Subsidieregeling ongedocumenteerden Amsterdam 2024 Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, gelet op artikel 160, eerste lid, van de Gemeentewet en artikel 3, tweede lid, van Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2023, besluit de volgende regeling vast te stellen: Subsidieregeling ongedocumenteerden Amsterdam 2024 Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Begripsomschrijvingen In deze subsidieregeling wordt verstaan onder: AVIM: de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel; bijzondere doelgroepen: doelgroepen in de opvang zoals vermeend minderjarigen, ouderen, LHBTIQ+, slachtoffers mensenhandel, etc.; casemanager: draagt zorg voor de individuele begeleiding en activering van de ongedocumenteerden bij het realiseren van een duurzame oplossing; casusregie: het ondersteunen bij en monitoren van door casemanagers te behalen gestelde doelen en bewaken van termijnen zoals genoemd in het perspectiefplan en Handboek; college: college van burgemeester en wethouders; convenant: het door het college op 2 april 2019 ondertekende Convenant Pilot-LVV in gemeente Amsterdam; DT&V: Dienst Terugkeer & Vertrek; handboek: het gepubliceerde Handboek programma ongedocumenteerden Amsterdam; GGD: Gemeentelijke Gezondheidsdienst Amsterdam; IND: Immigratie- en Naturalisatiedienst; ketenregie: samenwerking tussen Amsterdamse partners, gemeentelijke en landelijke overheden, verantwoordelijk voor effectieve uitvoering van het Uitvoeringsplan en Convenant; MRT: Multi Review Team, escalatietafel voor vastgelopen casuïstiek; ongedocumenteerden: vreemdelingen zonder recht op verblijf en rijksopvang; opvang: 24-uursopvang voor ongedocumenteerden; penvoerder: de organisatie die namens een samenwerkingsverband een aanvraag indient en verantwoordelijk is voor de verantwoording van de subsidie; perspectiefplan: een plan waarin het persoonlijk perspectief en de activiteiten en doelen staan beschreven waar de ongedocumenteerde aan gaat werken om dat perspectief te realiseren en op welke termijn er verwacht wordt het perspectief te bereiken en op welke termijn er tussentijdse evaluatiemomenten worden ingepland.; samenwerkingsverband: een afspraak tussen twee of meerdere rechtspersonen neergelegd in een overeenkomst die betrekking heeft op de gezamenlijke uitvoering van activiteiten zonder dat hiervoor een aparte rechtspersoon is opgericht; uitvoeringsplan: het door het college op 11 december 2018 vastgestelde Uitvoeringsplan 24-uursopvang ongedocumenteerden: werken aan een duurzaam perspectief. Artikel2Toepasselijkheid Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2023 De Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2023 is van toepassing, tenzij daarvan in deze regeling uitdrukkelijk wordt afgeweken. Artikel3Doel subsidieregeling Het doel van deze subsidieregeling is om een duurzaam perspectief te creëren voor ongedocumenteerden in of buiten Nederland door het subsidiëren van activiteiten gericht op opvang, begeleiding en participatie van ongedocumenteerden in Amsterdam. Artikel4Subsidiabele activiteiten De volgende activiteiten zijn subsidiabel: intake, screening en casusregie en ketenregie; woonbegeleiding; juridische begeleiding, casemanagement en maatschappelijke begeleiding; toekomstoriëntatie en terugkeerbegeleiding, casemanagement en maatschappelijke begeleiding; participatie aanbod; aanvullende begeleiding van bijzondere doelgroepen. Artikel5Intake, screening en casusregie en ketenregie Ten behoeve van de activiteit intake en screening, casusregie en ketenregie kan het college subsidie verlenen waarbij wordt begrepen onder: Intake en screening en casusregie: het verzamelen van persoonsgegevens van ongedocumenteerden en verwerken van deze gegevens in een geautomatiseerd systeem; het beoordelen of iemand tot de doelgroep behoort zoals beschreven in het Uitvoeringsplan en nader uitgewerkt in het handboek; het informeren van de ongedocumenteerde over het doel van het Uitvoeringsplan, werken aan perspectief, de meewerkcriteria en de opties