Damoclesbeleid gemeente Dijk en Waard 2023De burgemeester van de gemeente Dijk en Waard, G E L E T O P : artikel 13b van de Opiumwet, de Aanwijzing bij de Opiumwet, artikel 172 van de Gemeentewet, de artikelen 2:74 en 2:74A van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Dijk en Waard en artikel 4:81 en 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht. B E S L U I T : het ‘Damoclesbeleid gemeente Dijk en Waard 2023’ vast te stellen; het ‘Damoclesbeleid gemeente Heerhugowaard 2019’ in te trekken; het ‘Damoclesbeleid gemeente Langedijk 2018’ in te trekken; dit besluit in werking te laten treden op de dag na bekendmaking van het besluit; Artikel1Inleiding De gemeente Dijk en Waard kampt, net zoals veel andere Nederlandse gemeenten, met de steeds grotere uitdagingen die drugscriminaliteit met zich meebrengt, inclusief de bijbehorende risico's die invloed hebben op zowel de betrokkenen zelf als op anderen. Drugscriminaliteit manifesteert zich niet alleen in de vorm van gevaarzetting voor de openbare orde en veiligheid onder meer door het aantrekken van criminaliteit en risico’s op geweldpleging, maar draagt ook aanzienlijk bij aan de verslechtering van het woon- en leefklimaat en tast de sociale en de fysieke veiligheid inclusief die van onze inwoners aan. Hoewel de hoofdverantwoordelijkheid voor de bestrijding van drugscriminaliteit bij de politie ligt, draagt de burgemeester van de gemeente Dijk en Waard ook de verantwoordelijkheid om de problematiek rondom drugscriminaliteit aan te pakken. Vanuit de verantwoordelijkheid, en met oog op de bescherming van de openbare orde en veiligheid, het woon- en leefklimaat en de volksgezondheid, rust op de burgemeester van de gemeente Dijk en Waard de bestuursrechtelijke plicht om erop toe te zien dat er in woningen en andere lokalen binnen de gemeente geen ruimte wordt geboden voor het faciliteren van drugsgerelateerde activiteiten. Ten behoeve van het vervullen van deze verplichting heeft de burgemeester van de gemeente Dijk en Waard het Damoclesbeleid opgesteld. Dit beleid stelt de burgemeester in staat om proactief te handelen en preventieve maatregelen te nemen ter waarborging van de veiligheid en het leefklimaat, en om de invloed van drugscriminaliteit op de gemeenschap te minimaliseren. Het Damoclesbeleid verschaft de burgemeester de noodzakelijke instrumenten en wettelijke bevoegdheden om effectief op te treden tegen drugsgerelateerde activiteiten die plaatsvinden binnen woningen of andere lokalen in de gemeente Dijk en Waard. Door het ontwikkelen en implementeren van dit beleid, streeft de burgemeester ernaar om de drugsoverlast in de gemeente tot een minimum te reduceren, wat bijdraagt aan een veiliger en prettiger woon- en leefomgeving voor alle inwoners. Artikel2Begrippen In deze beleidsregel wordt verstaan onder: burgemeester: de burgemeester van de gemeente Dijk en Waard; betrokkene: een persoon die direct of indirect verantwoordelijk gehouden kan worden voor de overtreding van de Opiumwet. de wet: de Opiumwet; verdovende middelen: softdrugs zoals een middel opgenomen in lijst II van de wet en harddrugs zoals een middel opgenomen in lijst I van de wet; handelshoeveelheid: een hoeveelheid soft of harddrugs zoals vastgesteld in de Aanwijzing Opiumwet van het Openbaar Ministerie; voorbereidingshandelingen: in een pand voorwerpen of stoffen aanwezig hebben die bestemd zijn voor grootschalig of bedrijfsmatig bereiden of vervaardigen van softdrugs, of het bereiden of vervaardigen van harddrugs. het verrichten van drugsgerelateerde activiteiten: het telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en vervaardigen, in al zijn verschijningsvormen, of het daartoe aanwezig hebben van harddrugs of softdrugs zoals bedoeld in lijst I of II van de Opiumwet; pand: een lokaal of woning en de daarbij behorende erven en ruimten, niet zijnde gedoogde verkooppunten voor softdrugs (coffeeshops). Ook mobiele