Verordening nadeelcompensatie ‘s-Hertogenbosch 2024 De gemeenteraad van de gemeente ’s-Hertogenbosch, In zijn vergadering van 10 oktober 2023, Gezien het voorstel met reg.nr. 15362628, Besluit De ‘Verordening Nadeelcompensatie ’s-Hertogenbosch 2024’ vast te stellen De verordening genoemd onder 1 in werking te laten treden op het moment dat de Omgevingswet en titel 4.5 van de Algemene Wet bestuursrecht in werking treden. Artikel1.Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: aanvrager: degene die een aanvraag om tegemoetkoming in de schade indient; bestuursorgaan: het bestuursorgaan van de gemeente die bevoegd is te beslissen op de aanvraag om tegemoetkoming in schade; belanghebbenden: degene die de activiteit verricht en met wie een overeenkomst als bedoeld in artikel 13.3c, eerste lid, van de Omgevingswet is gesloten, en als sprake is van een schadeveroorzakend besluit naar aanleiding van een aanvraag, zoals geregeld in artikel 13.3d van de Omgevingswet: de aanvrager van dat besluit of degene die de toegestane activiteit verricht. adviseur: een door het bestuursorgaan aan te wijzen deskundige; adviescommissie: een schadebeoordelingscommissie, bestaande uit meerdere adviseurs. Artikel2.Toepassingsbereik Deze verordening heeft betrekking op aanvragen om schadevergoeding als bedoeld in artikel 4:126, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, waarvan de aanvrager stelt dat die wordt veroorzaakt door een bestuursorgaan van de gemeente; Deze verordening heeft geen betrekking op aanvragen om schadevergoeding waarop een bijzondere schadevergoedingsregeling van toepassing is. Artikel3.Heffen recht Uitsluitend voor het in behandeling nemen van de aanvraag om schadevergoeding ten gevolge van een besluit als bedoeld in artikel 15.1 van de Omgevingswet wordt een recht van € 300 geheven. Voor alle overige aanvragen om schadevergoeding die op grond van artikel 4:126 Awb voor schadevergoeding in aanmerking komen wordt geen recht geheven. Het bestuursorgaan wijst de indiener van de aanvraag op de verschuldigdheid van het recht en deelt hem mee dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken na de dag van verzending van de mededeling dient te zijn bijgeschreven op de rekening van de gemeente dan wel op de aangegeven plaats dient te zijn gestort. Indien het bedrag niet binnen deze termijn is bijgeschreven of gestort, verklaart het bestuursorgaan de aanvraag niet-ontvankelijk, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. Artikel4.Aanvraag De aanvrager maakt gebruik van een door het bestuursorgaan vastgesteld (elektronisch) formulier. Artikel5.Inschakeling van een adviseur of adviescommissie Advies bij een adviseur of adviescommissie wordt slechts ingewonnen voor zover dat noodzakelijk is om op de aanvraag om schadevergoeding te kunnen beslissen. Advies als bedoeld in het eerste lid, wordt niet ingewonnen als: de aanvraag kennelijk ongegrond is, omdat zich kennelijk een weigeringsgrond voordoet als bedoeld in artikel 4:126, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht; de schade kennelijk niet kan worden toegerekend aan een door een bestuursorgaan van de gemeente ‘s-Hertogenbosch genomen besluit of verrichte handeling; het in de aanvraag genoemde bedrag aan schadevergoeding minder bedraagt dan € 500,-- voor natuurlijke personen en € 1.000,-- voor rechtspersonen; naar het oordeel van het bestuursorgaan in de gemeentelijke organisatie voldoende deskundigheid voor de beoordeling van de aanvraag aanwezig is. Een adviseur of adviescommissie kan worden benoemd als: vaste adviseur of adviescommissie, benoemd door burgemeester en wethouders voor een termijn van maximaal vier jaar met de mogelijkheid tot herbenoeming voor maximaal vier jaar, of tijdelijke adviseur of adviescommissie voor advisering met betrekking tot een of meer aanvragen. Het besluit om de aanvraag af te wijzen zonder