die er zijn: juridisch perspectief, toekomst oriëntatie en terugkeer of doormigratie; het informeren en adviseren van de ongedocumenteerde over alternatieve opvang, medische voorzieningen en andersoortige ondersteuning; het organiseren van activiteiten gericht op het in kaart brengen van de zelfredzaamheid en medische situatie van de ongedocumenteerde, waarbij nauw wordt samengewerkt met de GGD; het organiseren van activiteiten gericht op het vaststellen van de identiteit van de ongedocumenteerde, waarbij nauw wordt samengewerkt met de AVIM; het beoordelen of iemand tijdens de intake- en screeningfase opvang nodig heeft, waarbij nauw wordt samengewerkt met de GGD; het plaatsen van ongedocumenteerden in een passende opvanglocatie waarbij nauw wordt samengewerkt met medewerkers die verantwoordelijk zijn voor woonbegeleiding; het uitreiken van formulieren en brieven aan ongedocumenteerden in geval van toelating tot, weigering van of beëindiging van opvang; het organiseren en inhoudelijk voorbereiden van het lokaal samenwerkingsoverleg (LSO) en overige casus overleggen mede op basis van informatie die is vergaard uit de intake en screening; waar gewenst, overdragen van ongedocumenteerde aan voorliggende voorziening, bijvoorbeeld bij niet in aanmerking komen voor het programma ongedocumenteerden; het als eerste contactpersoon fungeren voor ongedocumenteerde die is toegelaten tot het programma wanneer hij of zij (nog) geen begeleidende organisatie heeft; het warm overdragen van ongedocumenteerde aan het bij de ongedocumenteerde passende traject en de toegewezen casemanager; als casusregisseur verantwoordelijk voor het ondersteunen bij en monitoren van door de casemanagers te behalen gestelde doelen en bewaken van termijnen zoals genoemd in het perspectiefplan en Handboek; het ondersteunen van casemanagers bij het realiseren van perspectief voor de ongedocumenteerde, bijvoorbeeld bij het opschalen van zaken en het wegnemen van belemmeringen; het samen met partners zorgen voor heldere communicatie naar ongedocumenteerden en andere betrokkenen. Ketenregie: het organiseren van activiteiten gericht op het stimuleren van de voortgang van de uitvoering van het Uitvoeringsplan en Convenant het monitoren van trends en onderzoeken naar effectiviteit; het organiseren van samenwerking met Amsterdamse partners, gemeentelijke en landelijke overheden, onder andere ter uitvoering van het Convenant, waaronder ook verstaan wordt het beslechten van geschillen tussen samenwerkende partijen of lastige casuïstiek.; het verzorgen van rapportages ter evaluatie van de uitvoering van het Uitvoeringsplan en Convenant. Artikel6Woonbegeleiding Ten behoeve van de activiteit woonbegeleiding kan het college subsidie verlenen voor: het stimuleren van ongedocumenteerden naar zelfbeheer; het zorgdragen voor veiligheid en saamhorigheid voor de ongedocumenteerden en het voorkomen van overlast voor omwonenden; het ondersteunen van ongedocumenteerden bij praktische aspecten op het gebied van financiën, budgettering en het voeren van een huishouden; het ondersteunen van ongedocumenteerden bij het maken van verbinding met de buurt en daarbij optreden als contactpersoon voor buurtbewoners; het geven van algemene informatie aan ongedocumenteerden met betrekking tot de opvang; het signaleren van medische en/of psychische problemen van ongedocumenteerden en waar nodig doorverwijzen naar de casemanager; bijdragen aan door de casemanager gestelde doelen zoals vastgelegd in het perspectiefplan; het motiveren van de ongedocumenteerde om te (blijven) werken aan het perspectief met voldoende aandacht voor de duur en eindigheid van de opvang. Artikel7Juridische begeleiding, casemanagement en maatschappelijke begeleiding Ten behoeve van de activiteit juridische begeleiding, casemanagement en maatschappelijke begeleiding kan het college subsidie verlenen voor: het onderzoeken van het juridisch perspectief van de ongedocumenteerde binnen een redelijke periode; het vormen van een oordeel over het juridisch perspectief van