Beleidsregels energietoeslag 2023 gemeente TerneuzenHet college van burgemeester en wethouders van de gemeente Terneuzen gelet op: - titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht; - artikel 35 van de Participatiewet; overwegende dat: - het college het wenselijk vindt om aan te geven in welke situaties en onder welke voorwaarden huishoudens in aanmerking kunnen komen voor een energietoeslag; - het daarom wenselijk is voor dit doel aanvullende beleidsregels vast te stellen. besluit vast te stellen de Beleidsregels 2023 energietoeslag gemeente Terneuzen 1.1Begripsbepalingen De begrippen in artikel 1.1 van de Participatiewet zijn ook op deze beleidsregels van toepassing. Aanvullend hierop is het volgende bepaald: aanvrager: de alleenstaande die de energietoeslag aanvraagt of ambtshalve ontvangt, dan wel de samenwonenden die deze toeslag gezamenlijk aanvragen of ontvangen; energietoeslag: gemeentelijke categoriale toeslag als tegemoetkoming voor de gestegen energiekosten als bedoeld in artikel 35, lid 4, van de Participatiewet; huishouden: een alleenstaande, alleenstaande ouder of een gezin, zoals bedoeld in artikel 4 van de wet, woonachtig in de gemeente Terneuzen en ingeschreven in de Basis Registratie Personen (BRP). inkomen: als inkomen wordt in ieder geval het volgende aangemerkt: inkomsten uit of in verband met arbeid (loon, uitkeringen); inkomsten uit een onderneming voor de inkomstenbelasting; AOW-uitkering (en AIO-uitkering); pensioen dat via de werkgever is opgebouwd en uitkeringen uit een lijfrenteproduct; (hiervan mag de aanvrager per maand in 2023 als alleenstaande € 25,15 of als gezamenlijke huishouding € 50,30 aftrekken); inkomsten uit een PGB, voor zover dit wordt ingezet ter vergoeding van de zorg die door de aanvrager zelf wordt verricht; inkomsten uit (onder)verhuur en/of kostgeverschap; partner- en/of kinderalimentatie; periodieke giften; een uitkering op basis van de Algemene nabestaandenwet (Anw); wachtgeld op basis van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa); de wet: de Participatiewet; peildatum: 1 oktober 2023; referteperiode: de volledige maand vanaf de peildatum. 1.2Reikwijdte van de beleidsregels Deze beleidsregels zijn van toepassing op de uitwerking van artikel 35, vierde lid, van de wet en gaan over een categoriale tegemoetkoming energiekosten voor huishoudens met een laag inkomen. 1.3Doelgroep energietoeslag De energietoeslag wordt uitsluitend verstrekt aan huishoudens met een laag inkomen en wordt ambtshalve of op aanvraag als bijzondere bijstand verleend. Voor de toepassing van deze regeling wordt het vermogen niet in aanmerking genomen. Een huishouden heeft een laag inkomen als gedurende de referteperiode het in aanmerking te nemen inkomen niet hoger is dan 130 % van de toepasselijke bijstandsnorm. Tot een huishouden wordt niet gerekend de persoon die op de peildatum: in een inrichting verblijft als bedoeld in artikel 1 aanhef en onderdeel f van de wet; jonger is dan 21 jaar en geen aanvullende bijzondere bijstand voor het voeren van een zelfstandig huishouden ontvangt; of is ingeschreven in de BRP als ingezetene met enkel een briefadres. geen zelfstandig huishouden voert met een eigen contract met een energieleverancier. 1.4Hoogte en uitbetaling van de energietoeslag Er wordt per huishouden een energietoeslag verstrekt, als voldaan is aan de voorwaarden. De energietoeslag wordt per adres slechts eenmaal verstrekt. aan de hoofdbewoner. De energietoeslag bedraagt € 1.300 per huishouden per jaar. De energietoeslag wordt in 2022 in een keer uitbetaald als er niet eerder een voorschot is betaald. De energietoeslag wordt op basis en na vaststelling van de Wet energietoeslag 2023 toegekend en uitbetaald. Als er in 2023 een eenmalige toeslag van € 500 is toegekend, volgt er in 2023 alleen een nabetaling van €
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.