Beleidsregels eenmalige energietoeslag 2023 gemeente AmsterdamHet college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, gelet op: titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht; artikel 35 Participatiewet; overwegende dat: het college het wenselijk vindt om aan te geven in welke situaties en onder welke voorwaarden huishoudens in aanmerking kunnen komen voor een eenmalige energietoeslag 2023; besluit vast te stellen de Beleidsregels eenmalige energietoeslag 2023 gemeente Amsterdam. Artikel1:Begripsbepalingen In deze beleidsregels wordt verstaan onder: Wet: Participatiewet; College: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam; Huishouden: de persoon die de aanvraag doet en zijn of haar gezin, zoals bedoeld in de artikelen 3 en 4 van de Wet; Energiekosten: kosten voor gas, water en elektriciteit die door middel van een energiecontract, een specificatie van de servicekosten of uit de huurcomponenten van het huurcontract van de woning van de aanvrager kunnen worden aangetoond; Fiscaal inkomen: het brutoloon of uitkering met daarbij gerekend belaste vergoedingen; Peildatum: bij ambtshalve toekenningen 1 oktober 2023 en in overige gevallen de aanvraagdatum, maar uiterlijk 31 december 2023; Referteperiode: het laatste volledige kalenderjaar dat voorafgaat aan het jaar van aanvraag of ambtshalve toekenning, waarvan het fiscaal inkomen redelijkerwijs bekend is. Artikel2:Doelgroep eenmalige energietoeslag 2023 1.De eenmalige energietoeslag 2023 van € 800 is bedoeld voor huishoudens met een laag inkomen die op de peildatum staan ingeschreven in Amsterdam en wordt ambtshalve of op aanvraag verleend. 2.Voor de toepassing van deze regeling wordt het vermogen, als bedoeld in artikel 34 van de wet, niet in aanmerking genomen. 3.Een huishouden heeft een laag inkomen als: gedurende de referteperiode het in aanmerking te nemen fiscaal inkomen niet hoger is dan 130 % van het wettelijk minimumloon voor gehuwden; gedurende de referteperiode het in aanmerking te nemen fiscaal inkomen niet hoger is dan een afgeleid percentage van het wettelijk minimumloon voor alleenstaanden of alleenstaande ouders dat elk half jaar door de directeur Inkomen wordt vastgesteld; op de peildatum het in aanmerking te nemen fiscaal inkomen hoger is dan 130% van het wettelijk minimumloon, maar waarvan dat meerdere is aangewend ter aflossing van een schuldenlast in het kader van een minnelijke schuldregeling bij de Gemeentelijke Kredietbank, een opgelegde schuldregeling op grond van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen of een schuldregeling bij een door de gemeente aangewezen of gemandateerde instantie; op basis van de geldende toekenningscriteria van Voedselbank Nederland voedselpakketten worden verstrekt door Voedselbank Amsterdam of Voedselbank Gooi en omstreken aan het betreffende huishouden; op de peildatum algemene bijstand, periodieke individuele bijzondere bijstand of een uitkering op grond van de IOAW of de IOAZ wordt ontvangen. 4.Indien de gezinssituatie (gezin, alleenstaande of alleenstaande ouder) gedurende het refertejaar is gewijzigd wordt het in artikel 3 bedoelde inkomen waaraan wordt getoetst aan de feitelijke situatie naar rato berekend. 5.Op verzoek van de aanvrager kan de referteperiode voor het inkomen worden verschoven naar 2023, wanneer aannemelijk is dat sprake is van een structurele inkomensdaling in 2023 ten opzichte van 2022, vanwege bijvoorbeeld: het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd van de aanvrager en/of de echtgenoot/partner; dat de aanvrager en/of de echtgenoot/partner vanaf 2023 voor het eerst een volledig jaar een WAO/WIA/WGA-uitkering ontvangt; het vertrek of overlijden van de echtgenoot/partner van de aanvrager. 6.Bij toepassing van het voorgaande lid wordt het inkomen als bedoeld in het derde lid van dit artikel naar rato berekend. 7.Als een huishouden wordt niet aangemerkt de persoon die op de peildatum: in een inrichting verblijft als bedoeld in artikel 1 aanhef en onderdeel f van de wet, mits de inrichting voorziet in de energiekosten en deze energiekosten niet in rekening brengt bij de bewoners; op 31 december 2023 jonger is dan 21 jaar. Artikel3:Ambtshalve toekenning Huishoudens die voldoen aan de doelgroepomschrijving van artikel 2, en: aan wie in 2022 of 2023 een energietoeslag 2022 is verstrekt; of die op de peildatum algemene bijstand ontvangen; of die op de peildatum een uitkering ontvangen op grond van de IOAW of de IOAZ; of op de peildatum gebruik maken van minimaregelingen op grond van de Beleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ, de Beleidsregels Stadspas, de Beleidsregels openbaar vervoer voor mantelzorgers of de Beleidsregels vervoervoorzieningen voor minimaouderen; ontvangen de eenmalige energietoeslag 2023 ambtshalve uiterlijk op 31 december
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.