de ongedocumenteerde en vastlegging hiervan in het perspectiefplan; bij juridisch perspectief: het bepalen van het traject van juridische begeleiding en vastlegging in een perspectiefplan; bij geen juridisch perspectief: het traject van juridische begeleiding beëindigen in overleg met de ongedocumenteerde en het voeren van een overdrachtsgesprek met de ongedocumenteerde en de begeleider van de organisatie die het traject overneemt (toekomstoriëntatie/terugkeer); het samen met de ongedocumenteerde opstellen van een perspectiefplan gericht op het bereiken duurzaam juridisch perspectief en actueel houden van het perspectiefplan; het coördineren van de integrale uitvoering van het perspectiefplan waarbij nauw contact is met organisaties die beschikken over informatie die relevant kan zijn om het doel in perspectiefplan te bereiken, bijvoorbeeld de IND en terugkeerorganisaties; zorgvuldige dossiervorming en systematisch vastleggen van informatie over de voortgang en resultaten van de gestelde doelen zoals vastgelegd in het perspectiefplan; het motiveren van de ongedocumenteerde om te (blijven) werken aan het perspectief met voldoende aandacht voor de duur en eindigheid van de opvang; het bieden van maatschappelijke begeleiding en organiseren van een aanbod dat bijdraagt aan de zelfredzaamheid van de ongedocumenteerde; zorgen voor heldere communicatie naar de ongedocumenteerde over de mogelijkheden en de stappen die worden gezet; het voordragen van beëindiging van opvang en begeleiding en de ongedocumenteerde hierover informeren; het tijdig opschalen van casuïstiek naar (bijvoorbeeld) het MRT, waarbij nauw wordt samengewerkt met de organisatie die subsidie ontvangt voor de activiteit intake & screening, casusregie en ketenregie. Artikel8Toekomstoriëntatie en terugkeerbegeleiding, casemanagement en maatschappelijke begeleiding Ten behoeve van de activiteit toekomstoriëntatie en terugkeerbegeleiding, casemanagement en maatschappelijke begeleiding kan het college subsidie verlenen voor: het samen met de ongedocumenteerde opstellen van een perspectiefplan dat gericht is op toekomstoriëntatie of terugkeer naar het land van herkomst en dit perspectief binnen een periode van maximaal anderhalf jaar te (doen) realiseren; het samen met de ongedocumenteerde actueel houden van het perspectiefplan; het coördineren van de integrale uitvoering van het perspectiefplan waarbij nauw contact is met andere organisaties die informatie hebben die relevant kan zijn om het doel in het perspectiefplan te bereiken (bijvoorbeeld de DT&V of juridische organisaties); zorgvuldige dossiervorming en systematisch vastleggen van informatie over de voortgang en resultaten van de gestelde doelen zoals vastgelegd in het perspectiefplan; het bieden van maatschappelijke begeleiding en organiseren van een aanbod dat bijdraagt aan de zelfredzaamheid van de ongedocumenteerde; het motiveren van de ongedocumenteerde om te (blijven) werken aan het perspectief met voldoende aandacht voor de duur en eindigheid van de opvang; het organiseren van activiteiten gericht op het realiseren van duurzame terugkeer naar landen herkomst van de ongedocumenteerden; het bieden van maatschappelijke begeleiding en organiseren van een aanbod dat bijdraagt aan de zelfredzaamheid van de ongedocumenteerde; het voordragen van beëindiging van opvang en begeleiding en de ongedocumenteerde hierover informeren; het tijdig opschalen van casuïstiek naar (bijvoorbeeld) het MRT, waarbij nauw wordt samengewerkt met de organisatie die subsidie ontvangt voor de activiteit intake & screening, casusregie en ketenregie; het houden van toekomstoriëntatie gesprekken en organiseren van bijbehorende activiteiten en vastlegging hiervan in het perspectiefplan; het vormen van een oordeel over het terugkeer perspectief van de ongedocumenteerde en vastlegging hiervan in het perspectiefplan; zorgen voor heldere communicatie naar de ongedocumenteerde over de mogelijkheden en de stappen die worden gezet. Artikel9Participatie aanbod Ten behoeve van de activiteit