Kanje Oude Arnhemseweg noord van Schaerweijdelaan Oude Woudenbergse Zandweg oost van Boulevard Paltzerweg WEGEN DOOR BOS Dit zijn wegen, waarbij het karakter vooral bepaald wordt door de bosachtige omgeving waar ze doorheen lopen. Daarmee is dat een factor die richting geeft aan de toekomstige beheer- mogelijkheden. type M4 Hoog Kanje west van Prinses Margrietlaan Arnhemse Bovenweg Oude Postweg naar Traayweg Traayweg OVERIGE WEGEN Door de ligging is hier sprake van (smalle) slootkanten en hoge waterstanden. in het Kromme Rijngebied, type M5 Tiendweg Bunsinglaan Noordweg west van Griffensteijnselaan Odijkerweg zuid van Laan van Rijnwijk Odijkerweg zuid van spoorlijn Tolakkerlaan Uitgewerkte puzzelstukken in beeld, aantallen en financieel De in groen gemarkeerde wegen in de tabel zijn op basis van de kaart en de feitelijke toestand buiten geanalyseerd en uitgewerkt in toekomstbeelden. Voor het (sub)beheertype waar ze toe behoren zijn ze representatief voor de in te zetten beheerstrategie. In de bijlage zijn die beheerstrategieën voor de verschillende subgroepen terug te vinden in tekst en beeld. Hieronder geven we kort aan hoe de strategieën voor de verschillende onderscheiden subbeheertypen in elkaar steken. In het algemeen geldt voor de karakteristieke boomstructuur Middeleeuwse lanen, dat we rekenen met een gemiddeld aantal bomen per 100 meter weglengte (bij weinig ruimte in het profiel). Als er meer ruimte is in het profiel, rekenen we – net als bij landschappelijke boomstructuur – met een aantal bomen per oppervlakte. De boombeplanting staat in rijverband, maar dit mag – op basis van het inspiratiebeeld – ongelijkjarig, op ongelijke plantafstand en in een onregelmatige rij zijn. Hoe meer ruimte, hoe onregelmatiger: vandaar dat we in dat geval rekenen met een gemiddeld aantal bomen per oppervlakte. Dit wordt hieronder in de beschrijvingen per beheertype waarschijnlijk wel duidelijk. Beheertype M0: middeleeuwse weg, geen ruimte Beheertype M0 kent geen ruimte voor bomen: hetzij door een te smal profiel in combinatie met de verkeersfunctie (de Dorpsstraten bijvoorbeeld), hetzij door het aanliggend bos (bijvoorbeeld het tracé van de Oude Woudenbergse Zandweg door het Thorbeckepark en het park aan de oostzijde van de flats van Vollenhove). In dat geval zouden we aardig wat bosstroken moeten verwijderen om ruimte te maken voor beplanting. Hoewel het uit cultuurhistorisch oogpunt wellicht wenselijk zou zijn om dergelijke tracés herkenbaar in te planten, vraagt dat een te hoge investering. In het rekenmodel is met een gemiddeld aantal bomen van 0,01 stuks op 100 m weglengte gerekend. In de praktijk betekent dit dat er wordt uitgegaan van een bezetting van 0 bomen in de nieuwe situatie. Beheertype M1, middeleeuwse weg, eenzijdige beplanting Bij beheertype M1 is er ruimte voor eenzijdige boombeplanting. Het gaat om 5% van het totale aantal bomen van de karakteristiek middeleeuwse boomstructuur. Er is weinig ruimte beschikbaar in deze profielen. Het gemiddeld aantal bomen per 100 m weglengte is gesteld op 5, dat houdt in: circa 20 m tussenruimte. Dit is voor deze wegvakken dan ook ingevoerd in het rekenmodel. Het mag ongelijkjarig, op ongelijke plantafstand en in een onregelmatige rij zijn. Bij een dergelijke plantafstand geldt, dat eigenlijk altijd kan worden vervangen op het moment van rooien. Concurrentie door bomen die te dicht op elkaar staan, waardoor jonge bomen geen ontwikkelkansen hebben, speelt geen rol. kaart met middeleeuwse boomstructuren in Zeist Beheertype M2, middeleeuwse weg, 2 zijdig beplant met weinig ruimte Bij beheertype M2 gaat het om dubbelzijdige boombeplanting, in een profiel met weinig ruimte. In 6% van de gevallen gaat het om wegen in het Centrum (M2a), in 13% om wegen in woonwijken (M2b). In het centrum kiezen we voor een andere insteek dan in de woonwijken: dichter beplant, omdat het centrum veel steniger is en – in het centrumcarré – als leiboom omdat de ruimte echt beperkt is. Naar onze mening kunnen we met leibomen het historische karakter van deze oude wegen accentueren. Daarmee liggen ook de soorten vast, want niet elke boom is geschikt als leiboom. De gekozen afstand 10 m, gerekend met 2 rijen met een tussenafstand van 20 m. In de woonwijken zijn de plantafstanden ruimer, en berekend over een gemiddeld aantal bomen per hectare, namelijk 100 bomen per hectare en zijn de soorten gevarieerder. M1, 1-zijdig weinig ruimte M3, ruim profiel M4, wegen door bos M5, overige wegen Beheertype M3, middeleeuwse weg, 2 zijdig beplant met meer ruimte Bij beheertype M3 gaat het ook om twee rijen boombeplanting, maar in ruimere profielen. Het gaat om 28 % van het totale aantal bomen in deze karakteristiek. Alle wegen liggen in een woonomgeving. Er zijn minder beletsels voor bomen dan in de bovenstaande categorieën. De gekozen hoeveelheid bedraagt 70 bomen per hectare. Beheertype M4, middeleeuwse weg, door het bos Beheertype M4 zijn wegen in het bos: 28 % van het totaal van de karakteristiek middeleeuwse wegen. De mogelijkheden voor verjonging worden bepaald door de omgeving. Als de bosranden te dominant aanwezig zijn en niet kunnen worden teruggezet, is er teveel concurrentie voor vervanging van de bomen. Bij de keuze voor boomsoorten moeten we enerzijds rekening houden met soorten die schaduw kunnen