inschakeling van een adviseur of adviescommissie wordt genomen binnen vier weken na ontvangst van de aanvraag, onderscheidenlijk binnen acht weken nadat de termijn verstreken is gedurende welke de aanvrager de aanvraag kon aanvullen. Artikel6.Wrakingsregeling Indien op basis van deze verordening een adviseur dan wel adviescommissie moet worden ingeschakeld, benoemt het bestuursorgaan binnen twaalf weken na ontvangst van de aanvraag, onderscheidenlijk binnen acht weken nadat de termijn verstreken is gedurende welke de aanvrager de aanvraag kon aanvullen, een adviseur of adviescommissie. Voorafgaand aan de benoeming van de adviseur of de adviescommissie zendt het bestuursorgaan de aanvrager en belanghebbenden een mededeling over het voornemen een adviseur of adviescommissie te benoemen. De aanvrager en de belanghebbenden kunnen binnen twee weken na de mededeling als bedoeld in het tweede lid schriftelijk en gemotiveerd een verzoek tot wraking van de adviseur of van (leden van) de adviescommissie bij het bestuursorgaan indienen. Het bestuursorgaan beslist binnen twee weken na het verstrijken van de in het vijfde lid bedoelde termijn over een ingediend verzoek tot wraking. Artikel7.Werkwijze van de adviseur of adviescommissie Het bestuursorgaan stelt aan de adviseur of de adviescommissie alle op de aanvraag betrekking hebbende informatie, alsmede de voor de beoordeling daarvan naar het oordeel van de adviseur of van de adviescommissie noodzakelijke bescheiden ter beschikking. De adviseur of de voorzitter van de adviescommissie stelt de aanvrager, het bestuursorgaan en de belanghebbenden in de gelegenheid een toelichting te geven, dan wel een standpunt over de aanvraag kenbaar te maken. Indien dit voor het uitbrengen van het advies nodig is, wordt door de adviseur of de adviescommissie de situatie ter plaatse bezichtigd. Het tijdstip waarop deze plaatsopneming plaatsvindt wordt bepaald door de adviseur of de voorzitter van de adviescommissie Alvorens een advies uit te brengen zendt de adviseur of de voorzitter van de adviescommissie binnen zestien weken na de dagtekening van de opdracht tot advisering een concept daarvan aan het bestuursorgaan, aan de aanvrager en aan de belanghebbenden. De adviseur of de voorzitter van de adviescommissie kan deze termijn onder opgaaf van redenen met een daarbij aan te geven termijn van ten hoogste vier weken verlengen; De aanvrager, het bestuursorgaan en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken na de toezending van het conceptadvies schriftelijk hierop te reageren; In het geval tijdig reacties zijn ingediend, brengt de adviseur of de adviescommissie binnen vier weken na het verstrijken van de in het vierde lid bedoelde termijn een advies uit aan het bestuursorgaan, waarbij de betreffende reacties zijn betrokken; In het geval geen of niet tijdig reacties zijn ingediend, brengt de adviseur of de adviescommissie binnen twee weken na het verstrijken van de in het vierde lid bedoelde termijn een advies uit aan het bestuursorgaan. Artikel8.Beslissing op de aanvraag Het bestuursorgaan beslist binnen acht weken na ontvangst van het advies op de aanvraag en maakt dit besluit binnen deze termijn, onder toezending van het advies, bekend aan de aanvrager en de belanghebbenden Het bestuursorgaan kan de in het eerste lid bedoelde beslissing eenmaal voor ten hoogste vier weken verdagen. Artikel9.Uitbetaling Bij geheel of gedeeltelijke toewijzing van een aanvraag om schadevergoeding wordt de toegewezen schadevergoeding uiterlijk betaald bij het onherroepelijk worden van het besluit op de aanvraag om schadevergoeding. Artikel10.Inwerkingtreding en citeertitel Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag waarop Titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht en Afdeling 15.1 van de Omgevingswet in werking treden. Mochten deze wettelijke regelingen op verschillende momenten in werking treden, dan geldt voor de inwerkingtreding van deze verordening de datum van de laatste inwerkingtreding van deze wettelijke regelingen. Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening nadeelcompensatie gemeente ‘s-Hertogenbosch 2024.’ Aldus besloten in de openbare vergadering van de gemeenteraad van ’s-Hertogenbosch d.d. 10 oktober 2024,De gemeenteraad van ’s-Hertogenbosch,De griffier,Drs. W.G. AmeszDe voorzitter,Drs. J.M.L.N. MikkersToelichting Gemeentelijk handelen of gemeentelijke besluitvorming kan rechtmatig zijn maar toch schade veroorzaken. Soms moet die schade worden vergoed. Dit heet nadeelcompensatie. Dit is bijvoorbeeld het geval als er een weg wordt opengebroken waardoor een winkel omzetverlies lijdt omdat de winkel niet- of nauwelijks bereikbaar is. Planschade is een bijzondere vorm van nadeelcompensatie. Bij planschade gaat het concreet om verlies van inkomen of vermindering van de waarde van een onroerende zaak als gevolg van een planologische maatregel. Nadeelcompensatie is dus breder dan planschade alleen. Naar verwachting treden op 1 januari 2023 de Omgevingswet (hierna: Ow) en titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) in werking. Met de nieuwe wetgeving komen de algemene bepalingen over nadeelcompensatie in de Awb. In de Ow komen enkele aanvullende (specifieke inhoudelijke) regels voor het omgevingsrecht. Over een aantal onderwerpen is het daarnaast mogelijk om aanvullende procedurele regels op te nemen in een gemeentelijke verordening. Met onderhavige ‘Verordening Nadeelcompensatie ’s-Hertogenbosch 2022’ wordt daarin voorzien. Verordening nadeelcompensatie De Ow kent geen verplichting om een Verordening nadeelcompensatie vast te stellen. De gemeente heeft wel de bevoegdheid om in een Verordening nadeelcompensatie regels te stellen over de wijze van beoordeling van een aanvraag van een schadevergoeding en de totstandkoming van een beslissing op een aanvraag. De gemeente ’s-Hertogenbosch heeft gekozen om nadeelcompensatie uit te werken in een verordening. Reden hiervoor is dat het heffen van een recht bij wettelijk voorschrift moet (zie artikel 4:128, lid 1 Awb) en de adviescommissie en/of adviseur een juridische basis krijgen in de verordening. Bovendien zorgt een verordening voor een duidelijke en eenduidige regeling over het in behandeling nemen van een verzoek tot nadeelcompensatie die makkelijk raadpleegbaar is voor burgers en ondernemers. Verder kunnen in de verordening nadere regels worden opgenomen over de wijze van beoordeling van een aanvraag om schadevergoeding, de totstandkoming van een beslissing op de aanvraag en de ontvankelijkheid van de aanvraag. Toelichting artikelsgewijs Artikel 1. Begrippen Hierin worden de begrippen toegelicht. Dit is belangrijk voor het toepassen en interpreteren van de regels in de overige artikelen. Bij de definiëring van de begrippen is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de Ow en de Awb. Artikel 2. Toepassingsbereik Eerste lid Deze verordening heeft betrekking op aanvragen om vanwege een rechtmatige overheidsdaad. Het gaat om nadeelcompensatie als bedoeld in titel 4.5 van de Awb en afdeling 15.1 van de Ow. Het gaat in deze verordening om schade waarvan door de aanvrager wordt gesteld dat die wordt veroorzaakt door een bestuursorgaan van de gemeente. Hierop bestaat wel een uitzondering. Dat betreft de situatie waarbij de aanvraag om schadevergoeding betrekking heeft op een besluit ter uitvoering van een projectbesluit. Op die situatie is de (dwingende) regeling van artikel 15.8 van de Ow van toepassing. Daarin is geregeld dat het bestuursorgaan dat het projectbesluit heeft vastgesteld het bestuursorgaan is dat de schadevergoeding toekent. Tweede lid Deze verordening heeft geen betrekking op aanvragen om schadevergoeding waarop een bijzondere schadevergoedingsregeling van toepassing