participatie aanbod kan het college subsidie verlenen voor: het organiseren van activiteiten die de individuele doelen van de ongedocumenteerde ondersteunen, waarbij aandacht is voor zelfredzaamheid, persoonlijke ontwikkeling en inclusie van de doelgroep in Amsterdam; het betrekken van de doelgroep bij het ontwikkelen van het aanbod aan activiteiten, waardoor wordt aangesloten op de (individuele) behoeften van de doelgroep; het informeren van de doelgroep over het aanbod aan activiteiten in de stad; het betrekken van Amsterdammers om een bijdrage te leveren aan het aanbod aan activiteiten en op deze manier iets te betekenen voor de doelgroep. Artikel10Aanvullende begeleiding van bijzondere doelgroepen ongedocumenteerden In aanvulling op het bepaalde in de artikelen 6, 7 en 8 hierboven kan het college ten behoeve van de aanvullende begeleiding van bijzondere doelgroepen subsidie verlenen voor: het organiseren van activiteiten die bedoeld zijn om bijzondere doelgroepen binnen het programma Ongedocumenteerden beter te ondersteunen bij het bereiken van de duurzame oplossing; het bieden van aanvullende maatschappelijke begeleiding en organiseren van een aanbod dat bijdraagt aan de zelfredzaamheid van de ongedocumenteerde. Artikel11Subsidieplafond 1)Het college stelt per kalenderjaar het subsidieplafond vast voor de in artikel 4 genoemde activiteiten. 2)Het college stelt voor het jaar 2026 voor de in artikel 4 genoemde activiteiten het subsidieplafond vast op €9.900.751 met de volgende, daarbij behorende deelplafonds: intake, screening en casusregie en ketenregie € 980.473,-; woonbegeleiding € € 5.968.405,-; juridische begeleiding, casemanagement en maatschappelijke begeleiding € 1.312.596,-; toekomstoriëntatie en terugkeerbegeleiding, casemanagement en maatschappelijke begeleiding € 1.050.760,-; participatie aanbod € 400.505,-; aanvullende begeleiding van bijzondere doelgroepen € 188.009 euro. 3)het college kan voor het eerste half jaar en voor het tweede half jaar van het jaar 2025 elk een apart plafond vaststellen voor de in artikel 4 genoemde gezamenlijke activiteiten en dat tezamen met de deelplafonds voor de te onderscheiden activiteiten. Artikel12Verdeelsleutel subsidieplafond 1.Indien het totaalbedrag van de te verlenen aanvragen hoger is dan het desbetreffende subsidieplafond, wordt subsidie verleend op basis van, en in volgorde van de ranglijst, zoals bedoeld in het tweede lid van dit artikel. 2.De rangschikking wordt bepaald door het aantal punten dat wordt gehaald op basis van de volgende criteria: Inhoudelijke visie: de mate waarin de aanvrager in zijn/haar visie en het daaruit volgende activiteitenplan kan aantonen dat de activiteiten bijdragen aan het doel van deze subsidieregeling en de behoefte van degene voor wie de activiteiten bedoeld zijn; (20 punten) Kennis en ervaring: de mate waarin de aanvrager beschikt over kennis, ervaring en affiniteit met de doelgroep en het onderwerp waar deze subsidieregeling betrekking op heeft; (20 punten) Werkwijze: de mate waarin de aanvrager zorgvuldigheid, snelheid, efficiency, transparantie, maatwerk en vernieuwing zal toepassen in de aanpak, communicatie, en samenwerking; (20 punten) Financiën en begroting: de mate waarin de activiteiten kosteneffectief zijn, waarbij wordt gekeken naar de verhouding tussen het gevraagde subsidiebedrag, het bedrag dat direct ten goede komt aan de activiteiten en het bedrag dat besteed wordt aan overhead (organisatiekosten en dergelijke); (20 punten) Samenwerking: de mate waarin de aanvrager in zijn/haar visie aangeeft op welke wijze hij/zij gaat samenwerken met de andere partijen uit het uitvoeringsplan; (15 punten) Netwerk in de stad: de mate waarin de aanvrager een visie heeft om contacten in de stad op te doen en externe samenwerkingsverbanden te vormen op het terrein waar subsidie voor wordt aangevraagd; (5 punten) 3.Voor de subsidiabele activiteiten genoemd in artikel 5 wordt voor de uitvoering één organisatie op basis van rangschikking volgens criteria zoals opgenomen in deze