verdragen, anderzijds moeten de soorten wel zodanig zijn dat het profiel duidelijk onderscheidend is ten opzichte van zijn omgeving. De gekozen hoeveelheid bedraagt 70 bomen per hectare. Beheertype M5, middeleeuwse weg, Kromme Rijngebied Beheertype M5 zijn de middeleeuwse wegen door het Kromme Rijngebied. Het gaat om 19 % van het totaal van deze karakteristiek. De beplanting langs deze wegen vormen samen met de bossen van de buitenplaatsen, de coulissen in het rivierkleigebied. Uiteraard zijn de soorten anders dan die van de voorgaande categorieën. Concurrentie is over het algemeen niet aan de orde, dus verjonging kan normaal plaatsvinden. De gekozen hoeveelheid bedraagt 110 bomen per hectare. Het rekenmodel dat voor deze karakteristieke boomstructuur is opgebouwd, “telt” op basis van de kwaliteit en de daarmee samenhangende levensverwachting (steeds actueel opgehaald uit het beheersysteem Greenpoint) wanneer vervanging en/of aanvulling van de structuur plaats moet vinden om te zorgen dat het aantal bomen per wegvak op het gewenste peil blijft. Voor de te onderscheiden (sub)beheertypen is een gewenste plantafstand en aantal rijen of een boombezetting per oppervlak aangegeven (aantal bomen per hectare). Wanneer door uitval van bomen (gerekend met de toekomstverwachting, zoals is opgenomen tijdens de veiligheidscontrole van de bomen) de werkelijke hoeveelheid aanwezige bomen onder de hoeveelheid gewenste aantal bomen komt, geeft het rekenmodel een melding, dat het betreffende wegvak moet worden aangevuld tot de gewenste boombezetting. Voorbeeld van de werking van het rekenmodel voor middeleeuwse boomstructuur: De Montaubanstraat heeft een lengte van 333 m en er staan nu 41 bomen. Deze Middeleeuwse weg heeft de subcodering M2a gekregen, hetgeen een minimaal gewenste plantafstand van 20 meter in een rij en 2 rijen betekent. (Er wordt gerekend met een plantafstand van 10 meter, want in een rij is de plantafstand 20 m, maar met 2 rijen komen er 2x zoveel bomen terug) Omgerekend naar de lengte van 333 m van de Montaubanstraat betekent dit dat een toekomstige bezetting van 333 m/10 m plantafstand = 33,3 bomen minimaal gewenst is. Op dit moment staan er 41 bomen, dus voldoet de Montaubanstraat aan het gewenste aantal bomen. Wanneer gaan we dan ingrijpen? Als er minder dan 33,3 bomen staan. Aan de hand van de toekomstverwachting van de bomen op de Montaubanstraat kunnen we berekenen wanneer dit moment aanbreekt. Volgens de toekomstverwachting staan er geen “dode”, “slechte” of “matige” bomen binnen dit tracé, dus het aantal aanwezige bomen hoeft dit jaar niet te worden aangevuld (aanwezige bomen minus het aantal dode bomen is meer dan 33,3 bomen), de komende 2 jaar (=maximale toekomstverwachting van de “slechte” bomen) is geen uitval te verwachten, de daarop volgende 3 jaar ook niet. Maar er staat wel één boom met toekomstverwachting “redelijk”. Dit betekent dat deze boom (volgens verwachting) tussen 6 en 10 jaar vanaf nu gaat uitvallen en 39 bomen met de toekomstverwachting “goed”. Deze bomen zullen volgens verwachting uitvallen tussen 11 jaar en 25 jaar vanaf nu. Omdat niet exact te voorspellen is wanneer dit dan is, is er voor gekozen om de hoeveelheid bomen gelijkwaardig over de toekomstverwachting af te schrijven. Dus 1/5e deel van het aantal bomen met toekomstverwachting “redelijk” afschrijven per jaar tussen 6 en 10 jaar (dus 1 boom/5) vanaf nu en 1/15edeel van het aantal bomen met toekomstverwachting “goed” per jaar af te schrijven tussen 11en 25 jaar(dus 39 bomen/15) vanaf nu. De boombezetting voor de toekomst van de Montaubanstraat ziet er dus als volgt uit: 201641 bomen aanwezig 201741 bomen aanwezig 201841 bomen aanwezig 201941 bomen aanwezig 202041 bomen aanwezig 202141 bomen aanwezig 202240,8 bomen aanwezig 202340,6 bomen aanwezig 202440,4 bomen aanwezig 202540,2 bomen aanwezig 202640 bomen aanwezig 202737,4 bomen aanwezig 202834,8 bomen aanwezig 202932,2 bomen aanwezig 203029,6 bomen aanwezig 203127 bomen aanwezig 203223,4 bomen aanwezig 203320,8 bomen aanwezig 203418,2 bomen aanwezig 203515,6 bomen aanwezig 203613 bomen aanwezig 203710,4 bomen aanwezig 20387,8 bomen aanwezig 20395,2 bomen aanwezig 20402,6 bomen aanwezig 20410 bomen aanwezig Gewenste aantal bomen in de Montaubanstraat is minimaal 33,3 bomen, dus dat betekent dat er vanaf 2029 een boom moet worden bij geplant om te blijven voldoen aan het wensbeeld. Ook in de jaren daarop zal er bijgeplant moeten worden, omdat het bijplanten van één boom niet opweegt tegen de op basis van het toekomstbeeld verwachte afname van het bomenbestand met 2,6 bomen per jaar (39 bomen over 15 jaar). Voor deze rekenwijze is gekozen om een zo goed mogelijke kostenraming te kunnen maken over de komende jaren. In werkelijkheid wordt er in deze situatie een boom bijgeplant op het moment dat er minder dan 34 bomen staan. De uitgevallen bomen worden verwijderd in Greenpoint, het rekenmodel telt de bomen die er nog staan en wanneer er minder bomen zijn dan in het wensbeeld (33,3 bomen) staan aangegeven, moet er worden bijgeplant. 