lokalen, zoals (woon)wagens, chalets, containers of trailers, en het erf waarop ze staan vallen onder het begrip pand. Artikel3Juridisch kader De bestuursrechtelijke bevoegdheid van de burgemeester om op te kunnen treden bij drugsgerelateerde activiteiten is vastgelegd in artikel 13b van de Opiumwet. Volgens dit artikel heeft de burgemeester de bevoegdheid om een last onder bestuursdwang op te leggen indien er in een pand een handelshoeveelheid verdovende middelen aangetroffen wordt. Deze bevoegdheid betreft tevens situaties waarin voorwerpen of stoffen aanwezig zijn in een pand, die dermate indicatief zijn dat er gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat deze bestemd zijn voor beroeps- of bedrijfsmatige drugsgerelateerde activiteiten. Evenzo geldt dit in situaties waar er indicatoren van voorbereidingshandelingen zijn die de productie of distributie van verdovende middelen suggereren. Artikel4Doelen Dit beleid heeft als primair doel de preventie en het beheer van de risico's die voortkomen uit drugsgerelateerde activiteiten, de openbare orde in de gemeente Dijk en Waard te beschermen en indien nodig te herstellen. Daarnaast dient dit beleid als een cruciaal hulpmiddel om de productie en verspreiding van drugs binnen de gemeente Dijk en Waard te voorkomen dan wel te beperken. Door handhavend op te treden wordt daarnaast beoogd om de bekendheid van een pand als drugspand weg te nemen, waardoor het desbetreffende pand aan het drugscircuit wordt onttrokken. Dit dient als een signaal aan de buitenwereld, en met name aan het criminele circuit, dat het pand niet (langer) kan worden gebruikt als productieplaats, verkoop- of afleverpunt van verdovende middelen. Tenslotte richt dit beleid zich niet alleen op directe preventie en herstel van drugscriminaliteit. Het beoogt ook het garanderen van een veilige woon- en leefomgeving voor de inwoners van de gemeente Dijk en Waard en het creëren van een omgeving waarin inwoners zich vrij van angst voor nabijgelegen drugsgerelateerde activiteiten kunnen voelen. De ambitie is dat de inwoners zorgeloos kunnen leven in hun eigen huizen en buurten, vrij van de angst en overlast die drugscriminaliteit met zich mee kan brengen. Artikel5Handhavingsbeleid De burgemeester heeft conform dit beleid een reeks wettelijke instrumenten ter beschikking om bestuursrechtelijke maatregelen te treffen. Afhankelijk van de specifieke omstandigheden van het geval, kan de burgemeester ervoor kiezen om een waarschuwing te geven, een last onder dwangsom op te leggen om herhaling te voorkomen, of een last onder bestuursdwang uit te vaardigen. Deze laatste kan leiden tot het sluiten van het pand voor een bepaalde periode. De last onder bestuursdwang en last onder dwangsom zijn reparatoire maatregelen. Dergelijke maatregelen hebben conform dit beleid onder meer als doel de geconstateerde overtreding te beëindigen en herhaling ervan te voorkomen en in voorkomend geval als doel het aangetaste woon- en leefklimaat en de openbare orde te herstellen, dan wel te voorkomen dat deze (verder) wordt verstoord. Ter verzekering van de rechtszekerheid heeft de burgemeester een aanpak geïmplementeerd voor de toepassing van bestuursrechtelijke maatregelen, zoals beschreven in de handhavingsmatrix onder artikel 7, 8 en 9 van dit beleid. Deze aanpak is gebaseerd op de ernst en omvang van de geconstateerde overtredingen met betrekking tot de aangetroffen verdovende middelen in een pand. Het uitgangspunt hierbij is dat de burgemeester bij minder ernstige overtredingen een last onder dwangsom oplegt, terwijl bij zwaardere vergrijpen overgegaan kan worden tot sluiting van het pand. Het primaire doel van dit laatste is, de bescherming en het herstel van de openbare orde en veiligheid. Het dient echter benadrukt te worden dat de richtlijnen in de handhavingsmatrix niet uitputtend zijn. Elk afzonderlijk geval wordt geëvalueerd op basis van de specifieke feiten