regeling, geselecteerd; 4.Voor de subsidiabele activiteit genoemd in artikel 4 onder lid b wordt per locatie voor de uitvoering één organisatie op basis van rangschikking volgens criteria zoals opgenomen in deze regeling, geselecteerd; 5.Indien meerdere aanvragen op dezelfde activiteit en hetzelfde aantal punten worden gerangschikt en door honorering van deze aanvragen het subsidieplafond per activiteit wordt overschreden, wordt de aanvraag met de laagste kosten als eerste gehonoreerd. Artikel13Vaststelling op basis van realisatie In het geval een aanvrager twee of meerdere van de in artikel 4, a tot en met g, van deze regeling gemelde subsidiabele activiteiten uitvoert, is, indien de realisatie lager is dan in de beschikking tot subsidieverlening betreffende specifieke activiteiten is bepaald, compensatie tussen de verleende activiteiten mogelijk, mits het college daarvoor voorafgaand schriftelijke toestemming heeft verleend en het totale voor deze gezamenlijke activiteiten aan deze aanvrager verleende subsidiebedrag niet wordt overschreden. Artikel14De aanvrager 1.Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door een rechtspersoon zonder winstoogmerk. 2.In geval van een samenwerkingsverband dient één van de betrokken partijen als penvoerder de aanvraag namens het samenwerkingsverband in en draagt deze de verantwoordelijkheid voor het uitvoeren van de activiteiten, het rapporteren over de voortgang en het indienen van de aanvraag tot vaststelling. 3.Aanvragen kunnen worden ingediend voor de uitvoering van één, meerdere of alle activiteit(en). Artikel15Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens In aanvulling op artikel 6, tweede lid, van de ASA 2023 worden bij de subsidieaanvraag de volgende gegevens en stukken overgelegd: een beschrijving hoe de activiteiten invulling geven aan de criteria als genoemd in artikel 12, tweede lid van deze regeling; een beschrijving hoe met de activiteiten concrete resultaten worden bereikt voor de ongedocumenteerde en hoe deze worden gemeten; een beschrijving en onderbouwing van de gekozen methodiek(en). het beleid dat van toepassing is op de aan de organisatie verbonden medewerkers en vrijwilligers ten aanzien van deskundigheidsbevordering op het terrein waar deze subsidieregeling betrekking op heeft; het minimum en het maximum aantal ongedocumenteerden waarvoor de activiteiten worden ingezet; een sluitende begroting en een ingevulde format financiën. Artikel16Aanvraagtermijn subsidies Een subsidieaanvraag voor de in artikel 4 genoemde activiteiten dient vóór 1 oktober voorafgaand aan het kalenderjaar waar de subsidieaanvraag betrekking op heeft te worden ingediend, met uitzondering van het kalenderjaar 2026, waarvoor de sluitingstermijn op 21 november 2025 is gesteld. Artikel17Weigeringsgronden In aanvulling op artikel 8, tweede lid, van de ASA 2023 weigert het college een subsidie te verlenen als: de activiteiten niet bijdragen aan het doel van deze regeling en de daarin beoogde resultaten of; de kosten niet samenhangen met uitvoering van de activiteiten. Artikel18Aanvullende verplichtingen Naast de verplichtingen op grond van artikel 9 en 10 van de ASA 2023, zijn aan de subsidie de volgende verplichtingen verbonden: de gesubsidieerde activiteit wordt uitgevoerd conform het Uitvoeringsplan, het Convenant en deze regeling; de subsidieontvanger voert een zodanig ingerichte administratie, dat daaruit op alle niveaus relevante informatie en rapportages opgeleverd kunnen worden; de subsidieontvanger verleent medewerking aan onderzoeken die tot doel hebben inzicht te verkrijgen in de effectiviteit, kwaliteit en efficiëntie van de activiteiten; de subsidieontvanger levert op 1 juli 2024 een inhoudelijke voortgangsrapportage en dient inzicht te geven in de voortgang van de gesubsidieerde activiteit; indien meerdere organisaties voor dezelfde activiteit subsidie krachtens deze regeling toegekend krijgen, is de subsidieontvanger verplicht om met die andere organisatie(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.