4.3Uitwerking formele boomstructuur Formele laanstructuren in Zeist Formele lanen zijn lanen die behoren bij een terreinaanleg in formele stijl. Daaronder vallen zowel de aanleg in Renaissancestijl als volgens de principes van de Barok. Deze beide stijlen zijn in Zeist toegepast: de Barok zelfs op zeer grote schaal, met assen van vele kilometers lang. Een belangrijk aspect van deze stijlen zijn de lange rechte zichtlijnen over de lanen. Hieraan ligt een aantal overwegingen ten grondslag. Een lange oprijlaan naar landhuis of kasteel straalde macht, gezag, status en rijkdom uit. Het was de bedoeling om te imponeren. Andersom werd vanuit het centrum van de aanleg (het kasteel of huis) met de lanen de grens van het bezit zichtbaar gemaakt: letterlijk zover het oog reikte. En daarnaast was er ook nog een praktische component: vanuit de tussenliggende bos- of hakhoutvakken werd het wild opgedreven, die dan in de rechte lanen prachtig in het schootsveld kwamen. Aangezien de jacht een geliefd tijdverdrijf was voor de hoge heren, was dit een belangrijk aspect. Bij deze stijlen bepalen de boomstructuren tegenwoordig de formele uitstraling. Buxusparterres, fonteinen, omhaagde tuinkamers: het is – bijna – allemaal verdwenen. In Zeist behoren de Laan van Rijnwijck en de Kouwenhovenselaan (Niënhof) van oorsprong tot een aanleg in Renaissance-stijl (daterend van voor 1650). De Koelaan, (Verlengde) Slotlaan, Woudenbergseweg, Antonlaan, de Lorentzlaan en andere lanen in het Lyceumkwartier en vele straatjes in het Centrum, behoren tot de Barokke aanleg van Het Slot Zeist (ca. 1680) en Beek en Royen (omstreeks 1730). Ook de Wegh der Wegen (Amersfoortseweg) met het kenmerkende vakkenpatroon is (vanaf 1650) aangelegd in formele stijl: net in de periode dat de Renaissance-aanleg in de nadagen verkeerde en de Barokke aanleg daarvoor in de plaats begon te komen. Enkele formele structuren, zoals de Schoolweg in Austerlitz, komen voort uit de oorsprong als legerkamp: functionaliteit is dan de oorzaak van de rechtlijnigheid. Voor een totaal overzicht voor de formele laanstructuren in Zeist: zie de bijgevoegde kaart met de formele structuren op pagina 47. Over het algemeen kan worden opgemerkt dat deze stijl in Zeist ruim vertegenwoordigd is: zowel qua omvang (totale lengte van de formele laanstructuren) als qua aantal (hoeveelheid formele laanstructuren). Beleid ten aanzien van formele laanstructuren Algemeen uitgangspunt is het leesbaar en herkenbaar houden van de geschiedenis van Zeist. In het groen moet de zichtbaarheid van de ontstaansgeschiedenis van Zeist tot uitdrukking komen.18Hoofdstuk 6, Groenvisie Zeist, pagina 66 Groen (voor) Zeist. Het aanknopingspunt is, dat het karakter van dit soort wegen toch vaak al wel min of meer herkenbaar is als “afwijkend van wat je op basis van de omgeving zou verwachten”. In het Groenstructuurplan Groen (voor) Zeist, staat voor wat betreft de cultuurhistorische lanen als beleidsdoel geformuleerd: “Het koesteren, zichtbaar houden en versterken van de groene samenhang binnen het cultuurhistorisch raamwerk als geheel, inclusief laanpatronen en lopen van oude (water)wegen.”19Hoofdstuk 7, Groenbeleid voor Zeist, pagina 72 Groen (voor) Zeist. Omdat de invloed van deze formele structuur qua opbouw van Zeist en qua omvang en beeld in Zeist zo omvangrijk is, en in deze omvang in Nederland niet vaak te vinden is, hechten we veel belang aan het veiligstellen en versterken van de kwaliteit van juist deze structuur. kaart met formele boomstructuren in Zeist Inspiratiebeeld voor formele boomstructuren Er zijn genoeg bronnen om als onderlegger te kunnen dienen voor het bepalen van het inspiratiebeeld voor formele boomstructuren. Er zijn aardig wat gravures, waarop de grootsheid van de aanleg aan de wereld kenbaar werd gemaakt. Dat maakte het gemakkelijker om met elkaar tot overeenstemming te komen over een aantal kenmerken, een gedeeld beeld, dat we bepalend vinden om de cultuurhistorische eigenheid van dit unieke beeld voor Zeist tot uitdrukking te brengen. In bijgaand kader zijn de uitgangspunten één voor één op een rijtje gezet. Het algemene beeld dat hieruit naar voren komt, is lange rechte lijnen, strak geordend en (daardoor) monumentaal en statig. Inspiratiebeeld formele boomstructuur lange rechte lijnen symmetrie in beeld statig en monumentaal tunneleffect in principe gelijkjarig en gelijksoortig 1e orde bomen, bijvoorbeeld eik, beuk, linde, haagbeuk en dergelijke (relatief) geringe plantafstanden, gericht op te bereiken effect geen ondergroei, tenzij in haagvorm vereist intensief laanbeheer Wat betekent dat inspiratiebeeld voor het toekomstig beheer? De keuzes zoals die in het inspiratiebeeld gemaakt zijn, betekenen dat we ervoor kiezen om ook voor toekomstige generaties een herkenbaar beeld en een samenhangende structuur te bewaren. Het is een belangrijke kwaliteit van Zeist. Dit heeft grote gevolgen voor het in te zetten beheer. Symmetrie in beeld, statig en monumentaal, lange rechte lijnen, (in principe) gelijkjarig en gelijksoortig: het vraagt grootschalige vervangingen van lange stukken laan in één keer. Met elke keer het vervangen van een dode boom door een nieuwe, wordt het streefbeeld immers niet bereikt. Daarbij gaat het om grote investeringen: de omvang en lengte van de formele structuren in onze gemeente zijn enorm. Het tijdstip waarop die investeringen nodig zijn, laat zich niet heel precies bepalen. Het ligt voor de hand om bij een uitvalspercentage van 50% ten opzichte van de gewenste laanbeplanting over te gaan tot vervanging. Als