en omstandigheden van het geval. Artikel6Algemene uitgangspunten De bestuurlijke maatregelen in deze beleidsregel gelden als richtlijn. Per geval wordt bezien of de geïndiceerde bestuurlijke maatregel ook passend en geboden is. Omstandigheden die in ieder geval meewegen, zijn: de aanwezigheid van meerdere verdovende middelen; indicaties dat sprake is van (grootschalige) activiteiten die duiden op handel van verdovende middelen (zoals: de aanwezigheid van grote sommen contant geld); geweldsdelicten of andere openbare orde delicten gelieerd aan het pand (zoals: ripdeals, aanslagen, bedreigingen, illegale prostitutie, mensenhandel, de aanwezigheid van wapens of illegaal vuurwerk); de mate van gevaarzetting of het risico voor de veiligheid of gezondheid van personen in het pand en/of de omgeving (zoals: de aanwezigheid van (pre)precursoren en andere chemicaliën, diefstal van stroom en/of water); Het aantreffen van diverse geavanceerde voorwerpen die gerelateerd zijn aan de productie of verkoop van verdovende middelen, zoals weegschalen, verpakkingsmaterialen en versnijdingsmiddelen, kan duiden op drugsgerelateerde activiteiten de aanwezigheid van wapens en/of munitie zoals bedoeld in Wet wapens en munitie; of sprake is van recidive; de periode waarin het pand voor drugsgerelateerde activiteiten werd gebruikt (bijvoorbeeld afgeleid uit de indicatie van het aantal eerdere oogsten of uit (MMA-)meldingen); de mate van (ernstige) overlast rondom het pand; de wijk of kern waarin het pand is gelegen, zoals de nabijheid van een school, of de ligging van het pand in een woonwijk met gezinnen. Artikel7Woningen en/of daarbij behorende erven 1.Voor woningen en/of daarbij behorende erven hanteert de burgemeester de volgende richtlijnen voor softdrugs: > 5 - ≤ 25 hennepplanten > 5 - ≤ 705 gram > 50 - ≤ 100 hennepplanten > 705 - ≤ 2820 gram > 100 - ≤ 250 hennepplanten > 2820 - ≤ 7050 gram > 250 hennepplanten > 7.050 gram 1e constatering Last onder dwangsom Last onder dwangsom Last onder bestuursdwang: 2 maanden Last onder bestuursdwang: 3 maanden 2e constatering Last onder dwangsom: dubbele dwangsom Last onder bestuursdwang: 1 maand Last onder bestuursdwang: 4 maanden Last onder bestuursdwang: 6 maanden 3e constatering Last onder bestuursdwang: 1 maand Last onder bestuursdwang: 2 maanden Last onder bestuursdwang: 6 maanden Last onder bestuursdwang: 9 maanden 2.Voor woningen en/of daarbij behorende erven hanteert de burgemeester de volgende richtlijnen voor harddrugs: > 0,5 - ≤ 5 gram > 1 - ≤ 10 pillen/tabletten > 5 - ≤ 50 milliliter vloeistof > 5 - ≤ 25 gram > 10 - ≤ 100 pillen/tabletten > 50 - ≤ 250 milliliter vloeistof > 25 - ≤ 100 gram > 100 -≤ 250 pillen/tabletten > 250 - ≤ 1000 milliliter vloeistof > 100 gram > 250 pillen/tabletten > 1000 milliliter vloeistof 1e constatering Last onder dwangsom Last onder bestuursdwang: 1 maand Last onder bestuursdwang: 3 maanden Last onder bestuursdwang: 6 maanden 2e constatering Last onder dwangsom: dubbele dwangsom Last onder bestuursdwang: 2 maanden Last onder bestuursdwang: 6 maanden Last onder bestuursdwang: 12 maanden 3e constatering Last onder bestuursdwang: 1 maand Last onder bestuursdwang: 4 maanden Last onder bestuursdwang: 12 maanden Last onder bestuursdwang: 12 maanden 3.De hoogte van de dwangsom bedraagt: bij softdrugs: € 600 per hennepplant of € 20 per gram, met dien verstande dat de dwangsom niet minder dan € 5.000 bedraagt; bij harddrugs: € 20.000 4.In geval van strafbare voorbereidingshandelingen legt de burgemeester een last onder dwangsom op. De hoogte van de dwangsom bedraagt: bij softdrugs: € 25.000. bij harddrugs: € 50.000. Artikel8Lokalen en/of daarbij behorende erven 1.Voor lokalen en/of daarbij behorende erven hanteert de burgemeester de volgende richtlijnen voor softdrugs: > 5 - ≤ 25 hennepplanten > 5 - ≤ 705 gram > 50 - ≤ 100 hennepplanten > 705 - ≤ 2820 gram > 100 - ≤ 250 hennepplanten > 2820 - ≤ 7050 gram > 250 hennepplanten > 7.050 gram 1e constatering Last onder dwangsom Last onder bestuursdwang: 3 maanden Last onder bestuursdwang: 6 maanden Last onder bestuursdwang: 9 maanden 2e constatering Last onder bestuursdwang: 1 maand Last onder bestuursdwang: 4 maanden Last onder bestuursdwang: 8 maanden Last onder bestuursdwang: 12 maanden 3e constatering Last onder bestuursdwang: 2 maanden Last onder bestuursdwang: 6 maanden Last onder bestuursdwang: 12 maanden Last onder bestuursdwang: 18 maanden 2.Voor lokalen en/of daarbij behorende erven hanteert de burgemeester de volgende richtlijnen voor harddrugs: > 0,5 - ≤ 5 gram > 1 - ≤ 10 pillen/tabletten > 5 - ≤ 50 milliliter vloeistof > 5 - ≤ 25 gram > 10 - ≤ 100 pillen/tabletten > 50 - ≤ 250 milliliter vloeistof > 25 - ≤ 100 gram > 100 -≤ 250 pillen/tabletten > 250 - ≤ 1000 milliliter vloeistof > 100 gram > 250 pillen/tabletten > 1000 milliliter vloeistof 1e constatering Last onder bestuursdwang: 1 maand Last onder bestuursdwang: 2 maanden Last onder bestuursdwang: 3 maanden Last onder bestuursdwang: 6 maanden 2e constatering Last onder bestuursdwang: 2 maanden Last onder bestuursdwang: 4 maanden Last onder bestuursdwang: 6 maanden Last onder bestuursdwang: 12 maanden 3e constatering Last onder bestuursdwang: 4 maanden Last onder bestuursdwang: 8 maanden Last onder bestuursdwang: 12 maanden Last onder bestuursdwang: 12 maanden 3.De hoogte van de dwangsom bedraagt € 600 per hennepplant of € 20 per gram, met dien verstande dat de dwangsom niet minder dan € 5.000 bedraagt. 4.In geval van strafbare voorbereidingshandelingen legt de burgemeester een last onder bestuursdwang op. De sluitingstermijn bedraagt: bij softdrugs: 1 maand; bij harddrugs: 2 maanden. Artikel9Drugsgerelateerde activiteiten op straat en openlijk drugsgebruik 1.De hoogte van de dwangsom bij overtreding van artikel 2:74 van de algemeen plaatselijke verordening bedraagt: bij softdrugs: € 2.500 per overtreding met een maximum van € 10.000; bij harddrugs: € 5.000 per overtreding met een maximum van € 20.000. 2.De hoogte van de dwangsom bij overtreding van artikel 2:74A van de algemeen plaatselijke verordening bedraagt: bij softdrugs: € 500 per overtreding met een maximum van € 2.500; bij harddrugs: € 1.000 per overtreding met een maximum van € 5.000. 3.Indien de last onder dwangsom is uitgewerkt, omdat het maximumbedrag aan dwangsommen is verbeurd, dan legt de burgemeester een nieuwe last onder dwangsom op. In dat geval worden de bedragen, genoemd in het eerste en tweede lid van dit artikel, vermenigvuldigd met de factor 2. Artikel10Spoedeisend belang In bepaalde situaties is de burgemeester gerechtigd tot het uitvaardigen van een spoedsluiting van een pand. Deze maatregel kan worden ingeroepen wanneer er sprake is van een urgentie die onmiddellijk handelen noodzakelijk maakt. Het bevel tot een spoedsluiting kan door de burgemeester initieel mondeling worden gegeven en wordt vervolgens zo spoedig mogelijk schriftelijk bevestigd. Spoedeisende situaties kunnen, maar zijn niet beperkt tot, de volgende gevallen: directe bedreiging of gevaar voor de betrokken personen of anderen, zoals omwonenden van een pand; ernstige incidenten, gerelateerd aan het gebruik van het pand, die de openbare orde, veiligheid of gezondheid direct in gevaar brengen; directe bedreiging of gevaar voor het milieu, zoals brandrisico, risico op elektrocutie, lekkage van chemische afvalvaten, explosiegevaar, of gezondheidsrisico's. Artikel11Handhavingsrichtlijn bij recidive Er is sprake van recidive indien er in de afgelopen vijf jaar door de betrokkene drugsgerelateerde activiteiten zijn begaan, of indien in een pand in de afgelopen vijf jaar sprake is geweest van drugsgerelateerde activiteiten. Artikel12Natraject in het kader van last onder bestuursdwang Na afloop van de sluitingstermijn van het pand vindt in overleg met betrokkene(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.