is. Zo een bijzondere regeling kan zijn voor een specifiek project binnen de gemeente of een specifiek onderwerp, zoals kabels en leidingen, rioleringen, wegopbrekingen. Bijvoorbeeld de “Algemene verordening ondergrondse infrastructuren (AVOI) gemeente 's-Hertogenbosch 2016”. Artikel 3. Heffen recht Eerste lid Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om schadevergoeding wordt een recht geheven. Heffen van recht betekent een vergoeding voor het in behandeling nemen van een aanvraag (voor in dit geval nadeelcompensatie). De figuur van de heffing is in artikel 4:128 van de Awb geïntroduceerd om te voorkomen dat al te lichtvaardig wordt overgegaan tot indiening van een aanvraag om schadevergoeding. Het recht bedraagt €300,-. Bij toewijzen van de aanvraag wordt het toe te kennen bedrag aan schadevergoeding verhoogd met het geheven recht (zie artikel 4:129, aanhef en onder c, van de Awb): aanvrager krijgt in dat geval dus het betaalde recht terug. Rechtmatige besluiten niet genomen op grond van de Omgevingswet EN feitelijke handelingen die in aanmerking kunnen komen voor nadeelcompensatie vinden hun grondslag in het nieuwe artikel 4:126 Awb. Voor het in behandeling nemen van dit soort aanvragen om schadevergoeding wordt geen drempelbedrag geheven. De Bossche praktijk leert dat door burgers en ondernemers n.a.v. dit soort besluiten niet al te lichtvaardig wordt overgegaan tot indiening van een aanvraag om schadevergoeding. Indien wordt overgegaan tot een aanvraag om schadevergoeding wordt deze aanvraag meestentijds afgewezen en/of wordt gekozen een bijzondere nadeelcompensatieregelingen op te stellen, zoals bijvoorbeeld ‘Specifieke beleidsregels voor nadeelcompensatie Bartenbrug en Beleidsregels Nadeelcompensatieregeling kabels en leidingen ’s-Hertogenbosch 2021’. Vooraf een drempelbedrag instellen t.a.v. dit soort besluiten of feitelijke handelingen wordt om die redenen niet dienstbaar, noch dienstig geacht. Tweede lid Als het recht voor het in behandeling nemen van een aanvraag om schadevergoeding niet binnen de gestelde termijn wordt voldaan, is de aanvraag niet-ontvankelijk. Dit heeft tot gevolg dat de aanvraag op grond van artikel 4:5 van de Awb buiten behandeling wordt gesteld. Artikel 4. Aanvraag De artikelen 4:2 en (nieuwe) 4:127 van de Awb bevatten een wettelijke grondslag voor de aanvraagvereisten voor het in behandeling nemen van een aanvraag om schadevergoeding. Als niet aan de aanvraagvereisten wordt voldaan kan de aanvraag op grond van artikel 4:5 van de Awb buiten behandeling worden gesteld, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag binnen een door het bestuursorgaan gestelde termijn aan te vullen. In aanvulling op bovengenoemde wettelijke grondslag is in het eerste lid van artikel 4 van deze verordening geregeld dat de aanvrager van schadevergoeding gebruik maakt van een door het bestuursorgaan vastgesteld [elektronisch] formulier. Wanneer de aanvraag niet wordt aangeleverd via het [elektronisch] formulier, kan het bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet in behandeling te nemen. Dat kan betekenen dat de aanvrager wordt verzocht de aanvraag nadeelcompensatie alsnog via het formulier in te dienen. De gemeenten moet dan aangeven bij de aanvrager dat de aanvraag niet compleet is om in behandeling te worden genomen. De gemeente kan dan expliciet de termijnen opschorten tot het moment dat wel de stukken zijn ingediend. Artikel 5. Inschakeling van een adviseur of adviescommissie Eerste lid In dit artikel is bepaald in welke gevallen een adviseur moet worden ingeschakeld. De adviseur is een adviseur als bedoeld in artikel 3:5 van de Awb. De adviescommissie en de adviseur zijn een adviescommissie als bedoeld in artikel 4:130 van de (nieuwe) Awb (kamerstukken II, nr. 3, 3261, 2010 – 2011, pag. 28 – 29). De adviseur(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.