de hoeveelheid bomen 50% onder de gewenste beplanting is uitgekomen, is het beeld en de kwaliteit van de structuur over het algemeen weg. Bovendien: omdat dergelijke lanen over het algemeen ook nu gelijkjarig zijn, zal bij 50% uitval de rest vaak (heel) snel volgen. Heel veel eerder vervangen is kapitaalvernietiging: hoe langer een boom kan blijven staan, hoe lager de totale levenscycluskosten. De kosten worden in zoverre gespreid, dat dode bomen uiteraard gerooid moeten worden. Dat is een duur onderdeel van de levenscycluskosten (namelijk 45% ervan). Doordat het afsterven tot 50% geleidelijk zal gaan, worden die kosten gespreid. Het rooien van de overige 50% gaat in één keer en is daarmee wel een grote eenmalige investering, tezamen met de kosten voor het nieuw aanplanten. We weten nu natuurlijk nog niet exact welke lanen wanneer onder de 50%-grens zakken: op basis van de kwaliteitsanalyse uit de VTA-gegevens weten we wel dat dit voor een groot deel van de lanen tussen 2025 en 2040 zal zijn. Dat is een ruime marge van 15 jaar: maar met elke VTA-ronde kunnen we dat gelukkig nauwkeuriger in kaart brengen. Voor de inwoners van Zeist betekent het vervangen van deze laanstructuren ook nogal wat: volgroeide laanstructuren brokkelen eerst langzaam af. Dat doet flink afbreuk aan het beeld. Vervolgens gaat op enig moment de zaag in de resterende – vaak heel grote – bomen en kijkt men voor heel lange tijd tegen – in vergelijking – mini-boompjes aan, waar voorheen statige, monumentale bomen stonden. Over het algemeen roept dit bijzonder veel emotie en reacties op, wat ook heel logisch is. Deze vervangingen doen we in feite voor de generaties na ons: want “boompje groot, plantertje dood”…. Opeen volgende stijlen: uiteindelijke beheerkeuzes later nader in detail bepalen De formele stijl is in Zeist ruimschoots aanwezig. In het verleden is het geregeld voorgekomen dat de oorspronkelijke formele aanleg is omgevormd naar landschapsstijl, naar de toen heersende mode. Ook mengvormen komen voor: een aanleg met kenmerken van zowel de formele stijl als de landschapsstijl. Op een aantal plekken is er ook weer enigszins “teruggerestaureerd” naar de oorspronkelijke formele stijl. Dit is bijvoorbeeld gebeurd rondom Het Slot, bij de Hernhuttersingel en het eerste deel van de Koelaan. In de tabel op de volgende pagina zijn de lanen waar dit speelt gemarkeerd met een *. Op het moment dat vervanging aan de orde is, is het goed om meer in detail na te gaan welke keuzes in het verleden opeenvolgend zijn gemaakt ten aanzien van verjonging en waarom. Die keuzes kunnen dan meewegen in de uiteindelijke detailkeuze voor plantverband en -afstand, boomsoort en dergelijke. In principe gaan we uit van de nu gekozen strategie/het eindbeeld, tenzij er bij nader onderzoek goede redenen zijn om het – toch – anders te doen. Het gaat om verstandig omgaan met de laangeschiedenis ter plaatse. Enige kennis van laanbeheer door de eeuwen heen is daarbij van belang.2020Een goede samenvatting bieden de artikelen: “Lanen: eeuwenoude structuren met toekomst” van Eric Blok, SB4, in: Groen, jaargang 71, nummer 10, oktober 2015 en Overmars, Willem. “Lanen op de grote ontginningslandgoederen” in: Groen, nummer 11, 1987. Wanneer de boomstructuur deel uitmaakt van de beschermde stads- en dorpsstructuur of (Rijks)monumentale structuur, zijn de redengevende omschrijvingen die aan de bescherming ten grondslag liggen, uiteraard van belang. Dit is het geval in de omgeving van Het Slot en het Wilhelminapark. De keuzevrijheid is in dat geval aanzienlijk beperkter. Ecologische aspecten Dit soort lanen vertegenwoordigt vaak ook een aanzienlijke ecologische waarde. Door hun continuïteit en lengte zijn het belangrijke vleermuisroutes en door hun leeftijd vaak ook van belang als nestel- en foerageergelegenheid. Bij verjonging is het onvermijdelijk dat er ecologische gevolgen zijn. Maar willen we voor de toekomst weer een gezonde, ecologisch waardevolle boomstructuur opbouwen, dan zijn dergelijke ingrepen onvermijdelijk. Daarbij streven we – in tijd en plaats – naar zoveel mogelijk gespreid verjongen. Voor dit moment geeft het dan wellicht niet de meest optimale ecologische situatie, maar daarmee voorkomen we voor de toekomst te veel gelijktijdige grootschalige ingrepen. Wat ook financieel een voordeel is. In een aantal gevallen is er sprake van ondergroei, die ecologisch van belang is. Een voorbeeld is de Kouwenhovenselaan. Dat valt strikt genomen buiten het kader van het bomenbeheer (want groenbeheer, wat – nu nog – een andere werk- en financieringsstroom is). Toch krijgen we ermee te maken. Bij laanverjonging zal ondergroei soms moeten worden teruggezet om de jonge bomen voldoende kansen te bieden. En het soort ondergroei is soms kwalitatief en qua uitstraling ook niet wat je zou wensen in een formele laanstructuur. Daarbij is het echt niet nodig om overal hagen van te maken: maar er zit nog wel iets tussen hagen en spontaan ontstaan opschot van vlier en braam. Daarbij is – op het moment van concrete ingrepen – maatwerk nodig. Nadere onderverdeling in beheertypen De lijst met wegen die we geclassificeerd hebben als formeel, is nader onder te verdelen in afzonderlijke beheertypen. De belangrijkste onderverdeling is: het aantal rijen. Rijvormige beplanting in een strak plantverband (bijvoorbeeld blokverband of kruisverband) is kenmerkend voor deze boomstructuur. Het aantal nu nog aanwezige rijen (vaak als gevolg van de tegenwoordig aanwezige ruimte) bepaalt de impact, maar ook de herkenbaarheid van het cultuurhistorische beeld. De Koelaan, tussen de rotonde en de Hernhuttersingel, is zeer herkenbaar als formele laanstructuur in al zijn grootsheid, terwijl dat voor de Weeshuislaan veel minder geldt. Er is wel een zekere mate van samenhang tussen hoe belangrijk en groots een laan vroeger was, en hoe die er nu nog uitziet. Voor de belangrijkste lanen werd vroeger ook al de meeste ruimte ingepland. Maar tegenwoordig is, op veel plekken, de ruimte die er nodig is voor de verkeersfunctie, de factor die bepaalt of er nog mogelijkheden zijn om de cultuurhistorie van de laanstructuur tot uitdrukking te kunnen brengen. Uiteraard zou de verkeersfunctie in de toekomst kunnen veranderen, zoals bijvoorbeeld mogelijk het geval is bij de Slotlaan, en dat biedt dan misschien kansen om bijhorende historische laanstructuur in ere te herstellen. Naast het aantal rijen en de ruimte die er beschikbaar is voor bomen, hebben we ook nog een nader onderscheid aangebracht dat is gebaseerd op de uitstraling van de omgeving op de laan. Daarbij hebben we gekozen voor de aanduidingen "meer stedelijk" en “meer landelijk”. Dit geeft in feite aan of er vooral sprake is van een combinatie van de laan met bebouwing of van een combinatie met een meer groene omgeving. Dit is van invloed op de mogelijke keuzes voor de toekomst. Formele lanen GEEN BOMEN GEEN RUIMTE type F0 Hartesteeg Bethaniëlaan Bethaniëplein Dolderseweg ventweg Ericaweg Krullelaan noord van Woudenbergseweg Middellaan west van Antonlaan Nooitgedacht Waterigeweg noord van Lageweg 1 RIJ WEINIG/GEEN RUIMTE Dit zijn vooral de lanen en paden, die in het oorspronkelijke ontwerp qua status onder- geschikt waren aan de hoofd- lanen. In een aantal gevallen is de verkeersfunctie zo dominant geworden, dat er geen ruimte overblijft om de oorspronkelijke cultuurhistorische status vorm te geven met laanbeplanting. meer stedelijk type F1a Weeshuislaan Cronjélaan De la Reylaan Geiserlaan Jufferstraat Krullelaan zuid van Woudenbergseweg Laantje zonder Eind Middellaan oost van Antonlaan Prins Alexanderweg Stationslaan *Waterigeweg zuid van Hernhuttersingel meer landelijk type F1b Karpervijver noord van Zinzendorflaan Laan van Rijnwijk t.h.v. Nieuw Beerschoten Verlengde Slotlaan noord van Krakelingweg 2. RIJEN WEINIG RUIMTE Dit zijn deels lanen die in het oorspronkelijke ontwerp een ondergeschikte status hadden en niet heel zwaar beplant waren en deels lanen waar de verkeersfunctie heel dominant is geworden, waardoor er onvoldoende ruimte overblijft voor een cultuurhistorisch verantwoorde laanbeplanting. meer stedelijk type F2a *Slotlaan winkeldeel Choisyweg Het Rond Jagerlaan oost van Antonlaan Jagerlaan west van Antonlaan Korte Steynlaan Kritzingerlaan Steynlaan oost van Cronjélaan Steynlaan west van Cronjélaan Torenlaan Van Doornlaantje Woudenbergseweg langs Wilhelminapark meer landelijk type F2b Waterigeweg naast Het Slot Beukbergenlaan Blikkenburgerlaan oost van sportpark Blikkenburgerlaan noord van Zinzendorflaan Hernhuttersingel achter Het Slot Hernhuttersingel naast het Slotpark Lageweg 2. RIJEN RUIMTE Dit zijn over het algemeen lanen die in het oorspronkelijke ontwerp een behoorlijke status hadden en duidelijk beplant waren. Voor een deel is de verkeersfunctie heel dominant geworden, waardoor er onvoldoende ruimte overblijft voor een cultuurhistorisch verantwoorde laanbeplanting. Maar er zijn duidelijk meer mogelijkheden dan in de categorie 2 rijen, weinig ruimte. meer stedelijk type F3a Lindenlaan west van Verlengde Slotlaan Lindenlaan oost van Verlengde Slotlaan Antonlaan Boulevard tussen Verlengde Slotlaan en Oude Woudenbergse Zandweg Homeruslaan tussen Aristoteleslaan en Laan door het paardenweitje Platolaan Prins Hendriklaan Prof. Lorentzlaan zuid van rotonde Lindenlaan Senecalaan Slotlaan bij busstation Socrateslaan midden Socrateslaan oost Socrateslaan west meer landelijk type F3b Laan van Beek en Royen Badmeester Schenkpad Filosofenlaantje Gezichtslaan Hobbemalaan Homeruslaan (achterpad) noord van Socrateslaan Homeruslaan (achterpad) zuid van Socrateslaan *Kouwenhovenselaan noord van Weteringlaan *Kouwenhovenselaan zuid van Weteringlaan Laan door het paardenweitje Laan van Rijnwijk zuid van Nieuw Beerschoten; niet in gemeentelijk beheer: als enige renaissancelaan echter wel het vermelden waard Prof. Lorentzlaan noord van rotonde Lindenlaan Vrije Schoollaantje noord van Spinozalaan Vrije Schoollaantje tussen Erasmuslaan en Spinozalaan Vrije Schoollaantje zuid van Erasmuslaan Weg naar Heibergen Woudenbergseweg door Zeisterbos Zinzendorflaan tussen Karpervijver en Blikkenburgerlaan Zinzendorflaan voor Het Slot 3. OF MEER RIJEN RUIMTE Dit zijn de zwaarder beplante lanen, waar ook nu nog ruimte beschikbaar is. In het oorspronkelijke ontwerp waren dit vaak zwaar beplante lanen (meestal 2 x 2 rijen). meer stedelijk type F4a *Verlengde Slotlaan tussen Slotlaan en Krakelingweg Oranje Nassaulaan tussen Hoog Kanje en Jagersingel Panweg zuid van A28 *Slotlaan bij Walkartpark meer landelijk type F4b Nassau Odijklaan Blikkenburgerlaan zuid van sportpark *Koelaan zuid van rotonde Krakelingweg Panweg noord van A28 Waterigeweg west van rotonde Koelaan 6. RIJEN Zeldzaam type, met de hoogste status, gericht op maximale grandeur. type F5 *Koelaan noord van rotonde *gemarkeerd: voor deze lanen moet in de uiteindelijke detailuitwerking op het moment van daadwerkelijke vervanging nader onderzoek worden gedaan naar de ontwerp- en verjongingsgeschiedenis van de lanen, om een afgewogen keuze te kunnen maken ten aanzien van stijlkenmerken, plantverband en dergelijke. Uitgewerkte puzzelstukken in beeld, aantallen en financieel De in groen gemarkeerde wegen in de tabel zijn op basis van de kaart en de feitelijke toestand buiten geanalyseerd en uitgewerkt in toekomstbeelden. Voor het (sub)beheertype waar ze toe behoren zijn ze representatief voor de in te zetten beheerstrategie. In het bijlagenrapport zijn die beheerstrategieën voor de verschillende subbeheertypen terug te vinden in tekst en beeld. Hieronder geven we kort aan hoe de strategieën voor de verschillende subbeheertypen in elkaar steken. Over het algemeen geldt voor de karakteristieke boomstructuur formele lanen, dat we rekenen met een vaste onderlinge plantafstand van boom tot boom. De boombeplanting staat in strak rijverband en is gelijkjarig en gelijksoortig. Dit heeft gevolgen voor de vervanging. Gelijkjarigheid houdt in, dat we alles in één keer willen vervangen. In de praktijk kiezen we ervoor om de bomen te rooien op het moment van afsterven: geleidelijk dus. De laan wordt zo steeds kaler. Als de 50% grens ten opzichte van de gewenste situatie/hoeveelheid is bereikt, kiezen we voor het rooien van de rest in één keer: om vervolgens alles in één keer opnieuw in te planten. Zo verzekeren we ook de generaties na ons van het beeld dat we nu zo waarderen en dat cultuurhistorisch passend is. Dit betekent in financieel opzicht dat we de investering voor deze lanen steeds iets naar voren halen. Echter: omdat de lanen ook nu gelijkjarig zijn, zal bij het bereiken van de 50% restant ten opzichte van de nieuwe situatie de rest naar verwachting ook heel snel volgen. Dit effect is dus maar relatief. Op het totaal van de investeringscyclus maakt het uiteindelijk niets uit. Voor deze karakteristiek hebben we vooral gekeken hoe het cultuurhistorische beeld/effect kan worden bereikt. Dit kan ook geregeld met een grotere plantafstand dan nu. Het tunneleffect blijft dan bewaard. Uit historisch oogpunt kiezen we vaak voor een veelvoud van de Rijnlandse roede (3,76
- m)als plantafstand. De historische plantafstanden bedroegen vaak maar één Rijnlandse roede of hooguit twee (ongeveer 7,5 m). Vanuit het oogpunt van veilig en kostenefficiënt bomenbeheer is dit tegenwoordig niet meer haalbaar. Een dergelijke dichte beplanting geeft namelijk erg veel dood hout in de kronen en is daarmee ook enorm onderhoudsintensief. F2a, weinig ruimte meer stedelijk F2b, weinig ruimte meer landelijk F3a, ruimte meer stedelijk F3b, ruimte meer landelijk Beheertype F0, formele laan, geen ruimte Beheertype F0 kent geen ruimte voor bomen: meestal door een te smal profiel in combinatie met de verkeersfunctie. In de categorie F0 vallen vrijwel allemaal straten die van oorsprong behoorden tot het padenstelsel van het sterrenbos van het Slot, dan wel van Beek en Royen. Hoewel het uit cultuurhistorisch oogpunt wellicht wenselijk zou zijn om dergelijke tracés herkenbaar in te planten, is dat qua ruimte niet mogelijk. In het rekenmodel is het gemiddeld aantal bomen gesteld op 0,01 bomen per 1000 m weglengte. Representant van deze categorie is de Hartesteeg. Beheertype F1, formele laan, één rij, weinig ruimte Bij beheertype F1 is er ruimte voor eenzijdige boombeplanting: een rij. Het gaat om 4% van het totale aantal bomen van de karakteristiek formele boomstructuur voor meer stedelijk gebied (F1a: met als puzzelstuk Weeshuislaan) en 2% in meer landelijke omgeving (F1b: met als puzzelstuk Karpervijver ten noorden van de Zinzendorflaan). Er is weinig ruimte beschikbaar in deze profielen. Er zal dus vaak gekozen moeten worden voor een (vorm)boom met een smalle kroon. Dit draagt overigens over het algemeen bij aan het gewenste monumentale beeld. Voor F1a is de gekozen plantafstand 10 m in de rij en een rij. Bij F1b gaan we uit van een plantafstand van 20 m in rij. Beheertype F2, formele laan, twee rijen, weinig ruimte Beheertype F2 is de categorie weinig ruimte, waar toch aan beide zijden bomen staan en er dus sprake is van een laan. We maken onderscheid in meer stedelijk (F2a: puzzelstuk Slotlaan; winkeldeel) en meer landelijk (F2b: puzzelstuk Waterigeweg ter hoogte van Het Slot). Het gaat om respectievelijk om 4% en 8% van het totaal van de formele boomstructuur. Voor F2a hebben we gekozen voor een plantafstand van 10 m in de rij en twee rijen. Bij F2b gaan we uit van een plantafstand van 20 m in de rij en twee rijen. Beheertype F3, formele laan, twee rijen, meer ruimte Beheertype F3 is ook twee rijen beplanting, maar dan met ruimte in het profiel. Ook hier is het onderscheid meer stedelijk (F3a: Lindenlaan) en meer landelijk (F3b: Laan van Beek en Royen). De respectievelijke percentages zijn 15 en 29. Daarmee is dit het grootste aandeel in de karakteristiek formeel. Voor F3a is de gekozen plantafstand is 20 m in de rij en twee rijen. Bij F3b gaan we uit van een plantafstand van 15 m in de rij en twee rijen. Beheertype F4, formele laan, drie of meer rijen Beheertype F4 is de categorie met drie rijen beplanting of meer: in de praktijk vaak vier. Dit is ook weer onderverdeeld in stedelijk (F4a: Verlengde Slotlaan tussen Slotlaan en Krakelingweg als puzzelstuk) en landelijk (F4b: Nassau Odijklaan als puzzelstuk). Met 13 en 22% zijn dit relatief goed gevulde categorieën. Voor F4a is de gekozen plantafstand is 20 m in de rij bij vier rijen.Bij F4b gaan we uit van een plantafstand van 10 m in de rij en twee keer twee rijen. Bij twee of meer rijen is er qua plantverband de keuze tussen blokverband en kruisverband. Het effect is anders. Door kruisverband toe te passen, kan met minder bomen een beeld meer groene impact worden bereikt. Historisch gezien, liggen er andere beweegredenen ten grondslag aan de keuze voor het één of het ander. Voor het totaal aantal bomen in de berekeningen voor deze boomstructuur maakt de keuze voor het plantverband echter geen verschil. Beheertype F5, formele laan 6 rijen Het laatste onderscheiden beheertype is F5: twee keer drie rijen: voorbehouden aan het stukje Koelaan tussen Hernhuttersingel en Blikkenburgerlaan. Een dergelijke laanbeplanting is uniek in Nederland: het komt maar zelden voor. Het plantverband is blokverband. Omdat dit zo uniek is, kiezen we ervoor om dit stukje laan in hetzelfde plantverband en met dezelfde plantafstand te herplanten. Het verschil in blokverband en kruisverband bij laanbeplanting in twee enkele rijen Blokverband bij dubbele rijen. Dit plantverband benadrukt het zicht in de lengterichting van de laan. Dit werd vaak gebruik om het zicht te laten vallen op het huis in de verte. Het driehoeks- of kruisverband biedt meer zicht op de omgeving. De breedte van de weg, de afstand in de rij en de afstand tussen de rijen bepalen de kijkhoek. Dit plantverband is meer geschikt om de blik op de omgeving te richten. Berekeningen en gevolgen voor aantallen Voor de te onderscheiden subbeheertypen is een gewenste plantafstand en aantal rijen aangegeven. Wanneer door uitval van bomen (gerekend met de toekomstverwachting, zoals is opgenomen tijdens de veiligheidscontrole van de bomen) de werkelijke hoeveelheid aanwezige bomen onder de hoeveelheid van het gewenste aantal bomen komt, geeft het rekenmodel een melding, dat het betreffende wegvak moet worden aangevuld tot de gewenste boombezetting. In het geval van de formele lanen geldt, dat wanneer er meer dan 50% ten opzichte van de gewenste boombezetting is uitgevallen, het resterende deel van de boombeplanting in één keer zal worden gerooid en de gehele laanbeplanting in één keer zal worden aangeplant. Dit omdat gelijkjarigheid een kenmerk is van deze karakteristieke boomstructuur. Dat leidt tot de volgende fasering in benodigde budgetten. Uiteindelijk hebben we in deze karakteristieke boomstructuur de sterkste reductie van aantallen bomen bereikt. Het gewenste beeld kan vaak bereikt worden met minder bomen dan nu aanwezig zijn. Van oudsher is de plantafstand heel klein en de bomendichtheid dus heel groot. Als alles is verjongd, is er in de formele boomstructuur nog sprake van 66% van het huidige aantal bomen. Voorbeeld van de werking van het rekenmodel voor formele boomstructuur: De Boulevard heeft een lengte van 1443 m en er staan nu 174 bomen. Deze Formele laan heeft de subcodering F3a gekregen, hetgeen een minimaal gewenste plantafstand van 20 meter in één rij en twee rijen betekent. (Er wordt gerekend met een plantafstand van 10 meter, want in een rij is de plantafstand 20 m, maar met 2 rijen komen er 2x zoveel bomen terug) Omgerekend naar de lengte van 1443 m van de Boulevard betekent dit dat een toekomstige bezetting van 1443 m/10 m plantafstand = 144,3 bomen minimaal gewenst is. Er wordt echter pas overgegaan tot gehele vervanging van de laan als hiervan minder dan 50% aanwezig is, dus 50% van 144,3 bomen is 72,15 bomen. Op dit moment staan er 174 bomen, dus voldoet de Boulevard aan het gewenste aantal bomen. Wanneer gaan we dan ingrijpen? Als er minder dan 72,15 bomen staan. Aan de hand van de toekomstverwachting van de bomen op de Boulevard kunnen we berekenen wanneer dit moment aanbreekt. Volgens de toekomstverwachting staan er geen “dode” of “slechte” bomen binnen dit tracé, dus de komende 3 jaar blijft volgens verwachting het aantal aanwezige bomen gelijk aan nu. Het aanwezige bomen minus het aantal dode bomen is meer dan 72,15 bomen en de komende twee jaar (=maximale toekomstverwachting van de “slechte” bomen) is geen uitval te verwachten. Maar er staat wel één boom met toekomstverwachting “matig”, zes bomen met toekomstverwachting “redelijk” en 163 bomen met de toekomstverwachting “goed”. Omdat niet exact te voorspellen is wanneer dit dan is, is er voor gekozen om de hoeveelheid bomen gelijkwaardig over de toekomstverwachting af te schrijven. Dus 1/3e deel van het aantal bomen met toekomstverwachting “matig” afschrijven per jaar tussen 3 en 5 jaar (dus 1 boom/3) vanaf nu, 1/5e deel van het aantal bomen met toekomstverwachting “redelijk” afschrijven per jaar tussen 6 en 10 jaar (dus 6 bomen/5) vanaf nu en 1/15e deel van het aantal bomen met toekomstverwachting “goed” per jaar af te schrijven tussen 11en 25 jaar (dus 163 bomen/15) vanaf nu. De boombezetting voor de toekomst van de Boulevard ziet er dus als volgt uit: 2016174 bomen aanwezig 2017174 bomen aanwezig 2018174 bomen aanwezig 2019173,67 bomen aanwezig 2020173,33 bomen aanwezig 2021173 bomen aanwezig 2022171,8 bomen aanwezig 2023170,6 bomen aanwezig 2024169,4 bomen aanwezig 2025168,2 bomen aanwezig 2026167 bomen aanwezig 2027156,14 bomen aanwezig 2028145,28 bomen aanwezig 2029134,42 bomen aanwezig 2030123,56 bomen aanwezig 2031112,7 bomen aanwezig 2032101,84 bomen aanwezig 203390,98 bomen aanwezig 203480,12 bomen aanwezig 203569,26 bomen aanwezig 203658,40 bomen aanwezig 203747,54 bomen aanwezig 203836,68 bomen aanwezig 203925,82 bomen aanwezig 204014,96 bomen aanwezig 20414,1 bomen aanwezig 50% Van het gewenste aantal bomen in de Boulevard is minimaal 72,15 bomen, dus dat betekent dat er vanaf 2035 69,26 moeten worden gerooid en in een keer 144,3 bomen moeten worden geplant om aan het wensbeeld te voldoen. Voor deze rekenwijze is gekozen om een zo goed mogelijke kostenraming te kunnen maken over de komende jaren. In werkelijkheid wordt er tot volledige kap en 100% aanplant overgegaan op het moment dat er minder dan 72,15 bomen staan. De uitgevallen bomen worden verwijderd in Greenpoint, het rekenmodel telt de bomen die er nog staan en wanneer er minder bomen zijn dan in het wensbeeld * 50% (144,3 * 50% = 72,15 bomen) staan aangegeven, worden de kap en aanplantactie uitgevoerd. 4.4Uitwerking Engelse landschapsstijl boomstructuur Engelse landschapsstijllanen in Zeist Engelse landschapsstijllanen in Zeist zijn lanen die veelal zijn aangelegd volgens de beginselen van de Engelse landschapsstijl. De naam zegt het al. Deze stijl waaide over uit Engeland en raakte in zwang ruim voor de tweede helft van de 19e eeuw tot in het begin van de 20e eeuw. Voor Zeist was dit de periode van het ontstaan van en de bloeitijd van de Stichtse Lustwarande met zijn mooie buitenplaatsparken. Het was ook de tijd waarin diverse eigenaren van landgoederen – als echte projectontwikkelaars – overgingen tot de aanleg van villaparken. Mooie voorbeelden daarvan zijn het Wilhelminapark en het Blookerpark/Huis ter Heide. Het spreekt voor zich dat deze villaparken werden aangelegd in de stijl die toen in de mode was: de Engelse landschapsstijl dus. De “nieuwe” mode werd ook leidend bij het moderniseren van de formele landgoederen, die toen vaak al ruim 150 jaar oud waren. Daarbij werden belangrijke kwaliteiten van de oorspronkelijke formele aanleg vaak behouden en werd de Engelse landschapsstijl ingepast. De omgeving van het Slot is daar een voorbeeld van. Door deze ontwikkelingen is de Engelse landschapsstijl in Zeist tamelijk nadrukkelijk aanwezig in het straatbeeld. Kenmerken van deze stijl zijn gebogen lijnen (bijvoorbeeld voor oprijlanen), waarmee een ideaalbeeld van een landschap werd vormgegeven met coulissen en zorgvuldig geënsceneerde zichtlijnen en vergezichten: met kronkelende waterpartijen, glooiende gazons, mooie boomgroepen en prachtige bosschages (vaak met taxus, rhododendron en hulst) werd een arcadisch landschap geschapen. Deze vormgeving was daarmee een duidelijke tegenhanger van de strenge rechtlijnigheid van de formele aanlegstijlen. In Zeist komt deze stijl veel voor. Gezien de ontwikkeling die Zeist doormaakte in juist de hoogtijdagen van de Engelse landschapsstijl, is dat ook logisch. De ruimte voor bomen is, door de ruimtebehoefte van het autoverkeer, wel aanzienlijk afgenomen. Beleid ten aanzien van landschapsstijllanen Algemeen uitgangspunt is het leesbaar en herkenbaar houden van de geschiedenis van Zeist. Die kan bij uitstek ook in het groen tot uitdrukking komen. Het aanknopingspunt is, dat het karakter van dit soort wegen toch vaak al herkend wordt als een unieke kwaliteit. In het groenstructuurplan Groen (voor) Zeist zijn Engelse landschapsstijllanen niet als afzonderlijke eenheid benoemd, maar gezien hun duidelijk cultuurhistorische component is het logisch het beleidsdoel voor cultuurhistorische lanen niet alleen te laten gelden voor formele lanen, maar ook voor lanen in Engelse landschapsstijl. “Het koesteren, zichtbaar houden en versterken van de groene samenhang binnen het cultuurhistorisch raamwerk als geheel, inclusief laanpatronen en lopen van oude (water)wegen”21Hoofdstuk 7, Groenbeleid voor Zeist, pagina 72 Groen (voor) Zeist De sfeer van de lanen in Engelse landschapsstijl, in combinatie met de bebouwing die eraan grenst, maakt dat er sprake is van een unieke en hoge kwaliteit, die in belangrijke mate bijdraagt aan het beeld van Zeist als gemeente “waar de straten lanen zijn”. Inspiratiebeeld voor landschapsstijllanen Ook voor de landschapsstijl geldt, dat er genoeg bronnen zijn om als onderligger te kunnen dienen voor het inspiratiebeeld voor het kunnen behouden van de karakteristieken van de Engelse landschapsstijl- lanen. Belangrijkste kenmerk is de gebogen lijnvoering, waarbij er – in ieder geval oorspronkelijk – sprake is van een vrij ruime plantstrook voor de bomen. Inspiratiebeeld Engelse landschapsstijl boomstructuur duidelijk ontworpen landschappelijk karakter gebogen lijnvoering, weinig tot geen rechte stukken gelijksoortig in de laan gelijke plantafstanden, vaak ruimer dan bij formeel weinig onderbegroeiïng, anders dan rhododendron, taxus etc (groenblijvers) 1e orde bomen, bijvoorbeeld eik, beuk, linde, haagbeuk en